Bijlage 2_Amstelstation - Amsteloever_Regels.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan Amstelstation Amsteloever
Vastgesteld
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid bestemmingsplan Amstelstation - Amsteloever
Colofon
Opdrachtgever Opdrachtnemer
Ruimte en Duurzaanheid
IMRO_idn
NL.IMRO.0363.M2103BPGST-VG01
Datum print
8 September 2022
Planstatus
vastgesteld
blz. 3
Inhoudsopgave Regels Hoofdstuk1 Artikel 1 Artikel 2 Hoofdstuk2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16 Artikel 17 Artikel 18 Artikel 19 Artikel 20 Artikel 21 Artikel 22 Artikel 23 Hoofdstuk3 Artikel 24 Artikel 25 Artikel 26 Artikel 27 Artikel 28 Hoofdstuk4
5 Inleidende regels
6
Begrippen Wijze van meten
6 18
Bestemmingsregels
20
Bedrijf - 1 Bedrijf - 2 Centrum Gemengd - 1 Gemengd - 2 Gemengd - 3 Groen Horeca - 1 Horeca - 3 Kantoor Sport Tuin Verkeer - 1 Verkeer - 2 Verkeer - 3 Water Wonen - 1 Wonen - 2 Waarde - Archeologie 1 Waarde - Archeologie 2 Waterstaat - Waterkering
20 21 22 24 27 31 36 38 39 40 42 43 44 46 48 50 54 56 60 62 64
Algemene regels
65
Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels
65 66 70 73 74
Overgangs- en slotregels
75
Artikel 29 Overgangsrecht Artikel 30 Slotregel
75 76
Gemeente Amsterdam
blz. 4
bestemmingsplan_Amstelstation - Amsteloever (vastgesteld)
blz. 5
Regels
Gemeente Amsterdam
blz. 6
Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1
Inleidende regels Begrippen
plan
het bestemmingsplan Amstelstation - Amsteloever als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0363.M2103BPGST-VG01 van de gemeente Amsterdam; 1.2
bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5
aanlegsteiger
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, te water dat vast met de wal is verbonden en/of door middel van palen met de grond is verbonden, dat wellicht door de gekozen constructie verticaal met het water/ getij beweegt, maar de eigenschap mist om in horizontale richting te verplaatsen, niet zijnde waterstaatkundige werken, bedoeld voor het aanleggen van vaartuigen, niet zijnde woonboten; 1.6
afmeervoorziening
een voorziening ten behoeve van het innemen van een ligplaats door een vaartuig, niet zijnde een woonboot; 1.7
automatenhal
iedere besloten ruimte waar meer dan twee speelautomaten of andere mechanische toestellen in de zin van artikel 30 van de Wet op de Kansspelen zijn opgesteld ten behoeve van het publiek; 1.8
balkon
een niet op de grond gelegen open uitbouw met balustrade; 1.9
basement
het onderste deel van een gebouw, gelegen boven peil, dat qua massa onderscheidend is van eventuele torens die daar bovenop zijn gerealiseerd. 1.10
bebouwing
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde;
bestemmingsplan_Amstelstation - Amsteloever (vastgesteld)
blz. 7
1.11
Bed & Breakfast
een bedrijf, dat met behoud van de woonfunctie door ten minste de hoofdbewoner in een woning wordt uitgeoefend en die voorziet in het verstrekken van nachtverblijf voor maximaal 4 personen voor korte tijd, waarbij het verstrekken van maaltijden en/of dranken aan de logerende gasten ondergeschikt is; 1.12
bedrijf
een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis verbonden beroepen daaronder niet begrepen; 1.13
bedrijfsvaartuig
een niet varend drijvend bouwwerk ten behoeve van de uitoefening van enig beroep of bedrijf dan wel voor de uitoefening van sociaal en/of culturele activiteiten; 1.14
begane grond
de eerste volledige bouwlaag op of boven peil waarbij tevens begrepen een gedeeltelijke tussenvloer en/of entresol; 1.15
beleidsregel Grondwaterneutrale Kelders
beleidsregel Grondwaterneutrale Kelders Amsterdam vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders d.d. 7 september 2021, waarin de criteria zijn opgenomen waar aanvragen omgevingsvergunning voor kelders aan worden getoetst. 1.16
belwinkel
een voor publiek toegankelijke gelegenheid waar de hoofdactiviteit wordt gevormd door het bedrijfsmatig gelegenheid bieden tot het voeren van telefoongesprekken, waaronder mede begrepen het verzenden van faxen; 1.17
bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak; 1.18
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.19
bestaand
a. voor bebouwing: legale bebouwing zoals aanwezig op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, dan wel mag worden gebouwd met inachtneming van het bepaalde in of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (of de Woningwet); b. voor gebruik: legaal gebruik zoals aanwezig op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan met de daarbij behorende gebruiksregels.
Gemeente Amsterdam
blz. 8
1.20
bijbehorend bouwwerk
uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak 1.21
bijzondere bouwlaag
kelders, souterrains, dakuitbouwen en kap; 1.22
binnenschip
een schip, hoofdzakelijk gebruikt en bestemd voor interlokaal dan wel internationaal bedrijfsmatig vervoer van goederen te water waarop de wet vervoer binnenvaart van toepassing is; 1.23
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.24
bouwgrens
de grens van een bouwvlak; 1.25
bouwlaag
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren is begrensd, bijzondere bouwlagen niet inbegrepen; 1.26
bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.27
bouwperceelgrens
de grens van een bouwperceel; 1.28
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.29
bouwwerk
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;
bestemmingsplan_Amstelstation - Amsteloever (vastgesteld)
blz. 9
1.30
dakopbouw
terugliggende bouwlaag die geplaatst wordt op een gedeelte van het onderliggende platte dak van een woning of woongebouw, ten behoeve van één of meer van de daaronder gelegen woningen, ter vergroting van de woonruimte; 1.31
dakuitbouw
een uitbouw van een (schijn)kap, waarbij de aansluiting van de uitbouw op het dakvlak onder de nok van het dak blijft; 1.32
dakterrassen
een buitenruimte op een plat dak met bijbehorende afrastering en vloerconstructie. 1.33
deelauto
een auto waarvan het gebruik wordt gedeeld door mensen en waarbij de auto wordt verhuurd door een speciaal daartoe opgezet bedrijf, dan wel een particulier deelauto-initiatief. 1.34
detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen, het verhuren of het leveren van zaken aan in hoofdzaak personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.35
dienstverlening
een bedrijfsmatige activiteit gericht op het verlenen van diensten, onder te verdelen in: a. consument verzorgende dienstverlening, zoals kapperszaken, schoonheidsinstituten, sportscholen; b. zakelijke dienstverlening, zoals fotostudio's, reisbureaus, makelaardijen, uitzendbureaus, banken, fietsverhuur en/of -reparatie; c. maatschappelijke dienstverlening; het verlenen van diensten op het gebied van gezondheidszorg, sociaal-cultureel, welzijn, woonzorg, kinderopvang, buitenschoolse opvang, onderwijs en educatie, sportcomplexen, religie, overheid en vergelijkbare gebieden, waaronder mede ondergeschikte nevenfuncties ten behoeve van de diensten worden begrepen. met daarbij behorende ondergeschikte horeca. 1.36
dove gevel
Een bouwkundige constructie die een ruimte in een woning of gebouw scheidt van de buitenlucht, daaronder begrepen een dak, zonder te openen delen en met een in de Wet geluidhinder bedoelde karakteristieke geluidswering die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidsbelasting van die constructie en 33 dB onderscheidenlijk 35 dB(A), of Een bouwkundige constructie waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte zoals bedoeld in de Wet geluidhinder.
