Bijlage 2 Concept beleidskader Hoofdgroenstructuur_inspraakversie.pdf
Tekst van het document
Groen-blauwe hotspots In de Omgevingsvisie 2050 zijn een aantal locaties aangewezen als groenblauwe hotspot. Binnen een gebied waar op basis van een bestuurlijke opdracht realisatie hiervan gewenst is, gelden de volgende regels: Op deze plekken waar stad, groen en water elkaar raken, komen mensen vanuit de hele stad naartoe om groen, ruimte en water te beleven. De inzet op deze plekken is om, gebruikmakend van hun landschappelijke kwaliteit, hun stedelijke betekenis te vergroten. De nadruk ligt
daarbij op buitenactiviteiten. Op deze plekken kan dus wat meer dan normaliter binnen het groentype waarin de opgave is gelegen is toegestaan. Dat geldt niet voor zoeklocaties waar ‘stadsnatuur’ van toepassing is. De natuurwaarde is hier prioritair en medebepalend voor wat hier programmatisch mogelijk is. Herlocalisering van de zoeklocatie buiten de begrenzing van de ‘stadsnatuur’ is hierbij, afhankelijk van de lokale situatie, denkbaar. Centraal staat de beleving van de groen-blauwe ruimte. Inpassing leidt tot versterking van de prioritaire waarden van het betreffende groentype van de Hoofdgroenstructuur en tast de kernkwaliteiten ervan niet aan. Dit betreft maatwerk per locatie. De nadruk ligt op buitenactiviteiten, bij het groentype en de plek aansluitende programmering en inrichting van de openbare ruimte. Eventueel hoort daar beperkt gebouwd programma, maar altijd zorgvuldig in het groen en water ingepast, aansluitend bij het karakter, de omvang en de opzet van het park. Voor een breed publiek toegankelijke vrijetijdsfuncties als bijvoorbeeld strandjes en waterrecreatie, buitentheaters en culturele voorzieningen (zoals een beeldentuin of (buiten)atelier) kunnen hier een plek krijgen, afhankelijk van de mogelijkheden, het karakter, de omvang en de opzet van het park.
De woon- en/of verblijfsfunctie is hier uitgesloten, evenals initiatieven die het groen en water te vergaand privatiseren, c.q. de openbare toegankelijkheid te veel beperken.
Groene linten
rijen en geveltuinen. Groene linten kunnen in hoge mate bijdragen aan de beleving van groen in de stad, het versterken van de ecologische, cultuurhistorische en/of monumentale waarde en de mogelijkheid om op een comfortabele en hittebestendige manier door de stad te wandelen of fietsen. Met name straten met grote bomen zijn om die reden belangrijk. Daarom heeft het stadsbestuur in de Omgevingsvisie de ambitie uitgesproken om delen van de Amsterdamse Hoofdbomenstructuur te integreren in de Hoofdgroenstructuur. Groene linten kenmerken zich door het gecombineerde gebruik van de ruimte. Naast groen is het namelijk ook ruimte die gebruikt wordt voor verkeers- en verblijfsfuncties. Sectorale toetsing aan alleen de groenfunctie van ‘groene linten’ doet geen recht aan het gedeelde gebruik van deze ruimten. Groene linten, zoals in de Omgevingsvisie gedefinieerd, maken nu nog geen deel uit van dit beleidskader. Daarvoor moeten eerst een aantal stappen worden doorlopen: onderzoeken op welke wijze integrale toetsing aan ‘groene linten’ kan worden georganiseerd; actualisatie naar een meer gedetailleerde Hoofdbomenstructuur met een onderscheid in bestaand en wenselijke uitbreiding; selectie welke structuren uit de Hoofdbomenstructuur als ‘groene linten’ eventueel onderdeel kunnen gaan uitmaken van de Hoofdgroenstructuur.
Het actualiseren van de Hoofdbomenstructuur zal worden betrokken bij de actualisatie van het Beleidskader Puccinimethode, waar de Hoofdbomenstructuur deel van uitmaakt. De actualisatie van het Beleidskader Puccinimethode is naar verwachting eind 2023 gereed voor vaststelling door de gemeenteraad.
Groene linten worden in de Omgevingsvisie 2050 omschreven als groene straten, lanen en fiets-/ wandelroutes, die veel groene elementen bevatten, zoals bomen29
Sporten in een groene omgeving De stad wordt zo ingericht dat het de Amsterdammers uitnodigt tot bewegen, spelen en sporten. Het groen in en rond de stad speelt hierin een belangrijke rol: het biedt Amsterdammers de mogelijkheid te sporten en bewegen in een natuurlijke, gezonde omgeving. Hoewel sportvoorzieningen strikt genomen niet alleen maar ‘groen’ zijn, maken ze wel onlosmakelijk deel uit van de groene en recreatieve ruimte in en rond de stad. Sport en groen zijn nauw met elkaar verbonden. Veel sportbeoefening vindt van oudsher plaats in de buitenlucht en weer een groot deel daarvan op sportparken, die meestal gelegen zijn in de Hoofgroenstructuur. Sportparken horen dus nadrukkelijk bij de Hoofdgroenstructuur, maar ze brengen voor een groene functie wel relatief veel verharding en objecten (parkeren, paden, hekken, masten) en bebouwing (clubhuizen) met zich mee. Verder bestaan ze voor een belangrijk deel uit kunstgrasvelden en vragen ze om een bepaalde schaalgrootte en maatvoering. Daarom passen ze niet op alle plekken in de Hoofdgroenstructuur en is er een apart groentype voor benoemd in de Hoofdgroenstructuur (sportpark). Het groenbeleid richt zich op het beperkt toelaten van nieuwe sportparken in de Hoofdgroenstructuur.
Daarvoor wordt het principe van drie stappen aangehouden (zie Omgevingsvisie Amsterdam 2050): Stap 1: Bij de ontwikkeling van nieuwe buurten boven een bepaalde omvang wordt ten minste de helft van de buitensportopgave (conform de sportnormen) gerealiseerd binnen de buurten Stap 2: Het bestaande areaal aan sportterrein blijft behouden en het gebruik wordt geoptimaliseerd zodat meer Amsterdammers op verschillende manieren en verschillende tijdstippen gebruik kunnen maken van deze voorzieningen Stap 3: Voor lokale sportopgaven waarvoor de eerste twee stappen niet voldoende oplossing bieden kunnen nieuwe sportparken worden gerealiseerd, zowel in een stedelijke setting als in een landschappelijke setting (in het laatste geval dus binnen de Hoofdgroenstructuur)
30
Voor stap 1 is van belang dat de sportopgave vroegtijdig wordt ingepast in de gebiedsontwikkeling en dat bij bestuurlijke besluitvorming expliciet wordt aangegeven hoe de sportopgave is ingepast en hoe met een eventuele ‘restopgave’ wordt omgegaan. Voor stap 2 is van belang dat het beleidskader Hoofdgroenstructuur voldoende ruimte biedt om intensivering van bestaande sportparken mogelijk te maken, omdat intensiever gebruik veelal gepaard zal gaan met meer verharding of bebouwing. De begrenzing van de sportparken als geheel zijn daarbij leidend. In de afweging tussen intensiever gebruik van bestaande sportparken of realisatie van nieuwe sportparken binnen de Hoofgroenstructuur, is het stedelijk groenbelang meer gebaat bij intensivering (ook als dat het groene karakter binnen het sportpark verandert) dan bij benutten van andere groene ruimte. Op bestaande sportparken wordt daarom ruimte geboden voor intensivering, optimalisering en de opgave om sportparken meer openbaar te maken. Dit betekent dat de regels voor verharding, kunstgras en bebouwing binnen de bestaande sportparken in de Hoofdgroenstructuur niet te knellend moeten zijn.
