CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2.3_Overige bijlagen concept-investeringsnota NMbuurt.pdf

Tijdelijke Algemene Raadscommissie 7 april 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van vrijgave voor inspraak van de concept-investeringsnota Nelson Mandelabuurt in Amsterdam Zuidoost (ZD2022-000476)31.666 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Overige bijlagen bij concept-investeringsnota Nelson Mandelabuurt Aan Van

Geadresseerden Projectteam Nelson Mandelabuurt

Datum

8 februari 2022

In dit document zijn alle overige bijlagen bij de concept-investeringsnota Nelson Mandelabuurt samengevoegd. Waar dit van toepassing is, wordt in de tekst naar deze bijlagen verwezen. Het betreft de adviezen en rapporten die de onderbouwing van het concept-stedenbouwkundig plan vormen. Het gaat om de volgende bijlagen: Bijlage 3: (p. 2 t/m 71)

”ƒ’’‘”–Ǯƒƒ”‡‡ ‘’އ–‡•–ƒ†ǣ”—‹–‡˜‘‘”˜‘orzieningen in Zuidoost, DNK en ABPZ. De opgave voor ruimte en plekken voor maatschappelijke en commerciële voorzieningen in de Bijlmer, Gaasperdam, Amstel III, ArenApoort, De Nieuwe ‡”‡•–‡Ž—•‹‡••’ƒ”œ—‹†–‘–͚͛͘͘ǯȋƒ’”‹Ž͚͙͘͡Ȍ.

Bijlage 4: ”ƒ’’‘”–Ǯƒ”–‹ ‹’ƒ–‹‡‰‡„‹‡†•‘–™‹‡Ž‹‰‡Ž•‘ƒ†‡Žƒ’ƒ”ǯȋ•‡’–‡„‡”͚͙͘͡Ȍ. (p. 72 t/m 110) Bijlage 5: Quickscan WKO en TEO Nelson Mandelabuurt (december 2021). (p. 111 t/m 130) Bijlage 6: ‘˜‡ƒ–Ǯ ”‡‡‡ƒŽ ‘—–„‘—™Ǥ——”œƒƒ—‹–†‡ ”‹•‹•͚͚͙͘-͚͚͘͝ǯvan de (p. 131 t/m 165) Metropoolregio Amsterdam (oktober 2021). Bijlage 7: advies expertiseteam Ruimtelijke Ordening (november 2021). (p. 166 t/m 172) Bijlage 8: advies Subcommissie Integrale Ruimtelijke Kwaliteit (mei 2017). (p. 173 t/m 176)

Naar een complete stad: ruimte voor voorzieningen in Zuidoost, DNK en ABPZ De opgave voor ruimte en plekken voor maatschappelijke en commerciële voorzieningen in de Bijlmer, Gaasperdam, Amstel III, ArenApoort, De Nieuwe Kern en Amstel Businesspark zuid tot 2030

1

Ruimte & Duurzaamheid In opdracht van Ellen Nieuweboer/Els Daems Thijs Bemelmans Caroline Combé Lia de Lange Anne Meijer Mirjam Verheul April 2019 2

Naar een complete stad: ruimte voor voorzieningen in Zuidoost, DNK en ABPZ

Inhoudsopgave 1. Inleiding

4

2. Woonprogramma

6

3. Maatschappelijke voorzieningen

7

4. Sport

12

7. Opgave voor de deelgebieden - Amstel III - Arenapoort en Bijlmer centrum - Bijlmer oost - Gaasperdam incl. ontwikkellocaties A9 - De Nieuwe Kern - Amstel Businesspark Zuid

30 31 39 46 51 55 59

8. Zuidoost in 2040

62

9. Aanbevelingen en vervolg

69

5. Commerciële voorzieningen Ȃ samenvatting onderzoek BSP

20

Bijlagen:

6. Specials: bovenlokale en bijzondere plekken

24

Sport in Zuidoost Ȃ Deelrapport van het voorzieningenrapport voor de nieuwe woningen in de Bijlmer, Gaasperdam, Amstel III, Arenapoort, De Nieuwe Kern en Amstel Businesspark Zuid Stage onderzoek Religie in Zuidoost Ȃ Naomi Oud (R&D)

3

1 Inleiding voorzieningen en benoemt voorkeurslocaties. De studie is opgesteld in opdracht Aanleiding Amsterdam maakt in relatief korte tijd een enorme groei door. Het college van B&W heeft op 24 ‡‹͚͙͘͞‹‰‡•–‡†‡–Ǯ‘‡”•͚͚͘͝ǯ, waarin de ambitie is opgenomen om 5.000 woningen per jaar te realiseren. De Structuurvisie 2040 zet in op het verdichten van de bestaande stad, waarbij gebiedsontwikkeling met name binnen bestaand stedelijk weefsel plaatsvindt. Amsterdam Zuidoost is een van de gebieden van de stad waar de komende jaren een groot aantal nieuwe woningen wordt gerealiseerd.

van de ambtelijk opdrachtgever voor de woningbouw in die gebieden, Ellen Nieuweboer. Het dagelijks opdrachtgeverschap was in handen van Els Daems. De voorzieningenstudie hanteert de Uitvoeringsagenda maatschappelijke voorzieningen Zuidoost als uitgangspunt. Het rapport is een uitwerking van die uitvoeringsagenda, en gaat daarnaast in op commerciële en gebiedsoverstijgende voorzieningen.

Maar met woningen alleen bouw je geen stad. Om een complete stad te maken van voldoende kwaliteit, is het noodzakelijk om ruimte te reserveren voor voorzieningen. Een groeiend inwoneraantal betekent dat er behoefte is aan extra maatschappelijke en commerciële voorzieningen. Een van de randvoorwaarden voor een leefbare, complete stad is een goede balans tussen wonen, werken en recreëren.

Doel van de voorzieningenstudie is om bij te dragen aan een functioneel gemengde stad, en om te voorzien in voldoende en een divers en kwalitatief aanbod van voorzieningen op de juiste plek. Dit document bevat opgavekaarten waarop is aangegeven welke locaties geschikt zijn en voor welke locaties reeds afspraken zijn gemaakt, zodat daar in de planvorming rekening mee kan worden gehouden. Per gebied volgt een onderbouwing van aantallen, voorkeurslocaties, en kansrijke combinaties. Er is rekening gehouden met het aanbod van reeds bestaande voorzieningen.

’͛͘Œƒ—ƒ”‹͚͙͘͠Ї‡ˆ–Ї– ‘ŽŽ‡‰‡˜ƒƬ‹‰‡•–‡†‡–†‡Ǯ•–‡”†ƒ•‡ referentienorm ˜‘‘”ƒƒ–• Šƒ’’‡Ž‹Œ‡˜‘‘”œ‹‡‹‰‡ǡ‰”‘‡‡•’‡Ž‡ǯƒŽ• instrument om de omvang van de benodigde ruimte voor maatschappelijke voorzieningen in gebiedsontwikkeling te berekenen. De Uitvoeringsagenda Maatschappelijke Voorzieningen Zuidoost (voorheen MIPSA) is een uitwerking van de theoretische behoefte uit de referentienorm en maakt inzichtelijk wat de behoefte is aan maatschappelijke voorzieningen in het stadsdeel Zuidoost tot 2030.

De voorzieningenstudie omvat twee typen voorzieningen: I. Maatschappelijke voorzieningen II. Commerciële voorzieningen Daarnaast gaat de studie in op een aantal bovenlokale plekken en hun gewenste programmatische profiel (III).

Inhoud en doel Voorzieningenstudie De voorliggende Voorzieningenstudie Zuidoost en De Nieuwe Kern/ Amstel Businesspark Zuid formuleert de opgave voor ruimtereserveringen voor

Ad. I. Maatschappelijke voorzieningen

4

Voor onderwijs en zorg heeft de gemeente een wettelijke taak om bepaalde maatschappelijke voorzieningen te realiseren. Daarnaast heeft de gemeente met de Amsterdamse Referentienorm ruimtelijke normen vastgesteld voor de andere maatschappelijke voorzieningen (bijvoorbeeld kunst en cultuur, basisvoorzieningen, sport, groen en spelen).

Status studie Dit rapport is een ambtelijke studie. Het wordt niet bestuurlijk vastgesteld, maar is wel gepresenteerd aan het DB van Zuidoost. Ambtelijk (ambtelijk overleg senior projectmanagers, PMO) is afgesproken dat deze studie de opgave is voor de voorzieningenprogrammering in deelgebieden. Als er redenen zijn om er van af te wijken, moet daarover overlegd worden met de planologen en met de betreffende directies in het sociale domein c.q. stadsdeel Zuidoost.

Maatschappelijke voorzieningen kunnen worden verdeeld in de volgende categorieën: onderwijs, jeugd, zorg, basisvoorzieningen, sport, bewegen en spelen, kunst en cultuur, groen, WPI (=werk, participatie en inkomen). Religie is een voorziening waarvoor de overheid geen rol heeft wat betreft realisatie of subsidiëring. Wel is het een belangrijke functie in de samenleving van Zuidoost. Daarom komt dit onderwerp wel aan bod in de beschrijving per deelgebied.

