CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1A - Programma van Eisen concessie Amsterdam 2025 (zonder bijlagen).pdf

Raadscommissie Mobiliteit, Openbare ruimte en Water 5 september 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de raadsinformatiebrief 'Het definitieve Programma van Eisen voor de nieuwe concessie GVB zoals vastgesteld door de Vervoerregio op basis van de consultatieperiode´ (VN2024-011301)46.236 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 6

de Concessiehouder ten minste twee weken voor de ingangsdatum van de Tijdelijke Wijziging een verzoek hiertoe bij de Concessieverlener heeft ingediend; b. de Concessiehouder ten genoegen van de Concessieverlener heeft aangetoond dat de Tijdelijke Dienstregeling slechts op noodzakelijke punten afwijkt van de Jaardienstregeling of de Gewijzigde Dienstregeling; en c. de Tijdelijke Dienstregeling zo goed mogelijk aan de belangen van Reizigers tegemoetkomt, onder andere zoals bedoeld in artikel 37.

pagina 74 van 161

4

5

6

7

8

Toestemming wordt geacht te zijn verleend indien binnen één week nadat de Concessieverlener een schriftelijk verzoek daartoe van de Concessiehouder heeft ontvangen, de Concessieverlener geen toestemming heeft onthouden. In afwijking van het bepaalde in lid 3 mag de Concessiehouder zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de Concessieverlener afwijken van de Jaardienstregeling of de Gewijzigde Dienstregeling indien er sprake is van een Tijdelijke Wijziging in de Verplichte infrastructuur en: a. de Concessiehouder minder dan vier weken voor de verwachte ingangsdatum op de hoogte is van een Tijdelijke Wijziging in de Verplichte infrastructuur; of b. de Concessiehouder door een Tijdelijke Wijziging in de Verplichte infrastructuur gedurende in totaal minder dan 6 uur (al dan niet aaneengesloten) niet meer in staat is om de Jaardienstregeling of de Gewijzigde Dienstregeling in zijn geheel en volledig uit te voeren; of c. de Concessiehouder door een Tijdelijke Wijziging in de Verplichte infrastructuur gedurende in totaal ten minste 6 uur, maar minder dan 24 uur (al dan niet aaneengesloten) niet meer in staat is om de Jaardienstregeling of de Gewijzigde Dienstregeling op ten hoogste 10 Tram- en/of Buslijnen in totaal in zijn geheel en volledig uit te voeren.

In een dergelijk geval draagt de Concessiehouder er zorg voor dat de Tijdelijke Dienstregeling slechts op noodzakelijke punten afwijkt van de Jaardienstregeling of de Gewijzigde Dienstregeling en zo goed mogelijk aan de belangen van Reizigers tegemoetkomt onder andere zoals bedoeld in artikel 7. In afwijking van het bepaalde in lid 3 mag de Concessiehouder zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de Concessieverlener één of meer Lijnen in het kader van een Tijdelijke Dienstregeling in twee delen exploiteren, mits tussen beide delen van de desbetreffende Lijn(en) een Aansluiting wordt geboden. Indien naar het oordeel van de Concessieverlener de Concessiehouder in een geval als bedoeld in lid 4 een Tijdelijke Dienstregeling heeft gehanteerd die in belangrijke mate afwijkt van de in lid 2 genoemde eisen, kan de Concessieverlener de Concessiehouder een Aanwijzing geven omtrent de bij Tijdelijke Wijzigingen in de Verplichte infrastructuur te hanteren Tijdelijke Dienstregeling. De Concessiehouder houdt Concessieverlener op de hoogte van Tijdelijke Wijzigingen in de Verplichte infrastructuur door ter informatie een overzicht van de Tijdelijke Wijzigingen in de daaropvolgende kalendermaanden aan de Concessieverlener ter beschikking te stellen.

In het overzicht vermeldt de Concessiehouder of een Tijdelijke Wijziging in de Verplichte infrastructuur kleine, grote of zeer verstrekkende gevolgen voor Reizigers en de uitvoering van de Concessie heeft. Alleen in uiterste gevallen kan de Concessieverlener de Concessiehouder ontheffing verlenen voor die bepalingen in het Programma van Eisen waarvan naleving door een Tijdelijke Wijziging in de Verplichte infrastructuur naar het oordeel van de Concessieverlener nagenoeg onmogelijk is geworden.

5.1.3 Aanleg en herinrichZng van de infrastructuur

De Concessiehouder werkt proactief en constructief mee aan de herinrichting en de verbetering van de infrastructuur die beschikbaar is gesteld voor het Openbaar Vervoer.

1

Artikel 41 Aanleg en herinrichting van de infrastructuur Wanneer Infrabeheerders wijzigingen willen doorvoeren in de infrastructuur, geeft de Concessiehouder hierover advies. Wanneer de betreffende Infrabeheerder het advies naast zich neerlegt, kan de Concessiehouder een verzoek bij de Concessieverlener indienen voor ontheffing voor die eisen in dit Programma van Eisen waarvan naleving pagina 75 van 161

2

3

4

5

door de wijziging in de infrastructuur nadelig beïnvloed wordt. Bij de beoordeling van dit verzoek zet de Concessieverlener het advies van de Concessiehouder af tegen de gevolgen voor de realisatie van doelstellingen en beleidsuitgangspunten van de Concessieverlener ten aanzien van het Openbaar Vervoer in het Concessiegebied. De Concessiehouder brengt de effecten van aanleg en herinrichting van infrastructuur op de Reizigers en de Exploitatie zoveel mogelijk kwantitatief in beeld. De Concessiehouder verwerkt deze positieve effecten (gericht op meer of kwalitatief beter vervoer) in het eerstvolgende Jaarplan Vervoer na realisatie van betreffende aanleg of herinrichting, met als doel meer vervoer aan te bieden. De Concessiehouder dient op eigen initiatief voorstellen in bij Infrabeheerders of de Concessieverlener voor aanpassingen van de infrastructuur die de Exploitatie van het Openbaar Vervoer ten goede komen. De Concessiehouder geeft in zijn aan de Concessieverlener gerichte voorstellen aan wat de voordelen van de voorgestelde aanpassing voor de kwaliteit, het gebruik en/of de kosten van het Openbaar Vervoer zullen zijn. De Concessiehouder geeft eveneens aan hoe Reizigers, en/of de Concessieverlener en/of de Vervoerregio profiteren van deze voordelen.

Wanneer een voorgestelde aanpassing aan de infrastructuur als bedoeld in lid 3 op de instemming van de Concessieverlener kan rekenen, initieert de Concessiehouder op verzoek van de Concessieverlener een overleg met de betreffende Infrabeheerder en de Concessieverlener om na te gaan of en op welke manier de voorstellen gerealiseerd kunnen worden. De Concessiehouder neemt zo spoedig mogelijk nadat een gedeelte van de infrastructuur is heringericht, de betreffende infrastructuur op in de Dienstregeling.

5.1.4 Medegebruik businfrastructuur Dit artikel heeft betrekking op businfrastructuur. Voor medegebruik van Tram- en Metroinfrastructuur is de Wls van toepassing.

1

2

3

Artikel 42 Medegebruik businfrastructuur De Concessiehouder houdt er rekening mee dat, naast de Bussen van andere concessiehouders, Voertuigen van Derden, waaronder voertuigen van hulpdiensten, dierenambulances, taxi´s, Openbaar Vervoer waarvoor Concessieverlener een ontheffing op grond van artikel 29 Wp2000 heeft verleend, gebruik mogen maken van de businfrastructuur, onder de voorwaarde dat de desbetreffende Derde van de desbetreffende wegbeheerder toegang tot deze infrastructuur heeft verkregen. Uitgangspunt van de Concessieverlener daarbij is dat de toegang van Derden tot de infrastructuur de Exploitatie van het Openbaar Vervoer niet negatief mag beïnvloeden. De Concessiehouder verleent zijn medewerking aan Derden die toegang hebben verkregen tot de businfrastructuur als bedoeld in lid 1. Deze medewerking bestaat in elk geval uit de verlening van noodzakelijke diensten. De Concessiehouder kan voor die diensten een marktconforme, kostendekkende vergoeding van de desbetreffende Derde verlangen.

