Bijlage 2. Faunabeheerplan Damherten 2020-2026.pdf
Tekst van het document
Advies-OBN-03DK, Directie Kennis en Innovatie, Ministerie van Economische Zaken, Den Haag. Harris, S., Morris, P., Wray, S. & Yalden, D. (1995). A review of British mammals: population estimates and conservation status of British. Mammals other than cetaceans. Hofmann, R.R. (1989). Evolutionary steps of ecophysiological adaptation and diversification of ruminants: a comparative view of their digestive system. Oecologia, 78(4), 443-457. Holt, C.A., Fuller, R.J. & Dolman, P.M. (2010). Experimental evidence that deer browsing reduces habitat suitability for breeding Common Nightingales Luscinia megarhynchos. Ibis, 152(2), 335-346. Kjellander, P., Hewison, A.J.M., Liberg, O., Angibault, J.M., Bideau, E. & Cargnelutti, B. (2004). Experimental evidence for density-dependence of home-range size in roe deer (Capreolus capreolus L.): a comparison of two long-term studies. Oecologia, 139 (3), 478-485. Kooijman, A., Bakker, C. & Nijssen, M. (2018). Natuurkwaliteit en PAS-herstelopgave in relatie tot reeds genomen maatregelen en de damhertenpopulatie in de Amsterdamse Waterleidingduinen (Kennemerland-Zuid). Advies OBN Deskundigenteam Duin-en Kustlandschap. Vereniging van Bos- en Natuurterreineigenaren, Driebergen.
Kuiper, M.W. & Wieren, S. van. (2010). Contraceptie als methode in het beheer van hoefdierpopulaties. Resource Ecology Group, Wageningen Universiteit, Wageningen. Lammertsma, D.R. & Jansman, H.A.H. (2016). Quickscan Contraceptie Hoefdieren. Alterra-notitie, Wageningen. Langbein, J. & Putman, R. (1992). Reproductive success of female fallow deer in relation to age and condition. In The biology of deer (pp. 293-299). Springer, New York, NY. Linthorst, J. (2019). Is anticonceptie bij wilde edelherten een nieuwe beheervorm? Het Edelhert (54): 6-9. Litjens, B.E.J. & Pelzers, E. (1988). Het damhert Cervus dama in Nederland. Lutra, 31: 132-144. Mourik, J. (2015). Bloemplanten en dagvlinders in de verdrukking door toename van Damherten in de Amsterdamse Waterleidingduinen. De Levende Natuur, 116 (4): 185-190. Mourik, J. (2017). Damherten en de flora van de Amsterdamse Waterleidingduinen. Tussen Duin & Dijk, 2017 (3): 4-7. Newson, S. E., Johnston, A., Renwick, A. R., Baillie, S. R. & Fuller, R. J. (2012). Modelling large-scale relationships between changes in woodland deer and bird populations. Journal of Applied Ecology, 49 (1), 278-286. Noordijk, J. & A. van Loon 2015. Mieren in de Amsterdamse Waterleidingduinen voor en na de enorme groei van de damhertpopulatie. EIS Kenniscentrum insecten, Leiden. Noordzij, N. & Spek, V. van der. (2016).
Hebben damherten invloed op de nachtegalenstand? Vergelijkend onderzoek in de Waterleidingduinen. De Fitis, 52(4): 8-13. Odé, B. & Beringen, R. (2015). Invloed van Damherten op de flora van de Amsterdamse Waterleidingduinen (FLORON Rapport FL2015.033). FLORON, Nijmegen. Ooms, J.W. (2010). Wildongevallen: Preventieve maatregelen en hun toepassingsgebied. Studentenrapport. NOVI Verkeersacademie, Utrecht. Oosterbaan, B.W.J., Langbroek, M. & Sikkes, R.I. (2019a). Florakartering Amsterdamse Waterleidingduinen, Boogkanaal en De Blink 2016-2018. Kartering van SNL-soorten, Rode Lijstsoorten en typische habitatsoorten. Van der Goes en Groot 2018-10, Kwintsheul/ Alkmaar. Oosterbaan, B.W.J., Mourik, J. & Sikkes, R.I. 2019b. Vegetatiekartering Amsterdamse Waterleidingduinen, Boogkanaal en De Blink 2016-2018 (G&G-rapport 2018-78). Kwintsheul, Alkmaar.
