Bijlage 1A - Programma van Eisen concessie Amsterdam 2025 (zonder bijlagen).pdf
Tekst van het document
1
Artikel 9 Centrumgebied De Concessiehouder ontsluit ten minste 90% van alle adressen binnen een Woongebied met een Halte of Station die een verbinding biedt met ten minste een Halte of Station in twee Deelgebieden van het Centrumgebied, waarbij geldt dat: • maximaal één overstap noodzakelijk is; • indien een overstap noodzakelijk is, ten minste het deel van de reis dat de twee Deelgebieden van het Centrumgebied aandoet, via een HOV- of Verbindende Lijn wordt afgelegd; en • de maximale Reistijd 30 minuten is.
3.2.5 Winkelgebieden
De bereikbaarheid van Winkelgebieden is een belangrijk doel in het kader van fijnmazig OV-netwerk. De Concessiehouder stelt daarom hoge eisen aan directe verbindingen tussen Woongebieden en Winkelgebieden. Daarmee wordt ervoor gezorgd dat alle dagelijkse winkelvoorzieningen binnen bereik van bewoners blijven. Bovendien bevordert de ontsluiting van lokale Winkelgebieden de verdere ontwikkeling van Amsterdam als een meerkernige metropool. Een kaart van de bij start van de Concessie te bedienen Winkelgebieden is opgenomen in Bijlage 3.
1
Artikel 10 Winkelgebieden De Concessiehouder ontsluit ten minste 90% van alle adressen binnen een Woongebied met een Halte of Station die een rechtstreekse verbinding biedt met ten minste één Winkelgebied óf een Stedelijk Centrum (zie paragraaf 3.3.3), waarbij geldt dat: • de Reistijd maximaal 15 minuten bedraagt; • de Concessiehouder deze verbinding biedt op alle Dagen dat het respectievelijke Winkelgebied is geopend en tijdens de openingstijden van het respectievelijke Winkelgebied. Daarbij zijn de openingstijden van de aanwezige supermarkt met de langste openingstijden van dit Winkelgebied maatgevend; en
pagina 38 van 161
•
2
de totale Hemelsbrede afstand van het adres in het Woongebied tot aan de betreffende vertrekhalte of vertrekstation plus de Hemelsbrede afstand van de betreffende aankomsthalte of aankomststation tot een ingang van het Winkelgebied maximaal 800 meter bedraagt. Ten aanzien van een Winkelgebied wordt bij de toepassing van artikel 6, lid 1 als ‘plek of adres’ elke ingang van het Winkelgebied aangemerkt. In afwijking van het bepaalde in lid 1 hoeft de Concessiehouder geen verbinding zoals bedoeld in lid 1 te bieden voor Woongebieden in het Centrumgebied zie paragraaf 3.2.4) en voor adressen in Woongebieden die binnen een Hemelsbrede afstand van maximaal 800 meter van een ingang van Winkelgebied of van een Stedelijk Centrum (zie paragraaf 3.3.3) liggen. Deze adressen gelden als ontsloten voor de berekening van het in lid 1 genoemde percentage.
3.2.6 Zorginstellingen De bereikbaarheid van de belangrijkste zorginstellingen en ziekenhuizen met het Openbaar Vervoer is een voorwaarde voor een inclusief OV-netwerk zoals bedoeld in Hoofdstuk 2. De Concessieverlener stelt daarom eisen aan de ontsluiting van zorginstellingen, gedefinieerd als ziekenhuizen en revalidatiecentra. De loopafstand wordt gemeten vanaf de dichtstbijzijnde publieke ingang van de zorginstelling (de belangrijkste publieke ingang is niet leidend).
1
2
Artikel 11 Zorginstellingen De Concessiehouder biedt Openbaar Vervoer van en naar ten minste één Halte of Station op maximaal 250 meter loopafstand van één van de publieke ingangen van elke zorginstelling zoals opgenomen op de onderstaande websites of diens opvolger(s): • https://www.zorgkaartnederland.nl/ziekenhuis/amsterdam • https://www.zorgkaartnederland.nl/revalidatiecentrum/amsterdam • https://www.zorgkaartnederland.nl/zorginstelling/ggz-arq-centrum-45-locatiediemen-diemen-33392 Vanaf elke Halte of Station zoals bedoeld in lid 1 biedt de Concessiehouder een verbinding met een A-knooppunt waarbij geldt dat: • maximaal één overstap noodzakelijk is; • indien een overstap noodzakelijk is, ten minste één deel van de reis via een HOVof Verbindende Lijn wordt afgelegd; en • de maximale Reistijd 30 minuten is.
3.2.7 P+R-terreinen
P+R-terreinen aan de rand van de stad bieden automobilisten de gelegenheid om hun reis binnen Amsterdam te vervolgen met het Openbaar Vervoer. Om de automobilist te verleiden gebruik te maken van deze P+R-terreinen is het van belang dat er sprake is van een aantrekkelijke verbinding naar belangrijke stedelijke bestemmingen. Daarom stelt de Concessieverlener eisen aan rechtstreekse verbindingen van P+R-terreinen naar het Centrumgebied. P+R-terreinen dragen hiermee bij aan autoluwe ambities van Amsterdam. Op termijn kunnen P+R-terreinen ook een belangrijke functie voor de ontsluiting van de Stedelijke Centra innemen. Een kaart van de bij start van de Concessie te bedienen P+R-terreinen is opgenomen in Bijlage 3.
