Bijlage 2, Breng de Eenvoud Terug Margalith Kleijwegt.pdf
Tekst van het document
Waarom eigenlijk? Is dat niet contraproductief? ‘Die kunstmatige scheiding tussen alle geldpotjes is een ramp, maar zo is dit land gestructureerd. Natuurlijk werk je op die manier oneigenlijke concurrentie in de hand.’ Als de financiën wat eenvoudiger geregeld zouden kunnen worden, zou dat de oprichter van Achmeds organisatie een lief ding waard zijn. ‘Wij zijn soms net als die gezinnen in de knel, we overleven, we blijven lachen,
‘De moeizame onderlinge verhoudingen zijn ten dele historisch te verklaren.’
‘Jij bent mijn parel’
49
we gaan niet kopje onder, maar het is heel ingewikkeld.’ Acht jaar geleden stapte hij uit het overleg met de andere organisaties in Nieuw-West. Zijn bezwaren klinken me inmiddels bekend in de oren: argwaan, kwaadsprekerij en een soms ronduit giftige sfeer. ‘Ze zeiden samen te werken maar dat gebeurde niet, in plaats daarvan deed men elkaar pijn en haalde men elkaar naar beneden. Vreselijk. Terwijl de taak waarvoor we staan enorm is.’ Onderling geroddel was in Nieuw-West sterker aanwezig dan in andere stadsdelen en dat afgeven op elkaar maakte het werken er niet prettiger op. De mate van achterdocht verraste me en maakte ook voor mij het werken soms lastig. Hier en daar heerste een giftige atmosfeer, soms werden er zelfs stiekem opnames gemaakt van gesprekken of vergaderingen. Jongerenwerkers en leidinggevenden werden langdurig ziek en ook ambtenaren knapten af omdat ze de druk en de onveilige werksfeer niet langer aankonden. Een aantal gesprekspartners vertelde me in vertrouwen dat deze situatie al behoorlijk lang bestaat en dat niemand weet hoe het tij te keren. De moeizame onderlinge verhoudingen zijn ten dele historisch te verklaren, omdat er jarenlang te weinig is geïnvesteerd in een buurt waar zoveel problemen – armoede, isolement, criminaliteit – samenkomen.
Deze beladen erfenis, plus de huidige versnippering en onderlinge rivaliteit, maakt een snelle oplossing niet eenvoudig. Daar zijn tijd en wijsheid voor nodig.
50
Verhalen uit het jongerenwerk
Jongerenwerker Noord:
‘Ook hier zijn best veel partijen. Je ziet dat er een beweging op gang komt om meer samen te werken. Je team moet divers zijn, is dat niet zo, dan spreek je elkaar onvoldoende aan. Dan hou je elkaar de hand boven het hoofd en dat is niet goed.’
‘‘Jij bent mijn parel’
51
Onderzoeker:
‘Jongerenwerkers bieden houvast en perspectief bij het opgroeien naar volwassenheid.’
52
Verhalen uit het jongerenwerk
6 Breng de eenvoud terug R
uim een jaar geleden huurde Annerieke, programmamanager en medewerker van het Actiecentrum Veiligheid en Zorg, AcVZ, samen met de projectleider een verdieping in de Wildemanbuurt in Osdorp. Het AcVZ is een samenwerkingsverband tussen alle veiligheid- en zorgpartijen in de regio AmsterdamAmstelland. Ze helpen jongeren met complexe problemen en ze staan bekend om hun kennis en expertise. Ze zijn ook onderdeel van het Nationaal Programma Samen Nieuw-West, dat de komende twintig jaar ruimte moet bieden aan fundamentele verbeteringen van Nieuw-West op het gebied van veiligheid, leefbaarheid, participatie, inclusie, economie, wonen en kansen. In de Wildemanbuurt houdt een crimineel netwerk bestaande uit verschillende generaties de buurt al jaren in zijn greep, zo blijkt uit onderzoek. Het team van Annerieke wilde de negatieve keten waarbij jongere broers en neven en nichten het negatieve voorbeeld van hun oudere familieleden volgen doorbreken. Ze hoopten risicojongeren te bereiken die door andere organisaties in Nieuw-West nog niet getraceerd waren. Jongens die zich niet uit zichzelf zouden melden, maar die wel baat zouden hebben bij een praktische interventie. Ze hoopten te voorkomen dat deze jongeren naar de criminaliteit zouden afglijden.
Een carrière in de misdaad loopt in de meeste gevallen namelijk verkeerd af en wat moet je dan? We zitten in de ruimte waar het kleine team van Annerieke altijd vergadert, waar casussen worden behandeld en de lijnen worden uitgezet, waarbij instanties de jongens opzoeken in plaats van andersom.
Breng de eenvoud terug
53
Met klem benadrukken Annerieke en de projectleider hoezeer deze buurt verwaarloosd is. Tientallen jaren werd te weinig geïnvesteerd in mensen en gebouwen, waardoor het wantrouwen tegenover de overheid alleen maar kon groeien. Tijdens het gesprek vullen de twee elkaar regelmatig aan. Annerieke: ‘Wij zijn heel bewust in de wijk gaan zitten.’ Ze zagen de versnipperde samenwerking en het gebrek aan onderling vertrouwen, waardoor de effectiviteit van de bemoeienis in de wijk niet optimaal was. ‘Waar de straat en het overlevingsmechanisme een belangrijke rol gaan spelen, ben je er niet met alleen beleidsafspraken.’ Ze wilden eerst met partijen in gesprek, nagaan wat er nodig was en wie wat zou kunnen betekenen. Veel met elkaar praten, problemen afpellen, waar zat ieders belang, wat wil je bereiken, wat heb je nodig. ‘Je moet met elkaar de dynamiek van de buurt snappen voor je echt iets kunt betekenen. Eerlijk zijn ten behoeve van de kwaliteit. We hebben ervoor gekozen om even onder de radar te blijven. Met het onderwerp “doorbreken van criminele carrières” moet je altijd voorzichtig zijn, ook in de communicatie naar de buurt. Liever eerst doen en daarna vertellen.’ Ze gaven inderdaad weinig ruchtbaarheid aan hun aanwezigheid, ze plaatsten geen naambordje op hun deur, want ze wilden eerst gesprekken voeren en ontdekken met welke partners uit de buurt ze het beste konden samenwerken.
Ze struikelden over de veelheid van partijen die in Nieuw-West actief waren. ‘De professionele dichtheid is enorm in deze buurt’, zegt Annerieke. ‘De samenwerking daartussen organiseert zich niet vanzelf. Iedereen wil dat het beter wordt, maar gek genoeg raakten we soms ook in een impasse. Dat kwam denk ik onder andere door wantrouwen tussen organisaties, binnen organisaties, van bewoners naar organisaties en vice versa.’
‘De professionele dichtheid is enorm in deze buurt.’
54
Verhalen uit het jongerenwerk
Niet de emotie (wantrouwen, scepsis), maar de behoefte (gezien worden, duidelijkheid over wie wat doet, mogen werken vanuit je innerlijke drive) was in die eerste fase de bouwsteen voor nieuwe samenwerking. Er is een constante dialoog, waarin Annerieke een belangrijk ‘vertaalbureau’ is van operatie naar tactiek naar strategie. Zodat het gehele systeem sluitend en werkbaar gemaakt kan worden. De projectleider: ‘We gingen inventariseren. Wie draagt daadwerkelijk iets bij aan de wijk.’ Iedereen zei te weten wat er nodig was voor de wijk, iedereen had volgens henzelf het beste contact met de jongeren, maar wanneer er werd doorgevraagd, bleek het net iets anders te liggen. Na een strenge selectie bleef een aantal betrouwbare partijen over. ‘Die zijn van cruciaal belang voor ons.’ Annerieke en de projectleider luisterden naar frustraties uit het verleden en haalden barrières weg waar dat moest. Het team kreeg een opdracht: pak alles op wat je tegenkomt en los het op. Doe wat nodig is, maakt niet uit waar het over gaat. Wees de versneller en werk samen met alle partijen die ertoe doen. Via het netwerk in de wijk – inmiddels hadden ze meer vertrouwen gewonnen – en een buurtbewoner, een rolmodel, vonden ze hun kandidaten. De jongens kwamen vaak uit gebroken gezinnen, hun ouders hadden onvoldoende aandacht voor ze – een observatie die ik vaker tegenkwam.