Leeswijzer In Hoofdstuk 2 wordt het woonprogramma dat de basis is geweest voor deze studie, beschreven. Hoofdstuk 3 gaat in op de benodigde maatschappelijke voorzieningen voor het gehele gebied. In hoofdstuk 4 wordt het programma voor sport behandeld. De commerciële voorzieningen (detailhandel, horeca en leisure) komen aan bod in hoofdstuk 5. Hoofdstuk 6 beschrijft mogelijkheden voor bovenlokale plekken en kansrijke locaties. ‘‘ˆ†•–—͟„‡˜ƒ–†‡„‡• Š”‹Œ˜‹‰˜ƒ†‡’”‘‰”ƒƒǯ•’‡” deelgebied, samen met de aandachtspunten daarbij. In hoofdstuk 8 wordt aan de hand van een dag uit het leven van bewoners, het totaalbeeld van voorzieningen en locaties geschetst. Dit rapport eindigt met hoofdstuk 9, met aanbevelingen en voorstellen voor het vervolgproces.

Ad. II. Commerciële voorzieningen Commerciële voorzieningen bestaan o.a. uit detailhandel, consumentverzorgende dienstverlening en horeca. Vanwege de grote aantallen toe te voegen woningen, is door Bureau Stedelijke Planning een onderzoek uitgevoerd naar de behoefte aan commerciële voorzieningen in Zuidoost als geheel en de afzonderlijke deelgebieden in het bijzonder. Het onderzoek maakt deel uit van deze voorzieningenstudie. Nadere onderbouwing en toetsing van bovengenoemde commerciële voorzieningen is noodzakelijk in de fase van concrete bouwinitiatieven. De Directie EZ stelt een kantoren- en bedrijvenstrategie op voor Zuidoost. Ad. III. (Bovenlokale) plekken Er moeten plekken worden gezocht voor voorzieningen. Maar ook het omgekeerde is het geval: er zijn plekken die om een ander programma vragen dan alleen woningen en de dagelijkse verzorgende voorzieningen. Plekken die door hun ligging en/of kwaliteit met een passend programma kunnen uitgroeien tot bestemmingen voor meer dan de direct omwonenden. In dit rapport hebben we die plekken geïnventariseerd en ze voorzien van programmatische profielen. Niet op elke plek kan hetzelfde. Het is belangrijk dat we de programmatische invulling van deze plekken onderling blijven afstemmen.

5

2.

woningbouwprogramma en woonmilieus, uit de uitvoeringsagenda overgenomen. Er is één uitzondering gemaakt: voor Gaasperdam is voor het sportprogramma gedeeltelijk met een groen-blauw woonmilieu gerekend (in de Uitvoeringsagenda gemengde stadsbuurt). O.i. is Gaasperdam aantrekkelijk voor gezinnen, niet minder †ƒƒ†‡”‡Ǯ‰”‘‡-„Žƒ—™‡ǯ™‹Œ‡‹•–‡”†ƒȋœ‘ƒŽ• „—”‰, Andreaskwartier).

Het woonprogramma

Amsterdam Zuidoost staat voor een grote opgave. De totale toename met 27.50028.000 betekent een toename van 70% ten opzichte van het huidige aantal van 40.665 woningen. Daarnaast zijn de Nieuwe Kern en Amstel Businesspark zuid, beide gelegen in Ouder Amstel, maar dichtbij Zuidoost, woningbouwlocaties.

Uiteraard zijn de woningbouwplanningen en de invulling (grote/kleine woningen) in de tijd aan veranderingen onderhevig. Die veranderingen kunnen grote invloed hebben op de vraag naar voorzieningen. De informatie over de woningen die gebouwd worden, wordt in de loop van de tijd specifieker. Ook dat kan leiden tot een andere voorzieningenopgave. Daarom is een goede monitoring van het woningbouwprogramma belangrijk. Bij wijzigingen daarin, moet ook het voorzieningenprogramma worden aangepast.

In 2018 is de Uitvoeringsagenda maatschappelijke voorzieningen Zuidoost opgesteld. Daarin is het programma voor de nieuwe maatschappelijke voorzieningen voor de woningbouw in Zuidoost (Gaasperdam, Bijlmer oost en Ȃ centrum, Arenapoort en Amstel III) berekend. De uitvoeringsagenda wordt in dit ”ƒ’’‘”–Ǯƒƒ”‡‡ ‘’އ–‡•–ƒ†ǯǡ”—‹–‡Ž‹Œ˜‡”–ƒƒŽ†. De Uitvoeringsagenda is gebaseerd op een woningbouwprogramma in aantallen en in woonmilieus. Conform het Amsterdamse referentiemodel voorzieningen, worden drie woonmilieus onderscheiden: centrum stedelijk, gemengde stadsbuurten en groen-blauwe woonmilieus. Die woonmilieus verschillen in woonbezetting en in bevolkingssamenstelling, en dus in de vraag naar voorzieningen. In dit rapport is het voorzieningenprogramma, en dus impliciet het

De Nieuwe Kern en Amstel Business park Zuid waren geen onderdeel van de Uitvoeringsagenda, omdat in een andere gemeente dan Amsterdam liggen. Voor die gebieden is een aparte uitdraai van het voorzieningenmodel gemaakt.

Uitgangspunten woningbouw voor Ǯƒƒ” ‡‡ ‘’އ–‡•–ƒ†ǯ Uit UItvoeringsagenda Amstel III

Nieuw tot 2025 4900

2025-2030 5000

Totaal 9900

woonmilieu noord van A9: centrum stedelijk, zuid van A9: gemengde stadsbuurt

Arenapoort Bijlmer centrum Bijlmer oost Gaasperdam Totaal Zuidoost Uitvoeringsagenda Toevoeging De Nieuwe Kern* Amstel Businesspark Zuid* TOTAAL

3800 2500 1250 450 12.900

3000 800 0 3770 tot 6270 12.570 tot 15.070

6800 3300 1250 4220 tot max 6720 25.470 tot max 27.970

Centrum stedelijk Gemengde stadsbuurt Gemengde stadsbuurt Gemengde stadsbuurt

4.500 2.000 31.970 tot 34.470

Gemengde stadsbuurt Gemengde stadsbuurt

*: voor de Nieuwe Kern en Amstel Businesspark zuid is geen uitsplitsing naar periode aangegeven. Dit rapport gaat alleen over ruimtereserveringen, daarom is de planning voor deze studie minder relevant 6

3.

voort uit de woningbouwplannen in het stadsdeel en het type woonmilieu per deelgebied. Bron was de Amsterdamse referentienorm maatschappelijke voorzieningen, groen en spelen.

Maatschappelijke voorzieningen

Bij een leefbare, complete stad hoort een divers en hoogwaardig voorzieningenniveau. Bewoners hebben (maatschappelijke) voorzieningen nodig, voor hun ontwikkeling, gezondheid, ter ontspanning of als vangnet. Nabijheid van basis- en middelbare scholen, jeugd-, zorg- en basisvoorzieningen, kunst & cultuur, groen-, recreatie- en sportvoorzieningen zijn cruciaal voor de kwaliteit van leven.

In dit hoofdstuk wordt nog eens terug gegrepen op het voorzieningenprogramma in de uitvoeringsagenda Zuidoost 2018. Op een aantal puntendoen wij voorstellen om af te wijken van het advies uit de Uitvoeringsagenda Zuidoost. De in de Uitvoeringsagenda (UA) behandelde maatschappelijke voorzieningen zijn te clusteren in de onderwerpen: onderwijs, jeugd, zorg, basisvoorzieningen, sport en kunst & cultuur. Groen is wel onderdeel van de genoemde referentienormen, maar maakt geen onderdeel uit van de uitvoeringsagenda. De genormeerde vierkante meters groen per woning worden in de projecten meegenomen. Vanwege de grote ruimteclaim die bij sport komt kijken, wordt dit thema in hoofdstuk 4 van dit rapport apart behandeld.

Maatschappelijke voorzieningen kunnen worden verdeeld in de volgende categorieën: onderwijs, jeugd, zorg, basisvoorzieningen, sport, bewegen en spelen, kunst en cultuur, groen, spelen en sport in de openbare ruimte, WPI (=werk, participatie en inkomen). De gemeente heeft ten aanzien van onderwijs en zorgvoorzieningen wettelijke taken. Het college van B&W heeft op 30 januari 2018 de Amsterdamse referentienorm maatschappelijke voorzieningen, groen en spelen vastgesteld. Die normen zorgen ervoor dat de wettelijk benodigde voorzieningen in de ruimtelijke plannen komen, maar moeten ook dienen als waarborg dat de ruimte voor álle voorzieningen meegroeit met de groei van de stad.

