CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 GGD_ Jaarrapportage_Amsterdam_2024.pdf

Raadscommissie Mobiliteit, Openbare ruimte en Water 5 februari 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de bevindingen van het RIVM over de luchtkwaliteit in Amsterdam in zichtjaar 2024 en de Monitor Actieplan Schone Lucht 2025 (VN2025-017538)12.505 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Pagina 30 van 45

De Stadhouderskade en Haarlemmerweg zijn beiden eenzijdig bebouwde straten, waarbij het meetstation op de Stadhouderskade aan de onbebouwde kant is gelegen bij een kruispunt (verkeerslicht) en het meetstation op de Haarlemmerweg aan de bebouwde kant. De meetstations Van Diemenstraat en Jan van Galenstraat liggen aan een tweezijdig bebouwde weg met aan beide zijden een fietspad en een trottoir. De van Diemenstraat kan worden gekarakteriseerd als een ‘street canyon’ waar de emissies van het wegverkeer relatief lang blijven hangen. In deze rapportage worden de straatstations in de grafieken en tabellen gemiddeld weergegeven als ‘veel verkeer’. De meetstations Haarlemmerweg (002), Nieuwendammerdijk (003), van Diemenstraat (012), Vondelpark (014), A10-West (007) en Stadhouderskade (017) zijn al tientallen jaren in bedrijf. Westerpark (016) is eind jaren ’90 toegevoegd. In 2005 zijn de meetstations Oudeschans (019), Kantershof (021) en Ookmeerweg (022) toegevoegd om een beter beeld te krijgen van de luchtkwaliteit op achtergrondlocaties, ook buiten de ring. Ook straatstation Jan van Galenstraat is in 2005 aan het automatisch meetnet toegevoegd.

016 012 007

003

002

020 019 022 014

017

021

Data by OpenStreetMap.org contributors under CC BY-SA 2.0 license.

Figuur 19 Locaties meetstations automatisch Luchtmeetnet Amsterdam

In aanvulling op de automatische meetstations wordt verspreid over de stad de jaargemiddelde stikstofdioxide (NO2) concentratie gemeten met een eenvoudige, passieve meetmethode. Dit zogenaamde Palmes meetnet (NO2 buisjes) geeft meer inzicht in de ruimtelijke variatie in de NO2 concentratie (https://maps.amsterdam.nl/no2/) Met het Palmes meetnet wordt op straatlocaties, achtergrondlocaties, snelweglocaties, bij industrie en langs vaarwegen gemeten.

Gemeten componenten en accreditatie Tabel 10 geeft een overzicht van de componenten die op de meetstations uit het automatisch luchtmeetnet worden gemeten. Ook is in deze tabel weergegeven welke metingen onder de scope L426 vallen die behoort bij de NEN EN ISO/IEC 17025:2017 accreditatie van de GGD Amsterdam en is afgegeven door de Raad voor Accreditatie.

25-1123

Pagina 31 van 45

Tabel 10. Overzicht gemeten componenten op de meetstations en metingen vallend onder accreditatie ('Q')

Nr

Meetstation

Type

NOx

CO

O3

SO2

Benzeen

PM10

PM2.5

Roet

Roet door houtstook

UFP

2

Haarlemmerweg

straat

Q

-

-

-

-

-

-

-

-

-

3

Nieuwendammerdijk

achtergrond

Q

-

Q

-

-

-

-

Q

x

-

7

A10-West

snelweg

Q

Q

-

-

-

Q

Q

Q

-

-

12

Van Diemenstraat

straat

Q

Q

-

-

-

Q

Q

Q

x

-

14

Vondelpark

achtergrond

Q

Q

Q

-

-

Q

Q

Q

-

-

16

Westerpark

achtergrond

-

-

-

Q

-

Q

Q

-

-

-

17

Stadhouderskade

straat

Q

-

-

-

Q

Q

Q

Q

-

-

19

Oudeschans

achtergrond

Q

-

-

-

-

-

-

-

-

-

20

Jan van Galenstraat

straat

Q

-

-

-

-

Q

-

Q

-

-

21

Kantershof

achtergrond

Q

-

-

-

-

-

-

-

-

-

22

Sportpark Ookmeer

achtergrond

Q

-

-

-

-

-

-

-

-

x

Q: verrichting is GGD Amsterdam door de Raad voor Accreditatie (RvA) geaccrediteerd volgens NEN EN ISO/IEC 17025:2017 met registratienummer L426 x: wordt op deze locatie gemeten door de GGD Amsterdam, maar valt niet onder accreditatie. -: Op deze locatie wordt de component niet gemeten

