CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

BIJLAGE 2 Evaluatie_HiBike.pdf

Raadscommissie Mobiliteit, Openbare ruimte en Water 13 juni 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisname van de raadsinformatiebrief over de evaluatie uitvoering motie Fietscultuur onder Amsterdamse gezinnen (VN2024-007091)13.081 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Als 1 lopend = 0 dagen per week > door naar 3.3 3.1 Hoe leuk vind je het om naar school te lopen?     > door naar 3.2.b   > door naar 3.2.c  weet ik niet > door naar 3.2.b

31

3.2.a. Wat jammer dat je het niet leuk vindt om naar school te lopen. Waarom is dat? Bij deze vraag kun je meer dan 1 antwoord kiezen. o mijn ouders lopen niet mee o het is ver o ik vind het saai o ik vind lopen vermoeiend o ongezellig, andere kinderen lopen niet naar school o anders, namelijk_____  weet ik niet Door naar 4 3.2.b. Wat vind je er niet zo leuk aan om naar school te lopen? Bij deze vraag kun je meer dan 1 antwoord kiezen. o mijn ouders lopen niet mee o het is ver o ik vind het saai o ik vind lopen vermoeiend o ongezellig, andere kinderen lopen niet naar school o anders, namelijk_____  weet ik niet Door naar 4 3.2.c Wat goed dat je het leuk vindt om naar school te lopen! Wat vind je er leuk aan? <open vraag>  weet ik niet Door naar 4 3.3 Waarom loop je niet naar school? Bij deze vraag kun je meer dan 1 antwoord kiezen. o ik ga met de fiets o mijn ouders lopen niet mee o mijn ouders willen niet dat ik naar school loop o het is te ver o ik vind lopen saai o ongezellig, andere kinderen lopen ook niet naar school o ik word naar school gebracht o anders, namelijk_____  weet ik niet Als 1 fiets = ‘5 dagen per week’ of 1 lopend = ‘5 dagen per week’, deze vraag overslaan 4. Zou je vaker naar school willen fietsen of lopen?  ja  misschien  nee  weet ik niet

32

Je bent er bijna! Nu nog wat vragen over de weg naar andere plekken dan naar school. Bijvoorbeeld naar vrienden, sport of muziekles.

5. Hoeveel keer per week fiets je meestal naar andere plekken dan school?  nooit  1-2 keer per week  3-4 keer per week  5-6 keer per week  7 keer per week of vaker  weet ik niet 6. Hoeveel keer per week loop je meestal naar andere plekken dan school?  nooit  1-2 keer per week  3-4 keer per week  5-6 keer per week  7 keer per week of vaker  weet ik niet Als 5 = ‘7 keer per week of vaker’ of 6 = ‘7 keer per week of vaker’, door naar vraag 8 7. Zou je vaker willen fietsen of lopen naar andere plekken dan school?  ja  misschien  nee  weet ik niet Alleen HiBike-groep: Super! Nu komen de allerlaatste vragen.

8. Wat vond je van de HiBike kick-off?     > door naar einde   > door naar einde  weet ik niet > door naar einde

33

9. Waarom vond je de HiBike kick-off niet leuk? <open vraag>  weet ik niet Dat was het! Bedankt voor je antwoorden. Veel plezier met HiBike en zet hem op! Alleen controlegroep: Dat was het! Bedankt voor je antwoorden. Je kunt nu op ‘Verzend’ klikken om de vragenlijst te versturen.

Vragenlijst nameting Nieuw-West: In welke klas zit je? groep 6c (controle) > door naar introtekst controlegroep groep 7a (HiBike) groep 7b (HiBike) groep 7c (HiBike) groep 8a (controle) > door naar introtekst controlegroep Zuidoost: In welke klas zit je? groep 6a (HiBike) groep 6b (controle) > door naar introtekst controlegroep groep 7b (HiBike) Introtekst HiBike-groep: Hi! Jouw klas deed mee aan HiBike! Wat vond je van het spel? Door vragen te beantwoorden help je ons om het spel in de toekomst nóg beter en leuker te maken. Na het beantwoorden van de vragen ben je écht klaar. We hopen dat je het spel leuk vond en vaker zult gaan fietsen of lopen. Dankjewel alvast! Introtekst controlegroep: Hi! Kinderen van jouw school deden mee met HiBike. Door mee te doen hebben zij veel gefietst en gewandeld. Een tijdje geleden vroegen we je of je graag fietst of loopt. Nu zouden we dat weer graag willen weten. Dankjewel alvast voor het beantwoorden van de vragen!