1
Artikel 12 P+R-terreinen De Concessiehouder ontsluit de volgende P+R-terreinen, voor zover deze zijn gelegen binnen het Concessiegebied, met Openbaar Vervoer conform de ontsluitingseisen zoals gedefinieerd in artikel 6, lid 1 tijdens ten minste de openingstijden van deze P+Rterreinen, voor zover deze zijn gelegen binnen de bedieningstijden van het Dagnet: pagina 39 van 161
•
2
3
3.3
alle officiële gepubliceerde locaties op de website Parkeren + Reizen (P+R) van Amsterdam (https://www.amsterdam.nl/parkeren/parkeren-reizen/) of diens opvolgers; en • alle officiële gepubliceerde locaties op de website van Diemen en Ouderkerk aan de Amstel (of diens opvolgers). De Concessiehouder meet de Hemelsbrede afstand van en naar de betreffende Halte of Station vanaf één van de publieke ingangen voor voetgangers van het P+R-terrein. De Concessiehouder biedt van alle P+R-terreinen (ontsloten conform de ontsluitingseisen zoals gedefinieerd in artikel 6, lid 1) een rechtstreekse verbinding met ten minste één Deelgebied van het Centrumgebied via uitsluitend Verbindende Lijnen en HOV-Lijnen met een maximale Reistijd van 30 minuten. Het is de Concessiehouder toegestaan om een gemotiveerd voorstel bij de Concessieverlener in te dienen om een P+R-terrein niet te bedienen conform de eisen in dit artikel.
VERPLICHTE VERBINDINGEN TUSSEN KNOOPPUNTEN
De ruggengraat van het netwerk van het Openbaar Vervoer in Amsterdam wordt gevormd door hoogwaardige verbindingen tussen Knooppunten. Knooppunten zijn Haltes of Stations in het Concessiegebied die overstapmogelijkheden op Openbaar Vervoer en deelmodaliteiten en toegang bieden tot een bestemmingsgebied voor uiteenlopende activiteiten (waaronder wonen, werken, onderwijs, zorgvoorzieningen, winkelen en recreatie). De vier categorieën Knooppunten nemen daarbij verschillende functies in het netwerk in. De Concessieverlener stelt eisen aan de verbindingen per Openbaar Vervoer tussen de respectievelijke Knooppunten. De eisen verwijzen deels naar Lijntypen (zie paragraaf 3.6). De Concessiehouder kan bij de invulling van deze verbindingen zelf een afweging maken welke route het meest geschikt en efficiënt is en welke Lijnen hij gaat inzetten. De Concessieverlener verwacht wel dat de Concessiehouder zowel de belangen en wensen van Reizigers als (de kwaliteit van) de Verplichte infrastructuur, zijn Strategische Activa (met name het Materieel), de gevolgen voor sociale en fysieke veiligheid, (toekomstige) visie- en beleidsdocumenten van de Concessieverlener en de Kaderbrieven meeneemt in zijn afwegingen. Alle eisen aan verbindingen met het Openbaar Vervoer gelden voor het Dagnet. Voor het Nachtnet zie paragraaf 3.7.
3.3.1 A-knooppunten (naZonale en internaZonale Knooppunten)
A-knooppunten zijn alle treinstations met een volwaardige InterCity-status in het Concessiegebied bij start van de Concessie. A-knooppunten dienen als toegangspoorten voor (inter)nationale en interregionale verplaatsingen. Zij zijn de belangrijkste overstappunten in het Concessiegebied en bieden verbindingen van en naar belangrijke, geconcentreerde werkclusters en grootstedelijke voorzieningen. Zij dienen ook als overstappunt vanuit regionale (HOV-)corridors op het stedelijke Openbaar Vervoer. Zij bieden tegelijkertijd toegang tot concentratiegebieden van werkgelegenheid en publiekstrekkende voorzieningen rondom de stationskwartieren zelf. De Concessieverlener stelt daarom eisen aan snelle en hoogwaardige verbindingen tussen de Aknooppunten onderling en tussen de A-knooppunten en het Centrumgebied. Deze verbindingen dragen bij aan de ontwikkeling van een meerkernige stad. De focus ligt daarbij op een opwaardering van de overige A-knooppunten ten opzichte van A-knooppunt Centraal Station. Dit draagt tevens bij aan de ontlasting van het Centrumgebied en het Centraal Station.