Accreditatie Op 25 augustus 2005 heeft de Raad voor Accreditatie vastgesteld dat de toenmalige afdeling Luchtonderzoek van de GGD Amsterdam voldoet aan accreditatiecriteria voor testlaboratoria zoals vastgelegd in NEN EN ISO/IEC 17025. De accreditatie omvat het kwaliteitssysteem van het laboratorium evenals de specifieke verrichtingen en onderzoeksgebieden. Naast de resultaten van het geautomatiseerde luchtmeetnet zijn in deze rapportage de resultaten opgenomen van de locaties waarop met behulp van Palmes diffusiebuizen de stikstofdioxideconcentratie wordt gemeten. Vanaf 2017 is GGD Leefomgeving geaccrediteerd conform NEN-EN ISO/IEC17025 (scope L426) voor het bemonsteren van Palmes diffusiebuisjes gelijkwaardig aan NEN EN 16339:2013. Vanaf april 2022 wordt de Palmes analyse door de GGD in eigen beheer uitgevoerd onder de eigen scope L426. De scope van de accreditatie (zoals geldig in 2024) is opgenomen in bijlage 1. De accreditatie is alleen van toepassing op meetresultaten. De gerapporteerde gegevens over ultrafijne stofdeeltjes, houtstook en duiding van de meetresultaten, waaronder de trendanalyses en de interpretaties vallen niet onder de accreditatie van de afdeling Leefomgeving. Hetzelfde geldt voor de trendanalyse en interpretatie van de NO2 metingen met Palmes diffusiebuizen. Bijlage 2 geeft een overzicht van de meetmethoden.

Validatie en databeschikbaarheid Alle meetresultaten zijn gevalideerd volgens vaststaande criteria zoals vastgelegd in de kwaliteitsdocumentatie. Indien hieraan niet is voldaan volgt onmiddellijke afkeuring van het analyseresultaat. Uiteindelijk kan dit leiden tot afkeur van een berekend uur-, dag-, maand- of jaargemiddelde. 25-1123

Pagina 32 van 45

Om te voldoen aan de criteria uit de Europese regelgeving moet voor de meeste componenten 90% van de tijd waarop een gemiddelde is gebaseerd ook daadwerkelijk zijn gemeten. In bijlage 3 is deze zogenaamde databeschikbaarheid weergegeven. In 2024 is voor Ozon (O3) op de van Diemenstraat niet voldaan aan de eis voor databeschikbaarheid. Ook voor ultra fijn stof (UFP) lag de databeschikbaarheid onder de 90%. Echter voor UFP geldt vanuit de Europese regelgeving geen eis. Voor de andere componenten is overal voldaan aan de eis voor databeschikbaarheid.

Trendanalyse – ontwikkeling luchtkwaliteit Voor een trendanalyse is een langjarige meetreeks nodig, omdat de luchtkwaliteit van jaar tot jaar fluctueert als gevolg van variatie in weersomstandigheden. Een te lange meetreeks heeft echter als nadeel dat het toevoegen van nieuwe jaargemiddelden de (lineaire) trend nog maar weinig beïnvloedt. Zo zal een trendanalyse vanaf begin jaren ’70 altijd een (fors) dalende trend laten zien, ongeacht de concentraties in de afgelopen jaren. Voor de prognoses in de nabije toekomst is echter vooral de trend in het recente verleden relevant. In deze rapportage berekenen we trendanalyses over de afgelopen 10 jaar. Voor een analyse van andere periodes verwijzen we naar eerdere jaarrapportages. Meetpunten met een korte tijdreeks dan 10 jaar worden niet in de trendanalyse meegenomen. Met behulp van lineaire regressieanalyse is de trend in de tijd berekend waarbij de jaargemiddelde concentratie de afhankelijke variabele was en het aantal jaren sinds de start van de analyse de onafhankelijke variabele. De resulterende regressiecoëfficiënt geeft de gemiddelde verandering in concentratie per jaar, over een periode van 10 jaar. Bij de berekening van de trend voor NO2 worden naast de meetstations ook de metingen uit het Palmes meetnet meegenomen, als er van een locatie minstens 10 jaar gegevens aanwezig zijn.