Overigens kunnen verdichting en intensivering ook samengaan met vergroening, zoals overdekt parkeren met sport op het dak of vergroening van clubgebouwen en het is belangrijk om hier veel aandacht aan te geven en voortdurend te (blijven) kijken naar innovatieve oplossingen. Wanneer inzichtelijk is gemaakt dat de regels uit het beleidskader onvoldoende ruimte bieden in een specifieke situatie en context, dan biedt het beleid meer ruimte, mits onderbouwd in een integraal plan voor het betreffende sportpark; de TAC kan dan advies uitbrengen op basis van dit integrale plan. Voor stap 3 is van belang dat ruimte voor nieuwe sportparken of uitbreiding van bestaande sportparken in de Hoofdgroenstructuur via maatwerk wordt geboden in gebieden waar is aangetoond dat de eerste twee stappen onvoldoende
Sportlandschappen
oplossing bieden; dit wordt per gebied bekeken en besloten. Afgezien van de zes sportlandschappen zijn er nog meer gebieden waar voorzien wordt dat de sportopgave in de toekomst gaat knellen. Hier is vanuit het Hoofdgroenstructuurbeleid nog niet op geanticipeerd, zodat het drie-stappen-principe zorgvuldig gevolgd wordt. Uitzondering daarop vormen het gewijzigde beschermingsregime binnen de Hoofdgroenstructuur voor de sportparken Kadoelen en Diemerpark, vanuit de vergevorderde bestuurlijke wens om hier optimalisatie te combineren met uitbreiding van de sportparken. Op het aan te leggen Buiteneiland (IJburg) is de keuze al gemaakt: hier komt een sportpark. Deze locatie wordt bij een toekomstige actualisatie als sportpark in de toetskaart opgenomen, zodra het eiland daadwerkelijk gerealiseerd is. In de nog op te stellen Opgavenkaart voor de Hoofdgroenstructuur (zie 1.3) wordt verder de toekomst in gekeken om op een zorgvuldige wijze met de sportopgave om te gaan; daarbij worden ook de inzichten van de op te stellen gebiedsgerichte uitwerkingen, Integrale Stadsdeel Programma’s, Integrale Stedelijke Programmering en de Sport- en Beweegstructuur onder de Omgevingsvisie betrokken. Belangrijk is dat de sportopgave en groenopgave, zoals de groene omranding van sportparken, zoveel mogelijk hand in hand gaan.
Hoewel er consensus is over de 3 stappen methodiek zoals omschreven in de Omgevingsvisie, biedt deze nog onvoldoende duidelijkheid hoe en waar in de stad voldoende ruimte gevonden gaat worden voor sport in een groeiende stad. In het kader van de Uitvoeringsagenda Omgevingsvisie wordt in ‘Integrale Stadsdeel Programma’s’ en in de ‘Uitwerking Sport- en Beweegstructuur’ inzichtelijk gemaakt hoe de 3 stappen-systematiek ruimtelijk gaat landen in de stad, zodat de sportnorm wordt gehaald. Daarbij wordt ook gekeken naar oplossingen binnen de Hoofdgroenstructuur.
Om bij te dragen aan de stadsbrede sportopgave is in de Omgevingsvisie 2050 een zestal zoekgebieden aangewezen als opgave ‘sportlandschap’ (zie kaart 3). Hierbij gaat het voornamelijk om het inpassen van de meer extensieve vormen van georganiseerde buitensport, in samenhang met ruimte voor ongeorganiseerde buitensport. De inpassing van georganiseerde sportvoorzieningen op deze locaties dient zorgvuldig te gebeuren en vraagt om maatwerk. Vier locaties (Bijlmerweide, Centraal Park Gaasperdam, Sportpark Kop Amstelscheg, Oeverlanden/Nieuwe Meer) maken nu al deel uit van de Hoofdgroenstructuur. Op deze locaties is bewust geen ‘stadsnatuur’ regime toegepast, zodat sport als toegestane verbijzondering binnen het betreffende groentype ingepast kan worden op basis van definitieve plan- en besluitvorming en realisatie. De TAC zal hierbij niet toetsen op de vraag ‘of’ sport kan worden ingepast, maar wel op de vraag ‘hoe’ (in welke mate, met welke ruimtelijke structuur en met welke inrichting/vormgeving). Voor sportlandschappen gelden hierbij de volgende regels: Ze leveren een positieve bijdrage aan de beleving van het groengebied. De nadruk ligt op buitenactiviteiten en de programmering van de openbaar toegankelijke ruimte. De bezoekersdruk ligt hier lager dan op sportparken.
Ze worden landschappelijk, ecologisch en duurzaam zorgvuldig ingepast en de landschappelijke karakter van het groengebied worden niet aangetast. Ze zijn maatwerk per locatie. Ze zijn niet eenduidig van vorm. Het kan gaan om een kleinschalig compact dan wel ruim opgezet concept. Een ruime opzet maakt een dooradering van recreatieve routes, ander recreatief gebruik en een natuurvriendelijke inpassing mogelijk. Primair gaat het om de meer extensieve vormen van sport. Deze gaan samen met ongeorganiseerde, individuele buitenspor31
Kaart 3: Gebruik groene plekken uit de Omgevingsvisie 2050
ten (waaronder fietsen, skaten, frisbee, bootcamp etc.) in de openbare ruimte. Eventuele sportterreinen, faciliteiten en sportvelden hebben een groene en zo openbaar en toegankelijk mogelijke inrichting en zijn onderdeel van het ensemble binnen het betreffende groengebied. Daar waar sportvelden nodig zijn om bij te dragen aan de stadsbrede sportopgave zijn ze slechts toegestaan mits de complexen kleinschalig van opzet zijn (maximaal drie hockey- of voet32
balvelden), open van karakter en optimaal duurzaam en landschappelijk ingepast. De afweging of hier kunstgras nodig of wenselijk is, is locatie specifiek. De verharding blijft hier beperkt. Paden en parkeren zijn - voor zover noodzakelijk - grotendeels onverhard of in half-verharding uitgevoerd, met een beperkte basisstructuur van verharde paden zodat de toegankelijkheid voor iedereen gewaarborgd is. Voorzieningen worden bij voorkeur gerealiseerd in bestaande bebouwing. Eventueel nieuw
Opgaven in relatie tot het gebruik van de hoofdgroenstructuur Stadsnatuurplekken: Op deze plekken staat de rust en extensief gebruik voorop. Dat komt tot uiting in de inrichting en bestemming. Deze gebieden hebben een hoge ecologische waarde. Zoekgebied stadsbos: Er wordt gezocht naar plekken voor kleinschalige bossen. De bossen krijgen een hoge ecologische waarde en zijn geschikt voor extensief recreatief gebruik. Begraafplaats: De begraafplaatsen in de stad hebben, naast hun oorspronkelijke betekenis, een grote natuurwaarde. Het zijn rustige plekken in de stad. Door ze toegankelijk te maken worden het groene plekken in de stad waar mensen de stilte kunnen opzoeken. Volkstuinpark: Volkstuinparken zijn door hun gevarieerde inrichting en aandachtig beheer waardevolle groene plekken in de stad en hebben een hoge natuurwaarde. We streven ernaar meer Amsterdammers te kunnen laten genieten van de schoonheid en rust van de volkstuinparken. De nadruk blijft er liggen op een kleinschalige, tuinachtige inrichting, met voornamelijk privaat beheer. Opgave sportlandschap: Op deze plekken wordt sport ingepast in een landschappelijke omgeving met veel natuurwaarde. Uitgangspunt is dat sport een positieve bijdrage levert aan de beleving en deze zorgvuldig is ingepast, zodat het karakter van het specifieke landschap niet wordt aangetast.