F A U N A B E H E E R P L A N D A M H E R T E N D U I N G E B I E D E N N O O R D - E N Z U I D - H O L L A N D 2 0 2 0 - 2026
78
Oosterbaan, B.W.J. & Mourik, J. (2020). Invloed van Damherten op de vegetatie in de AWD. Een analyse van de flora- en vegetatiegegevens tussen 1997 en 2017 (G&G-rapport 2020-06). Kwintsheul, Alkmaar. Provincie Noord-Holland. (2017). Natura 2000-beheerplan Kennemerland-Zuid 2018-2024. Putman, R.J., Langbein, J. & Staines, B.W. (2003). Deer and Road Traffic Accidents; A Review of Mitigation Measures: Costs and Cost-Effectiveness. Report to the Deer Commission for Scotland. Reussien, B. (2013). Effect van damhertbegrazing op nectar en waardplanten in de Amsterdamse Waterleidingduinen. Waternet, Vogelenzang. Santilli, F., Mori, L. & Galardi, L. (2004). Evaluation of three repellents for the prevention of damage to olive seedlings by deer. European Journal of Wildlife Research, 50(2), 85-89.
Wallis de Vries, M.F. (2015). Meer damherten in de Amsterdamse Waterleidingduinen: minder vlinders (Rapport VS2015.012). De Vlinderstichting, Wageningen. Wallis de Vries, M.F. (2017). Effecten van damherten op bloemen en vlinders in de Amsterdamse Waterleidingduinen (Rapport Vlinderstichting VS2017.008). De Vlinderstichting, Wageningen. Wallis de Vries, M.F. (2020). Update van trends voor dagvlinders in de Amsterdamse Waterleidingduinen: 2016-2019 (Rapport VS2019.045). De Vlinderstichting, Wageningen. Winkelman, J. (2012). Damherten in de duinen: een controverse? Natuurlijke ontwikkeling versus veiligheid, schade en overlast. Zoogdier, 23 (2), 4-7.
Seiler, A. (2004). Trends and spatial patterns in ungulate-vehicle collisions in Sweden. Wildlife Biology, 10(1), 301-313. Siefke, A. & Stubbe, C. (2008). Das Damwild. Neumann-Neudamm, Melsungen. Smit, R., Bokdam, J. & Wallis de Vries, M.F. (1998). Grote herbivoren en vegetatie in het NP De Hoge Veluwe. Effecten van rasterverwijdering. Departement Omgevings wetenschappen, Landbouw Universiteit Wageningen. Smit, J. (2015). Effect van damherten op bestuivers in de Amsterdamse Waterleidingduinen. EIS, Leiden. Spek, V. van der & Voet, A. van der. (2018). Geen herten? Fitte orchideeën! Natuuronderzoek. Natuurberichten uit de Amsterdamse Waterleidingduinen, 28(2): 3-4. Stout, T.A.E., Heesterbeek, J.A.P., Meijboom, F.L.B., Arndt, S.S., Gröne, A., Freriks, A.A. & Mouissie, A.M. (2020). Literatuuronderzoek anticonceptie. Universiteit Utrecht, Utrecht. Ueckermann, E., & Hansen, P. (2002). Das Damwild: Biologie, Hege und Jagd. Franckh-Kosmos-Verlag. Vincent, J. P., Bideau, E., Cibien, C., & Quéré, J. P. (1988). Verkehrsopfer beim Rehwild (Capreolus capreolus). Zeitschrift für Jagdwissenschaft, 34 (1), 63-68. Vries, M. de. (2015). Road kills of roe deer (Capreolus capreolus) in the Netherlands: assessment of impacts and mitigation measures. MSc Thesis. Copernicus Institute of Sustainable Development, Utrecht University, Utrecht.