pagina 40 van 161
1
2 3
4 5
Artikel 13 A-knooppunten De volgende Stations zijn A-knooppunten: • Centraal Station; • Station Zuid; • Station Sloterdijk; • Station Bijlmer Arena; en • Amstelstation. De Concessiehouder biedt van en naar Centraal Station en Station Zuid een rechtstreekse verbinding via een HOV-Lijn met alle andere A-knooppunten, met een maximale Reistijd van 20 minuten. In afwijking van het bepaalde in lid 2, is het de Concessiehouder toegestaan om op maximaal één van de volgende twee verbindingen in plaats van een rechtstreekse verbinding met een HOV-Lijn een verbinding te bieden met twee HOV-Lijnen en één overstap die voldoet aan het gestelde in artikel 37, lid 4. • Station Bijlmer Arena – Centraal Station; en • Station Bijlmer Arena – Station Zuid. In het geval dat het Dagelijks Bestuur tijdens de uitwerking van het aangepaste metronetwerk zoals bedoeld in artikel 4, lid 3, een definitieve lijnvoeringsvariant vaststelt waarin op beide verbindingen genoemd in dit lid een rechtstreekse verbinding met een Metrolijn wordt geboden, is het de Concessiehouder toegestaan om in afwijking van het bepaalde in lid 2 op de verbinding Station Zuid – Amstelstation geen rechtstreekse verbinding met een HOV-Lijn te bieden. De Concessiehouder biedt een rechtstreekse verbinding via een HOV-lijn tussen Station Zuid en Centraal Station met een maximale Reistijd van 11 minuten.
De Concessiehouder biedt van en naar alle A-knooppunten een rechtstreekse verbinding met ten minste één Halte of Station in twee Deelgebieden van het Centrumgebied via een Verbindende Lijn of HOV-Lijn met een maximale Reistijd van 20 minuten. Tevens biedt de Concessiehouder van en naar alle A-knooppunten een verbinding met maximaal één overstap naar ten minste één Halte of Station in alle overige drie Deelgebieden van het Centrumgebied met een maximale Reistijd van 30 minuten.
3.3.2 B-knooppunten (regionale Knooppunten)
B-knooppunten zijn de in artikel 14 genoemde trein- en Metrostations. B-knooppunten dienen als toegangspoorten voor (inter)regionale verplaatsingen. Zij dienen als overstappunt vanuit regionale (HOV-)corridors op het stedelijke Openbaar Vervoer en bieden daarmee verbindingen van en naar werkclusters en stedelijke voorzieningen. De Concessieverlener stelt daarom eisen aan snelle en hoogwaardige verbindingen tussen de Bknooppunten en A-knooppunten. B-knooppunten dragen zo bij aan de ontwikkeling van een meerkernige stad door het ontlasten van het Centrumgebied en het bieden van directe verbindingen met C-knooppunten (Stedelijke Centra) en decentraal gelegen Wijken.
1
Artikel 14 B-knooppunten De volgende Stations zijn B-knooppunten: • Station Duivendrecht; • Station Lelylaan; • Muiderpoortstation; • Noord; • Noorderpark; en • Amstelveenseweg. pagina 41 van 161
2 3
De Concessiehouder biedt van en naar alle B-knooppunten een rechtstreekse verbinding met een A-knooppunt, niet zijnde Centraal Station, via een Verbindende Lijn of HOV-Lijn met een maximale Reistijd van 20 minuten. De Concessiehouder biedt van en naar alle B-knooppunten een rechtstreekse verbinding met ten minste een Halte of Station in twee Deelgebieden van het Centrumgebied (zie paragraaf 3.2.4) via een Verbindende Lijn of HOV-Lijn met een maximale Reistijd van 20 minuten. Tevens biedt de Concessiehouder van en naar alle B-knooppunten een verbinding met maximaal één overstap naar ten minste een Halte of Station in de overige drie Deelgebieden van het Centrumgebied met een maximale Reistijd van 30 minuten.
3.3.3 C-knooppunten (Stedelijke Centra)
C-knooppunten zijn Haltes en Stations rondom Stedelijke Centra. Stedelijke Centra zijn bestemmingsgebieden voor voorzieningen voor dagelijkse en niet dagelijkse activiteiten, behoeften en vrijetijdsbesteding voor de Stadsdelen Nieuw-West, Zuidoost en Noord. Deze Stadsdelen ontwikkelen zich tijdens de Concessieduur tot complete stedelijke kernen in Amsterdam. Amsterdam stimuleert de ruimtelijke ontwikkeling van stedelijke voorzieningen in deze Stedelijke Centra. Tevens heeft Amsterdam in de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 de Ambitie vastgesteld om deze transitie naar een meerkernige stad te faciliteren. Het Openbaar Vervoer kan op termijn een rol spelen om deze transitie te ondersteunen. De C-knooppunten kunnen daarbij in toenemende mate een belangrijke functie in het netwerk toegekend worden. De Concessiehouder wordt daarom gevraagd om bij de doorontwikkeling van zijn Lijnennetwerk en Dienstregeling rekening te houden met veranderende vervoerbehoeften tijdens de looptijd van de Concessie. Als leidraad geldt dat op termijn radiale netwerken naar alle Stedelijke Centra ontstaan zodat bewoners van de respectievelijke Stadsdelen makkelijk naar hun Stedelijk Centrum kunnen reizen. Vooralsnog stelt de Concessieverlener functionele eisen aan de bereikbaarheid van de Stedelijke Centra vanaf A-knooppunten.