34

Alle leerlingen: Eerst een vraag over de weg van huis naar school. 1. Hoe kom je naar school toe? Geef met getallen aan hoeveel dagen per week je meestal op de volgende manieren naar school gaat. aantal dagen per week fiets

__

lopend

__

gebracht met de auto

__

OV (metro, tram, bus, trein)

__

Als 1 fiets < 5 dagen per week: Top! Nu komen wat vragen over fietsen naar school. Als 1 fiets = 5 dagen per week: Wat goed dat je zo veel fietst! Nu komen wat vragen over fietsen naar school.

Als 1 fiets = 0 dagen per week > door naar 2.3 2.1 Hoe leuk vind je het om naar school te fietsen?     > door naar 2.2.b   > door naar 2.2.c  weet ik niet > door naar 2.2.b

35

2.2.a. Wat jammer dat je het niet leuk vindt om naar school te fietsen. Waarom is dat? Bij deze vraag kun je meer dan 1 antwoord kiezen. o mijn ouders fietsen niet mee o het is ver o ik vind het saai o ik kan niet (goed) fietsen o fietsen is vermoeiend o ongezellig, andere kinderen fietsen niet naar school o ik vind fietsen eng o anders, namelijk_____  weet ik niet Door naar blok lopen 2.2.b. Wat vind je er niet zo leuk aan om naar school te fietsen? Bij deze vraag kun je meer dan 1 antwoord kiezen. o mijn ouders fietsen niet mee o het is ver o ik vind fietsen saai o ik kan niet (goed) fietsen o fietsen is vermoeiend o ongezellig, andere kinderen fietsen niet naar school o ik vind fietsen eng o anders, namelijk_____  weet ik niet Door naar blok lopen 2.2.c Wat goed dat je het leuk vindt om naar school te fietsen! Wat vind je er leuk aan? <open vraag>  weet ik niet Door naar blok lopen 2.3 Waarom fiets je niet naar school? Bij deze vraag kun je meer dan 1 antwoord kiezen. o ik heb geen fiets o ik kan niet (goed) fietsen o mijn ouders fietsen niet mee o mijn ouders willen niet dat ik naar school fiets o het is te ver o ik vind fietsen saai o ongezellig, andere kinderen fietsen ook niet naar school o ik vind fietsen eng o ik word naar school gebracht o anders, namelijk_____  weet ik niet Als 1 lopend < 5 dagen per week: Yes! Nu wat vragen over het lopen naar school.

Als 1 lopend = 5 dagen per week: Wat goed dat je zo veel loopt! Nu komen wat vragen over het lopen naar school.

36

Als 1 lopend = 0 dagen per week > door naar 3.3 3.1 Hoe leuk vind je het om naar school te lopen?     > door naar 3.2.b   > door naar 3.2.c  weet ik niet > door naar 3.2.b 3.2.a. Wat jammer dat je het niet leuk vindt om naar school te lopen. Waarom is dat? Bij deze vraag kun je meer dan 1 antwoord kiezen. o mijn ouders lopen niet mee o het is ver o ik vind het saai o ik vind lopen vermoeiend o ongezellig, andere kinderen lopen niet naar school o anders, namelijk_____  weet ik niet Door naar 4 3.2.b. Wat vind je er niet zo leuk aan om naar school te lopen? Bij deze vraag kun je meer dan 1 antwoord kiezen. o mijn ouders lopen niet mee o het is ver o ik vind het saai o ik vind lopen vermoeiend o ongezellig, andere kinderen lopen niet naar school o anders, namelijk_____  weet ik niet Door naar 4 3.2.c Wat goed dat je het leuk vindt om naar school te lopen! Wat vind je er leuk aan? <open vraag>  weet ik niet Door naar 4 3.3 Waarom loop je niet naar school? Bij deze vraag kun je meer dan 1 antwoord kiezen. o ik ga met de fiets o mijn ouders lopen niet mee o mijn ouders willen niet dat ik naar school loop o het is te ver o ik vind lopen saai o ongezellig, andere kinderen lopen ook niet naar school o ik word naar school gebracht o anders, namelijk_____  weet ik niet

37

HiBike-groep: 4.1. Denk je dat je door HiBike vanaf nu vaker naar school zult gaan fietsen of lopen dan je eerst deed?  ja  misschien  nee  weet ik niet Controlegroep: Als 1 fiets = ‘5 dagen per week’ of 1 lopend = ‘5 dagen per week’, deze vraag overslaan 4.2. Zou je vaker naar school willen fietsen of lopen?  ja  misschien  nee  weet ik niet Alle leerlingen: Je bent er bijna! Nu nog wat vragen over de weg naar andere plekken dan naar school. Bijvoorbeeld naar vrienden, sport of muziekles.