De Concessiehouder houdt er rekening mee dat, naast de Bussen van andere concessiehouders, Openbaar Vervoer waarvoor Concessieverlener een ontheffing op grond van artikel 29 Wp2000 heeft verleend gebruik mogen maken van Zero-emissie Laadinfrastructuur op Haltes, onder de voorwaarde dat de desbetreffende Derde van de desbetreffende beheerder toegang tot deze infrastructuur heeft verkregen. Het medegebruik mag het Openbaar Vervoer niet negatief beïnvloeden en de Reizigers niet hinderen.

pagina 76 van 161

5.2

HALTES EN STATIONS

Haltes, en dan met name Knooppunten en overstaphaltes, vervullen een belangrijke rol binnen een OV-netwerk. De Concessiehouder heeft er belang bij dat Haltes op de juiste plaats liggen en goed en toegankelijk zijn ingericht. Tijdens de looptijd van de Concessie kan de Concessiehouder met voorstellen komen om Haltes aan te passen, te verplaatsen of op nieuwe plekken te realiseren. De Concessiehouder kan geen rechten aan deze voorstellen ontlenen. De kosten voor aanpassing of verplaatsing van Haltes zijn voor rekening van de desbetreffende Infrabeheerder, die hiervoor mogelijk Subsidie van de Concessieverlener kan krijgen.

5.2.1 HalteouZllage 1

2

3

Artikel 43 Halteoutillage De Concessiehouder stelt in overleg met Concessieverlener en Amsterdam Haltenamen vast voor (i) alle Haltes binnen het Concessiegebied en (ii) alle Haltes gelegen aan de Concessiegrensoverschrijdende Verbindingen die niet door lijnen van andere concessiehouders worden bediend. De Concessieverlener stelt, op basis van een voorstel van de Concessiehouder, de Haltenamen zodanig vast dat: a. Haltenamen een logische relatie hebben met de straten waar of belangrijke attractiepunten in de nabijheid waar van de Haltes gelegen zijn; b. iedere Haltenaam voor één Haltepaar of Haltecluster gebruikt wordt; c. alle Haltes die samen een Haltepaar of Haltecluster vormen dezelfde Haltenaam hebben; en d. in geval een Lijn in ten minste één richting meer dan één Halte van hetzelfde Haltecluster bedient, de Haltenamen van de desbetreffende Haltes, in afwijking van het bepaalde onder sub c, gevormd worden door de Haltenaam van het desbetreffende Haltecluster, aangevuld met een onderscheidende toevoeging. De Concessiehouder draagt zorg voor het aangeven van de bus- en tramhaltes door middel van Haltepalen en Halteblokken aan de zijde van de weg waar de Bus of Tram stopt.

De Concessiehouder neemt daarbij de Aanwijzingen van de betreffende Concessiegemeente met betrekking tot welstandseisen in acht en de Aanwijzingen van de Concessieverlener met betrekking tot de wijze van vormgeven van een Halte. De Concessiehouder dient de toegankelijkheid te waarborgen. De Concessiehouder is verantwoordelijk voor de Aanschaf, het plaatsen (in overleg met de wegbeheerder) en het Onderhoud van de Haltepalen en Halteblokken en van de door hem geplaatste panelen voor het tonen van actuele reisinformatie en voor de informatie aan de Reiziger bij alle Haltes en Metrostations binnen het Concessiegebied en langs de tramroutes in Amstelveen en Uithoorn. De Concessiehouder draagt zorg voor het plaatsen, Beheer en Onderhoud van Halteborden en informatiedragers dan wel andere tekens die voldoen aan de wettelijke eisen voor het aanmerken van een locatie als Halte bij alle Haltes in het Concessiegebied. De Concessiehouder neemt daarbij de Aanwijzingen van de betreffende Concessiegemeente met betrekking tot welstandseisen alsmede een eventuele Aanwijzing van de Concessieverlener met betrekking tot de vormgeving van en/of wayfinding rondom een Halte in acht.

5.2.2 HerinrichZng van Haltes 1

Artikel 44 Herinrichting van Haltes De Concessiehouder kan tijdens de looptijd van de Concessie in het Jaarplan Vervoer voorstellen doen om Haltes aan te passen, te verplaatsen of op nieuwe plekken te realiseren, mits aan de Vervoerkundige Uitgangspunten en geldende eisen en pagina 77 van 161

2

3

4

5

6

normeringen aan Haltes wordt voldaan, de Haltes toegankelijk zijn, de verkeersveiligheid niet nadelig wordt beïnvloed en de Concessiehouder met de desbetreffende Infrabeheerder overleg heeft gevoerd of het voorstel van de Concessiehouder past binnen de beleidskaders van de desbetreffende Infrabeheerder. Op verzoek van Infrabeheerders informeert de Concessiehouder de desbetreffende Infrabeheerder omtrent de consequenties voor het Openbaar Vervoer zoals die kunnen voortvloeien uit een door de desbetreffende Infrabeheerder voorgenomen wijziging aan de Haltes. De Concessiehouder brengt de effecten van aanleg en herinrichting van Haltes op de Reizigers en de Exploitatie zoveel mogelijk kwantitatief in beeld. De effecten worden betrokken bij het eerstvolgende Jaarplan Vervoer na realisatie van de betreffende herinrichting. De Concessiehouder verwerkt positieve effecten in het eerstvolgende Jaarplan Vervoer na realisatie van betreffende aanleg of herinrichting, met als doel meer vervoer aan te bieden. Als de Concessiehouder en de desbetreffende Infrabeheerder(s) geen overeenstemming kunnen bereiken omtrent wijzigingen aan de beschikbare Haltes, stelt de Concessiehouder de Concessieverlener daarvan op de hoogte, en tracht de Concessieverlener te bemiddelen.

Indien de bemiddeling als bedoeld in de vorige volzin niet succesvol is, kan de Concessieverlener een Aanwijzing geven ten aanzien van het gebruik van de desbetreffende Haltes. De realisatiekosten voor aanpassingen/verplaatsingen zijn in beginsel voor rekening van de betreffende Infrabeheerder. De Vervoerregio kan kosten voor de aanpassing of verplaatsing van bestaande Haltes en de aanleg van nieuwe Haltes subsidiëren. Voorwaarde is dat Reizigers en/of de Vervoerregio meeprofiteren van de voordelen van de aanpassing, verplaatsing of aanleg van een (nieuwe) Halte. Indien een wegbeheerder uit eigen beweging een wijziging wil aanbrengen in de Haltes, brengt de Concessiehouder hierover advies uit aan de betreffende Infrabeheerder en de Concessieverlener.

5.2.3 Schoonmaak MetrostaZons De schoonmaak van Metrostations maakt onderdeel uit van de Concessie. Het gaat hierbij om werkzaamheden die plaatsvinden in de reizigersgebieden van de Metrostations en die van directe invloed kunnen zijn op de reizigersbeleving.

1

2

Artikel 45 Schoonmaak Metrostations De Concessiehouder draagt zorg voor het reinigen van Metrostations en Haltes aan de tramverbinding tussen Amsterdam Centraal en IJburg (voor zover in beheer bij GVB Railinfrabeheer B.V.) en de tramverbinding Amsterdam Zuid-Uithoorn. De verplichting als bedoeld in de vorige volzin omvat in ieder geval: a. het dagelijks vegen en het verwijderen van grofvuil en kranten/folders van de perrons; b. het dagelijks legen van de afvalbakken; c. het dagelijks verwijderen van vlekken (tot reikhoogte) van glas, betegelde- en geschilderde wanden, RVS, stationsmeubilair, liften, roltrappen, OVChipkaartapparatuur, en dergelijke; d. het wekelijks afnemen/wassen (tot reikhoogte) van glas, RVS, stationsmeubilair, liften, roltrappen, OV-Chipkaartapparatuur, en dergelijke; en e. het verwerken van het verzamelde afval. De verplichting van lid 1 vervalt wanneer voor het schoonmaken van bedoelde Haltes en Stations door de eigenaar of wegbeheerder andere afspraken zijn gemaakt, tot het moment van het vervallen van die afspraken. pagina 78 van 161

3

5.3

De Concessiehouder draagt proactief bij aan de schoonmaak van met andere concessiehouders gedeelde Metrostations. De Concessiehouder houdt zich daarbij in ieder geval aan de afspraken in het bestaande Convenant Stationsbeheer of diens opvolger(s). De Concessiehouder tracht nadere afspraken te maken met andere partijen voor een zo efficiënt mogelijke schoonmaak, met het oog op een uniforme en prettige reisomgeving in het hele Concessiegebied.