3.2 Opgave voor het gebied De UA geeft per deelgebied van Zuidoost een beeld van de groei van de behoefte aan elke genoemde soort voorziening en mogelijk geschikte locaties voor deze voorzieningen. De vraag naar maatschappelijke voorzieningen, van de huisarts tot de basisschool, groeit mee met de bevolkingsgroei in het stadsdeel. Het aanbod ervan zal toegesneden moeten zijn op de behoeften van de huidige en nieuwe bewoners.

3.1 Uitvoeringsagenda maatschappelijke voorzieningen Zuidoost In de Uitvoeringsagenda maatschappelijke voorzieningen Zuidoost (UA) is tot 2030 inzichtelijk gemaakt wat de behoefte aan maatschappelijke voorzieningen zal zijn, in vierkante meters en aantal. Zoals eerder gezegd komt die behoefte

7

De opgave voor de maatschappelijke voorzieningen voor Zuidoost (exclusief De Nieuwe Kern en Amstel Business Park Zuid)

De berekeningen van de UA laten zien dat de grootste groei van de vraag naar voorzieningen voortkomt uit de verwachte bevolkingsgroei in Amstel III en Arenapoort. Deze gebieden hebben op dit moment nog een relatief klein aantal bewoners en dus ook weinig maatschappelijke voorzieningen. Er wordt in deze gebieden ingezet op het toevoegen van grote aantallen woningen. Deels door kantoren te transformeren en deels met nieuwbouw. Deze woningen zullen

worden gebouwd in hoge dichtheden en grotendeels in een zogenoemd centrumstedelijk (Arenapoort en Amstel III ten noorden van de Karspeldreef) woonmilieu. Het voorzieningenniveau voor de bewoners van Amstel III en Arenapoort moet de komende decennia mee groeien met de bevolking.

8

Bron: Uitvoeringsagenda Zuidoost (2018)

Ook in Bijlmer Centrum, Bijlmer Oost en Gaasperdam (incl. Gaasperdammertunnelzone), woongebieden die dit jaar hun 50-jarig bestaan vieren en een goed functionerend aanbod van maatschappelijke voorzieningen kennen, zijn plannen en verkenningen in voorbereiding voor woningbouw. Het gaat dan om projecten van een kleinere schaal, in gemengd stedelijke woonmilieus. Voor een evenwichtige groei van het aanbod van voorzieningen is het van belang om de groei van het aantal en de zoeklocaties voor deze voorzieningen te beschouwen op de schaal van heel Zuidoost. Hoe specifieker de voorziening, hoe verder mensen bereid zijn te reizen om er gebruik van te maken. Zo is de honkbalvereniging Amsterdam Marshals gevestigd op het Bijlmer Sportpark, maar heeft het leden uit alle gebieden in Zuidoost. Terwijl een basisschool vooral leerlingen uit de buurt heeft en het gezondheidscentrum de hele wijk bedient. Wat betreft maatschappelijke voorzieningen, zijn plekken

als sportclubs, speelplekken, scholen en kinderdagverblijven, culturele centra etcetera bovendien de plekken waar mensen elkaar ontmoeten. De keuze voor locaties voor maatschappelijke voorzieningen biedt dus de kans om sociale binding binnen en tussen woongebieden te versterken. 3.3 Werkwijze Om voor de voorzieningen uit de UA plekken te vinden, zijn diverse workshops georganiseerd met stedenbouwkundigen en planologen uit de verschillende projectgebieden in Zuidoost, en met de sectorale experts. Voor sport is een aparte workshop georganiseerd. Zie voor de uitwerking hiervan hoofdstuk 4. In de workshops is met behulp van de uitkomsten van de UA gezocht naar de beste locaties voor de voorzieningen die binnen elk gebied toegevoegd zullen moeten

9

worden tot 2030. Hierbij is de aanwezige kennis van de ruimtelijke randvoorwaarden van verschillende soorten voorzieningen, van de locaties en de eventuele uitbreidingsruimte van bestaande voorzieningen ingezet om in groepen de zoeklocaties voor de toekomstige voorzieningen aan te wijzen. Door de scholen, zorgvoorzieningen, culturele centra en andere voorzieningen op de kaart te plakken en soms zelfs te stapelen werd de ruimtelijke opgave onmiddellijk zichtbaar en voelbaar. Zo kon een gesprek ontstaan over de kansen die er zijn en de vragen die beantwoord moeten worden om een volgende slag te maken. De uitkomsten van de workshops zijn verwerkt op een kaart voor heel Zuidoost en ˜‡”˜‘މ‡•‹†‡’”‘Œ‡ ––‡ƒ•‡‡–†‡ ‘ŽŽ‡‰ƒǯ•˜ƒЇ–‡”–‡ƒ maatschappelijke voorzieningen verfijnd. In hoofdstuk 7 wordt de uitwerking per deelgebied behandeld, waarbij ook aandacht wordt gevraagd voor een aantal aandachtspunten die verdere uitwerking vragen.

Foto: Workshop voorzieningen - 19 april 2018 3.4 Aandachtspunten Uitvoeringsagenda Hoewel we n dit rapport zijn uitgegaan van het programma in de Uitvoeringsagenda Zuidoost, stellen we op enkele punten een aanvulling voor, of willen we met de „‡–”‡ˆˆ‡†‡ ‘ŽŽ‡‰ƒǯ•‹‰‡•’”‡‘˜‡”†‡”—‹–‡Ž‹Œ‡‹’ƒ••‹‰Ǥ ‡–‰ƒƒ–‘˜‡”†‡ volgende punten: 1 Aanvullende buurtwerkkamers 2 Extra kinderopvang en de omvang van Alles-in-één-scholen 3 Capaciteit basisscholen Gaasperdam Ad 1: Aanvullende buurtwerkkamers De referentienormen voor de voorzieningen maken geen onderscheid tussen sociaal economische en sociaal sterke wijken. In sommige studies (bijvoorbeeld de Thematische studie Kunst en Cultuur) wordt geconstateerd dat er in de bestaande wijken in Zuidoost relatief weinig voorzieningen zijn ten opzichte van andere wijken

in Amsterdam. Als we daar nu niet meer ruimte voor reserveren binnen de projecten, wordt het in de toekomst lastig om dat nog in te halen. Daarom is voor Amstel III en Arenapoort 1 extra buurtwerkkamer per 1.000 nieuwe woningen opgenomen. Voor de bestaande wijken (vaak ontwikkelbuurten) is 1 buurtwerkkamer per 500 nieuwe woningen opgenomen. Een buurtkamer kan per plek verschillend worden ingevuld: als een extra bibliotheek, locatie voor huiswerkbegeleiding, VvE vergaderingen, verjaardagsfeestjes, tot een buurtatelier of buurtwerkplaats. Wat dat betreft is verscheidenheid in de aard van locaties (bijvoorbeeld ook een keer in een bedrijfspand, als buurtklusplaats bijvoorbeeld) een goed idee. Het aantal in de UA genoemde buurtkamers komt uit de referentienormen en wordt gemeentelijk gefinancierd. Wat daar bovenop komt, is niet gedekt. Dat moet dus aanvullend gefinancierd worden, hetzij door de gemeente, hetzij door

10

woningcorporaties of ontwikkelaars/beleggers. Een voorbeeld is een project dat op IJburg gerealiseerd gaat worden, bij de haven op het Haveneiland oost. Daar is aan het programma een ruimte toegevoegd, die gefinancierd wordt met een extra (kleine) maandelijkse bijdrage in de servicekosten van bewoners. De ruimte mag ook door andere buurtbewoners dan de bewoners van het blok worden gebruikt. De extra buurtkamers zijn in dit rapport ‘’‰‡‘‡ƒŽ•Ǯ„——”–ƒ‡”’ƒ”–‹ —Ž‹‡”ǯǤ Ad 2: Extra kinderopvang en de omvang van Alles-in-één-scholen Voor alles-in-één-scholen is volgens de referentienormen en dus ook in de UA een verhouding aangehouden van 400 leerlingen Ȃ 100 kinderopvangplekken. De kans bestaat dat er een extra vraag naar kinderopvang is, o.a. afhankelijk van conjunctuur en rijksbeleid rond kinderopvang (wel/geen subsidie). Bovendien hebben kinderopvangondernemers bij de afdeling onderwijshuisvesting aangegeven dat zij niet altijd in een school gehuisvest willen worden, maar ook graag losse kinderdagverblijven zien. Geadviseerd wordt per 6 scholen één extra kinderdagverblijf in de plannen te reserveren van 720 m2 bvo, of 2 van 360 m2 bvo. Dat komt dus neer op 1 in Amstel III en 1 in Arenapoort/Bijlmer centrum. Ook stellen we voor om één kinderdagverblijf te maken in Bijlmer oost, K-midden.