Maar ook deze jongens wilden, nu bleek dat de misdaad onvoldoende loonde, liever settelen en wat van hun leven maken dan in eenzaamheid verpieteren. ‘Dus moesten we wat concreets te bieden hebben. Een baan, een opleiding,
‘De interventie moest direct zijn, geen bureaucratie, geen oeverloze doorverwijzingen naar verschillende instanties.’
Breng de eenvoud terug
55
advies bij schulden als ze die hadden. De ingreep moest direct zijn, geen bureaucratie, geen oeverloze doorverwijzingen naar verschillende instanties.’ Annerieke heeft het nadrukkelijk over ‘de eenvoud die moest worden teruggebracht’. Terug naar de basis. ‘Wat wij aan het doen zijn is vereenvoudigen’, legt ze uit, alle poespas weg, terug naar de kern. ‘De menselijkheid terugbrengen, nauw samenwerken, en dat betekent niet alleen soft zijn. We zijn ook hard, we willen resultaat, anders zijn we niet gelegitimeerd om dit werk te doen.’
Nu, een jaar later, zijn ze behoorlijk opgeschoten, vinden ze zelf, al blijven ze bescheiden en terughoudend. ‘Verwacht niet te veel van ons.’ ‘We zijn met elkaar aan het zoeken naar wat de juiste manier is om dit te doen.’ Alle partijen zetten hun beste beentje voor. Het is vooral hun werkwijze die Annerieke en de projectleider willen uitdragen. Na enig aandringen vertellen ze dat ze in de afgelopen periode veertig jongens die eerder als ‘spookjongeren’ werden aangeduid – ze hadden geen vaste woonplek en waren niet (meer) ingeschreven bij de Basisregistratie – hebben bereikt. Dankzij hun tussenkomst konden deze jongens een nieuw leven beginnen, met vaak een baan of een opleiding en soms woonruimte en assistentie bij praktische zaken als schulden. De jongeren hebben hén bereikt, benadrukken ze. Nu begint de weg van verandering van patronen (ga maar eens elke dag opstaan om te werken, wat je lang niet hebt gedaan, ga maar eens werken aan je schulden, een compleet nieuw ritme). ‘Dus de oproep was: laat ons even, claim geen succes’, zegt Annerieke. ‘De enigen die succes mogen claimen zijn de jongeren die nu een kans grijpen in hun leven.’ Burgemeester Femke Halsema begreep haar voorzichtige benadering goed. ‘Zij kon goed duiden dat we soms in zoveel programma’s werken en dat we zoveel moeten verantwoorden.
Hoe kunnen we de uitvoering ook even de ruimte geven om te doen wat nodig is? Daar helpt zij bij. Ik merk dat iedereen die ik spreek snapt dat het tijd en geduld kost. Daarom zie ik mijzelf als vertaalbureau,
56
Verhalen uit het jongerenwerk
Onderzoeker:
‘Jongerenwerkers krijgen steeds meer waardering, kennisontwikkeling heeft sterk bijgedragen aan een emancipatie van het beroep. Het is de vaagheid ontgroeid en meer een professie geworden.’
Breng de eenvoud terug
57
vanuit de analyse en de feitelijkheid van de problematiek een analyse maken en die vertalen naar: welke actie vraagt dat nu van wie?’ De projectleider vertelt over een jongeman met een verleden in de criminaliteit. Er waren grote zorgen over hem, een complexe casus. Vroeger zou voor zo iemand vermoedelijk dure, specialistische begeleiding worden ingekocht, maar nu dus niet. Ze boden hem via de WPI, de gemeentelijke afdeling Werk, Participatie en Inkomen, werk aan waardoor hij zichzelf kon bedruipen en structuur in zijn leven kreeg. ‘Hij functioneert weer, is uit zijn isolement en we hebben geen cent uitgegeven.’ Een ander voorbeeld: meerdere jongemannen uit de ‘problematische’ groep konden via diezelfde WPI een opleiding tot vrachtwagenchauffeur volgen, inclusief een contract voor een jaar. Deze buitenkans sprak zich rond en zo meldden zich steeds meer jongens die geïnteresseerd waren om het roer om te gooien. ‘Ik hoorde dat je hier goed en snel wordt geholpen’, vertelde een jongen die zich op een middag met drie andere jongens kwam aanmelden als vrachtwagenchauffeur. Ze woonden nog bij hun ouders. Eentje had op het vwo gezeten maar was daar voortijdig afgegaan en daarna in de problemen gekomen, net als zijn broer die naast hem zat. Bij het afscheid vroegen ze de jongerenwerker die hun gegevens opnam of ze hun vrienden ook naar hem konden sturen. Dat mocht.
Annerieke en de projectleider beseffen dat hun pleidooi voor versimpeling professionals in verlegenheid kan brengen, want dit was toch juist een van de meest complexe gebieden waar voortdurend nieuwe hulp en dus geld in moest worden gepompt?
‘Wat wij aan het doen zijn is vereenvoudigen, de menselijkheid terugbrengen, nauw samenwerken.’
58
Verhalen uit het jongerenwerk
Nee dus, less is more, is hun adagium betreffende deze complexiteit. ‘Die denkwijze hebben we ook op de financiën toegepast, puur om onszelf en de omgeving te dwingen niet te kijken naar wat er méér moet, maar naar wat er anders kan. Met als uitgangspunt de gedachte: wat als we nul euro hebben. Zo verplicht je jezelf om niet te denken aan wéér een nieuw project, maar aan de juiste contacten en het slim bij elkaar brengen van menselijk kapitaal.’ Deze strategie, nauw samenwerken met een gezamenlijke analyse en doelstelling, wordt ook wel de ‘geïntegreerde werkwijze’ genoemd. Deze aanpak werd in de vorige collegeperiode onder leiding van onder meer wethouder Simone Kukenheim (Jeugd) en burgemeester Femke Halsema ontwikkeld. Onderzoeker Martien Kuitenbrouwer gaf hier uitvoering aan, de zaadjes voor dit succes werden dus al eerder gezaaid. Annerieke en de projectleider keken met lede ogen naar al die elkaar beconcurrerende organisaties in Nieuw-West. ‘Het systeem’ is stuk, merken ze op, of iets milder gezegd: het werkt niet goed genoeg. Wie doet nu precies wat? En met welk resultaat? Al die partijen en die vele potjes geld die ook nog eens onder verschillende wethouders vallen, maken het veel te onoverzichtelijk en bijna onwerkbaar, constateren ze. Is het niet tijd voor een nieuwe ordening waarbij de gemeente veel meer zou moeten sturen? Ze knikken allebei.
En als je partijen subsidies geeft, vinden beiden, dan moeten er duidelijkere afspraken worden gemaakt dan nu het geval is. ‘Je moet voortdurend monitoren en evalueren. Waar gaat het goed? Waar kan het nog beter en hoe gaan we dat
‘Onze missie is om het geld niet uit te geven, het gaat niet om extra projecten, het gaat erom de goede professionals en mogelijkheden aan elkaar te verbinden.’
Breng de eenvoud terug
59
bewerkstelligen? Toezicht is van groot belang. Juist omdat dit veld voortdurend in beweging is mag je dit niet op z’n beloop laten. Het stadsdeel ziet dat gelukkig ook.’ Door de korte lijnen en het werken op basis van vertrouwen betekende deze eerste periode ook een vorm van community building. Nogmaals: ‘De kunst is om goede professionals en mogelijkheden aan elkaar te verbinden.’ En dat is soms lastiger en meer werk dan het inschakelen van een specialist. Wat vaak wordt vergeten is dat goed samenwerken makkelijker lijkt dan het is. ‘In zo’n spannende omgeving waar zoveel speelt, waar professionals net als hun cliënten veel hebben meegemaakt, moet je tijd en energie stoppen. Praten over je verwachtingen. Vaak spreken we af wat onze taak en rol is, maar bespreken we niet hoe we met elkaar omgaan, hoe we elkaar nodig hebben en wat we moeten doen als de communicatie hapert.’