SAMENWERKING CONCESSIEHOUDER-INFRABEHEERDER

De verantwoordelijkheid voor de gebruiksmogelijkheden van infrastructuur voor het Openbaar Vervoer ligt bij de betreffende Infrabeheerder. De gebruiksmogelijkheden zijn te definiëren in termen van beschikbaarheid, betrouwbaarheid, toegankelijk en functionaliteit van de infrastructuur. Gelet op de verdeling van taken en verantwoordelijkheden als het gaat om de Exploitatie van het Openbaar Vervoer en het Beheer en Onderhoud van de infrastructuur is een goede samenwerking tussen de Concessiehouder en de Infrabeheerders essentieel. De Concessieverlener is voornemens om hiervoor een Wegbeheerdersconvenant met de Concessiehouder en de Concessiegemeenten af te sluiten voor bus- en traminfrastructuur. Onderdeel van de afspraken zal een regeling zijn voor de inzet van Vervangend Vervoer op momenten dat bepaalde infrastructuur (door werkzaamheden) niet beschikbaar is voor Openbaar Vervoer. Uitgangspunt voor deze afspraken is dat de Concessiehouder, in overleg met de Infrabeheerder, voor de getroffen Lijnen een alternatieve route of oplossing zoekt, zodat hij blijft voldoen aan de eisen van het Programma van Eisen. Dit geldt ook bij eventuele grootschalige werkzaamheden, zoals de “Oranje Loper”.

Alleen in uiterste gevallen kan de Concessieverlener een ontheffing verlenen voor die eisen in het Programma van Eisen waarvan naleving door het (tijdelijk) niet beschikbaar zijn van de infrastructuur nadelig beïnvloed wordt. Door deze afspraken met Infrabeheerders vast te leggen beoogt de Vervoerregio de Concessiehouder duidelijke kaders mee te geven en de belangen van het Openbaar Vervoer te borgen. De te maken afspraken vormen voor de Concessiehouder randvoorwaarden voor de uitvoering van de Concessie. Het Programma van Eisen omvat de taken en verantwoordelijkheden van de Concessiehouder voor de periode dat er geen Wegbeheerdersconvenant is afgesloten en aanvullende taken en verantwoordelijkheden. De eisen in dit hoofdstuk zijn opgesteld op het moment dat nog geen Wegbeheerdersconvenant tussen Concessieverlener, Concessiehouder en de wegbeheerders in het Concessiegebied is overeengekomen. Mochten de genoemde partijen een Wegbeheerdersconvenant overeenkomen, is het mogelijk dat Concessieverlener en Concessiehouder wijzigingen in de eisen van dit hoofdstuk overeenkomen. Die wijzigingen zullen zij in (een bijlage van) het Wegbeheerdersconvenant overeenkomen en vastleggen.

1 2 3

Artikel 46 Samenwerking Concessiehouder – wegbeheerder De Concessiehouder spant zich maximaal in om samen met de Concessieverlener en de Concessiegemeenten een Wegbeheerdersconvenant af te sluiten over bus- en traminfrastructuur. In het geval dat een dergelijk Wegbeheerdersconvenant tijdens de Concessie tot stand komt, draagt de Concessiehouder zorg ervoor dat de Concessiehouder de afspraken die de Concessieverlener maakt met de wegbeheerders, kan nakomen. De Concessiehouder en de wegbeheerders wonen ten minste vier keer per Dienstregelingjaar een door de Concessieverlener georganiseerd overleg bij, te weten één keer tijdens de voorbereiding van het Jaarplan Vervoer en één keer tijdens de voorbereiding van de Dienstregeling. Deze overleggen hebben onder meer tot doel voorgenomen aanpassingen van de infrastructuur en de gevolgen daarvan voor het pagina 79 van 161

4 5

6

7

8

9

10

5.4

Openbaar Vervoer te bespreken. Concessiehouder vertegenwoordigt in die overleggen ook de belangen van andere concessiehouders. De Concessiehouder volgt de instructies van de wegbeheerder met betrekking tot vervangende (nood)Haltes bij Beheer- en Onderhoudsactiviteiten nauwgezet op. De Concessiehouder stelt een vertegenwoordiger aan die als contactpersoon met de wegbeheerders fungeert en die bevoegd is namens de Concessiehouder met de wegbeheerders bindende afspraken te maken met betrekking tot het gebruik van de beschikbare infrastructuur ten behoeve van de uitvoering van de Concessie. Als de Concessiehouder geen overeenstemming met een wegbeheerder kan bereiken omtrent het gebruik van de door de desbetreffende wegbeheerder beheerde infrastructuur ten behoeve van de uitvoering van de Concessie, brengt de Concessiehouder de Concessieverlener daarvan op de hoogte en tracht de Concessieverlener te bemiddelen. Indien de bemiddeling als bedoeld in de vorige volzin niet succesvol is, kan de Concessieverlener een Aanwijzing geven ten aanzien van het gebruik van de desbetreffende infrastructuur.

De Concessiehouder informeert binnen 15 Werkdagen na ontvangst van een verzoek van een Infrabeheerder van (een deel van) de infrastructuur de desbetreffende wegbeheerder omtrent de consequenties voor het Openbaar Vervoer zoals die kunnen voortvloeien uit een door de desbetreffende wegbeheerder voorgenomen wijziging aan de beschikbare infrastructuur. Dit doet hij ook in het geval dat het verzoek tevens betrekking heeft op Openbaar Vervoer dat na het verstrijken van de duur van de Concessie verricht zal worden. In geval van wijzingen aan de infrastructuur zoals bedoeld in lid 3 kan de Concessieverlener de Concessiehouder toestemming verlenen om Openbaar Vervoer volgens een Gewijzigde Dienstregeling uit te voeren, een en ander overeenkomstig de bepalingen in artikel 40, lid 4. In geval (i) wijzingen aan de infrastructuur zoals bedoeld in lid 5 die de naleving van specifieke bepalingen in de Concessie naar het oordeel van de Concessiehouder in ernstige mate bemoeilijken, (ii) de Concessiehouder dit aan de desbetreffende wegbeheerder in de vorm van een onderbouwd advies kenbaar heeft gemaakt en (iii) de wegbeheerder dit advies naast zich neer heeft gelegd, kan de Concessiehouder bij de Concessieverlener een verzoek indienen voor ontheffing van het gebruik van Verplichte infrastructuur.

Bij de beoordeling van dit verzoek weegt de Concessieverlener de belangen van de Concessiehouder af tegen de gevolgen van de ontheffing voor de realisatie van vigerende doelstellingen en beleidsuitgangspunten van de Concessieverlener ten aanzien van het Openbaar Vervoer. De Concessiehouder verleent zijn medewerking met de betreffende wegbeheerder bij het installeren van en beheren van nieuwe technieken voor de verkeersregelbeïnvloeding, zoals de uitrol van de KAR of diens mogelijke opvolger(s).

EINDPUNTVOORZIENINGEN VOOR HET PERSONEEL 1

Artikel 47 Eindpuntvoorzieningen voor het Personeel De Concessiehouder maakt afspraken met de Concessiegemeenten over een nieuw contract voor Eindpuntvoorzieningen. Daarin komt de Concessiehouder met de Concessiegemeenten tot een standaardisatie van het uiterlijk van personeelshuisjes. De personeelshuisjes worden indien mogelijk voorzien van zonnepanelen. Dit geldt voor personeelshuisjes die na de start van de Concessie worden gerealiseerd en bij Groot onderhoud van bestaande personeelshuisjes.

pagina 80 van 161

6

STRATEGISCHE ACTIVA

6.1

INLEIDING

De Strategische Activa, benodigd voor de uitvoering van de Concessie, zijn bij GVB Activa B.V. ondergebracht. De volgende categorieën Strategische Activa worden onderscheiden (zie ook onderstaande figuur 4): • Voertuigen, waaronder begrepen de elektrische Laadinfrastructuur ten behoeve van Zeroemissievoertuigen; • procesinstallaties; • vastgoed; • ICT-systemen; en • overige Strategische Activa.