De reden daarvoor is het aantal woningen dat in de afgelopen jaren is gebouwd en het aantal dat er nog bij komt. Voor de kinderopvang is het belangrijk dat het een maatschappelijke grondprijs krijgt, anders is het risico groot dat het niet van de grond komt In het huidige grondprijsbeleid wordt niet uitgegaan van een maatschappelijke grondprijs voor kinderopvang.

gebouw is in Amsterdam beleid. Met name voor de transformatiegebieden kan die ruimtelijk eis ertoe leiden, dat de gebouwen (extra) lastig in te passen zijn. Enige flexibiliteit zou lucht geven aan de mogelijkheden voor inpassing van deze voorzieningen. Bijvoorbeeld de gymzaal of kinderopvang niet ín de school, maar aan de andere kant van de straat, of binnen 100 meter van de school. Ruimtelijk kan die keuze voordelen hebben. Het zorgt voor spreiding van de druk op de openbare ruimte, die een school en kinderopvang nu eenmaal met zich mee brengen. Dat geldt voor buitenspelen, maar ook voor verkeer en vervoer: 0-4 jarigen zullen vaker met de auto worden gebracht, wat tot meer autobewegingen rond een basisschool leidt Ad 3: Capaciteit basisscholen Gaasperdam In de UA is voor Gaasperdam voorgesteld om de hele extra benodigde capaciteit voor basisonderwijs te verdelen over de huidige scholen (verdichting of sloop/nieuwbouw). Daarmee ontstaan erg grote clusters. Voor de ruimtereserveringen voor basisonderwijs is in dit rapport daarom de verdeelsleutel gehanteerd de helft toe te voegen aan de huidige locaties en voor de andere helft zoeklocaties voor nieuwe scholen aan te geven.

Mede door de organisatorische keuze voor grotere basisscholen (17 groepen), de combinatie met kinderopvang en het feit dat veel functies bij voorkeur (gymzaal) of wettelijk (kinderopvang), op de begane grond moeten, wordt het moeilijker deze grote scholen in te passen. Dat speelt vooral in de transformatie- en verdichtingsgebieden. De combinatie van basisonderwijs en kinderopvang in één

11

4.

Sport

Sport is net zoals de voorzieningen in het vorige hoofdstuk, een maatschappelijke voorziening. Toch wijden we er in dit rapport een apart hoofdstuk aan. Dat heeft te maken met de ruimte die sport inneemt. Er moet Zuidoostbreed worden gekeken of en hoe de ruimtevraag voor sportvoorzieningen een plek kan krijgen.

Amsterdamse sportnorm vastgesteld, om te garanderen dat de bewoners van nieuwe stadsuitbreidingen over voldoende sportvoorzieningen beschikken. Voor de inpassing van de sport is een separaat rapport opgesteld, dat een bijlage is bij deze rapportage. Dit hoofdstuk is een samenvatting van dat rapport.

Bij de vaststelling van de Sportvisie 2025 heeft de Gemeenteraad een amendement aangenomen om een sportnorm te ontwikkelen voor de borging van voldoende sportvoorzieningen in nieuwe woningbouwlocaties. Het college van B&W heeft de

12

4.1 Het sportprogramma voor Zuidoost Sport&Bos heeft de sportnorm vertaald in een sportprogramma voor Zuidoost. Daarbij is uitgegaan van 32.000 nieuwe woningen (2030). Voor ongeveer 2/3 daarvan zijn we uitgegaan van de sportnorm voor een gemengd stedelijk woonmilieu. Voor de woningen in Arenapoort zijn we uitgegaan van een centrumstedelijk woonmilieu. En voor een deel van de woningen in Gaasperdam zijn we uitgegaan van een groenblauw woonmilieu. Dat laatste is een afwijking van de uitvoeringsagenda, waarin voor Gaasperdam gerekend werd met 100% een gemengd stedelijke stadsbuurt. Voor die afwijking is gekozen, omdat Gaasperdam meer dan de andere deelgebieden aantrekkelijk is voor gezinnen. Het is o.i. tenminste voor een deel vergelijkbaar met andere delen van de stad die als groenblauw gekwalificeerd zijn, zoals het Borneo-eiland, het Funenpark en het Andreaskwartier.

De vertaling van Sport&Bos moet vooral gezien worden als input voor de ruimtelijke inpassing. We weten nu uiteraard nog niet welke sporten de nieuwe bewoners gaan beoefenen. Het programma voor de toekomst moet aansluiten bij de behoefte van de huidige en nieuwe bewoners. Ook moet uiteraard rekening gehouden worden met de sportvoorzieningen die er al zijn. Om te onderzoeken wat ruimtelijk wel en

niet kan, is het nodig om voor nu een aanname te doen. Voetbalvelden zijn door hun grootte bijvoorbeeld veel moeilijker in te passen dan tennisbanen of urban sports. Waar voetbal past, passen altijd ook wel andere sporten, maar omgekeerd is dat veel minder het geval. Het is dus belangrijk om te weten of er niet alleen genoeg ruimte, maar ook genoeg aaneengesloten oppervlaktes zijn om sport in te passen. 4.2 Principes voor inpassing sport In een workshop van R&D, Sport&Bos en Sportstimulering Zuidoost zijn verschillende modellen bedacht voor de inpassing van de sportvoorzieningen. Die modellen varieerden van alle sport aan de buitenkanten van de wijk, tot alle sport geïntegreerd binnen de woongebieden.

De keuze voor locaties en inpassing van sportvoorzieningen is erg bepalend voor de mate waarin sportvoorzieningen gebruikt worden. Nabijheid van sportvoorzieningen is voor een deel van de bevolking (met name kinderen)

13

bepalend voor sportdeelname. Voor de inpassing van de sportvoorzieningen in Zuidoost, formuleren we de volgende principes: Nabijheid en bereikbaarheid voor bewoners: nabijheid en bereikbaarheid van sporten beweegplekken is belangrijk voor zowel kinderen als volwassenen. Sporten om de hoek gaat over openbare plekken in de eigen buurt, voor sport en spel van 0 tot 100 jaar, maar ook over een acceptabele fietsafstand tot sportvoorzieningen van (anders) georganiseerde buitensport, zoals verenigingssporten. Combinaties met andere voorzieningen: zoveel mogelijk zouden andere voorzieningen, zoals scholen, buurthuizen en gezondheidscentra, gebruik moeten kunnen maken van sportaccommodaties. In de eerste plaats omdat het prettig is als de gymlessen op goede (binnen en buiten) accommodaties kunnen plaatsvinden. Ten tweede omdat het sportaccommodaties laagdrempeliger maakt voor kinderen en jongeren. Naast nabijheid, zijn ook de verbindingen tussen voorzieningen belangrijk. Schaal: voor het goed functioneren van een vereniging, heeft een accommodatie een bepaalde schaal nodig. In dit rapport gaan wij bij een stedelijk sportpark uit van een minimale maat van 16.000m2-24.000m2, het equivalent van 2 á 3 voetbalvelden. Bij de invulling van het sportprogramma moet per sport bepaald worden hoeveel velden nodig zijn voor het faciliteren van een vitale sportaanbieder.

Sport als ontmoetingsplek: Een sportaccommodatie is een plek waar verschillende bevolkingsgroepen elkaar kunnen ontmoeten, ook als ze in verschillende buurten wonen. In Zuidoost wonen er straks niet alleen veel mensen in de Bijlmer en in Gaasperdam, maar ook in Amstel III en Arenapoort. Dat kunnen twee verschillende werelden worden die niet veel met elkaar te maken hebben. Met de keuze voor locaties en programmering van sportvoorzieningen, kan een scheiding versterkt worden of kan juist een ontmoetingsplek ontstaan. Dat laatste is het streven.

Sport voor de ontwikkelbuurten Zuidoost heeft vijf ontwikkelbuurten: Reigersbos, de K-buurt, H-buurt, Holendrecht en Venserpolder. Sportdeelname, zeker in verengingsverband, is voor veel mensen in de ontwikkelbuurten niet vanzelfsprekend. Een divers aanbod aan sportaccommodaties en een uitnodigend sport- en beweeglandschap, met een sportprogramma dat op de buurt is afgestemd, zijn randvoorwaarden voor het verhogen van sportdeelname vanuit deze buurten. Het helpt voor de sportdeelname als er goede sportaccommodaties in de directe nabijheid zijn. Sport- en beweegstructuur als verbinding Sport- en beweegstructuren versterken het sportieve en recreatieve gebruik van de openbare ruimte en verbinden buurt, wijk en stad: van verbindende routes door buurten, (aaneengeschakelde) openbare sportplekken langs groene routes tot en met uitdagende sport- en beweeglandschappen. 4.3 Onderzoekslocaties In het rapport in de bijlage, zijn alle locaties die in de workshop zijn genoemd (zie kaart blz 15) onderzocht. Zij zijn beoordeeld vanuit bovenstaande principes en vanuit planologische overwegingen. De locaties zijn beoordeeld op de volgende kenmerken: Ligging in de Hoofdgroenstructuur Ligging in Natuurnetwerk Nederland Is de locatie een woningbouwlocatie? Past sport in het bestemmingsplan? Eigenaar gronden Loopt er planvorming voor de locatie? Draagvlak voor sport Planning

14

Bereikbaarheid per openbaar vervoer Ruimte voor sport: hoeveel past er? Samenwerking/gebruik met/door andere voorzieningen Nabijheid/bereikbaarheid voor bewoners Ontmoeting/ongedeelde wijk/ontwikkelbuurten: in hoeverre nodigt de locatie uit tot gebruik door bewoners van de verschillende delen van Zuidoost (zowel Amstel III als Gaasperdam en Bijlmer bijvoorbeeld)? Waardering van de locatie door Sport&Bos