De nadruk ligt op meer extensief georganiseerde sporten en de ongeorganiseerde, individuele sporten. Eventuele sportterreinen, faciliteiten en sportvelden hebben een groene en zo openbaar en toegankelijk mogelijke inrichting. Sportpark: In de sportparken wordt optimaal intensief gebruik mogelijk gemaakt, om zo efficiënt mogelijk de opgave voor georganiseerde sport een plek te geven. De sportparken hebben een groene omlijsting. Potentie stadsstrand: Openbare plekken met recreatiemogelijkheden in of langs het water. Stadspark: In deze parken is ruimte voor ontspanning, ontmoeting, spelen en informeel sporten. Door de groei van de stad zal het gebruik ten opzichte van het huidige gebruik toenemen. Door de inrichting kunnen de parken gezoneerd worden in drukkere en rustigere delen. Onderhoud en beheer is een belangrijke opgave wegens het toenemende gebruik. Potentie groene-blauwe hotspot: De inzet op deze plekken is om, gebruikmakend van hun landschappelijke kwaliteit, hun stedelijke betekenis te vergroten. Vrijetijdsfuncties als bijvoorbeeld strandjes, waterrecreatie, buitentheaters en musea kunnen hier een plek krijgen. De nadruk ligt op buitenactiviteiten (zie ook de kaart ‘Plekken met stedelijke betekenis’).
gebouwd programma blijft beperkt en is ondersteunend aan de sportfunctie en is bij voorkeur bruikbaar voor meerdere functies. Verdichting is niet de opgave. Gebouwd programma is zorgvuldig in het groen en water ingepast en geclusterd in de drukkere delen van het betreffende groentype. De eventuele toekomstige omzetting van het betreffende groentype naar sporttype ‘sportpark’ wordt per locatie separaat aan de raad voorgelegd, zodat per geval/gebied
een zorgvuldige en transparante afweging mogelijk is. Locaties die nu nog geen onderdeel uitmaken van de Hoofdgroenstructuur (Groene Veld in Noord, IJburg Buiteneiland) worden pas opgenomen in de toetskaart van de Hoofdgroenstructuur als de besluitvorming en planvorming is afgerond. Voor de locaties Bijlmerweide, Centraal Park Gaasperdam en Groene Veld in Noord is de verwachting dat deze locaties als eerste aan bod (moeten) komen om bij te dragen aan de groeiende vraag naar georganiseerde sport. 33
4. De toetskaart Op deze toetskaart zijn de ligging en de begrenzing van de Hoofdgroenstructuur en de daarin onderscheiden groentypen weergegeven. Een link naar een digitale en interactieve versie van deze kaart is te vinden op amsterdam.nl/hoofdgroenstructuur 34
35
36
5. Richtlijnen 5.1 Algemene richtlijnen Voor de Hoofdgroenstructuur gelden een aantal algemene richtlijnen over de (on)mogelijkheden voor toevoeging van (tijdelijke) bebouwing en/of verharding. Ieder (tijdelijk) initiatief in de Hoofdgroenstructuur wordt beoordeeld op inpasbaarheid. Uitgangspunt bij nieuwbouw en verharding is minimaal behoud van de prioritaire waarden en behoud van het groene karakter van het betreffende gebied. De beoordeling of nieuwe functies naar aard, omvang en locatie inpasbaar zijn vindt plaats op basis van de specifieke richtlijnen die zijn uitgewerkt per groentype in de tabellen in hoofdstuk 6. De algemene regels worden hieronder beschreven.
Inpasbaar: Kleinschalige (natuurinclusieve en duurzame) bebouwing en verharding die de prioritaire waarden en beleidsintentie(s) van het specifieke groentype ondersteunt en die voortvloeit uit het streven naar verbetering van het functioneren van het groen. Maximaal enkele procenten van het oppervlak van het gebied mogen bebouwd en/of verhard worden. Zie hiervoor de specifieke criteria per groentype en verbijzondering in hoofdstuk 6. Ondergrondse bouwwerken: als de noodzaak van ondergrondse bouwwerken in de Hoofdgroenstructuur aangetoond kan worden, worden de bouwwerken (zoals parkeervoorzieningen) niet als verharding meegeteld en zijn ze inpasbaar. Op voorwaarde dat deze voorzien zijn van een omvangrijke groene leeflaag en dat de natuurwaarden niet aangetast dan wel gecom-
penseerd worden en en dat er aandacht is voor de effecten op grondwaterstromen.
Niet inpasbaar: Bebouwing en verharding die de prioritaire waarden van het specifieke groentype niet ondersteunen en die niet voortvloeien uit het streven naar verbetering van het functioneren van het groen. Bebouwing en verharding , zoals gebruik voor wonen (en afgeleiden daarvan) en werken. Niet aan groen gerelateerde vrijetijdsvoorzieningen. Overnachtingsmogelijkheden, op een enkele uitzondering na. Zie hiervoor de criteria per groentype. Infrastructuur (waaronder ook bruggen), met name voor auto’s, voor zover deze de groenfunctie niet ondersteunt. Mountainbike routes, op een enkele uitzondering na. Zie hiervoor de criteria per groentype. Warmte/koude opslag en centrales, onder- en verdeelstations, datacenters, afval(overslag) punten en werven, tenzij deze bij gemeenteraadsbesluit als zoekgebieden voor energietransitie zijn aangemerkt. Zonnevelden (anders dan op daken of op/aan grootschalige infrastructuur). Windturbines, tenzij deze bij gemeenteraadsbesluit als zoekgebieden voor windenergie zijn aangemerkt en mits uit een milieueffectrapportage blijkt dat er geen onaanvaardbare effecten zijn voor natuur en milieu. Hoge elementen: zoals zendmasten en reclamezuilen (waarvan 37
uitgezonderd lichtmasten op sportparken). Waterberging, als de noodzaak daarvoor is ontstaan door verdichtingen in het omringende stedelijke gebied. Waterbergingsopgaven mogen niet op groengebieden worden afgewenteld, maar zijn in enkele groentypen onder voorwaarden als kwaliteitsimpuls mogelijk.
Parkeren wordt beoordeeld als
onderdeel van het bebouwingsinitiatief waar het bij hoort. Een landschappelijk verantwoorde inpassing is noodzakelijk. Groene toepassing van parkeren (bijvoorbeeld gewapend gras) verdient de voorkeur. Als verharding worden de volgende elementen beschouwd: Verharde toegangs-, wandel- en fietspaden. Verharde wegen, parkeerplaatsen/terreinen en terrassen. Kunstgras, gravel en verharde onderconstructies ten behoeve van sport- en speluitoefening, met uitzondering binnen het groentype ‘sportpark’. Niet als verharding gelden: Onverharde/halfverharde wandel- en fietspaden zonder ondergronds verhard oppervlak. Onverharde/halfverhard (fiets) parkeren uitgevoerd in grasbeton (als dit functioneel de voorkeur verdient boven onverhard parkeren).
38
Bestaande bebouwing en verharding Bestaande bebouwing en/of verharding kan een passend (vaak cultuurhistorisch) onderdeel van het groen vormen (zoals bijvoorbeeld het Vondelparkpaviljoen). In andere gevallen is bestaande bebouwing geen verrijking van het groentype, en verdient uitplaatsing de voorkeur. Bestaande legale bebouwing – inpasbaar of niet – wordt om praktische redenen geaccepteerd. Wel moet een functiewijziging van bestaande legale bebouwing voor advisering aan de TAC worden voorgelegd.
Maximale verhardings- en bebouwingspercentages Voor sommige groentypen (stadsparken, stadsplantsoenen en sportparken) geldt een maximaal percentage voor de mate van bebouwing plus verharding. Sommige groengebieden hebben in de huidige situatie al een hoger percentage verharding/bebouwing dan is toegestaan volgens dit toetskader. In het algemeen geldt er dan een vergroeningsopgave, waarbij verharding wordt omgezet in groen. Initiatieven die tot een overschrijding van het maximale verhardings- en bebouwingspercentage leiden moeten worden gemotiveerd vanuit een totaalvisie op het groengebied, waarin aspecten als verharding, bebouwing, groen, water, ecologie en ruimtelijke kwaliteit in samenhang worden bekeken en uitwisselingsmogelijkheden optimaal worden benut.
5.2
Toetsing aan waarden
Groen levert veel verschillende waarden aan de stad. De elf waarden die in het tekstkader worden beschreven zijn niet uitputtend. Wij sluiten zo veel mogelijk aan bij de waarden die in de Groenvisie 2020-2050 worden onderscheiden en die het meeste bijdragen aan de uitdagingen en opgaven waar Amsterdam voor staat. Om richting te geven aan de gewenste variatie en ontwikkeling van groengebieden in de stad worden per groentype drie prioritaire waarden benoemd die allen even belangrijk zijn. Zo staan bijvoorbeeld binnen het groentype natuurpark de natuurwaarde, belevingswaarde en educatieve waarde van het groen centraal. Ook wordt er in elke groentypetabel aangeduid wat naast de prioritaire waarden overige
belangrijke waarden zijn voor het betreffende groentype. Voor bijvoorbeeld het groentype ‘natuurpark’ zijn dat duurzaamheid, leefbaarheid en gezondheid. Hiermee is niet gezegd dat waarden die niet in de groentype tabel benoemd worden onbelangrijk zijn. Een initiatiefnemer wordt aangemoedigd op zoveel mogelijk waarden positief te scoren en deze te versterken. Met de aanduiding prioritaire en overige waarden wordt een rangorde aangeduid die richting geeft bij de beoordeling op inpasbaarheid. Initiatieven en planvorming mogen niet ten koste gaan van de prioritaire waarden en moeten op ten minste één prioritaire waarde een verbetering laten zien.