Daarbij ligt de focus op de belangrijkste Knooppunten buiten het Centrumgebied om op die manier bij te dragen aan het ontlasten van het Centrumgebied.
1
2 3
4
Artikel 15 C-knooppunten De Concessiehouder kiest voor elk Stedelijk Centrum als C-knooppunt een Halte of Station van een HOV-Lijn met een maximale Hemelsbrede afstand van 800 meter naar een ingang van een Stedelijk Centrum. De te ontsluiten Stedelijke Centra zijn: • Buikslotermeerplein; • Osdorpplein; en • Amsterdamse Poort. De Concessiehouder biedt van en naar alle C-knooppunten zoals bedoeld in lid 1 een rechtstreekse verbinding met een A-knooppunt, niet zijnde Centraal Station, via een HOV-Lijn waarbij de maximale Reistijd 20 minuten is. Binnen elk Woongebied in de Stadsdelen Nieuw-West, Zuidoost en Noord ontsluit de Concessiehouder ten minste 90% van alle adressen met een Halte of Station die een verbinding met een C-Knooppunt in hetzelfde Stadsdeel biedt waarbij geldt dat: • maximaal één overstap noodzakelijk is; • indien een overstap noodzakelijk is, ten minste één deel van de reis via een HOVof Verbindende Lijn wordt afgelegd; en • de maximale Reistijd 30 minuten is. De Concessiehouder werk proactief mee aan de transitie van Amsterdam naar een meerkernige stad en geeft in zijn Ontwikkelplan aan welke stappen hij zet om deze transitie op termijn te bevorderen.
pagina 42 van 161
3.3.4 D-knooppunten (lokale Knooppunten)
D-knooppunten zijn de overige treinstations in het Concessiegebied. D-knooppunten dienen als lokale toegangspoorten vanuit regionale gebieden en het regionale hoofdspoor naar Wijken rondom de Knooppunten. Deze Stations hebben voornamelijk een lokale betekenis binnen het stedelijk gebied. D-knooppunten zijn verder overstappunten die toegang bieden tot werkclusters en lokale voorzieningen. De Concessiehouder stelt daarom eisen aan een goede OV-ontsluiting van de omliggende Wijken met directe verbindingen naar D-knooppunten.
1
2
3.4
Artikel 16 D-knooppunten De volgende Stations zijn D-knooppunten: • Station Diemen; • Station Diemen Zuid; • Station Holendrecht; • Station RAI; en • Station Science Park. De Concessiehouder bedient D-knooppunten met een Verbindende Lijn of Ontsluitende Lijn. Indien de Concessiehouder voor de bediening van D-knooppunten gebruikmaakt van de bediening door een andere concessiehouder, dan mag deze bediening niet plaatsvinden door een treinverbinding.
OVERIGE VERPLICHTE VERBINDINGEN
3.4.1 Verplichte infrastructuur Om het Openbaar Vervoer in het Concessiegebied te verbeteren, investeert de Concessieverlener al dan niet samen met de Concessiegemeenten in nieuwe infrastructuur en de herinrichting van bestaande infrastructuur. Daarom stelt de Concessieverlener eisen aan de bediening van de infrastructuur waarin de Concessieverlener en de Concessiegemeenten investeren. Daarbij stuurt de Concessieverlener in deze Concessie op verbindingen van en naar Woon- en Werkgebieden. De concrete bedieningseisen worden per infrastructuurproject in afzonderlijke contracten vastgelegd.
1 2
3
4
Artikel 17 Verplichte infrastructuur De Concessiehouder spant zich maximaal in om infrastructuur die bedoeld is voor de Exploitatie van Lijnen, vanaf indienststelling van de infrastructuur, te gebruiken, onder inachtneming van de ontsluitingseisen zoals bepaald in Hoofdstuk 3. De Concessiehouder gebruikt elke infrastructurele voorziening die onder de Verplichte infrastructuur valt, voor de uitvoering van ten minste één HOV-Lijn, Verbindende Lijn en/of Ontsluitende Lijn. Een kaart van de te gebruiken Verplichte infrastructuur is opgenomen als kaart 7 in Bijlage 3. De Concessiehouder biedt op alle verbindingen met Openbaar Vervoer waarover in de periode voor ingang van de Concessie uitvoeringsovereenkomsten met de Concessiehouder zijn gesloten, het in de respectievelijke uitvoeringsovereenkomsten vastgelegde bedieningsniveau. Ten behoeve van snelle en betrouwbare verbindingen naar buitenwijken biedt de Concessiehouder op Verplichte infrastructuur, zoals bedoeld in lid 2, gelegen buiten de A10 in ieder geval een Verbindende Lijn of een HOV-Lijn, tenzij de bediening van deze infrastructuur niet nodig is om aan de eisen in artikel 9 te voldoen.
pagina 43 van 161
3.4.2 Concessiegrensoverschrijdende Verbindingen
De Concessieverlener verplicht de Concessiehouder om Openbaar Vervoer aan te bieden op de zogenaamde Concessiegrensoverschrijdende Verbindingen: tracés en trajecten die buiten het Concessiegebied vallen, maar onderdeel uitmaken van de Concessie.