Figuur 4 – Categorieën Strategische Activa binnen GVB Activa B.V. GVB Activa B.V. stelt de Strategische Activa aan de Concessiehouder beschikbaar. De Concessieverlener verwacht dat de Concessiehouder als een ‘goed huisvader’ voor de Strategische Activa zorgt met het Beheer en Onderhoud. Verder is de Concessiehouder ervoor verantwoordelijk dat de waardeontwikkeling van de Strategische Activa conform de Afschrijving tijdens hun levensduur verloopt. Tenslotte verzorgt de Concessiehouder de afstemming hierover met GVB Activa B.V.. De activiteiten met betrekking tot de Strategische Activa zijn in twee onderdelen verdeeld: 1. de Instandhouding van de bestaande Strategische Activa gedurende de levensduur (waar onder P-beurten en Midlife beurten), zoals beschreven in paragraaf 6.3; en 2. de investeringen in nieuwe Strategische Activa, Levensduurverlenging en Dispositie van Strategische Activa, zoals beschreven in paragraaf 6.4. De verschillende op te leveren plannen en rapportages met betrekking tot de Strategische Activa worden beschreven in paragraaf 6.5.

6.2

ASSETMANAGEMENT STRATEGISCHE ACTIVA

“Assetmanagement brengt de activiteiten waarmee een bedrijf haar bedrijfsmiddelen beheert bij elkaar. Dit houdt in dat Prestaties, risico's en kosten van de bedrijfsmiddelen in onderlinge pagina 81 van 161

samenhang worden beheerd. Met deze vorm van Beheer ontstaat een grotere invloed op het bereiken van de (strategische) doelstellingen van de organisatie.” Concessieverlener en Concessiehouder hebben gezamenlijk het streven om (een beter) Assetmanagement te implementeren. Hiertoe werken zij in gezamenlijkheid een transitieplan Assetmanagement uit. In dit plan zal een aantal aspecten in ieder geval aan de orde komen (niet uitputtend): • scope; op welke Strategische Activa heeft het Assetmanagement betrekking? • volgorde en tempo, van de invoering; en • de rolverdeling in Assetmanagement, tussen Concessieverlener en Concessiehouder en de implicaties op beider organisaties. Concessieverlener en Concessiehouder voeren een gezamenlijk onderzoek uit om dit transitieplan vorm te geven. Het onderzoek vindt plaats aan de hand van een op ambtelijk niveau nader overeen te komen tijdlijn. Concessieverlener en Concessiehouder besluiten gezamenlijk over de vervolgstappen aan de hand van dit onderzoek. Ambtelijke besluitvorming vindt plaats in het directeurenoverleg Activa. Indien partijen geen overeenstemming bereiken, stellen partijen een onafhankelijke adviescommissie in. Dit advies wordt voorgelegd aan beide partijen.

Indien partijen geen overeenstemming bereiken over dit advies, besluit het Dagelijks Bestuur van de Concessieverlener (conform de reguliere rolverdeling tussen Concessieverlener en Concessiehouder). Invoering van Assetmanagement zal mogelijk effect hebben op de inhoud van enkele artikelen in dit hoofdstuk. De wijzigingen die hierdoor ontstaan zullen te zijner tijd in een addendum bij dit Programma van Eisen worden gevoegd.

6.3

INSTANDHOUDING STRATEGISCHE ACTIVA

Instandhouding met betrekking tot de Voertuigen richt zich op de volgende typen van Instandhouding: 1. Regulier/periodiek Onderhoud; 2. Schade- en/of storingswerkzaamheden; en 3. Onderhoudsprojecten, te weten: a. Groot onderhoud; b. Revisies; c. Midlife beurten; d. Modificaties en Functiewijzigingen; e. werkzaamheden als gevolg van Obsolete onderdelen; f. interieur- en exterieurbeurten van een complete serie Voertuigen; en g. systeemintegraties (ICT-gerelateerd). Instandhouding met betrekking tot de Strategische Activa anders dan Voertuigen richt zich op de volgende typen van Instandhouding: 1. regulier/periodiek Onderhoud; 2. Schade- en/of storingswerkzaamheden; en 3. Modificaties.

1

Artikel 48 Beschikbaarheid Strategische Activa De Concessiehouder beheert en staat in voor de technische staat en functionaliteit van de Strategische Activa en voert daartoe Instandhoudingswerkzaamheden uit volgens een Meerjaren Onderhoud- en Revisieprogramma zoals omschreven in artikel 51. pagina 82 van 161

2

3

4

5

1

2

De Concessiehouder onderhoudt de Strategische Activa zodanig dat hij over voldoende Strategische Activa beschikt om de Geldende Dienstregeling, overeenkomstig de eisen in Hoofdstuk 3 en 4 te kunnen uitvoeren. Hierbij mag de Concessiehouder uitgaan van de staat van Onderhoud van de Railinfrastructuur overeenkomstig het bepaalde in de AMRIovereenkomst. In aanvulling op het bepaalde in lid 2 onderhoudt de Concessiehouder de Voertuigen zodanig dat hij aan de volgende inzetnormen voldoet: a. van de Bussen kan dagelijks ten minste [nog te bepalen]% voor de uitvoering van de Geldende Dienstregeling worden ingezet; b. van de Trams kan dagelijks ten minste [nog te bepalen]% voor de uitvoering van de Geldende Dienstregeling worden ingezet; en c. van de Metro’s kan dagelijks ten minste [nog te bepalen]% voor de uitvoering van de Geldende Dienstregeling worden ingezet. d. Concessiehouder en Concessieverlener hebben gezamenlijk een proces ingericht om tot invulling van de in lid a, b en c nog te bepalen percentages te komen, dan wel een nieuwe werkwijze overeen te komen, uiterlijk op 01-07-2025. Tot moment van overeengekomen percentages, dan wel werkwijze, zijn de per 1 mei 2024 geldende percentages van toepassing, zoals aangegeven in Bijlage 6.

De Concessieverlener bepaalt jaarlijks per (deel)serie het minimumaantal Voertuigen dat dagelijks voor de uitvoering van de Geldende Dienstregeling inzetbaar moet zijn door de in lid 3 genoemde percentages te vermenigvuldigen met het totaal aantal Voertuigen van de betreffende (deel)serie en het aldus verkregen aantal naar beneden af te ronden. De Concessieverlener telt daartoe per Modaliteit de minimumaantallen Voertuigen per (deel)serie voor afronding bij elkaar op en rondt de aldus verkregen gesommeerde aantallen naar beneden af op een geheel aantal Trams en een geheel aantal Metro’s en een geheel aantal Bussen, dat in ieder geval voor de uitvoering van de Geldende Dienstregeling inzetbaar moet zijn. De Concessieverlener beoordeelt of de Concessiehouder aan de eisen ten aanzien van de inzetbaarheid van Voertuigen voldoet op basis van het aantal Voertuigen dat de Concessiehouder op een willekeurige Dag tussen 07:30 en 08:30 uur voor de uitvoering van de Geldende Dienstregeling kan inzetten. Artikel 49 Overzicht structurele activiteiten Instandhouding Strategische Activa In het kader van Instandhouding geeft de Concessiehouder inzicht aan de Concessieverlener middels volgende producten: a. het Strategisch Asset Plan Strategische Activa, als beschreven in artikel 57; b. het Meerjaren Investeringsplan Strategische Activa, als beschreven in artikel 58; c.

het Jaarplan Strategische Activa, als beschreven in artikel 59; d. de Jaarmeting Strategische Activa, als beschreven in artikel 62; e. de Kwartaalrapportage Strategische Activa, als beschreven in artikel 60; en f. het Meerjaren Onderhoud- en Revisieprogramma, als beschreven in artikel 51. Jaarlijks stellen de Concessiehouder en de Concessieverlener in overleg een jaaragenda op, waarin de data zijn opgenomen, waarop de producten genoemd in lid 1 door de Concessiehouder aan de Concessieverlener opgeleverd zullen worden. Deze jaaragenda sluit aan op de in Bijlage 2 opgenomen oplevermomenten. De Concessiehouder beschikt over proces-afloopschema’s waarin de stappen en verdeling van taken en verantwoordelijkheden zijn weergegeven die een tijdige aanlevering moeten waarborgen. De Concessiehouder en de Concessieverlener reviewen de jaaragenda en de proces-afloopschema’s regelmatig en passen deze aan wanneer dit bijdraagt aan een

pagina 83 van 161

3 4

1

1

2 3 4

6.4

verdere verbetering van de onderlinge samenwerking. De Concessiehouder wijzigt de proces-afloopschema’s alleen in overleg met de Concessieverlener. De Concessiehouder en de Concessieverlener wijzen ieder een proceseigenaar aan die toeziet op het tijdig doorlopen van alle stappen binnen de proces-afloopschema’s en het realiseren van de jaaragenda, als bedoeld in lid 2. De Concessiehouder werkt volledig en onvoorwaardelijk mee aan Audits op de uitvoering van Assetmanagement van de Strategische Activa, door of in opdracht van de Concessieverlener. Artikel 50 Incidentele activiteiten Instandhouding Strategische Assets De Concessiehouder voert ten behoeve van de voorbereiding en uitvoering van Onderhoudsprojecten als beschreven onder paragraaf 6.3.3 de volgende incidentele activiteiten uit: a. indienen Investeringsaanvraag voor investeringen in Strategische Activa, zoals beschreven in artikel 63; en b. voorbereiding en uitvoering aanbesteding Strategische Activa, zoals beschreven in artikel 54.