39
De waarden van het Amsterdamse groen Natuur De stad biedt verrassend veel mogelijkheden voor de ontwikkeling van flora en fauna. Steeds meer natuur ontdekt de stad, en daarmee wordt de stad een eigen ecosysteem met een breed palet aan plant- en diersoorten. De vormgeving, inrichting en het beheer van de stad zijn bepalend voor de soorten die zich er vestigen. Dit kan verbeterd worden door de aanleg van groenblauwe netwerken en het verwijderen van overbodige verharding. Door het toepassen van ecologisch beheer in publiek en privaat groen dragen bewoners, bedrijven en gemeente bij aan het behoud van bijzondere en bedreigde soorten zoals wilde bijen. In een natuurlijke stad kunnen kinderen en volwassenen zich verwonderen over de rijke verscheidenheid van de stadse biodiversiteit.
Recreatie Groene recreatie beslaat alle vormen van recreatie in een groene omgeving, van actieve vormen van recreatie zoals sporten, spelen of fietsen in de buitenlucht tot meer extensieve en rustige vormen zoals een natuurwandeling maken, op een bankje zitten of mediteren in het park. Groene recreatie zorgt voor ontspanning, beweging en rust in alle leeftijdscategorieën en draagt op die manier bij aan verschillende andere waarden, zoals gezondheid, sociaal en beleving.
Voedsel Het groen in en rondom de stad levert voedsel aan de bewoners van de metropoolregio Amsterdam en daarbuiten. Bij voedsel gaat het om meer dan het eten op ons bord, het is ook belangrijk voor gezondheid, cultuur, traditie, welzijn en economie. De landbouw in het omringende landschap levert voedsel aan de stad. Lokale productie van voedsel gebaseerd op de natuurlijke mogelijkheden is minder belastend voor de omgeving (energie, mest, transport). Volkstuinen, nutstuinen, stadslandbouwprojecten en stadsbossen zijn om verschillende redenen waardevol voor de stad: ze bieden naast voedsel ook educatie aan jongeren, dragen bij aan sociale cohesie en bieden kansen voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. 40
Sociaal Het groen in Amsterdam heeft veel sociale waarde: in een park, sportpark of moestuin ontmoeten bewoners elkaar op een laagdrempelige manier. Arm en rijk, oud en jong, mensen van welke afkomst dan ook, iedereen maakt gebruik van het groen en komt elkaar tegen. Ouders maken vaak gebruik van groene speelplaatsen, waar ze elkaar ontmoeten en kinderen samen kunnen spelen. Hondeneigenaren ontmoeten elkaar in parken. Mensen gaan eerder naar buiten in een prettige leefomgeving. Daarmee kan groen bijdragen aan ontmoeting en sociale binding en het verminderen van eenzaamheid. In een stad waar bewoners meer contact hebben, is doorgaans minder sprake van verloedering, overlast en criminaliteit.
Educatie De natuur zelf vormt bij uitstek de plek voor natuureducatie. In de natuur kunnen we ervaren wat natuur echt is, welke dieren en planten er leven en welk nut het heeft voor onze economie, onze gezondheid en welzijn. Kinderen leren door natuureducatie waar ons voedsel vandaan komt en welke weg voedsel aflegt voordat het belandt in de schappen van de supermarkt. Door zelf de aantasting van de natuur en het natuurlijk kapitaal te ervaren, wordt de noodzaak om de natuur te beschermen sterker. Voor educatieve doeleinden is het van belang dat natuur toegankelijk is en nabij. Ook is het belangrijk dat zowel het basis- als voortgezet onderwijs genoeg tijd besteedt aan natuureducatie.
Cultuurhistorie Tuinen en parken, historische groen- en waterstructuren in woonwijken en landschappen kunnen veel cultuurhistorische waarde hebben. Ze zijn in het verleden ontstaan of aangelegd en we willen ze vanwege hun schoonheid of cultuurhistorische waarde in stand houden voor de toekomst. Ons groenblauwe erfgoed in en rondom de stad helpt ons ook om het verhaal van onze geschiedenis te vertellen. Het kan gaan over voedsel, over religie of bijvoorbeeld over sociale verhoudingen.
Beleving Veel mensen hebben een positieve beleving bij bomen, planten en dieren. Een parkje in de stad of een natuurgebied aan de rand wordt vaak geassocieerd met rust en stilte. Een boom voor het huis brengt de vogels en jaargetijden dichterbij. Veel stadsbewoners worden gelukkig van een mooi groen uitzicht vanuit het raam of van het spotten van een ijsvogel langs het IJ. Bewoners krijgen een band met de planten en bomen in de straat, in de binnentuin of in nabijgelegen park.
Gezondheid In de gezondheidszorg komt steeds meer nadruk op preventie. Een mooie groene omgeving draagt hier aan bij. Mensen die beter in hun vel zitten en minder last van stress hebben, zijn niet alleen gezonder, maar ook productiever. Uit diverse onderzoeken is gebleken dat mensen gezonder zijn als de woonomgeving meer groen bevat. De aanwezigheid van groen kan hittestress/oververhitting van mensen helpen verminderen, schaduw bieden en het hitte eiland effect tegengaan. Groen kan bovendien een aantrekkelijke ruimte bieden voor spelen en sporten. Meer bewegen draagt bij aan een betere gezondheid. Een groene omgeving kan kinderen helpen bij hun ontwikkeling, zowel mentaal als fysiek. Groen daagt uit tot creativiteit en tot bewegen: kinderen die veel in een groene omgeving zijn hebben minder vaak last van overgewicht. Niet elke groene omgeving is daarbij overigens even uitdagend, variatie is belangrijk, evenals rustige en stille stukken groen voor stressreductie.
Economie Gevarieerd en goed ontworpen en beheerd groen maakt de stad mooier en aantrekkelijker, waardoor een beter vestigingsklimaat ontstaat voor zowel bewoners als bedrijven. Een aantrekkelijke stad met een prettig leefklimaat is goed voor haar bewoners en de werkgelegenheid. De groene ruimte in de stad biedt direct werk en inkomen aan duizenden Amsterdammers in de vorm van aanleg en onderhoud van parken en plantsoenen, maar ook in de vorm van sportlessen in het groen, horecagelegenheden, etc. Zonder groen wordt de opgave om de stad hittebestendig, regenbestendig en leefbaar te maken onhaalbaar.
Duurzaamheid Groen in en om de stad kan bijdragen aan een gezonde en schone bodem en een gezonde waterhuishouding. Zo kan vegetatie een bijdrage leveren aan het voorkomen van hitte stress maar zorgt ook voor een geleidelijke opname van het water in de bodem en beschermt deze tegen uitdroging en erosie. Plantenresten, bodemdieren en humus zorgen ervoor dat water in de bodem wordt vastgehouden. Een bijkomend voordeel van waterberging is dat het opgevangen water bij droge periodes kan worden benut. Variatie in bodemleven, voldoende voedingsstoffen en aanwezigheid van organisch materiaal zorgen voor een gezonde en vruchtbare bodem. CO2 wordt in de bodem en in planten en bomen vastgelegd als koolstof, maar CO2 kan ook weer vrijkomen door het kappen (en verbranden) van bomen of doordat veenbodems oxideren. Door bodems te vernatten wordt oxidatie van veen voorkomen en komt er minder CO2 vrij. Door het plaatsen van zonnepanelen of windturbines kunnen groene gebieden schone energie leveren. Het plaatsen van windturbines of zonnepanelen kan niet zomaar overal. Zowel mens, als flora en fauna, moeten mee worden genomen in deze afweging.