Gemeente Amsterdam
blz. 10
1.37
drijvend bouwwerk
Een bouwkundige constructie van enige omvang die drijft, die op de plaats van bestemming direct of indirect met de grond verbonden is en bedoeld is om ter plaatse te functioneren, met uitzondering van een schip als bedoeld in artikel 1, lid 7, van de Woningwet. 1.38
fietsenstalling
een voorziening ten behoeve van het stallen van fietsen, snorfietsen, bromfietsen en andere voertuigen waarvoor een maximum snelheid van ten hoogste 45 km/uur geldt. 1.39
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.40
geluidgevoelige gebouwen
geluidsgevoelige gebouwen en terreinen zoals bedoeld in de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder. 1.41
geluidgevoelige ruimte
geluidsgevoelige ruimte zoals bedoeld in de Wet geluidhinder. 1.42
gemeentelijke hemelwaterverordening
de gemeentelijke Hemelwaterverordening Amsterdam, zoals vastgesteld op 10 mei 2021 en in werking getreden op 11 mei 2021, of de rechtsopvolger daarvan. 1.43
gemeentelijk parkeerbeleid
het gemeentelijk parkeerbeleid van de gemeente Amsterdam zoals vastgelegd in de Nota Parkeernormen Auto (vastgesteld 8 juni 2017) en de Nota Parkeernormen Fiets en Scooter (vastgesteld 28 augustus 2017) of de rechtsopvolger(s) daarvan. 1.44
geohydrologisch rapport
het resultaat van een geohydrologisch onderzoek neergelegd in een rapport met daarin de eigenschappen en kenmerken van het grondwatersysteem op een bepaalde locatie. In het geohydrologisch rapport worden in ieder geval in beeld gebracht: de bodemopbouw; de doorlatendheid (k-waarde) van de bodem; de grondwaterfluctuatie; de grondwaterstroming; de gevolgen voor het grondwatersysteem door de voorgenomen activiteit; de mitigerende maatregelen om grondwaterneutraal te kunnen bouwen.
bestemmingsplan_Amstelstation - Amsteloever (vastgesteld)
blz. 11
1.45
gevel
een bouwkundige constructie die een ruimte in een woning of gebouw scheidt van de buitenlucht, daaronder begrepen een dak, doch niet zijnde een dove gevel of een vliesgevel. 1.46
gevelvlak
een aaneengesloten gedeelte van de buitengevel (het van buitenaf zichtbare deel van de muur) van een gebouw, of bij een gedeeltelijke verspringende gevel, de denkbeeldige lijn langs de uiterste delen van de buitengevel. 1.47
grondwaterneutraal bouwen
het bouwen van een kelder waarbij de stand en stroming van het grondwater buiten het perceel waarop de kelder is geprojecteerd niet of nauwelijks veranderen, waar mogelijk zal verbeteren, en geen negatieve grondwatereffecten optreden. Tot negatieve effecten worden in ieder geval gerekend risico's op opbarsten van de deklaag, welvorming, grondwateroverlast en grondwateronderlast. 1.48
hoofdgebouwen
gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.49
hoogtescheidingslijn
een op de verbeelding aangegeven lijn die de scheiding vormt tussen de gedeelten van een bouwvlak waarop verschillende hoogten zijn toegelaten; 1.50
horeca
a. horeca I: een bedrijf of inrichting gericht op de verkoop van al dan niet voor consumptie ter plaatse bereide kleine etenswaren, het verstrekken van alcoholvrije dranken en/of het verstrekken van consumptie-ijs, zoals een fastfoodrestaurant, cafetaria, snackbar, shoarmazaken, lunchroom, koffie-theehuis of ijssalon; b. horeca IIa: een bedrijf of inrichting gericht op de verhuur van zalen aan gezelschappen, al dan niet in combinatie met het verstrekken van eten en drinken en/of een gelegenheid alleen toegankelijk voor leden, zoals een zalenverhuurbedrijf of sociëteit; c. horeca IIb: een bedrijf of inrichting welke de gelegenheid biedt om te dansen, zoals een dancing of discotheek; d. horeca III: een bedrijf of inrichting gericht op het verstrekken van sterke alcoholische dranken, zoals een café of bar; e. horeca IV: een bedrijf of inrichting gericht op het verstrekken van ter plaatse bereide maaltijden, inclusief (alcoholische) dranken, zoals een restaurant, eetcafé/lunchroom of bistro; f. horeca V: een bedrijf of inrichting gericht op het aanbieden van logies, zoals een hotel of pension; g.
horeca C (culturele horeca): horeca bij culturele of sociaalmaatschappelijke instellingen met een meervoudige programmering, waarbij de cultuuruiting niet los kan worden gezien van de horecacomponent danwel bij culturele of sociaal-maatschappelijke instellingen die beschikken over een bijzonder pand of een bijzondere ruimte die kan worden verhuurd voor bijeenkomsten en feesten;
Gemeente Amsterdam
blz. 12
1.51
huis gebonden beroep of bedrijf
a. aan huis verbonden beroep: de uitoefening van een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied, dat door zijn beperkte omvang en door ten minste de hoofdbewoner in een woning en daarbij behorende bijgebouwen kan worden uitgeoefend, waaronder niet wordt begrepen de uitoefening van detailhandel of consumentverzorgende bedrijfsactiviteiten; b. aan huis verbonden bedrijf: het bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, geheel of overwegend door middel van handwerk, dat door zijn beperkte omvang en door ten minste de hoofdbewoner in een woning en daarbij behorende bijgebouwen, met behoud van de woonfunctie, kan worden uitgeoefend. Hiermee wordt wel een bed & breakfast, maar geen detailhandel of horeca bedoeld; 1.52
huishouden
één of meer personen die een gezamenlijke huishouding voeren, waarbij sprake is van continuïteit in samenstelling en onderlinge verbondenheid. 1.53
internetcafé
een voor publiek toegankelijke gelegenheid waar de hoofdactiviteit wordt gevormd door het bedrijfsmatig gelegenheid bieden tot internet. 1.54
kantoor
het bedrijfsmatig verlenen van diensten met een administratief karakter, waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen, inclusief het gebruik van vergaderzalen en ondergeschikte horeca. 1.55
kap
een bijzondere bouwlaag waarvan de dakconstructie bestaat uit ten minste één hellend dakvlak; 1.56
kelder
een bijzondere bouwlaag waarbij de vloer van de bovengelegen bouwlaag maximaal 0,5 meter boven het gemiddeld aangrenzend maaiveld is gelegen; 1.57
langzaam verkeer
verkeer dat zich te voet verplaatst of per fiets, snorfiets, bromfiets, of enig ander voertuig waarvoor een maximum snelheid van ten hoogste 45 km/uur geldt. 1.58
ligplaats
een plaats in het water bestemd of aangewezen om met een vaartuig of drijvend object af te meren;
bestemmingsplan_Amstelstation - Amsteloever (vastgesteld)
blz. 13
1.59
logies
Het bedrijfsmatig aanbieden van recreatief verblijf of tijdelijk onderdak aan personen voor bepaalde tijd, anders dan in een woning en met dien verstande dat onder logies geen kamerverhuur valt; 1.60
nutsvoorziening
een voorziening ten behoeve van de waterhuishouding, de distributie van gas, water, warmte (waaronder ook WKO-installaties met bijbehorende waterregeneratievoorziening) en elektriciteit, de telecommunicatie, en openbaar vervoer, alsmede soortgelijke voorzieningen van openbaar nut, waaronder in ieder geval worden begrepen transformatorhuisjes, gemalen, telefooncellen, afvalinzamelingsvoorzieningen, zendmasten en oplaadpalen voor elektrisch vervoer. 1.61
object
een voorwerp of vaartuig dat in, op of boven het water is aangebracht of afgemeerd en dat niet behoort tot enig andere in dit hoofdstuk genoemde begripsbepaling; 1.62
onderdoorgang
een bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke oppervlakte overdekt, bestaande uit een dakconstructie en twee wanden, waar geen gebouwen worden opgericht behoudens ten behoeve van de hoger opgaande bebouwing benodigde ondersteuningsconstructies. 1.63
ondergeschikte horeca
niet-zelfstandige horeca, die wordt of is gerealiseerd binnen een andere hoofdfunctie en daar naar oppervlakte en ruimtelijke uitstraling ondergeschikt aan is, welke uitsluitend toegankelijk is via de hoofdfunctie en waarvan de openingstijden zijn aangepast aan de openingstijden van de hoofdfunctie. 1.64
ondergronds
onder het peil gelegen. 1.65
passagiersvaartuig
een bedrijfsvaartuig, hoofdzakelijk gebruikt voor of bestemd tot vervoer van personen, of om beschikbaar te worden gesteld aan een of meer personen ten behoeve van varende recreatie. 1.66
peil
a. voor de volgende bestemmingen geldt het peil als volgt, tenzij in de regels expliciet anders is bepaald: 1. Gemengd - 1: + 1,1 m NAP; 2. Gemengd - 2: + 1 m NAP; 3. Gemengd - 3:+ 0,4 m NAP; 4. Wonen - 2, ter plaatse van 'specifieke bouwaanduiding – 1': + 2,2 m NAP; 5. Wonen - 2, elders: + 0,7 m NAP; 6. Verkeer - 3: + 1 m NAP; b. voor de overige bestemmingen, geldt het peil als volgt: 1. voor gebouwen, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan een weg of een tuin grenst: de hoogte van die weg of tuin ter plaatse van de hoofdtoegang van het gebouw;
Gemeente Amsterdam
blz. 14
2. als in het water wordt gebouwd: het plaatselijk aan te houden waterpeil; 3. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld.