Artikel 51 Instandhouding op basis van een Meerjaren Onderhoud- en Revisieprogramma De Concessiehouder beschikt over een Meerjaren Onderhoud- en Revisieprogramma dat een geactualiseerd (op basis van de onderhoudsvoorschriften van de leverancier, het gerealiseerde Onderhoud, eventuele mutaties in het Activaregister en voortschrijdend inzicht in de optimale onderhoudsfrequentie) overzicht geeft van het uit te voeren Onderhoud per categorie Strategische Activa en per type Voertuigen voor minimaal de komende 5 jaar. Het Meerjaren Onderhoud- en Revisieprogramma is in lijn met het Strategisch Activa Plan, zoals beschreven in artikel 57. De Concessiehouder ziet actief toe op het uitvoeren van geplande onderhoudsbeurten en inspecties volgens het Meerjaren Onderhoud- en Revisieprogramma door middel van steekproefsgewijze (visuele) inspecties. De Concessiehouder rapporteert als onderdeel van de Kwartaalrapportage Strategische Activa na afloop van ieder kwartaal de stand van zaken van het Onderhoud voor alle Strategische Activa waarbij hij onderscheid maakt naar de verschillende typen activiteiten in het kader van de Instandhouding.

INVESTERINGEN IN AANSCHAF, LEVENSDUURVERLENGING EN DISPOSITIE VAN STRATEGISCHE ACTIVA

Aan het einde van de levensduur van een Strategisch Activum, dan wel bij wijziging van de omvang van het Werkend Reizigersvervoersysteem, vindt de overweging om te investeren in nieuwe Strategische Activa, of Dispositie dan wel Levensduurverlenging uit te voeren, plaats. De Concessieverlener onderscheidt hierbij de volgende categorieën (des)investeringen in Strategische Activa: 1. Aanschaf van nieuwe Voertuigen, waaronder begrepen hiermee samenhangende investeringen in procesinstallaties, vastgoed en ICT-systemen; 2. Levensduurverlenging van bestaand Materieel; 3. Dispositie van Voertuigen; 4. Aanschaf van procesinstallaties, vastgoed, en ICT-systemen die samenhangt met een Systeemsprong;

pagina 84 van 161

5. Aanschaf van procesinstallaties, vastgoed en ICT-systemen voor zover deze niet samenhangt met de Aanschaf van Materieel of een Systeemsprong; en 6. Dispositie van procesinstallaties, vastgoed en ICT-systemen. Artikel 52 Overzicht structurele activiteiten Aanschaf, Levensduurverlenging en Disposities Strategische Activa 1 In het kader van Aanschaf, Levensduurverlenging en Disposities geeft de Concessiehouder inzicht aan de Concessieverlener met de volgende producten: a. het Strategisch Activa Plan, als beschreven in artikel 57; b. het Meerjaren Investeringsplan Strategische Activa, als beschreven in artikel 58; c. het Jaarplan Strategische Activa, als beschreven in artikel 59; en d. de Kwartaalrapportage Strategische Activa, als beschreven in artikel 60. 2 Jaarlijks stellen de Concessiehouder en de Concessieverlener in overleg een jaaragenda op, waarin de data zijn opgenomen, waarop de producten genoemd in lid 1 door de Concessiehouder aan de Concessieverlener opgeleverd zullen worden. Deze jaaragenda sluit aan op de in Bijlage 2 opgenomen oplevermomenten. De Concessiehouder beschikt over proces-afloopschema’s waarin de stappen en verdeling van taken en verantwoordelijkheden zijn weergegeven die een tijdige aanlevering moeten waarborgen.

De Concessiehouder en de Concessieverlener reviewen de jaaragenda en de proces-afloopschema’s regelmatig en passen deze aan wanneer dit bijdraagt aan een verdere verbetering van de onderlinge samenwerking. De Concessiehouder wijzigt de proces-afloopschema’s alleen in overleg met de Concessieverlener. 3 De Concessiehouder en de Concessieverlener wijzen ieder een proceseigenaar aan die toeziet op het tijdig doorlopen van alle stappen binnen de proces-afloopschema’s en het realiseren van de jaaragenda, als bedoeld in lid 2. 4 De Concessiehouder werkt volledig en onvoorwaardelijk mee aan Audits op de uitvoering van Assetmanagement van de Strategische Activa, door of in opdracht van de Concessieverlener.

1

2 3

4

Artikel 53 Incidentele activiteiten Aanschaf, Levensduurverlenging en Disposities Strategische Activa De Concessiehouder voert ten behoeve van de voorbereiding en uitvoering van de categorieën (des)investeringen in Strategische Activa 1 tot en met 5, de volgende incidentele activiteiten uit: a. indienen Investeringsaanvraag Strategische Activa, zoals beschreven in artikel 63; b. voorbereiding en uitvoering aanbesteding Strategische Activa, zoals beschreven in artikel 54; en c. levering/uitvoering investeringen Strategische Activa, zoals beschreven in artikel 55. De Concessiehouder voert voor de categorie (des)investeringen in Strategische Activa 6 (Dispositie Strategische Activa) het bepaalde in artikel 56 uit. De Concessiehouder beschikt over proces-afloopschema’s die een tijdige afronding van de activiteiten genoemd in lid 1 moeten waarborgen. De Concessiehouder volgt bij de start van de Concessie de proces-afloopschema’s zoals die tijdens het laatste jaar van de voorgaande concessie werden gehanteerd. De Concessiehouder en de Concessieverlener reviewen de proces-afloopschema’s na afronding van de (des)investering en passen deze aan wanneer dit bijdraagt aan een verdere verbetering van de onderlinge samenwerking. De Concessiehouder wijzigt de proces-afloopschema’s alleen in overleg met de Concessieverlener.

De Concessiehouder en de Concessieverlener stellen ieder een proceseigenaar aan die toeziet op een tijdige afronding van de activiteiten genoemd in lid 1.

pagina 85 van 161

5

6

1

2

De Concessiehouder stelt in nauwe samenspraak met de Concessieverlener een plan van aanpak op voor de activiteiten genoemd in lid 1, tenzij de Concessieverlener het opstellen van een plan van aanpak gelet op de verwachte omvang van de investering niet noodzakelijk acht. Het plan van aanpak omvat in ieder geval de volgende onderdelen: a. taken en verantwoordelijkheden van de procesdeelnemers en, met inachtneming van het in lid 3 van artikel 54, lid 4 bepaalde, het mandaat van stuurgroep-leden vanuit de Concessiehouder en de Concessieverlener; b. de te doorlopen stappen met bijbehorende tijdslijnen, overlegmomenten en escalatiemogelijkheden; c. de criteria op basis waarvan de Concessieverlener de Investeringsaanvraag beoordeelt; d. de informatie die de Concessieverlener nodig heeft om op basis van de criteria bedoeld onder sub b., integrale (dat wil zeggen, bezien vanuit het totale Amsterdamse OV-systeem) afwegingen van de noodzaak tot en kosten en opbrengsten van (des)investeringen in Strategische Activa te kunnen maken; e. de noodzaak om de Investeringsaanvraag te onderbouwen door middel van een integrale Businesscase; en f. afspraken over het (mogen) delen van informatie/gegevens verkregen in het kader van de uitvoering van de activiteiten. De Concessiehouder legt het plan van aanpak ter vaststelling aan de Concessieverlener voor.