Toelichting componenten Hieronder volgt een nadere beschrijving van de componenten. Fijn stof (PM10 en PM2.5) Fijn stof is een verzamelnaam voor kleine, met het blote oog niet zichtbare, deeltjes die in de lucht zweven. Bijvoorbeeld roetdeeltjes of kleine stukjes autoband (slijtage). Deze deeltjes verschillen in oorsprong, grootte en samenstelling. Fijn stof is het onderdeel van luchtverontreiniging dat voor de meeste gezondheidseffecten zorgt. Hoe kleiner de deeltjes zijn hoe dieper ze in de longen terecht komen en hoe meer schade ze kunnen aanrichten. Fijn stof (PM staat voor Particulate Matter) kan gedefinieerd worden als:  

PM10: Dit zijn deeltjes met een diameter kleiner dan 10 micrometer (0,01 millimeter). PM2.5: Dit zijn deeltjes met een diameter kleiner dan 2,5 micrometer.

Fijn stof is voor het grootste deel afkomstig van menselijke activiteiten zoals verkeer, houtstook, industrie, intensieve veehouderij, maar kan ook een natuurlijke oorsprong hebben (bodemstof, zeezout). Voor een deel worden fijn stof deeltjes rechtstreeks uitgestoten (primair fijn stof), voor een deel worden ze in de atmosfeer gevormd door chemische reacties van gasvormige verbindingen (secundair fijn stof). De fijn stof deeltjes kunnen over een grote afstand, tot wel duizenden kilometers, getransporteerd worden. In het algemeen geldt dat fijn stof dat als gevolg van verbrandingsprocessen wordt uitgestoten een (veel) kleinere diameter heeft dan stofdeeltjes die als gevolg van mechanische processen (slijtage, verwaaiing) in de lucht komen. Dit heeft tot gevolg dat het bronaandeel van verbrandingsprocessen in de PM2.5 fractie groter is dan in de PM10 fractie. De PM10 en PM2.5 concentratie wordt uitgedrukt als het gewicht van de deeltjes per kubieke meter (microgram/m3). Uit onderzoek is bekend dat fijn stof ook bij hele lage concentraties schadelijk is voor de gezondheid. Tot op heden is het niet mogelijk gebleken om een ‘veilige grenswaarde’ vast te stellen waar beneden er geen schade optreedt aan de gezondheid. 25-1123

Pagina 33 van 45

Roet Roetdeeltjes komen vooral vrij bij de verbranding van fossiele brandstoffen en maken deel uit van het PM10 en PM2.5 stof. Het wegverkeer (met name dieselmotoren) is een belangrijke bron van roet. Uit onderzoek blijkt dat dieselroet schadelijke effecten op de gezondheid heeft. Mede hierom is in het luchtkwaliteitsbeleid van de gemeente Amsterdam sterk ingezet op het terugdringen van de uitstoot van dieselmotoren. Roetdeeltjes hebben een kern van koolstof en zitten voor het grootste deel in de ultrafijne fractie van het fijn stof (kleiner dan 0,1 micrometer). Na inademing kunnen deze deeltjes in de longblaasjes (alveoli) terecht komen en uiteindelijk ook in de bloedbaan waarna ze in het hele lichaam schade kunnen aanrichten. Roet is een algemene term, het gehalte roet kan op verschillende manieren worden vastgesteld. De GGD Amsterdam meet het roetgehalte sinds 2012 als ‘Black Carbon’. Houtstook Houtstook is een belangrijke bron van fijn stof en schadelijk voor de gezondheid. Bij het verbranden van hout komen verschillende schadelijke stoffen vrij, zoals fijn stof, dioxinen, PAK’s, koolmonoxide en vluchtige organische stoffen. Verschillende van deze stoffen zijn kankerverwekkend. Sinds 2020 is de GGD Amsterdam gestart met het meten van roet (Black Carbon) concentraties met een Aethalometer.

