CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 20231027 Tauw Beschouwing loodprogramma Amsterdam.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 23 oktober 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de Voortgangsrapportage lood in de bodem 2023/ juni 2024 (VN2024-012516)11.197 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

28/34

Kenmerk

R001-1290340MFM-V02-csr-NL

Maatregelen

Toets beheersbaarheid

Goed. Alle werkzaamheden worden uitgevoerd door of in opdracht van de

Stadsparken

gemeente 

Volkstuinen

Niet te beoordelen. De aanpak moet nog starten en uitgewerkt worden. Waarschijnlijk goed beheersbaar om dezelfde redenen als bij speelplekken.

Tuinen

Matig. Het onderzoek is goed beheersbaar omdat het op initiatief van de gemeente uitgevoerd wordt, o.b.v. een meerjarenaanpak waar budget voor is. Het aanpakken van daadwerkelijk verontreinigde tuinen wordt overgelaten aan de eigenaren, evenals het opvolgen van de gebruiksadviezen, waardoor daar een grote mate van afhankelijkheid van burgers zit in het behalen van het doel.

Communicatie 

Passieve informatie

Actieve benadering

Goed. Alle werkzaamheden zijn / worden uitgevoerd door of in opdracht van de gemeente. Goed. Alle werkzaamheden zijn/worden uitgevoerd door of in opdracht van de gemeente.

Governance 

Programma

Matig. Het programma bestaat uit een set van maatregelen die in de voortgangsrapportages beschreven en verantwoord zijn, die in jaarplannen geborgd worden. Het programma lijkt geen gekwantificeerd doel te hebben, maar wel een ambitie in termen van inspanning. Het is niet hoe de activiteiten op langere termijn eruit zien.

Financiering

Matig. Financiering komt deels vanuit het Rijk (Bodemconvenant en SPUK bodem) en deels vanuit de gemeente zelf. Voor de periode tot en met 2030 komt nog de mogelijkheid voor het aanvragen van SPUK-budget, maar daarna misschien niet meer.

5 Conclusies en aanbevelingen Vanuit deze beschouwing zijn de volgende conclusies te trekken: 

De aanpak van diffuus lood in de bodem is opgenomen in de omgevingsvisie en de Nota Bodembeheer 2022. Amsterdam vult alle onderdelen van de door RIVM geformuleerde standaardaanpak in, en is daarmee volledig in haar aanpak van diffuus lood in de bodem.

De gemeente werkt vanuit de vier rollen die een overheid kan hebben: regulerend (Nota Bodembeheer, met doorwerking naar vergunningverlening nieuwbouw), realiserend (uitvoeren onderzoek en sanering van speelplekken), ondersteunend (subsidieregeling voor

tuinsanering, communicatie) en samenwerkend (overleg met woningcorporaties). En daarmee is de gemeente Amsterdam veelzijdig en proactief in haar aanpak. Op hoofdlijnen is de procesaanpak vergelijkbaar met de beschouwde gemeenten Rotterdam, Zaanstad en Arnhem en de Randstedelijke provincies. Amsterdamse activiteiten die significant verschillen met deze koplopers zijn: de aanpak van stadsparken, de subsidieregeling voor tuinsanering, het hanteren van de GGD-adviezen bij de keuze voor de toetsingsnormen voor toepassen van grond en sanering van gevoelige locaties, de proactieve

29/34

Kenmerk

R001-1290340MFM-V02-csr-NL

manier van communicatie. Op uitvoeringsniveau zijn en blijven er verschillen in werkwijze bij het onderzoek en aanpak van speelplekken, volkstuinen en tuinen die voortkomen uit beschikbare data, manier van werken en bodemopbouw (bijv. bodemdalingsgebied of niet) . De overheden hanteren enigszins verschillende toetsingswaarden voor saneren en 

grondverzet. Het programma kent voor zover bekend geen concreet programmadoel, waardoor niet goed toetsbaar is of de maatregelen effectief zijn en wanneer deze afgebouwd kunnen worden