Leefklimaat Groen, water en luchtstromen hebben een positief effect op het stedelijke leefklimaat. In de hete zomermaanden kan het in binnensteden door het zogenaamde ‘hitte eiland-effect’ tot zeven graden warmer zijn dan het omliggende landelijke gebied. Bij hittegolven krijgen veel mensen last van gezondheidsklachten. Bomen, struiken en ander groen kunnen de temperatuur in een stad helpen verlagen door water te verdampen. Ook zorgen met name bomen voor schaduw. In de schaduw van bomen loopt de temperatuur zoals mensen die ervaren veel minder hoog op, mits er ook voldoende ventilatie is. Parken zijn door het effect van verdamping en beschaduwing koele plekken in de stad, en het effect is tot buiten het park te meten. Vegetatie of groen heeft invloed op de wijze waarop mensen lawaai en geluidsoverlast ervaren. Bij uitzicht op groen wordt minder last ervaren van lawaai, zoals een druk schoolplein. Windhinder die ontstaat door de aanwezigheid van hoge gebouwen kan worden beperkt door het aanplanten van de juiste struiken of bomen. 41
5.3 Stadsnatuur In de Omgevingsvisie 2050 zijn binnen de gemeentegrenzen gebieden en verbindingen als ‘stadsnatuur’ aangewezen. Deze gebieden worden gekenmerkt door een hoge ecologische waarde en vormen de leefgebieden voor plant en dier. Daarnaast leveren ze ecosysteemdiensten, zoals het vastleggen van CO2, het bergen van water en het voorkomen van extreme opwarming. De ecologische structuur, zoals opgenomen in de Ecologische Visie (2012) is verwerkt in de verbindingen die op de toetskaart als stadsnatuur zijn aangeduid. Deze verbindingen zijn aangevuld met plekken in stadsparken met een hoge natuurwaarde. Zie kaart 4 voor de Weergave van het netwerk aan stadsnatuurgebieden en v erbindingen. Op locaties in de
42
stad die aangeduid zijn als ‘stadsnatuur’ staan extensief recreatief gebruik en de beleving van natuur en rust voorop. Stadsnatuur maakt altijd onderdeel uit van één van de groentypen, als een extra waardelaag; de aanduiding stadsnatuur wordt niet gecombineerd met het groentype sportpark (met uitzondering van golfterreinen), vanwege de potentiële conflicterende waarden/ belangen. Het soort en de intensiteit van recreatief medegebruik hangt af van het groentype waar ‘stadsnatuur’ deel van uitmaakt. Bij stadsnatuur binnen een stadspark is meer recreatief gebruik toegestaan dan in een natuurpark. In beide gevallen altijd binnen de grenzen van het behoud van de natuurwaarde.
Kaart 4: Weergave van het netwerk aan stadsnatuurgebieden en verbindingen
Voor gebieden of verbindingen die op de toetskaart zijn aangeduid als ‘stadsnatuur’ gelden de volgende criteria:
Algemeen: Op deze locatie geldt ‘natuur’ als prioritaire (ontwikkel)waarde, boven de voor het betreffende groentype geldende ontwikkelwaarden. Initiatieven mogen deze natuurwaarde niet aantasten of barrières opwerpen. De kwaliteit en de omvang (m2) ervan moet gelijk blijven of toenemen. Bestaande knelpunten worden zo spoedig mogelijk opgeheven. Als voorwaarde voor een advies van de TAC op inpasbaarheid op een locatie met een ‘stadsnatuur-label’ geldt dat de aanvraag voorzien moet zijn van een flora- en faunatoets waaruit de consequenties blijken en welke voorzien is van een ambtelijk ecologisch advies van een stadsecoloog over inpasbaarheid. Stadsnatuur wordt ecologisch beheerd. Chemische bestrijdingsmiddelen zijn niet toegestaan. Daar waar in een uiterste geval – op basis van een gemotiveerde reden - moet worden afgeweken, moet de natuurwaarde gemitigeerd of compenseerd worden conform de Wet natuurbescherming /Omgevingswet. Hiervoor is een afwijkingsbesluit met instemming van de gemeenteraad nodig.
Stadsnatuurgebieden: Voorop staan het beschermen en vergroten van de biodiversiteit, natuurbeleving en extensief gebruik dat gericht is op relatieve rust, donkerte (voorkomen van lichtvervuiling) en natuurbeleving. Dat komt tot uiting in de inrichting, het beheer en de bestemming. Stadsnatuur wordt optimaal ingericht voor doelsoorten. Ze zijn afgezien van recreatieve routes beperkt toegankelijk.
Waterpartijen hebben op daarvoor aangewezen plekken natuurlijke oevers (geleidelijk talud), naast de meer op recreatie gerichte oevers. Natuurzwemmen is onder voorwaarden toegestaan. Kanoën, roeibootjes en rustig elektrisch varen is toegestaan. Vissen zo min mogelijk. Voorzieningen zijn gericht op natuureducatie, natuurbeleving en extensieve recreatie. De bezoekersdruk is er laag. In de grotere stadsnatuurgebieden is rond entreegebieden ruimte voor voorzieningen als een klimpark, gecombineerde kleinschalige horeca/ informatiecentrum of museum. Parkeerplaatsen, voorzieningen gericht op verblijfsrecreatie, beheerderswoning of naschoolse opvang zijn hierbinnen niet toegestaan. Er is ruimte voor onverharde struinroutes en ruiterpaden. Mountainbikeroutes en skateparken zijn niet inpasbaar. Boomkruinpaden zijn locatieafhankelijk inpasbaar. Toepassing van (half)verharding dient beperkt te blijven. Als een fietspad in het buitengebied onderdeel is van het Hoofdnet fiets is verlichting toegestaan, mits uitgevoerd in een natuurvriendelijke variant. In stads- en natuurparken geldt dat de bezoekersdruk wat hoger is in vergelijking met groene verbindingen en de grotere stadsnatuurgebieden aan de rand van de stad of in het landschap. Meer bezoekers kunnen hier genieten van natuur en rustige, extensieve vormen van recreatie en educatieve voorzieningen.
Aan de randen van stadsnatuurgebieden zijn natuurspeelplaatsen en educatiepaden mogelijk, evenals informele en extensieve vormen van sport zonder toepassing van kunstgras, bebouwing en verharding (parkeren). Kleinschalige horeca is hier toegestaan indien de
Prioritaire waarde
Natuur
43
mededoelstelling natuureducatie is. Terrassen worden niet of halfverhard uitgevoerd. In landschapsparken zijn ook verharde fiets- en wandelpaden mogelijk. De ontsluitingsmogelijkheden zijn in de entreezone en randen maximaal, in het achterland extensief (voetpaden, laarzenpaden). Aanwezige bebouwing en voorzieningen zijn duurzaam en natuurinclusief. De vorm (breedte, locatie, etc.) en het beheer van een stadsnatuur verbinding verschilt sterk en hangt af van de aanwezige of te ontwikkelen natuurwaarden.
44
Stadsnatuur (water) verbindingen: Het verbindende element staat centraal: doorlopende groene en blauwe structuren zonder obstakels zijn essentieel als ecologische verbindingen voor plant en dier. De verbinding dient dan ook in stand te blijven en niet te worden onderbroken. Ze maken faunamigratie en verspreiding van flora in het stedelijk gebied en met de (natuur)gebieden buiten het stedelijk gebied mogelijk en dragen zo bij aan het in stand houden van gezonde, weerbare populaties. Daar waar er een stadsnatuurverbinding in het groentype ‘groene verbinding’ ligt, heeft de natuurwaarde nadrukkelijk niet op de gehele groene verbinding en over de totale doorsnede het primaat. Afhankelijk van de maat van de groene verbinding (>15 meter) kunnen initiatieven ook prima een bijdrage leveren aan de andere prioritaire waarden van het groentype groene verbinding (recreatie en beleving). Zie hiervoor groentype ‘groene verbinding’.
Stadsnatuur Beheerwijze Het beheer is extensief en in sommige gevallen heeft niets doen (successie) de voorkeur. Het beheer is specifiek gericht op de aanwezige of te ontwikkelen natuurwaarden. Soms kunnen schapen en grote grazers hiervoor ingezet worden.