1
2
3 4
3.5
Artikel 18 Concessiegrensoverschrijdende Verbindingen De Concessiehouder biedt op de volgende verbindingen Openbaar Vervoer: • Gemeentegrens Amsterdam (Oude Haagseweg) – Schiphol Airport (Plaza) met ten minste een HOV-Lijn en volgens de productformule R-net; • Gemeentegrens Amsterdam (Beneluxbaan) – Uithoorn Centrum (tramverbinding) met ten minste een HOV-Lijn volgens de productformule R-net die op een eventueel traject binnen de A10 naar oordeel van de Concessieverlener niet tot ongewenste parallelliteit leidt met lijnen van andere concessiehouders. Een doorkoppeling naar het Leidseplein is daarmee niet mogelijk; • Gemeentegrens Amsterdam (Beneluxbaan) – Amstelveen Stadshart (tramverbinding) met een Verbindende Lijn of een HOV-Lijn; • Gemeentegrens Amsterdam (Benno Premselabrug) – Station Weesp (geen eisen aan het Lijntype); en • Driemond, N236 – Weesp station (geen eisen aan het Lijntype). In afwijking van het bepaalde in lid 1 is het de Concessiehouder toegestaan om vanaf het derde jaar na start van de Exploitatie in zijn Jaarplan Vervoer een gemotiveerd voorstel in te dienen om de verbinding Gemeentegrens Amsterdam (Benno Premselabrug) – Weesp niet te bedienen. De Concessiehouder mag op de verbinding Schiphol Airport (Plaza) – Schiphol Toekanweg Openbaar Vervoer met (een) Andere Lijn(en) bieden.
De Concessiehouder mag op de volgende verbindingen Openbaar Vervoer met Basismobiliteit bieden: • Gemeentegrens Haarlemmermeer – Station Halfweg-Zwanenburg; en • Gemeentegrens Amsterdam – Broek in Waterland busstation.
ONTHEFFING VAN BEDIENINGS- EN ONTSLUITINGSEISEN
De Concessieverlener eist van de Concessiehouder dat hij conform de eisen zoals beschreven in dit hoofdstuk het Concessiegebied ontsluit. Nochtans zijn er situaties waarin het de Concessiehouder door de ruimtelijke inrichting of de beschikbaarheid van de infrastructuur (nagenoeg) onmogelijk wordt om aan deze eisen te voldoen of waarin dit tot overaanbod door parallelle lijnen van andere concessiehouders leidt. Daarom kan de Concessieverlener ontheffingen verlenen aan de Concessiehouder voor deze situaties.
1
2
Artikel 19 Ontheffing van bedienings- en ontsluitingseisen BEDIENING Indien aan een of meerdere eisen uit de artikelen in paragraaf 3.2 en paragraaf 3.3 voldaan wordt door een verbinding of combinatie van verbindingen uit een andere concessie van het Openbaar Vervoer of door Veren, dan hoeft de Concessiehouder voor deze verbinding geen Openbaar Vervoer te bieden. Indien de gevraagde eis slechts gedeeltelijk vervuld wordt door andere concessiehouders, dan moet de Concessiehouder een volledige verbinding bieden, zodat wel voldaan wordt aan de gestelde eisen. De eisen aan de ontsluiting van Woon- en Werkgebieden zoals bepaald in artikelen 7 en 8 zijn niet van toepassing wanneer de Concessiehouder naar het oordeel van de Concessieverlener kan aantonen dat: pagina 44 van 161
•
3
4
3.6
de Lijnvoering die nodig is om deze te ontsluiten ertoe leidt dat veel (doorgaande) Reizigers ver moeten omrijden; en/of • Lijnen waarvan maar weinig Reizigers gebruik zullen maken aan het Openbaar Vervoeraanbod moeten worden toegevoegd; en/of • de ruimtelijke ordening en/of het beschikbare wegennetwerk het niet of zeer beperkt mogelijk maakt om een gebied volgens de gestelde eisen te ontsluiten. Met omslachtige routes en/of slechte vervoerwaarde tot gevolg. De Concessieverlener kan vanwege een of meerdere van de bovenstaande redenen ontheffing verlenen van eisen. In dat geval neemt de Concessiehouder het initiatief om in overleg met de Concessieverlener andere vormen van mobiliteit te onderzoeken. De Concessiehouder komt in zijn concept Jaarplan Vervoer met een gemotiveerd verzoek voor een ontheffing als bedoeld in lid 1 en/of lid 2. De Concessiehouder vermeldt daarbij in ieder geval van welke eisen hij ontheffing verlangt, om welke redenen, op welke (delen van) gebieden (en eventueel welke periodes) de gevraagde ontheffing betrekking heeft, en op welke wijze hij eventuele negatieve gevolgen voor Reizigers zal beperken. De Concessieverlener beslist op basis van het in lid 3 bedoelde gemotiveerde voorstel over het al dan niet verlenen van ontheffing. De Concessieverlener is nooit verplicht tot verlening van een ontheffing.