‘Khalid vertelt met gepaste trots dat hij sinds kort bij de gemeente werkt. ‘Als vuilnisman’, zegt Fouad pesterig. Khalid trekt zich er niets van aan.’
Er is al drie jaar geen jongerenwerk in de Wildemanbuurt. Het jongerenwerk is gestopt omdat, volgens horen zeggen, partijen niet meer leverden wat er in de wijk gevraagd werd. De impasse ontstond mede doordat er op dit moment gewerkt wordt aan nieuw subsidiebeleid. Ten tweede zijn er, mede door het verleden, veel meningen over hoe partijen het doen en of ze wel of niet geschikt zijn. Deze meningen maken dat een vrije zoektocht naar de juiste professionals bijna niet mogelijk is. Iedereen vindt er wel iets van. Ten derde, vertelt Annerieke, maakt het concurrerende veld het niet gemakkelijk om regie te voeren over de uitvoering van het jongerenwerk.
60
Verhalen uit het jongerenwerk
Eerst zijn ze gaan praten met de afdelingen die samen het jongerenwerk zouden kunnen organiseren, ook al lopen de onderlinge visies nogal uiteen. Annerieke probeerde zich te focussen op de strategie: hoe gaan we dit doen? En ze wilde weten wat de belemmeringen waren. Zijn deze reëel of zijn het veronderstellingen? ‘Ik voel me een coach in de kleedkamer voor de voetbalwedstrijd die de tactiek doorneemt. Uiteraard checkend of iedereen het net zo ziet. Wat ik heb gedaan is schetsen dat er een oude situatie is, een nieuwe situatie en dat er een tussentijd is. Deze tussentijd heb ik geclaimd en ik heb aangeboden dat wij initiatiefnemer kunnen zijn van het vormgeven van jongerenwerk. Die tussentijd geeft ruimte voor het bouwen aan een werkpraktijk in Osdorp-Oost. We gebruiken daarbij de aanwezige positieve krachten in de wijk, voor het laagdrempelige aanbod. Bewoners hebben bijvoorbeeld al aangegeven hierin iets te willen betekenen. Dat onderzoeken we. Ook maken we gebruik van de inzichten van criminoloog Jan Dirk de Jong over de twee-procentgroep, de harde kern. Ik ben altijd op zoek naar ruimte, ruimte om iets te kunnen organiseren, om goed te kunnen kijken wat wel en niet werkt, om negativiteit van je af te schudden en weer hernieuwd te kijken. We zijn een lerende organisatie, we leren door te doen. Samen met alle partijen. Die inclusiviteit doet er echt toe.
We gaan dit zo snel mogelijk concreet maken, dat geeft mensen energie. En dan hoeven we niet meer te praten over welke beelden er bestaan uit het verleden of welke angsten mensen hebben, maar kunnen we het hebben over de feitelijkheid. Daar wil ik zo snel mogelijk naartoe.’
Breng de eenvoud terug
61
Een van de motoren achter jongerenwerk op school:
‘Leraren zijn normaal gesproken niet bereikbaar in de avond, ze zijn niet online bevriend met leerlingen. Een jongerenwerker is een professioneel maatje, daarom zien zij meer van alle leefwerelden. Het lerarentekort is pas in 2029 op z’n hoogst, je kunt van docenten niet verwachten dat ze op alle behoeftes van jongeren in kunnen spelen. Jongerenwerkers denken nu na over voorlichting aan docenten over de online leefwereld van leerlingen, door de leerlingen zelf, heel nuttig toch? Mentale issues spelen op het moment, zowel bij meisjes als bij jongens. Een jongerenwerker heeft aanvullende meerwaarde. De valkuil bij dit soort complexe samenwerkingen is dat het door beleidswisselingen niet voldoende tijd krijgt. Alsjeblieft laat ons verder bouwen, we zijn pas twee jaar bezig.’ 62
Verhalen uit het jongerenwerk
7 E en doener en een denker, een ideale combinatie S
oms ontstaat die ‘geïntegreerde werkwijze’ onbedoeld. De Klusfabriek in Amsterdam-Noord, waar maar één grote aanbieder is, is daarvan een goed voorbeeld. Een klein, gezellig, enigszins rommelig jongerencentrum met aanpalend een werkplaats waar wordt gelast en gezaagd en getimmerd en waar fietsen worden gerepareerd. Voor bewoners met een smalle beurs zijn die reparaties gratis. Als het weer het toelaat, zit iedereen buiten. Marinus, zijn bejaarde vader, de jongeren, buurtgenoten, iedereen komt langs, het is er reuze gezellig. Marinus is een begrip in de buurt, een soort middelpunt bij wie alles samenkomt. De moeilijke jongens die hij onder zijn hoede heeft bezoeken de Klusfabriek op vaste dagen, de rest van de week is de Klusfabriek open voor jongere kinderen en voor meisjes. De oudere jongens leunen op Marinus, ondanks het feit dat hij ook eisen stelt. Hij wil dat ze een opleiding volgen of aan het werk gaan. Hun dag moet gevuld. ‘Dan zeg ik: ga een weekje met mij mee de bouw in. Zo leren ze timmeren, isoleren, elektriciteit aanleggen, sommigen gaan erin door en heus, dan spijbelen ze niet meer. Ik zeg eerlijk, er zitten een paar jongens tussen die drugs dealen en die ik niet ga veranderen, maar de deur staat toch voor ze open, hier trappen ze tenminste geen rotzooi.
Ze hebben allemaal respect voor me.’ Drie van de zestien-plus-lastpakken die deel uitmaken van een grotere groep hebben een gebiedsverbod omdat ze overlast veroorzaakten, de brief werd aan huis bezorgd. Belachelijk, vindt een van de ontvangers. ‘We deden niets
Een doener en een denker, een ideale combinatie
63
en waar moet ik anders naartoe?’ Gelukkig mogen ze van de politie wel naar de Klusfabriek, zolang Marinus daar toezicht houdt. Omdat deze groep jongens speciale aandacht krijgt, een ‘geprioriteerde groep’ heet dat, komt Marinus eens in de twee weken met alle netwerkpartners, zo’n twaalf man, bij elkaar. Als er in zijn beleving negatief over de jongens wordt gesproken, springt hij voor ze in de bres. ‘Wat is overlast?’ roept hij dan. ‘Als je met z’n twaalven op een plein staat? Als er vuil wordt achtergelaten?’ Alsof hij wil zeggen dat het allemaal wel meevalt. Hij benadrukt tijdens de bijeenkomsten juist wie zijn rijbewijs heeft gehaald en wie er met een baan of een opleiding is begonnen. Als er nieuwe klachten zijn, vraagt Marinus of hij die met de groep kan delen. ‘Dan kan ik ze erop aanspreken. Dan zeg ik bijvoorbeeld dat ik op het overleg hoorde dat de buurvrouw is uitgescholden en hoe dat mogelijk is.’ Hij vraagt mensen uit het overleg om bij hem langs te komen. ‘Als ze alleen maar rapporten zouden lezen over die jongeren krijgen ze misschien een onvolledig beeld, dus zeg ik: kom naar het jongerencentrum, ga met ze in gesprek.’ Marinus gebruikt zijn netwerk ten volle om de jongens vooruit te helpen. Dat ze wars zijn van instanties, lost hij handig op.
‘Ik sprak laatst een vriend’, zegt hij dan vertrouwelijk, al gaat het om een officiële hulpverlener, ‘een gabbertje van me en die wil je graag helpen.’ Dan is het pleit beslecht.
