Bijlage 1B - Bijlagen bij Programma van Eisen concessie Amsterdam 2025 [med verkleind].pdf
Tekst van het document
BIJLAGE 1: PRESTATIETABEL
pagina 148 van 161
Bijlage 1: Prestatietabel
Fijnmazigheid: Beschikbaarheid naar plaats
De fijnmazigheid van het OV-systeem in stand houden
Percentage adressen binnen een straal van (werkgebieden en woongebieden): • 800 meter van een Halte van een HOV-lijn of Verbindende lijn • 400 meter van een Halte van een Ontsluitende lijn
Ontwikkel tafels
J
2
J
3
X
Overig
Inclusief OVsysteem
Targets / normen / eisen
Reizigers
KPIs
Vervoer
Doelen / mijlpalen
Vorm van levering
Subdoelen
FrequenDe levering
1
Hoofdopgaven voor het OVsysteem & overige doelen
X
90% 90%
OntsluiFng van alle adressen in het Concessiegebied met het Dagnet van het Openbaar Vervoer (als % van alle adressen).
96%
Maximale werkelijke loopafstand van een Zorginstelling naar een toegankelijke Halte
250 meter
Percentage adressen in Woongebieden binnen een straal van 800 meter van een Halte dat door een Nachtlijn bediend wordt
80%
Gelijkwaardigheid
Mensen voelen zich welkom, ongeacht hun gender, etniciteit, naFonaliteit, leeWijd, sociaal niveau, fysieke of mentale gesteldheid, seksuele oriëntaFe of geloofsovertuiging
•
Nog te ontwikkelen
Toegankelijkheid
Mensen ervaren geen fysieke drempels om met het OV te reizen.
• • • • •
% toegankelijke Haltes Reizigersoordeel gemak instappen Bus Reizigersoordeel gemak instappen Tram Reizigersoordeel gemak instappen Metro Nog te ontwikkelen voor niet reizigers
27% 2024 en 60% 2030 Min.93,9% geeW min. een 7,01 Min.91,7% geeW min. een 7,0 Min.92,2% geeW min. een 7,0
J
2/ 3
X
Begrijpelijkheid
InformaFe over het verloop van hun reis van begin tot eind is begrijpelijk en duidelijk voor mensen, ook in geval van verstoringen.
• • • •
Reizigersoordeel informaFe op de Halte Bus Reizigersoordeel informaFe op de Halte Tram Reizigersoordeel informaFe op staFon Metro Reizigersoordeel info in het Voertuig Bus
Min. 78,9% geeW min. een 7,0 Min. 77,1% geeW min. een 7,0 Min. 79,4% geeW min. Een 7,0 Min. 79,5% geeW min. een 7,0 Min. 82,4% geeW min. Een 7,0
J
2
X
zie eindnoot onder aan de bijlage
1
• • • • •
Betaalbaarheid
Aantrekkelijk OVsysteem
FrequenDe en bedienings-periode: Beschikbaarheid naar Djd
Snelheid
Betrouwbaarheid en robuustheid HOV-Lijnen meer sturen op regelmaat en lage
Reizigersoordeel info in het Voertuig Tram Reizigersoordeel info in het Voertuig Metro Reizigersoordeel voor reisinformaFe bij vertragingen/andere problemen Bus Reizigersoordeel voor reisinformaFe bij vertragingen/andere problemen Tram Reizigersoordeel voor reisinformaFe bij vertragingen/andere problemen Metro
Min. 75,6% geeW min. Een 7,0 Min. 42,5% geeW min. Een 7,0 Min. 43,7% geeW min. Een 7,0
Min. 40,3% geeW min. Een 7,0
• •
Taalniveau reisinformaFe Talen reisinformaFe
Het voertuigvolgsysteem verstrekt Fjdige en volledige informaFe over uitgevoerde Riben .
•
% riben waarover Fjdige en volledige informaFe is verstrekt
Tarieven vormen geen financiële drempel om met het OV te reizen.
• • • •
Reizigersoordeel prijs van de Rit Bus Reizigersoordeel prijs van de Rit Tram Reizigersoordeel prijs van de Rit Metro Nog te ontwikkelen voor niet reizigers
Min. 42,9% geeW min. Een 7,0 Min. 39,0% geeW min. Een 7,0 Min. 35,4% geeW min. Een 7,0
•
Ontwikkeling index OV-tarieven t.o.v. index autokosten?
Nog te ontwikkelen
De bedieningsFjden en frequenFes van het OV sluiten aan bij de wensen van inwoners en bezoekers
• • •
Taalniveau info max B1 Nederlands/ Engels > 99,5%
M
1
X
J
2/ 3
X
J
2
X
J
2
X
Reizigersoordeel frequenFe Bus Reizigersoordeel frequenFe Tram Reizigersoordeel frequenFe Metro
Min. 71,9% geeW min. een 7,0 Min. 76,1% geeW min. een 7,0 Min. 70,2% geeW min. een 7,0
Nog te ontwikkelen: • Reizigersoordeel bedieningsFjden Tram • Reizigersoordeel bedieningsFjden Tram • Reizigersoordeel bedieningsFjden Metro
Nog te ontwikkelen: Min. xx% geeW min. een 7,0 Min. xx% geeW min. een 7,0 Min. xx% geeW min. een 7,0
• • •
Reizigersoordeel reissnelheid van de Rit Bus Reizigersoordeel reissnelheid van de Rit Tram Reizigersoordeel reissnelheid van de Rit Metro
Min. 88,6% geeW min. een 7,0 Min. 77,5% geeW min. een 7,0 Min. 85,3% geeW min. een 7,0
• • • •
Snelheid Verbindende lijn buiten de A10 Snelheid HOV-buslijn of metrolijn Snelheid HOV tramlijn binnen A10 Snelheid HOV hele tramlijn
20 km/h of hoger 25 km/h of hoger 20 km/h of hoger 25 km/h of hoger
•
VF-factor HOV-Lijnen
< 1 voor HOV-lijnen
Riben van HOV-Lijnen, Verbindende Lijnen en Ontsluitende Lijnen en van Nachtlijnen vertrekken niet eerder vanaf een beginhalte en/of een Knooppunt dan is vastgelegd in de Geldende Dienstregeling.
•
# te vroeg vertrokken van beginhalte en/of knooppunt % te vroeg vertrokken van beginhalte en/of knooppunt
# en % te vroeg van beginhalte en/of knooppunt = 0
M
1
X
Bij afwijkingen van Dienstregeling op een HOV-Lijn die op het moment van Rituitval een minimale frequenFe
•
OpvolgFjd tussen riben bij afwijkingen
Interval mag niet meer toenemen dan 3 minuten op
M
1
X
Om het OV te kunnen laten concurreren met de (privé)auto, moet reisFjd met OV waar mogelijk worden verkort.
•
2
rijFjdspreiding i.p.v. punctualiteit; Bij inclusieve en Verbindende Lijnen voorkomen dat Riben te vroeg vertrekken.
van Fen Riben per uur en richFng heeW, mag de Fjd tussen twee opeenvolgende Riben van deze HOV-Lijn op het Beginpunt en op Knooppunten maximaal drie minuten afwijken van het interval volgens de Geldende Dienstregeling. Vertrekpunctualiteit van Riben van HOV-Lijnen moeten binnen 30 seconden na de vertrekFjd die in de Geldende Dienstregeling is vastgelegd vanaf de beginhalte vertrekken. En binnen 120 seconden na de vertrekFjd die in de Geldende Dienstregeling is vastgelegd vanaf een Knooppunt.
beginpunt en/of knooppunt van HOV-lijn
• • • • • • • •
% riben te laat vertrokken beginhalte HOV % riben te laat vertrokken knooppunt HOV % riben te laat vertrokken beginhalte Verb. % riben te laat vertrokken knooppunt Verb. % riben te laat vertrokken beginhalte Ontsl. % riben te laat vertrokken knooppunt Ontsl. % riben te laat vertrokken beginhalte Nacht. % riben te laat vertrokken knooppunt Nacht.
% te laat (HOV-lijn) < 10% % te laat van een Verbindende Lijn < 14% % te laat van een Ontsluitende Lijn of een Nachtlijn < 18%
Bij vertraging van een Rit van een Lijn of van een trein waarop een Rit van een Ontsluitende Lijn of een Nachtlijn op een Knooppunt volgens de Geldende Dienstregeling AansluiFng biedt, wacht de laatstgenoemde Rit zo lang op het Knooppunt als nodig is om Reizigers te laten overstappen, maar vertrekt binnen maximaal 300 seconden na de vertrekFjd die in de Geldende Dienstregeling is vastgelegd van het Knooppunt. Als dit geen knooppunt is, dan geldt een max van 180 sec.
•
Totaal aantal riben dat vanwege een aansluiFng moet wachten Aantal riben dat vanwege een aansluiFng moet wachten maar te vroeg vertrekt
Elke HOV-Lijn heeW een gemiddelde rijFjdspreiding met een standaarddeviaFe van 1,05% ten opzichte van de gemiddelde rijFjdspreiding van alle Lijnen.
