CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2, Breng de Eenvoud Terug Margalith Kleijwegt.pdf

RAAD 24 april 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van raadsinformatiebrieven inzake het jongerenwerk (VN2024-004456)19.294 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Breng de eenvoud terug Verhalen uit het jongerenwerk Margalith Kleijwegt

Breng de eenvoud terug Verhalen uit het jongerenwerk Margalith Kleijwegt

Inhoud Voorwoord 7 1 Op zoek naar jongeren11 2 Het belang van samenwerken23 3 De groepsdruk is groot31 4 Een nieuw begin37 5 ‘Jij bent mijn parel’47 6 Breng de eenvoud terug53 7 Een doener en een denker, een ideale combinatie63 8 De groeiende markt van zorgaanbieders71 9 Slot85

Voorwoord

T

oen ik opgroeide in Nieuw-West zag ik om mij heen hoe snel je op het verkeerde pad kunt raken. De verleidingen van geld, status of gewoon ‘erbij willen horen’ zijn groot. Voor wie thuis weinig steun of aandacht krijgt is het vaak niet gemakkelijk om de juiste keuzes te maken. In mijn oude buurt zag ik jongeren soms crimineel worden, maar soms óók computerexpert, piloot of financieel adviseur op de Zuidas. Als een jongere kiest voor een toekomst met perspectief, is die keuze vaak deels te danken aan iemand die in zijn of haar leven belangrijk is geweest: een oom of tante, een docent, een wijkagent, óf een jongerenwerker. De jongerenwerker is onmisbaar voor veel jongeren in de vormende fase van hun leven. Het jongerenwerk biedt een laagdrempelige, veilige plek: een baken voor opgroeiende Amsterdammers. In mijn jeugd kon je als jongere altijd terecht in het jongerencentrum in de buurt. Daar was altijd wat te doen, en waren er mensen die je konden helpen als je ergens mee zat. Ik gun dat nu ook alle jongeren. Maar de tijden zijn wel veranderd. Er wordt veel van jongeren gevraagd. De druk is groot om te presteren en het beste uit jezelf te halen. En er wordt van allerlei kanten aan je getrokken. Jongerenwerkers zijn dagelijks met veel inzet en bevlogenheid bezig om jongeren hiermee te helpen. Maar ze hebben ook zorgen.

Ze vragen zich af: zijn we nog wel in staat om in te spelen op de snelle online wereld waar jongeren in opgroeien? Waarom kijkt de gemeente alleen

6

Verhalen uit het jongerenwerk

Voorwoord

7

naar ons als er rellen zijn? Hoe kan het dat iedereen zich zomaar jongerenwerker mag noemen, en als zzp’er hopt van de ene naar de andere organisatie? Het zijn terechte vragen. Als docent heb ik gezien dat door de complexiteit van problemen en de diversiteit van de stad de opdracht aan het jongerenwerk niet eenvoudiger is geworden. En in mijn buurt zie ik elke dag de negatieve effecten van de versnippering van het jongerenwerk en de toenemende marktwerking. Daar ga ik mee aan de slag. Maar ik wil ook iets doen met de roep om erkenning voor het vak. Daar kan dit boekje bij helpen. Schrijfster Margalith Kleijwegt beschrijft hoe jongerenwerkers het verschil maken voor jongeren. Zij heeft woorden gegeven aan de rauwheid van de straat waar jongerenwerkers mee te maken hebben, maar beschrijft ook mooi de ‘zachte kracht’ van het jongerenwerk. Jongerenwerkers ‘zijn er’ gewoon op de momenten dat een jongere daar behoefte aan heeft. Zij weten het vertrouwen van jongeren te winnen en geven jongeren aandacht door te luisteren en hen een helpende hand te bieden. Ze bieden geen ingewikkelde hulpverlengingstrajecten met lange wachtlijsten, maar een plek om binnen te lopen, waar je gewoon even niets hoeft. Dat lijkt niet zo bijzonder, maar zo’n plek is essentieel als je wilt voorkomen dat jongeren afglijden.

Wat ook opvalt aan de wereld die Kleijwegt beschrijft: het gebrek aan samenwerking tussen de grote jongerenwerkorganisaties, en de kleinere nieuwkomers. We hebben het met elkaar wel heel ingewikkeld gemaakt. Aan ons als gemeente de schone taak om de juiste omstandigheden te creëren zodat de jongerenwerker zich weer volledig kan richten op waar het allemaal om draait: het helpen van jongeren.

8

Verhalen uit het jongerenwerk

Maar we moeten meer doen. Om jongerenwerkers nog beter voor te bereiden op de uitdagingen van vandaag en morgen, richten we samen met het jongerenwerk de Amsterdamse Academie Jongerenwerk op. Ook werken we aan de ontwikkeling van een beroepsregister en pakken we de versnippering aan. Een sterke basis is hard nodig want we zien helaas een toenemende verharding en verjonging van de jeugdcriminaliteit in onze stad. Om dit terug te dringen is goed georganiseerd jongerenwerk van groot belang. Met veel opgroeiende jongeren in onze stad gaat het gelukkig goed. Zij nemen verantwoordelijkheid en weten zelf hun weg te vinden. Maar wie daar moeite mee heeft, of gevoelig is voor de verleidingen van de straat, staat er niet alleen voor. Jongerenwerkers kunnen het verschil maken tussen licht en donker, tussen de criminaliteit en een toekomst met perspectief. Ik heb mijn hoop op hen gevestigd, en ga er alles aan doen om ervoor te zorgen dat zij de komende jaren hun werk zo goed mogelijk kunnen doen.

Sofyan Mbarki Wethouder Jongerenwerk

Voorwoord

9

Leidinggevende Nieuw-West:

‘Ik heb maar één belang en dat is het welzijn van de jongeren. Mijn belang telt niet. Ik wil een groot verschil maken voor de jongeren in Nieuw-West.’

10

Verhalen uit het jongerenwerk

1 O  p zoek naar jongeren O

ndanks de kou is de beginnende lente voelbaar. De jongens en enkele meisjes die zich op het plein in Amsterdam-Slotervaart hebben verzameld, rennen uitgelaten achter elkaar aan alsof de knisperende buitenlucht hun extra energie geeft. De begeleidend jongerenwerker beziet het tafereel met instemming. Als begroeting knikken we naar elkaar. Drie vrouwelijke stagiaires zitten op een bankje aan de kant en turen naar hun telefoon. Ze zijn bijna klaar met hun studie sociaal werk, maar of ze daarin door willen? Ze twijfelen alle drie. Mustafa, een van de vrijwilligers, 21 jaar, kwam als klein jongetje al naar dit plein om mee te voetballen. ‘Inmiddels zie ik dit als een soort familie.’ De begeleiding die hij van het jongerenwerk kreeg, heeft hem veel gebracht. Hij leerde in de loop der jaren ook zelf activiteiten te organiseren, en durfde hij vroeger niet voor een groep te staan, inmiddels gaat hem dat duizend keer makkelijker af: ‘Ik heb meer zelfvertrouwen gekregen.’ Mustafa was vroeger kind aan huis bij verschillende jongerenwerkorganisaties en er zijn er nogal wat in Nieuw-West, hij vond het overal even gezellig. Aan excursies buiten de wijk had hij geen behoefte, hij heeft genoeg aan Slotervaart, de buurt waar hij geboren en getogen is en waaraan hij zeer is gehecht. ‘Nooit, maar dan ook nooit zal ik ergens anders gaan wonen.

Ik hoor hier, honderd procent.’ Hij vindt het jammer dat die jongerenclubs tegenwoordig met elkaar lijken te concurreren. ‘Zonde, en een gemiste kans. Als ze de handen ineen zouden slaan, bereikten ze

Op zoek naar jongeren

11

veel meer jongeren.’ Vaak is de nieuwe lichting een jongere broer of een zusje van degenen die sowieso al kwamen, terwijl er volgens Mustafa in de wijk een groot reservoir aan jongens en meisjes is die niet worden bereikt, terwijl dat wel zou moeten.

De afgelopen maanden sprak ik met jongerenwerkers, ervaren en beginnende krachten, met stagiaires, met leidinggevenden en met ambtenaren uit verschillende stadsdelen. Waar mogelijk knoopte ik gesprekken aan met de jongeren zelf. In totaal ontmoette ik zo’n zeventig gesprekspartners, die allemaal het belang van het jongerenwerk benadrukten. Zij zijn degenen die dicht bij de jongeren staan en die als geen ander weten wat er leeft en speelt. Zo’n vertrouwenspositie is een voorwaarde om jongeren goed te kunnen begeleiden. Op verzoek van wethouder Sofyan Mbarki tekende ik verhalen uit de praktijk op, storytelling. Dus geen wetenschappelijk onderzoek, geen beleidsnota, maar vooral ervaringen van betrokkenen.