De Concessieverlener kan aan een ontheffing voorwaarden verbinden.
OPBOUW VAN HET LIJNENNETWERK
De Concessieverlener daagt de Concessiehouder uit om een samenhangend netwerk met verschillende Lijntypen passend bij de vervoervraag, de doelgroepen en de omgeving te exploiteren. De Concessiehouder dient daarbij Lijnen van de drie Lijntypen “HOV”, “Verbindend” en “Ontsluitend” te exploiteren die verschillende functies in het netwerk hebben, passend bij de uiteenlopende behoeften van Reizigers. Een lokale winkelbezoeker hecht bijvoorbeeld meer waarde aan een Halte in de directe nabijheid en wil graag kunnen zitten tijdens de Rit. Terwijl een forens vooral interesse heeft in een snelle, betrouwbare en frequente Rit naar belangrijke Knooppunten. De Concessieverlener stelt de in onderstaande tabel opgenomen kaders voor het categoriseren van Lijnen conform Lijntypen. Niet elke (beoogde) Lijn zal altijd over alle kenmerken van een Lijntype beschikken. De Concessiehouder dient daarom in zijn Jaarplannen een voorstel bij de Concessieverlener in waarin hij aangeeft welke Lijnen hij conform welk Lijntype wil exploiteren. De Concessiehouder dient tevens tijdens de looptijd van de Concessie te blijven werken aan een logische doorontwikkeling van zijn Lijnen en zijn OV-netwerk en komt hiervoor in zijn Ontwikkelplan met een voorstel.
De Concessieverlener toetst de voorstellen in ieder geval op basis van de criteria van Lijntypen zoals bedoeld in onderstaande tabel en conform de in Bijlage 2 opgenomen procedures. De Concessiehouder biedt in ieder geval Lijnen conform de eisen aan Lijntypes gesteld in onderstaande artikelen. Functie in het Ontsluitende Lijn netwerk Kwaliteitskenmerk Nabijheid, toegankelijkheid Verbindingstypen
Indirect: gebiedsontsluitend
Verbindende Lijn
HOV-Lijn
Snel naar Stadsdelen binnen en buiten A10, frequent Direct (deels indirect): radiaal, tangentiaal of ring, (deels gebiedsontsluitend)
Snel, hoogfrequent Direct: radiaal of tangentiaal
pagina 45 van 161
Verbindingen tussen Knooppunten Andere verbindingen in OV-netwerk Snelheid
A <-> B (indirecte route) B <-> B (indirecte route) A <-> C (indirecte route) A <-> D (indirecte route) Centrumgebied <-> Wijken binnen A10; Knooppunt <-> Stadsdelen buiten A10/Westpoort/Noord Geen norm
A <-> A (indirecte route) A <-> B (indirecte route) B <-> B (indirecte route)
A <-> A (directe route) A <-> B (directe route) B <-> B (directe route)
A- of B-knooppunt of Centrumgebied <-> Stadsdelen buiten A10/Westpoort/Noord
A-knooppunt of Centrumgebied <-> Stadsdelen buiten A10/Westpoort/Noord
>20 km/h buiten A10 als streefwaarde
>25 km/h als norm; voor Tramlijn >20 km/h + 25 km/h buiten A10 als norm + 25 km/h als streefwaarde Infrastructuur Geen norm Naar mogelijkheid eigen Grotendeels of Infrastructuur volledig eigen Infrastructuur Vervoeromvang Kleine, middelgrote of Middelgrote of grote Grote of zeer grote grote vervoerstromen vervoerstromen vervoerstromen Betrouwbaarheid Weinig Rituitval, Hoge punctualiteit Hoge punctualiteit en vertrekt niet te vroeg rijtijdbetrouwbaarheid Tabel 3 – Deze tabel dient uitsluitend als toelichyng bij de van de Concessieverlener beoogde indeling in drie Lijntypen en de daaraan gekoppelde funcyes, normen en streefwaarden. Het betrez geen eisen; die staan in de paragrafen 3.6.1, 3.6.2 en 3.6.3. De Concessieverlener stelt kaders voor elk Lijntype vast en stelt bedieningseisen aan de Lijntypen passend bij hun respectievelijke functies. De drie Lijntypen zijn niet direct gekoppeld aan één specifieke Modaliteit (Metro, Tram of Bus). Dit betekent dat elk Lijntype door meerdere Modaliteiten kan worden bediend, met dien verstande dat door Metro’s bediende Lijnen altijd HOV-Lijnen zijn. De Concessieverlener wil de Concessiehouder stimuleren om op termijn kansrijke corridors te ontwikkelen om meer HOV-Lijnen te kunnen bieden.