omdat het doel bereikt is. Uit de kwalitatieve toetsing blijkt dat een aantal maatregelen grotendeels effectief zijn (loodverwachtingenkaart, onderscheiden gevoelige locaties, aanpak speelplekken, normen voor saneren en toepassen van grond, normen voor bodemkwaliteit bij nieuwbouw). De aanpak van tuinen is gedeeltelijk effectief vanwege het lage aantal saneringen ondanks dat wel veel onderzoek gedaan wordt. De communicatie is gedeeltelijk effectief vanwege versnipperde informatie en communicatiekanalen, het ontbreken van een werkwijze voor informatieoverdracht bij transacties van woningen, en uiteraard afhankelijk van de interesse van burgers. De communicatiemaatregelen worden niet allemaal structureel gemonitord op effectiviteit (los van dat dit moeilijk meetbaar is); de meeste data worden verzameld over de respons op het tuinenonderzoeksprogramma. Van de maatregelen die nog niet of nauwelijks opgestart zijn, is de effectiviteit niet te toetsen (aanpak stadsparken en volkstuinen).

De in gang gezette maatregelen hebben volgens de MKBA bodemlood in beginsel allemaal een positief baten-kosten saldo. Voor zover bekend is er nog niet eerder een toets op doelmatigheid gerapporteerd. Uit de kwalitatieve beoordeling op doelmatigheid volgt dat een aantal maatregelen grotendeels doelmatig zijn (loodverwachtingenkaart, onderscheiden gevoelige locaties, aanpak speelplekken, toetsingsnormen, communicatie). De aanpak van tuinen is gedeeltelijk doelmatig, waarbij het onderzoek als grotendeels doelmatig wordt beschouwd maar de subsidieregeling voor sanering als beperkt doelmatig. De aanpak van stadsparken is nog niet op doelmatigheid te toetsen, want ook zal de effectiviteit nog moeten blijken tijdens uitvoering van het project.

Vanwege het initiatief dat veelal bij de gemeente ligt zijn de meeste maatregelen goed beheersbaar. De gemeente evalueert jaarlijks op beleid en uitvoering en stuurt bij waar nodig. Bij de tuinaanpak is wel een grote mate van afhankelijkheid van initiatieven van derden bij het daadwerkelijk saneren locaties. Het is niet bekend of er eerder op beheersbaarheid is getoetst. De programmatische aanpak loopt voor een onbekende periode door. De intentie is voor langere periode, maar de plannen reiken nog niet zover, net zo min als de financiering. Daarmee is de beheersbaarheid op langere termijn onzeker.

30/34

Kenmerk

R001-1290340MFM-V02-csr-NL

De aanbevelingen zijn te groeperen op procesmatig en operationeel niveau. De aanbevelingen op procesmatig niveau zijn:  Onderzoek hoe de aanpak van lood samengaat met andere ambities uit de omgevingsvisie, met name op (quotes uit omgevingsvisie): -

“Een vitaal bodem- en grondwatersysteem kent meerdere facetten die tot nu toe vaak los van elkaar zijn beschouwd, zoals opnamecapaciteit en hoogte van de bodem, milieuhygiënische bodemkwaliteit, kwaliteit en kwantiteit van het grondwater, bodemdiversiteit onder stadsgroen enzovoorts. Dat moet meer samenkomen. De ambities op het gebied van groen en klimaat-adaptatie, stadslandbouw (zie Duurzame stad en Leefbare stad) geven al wat meer richting. De komende jaren gaan we aan de slag met de ontwikkeling van een soil health index (SHI) om de vitaliteit van de bodem inzichtelijk te maken. Vervolgens zal de huidige kwaliteit van de stadsbodem in beeld worden gebracht, als ijkpunt voor een betere toekomst.”

-

“Verbetering van de bodemkwaliteit streven we vooral na op natuurlijke momenten, bijvoorbeeld wanneer een gebied wordt herontwikkeld. […] Waardevolle ecologische gebieden, maar ook bijvoorbeeld voedselbossen, moeten schoon en vitaal blijven. Hier