De Concessieverlener deelt binnen zes (6) weken na ontvangst mede of het plan van aanpak voldoet aan de eisen gesteld in dit artikel en daarmee wordt vastgesteld. Ingeval het plan van aanpak niet voldoet aan deze eisen, geeft de Concessieverlener een Aanwijzing op welke onderdelen het plan van aanpak moet worden aangepast om het plan van aanpak alsnog vast te kunnen stellen. Artikel 54 Voorbereiding en uitvoering aanbesteding Strategische Activa In geval van goedkeuring van een Investeringsaanvraag door de Concessieverlener stelt de Concessiehouder, afhankelijk van de aard en omvang van de investering in Strategische Activa in nauwe samenspraak met de Concessieverlener één of meerdere van de volgende documenten op ten behoeve van de aanbesteding van de betreffende investering: a. een aanbestedingsprotocol met een beschrijving van: i. procedureregels voor de Concessiehouder en de Concessieverlener rondom de aanbestedingsprocedure zodanig dat de interne processen van de Concessiehouder en de Concessieverlener gedurende verschillende fasen van de aanbestedingsprocedure gestructureerd, transparant en goed gedocumenteerd verlopen; en ii. de informatiepositie van de Concessiehouder en de Concessieverlener tijdens de verschillende fasen van de aanbestedingsprocedure; b.

een (functioneel) Programma van Eisen waarbij de Concessiehouder zich baseert op het (functionele) Programma van Eisen voor de laatste investering in dezelfde categorie Strategische Activa of in geval van Voertuigen dezelfde Modaliteit en de uitkomsten van een evaluatie van deze laatste investering verwerkt; c. afhankelijk van de gekozen aanbestedingsprocedure: i. een aanbestedingsleidraad voor de gehele aanbestedingsprocedure; of ii. aanbestedingsleidraden voor de afzonderlijke fasen binnen de aanbestedingsprocedure; d. een model-koopcontract dat voldoet. De Concessiehouder zorgt ervoor dat alle documenten beschreven in lid 1 voldoen aan de Strategische uitgangspunten en passen binnen de financiële kaders die de Concessieverlener met de goedkeuring van de Investeringsaanvraag aan de Concessiehouder heeft meegegeven. pagina 86 van 161

3 4

5 6

1 2

3

4

De Concessiehouder informeert de Concessieverlener in ieder geval na afloop van ieder kwartaal of zoveel vaker als nodig over de voortgang van de voorbereiding en uitvoering van de aanbesteding. De Concessiehouder stelt een stuurgroep in met vertegenwoordigers van in ieder geval de Concessiehouder en de Concessieverlener, die toeziet op een goed verloop van de voorbereiding en uitvoering van de aanbesteding binnen de door de Concessieverlener aangegeven kaders. In geval van afwijkingen ten opzichte van de Strategische uitgangspunten dan wel financiële kaders voor de aanbesteding in termen van tijd, scope, kwaliteit, risico’s en baten voor zover deze buiten door de Concessiehouder en de Concessieverlener overeengekomen fasetoleranties liggen of dreigen te liggen, besluit de stuurgroep over eventuele aanpassingen. De Concessiehouder informeert de Concessieverlener na afronding van een fase binnen de aanbestedingsprocedure schriftelijk over het resultaat van deze fase. In aanvulling op het bepaalde in lid 5 informeert de Concessiehouder de Concessieverlener voorafgaand aan het voorlopige gunningsbesluit over de uitkomst van de aanbesteding en in het bijzonder over de vraag of de winnende Bieding voldoet aan de Strategische uitgangspunten en financiële kaders die de Concessieverlener met de goedkeuring van de Investeringsaanvraag aan de Concessiehouder heeft meegegeven.

Artikel 55 Levering/uitvoering investeringen Strategische Activa De Concessiehouder ziet toe op de tijdige levering van nieuwe Strategische Activa (Aanschaf) dan wel tijdige uitvoering van LV-projecten door de leverancier, overeenkomstig de voorwaarden in het afgesloten (koop)contract. De Concessiehouder stelt in ieder geval bij de Aanschaf van nieuwe Voertuigen (categorie 1) en in overleg bij overige investeringen in Strategische Activa een stuurgroep in, met vertegenwoordigers van de Concessiehouder en de Concessieverlener, die toeziet op een goed verloop van de levering van nieuwe Strategische Activa (Aanschaf) dan wel uitvoering van Onderhoudsprojecten passend binnen de Strategische uitgangspunten en financiële kaders die de Concessieverlener met de goedkeuring van de Investeringsaanvraag dan wel na kennis te hebben genomen van het voorlopig gunningsbesluit aan de Concessiehouder heeft meegegeven. In geval van medewerking van andere partijen, waaronder begrepen de Concessieverlener in haar rol van opdrachtgever voor Beheer en Onderhoud van de Railinfrastructuur, een vereiste is voor een investering in Strategische Activa, sluit de Concessiehouder met de betreffende partijen een samenwerkingsovereenkomst waarin de bereidheid tot en voorwaarden voor medewerking zijn vastgelegd.

In geval van afwijkingen bij de levering van nieuwe Strategische Activa (Aanschaf) dan wel uitvoering van LV-projecten ten opzichte van de voorwaarden in het met de leverancier afgesloten (koop)contract: a. is het de Concessiehouder toegestaan zonder voorafgaande toestemming van de Concessieverlener hierover een nadere afspraak met de leverancier te maken zolang het totale bedrag dat met de uitvoering van deze afspraak gemoeid is niet hoger is dan € 300.000, tenzij de Concessieverlener en de Concessiehouder eerder een ander bedrag overeengekomen zijn; b. besluit de stuurgroep over een nadere afspraak met de leverancier hierover wanneer het totale bedrag dat met de uitvoering van deze afspraak boven de in sub a. genoemde bovengrens ligt of anderszins buiten door de Concessiehouder en de Concessieverlener overeengekomen fasetoleranties in termen van tijd, scope, kwaliteit, risico’s en baten ligt of dreigt te liggen; c. legt de Concessiehouder in alle gevallen achteraf verantwoording af over de besteding van het risicobudget en onderbouwt daarbij dat de besteding doelmatig en rechtmatig pagina 87 van 161

is, rechtstreeks samenhangt met de investering en niet het gevolg is van ernstige nalatigheid van de Concessiehouder, GVB Activa B.V. en/of de leverancier; d. zorgt de Concessiehouder ervoor dat de som van de bedragen die is gemoeid met de afspraken zoals bedoeld in sub a. en b. niet hoger is dan het risicobudget zoals opgenomen in de door de Concessieverlener goedgekeurde Investeringsaanvraag, tenzij de Concessiehouder en de Concessieverlener vooraf anders overeen zijn gekomen.

1

2

6.5

Artikel 56 Dispositie Strategische Activa De Concessiehouder stelt voor in het vastgestelde Jaarplan Strategische Activa voorziene Disposities van Strategische Activa in nauwe samenspraak met de Concessieverlener een plan van aanpak op, tenzij de Concessieverlener het opstellen van een plan van aanpak gelet op de verwachte (financiële) implicaties van een Dispositie niet noodzakelijk acht. De Concessiehouder legt het plan van aanpak ter vaststelling aan de Concessieverlener voor. De Concessieverlener deelt binnen zes (6) weken na ontvangst mede of het plan van aanpak past binnen de door de Concessieverlener aangegeven financiële kaders en daarmee wordt vastgesteld. Ingeval het plan van aanpak niet binnen deze kaders past, geeft de Concessieverlener een Aanwijzing op welke onderdelen het plan van aanpak moet worden aangepast om het plan van aanpak alsnog vast te kunnen stellen.