4.4 Conclusies: locaties voor georganiseerde sport Uit de analyses is gebleken dat de sportnorm kwantitatief ruimschoots gehaald kan worden. Voor de veldsport geldt zelfs, dat alle locaties bij elkaar opgeteld, bijna 2,5 maal de capaciteit bieden van het vereiste aantal. Uit de analyses blijkt echter ook dat een aantal locaties minder gewenst zijn, bijvoorbeeld omdat zij te excentrisch liggen. Uit het totaal aantal locaties, hebben we samen met Sport&Bos locaties gekozen die de voorkeur hebben. Bij de keuze voor die locaties hebben we teruggegrepen op de principes die eerder zijn beschreven: Ȉ Nabijheid en bereikbaarheid voor bewoners; Ȉ Mogelijkheden voor combinaties met andere voorzieningen; Ȉ Voldoende schaal voor het goed functioneren van een vereniging(= tenminste 3 velden)

15

Ȉ Ȉ Ȉ

Sport als ontmoetingsplek van verschillende buurten en bewonersgroepen Sport voor de ontwikkelbuurten Sport- en beweegstructuur als verbinding

sport- en beweeglandschap met een landschappelijke inpassing van de sportvoorzieningen. In onderstaande tabel en op de kaart (blz 15) staan alle locaties, en daarbinnen de locaties die voorkeurslocaties zijn. Als een locatie geen voorkeurslocatie is, stellen we voor om op dit moment niets met die locatie te doen.

Daarnaast is gekozen voor mogelijkheden om een variatie van sportmogelijkheden te maken: zowel compacte stedelijke sportparken, als een CAPACITEIT VOORKEURSLOCATIES Centraal park Gaasperdam Bijlmerweide E-buurt Flanken tunnel A9 D-buurt locaties studentenwoningen Dak A9 H-buurt IKEA-kavel Amstel III datacentrum De Nieuwe Kern Amstel Businesspark Zuid

Voetbal

hockey

Overige sport

3

2 3 2

1

2 4

Tennis

Sporthal

Zwembad

*: de velden die op de locatie De 16 1 2à3 1

4*

2*

1à2 1** (watersport)

Totaal op voorkeurslocatie* 11 Totaal opgave te realiseren volgens 8 de sportnorm 2030 CAPACITEIT BUITEN VOORKEURSLOCATIES

8 6,5

4 4

Gaasperzoom Mandelapark Golfterrein Hoge Dijk

5 2 8

2 2 6,5

2

Totaal buiten voorkeurslocatie

15

10,5

6

16 17

4

= in Hoofdgroenstructuur = woningbouwlocatie

16

2à3 4

1

Nieuwe Kern passen, zijn maar voor de helft mee gerekend voor de capaciteit voor Zuidoost. Het is waarschijnlijk dat de velden ook veel gebruikt worden voor bewoners van Overamstel. Wel wordt onderzocht of voor deze wijken sport in de groene scheggen gemaakt kan worden., Daarnaast speelt een rol dat nu al een sportpark op deze plek ligt (Strandvliet) en dat de capaciteit daarom deels vervanging van bestaande is. ** watersport telt niet mee voor de sportnorm

De aantallen velden geven de capaciteit aan, er wordt nu nog geen keuze gemaakt over het programma. Pas als de nieuwe woningen bewoond raken, zal immers pas blijken of de nieuwe bewoners liever voetballen, hockeyen of kiezen voor andere sporten. Zoals gezegd: waar voetbal past, past altijd wel een andere sport, maar omgekeerd is dat veel minder het geval. Zo passen op het dek van de A9 alleen tennisbanen en in de Bijlmerweide waarschijnlijk geen voetbalvelden, of wordt de inpassing lastig. Het golfterrein en de Gaasperzoom zijn excentrisch gelegen. Voor de Gaasperzoom kan gedacht worden aan inpassing van andere vormen van sport, met een extensief ruimtegebruik zoals bijvoorbeeld mountainbikeroutes ed. De volkstuinen van De Nieuwe Kern hoeven niet te worden ingezet, althans niet voor de woningopgave in het gebied van deze studie. Ook als uitsluitend de voorkeurslocaties worden ingezet, is de capaciteit hoger dan de vereiste hoeveelheid volgens de sportnorm. Die overmaat kan worden gebruikt voor een goede landschappelijke inpassing van (minder) velden in het centraal park Gaasperdam. En/of er kan voor worden gekozen om de locatie IKEA-kavel minder een sportprofiel te geven. Voor de IKEA-kavel zijn er nl. ook argumenten om (een belangrijk deel van) d e plek een andere invulling te geven. Verder in dit rapport komen we daar op terug.

station Duivendrecht) een goede locatie is voor sport op stedelijk en regionaal niveau. 4.5 Sport in de openbare ruimte 2 De sportnorm schrijft voor, dat ongeacht het woonmilieu, per nieuwe woning 1 m sport in de openbare ruimte gemaakt moet worden. Bij 32.000 woningen dus 32.000 2 m . Dat kan in allerlei vormen. Om het hanteerbaar te maken en de ruimtelijke inpassing te kunnen toetsen, zijn ze voor de workshop in eenheden van 1.000 m2 ingedeeld. In de praktijk kunnen de urban sports op veel verschillende manieren worden ingevuld, van duidelijk te onderscheiden plekken tot aan routes en/of objecten. In de workshop is dus gekeken naar mogelijkheden voor een clustering ˜ƒ†‡Ǯ—”„ƒ•’‘”–•ǯǤ‡Ž‘ ƒ–‹‡•†‹‡‰‡‘‡†œ‹Œ˜‘‘”‡‡„—†‡Ž‹‰ǡœ‹ŒЇ– Nelson Mandelapark, het tunneldek A9, centraal park Gaasperdam/Gaasperplas, het spoorpark Amstel III en de parkzone Holterbergweg die in de plannen zit.

Van bovenstaande 9 voorkeurslocaties liggen er 2 in de Hoofdgroenstructuur (Bijlmerweide en centraal park Gaasperdam) en geen in Natuurnetwerk Nederland (= de vroegere Ecologische Hoofdstructuur). 3 locaties komen (gedeeltelijk) op de plek van geplande woningbouw: flanken A9, D-buurt en IKEA-kavel (gemeentedeel). Bij de verdere uitwerking moet blijken hoeveel woningen dat gaat kosten.

Ruimtebeslag op schaal: U=eenheid openbare sport 2 1.000 m

Het sportrapport geeft aan hoe de sportnorm voor de nieuwe bewoners gehaald kan worden. Daarnaast is in het rapport aangegeven, dat De Nieuwe Kern (bij

17

In de workshop is een aantal concrete locaties genoemd en zijn locaties genoemd waar meerdere eenheden openbare sport gebundeld kunnen worden. In onderstaande tabel zijn deze locaties genoemd. In de laatste kolom staat de opgave per gebied, die resteert als de locaties uit de workshop gerealiseerd worden. Het idee van openbare sport is, dat het sportvoorzieningen dichtbij huis zijn, waar bewoners direct gebruik van kunnen maken en die dus om de hoek liggen. Daarom Deelgebied Bijlmer oost

Aantal volgens norm 1

Bijlmer centrum Gaasperdam

2à3 4à8

Amstel III

10

Arenapoort De Nieuwe Kern

7 5 2 31 à 36

Totaal

œ‹Œ†‡ƒƒ–ƒŽŽ‡Ǯ‘‰–‡ƒ‡’‡”‰‡„‹‡†ǯ†‡‘’‰ƒ˜‡˜‘‘”‘’‡„ƒ”‡•’‘”–’‡” deelgebied: zij kunnen niet uitgewisseld worden en gelden als kwalitatieve opgave binnen het gebied. Door de slimme positionering en inpassing ontstaat een samenhangend geheel aan sportinfrastructuur die park, stad en landschap verbindt.

.