willen we daarom beter zorgen voor een gezonde bodem. Sowieso is dit van belang als we de stad rigoureus willen vergroenen.” Er gaat vanuit het Rijk waarschijnlijk een SPUK-financiering komen voor de periode 20242030, waarbij een programmatisch aanpak noodzakelijk is om het gevraagde budget te onderbouwen. Het verdient aanbeveling om een langjarige visie op het omgaan met diffuus lood in de gemeente te formuleren, in lijn met de ambities voor gezondheid en bodemkwaliteit uit de omgevingsvisie (deze is volgens OD NZKG al in de maak), en daarvan afgeleid een afgebakend programmadoel en gewenste doorlooptijd van het programma en de afzonderlijke programmaonderdelen. In de Nota Bodembeheer staat (blz 21): “Amsterdam heeft zich daarom als doel gesteld om kinderen nergens bloot te stellen aan grond die met lood is verontreinigd”, en ook (blz 63): “Amsterdam neemt het gezondheidsrisico van lood in de bodem voor jonge kinderen (vermindering IQ-punten) zeer serieus. Doel van de gemeente is om de blootstelling van kinderen zoveel mogelijk tegen te gaan.” Het volledig bereiken van eerstgenoemde doel is redelijkerwijs niet op afzienbare termijn haalbaar, maar van het tweede doel wel (afhankelijk van randvoorwaarden die erbij gesteld worden). Overweeg een nadruk op fysieke maatregelen in de eerstkomende jaren en voer die uit wanneer dat doelmatig is.

Denk ook na over de aanpak na 2030, als er mogelijk geen cofinanciering vanuit het Rijk meer beschikbaar is.

Verwerk het beleid voor diffuus lood zo snel mogelijk in het omgevingsplan. Daarvoor zijn voorbeelden beschikbaar van andere gemeenten (onder andere DCMR heeft al een opzet uitgewerkt). Aandachtspunt is het koppelen van regels aan activiteiten, zeker in situaties dat er niet gebouwd wordt. En licht toe wat er met ingaan van de Omgevingswet (wel of niet) verandert in de regels die genoemd zijn in de Nota Bodembeheer. De vraag is of een maatlat voor het bepalen van effectiviteit van maatregelen meerwaarde heeft, omdat de effectiviteit van maatregelen in de praktijk moeilijk te toetsen valt door onzekerheid in opvolging van gebruiksadviezen en aannames in blootstellingsmodellen (tijdens VNG-WEB vond men in meerderheid dat hier verder onderzoek naar mag komen,

31/34

Kenmerk

R001-1290340MFM-V02-csr-NL

maar dat is er nog niet). In beginsel is het fysiek aanpakken van de bodemkwaliteit - saneren of lichtere maatregelen - het meest effectief omdat deze permanent doorwerkt. Tegelijk is het aanpakken van publieke locaties effectiever dan individuele locaties, vanwege de opgetelde blootstellingsreductie van een groter aantal kinderen. Gedragsmaatregelen zijn minder effectief en moeilijk toetsbaar, maar gezien de lage kosten wel doelmatig. Dit leidt tot het advies om tenminste in te zetten op fysieke maatregelen op publieke locaties, vervolgens op fysieke maatregelen op particulier terrein waar kinderen verblijven, en daarnaast altijd actieve 

communicatie te blijven voeren. De gemeente heeft de intentie te sturen op doelmatigheid en beheersbaarheid, maar hiervoor zijn geen criteria aangewezen en er wordt in de voortgangsverslagen niet over gerapporteerd. Aanbeveling is om een systematisch programmamonitoring op te zetten en uit te voeren en de resultaten periodiek te rapporteren in de voortgangsverslagen. Criteria kunnen zijn: geschatte risicoreductie (duurzaamheid, bereik), kosten-baten verhouding van de maatregel, personeelsbelasting in relatie tot capaciteit, risico’s op extra kosten of lagere opbrengst, doorlooptijd, mate van afhankelijkheid van derden. Overigens zullen niet alle maatregelen op het niveau van grotendeels effectief en doelmatig komen, zelfs niet na opvolging van de

aanbevelingen. Dat is omdat het meten van het effect van communicatiemaatregelen erg lastig is en de medewerking van álle bewoners bij tuinaanpak onhaalbaar is. Er is landelijk versnipperd veel kennis over en ervaring met de aanpak van diffuus lood, bij overheden, GGD’s, RIVM en adviesbureaus. Aanbeveling is om deel te (blijven) nemen aan initiatieven voor kennisuitwisseling, zoals bijvoorbeeld een Community of Practice, regionaal bodemoverleg, bijeenkomsten van VNG-WEB of een vervolg op het VNG Programma Regionale schakelfuncties bodem.

