CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. Faunabeheerplan Damherten 2020-2026.pdf

Raadscommissie Mobiliteit, Luchtkwaliteit, Water (MLW) 1 juli 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van het Faunabeheerplan Damherten in het Noord- en Zuid-Hollandse duingebied 2020-2026 (ZD2021-007618)34.999 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

FAUNABEHEERPLAN DAMHERTEN Duingebieden Noord-en Zuid-Holland 2020-2026

F A U N A B E H E E R P L A N D A M H E R T E N D U I N G E B I E D E N N O O R D - E N Z U I D - H O L L A N D 2 0 2 0 - 2026

1

CO LOFON FBE Noord-Holland, 2020. Faunabeheerplan damherten duingebieden Noord- en ZuidHolland 2020-2026. Stichting Faunabeheereenheid Noord-Holland en Stichting Faunabeheereenheid Zuid-Holland, Haarlem. Auteurs Stichting Faunabeheereenheid Noord-Holland met bijdragen van Stichting Faunabeheereenheid Zuid-Holland Postadressen FBE Noord- en Zuid-Holland Postbus 85881 Spaarne 17 2508 CN Den Haag 2011 CD Haarlem T 023 21 00 223 E info@fbenoordholland.nl I www.fbenoordholland.nl

T 085 210 36 28 E info@fbezh.nl I www.fbezh.nl

Fotografie Michel van Bergen: p.7,58 | Albert Beukhof: p.56 Jan Dirk Bol: p.21, 22 | Dave Hunt: p.15 Archief FBE Noord-Holland: p.9, 12, 30, 33, 34, 38, 39, 43, 47 (boven), 59, 63, 69 | Ilona de Lange: p.1, 8, 17, 23, 31, 35, 42, 53, 65, 68, 74 | Elmer van der Marel: p.28 | Menno Schaefer: p.14 | Vincent van der Spek: p.48 (boven) | Archief Waternet: p.47 (onder), 48 (onder) | Paul van der Zwan: p.18 | Rudmer Zwerver: p.41 | Overig: Shutterstock Vastgesteld 26 juni 2020 (FBE Noord-Holland) 03 juli 2020 (FBE Zuid-Holland) Redactie Carolien van Gool (Stichting Waternet) Communicatiebureau de Lynx Vormgeving Communicatiebureau de Lynx

FAUNABEHEERPLAN DAMHERTEN Duingebieden Noord-en Zuid-Holland 2020-2026

INHOUD OPBOUW EN LEESWIJZER 4 SAMENVATTING 5 1. AANLEIDING, DOEL EN KADERS 7 1.1 Aanleiding 8 1.2 Doel 9 1.3 Wettelijke- en beleidskaders 10 1.4 Procedure totstandkoming van dit plan 12

DEEL I. BEHEER 2020-2026

13

2. DAMHERT EN HET PLANGEBIED 14 2.1 Beschrijving damhert (Dama dama) 15 2.2 Beschrijving plangebied 18 2.3 Populatieontwikkeling damhert in het plangebied 20 3. BEHEER 2020-2026 23 3.1 Doelstellingen 2020-2026 24 3.2 Samenvatting huidige situatie 25 3.3  Voorgenomen maatregelen 2020-2026 27 3.4 Monitoring 2020-2026 29 3.5 Noodzakelijke ontheffing van de wet natuurbescherming 31

5. ONDERBOUWING SCHADELIJKE EFFECTEN DAMHERTENPOPULATIE 5.1 Effect op wettelijk belang ‘wilde flora en fauna en natuurlijke habitats’ 5.2 Effect op wettelijk belang ‘volksgezondheid en openbare veiligheid’ 5.3 Effect op wettelijk belang ‘ernstige schade aan gewassen’ 5.4 Effect op wettelijk belang ‘schade en overlast’

43 44 54 57 58

6. ONDERBOUWING STREEFSTANDEN DAMHERTENPOPULATIE 6.1 Studies naar populatieomvang en schade 6.2 Vertaling naar streefstanden per leefgebied 6.3 Effect streefstand op staat van instandhouding

59 60 61 62

7. BEHEERSCENARIO’S 63 7.1 Beheer tot het behalen van de streefstanden 64 7.2 Beheer na het behalen van de streefstand 68 8. Onderzochte alternatieven voor de maatregelen 69 8.1 Alternatieve maatregelen populatiereductie 70 8.2 Alternatieve maatregelen ten behoeve van belang verkeersveiligheid 72 8.3 Alternatieve maatregelen ten behoeve van belangen landbouwschade en overlast 75 LITERATUUR 76

D E E L I I . O N D E R B O U W I N G 32

BIJLAGEN 80

4. EVALUATIE UITGEVOERDE MAATREGELEN 2016 - 2020 33 4.1 Overzicht uitgevoerde maatregelen 2016-2020 34 4.2 Evaluatie reductie aantal damherten 36 4.3 Evaluatie overige maatregelen 38 4.4 Evaluatie effect van de maatregelen op de doelen 40 4.5 Conclusie ten aanzien van handhaven van de huidige doelen 41 4.6 Adviezen uit de evaluatie voor het faunabeheerplan 2020-2026 42

Bijlage 1: Wettelijk en beleidskader 81 Bijlage 2: Cijfers per provincie 84 Bijlage 3: Regels omtrent verlening van toestemming algemene regels 85 Bijlage 4: Samenstelling begeleidingscommissie 86 Bijlage 5: Samenstelling faunabeheereenheden FBE Noord-Holland FBE Zuid-Holland 87 Bijlage 6: Gerealiseerde ecoducten en aangebrachte hekken 88

OPBOUW VAN HET FAUNABEHEERPLAN EN LEESWIJZER Dit faunabeheerplan heeft verschillende lezersdoelgroepen. Daarom is de opbouw van het plan gelaagd: •

L  ezers met weinig tijd of lezers die alleen geïnteresseerd zijn in de hoofdlijnen,

kunnen volstaan met het lezen van de eerste samenvattende regels van elke paragraaf. Deze bevatten de essentie van de tekst die volgt in de rest van de paragraaf. Daarmee is het mogelijk in 10 minuten door het rapport heen te lezen en een algemeen beeld te krijgen. •

Lezers die vooral geïnteresseerd zijn in de beheermaatregelen die de terreinbeheerders in de periode 2020-2026 concreet gaan uitvoeren in het plangebied vinden deze informatie in DEEL I. BEHEER 20202026 (Hoofdstukken 2 en 3). Dit deel beschrijft het voorgenomen beheer van de populatie damherten en de daarvoor noodzakelijke ontheffing van de Wet natuurbescherming.

•

DEEL II. ONDERBOUWING bevat de onderbouwing van het beheer en is bedoeld voor lezers die geïnteresseerd zijn in de wetenschappelijke achtergronden. Deel II beschrijft de onderbouwing op basis van de evaluatie van het vorige plan (Hoofdstuk 4.), onderzoeken naar de optimale streefstand (Hoofdstuk 5.), schade en risico’s voor de wettelijke belangen (Hoofdstuk 6.), de gekozen beheerstrategie (Hoofdstuk 7.) en onderzoeken naar alternatieven voor de maatregelen (Hoofdstuk 8.). Deel II maakt daarmee inzichtelijk hoe Deel I tot stand is gekomen.

F A U N A B E H E E R P L A N D A M H E R T E N D U I N G E B I E D E N N O O R D - E N Z U I D - H O L L A N D 2 0 2 0 - 2026

4

SAMENVATTING Grote populatie damherten veroorzaakt schade In de regio tussen IJmuiden en Den Haag komen damherten voor – veel damherten. De kern van de verspreiding ligt in de duingebieden van het Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid: het Nationaal Park Zuid-Kennemerland (NPZK) en de Amsterdamse Waterleidingduinen (AWD). In de AWD is veruit het grootste aantal herten aanwezig. De populatie in de regio heeft zich ontwikkeld van enkele uitgezette en ontsnapte dieren in de vijftiger jaren, tot een piek van meer dan 5500 dieren in 2016. Damherten vervullen samen met andere grazers een rol in het duinecosysteem en voor veel bezoekers zijn ze een extra reden om een bezoek te brengen aan de gebieden. Het aantal damherten in Zuid-Kennemerland is echter dermate groot geworden dat het aantal niet meer in evenwicht is met de overige natuurwaarden, waardoor ze nu juist een negatief effect hebben op de soortenrijkdom en daardoor ook op de instandhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000. Doordat de herten ook regelmatig de duingebieden verlaten, zorgen ze ook voor (dreigende) schade in het verkeer, aan landbouwgewassen (hoofdzakelijk bollenvelden) en voor overlast en schade aan particuliere eigendommen.