F A U N A B E H E E R P L A N D A M H E R T E N D U I N G E B I E D E N N O O R D - E N Z U I D - H O L L A N D 2 0 2 0 - 2026
79
BIJLAGEN
F A U N A B E H E E R P L A N D A M H E R T E N D U I N G E B I E D E N N O O R D - E N Z U I D - H O L L A N D 2 0 2 0 - 2026
80
BIJLAGE 1: WETTELIJK EN BELEIDSKADER Bij de Wet natuurbescherming hoort: • •
Eén Algemene Maatregel van Bestuur: het Besluit natuurbescherming (Bnb) en Eén ministeriële regeling: de Regeling natuur bescherming
In de Wet natuurbescherming staan drie verschillende beschermingsregimes: • •
•
Een beschermingsregime voor vogels van de Vogelrichtlijn (§ 3.1), Een beschermingsregime voor soorten genoemd in bepaalde bijlagen van de Habitatrichtlijn, het verdrag van Bern en het verdrag van Bonn (§ 3.2), Een beschermingsregime voor andere soorten (§ 3.3), genoemd in artikel 3.10 Wnb bijlage A, waaronder het damhert. De bescherming van deze soorten vloeit niet voort uit Europese verplichtingen en is minder strikt dan de andere twee regimes.
Uitzetverbod In 3.34 lid 1 Wnb is bepaald dat (onder andere) damherten niet mogen worden uitgezet. Provinciale Staten (vrijstelling) en Gedeputeerde Staten (ontheffing)
kunnen afwijkingen van dit verbod toestaan (artikel 3.34 lid 3 Wnb). Hier zijn verder geen voorwaarden aan gesteld. Verbod onder zich hebben en verhandelen en vrijstelling van dit verbod In de wet is geen algemeen handels- en vervoersverbod opgenomen voor het damhert. In artikel 3.25 van het Bnb is wel (op basis van art. 3.38 Wnb) een verbod opgenomen om (onder andere) damherten onder zich te hebben of te verhandelen. In artikel 3.22 van de Regeling natuurbescherming (Rnb) is een vrijstelling opgenomen van dit verbod voor het onder zich hebben of verhandelen van een dood dier en het onder zich hebben van een levend dier: •
•
Indien het dier aantoonbaar is verkregen in Nederland op basis van vrijstelling, ontheffing op opdracht overeenkomstig de Wnb of buiten Nederland overeenkomstig de aldaar geldende wetgeving; Indien het een dood dier betreft, aantoonbaar in het wild is gestorven buiten schuld of medeweten van degene die zich het dier heeft toegeëigend.
F A U N A B E H E E R P L A N D A M H E R T E N D U I N G E B I E D E N N O O R D - E N Z U I D - H O L L A N D 2 0 2 0 - 2026
Vrijstelling voor vangen van een ziek of gewond dier voor vervoer met een dierenambulance In artikel 3.22a Rnb is aan een ieder vrijstelling verleend van het verbod op opzettelijk vangen of doden voor het opzettelijk vangen van een ziek of gewond dier, met het oog op het vervoeren van het dier met een dierenambulance: • Indien het dier binnen twaalf uur wordt overgedragen aan personen of instanties die krachtens de Wnb en de Wet dieren gerechtigd zijn uit het wild afkomstige dieren onder zich te hebben en te verzorgen, en • Indien het een zieke of gewonde ree, edelhert, damhert of wild zwijn betreft, vóór het vervoer melding is gemaakt bij de meldkamer van de politie van het aantal, de vindplaats en de soort zieke of gewonde dieren en het vervoer geschiedt door een door de politie aangewezen vervoerder. Verbod op bijvoeren Het is verboden onder andere damherten bij te voeren (art. 3.32 lid 1 Wnb). Gedeputeerde Staten kunnen ontheffing verlenen van dit verbod indien sprake is van: • •
B ijzondere weersomstandigheden of E en tijdelijk natuurlijk voedseltekort en het welzijn van de dieren in het geding is (art. 3.32 lid 2 Wnb).