Locaties genoemd in workshop Geen opgave voor nieuwe plekken, al erg veel sport in openbare ruimte in bestaande wijken 4 in Nelson Mandelapark 1 centraal park Gaasperdam 2 Gaasperplas 4 dak A9 3 spoorpark Amstel III 3 Hondsrugpark Voor deel Arenapoort ligt Mandelapark dichtbij Voor 2 mogelijkheden volkstuinparken bekijken Amstel Businesspark Zuid

18

Nog plek zoeken in gebied voor (aantal) -

4, evt 2 op IKEA-kavel 6 3 2 15

x Er wordt een ontwikkelstrategie opgesteld voor de realisatie (inclusief financiering) van de sportvoorzieningen. Dit is een gebiedsbrede ontwikkelstrategie (zoals bijvoorbeeld voor Havenstad is opgesteld). Ook het tijdspad, wanneer kan welke locatie ontwikkeld worden, is een belangrijke factor. Vragen die in de ontwikkelstrategie o.a. beantwoord moeten worden, zijn: Wat is de ruimtelijke, technische, financiële en maatschappelijke haalbaarheid van verschillende locaties? Levert project bouwrijp op en financiert S&B realisatie sportvelden? Niet alle locaties hebben een grex. Sommige locaties hebben in hun ’Žƒ‰‡„‹‡†˜‡‡Ž‡‡”•’‘”–†ƒ˜‘‘”Ї–ƒƒ–ƒŽ„‡™‘‡”•˜ƒЇ–Ǯ‡‹‰‡ǯ gebied vereist. Daar profiteren andere locaties van. Bijvoorbeeld De Nieuwe Kern versus Arenapoort. Hoe gaan we daarmee om? Vereveningsmodel?; Planning en volgorde; x Locaties worden planologisch geregeld. Dat gebeurt in ieder geval in de omgevingsvisie Amsterdam die wordt opgesteld, of, indien eerder, in stedenbouwkundige planproducten en bijbehorende planologische kaders (bestemmingsplan of omgevingsplan); x Over deze studie vindt geen bestuurlijke besluitvorming plaats. Het is een bestuurlijke wens van de portefeuillehouder r.o. van Zuidoost, om de samenhang van de ruimtelijke ingrepen in het stadsdeel voor bewoners duidelijk te maken en daarover integrale bestuurlijke besluitvorming te organiseren.

Daarbij zou horen dat de sportlocaties in één of enkele bredere documenten, bijvoorbeeld de input voor de omgevingsvisie, worden opgenomen.

4.6. Vervolgstappen voor het onderdeel sport Uit het sportrapport blijkt dat er voldoende potentiële locaties zijn voor het programma (georganiseerde) sport. Sommige locaties liggen in projectgebieden waarvoor nu al planvorming loopt. Sommige locaties liggen in toekomstige plangebieden. Andere locaties zijn plekken waar geen planvorming voor voorzien is, en waar sport dus een zelfstandige planvorming vereist. Een aantal locaties ligt in de Hoofdgroenstructuur en op andere locaties is woningbouw gepland. Een aantal locaties moet verder worden uitgewerkt, voordat bestuurlijk besloten kan worden dat sport er mogelijk en wenselijk is. Ook is verdere toetsing nodig. We stellen de volgende vervolgstappen voor: x

x

x x x

x

Het uitwerken van enkele locaties: flanken A9, centraal park Gaasperdam, Bijlmerweide: met name op oplossingen voor parkeren buiten de Hoofdgroenstructuur. De uitwerkingen kunnen als zelfstandige uitwerking, of in het kader van bredere studies die al lopen, worden uitgevoerd; Er wordt een vervolgonderzoek uitgevoerd naar locaties voor sporthallen en een zwembad. Daarin worden ook bestaande sporthallen betrokken en wordt gekeken naar de combinatie met andere voorzieningen. Dit onderzoek is een samenwerking van Sport&Bos en R&D; Uitwerkingen, met dit rapport, bespreken in informeel overleg met de TAC; Rapport met uitwerkingen bespreken met bestuurders stadsdeel en CS; Bij de locaties die in dit rapport als voorkeurslocatie naar voren zijn gekomen en waar ruimtelijke planvorming voor loopt, wordt de sport meegenomen als programma-onderdeel. Indien het voorgestelde sportprogramma niet realiseerbaar is, wordt daarover teruggekoppeld op het schaalniveau van Zuidoost & DNK & ABPZ, dus naar de ambtelijk opdrachtgever voor dat gebied; De inhoudelijke vulling van de locaties wordt t.z.t. bepaald met Sport&Bos en sportorganisaties, bewoners (zowel huidige als nieuwe, zodra die er zijn), met x aandacht voor ontwikkelbuurten en sportparticipatie. Ook het aanbod in de omgeving (bijvoorbeeld Diemen, Abcoude en Weesp) kan daarop van invloed zijn.

De inhoudelijke invulling vindt pas plaats als de sportvraag zich in de komende jaren concreet gaat voortdoen; 19

5. Commerciële voorzieningen Ȃ samenvatting onderzoek BSP Bureau Stedelijke Planning B.V. heeft onderzocht wat de haalbare en gewenste programmering is van commerciële voorzieningen in Amsterdam Zuidoost en Ouder-Amstel (Amstel Business Park Zuid, De Nieuwe Kern en Duivendrecht) in 2030, met een doorkijk naar 2040. Tot commerciële voorzieningen in het onderzoek behoren detailhandel, horeca (exclusief hotels) en leisure. In dit hoofdstuk wordt het advies van BSP (bijlage bij dit rapport) samengevat.

5.1 Nieuwe marktruimte : basisscenario en plusscenario Voor detailhandel, horeca en fitness en sport is voor Amsterdam Zuidoost en Ouder-Amstel (De Nieuwe Kern en Amstel Business park Zuid) berekend wat de indicatieve marktruimte is in 2030 en 2040. De draagvlakontwikkeling van inwoners is daarbij leidend. Voor woningbouw is dezelfde bron gebruikt als voor de maatschappelijke voorzieningen, dus de woningaantallen in de Uitvoeringsagenda maatschappelijke voorzieningen Zuidoost. Het woningaantal is gecombineerd met een evenredige groei van het overig potentieel aan werknemers en bezoekers. Vervolgens is de marktruimte in het onderzoeksgebied verdeeld over de verschillende deelgebieden en voorzieningenclusters, bestaand en nieuw. Als verdeelsleutel is niet alleen de groei van het draagvlak gehanteerd, maar is ook het huidig functioneren en het perspectief van de verschillende deelgebieden en clusters betrokken. Daarbij heeft BSP gebruik gemaakt van data-analyse, gesprekken, observatie ter plaatse en eigen expertise. Naast het basisscenario (draagvlakvolgend) is een plusscenario opgenomen, waarbij het ArenAPoort-gebied een schaalsprong maakt en meer bezoekers weet te trekken. Grootschalige leisure met een (boven)regionaal bereik zoals een theater, bioscoop of wellness centrum, laat zich moeilijk kwantificeren en is daarom kwalitatief benaderd.

basisscenario Allereerst is een basisscenario onderzocht, waarin de toename van commerciële functies een directe afgeleide is van de toename van bewoners en werknemers in het gebied. In het basisscenario bedraagt de totale marktruimte voor commerciële voorzieningen tot 2030 65.700 m² bvo (bruto vloeroppervlak), waarvan ruim de helft (53%) detailhandel, ruim een derde horeca (35%) en de rest (12%) fitness en sportscholen. Driekwart van de marktruimte of ruim 49.000 m² bvo is toe te rekenen aan stadsdeel Amsterdam Zuidoost, het overige kwart aan het Amstelkwartier, De Nieuwe Kern en Duivendrecht centrum. De marktruimteberekeningen zijn uitgevoerd voor 2030. Tussen 2030 en 2040 zijn nog eens 10.500 woningen gepland, wat in theorie extra ruimte biedt voor 10.800 m² bvo tussen 2030 en 2040. De woningbouw vindt voor een belangrijk deel plaats in (de tweede fase) Amstel III. Hier ontstaat dan extra draagvlak voor voorzieningen. plusscenario In het tweede model, het plusscenario, weten Zuidoost en Ouder-Amstel ook een deel van de potentie die zich elders in Amsterdam c.q. de Metropoolregio Amsterdam bevindt, naar zich toe te trekken. Het plusscenario heeft betrekking op het ArenAPoort-gebied, dat zich mogelijk leent voor een schaalsprong, waarin meer bezoekers van buiten het stadsdeel worden getrokken.

Die mogelijkheid is ingegeven vanuit de huidige omvang en opzet van het ArenAPoort-gebied, de ultieme bereikbaarheid en de investeringsbereidheid van grote eigenaren in het gebied. De marktruimte voor commerciële voorzieningen in het plusscenario bedraagt maximaal 99.300 m² bvo. Een schaalsprong van ArenAPoort heeft beperkte invloed op de ontwikkelkansen voor de andere clusters in het onderzoeksgebied, omdat de additionele bezoekers gericht ArenAPoort zullen bezoeken.

20

In onderstaande figuur is aangegeven hoe de marktruimte van het basis- en plusscenario verdeeld kan worden tussen de verschillende deelgebieden.

5.2 Visie en advies BSP op de voorzieningenclusters Voor de commerciële voorzieningen ziet BSP 4 aan elkaar aanvullende gebieden in en rondom Amsterdam Zuidoost en Ouder-Amstel: 1. Het ArenAPoort-gebied. Een multimodaal knooppunt met een focus op een bijzondere mix van niet-dagelijkse detailhandel, horeca en grootstedelijke leisurevoorzieningen. 2 Het deel van De Nieuwe Kern bij station Duivendrecht met potentie voor stadsdeel- overstijgende functies vanwege de zeer goede bereikbaarheid en goede ligging ten opzichte van de binnenstad, maar ook met Zuid en West. 3 Het bestaande woongebied met een focus op dagelijkse detailhandel, restaurants en cafés en kleinschalige leisurevoorzieningen zoals sport en fitness voor de wijkbewoners. Dit gebied bestaat uit de onderzoeksgebieden Bijlmercentrum, Bijlmer Oost, Gaasperdam, Overamstel, De Nieuwe Kern, Amstel Business Park Zuid en Amstel III. 4. De omliggende groenzones als tegenhanger van het grootstedelijke gebied met een focus op natuur-gerelateerde recreatie, met een scala aan horeca- en (commerciële) leisure-voorzieningen. Dat is verder geen onderdeel van de studie van BSP. In het figuur hiernaast is het advies van BSP voor de toekomstige voorzieningenstructuur weergegeven.