Er zijn maatregelen nodig om schade te beperken Om schade aan de genoemde belangen te beperken hebben de beheerders in het plangebied de afgelopen jaren een samenhangend pakket aan maatregelen uitgevoerd, zoals het plaatsen van hekken ter bescherming van de

meest kwetsbare natuur, om de verkeersveiligheid te bevorderen en landbouwschade te beperken. Ook zijn snelheidsbeperkingen ingezet en waarschuwingsborden geplaatst. Dit was niet voldoende. Ook in de vorige planperiode was afschot van damherten al nodig om de schade te beperken. De doelstelling van dit populatiebeheer is – en blijft ook in deze planperiode – het terugbrengen van de populatie damherten naar circa 800-1000 dieren, waarvan 600 tot 800 in de Amsterdamse Waterleidingduinen en 200 in Nationaal Park Zuid-Kennemerland.

Een faunabeheerplan is noodzakelijk Om een kleinere populatie te kunnen realiseren is een faunabeheerplan nodig. Het damhert is een beschermde soort en het doden van damherten is dan ook verboden volgens de Wet natuurbescherming. Om populatiebeheer te kunnen uitvoeren kunnen de Faunabeheereenheden een ontheffing aanvragen van dit verbod. De provincies toetsen deze ontheffingsaanvragen aan de hand van het faunabeheerplan, wet- en regelgeving en hun beleid. Het plan maakt de onderliggende noodzaak duidelijk en beschrijft hoe het beheer wordt uitgevoerd.

Het Faunabeheerplan damherten 2016-2020 verloopt binnenkort Het Faunabeheerplan damherten 2016-2020 (FBP 2016-2020) verloopt binnenkort en uit de evaluatie van

F A U N A B E H E E R P L A N D A M H E R T E N D U I N G E B I E D E N N O O R D - E N Z U I D - H O L L A N D 2 0 2 0 - 2026

dit plan blijkt dat de destijds geformuleerde doelen nog steeds actueel zijn. Er is nog steeds schade of dreigende schade aan de wettelijke belangen natuur, verkeer en landbouw. Ook omwonenden ondervinden schade en overlast aan hun eigendommen. Gebaseerd op het voorgaande plan is daarom dit nieuwe beheerplan geschreven. Voortzetting van de al ingezette maatregelen is noodzakelijk en op enkele aspecten is aanpassing nodig. De maatregelen in dit Faunabeheerplan damherten 2020-2026 zijn gericht op een duurzame populatie damherten die een aanvaardbaar risico vormt voor natuur, verkeersveiligheid en landbouw en een maatschappelijk aanvaardbare overlast voor omwonenden.

De streefstand van de damhertenpopulatie is nog niet gerealiseerd In de afgelopen beheerperiode is de groei van de populatie gestopt en het aantal dieren is gedaald door het uitgevoerde beheer, maar de streefstand is nog niet bereikt. Dat komt vooral doordat het beheer vanwege juridische procedures pas later kon starten dan gepland. De populatie kon daardoor op haar hoogtepunt nog doorgroeien. Het was niet mogelijk om de hierdoor opgelopen achterstand op de planning in te halen in de voorgaande beheerperiode. Dit had te maken met een beperking in de vergunning die Noord-Holland had afgegeven in het

5

kader van de toenmalige Natuurbeschermingswet (Natura 2000-vergunning) en met de weersomstandigheden in twee beheerperioden.

Er is nog steeds sprake van schade De duinen zijn van groot belang voor de biodiversiteit in Nederland. Van de Nederlandse flora komt circa 65% van de soorten in de duinen voor en circa 10% is vrijwel uitsluitend of geheel aan de duinen gebonden. Vergeleken met andere natuurgebieden staat de natuur in de duinen er nog relatief goed voor, maar ook hier gaat de soortenrijkdom snel achteruit. Verzuring, vermesting, verdroging, invasieve soorten en klimaatverandering zijn de belangrijkste oorzaken. De overbegrazing door damherten is daarbij een extra factor. In de afgelopen beheerperiode is duidelijk geworden dat het met de flora en fauna met name in de AWD nog erg slecht gaat door het teveel aan begrazing en vertrapping door damherten. Er is weinig meer over van de oorspronkelijke soortenrijkdom. De vegetatiestructuur is veranderd, veel karakteristieke – maar ook algemene – plantensoorten gaan achteruit en komen niet meer goed tot bloei. Dit heeft een negatieve invloed op vlinders, andere insecten en vogels. Door de achteruitgang van flora en fauna worden ook de Natura 2000-doelstellingen bedreigd. Ondanks de genomen verkeersmaatregelen en het

populatiebeheer is het aantal aanrijdingen met damherten sinds 2014 iets toegenomen. In 2019 zijn er 62 aanrijdingen geregistreerd. De doelstelling ‘voorkomen schade aan landbouw’ is in de afgelopen beheerperiode wel geheel gerealiseerd dankzij de integraal ingezette maatregelen (plaatsen van hekken en afschot). Gezien het aantal damherten dat jaarlijks nog wordt geschoten op of nabij de landbouwgebieden blijkt voortzetting van dit beheer nodig; er is nog duidelijk sprake van dreigende schade. Ook is er nog steeds sprake van overlast voor omwonenden: damherten beschadigen tuinen en begraafplaatsen. Maatregelen zijn nog steeds noodzakelijk Om de stap te maken van de huidige situatie naar de doelen zijn maatregelen nodig. De evaluatie van het FBP 2016-2020 bevat adviezen voor het nieuwe FBP 2020-2026. Naast voortzetting van de ingezette maatregelen is het belangrijkste advies het realiseren van een snellere reductie van het aantal damherten. Dit is met name vanwege snelle achteruitgang in de flora en fauna, waarmee de doelstellingen voor Natura 2000 sterk onder druk staan. Het populatiebeheer is dan ook gericht op het verkleinen van de populatie damherten door afschot en het alsnog realiseren van de streefstand van circa 1000 (getelde) dieren in 2022. Hiervoor is het noodzakelijk

F A U N A B E H E E R P L A N D A M H E R T E N D U I N G E B I E D E N N O O R D - E N Z U I D - H O L L A N D 2 0 2 0 - 2026

om de beheermogelijkheden aan te passen: een beheerperiode van 1 augustus tot 31 maart en geen limitering aan het maximum afschot per week of het moment van de dag. De aanpassing van beheermogelijkheden betekent niet het schieten van een hoger aantal damherten per jaar, het biedt de mogelijkheid om het beheer over een langere periode uit te smeren. Er is een noodzakelijke verhoging van de inspanning nodig (en niet zozeer het totale afschot) om in de kleiner wordende populatie in twee beheerperiodes de streefstand te kunnen behalen. Om risico’s op schade voor verkeersveiligheid te beperken en landbouwschade te voorkomen, blijft afschot in de bufferzones en het nulstandgebied net als in de voorgaande beheerperiode jaarrond plaatsvinden. Dit kan zowel overdag als ’s nachts worden uitgevoerd. Voor het terugdringen van het aantal aanrijdingen op de Zeeweg (N200) zal een specifiek onderzoek worden uitgevoerd naar aanvullende maatregelen.

Na het bereiken van de streefstand Na het bereiken van de streefstand is het doel om de populatie op die stand te houden. Monitoring en onderzoek moeten uitwijzen of de natuur zich voldoende herstelt en schade aan de andere maatschappelijke belangen tot een aanvaardbaar risico is teruggedrongen. Nut en noodzaak van hekken wordt geëvalueerd en de wenselijkheid voor beheervrije zones wordt onderzocht.

6

1.

AANLEIDING, DOEL EN KADERS

Dit hoofdstuk geeft aan wat de aanleiding is geweest voor het schrijven van het Faunabeheerplan damherten 2020-2026 en wat daarbij het doel is. Verder worden de wetterlijke en beleidskaders genoemd en hoe het plan tot stand is gekomen.

Herten in het dorp Zandvoort zorgen voor overlast bij bewoners en vormen een gevaar voor de verkeersveiligheid.

F A U N A B E H E E R P L A N D A M H E R T E N D U I N G E B I E D E N N O O R D - E N Z U I D - H O L L A N D 2 0 2 0 - 2026

7

1.

AANLEIDING, DOEL EN KADERS

“Aantal damherten niet meer in evenwicht met overige natuurwaarden.”

1.1 AANLEIDING Het damhert is een beschermde, mooie en gewaardeerde soort. In het Noord- en ZuidHollandse duingebied is het aantal damherten echter dermate groot dat ze schade veroorzaken aan diverse belangen. Beheer is volgens de terreinbeheerders en de FBE Noord-Holland en Zuid-Holland nog steeds nodig. Voor het beheer van de damherten in het plangebied is een faunabeheerplan een noodzakelijk instrument, vandaar dit vervolg op het Faunabeheerplan damherten 2016-2020, voor de periode 2020-2026.