•
Vertrekpunctualiteit van Riben van Verbindende en Ontsluitende Lijnen en Riben van Nachtlijnen moeten binnen 120 seconden na de vertrekFjd die in de Geldende Dienstregeling is vastgelegd vanaf de beginhalte vertrekken. En binnen 180 seconden na de vertrekFjd die in de Geldende Dienstregeling is vastgelegd vanaf een Knooppunt.
•
•
M
1
X
M
1
X
Aandeel riben dat te vroeg vertrekt: 0%
M
1
X
Gemiddelde rijFjdspreiding met een max standaard deviaFe van 1,05% Standaard deviaFe van de gemiddelde rijFjd HOV
Maximale standaard deviaFe van 1,05%
M
1
X
Op iedere Rit mag de aangeboden capaciteit niet lager zijn dan de minimale capaciteit die is vastgelegd in de Geldende Dienstregeling, tenzij Concessieverlener vooraf met inzet van lagere capaciteit heeW ingestemd.
•
Riben waarop minder capaciteit is ingezet dan in de Dienstregeling is opgenomen
Aantal riben met lagere aangeboden capaciteit dan minimale vereiste (excl. uitzonderingen) = 0
M
1
X
Op iedere Lijn in iedere richFng Fjdens ieder uur van de Dag en Nacht op het drukste punt mag gemiddeld niet meer dan 60% van het maximale aantal zit- en staanplaatsen in de Voertuigen bezet zijn, die Fjdens het desbetreffende uur voor de uitvoering van de Riben van de desbetreffende Lijn in de desbetreffende richFng ingezet worden.
•
Gem. bezerngsgraad per uur op drukste punt in drukste richFng per lijn % beloofde capaciteit geleverd Bezerng & bezerngsgraad per Rit per Halte tussen de Beginhalte en Eindhalte Zwaartepunt vervoerstroom per lijn en per traject
<60% van maximaal aantal ziten staanplaatsen
M
1
X
• • •
3
•
RelaFestaFsFek (lijn)
De Concessiehouder vervoert met de eerstkomende Rit van een Lijn alle Reizigers, alsmede de door hen meegevoerde handbagage en levende dieren, die zich op een Halte of StaFon bevinden om te reizen met de desbetreffende Rit van de desbetreffende Lijn (met in achtneming van de Algemene voorwaarden stads- en streekvervoer 2015 of diens opvolger(s)).
•
Aantal riben waarbij Concessiehouder zich niet aan de vervoergaranFe heeW kunnen houden waardoor bij de halte één of meerdere reizigers zijn blijven staan.
0
M
2
X
Concessiehouder zorgt ervoor dat % Rituitval, in enig kwartaal, alFjd voldoet aan: • in totaal niet meer dan 0,5% van het totaal aantal in de Geldende Dienstregeling opgenomen Dienstregelingkilometers bedraagt; en • per Ontsluitende Lijn, HOV-Lijn of Nachtlijn niet meer dan 0,5% van het aantal in de Geldende Dienstregeling opgenomen Dienstregelingkilometers van de betreffende Lijn bedraagt; en • per Verbindende Lijn niet meer dan 1,0% van het aantal in de Geldende Dienstregeling opgenomen Dienstregelingkilometers van de betreffende Lijn bedraagt.
• • •
% rituitval totaal % rituitval per modaliteit % rituitval per lijn
% rituitval totaal < 0,5% % rituitval per Ontsluitende Lijn, HOV-Lijn of Nachtlijn < 0,5% % rituitval per Verbindende Lijn <1,0%
M
1
X
In geval van een Gegarandeerde AansluiFng garandeert de Concessiehouder dat Reizigers op het Aansluitpunt kunnen overstappen op de aansluitende Rit. De Concessiehouder kan aan deze Gegarandeerde AansluiFng op verschillende manieren invulling geven: • Aansluitende Rit blijW op het Aansluitpunt wachten tot de Reizigers uit de vertraagde Rit zijn overgestapt; • Vertraagde Reizigers kunnen binnen 20 minuten na aankomst op het Aansluitpunt verder reizen met de eerstvolgende Rit of een extra Rit van de Lijn waarop zij willen overstappen of op een Rit van een andere Lijn die hun uitstaphalte binnen 20 minuten na aankomst van de Rit waarop zij willen overstappen bedient; • Concessiehouder biedt Vervangend Vervoer.
•
Aantal vervallen overstapmogelijkheden bij Gegarandeerde AansluiFngen
0 vervallen overstapmogelijkheden bij Gegarandeerde AansluiFngen
M
2
X
Vervoerder zet Vervangend Vervoer in waar dat volgens de organisaFe van en regeling voor Vervangend Vervoer in Reizigershandvest nodig is
•
Aantal keer dat geen Vervangend Vervoer is ingezet waar dat volgens de organisaFe van en regeling voor Vervangend Vervoer in Reizigershandvest wel nodig was geweest
0
M
1/ 2
X
4
Veilig OV-systeem
Gemak
Een reis met het OV moet mensen zo min mogelijk inspanning kosten.
• • • • • •
Reizigersoordeel gemak kopen vvbewijs bus Reizigersoordeel gemak kopen vvbewijs Tram Reizigersoordeel gemak kopen vvbewijs Metro Reizigersoordeel vinden zitplaats Bus Reizigersoordeel vinden zitplaats Tram Reizigersoordeel vinden zitplaats Metro
Min. 80,7% geeW min. een 7,0 Min. 80,1% geeW min. een 7,0 Min. 82,2% geeW min. Een 7,0 Min. 88,4% geeW min. een 7,0 Min. 82,4% geeW min. een 7,0 Min. 77,9% geeW min. een 7,0
J
2
X
Comfort
Voertuigen, Haltes en MetrostaFons moeten als comfortabel en schoon ervaren worden.
• • • • • • • • •
Reizigersoordeel netheid Voertuig Bus Reizigersoordeel netheid Voertuig Tram Reizigersoordeel netheid Voertuig Metro Reizigersoordeel geluid in Voertuig Bus Reizigersoordeel geluid in Voertuig Tram Reizigersoordeel geluid in Voertuig Metro Reizigersoordeel klimaat in Voertuig Bus Reizigersoordeel klimaat in Voertuig Tram Reizigersoordeel klimaat in Voertuig Metro
81,7% geeW minimaal een 7,0 80,8% geeW minimaal een 7,0 65,8% geeW minimaal een 7,0 69,9% geeW minimaal een 7,0 61,4% geeW minimaal een 7,0 55,5% geeW minimaal een 7,0 73,4% geeW minimaal een 7,0 61,7% geeW minimaal een 7,0 64,2% geeW minimaal een 7,0
J
2
X
Sociale veiligheid
Reizigers en personeel voelen zich veilig in en rond het OV en het aantal ABC incidenten is minimaal
• • • • • • • • •
Reizigersoordeel veiligheidsgevoel OV Bus Reizigersoordeel veiligheidsgevoel OV Tram Reizigersoordeel veiligheidsgevoel OV Metro Reizigersoordeel veiligheidsgevoel Rit Bus Reizigersoordeel veiligheidsgevoel Rit Tram Reizigersoordeel veiligheidsgevoel Rit Metro Reizigersoordeel veiligheidsgevoel Halte Bus Reizigersoordeel veiligheidsgevoel Halte Tram Reizigersoordeel veiligheidsgevoel Metrostat.
70,8% geeW minimaal een 8,0 69,0% geeW minimaal een 8,0 57,3% geeW minimaal een 8,0 79,3% geeW minimaal een 8,0 77,8% geeW minimaal een 8,0 67,1% geeW minimaal een 8,0 68,2% geeW minimaal een 8,0 67,3% geeW minimaal een 8,0 56,0% geeW minimaal een 8,0
J/ 2J
2
X
•
Percentage reizigers dat in het afgelopen jaar slachtoffer is geweest van een Incident
Norm nog te ontwikkelen
•
Gevoel van veiligheid onder Personeel (tweejaarlijks)
Gemiddeld minimaal een 7,5
•
# geregistreerde ABC incidenten per locaFe, per dag, per FjdsFp, per benadeelde parFj
Nog te ontwikkelen
Service- en Veiligheids-medewerkers worden ingezet per locaFe, FjdsFp en variërend over de verschillende Modaliteiten, gebaseerd op informaFe over Incidenten.
•
Jaarlijks aantal fullFme-equivalenten (We’s) aan personeel dat volledig ter beschikking wordt gesteld voor het houden van toezicht, verlenen van service en het uitvoeren van (incidentele) kaartcontroles
Conform vastgesteld AcFeplan Sociale Veiligheid
HJ
2
X
Bij open of semi-open instapregime, moet controlekans op die Lijn ten minste 3% zijn.
•
% gecontroleerde reizigers bij open of semiopen instapregime
Ten minste 3% van de reizigers per lijn
HJ
2
X
Per lijn of traject maximaal % reizigers per kwartaal zonder geldig Vervoerbewijs.
• •
% Reizigers zonder geldig Vervoerbewijs: Voor lijnen met een open instapregime (alle modaliteiten)
Open instap (alle mod) < 4%
HJ
2
X
• •
Voor metrolijnen zonder open instapregime Voor tramlijnen zonder open instapregime
Zonder open instapregime per modaliteit: Modaliteit Metro,< 2%
5
Fysieke veiligheid
•
Voor buslijnen zonder open instapregime
Modaliteit Tram < 1,5% Modaliteit Bus < 0,8%
Toename meldingsbereidheid personeel van incidenten.