N.B.: Bij herstructureren (zonder uitbreiding) is een forse ingreep noodzakelijk, veelal ook in het vastgoed en de functie- en branchemix; bij revitaliseren (zonder uitbreiding) betreft het vooral een facelift, fysieke ingrepen in de openbare ruimte. BSP maakt een onderscheid tussen de nieuwe en de bestaande voorzieningenclusters. Amstel III, Overamstel/ABPZ en De Nieuwe Kern kennen een dusdanig hoge bevolkingsaanwas dat hier nieuwe voorzieningenclusters kunnen verrijzen. In orde van grootte gaat het om ruim 5.000 m² bvo (De Nieuwe Kern), bijna 10.000 m² bvo voor Overamstel/ABPZ tot ruim 15.000 m² bvo voor Amstel III.

21

Te overwegen valt alle voorzieningen in De Nieuwe Kern te clusteren rond station Duivendrecht. Station Duivendrecht leent zich door de gunstige ligging en bereikbaarheid, ook voor stadsdeeloverstijgende functies, zo als grootschalig leisure. Een concentratie van winkels, horeca en grootschalige leisure in combinatie met bijvoorbeeld kantoren bevordert het multifunctionele karakter van het gebied en hierdoor de duurzaamheid. Voor bewoners in De Nieuwe Kern die te ver (>750 meter) van station Duivendrecht wonen kan aanvullend een supermarktvoorziening overwogen worden, mits hiervoor voldoende draagvlak is. Voor de bestaande voorzieningenclusters (winkelcentra) geldt, dat die volgens BSP, met de geplande woningaantallen en het principe van de ongedeelde stad (waar bestaande voorzieningenclusters ook meeprofiteren van de instroom van nieuwe bewoners), alle levensvatbaar blijven. De bestaande voorzieningen-clusters zijn echter wel aan slijtage onderhevig en aan opwaardering toe. Dat geldt voor alle bestaande winkelgebieden, met uitzondering van Duivendrecht Centrum, dat onlangs is aangepakt. Naast deze revitalisatie, ziet BSP voor twee winkelcentra, Arenapoort en Reigersbos, mogelijkheden voor herontwikkeling (met uitbreiding van het areaal aan voorzieningen).

ArenAPoort is het bestaande voorzieningencluster met een grote herontwikkelings- en uitbreidingspotentie, in niet-dagelijkse detailhandel en ook dagelijkse detailhandel, horeca en leisure. Reigersbos dankt zijn mogelijkheden mede aan de ontwikkeling van de Gaasperdammerwegzone (2.600 woningen). Wat betreft horeca in winkelcentra, adviseert BSP om, buiten het ArenAPoortgebied en Reigersbos, terughoudend om te gaan met uitbreiding. De kans is namelijk aanwezig dat er vooral horeca in het lage segment wordt aangetrokken, waardoor de kwaliteit van deze gebieden eerder wordt aangetast dan vooruitgaat. BSP adviseert daarom ‘œ‘ǯ͛͘ά˜ƒƒŽŽ‡Š‘”‡ ƒƒ”–”—‹–‡–‡”‡•‡”˜‡”‡˜‘‘” nieuwe plekken, buiten de bestaande (of nieuwe) winkelcentra. Daarmee worden horecaconcentraties op speciale plekken mogelijk gemaakt, zoals bijvoorbeeld bij de Gaasperplas en in het Nelson Mandelapark.

De woningontwikkeling leidt niet alleen tot een sterke groei, maar ook tot een

verandering van het bevolkingsprofiel. Zo zal de instroom meer dan gemiddeld jonge, kleine huishoudens betreffen. Van verschillende achtergronden en hoger opgeleid. Met de instroom van veel nieuwe bewoners verandert de vraag naar commerciële voorzieningen ook in kwalitatief opzicht. Het huidige winkel- en horeca-aanbod matcht volgens BSP onvoldoende met het huidig bezoekersprofiel en deze mismatch groeit met de sterke instroom van nieuwe bewoners. Aansluitend bij de verwachte leefstijlprofielen van nieuwe bewoners mag het aanbod uitdagender en exclusiever van karakter zijn.

5.3 (Grootschalig) leisure De marktruimte voor fitness en sportscholen dient volgens BSP bij voorkeur in de bestaande en nieuw te ontwikkelen centra gesitueerd te worden. Dat bevordert de 22

dynamiek Ȃ ook in de avonduren Ȃ en combinatiebestedingen. Daarmee is rekening gehouden bij de verdeling naar voorzieningenclusters.

Aanbevelingen uit het BSP onderzoek Op basis van de onderzoeksresultaten formuleert BSP de volgende aanbevelingen:

De behoefte aan leisure met een (boven)regionale functie (Cultuur en Ontspanning & Vermaak) laat zich moeilijk kwantificeren en alloceren. Er is immers een grote afhankelijkheid van concreet initiatieven. Bovendien is een goede invulling met leisure locatie- en casespecifiek. BSP ziet als meest kansrijke locaties voor (boven)regionale leisure ArenAPoort en de Nieuwe Kern/station Duivendrecht. De redenen daarvoor zijn de goede bereikbaarheid per HOV en auto, de fysieke mogelijkheden, reeds aanwezige kwaliteiten en/of stadsdeeloverstijgende functies (zoals ArenAPoort). Vanuit de planologen wordt daar de kanttekening bij gezet, dat de bereikbaarheid van ArenAPoort zijn grenzen aan het bereiken is, met alle huidige en nog toe te voegen functies. Qua soort leisure functies ziet BSP kansen voor (voorbeelden): - Edu-tainment waar educatie en entertainment hand in hand gaan, attracties van 300.000 tot 1 miljoen bezoekers per jaar, passend in de inclusieve stad en bijdragend aan de spreiding van toeristen. - Indoor/outdoor actieve leisure, zoals een klimwand, speelbos, tropisch zwem- of surfparadijs, of Family Entertainment Center (FEC), inspelend op trends in de leisuresector (denk aan opkomst: trampolineparken, boulderen, e-karten, arcadegames, virtual reality). Een flexibele opzet is hierbij gewenst; - Wellnesscomplex.

De stijgende populariteit van wellnesscomplexen lijkt ook een kans in het onderzoeksgebied. Dit kan zowel in de vorm van een binnenstedelijke Ȃ wellicht kleinschalige - wellness of een grotere variant in een groen-blauwe omgeving.

- Het is gewenst om een integrale horeca- en leisurevisie voor Zuidoost, OuderAmstel en de groene/blauwe flanken op te stellen. De grootstedelijke potentie en de woonkwaliteit van Zuidoost en Ouder-Amstel komen tot hun recht wanneer het groen en water (Gaasperplas e.o. en Middelpolder bij Ouderkerk a/d Amstel) tot hoogwaardig natuurgerelateerd recreatiegebied wordt ontwikkeld.

Voor die laatste functie, wellness, zou volgens BSP de Gaasperplas in aanmerking kunnen komen. In het advies wordt de Gaasperplas, in samenhang met de Gemeenschapspolder en het Diemerbos, genoemd als locatie die zich leent voor de verdere ontwikkeling van meer natuurgerelateerde recreatiefuncties.

- Het is gewenst om een plan van aanpak revitalisatie/herontwikkeling bestaande clusters op te stellen. Op basis van de resultaten van voorliggend onderzoek, waaronder de schouwen, plannen van aanpak opstellen voor de revitalisatie/herontwikkeling van de bestaande winkelcentra. Daarbij zou ruime aandacht moeten zijn voor het verbeteren van de sociale veiligheid en leefbaarheid. Het mengen van commerciële voorzieningen met maatschappelijke functies en (zorg)woningen draagt bij aan de sociale veiligheid en leefbaarheid. Dat is bovendien goed voor het draagvlak van de voorzieningen. - Het is gewenst dat er een ruimtelijk functionele vertaling van de metrages naar de nieuwe en te herontwikkelen winkelgebieden gemaakt wordt. Daarbij dient ruime aandacht te zijn voor de planologische en stedenbouwkundige inpassing, een doordachte plintenstrategie, fasering, flexibiliteit, functiemix- en branchering, openbare ruimte, bereikbaarheid, parkeren en functiesynergie. In essentie: concentratie van commerciële voorzieningen in het hart en maatschappelijke functies aan de flanken, gecombineerd met wonen en werken (in de bovenbouw en de plint). -

In de ontwikkelgebieden is vanwege de hoge stedelijke dichtheid en de meer bescheiden rol van de auto (en grotere rol voor OV en langzaam verkeer) een andere ruimtelijk-functionele opzet nodig dan het traditionele wijkwinkelcentrum: clustering daar waar stadsstraten bijeenkomen en de openbare ruimte uitnodigt tot verblijf.