5. Hoeveel keer per week fiets je meestal naar andere plekken dan school?  nooit  1-2 keer per week  3-4 keer per week  5-6 keer per week  7 keer per week of vaker  weet ik niet 6. Hoeveel keer per week loop je meestal naar andere plekken dan school?  nooit  1-2 keer per week  3-4 keer per week  5-6 keer per week  7 keer per week of vaker  weet ik niet HiBike-groep: 7.1. Denk je dat je door HiBike vaker naar andere plekken zult gaan fietsen of lopen dan je eerst deed?  ja  misschien  nee  weet ik niet Controlegroep: Als 5 = ‘7 keer per week of vaker’ of 6 = ‘7 keer per week of vaker’, door naar vraag 8 7.2. Zou je vaker willen fietsen of lopen naar andere plekken dan school?  ja  misschien  nee  weet ik niet

38

HiBike-groep: Super! Nu komen de allerlaatste vragen.

8. Wat vond je van HiBike?     > door naar 9b   > door naar 9c  weet ik niet > door naar 10 9a. Wat jammer dat je HiBike niet leuk vond. Wat vond je er niet leuk aan? <open vraag>  weet ik niet Door naar 10 9b. Wat vond je niet zo leuk aan HiBike? <open vraag>  weet ik niet Door naar 10 9c. Wat goed dat je HiBike leuk vond! Wat vond je er leuk aan? <open vraag>  weet ik niet 10. Tot welk level van HiBike ben je gekomen?  level 1  level 2  level 3  weet ik niet 11. Heb je de HiBike-route gefietst of gelopen?  ja, ik heb de route gefietst > door naar 13  ja, ik heb de route gelopen > door naar 13  ja, ik heb de route gefietst en ook gelopen > door naar 13  nee, ik heb niet meegedaan aan de HiBike-route  weet ik niet > door naar einde 12. Waarom heb je niet meegedaan aan de HiBike-route? <open vraag>  weet ik niet Door naar einde

39

13. Wat goed! Met wie heb je de HiBike-route gedaan? Bij deze vraag kun je meer dan 1 antwoord kiezen. o met een spelleider o met een ander kind of andere kinderen o met (een van) mijn ouders o met iemand anders, namelijk met_____  weet ik niet 14. Wat vond je van de HiBike-route?   > door naar 15a   > door naar 15b   > door naar 15c  weet ik niet > door naar einde 15a. Wat vond je niet leuk aan de HiBike-route? <open vraag>  weet ik niet Door naar einde 15b. Wat vond je niet zo leuk aan de HiBike-route? <open vraag>  weet ik niet Door naar einde 15c. Wat vond je leuk aan de HiBike-route? <open vraag>  weet ik niet Einde HiBike-groep: Dat was het! Bedankt voor je antwoorden. We hopen dat je plezier hebt gehad met het meedoen aan HiBike en dat je nog veel fiets- en wandeltochten zult maken! Einde controlegroep: Dat was het! Bedankt voor je antwoorden. Je kunt nu op ‘Verzend’ klikken om de vragenlijst te versturen.

40

Bijlage 2 Gespreksleidraad

Kringgesprek met leerlingen Introductie Jullie hebben meegedaan met HiBike. Nu het spel is afgelopen willen we graag weten wat jullie ervan vonden. Daarmee kunnen we het spel voor andere scholen (nog) leuker maken. Jullie hebben net een vragenlijst ingevuld. We willen jullie nog een paar extra vragen stellen om te weten te komen hoe HiBike voor jullie was. Het gesprek duurt een half uurtje. Begrijpen jullie het? Hebben jullie nu vragen voor ons? Voorstelrondje -

Hoe heet je, hoe oud ben je en hoe vaak fiets je naar school? En hoe vaak wandel je?

Vragen 1.

Toen je voor het eerst hoorde over HiBike, wat dacht je toen? o

2.

Leek het je leuk om mee te doen? Waarom wel/waarom niet?

Daarna kwam voor het eerst de sportcoach [Koggenschip Mirjam; Blauwe Lijn Leon] op school. Hoe ging dat? Wat vond je ervan?

3.