De Aethalometer meet de lichtabsorptie van op een filter verzamelde deeltjes bij 7 verschillende golflengtes variërend van 370 nm tot 950 nm. De Aethalometer methode is gebaseerd op het feit dat houtrook (‘brown carbon’) beter licht absorbeert bij lagere golflengten dan bij hogere golflengten. Ook de lichtabsorptie van BC (Black Carbon) afkomstig van fossiele brandstoffen varieert met de golflengte, maar minder sterk dan voor Brown Carbon. Met de Aethalometer kan de bijdrage van houtrook aan de black carbon concentratie worden berekend. Tevens kan de bijdrage van fossiele brandstoffen aan de roetconcentratie worden berekend. De metingen met de Aethalometer vallen niet onder scope van de NEN EN ISO/IEC 17025 accreditatie. Ultrafijn stof Ultra fijn stof deeltjes (UFP) komen vrij als gevolg van verbrandingsprocessen en zijn zo klein (kleiner dan 0,1 micrometer) dat ze nauwelijks bijdragen aan de massaconcentratie fijn stof. UFP wordt daarom uitgedrukt als het aantal deeltjes per kubieke centimeter (cm3). Belangrijke bronnen van UFP zijn vliegverkeer en wegverkeer. In de buurt van drukke wegen hangt het UFP-gehalte sterk samen met het roetgehalte (zie ‘roet’ hierboven). In de buurt van de luchthaven is dat niet het geval: ultrafijn stof dat door het vliegverkeer wordt uitgestoten bevat vooral zwavel.

Het meten van ultrafijn stof is technisch lastig uitvoerbaar en arbeidsintensief en maakte t/m 2018 geen deel uit van het automatisch meetnet van de GGD Amsterdam. In het kader van een onderzoek naar ultrafijn stof afkomstig van vliegverkeer heeft de GGD Amsterdam in 2018 ultrafijn stof gemeten op 1 meetstation (sportpark Ookmeer in Osdorp) in opdracht van het RIVM. Vanaf 2019 zijn de metingen in opdracht van de gemeente Amsterdam voortgezet. De UFP-metingen vallen niet onder scope van de NEN EN ISO/IEC 17025 accreditatie. Stikstofoxiden (NO en NO2) Stikstofoxiden (NO en NO2) komen vrij bij verbrandingsprocessen en ontstaan door oxidatie van stikstof uit de lucht. Het grootste deel van de stikstofoxiden komt vrij als stikstofmonoxide (NO) maar dit molecuul heeft een korte levensduur en wordt snel omgezet in NO2. Overigens is NO in tegenstelling tot NO2 niet schadelijk voor de gezondheid. Het verkeer is de belangrijkste bron van NO2. Ozon (O3) Ozon (O3) wordt niet rechtstreeks door bronnen uitgestoten maar wordt in de atmosfeer gevormd onder invloed van zonlicht, door reacties van stikstofoxiden en vluchtige koolwaterstoffen. Vanwege de invloed van zonlicht zijn de ozonconcentraties in de winter veel lager dan in de zomer. Tijdens smogepisoden in de zomer kunnen kortdurende perioden met hoge ozonconcentraties optreden.

In Amsterdam komt dat relatief weinig voor, dit heeft 25-1123

Pagina 34 van 45

paradoxaal genoeg te maken met de intensiteit van het wegverkeer. Tijdens smogepisoden wordt het reeds gevormde ozon, dat van grote afstand wordt aangevoerd, ‘opgegeten’ door stikstofmonoxide. Koolmonoxide (CO) Koolmonoxide (CO) komt vrij bij onvolledige verbranding van fossiele brandstoffen. Het verkeer vormt de belangrijkste bron van CO-emissie. In de atmosfeer oxideert CO tot CO2 maar dit proces verloopt vrij langzaam. CO is bij concentraties zoals deze in de buitenlucht voorkomen niet schadelijk, maar is een goede en stabiele indicator voor de uitstoot van het wegverkeer. Benzinemotoren hebben een hogere CO-emissie dan dieselmotoren, terwijl dieselmotoren juist meer fijn stof en NOx emitteren. Zwaveldioxide (SO2) Zwaveldioxide (SO2) komt vrij bij de verbranding van zwavelhoudende brandstoffen. De SO2 concentraties zijn in de afgelopen decennia sterk gedaald. Dat was in eerste instantie te danken aan de overschakeling van fossiele brandstoffen op aardgas en vervolgens aan de toepassing van emissiebeperkende maatregelen in de industrie en scheepvaart. Benzeen Benzeen is een bestanddeel van benzine. Ook de benzeenconcentraties zijn in de afgelopen decennia sterk gedaald, als gevolg van de invoering van de geregelde driewegkatalysator in begin van de jaren negentig, technische verbeteringen aan personenwagens en de verlaging van het benzeengehalte in benzine.

Benzeen is echter een kankerverwekkende stof (ZZS), waarvoor geen ‘veilige’ grenswaarde bestaat.