‘Jongerenwerkers zijn mega belangrijk, ik zou er veel meer van willen hebben.’
Youssef wipt na zijn werk altijd even aan om te zien of zijn vrienden er zijn. Marinus heeft hem enorm geholpen, zegt hij, dankzij hem heeft hij geleerd te slopen, te timmeren, te renoveren en nu doet hij een opleiding. Youssef knikt tevreden.
64
Verhalen uit het jongerenwerk
De jongens van Marinus zitten vanmiddag buiten, ze genieten van de namiddagzon. Wat kletsen, wat drinken, wat roken. Op verzoek van Marinus komt de juridische jongerencoach langs om een van de jongens met een gebiedsverbod te adviseren bij zijn hoger beroep. De jongen aarzelt, wil hij de beslissing nog steeds aanvechten? Na wat wikken en wegen besluit hij ervan af te zien. ‘Weet je het zeker?’ vraagt Marinus. ‘Dit is wel een manier om voor jezelf op te komen.’ De jongen schudt zijn hoofd, hij bekijkt de kwestie met name praktisch, het duurt allemaal zo lang, tegen de tijd dat zijn bezwaar zou worden behandeld, is het gebiedsverbod al opgeheven. Khalid arriveert op zijn scooter, hij kent Marinus sinds zijn twaalfde. Fouad die loodgieter wil worden, overtroeft hem: ‘Ik ken die man al mijn hele leven, hij is een soort oom voor me, oompje Rinus. Hij helpt je bij boetes en ik krijg leuke vakantiebaantjes via Marinus.’ Khalid vertelt met gepaste trots dat hij sinds kort bij de gemeente werkt. ‘Als vuilnisman’, zegt Fouad pesterig. Khalid trekt zich er niets van aan. ‘Het ging fout tijdens mijn stage toen ik op het ROC zat’, gaat Fouad door. ‘Ik kwam vaak te laat en ben toen weggestuurd. Ik zat zonder werk en Marinus hielp me aan een baantje als glaszetter. Ik luister naar hem, hij is een intelligente man. Hij snapt ons, hij kan met ons dealen.
Straks wil ik weer naar school, ik ga installatietechniek doen en daarna bij mijn broer werken.’ Ze praten over de problemen met de politie, de overlast, de buurt die klaagt. Khalid toont begrip: ‘We praten soms echt te hard.’ ‘Nou bro, dat valt wel mee’, relativeert Fouad.
‘Die yuppen jammeren over alles, ze weten niet hoe Noord is, ze komen niet van hier, die schijtluizen. Zij moeten zich aan ons aanpassen.’
Een doener en een denker, een ideale combinatie
65
De meeste jongens houden het erop dat de politie de pik op ze heeft en dat de bewoners die klagen overdrijven. Liyam hoort bij de ‘nieuwe aanwas’, zoals Marinus de jongere jongens noemt. Omdat Liyam geen gebiedsverbod heeft, kan hij me de plekken laten zien waar de jongens regelmatig samenkomen. Een gewoon pleintje met een bank en speeltoestellen voor jonge kinderen, met aan de overkant huizen die behoorlijk in waarde zijn gestegen sinds ze te koop worden aangeboden. Dat steekt de jongens, hun ouders konden die huizen niet kopen. Een bewoner in korte broek begroet Liyam terwijl hij karton in de afvalbak duwt. Liyam mompelt iets onverstaanbaars terug. De man kent de overlastgroep, vertelt hij, hij heeft Liyam zelfs een paar keer aangesproken. ‘We stonden daar alleen maar’, Liyam haalt quasi onverschillig en vol onbegrip zijn schouders op. ‘Ja, ik ben een van die yuppen die hier nieuw is. Ik ben ook jong geweest’, probeert de man die duidelijk contact zoekt. ‘Ik begrijp jullie.’ Om de jongens nog beter te begrijpen had hij na een paar overlastavonden het boek Hangjongeren aangeschaft, met daarin veel praktische tips, vertelt hij lachend. Wat het hem leerde? Hoe belangrijk respect is. ‘Ik weet dat we niet moeders liefste zijn, maar u begon te schreeuwen’, beschuldigt Liyam de man met lichte verontwaardiging.
‘U dreigde dat u de politie zou bellen.’ De man ontkent niet dat hij boos was, maar hij heeft de politie niet gebeld, zegt hij met zijn hand op zijn hart. ‘Dat waren de buren, zij zijn doodsbang voor jullie.’ Liyam gelooft het niet: ‘Waarom stopte de politieauto dan voor jullie huis?’
‘Op praktisch niveau leert zij van hem en op theoretisch niveau is het andersom, een doener en een denker, een ideale combinatie.’
66
Verhalen uit het jongerenwerk
De man ontwijkt de vraag en wil weten hoe het op school gaat. Hij bekent, als hij ziet dat Liyam aarzelt, dat hij vroeger op het vwo ook niet wilde leren. Liyam kijkt glazig, hij volgt toch iets anders dan het vwo. Bovendien heeft hij grote problemen, zo groot dat hij op de woensdagen zelfs de school niet meer in mag, maar dat vertelt hij niet. De afstand tussen de twee die even leek te zijn verdwenen, is opnieuw voelbaar. Als Liyam zijn maten bij terugkomst vertelt wie hij is tegengekomen, roept ‘Buikje’: ‘O, nee, die man zeurt, hij klaagde over zonnepitten die op de grond lagen terwijl die hartstikke natuurlijk zijn. Die yuppen jammeren over alles, ze weten niet hoe Noord is, ze komen niet van hier, die schijtluizen. Zij moeten zich aan ons aanpassen.’ ‘Je kan toch ook rekening met ze houden’, probeert Marinus. ‘Ach ja die man is eigenlijk ook wel aardig’, constateert Buikje als hij weer gekalmeerd is. ‘Hij moet alleen niet zeuren.’
‘Ik kies ervoor om niet iets te zeggen over die capuchon die ze op hebben, of over hun taalgebruik of dat ze buiten aan het roken zijn en als ik het wel doe, doe ik het vanuit de relatie die ik met ze heb.’
Er zijn inmiddels al een paar buurtbijeenkomsten geweest waarin de overlast werd besproken en waar bewoners ook hun hart konden luchten. Sommige bewoners zijn echt bang, vertelt Marit, projectleider Jeugd en Veiligheid in Noord. Haar verantwoordelijkheid is het tegengaan van overlast. Als de Klusfabriek om 19.00 uur sluit, legt ze uit, gaan de jongens op straat chillen en vanaf dat moment gedragen ze zich anders. ‘Veel schreeuwen, scootergebruik, afval achterlaten, intimideren, als ze door buurtbewoners worden aangesproken zijn ze grofgebekt, of ja zeggen en nee doen.
Een doener en een denker, een ideale combinatie
67
Als dat dan een tijdje doorgaat mogen wij ze uit de anonimiteit halen.’ Vervolgens worden er huisbezoeken afgelegd om de ouders in te lichten. Vaak gaat het om alleenstaande moeders met een andere culturele achtergrond: ‘Gewoon lieve vrouwen die geen idee hebben van wat hun kinderen op straat doen, waar en met wie ze zijn.’ Omdat er zorgen zijn over de jonge aanwas die niet in het criminele circuit terecht moet komen, besloten Marit en Marinus samen met de bewoners een ouderbijeenkomst te organiseren. De avond werd een succes, de opkomst was hoog, ouders erkenden de problemen, zagen dat ze te weinig grip op hun kinderen hadden en gingen uitgebreid met elkaar in gesprek. Er werd een groepsapp opgezet, ouders vonden duidelijk steun bij elkaar, zo werd ook dit een mooi voorbeeld van community building, de gemeenschap versterken door onderlinge solidariteit. Ze spraken af om meer op hun eigen maar ook op elkaars kinderen te letten. Een moeder die met de handen in het haar zat over het gedrag van haar zoon kreeg steun aangeboden van haar buurman. Marinus beloofde vanuit de Klusfabriek meer activiteiten te organiseren. ‘Jongerenwerkers zijn mega belangrijk, ik zou er veel meer van willen hebben’, zegt Marit die zich die avond zoveel mogelijk op de achtergrond hield.