•
% meldingsbereidheid
SFjging meldingsbereidheid met ten minste 2,5% per twee jaar tot een niveau boven de 95%.
2J
2
Aantal ernsFge verkeersslachtoffers richFng 2050 (vrijwel) tot nul reduceren
•
# ernsFge verkeersslachtoffers bij incidenten met OV voertuigen
Afname (evt. kwanFficeren)
J
2
X
Aantal incidenten in en rond het OV verminderen
• • • •
Duurzaam OVsysteem
Aantal Incidenten Railveiligheid Aantal Incidenten Brandveiligheid Aantal Incidenten Elektrotechnische veiligheid Aantal Incidenten Arboveiligheid
X
Afname (evt. kwanFficeren) Afname (evt. kwanFficeren) Afname (evt. kwanFficeren) Afname (evt. kwanFficeren)
Digitale veiligheid
Betrouwbare, transparante en veilige toepassing van digitale systemen in Voertuigen en digitale klantsystemen zodat de vertrouwelijkheid van persoonsgegevens geborgd is
•
Nog te ontwikkelen
Nog te ontwikkelen
J
2
X
Uitstoot schadelijke stoffen
Alle voertuigen die de Concessiehouder inzet voor de uitvoering van de Concessie zijn volledig Zero-emissie
• •
% ZE bussen % overige voertuigen ZE
J
2
X
• •
% DRKms ZE Energieverbruik Totaal Voertuigen (in kWh)
% ZE bussen = 100% % overige voertuigen ZE = 100% % DRKms ZE = 100% dalend
Zero-emissievoertuigen maken voor 100% gebruik van Hernieuwbare Energie.
•
% Hernieuwbare Energie ZE voertuigen
% Hernieuwbare Energie = 100%
J
2
X
Verminderen uitstoot van schadelijke stoffen. *fijnstof, sFkstof, …)
•
Uitstoot schadelijke stoffen (overige) voertuigen en overige apparaten
Steeds dalend
J
2
X
Energieverbruik
Streven naar een jaarlijks dalend energieverbruik bij de uitvoering van de Concessie.
•
Energieverbruik Totaal Concessie (in kWh)
Steeds dalend
J
2
X
Circulariteit
Concessiehouder koopt vanaf het begin van de Concessie 50% circulair in bij opdrachten met materiële componenten en vanaf kalenderjaar 2030 100%.
•
rapporteren over de in- en uitstroom van grondstoffen en materialen, minimaal voorzien van een grondstofstromenanalyse
Minimaal 50% circulair bij opdrachten met materiële componenten en vanaf kalenderjaar 2030 100%.
J
2
X
•
rapporteren over de in- en uitstroom van grondstoffen en materialen, minimaal voorzien van een grondstofstromenanalyse
•
Nog te ontwikkelen
J
2
X
Inzeben van zo min mogelijk grondstoffen Biodiversiteit
Verslechtering van de biodiversiteit in het concessiegebied moet zoveel mogelijk voorkomen worden.
Afname aandeel
6
Geluid en trillingen
Met het oog op de gezondheid van inwoners van het Concessiegebied is het van belang om geluids- en trillinghinder tot een minimum te beperken.
•
Aantal gegronde klachten vanwege geluids- en trillinghinder
Nog te ontwikkelen
J
2
X
Klimaat-adapDviteit
Het OV-systeem moet zo goed mogelijk voorbereid zijn op extreme weersomstandigheden. Het is belangrijk dat het Openbaar Vervoer ook in die omstandigheden blijW rijden, mits dit veilig kan.
•
% uitgevoerde riben bij weeralarm code geel
100%
J
2
X
Rol van het OVsysteem binnen het mobiliteitssysteem van de toekomst
De Concessieverlener zet samen met de Concessiegemeenten in op het sFmuleren van lopen, fietsen en gebruik van het Openbaar Vervoer en andere vormen van Publieke Mobiliteit ten koste van het (privé)autogebruik.
•
Nog te ontwikkelen
J
3
X
Ruimtelijke inpassing en aansluiDng
Er moet Fjdig voldoende Openbaar Vervoer zijn om ruimtelijke ontwikkelingen in het Concessiegebied te faciliteren
•
Nog te ontwikkelen
3
X
Ruimtelijke spreiding van de vervoervraag
Meer lopen, fietsen en OV-gebruik en minder axankelijkheid van de (privé)auto – conform het STOMP-principe.
•
Nog te ontwikkelen
3
X
Spreiding van de vervoervraag in de Djd (spitsmijden)
Spitsmijden: de vervoervraag wordt zo goed mogelijk in de Fjd gespreid.
•
Aandeel Reizigers op werkdagen tussen 8:00 en 9:00 uur in het totaal aantal Reizigers
Hinder van het OVsysteem voor de omgeving
Visuele hinder door het OV-systeem beperken en OVsysteem mag geen barrières opwerpen voor inwoners en bezoekers van het Concessiegebied
•
Nog te ontwikkelen
KlanQevredenheid
Reizigers tevreden
Hoge reizigerstevredenheid
• • •
Reizigersoordeel-tevredenheid Bus Reizigersoordeel-tevredenheid Tram Reizigersoordeel-tevredenheid Metro
Min. 90,7% geeW min. een 7,0 Min. 89,5% geeW min. een 7,0 Min. 87,4% geeW min. een 7,0
J
2
X
Klachten
KlachtaRandeling
Minder klachten van Reizigers
•
# klachten (ook o.b.v. aard)
Afname
M
2
X
Binnen 5 Werkdagen bevesFging naar de klachtinbrengende reiziger sturen dat de klacht in behandeling is genomen
•
# klachten niet bevesFgd ‘in behandeling’ binnen 5 werkdagen
Aantal klachten dat niet binnen 5 werkdagen in behandeling is genomen = 0
Binnen 20 werkdagen na indiening klachten op correcte wijze axandelen, zonder daarbij onderscheid te maken tussen klachten en resFtuFeverzoeken
•
# klachten niet afgehandeld binnen 20 werkdagen
Aantal klachten dat niet binnen 20 werkdagen op correcte wijze is afgehandeld = 0
Reizigers
Meer Reizigers op korte en lange termijn.
• •
# instappers # RKms (ook op SOV)
Jaarlijks x% groei / in 20xx minimaal y% groei (Invullen na bieding concessiehouder)
M
1
Opbrengsten
SFjging van de opbrengsten
•
Opbrengsten totaal
xx mln. euro in jaar x (prijspeil 2024) (Invullen na bieding concessiehouder)
M
2
OV-systeem passend bij haar omgeving
OV gebruik en opbrengsten
Afname aandeel
M
2
X
3
X
7
Legenda frequenFe levering:
W = Wekelijks; M = Maandelijks; K = Kwartaal; HJ = HalfJaarlijks; J = Jaarlijks; 2J = TweeJaarlijks
Legenda vorm van levering:
1 = via dashboard; 2 = rapportage; 3 = te ontwikkelen door de concessieverlener
Concessieverlener bepaalt jaarlijks op basis van de OV-Klantenbarometer, en eventueel belevingsmonitor, of diens opvolger en de daarin onderscheiden uitvoeringsaspecten het reizigersoordeel ten aanzien van de uitvoering van het Openbaar Vervoer. De normwaarde voor de KPI’s over reizigersoordelen is uitgedrukt in het percentage Reizigers dat in enig kalenderjaar een oordeel van ten minste 7,0 (op een schaal van 1 tot 10) geeW. Voor de specifieke KPI’s voor reizigersoordelen over Sociale Veiligheid is de normwaarde uitgedrukt in het percentage Reizigers dat in enig kalenderjaar een oordeel van ten minste 8,0 (op een schaal van 1 tot 10) geeW.
8
BIJLAGE 2: PLANPROCEDURE 1
2
3
4
5
6
Artikel 118 Procedure vaststelling/toetsing De Concessiehouder legt een ontwerpversie van de navolgende plannen, voorstellen en procedures uiterlijk op de in Tabel 4 aangegeven data ter vaststelling aan de Concessieverlener voor: a. Vervoerprognose; b. Ontwikkelplan, waarbij geldt dat het Ontwikkelplan voor de periode 2025-2027 onderdeel is van de Bieding; c. Strategisch Materieelplan, Strategisch Vastgoedplan en Strategisch ICT-plan; d. Meerjaren Investeringsplan; e. Jaarplan Vervoer; f. Jaarplan Reizigers inclusief Tariefvoorstel; g. Actieplan Sociale Veiligheid h. Jaarplan Overige onderwerpen; i. Jaarplan Strategische Activa; j. procedure klachtenafhandeling, uiterlijk op 1 oktober 2024; en k. voorstel voor consultatie Reizigers en belanghebbenden, uiterlijk op 1 oktober 2024. De Concessiehouder legt een ontwerpversie van de volgende plannen en rapportages uiterlijk op de aangegeven datum ter toetsing aan de Concessieverlener voor: a. Distributieplan, uiterlijk op 1 september in de jaren 2024, 2026 en 2031 en verder uiterlijk 1 jaar voor het afschaffen of de uitfasering van de OV-Chipkaart; b. Personeelsplan, uiterlijk op 1 juli van het Dienstregelingjaar voorafgaand aan de ingangsdatum van de 2 Dienstregelingjaren waarop het Personeelsplan betrekking heeft; c.