‘Hoe ga ik jongeren inspireren, hoe ga ik hun wereld verbreden?’

Om de vraag van de wethouder enigszins af te bakenen, heb ik mij hoofdzakelijk gericht op Nieuw-West, Amsterdams grootste stadsdeel met ruim 163.000 inwoners waarvan een derde jonger dan achttien jaar. Later heb ik ook gesprekken gevoerd in Oost, bijna 146.000 inwoners, Zuidoost, ruim 90.000 inwoners en Amsterdam-Noord met bijna 107.000 inwoners. In de meeste stadsdelen zijn er één of een paar grote aanbieders met nog wat kleine clubjes daaromheen. In Nieuw-West zijn er verhoudingsgewijs veel meer organisaties. Soms vullen ze elkaar aan, maar ze beconcurreren elkaar ook. De ene geeft voetbaltrainingen,

12

Verhalen uit het jongerenwerk

de andere zweert bij de heilzame werking van kickboksen. Aanbieders gebruiken wervende teksten als ‘Meer dan kickboksen alleen’ of ‘Coaching met impact’, ‘Ontdek wie je bent’. Ze bieden naast sport en spel ook individuele begeleiding. Maar een volledig overzicht van wie wat doet ontbreekt, met als gevolg dat het voor een buitenstaander lastig is om inzicht te krijgen in het precieze aanbod. De verschillende organisaties hebben elk hun ‘eigen jongeren’, terwijl de jeugd zelf minder honkvast is en profiteert van de veelheid aan partijen. Ze ‘shoppen’ als dat zo uitkomt. Jongerenwerker Hamid was nietsvermoedend op pad met een pupil toen hij een collega van de concurrentie tegenkwam die verbaasd riep dat dat zíjn cliënt was, een jongen waar hij al veel tijd en energie in had gestoken. De jongen in kwestie deed alsof hij zich van geen kwaad bewust was.

Wat is jongerenwerk precies? ‘Jongerenwerk moet de werelden waar een jongere mee te maken heeft, thuis, school en straat, met elkaar verbinden’, zo definieerde een jongerenwerker zijn beroep. Een ander was nog ambitieuzer: ‘Iedereen heeft een jongerenwerker nodig. Een jongerenwerker creëert je levenspad, hij helpt om je levensdoelen te halen.’ Anderen betrokken de vraag op zichzelf: ‘Jongerenwerk is alles wat ik weet en aan levenservaring heb overdragen, zowel kennis als ervaringen.’ Of: ‘Je moet ze voelen.’ Maar er klonk ook frustratie: ‘Van jongerenwerk wordt veel te veel gevraagd. Wij moeten alles oplossen.’ Oprechte aandacht, naast de jongeren staan, er voor honderd procent voor ze zijn. ‘Wees een veilige thuishaven, maar niet alleen om te chillen en playstationen of tafelvoetballen. Hou in je achterhoofd: hoe ga ik ze inspireren, hoe ga ik hun wereld verbreden?’

Op zoek naar jongeren

13

In vaktermen spreken welzijnswerkers over een balans tussen ‘afstand en nabijheid’, maar de precieze interpretatie daarvan is voor iedereen weer anders. Ik ontmoette jongerenwerkers die om vijf uur hun telefoon uitzetten, maar er waren er ook die zich het lot van hun jongeren zo aantrokken dat ze ook buiten werkuren bereikbaar bleven en desnoods ’s avonds laat nog langs gingen als die noodzaak er volgens hen was. Oscar Bodelier, teamleider jongerenwerk van Dynamo in Oost, onderstreepte het belang van progressie in de relatie tussen jongere en jongerenwerker. Er moet ontwikkeling zijn. Hij gebruikt vier kernwaarden als hij zijn professie omschrijft: vertrouwen, passie, ontwikkeling en gelijkwaardigheid. Jongerenwerkers moeten voorleven, zegt hij, jongeren de stabiliteit geven die ze zelf vaak onvoldoende hebben gekend.

‘Jongerenwerkers moeten voorleven, jongeren de stabiliteit geven die ze zelf hebben gemist.’

De verhalen die ik optekende zijn een kleine greep uit de dagelijkse werkelijkheid. Ze zijn illustratief voor terugkerende thema’s als het belang van vertrouwen, van goede en duidelijke communicatie, van het uitspreken van verwachtingen, van toezicht en van een goede samenwerking. Voor een buitenstaander is de structuur van het jongerenwerk/welzijnswerk een wirwar die bijna gespecialiseerde kennis vereist. Een projectleider bij Jeugd en Veiligheid in Nieuw-West vertelde enigszins besmuikt dat hij tweewekelijks met 24 man vergadert over de jongeren in zijn wijk. Een zorgcoördinator van een middelbare school, ook in Nieuw-West, kreeg zoveel aanbod van partijen buiten school dat hij elk schooljaar met zijn zorgteam een volledige werkdag uittrekt om alle gegadigden de gelegenheid te geven hun waar aan te prijzen.

14

Verhalen uit het jongerenwerk

De gemeente heeft het er zelf ook een beetje naar gemaakt met al die verschillende subsidieregelingen en potjes geld voor jeugd, onderwijs en de stadsdelen, waar het jongerenwerk voor een groot deel uit gefinancierd wordt. De subsidieregelingen vallen ook nog eens onder verschillende wethouders en zelfs de burgemeester (veiligheid). Ondanks, of juist dankzij die complexiteit zijn er slimme aanbieders die van al die subsidie­mogelijkheden weten te profiteren.

‘En zo ontstonden er steeds meer kleine partijen met elk een eigen verdienmodel.’

Regelmatig lopen jongerenwerkers samen met een straathoekwerker van een welzijnsorganisatie, die jongeren en jongvolwassenen begeleidt, door de buurt. Zo ook begin juni. We hebben om 19.00 uur afgesproken op het Osdorpplein, de plek schuin tegenover Albert Heijn. Meidenwerkers Laila en Saïda zijn vanavond ingeroosterd om een ronde over de kermis te lopen en te zien of er nog meisjes zijn met wie ze contact kunnen leggen. Laila en Saïda werken vaak samen. Saïda leidt ook nog een meidengroep in een van de jongerencentra waar inmiddels ook haar broertje een baan heeft gevonden, en Laila verwijst meisjes die zich bij haar melden door naar alle mogelijke hulpverlening. Het is prachtig weer, de terrasjes zitten vol en bij de ijscoman staat een rij klanten te wachten op een verkoelend ijsje. Onderweg worden de dames door verschillende jongemannen bijna smekend in het Arabisch aangesproken. Of ze alsjeblieft wat geld kunnen missen. Deze vermoedelijk Syrische vluchtelingen uit het asielzoekerscentrum iets verderop staan hier dagelijks, vertellen ze. Bij de ingang moeten de bezoekers voor het eerst in de geschiedenis van de kermis door een elektronisch poortje lopen om te worden gefouilleerd. Vorig jaar liep de kermis nogal uit de hand. Er werd gevochten, vuurwerk afgestoken,

Op zoek naar jongeren

15

er werden meisjes aangerand, de politie moest meermalen in actie komen en de kermis werd een aantal avonden al om 19.00 uur stilgelegd. De wijkagent vertelt dat de sfeer vandaag rustig is. Op het langgerekte terrein lopen mannen, vrouwen, gezinnen met kinderen. Een klein meisje hapt in een suikerspin die bijna groter is dan zijzelf. Uit de boxen klinkt het vertrouwde stemgeluid van André Hazes senior. Waar je ook kijkt zijn politieagenten, straatcoaches en andere surveillanten die de boel in de gaten houden. Hier en daar zit of hangt een groepje jongens, maar het gaat Laila en Saïda alleen om de meisjes. ‘Zo zijn we snel klaar’, zegt Saïda met een zucht. Met meisjes zouden ze een praatje maken, ze uitnodigen naar het jongerencentrum te komen en als zou blijken dat er problemen zijn, kan Laila een afspraak met ze maken en ze naar de juiste instantie doorverwijzen. Dit veldwerk vergt geduld, zeggen ze, omdat buiten lopen niet elke keer iets oplevert maar toch van waarde is om te doen. ‘We leggen contact en we zijn zichtbaar in de buurt’, legt Laila uit. ‘En als we iets opvallends zien of horen, delen we dat met onze netwerkpartners.’ Op weg naar de uitgang horen we ineens geschreeuw. Een grote groep jongens van rond de zestien jaar roept van alles op een dreigende toon. Enkele politieagenten proberen de situatie met grapjes ontspannen te houden.