1.67
pleziervaartuig
een schip, hoofdzakelijk gebruikt en bestemd voor niet-bedrijfsmatige varende recreatie. 1.68
SBR richtlijn deel B
Meet- en beoordelingsrichtlijn trillingen van de Stichting Bouwresearch, deel B, Hinder voor personen in gebouwen, uitgave juli 2006. 1.69
schijnkap
kap waarvan de goothoogte aan de straatzijde lager is gelegen dan de goothoogte aan de niet-straatzijde; 1.70
seksinrichting
een voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin handelingen of vertoningen plaatsvinden van erotische en/of pornografische aard. Hieronder wordt in ieder geval verstaan: a. een prostitutiebedrijf: een bedrijfsmatige activiteit gericht op het verrichten van seksuele handelingen met anderen tegen een materiële vergoeding; b. erotisch getinte vermaaksfunctie: Een vermaaksfunctie, welke is gericht op het doen plaatsvinden van voorstellingen en/of vertoningen van erotische / pornografische aard, waaronder begrepen een erotische massagesalon, een erotische videotheek, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, wel of niet in combinatie met elkaar; 1.71
short stay
het structureel aanbieden van een zelfstandige woning voor tijdelijke bewoning aan één huishouden voor een aaneensluitende periode van tenminste een week en maximaal zes maanden; 1.72
smartshop
een winkel waarin de hoofdactiviteit wordt gevormd door detailhandel in psychotrope stoffen; 1.73
souterrain
een bijzondere bouwlaag waarbij de vloer onder het gemiddelde aangrenzende maaiveld is gelegen en waarbij de vloer van de bovengelegen bouwlaag maximaal 1,5 meter boven het gemiddeld aangrenzend maaiveld is gelegen; 1.74
speelvoorzieningen
speeltoestellen, maar ook de jeu de boule baan;
bestemmingsplan_Amstelstation - Amsteloever (vastgesteld)
blz. 15
1.75
sportschool
een voorziening waar mensen tegen betaling, al dan niet met behulp van daarop gerichte apparatuur, al dan niet in groepsverband en al dan niet op muziek, aan de lichamelijke conditie werken door fitnesstraining, krachttraining of yoga, inclusief bijbehorende en ondergeschikte horeca. 1.76
sportvoorziening
een voorziening waarin de hoofdactiviteit bestaat uit het aanbieden van sportieve activiteiten voor mensen; 1.77
stedenbouwkundig plan
het Stedenbouwkundig Plan Amstelstation - Amsteloever zoals op 26 april 2021 vastgesteld door de gemeenteraad van Amsterdam, dan wel de rechtsopvolger daarvan. 1.78
steiger
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, te water die vast met de wal is verbonden en/of door middel van palen met de grond is verbonden, dat wellicht door de gekozen constructie verticaal met het water/ getij beweegt, maar de eigenschap mist om in horizontale richting te verplaatsen, niet zijnde waterstaatkundige werken, bedoeld voor het aanleggen van vaartuigen, niet zijnde woonboten. 1.79
stille zijde
Een (deel van een) gevel van een woning waar de geluidbelasting gelijk is aan de voorkeursgrenswaarde of lager, met dien verstande dat sprake is van een stille zijde wanneer per ten minste één geluidgevoelige ruimte beschikt over een raam waar de geluidbelasting voldoet aan de voorkeursgrenswaarde en dit raam over zodanige spuiventilatie beschikt dat voldaan wordt aan de desbetreffende eisen van het Bouwbesluit. 1.80
toegangsvoorziening
een bouwwerk dat een woonboot of bedrijfsvaartuig op de kortst mogelijke wijze vanaf de wal toegankelijk maakt; 1.81
toren
het gedeelte van een gebouw dat in hoogte onderscheidend is van het basement waarop deze is gerealiseerd. 1.82
tramvoorzieningen
voorzieningen ten behoeve van het tramverkeer, zoals rails, bovenleidingen, dienstgebouwen en overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van het tramverkeer; 1.83
vaartuig
een constructie die als vervoermiddel te water gebruikt wordt of gebruikt kan worden;
Gemeente Amsterdam
blz. 16
1.84
verbeelding
de verbeelding van het bestemmingsplan Amstelstation - Amsteloever bestaande uit de kaart NL.IMRO.0363.M2103BPGST-VG01. 1.85
verordening op het binnenwater 2010
de Verordening op het Binnenwater 2010, zoals deze luidde op het moment van vaststelling van dit bestemmingsplan; 1.86
vestigingsgrootte
een gebouw waar een (dienstverlenend) bedrijf, detailhandel, dienstverlening, een kantoor of een horecabedrijf gevestigd is. 1.87
vierkante vorm
een verschijningsvorm die vierkant of min of meer vierkant is vormgegeven, waarbij de verhouding tussen lengte en breedte (of vice versa) kan variëren tussen 1:1 en 1:1,25. 1.88
vliesgevel
een bouwkundige constructie aangebracht aan de buitenzijde van een gevel met een geluidswerende functie ten behoeve van de betrokken gevel van het gebouw, waarbij de afstand tussen de vliesgevel en de gevel van het gebouw ten minste 0,5 meter bedraagt. 1.89
volumineuze detailhandel
detailhandelsbedrijven die vanwege de aard en omvang van de gevoerde artikelen een groot oppervlak nodig hebben voor de uitstalling, zoals detailhandel in auto's, caravans, boten, keukens, sanitair, bouwmaterialen, tuinartikelen en woninginrichting; 1.90
voorgevel
de naar de weg gekeerde gevel van een hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie dan wel gelet op uitstraling ervan als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt; 1.91
warmtekrachtkoppeling
gecombineerde, gelijktijdige productie van warmte en elektriciteit. Met de warmte die vrijkomt bij het verbranden van de brandstof wordt via een dynamo elektriciteit opgewekt; 1.92
waterbeleidsregels
de verschillende beleidsregels welke betrekking hebben op water en waarin toetsingscriteria ten aanzien van drijvende bouwwerken zijn opgenomen en welke vallen onder de werking van het besluit tot het aanpassen van de geldigheidstermijn van 14 stadsdeelregelingen d.d. 20 december 2017 van de gemeenteraad van Amsterdam (besluitno 383/1563) en diens rechtsopvolgers.