ter goedkeuring: VeiligheidsBeheerSysteem, uiterlijk op 1 juli 2023, vervolgens een jaarlijkse actualisatie uiterlijk op 1 juli; d. Kwartaalrapportage Strategische Activa; e. Kwartaalrapportage Sociale Veiligheid; en f. rapport ‘Jaarmeting Strategische Activa’. Voordat de Concessiehouder een ontwerpversie van een plan, voorstel of procedure zoals genoemd in lid 1 onder sub b, e, f, g, en h, ter vaststelling respectievelijk toetsing aan de Concessieverlener voorlegt, vraagt de Concessiehouder de Reizigers Advies Raad ten minste 6 weken voor de tabel 1 genoemde datum om schriftelijk advies. De Concessiehouder voegt een afschrift van het advies en de manier waarop hij hiermee om wenst te gaan, bij de ontwerpversie van het betreffende plan, voorstel of procedure dat hij ter vaststelling of toetsing aan de Concessieverlener voorlegt. De Concessieverlener deelt binnen 3 weken na ontvangst van een ontwerpversie van een plan, voorstel, procedure of rapportage aan de Concessiehouder mede of deze ontwerpversie voor vaststelling in aanmerking komt dan wel aan de toetsingscriteria voldoet, zowel wat betreft de inhoud als wat betreft de motivering.
In het geval de Concessieverlener meedeelt dat de ontwerpversie niet voor vaststelling in aanmerking komt respectievelijk niet aan de toetsingscriteria voldoet, motiveert de Concessieverlener de onderdelen waarop de ontwerpversie niet voldoet en de aanpassingen die de Concessieverlener ten minste noodzakelijk acht om het betreffende plan of voorstel of de betreffende procedure of rapportage te kunnen vaststellen respectievelijk aan de toetsingscriteria te laten voldoen. Na de mededeling als bedoeld in lid 5 legt de Concessiehouder binnen 4 weken een herziene ontwerpversie van het betreffende plan of voorstel of de betreffende procedure
pagina 149 van 161
7
8
9
of rapportage waarin de aanpassingen als bedoeld in lid 5 zijn doorgevoerd ter vaststelling dan wel toetsing voor aan de Concessieverlener. De Concessieverlener deelt binnen 3 weken na ontvangst van de herziene ontwerpversie van een plan, voorstel, procedure of rapportage zoals bedoeld in lid 6 aan de Concessiehouder mede of hij de aanpassingen als bedoeld in lid 5 ten genoegen van de Concessieverlener heeft doorgevoerd. Indien dit het geval is stelt de Concessieverlener het betreffende plan of voorstel of de betreffende procedure of rapportage vast respectievelijk deelt de Concessieverlener aan de Concessiehouder mede dat het betreffende plan of voorstel of de betreffende procedure of rapportage aan de toetsingscriteria voldoet. Ingeval de Concessiehouder in de herziene ontwerpversie van een plan, voorstel, procedure of rapportage de aanpassingen als bedoeld in lid 5 niet ten genoegen van de Concessieverlener heeft doorgevoerd of niet tijdig een herziene ontwerpversie van een plan, voorstel of procedure heeft ingediend, dan stelt de Concessieverlener het betreffende plan of voorstel of de betreffende procedure of rapportage naar eigen inzicht vast. De Concessiehouder dient zich maximaal in te spannen om in afstemming met de Concessieverlener tijdens de looptijd van de Concessie de looptijden van de in Tabel 4 opgenomen plannen te stroomlijnen.
De Concessiehouder mag voorstellen bij de Concessieverlener indienen om Planprocedures ten behoeve hiervan aan te passen. De Concessieverlener stelt dergelijke voorstellen al dan niet vast.
pagina 150 van 161
Plannen en rapportage s 2023 Vervoerprognose - Uiterste moment van indienen Besluitmome nt vaststelling
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
2031
2032
2033
2034
2035
1/12
1/12
1/12
1/12
1/12
1/12
1/12
1/12
1/12
1/12
1/12
1/12
1/12
15/1
15/1
15/1
15/1
15/1
15/1
15/1
15/1
15/1
15/1
15/1
15/1
15/1
Ontwikkelplan - Uiterste verzendmom ent Kaderbrief - Uiterste moment van indienen Besluitmome nt vaststelling Geldigheidsd uur
24/5
15/1
15/1
26/7
1/7
1/7
31/10
1/9
1/9
2025-2027
2028-2031
2032-2035
Strategisch Activaplan - Uiterste moment van indienen Besluitmome
1/10
1/10
1/10
1/10
1/10
1/10
1/10
1/10
1/10
1/10
1/10
1/10
15/11
15/11
15/11
15/11
15/11
15/11
15/11
15/11
15/11
15/11
15/11
15/11
pagina 151 van 161
Plannen en rapportage s
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
2031
2032
2033
2034
2035
1/10
1/10
1/10
1/10
1/10
1/10
1/10
1/10
1/10
1/10
1/10
1/10
15/11
15/11
15/11
15/11
15/11
15/11
15/11
15/11
15/11
15/11
15/11
15/11
15/10
15/10
1/10
15/10
15/10
15/10
15/10
15/10
15/10
15/10
1/2
1/2
1/2
1/2
1/2
1/2
1/2
1/2
1/2
1/2
1/2
15/3
15/3
15/3
15/3
15/3
15/3
15/3
15/3
15/3
15/3
15/3
1/4
1/4
1/4
1/4
1/4
1/4
1/4
1/4
1/4
1/4
1/4
nt vaststelling
Meerjaren Investeringsplan - Uiterste moment van indienen Besluitmome nt vaststelling
Actieplan Sociale Veiligheid (jaarlijks) - Uiterste moment van indienen conceptversi e - Uiterste moment van indienen definitieve versie Besluitmome nt vaststelling
15/10
Jaarplan Vervoer - Uiterste moment van indienen
pagina 152 van 161
Plannen en rapportage s
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
2031
2032
2033
2034
2035
15/6
15/6
15/6
15/6
15/6
15/6
15/6
15/6
15/6
15/6
15/6
1/9
1/9
1/9
1/9
1/9
1/9
1/9
1/9
1/9
1/9
1/9
15/11
15/11
15/11
15/11
15/11
15/11
15/11
15/11
15/11
15/11
15/11
1/7
1/7
1/7
1/7
1/7
1/7
1/7
1/7
1/7
1/7
1/7
30/9
30/9
30/9
30/9
30/9
30/9
30/9
30/9
30/9
30/9
30/9
1/10
1/10
1/10
1/10
1/10
1/10
1/10
1/10
1/10
1/10
1/10
1/10
15/11
15/11
15/11
15/11
15/11
15/11
15/11
15/11
15/11
15/11
15/11
15/11
Besluitmome nt vaststelling
Jaarplan Reizigers - Uiterste moment van indienen Besluitmome nt vaststelling
Jaarplan Overige onderwerpen - Uiterste moment van indienen Besluitmome nt vaststelling
Jaarplan Strategische Activa - Uiterste moment van indienen Besluitmome nt vaststelling
Kwartaalrapportage Strategische Activa pagina 153 van 161
Plannen en rapportage s
2023
2024
2025
2026
2027
- Uiterste moment van indienen
2028
2029
2030
2031
2032
2033
2034
2035
Zes (6) weken na afloop van ieder kwartaal
Jaarmeting Strategische Activa - Uiterste moment van indienen rapport Besluitmome nt vaststelling
31/12
31/12
31/12
31/12
31/12
31/12
31/12
31/12
31/12
31/12
31/12
31/12
31/1
31/1
31/1
31/1
31/1
31/1
31/1
31/1
31/1
31/1
31/1
31/1
1/10
1/10
1/10
1/10
1/10
1/10
1/10
1/10
1/10
1/10
1/10
1/10
15/11
15/11
15/11
15/11
15/11
15/11
15/11
15/11
15/11
15/11
15/11
15/11
1/10
1/10
1/10
1/10
1/10
1/10
1/10
1/10
1/10
1/10
1/10
1/10
15/11
15/11
15/11
15/11
15/11
15/11
15/11
15/11
15/11
15/11
15/11
15/11
Strategisch Activaplan - Uiterste moment van indienen Besluitmome nt vaststelling
Meerjaren Investeringsplan - Uiterste moment van indienen Besluitmome nt vaststelling
Tabel 4 - Overzicht plannen, voorstellen, procedures en rapportages pagina 154 van 161
BIJLAGE 3: KAARTEN
pagina 156 van 161
De in deze Bijlage opgenomen kaarten geven weer welke gebieden, loca8es en infrastructuur de Concessiehouder bij start van de Concessie conform de eisen in hoofdstuk 3 verplicht bedient. De kaarten zijn niet geldig voor de loop8jd van de hele Concessie, maar dienen ter informa8e voor de Concessiehouder. De Concessiehouder draagt ervoor zorg dat hij op de hoogte blij@ van alle actualisa8es op de aangegeven websites, de relevante databestanden van de Concessiegemeenten en de van de Concessieverlener geactualiseerde kaart van de verplicht de bedienen infrastructuur. De Concessiehouder draagt ook ervoor zorg dat zijn aanbod aan Openbaar Vervoer ook na een actualisa8e van een aangegeven website, relevante databestanden van de Concessiegemeenten en de van de Concessieverlener geactualiseerde kaart van de verplicht de bedienen infrastructuur aan de eisen in het Programma van Eisen voldoet. 1. Woongebieden en Werkgebieden De kaarten van Woongebieden en Werkgebieden zijn gemaakt op basis van de meest actuele cijfers in 2023 en refereren aan de eisen in hoofdstuk 3, ar8kelen 6, 7 en 8. Deze kaarten worden niet geactualiseerd door de Concessieverlener. De Concessiehouder actualiseert deze kaarten 8jdens de loop8jd van de Concessie jaarlijks in het kader van de procedure van een Jaarplan Vervoer op basis van de databestanden zoals opgenomen in ar8kel 6.