23

6.

De specials: bovenlokale plekken en kansrijke plekken

Tot dusver hebben is in dit rapport volgorde gehanteerd: woningbouw Ȃ daarbij passend programma Ȃ daarbij passende locaties. De omgekeerde benadering is bij de ambitie om een goed stuk stad te maken, net zo belangrijk. In dit hoofdstuk zijn plekken benoemd in Zuidoost waar een programmering of inrichting gewenst is die die plek extra betekenis kan geven. Het hoeft dus niet om grote regionale voorzieningen te gaan. Het kan bij wijze van spreken ook gaan om winkelcentrum Gein, waarvoor BSP herstructuring adviseert. Het gaat in dit hoofdstuk niet zo zeer om voorzieningen die vanuit de overheid komen, en/of die voorspelbaar zijn. Het is meer de bedoeling om een kenschets en profiel te maken, zodat de ruimtelijk-programmatische invulling in de toekomst kan worden afgestemd.

waterspeeltuin aan de noordoever, de manege, het voormalige Floriadeterrein, de camping. Daarnaast kan je lid worden van de watersport-, surf- of duikvereniging.

6.1 (Rondom) Gaasperplas De Gaasperplas is hét groene recreatiegebied in Zuidoost. Nu al zijn er veel leuke (groene) recreatieve functies: een strand aan de zuidoever, de Aquarelmuseum 70 km buiten Göteborg, Zweden

Museum Belvédère in landgoed Oranjewoud bij Heerenveen

Het Gaasperplaspark is het enige park in Amsterdam dat direct aan een metrohalte ligt, en dus voor veel stadsbewoners goed bereikbaar: de reistijd vanuit de binnenstad naar de Gaasperplas is zowel per fiets als per metro vergelijkbaar met de reistijd naar Blijburg. Toch is het strand van Blijburg voor veel stadsbewoners een veel bekendere bestemming dan bijvoorbeeld de waterspeeltuin bij de Gaasperplas. De locatie leent zich goed voor een museale functie. Amsterdam heeft diverse musea binnen de ring, in centraal stedelijke wijken. Een museum in een landschappelijke setting zou een aanwinst zijn voor de stad. Zoals het museum Louisiana dat is voor de stad Kopenhagen. Een museum op deze plek, buiten de hectiek van de stad, moet wel een verbinding maken met het landschap.

24

Dat kan door gebruik te maken van het licht, of door bijvoorbeeld kunstobjecten buiten. Een sigarenbandjes of Harley Davidson museum zijn hier minder logisch. Met de combinatie museum, (opgeknapt) Floriadeterrein, horeca, plas, park, waterspeeltuin, ontstaat een plek waar je een hele dag kunt doorbrengen, een plek die niet gekoppeld is aan één leeftijdsgroep of subcultuur.

bezoekerscentrum Oostvaardersplassen, Almere

Momenteel loopt voor de Gaasperplas een planvormingstraject met intensieve participatie. Inzet is om het gebied, 40 jaar na aanleg, weer klaar te maken voor de volgende 40 jaar. Daarbij wordt zowel gekeken naar de (landschappelijke) inrichting, als naar horeca en een eventuele stedelijke functie. Dichtbij de Gaasperplas ligt het pand Provinciale weg 22. Het is een voormalige woning annex aannemersbedrijf. Vanwege de ligging pal onder de hoogspanningsmast, mag er (landelijke regelgeving) niet meer gewoond worden:

de gemeente moet de woonbestemming omzetten naar een andere. Het pand is gekocht door Vastgoed, momenteel wordt het anti-kraak bewoond. Vastgoed zoekt naar een invulling. Gedacht wordt aan bijvoorbeeld stadslandbouw met ondersteunende horeca. Met die functies kan de plek een bestemming worden voor bewoners en bezoekers. 6.2 Centrum Reigersbos Het centrum van Reigersbos is nu vooral een winkelcentrum, met een bibliotheek, een kerk, wat horeca en leegstaande kantoorpanden. Overdag is het een levendige plek, waar altijd mensen op straat zijn. Op de functiekaart is te zien dat detailhandel en maatschappelijke voorzieningen bijna de enige functies zijn in het gebied. De maatschappelijke voorzieningen zijn vrijwel allemaal zorg- en (basis- en voortgezet) onderwijsinstellingen. ǯ•˜‘†•‹•‡”†ƒardoor in het gebied weinig te beleven en voelt het mede daardoor minder veilig. Voor anderen dan de buurtbewoners heeft het centrum nu geen aantrekkingskracht. In Gaasperdam worden rond 6.000 woningen toegevoegd. Dat biedt kansen voor het centrum van Reigersbos. Sowieso kan er enige detailhandel worden toegevoegd. Maar daarnaast is dit het moment, om van het centrum hét centrum van heel Gaasperdam te maken. Daarvoor zijn geen grootstedelijke of opzienbarende functies nodig. Een goed restaurant en een levendig buurthuis zouden het centrum al een impuls geven.

Dat zijn voorzieningen die aantrekkelijk zijn voor de eigen bewoners, maar ook voor mensen uit aangrenzende wijken. In bestaande buurten in opkomst in Amsterdam is dat effect goed te zien bij horeca of specifieke winkels: in de Javastraat in de Indische Buurt zitten de terrassen vol met bewoners van het Science Park en op zondag met ouders van studenten die er wonen. In de Bijlmer is de World of Food een voorbeeld van horeca die niet alleen leuk is voor buurtbewoners, maar veel meer mensen trekt. Toevoegen van werkfuncties aan Reigersbos is belangrijk voor de klandizie voor horeca overdag. Een broedplaats en een culturele functie (maar dan wel gericht op Gaasperdam) zouden waardevolle aanvullingen zijn. Culturele functies die een grotere reikwijdte hebben, hebben een betere plek bij het Anton de Komplein of in het Arenapoortgebied.

25

6.3 Centra Bijlmer: Kameleon, Ganzenpoort Wat voor het centrum Reigersbos geldt, geldt op kleinere schaal en iets mindere mate voor de centra Kameleon en Ganzenpoort. De Bijlmer kent grote monofunctionele gebieden (met alleen wonen). De centra kunnen als tegenhanger daarvan wat meer stevigheid gebruiken. Dat begint met het toevoegen van wonen en bedrijvigheid in E-Oost en K-midden, de ontwikkelzones rondom de buurtcentra. Meer woningen en bedrijvigheid levert klanten en bezoekers op voor winkels en gezonde horeca. 6.4 Anton de Komplein Het Anton de Komplein is de schakel tussen de woonwijken van de Bijlmer en de Amsterdamse Poort en de Arenapoort. Het ligt nu al tussen voorzieningen: het Mandelapark, het Bijlmerparktheater en het Bijlmersportcentrum. Voor bijvoorbeeld horeca is dat een goede uitgangssituatie: de afstand tot zowel winkels als kantoren is klein genoeg voor lunchbezoeken, het theater heeft avondpubliek en voor bewoners is dit hét centrum van de Bijlmer. Het Anton de Komplein zou nog veel meer dan nu de huiskamer van de Bijlmer moeten worden. De huiskamer is de metafoor voor een plek waar je je op je gemak voelt. Waar het gezellig is, waar mensen samen komen, met elkaar eten, lezen, naar muziek luisteren. Dat kan met een combinatie van horeca, culturele functies en wonen, binnen een goed ontworpen openbare ruimte.

Het centrum voor beeldende kunsten is een culturele functie die nu al bij het Anton de Komplein gevestigd is en daar ook blijft (binnen project cluster 6). Impressie van het Anton de Komplein als huiskamer van de Bijlmer

Aanvullend zou het goed zijn om andere culturele functies voor de bewoners van Zuidoost aan het Anton de Komplein te krijgen. De bibliotheek en bijvoorbeeld een

muziekschool zijn daar voorbeelden van. In de Uitvoeringsagenda Zuidoost zijn hiervoor geen mogelijkheden opgenomen. O.i. moet er een traject worden ingezet om de openbare bibliotheek (nu gevestigd aan de Bijlmerdreef) en eventuele andere culturele functies op het schaalniveau van de Bijlmer, naar het Anton de Komplein te krijgen. Dat traject vergt tijd, die wel genomen moet worden: liever een traject van 15 jaar met een goede invulling van het plein dan een snel traject met gemiste kansen. Tijd is ook nodig voor de voorzieningen die er pas komen als er initiatieven vanuit de bevolking komen, of wanneer ondernemers genoeg draagvlak zien om te investeren. Ook dat pleit ervoor om het Anton de Komplein pas echt te gaan ontwikkelen, als bijvoorbeeld de helft van de geplande woningen in het hele gebied gebouwd zijn. 26

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11344395/1