De grootste amokmaker in een grijs joggingpak slaat wild om zich heen. Langzaam lijkt de sfeer om te slaan, de mannen beginnen te trekken en te duwen, de politie weet niet goed wat te doen. Als ze ingrijpen kan de situatie escaleren en wie is daarbij gebaat? Dan verschijnt uit het niets een gespierde man met in grote letters ‘Security’ op de achterkant van zijn shirt. Vermanend, met opgeheven vinger en een natuurlijk overwicht spreekt hij de jongemannen toe terwijl de wijkagent met zijn armen over elkaar toekijkt. Deze man, die Youssef blijkt te heten, is bekend in de buurt, hij heeft gezag, de jongens binden in. Alleen de gast in het joggingpak blijft

16

Verhalen uit het jongerenwerk

Jongerenwerker Oost:

‘Ik was een vroegtijdig schoolverlater en ik had problemen. Bij het jongerenwerk begrepen ze me en mocht ik een voetbalteam samenstellen. Fantastisch. Ik voetbal nog steeds, nu met jongeren die ik begeleid. Ik bespreek alles met ze en ik ga ook met ze op stap, lunchen of bowlen. Dan zeg ik: als jij je herkansing haalt, gaan we sushi eten. Ik geloof in kleine zetjes.’

Op zoek naar jongeren

17

klieren en schreeuwen. Zonder aarzeling neemt Youssef hem in de houdgreep, met een security-collega sleept hij de opstandige jongen zonder pardon over het terrein. Zijn maten pakken ondertussen lachend hun telefoon om de afgang van hun vriend uitgebreid te filmen. Onderweg naar de uitgang stribbelt de jongen nog steeds tegen, maar de houdgreep van Youssef is onverbiddelijk. Deze man van middelbare leeftijd wist met zijn doortastende optreden een dreigende situatie in z’n eentje te keren. Hij doorzag de situatie en trad op, een combinatie die een zeker talent veronderstelt om met onvoorspelbare situaties om te gaan. Laila en Saïda kennen hem, vroeger hing hij zelf op straat en nu werkt hij bij het preventieteam. Youssef zal contact opnemen met de ouders van de jongen, vermoedt Laila. Vooral om te zien of er misschien meer aan de hand is.

‘Vaak ontbrak het aan eensgezindheid tussen partijen over te programmeren thema’s.’

Jongerenwerkers bereiken hun doelgroep op allerlei manieren, via mond-tot-mondreclame en natuurlijk via de sociale media. Af en toe worden er evenementen georganiseerd om te laten zien wat de organisaties te bieden hebben en ook om met elkaar te praten over thema’s die op dat moment spelen. Zoals afgelopen juni toen op een van de middelbare scholen in Slotervaart vanaf 18.00 uur een bijeenkomst voor meisjes was georganiseerd met als doel ‘elkaar te inspireren, nieuwe vriendschappen te maken in een omgeving van begrip en mededogen’. De laatste jaren is er binnen het jongerenwerk veel meer aandacht gekomen voor meisjes, die op een andere manier kwetsbaar zijn dan jongens. Ze zijn vaak meer naar binnen gekeerd, maar net zo goed onzeker en beïnvloedbaar.

18

Verhalen uit het jongerenwerk

In een van de workshopsessies werden de aanwezige meisjes aangemoedigd om over zichzelf te praten, hun schaamte te overwinnen en te vertellen hoe ze naar zichzelf kijken. ‘Wie vindt zichzelf mooi?’ vraagt de workshopleidster als de meisjes, in leeftijd variërend van 13 tot ongeveer 21, aan een lange tafel hebben plaatsgenomen. Onderdrukt gelach, de meeste meisjes zijn zorgvuldig opgemaakt en ze hebben allemaal een filter op hun telefoon, vertellen ze besmuikt. ‘Gaat het in het leven niet om innerlijk geluk?’ probeert de workshopleidster de meisjes uit de tent te lokken. ‘Is je buitenkant werkelijk van zo’n grote betekenis?’ Opnieuw is het stil. Ja dat is het, constateren ze. Wat de ander van je denkt is bepalend voor hoe jij je voelt. Er worden kaartjes uitgedeeld met vragen die ze om de beurt beantwoorden. ‘Waar raak je door ontroerd’, leest het meisje naast me op. Uit haar twijfelende blik blijkt dat ze de vraag niet helemaal begrijpt. Dan, timide: ‘Als mijn ouders ergens mee zitten.’ Er zijn geen goede of foute antwoorden, stelt de workshopleidster de aanwezigen gerust. ‘Wat is je grootste kwaliteit?’ leest het volgende meisje op. ‘Ik ben behulpzaam’, antwoordt ze zonder aarzeling. De workshopleidster complimenteert haar. Het meest verlegen meisje noemt zachtjes haar nicht op de vraag wie de liefde van haar leven is.

‘Zij helpt me echt met alles.’ Een voorzichtige verkenning van je uiten in het openbaar, zou je deze workshop kunnen noemen, over jezelf praten tegenover vreemden is voor de meesten onbekend terrein en dus een grote stap. In een volgende sessie met een nieuwe groep meisjes en andere begeleiders is het onderwerp ‘exposen’, het ongewenst online verspreiden van naaktbeelden. Intieme beelden rondsturen is een plaag van deze tijd en de impact ervan is vaak niet te overzien. ‘Een kennis besloot dat haar

‘Als het koud was gingen de jongens de bibliotheek in en niet om boeken te lezen.’

Op zoek naar jongeren

19

leven voorbij was toen haar dat overkwam’, vertelt een van de meisjes. ‘Ze schaamde zich zo dat ze het voor zich wilde houden. Kennelijk zag ze geen uitweg, want ze is niet veel later uit wanhoop van het balkon gesprongen. Nu is ze voor haar leven verlamd.’ De aanwezige politieagente knikt meelevend, ze kent meer van dit soort schokkende verhalen. ‘Neem iemand in vertrouwen’, adviseert ze met klem, ‘zodat je je verhaal kwijt bent, er niet meer alleen voor staat, echt, het lucht op om wat je is overkomen te delen.’ Beneden in de hal staan lekkere hapjes klaar. De meeste meisjes zijn met een vriendin gekomen of met de jongerenwerker waar ze al contact mee hadden. Zoals Khadija van dertien en Latifa van veertien, die beiden op de havo zitten en die beiden dezelfde prachtige, zwarte sneakers van Balenciaga dragen. Ze giechelen als ze vertellen hoe duur die waren. Achthonderd euro. Khadija en Latifa kwamen toevallig in aanraking met het jongerenwerk. Ze verveelden zich vaak, dus toen ze een jaar geleden een flyer zagen met daarop leuke activiteiten, hapten ze toe. De make-up-middagen bij hen in de buurt leken hun wel wat. Sindsdien komen ze elke week in het jongerencentrum dat op een steenworp afstand van hun huis ligt. De jongerenwerkster met wie ze het meest contact hebben, zien ze inmiddels als een vriendin, een vertrouweling, hun steun en toeverlaat.

‘Ik ga met alles naar haar toe’, vertelt Khadija. ‘Ze helpt me ook bij het plannen van mijn huiswerk en mijn broertjes krijgen dankzij haar nu ook bijles.’ Khadija wil, geïnspireerd door een Netflix-serie, patholoog-anatoom worden. ‘Dat lijkt me een interessant beroep.’ Haar vriendin Latifa ziet meer in een toekomst als kinderpsycholoog. Thuis hebben ze het niet altijd even makkelijk, vertellen ze zonder al te specifiek te worden.

‘Ik kan mijn werk niet doen zonder jongerenwerkers, zij weten precies wat er speelt.’

20

Verhalen uit het jongerenwerk

Latifa woont alleen met haar moeder omdat haar ouders gescheiden zijn, ze hebben het niet breed. ‘Die dure schoenen kreeg ik van mijn oom’, verklaart ze haar waardevolle bezit. Ze kan niet wachten om haar eigen geld te gaan verdienen. ‘Vanaf dat moment kan ik mijn moeder gaan ondersteunen.’ Ik was al een paar keer aan het eind van de middag langs geweest bij het jongerencentrum waar Khadija en Latifa graag komen, maar trof er niemand aan. Het ijzeren rolluik was neergelaten en nergens was te zien wanneer ze open waren of wat er te doen was. De uitstraling was er een van een anoniem bastion. Dat is jammer. Op de deur zou bijvoorbeeld kunnen staan wat de openingstijden zijn of wie je kunt bellen als je meer informatie wil. Die gebrekkige communicatie – ook e-mails werden slecht beantwoord – viel me vaker op. Veel organisaties waren onduidelijk over hun openingstijden en het aanbod was niet altijd makkelijk te vinden, ook niet via internet. Ook niet alle Instagram-accounts werden goed bijgehouden. Meestal bestond er wel een WhatsApp-groep, maar die werd gebruikt door jongeren die elkaar al kenden. Jongerenwerkers, kreeg ik als goedbedoelde verklaring, zijn als de besten in contact leggen met jongeren. Dáár ligt hun hart en niet bij administratieve klusjes zoals het beantwoorden van e-mails, terugbellen of het bijhouden van Instagram.