bestemmingsplan_Amstelstation - Amsteloever (vastgesteld)
blz. 17
1.93
waterstaatsdoeleinden
voorzieningen ten behoeve van waterbeheersing en waterhuishouding in de ruimste zin; 1.94
woonboot
een vaartuig, dat hoofdzakelijk wordt gebruikt als of is bestemd tot woonverblijf; 1.95
woonruimte
besloten ruimte die, al dan niet tezamen met een of meer andere ruimten, bestemd of geschikt is voor bewoning door een huishouden, alsmede standplaatsen. 1.96
wonen
het gebruik van een complex van ruimten voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden (met dien verstande dat groepswonen wordt beschouwd als één huishouden); 1.97
woning
een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden (met dien verstande dat groepswonen wordt beschouwd als één huishouden); 1.98
zeer kwetsbare objecten
gebouwen bestemd voor het verblijf, al dan niet gedurende een gedeelte van de dag, van minderjarigen, ouderen, zieken of gehandicapten, zoals: a. ziekenhuizen, bejaardenhuizen en verpleeghuizen; b. scholen; c. gebouwen of gedeelten daarvan, bestemd voor dagopvang van minderjarigen.
Gemeente Amsterdam
blz. 18
Artikel 2 2.1
Wijze van meten
de dakhelling
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.2
de goothoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.3
de bouwhoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.4
de inhoud van een bouwwerk
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.5
de oppervlakte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.6
de breedte van een drijvend bouwwerk
de afstand gemeten daar waar de constructie van het bouwwerk, inclusief loopranden, stootranden, dakranden, zeemranden, goten en vergelijkbare constructies, het breedst is. Ondergeschikte delen die buiten de constructie steken, zoals zwaarden, fenders en eenvoudige demontabele voorzieningen, worden niet meegerekend. 2.7
de hoogte van een drijvend bouwwerk
de afstand gemeten vanaf het peil tot het hoogste punt van het bouwwerk, met uitzondering van ondergeschikte onderdelen, zoals masten, schoorstenen, antennes, mastkoker en naar de aard daarmee gelijk te stellen onderdelen, mits de maximale toegestane bouwhoogte voor de ondergeschikte onderdelen met niet meer dan een meter wordt overschreden. Deze beperking geldt niet voor masten. 2.8
de lengte van een drijvend bouwwerk
de afstand gemeten daar waar de constructie van het bouwwerk, inclusief loopranden, stootranden, dakranden, zeemranden, goten en vergelijkbare constructies, het langst is. Ondergeschikte delen die buiten de constructie steken, zoals rondhouten, roerbladen en boegsprieten en eenvoudig demontabele voorzieningen, worden niet meegerekend.
bestemmingsplan_Amstelstation - Amsteloever (vastgesteld)
blz. 19
2.9
verticale bouwdiepte
vanaf peil tot aan het laagste punt van het bouwwerk, met uitzondering van fundering of ondergeschikte onderdelen van het bouwwerk. 2.10
bebouwingspercentage
een in de regels of op de verbeelding aangegeven percentage, dat de grootte van het bouwvlak of bouwperceel aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd. 2.11
bruto vloeroppervlakte (bvo)
de bruto vloeroppervlakte als bedoeld in NEN 2580. 2.12
vloeroppervlak van een verdiepingsvloer
tussen de buitenwerkse gevelvlakken.
Gemeente Amsterdam
blz. 20
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels Bedrijf - 1
Bestemmingsomschrijving
De voor Bedrijf - 1 aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. brandweerkazerne
met de daarbij behorende: b. c. d. e. f. g. h. i. j. k.
erven; bijbehorende bouwwerken; nutsvoorzieningen; opslag; parkeervoorzieningen en in- en uitritten; laad- en losvoorzieningen; fiets- en voetpaden; groen; water; kunstwerken ten behoeve van weg- en waterbouw.
3.2
Bouwregels
3.2.1
Algemeen
Op en onder de in 3.1 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de bestemming. 3.2.2
Gebouwen
Voor bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. gebouwen moeten binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. ter plaatse van de aanduiding maximale bouwhoogte is ten hoogste de aangegeven maximale bouwhoogte toegestaan.
3.2.3
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van lichtmasten bedraagt maximaal 12 m1; b. de bouwhoogte van erfafscheidingen bedraagt maximaal 2,5 m1; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 3 m1.
bestemmingsplan_Amstelstation - Amsteloever (vastgesteld)
blz. 21
Artikel 4 4.1
Bedrijf - 2
Bestemmingsomschrijving
De voor Bedrijf - 2 aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. nutsvoorzieningen; b. een warmtekrachtkoppeling;
met de daarbij behorende: c. groen; d. kunstwerken ten behoeve van weg- en waterbouw. 4.2
Bouwregels
4.2.1
Algemeen
Op en onder de in 4.1 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de bestemming. 4.2.2
Gebouwen
Voor bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. gebouwen moeten binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. ter plaatse van de aanduiding maximale bouwhoogte is ten hoogste de aangegeven maximale bouwhoogte toegestaan; 4.2.3
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 3 m1.
Gemeente Amsterdam
blz. 22
Artikel 5 5.1
Centrum
Bestemmingsomschrijving
De voor ' Centrum' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.
detailhandel; dienstverlening; kantoor, ter plaatse van de aanduiding kantoor; horeca in de categorieën I, IIa, III en IV;
met de daarbij behorende: e. f. g. h. i. j. k. l.
nutsvoorzieningen; (ondergrondse) parkeervoorzieningen; terrassen in- en uitritten; laad- en losvoorzieningen; fiets- en voetpaden; groen; water;
5.2
Bouwregels
5.2.1
Algemeen
Op en onder de in 5.1 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de bestemming. 5.2.2
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. gebouwen moeten binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. ter plaatse van de aanduiding maximale bouwhoogte is ten hoogste de aangegeven maximale bouwhoogte toegestaan; c. ter plaatse van de aanduiding maximale goothoogte is ten hoogste de aangegeven maximale goothoogte toegestaan.
5.2.3
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erfafscheidingen bedraagt maximaal 1,5 m1; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 3 m1.
bestemmingsplan_Amstelstation - Amsteloever (vastgesteld)
blz. 23
5.3
Specifieke gebruiksregels
5.3.1
Strijdig gebruik
Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken als bedoeld in 26.5.1, wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. volumineuze detailhandel; b. opslag.
Gemeente Amsterdam
blz. 24
Artikel 6 6.1
Gemengd - 1
Bestemmingsomschrijving
De voor Gemengd - 1 aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e.
wonen; kantoor; dienstverlening; horeca in de categorieën III en IV; ondergronds parkeren met bijbehorende in-en uitritten en ventilatieschachten;
met de daarbij behorende:
f. tuinen en erven; g. bijbehorende bouwwerken; h. nutsvoorzieningen; i. (ondergrondse) fietsenstallingen met bijbehorende in- en uitritten en ventilatieschachten; j. laad- en losvoorzieningen; k. voorzieningen gericht op het beperken van windhinder; l. fiets- en voetpaden; m. groen; n. water; o. kunstwerken ten behoeve van weg- en waterbouw; p. dakterrassen.