25-1123

Pagina 35 van 45

Bijlage 1. De Accreditatie van de GGD Amsterdam geldig voor 2024

25-1123

Pagina 36 van 45

25-1123

Pagina 37 van 45

25-1123

Pagina 38 van 45

Bijlage 2. Meetmethoden De geaccrediteerde verrichtingen worden conform de aangegeven normvoorschriften uitgevoerd. Als nauwkeurigheidseisen zijn de geldende Europese criteria overgenomen, zie tabel B1. Fijnstofmetingen De automatische PM10 en PM2.5 gemeten met de Met One BAM 1020 en de Palas Fidas 200 monitoren zijn op basis van referentiemetingen gecorrigeerd en getoetst op equivalentie met de referentiemethode (zie GGD rapport 25-1101). In 2024 is PM10 op de locaties Einsteinweg (A10-West) en Vondelpark gemeten met de Met One BAM. Op de locatie Stadhouderskade werd PM10 gemeten met de Palas Fidas. Op de meetlocaties van Diemenstraat en Westerpark zijn de PM10 metingen met de Met One BAM op 22 mei 2024 vervangen door metingen met de Palas Fidas. Op meetlocatie Jan van Galenstraat is de Met One BAM op 12 september 2024 vervangen door de Palas Fidas. PM2.5 in Amsterdam op de meetlocaties Einsteinweg (A10-West) en Vondelpark met de Met One BAM. Op de locatie Stadhouderskade werd PM2.5 gemeten met de Palas Fidas. Op de meetlocaties van Diemenstraat en Westerpark zijn de PM2.5 metingen met de Met One BAM op 22 januari 2024 vervangen door metingen met de Palas Fidas. Zie tabel B1. Overzicht gebruikte meetapparatuur voor fijn stof in 2024 PM10 007 Einsteinweg (A10-West) Met One BAM 012 Van Diemenstraat Met One BAM tot 22 mei Daarna Palas-Fidas 014 Vondelpark 016 Westerpark

Met One BAM Met One BAM tot 22 mei Daarna Palas-Fidas

017 Stadhouderskade 020 Jan van Galenstraat

Palas Fidas Met One BAM tot 12 september Daarna Palas-Fidas

PM2.5 Met One BAM Met One BAM tot 22 januari Daarna Palas-Fidas Met One BAM Met One BAM tot 22 januari Daarna Palas-Fidas Palas Fidas -

De correctie voor de Met One BAM 1020 bedroeg in 2024: 1,01*PM10. De correctiefactor voor PM2.5 was 1, wat inhoudt dat er voor PM2.5 geen correctiefactor nodig was. De correcties voor PM10 gemeten met de Palas Fidas zijn voor de metingen die beheerd worden in 2024 door de GGD Amsterdam vastgesteld op (PM10*0,888)+2,042. De correcties voor PM2.5 gemeten met de Palas Fidas zijn voor 2024 vastgesteld op (PM2.5*0,987)-1,061. Met deze factoren zijn de automatische PM10 en PM2.5 metingen –als groep- equivalent aan de Europese referentiemethode (vastgelegd in GGD rapport 25-1101). Normvoorschriften Alle hier genoemde verrichtingen worden conform de aangegeven normvoorschriften uitgevoerd. Als nauwkeurigheidseisen zijn de geldende Europese criteria overgenomen, alleen voor de meting van zwaveldioxide kon hieraan niet worden voldaan. De hoogte van de gemeten concentraties zwaveldioxide liggen echter ver onder de geldende grenswaarden, waarmee de grotere meetfout (>15% van de meetwaarde uitgedrukt als 95%BI) voor de toetsing aan normen geen specifiek probleem levert. Nadere informatie over de meetonzekerheid van de verrichtingen die onder accreditatie zijn gebracht kan op verzoek worden verkregen bij GGD Amsterdam, afdeling Leefomgeving, team Luchtkwaliteit. 25-1123 Pagina 39 van 45