‘Zij zijn de verbinders tussen de jeugd en het stadsdeel, zij hebben het contact met de jongeren en weten wat er omgaat.’ Het werk van Marinus vergt veel, beseft Marit, die regelmatig in de Klusfabriek te vinden is om bij te praten. Hij doet zoveel, hij is zowel opvoeder als politieagent en hij is voortdurend bezig om de jongens in het gareel te houden. Het is ongelooflijk wat hij allemaal voor elkaar krijgt.
‘Als een leerling om wat voor reden dan ook niet naar school komt, dan ga ik er meteen op af.’
68
Verhalen uit het jongerenwerk
Marit begrijpt dat Marinus voor zijn jongens opkomt, dat hij haar daarom kritische vragen stelt. ‘Ik doe dat ook bij hem. Omdat we elkaar vertrouwen, kan dat.’ Marit en Marinus vullen elkaar aan, vinden ze zelf. Hij is de man van de praktijk, met zijn poten in de modder, en zij is de wat meer beschouwelijke pedagoge. Op praktisch niveau leert zij van hem en op theoretisch niveau is het andersom, een doener en een denker, een ideale combinatie. In de Klusfabriek loopt iedereen de hele dag in en uit, ook buurtbewoners. Marinus vindt het wezenlijk om die erbij te betrekken. ‘Zo zien ze de jongens ook op een leuk moment en wordt het contact beter.’ Bij de Klusfabriek is dus net zo goed sprake van een ‘geïntegreerde werkwijze’, alleen wordt het niet zo genoemd. Laagdrempelig, een effectief netwerk, elkaar durven aanspreken, duidelijke afspraken maken met een concreet doel voor ogen. In de Klusfabriek gebeurt het allemaal.
Een doener en een denker, een ideale combinatie
69
Ambtenaar stadsdeel Oost:
‘Plotseling kregen we te horen dat een organisatie uit Nieuw-West die met de moeilijkste jongens zegt te werken, nu ook in Oost is neergestreken. Een stedelijke afdeling die de wijk waarschijnlijk niet goed kent had dat zonder overleg besloten, ze kwamen niet bij ons op de lijn. Het was ook niet afgestemd met partijen die hier al jaren werken. Zo’n plotselinge inbreuk is killing.’
70
Verhalen uit het jongerenwerk
8 D e groeiende markt van zorgaanbieders S
inds januari 2021 zijn jongerenwerkers op twintig VO-scholen verdeeld over zes stadsdelen gestart met jongerenwerk op school. Inmiddels zijn dat er veertig. Alles werd gefinancierd vanuit een extra pot geld van de afdeling Jeugd en de afdeling Onderwijs van de gemeente. Het Samenwerkingsverband Voortgezet Onderwijs AmsterdamDiemen betaalde ook mee. Omdat de dynamiek binnen scholen steeds ingewikkelder wordt, stonden de scholen in de rij, al speelde eerlijkheidshalve mee dat het de eerste jaren gratis was. Vanuit het lectoraat Youth Spot aan de Hogeschool van Amsterdam werden de ontwikkelingen vanaf ’21 op de voet gevolgd. Onderzoekers noemden de proef met jongerenwerk op scholen na een eerste evaluatie grotendeels geslaagd. Het paste in het idee dat de straat steeds meer de school binnendringt – zie het gelijknamige boek van Iliass El Hadioui, Hoe de straat de school binnendringt – en dat je daar als school een antwoord op moet hebben. In het rapport van Youth Spot werd geconcludeerd dat zowel het schoolpersoneel als de leerlingen de meerwaarde van het jongerenwerk zijn gaan ervaren. Belangrijke voorwaarden voor succes zijn: draagvlak, een duidelijke taakverdeling en bekendheid binnen school. En hoe nuttig jongerenwerk op school ongetwijfeld zal zijn, het ontbreekt nog weleens aan die voorwaarden.
Marinus bijvoorbeeld werkt in opdracht van zijn werkgever ook twee dagen op een school in de buurt van zijn Klusfabriek. Hij is vanwege de weinig heldere taakverdeling niet onverdeeld enthousiast. ‘Sommige leraren denken dat wij aanmerkingen hebben op hoe zij hun werk doen. En als jongerenwerkers zitten te chillen met de jongens, denken
De groeiende markt van zorgaanbieders
71
leraren dat ze niets zitten te doen. Terwijl het effect van een kaartspelletje groot kan zijn omdat je contact maakt en vertrouwen creëert, maar zij snappen dat niet.’ Een leraar heeft zelf geen tijd om een kaartje te leggen, zegt Marinus. ‘In de pauze werkt hij zijn boterham naar binnen en heeft hij geen zin in kinderen. Leerlingen vertellen aan mij ook andere dingen dan wat ze aan de leraar zullen vertellen. En als ze stiekem roken in de pauze, hoef ik daar geen probleem van te maken. Ik help ook weleens in de kantine, dan haal ik met de conciërge blikjes op, dat is tien minuten werk en ik vind het niet erg.’ Een oud-stagiaire die op dezelfde school jongerenwerker was, herinnert zich in de eerste plaats frictie. ‘De docenten deden vervelend, ze waren arrogant en zochten geen contact. Ik had zelfs het gevoel dat ze me tegenwerkten. Toen ik kickboksen wilde organiseren, kwam de gymleraar me vertellen dat dat zíjn terrein was. En de keer dat ik me over een meisje ontfermde dat de klas was uitgestuurd, werd een docent boos, ik mocht me er niet mee bemoeien. Het leek een soort machtsstrijd tussen hen en ons. Ze namen jongerenwerk niet serieus, ze zagen wat we deden als één grote grap.’ Een zeker dedain bij de leraren ten opzichte van jongerenwerkers hoorde ik vaker als klacht. Elke school verlangt ook iets anders van het jongerenwerk.
Bijvoorbeeld rondjes lopen in de pauze en dan contact maken, dus informeel en terloops, zoals jongerenwerkers dat gewend zijn. Maar ze krijgen soms ook een disciplinerende rol, zoals de twee jongerenwerkers die van school een lijst met namen van lastige leerlingen kregen. Ze mochten ze zelfs uit de les halen om een corrigerend gesprek met ze te voeren.
Clemens, die na een loopbaan in de marketing besloot jongerenwerker te worden, kwam op een school met zevenhonderd leerlingen terecht. ‘In de eerste week liep ik de school door en vroeg leerlingen of ze wisten wie ik was. Ik kreeg de gekste antwoorden, één leerling dacht dat ik de man was die de liften repareerde.’
72
Verhalen uit het jongerenwerk
Het duurde even voor hij zijn weg vond. De communicatie vanuit school kon in het begin beter, vond Clemens. De directie communiceerde onvoldoende aan staf en leerlingen dat hij en zijn collega begonnen waren, en toen hij een account vroeg om op de school te kunnen inloggen, wilden ze weten waarom hij dat nodig had. Hij zette door en sprak die eerste periode zoveel mogelijk brugklassers aan, zodat zij in de jaren die volgden zouden weten waar ze terechtkonden. ‘Aan die contacten heb ik hard gewerkt.’ Inmiddels heeft Clemens zijn draai gevonden. ‘Ik heb ervoor gezorgd dat ik nu overal tussen zit. Ik ga mee op brugklaskamp, mee met de mentor-uitjes, zelfs mee met de skivakantie. Op school is te vaak te veel ruis, leerlingen moeten hard werken, ze zijn bezig met hun positie in de klas. Juist bij alles buiten de setting van de school maak je contact en pak je de winst. Nu komen leerlingen uit zichzelf naar me toe.’ De leerlingen van het vwo waar hij rondloopt kampen met kwesties als schermverslaving, eenzaamheid, angststoornissen, weerstand tegen klassikale lessen en problemen thuis. Soms is hij alleen een luisterend oor, willen ze hun verhaal kwijt, de stress loslaten, daarna kunnen ze er weer tegenaan. Maar is contact maken en goed luisteren ook niet een taak voor de mentor? Of de zorgcoördinator?