Op zoek naar jongeren

21

Leidinggevende Nieuw-West:

‘In Nieuw-West werden jongerenwerkers jaren geleden aangemoedigd om voor zichzelf te beginnen. Nu vecht iedereen voor zijn eigen stukje territorium. Iedereen wijst met de vinger naar elkaar. Er is te weinig diversiteit onder jongerenwerkers hier, het is te veel ons kent ons. Jongerenwerk is te veel naar binnen gericht, er is een blinde vlek voor de rest van de wereld, terwijl kansengelijkheid juist gebaat is bij een bredere blik.’

22

Verhalen uit het jongerenwerk

2 H  et belang van samenwerken A

ndere stadsdelen kennen vaak één of twee grotere aanbieders met wat kleintjes ernaast, in Noord is er zelfs maar één grote aanbieder. Als er weinig partijen zijn, werkt dat soepeler en effectiever dan met veel partners zoals nu in Nieuw-West, zeggen betrokkenen. Daarom proberen ambtenaren al enige tijd de verschillende organisaties in Nieuw-West te stimuleren om meer met elkaar samen te werken, de versnippering te stoppen en ‘allianties aan te gaan’. Het groeiend aantal aanbieders in Nieuw-West is iets van de laatste vijftien jaar. Daarvoor waren er jarenlang twee grote organisaties die de dienst uitmaakten: Dock, een landelijke welzijnsorganisatie en Combiwel, een Amsterdamse welzijnsorganisatie. Volgens de overlevering speelden die op den duur onvoldoende in op de demografische veranderingen in Nieuw-West die een creatieve, flexibele aanpak vereisten. De organisaties waren te log, was het verwijt, er was onvoldoende aansluiting bij kwetsbare jongeren die problemen hadden, die gevoelig waren voor drugshandel en andere vormen van criminaliteit. Binnen die organisaties, zo luidde de kritiek, was er te weinig ruimte voor initiatieven van jongerenwerkers die het van belang vonden om juist te werken met de moeilijkste jongeren, die veel aandacht vergden, waar de grote organisaties volgens hen niet altijd tijd voor maakten.

Een andere versie is dat de grote organisaties onvoldoende middelen kregen om met die problematische groep aan de slag te gaan. Teleurgestelde medewerkers – ‘we werden weggepest’ – vertrokken en begonnen hun eigen organisatie. Daarbij voelden ze zich gesteund door een ambtenaar van het

Het belang van samenwerken

23

stadsdeel die hun frustratie begreep en die hoopte dat op deze manier het aanbod in de wijk beter op de vraag zou worden afgestemd. ‘Jongeren zijn voor mij geen nummer, ik had niets met aantallen en cijfertjes’, vertelt een jongerenwerker die die tijd meemaakte, wegging en zelf een organisatie oprichtte. ‘Ik wilde de straat op, het werk doen waar ik goed in was.’ Vaak voelden de nieuwe aanbieders grote verwantschap met de jongens: ‘Ik herken ze, ik heb zelf ook hard moeten vechten.’ En: ‘Het gaat over eigenwaarde, perspectief, het was of ik mezelf zag.’ En zo ontstonden er naast Dock en Combiwel, die er in afgeslankte vorm nog steeds zijn, steeds meer kleine partijen. Die wens om zich te profileren was ook een vorm van emancipatie. De ene organisatie bood voornamelijk sport aan, kickboksen, voetballen, en gaf daarnaast individuele begeleiding, andere richtten zich alleen op meisjes en jonge vrouwen. Eén organisatie is gespecialiseerd in workshops en voorlichting. Daarnaast zijn er partijen die naast sport en workshops hun speelveld hebben verbreed door bijvoorbeeld professionele hulp bij psychische problemen aan te bieden of die het hele gezin bij hun werkwijze betrekken. De leeftijd van de jongeren varieert tussen de 10 en 27 jaar.

Van hen is een deel al bekend bij andere instanties of bij de politie, dat is de zogenaamde ‘moeilijkste’ doelgroep die dreigt af te glijden naar de criminaliteit. Talloze organisaties streden de afgelopen jaren om hun voortbestaan omdat ze ieder jaar in hun subsidieaanvraag moeten aantonen waarom zij recht denken te hebben op financiële ondersteuning. Als je zegt dat je met de moeilijkste jongeren werkt, is dat in je voordeel, werd me meermalen verteld. Niet iedereen vindt die nadruk per se verstandig. Jongerenwerk is toch net zo goed preventie? Jongeren moet je juist bereiken vóór ze het slechte pad op gaan. Dáár zou de nadruk op moeten liggen. De organisaties overlappen elkaar gedeeltelijk in benadering en hoewel ze allemaal moeten rapporteren hoeveel jongeren ze bereiken, zou het toezicht op hun effectiviteit soms beter kunnen.

24

Verhalen uit het jongerenwerk

Leidinggevende Nieuw-West:

‘Bij het jongerenwerk in Nieuw-West bestaat onvoldoende visie over waar we naartoe moeten. Samenwerken wordt als bedreigend gezien want iedereen wil zijn target, het aantal jongeren dat ze bereiken, halen. Rivaliteit en afgunst leiden op die manier tot een ongewenste en soms ook onveilige situatie.’

Op zoek naar jongeren

25

Om verdere verbrokkeling tegen te gaan werden de verschillende partijen de afgelopen tijd vanuit het stadsdeel gestimuleerd om meer met elkaar samen te werken, om gezamenlijk één visie voor de toekomst te ontwikkelen. Op die manier ontstond in 2019 Lab6 in Slotervaart, met als missie verschillende organisaties in hetzelfde gebouw activiteiten te laten organiseren voor jongeren tussen de 12 en 23 jaar. Een van de initiatiefnemers was Wietske, die eerder bij de buren in debatcentrum Argan had gewerkt. Zij zou de programmering voor haar rekening nemen. ‘Ik vond dat er in de buurt weinig leuks was voor jongeren en dit pand stond vrij. Een van de voorwaarden van het stadsdeel was dat we met verschillende partijen moesten samenwerken en dat leek me prima.’ De ene partij bood coachen en sportbegeleiding aan, een andere gaf gratis ondersteuning bij mentale klachten, daar kon je anoniem naartoe. Een van de grotere aanbieders deed ook mee en zo gingen ze van start. In een van de ruimtes werd een prachtige studio geïnstalleerd in de hoop en verwachting dat de jongens die op straat hingen muziek zouden gaan maken. Iedereen blij. Het was de taak van Wietske om te programmeren. Ze hoopte met een uitdagend programma de horizon van de jongeren te kunnen verbreden. Iedereen ging vol goede moed aan de slag. De praktijk bleek weerbarstiger.

Verliep de samenwerking in het begin goed, voor de overkoepelende sessies waar maatschappelijke gespreksthema’s aan bod moesten komen, was minder enthousiasme. Het ontbrak aan eensgezindheid tussen partijen over de programmering, volgens Wietske wilden ze helemaal niet samenwerken. ‘Het bleek allemaal te veel afhankelijk van personen’, verzucht ze.

‘Je moet stevig in je schoenen staan om in deze wijk te overleven, de groepsdruk is groot en iedereen wil snel geld verdienen.’

26

Verhalen uit het jongerenwerk

Ondertussen hadden de ‘problematische’ jongeren uit de buurt het pand ontdekt en zij zagen de nieuwe stek als een mogelijkheid om binnen te chillen; bij een ander jongerencentrum vlakbij waren ze – vanwege te lastig – weggestuurd. Wietske kon ze niet weigeren, vond ze, anders hingen ze op straat en dit was tenslotte hún buurt. Vanaf dat moment opereerde ze als een soort jongerenwerker, terwijl ze dat eigenlijk niet is. De een vroeg om een stage, de ander had problemen met de politie, een derde smeekte of hij zijn taakstraf in Lab6 mocht uitvoeren. Wietske kon moeilijk nee zeggen. ‘Zo werd ik het manusje van alles, ik deed de opvang, ik was hulpverlener, ik was conciërge… Het was veel rommeliger dan ik had verwacht.’ Haar aanvankelijke optimisme maakte gaandeweg plaats voor frustratie. De samenwerking die als voorwaarde was gesteld kwam niet voldoende van de grond en tegelijkertijd zag ze een verharding bij de bezoekers, steeds jongere jongens, vaak met een laag IQ, die kleine delicten pleegden en die, als er niet snel werd ingegrepen, prooi waren voor de harde misdaad. Twee jaar geleden trok ze aan de bel bij het stadsdeel, riep dat er nú wat moest gebeuren, vertelde dat de jongens waar de media het alsmaar over hadden elke middag bij haar op de stoep stonden.