6.2
Bouwregels
Op en onder de in 6.1 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de bestemming. 6.2.1
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. gebouwen moeten binnen het bouwvlak worden gebouwd, met dien verstande dat de gevels van bovengrondse delen van gebouwen voor ten minste de eerste 5 m bouwhoogte in de op de verbeelding aangegeven 'gevellijn' worden gebouwd; b. het totale maximum bruto vloeroppervlak van gebouwen bedraagt 32.500 m2, met dien verstande dat de in 6.4.1 onder e genoemde bepalingen van toepassing zijn bij het bepalen van het bruto vloeroppervlak; c. ter plaatse van de aanduiding maximum bouwhoogte is ten hoogste de aangegeven maximum bouwhoogte toegestaan gemeten vanaf NAP; d. in afwijking van het bepaalde onder c, is ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding 2' voor ten hoogste 60% van de oppervlakte van dat vlak een bouwhoogte van ten hoogste 40 m toegestaan gemeten vanaf NAP; e. ter plaatse van de maatvoeringsaanduiding waarmee een maximum bouwhoogte van 78 m gemeten vanaf NAP is toegestaan, geldt dat deze gronden bebouwd mogen worden met een toren met dien bestemmingsplan_Amstelstation - Amsteloever (vastgesteld)
blz. 25
verstande dat het maximum vloeroppervlak van de verdiepingsvloeren die zich boven de bouwhoogte van 40 m gemeten vanaf NAP bevinden 650 m2 bedraagt; f. balkons zijn toegestaan vanaf een bouwhoogte van 4,5 m en onder de volgende voorwaarden: 1. tot een bouwhoogte van 40 m gemeten vanaf NAP mogen zij maximaal 2,5 m buiten het betreffende gevelvlak reiken; 2. vanaf een bouwhoogte van 40 m gemeten vanaf NAP mogen zij maximaal 1 m buiten het betreffende gevelvlak reiken; g. in afwijking van het bepaalde onder f, zijn balkons aan de zijde van de Rocketstraat toegestaan onder de volgende voorwaarden: 1. balkons mogen maximaal 1 m buiten het betreffende gevelvlak reiken; 2. binnen de eerste 5 m vanuit het punt waar de buitenste gevels aan de Ringvaart en Rocketstraat elkaar kruisen, zijn balkons toegestaan vanaf een bouwhoogte van 4,5 m; 3. voorbij de eerste 5 m als bedoeld onder 2, zijn balkons toegestaan vanaf een bouwhoogte van 20 m gemeten vanaf NAP ; h. de oppervlakte van balkons wordt niet meegerekend bij het vloeroppervlak van de verdiepingsvloeren van het torengedeelte als bedoeld onder e.
6.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. b. c. d. e.
de bouwhoogte van lichtmasten bedraagt maximaal 12 m1; de bouwhoogte van vlaggenmasten bedraagt maximaal 5 m1; de bouwhoogte van erfafscheidingen bedraagt maximaal 1,5 m1; de bouwhoogte van voorzieningen gericht op het beperken van windhinder bedraagt maximaal 5 m1 ; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 3 m1.
6.3
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 6.2.1 onder a voor zover het de eerst bouwlaag betreft en voor zover daarmee een verbetering in beeldkwaliteit en of gebruiks- en leefkwaliteit bereikt wordt, met dien verstande dat hierbij naar het oordeel van het bevoegd gezag geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de uitstraling als bedoeld in het stedenbouwkundig plan. 6.4
Specifieke gebruiksregels
6.4.1
Specifieke gebruiksregels
Ten aanzien van het gebruik gelden de volgende gebruiksregels: a. dienstverlening en horeca zijn uitsluitend toegestaan op de begane grond; de ondersteunende ruimtes ten behoeve van dit gebruik zijn mede toegestaan in het souterrain en in ondergrondse bebouwing; b. ten aanzien van wonen geldt dat het bruto vloeroppervlak minimaal 14.000 m2 en maximaal 17.500 m2 bedraagt; c. ten aanzien van kantoor geldt dat het bruto vloeroppervlak minimaal 14.000 m2 en maximaal 17.500 m2 bedraagt; d. ten aanzien van dienstverlening en horeca, geldt dat het bruto vloeroppervlak gezamenlijk maximaal 2.000 m2 bedraagt, met dien verstande dat tevens aan de volgende criteria voldaan dient te worden:
Gemeente Amsterdam
blz. 26
functie
m2 bvo
horeca III, IV
maximaal 1.000 m 2 totaal
dienstverlening
maximaal 2.000 m 2 totaal
e. in afwijking van het bepaalde in artikel 2.11, geldt ten aanzien van het bepalen van het aantal vierkante meters bvo dat de volgende ruimten als volgt worden meegerekend: 1. ruimten voor fiets- en scooterparkeren worden niet meegerekend; 2. ruimten voor autoparkeren, opslag, afvalvoorzieningen en technische ruimtes inclusief in- en uitritten, worden niet meegerekend voor zover de bovenzijde van de vloer daarvan niet hoger ligt dan + 1,1 m NAP; f. entree(s) voor autoparkeren dienen zich in de in Bijlage 1 weergegeven gevel(s) te bevinden.
6.4.2
Strijdig gebruik
Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik van dakterrassen bij functies anders dan wonen of kantoren.
6.5
Afwijken van de gebruiksregels
6.5.1
Parkeervoorzieningen boven peil
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 6.4.1 onder e sub 2, om parkeergarages die tot boven +1,1 m NAP reiken niet mee te rekenen in de toegestane omvang aan bvo, indien hierbij naar het oordeel van het bevoegd gezag geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de opzet van het stedenbouwkundig plan, waarvoor ten minste voldaan dient te worden aan de volgende voorwaarden: a. de parkeergarage dient over minimaal 1 parkeerlaag onder + 1,1 m NAP te beschikken; b. de overschrijding mag maximaal 1 bouwlaag betreffen met een maximale hoogte van 3 meter; c. de overschrijding mag niet grenzen aan de openbare ruimte en niet zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte, wat geen betrekking heeft op de in-/uitrit van de parkeergarage.
bestemmingsplan_Amstelstation - Amsteloever (vastgesteld)
blz. 27
Artikel 7 7.1
Gemengd - 2
Bestemmingsomschrijving
De voor Gemengd - 2 aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f.
wonen; kantoor; detailhandel, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel'; dienstverlening; horeca in de categorieën I, III en IV, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'horeca'; (ondergronds) parkeren met bijbehorende in-en uitritten en ventilatieschachten;
met de daarbij behorende:
g. tuinen en erven; h. bijbehorende bouwwerken; i. nutsvoorzieningen; j. (ondergrondse) fietsenstallingen met bijbehorende in- en uitritten; k. laad- en losvoorzieningen; l. voorzieningen gericht op het beperken van windhinder; m. fiets- en voetpaden; n. groen; o. water; p. kunstwerken ten behoeve van weg- en waterbouw. q. dakterrassen.
7.2
Bouwregels
Op en onder de in 7.1 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de bestemming.