45
46
6. Richtlijnen per groentype De Hoofdgroenstructuur omvat acht groentypen, met elk hun eigen ontwikkelperspectief en criteria om initiatieven en planvorming aan te toetsen op inpasbaarheid. De groengebieden in de Hoofdgroenstructuur zijn verdeeld in acht groentypen: stadspark, stadsplantsoen, natuurpark, sportpark, tuinpark, gedenkpark, landschap en groene verbinding. Groengebieden kunnen specifiek of minder specifiek aan de beschrijving voldoen. Binnen sommige groentypen zijn nog verbijzonderingen aangewezen, waarvoor specifieke regels gelden. Bij de toetsing op inpasbaarheid worden de voor het betreffende groentype geldende criteria gehan-
teerd voor bezoekersdruk, gewenste ontwikkeling van groenwaarden, mate van bebouwing en verharding, inpasbare voorzieningen en type beheer. Groentypen zijn onderling niet automatisch uitwisselbaar. Daar waar een initiatief of plan logischerwijs tot een wijziging van groentype leidt, moet dit expliciet gemaakt worden door de initiatiefnemer richting besluitvorming. Zo zal bijvoorbeeld bij een voorstel tot uitbreiding van een schoolwerktuin in een stadspark de notie betrokken moeten worden dat dit gepaard gaat met omzetting van een stukje van het groentype ‘stadspark’ naar ‘tuinpark’.
47
Stadspark trekkingskracht op nieuwe bewoners en bedrijven en kennen, afhankelijk van de grootte van het park, een zonering variërend van intensief tot extensief gebruik. De bezoekersdruk is hoog tot zeer hoog.
Waardenontwikkeling
Voorbeelden
Kenschets
Sloterpark, Vondelpark, Erasmuspark, Nelson Mandelapark, Gijsbrecht van Amstelpark, Baanakkerspark
Een stadspark is een groene, parkachtige omgeving in een stedelijke context. Iedereen voelt zich er welkom, zowel bewoners uit de omliggende buurten als uit de rest van de stad, bezoekers, jong en oud. Het aanbod en de variatie aan voorzieningen is groot. Natuurlijke elementen en tuin- en landschap architectonische kwaliteiten vormen bijzondere attracties. Er is sprake van een maximale ontsluiting naar de omgeving. Stadsparken hebben een eigen karakter, genereren een aan-
48
Initiatieven en herinrichtingsvoorstellen van stadsparken zijn inpasbaar als deze niet ten koste gaan van onderstaande prioritaire en overige waarden en bijdragen aan de versterking van één of meer van deze prioritaire waarden. Stadsparken worden ingericht voor een breed publiek met een gevarieerd aanbod aan recreatieve voorzieningen, zonder dat het groene karakter daarbij verloren gaat. Er is een breed aanbod aan recreatieve voorzieningen wenselijk, zonder dat er sprake is van overprogrammering of permanente privatisering. Stadsparken vertegenwoordigen hoge sociale waarden: het zijn bij uitstek de gemeenschappelijke tuinen van alle Amsterdammers,
waarbij iedereen welkom is. Het gevarieerde en inclusieve aanbod aan voorzieningen sluit hierbij aan. Ze zijn maximaal toegankelijk voor alle leeftijden. Aanwezige voorzieningen zijn mede gericht op interactie en ontmoeting. Door goede en aantrekkelijke entrees en parkroutes die aansluiten op routes vanuit de omliggende buurten zijn stadsparken goed ontsloten. Mensen kijken, zien en gezien worden, beleving van levendigheid en rust komen samen in het stadspark. Meer bezoekers aan stadsparken betekent dat meer mensen zullen profiteren van de gezondheidswaarde van stadsparken. Balans is daarbij belangrijk: in parken zijn drukke en rustige plekken. Beide bieden ontspanning. Een openbaar toegankelijk voorzieningenaanbod en de inrichting van het stadspark nodigen uit tot bewegen. Als het stadsnatuur-label op een locatie ligt, dan geldt natuur als prioritaire waarde boven de hier genoemde waarden. Initiatieven mogen deze primaire waarde niet aantasten.
Overige waarden Stadsparken dragen daarnaast bij aan een prettig leefklimaat. Bomen zorgen op hete zomerdagen voor schaduw en verkoeling en het bladerdek en de bodem kunnen bij hevige regenval water tijdelijk opvangen. Parken worden duurzamer als ze worden ingericht en beheerd op een wijze waarbij ze ook na hevige regen en bij droogte toegankelijk en aantrekkelijk blijven voor bezoekers. Daarvoor moeten gazons voldoende water kunnen opvangen en mogen omliggende plantvakken en bomen geen schade oplopen. Steeds geldt dat het onderhoud en het gebruik van het park moeten passen bij wat de bodem op een specifieke locatie aan kan. Het behouden, versterken, zichtbaar en leesbaar maken van cultuurhistorische waarden of het verbeteren van de samenhang ervan is positief. Versterking van het eigen karakter van het park wordt zo gestimuleerd.
Prioritaire waarden
Recreatie
Sociaal
Gezondheid
49
Mate van bebouwing en verharding Beide zijn slechts in beperkte mate mogelijk en blijven ondergeschikt aan de groenfunctie. De mate van bebouwing en verharding is afhankelijk van de mogelijkheden, het karakter, de omvang en de opzet van het stadspark en/of waterpartij. Bebouwing en verharding zijn zorgvuldig landschappelijk, natuurvriendelijk en duurzaam ingepast en bij voorkeur geclusterd rond entrees en/of een centrale zone. Nieuwe bebouwing, verharding of routing kan alleen als het één of meer prioritaire waarden van het park versterkt en uit functionaliteit is vereist. Geen extra parkeervoorzieningen in het park, oplossingen voor parkeren ten behoeve van voorzieningen moeten buiten het park worden gevonden. De optelsom van de hoeveelheid bebouwing en verharding bedraagt in stadsparken maximaal circa 5 % van het totale oppervlak van het stadspark. Extra verharding, bebouwing of functie-toevoeging moet gemotiveerd worden vanuit een ruimtelijk-sociale totaalvisie op het stadspark. Op deze wijze wordt de primaire functie en groenwaarde van deze Hoofdgroenstructuurelementen versterkt en bewaakt. Voorkomen moet worden dat parken een overmaat aan voorzieningen en verharding krijgen. Toepassing van (half)verharding voor wandel- en fietsrouting moet beperkt blijven tot het functioneel noodzakelijke.
50
Inpasbare voorzieningen Als het initiatief/de planvorming niet ten koste gaat van de prioritaire en overige waarden en bijdraagt aan tenminste één van de prioritaire waarden, dan zijn inpasbaar: Basisvoorzieningen zoals wandelen fietspaden, informatieborden, verlichting, sport- en spelelementen, toiletten (bij voorkeur gekoppeld aan voorzieningen), een kleinschalige horecavoorziening of kiosk en groene attracties zoals een natuurpad, bloemweide, rosarium of kruidentuin. Daarmee is niet gezegd dat stadsparken hetzelfde moeten zijn. Elk stadspark heeft een eigen karakter met soms bijzondere voorzieningen, zoals een klimbos, voorzieningen voor natuur & milieueducatie, waterrecreatie, kleinschalige stadslandbouwinitiatieven, kinderbadje of uitingen van kunst en cultuur. Aanwezige voorzieningen zijn mede gericht op interactie en ontmoeting. Denk aan sportvoorzieningen, bankjes, fitnesstoestellen, speelplaats en in de wat grotere parken een strandje, kinderboerderij of een heemtuin die door vrijwilligers wordt beheerd. De grootte en uitvoering van de voorzieningen is afhankelijk van de grootte en de gebruiksintensiteit van het park of de waterpartij. Voorzieningen ondersteunen het openbare karakter en bedienen een brede gebruikersgroep. Zo zijn jachthavens, scoutinggebouwen en aanlegsteigers niet standaard inpasbaar.
Evenementen die aansluiten bij het karakter, de omvang, de draagkracht en de opzet van het park (bijvoorbeeld culturele en muzikale voorstellingen, sportevenementen en manifestaties) zijn inpasbaar.