Noodzaak vanwege doelen en belangen Nederland is één van de dichtstbevolkte landen ter wereld, heeft in relatie tot zijn oppervlakte de meest intensieve landbouw ter wereld en kent een zeer fijnmazige infrastructuur. Tegelijkertijd is er de maatschappelijke wens voor kwalitatief goede natuur. Dit kan leiden tot strijdige belangen en conflicten met in het wild levende dieren. In het plangebied, de regio tussen IJmuiden in het noorden en Den Haag in het zuiden, is dat het geval. In deze regio komen damherten voor - veel damherten. Veruit het grootste aantal leeft in de duinen tussen IJmuiden en Noordwijk (grofweg de regio Zuid-Kennemerland). Dam-

herten zijn mooie dieren, die samen met andere grazers een rol kunnen vervullen in het duinecosysteem. Voor veel mensen zijn ze een extra reden om een bezoek te brengen aan deze gebieden. Het aantal damherten in Zuid-Kennemerland is echter zo groot dat het aantal niet meer in evenwicht is met de overige natuurwaarden, waardoor ze nu juist een negatief effect hebben op de soortenrijkdom en natuurwaarden. Doordat de herten ook regelmatig de duingebieden verlaten, zorgen ze ook voor schade in het verkeer, aan landbouwgewassen (hoofdzakelijk bollenvelden) en overlast en schade aan particuliere eigendommen.

F A U N A B E H E E R P L A N D A M H E R T E N D U I N G E B I E D E N N O O R D - E N Z U I D - H O L L A N D 2 0 2 0 - 2026

8

1.2 DOEL Dit faunabeheerplan heeft als doel het beschrijven, uitleggen en onderbouwen van de noodzaak van beheermaatregelen voor de komende jaren. Het is gericht op een duurzame populatie damherten die een aanvaardbaar risico vormt voor natuur, verkeersveiligheid en landbouw en aanvaardbare overlast voor omwonenden. Daarmee vormt het de onderbouwing van de aan te vragen ontheffing ten behoeve van de uitvoering.

Beschrijven en onderbouwen beheermaatregelen Dit faunabeheerplan beschrijft een integraal pakket aan maatregelen, waarmee de risico’s op schade aan de verschillende belangen op een maatschappelijk aanvaardbaar niveau zullen komen en de duurzame instandhouding van een populatie damherten in het plangebied gewaarborgd blijft. Het is een voortzetting van het voorgaande plan (Faunabeheerplan damherten in het Noord- en Zuid-Hollandse duingebied 2016-2020).

Uitvoering op basis van ontheffing Een van de maatregelen uit het totale pakket is reductie van de populatie tot een niveau van circa 1000 getelde dieren. Specifiek voor deze maatregel is een ontheffing nodig van het verbod om dieren te doden of verstoren. De Faunabeheereenheden (FBE’s) van Noord-Holland en Zuid-Holland zullen deze ontheffing aanvragen, om daarmee vervolgens de jachthouders in de gelegenheid te stellen om dit onderdeel van het beheer uit te voeren. Ook zullen zij een aanvraag doen voor een vergunning ingevolge Hoofdstuk 2, Wet Natuurbescherming (Wnb), zodat de ontheffing ook gebruikt kan worden in een Natura 2000-gebied. Met de ontheffing kunnen de verschillende wildbeheereenheden en terreinbeheerders de beheermaatregelen uitvoeren (Wnb, artikel 3.17 lid 1 onder c).

Damherten op het ecoduct bij Zandvoort

F A U N A B E H E E R P L A N D A M H E R T E N D U I N G E B I E D E N N O O R D - E N Z U I D - H O L L A N D 2 0 2 0 - 2026

9

1.3 WETTELIJKE- EN BELEIDSKADERS Het damhert is een beschermde soort en het doden van damherten is dan ook verboden volgens de Wet natuurbescherming. Om het populatiebeheer te kunnen uitvoeren kunnen de faunabeheereenheden een ontheffing aanvragen van dit verbod. De provincies toetsen deze ontheffingsaanvraag onder andere aan de hand van dit faunabeheerplan.

Beschermde status van het damhert Het damhert is in Nederland een beschermde soort. Sinds 1 januari 2017 is de bescherming van dieren geregeld in de Wet natuurbescherming (Wnb). In de Wet natuurbescherming heeft het damhert de status van een inheemse in het wild levende diersoort die door artikel 3.10 van de wet wordt beschermd. Het damhert kent geen Europeesrechtelijke bescherming.

Populatiebeheer Artikel 3.17 Wnb maakt het mogelijk om voor beheer van populaties damherten ontheffingen af te geven als bedoeld in artikel 3.10, lid 2, Wnb in samenhang met artikel 3.8, tweede lid, Wnb.

Verboden en de mogelijkheden voor ontheffing Voor het damhert gelden de volgende verboden (artikel 3.10 lid 1 Wnb): •  Damherten mogen niet opzettelijk worden gedood of gevangen (onder a). •  Vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van damherten mogen niet opzettelijk worden beschadigd of vernield (onder b). De Wet natuurbescherming legt de meeste taken en verantwoordelijkheden bij de provincies. De provincies zijn

verantwoordelijk voor het beleid ten aanzien van soortbescherming. Gedeputeerde Staten van de provincie kunnen onder voorwaarden een ontheffing verlenen voor afwijking van de verboden (art. 3.10 lid 2 juncto art. 3.8 lid 1 Wnb) en Provinciale Staten kunnen bij verordening vrijstelling verlenen (art. 3.10 lid 2 juncto art. 3.8 lid 2 Wnb). Dit kan alleen onder de volgende voorwaarden: 1) De afwijking is nodig vanwege onder andere één (of meerdere) van de volgende redenen: a. in het belang van de bescherming van de wilde flora en fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats (art. 3.10 lid 2 juncto 3.8 lid 5 b/1° Wnb); b. t er voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom (art. 3.10 lid 2 juncto 3.8 lid 5 b/2° Wnb); c. in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten (art. 3.10 lid 2 juncto 3.8 lid 5 b/3° Wnb);

F A U N A B E H E E R P L A N D A M H E R T E N D U I N G E B I E D E N N O O R D - E N Z U I D - H O L L A N D 2 0 2 0 - 2026

d. ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen (art. 3.10 lid 2 onder b Wnb); e. ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden (art. 3.10 lid 2 onder c Wnb); f. ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren (art. 3.10 lid 2 onder d Wnb); g. in het algemeen belang (art. 3.10 lid 2 onder h Wnb). 2) Er bestaat geen andere bevredigende oplossing (art. 3.10 lid 2 juncto art. 3.8 lid 5/a Wnb). 3) E  r wordt geen afbreuk gedaan aan het streven de populatie in haar natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan (art. 3.10 lid 2 juncto art. 3.8 lid 5/c Wnb). In de wettelijke regeling zijn nog enkele andere verboden en vrijstellingen opgenomen die van toepassing zijn op het damhert. Deze staan in Bijlage 1: Wettelijk en beleidskader.

10

Provinciale verordeningen en beleidsregels Om het populatiebeheer te kunnen uitvoeren, is een ontheffing nodig op grond van artikel 3.17 lid 1 Wnb. De faunabeheereenheden moeten deze ontheffing bij Gedeputeerde Staten van beide provincies aanvragen en onderbouwen met een faunabeheerplan. De provincies toetsen de ontheffingsaanvraag op basis van hun verordeningen en beleidsregels. In de provincie Noord-Holland zijn van kracht: • De Verordening Faunabeheer Noord-Holland (vastgesteld door Provinciale Staten). • De Beleidsregel natuurbescherming Noord-Holland (vastgesteld door Gedeputeerde Staten). In de provincie Zuid-Holland zijn van kracht: • De Omgevingsverordening Zuid-Holland (vastgesteld door Provinciale Staten). • De Beleidsregel uitvoering Wet natuurbescherming (vastgesteld door Gedeputeerde Staten).

Aanwijzingen voor middelen Bij het verlenen van een ontheffing voor populatiebeheer, moeten Gedeputeerde Staten de middelen aanwijzen die voor het doden mogen worden gebruikt (art. 3.25 lid 1 Wnb). De wettelijke regels rond het geweer staan in Bijlage 1: Wettelijk en beleidskader.