7.2.1
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. gebouwen moeten binnen het bouwvlak worden gebouwd, met dien verstande dat de gevels van de begane grond in of achter de aanduiding 'gevellijn' gebouwd dienen te worden; b. het totale maximum bruto vloeroppervlak van gebouwen bedraagt 88.000 m2, met dien verstande dat de in 7.4.1 onder e genoemde bepalingen van toepassing zijn bij het bepalen van het bruto vloeroppervlak; c. ter plaatse van de aanduiding maximum bouwhoogte is ten hoogste de aangegeven maximum bouwhoogte toegestaan gemeten vanaf NAP; d. ter plaatse van de maatvoeringsaanduiding waarmee een maximum bouwhoogte van 136 m gemeten vanaf NAP is toegestaan, geldt dat deze gronden bebouwd mogen worden met een vierkante toren met dien verstande dat: Gemeente Amsterdam
blz. 28
1. het maximum vloeroppervlak van de afzonderlijke verdiepingsvloeren in de toren 950 m2 bedraagt; 2. tot ten hoogste 2/3 van de totale bouwhoogte gemeten vanaf NAP mag de toren aan één zijde worden uitgebreid - waardoor deze hier niet vierkant is - met dien verstande dat het maximum vloeroppervlak van de afzonderlijke verdiepingsvloeren in dit gedeelte van de toren 1.100 m2 bedraagt. e. balkons zijn toegestaan onder de volgende voorwaarden: 1. tot een bouwhoogte van 40 m gemeten vanaf NAP mogen zij maximaal 2,5 m buiten het betreffende gevelvlak reiken; 2. vanaf een bouwhoogte van 40 m gemeten vanaf NAP mogen zij maximaal 1 m buiten het betreffende gevelvlak reiken; 3. de oppervlakte van balkons wordt niet meegerekend bij het vloeroppervlak van de verdiepingsvloeren van het torengedeelte als bedoeld in artikel 7.2.1 onder d.
7.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. b. c. d. e.
de bouwhoogte van lichtmasten bedraagt maximaal 12 m1; de bouwhoogte van vlaggenmasten bedraagt maximaal 5 m1; de bouwhoogte van erfafscheidingen bedraagt maximaal 1,5 m1; de bouwhoogte van voorzieningen gericht op het beperken van windhinder bedraagt maximaal 5 m1; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 3 m1.
7.3
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 7.2.1 onder a voor zover het de eerst bouwlaag betreft en voor zover daarmee een verbetering in beeldkwaliteit en of gebruiks- en leefkwaliteit bereikt wordt, met dien verstande dat hierbij naar het oordeel van het bevoegd gezag geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de uitstraling als bedoeld in het stedenbouwkundig plan.
7.4
Specifieke gebruiksregels
7.4.1
Specifieke gebruiksregels
Ten aanzien van het gebruik gelden de volgende gebruiksregels: a. consumentverzorgende dienstverlening, zakelijke dienstverlening, horeca en detailhandel zijn uitsluitend op de begane grond toegestaan; de ondersteunende ruimtes ten behoeve van dit gebruik zijn mede toegestaan in het souterrain en in ondergrondse bebouwing; b. ten aanzien van wonen geldt dat het bruto vloeroppervlak minimaal 10.000 m2 en maximaal 42.000 m2 bedraagt; c. ten aanzien van kantoor geldt dat het bruto vloeroppervlak minimaal 42.000 m2 en maximaal 75.000 m2 bedraagt; d. ten aanzien van detailhandel, dienstverlening en horeca geldt dat het bruto vloeroppervlak gezamenlijk minimaal 3.000 m2 en maximaal 4.500 m2 bedraagt, met dien verstande dat tevens aan de volgende criteria voldaan dient te worden:
bestemmingsplan_Amstelstation - Amsteloever (vastgesteld)
blz. 29
functie
m2 bvo
detailhandel
maximaal 300 m 2 per vestiging + maximaal 900 m 2 totaal en met inachtname van het bepaalde in 26.3
zakelijke dienstverlening
maximaal 300 m 2 per vestiging
horeca I
maximaal 100 m 2 totaal
horeca III, IV
maximaal 750 m 2 per vestiging + maximaal 1.200 m 2 totaal
e. in afwijking van het bepaalde in artikel 2.11, geldt ten aanzien van het bepalen van het aantal vierkante meters bvo dat de volgende ruimten als volgt worden meegerekend: 1. ruimten voor fiets- en scooterparkeren worden niet meegerekend; 2. ruimten voor autoparkeren, opslag, afvalvoorzieningen en technische ruimtes inclusief in- en uitritten worden niet meegerekend voor zover de bovenzijde van de vloer daarvan niet hoger ligt dan + 1 m NAP of voor zover het een bestaande, ondergrondse ruimte betreft; f. de hoofdentrees(s) ten behoeve van de functie kantoor en de entree(s) voor autoparkeren dienen zich in de in Bijlage 3 weergegeven gevel(s) te bevinden.
7.4.2
Strijdig gebruik
Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik van/voor: a. volumineuze detailhandel. b. dakterrassen bij functies anders dan wonen of kantoren.
7.4.3
Voortzetting bestaande planologische mogelijkheden
a. In aanvulling en deels in afwijking op het bepaalde in de overige bepalingen van dit Artikel, blijven ter plaatse van de gronden als bedoeld in Bijlage 2 de gebruiks- en bouwmogelijkheden van toepassing zoals vastgelegd in Bijlage 2. b. de onder a bedoelde gebruiks- en bouwmogelijkheden uit Bijlage 2 mogen uitsluitend worden toegepast tot het moment van ingebruikname van bebouwing binnen deze bestemming dat niet voldoet aan de gebruiks- en bouwmogelijkheden als bedoeld in dit lid Bijlage 2. c. op het moment dat de betreffende bebouwing in gebruik wordt genomen als bedoeld onder b, geldt als voorwaarde dat: 1. het bestaande gebruik van gebouwen beëindigd dient te zijn, met uitzondering van die vormen van gebruik die op basis van lid 7.1 en met inachtname van het bepaalde in de overige subleden van lid 7.4 zijn toegestaan; 2. bouwwerken die niet voldoen aan de bouwregels uit lid 7.2 gesloopt dienen te zijn; 3. gronden met de bestemming Gemengd - 2 voor zover gelegen buiten het (nieuwe) bouwvlak als bedoeld in dit bestemmingsplan, binnen een jaar na ingebruikname van de bebouwing als openbaar gebied zijn ingericht; d. na het in gebruik nemen van de bebouwing als bedoeld onder b, is toepassing van de gebruiks- en bouwmogelijkheden als bedoeld in Bijlage 2 niet langer mogelijk.
Gemeente Amsterdam
blz. 30
7.5
Afwijken van de gebruiksregels
7.5.1
Parkeervoorzieningen boven peil
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 7.4.1 onder e sub 2, om parkeergarages die tot boven +1 m NAP reiken niet mee te rekenen in de toegestane omvang aan bvo, indien hierbij naar het oordeel van het bevoegd gezag geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de opzet van het stedenbouwkundig plan, waarvoor ten minste voldaan dient te worden aan de volgende voorwaarden: a. de parkeergarage dient over minimaal 1 parkeerlaag onder + 1 m NAP te beschikken; b. de overschrijding mag maximaal 1 bouwlaag betreffen met een maximale hoogte van 3 meter; c. de overschrijding mag niet grenzen aan de openbare ruimte en niet zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte, wat geen betrekking heeft op de in-/uitrit van de parkeergarage.
bestemmingsplan_Amstelstation - Amsteloever (vastgesteld)
blz. 31
Artikel 8 8.1
Gemengd - 3
Bestemmingsomschrijving
De voor Gemengd - 3 aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen; b. kantoor; c. zakelijke en consumentverzorgende dienstverlening, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van dienstverlening - 1'; d. maatschappelijke dienstverlening; e. horeca in de categorieën III en IV, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'horeca'; f. ondergronds parkeren met bijbehorende in-en uitritten en ventilatieschachten;
met de daarbij behorende:
g. tuinen en erven; h. bijbehorende bouwwerken; i. nutsvoorzieningen; j. (ondergrondse) fietsenstallingen met bijbehorende in- en uitritten; k. laad- en losvoorzieningen; l. voorzieningen gericht op het beperken van windhinder; m. fiets- en voetpaden; n. groen; o. water; p. kunstwerken ten behoeve van weg- en waterbouw; q. dakterrassen.