In de weken daarna gingen jullie aan de slag met HiBike. Hoe ging dat? -

Wat hebben jullie gedaan?

-

Hebben jullie het er in de klas over gehad?

-

Snapte je hoe het spel werkte?

o o

-

5.

6.

Hoe was dat?

o

Hoe werkte het dan?

o

Wat snapte je niet?

Wat vond je leuk aan het spel? Wat vond je niet leuk? En waarom? o

4.

Hoe was dat? Wat vond je daarvan?

Waren er dingen die je lastig vond aan HiBike? Wat? Waarom?

Deel van HiBike waren de routes. Heb je de routes gedaan? En met wie? Wat vond je ervan? -

Wat ging wel/niet goed?

-

Wat vond je wel/niet leuk? Waarom?

Hebben je ouders meegedaan met HiBike? o

Waaraan wel/niet?

o

Waarom wel/niet?

o

Wat vond je daarvan?

Heb je iets geleerd van HiBike? Wat?

41

7.

Ben je vaker gaan fietsen of wandelen door HiBike? Waarom wel waarom niet? -

Denk je dat je nu vaker gaat fietsen of wandelen? Naar school/met vrienden/met je ouders? Waarom wel/waarom niet?

8.

Heb je tips voor kinderen op andere scholen die mee gaan doen met HiBike?

Afsluiting -

Zijn er nog dingen die jullie willen zeggen over HiBike?

-

Leerlingen bedanken.

Groepsgesprek met docenten en sportcoaches Introductie -

Welkom heten

-

Zelf voorstellen

-

Uitleg onderzoek

-

Uitleg over deelname en datagebruik via de mail toegestuurd. Vragen over? Onduidelijkheden?

-

Toestemming om het gesprek op te nemen

Voorstellen -

Kunnen jullie je kort voorstellen? o

Docenten: op welke school ben je werkzaam, voor welke groep?

o

Sportcoach: hoe ben je betrokken geraakt bij HiBike?

Hoeveel fiets je zelf? Vragen 1.

Toen jullie voor het eerst hoorden over HiBike, wat was jullie eerste reactie? Wat waren de verwachtingen? o

2.

Zagen jullie uitdagingen? Zo ja, welke? Waarom?

De start van HiBike begon met een kick-off dag. Hoe verliep dat? Wat waren jullie ervaringen hiervan? o

Hoe vonden jullie dat de kick-off dag (instructie, demonstratie) werd ontvangen door de leerlingen?

3.

Hoe is HiBike verlopen? -

De eerste weken: in hoeverre sloeg het aan? Leefde het onder de leerlingen? In hoeverre waren de leerlingen enthousiast over HiBike? Waar merkte jullie dat aan? o

(Hoe) reageerden de ouders op het project?

-

Hoe ontwikkelde dit zich in de loop van het project?

-

Hoe hebben jullie de rol van docent/sportcoach hierin ervaren? o

Docenten: op welke momenten bespraken jullie HiBike in de klas?

-

Wat ging goed?

-

Wat waren uitdagingen? En waarom?

-

Wat vonden jullie van de duur, intensiteit, contactmomenten, begeleiding vanuit de gemeente?

o

Hoe gingen jullie daarmee om?

42

4.

Wat hebben jullie meegekregen van het verloop van HiBike buiten school (fietsen naar sport, vrienden, HiBike-route)? -

In hoeverre was het mogelijk om hierin te begeleiden? Hoe verliep dit?

-

In hoeverre waren de ouders betrokken bij het project?

-

We hebben vernomen dat veel leerlingen de route niet hebben gedaan. Kunnen jullie hier iets meer over vertellen?

5.

Hoe zouden jullie de houding van de leerlingen tegenover fietsen (of wandelen) nu omschrijven? o

Is dat een verschil met hoe het voor HiBike was? Docenten: wat merk je nu in het fiets/wandelgedrag van de kinderen?

6.

Docenten: Nu HiBike is afgelopen, bespreken jullie het fietsen/wandelen nog in de klas? Leeft het nog? Waarom wel/waarom niet?

7.

Zouden jullie andere scholen aanraden om deel te nemen aan HiBike? Waarom wel/waarom niet? o

Is het project volgens jullie geschikt voor elke type school? Waarom wel/niet?

o

Wat is er volgens jullie nodig om HiBike tot een succes te maken bij andere scholen?

Afsluiting -

Zijn er nog andere dingen die jullie kwijt willen over HiBike?

-

Deelnemers bedanken en aangeven wat er met de resultaten gebeurt.

43

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14223300/1