De aanbevelingen op operationeel niveau zijn: 

Communicatie. De communicatie is enerzijds bedoeld als beheersmaatregel, namelijk gericht op bewustwording en gedragsverandering waarbij mensen gebruiksadviezen naleven op de plekken waar geen fysieke bodemverbetering heeft plaatsgevonden (zie ook Figuur 3.5). En anderzijds op het stimuleren van deelname aan het bodemonderzoeksprogramma en het uitvoeren van bodemkwaliteitsverbetering. Maak een meerjarig communicatieplan en stuur dat bij op basis van opgedane ervaringen. Blijf vol inzetten op verschillende communicatieuitingen, ontdek wat goed werkt en wat minder goed, en waar informatie nog toegankelijker of duidelijker gemaakt kan worden. Focus op de juiste doelgroep, zoals jonge stellen en jonge ouders, en op de probleemwijken met de hogere gehalten en/of de meeste kinderen. Gebruik de kanalen van de gemeente, omgevingsdienst en GGD maar zorg dat de informatie goed op elkaar afgestemd is en/of naar elkaar verwijst. Eventueel kan voorlichting over bodemlood gekoppeld worden aan informatievoorziening over loden leidingen of andere

verontreinigingen. Informatie. Borg de beschikbaarheid én vindbaarheid van informatie over loodgehalten en handelingsperspectief voor korte en de lange termijn. Bij voorkeur in een publiek toegankelijke applicatie zoals een web-viewer (bijvoorbeeld data.amsterdam.nl, maps.amsterdam.nl, het datadossier ondergrond, Mijn Amsterdam en/of website omgevingsdienst). Denk na over een vorm van informatieoverdracht bij transacties van woningen.

32/34

Kenmerk

R001-1290340MFM-V02-csr-NL

Aanpak speelplekken. Binnen het tuinen onderzoeksprogramma zou de mogelijkheid geboden kunnen worden om speelplekken aan te dragen, waardoor ook locaties die nog niet door de gemeente zijn geïdentificeerd meegenomen kunnen worden. Voor het geval er nieuwe speelplekken ontstaan, bijvoorbeeld door oprichting van een school of kinderdagverblijf, zouden de initiatiefnemers via de communicatiemaatregelen geïnformeerd moeten zijn over de bodemkwaliteit en beheersmaatregelen Aanpak tuinen. Inzetten op een zo hoog mogelijke responspercentage vanwege de

effectiviteit en doelmatigheid van het onderzoeksprogramma (vooral op plekken met hogere gehalten en/of veel kinderen en/of veel groene tuinen). Heroverwegen van het faciliteren van de aanpak van tuinen, gezien het lage aantal tuinen waar de subsidieregeling momenteel voor benut wordt. Sanering kan eventueel (deels / tijdelijk) vanuit eigen initiatief worden uitgevoerd (model Arnhem of Zaanstad). Ook kunnen andersoortige maatregelen worden overwogen, zoals het beschikbaar stellen van schone grond (bij ophogen), het gratis afvoeren van verontreinigde grond bij herinrichting van tuinen, het beschikbaar stellen van speelbakken met speelzand, met name voor bewoners die zelf graag willen. Gezien de hoeveelheid bezittingen is het inzetten op verdere samenwerking / aanjagen van woningcorporaties

waarschijnlijk effectief (dit vergt een andere benadering dan particuliere eigenaren, gekoppeld aan klimaat- en verduurzamingsopgaven, eventuele in de vorm van prestatieafspraken). Aanpak stadsparken. Na het bodemonderzoek zou een goede afweging gemaakt moeten

worden van de mate van risicoreductie in relatie tot de kosten, waardoor een effectieve maatwerkoplossing ontstaat. De programmatische aanpak combineren met de uitvoering van andere gemeentelijke programma’s, zoals klimaatadaptatie (waterberging, ophogen en vergroenen), bijvoorbeeld door herinrichting naar meer groen te combineren met sanering en/of aanleg van veilige speelplekken. Maar ook in gebiedsontwikkeling, bij beheer en onderhoud van openbaar gebied, werkzaamheden bij renovatie of energietransitie. Betrek bewoners actief bij de (combinatie van) programma’s, ook als onderdeel van de communicatie. De gemeente heeft in haar zelfreflectie in diverse rapporten talloze ideeën genoemd (en deels al toegepast) om de afzonderlijke maatregelen op uitvoeringsniveau te optimaliseren, zoals: 