PLANNEN EN RAPPORTAGES STRATEGISCHE ACTIVA 1 2

3

4 5

Artikel 57 Strategisch Activa Plan De Concessiehouder stelt jaarlijks, overeenkomstig de jaaragenda, in nauwe samenspraak met de Concessieverlener, een Strategisch Activa Plan met een tijdshorizon van vijftien (15) jaar op. Het Strategisch Activa Plan biedt voor Aanschaf, LV en Dispositie in ieder geval inzicht in: a. per Modaliteit: het benodigde aantal Voertuigen (de materieelbehoefte) afgezet tegen het beschikbare aantal Voertuigen vermeerderd met reeds bestelde nieuwe Voertuigen, rekening houdend met een geactualiseerde inschatting van de einde technische, economische en functionele levensduren van het bestaande Materieel; b. per serie Voertuigen: als Saldo uit lid a. bepaling van de investeringsbehoefte in aantallen nieuw Materieel, LV, dan wel Dispositie van bestaand Materieel; c. een onderbouwing van de gemaakte keuzes tussen investeren in nieuw Materieel en het uitvoeren van LV; d. beschrijving van de verwachte investeringen in vastgoed en procesinstallaties, voor zover onderdeel van de Strategische Activa (zie figuur 4, paragraaf 6.1); en e. beschrijving van de staat van en verwachte investeringen in ICT-systemen, voor zover onderdeel van de Strategische Activa (zie figuur 4, paragraaf 6.1). Het Strategisch Activa Plan biedt voor Instandhouding in ieder geval inzicht in: a.

per serie Voertuigen: een weergave van de verwachte Onderhoudsprojecten per jaar, inclusief een toelichting op de inhoud van deze Onderhoudsprojecten; en b. beschrijving van de verwachte Onderhoudsprojecten van Strategische Activa anders dan Voertuigen, gesplitst naar de in paragraaf 6.1 aangegeven categorieën. De Concessiehouder zorgt ervoor dat Instandhouding en Aanschaf, LV en Dispositie duidelijk gescheiden in het plan weergegeven worden. De Concessiehouder toont door middel van een cijfermatige onderbouwing aan dat het Strategisch Activa Plan, wat het benodigde aantallen Voertuigen betreft, aansluit op de materieelbehoefte volgens het mid-scenario zoals uitgewerkt in de Vervoerprognose, rekening houdend met de minimale beschikbaarheid op grond van artikel 48, lid 3.

pagina 88 van 161

6 7 8

1

2

3 4 5 6 7

8

De Concessiehouder toont aan dat bij de bepaling van de benodigde aantallen Voertuigen de vervoerkundige strategie uit het vastgestelde Ontwikkelplan voor de corresponderende periode, zoals weergegeven in Bijlage 2, is meegewogen. De Concessiehouder biedt het Strategische Activa Plan, op het in de jaaragenda overeengekomen moment, ter vaststelling aan de Concessieverlener aan. De Concessieverlener stelt het Strategisch Activa Plan vast, indien het voldoet aan: a. de eisen gesteld in dit artikel; en b. aantoonbaar logisch voortvloeit uit de Vervoerprognose en het Ontwikkelplan. Artikel 58 Meerjaren Investeringsplan Strategische Activa De Concessiehouder stelt jaarlijks, overeenkomstig de jaaragenda, in nauwe samenspraak met de Concessieverlener een Meerjaren Investeringsplan Strategische Activa met een tijdshorizon van vijftien (15) jaar op, passend binnen de door Concessieverlener aangegeven financiële kaders. Het Meerjaren Investeringsplan biedt in ieder geval inzicht in: a. de benodigde en beschikbare aantallen Voertuigen onderscheiden naar Modaliteit; b. de verwachte investeringen in Voertuigen, in aantallen en onderscheiden naar Investeringen in nieuw Materieel en Levensduurverlenging; c. de verwachte Disposities van Voertuigen, in aantallen; d. de verwachte investeringen en Disposities in vastgoed, procesinstallaties, ICTsystemen en overig’ e.

de verwachte Onderhoudsprojecten per jaar; f. de planning van de uitgaven m.b.t. het genoemde in lid b, c, d en e; g. het effect van de uitgaven uit lid f, op de hoogte van de afschrijvingslasten van de Strategische Activa, uitgedrukt in jaren; en h. de afschrijvingslasten, uitgedrukt in jaren, m.b.t. reeds in voorgaande jaren geactiveerde uitgaven aan investeringen m.b.t. het genoemde in lid b, c, d en e. De Concessiehouder zorgt ervoor dat Instandhouding en Aanschaf, Levensduurverlenging en Dispositie duidelijk gescheiden in het plan gerapporteerd worden. De Concessiehouder voegt het Activaregister per 1 januari van het betreffende jaar, als Bijlage bij het Meerjaren Investeringsplan toe. De Concessiehouder geeft, zoveel mogelijk door middel van cijfermatige onderbouwing, duidelijk en concreet inzicht in de samenhang van het Meerjaren Investeringsplan met het Strategisch Activa Plan, zoals beschreven in artikel 57. De Concessiehouder biedt het Meerjaren Investeringsplan Strategische Activa, op het in de jaaragenda overeengekomen moment, ter vaststelling aan de Concessieverlener aan. De Concessieverlener stelt, binnen zes (6) weken na ontvangst, het Meerjaren Investeringsplan vast, indien het voldoet aan: a. de eisen gesteld in dit artikel; b. aantoonbaar logisch voortvloeit uit het Strategisch Activa Plan; en c.

past binnen de door de Concessieverlener meegegeven financiële kaders. Indien naar het inzicht van de Concessieverlener het Meerjaren Investeringsplan niet aan de eisen voldoet, zal zij een Aanwijzing voor aanpassing aan de Concessiehouder doen. De Concessiehouder heeft zes (6) weken de gelegenheid om de gevraagde aanpassingen door te voeren en opnieuw in te dienen. Indien de Concessiehouder in het herziene Meerjaren Investeringsplan de Aanwijzing tot genoegen van de Concessieverlener heeft verwerkt, stelt de Concessieverlener het herziene Meerjaren Investeringsplan binnen vier (4) weken na ontvangst vast.

pagina 89 van 161

1

2

3

4 5 6

7

1 2

Artikel 59 Jaarplan Strategische Activa De Concessiehouder stelt jaarlijks, overeenkomstig de jaaragenda, in nauwe samenspraak met de Concessieverlener een Jaarplan Strategische Activa op. In het Jaarplan geeft de Concessiehouder aan welke activiteiten, in het kader van Strategische Activa, zoals benoemd in het Meerjaren Investeringsplan, in het navolgende jaar zullen plaatsvinden. Voor Investeringen in LV en Disposities Strategische Activa wordt benoemd: a. een weergave en planning van de door de Concessiehouder in het navolgende jaar in te dienen Investeringsaanvragen, zoals beschreven in artikel 63, passend bij de in het Meerjaren Investeringsplan benoemde Investeringen, Levensduurverlenging en Disposities; en b. een gedetailleerde begroting met betrekking tot de voorbereidingskosten van de in lid a aangegeven Investeringen, Levensduurverlenging en Disposities, die gemaakt zullen worden in het betreffende jaar. Voor Onderhoudsprojecten Strategische Activa wordt benoemd: a. een weergave en planning van de door de Concessiehouder in het navolgende jaar in te dienen Investeringsaanvragen, zoals beschreven in artikel 63, passend bij de in het Meerjaren Investeringsplan benoemde Onderhoudsprojecten; en b. een gedetailleerde begroting met betrekking tot de voorbereidingskosten van de in lid a aangegeven Onderhoudsprojecten, die gemaakt zullen worden in het betreffende jaar.