‘Veel ouders, met alle respect, hebben geen idee waar hun kinderen mee bezig zijn. Daar komen ze domweg niet aan toe. Docenten en medewerkers op onze school willen best iets extra’s doen na vier uur ’s middags, maar daar zit een grens aan. Dan komt iemand als Sofia als geroepen.’
De groeiende markt van zorgaanbieders
73
Zeker, zegt Clemens, maar hij constateert ook dat ze daar de tijd niet voor hebben. ‘Ik heb een andere relatie met leerlingen, ik ben er puur voor hen. Ik kies ervoor om niet iets te zeggen over die capuchon die ze op hebben, of over hun taalgebruik of dat ze buiten aan het roken zijn. En als ik dat wel doe, doe ik het vanuit de relatie die ik met ze heb. De school vraagt me ook weleens om op te treden als surveillant en dan bespreek ik op welke manier dat wel of niet kan. Want ik wil mijn positie tegenover de leerlingen niet op het spel zetten.’ Jongerenwerk op een vwo, waar de meeste leerlingen een rijk sociaal leven hebben, is anders dan op een school waar minder bevoorrechte leerlingen zitten, maar dat betekent niet dat zijn werk niet waardevol kan zijn, denkt Clemens. Geprivilegieerde kinderen hebben net zo goed twijfels over wie ze zijn en hoe ze zich moeten handhaven in een wereld waar sociale media veel bepalen. Dat bespreekt hij met ze en hij is ook online, op Instagram en Snapchat, heel actief. Tijdens de mentoruren die hij mocht vullen, sprak hij over gender en seksualiteit, en toen een paar leerlingen gingen muiten omdat het onderwerp ‘haram’ zou zijn, ging hij met ze in discussie. Hij respecteerde hun mening, zei hij, maar hij verwachtte wel dat ze met argumenten kwamen.
Steun bieden, maar tegelijk hun blik verruimen, dat is wat Clemens betreft waar jongerenwerk om draait.
‘Al die hulpprogramma’s in de school, het is te veel een commerciële markt geworden.’
Glenn is jongerenwerker op een school in AmsterdamZuidoost. In tegenstelling tot Clemens heeft hij zich daar van begin af aan welkom gevoeld, ook omdat hij in de jaren ervoor in diezelfde buurt in een jongerencentrum werkte en veel leerlingen en hun families al kende. ‘Ik ken de buurt als
74
Verhalen uit het jongerenwerk
mijn broekzak en ik kom overal makkelijk binnen. Als een leerling om wat voor reden dan ook niet naar school komt, ga ik er meteen op af.’ We zitten in de kantine tijdens een studiedag, daarom zijn er vandaag geen leerlingen. Elke leraar die binnenkomt stapt op Glenn af, of omgekeerd. Glenn is de verbinding tussen school en thuis. Als er akkefietjes zijn, zoals laatst tussen een aantal meisjes – eentje van hen kwam niet meer naar school – gaat Glenn op onderzoek uit. Het meisje bleek thuis in een moeilijke situatie te zitten, met gescheiden ouders die hun dochter niet begrepen. Leerlingen vertrouwen hem, weet Glenn. ‘Ze zien dat ik geen docent ben. Ze kunnen me altijd aanspreken.’ De groepsdruk is enorm, de sfeer kan zomaar omslaan, ‘ontvlammen’ noemt Glenn het moment dat er plotseling een conflict ontstaat. ‘De ene dag zijn die jongens lief en het volgende moment zijn het gangsters.’ Na school neemt hij leerlingen regelmatig mee naar het buurtcentrum een paar honderd meter verderop, waar van alles wordt georganiseerd. Bij jongerenwerk op school is het de bedoeling dat het contact na school op die manier wordt voortgezet. Alleen als leerlingen elders uit de stad komen, wordt dat soms lastig, maar niet onoverkomelijk. Glenn kan altijd contact zoeken met een jongerenwerker uit de buurt van de leerling.
Glenn heeft zeker oog voor de meer verlegen leerlingen, zoals de jongen die op school steeds in z’n eentje zat. ‘Hij woonde samen met zijn verslaafde moeder en ze hadden nauwelijks geld. Ik bood hem aan om mee te doen met een teamsport, maar dat wilde hij niet omdat hij bang was anderen teleur te stellen. De eerste keer dat ik hem aansprak had hij honger, hij had geen eten bij zich, dat heb
‘Zou het niet verstandiger zijn om deze tsunami aan hulptroepen terug te brengen? Te kijken wat echt nodig en effectief is?’
De groeiende markt van zorgaanbieders
75
ik hem gegeven. Ik heb hem mee naar het buurtcentrum genomen, dat is een veilige haven. Een paar maanden later hebben we samen een evenement georganiseerd, een game-toernooi.’ Op de school van Glenn, meent hij, is de introductie van het jongerenwerk van toegevoegde waarde gebleken, juist vanwege die verbinding tussen school en thuis. Hij denkt dat de school ermee zal doorgaan als de subsidie straks wegvalt. Wanneer ik later wil weten hoe de school denkt over de toekomst van het jongerenwerk en om toelichting van de zorgcoördinator vraag, vang ik bot. Ik mail, ik app, ik bel, ik leg uit, maar ze reageert niet. Uiteindelijk laat ze via de app blijken niet met me te willen praten, dat Glenn met me heeft gesproken moet voldoende zijn. Als ik laat weten dat haar naam niet zal worden genoemd, dat ik het zeer op prijs zou stellen haar even aan de lijn te krijgen, blijft het stil aan de andere kant. Jammer dat de zorgcoördinator de boot zo afhield, maar helaas was het ook tekenend. Ik heb in mijn lange loopbaan nog nooit zoveel weerstand gevoeld als bij dit verslag over jongerenwerk. Waarbij ik vermoed dat angst en wantrouwen de voornaamste oorzaken waren.
Jongerenwerker Oost:
‘Willen we dat jongeren bij ons op de bank hangen, gamen en af en toe uit verveling ergens tegenaan schoppen? Of willen we ze meer stimuleren in waar ze goed in zijn. Ik geloof meer in ontplooiing, talentontwikkeling, daar word je volgens mij gelukkiger van.’
‘Je moet alert zijn als je professionals van buiten binnenhaalt’, vindt een oud-schooldirecteur die afgelopen zomer afscheid nam van een school in Amsterdam-Oost, waar ze vijf jaar in functie was. De school, waaraan de ouders hun kind toevertrouwen, blijft te allen tijde eindverantwoordelijk voor de leerlingen, benadrukt ze, dus moet de school ervan overtuigd zijn dat steun die ze inkopen bij de missie van de school past. Haar pleidooi om goed op te letten is begrijpelijk, want de hoeveelheid organisaties die hun diensten op school aanbieden is indrukwekkend. Er zijn professionele coaches, sportorganisaties, workshopmogelijkheden, individuele en groepstrainingen. Zeker bij scholen waar leerlingen zitten die extra ondersteuning nodig hebben, krijgen commerciële hulpverleners vaak voet aan de grond.
76
Verhalen uit het jongerenwerk
De groeiende markt van zorgaanbieders
77
Deze oud-directeur wilde wat er binnen school gebeurde zoveel mogelijk zelf in de hand houden, en daarom had ze zogenaamde ‘leerklimaatmedewerkers’ in dienst genomen die zich hoofdzakelijk bezighielden met de leerlingen. Ze vormden de verbinding tussen hen en de docenten. ‘We probeerden een luisterend oor te bieden en als het nodig was te begrenzen.’ Omdat zij het leven van leerlingen binnen de school als háár verantwoordelijkheid zag, had ze haar school zo ingericht dat iedere leerling een coach had. Ze zag geen toegevoegde waarde in jongerenwerkers die in de pauze spelletjes met leerlingen gingen spelen. Sterker nog: dat zag zij als een inbreuk op de natuurlijke orde binnen de school. ‘We organiseerden zelf allerlei cursussen waarin onze pedagogische visie naar voren kwam, omdat we de bemoeienis van buitenaf zo klein mogelijk wilden houden. Al die hulpprogramma’s in de school is te veel een commerciële markt geworden.’ In feite was haar adagium hetzelfde als dat van Annerieke van het Actiecentrum Veiligheid en Zorg: hou het simpel, breng de eenvoud terug. ‘Jongeren kunnen met al die aandacht ook aan de haal gaan, klagen over hoe zwaar ze het hebben.