Stadspark Verbijzonderingen Zwembadterrein Een zwembadterrein wordt gekenmerkt door een combinatie van binnen- en buitenbad(en). Het gaat om een afsluitbaar deel van het park of groengebied. Ze vormen een zichtbaar onderdeel van het park en voorzieningen kennen waar mogelijk een gecombineerd gebruik met het stadspark. De inzet is om het terrein met ligweides als onderdeel van het stadspark jaarrond een passende gebruiksfunctie te geven. Naast voorzieningen voor intensief zwemsportgebruik en maatschappelijk hieraan gerelateerd medegebruik zijn ondersteunende functies zoals kleinschalige horeca en naschoolse opvang inpasbaar. Extra verharding (ten behoeve van verduurzaming) dient vanuit een totaalvisie op het zwembadterrein (en het park waarvan deze onderdeel uitmaakt) gemotiveerd te worden. De mate van verharding/bebouwing dient beperkt te worden tot het noodzakelijke vanuit functionaliteit. Toevoeging van of omzetting naar overdekte zwembaden zijn niet inpasbaar. Bij het Flevoparkbad behoort overkapping als uitzondering tot de mogelijkheden. Al aanwezige overdekte zwembaden worden als verharding beschouwd, evenals bijbehorende terrassen en paden. Openluchtzwembaden niet. Uitbreidingsmogelijkheden met/van openluchtzwembaden zijn inpasbaar, afhankelijk van de mogelijkheden, het karakter, de omvang en de opzet van het park/ zwembadterrein.
Om ruimte te bieden aan toename van zwemwatercapaciteit in de stad is op de locaties De Mirandabad en Flevoparkbad uitbreiding van zwembaden mogelijk. Dat zal niet alleen lukken binnen bestaande verharding.
Uitbreiding is dus ook buiten bestaande verharding mogelijk met een zo goed mogelijke groene inpassing. Bebouwing en verharding dienen waar mogelijk geclusterd te worden in het entreegebied van het zwembadterrein. Het totaal aan verharding/ bebouwing van het zwembadterrein telt mee in de maximale toegestane % verharding/ bebouwing in een stadspark, maar geniet in relatie daarmee ook enige flexibiliteit.
Beheerwijze Het beheer van stadsparken (groen en water) ondersteunt de prioritaire en overige waarden en het gewenste gebruik. Binnen de randvoorwaarden van de prioritaire waarden (recreatie, sociaal en gezondheid) moet het beheer erop gericht zijn dat het park zoveel mogelijk verschillende soorten planten en dieren herbergt en instandhouding daarvan is uitgangspunt. Het gebied wordt duurzaam en ecologisch beheerd volgens een beheerplan voor het park. Bij aanleg of aanpassing van groene omzoming en keuze voor beplanting wordt aangesloten op het algemene doel van een openbaar karakter (doorkijk mogelijkheden, uitnodigende entrees, en waar de omzoming breed genoeg is een struinroute) met behoud van de natuurwaarde. Waterpartijen hebben op daarvoor aangewezen plekken natuurlijke oevers (geleidelijk talud), naast de meer op recreatie gerichte oevers. Voor vrijwilligers en ondernemers is het mogelijk een deel van een park te onderhouden in samenwerking en afstemming met de gemeente.
51
Stadsplantsoen bij uitstek de openbare tuinen van de stad, waar stedelingen en bezoekers elkaar kunnen ontmoeten of zich juist even kunnen onttrekken aan de stedelijke drukte. De bezoekersdruk varieert van laag tot hoog.
Waardenontwikkeling
Voorbeelden
Kenschets
Spaarndammer- plantsoen, Botteskerkpark, Wachterlied- plantsoen, Leidse Bosjes, Darwinplantsoen
Parkachtig gebied bestaande uit gazon(s), speel- en ligweide(n), paden, bosschages, bloemperken, heesterbeplanting en waterpartijen. Het zijn kleine parken die op basis van hun ligging, schaarste, omvang of voorzieningenaanbod een essentiële schakel vormen in de stedelijke groenstructuur. Het zijn groene oases met een duidelijke inrichting, waarbij routes door het stadsplantsoen aansluiten op de omgeving. Het zijn
52
Initiatieven en herinrichtingsvoorstellen van stadsplantsoenen zijn inpasbaar als deze niet ten koste gaan van onderstaande prioritaire en overige waarden en bijdragen aan de versterking van één of meer van deze prioritaire waarden. Stadsplantsoenen vertegenwoordigen hoge sociale waarden: het zijn bij uitstek de gemeenschappelijke tuinen van alle Amsterdammers, waar iedereen welkom is. Maximale openbaarheid staat voorop. Overprogrammering met voorzieningen of privatisering worden voorkomen. De inrichting is gericht op beleving van ontmoeting en ontspanning. Het voorzieningenniveau is
gezien de maatvoering beperkt. Mensen kijken, zien en gezien worden, beleving van levendigheid en rust komen hier samen. Stadsplantsoenen dragen daarnaast bij aan een prettig leefklimaat. Bomen zorgen voor CO2 opslag en op hete zomerdagen voor schaduw en verkoeling. Bomen en bodem kunnen bij hevige regenval water tijdelijk opvangen. Zeker op plekken waar sprake is van groenschaarste in de directe omgeving. Vormen van energieopwekking (wind en zonne-energie) doen afbreuk aan de prioritaire waarden natuur en beleving. Maatregelen die de waterbergende capaciteit verhogen (mits geen afwenteling van watercompensatieopgave van elders), hittestress en geluidsoverlast helpen voorkomen zijn welkom. Als het stadsnatuur-label op een locatie ligt, dan geldt natuur als prioritaire waarde boven de hier genoemde waarden. Initiatieven mogen deze primaire waarde niet aantasten.
Overige waarden Meer bezoekers aan stadsplantsoenen betekent dat meer mensen zullen profiteren van de gezondheidswaarde. Balans is daarbij belangrijk: in stadsplantsoenen zijn drukke en rustige plekken. Beide bieden ontspanning. Een openbaar toegankelijk voorzieningenaanbod en wijze van inrichting nodigen uit tot bewegen. Stadsplantsoenen worden ingericht voor een breed publiek met een gevarieerd aanbod aan recreatieve basisvoorzieningen, zonder dat het groene en rustige karakter daarbij verloren gaat. Overprogrammering of permanente privatisering zijn onwenselijk.
Prioritaire waarden
Sociaal
Beleving
Leefklimaat
53
Mate van bebouwing en verharding Beide zijn slechts in heel beperkte mate mogelijk en blijven ondergeschikt aan de groenfunctie. De positionering, de verschijningsvorm en de mate van bebouwing en verharding is afhankelijk van de mogelijkheden, het karakter, de omvang en de opzet van het stadsplantsoen. Eventuele bebouwing en verharding zijn zorgvuldig landschappelijk, natuurvriendelijk en duurzaam ingepast en bij voorkeur geclusterd. Extra verharding, bebouwing of functie-toevoeging dient gemotiveerd te worden vanuit een ruimtelijk-sociale totaalvisie op het stadsplantsoen. Nieuwe bebouwing, verharding of routing kan alleen als één of meer prioritaire waarden van het stadsplantsoen versterkt en uit functionaliteit is vereist. In het stadsplantsoen zijn geen (extra) parkeervoorzieningen toegestaan. Voorkomen moet worden dat stadsplantsoenen een overmaat aan voorzieningen of verharding krijgen.
54
Inpasbare voorzieningen Als het initiatief/de planvorming niet ten koste gaat van de prioritaire en overige waarden en bijdraagt aan tenminste één van de prioritaire waarden, dan zijn inpasbaar: Voorzieningen dienen het openbare karakter te ondersteunen en een brede gebruikersgroep te bedienen. Elk stadsplantsoen heeft, afhankelijk van de grootte, basisvoorzieningen zoals bankjes, wandelpaden, kunstuitingen en elementen zoals verlichting of bijvoorbeeld een fontein. Als de maatvoering het toelaat zijn individuele sport- en speelelementen, kinderzwembadje, rosarium of kiosk hier inpasbaar.