Nog steeds vol ongeloof: ‘Er gebeurde niets!’ Er werd eindeloos over vergaderd en ondertussen bouwde een groot deel van die groep een strafblad op, wat volgens haar misschien voorkomen had kunnen worden. Wietske werd na haar melding van verschillende kanten te verstaan gegeven dat ze de jongens niet moest binnenlaten, want haar veiligheid kon niet worden gewaarborgd. Voor haar was dat de wereld op z’n kop. In plaats van in te grijpen leken de ambtenaren hun handen ervan af te trekken. Al hadden ze wel eerder ingegrepen bij een drillrap-groep. ‘Dit is waar ik in ben beland’, zegt ze hoofdschuddend. ‘Dat is toch van de zotte. Jongeren komen hier graag, ze wonen in de buurt,

‘Ik begrijp de jongens, ik was bij wijze van spreken één van hen.’

Het belang van samenwerken

27

ze zijn thuis niet te houden en willen elkaar zien. Dat moeten we toch faciliteren! Ik heb nu zelf een aantal jongens uit de buurt ingeschakeld, vrijwilligers, die bereid zijn me te helpen.’ ‘Ik begrijp Wietske wel’, is het commentaar van Abdel, voormalig politieman en tegenwoordig werkzaam bij de afdeling Jeugd en Veiligheid van het stadsdeel. Hij is al vele jaren actief in Slotervaart en komt onder andere in actie bij overlast in de openbare ruimte. De eerste melding over deze groep kreeg hij van straatcoaches, veldwerkers en politie. ‘Jammer dat die jongens elders niet naar binnen mochten, dat er niet gezamenlijk naar oplossingen werd gezocht. Neem je verantwoordelijkheid, zou ik tegen iedereen zeggen, ga meer met elkaar samenwerken.’ Hij vond overigens ook dat Wietske een risico nam door deze jongens binnen te laten, het werden er steeds meer en hun gedrag was onvoorspelbaar. In die tijd was er ook nog die drillrap-groep die het centrum bezocht en die een groter veiligheidsrisico vormde. Zij mochten het centrum, in samenspraak met de politie en het stadsdeel, op een bepaald moment niet meer binnenkomen. Acht maanden geleden maakte Abdel een analyse van de groep van Wietske. Volgens hem ging het vooral om jongens die buurtbewoners en ondernemers pestten en intimideerden.

Als het koud was gingen ze de bibliotheek in, en niet om boeken te lezen, dus werden ze daar weggestuurd. ‘Ze stuiterden alle kanten op. We hebben de harde kern van ongeveer tien man in kaart gebracht, die hebben een brief gekregen en van degenen die minderjarig waren, hebben we de ouders op de hoogte gesteld.’ De meesten waren in aanraking geweest met de politie, al ging het om kleine vergrijpen. Abdel betwijfelt of dat politiecontact te voorkomen was geweest, zoals Wietske beweerde: ‘Bij sommigen is het moeilijk om de weg naar het criminele pad af te snijden, ik heb dat al zo vaak zien gebeuren. Vaak is ’t het broertje of het neefje van jongens die we al kennen en is het complex om die cirkel te doorbreken.’

28

Verhalen uit het jongerenwerk

Jongerenwerker Noord:

‘Ik heb hier ook met de lastigere jongeren uit de buurt gezeten. We werkten in een paar weken toe naar een survival in een bosrijk gebied. Ze sliepen in de natuur en dat vonden ze in het begin vies en eng, later was het vooral spannend en leuk om zoiets totaal nieuws mee te maken.’

Het belang van samenwerken

29

Leidinggevende Nieuw-West:

‘Ik herken de stress die ik vroeger zelf had, jongeren motiveren me om dit werk te doen. Ik werd vroeger gepest en ik wist niet hoe ik in de klas een vraag moest stellen, ik had ook geen laptop. Ik weet wat dat met je doet. Jongerenwerk gaat over je zelfbeeld, zelfwaarde, het hebben van perspectief en zelfvertrouwen.’

3 De groepsdruk is groot A

bdel is een vaste waarde in de wijk, hij kent iedereen en wordt alom gewaardeerd. ‘Ik kan mijn werk niet doen zonder jongerenwerkers, zij weten precies wat er speelt. Toen ik nog politieagent was, zat ik al diep in de haarvaten van de buurt, dat is nu nog steeds zo. Helaas heeft de politie tegenwoordig te weinig capaciteit. Als gevolg vragen we veel van jongerenwerkers, die krijgen steeds meer op hun bord.’ Het tekort aan toezicht in de buurt is nijpend, zozeer zelfs dat Jeugd en Veiligheid tegenwoordig mensen van een jongerencentrum inhuurt om rondjes door de wijk te lopen. Een preventieteam waar jongeren vrijwillig aan kunnen meedoen. Ze spreken overlast gevende jongeren aan en proberen ze op het juiste spoor te zetten. Jongeren van het preventieteam hebben de mogelijkheid om door te stromen naar een functie als handhaver of straatcoach. Abdel beseft dat ze nu soms een dubbele pet op hebben, en dat kan verwarrend zijn. De ene dag zijn de jongerenwerkers vertrouwenspersoon voor de jongeren, terwijl ze het volgende moment ineens een controlerende rol hebben.

Een ander jongerencentrum waar Abdel regelmatig langskomt heeft twee grote ruimtes, eentje waar de jongens tv kijken en playstationen, in de andere staan een kleine boekenkast en een bank. In de keuken kan gekookt worden. De sfeer is vriendelijk, de meeste jongens kennen elkaar. Het is net een grote familie, vaak zijn het ook de broertjes of neefjes van jongens die hier vroeger kwamen. De jongerenwerkers en stagiaires komen vaak zelf ook uit de buurt, het is een hechte gemeenschap. Dat hier bijna iedereen een Marokkaanse achtergrond heeft, is vanzelf

30

Verhalen uit het jongerenwerk

De groepsdruk is groot

31

zo gegroeid, want natuurlijk is iedereen, van welke achtergrond ook, hier welkom. Volgens Abdil, een senior jongerenwerker, hebben ambtenaren vaak onvoldoende idee van wat zich in de jongerencentra afspeelt, wie de bezoekers zijn en wat jongerenwerkers voor die bezoekers betekenen. Zoals die keer dat hij gesommeerd werd op het stadsdeelkantoor te komen. ‘Tussen al die computers en bureaus. Dat was geen fijn gesprek.’ Waarom komt zo’n ambtenaar niet gewoon eens langs? ‘Het excuus, als ik vraag of ze komen, is meestal een drukke agenda. Maar als er problemen zijn, staan ze meteen op de stoep.’ Er zijn groepsactiviteiten, maar de jongeren worden ook individueel begeleid. ‘Van onze jongens is er een aantal dat met de politie te maken heeft. We vragen de politie om vooral verbinding met ze te maken, zodat het niet ontaardt in een kat-en-muisspel.’ Een ontspannen contact, zegt Abdil, werkt veel beter. ‘Je moet stevig in je schoenen staan om in deze wijk te overleven, de groepsdruk is groot en iedereen wil snel geld verdienen. Wij willen dat jongeren zich toekomstgerichter opstellen, zich minder laten leiden door de lokroep van het grote geld. Jullie hoeven niet van die dure schoenen te dragen, zeg ik ze.

De mijne waren niet meer dan een paar tientjes.’ Hij wijst naar zijn sportieve, merkloze sneakers: ‘Dan kijken ze me ongelovig aan.’ Het is niet eenvoudig om de jongens op een ander spoor te zetten, weet Abdil, maar geduld loont. Voor een bezoek aan zoiets als een museum heeft niemand belangstelling. Themabijeenkomsten over gevoelige onderwerpen zijn volgens hem voor deze doelgroep geen optie. ‘Daar zijn ze niet mee bezig. Bij sommigen blijft de informatie misschien

‘De rapper eist respect van de mannen, tonen ze dat niet dan zal hij onmiddellijk zijn biezen pakken.’