Opdracht voor het doden van damherten die gewond zijn of een gevaar vormen In Noord-Holland is een opdracht van kracht (Wnb besluit 15, 2019) die het mogelijk maakt om in de gehele provincie, inclusief de bebouwde kom en terreinen die niet voldoen aan de vereisten van een jachtveld, zieke en gewonde damherten (Dama dama) en reeën (Capreolus capreolus) te doden met geweer en mes, ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren. Hierbij mogen geluiddemper en kunstlicht worden gebruikt.

In Zuid-Holland is een aanwijzing van kracht op grond van de (voormalige) Flora- en faunawet, die overgangsrechtelijk geldt als ‘opdracht’. Deze aanwijzing maakt het mogelijk om in de gehele provincie gedurende het gehele jaar zieke en gewonde damherten en damherten die een acuut gevaar vormen voor de verkeersveiligheid te doden, ook in de bebouwde kom en in velden die niet voldoen aan de jachtveldvereisten en ook met mes en hagelgeweer (PZH2010-178900422/ PZH-2011-299830429/ PZH-2011301880843). Deze opdracht in Noord-Holland en de aanwijzing in Zuid-Holland zullen tijdens de looptijd van dit faunabeheerplan ook gelden in het plangebied van het faunabeheerplan.

•

•

in het wild levende dieren in het gebied waarop het faunabeheerplan van toepassing is. Op grond van artikel 3.12 lid 9 Wnb is in de Verordening Faunabeheer Noord-Holland en de Omgevingsverordening Zuid-Holland geregeld dat een faunabeheerplan een geldigheidsduur heeft van ten hoogste zes jaren (voor NH artikel 3.3, voor ZH artikel 6.7). Op grond van artikel 3.12 lid 9 Wnb zijn in de Verordening Faunabeheer Noord-Holland en de Omgevingsverordening Zuid-Holland eisen gesteld aan het faunabeheerplan. Bijlage 1: Wettelijk en beleidskader van dit faunabeheerplan bevat deze eisen met daarbij vermeld waar dit faunabeheerplan invulling geeft aan deze eisen. Bijlage 2: Cijfers per provincie bevat cijfers over afschot en valwild.

Eisen aan een faunabeheerplan De Wet natuurbescherming stelt eisen aan een faunabeheerplan: • Volgens artikel 3.12 lid 1 Wnb geschieden overeenkomstig het faunabeheerplan, opgesteld door de in het gebied werkzame Faunabeheereenheid: 1. h  et duurzaam beheer van in het wild levende populaties, 2. d  e bestrijding van schadeveroorzakende dieren door grondgebruikers. •

•

 rtikel 3.12 lid 4 Wnb schrijft voor dat het A faunabeheerplan passende en doeltreffende maatregelen bevat ter voorkoming en bestrijding van schade aangericht door in het wild levende dieren. Artikel 3.12 lid 5 schrijft voor dat ten behoeve van een planmatige en doelmatige aanpak van het faunabeheer, het faunabeheerplan wordt onderbouwd door trendtellingen van de populaties van

F A U N A B E H E E R P L A N D A M H E R T E N D U I N G E B I E D E N N O O R D - E N Z U I D - H O L L A N D 2 0 2 0 - 2026

Faunabeheereenheden stellen een faunabeheerplan op Het is de taak van de FBE Noord-Holland en de FBE Zuid-Holland om voor het Noord- en Zuid-Hollands duingebied het Faunabeheerplan Damherten vast te stellen. Onderdeel van dit faunabeheerplan zijn passende en doeltreffende maatregelen ter bestrijding van schade door in het wild levende dieren. De FBE’s Noord-Holland en Zuid-Holland hebben dit Faunabeheerplan (FBP) 2020-2026 vastgesteld. De basis voor dit plan vormt de evaluatie van het FBP 2016-2020, aangevuld met de meest actuele gegevens en inzichten. Veel verschillende personen en organisaties hebben relevante tekstbijdragen geleverd en/of meegeholpen aan de algemene leesbaarheid van dit plan. De faunabeheereenheden coördineren en stimuleren ook de uitvoering van dit plan. Voor de uitvoering zijn regels opgesteld (Bijlage 3: Regels omtrent verlening van toestemming).

11

1.4 PROCEDURE TOTSTANDKOMING VAN DIT PLAN Na goedkeuring van dit plan door Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland inclusief instemming van Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland vragen de faunabeheereenheden ieder voor zich een ontheffing aan voor de uitvoering van het plan. De looptijd van het plan is november 2020 tot november 2026.

“Dit Faunabeheerplan heeft een geldigheidsduur van 6 jaar, vanaf het moment van goedkeuring.”

Evaluatie Voorafgaand aan dit faunabeheerplan hebben dr. G.W.T.A. Groot Bruinderink (Faunapartner) en ing. C.F. Schoon BSc. (Natuurlijk! fauna-advies) een evaluatie van het FBP 2016-2020 uitgevoerd. De onderdelen uit de evaluatie die van belang zijn voor het nieuwe beheer zijn meegenomen in het opstellen van dit plan. Ze zijn ook aangevuld met actuele informatie.

Adviezen stakeholders Dit Faunabeheerplan is tot stand gekomen met input van verschillende belanghebbenden die vertegenwoordigd zijn in een begeleidingscommissie. Een overzicht van de leden is opgenomen in Bijlage 4: Samenstelling begeleidingscommissie. De Dierenbescherming heeft een separate bijdrage geleverd.

Raadplegen experts Tijdens het proces van het maken van dit faunabeheerplan hebben drs. Johan Thissen (Van Bommel Faunawerk), ing. Rob Borst (senior consultant wildlife management bij IPC Groene Ruimte), Vincent van der Spek (Stichting Waternet), Bob van den Brink, MSc. (ecoloog en specialist beheer hoefdieren) en mr. drs. Luuk Boerema (natuurbeschermingsjurist van het Bureau Boerema & van den Brink B.V.) geadviseerd en/of belangrijke tekstbijdragen geleverd. Ook is het

concept-faunabeheerplan positief beoordeeld door een vertegenwoordiger vanuit de wetenschap, de heer dr. Maurice La Haye (wetenschapper bij de Zoogdierenvereniging).

Proces vaststelling door de faunabeheereenheden Dit Faunabeheerplan is vastgesteld door het bestuur van de FBE Noord-Holland op 26 juni 2020 en door het bestuur van de FBE Zuid-Holland op 3 juli 2020 (Bijlage 5: Samenstelling Faunabeheereenheden).

Goedkeuring door de provincies De goedkeuring van het Faunabeheerplan gebeurt door Gedeputeerde Staten van de provincie waarin het leefgebied van de soort grotendeels ligt, in dit geval Noord-Holland, in overeenstemming met Gedeputeerde staten van de andere provincie waarin het leefgebied ligt, in dit geval Zuid-Holland (conform artikel 3.12 lid 7 Wnb). Dit Faunabeheerplan heeft een geldigheidsduur van zes jaar: vanaf 18 november 2020 tot 18 november 2026, of als Gedeputeerde Staten het plan goedkeuren vanaf een eerdere of latere datum, voor de duur van zes jaar vanaf het moment van goedkeuring.

F A U N A B E H E E R P L A N D A M H E R T E N D U I N G E B I E D E N N O O R D - E N Z U I D - H O L L A N D 2 0 2 0 - 2026

Damhert tussen duinkruiskruid.

12

DEEL I.

BEHEER 2020-2026

F A U N A B E H E E R P L A N D A M H E R T E N D U I N G E B I E D E N N O O R D - E N Z U I D - H O L L A N D 2 0 2 0 - 2026

13

2.

DAMHERT EN HET PLANGEBIED

In het volgende hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van het damhert, het plangebied waar dit FBP op van toepassing is en hoe de populatie damherten zich in het plangebied de afgelopen jaren heeft ontwikkeld.

F A U N A B E H E E R P L A N D A M H E R T E N D U I N G E B I E D E N N O O R D - E N Z U I D - H O L L A N D 2 0 2 0 - 2026

14

2.

DAMHERT EN HET PLANGEBIED

2.1 BESCHRIJVING DAMHERT (DAMA DAMA) Damherten leven meestal in groepen en stellen geen hoge eisen aan hun omgeving. Ze kunnen in veel verschillende typen leefgebieden overleven, zowel in bossen als in overgangen van bos naar open plekken, landbouwgebieden en duinen, als er maar voldoende voedsel is. Ze zijn redelijk plaatstrouw, maar met name jonge mannetjes kunnen ook grote afstanden afleggen. Volwassen hinden krijgen bijna allemaal elk jaar een kalf. Damherten kunnen 15 tot 20 jaar oud worden en hun populaties kunnen hoge dichtheden bereiken. Uiterlijk Het damhert is een hertensoort die qua grootte tussen het edelhert en de ree in zit. De mannelijke dieren (herten) kunnen een schouderhoogte van circa 100 cm bereiken en een gewicht tussen de 50-100 kg. De vrouwelijke dieren (hinden) kunnen een schouderhoogte bereiken van circa 75 cm en een gewicht tussen de 30-50 kg. De kleur van de vacht varieert. Veelal is deze roodbruin met vage witte vlekken, maar er zijn vele variaties, van wit tot zwart.