Stadsplantsoen Beheerwijze Het beheer van stadsplantsoenen (groen en water) ondersteunt de waarden en het gewenste gebruik. Binnen de randvoorwaarden van het recreatieve gebruik moet het beheer erop gericht zijn dat het stadsplantsoen zoveel mogelijk verschillende soorten planten en dieren herbergt en instandhouding daarvan uitgangspunt is. Het gebied wordt duurzaam en ecologisch beheerd volgens een beheerplan voor het stadsplantsoen. Bij aanleg of aanpassing van groene omzoming en keuze voor beplanting wordt aangesloten op het algemene doel van een openbaar karakter (doorkijk mogelijkheden, uitnodigende entrees, en waar de omzoming breed genoeg is een struinroute) met behoud van de natuurwaarde. Waterpartijen hebben op daarvoor aangewezen plekken natuurlijke oevers (geleidelijk talud), naast de meer op recreatie gerichte oevers. Voor vrijwilligers en ondernemers is het mogelijk een deel van een stadsplantsoen te onderhouden in samenwerking en afstemming met de gemeente.
55
Natuurpark de kwaliteit van de beleving vooral in het ongeplande karakter: de ontwerper en beheerder blijven achter de schermen. De bezoekersdruk is laag, met uitzondering van de meer recreatieve zone(s) nabij entree(s).
Waardenontwikkeling
Voorbeelden
Kenschets
De Volgermeerpolder, het Diemerpark, De Bretten, Gaasperzoom, het Geuzenbos
Wild ogende grote parken die voor Amsterdam zeldzame en beschermde planten en dieren bevatten. Natuurparken zijn essentieel als ecologische verbinding (land en oever) tussen verschillende leefgebieden en bieden voor de stedeling uiteenlopende mogelijkheden voor beleving van en educatie over natuur en landschap met een gevoel van afstand tot de stad. Afhankelijk van de ligging van natuurparken in of aan de rand van de stad hebben ze één of meer recreatieve zones nabij de entree(s). In het overige gedeelte ligt
56
Initiatieven en herinrichtingsvoorstellen van natuurparken zijn inpasbaar als deze niet ten koste gaan van onderstaande prioritaire en overige waarden en bijdragen aan de versterking van één of meer van deze prioritaire waarden. Beschermen en bevorderen van de natuurwaarde en biodiversiteit hebben in deze parken het primaat. Initiatieven en activiteiten die ten goede komen aan de natuurwaarde zijn welkom. Het betreft maatregelen (inrichting, beheer) gericht op het verhogen en beschermen van de biodiversiteit, en het vergroten van de overlevingskans (of het aantrekken) van bijzondere of beschermde planten en dieren (zoals schubvaren, groensteel, steenhavikskruid, ringslang en noordse woelmuis). Stilte en donkerte zijn hier uitgangspunt.
Maatregelen die bijdragen aan de beleving van natuur en rust zijn welkom maar ook het zichtbaar en leesbaar maken van de cultuurhistorie en landschappelijke waarde zoals openheid, weidsheid en dichtheid passen hier in. Het bieden van mogelijkheden voor natuurbeleving vanaf de randen of vanaf ongebaande paden door het gebied wordt gestimuleerd. De kwaliteit van de beleving ligt in het ongeplande en het ‘wilde’ karakter. De entreezone is maximaal ontsloten. Het achterland kenmerkt zich door onverharde of half verharde wandelpaden en op natuurbeleving gerichte voorzieningen. Voorzieningen en activiteiten die bijdragen aan educatie (natuuren milieueducatie), natuuronderzoek, natuurbeleving (zien, horen, ruiken) worden aangemoedigd. Als het stadsnatuur-label op een locatie ligt, dan geldt natuur als prioritaire waarde boven de hier genoemde waarden. Initiatieven mogen deze primaire waarde niet aantasten.
Overige waarden Natuurparken zijn belangrijk voor duurzaamheid en leefklimaat door CO2 opslag en klimaatbeheersing waaronder wateropvang en -berging en hitte demping. Meer bomen en planten betekent vastleggen van meer CO2. Vormen van energieopwekking (wind en zonne-energie) doen afbreuk aan de prioritaire waarden natuur en beleving. Maatregelen die de waterbergende capaciteit verhogen (mits geen afwenteling van watercompensatieopgave van elders), hittestress en geluidsoverlast helpen voorkomen zijn welkom. De gezondheidswaarde van natuurparken groeit als er mogelijkheden zijn om van de stilte en rust te genieten en (actief) te bewegen door passende vormen van sport(elementen) of recreatievormen als wandelen, hardlopen, zwemmen en schaatsen.
Prioritaire waarden
Natuur
Beleving
Educatie
57
Mate van bebouwing en verharding Bebouwing en verharding is slechts in heel beperkte mate mogelijk en blijft ondergeschikt aan de groenfunctie. De positionering, de verschijningsvorm en de mate van bebouwing en verharding is afhankelijk van de mogelijkheden, het karakter, de omvang en de opzet van het natuurpark en/of waterpartij. Eventuele bebouwing en verharding zijn zorgvuldig landschappelijk, natuurvriendelijk en duurzaam ingepast en geclusterd rond entrees en/of een centrale zone. Nieuwe bebouwing, verharding of routing kan alleen als het uit functionaliteit is vereist, tenminste één van de prioritaire waarden versterkt en niet ten koste gaat van de overige prioritaire waarden. Geen extra autoparkeervoorzieningen in het natuurpark, oplossingen voor autoparkeren ten behoeve van voorzieningen moeten buiten het natuurpark worden gevonden. Er is ruimte voor onverharde struinroutes en ruiterpaden. Boomkruinpaden zijn locatieafhankelijk inpasbaar. Toepassing van (half)verharding dient beperkt te blijven en is slechts mogelijk bij voldoende maat van de stadsnatuur.
58
Inpasbare voorzieningen Als het initiatief/de planvorming niet ten koste gaat van de prioritaire en overige waarden en bijdraagt aan tenminste één van de prioritaire waarden, dan zijn inpasbaar: Kleinschalige voorzieningen gericht op natuurbeleving zoals vogelkijkscherm/hut, bankjes, uitzichttoren, natuurstrandje, natuurbescherming (oeverzwaluwwand, ijsvogelwand, ecopassages, vleermuisvoorzieningen) zijn, bij voorkeur in de randen en bij entrees. In het entreegebied zijn ook kleinschalige gebouwde en/of verharde voorzieningen mogelijk, gericht op natuureducatie en groene recreatie. Eventueel een klein informatiecentrum en beheerdersonderkomen. Intensieve recreatievormen en recreatie die niet primair op de natuurwaarde is gericht zijn niet toegestaan. Kleinschalige natuurgerichte evenementen <100 deelnemers (bijvoorbeeld informatiemarkt over vogels, planten) zijn overdag aan de randen van het gebied mogelijk. Voorzieningen dienen het openbare karakter te ondersteunen en een brede gebruikersgroep te bedienen. Deze gebieden mogen niet opgevuld raken met andere functies of met andersoortige groentypen
Natuurpark (volkstuinen, sportparken, parken e.d.). De ontsluiting is extensief in de vorm van voetpaden, struin- en laarzenpaden. Doorgaande routes, in de vorm van verharde wandel- en fietspaden zijn mogelijk. Noodzakelijke verlichting is natuurvriendelijk. Voorstellen voor situering en/ of uitbreiding ervan worden in nauwe afstemming met de stadsecologen voorbereid en zijn niet automatisch inpasbaar. •Autoparkeren is in de meeste gevallen niet toegestaan (enigszins afhankelijk van de ligging). Fietsparkeren in beperkte mate nabij de entrees.
Beheerwijze Het beheer van natuurparken (groen en water) ondersteunt de primaire en overige waarden en het gewenste gebruik. Binnen de randvoorwaarden van het recreatieve gebruik moet het beheer erop gericht zijn dat het natuurpark zoveel mogelijk verschillende soorten planten en dieren herbergt en instandhouding daarvan uitgangspunt is. Het beheer is extensief en gericht op natuurlijke successie of specifieke doelsoorten. Het gebied wordt duurzaam en ecologisch beheerd volgens een beheerplan voor het natuurpark. Bij aanleg of aanpassing van groene omzoming en keuze voor beplanting wordt aangesloten op het algemene doel van een openbaar karakter (doorkijk mogelijkheden, uitnodigende entrees, en waar de omzoming breed genoeg is een struinroute) met behoud van de natuurwaarde. Waterpartijen hebben op daarvoor aangewezen plekken natuurlijke oevers (geleidelijk talud). Voor vrijwilligers en ondernemers is het mogelijk een deel van een park te onderhouden in samenwerking en afstemming met de gemeente.