81
Verbod op vangen of doden door middel van drijven Het is verboden om bij de uitvoering van een vrijstelling, ontheffing of opdracht onder andere damherten te vangen of te doden door middel van drijven (art. 3.33 lid 1 Wnb). Van dit verbod kan voor damherten geen ontheffing of vrijstelling worden verleend. Wettelijke regels rond het geweer In artikel 3.26 Wnb zijn regels gesteld aan het gebruik van het geweer. Er is onder andere geregeld dat het geweer niet mag worden gebruikt op gronden, niet zijnde een jachtveld dat voldoet aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde regels (lid 1 onder b; de jachtveldregels staan in 3.12 Bnb). Op basis van lid 2 zijn in het Bnb nadere regels gesteld inzake het gebruik van het geweer. Van deze regels en van de jachtveldvereisten kan worden afgeweken bij vrijstelling of ontheffing (artikel 3.26 lid 3 Wnb).
•
• •
•
et is verboden om het geweer te gebruiken binnen de H bebouwde kom of in de onmiddellijk aan de bebouwde kom grenzende terreinen (3.16 lid 1 onder b). Het is verboden om het geweer te gebruiken binnen de afpalingskring van een eendenkooi (3.16 lid 1 onder c). Het is verboden om het geweer te gebruiken vanaf of vanuit een rijdend motorrijtuig dan wel een ander voertuig, of vanuit een luchtvaartuig (3.16 lid 1 onder d en e). Een geweer is niet voorzien van een geluiddemper, een kunstmatige lichtbron, een voorziening om de prooi te verlichten, een vizier met beeldomzetter, een elektronische beeldversterker of enig ander instrument om in de nacht te schieten (3.13 lid 4).
De nadere regels in het Bnb betreffende het gebruik van het geweer omvatten onder andere: •
•
Voor damherten kunnen uitsluitend de volgende geweren en munitie worden gebruikt: geweren met ten minste één getrokken loop en kogelpatronen van een kaliber van ten minste 6,5 mm voor getrokken loop waarvan de trefenergie ten minste 2200 Joule op 100 m afstand van de loopmond bedraagt (art. 3.15 lid 1 onder b). Het is verboden om het geweer te gebruiken voor zonsopgang en na zonsondergang (3.16 lid 1 onder a).