Biotoop Damherten voelen zich in veel biotopen thuis. Ze komen vooral voor in lichte loofbossen en gemengde bossen, met

een duidelijke voorkeur voor oudere bossen. Ook komt het damhert voor in overgangen van bos naar open plekken, graslanden en akkerranden, in parkachtige bosgebieden en in duingebieden. Belangrijk is dat er voldoende voedsel is. Het damhert past zich zeer makkelijk aan en kan overleven in veel verschillende typen leefgebieden.

Voedsel Onder de hoefdieren is het damhert een zogenoemde ‘intermediate feeder’, met een menu dat ligt tussen de gespecialiseerde graseters, zoals schapen en runderen, en de ‘browsers’ (‘snoepers’), zoals de ree, die gericht foerageren op bladeren, knoppen, zaden en vruchten van

F A U N A B E H E E R P L A N D A M H E R T E N D U I N G E B I E D E N N O O R D - E N Z U I D - H O L L A N D 2 0 2 0 - 2026

15

“Vrijwel alle damhertpopulaties worden beheerd.”

FIGUUR 1: Verschillende voedselstrategieën bij hoefdieren (naar: Hofmann, 1989).

bomen en (dwerg)struiken. Het damhert heeft een breed voedselspectrum: voornamelijk grassen, aangevuld met jonge (boom)bladeren, bessen, eikels, beukennoten, granen, wortels en ‘s winters schors (Figuur 1).

Voortplanting en dichtheden De bronst vindt plaats rond half oktober en kan doorlopen tot in december (zolang er nog ongedekte hinden zijn). De hinde kent gedurende het voortplantingsseizoen ongeveer

1. 2.

iedere drie weken een eisprong. Niet gedekte hinden komen daarom niet veel voor. Vanaf hun derde kalenderjaar krijgen nagenoeg alle hinden een kalf. In de AWD was het percentage drachtige volwassen hinden afgelopen jaren gemiddeld ruim 93%. Het percentage hinden dat al in hun tweede kalenderjaar drachtig wordt varieert van jaar tot jaar, afhankelijk van hun conditie.1 In de AWD varieerde dit van 52 tot 86%. De draagtijd is ongeveer 33 weken, waarna de kalveren in

mei tot juli worden geboren. Onder goede omstandigheden groeit de populatie snel, met wel 35-40% per jaar. Vrijwel alle damhertpopulaties worden beheerd, zoals verschillende populaties in Duitsland, Groot-Brittannië en mediterrane landen als Italië en Spanje. Deze populaties worden door middel van beheer op ongeveer 30 dieren per 100 ha gehouden (0,3 damherten per ha).2 In gebieden waar naast natuur ook houtteelt of andere economische belangen een grote rol spelen, worden

Langbein & Putman 1992 Braza e.a. 1990, Harris e.a. 1995, Ueckermann & Hansen 2002, Santilli e.a. 2004

F A U N A B E H E E R P L A N D A M H E R T E N D U I N G E B I E D E N N O O R D - E N Z U I D - H O L L A N D 2 0 2 0 - 2026

16

veel lagere dichtheden gehandhaafd (zie verder DEEL II, § 5.1). In gebieden waar geen beheer plaatsvindt, kunnen extreem hoge dichtheden voorkomen. Een voorbeeld hiervan is de populatie damherten op de Haringvreter, een eiland in het Veerse Meer. Deze populatie kon doorgroeien tot circa 600 damherten op een gebied ter grootte van 90 ha (2017) (6,5 damherten per ha).3 Vanwege de hoge dichtheid wordt sinds eind 2019 actief beheer uitgevoerd om de populatie in enkele jaren terug te brengen naar 150 damherten (1,7 damhert per ha). In de Amsterdamse Waterleidingduinen (AWD) was in de zomer van 2016 de dichtheid van damherten opgelopen naar minimaal 150 dieren per 100 ha (1,5 damhert per ha).

Leeftijd Hoe oud het damhert wordt, is sterk gerelateerd aan de slijtage van het gebit onder invloed van de kwaliteit van het voedsel. Bij sterke slijtage van het gebit en tanduitval kunnen damherten het voedsel niet meer goed kauwen en herkauwen. Dan ontstaan verteringsproblemen waardoor voedingstoffen nog onvoldoende kunnen worden opgenomen.4 In natuurlijke omstandigheden kan het damhert 15 tot 20 jaar oud worden, maar veruit de meeste individuen worden hooguit 9 tot 12 jaar.5

De oorspronkelijke populatie In het Pleistoceen leefden er damherten in grote delen van Europa, ook in Nederland.6 Na de ijstijden kwamen damherten binnen ons werelddeel alleen nog voor in de zuidelijke Balkan en Italië maar ook in deze gebieden zijn ze uiteindelijk uitgestorven. In Europa is dan ook geen

3. 4. 5.

Faunabeheereenheid Zeeland 2019 Siefke & Stubbe 2008 Ueckermann & Hansen 2002

enkele populatie damherten oorspronkelijk. Buiten Europa, namelijk in het Termessos Nationale Park in Turkije, leeft nog een populatie die als oorspronkelijk wordt beschouwd. Door introducties leven in grote delen van Europa tegenwoordig weer damherten in de vrije natuur.7

“Jongere mannelijke damherten (subadulten) gaan op zoek naar nieuwe leefgebieden.”

Terreingebruik Het damhert is buiten de bronsttijd niet territoriaal en heeft ook geen vaste verblijfplaats. Tijdens de bronsttijd hebben groepjes herten wel herkenbare vaste gebieden, die vaak met elkaar overlappen en zich dicht bij de bronstplaatsen bevinden. De leefgebieden van mannetjes zijn meestal groter dan die van de vrouwtjes. Hoewel damherten redelijk plaatstrouw zijn, kunnen zij grote afstanden afleggen. Met name jongere mannelijke damherten (subadulten) doen dat. De oorzaak is niet per se voedselschaarste, maar vloeit ook voort uit het sociale systeem van het damhert: een natuurlijke exploratiedrang waarbij damherten nieuwe leefgebieden zoeken. Mannelijke en vrouwelijke damherten leven gescheiden van elkaar. Jonge mannelijke herten leven, veelal groepsgewijs, gescheiden van de oudere ‘bronstherten’ en zwerven uit. Bij hoge dichtheden en actief beheer rondom leefgebieden kan daardoor de situatie ontstaan dat vooral deze zwervende mannelijke dieren geschoten worden en hinden en hun kalveren steeds meer in de meerderheid komen. Dit was vooral in de AWD goed waar te nemen.

6. 7.

 ttps://www.geologievannederland.nl/fossielen/zoogdierh register/dama-dama-linnaeus-1758 Siefke & Stubbe 2008

F A U N A B E H E E R P L A N D A M H E R T E N D U I N G E B I E D E N N O O R D - E N Z U I D - H O L L A N D 2 0 2 0 - 2026

17

2.2 BESCHRIJVING PLANGEBIED Het plangebied omvat circa 37.000 ha langs de kust tussen IJmuiden en Den Haag en ligt in de provincies Noord- en Zuid-Holland. Het bestaat uit duingebieden met aangrenzend landbouwgebied en bebouwd gebied. Het plangebied is opgedeeld in vier gebieden die van elkaar zijn gescheiden door bebouwing, infrastructuur of water. Binnen de vier gebieden zijn de volgende leefgebieden voor damherten aangewezen: Nationaal Park Zuid-Kennemerland, Amsterdamse Waterleidingduinen-Boswachterij Noordwijk, Coepelduynen en Meijendel & Berkheide. De vier leefgebieden zijn (voornamelijk) duingebied met een status als Natura 2000-gebied. De leefgebieden hebben samen een oppervlakte van 10.248 ha.

Het plangebied (Figuur 2) ligt tussen IJmuiden en Den Haag en ligt in de provincies Noord- en Zuid-Holland. Het plangebied is in het vorige faunabeheerplan opgedeeld in vier gebieden (Gebied A, B, C en D), die van elkaar zijn gescheiden door bebouwing, infrastructuur of water. Binnen ieder gebied wordt onderscheid gemaakt in een leefgebied voor damherten, een bufferzone (bevindt zich binnen het leefgebied) en een nulstandgebied.