Dat kan zo zijn en natuurlijk moet je waar nodig hulp bieden, maar realiseer je dat alles wat aandacht krijgt groeit.’ Als er een conflict tussen een docent en een leerling ontstond, probeerden ze binnen de school beide kanten te belichten. In het begin vonden docenten het nog moeilijk om voor de leerling te kiezen. Maar omdat ze er open met elkaar over spraken kwam er meer begrip en waren er nauwelijks nog incidenten.
‘Jongeren kunnen met al die aandacht ook aan de haal gaan, klagen over hoe zwaar ze het hebben.’
78
Verhalen uit het jongerenwerk
In de visie van de directeur had het jongerenwerk wel een rol ná school. Het leek haar zelfs prima als jongerenwerkers de leerlingen na school meenamen naar een jongerencentrum of wanneer ze andere naschoolse activiteiten organiseerden.
Spreek je verwachtingen uit, communiceer goed, heb vertrouwen in de ander en werk samen, dat zijn de vier basisvoorwaarden voor goed functionerend jongerenwerk, concludeer ik op basis van mijn gesprekken. Dat geldt niet alleen voor jongerenwerkers maar ook voor hun opdrachtgevers. Wees duidelijk. Als een school in zee gaat met jongerenwerk, is het bijvoorbeeld niet alleen beleefd maar ook noodzakelijk om jongerenwerkers – ze werken altijd met z’n tweeën – uitgebreid voor te stellen aan het team, zowel via Intranet als tijdens een bijeenkomst. Docenten moeten weten wie de jongerenwerkers zijn en wat ze van hen kunnen verlangen. Op een vmbo-school in Amsterdam Nieuw-West wordt jongerenwerker Sofia op handen gedragen. In ieder geval door de meisjes met wie ze contact heeft, maar ook door de zorgcoördinator. Sofia, een zij-instromer, is niet opgeleid als jongerenwerker. Ze is zeer toegewijd, ze loopt met meisjes mee naar huis als het niet goed met ze gaat, ze belt in het weekend als dat nodig is, als ze depressief zijn of anderszins in de put zitten. Dat ze ook veel van zichzelf deelt, waarderen de leerlingen enorm. De zorgcoördinator is meer dan tevreden. ‘Ik weet niet of alle docenten Sofia kennen, maar de leerlingen zeker wel, ze heeft voortdurend een groep meisjes om zich heen.’ Aanvankelijk lagen de wensen van de jongerenwerkers en
‘Spreek je verwachtingen uit, communiceer goed, heb vertrouwen in de ander en werk samen.’
De groeiende markt van zorgaanbieders
79
de school ver uit elkaar, vertelt hij. ‘Zij wilden leerlingen één op één aanspreken in de pauze. Dat deden we zelf al met ons eigen zorgteam. We vonden het hun taak om de leerlingen te amuseren, te activeren, voetballen in de voetbalkooi bijvoorbeeld, na school iets leuks doen. Maar dat heeft heel anders uitgepakt. Sofia is een luisterend oor en ze is zo alert.’ Sofia begrijpt de meisjes, zegt ze, omdat ze zelf opgroeide in een achterstandswijk en omdat ze in haar leven hard heeft moeten vechten, dat laatste ook letterlijk. Ze was drie keer wereldkampioen kickboksen. Leerlingen nemen haar in vertrouwen. ‘Ik doe dit werk met hart en ziel.’ Een tijdje terug was een van de leerlingen slachtoffer van exposen. ‘Dat raakte me ontzettend, ik dacht: waar zijn deze jongeren mee bezig? Ik had hier al vaker signalen over gekregen en ik vond het onacceptabel. Ik stond voor de klas en zei tegen ze: luister, het is ramadan – 98 procent van de klas was moslim. Jullie zijn gelovig, zei ik, je weet dat als je mensen zo te kijk zet, dat ten nadele van jezelf is. Wij moslims geloven in credits. Je krijgt alles terug wat je geeft.
Dus: hoe zou jij het vinden als zo’n video van je vader, je moeder, je zusje, je broer op straat komt te liggen en onbekenden ermee doen wat ze willen? Niemand zei iets en ik ging door: jullie hebben allemaal zo’n videootje op je telefoon, honderd procent, waarop een meisje of jongen wordt exposed. Ik hoef het niet te zien, maar als je een geweten hebt, wis je het nu direct.’ Normaal gesproken hadden de leerlingen een grote mond, maar deze keer waren ze allemaal stil. Ze pakten hun telefoon en wisten beelden. Waarschijnlijk zaten er leerlingen bij die het fenomeen exposen zelf hadden meegemaakt, maar ook leerlingen die de filmpjes hadden rondgestuurd, slachtoffers en daders in dezelfde klas.
Leerlingen nemen Sofia in vertrouwen: ‘Ik doe dit werk met hart en ziel.’
80
Verhalen uit het jongerenwerk
Tijdens het gesprek liep Sofia op eieren, maar ze zag dat haar signaal, Niet Meer Doen, was overgekomen. Na het lesuur stortte een meisje zich letterlijk in haar armen. ‘Juf, mag ik met u praten?’ Ze vertelde dat ze door een jongen was misbruikt die ze via sociale media had leren kennen, de herinneringen eraan tergden haar al jaren. ‘Ze vertrouwde me en haar geloof in mij gaf me een verantwoordelijkheid.’ Sofia meldde de gebeurtenis bij de zorgcoördinator en voerde vervolgens coaching-gesprekken met het meisje. In overleg met de zorgcoördinator en de mentor werd een organisatie ingeschakeld die trainingen over misbruik geeft. Zij geven eerst voorlichting aan docenten en daarna aan ouders en leerlingen. ‘Ik zie gewoon dat dit echt, echt dringend nodig is. Ik ben blij dat ik kon bemiddelen, jongeren moeten weten dat dit geen normaal gedrag is.’ Na school komen meisjes die daar behoefte aan hebben mee naar het buurtcentrum vlakbij. Soms gaan ze samen kickboksen, maar vandaag is er voorlichting over exposen. De opkomst is teleurstellend, een meisje is ziek, de ander kan niet, zo zijn er allemaal excuses. Dus zit er maar één meisje, een trouwe metgezel van Sofia die vleugels kreeg toen de jongerenwerker haar vertelde dat ze mooi was. Toen Sofia haar bij hun tweede ontmoeting vroeg of het eigenlijk wel goed met haar ging, stortte ze haar hart uit.
Sindsdien hebben ze veel contact, vertelt het meisje: ‘Ze is mijn tweede moeder, ze is mijn alles.’ Er zijn vanmiddag maar liefst vier professionals aanwezig. Sofia, twee dames die de cursus geven en een vrouw van een andere hulpverleningsorganisatie die uit belangstelling komt luisteren. Er liggen chips op tafel, koekjes met chocola en er is frisdrank.
‘Ze vertelde dat ze door een jongen was misbruikt die ze via sociale media had leren kennen.’
De groeiende markt van zorgaanbieders
81
Op een groot tv-scherm wordt een film getoond over sexting. Het meisje vertelt dat haar school bij exposen weinig actie onderneemt. Ze bellen alleen de ouders van het slachtoffer en de leerlinge vraagt zich af of dat nu wel een goed idee is. Ouders scharen zich niet altijd achter hun kind, weet ze, soms zijn ze woest op hun dochter. Zo’n meisje laat zich uit schaamte maandenlang niet meer zien op school en als ze terugkomt wordt ze door jongens belaagd, die noemen haar dan ‘kuthoer’. Volgende week, tijdens het vervolg van de cursus over dit beladen onderwerp, zullen er meer meisjes zijn. Dat hebben ze Sofia beloofd.