De Concessiehouder maakt tevens een kaart van alle Nieuwbouwwoongebieden en actualiseert deze kaart jaarlijks op basis van de databestanden zoals opgenomen in ar8kel 6.
Kaart 1 – Bij start van Concessie te bedienen Woongebieden. Stand 2023.
(Wijken én Buurten, groen gemarkeerd of gearceerd) inclusief met Basismobiliteit te bedienen Woongebieden (geel gemarkeerd)
Kaart 2 – Bij start van Concessie te bedienen Werkgebieden. Stand 2023.
(Wijken én Buurten, groen gemarkeerd of gearceerd) inclusief met Basismobiliteit te bedienen Werkgebieden (geel gemarkeerd).
2. Overige loca8es en gebieden De kaarten van overige loca8es en gebieden zijn gemaakt op basis van de meest actuele data in 2023 en refereren aan de eisen in hoofdstuk 3, ar8kelen 9, 10 en 12. Deze kaarten worden niet geactualiseerd door de Concessieverlener. De Concessiehouder actualiseert deze kaarten 8jdens de loop8jd van de Concessie tenminste wanneer aanpassingen in de databestanden van de Concessiegemeenten tot wijzigingen van de te bedienen loca8es leiden.
A. Centrumgebied
Kaart 3 – Tijdens looptijd van de Concessie te bedienen Deelgebieden van het Centrumgebied (zoals bedoeld in 3.2.4, artikel 9)
B. Winkelgebieden
Kaart 4 – Bij start van de Concessie te bedienen Winkelgebieden. Stand 2023.
(zoals bedoeld in ar@kel 3.2.5, ar@kel 10. Stand 2023. De gemeente Amsterdam biedt aanvullende informa@e over Winkelgebieden op haar website:
h"ps://data.amsterdam.nl/data/?center=52.3571155%2C4.8205936&lagen=wnklgebwinkgeb&legenda=true&modus=kaart&zoom=7&embed=true)
C. P+R-terreinen
Kaart 5 – Bij de start van de Concessie te bedienen P+R-terreinen. Stand 2023.
( zoals bedoeld in 3.2.7, ar@kel 12. De gemeente Amsterdam biedt aanvullende informa@e over P+R-terreinen op haar website: hQps://www.amsterdam.nl/parkeren/parkeren-reizen/)
3. Knooppunten in het Concessiegebied
Kaart 6 – Tijdens de looptijd van de Concessie te bedienen Knooppunten. (zoals bedoeld in 3.3, ar@kelen 13 tot en met 16)
4. Verplicht te bedienen infrastructuur De kaarten van overige loca8es zijn gemaakt door de Concessieverlener en refereren aan de eisen in hoofdstuk 3, ar8kel 17. De Concessieverlener actualiseert de kaart jaarlijks en informeert de Concessiehouder over aanpassingen op de kaart. De Concessiehouder past in geval van aanpassingen van de kaart zijn aanbod aan Openbaar Vervoer derhalve aan dat het blij@ voldoen aan de eisen in het Programma van Eisen.
Kaart 7 – Verplicht te bedienen infrastructuur.* *In het geval dat het bepaalde in artikel 13, lid 3, van het Programma van Eisen tot wijzigingen in de verplicht te bedienen infrastructuur leidt, past de Concessieverlener de kaart aan.
BIJLAGE 4: INFORMATIEPROFIEL JAARPLAN VERVOER EN DIENSTREGELING
pagina 157 van 161
Bijlage 3: Informatieprofiel Jaarplan Vervoer en Dienstregeling De Concessiehouder biedt de Concessieverlener ieder jaar een ontwerp Vervoerplan dat, onverminderd het bepaalde in Artikel 30 (Inhoud Jaarplan Vervoer) van het Programma van Eisen, in ieder geval de volgende informatie bevat: LIJNVOERING 1
Kaart ontworpen Dagnet/Nachtnet
Een kaart waarop het ontworpen Dagnet/Nachtnet voor de Concessie staat afgebeeld, uitgaande van de beschikbare infrastructuur.
2
Detailkaarten lijnwijzigingen
Detailkaarten van Wijken waarop de wijzigingen in de Lijnvoering en/of Lijntypes, de te bedienen Haltes en de ontsluiting van woonadressen en aantallen werkzame personen ten opzichte van het vorige Dienstregelingjaar duidelijk zijn af te lezen (oud versus nieuw). De detailkaarten zijn voorzien van een toelichting over de gevolgen voor de ontsluiting van woningen, werkadressen, ziekenhuizen, revalidatiecentra en P+R-terreinen (op basis van de maximale afstanden tot Haltes zoals bedoeld in Artikel 6, lid 1, en Artikel 11, lid 1, van het Programma van Eisen) en verbindingen met Knooppunten en winkelgebieden. De toelichtingen omvatten ook een motivering voor het niet ontsloten aantal adressen per Wijk conform artikel 6 van het Programma van Eisen.
GEBODEN (MAXIMUM) INTERVALLEN 3
Overzicht bedieningsniveau
Een overzicht van alle Lijnen waaruit per Dagsoort en minimaal per bedieningsperiode (zoals bedoeld in Artikel 21, lid 3, Artikel 22, lid 3 en Artikel 23, lid 5 in het Programma van Eisen) is af te lezen met welk Interval in elke periode (minimaal) wordt gereden, onder vermelding van het tijdstip waarop het gewijzigde Interval start en eindigt.
AFSTEMMING EN (GEGARANDEERDE) AANSLUITINGEN 4 Overzicht (Gegarandeerde) Een overzicht van de gevolgen van de wijzigingen voor de afstemming op delen Aansluitingen van Lijnen en (Gegarandeerde) Aansluitingen. 5
Verantwoording minder voldoen Vervoerkundige Uitgangspunten
Een verantwoording voor die gevallen waarin de Concessiehouder niet volledig voldoet aan de Vervoerskundige Uitgangspunten.
INFRASTRUCTUUR 6
Wijzigingen te gebruiken Haltes
Een overzicht van Haltes die bij het nieuwe Dienstregelingjaar worden aangepast, niet meer worden aangedaan, worden verplaatst of op een nieuwe plaats moeten worden gerealiseerd, inclusief de verantwoording dat aan de Vervoerkundige Uitgangspunten wordt voldaan.
7
Lijnvoerings-varianten onder voorwaarde van wijziging infrastructuur
Mogelijke aanpassingen van het ontworpen Lijnennet die doorgevoerd kunnen worden als de beschikbare infrastructuur zou worden aangepast. Per voorgestelde aanpassing wordt aangegeven: -
een technische specificatie van de gewenste infrastructurele aanpassing;
-
een indicatie van de kosten van de realisatie van de gewenste infrastructurele aanpassing;
-
een indicatie van de eventuele wijziging in beheerskosten van de gewenste infrastructurele aanpassing;
-
een onderbouwing van de voorgestelde infrastructurele aanpassing op vervoerkundige en/of financiële gronden;
-
een verantwoording waaruit blijkt dat bij mogelijke aanpassing van het lijnennet niet leidt tot een situatie waarin niet meer voldaan wordt aan de Vervoerkundige Uitgangspunten; en
-
een indicatie van de invoeringstermijn van de mogelijke aanpassing van het Lijnennet na realisatie van de gewenste infrastructurele aanpassing.
DIENSTREGELINGEN 9
Verantwoording startdata Dienstregelingen
Een verantwoording voor de gekozen start- en einddata voor de Jaardienstregeling, Gewijzigde Dienstregeling en Vakantiedienstregeling en de data die als Feestdagen zijn aangemerkt
ROMPDIENSTREGELING 10
Gegevens per Lijn
Een overzicht van alle Lijnen die de Concessiehouder instelt, waarbij per Lijn de volgende zaken worden aangegeven: -
Lijntype inclusief toelichting en motivering op basis van de criteria zoals opgenomen in hoofdstuk 3.6 van het Programma van Eisen, waaronder in ieder geval de functies in het netwerk zoals opgenomen in Tabel 3 van het Programma van Eisen ;
-
Haltes die door de betreffende Lijn worden aangedaan (per richting, zo nodig opgesplitst naar route in het geval op verschillende momenten verschillende routes worden gereden);
-
Interval per bedieningsperiode per Dag(soort) per Dienstregeling (= Jaardienstregeling, Vakantiedienstregeling);
-
Verantwoording van de minimaal in te zetten capaciteit per Uurblok op basis van de inzetnormen aan de hand van actuele telcijfers; en
-
Indicatie start- en eindtijd aanvullende bedieningsperioden (zoals bijvoorbeeld ochtendspits en avondspits) per Dienstregeling.