8.2
Bouwregels
Op en onder de in 8.1 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de bestemming. 8.2.1
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. gebouwen moeten binnen het bouwvlak worden gebouwd, met dien verstande dat: 1. de gevels van bovengrondse delen van gebouwen voor ten minste de eerste 10 m bouwhoogte in de op de verbeelding aangegeven 'gevellijn' worden gebouwd; 2. gebouwen of delen van gebouwen ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - 1' uitsluitend zijn toegestaan voor zover voldaan wordt aan het bepaalde in lid 8.4.3; 3. het bouwen in de gevellijn als bedoeld onder 1 onderbroken mag worden ter plaatse van de aanduiding 'onderdoorgang' om ter plaatse een onderdoorgang te realiseren met een minimale hoogte van 10 m tussen maaiveld en bovengelegen bebouwing; 4. het bouwen in de gevellijn als bedoeld onder 1 niet van toepassing is ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - overkraging' indien daarmee een overkraging wordt gerealiseerd waarvan de hoogte tussen maaiveld en bovengelegen bebouwing minimaal 10 m Gemeente Amsterdam
blz. 32
bedraagt; b. het totale maximum bruto vloeroppervlak van gebouwen bedraagt 100.000 m2, met dien verstande dat: 1. het maximum bruto vloeroppervlak van gebouwen 106.000 m2 mag bedragen voor zover voldaan wordt aan het bepaalde in lid 8.4.3; 2. de in 8.4.1 onder e genoemde bepalingen van toepassing zijn bij het bepalen van het bruto vloeroppervlak; c. ter plaatse van de aanduiding maximum bouwhoogte is ten hoogste de aangegeven maximum bouwhoogte toegestaan gemeten vanaf NAP; d. ter plaatse van de maatvoeringsaanduiding waarmee een maximum bouwhoogte van 101,5 m gemeten vanaf NAP is toegestaan, geldt dat deze gronden bebouwd mogen worden met een vierkante toren met dien verstande dat: 1. het maximum vloeroppervlak van de afzonderlijke verdiepingsvloeren in de toren 750 m2 bedraagt; 2. tot ten hoogste 2/3 van de totale bouwhoogte gemeten vanaf NAP mag de toren aan één zijde worden uitgebreid - waardoor deze hier niet vierkant is - met dien verstande dat het maximum vloeroppervlak van de afzonderlijke verdiepingsvloeren in dit gedeelte van de toren 960 m2 bedraagt. e. ter plaatse van de maatvoeringsaanduiding waarmee een maximum bouwhoogte van 126,5 m gemeten vanaf NAP is toegestaan, geldt dat deze gronden bebouwd mogen worden met een vierkante toren met dien verstande dat: 1. het maximum vloeroppervlak van de afzonderlijke verdiepingsvloeren in de toren 850 m2 bedraagt; 2.
tot ten hoogste 2/3 van de totale bouwhoogte gemeten vanaf NAP mag de toren aan één zijde worden uitgebreid - waardoor deze hier niet vierkant is - met dien verstande dat het maximum vloeroppervlak van de afzonderlijke verdiepingsvloeren in dit gedeelte van de toren 1.000 m2 bedraagt. f. balkons zijn toegestaan onder de volgende voorwaarden: 1. tot een bouwhoogte van 40 m gemeten vanaf NAP mogen zij maximaal 2,5 m buiten het betreffende gevelvlak reiken; 2. vanaf een bouwhoogte van 40 m gemeten vanaf NAP mogen zij maximaal 1 m buiten het betreffende gevelvlak reiken; 3. de oppervlakte van balkons wordt niet meegerekend bij het vloeroppervlak van de verdiepingsvloeren van het torengedeelte als bedoeld in artikel 8.2.1 onder d en e.
8.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. b. c. d. e.
de bouwhoogte van lichtmasten bedraagt maximaal 12 m1; de bouwhoogte van vlaggenmasten bedraagt maximaal 5 m1; de bouwhoogte van erfafscheidingen bedraagt maximaal 1,5 m1; de bouwhoogte van voorzieningen gericht op het beperken van windhinder bedraagt maximaal 5 m1 ; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 3 m1.
bestemmingsplan_Amstelstation - Amsteloever (vastgesteld)
blz. 33
8.3
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 8.2.1 onder a voor zover het de eerst bouwlaag betreft en voor zover daarmee een verbetering in beeldkwaliteit en of gebruiks- en leefkwaliteit bereikt wordt, met dien verstande dat hierbij naar het oordeel van het bevoegd gezag geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de uitstraling als bedoeld in het stedenbouwkundig plan.
8.4
Specifieke gebruiksregels
8.4.1
Specifieke gebruiksregels
Ten aanzien van het gebruik gelden de volgende gebruiksregels: a. consumentverzorgende dienstverlening, zakelijke dienstverlening en horeca zijn uitsluitend op de begane grond toegestaan; de ondersteunende ruimtes ten behoeve van dit gebruik zijn mede toegestaan in het souterrain en in ondergrondse bebouwing; b. ten aanzien van wonen geldt dat het bruto vloeroppervlak minimaal 23.000 m2 en maximaal 58.000 m2 bedraagt, met uitzondering van de mogelijkheden als bedoeld in 8.2.1 sub b onder 1, waarbij in dat geval het bepaalde in 8.4.3 sub b van toepassing is; c. ten aanzien kantoor geldt dat het bruto vloeroppervlak minimaal 40.500 m2 en maximaal 74.000 m2 bedraagt, met uitzondering van de mogelijkheden als bedoeld in 8.2.1 sub b onder 1, waarbij in dat geval het bepaalde in 8.4.3 sub c van toepassing is; d. ten aanzien van dienstverlening en horeca geldt dat het bruto vloeroppervlak gezamenlijk minimaal 1.500 m2 en maximaal 3.000 m2 bedraagt, met dien verstande dat tevens aan de volgende criteria voldaan dient te worden:
functie
m2 bvo
zakelijke dienstverlening
maximaal 500 m 2 per vestiging
horeca III, IV
maximaal 500 m 2 totaal
e. in afwijking van het bepaalde in artikel 2.11, geldt ten aanzien van het bepalen van het aantal vierkante meters bvo dat de volgende ruimten als volgt worden meegerekend: 1. ruimten voor fiets- en scooterparkeren worden niet meegerekend; 2. ruimten voor autoparkeren, opslag, afvalvoorzieningen en technische ruimtes inclusief in- en uitritten, worden niet meegerekend voor zover de bovenzijde van de vloer daarvan niet hoger ligt dan + 0,4 m NAP of voor zover het een bestaande, ondergrondse ruimte betreft.
8.4.2
Strijdig gebruik
Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik van/voor: a. volumineuze detailhandel. b. dakterrassen bij functies anders dan wonen of kantoren.
Gemeente Amsterdam
blz. 34
8.4.3
Voorwaardelijke verplichting sloop bankgebouw
Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - 1' zijn gebouwen of delen van gebouwen ten dienste van de functies met inachtneming van lid 8.1 toegestaan, waarbij geldt dat: a. het totale maximum bvo van gebouwen binnen het bouwvlak maximaal 106.000 m² bedraagt (zoals bedoeld in lid 8.2.1 sub b onder 1); b. specifiek ten aanzien van wonen, zoals bedoeld in 8.4.1 sub b, het bvo minimaal 26.000 m² en maximaal 61.000 m² bedraagt; en, c. specifiek ten aanzien van kantoor, zoals bedoeld in lid 8.4.1 sub c, het bvo minimaal 42.000 m² en maximaal 77.000 m² bedraagt,
onder de voorwaarde dat: d. bij ingebruikname van de (delen van) gebouwen ter plaatse van de aanduiding 'overig zone - 1', zijnde het moment dat één of meer van de toegelaten functies als bedoeld in lid 8.1 in gebruik wordt genomen, de bebouwing ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - 2' feitelijk gesloopt is en blijft; en, e. de gronden ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - 2', gelegen binnen de bestemmingen Groen en Kantoor, binnen 2 jaar na de ingebruikname van (delen van) gebouwen als bedoeld onder d zijn ingericht conform de bestemmingsregels van de bestemming Groen en/of Verkeer - 1, te beoordelen aan de hand van een vóór de ingebruikname door het college van burgemeester en wethouders goedgekeurd inrichtingsplan.