F A U N A B E H E E R P L A N D A M H E R T E N D U I N G E B I E D E N N O O R D - E N Z U I D - H O L L A N D 2 0 2 0 - 2026
82
Eisen uit de Omgevingsverordeningen V E R O R D E N I N G FA U N A B E H E E R N O O R D - H O L L A N D
OMGEVINGSVERORDENING ZUID-HOLLAND
Oppervlakte
Artikel 3.2 Tenminste 5000 ha
Geldigheidsduur
Artikel 3.3 Ten hoogste zes jaren
Artikel 6.7 Ten hoogste zes jaren
Artikel 3.4.1 lid 1 de omvang en een kaart van het werkingsgebied van het faunabeheerplan;
Artikel 6.3 lid 1-3, 6-9 1. Een kaart waarop de begrenzing van het werkingsgebied van het faunabeheerplan is aangegeven. 2. Een faunabeheerplan bevat de voorwaarden waaronder het mogelijk is gebruik te maken van de aan de faunabeheereenheid verleende ontheffing. 3. Een faunabeheerplan beschrijft de voorwaarden voor het verlenen of intrekken van de toestemming als bedoeld in artikel 3.17, derde lid, van de wet. 6. Een faunabeheerplan beschrijft op welke wijze rekening wordt gehouden met de Natura 2000-gebieden. 7. Bij het opstellen van een faunabeheerplan wordt een vertegenwoordiger vanuit de wetenschappen betrokken. 8. Een faunabeheerplan bevat op basis van gevalideerde gegevens en de daaruit voortvloeiende inzichten, een onderbouwing waaruit blijkt dat de gunstige staat van instandhouding niet significant negatief wordt beïnvloed door de uitvoering van het faunabeheerplan. 9. Een faunabeheerplan beschrijft op welke wijze invulling is gegeven aan de escalatieladder […]
Begrenzing Algemene eisen aan een FBP
Artikel 3.4 lid 2, onder a-g a. er is sprake van een heldere en logische opbouw van het plan; b. r esultaten, gevolgtrekkingen en conclusies zijn logisch, herleidbaar en op wetenschappelijk verantwoorde en kritische wijze tot stand gekomen; c. er is sprake van een ter zaken doende lijn van argumentatie, heldere en logische relaties worden gelegd en conclusies en resultaten worden in een breder kader geplaatst; d. in het plan gebruikte gegevens zijn gevalideerd en op kloppende en congruente wijze overgenomen uit de gebruikte bronnen; e. gebruikte telgegevens van voorgaande jaren zijn gebaseerd op een gevalideerde telmethode en zijn gecontroleerd door de verschillende partijen in het bestuur van een faunabeheereenheid, in samenspraak met de rechtstreeks aan het bestuur adviserende partijen als bedoeld in artikel 2.2, tweede lid; f. relevante wetenschappelijke literatuur is gebruikt om conclusies te ondersteunen; g. bronvermeldingen en referenties zijn conform wetenschappelijke richtlijnen op heldere en gestructureerde wijze vermeld en een literatuurlijst is aanwezig. Extra eisen aan Artikel 3.4.2 onder a-m een FBP a. een beschrijving van de wijze waarop de planmatigheid en de coördinatie van de uitvoering van het duurzaam beheer van in geval van populaties is gewaarborgd; populatiebeheer b. k wantitatieve gegevens over de populatie […] c.
een onderbouwing van de noodzaak van een duurzaam beheer […], waaronder een onderbouwing van de schade aan de belangen als bedoeld in artikel 3.1 van deze verordening; d. een beschrijving van de mate waarin de in onderdeel c bedoelde belangen in de 6 jaren voorafgaand aan het ter goedkeuring indienen van het faunabeheerplan zijn geschaad; e. de gewenste stand […]; f. […] een beschrijving van de handelingen die in de 6 jaren voorafgaand aan het ter goedkeuring indienen van het faunabeheerplan zijn verricht om het schaden van de in het tweede lid bedoelde belangen te voorkomen, alsmede, voor zover daarover redelijkerwijs kwantitatieve gegevens beschikbaar zijn, een beschrijving van de effectiviteit van die handelingen; g. […] een beschrijving van de aard, omvang en noodzaak van de handelingen die zullen worden verricht om de gewenste stand, bedoeld in onderdeel e, te bereiken; h. voor zover daarover kwantitatieve gegevens beschikbaar zijn, een onderbouwde inschatting van de verwachte effectiviteit van de in onderdeel g bedoelde handelingen; i. een beschrijving van de wijze waarop de effectiviteit van de voorgenomen handelingen zal worden bepaald; j. een beschrijving van de plaatsen in het werkgebied van de faunabeheereenheid waar en de perioden in het jaar waarin de in onderdeel g bedoelde handelingen zullen plaatsvinden; k.