Dit moet leiden tot een voor alle (potentiële) Reizigers aantrekkelijk netwerk waarin duidelijker onderscheid gemaakt wordt tussen de functies van de respectievelijke Lijnen zoals bedoeld in bovenstaande tabel. De Concessieverlener streeft daarbij naar een gelaagd netwerk waarin voornamelijk de HOV-Lijnen, aangevuld door Verbindende Lijnen, de belangrijkste hoofdassen bedienen en een onderliggend netwerk aan voornamelijk Ontsluitende Lijnen voor een fijnmazige ontsluiting zorgt. De Concessieverlener verwacht van de Concessiehouder dat hij van zijn Ontwikkelrol gebruik maakt en de noodzakelijke stappen verricht om tot een dusdanig ingericht netwerk toe te werken.
1
Artikel 20 Het Dagnet en algemene eisen aan Lijnen De Concessiehouder voldoet aan de eisen aan de ontsluiting van het Concessiegebied en de verplichte verbindingen zoals bedoeld in paragraaf 3.2 en paragraaf 3.3 tijdens ten minste de bedieningstijden van het Dagnet, tenzij afwijkende bedieningstijden bij de respectievelijke eis zijn aangegeven. De bedieningstijden van het Dagnet zijn 06:30 uur tot 23:30 uur op Werkdagen, 08:00 tot 23:30 uur op zaterdagen, en 09:00 uur tot 23:30 uur op zondagen, tenzij er in samenhang met de AMRI-overeenkomst andere afspraken ten behoeve van de capaciteitsverdeling worden gemaakt. De Concessiehouder mag hiervoor voorstellen bij de Concessieverlener indienen. Ten aanzien van alle in dit pagina 46 van 161
2
3 4 5
6
7 8
Programma van Eisen genoemde bedieningsperiodes geldt dat de eerste Rit van een Lijn uiterlijk op de starttijd van de bedieningsperiode moet zijn vertrokken vanaf beide beginpunten en dat de laatste Rit van een Lijn op zijn vroegst op de eindtijd van de bedieningsperiode vertrekt vanaf beide beginpunten van een Lijn. Daarbij geldt dat alle Haltes of Stations van de Lijn moeten worden bediend conform de in dit hoofdstuk opgenomen eisen inzake frequenties. In het kader van die eisen wordt bij bediening gedurende een gedeelte van een uur het aantal minimaal te rijden Ritten naar rato aangepast. Om te voldoen aan de eisen zoals bedoeld in lid 1 exploiteert de Concessiehouder uitsluitend Lijnen die behoren tot de volgende categorieën: • Ontsluitende Lijn; • Verbindende Lijn; en • HOV-Lijn. In aanvulling op de in lid 2 bepaalde Lijntypen is het de Concessiehouder toegestaan om Andere Lijnen te exploiteren. In afwijking van het bepaalde in lid 2 mag de Concessiehouder invulling geven aan de ontsluitingseisen inzake Werk- en Winkelgebieden, zoals bedoeld in artikel 8 en 10, met de inzet van Andere Lijnen. Met inachtneming van de ontsluitingseisen, zoals vastgelegd in paragraaf 3.2 streeft de Concessiehouder ernaar om parallel lopende lijncorridors van dezelfde Lijntypes te voorkomen en waar mogelijk in hoogwaardige lijnenbundels of HOV-Lijnen op één corridor te voorzien.
De Concessiehouder geeft in zijn Ontwikkelplan aan welke Lijnen hij op termijn en in samenwerking met de Concessieverlener en de Concessiegemeenten wil ontwikkelen tot een ander Lijntype. Daarbij legt de Concessiehouder de focus op de ontwikkeling van bestaande lijncorridors tot hoogwaardige corridors voor het gebruik van HOV-Lijnen. De Concessiehouder geeft in ieder geval tijdens de looptijd van de Concessie netwerkstudies in opdracht om de ontwikkeling van hoogwaardige corridors op kansrijke bestaande lijncorridors te onderzoeken. De Concessiehouder geeft in zijn Jaarplan Vervoer aan welke Lijnen tot welke Lijntypes behoren en onderbouwt zijn voorstel op basis van de per Lijntype gestelde criteria. De Concessiehouder spant zich maximaal in om te bewerkstelligen dat alle HOV-Lijnen, Verbindende Lijnen en Ontsluitende Lijnen bij verkeerslichten altijd prioriteit ten opzichte van andere wegdeelnemers hebben. Om dit te bereiken zorgt de Concessiehouder voor een zo goed mogelijke afstemming met de desbetreffende wegbeheerder(s).
3.6.1 Ontsluitende Lijnen De eerste laag van het netwerk van het Openbaar Vervoer wordt gevormd door de Ontsluitende Lijnen. Ontsluitende Lijnen hebben de primaire functie om de fijnmazige ontsluiting van Woon- en Werkgebieden naar lokale Knooppunten te borgen. Tegelijkertijd zijn Ontsluitende Lijnen primair gericht op specifieke doelgroepen voor wie langere loopafstanden een drempel of een belemmering zijn. Daarom gelden voor Ontsluitende Lijnen aangepaste eisen aan de uitvoeringskwaliteit (zie Hoofdstuk 4). Zo wordt bijvoorbeeld niet primair gestuurd op frequentie en snelheid, maar op een hoge betrouwbaarheid (minder Rituitval) en toegankelijkheid. De focus ligt op het verder toegankelijk maken van Haltes en Stations die Ontsluitende Lijnen aandoen.