8.4.4
Voorwaardelijke verplichting sloop bebouwing ter plaatse van overige zone - 3
Binnen de bestemming Gemengd - 3 is het uitoefenen van de functies als bedoeld in lid 8.1 in (delen van) gebouwen waarvoor na inwerkingtreding van dit bestemmingsplan een omgevingsvergunning voor het bouwen is verkregen, toegestaan onder de voorwaarde dat: a. bij ingebruikname van die (delen van) gebouwen, zijnde het moment dat één of meer van de toegelaten functies als bedoeld in lid 8.1 in gebruik wordt genomen, de bestaande gebouwen boven maaiveld ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - 3' gesloopt zijn en blijven; b. de gronden ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - 3', gelegen binnen de bestemmingen Groen binnen 2 jaar na de ingebruikname van (delen van) gebouwen als bedoeld onder a zijn ingericht conform de bestemmingsregels van de bestemming Groen, te beoordelen aan de hand van een vóór de ingebruikname door het college van burgemeester en wethouders goedgekeurd inrichtingsplan.
bestemmingsplan_Amstelstation - Amsteloever (vastgesteld)
blz. 35
8.5
Afwijken van de gebruiksregels
8.5.1
Parkeervoorzieningen boven peil
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 8.4.1 onder e sub 2, om parkeergarages die tot boven +0,4 m NAP reiken niet mee te rekenen in de toegestane omvang aan bvo, indien hierbij naar het oordeel van het bevoegd gezag geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de opzet van het stedenbouwkundig plan, waarvoor ten minste voldaan dient te worden aan de volgende voorwaarden: a. de parkeergarage dient over minimaal 1 parkeerlaag onder + 0,4 m NAP te beschikken; b. de overschrijding mag maximaal 1 bouwlaag betreffen met een maximale hoogte van 3 meter; c. de overschrijding mag niet grenzen aan de openbare ruimte en niet zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte, wat geen betrekking heeft op de in-/uitrit van de parkeergarage.
Gemeente Amsterdam
blz. 36
Artikel 9 9.1
Groen
Bestemmingsomschrijving
De voor ' Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j.
groen; fiets- en/of voetpaden; sport- en speelvoorzieningen; water, waterstaatsdoeleinden en oevervoorzieningen; laden en lossen; nutsvoorzieningen; kunstwerken ten behoeve van weg- en waterbouw; (horeca)terrassen; ter plaatse van de aanduiding 'ontsluiting' is een loopbrug als toegangsvoorziening toegestaan; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - 2' is een passagierstunnel ten behoeve van het treinstation toegestaan; k. ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding '- 3' is een luifel toegestaan; l. bovengronds parkeren, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein'; m. ondergrondse parkeervoorzieningen; n. ter plaatse van de aanduiding 'fietsenstalling' tevens een ondergrondse fietsenstalling; o. Verkeer - 1 als bedoeld in Artikel 15, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - 2' en uitsluitend om invulling te geven aan de verplichting als bedoeld in lid 8.4.3 onder e. 9.2
Bouwregels
Op en onder de in 9.1 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de bestemming. 9.2.1
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. met uitzondering van ondergrondse gebouwen en met uitzondering van bestaande toegangen naar ondergrondse parkeergarages, zijn gebouwen niet toegestaan.
9.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. b. c. d. e.
de bouwhoogte van lichtmasten bedraagt maximaal 12 m; de bouwhoogte van luifels bedraagt minimaal 3 m1 en maximaal 8 m; de bouwhoogte van erfafscheidingen bedraagt maximaal 1,2 m; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 3 m; de gezamenlijke breedte van loopbruggen ter plaatse van de aanduidingen 'ontsluiting' bedraagt maximaal 5 m.
bestemmingsplan_Amstelstation - Amsteloever (vastgesteld)
blz. 37
9.2.3
Bouwwerken ten behoeve van Verkeer - 1
In afwijking van het bepaalde in lid 9.2.1 en 9.2.2, gelden voor het bouwen ten behoeve van de functie Verkeer - 1 als bedoeld in lid 9.1 onder o, de bouwregels als opgenomen in Artikel 15 Verkeer - 1.
9.3
Specifieke gebruiksregels
9.3.1
Specifieke gebruiksregels
Ten aanzien van het gebruik gelden de volgende regels: a. horecaterrassen als bedoeld in 9.1 onder h, zijn uitsluitend toegestaan ten behoeve van en aangrenzend aan horecavoorzieningen ter plaatse van de bestemmingen Gemengd - 2 en Gemengd - 3.
9.3.2
Fietsenstalling
Ter plaatse van aanduiding 'fietsenstalling' is tevens een fietsverhuur en/of -reparatiebedrijf toegestaan.
9.3.3
Voortzetting bestaande planologische mogelijkheden
a. In aanvulling en deels in afwijking op het bepaalde in de overige bepalingen van dit artikel, blijven ter plaatse van de gronden als bedoeld in Bijlage 2 de gebruiks- en bouwmogelijkheden van toepassing zoals vastgelegd in Bijlage 2 en met inachtname van de regeling en voorwaarden als bedoeld in artikel 7.4.3.
Gemeente Amsterdam
blz. 38
Artikel 10 10.1
Horeca - 1
Bestemmingsomschrijving
De voor ' Horeca - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. horeca met categorie I, IIa, III en IV;
met de daarbij behorende: b. c. d. e. f. g. h.
bestaande steigers ten behoeve van terrassen; terrassen; in- en uitritten; laad- en losvoorzieningen; water; kunstwerken ten behoeve van weg- en waterbouw en geldautomaten; ter plaatse van de aanduiding 'ontsluiting' is een loopbrug als toegangsvoorziening toegestaan.
10.2
Bouwregels
10.2.1 Algemeen Op en onder de in 10.1 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de bestemming. 10.2.2 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. gebouwen moeten binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. ter plaatse van de aanduiding maximale bouwhoogte is ten hoogste de aangegeven maximale bouwhoogte toegestaan; c. het maximale bebouwingspercentage bedraagt 35%; d. het maximale brutovloeroppervlakte bedraagt 450 m2. 10.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van reclamemasten en/of vlaggenmasten bedraagt maximaal 6 m1; b. de bouwhoogte van terrasafscheidingen bedraagt maximaal 1,5 m1; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 2,5 m1.
bestemmingsplan_Amstelstation - Amsteloever (vastgesteld)
blz. 39
Artikel 11 11.1
Horeca - 3
Bestemmingsomschrijving
De voor ' Horeca - 3' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. horeca met categorie V, met een maximum van 1 kamer.
met de daarbij behorende: b. c. d. e.
tuinen en erven; bijbehorende bouwwerken; groen; water.
11.2
Bouwregels
11.2.1 Algemeen Op en onder de in 11.1 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de bestemming. 11.2.2 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. gebouwen moeten binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. ter plaatse van de aanduiding maximale bouwhoogte is ten hoogste de aangegeven maximale bouwhoogte toegestaan. 11.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 3 m1.