32

Verhalen uit het jongerenwerk

eventjes hangen, maar bij de meesten werkt het als een spons. Zodra ze buiten zijn, knijpen ze zichzelf uit en is er niets meer van de boodschap over.’ Jongerenwerk is volhouden, weet Abdil. Niet te veel verwachten, naast de jongere blijven staan ook als hij weer in de fout gaat, en niet, zoals vaak gebeurt, met veel hulpverleners op zo’n jongen duiken. Uit een speaker aan de muur klinkt de oproep tot gebed; alle jongens die hier komen hebben een islamitische achtergrond. Dan herinnert Abdil zich dat er, op verzoek van de jongens, gewerkt wordt aan een leerprogramma dodenwassing, inclusief praktisch onderricht met kist en al, daar is wél belangstelling voor. ‘Als de dood eraan komt, willen wij islamitische broeders weten wat we moeten doen.’ Jongerenwerker Khalid komt erbij zitten, hij kwam hier zelf al als puber, hij leerde het centrum via zijn neef kennen. Zijn vader was bijna nooit thuis, legt hij uit, toezicht ontbrak dus was hij meestal op straat te vinden. ‘Niemand had grip op mij.’ In het jongerencentrum werd hij gestimuleerd om zijn leven een draai te geven, weer naar school te gaan, een bijbaantje te nemen. Dat ogenschijnlijk simpele recept van school en een bijbaan gaf zijn leven weer structuur. Dankzij gesprekken met een jongerenwerker kreeg hij meer inzicht in zichzelf en besloot hij weer wat van zijn leven te maken.

‘Daarom begrijp ik de jongens, ik was bij wijze van spreken één van hen. Nu is het mijn beurt om te helpen. Het enige is: ze luisteren niet altijd, er is zoveel afleiding. En dan die zucht naar geld. De sociale druk is groot.’

‘Het zijn geen slechte jongens, verdedigt de coach zijn jongens. Ze wilden er gewoon bij zijn, dit is toch ook hún jongerencentrum?’

De groepsdruk is groot

33

Net als in andere stadsdelen behoorden veel jongerenwerkers in Nieuw-West vroeger zelf tot de doelgroep en zijn dus ervaringsdeskundigen. Die mogelijkheid tot identificeren wordt vaak als een pluspunt gezien: ‘Ze weten waar ze het over hebben.’ Dezelfde identificatie zag ik bij stagiaires die ik tijdens mijn rondgang sprak, ze hadden een voorkeur om aan de slag te gaan op de plek waar ze ook als puber kind aan huis waren. Zij begrepen de jongeren als geen ander, vertelden ze, maar daagden ze hen ook voldoende uit? Je tot in detail kunnen verplaatsen in je cliënten is zeker belangrijk, maar het is niet voldoende. Een professionele werkhouding is gebaat bij enige afstand en een behoorlijk kennisniveau; beide miste ik af en toe. De jongeren waar deze begeleiders pal voor staan moeten straks tenslotte ook kunnen functioneren in een omgeving waar niet iedereen eenzelfde geschiedenis heeft.

34

Verhalen uit het jongerenwerk

Leidinggevende Nieuw-West:

‘Buurtfeesten zijn van betekenis, ze verbinden alle soorten mensen in de wijk. Wij vergaderen te veel, ik ren van het ene overleg naar het andere, zo kom je niet aan je eigenlijke werk toe. We zouden met minder organisaties toe kunnen, dan wordt het veld overzichtelijker en snappen de bewoners het ook beter.’

De groepsdruk is groot

35

4 Een nieuw begin Jongerenwerker Nieuw-West:

‘Ik heb talent om mensen met elkaar te verbinden. Ik weet hoe de jongeren in elkaar zitten. Ik zie ze vaak wegzakken, ze zijn eenzaam, voelen zich machteloos, daar wil ik wat aan doen. Ze gebruiken vaak snus, nicotine die ze onder hun bovenlip stoppen, daar kun je ziek van worden, ik wil ze graag helpen. Ik ben zzp’er, eigen baas, net als de meeste van mijn vrienden. We zijn allemaal ondernemer. Jongerenwerk mist een goede marketingstrategie.’

36

Verhalen uit het jongerenwerk

I

n de hoop dat het nu wel zou lukken gingen acht partijen in stadsdeel Nieuw-West na het debacle van Lab6 opnieuw een samenwerkingsverband aan. Hun voorlopige onderkomen met de toepasselijke naam The Village was in Slotermeer, over een paar jaar zou een paar straten verder een groot jongerencentrum XL van 850 vierkante meter verrijzen met meer dan voldoende faciliteiten. The Village was een voorproefje, maar wel een belangrijk voorproefje, dat moest bewijzen dat er in Nieuw-West wel degelijk kan worden samengewerkt. Het stadsdeel zette er haast achter, wilde voor de zomervakantie 2023 opengaan om deze boodschap van hoop en optimisme te verspreiden en te laten zien dat partijen eventuele onderlinge rivaliteit achter zich hadden gelaten. Acht organisaties zouden hier gaan samenwerken, de ene had wat met sport, de andere gaf kookcursussen aan jonge kinderen en weer een andere bediende juist de wat meer problematische groep. Heel divers dus, iedereen zag ernaar uit om deze prachtlocatie te gaan gebruiken. Er was geen gezamenlijke visie en er was, heel praktisch, nog geen programmeur aangesteld. De organisaties, die ook een duidelijke opdracht zeiden te missen, drongen erop aan dat zo iemand snel moest komen. Iedereen was in opperbeste stemming toen stadsdeelbestuurder Emre Ünver de officiële opening verrichtte.

Het pand – tot het laatst toe was er keihard aan gewerkt – zag er prachtig uit, strak, smaakvol ingericht, er was een grote keuken, heel geschikt voor de geplande kookworkshop die op 6 juli geprogrammeerd stond voor zestien-plusmeiden en een paar dagen later voor jongens tussen de tien en dertien jaar. Er waren tijdens de opening niet alleen rondleidingen, er werden zelfs workshops gehouden, zoals die over een healthy lifestyle. De toekomst lonkte, want wat zou je niet allemaal in zo’n goed geoutilleerd jongerencentrum kunnen doen? In de weken

Een nieuw begin

37

erna stond er van alles geprogrammeerd, zoals een kickboks clinic en een workshop over ondernemen. Een dag later was er een heidag in de sfeervolle stadsboerderij in Osdorp. Onder leiding van twee ambtenaren zouden alle partijen in Nieuw-West een gedeelde toekomstvisie formuleren. Te beginnen met een werksessie, een korte koffiebreak, terugkoppeling en ter afsluiting een lunch. Het was de start van de ‘doorontwikkeling’ van het jongerenwerk, stelde de ambtenaar vol optimisme. De focus tijdens deze productieve ochtend was 2030, hoe zou het jongerenwerk er dan uitzien? En de maatschappij? Een nog grotere impact van de sociale media werd genoemd, kinderen zouden nóg meer overvraagd worden. Dan is er geen jongerenwerker meer, zei iemand half serieus, want we worden ondergewaardeerd, wie wil dit werk dan nog doen? Ondanks de goede sfeer was er ook een groeiende bezorgdheid, want wat was de gemeente van plan? Zij deelde tenslotte het geld uit, en wie betaalt bepaalt. Dat er plannen lagen om de organisaties voortaan niet elk jaar een subsidieaanvraag te laten indienen maar elke vier jaar, klonk goed. Maar men besefte dat er in ruil daarvoor intensiever zou moeten worden samengewerkt.

‘Waren de wederzijdse verwachtingen voldoende uitgesproken? Was er wel echt sprake van samenwerking?’

Een week later is een bekende rapper uit Zuidoost uitgenodigd om in The Village te komen spreken. De vrolijke, gekleurde ballonnen die bij de opening een poort vormden, zijn inmiddels weggehaald. Bij de ingang worden flesjes water uitgedeeld, een mooi gebaar want het is behoorlijk warm. Terwijl de bezoekers binnendruppelen, vertelt een medewerker van de club die de avond organiseert dat

38

Verhalen uit het jongerenwerk

ze niet op de hoogte is van hoe de vorige avonden zijn verlopen. Via de gezamenlijke WhatsApp-groep is daar kennelijk niet of nauwelijks contact over geweest. De meeste aanwezigen zijn rond de twintig. Er wordt aandachtig geluisterd als de rapper wordt geïnterviewd over zijn leven. Een mooi, kwetsbaar verhaal over tegenslag en gebrek aan liefde, zijn ouders hadden geen makkelijk leven. Verwaarlozing uit onmacht. In het pleeggezin waar hij belandde merkte hij hoe waardevol rust en regelmaat voor een kind kunnen zijn. Het dagelijkse gezamenlijke ontbijt ervoer hij als een openbaring. Zo kon je de dag dus ook beginnen, met rust, warmte, en met onvoorwaardelijke aandacht. ‘Dat deed veel met mij als kind.’ Tijdens het interview praat de rapper zachtjes, zijn gehoor is aandachtig. Hij biedt aan zijn kaartje achter te laten voor degenen die later nog contact met hem zouden willen opnemen, want, zegt hij: ‘Ik wil jullie graag helpen.’ Buiten is het onrustig. Door de enorme glazen pui zijn wat jongens te zien, ze lopen geagiteerd heen en weer. Willen ze misschien naar binnen? Zo te zien is het precies de doelgroep van het jongerencentrum, de jongens lijken tussen de zestien en twintig jaar te zijn. Tussen hen in staat een iets oudere man die duidelijk bij hen hoort. De rapper kan niet zien wat er buiten gebeurt omdat hij er met zijn rug naartoe zit.