Tabel B1. Meetnauwkeurigheid en toegepaste apparatuur van meetmethoden vallend onder accreditatie op de meetstations in het automatisch luchtmeetnet Amsterdam. Component

apparatuur

Meetprincipe

Meetfrequentie

GGD Document

uurlijks

nauwkeurigheid bij de jaarlimiet (95%BI) ± 12,5%

PM2.5

Met One BAM 1020

Beta verzwakking Controle met gravimetrie NEN EN 16450

PM10

Met One BAM 1020

Beta verzwakking Controle met gravimetrie NEN EN 16450

uurlijks

± 13,6%

25-1101

PM2.5

Palas Fidas 200

Optische lichtverstrooiing Controle met gravimetrie NEN EN 16450

10 seconden

± 6,7%

25-1101

PM10

Palas Fidas 200

Optische lichtverstrooiing Controle met gravimetrie NEN EN 16450

10 seconden

± 8,2%

25-1101

Benzeen, Tolueen en Xyleen

Syntec 955 Envea

Gas Chromatografie NEN EN 14662-3

20 minuten

± 13 % ± 6%

17-1135 18-1179

BC

MAAP

Transmissie MMK-W-018 (eigen methode)

10 seconden**

± 12 %

15-1156

NO/NO2

API 200e AC32e

Chemiluminescentie NEN-EN 14211

10 seconden** 10 seconden**

± 11,1% ± 9,3%

18-1159

O3

Thermo 49i

U.V. absorptie NEN_EN 14625

10 seconden**

± 10.0%

20-1121

CO

API T300

NDIR. NEN-EN 14626

10 seconden**

± 12,2%

14-1134

SO2

Thermo 43

U.V-fluorescentie NEN-EN 14212

10 seconden**

± 16,4 % *

21-1145

25-1101

* Voor SO2 wordt net niet voldaan aan de Europese eis van 15%, echter, dit is met het oog op de doorgaans zeer lage jaargemiddelde concentraties zwaveldioxide verder niet relevant. ** de meetfrequentie van 10 s is feitelijk de frequentie waarmee het signaal van de monitor wordt opgeslagen in het data-acquisitie systeem en is daarmee geen maat voor de werkelijke responsietijd van het monitorsysteem.

25-1123

Pagina 40 van 45

In rapport 25-1122, “Prestatiekenmerken Palmes diffusiebuizen meetjaar 2024” is vastgesteld dat de jaargemiddelde stikstofdioxideconcentratie gemeten in 2024 met een enkelvoudige Palmes diffusiebuis ter hoogte van de wettelijke limietwaarde een meetfout heeft van ±11,4 % (als 95BI). Temperatuur in de meetcabine De meeste meetstations zijn voorzien van klimaatregeling ten behoeve van een juiste omgevingsomstandigheid. Deze zijn zo ingesteld dat er een stabiele temperatuur heerst van 22ºC ±4ºC (tussen 18-26 °C). Deze temperatuur wordt ook gemeten en continu geregistreerd. Binnentemperaturen dienen tussen de 18 en 26º C te liggen. In onderstaande tabel 10 is aangegeven hoeveel uur in 2024er niet aan deze doelstelling is voldaan. Tabel B2. Overzicht van het aantal uur per meetstation met een binnentemperatuur onder 18 ºC en boven de 26 ºC . Meetstation 002 Haarlemmerweg 003 Nieuwendammerdijk 007 A10-West 012 van Diemenstraat 014 Vondelpark 016 Westerpark 017 Stadhouderskade 019 Oudeschans 020 Jan van Galenstraat 021 Kantershof 022 Ookmeerweg

Aantal uur <18ºC 0 39 54 9 0 382 41 287 845 8 0

Aantal uur >26ºC 3 0 0 0 0 691 0 1476 0 14 0

Op meetstation Oudeschans kwamen veel overschrijdingen voor van de gewenste binnentemperaturen. Dit meetstation is niet geconditioneerd. Op meetstation Westerpark en Jan van Galenstraat waren er in 2024 problemen met de klimaatregeling. In de Jan van Galenstraat speelde dit alleen tijdens de wintermaanden. Tijdens de uren dat er binnentemperaturen onder de 18 of boven de 26 ºC zijn gemeten heeft een valideur extra kritisch de kwaliteit van de meetwaarden beoordeeld.. Op basis van deze beoordeling is er geen aanleiding geweest om meetwaarden af te keuren. Bepaling van gemiddelden De meetgegevens zijn op uurbasis geanalyseerd. Daggemiddelden worden berekend uit de uurgemiddelden. Om tot een daggemiddelde te komen zijn minimaal 13 uurgemiddelden vereist. Voor PM2.5 is dit minimaal 18 uur. Maandgemiddelden worden berekend uit de daggemiddelden. Er zijn minimaal 16 daggemiddelden nodig om tot een maandgemiddelde te komen. Het toetsbare jaargemiddelde is berekend uit de uurgemiddelden. Bepaling percentielen en maxima Of percentielen en maxima berekend mogen worden hangt af van de GPU. GPU = Grootste Periodieke Uitval: het grootste aantal dagen in een schuivende periode van 30 dagen waarop geen daggemiddelden beschikbaar zijn. Er worden geen percentielen of maxima berekend als de GPU groter dan 10 dagen is.