[…] een beschrijving van het voedselaanbod, de relatie tussen dit voedselaanbod en de grootte van de populatie […] alsmede de mogelijkheden van uitwisseling met aangrenzende terreinen; l. bepalingen over de voorwaarden waaronder het mogelijk is om gebruik te maken van een aan de faunabeheereenheid verleende ontheffing op gronden van jachthouders die niet bij de faunabeheereenheid zijn aangesloten, mits die gronden binnen het werkgebied van de faunabeheereenheid vallen en voor zover die gronden plaatsen als bedoeld in onderdeel k omvatten waar planmatig beheer noodzakelijk is; m. per beheermaatregel een aanduiding welk wettelijk belang, als bedoeld in artikel 3.3, vierde lid en 3.8, vijfde lid van de wet, deze activiteit dient, waarbij wordt aangegeven of sprake is van het behartigen van een publiek dan wel privaat doel en welke organisaties hierbij belanghebbend zijn.
Artikel 6.4 onder a-g a. een beschrijving van het planmatige, gecoördineerde en duurzame beheer dat zal worden uitgevoerd; b. kwantitatieve gegevens over de aanwezigheid van de populatie in het betrokken gebied gedurende het jaar; c. een onderbouwing van de noodzaak van een duurzaam beheer, waaronder een onderbouwing van de schade aan de belangen als bedoeld in artikel 3.17, eerste lid, van de wet in de periode voorafgaand aan het ter goedkeuring indienen van het faunabeheerplan; d. de gewenste stand, inclusief de onderbouwing waarom deze stand gewenst is; e. per gebied een beschrijving van de handelingen die in de periode voorafgaand aan het ter goedkeuring indienen van het faunabeheerplan zijn verricht om schade aan de in onder c bedoelde belangen te voorkomen, en voorzover die kwantitatieve gegevens redelijkerwijs kunnen worden verkregen, een beschrijving van de effectiviteit van die handelingen; f. e en beschrijving van de locatie, periode, aard, omvang en noodzaak van de handelingen die zullen worden verricht om de gewenste stand, bedoeld in onder d, te bereiken; g. […] een beschrijving van het natuurlijke voedselaanbod, de relatie tussen dit voedselaanbod en de grootte van de populatie, en de mogelijkheden van uitwisseling met aangrenzende terreinen.
83
BIJLAGE 2: CIJFERS PER PROVINCIE N OOR D- HOL L A ND
ZU ID- H O LLA N D
P R OV I N C I E O N B E KE N D
TOTA A L
P O P U L AT I E B E H E E R B I N N E N L E E FG E B I E D
SEIZOEN 15/16
175
17
192
16/17
1628
150
146
1924
17/18
1692
45
49
1786
18/19
1977
105
71
2153
19/20
2019
252
2271
BUFFERZONE (JAARROND)
JAAR 2016
76
1
77
2017
108
68
176
2018
135
44
179
2019
137
32
169
2020
63
25
88
N U L S TA N D G E B I E D ( J A A R R O N D )
JAAR 2016
56
195
251
2017
99
115
214
2018
83
133
216
2019
87
103
190
2020
27
27
54
JAAR
A F S C H OT LO C AT I E G E G E V E N S O N B E K E N D
2016
12
146
158
2017
1
49
50
71
71
2018
TABEL 2: Afschot- en valwildaantallen per provincie en gebied (leefgebied, bufferzone en nulstandgebied). Populatiebeheer in het leefgebied is berekend per beheerseizoen. In de andere gebieden mag jaarrond beheerd worden en deze gegevens zijn dus ook per jaar weergegeven.