Na een aantal minuten komt de groep jongens, vergezeld door hun begeleider, toch binnen. Ze gaan zitten en de rapper gaat verder met zijn verhaal, tot een van de jongens iets naar de rapper roept, die niet reageert. Bij de tweede keer laat de rapper zijn ongenoegen blijken over een, naar later blijkt, beledigende opmerking die te maken heeft met een disstrack van een andere rapper.

‘De organisator van de avond vraagt zich af, met ingehouden emotie, of hij de politie zal bellen.’

Een nieuw begin

39

Zijn boodschap is duidelijk: hij eist respect van de jongens, tonen ze dat niet, dan zal hij onmiddellijk zijn biezen pakken. De baas van de organisatie die deze avond regelde, roept geïrriteerd dat de jongens zich moeten gedragen en dat ze anders beter kunnen vertrekken. Hij voegt er nog iets in het Arabisch aan toe, een belediging, iets seksueel getints, beweren sommigen, hoewel de man dat tegen anderen stellig ontkent. Kort nadat er een film over het leven van de rapper is gestart, wordt er opnieuw iets gepiept vanaf de mooie houten tribune. De jongen, gekleed in een blauw jack, wacht met een brutale glimlach de reactie van de rapper af. Die aarzelt geen moment, legt behoedzaam zijn microfoon neer en loopt rustig naar achteren, de zaal uit. De organisator van de avond gaat achter hem aan. Niet veel later staan de jongens die de boel verstoorden op en verlaten samen met hun begeleider het pand. De film over de rapper sputtert nog even door. Als duidelijk wordt dat de rapper niet meer zal terugkeren – hij vond de situatie te onveilig, liet hij de organisatie weten – wordt de vertoning stopgezet. De avond met de rapper heeft nog geen dertig minuten geduurd en iedereen is beduusd. Is hij echt vertrokken? Ja, hij is door de achteruitgang naar buiten gegaan. De meningen over wat er is gebeurd verschillen nogal.

De een vindt dat de jongens, ‘te lastig’, nooit binnengelaten hadden mogen worden en hebben begrip voor het besluit van de rapper, terwijl een ander niet snapt waarom de rapper, gepokt en gemazeld in Amsterdam-Zuidoost, niet met ze in gesprek ging. Juist met deze jongens die zoals hij tegenslag en gebrek aan liefde kennen. Kon hij niet tegen pesterig gedrag? ‘Die jongens horen hier toch net zo goed?’ wordt er gezegd. Dat het ook hún buurt is, daar is iedereen het over eens. Dat ze nieuwsgierig waren naar dit mooie nieuwe pand snappen ze ook. Waarschijnlijk wilden ze van deze avond ook iets leren, maar zochten ze hun grenzen op. Dit gedrag was pure territoriumdrift, roept een ander, en zo’n negatieve houding mag je niet honoreren. De begeleider had ze nooit mee naar binnen moeten nemen.

40

Verhalen uit het jongerenwerk

Jongerenwerker Nieuw-West:

‘Ik krijg huilende ouders over de vloer die het niet meer weten. Soms is het over een zakje wiet dat ze hebben gevonden, maar soms loopt hun zoon met een groot mes rond. Wij staan met onze poten in de modder. De gemeente schrijft vooral rapporten die door de realiteit worden ingehaald.’

Een nieuw begin

41

De begeleider staat stilletjes buiten op de stoep. Van de jongens ontbreekt ieder spoor. Het zijn geen slechte jongens, verdedigt de coach zijn jongens. Ze wilden er gewoon bij zijn, legt hij uit. Ze hadden het programma bekeken en toonden belangstelling voor deze rapper, dan kun je ze toch niet weigeren? Waarom liet die rapper zich zo op de kast jagen? Hijzelf wordt vaak uitgemaakt voor dikzak, vertelt de coach, en hij heeft geleerd zo’n belediging van zich af te laten glijden. Ondertussen vallen er kritische woorden over de organisatie, waar de jongens bij horen. Er wordt gemompeld dat het natuurlijk weer deze vervelende jongens waren. Moeten die niet geweerd worden bij dit soort bijeenkomsten? De man die de rapper uitnodigde werkt met jongeren die niet zo snel de orde zouden verstoren, dat zijn meer de high potentials.

Maar jongerenwerk gaat toch juist ook over de verbreding van de wereld van lastpakken? Bovendien wisten beide partijen al maanden dat ze in The Village moesten samenwerken, hoe kan het dan dat ze niet waren voorbereid op belangstelling van de zogenaamde ‘moeilijke’ jongens, die daar al hun hele leven wonen? Hadden ze daar niet met elkaar over gesproken? Hadden de acht partijen wel voldoende met elkaar doorgeakkerd waar ze aan begonnen en wat ze precies beoogden met deze nieuwe manier van samenwerken, en voor wie The Village was bedoeld? Wat ze zouden doen bij calamiteiten? Was er een visie? Een plan? Waren de wederzijdse verwachtingen voldoende uitgesproken? Was er wel echt sprake van samenwerking? En van onderlinge solidariteit?

‘De betrokken ambtenaren waren teleurgesteld, nee, ronduit ontgoocheld.’

42

Verhalen uit het jongerenwerk

Volkomen onverwacht staan twee partijen in de eerste week van The Village lijnrecht tegenover elkaar. De ene zegt: hou die jongens bij je als je de rust niet kunt garanderen, terwijl de andere partij vindt dat deze jongeren net als anderen het volste recht op toegang hebben.

Op weg naar huis, een paar honderd meter verder op de Slotermeerlaan, kom ik met de fiets in een verkeersinfarct terecht. Auto’s staan kriskras op de weg. Naast me op de stoep staat een auto met twee mannen erin, het raampje is naar beneden gedraaid. ‘Er vielen net klappen’, zegt de bestuurder, ‘ik ben hier maar even gaan staan.’ Ik kijk naar het kruispunt, het duurt even voordat tot me doordringt wat er gaande is. De organisator van de avond in The Village rent rondjes over het kruispunt, gevolgd door de begeleider en de jongen in het blauwe jack. Het gaat allemaal snel en omstanders begrijpen niet wat er aan de hand is. Dan rijdt er een scooter het kruispunt op, de jongen in het blauwe jack springt achterop en weg zijn ze. Voorbijgangers staan geschrokken en enigszins ontredderd op de stoep. De organisator van de avond loopt naar zijn auto die aan de overkant naast een autorijschool/ kapper staat. Hij grijpt naar zijn hoofd, hij blijkt gewond, er zit een grote bult op zijn linkerslaap die er blauw-paars uitziet, het gevolg van klappen die hij kreeg van de jongen in het blauwe jack. Hij vraagt zich met ingehouden emotie af of hij de politie zal bellen. Voordat hij tot actie kan overgaan scheurt uit het niets de scooter plotseling weer het beeld in. De jongen in het blauwe jack springt van de bagagedrager en rent met een grote, grijze steen in zijn hand naar de auto

‘Tarik stotterde. Hij werd gepest door zijn leeftijdgenoten en als er in de klas iets misging, kreeg hij vaak de schuld.’

Een nieuw begin

43

van de gewonde man. Iedereen begint door elkaar te schreeuwen. Het projectiel knalt tegen het glimmende portier. De scooter scheurt weg, de steen als stille getuige achterlatend. Een wraakactie? In de weken die volgen gaan er meerdere versies rond. Dat de jongens de man hadden opgewacht. Dat ze verhaal kwamen halen vanwege de eerder in het Arabisch uitgesproken belediging. Maar hoe konden ze weten dat de man uitgerekend déze route zou rijden terwijl er meerdere opties waren? vroeg een ander zich af. Was het niet aannemelijker dat de getergde organisator de verstoorder van de avond op de terugweg bij toeval zag, uitstapte en spontaan met hem op de vuist ging? Een lezing die de organisator ontkende. Wel staat vast dat de jongens zich die avond niet welkom voelden in het jongerencentrum, later lieten ze ook mij weten hoe onredelijk ze die houding hadden gevonden.