-
Indicatie vertrektijd eerste Rit vanaf de beginhalte (twee richtingen) per
Dienstregeling; -
Indicatie aankomsttijd eerste Rit op de Eindbestemming (twee richtingen) per Dienstregeling;
-
Indicatie vertrektijd laatste Rit vanaf de beginhalte (twee richtingen) per Dienstregeling;
-
Indicatie aankomsttijd laatste Rit op de Eindbestemming (twee richtingen) per Dienstregeling;
-
Rijtijd per bedieningsperiode per Dienstregeling;
-
Verantwoording van de benodigde Dienstregelingkilometers per bedieningsperiode per Dienstregeling, waarbij is aangegeven met welk materieeltype deze worden uitgevoerd (type Bus, type Tram, type en samenstelling Metro);
-
Aantal benodigde Dienstregelingkilometers per Dag(soort) per Dienstregeling, onderverdeeld naar materieeltype;
-
Aantal malen per jaar dat een Dag(soort) per Dienstregeling in het betreffende Dienstregelingjaar voorkomt; en
-
Aantal benodigde Dienstregelingkilometers per Dienstregelingjaar, onderverdeeld naar materieeltype.
11
Inzet Conducteurs
Per Tramlijn het aantal Dienstregelingkilometers per uur waarop een Conducteur aanwezig is op de desbetreffende Tramlijn per bedieningsperiode per Dag(soort) per Dienstregeling.
12
Extra inzet t.b.v. evenementen, omleidingen en Vervangend Vervoer bij storingen
Een opgave van het aantal extra ingezette Dienstregelingkilometers ten behoeve van evenementen, omleidingen en Vervangend Vervoer, onderverdeeld naar Modaliteit, waarbij bij de Tram een onderscheid wordt gemaakt naar Tram met Conducteur en Tram zonder Conducteur en voorzien van een onderbouwing van het aantal Dienstregelingkilometers.
INZET MATERIEEL 13
Inzet Voertuigen
Overzicht per Lijn per Dag(soort) en per Dienstregeling van het materieeltype (type Auto, type Bus, type Tram, type en samenstelling Metro) dat per bedieningsperiode wordt ingezet en de voertuigcapaciteit van het desbetreffende materieeltype.
De Concessiehouder biedt de Concessieverlener ieder jaar een ontwerp Jaardienstregeling waarbij met het oog op de toetsing van de ontwerp Jaardienstregeling door de Concessieverlener in ieder geval de volgende informatie is bijgevoegd: (GEGARANDEERDE) AANSLUITINGEN A
Overzicht (Gegarandeerde) Een overzicht van de Aansluitingen die geboden worden, waarbij tevens is Aansluitingen aangegeven in welke gevallen sprake is van een Gegarandeerde Aansluiting.
B
Overzicht Afstemming Lijnen
Een overzicht waarin per bedieningsperiode per Dag(soort) de trajecten zijn aangegeven waar de vertrektijden van Lijnen op elkaar zijn afgestemd, onder vermelding van de Lijnnummers, de Halte waarop de Afstemming start, de Halte waarop de Afstemming eindigt, de intervallen van de desbetreffende Lijnen
DIENSTREGELING C
D
Gegevens per Lijn
Extra inzet t.b.v. evenementen, omleidingen en Vervangend Vervoer bij storingen
Een overzicht van alle Lijnen die de Concessiehouder instelt, waarbij per Lijn de volgende zaken worden aangegeven: -
Lijntype
-
Start- en eindtijd van bedieningsperiode zoals in ieder geval een ochtendspits en een avondspits per Dienstregeling;
-
Vertrektijd eerste Rit vanaf de beginhalte (twee richtingen) per Dienstregeling
-
Aankomsttijd eerste Rit op de Eindbestemming (twee richtingen) per Dienstregeling
-
Vertrektijd laatste Rit vanaf de beginhalte (twee richtingen) per Dienstregeling
-
Aankomsttijd laatste Rit op de Eindbestemming (twee richtingen) per Dienstregeling
-
Totale lengte van de Rit uitgedrukt in Dienstregelingkilometers per richting (zo nodig gespecificeerd naar route in het geval op verschillende momenten verschillende routes worden gereden)
Een opgave van het aantal extra ingezette Dienstregelingkilometers ten behoeve van evenementen, omleidingen en Vervangend Vervoer, onderverdeeld naar Modaliteit, waarbij bij de Tram een onderscheid wordt gemaakt naar Tram met Conducteur en Tram zonder Conducteur en voorzien van een onderbouwing van het aantal Dienstregelingkilometers.
INZET MATERIEEL E
Inzet Voertuigen
Overzicht per Lijn per bedieningsperiode, per Dag(soort) en per Dienstregeling van het materieeltype (type Auto, type Bus, type Tram, type en samenstelling Metro) dat per Rit wordt ingezet en de voertuigcapaciteit van dit materieeltype.
F
Overzicht rolstoeltoegankelijk materieel
Overzicht per Lijn van het percentage Dienstregelingkilometers dat met rolstoeltoegankelijk Materieel wordt uitgevoerd t.o.v. het totale vervoeraanbod in het desbetreffende Dienstregelingjaar.
BIJLAGE 5: CONCESSIEBIJLAGE DATASETS OV
pagina 158 van 161
Concessiebijlage Concessiebijlage datasets OV datasets OV Utrecht, 11 oktober 2022 Versie 2.2.2 Utrecht, 12 oktober 2021 Versie 1.32
1
InhoudInhoud
2
Concessiebijlage datasets OV
3
Eisen Reisinformatie
4
Algemene eisen
5
Algemene eisen t.a.v. gegevensaanlevering
5
Eigendom/ hergebruik van gegevens.
5
Beheeromgeving bij de Concessiehouder
6
Landelijk haltenummer en haltedatabeheer
6
Tariefzones in reisinformatie
8
Eisen per koppelvlak
9
Dienstregeling gegevens
9
Actuele voertuigpositie en stiptheid (koppelvlak 6)
10
Vrije tekst berichten (koppelvlak 15)
11
Ingrepen in de dienstuitvoering (koppelvlak 17)
11
Producten, Prijzen, Tarieven (koppelvlak PPT)
12
Eisen Monitorinformatie
13
Landelijke richtlijnen
15
Bijlage A. Begrippenlijst
16
Bijlage B. Documentgeschiedenis
19
2
Concessiebijlage datasets OV De Coöperatie Samenwerkingsverband DOVA U.A. werkt in opdracht van de OV-autoriteiten aan uniformering van openbaar vervoer data voor verschillende datasets, zoals voor reisinformatie, doorstroming (o.a. Korte Afstand Radio) en sociale veiligheid. Om te komen tot uniforme datasets, worden de volgende taken uitgevoerd:
Opstellen van gegevensdefinities, voor zover nog geen onderdeel van BISON; Vastleggen onder welke voorwaarden data beschikbaar worden gesteld; Controleren datakwaliteit; Opstellen van afspraken t.b.v. aanleveren van gegevens.
De eisen om te komen over de aanlevering van gegevens door de Concessiehouder worden centraal vastgelegd in de concessiebijlage datasets OV. De voorliggende concessiebijlage wijkt af van de voorgangers. Deze uitgebreidere versie is opgebouwd uit drie hoofdstukken: 1.
2.
3.
Het eerste hoofdstuk is het oudste hoofdstuk. Het spitst zich toe op de aanlevering van datasets in relatie tot reisinformatie. Belangrijke wijzigingen ten opzichte van de versie, zijn het gevolg van de overstap naar de nieuwe standaarden NeTEx en SIRI en de uitbreiding met de KPI omleidingen. Het tweede en derde hoofdstuk zijn uitbreidingen. Hoofdstuk 2 richt zich op de aanleveringen in het kader van het Model Informatie Profiel Openbaar Vervoer (MIPOV). Door het MIPOV onder te brengen in de concessiebijlage kan de (eenduidige/ centrale) aanlevering van informatie worden geregeld. En wanneer een en ander naar wens functioneert, kan het onderhoud van de koppelvlakken (profielthema’s) mogelijk bij BISON worden belegt. In verband met privacy en vertrouwelijkheid dient ook een verwerkingsprotocol te worden ontwikkeld dat voorschrijft hoe er met kleine aantallen van reizigers wordt omgegaan als de informatie wordt gedeeld met derden. Het tweede hoofdstuk in dit document is een aanzet tot een vernieuwing van het MIPOV. In volgende versies krijgt dit telkens meer vorm. Het derde hoofdstuk heeft geen betrekking op de aanlevering van de datasets zelf, maar betreft richtlijnen om reizigers zo eenduidig mogelijk te informeren. Voor nadere informatie over de uitbreiding van dit document, wordt verwezen naar de betreffende hoofstukken.
Met betrekking tot het beheer van deze Concessiebijlage geldt voor (vooralsnog alleen) hoofdstuk 1, de volgende procedure: 1.