F A U N A B E H E E R P L A N D A M H E R T E N D U I N G E B I E D E N N O O R D - E N Z U I D - H O L L A N D 2 0 2 0 - 2026
84
BIJLAGE 3: REGELS OMTRENT VERLENING VAN TOESTEMMING Regels voor het verlenen van toestemming voor beheer damhert binnen het plangebied van het Faunabeheerplan Damhert in de duingebieden van Noord- en Zuid-Holland 2020-2026
ALGEMENE REGELS 1 Toestemming voor beheer van FBE aan WBE a. De WBE ontvangt van de FBE waaronder de WBE valt, toestemming voor het damhertenbeheer. Voorwaarde voor de toestemming is in ieder geval dat de uitvoerders van de WBE’s en de WBE’s aan hun rapportageverplichtingen (afschot-, valwild- en telgegevens) t.a.v. het damhertenbeheer hebben voldaan. 2 Toestemming voor beheer van WBE aan uitvoerders a. De WBE geeft toestemming voor uitvoering aan bij de WBE aangesloten jachtaktehouders met een jachtakte waaronder ook jachtaktehouders die voor de in het WBE-werkgebied werkzame terreinbeherende organisaties het beheer uitvoeren. b. De WBE kan regels stellen bij de toestemming. Deze regels moeten zijn afgestemd met de FBE waaronder de WBE valt. 3 Eisen aan uitvoerders a. De uitvoerders zijn lid van de WBE en hebben een account in het registratiesysteem.74 b. De uitvoerders hebben aantoonbare ervaring met het beheer van grofwild en/of hebben met goed gevolg een cursus reewild- en/of grofwildbeheer afgerond.
74.
c. De uitvoerders houden zich aan de voorschriften van de ontheffing en aan de regels van de WBE en registreren hun afschot binnen 48 uur via het registratiesysteem waarbij de locatie van het afschot zo exact mogelijk wordt weergegeven. d. De WBE of de FBE kunnen de toestemming aan een uitvoerder intrekken als blijkt dat de uitvoerder niet (meer) voldoet aan de eisen die zijn gesteld in deze paragraaf. 4 Toestemming en rapportage via het registratiesysteem a. De FBE geeft toestemming aan de WBE via het registratiesysteem. b. De WBE geeft, ook via het registratiesysteem, toestemming aan de uitvoerders. c. De uitvoerders ontvangen via het registratiesysteem een toestemmingsformulier. De uitvoerder moet dit formulier – digitaal of op papier - kunnen tonen in het veld. d. De WBE’s vallend onder het werkgebied van de FBE Zuid-Holland controleren de rapportages en sluiten de rapportages ieder kwartaal af. e. De WBE’s vallend onder het werkgebied van de FBE Noord-Holland controleren de afschotgegevens voor de aangegeven sluitingsdatum van registreren.
WBE’s die vallen onder het werkgebied van de FBE Zuid-Holland registreren in Dora en WBE’s die vallen onder het werkgebied van de FBE Noord-Holland registreren in FRS.
F A U N A B E H E E R P L A N D A M H E R T E N D U I N G E B I E D E N N O O R D - E N Z U I D - H O L L A N D 2 0 2 0 - 2026
85
BIJLAGE 4: SAMENSTELLING BEGELEIDINGSCOMMISSIE Dit faunabeheerplan is tot stand gekomen met betrokkenheid van een begeleidingscommissie, bestaande uit vertegenwoordigers van een aantal organisaties. De begeleidingscommissie bestond uit de volgende organisaties en personen:
• • • • • • • • • • • • • •
K. van den Berg, Staatsbosbeheer Noord-Holland B. Bieze, FBE Zuid-Holland L. van Breukelen, FBE Noord-Holland R. Dijkstra, Natuurmonumenten T. Fransen, Staatsbosbeheer Zuid-Holland & Zuid-Hollands Landschap J. de Hoog, WBE Duin- en Bollenstreek en Valwildteam Zuid-Hollandse deel P. Lammers, Politie, Valwildteam Noord-Holland H. Lucas, Dunea K. Maasbach, BIJ12-Faunazaken P. de Nobel, PWN J. van Mourik, WBE-werkgebied NPZK-Waternet M. Veer, Waternet L. Sibbing, WBE Zuid-Kennemerland H. Wurpel, Stichting Faunabeheer Zuid-Kennemerland