“Het plangebied bevat leefgebieden met bufferzones en nulstandsgebieden.”

frequent damherten het leefgebied verlaten en daarbij op autowegen en/of landbouwgronden en/ of de bebouwde kom komen. Deze zones horen bij het leefgebied, maar er geldt een ander beheer. In een bufferzone kan de beheerder jaarrond gericht ingrijpen om te voorkomen dat herten het leefgebied verlaten en hierdoor voor schade en overlast zorgen. Het zijn vrijwel alleen mannelijke dieren die dit doen.

•

Leefgebied: het groen omrande deel van de kaart: het gaat hier om (voornamelijk) duingebied, waarin de damhertenpopulatie zich kan en mag handhaven. De totale omvang van de vier leefgebied is 10.248 ha. Tussen 2003 en 2012 zijn rond het leefgebied op verschillende trajecten rasters geplaatst (zie Figuur 25 in Bijlage 6: Gerealiseerde ecoducten en aangebrachte hekken).

•

 ulstandgebied: de zone binnen het plangebied N (blauwe lijn) en buiten het leefgebied (groene lijn). Het gaat hier om (voornamelijk) agrarisch en bebouwd gebied waar het damhert ongewenst is vanwege de schadedreiging. In dit gebied is het streven het bereiken en handhaven van een nulstand en is jaarrond ingrijpen toegestaan, mocht er een damhert zich in dit gebied bevinden.

•

 ufferzone: oranje vlakken op de kaart. Dit zijn B zones in de buitenranden van de leefgebieden waar

Binnen gebieden A, B, C en D bevinden zich van noord naar zuid onderstaande leefgebieden:

F A U N A B E H E E R P L A N D A M H E R T E N D U I N G E B I E D E N N O O R D - E N Z U I D - H O L L A N D 2 0 2 0 - 2026

18

Leefgebied Nationaal Park Zuid-Kennemerland (NPZK) Het leefgebied NPZK bestaat uit het noordelijkste deel van het Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid en bevat het Nationaal Park Zuid-Kennemerland. Het is een duingebied gelegen tussen IJmuiden en Zandvoort. Het is in beheer bij Provinciaal Waterleidingbedrijf Noord-Holland (PWN), Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, de gemeenten Velsen, Bloemendaal en Zandvoort en een aantal particuliere landgoedeigenaren. Dit leefgebied is circa 3402 ha groot.

Leefgebied Amsterdamse WaterleidingduinenBoswachterij Noordwijk (AWD-BN) Het leefgebied AWD-BN bestaat uit het zuidelijkste deel van het Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid. Het is een duingebied tussen Zandvoort en Noordwijk aan Zee en bevat de Amsterdamse Waterleidingduinen (AWD), Het Langeveld, De Blink en Boswachterij Noordwijk. De AWD is eigendom van de gemeente Amsterdam en is in beheer bij Waternet. Het Langeveld en een deel van De Blink wordt beheerd door Zuid-Hollands Landschap. Medebeheerders van De Blink zijn Staatsbosbeheer en Waternet. Boswachterij Noordwijk is in beheer bij Staatsbosbeheer. Alles bij elkaar is het leefgebied circa 4059 ha groot.

Leefgebied Coepelduynen (CPD) Het leefgebied CPD bestaat uit het Natura 2000-gebied de Coepelduynen, dat zich bevind tussen Noordwijk aan Zee en Katwijk. Het is grotendeels in beheer bij Staatsbosbeheer en het is circa 152 ha groot.

Leefgebied Meijendel en Berkheide (M&B) Leefgebied M&B bestaat uit het Natura 2000-gebied Meijendel en Berkheide en ligt tussen Katwijk en Den Haag. Het is in beheer bij Dunea en Staatsbosbeheer en het is circa 2635 ha groot.

FIGUUR 2 Ligging van plangebied met daarbinnen gebieden A, B, C en D, leefgebieden NPZK, AWD-BN, CPD en M&B en bufferzones.

F A U N A B E H E E R P L A N D A M H E R T E N D U I N G E B I E D E N N O O R D - E N Z U I D - H O L L A N D 2 0 2 0 - 2026

19

2.3 POPULATIEONTWIKKELING DAMHERT IN HET PLANGEBIED De populatie damherten heeft zich ontwikkeld van enkele uitgezette of ontsnapte dieren in de vijftiger jaren, tot een piek van ruim 5500 getelde dieren in 2016. Het aantal dieren is gedaald door het uitgevoerde beheer, maar minder dan de bedoeling was. Tabel 1: Een overzicht van de populatieontwikkeling door de jaren heen

Jaren ’50

Damherten zijn rond 1955 geïntroduceerd in de Kennemerduinen.8

Jaren ’70

In de AWD en Meijendel verschijnen de eerste damherten. De damherten veroorzaken in deze periode geen schade of overlast. Eind jaren ’80/begin jaren ‘90 worden jaarlijks enkele tientallen damherten geschoten in het NPZK.

Jaren ’80

Door een niet-officieel particulier initiatief zijn damherten uitgezet in de AWD, later aangevuld met ontsnapte dieren uit particuliere hertenparkjes.9

Jaren ’90

In de jaren ‘90 maakt de populatie damherten in de AWD een snelle groei door. In Boswachterij Noordwijk en De Blink komen vanaf eind jaren ‘90 ook damherten voor; voornamelijk mannelijke dieren afkomstig uit de AWD. In NPZK en enkele landgoederen buiten de begrenzing van het leefgebied begon de groei van de populatie eind jaren ‘90.

Vanaf 2005

Er komen duidelijke signalen van schade op agrarische velden en in het verkeer. Buiten het leefgebied en in de randen van het leefgebied (voornamelijk in Zuid-Holland), vindt afschot plaats ter voorkoming van schade: dit betreft een relatief klein (maar toenemend) aantal voornamelijk mannelijke dieren. Dit remt de groei van de populatie niet of nauwelijks. Deze jaren wordt de groei van de populatie in het NPZK beperkt door beheerafschot.

2005 – 2009

In Coepelduynen en Meijendel en Berkheide zijn soms gedurende enige tijd mannelijke damherten aanwezig die uiteindelijk weer verdwijnen: weggetrokken, buiten het leefgebied geschoten vanwege de verkeersveiligheid of aangereden.

2010 – 2016

De groei van de populatie van de damherten gaat onverminderd voort. Tijdens de telling van 2016 zijn 5552 damherten geteld, waarvan een zeer groot deel bestaat uit hinden die de daaropvolgende zomer weer jongen voortbrengen.

2016 – 2019

In deze periode vindt planmatig beheer plaats met als gevolg dat de populatiegroei wordt omgebogen naar een dalende trend.

8. 9.

Roderkerk 1975, Litjens & Pelzers 1988. Van Breukelen & Schoon 2003, Winkelman 2012

F A U N A B E H E E R P L A N D A M H E R T E N D U I N G E B I E D E N N O O R D - E N Z U I D - H O L L A N D 2 0 2 0 - 2026

20

Ontwikkeling tot 2016

1998 - 2016

De populatie damherten in het plangebied leeft zo goed als geheel in het complex van Amsterdamse Waterleidingduinen, De Blink en Boswachterij Noordwijk (leefgebied AWD-BN) en in het Nationaal Park Zuid-Kennemerland (leefgebied NPZK). De populatie is in leefgebied NPZK in de jaren ’50 gestart met enkele uitgezette dieren. Van daaruit zijn dieren uitgezworven door de regio en aangevuld met losgelaten en ontsnapte dieren. Sinds de jaren ’90 is met name in de AWD de populatie snel gaan groeien, doordat daar geen actief beheer plaatsvond (Figuur 3). De trend in Figuur 3 is opgesteld aan de hand van de resultaten van de elk jaar rond 1 april uitgevoerde tellingen. In het NPZK is in de periode vanaf eind jaren ‘80 tot 2009 door actief beheer een populatie van 200 dieren nagestreefd.

FIGUUR 3: Exponentiële trend aantal getelde damherten van 1998 t/m 2016 (start van het populatiebeheer) in de gebieden A (leefgebied NPZK en nulstandsgebied) en B (leefgebied AWD-BN en nulstandsgebied). Vanwege het lage aantal waargenomen damherten in de gebieden C (leefgebied CPD) en D (leefgebied M&B) zijn deze niet opgenomen in de figuur. De stippen zijn de in april getelde aantallen.