‘Die kunstmatige scheiding tussen alle geldpotjes is een ramp, natuurlijk werkt dat oneigenlijke concurrentie in de hand.’

The Village bleef na dit incident gesloten, het ijzeren rolgordijn werd neergelaten en dat was dat. Het stadsdeel, dat pas na een aantal dagen werd ingelicht over het incident, vond het onverantwoord om de programmering voort te zetten. Eerst moest worden uitgezocht hoe het zo uit de hand had kunnen lopen en hoe het gebouw weer veilig open kon. De betrokken ambtenaren waren teleurgesteld, nee, ronduit ontgoocheld. Hoe hadden de samenwerkende partijen het zo ver kunnen laten komen? Dat zijzelf pas zo laat op de hoogte waren gebracht, verraste ze. Terwijl zij

44

Verhalen uit het jongerenwerk

in het ongewisse waren gelaten, was de fysieke confrontatie in het veld het gesprek van de dag geweest. Het onthouden van essentiële informatie kon gezien worden als een ondermijning van vertrouwen en gezag. In de nasleep bleek dat de acht jongerenorganisaties vonden dat het aan gebrek aan regie van de ambtenaren had gelegen. The Village was volgens hen hun prestigeproject geworden en moest veel te snel open, ze waren er nog niet klaar voor. Er was nog steeds geen vaste programmeur aangetrokken. Ambtenaren vroegen zich op hun beurt af of de participerende organisaties al die maanden hadden zitten slapen. Ze wisten toch dat er een deadline was? Je kon zoiets toch aan ze overlaten? Kennelijk was er in de communicatie toch iets misgegaan. De vraag was ook of het samenbrengen van acht bloedgroepen niet iets te veel van het goede was geweest. Hadden ze niet beter met minder partijen dit avontuur aan kunnen gaan? Vermoedelijk waren de ambtenaren te optimistisch geweest, had er meer tijd en energie in de voorbereiding moeten worden geïnvesteerd om de samenwerking meer te laten zijn dan een cosmetische operatie. Lab6 en The Village waren nu meer gelegenheidscoalities dan goed doorwrochte samenwerkingsverbanden. Iedereen had er flink de pest over in. Zowel de organisaties als de ambtenaren begrepen na intensieve en opbouwende gesprekken dat er werk aan de winkel was.

Iedereen hoopte dat dit dieptepunt een start was voor een nieuw begin.

Een nieuw begin

45

5 ‘Jij bent mijn parel’ Ambtenaar Nieuw-West:

‘De verwachtingen van het jongerenwerk zijn veel te hoog gespannen. We moeten wel realistisch blijven.’

46

Verhalen uit het jongerenwerk

T

arik heeft mooie blauwe ogen. Hij zit op een bank naast het aanrecht in de grote leefruimte en wacht op Achmed. Hij staart verlegen naar zijn gloednieuwe witte sneakers van een duur merk. Zijn lichtblauwe T-shirt is ook nieuw, vertelt hij trots, gekocht met zelf verdiend geld. Het is 18.00 uur, over tien minuten gaat het geïmproviseerde veiligheidsteam met vrijwilligers de straat op. Elke avond lopen ze een rondje door de straten rondom het Osdorpplein. Ze kijken of alles rustig is en maken hier en daar een praatje. Ze nemen de temperatuur van de wijk op en onderzoeken of ze iets voor anderen kunnen betekenen. De jongemannen ontvangen acht euro per uur. Het team bestaat vanavond, inclusief begeleiding, uit vijf man. Een van hen, de beweeglijke, extraverte Mustafa, is net vrij uit de gevangenis en draagt nog een enkelband. Hij moet straks om die reden ook op tijd naar huis. Als begeleider Achmed verschijnt sommeert deze de mannen de straat op te gaan. Dat Mustafa meeloopt is een goed signaal tegenover de buurt, meent Achmed. Alsof hij door deze stap openbaar afstand neemt van zijn criminele verleden en voor de ‘goede kant’ heeft gekozen. ‘Die man heeft zoveel voor me gedaan’, roept Mustafa die kriskras over de stoep loopt. Hij doelt op Achmed. We lopen flink door. Tarik vindt het veel lastiger dan Mustafa om zomaar op mensen af te stappen.

Als een groepje jongeren wordt aangesproken, probeert hij zich een beetje afzijdig te houden en kijkt hij op zijn telefoon, hij is heel verlegen. Tarik volgde praktijkonderwijs. Hij stotterde en werd gepest door zijn leeftijdgenoten. Als er in de klas iets misging kreeg hij vaak de schuld. Hij was de pispaal die er na school ook nog eens op uitgestuurd werd om spullen uit de supermarkt te jatten. Hij deed wat er van hem werd gevraagd omdat hij erbij wilde horen en had daarom nauwelijks door

‘Jij bent mijn parel’

47

hoe hij door zijn zogenaamde vrienden werd gebruikt. Zijn lerares Salima maakte zich zorgen, zo’n kwetsbare, beïnvloedbare jongen, wat als hij in verkeerde handen zou vallen? Salima nam contact op met Achmed, die Tarik onder zijn hoede nam en zijn vertrouwen wist te winnen. Via zijn netwerk wist Achmed voor Tarik vrij snel een baantje in een restaurant te regelen waar hij na school naartoe kon. Dat bracht nog meer structuur in Tariks leven en zo verdiende hij zijn eigen geld. Inmiddels is hij opgeklommen tot kok. ‘Ik hou ervan om bezig te zijn’, zegt Tarik bescheiden, maar zijn ogen glimmen. ‘Jij bent mijn parel’, zegt Achmed een paar keer tegen hem. ‘Ik ben trots op je. Ik kan van je op aan. Weer of geen weer, jij komt altijd opdagen.’ Tarik slaat zijn ogen neer, hij weet niet goed wat hij aan moet met zo’n groot compliment.

‘Onderling geroddel is in Nieuw-West sterker aanwezig dan in andere stadsdelen.’

Als de ronde door de buurt achter de rug is praten we na bij een eettentje. Tarik vertelt dat hij dankzij het contact met Achmed zekerder van zichzelf is en weer zin heeft in de toekomst. Hij zal zich niet meer zo snel door anderen laten beïnvloeden, denkt hij. De ouders van Tarik leven heel teruggetrokken. Moeder blijft meestal in huis en komt, net als vader die schoonmaker is, zelfs niet naar de diploma-uitreiking van haar enige zoon, vanwege, zo is het verhaal, een ziek familielid. Achmed heeft compassie met de ouders, hij praat beschermend over ze en denkt dat het beter is om ze met rust te laten, ze niet aan te sporen om wel naar de diplomauitreiking te komen. Hij haalt zijn schouders op alsof hij zeggen wil: zo is het nu eenmaal. Hijzelf is er natuurlijk wel bij als Tarik zijn diploma krijgt. ‘Wat zal ik voor je kopen?’

48

Verhalen uit het jongerenwerk

vraagt hij aan Tarik. ‘Een mooi trainingspak?’ We drinken thee en eten harira-soep. Dan komt rond 21.00 uur Salima ineens aangelopen met haar dochtertje aan haar arm. Ze wil met Achmed bespreken hoe ze Tarik, nu hij naar een nieuwe school gaat, het komend jaar het best kunnen begeleiden. Tarik zit er vergenoegd bij. Achmed beschouwt hij als zijn tweede vader, of als een oom, zegt hij. Salima als een tante. Een oom en tante die hem richting geven, in de gaten houden, op wie hij kan rekenen. Zo simpel kan jongerenwerk soms zijn. De organisatie waar Achmed bij werkt wil een gemeenschap vormen, laagdrempelig, doelgericht, een veilige plek om op terug te vallen. Hier kunnen kinderen uit de wijk dagelijks onder begeleiding hun huiswerk maken, al is de wachtlijst voor een felbegeerd plekje lang. De oprichter wil het hele gezin bij zijn methodiek betrekken, en ook de buurt, de school, alles en iedereen die kan helpen. Veel jongeren uit deze buurt, de Wildemanbuurt in Osdorp, zijn op drift en zijn uitgangspunt is dat het gedrag van de jongens een heel gezin kan ontwrichten. ‘Dan staat het huis in brand.’ Hij heeft een hekel aan al die beleidsmatige hokjes, jongerenwerk komt weer uit een ander potje dan gezinswerk of sport, gezondheid of veiligheid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14059757/1