De Concessiebijlage wordt ten minste eenmaal per jaar geactualiseerd. Aanpassingen worden met vervoerders en loketten in het Vervoerders- en Lokettenoverleg besproken, alvorens daarover in het DOVA OV-Managersoverleg een besluit wordt genomen. Bij financieel ingrijpende aanpassingen kan een business case nodig zijn. De business case wordt opgesteld door DOVA op basis van input van de vervoerders en besproken in het netwerk Vervoerders & Loketten. In het advies van het Netwerk Reisinformatie aan het DOVA OVManagersoverleg worden de business case en de eventuele verrekening t.l.v. de Concessieverleners meegenomen.
2.
Indien voor invoering van een nieuwe concessiebijlage met aangepaste functionaliteiten geen positieve business case bestaat, bespreken de Concessieverleners met de betreffende vervoerder hoe met deze situatie om te gaan: a. de nieuwe functionaliteiten worden niet gerealiseerd gedurende de resterende looptijd van de concessie; b. er worden aanvullende afspraken gemaakt over meerwerk om de nieuwe functionaliteiten te realiseren. Het KPI-overleg datakwaliteit kan worden gebruikt om te verkennen of een gezamenlijke opdracht van verschillende Concessieverleners kan worden geformuleerd.
3.
Een Concessieverlener kan in een Concessie bepalingen opnemen over een bonus/malus m.b.t. datakwaliteit. Deze afspraken maken geen onderdeel van deze concessiebijlage. DOVA OV-data heeft hierin een adviserende rol.
De ontwikkeling van het MIPOV vindt in afstemming van concessiehouders en concessieverleners plaats. Voortgang en ontwikkeling wordt gerapporteerd in het netwerk Vervoerders en Loketten.
3
Eisen Reisinformatie NDOV (Nationale Data Openbaar Vervoer) is een project van het ministerie van Infrastructuur & Waterstaat en DOVA. Het NDOV is gebaseerd op concessie-afspraken, waarin is overeengekomen dat vervoerders op gestandaardiseerde wijze gegevens aanleveren aan de NDOV-loketten en aan DOVA OV-data. De afdeling OV-data binnen DOVA heeft de taken overgenomen van de voormalige NDOV Uitvoeringsorganisatie. Uitgangspunt is dat alle toepassingen voor reisinformatie gebruik kunnen maken van dezelfde brongegevens die gelijktijdig aan iedereen ter beschikking worden gesteld. Dit eerste hoofdstuk in de Concessiebijlage OV-data richt zich op de levering van uniforme en kwalitatief goede brongegevens voor actuele reisinformatie te borgen op landelijk niveau. In de Concessiebijlage worden de door de Concessiehouder te leveren datasets, criteria t.a.v. datakwaliteit (tijdigheid, juistheid, volledigheid) en de wijze waarop de datakwaliteit wordt gemeten, vastgelegd. Het gebruik van KPI-datakwaliteitsrapportages is onderdeel van de monitoring van de uitvoering van de Concessie volgens de bijlage. Hierbij vindt een landelijke benchmark plaats met andere Concessies (datakwaliteit KPI’s). Hierbij wordt de “best in class” als referentie gebruikt voor verbetermogelijkheden.
Best in Class Vanaf de start van de concessie gelden de normen zoals opgenomen in de actuele concessiebijlage die onderdeel is van de concessie. Van de Concessiehouder wordt maximale inzet verwacht om per KPI de “best in class” te worden. Overweging hierbij is dat “best in class” voor datakwaliteit bijdraagt aan een hogere waardering van de reizigers (in de klantenbarometer) en derhalve bijdraagt aan een positief imago van het openbaar vervoer in het algemeen en het imago van de Concessiehouder in het bijzonder. Dit hoofdstuk heeft als uitgangspunt dat de Concessiehouder in staat is alle koppelvlakken aan de NDOVloketten en DOVA OV-data of de opvolger(s) hiervan aan te leveren. Het is de verantwoordelijkheid van de Concessiehouder om tijdig de juiste en volledige brondata aan te leveren, zodat de reiziger steeds op tijd betrouwbare informatie krijgt over de actuele uitvoering van de dienstregeling. De gegevens die volgens dit hoofdstuk via de koppelvlakken worden aangeleverd, worden voor hergebruik onder een CC-0 vrijwaring beschikbaar gesteld. In paragraaf 1.1 zijn algemene eisen opgenomen m.b.t. gegevensaanlevering volgens koppelvlakken, de beheeromgeving bij de Concessiehouder, het voertuigsysteem en de reisinformatie in het voertuig. Paragraaf 1.2 bevat per koppelvlak de eisen die gelden m.b.t. het gebruik van het koppelvlak.
4
Algemene eisen Algemene eisen t.a.v. gegevensaanlevering De onderstaande bepalingen betreffen algemene eisen ten aanzien van de geautomatiseerde gegevensaanlevering via koppelvlakken. Nr
Eis
A1
De Concessiehouder levert tijdig de juiste en volledige brondata, zodat de reiziger steeds op tijd betrouwbare informatie krijgt over de actuele uitvoering van de dienstregeling, incl. alle van de planning afwijkende situaties.
A2
Beperkte aanpassingen in de bestaande BISON-koppelvlakken, zoals bijvoorbeeld een versiewijziging van 8.1.2.0 naar 8.1.3.0, worden zo snel mogelijk, doch uiterlijk één jaar na vaststelling in BISON, kosteloos door de Concessiehouder geïmplementeerd, tenzij de Concessieverlener instemt met een langere termijn.
A3
De Concessiehouder verplicht zich op verzoek van Concessieverlener majeure wijzigingen in koppelvlakken of nieuwe koppelvlakken te implementeren. Over de planning en financiering hiervan worden afspraken gemaakt tussen de Concessiehouder en de Concessieverlener.
A4
De Concessiehouder is op de hoogte van en neemt deel aan de overleggen in DOVA OV-data, BISON of opvolgers, over de architectuur en aanlevering van brondata voor reisinformatie.
A5
In de toekomst kunnen er nieuwe datakwaliteit KPI’s worden vastgesteld. Voor deze KPI’s wordt na een jaar de norm vastgesteld in het netwerk Vervoerders & Loketten.
A6
Jaarlijks worden de normen opnieuw vastgesteld op basis van de meest recente KPImeetresultaten. Hierbij geldt per KPI het gemiddelde van scores van afgelopen kalenderjaar, waarbij de best en slechts scorende vervoerder voor deze KPI, niet wordt meegenomen. Uitgangspunt is dat een norm niet lager kan worden ten opzichte van het voorgaande jaar.
Eigendom/ hergebruik van gegevens. Alle gegevens die via de koppelvlakken aangeleverd worden, kunnen door de Concessieverlener voor hergebruik worden vrijgegeven met een CC-0 vrijwaring. Nr
Eis
E1
Eigendom van gegevens Van alle gegevens die door de Concessiehouder volgens de koppelvlakken ter beschikking worden gesteld, verkrijgt de Concessieverlener het onbeperkte gebruiksrecht. Deze gegevens kunnen door de Concessieverlener zowel in onbewerkte als in bewerkte vorm zonder toestemming van de Concessiehouder gebruikt worden en voor hergebruik worden vrijgegeven onder een CC-0 vrijwaring.
5
Beheeromgeving bij de Concessiehouder De Concessiehouder dient een beheeromgeving ingericht te hebben voor het afhandelen van storingen en vragen m.b.t. de te leveren koppelvlakken. Deze beheeromgeving dient te voldoen aan de volgende eisen: Nr
Eis
B1
Bereikbaarheid Concessiehouder heeft een meldpunt voor storingen m.b.t. datalevering, welke per e-mail en van 08.00 tot 17.00 uur op werkdagen telefonisch bemenst en bereikbaar is. Voor ´Prioriteit 1 storingen´ buiten kantoortijden is Concessiehouder via een nader af te spreken calamiteitenprocedure bereikbaar. (7 x 14 uren, tussen 08.00 en 22.00 uur). De omschrijving van Prioriteit 1, 2 en 3 storingen is opgenomen in de Begrippenlijst aan het einde van deze bijlage.
B2
Hersteltijd Meldingen met Prioriteit 1 dienen in behandeling te worden genomen binnen 1 uur (7 x 14 uren, tussen 08.00 en 22.00 uur). De hersteltijd voor meldingen met Prioriteit 1 bedraagt ten hoogste 4 uur na ontvangst van de melding door de Concessiehouder (7 x 14 uren, tussen 08.00 en 22.00 uur). Meldingen met Prioriteit 2 dienen in behandeling te worden genomen binnen 1 werkdag. De hersteltijd voor meldingen met Prioriteit 2 bedraagt ten hoogste 2 werkdagen na ontvangst van de melding door de Concessiehouder. Meldingen met Prioriteit 3 dienen in behandeling te worden genomen binnen 1 werkdag. De afhandelingstijd van meldingen met Prioriteit 3 wordt bepaald in overleg tussen Concessiehouder en Concessieverlener.
B3
Normen Voor alle in eis B2 genoemde tijden geldt per prioriteit een norm van 95% van het aantal meldingen gemeten per kwartaal.
B4
Implementatie Concessiehouder en Concessieverlener stellen werkafspraken op waarin de wijze van behandeling nader wordt uitgewerkt. Het opstellen van deze werkafspraken maakt deel uit van het Implementatieplan.