De Concessiehouder zorgt ervoor dat Instandhouding en Aanschaf, LV en Dispositie duidelijk gescheiden in het plan gerapporteerd worden. De Concessiehouder biedt het Jaarplan Strategische Activa, op het in de jaaragenda overeengekomen moment, ter vaststelling aan de Concessieverlener aan. De Concessieverlener stelt het Jaarplan vast indien het: a. voldoet aan de eisen gesteld in dit artikel; b. logisch voortvloeit uit het Meerjaren Investeringsplan Strategische Activa; en c. past binnen de door de Concessieverlener meegegeven financiële kaders. Het vaststellen van het Jaarplan Strategische Activa houdt de goedkeuring van de subsidieaanvraag door de Concessieverlener in voor de onder lid 2.b en 3.b opgenomen voorbereidingskosten. Artikel 60 Kwartaalrapportage Strategische Activa De Concessiehouder dient uiterlijk zes (6) weken na afloop van ieder kwartaal een Kwartaalrapportage Assetmanagement ter toetsing bij de Concessieverlener in en neemt daarbij de bepalingen in de jaaragenda in acht. De Kwartaalrapportage Strategische Activa bevat in ieder geval de volgende informatie: a. de stand van zaken van de Instandhouding voor alle Strategische Activa waarbij onderscheid wordt gemaakt naar de verschillende typen activiteiten in het kader van de Instandhouding zoals genoemd in paragraaf 6.3; b.

afwijkingen ten opzichte van de in het Jaarplan opgenomen werkzaamheden, inclusief een toelichting hier op; c. indien nog van kracht, voortgang Service Level Agreement tussen de Concessiehouder en GVB Activa B.V. wat Bus, Tram, Metro, procesinstallaties, vastgoed en ICT betreft; d. boekwaarden, activeringen, (versnelde) Afschrijvingen en Dispositie van de Strategische Activa; e. wijzigingen in het Activaregister, zie artikel 61; in gebruik genomen en afgevoerde Strategische Activa in het lopende kalenderjaar; f. voortgang van verwervingsprojecten, met daarbij onderscheid tussen Materieel, procesinstallaties, vastgoed en ICT-vervangingsprojecten; en pagina 90 van 161

g. voortgang (des)investeringen in het lopende kalenderjaar.

1 2

3 4

1 2

3 4

Artikel 61 Activaregister De Concessiehouder houdt een Activaregister bij dat een actueel overzicht van alle Strategische Activa bevat. Het overzicht bevat per Strategisch Activum in ieder geval de volgende informatie: a. type Strategisch activum (bijvoorbeeld Bus); b. categorie Strategische Activa zoals onderscheiden in lid 1; c. activeringsdatum; d. Afschrijving (jaren en maanden); e. Aanschafwaarde; en f. boekwaarde. De Concessiehouder neemt in de Kwartaalrapportage Assetmanagement een overzicht op van de wijzigingen in het Activaregister, zoals bedoeld in artikel 60, lid 2, sub e. De Concessiehouder verleent de Concessieverlener, en op diens verzoek de gemeente Amsterdam, inzage in het Activaregister. Artikel 62 Jaarmeting Strategische Activa De Concessiehouder voert jaarlijks overeenkomstig de jaaragenda een Jaarmeting Strategische Activa uit. De Concessiehouder neemt bij de uitvoering van de Jaarmeting Strategische Activa de volgende uitgangspunten in acht: a. uitvoering van de Jaarmeting Strategische Activa gebeurt door onafhankelijke, door de Concessiehouder in te huren deskundigen; b. controle per Modaliteit van een door de Concessieverlener te bepalen steekproef van ten minste 5% van de Voertuigen op functionaliteit, deels door controle op gebruik/inzet en fysieke inspectie, en op uitvoering en voortgang van preventieve en meerjaren-onderhoudsplannen; c.

toetsing van alle procesinstallaties op functionaliteit en uitgevoerd Onderhoud inclusief keuringen; d. vaststelling van de technische staat van het vastgoed op basis van steekproefsgewijze inspecties van gerapporteerde werkzaamheden gebaseerd op meerjarenonderhoudsplannen; en e. vaststelling van het functioneren van de ICT-systemen op basis van de mate waarin deze voldoen aan de gebruikerseisen, het service-level, de onderhoudsstaat en de beheersing en formalisatie van essentiële processen. De Concessiehouder dient een rapport ‘Jaarmeting Strategische Activa’ ter toetsing bij de Concessieverlener in en neemt daarbij de termijnen in de jaaragenda in acht. Het rapport ‘Jaarmeting Strategische Activa’ bevat in ieder geval de volgende informatie: a. per Modaliteit de aanwezigheid en inzetbaarheid en een conditiemeting van de gecontroleerde Voertuigen waaruit blijkt of deze Voertuigen tot het einde van de overeengekomen levensduur inzetbaar zullen zijn; b. algemene constateringen met betrekking tot de procesinstallaties; c. per gecontroleerd object de technische staat van het vastgoed object; en d. de staat van Onderhoud, de kwaliteit van de beheerorganisatie en de toekomstvastheid van de ICT-systemen, te weten Mobilofonie (MOBNEXT), Exploitatie Beheer Systeem (EBS) en OV-Chipkaart of diens opvolger(s) alsmede de Generieke ICT Voertuig Architectuur (GIVA). pagina 91 van 161

5

1 2

3

4

De Concessieverlener toetst op basis van het rapport ‘Jaarmeting Strategische Activa’ of de waardeontwikkeling van de Strategische Activa conform het door de Concessieverlener en de Concessiehouder overeengekomen afschrijvingsschema verloopt. Artikel 63 Investeringsaanvraag Strategische Activa De Concessiehouder stelt per, in het vastgestelde Jaarplan Strategische Activa voorziene, investering in nauwe samenspraak met de Concessieverlener een Investeringsaanvraag op. De Concessiehouder hanteert voor de Investeringsaanvraag een door de Concessieverlener aangegeven format met bijbehorende gebruikshandleiding, waarbij de Concessieverlener vooraf de toepassing van het format voor en de diepgang bij de verschillende onderdelen van de Investeringsaanvraag aangeeft. Het format voor de Investeringsaanvraag omvat de volgende onderdelen: a. samenvatting van de Investeringsaanvraag voor de Voorkeursvariant, met als onderdelen: i. categorie(ën) Strategische Activa waar de Investeringsaanvraag betrekking op heeft; ii. omvang van de investering in aantallen, inclusief factoren die de omvang van de investering kunnen beïnvloeden; en iii. raming van het investeringsbedrag, inclusief VAT-kosten. De Concessiehouder geeft bij het investeringsbedrag het prijspeiljaar en, voor zover van toepassing, de wijze van indexering aan. b.

voorstel voor de wijze van bekostiging van het investeringsbedrag; c. aanleiding van de investering, waaronder de samenhang met de Hoofdopgaven, de Vervoerprognose, de Strategische uitgangspunten en het Strategische Activa Plan; d. varianten die bij het opstellen van de Investeringsaanvraag in beschouwing zijn genomen, inclusief de nul-variant; e. een bedrijfseconomische onderbouwing voor de investering, in de vorm van een integrale Businesscase en/of een Maatschappelijke kosten- en batenanalyse (MKBA); f. juridische grondslagen voor en relevante wetgeving in relatie tot de investering; g. kansen en risico's samenhangend met het investeringsproject. Inclusief een voorstel voor de sturingscriteria op basis waarvan gebruik van het risicobudget besloten kan worden, met inachtneming van het bepaalde in artikel 54, lid 4; h. een weergave van de effecten van de beoogde investering op andere contracten binnen het Werkend Vervoersysteem; i. de te volgen aanbestedingsstrategie voor de investering indien aan de orde; en j. een weergave van de voor de investering ingerichte governance en planning. De Concessiehouder legt de Investeringsaanvraag ter goedkeuring aan de Concessieverlener voor.

Voor zover deze de Aanschaf van nieuwe Voertuigen betreft, biedt de Concessiehouder voorafgaand aan het verzoek tot goedkeuring van de Investeringsaanvraag, de Strategische uitgangspunten voor de Voorkeursvariant als bedoeld in lid 2 onder sub b, voor advies aan de RAR aan. De Concessiehouder voegt een afschrift van dit advies en de manier waarop hij met dit advies is omgegaan bij de Investeringsaanvraag. De Concessieverlener deelt binnen zes (6) weken na ontvangst mede of de Investeringsaanvraag voldoet aan de eisen gesteld in dit artikel en past binnen de door de Concessieverlener aangegeven financiële kaders en daarmee wordt goedgekeurd.

pagina 92 van 161

7

REISINFORMATIE

7.1

REISINFORMATIE ALGEMEEN

Om hun reis te kunnen plannen en waar nodig aan te kunnen passen, moeten Reizigers op elk moment van hun reis over duidelijke, correcte, eensluidende en actuele reisinformatie kunnen beschikken. De Concessiehouder is verantwoordelijk voor het verstrekken van deze reisinformatie, in ieder geval voor zover het Openbaar Vervoer betreft, waarbij hij de reisinformatie ook door Derden mag laten aanbieden. De Concessieverlener stelt daarbij eisen conform landelijk afgesproken richtlijnen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14447205/1