De zeer betrokken zorgcoördinator van de school waar Sofia aan verbonden is vertelt dat het aantal aanbieders van hulp op zijn school niet bij te houden is. ‘Ik wil ze toch allemaal spreken, omdat ik mijn leerlingen het beste wil aanbieden. Ieder jaar sluit ik nieuwe contracten. Overigens merk ik wel dat partijen die ervan uitgaan dat ik ze toch wel inkoop, hun mindere coaches sturen. Daar moet ik goed op letten. Elk jaar kijken we opnieuw met wie we in zee gaan, dan komen ze allemaal tien minuten pitchen bij het zorgteam.’ De zorgcoördinator vindt extra hulp onontbeerlijk, zijn leerlingen zijn erbij gebaat: ‘Veel ouders, met alle respect, hebben geen idee waar hun kinderen mee bezig zijn. Daar komen ze domweg niet aan toe. Docenten en medewerkers op onze school willen best iets extra’s doen na vier uur ’s middags, maar daar zit een grens aan. Dan komt iemand als Sofia als geroepen.’ Hij noemt andere organisaties die ook hulp bieden in zijn school, het zijn er meer dan tien. ‘Ja, wij hebben heel veel partijen in huis. Er is één partij waar we over twijfelen omdat ze onzorgvuldig bleken.’ Zij gaven klassentrainingen,
‘De commerciële markt van jongerenwerkers en zorgaanbieders zal alleen maar toenemen.’
82
Verhalen uit het jongerenwerk
vertelt hij, maar ze meldden zich niet als ze binnenkwamen, ze deden hun eigen ding en hielden bij hoe het met leerlingen tijdens reguliere lessen ging, of ze er vaak werden uitgestuurd bijvoorbeeld. Zei een leerling dat het goed ging, dan vertelden ze dat ook aan de ouders. ‘Als we met ze doorgaan wil ik wel elke week een terugkoppeling.’ De zorgcoördinator wordt overvoerd met mails van aanbieders van hulp, trainingen en coaching. Een greep uit het aanbod: ‘Er zijn individuele trainingen, en er is een intensieve preventieve aanpak en we hebben ook een training ingekocht over seksualiteit.’ Hij glimlacht als ik vraag of het allemaal niet wat veel is. Waar is de eenvoud waar Annerieke van Veiligheid en Zorg zo naar verlangde? Zou het niet verstandiger zijn om deze tsunami aan hulptroepen terug te brengen? Te kijken wat echt nodig en effectief is? Maar, zegt de zorgcoördinator, aanbieders van hulp zijn goede marketeers geworden en als school wil je nu eenmaal niet naast dat ene heel goede innovatieve aanbod vissen. In het belang van de leerlingen. Bovendien is het terugbrengen van die eenvoud waarschijnlijk ingewikkelder en arbeidsintensiever dan het inkopen van allerlei aantrekkelijke trajecten. Het proces versimpelen vereist meer tijd en energie, zoals Annerieke al zei.
Maar moet die wens daarom worden opgegeven? De zorgcoördinator kijkt me meewarig aan, alsof hij me welkom wil heten in een nieuwe realiteit: ‘We kunnen er niet aan voorbij. De commerciële markt van jongerenwerkers en zorgaanbieders zal alleen maar groter worden.’
De groeiende markt van zorgaanbieders
83
9 Slot Leidinggevende Oost:
‘Jongerenwerkers moeten voorleven, stabiliteit geven. Een hecht, evenwichtig team met weinig wisselingen is daarom van groot belang voor goed jongerenwerk.’
84
Verhalen uit het jongerenwerk
I
k wil iedereen die bereid was om tijd voor me te nemen hartelijk bedanken, het was tijdens de gesprekken duidelijk dat de jongeren in Amsterdam jullie aan het hart gaan. Op sommige professionals heb ik zelfs meermalen een beroep gedaan. Dank voor jullie geduld. De meeste gesprekspartners in deze publicatie zijn geanonimiseerd, vanwege hun privacy, maar ook omdat het er bovenal om ging wát ze zeiden en niet om wíe het zei. Tijdens de coronajaren kwam er terecht meer waardering voor de mannen en vrouwen die in deze moeilijke periode contact met jongeren legden, zowel on- als offline. Jongerenwerkers die zagen hoe lastig deze periode voor pubers was en die ze uit hun isolement trokken. Zij maakten contact, zij wisten wat er speelde. Dat is van onschatbare waarde. Hoewel het beroep jongerenwerker in de afgelopen jaren een professionele ontwikkeling heeft doorgemaakt, moeten jongerenwerkers nog vaak uitleggen wat hun vak precies inhoudt. Voor mij blijven uit alle gesprekken drie termen hangen: stabiliteit geven, praktisch ondersteunen en de horizon van jongeren verbreden. Studenten aan de Hogeschool van Amsterdam kunnen sinds een paar jaar een minor jongerenwerk volgen en dat is een stap in de goede richting. Kennisontwikkeling helpt bij de verdere emancipatie van het vak.
Binnenkort wordt er op initiatief van de gemeente in samenwerking met jongerenorganisaties een Amsterdamse Jongerenwerk Academie gestart, waar kennis, kunde en ervaring zullen worden gedeeld. Waar het vakmanschap verder zal worden versterkt en expertise kan worden gedeeld. Nuttig en nodig, want tijdens mijn rondgang merkte ik dat het kennisniveau van jongerenwerkers onderling nogal verschilt. Extra scholing kan alleen maar winst betekenen.
Slot
85
Voor een goede kwaliteit van het jongerenwerk is het essentieel dat teams divers zijn, zowel wat betreft afkomst als wat betreft opleiding. Bijvoorbeeld een hbo’er naast een mbo’er die de straatcultuur goed kent. Jongerenwerk op verschillende niveaus waarbij collega’s elkaar aanvullen is van grote toegevoegde waarde. Bij een eenzijdige samenstelling van personeel en jongeren is er minder ruimte voor een open blik, dus ook voor andere standpunten. Je raakt sneller naar binnen gekeerd. Denk bijvoorbeeld aan het jongerencentrum dat van plan was een cursus islamitische dodenwassing te geven en dat geen plannen had om een tripje buiten de stad te organiseren. En dan nog één keer: als je wil samenwerken, investeer daar dan in, niet per e-mail, maar in het echt. Spreek je verwachtingen naar elkaar uit, communiceer goed en zie hoe je elkaars vertrouwen wint. Jongerenwerkers zijn hard nodig in Amsterdam, dus is er voor iedereen een plek. Jongerenwerkers en hun organisaties vertelden hoe jammer ze het vonden dat ambtenaren en politici zo weinig langskwamen om met eigen ogen te zien wat hun werk inhield. Ze misten aandacht en betrokkenheid, hadden behoefte aan belangstellende gesprekken en gemeende adviezen. Ook toezicht vonden ze geen vies woord. Dus ambtenaren en politici: ga vaker langs. Organiseer per stadsdeel een uitwisseling, laat organisaties bij elkaar gaan kijken.
Wees creatief, inspireer. Achter de bureaus weg, de straat op. Dat dat niet mogelijk zou zijn vanwege tijdgebrek is geen excuus, dan maak je maar tijd, zoiets is een keuze. Alleen op die manier leer je het DNA van jongeren en het jongerenwerk kennen en zie je wat er speelt. Hoe de onderlinge verhoudingen zijn en wat er beter kan en moet. Alleen dan verdien je gezag.
Verhalen uit het jongerenwerk
In opdracht van gemeente Amsterdam Tekst Margalith Kleijwegt Tekstredactie Hugo Jetten Vormgeving Ontwerpwerk Amsterdam, december 2023
ONT2023134
86
Colofon