Ontwikkeling vanaf 2016 Vanaf 2016 passen de beheerders actief beheer toe en bij de uitvoering van dit beheer ligt de focus op hinden en kalveren in het leefgebied en alle damherten in de bufferzones. Het effect hiervan is te zien in Figuur 4. Deze trend is, net als in Figuur 3, berekend aan de hand van de rond 1 april uitgevoerde tellingen. De jaarlijkse telling van 2020 heeft niet volledig volgens protocol plaatsgevonden, als gevolg van de maatregelen betreffende het Covid-19-virus. In vergelijking met de andere tellingen en de modelberekening, past de telling 2020 in de ingezette lijn en verwachten we dat de cijfers toepasbaar zijn voor de berekening van de trend. Met de cijfers van 2021 kunnen we deze voorlopige conclusie staven.

F A U N A B E H E E R P L A N D A M H E R T E N D U I N G E B I E D E N N O O R D - E N Z U I D - H O L L A N D 2 0 2 0 - 2026

Zie voor meer informatie ‘Telrapportage damherten duingebieden Noord- en Zuid-Holland 2020’. In leefgebied NPZK is een daling te zien in zowel het vrouwelijke als mannelijke deel (Figuur 5). Het beheer van het mannelijk deel vindt daar met name plaats in de bufferzone om te voorkomen dat de herten het leefgebied verlaten en daar schade of overlast veroorzaken. In leefgebied AWD-BN is duidelijk een daling te zien in het vrouwelijk deel van de populatie (Figuur 6). Het mannelijk deel groeit door. In leefgebied CPD en M&B zijn weinig tot geen damherten waargenomen tijdens de tellingen. Deze leefgebieden zijn daarom niet meegenomen in de figuren.

21

2011 - 2020 FIGUUR 4: Trend aantal getelde damherten tot en met 2020 in de gebieden A (leefgebied NPZK en nulstandgebied, linker y-as) en B (leefgebied AWD-BN en nulstandsgebied, rechter y-as). Vanwege het lage aantal waargenomen damherten in de gebieden C (leefgebied CPD) en D (leefgebied M&B) zijn deze niet opgenomen in de figuur. De stippen zijn de in april getelde aantallen.

Een evaluatie van het gevoerde beheer in de afgelopen jaren en de resultaten hiervan zijn te vinden in Deel II van dit faunabeheerplan: Evaluatie uitgevoerde maatregelen 2016-2020 (Hoofdstuk 4).

Leefgebied AWD-BN

Leefgebied NPZK FIGUUR 5: Geteld aantal damherten in leefgebied NPZK (leefen nulstandsgebied) verdeeld naar categorie hert, hinde, kalf of onbekend.

FIGUUR 6: Geteld aantal damherten in leefgebied AWD-BN (leef- en nulstandsgebied) verdeeld naar categorie hert, hinde kalf of onbekend.

F A U N A B E H E E R P L A N D A M H E R T E N D U I N G E B I E D E N N O O R D - E N Z U I D - H O L L A N D 2 0 2 0 - 2026

22

3.

BEHEER 2020-2026

Dit hoofdstuk beschrijft hoe het beheer in de komende beheerperiode (2020-2026) eruit zal komen te zien. Dit wordt gedaan door de doelstellingen voor de komende beheerperiode te beschrijven. Vervolgens wordt een beschrijving gegeven van de huidige situatie, en de voorgenomen maatregelen voor 2020-2026. Ook geven we aan hoe er de komende periode gemonitord zal worden en welke noodzakelijke ontheffingen van de Wet natuurbescherming wij nodig zullen hebben om het beheer uit te kunnen voeren.

F A U N A B E H E E R P L A N D A M H E R T E N D U I N G E B I E D E N N O O R D - E N Z U I D - H O L L A N D 2 0 2 0 - 2026

23

3.

BEHEER 2020-2026

3.1 DOELSTELLINGEN 2020-2026 Het Faunabeheerplan beschrijft welke maatregelen nodig zijn om het risico op schade aan wettelijke belangen naar een acceptabel niveau te brengen. Het gaat daarbij onder andere om het realiseren van een populatie damherten die in balans is met de overige wettelijke belangen. De populatie moet groot genoeg zijn om het voortbestaan van de soort niet in gevaar te brengen en klein genoeg om het risico voor bijvoorbeeld schade aan de natuurwaarden in de leefgebieden aanvaardbaar te houden. Ook moet het risico op schade aanvaardbaar zijn voor de wettelijke belangen in de omgeving van de leefgebieden, zijnde verkeersveiligheid en landbouw. De maatregelen moeten ook leiden tot beperking van overlast voor omwonenden.

Uit de evaluatie van het vorige plan en de resultaten van de lopende monitoring (DEEL II) blijkt geen aanleiding om de doelen uit het vorige beheerplan aan te passen. Wel is het advies om het beheer aan te passen om de streefstand sneller te bereiken dan met de huidige beheerinspanning het geval zou zijn om daarmee sneller herstel van de natuur mogelijk te maken. Het FBP 2020-2026 heeft dus de doelen van het FBP 2016-2020 overgenomen. Omdat de Flora- en

faunawet (waarop het voorgaande beheerplan was gebaseerd) inmiddels is vervangen door de Wet natuurbescherming (Wnb), is de omschrijving van de ‘belangen’ waar dit Faunabeheerplan zich op richt, aangepast aan de huidige wet. Hierdoor bevat het FBP 2020-2026 een nieuw belang, namelijk het belang ‘voorkomen van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes of begraafplaatsen’.10

Wettelijk belang ‘bescherming van de wilde flora en fauna en van instandhouding van natuurlijke habitats’ Dit wettelijk belang gaat ook over het behoud en herstel van biodiversiteit. Noord-Holland heeft deze ambitie vastgelegd in de Omgevingsvisie NH2050, vastgesteld door Provinciale Staten op 28 november 2018, en Zuid-Holland in de Omgevingsvisie Zuid-Holland, vastgesteld door Provinciale Staten op 20 februari 2019. Doelstelling: Het realiseren van een zodanige populatieomvang in april 2022 en deze omvang vervolgens handhaven, zodat bij de evaluatie van dit faunabeheerplan een begin van herstel zichtbaar is van de soortenrijkdom voor zover deze thuishoort in dit duinecosysteem en voor zover de aanwezigheid van damherten er invloed op heeft.

Wettelijk belang van ‘de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang’ Doelstelling: Het waarborgen van de verkeersveiligheid, met als criterium: streven naar zo min mogelijk aanrijdingen.

Wettelijk belang ‘voorkomen van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom’ Doelstelling: Het beperken van schade aan de bedrijfsmatige landbouw, met als criterium: streven naar nul schade aan gewassen in het plangebied. Indicator hiervoor is de in opdracht van BIJ12-Faunazaken getaxeerde schade.

Wettelijk belang ‘voorkomen van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes of begraafplaatsen’ Doelstelling: Zo min mogelijk schade of overlast aan genoemde belangen.

10.

Onder de Flora- en faunawet was dit nog geen wettelijk belang, nu wel onder de (nieuwe) Wet natuurbescherming.

F A U N A B E H E E R P L A N D A M H E R T E N D U I N G E B I E D E N N O O R D - E N Z U I D - H O L L A N D 2 0 2 0 - 2026

24

3.2 SAMENVATTING HUIDIGE SITUATIE Deze paragraaf bevat een samenvatting van de huidige situatie, die uitgebreider is beschreven in DEEL II, Hoofdstuk 5. Onderbouwing schadelijke effecten damherten-populatie. De huidige situatie staat nog ver af van de doelstellingen, behalve voor ‘voorkomen schade aan landbouw’. Die doelstelling is geheel gerealiseerd dankzij ingezette maatregelen, waarvan voortzetting nodig is. De populatie damherten heeft nog steeds een negatieve invloed op de flora en fauna in een deel van de duinen: er is weinig meer over van de oorspronkelijke rijkdom. Ook de verkeersveiligheid is nog steeds een groot issue: in 2019 waren er 62 aanrijdingen met een damhert. Ook is er nog steeds sprake van overlast voor omwonenden. De huidige populatieomvang van 3283 getelde dieren in april 2020 komt nog niet in de buurt van het streefcijfer van circa 1000 (getelde) dieren in het voorjaar van 2022.