Landelijk haltenummer en haltedatabeheer Informatie over haltes is een belangrijk onderdeel van de reisinformatie. Reizigers willen immers niet alleen weten welke voertuigen er rijden, maar ook waar haltes liggen, hoe ze heten, wat de voorzieningen en vooren natransportmogelijkheden op stations zijn, of haltes toegankelijk zijn voor mensen met een beperking, etc. Het borgen van een tijdige en juiste aanlevering van haltegegevens voor betrouwbare reisinformatie vraagt om een gezamenlijke inzet van vervoerders, OV-autoriteiten en weg-/haltedatabeheerders. Het haltedatabeheer is georganiseerd rond het Centraal Halte Bestand (CHB). Het afsprakenkader haltedatabeheer kent de volgende procedurevoorschriften. Procedurevoorschriften 1. Basis voor de inrichting van het haltebeheer vormt het landelijk haltenummer (NL:Q:xxxxxxxx). Het landelijk haltenummer wordt uitgegeven door het Centraal Halte Bestand (CHB). Iedere fysieke halte (Quay) heeft één uniek haltenummer. 2.
6
De Concessiehouder is verantwoordelijk voor het actueel houden van de verwijstabel (koppeling haltenummer vervoerder met landelijk haltenummer). Deze verwijstabel wordt de Passenger Stop Assignment (PSA) genoemd.
3.
Indien een Concessiehouder een nieuwe halte wil gaan gebruiken, doet hij een aanvraag voor een nieuwe Quay in het CHB. Alle haltes die in de planning zijn of worden opgenomen, ook tijdelijke haltes die worden ingesteld vanwege een omleiding, dienen te worden opgenomen in CHB.
4.
De Concessiehouder is verantwoordelijk voor het bijhouden van de haltenaam, de plaatsnaam, de coördinaten en de windroosrichting in het CHB.
5.
De OV-autoriteit is verantwoordelijk voor het organiseren van het actueel houden van de kenmerken in het CHB die de (mate van) toegankelijkheid voor visueel beperkten en/of voor motorisch beperkten weergeven.
6.
De OV-autoriteit organiseert dat de overige kenmerken (abri aanwezig, zitgelegenheid, fietsenstalling etc.) in het CHB actueel worden gehouden.
Algemene eisen t.a.v. haltedatabeheer Nr
Eis
H1
Verwijzing naar landelijk haltenummer De Concessiehouder dient in NeTEx een verwijzing naar het landelijk haltenummer op te nemen.
H2
Nieuwe halte Voor nieuwe (fysieke) haltes doet de Concessiehouder een (digitale) aanvraag bij het Centraal Halte Bestand. Nieuwe haltes worden uiterlijk 2 maanden voor ingebruikname aangevraagd. Hierdoor hebben de haltedatabeheerders de gelegenheid om tijdig fysieke en toegankelijkheidskenmerken van de halte te verzamelen en beschikbaar te stellen. Tijdelijke haltes, die vanwege een omleiding worden ingesteld, worden aangevraagd op het moment dat is bepaald dat de tijdelijke halte wordt opgenomen in de planning (NeTEx).
H3
Wijzigen haltenaam Indien een haltenaam wijzigt, legt de Concessiehouder de wijziging met de datum van ingang vast in de Centraal Halte Bestand.
H4
Corrigeren van coördinaten De Concessiehouder legt de coördinaten van een halte vast in het Centraal Halte Bestand met een nauwkeurigheid van 10 meter en de windroosrichting met een max. afwijking van 22,5 graden. Bij het bepalen van de coördinaten wordt uitgegaan van de instapmarkering. Indien er geen instapmarkering aanwezig is, wordt uitgegaan van de haltepaal.
H5
Halte verplaatsen Een verplaatste halte is een Quay die voldoet aan de volgende voorwaarden: Haltenaam is gelijk aan haltenaam van oorspronkelijke halte. Dit impliceert dat de halte dezelfde locatieomschrijving heeft of in dezelfde straat ligt als de oorspronkelijke halte. De verplaatsing van de halte geldt voor alle lijnen en modaliteiten. M.a.w. de oorspronkelijke halte wordt niet meer gebruikt en alle lijnen en modaliteiten gebruiken de verplaatste halte. Indien aan één van deze voorwaarden niet wordt voldaan, dient een nieuwe Quay te worden aangevraagd (met een ander landelijk haltenummer). De Concessiehouder dient verplaatsingen van haltes (voor ingebruikname) en correct in het Centraal Halte Bestand te verwerken.
7
Tariefzones in reisinformatie Zones zijn een belangrijk element voor het vaststellen van tarieven voor reisproducten. Daarmee is het belangrijke informatie voor reizigers die voor hun reis een reisproduct afnemen. Om de landelijke zonekaart eenduidig te houden en om de werkelijke zonetoepassing bij vervoerders weer te geven, zijn de onderstaande procedure en concessie-eisen geformuleerd. Daarmee is geborgd dat dezelfde zonekaart landelijk wordt toegepast. Procedurevoorschriften Wanneer een Concessiehouder of de Concessieverlener een zone wil toevoegen, aanpassen en/of een zonegrens wil verleggen, gaat dat via de volgende procedure: 1.
2.
3.
4.
5.
Concessiehouder of Concessieverlener doet een verzoek per e-mail bij DOVA OV-data voor een wijziging van de zonekaart. Dit verzoek bevat een geografisch kaartje en toelichting op de voorgestelde wijziging. DOVA OV-data verwerkt de wijziging in een concept zonekaart. In een zonekaart viewer krijgt de verantwoordelijke Concessieverlener deze conceptversie voorgelegd ter vergelijking met de oorspronkelijke zonekaart. Beoordeling De verantwoordelijke Concessieverlener beslist of de wijziging akkoord is. Indien nee, dan treedt de Concessieverlener in overleg met de aanvrager. Doel is dat er een nieuw voorstel komt waar de verantwoordelijke Concessieverlener zich in kan vinden. Bij een nieuw voorstel start de cyclus weer bij stap 1. Indien ja, ga verder met stap 4. Vaststellen zone wijziging Bij akkoord van de verantwoordelijke Concessieverlener wordt de nieuwe zonekaart vastgesteld en de oorspronkelijk zonekaart gearchiveerd door DOVA OV-data. Beschikbaar stellen van de nieuwe zonekaart DOVA OV-data biedt de aangepaste zonekaart (shapefile en jpg) en geactualiseerde documentatie aan op de website en bij de NDOV-loketten.
Algemene eisen t.a.v. zonekaart Nr
Bestekeis
Z1
Toepassing van de DOVA-zonekaart Concessiehouders gebruiken de actuele zonekaart bij het bepalen van de tarieven en van de geldigheid van abonnementen. De actuele zonekaart shapefile is online beschikbaar via https://www.dova.nu/document/shapefiles-zonekaart.
Z2
Verwijzing naar zonenummers De Concessiehouder dient per UserStopCode te verwijzen naar de juiste tariefzone(s) waarin de halte voor de instappende reiziger ligt.
Z3
Aanpassen tariefzones De Concessiehouder dient ervoor te zorgen dat iedere halte in de juiste tariefzone ligt conform de actuele versie van de DOVA-zonekaart. Verzoeken tot aanpassing van de zonekaart dient de Concessiehouder in te dienen per e-mail bij DOVA OV-data <ovdata@dova.nu> vergezeld van een geografisch kaartje met toelichting van de voorgestelde wijziging. Verzoeken tot aanpassingen worden uiterlijk 2 maanden voor de ingangsdatum aangevraagd. Hierdoor hebben DOVA OV-data en de verantwoordelijke OVautoriteit voldoende gelegenheid om de procedure te uit te voeren.
8
Eisen per koppelvlak Dienstregeling gegevens De kwaliteit van de reisinformatie wordt voor een zeer groot deel bepaald door de kwaliteit van de geleverde brongegevens. Het is van belang dat de dienstregeling (inclusief de locatie van de halte en route gegevens) tijdig, juist en volledig wordt aangeleverd volgens de BISON NeTEx definitie. Om betrouwbare reisinformatie te kunnen verstrekken, is het van belang dat ook omleidingsroutes tijdig in de dienstregeling worden verwerkt. BISON NeTEx – Dienstregeling gegevens (voorheen koppelvlak 1) Nr
Bestekeis
KV1.1
De basisdienstregeling wordt voor de gehele geldigheidsperiode aangeleverd conform de actuele versie van de BISON NeTEx definitie op het moment van implementatie van de concessie. De gegevensaanlevering omvat de haltes, routes, lijnen, ritten en bestemmingen (van ritten) zoals deze aan de reizigers gepresenteerd worden.
KV1.2
Vervallen
KV1.3
Vervallen
KV1.4
De via NeTEx beschikbaar gestelde dienstregeling is 100% volledig en komt overeen met de door de Concessiehouder via verschillende kanalen (zoals internet, dienstregeling wijzigingsbladen, persberichten etc.) gepubliceerde dienstregeling.
KV1.5
De Concessiehouder dient altijd de basisdienstregeling aan te leveren die minimaal 4 weken vooruit geldig is. KPI lijngeldigheid: Voor iedere lijn die rijdt in de komende 4 weken, dient te allen tijde een geldige dienstregeling van minimaal 4 weken te zijn aangeleverd.