Voor SO2 geldt een andere norm, namelijk de LAU; Langste Aaneengesloten Uitval. Dit is het grootste aantal op elkaar volgende dagen, binnen de meetperiode, waarop geen daggemiddelden beschikbaar zijn. Voor SO2 geldt een LAU van maximaal 5 in de winterperiode en 10 in de zomerperiode. 25-1123 Pagina 41 van 45

Het p98 wil zeggen de 98 percentielwaarde van de op grootte gesorteerde (van laag naar hoog) gegevensreeks. De 98 percentielwaarde is de waarde van het getal op de gesorteerde getallen reeks welke hoort bij het 98/100 getal van die reeks, met andere woorden; 98% van de waargenomen waarden ligt onder de waarde van het 98-percentiel.

25-1123

Pagina 42 van 45

Bijlage 3. Databeschikbaarheid 2024 Meetstation

Component

Eis*

[tijdseenheid] 002

003

007

012

014

016

25-1123

Databeschikbaarheid [%]

NO2[u]

90

99,8

NO[u]

90

99,8

NO2[u]

90

98,7

NO[u]

90

98,7

BC [u]

-

99,9

O3 [u]

90

99,8

NO2[u]

90

99,9

NO[u]

90

99,9

PM10 [dag]

90

99,2

PM2.5 [dag]

90

97,0

BC [u]

-

99,6

CO[u]

90

99,6

NO2[u]

90

98,0

NO[u]

90

98,0

PM10 [dag]

90

100,0

PM2.5 [dag]

90

100,0

BC [u]

-

99,2

CO[u]

90

97,3

O3[u]

90

85,5

NO2[u]

90

99,5

NO[u]

90

99,5

PM10 [dag]

90

97,8

PM2.5 [dag]

90

98,6

BC [u]

-

97,8

CO[u]

90

97,8

O3[u]

90

98,5

PM10 [dag]

90

98,6

PM2.5 [dag]

90

95,9

SO2 [u]

90

98,6

Pagina 43 van 45

Meetstation

Component

Eis*

[tijdseenheid] 017

019

020

021

022

Databeschikbaarheid [%]

NO2[u]

90

99,5

NO[u]

90

99,5

PM10 [dag]

90

96,2

PM2.5 [dag]

90

98,9

BC [u]

-

99,0

BTX [u]

90

90,4

NO [u]

90

99,9

NO2[u]

90

99,9

NO2[u]

90

97,5

NO[u]

90

97,5

PM10 [dag]

90

98,1

BC [u]

-

99,8

NO2[u]

90

99,4

NO[u]

90

99,4

NO2[u]

90

99,6

NO[u]

90

99,6

UFP [u]

-

78,3

* De eisen voor de databeschikbaarheid zijn vastgelegd in de Regeling Beoordeling Luchtkwaliteit.

25-1123

Pagina 44 van 45

Bijlage 4. Meteorologie Tabel: Meteorologie tijdens de meetperiode en in vergelijking met het langjarig gemiddelde (2014-2023). Alle meetgegevens zijn afkomstig van KNMI-station Schiphol. Meetperiode

Meetperiode

Langjarig gemiddelde

2024

2023

2014-2023

Gemiddelde temperatuur in ºC

12,0

12,0

11,4

Totale hoeveelheid neerslag (mm)

1046,2

1094,0

857,3

Gemiddelde windsnelheid (m/s)

4,9

7,6

4,9

% noordenwind (320-40°)

13,6

19,1

16,3

% oostenwind (50-130°)

19,6

20,3

19,7

% zuidenwind (140-220°)

35,1

28,4

32,9

% westenwind (230-310°)

30,3

31,8

29,4

% windstil/variabel

1,4

0,3

1,7

Verdeling van de windrichting in uren (links) en verdeling van de gemiddelde windsnelheid per windrichting in m/s (rechts) zoals gemeten in 2024 op KNMI-station Schiphol. Blauw=2023, Groen=2024.

25-1123

Pagina 45 van 45

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16521420/1