Huidige situatie met betrekking tot flora en fauna en natuurlijke habitats Er is nog steeds sprake van een negatieve invloed van de huidige populatie damherten (overbegrazing en vertrapping) op de biodiversiteit en op natuurlijke habitats. Vooral in de Amsterdamse Waterleidingduinen is dit goed zichtbaar. Daarmee staan ook de Natura 2000-doelstellingen onder druk. In DEEL II (§ 5.1) wordt hier uitgebreid op ingegaan. Veel soorten die karakteristiek zijn voor het duingebied staan er slecht voor, niet alleen de zeldzamere soorten, maar ook de algemene. Ongeveer driekwart van de soorten is afgenomen. Bovendien komen de normaal gesproken algemene nectarplanten van de duinen niet of nauwelijks meer tot bloei. Dit heeft grote invloed op insecten. De populaties dagvlinders zijn dan ook nog steeds klein. Het aantal nachtvlinders neemt nog

steeds verder af, net als een groot deel van de bijen, hommels en zweefvliegen. Ook karakteristieke vogelsoorten gaan achteruit, bijvoorbeeld de rode lijstsoort Nachtegaal, en gevreesd wordt voor de Houtsnip. Door deze afname van de biodiversiteit staan ook de Natura 2000-doelstellingen onder druk. Als gevolg van de overbegrazing is voor onderstaande habitattypen duidelijk schade aangetoond:

•

Duingraslanden (‘Grijze duinen’): dit habitattype staat onder druk door de overbegrazing door damherten. Grote delen voldoen nauwelijks nog aan de minimum kwaliteitseisen. Duinheiden met struikhei: door de graasdruk van de damherten komt de struikheide nauwelijks meer tot bloei en gaat de kwaliteit van de soortensamenstelling achteruit.

•

•

•

F A U N A B E H E E R P L A N D A M H E R T E N D U I N G E B I E D E N N O O R D - E N Z U I D - H O L L A N D 2 0 2 0 - 2026

•

“Door de grote populatie damherten staat de biodiversiteit onder druk en daarmee ook de Natura 2000-doelstellingen.”

 ochtige duinvalleien: de ontwikkeling van vochtige V duinvalleien door herstelprojecten komt niet op gang door de graasdruk van de damherten. Duindoornstruwelen: er is sprake van vermindering van de structuurvariatie en verandering van gesloten duindoornstruwelen naar meer open verruigde struweelrelicten. Ontwikkeling na herstelprojecten (beheer Amerikaanse vogelkers) komt ook niet op gang. Duinbossen: er is geen bosverjonging, kruiden en struiklaag in het bos zijn verdwenen. De kwaliteit van het bos neemt af door de graasdruk van de damherten.

25

Schade aan Natura 2000-doelsoort • Nauwe korfslak: als gevolg van de schade aan het habitattype is er ook sprake van een sterke afname van de Nauwe korfslak. De graasdruk van damherten en de daardoor gewijzigde vegetatiestructuur, vegetatiesamenstelling en bodemstructuur spelen hierbij een rol.

Huidige situatie met betrekking tot de openbare veiligheid In de periode 2014-2019 is het aantal aanrijdingen met damherten niet gedaald. In 2019 waren er 62, met de Zeeweg (N200) als belangrijkste locatie.

wing, waar ze schade aanrichten aan particuliere eigendommen. Damherten brengen ook nog steeds schade toe aan begraafplaatsen in of nabij het leefgebied.

Trend populatieomvang De omvang van de populatie daalt door het ingezette beheer. Het aantal damherten is in de afgelopen beheerperiode teruggebracht tot het niveau 2014/2015. De streefstanden zijn derhalve nog niet bereikt. Paragraaf 2.3 bevat een uitgebreide trendanalyse en verklaring voor de huidige omvang van de populatie.

“De genomen maatregelen hebben schade aan landbouwgronden voorkomen.”

Huidige situatie met betrekking tot ernstige schade aan gewassen (landbouwgronden) In de afgelopen planperiode (gemeten tot en met 2019) is geen aanvraag ingediend voor tegemoetkoming voor schade aan gewassen. Genomen maatregelen (het sluiten van de rasters aan de oostzijde van de AWD eind 2012 en het beheer door middel van afschot in de bufferzones en nulstandgebied) hebben de schades, die in het verleden wel zijn opgetreden, voorkomen. Groepen damherten betreden nog steeds regelmatig de landbouwgronden in het nulstandgebied, waardoor schade dreigt te ontstaan. Door direct afschot uit te voeren, worden enkele dieren gedood en de rest verjaagd. Het voorkomen van schade is dus een blijvend aandachtspunt.

Huidige situatie met betrekking tot schade of overlast Omwonenden (particulieren) ondervinden nog steeds overlast en schade door damherten. Deze schade bestaat onder andere uit vraat-, vertrappings- en graafschade in tuinen. Ook zijn er klachten over de aanwezigheid van dieren op (de berm van) wegen en in de stedelijke bebou-

Schade door damherten aan landbouwgronden komt vrijwel niet meer voor dankzij de genomen maatregelen.

F A U N A B E H E E R P L A N D A M H E R T E N D U I N G E B I E D E N N O O R D - E N Z U I D - H O L L A N D 2 0 2 0 - 2026

26

3.3 VOORGENOMEN MAATREGELEN 2020-2026 Om de stap te maken van de huidige situatie naar de doelen zijn maatregelen nodig. Een belangrijke maatregel is gericht op het verkleinen van de populatie damherten en het alsnog realiseren van de streefstand van circa 1000 (getelde) dieren in 2022 door beheermogelijkheden aan te passen zodat een verhoogde inspanning van het beheer mogelijk is.

Voortzetting maatregelen uit Faunabeheerplan 2016-2020 Het FBP 2016-2020 bevatte een maatregelenpakket dat gericht was op het voorkomen van schade aan de verschillende belangen en het realiseren van een streefstand van 1000 (getelde) damherten in het voorjaar van 2022 in de leefgebieden. Gedeputeerde Staten van Noord-Holland hebben het FBP 2016-2020 goedgekeurd op 17 november 2015 en Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland op 20 november 2015, voor de periode 1 januari 2016 tot en met 31 december 2020 (PZH-2015-535714658). De volgende maatregelen zijn uitgevoerd: alle geplande hekken staan er inmiddels, diverse verkeersmaatregelen zijn genomen (bijvoorbeeld snelheid verlagen op delen van de Zeeweg (N200) en waarschuwingsborden plaatsen), de ecoducten zijn klaar, waarvan er twee open zijn en één open gaat wanneer de streefstand is behaald. Extra (niet-geplande) maatregelen in de vorige beheerperiode waren:

•

 et plaatsen van 800 m tijdelijk hek langs de H westzijde van de AWD direct grenzend aan de bebouwing van Zandvoort, naar aanleiding van een burgerinitiatief in Zandvoort.

•

•

•

 et plaatsen van extra matrixborden met een H waarschuwing voor overstekende herten langs de Zeeweg (N200). Het beschermen van een aantal kwetsbare groeiplaatsen in leefgebied AWD-BN tegen overbegrazing door hekken (zogenaamde ‘exclosures’). Het recent starten van een onderzoek naar de mogelijkheden voor verhoging van de verkeersveiligheid op de Zeeweg.

Al deze maatregelen lopen door in het FBP 2020-2026.

Aangepaste / aanvullende maatregelen in de periode 2020-2026 Uit de evaluatie van het vorige plan (zie DEEL II, Hoofdstuk 4) blijkt dat de beheerinzet vanaf 2016 weliswaar heeft geleid tot een daling van het aantal damherten, maar dat het langer zal duren om de streefstand te bereiken. Een aanbeveling uit de evaluatie is om de inzet te verhogen, onder andere vanwege de voortgaande aftakeling van de natuur. Dit is met name te bereiken door een aanpassing van de beheerperiode en de intensiteit van het beheer. De maatregelen in dit faunabeheerplan houden in:

F A U N A B E H E E R P L A N D A M H E R T E N D U I N G E B I E D E N N O O R D - E N Z U I D - H O L L A N D 2 0 2 0 - 2026

Maatregelen gehele planperiode: • Intensiveren van het beheerafschot binnen de leefgebieden NPZK en AWD-BN, door de jaarlijkse beheerperiode met één respectievelijk drie maanden te verlengen in Zuid- en Noord-Holland. • G  een maximum stellen aan het (wekelijks) afschot (gelijkluidend aan situatie provincie Zuid-Holland), maar wel met behoud van de streefstand. • V  erruimen van de beheertijden (24 uur per dag beheer mogelijk). • C  ontinueren van het jaarrond beheer in de bufferzones en in het nulstandgebied. • E  ffectiever inrichten van de bufferzones. • B  ehouden van verkeersmaatregelen (zoals matrixborden en snelheidsverlaging), zolang ze nodig zijn. • V  oortzetten monitoring effecten damherten aan de natuur, verkeer en landbouw. Maatregelen tot het bereiken van de streefstand: • M  inimaal behouden en onderhouden van de geplaatste hekken. • O  nderzoek voortzetten naar aanvullende maatregelen ten behoeve van het verbeteren van de verkeersveiligheid langs de Zeeweg (N200).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10273424/1