F A U N A B E H E E R P L A N D A M H E R T E N D U I N G E B I E D E N N O O R D - E N Z U I D - H O L L A N D 2 0 2 0 - 2026
86
BIJLAGE 5: SAMENSTELLING FAUNABEHEEREENHEDEN Een Faunabeheereenheid is een samenwerkingsverband van in ieder geval de jachthouders uit haar werkgebied en maatschappelijke organisaties die het doel van een duurzaam en planmatig beheer van in het wild levende dieren onderschrijven. FBE NOORD-HOLLAND De Stichting Faunabeheereenheid Noord-Holland is opgericht in 2002 en is dé organisatie voor het planmatig beheer van beschermde inheemse diersoorten en het beperken van schade door in het wild levende dieren in de provincie. Zij speelt daarbij een ondersteunende en coördinerende rol. De Faunabeheereenheid is géén uitvoeringsorganisatie of verlengstuk van de provincie. Zij bepaalt zelf haar prioriteiten en geeft richting aan de invulling van het planmatige faunabeheer, binnen de juridische en beleidsmatige kaders van provincie en Rijk.75 Het bestuur van de FBE Noord-Holland bestaat naast de onafhankelijke voorzitter en secretaris uit zes personen uit de volgende geledingen: • Land- en Tuinbouw Organisatie Noord, afdeling Noord-Holland, • Jagersvereniging, de Nederlandse Organisatie voor Jacht en Grondbeheer en de Wildbeheereenheden, • Staatsbosbeheer, • Stichting Landschap Noord-Holland, Vereniging Natuurmonumenten,
75.
• •
Waternet (gemeente Amsterdam), Provinciaal Waterleidingbedrijf Noord-Holland, Stichting Goois Natuurreservaat, Hollands Particulier Grondbezit, Agrarische Collectieven Noord-Holland.
Het bestuur heeft verder een adviseur vanuit De Faunabescherming.
FBE ZUID-HOLLAND Het bestuur van de FBE Zuid-Holland bestaat naast de onafhankelijke voorzitter uit vijf personen uit de volgende geledingen: • Land- en Tuinbouw Organisatie Noord, afdeling Zuid-Holland, • Jagersvereniging en de Nederlandse Organisatie voor Jacht en Grondbezit, • Natuurmonumenten en Zuid-Hollands Landschap, • Federatie Particulier Grondbezit, • Dierenbescherming en de Vereniging Boerennatuur Zuid-Holland. Daarnaast is Staatsbosbeheer agendalid.
Zie Strategisch Meerjarenprogamma 2017-2021 van de FBE Noord-Holland.
F A U N A B E H E E R P L A N D A M H E R T E N D U I N G E B I E D E N N O O R D - E N Z U I D - H O L L A N D 2 0 2 0 - 2026
87
BIJLAGE 6: GEREALISEERDE ECODUCTEN EN AANGEBRACHTE HEKKEN
FIGUUR 24: Deelkaart van het plangebied met daarin aangegeven delen van de leefgebieden NPZK en AWD-BN, bufferzones, nulstandgebieden en de gerealiseerde ecoducten. Van boven naar beneden: Natuurbrug Zeepoort (2017) over de Zeeweg (N200), Natuurbrug Duinpoort (2018) over de spoorlijn Haarlem – Zandvoort en Natuurbrug Zandpoort (2013) over de Zandvoortselaan (N201).
F A U N A B E H E E R P L A N D A M H E R T E N D U I N G E B I E D E N N O O R D - E N Z U I D - H O L L A N D 2 0 2 0 - 2026
88
FIGUUR 25: Kaart van het plangebied met daarin aangegeven de leefgebieden, bufferzones, nulstandgebieden en aangebrachte damhertkerende rasters (hekken).
F A U N A B E H E E R P L A N D A M H E R T E N D U I N G E B I E D E N N O O R D - E N Z U I D - H O L L A N D 2 0 2 0 - 2026
89