Met nieuwe communicatie-initiatieven wijksgewijs het tuinenproject meer onder de aandacht brengen (in samenwerking met de gebiedsmakelaar en de communicatiemedewerkers van de stadsdelen per wijk), bijvoorbeeld door: -

Persbericht/reportage door verschillende media. Het zou zeer effectief kunnen zijn als er veel mediaaandacht ontstaat rondom lood in de bodem. Door die aandacht kunnen mensen zich bewust worden van de risico’s en maatregelen nemen om kinderen te beschermen.

-

Herhaling aanbod ‘Lood in de bodem-check’ via ansichtkaarten voor eerder aangeschreven tuinbezitters;

-

Extra aandacht rondom WHO-week van de loodvergiftiging (3e week van oktober);

-

Uitdelen van loodkruid bij tuincentra, om problematiek onder de aandacht te brengen

-

Werken aan een toegankelijke online kaart met informatie over lood in de bodem. Speelplaatsen zouden hierop apart zichtbaar moeten zijn.

33/34

Kenmerk

-

R001-1290340MFM-V02-csr-NL

Onderzoek naar de medewerking van bewoners in het tuinenprogramma (enquête), en via het monitoren van nieuws en sociale media en gesprekken met gebiedsmakelaars informatie verzamelen om de doelgroep beter te begrijpen en om de communicatie te verbeteren.

-

Naast de directe benadering zal in samenwerking met de gebiedsmakelaar en de communicatiemedewerkers van de stadsdelen per wijk naar aanvullende communicatiemogelijkheden worden gekeken.

Opties voor nadere uitwerking -

Gratis aanbieden van schone tuingrond. Dit ziet de gemeenten in potentie als een zeer effectieve maatregel omdat daarbij ook bodemdaling wordt gecompenseerd, de klimaatadaptatie door regenwateropvang wordt gestimuleerd en dit ook leidt tot een groenere stad met meer biodiversiteit. Eventuele beperkingen en hindernissen zouden moeten worden geïnventariseerd en meegewogen in de planvorming.

-

Gratis aanbieden van zandbakjes voor kinderen;

-

Vergroten bekendheid met verontreinigingssituatie en zichtbaarheid programmatische aanpak lood in bodem, bijvoorbeeld door meer aansluiting te zoeken bij buurtinitiatieven rondom de leefomgeving;

-

Contact zoeken met aannemers, makelaars en tuincentra;

-

Campagne bij consultatiebureaus/huisartsen

Samenwerking met rainproof en onttegelingsacties;

Communicatie binnen de gemeentelijke organisatie;

Samenwerking met stadslandbouwinitiatieven;

Kinderdagverblijven kunnen altijd meedoen aan het tuinenprogramma. Stuur alle kinderdagverblijven eens per 3 jaar een reminder met informatie over lood en het advies om bij herinrichting onderzoek te doen. Als ze opnieuw hebben ingericht zonder onderzoek te doen, dan alsnog onderzoek uitvoeren. Mogelijkheid bekijken of in samenhang met regelgeving over kinderdagverblijven, waarbij zij regelmatig een risicoevaluatie maken, bodemverontreiniging daarin meegenomen kan worden.

Onderzoeken van de verschillen in gemiddelde gehaltes tussen de resultaten van het loodonderzoek kinderspeelplaatsen, het tuinenonderzoek en de bodemkwaliteitskaart. Zo mogelijk verbeteren van de risicoinschatting

Organiseren van een terugkerende roadshow binnen de gemeentelijke organisatie om bij (her)inrichting van de openbare ruimte en schoolpleinen rekening te houden met lood

Ontwikkel een methode om de risico’s van loodverontreiniging te kwantificeren en de effectiviteit van maatregelen te kunnen meten.

Loop alle locatiebezoekrapporten van speeltuinen langs waar besloten is om geen onderzoek te laten uitvoeren, en heroverweeg deze beslissing indien de gegevens daar aanleiding toe geven

Aanpakken van de plekken met de hoogste concentraties en het meest intensieve gebruik aangepakt in stadsparken en, waar mogelijk, op een moment dat het park wordt onderhouden.

34/34

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14623803/1