1
Artikel 21 Ontsluitende Lijnen De Concessiehouder exploiteert Lijnen, niet zijnde Verbindende Lijnen of HOV-Lijnen, conform de eisen aan Ontsluitende Lijnen. pagina 47 van 161
2
De bedieningstijden voor elke Ontsluitende Lijn zijn 06:30 uur tot 23:30 uur op Werkdagen, 08:00 tot 23:30 uur op zaterdagen, en 09:00 uur tot 23:30 uur op zondagen. De Concessiehouder bedient elke Ontsluitende Lijn minimaal conform de frequenties zoals opgenomen in onderstaande tabel:
3
Frequenties Werkdagen Zaterdagen Zon- en feestdagen
Vier keer per uur 07:00-20:00 uur 09:00-20:00 uur 11:00-20:00 uur
Twee keer per uur
Overige uren Overige uren Overige uren
Hierbij geldt dat dat de frequenties in bovenstaande tabel in beide richtingen gelden. Indien een Ontsluitende Lijn niet benodigd is om te voldoen aan de ontsluitings- en verbindingseisen, zoals bedoeld in de paragrafen 3.2 en 3.3, mag de Concessiehouder afwijken van het bepaalde in lid 2, met dien verstande dat in elke richting de eerste Rit van de betreffende altijd vóór 09:00 uur dient te vertrekken en de laatste Rit altijd ná 20:00 uur dient aan te komen. Daarbij blijven de minimale frequenties zoals bedoeld in lid 3 voor de tijdvakken binnen de bedieningstijden van de lijn van toepassing.
4
3.6.2 Verbindende Lijnen
Verbindende Lijnen vormen de tweede laag van het netwerk van het Openbaar Vervoer. Zij hebben als primaire functie om snelle en directe verbindingen tussen (buiten)Wijken, Knooppunten, het Centrumgebied, Stedelijke Centra en P+R-terreinen te bieden. Verbindende Lijnen zijn daarom gericht op en aantrekkelijk voor een brede mix van doelgroepen. Er wordt gestuurd op hoge frequenties en een goede doorstroming door het gebruik van eigen infrastructuur en prioriteit bij verkeerslichten.
1 2 3
Artikel 22 Verbindende Lijnen De Concessiehouder exploiteert Lijnen, niet zijnde Ontsluitende Lijnen of HOV-Lijnen, conform de eisen aan Verbindende Lijnen waarbij geldt dat een Verbindende Lijn waar mogelijk op eigen Infrastructuur rijdt De bedieningstijden voor elke Verbindende Lijn zijn 06:30 uur tot 23:30 uur op Werkdagen, 08:00 tot 23:30 uur op zaterdagen, en 09:00 uur tot 23:30 uur op zondagen. De Concessiehouder bedient elke Verbindende Lijn minimaal conform de frequenties zoals opgenomen in onderstaande tabel: Frequentie Werkdagen Zaterdagen Zon- en feestdagen
Zes keer per uur 07:00-20:00 uur 09:00-20:00 uur 11:00-20:00 uur
Vier keer per uur Overige uren Overige uren Overige uren
Hierbij geldt dat dat de frequenties in bovenstaande tabel in beide richtingen gelden.
3.6.3 HOV-Lijnen
HOV-Lijnen vormen de ruggengraat van het OV-netwerk. HOV (Hoogwaardig Openbaar Vervoer) staat daarbij voor snelle, hoogfrequente en zeer betrouwbare Lijnen die grote vervoerstromen tussen de Knooppunten bundelen en aansluiten aan het nationale en regionale netwerk van het Openbaar Vervoer. Voor en snelle en betrouwbare uitvoering rijden HOV-Lijnen zo veel mogelijk over eigen infrastructuur om de punctualiteit te borgen. HOV-Lijnen zijn vooral gericht op de reisbehoeften van grote groepen Reizigers zoals forensen, studenten en scholieren, maar ze zijn vanwege de hoge kwaliteitsstandaarden voor een brede groep (potentiële) Reizigers aantrekkelijk. pagina 48 van 161
HOV-Lijnen bieden een hoogwaardig alternatief voor eigen vervoer, zoals de personenauto, en kunnen potentiële nieuwe Reizigers overtuigen om van het Openbaar Vervoer gebruik te maken. Aan HOV-Lijnen komt daarom een sleutelpositie toe om het doel van een autoluwe stedelijke omgeving volgens het STOMP-principe te bereiken. De Concessieverlener voorziet daarbij investeringen in onder andere eigen infrastructuur om het aantal HOV-Lijnen op termijn te verhogen.
1
2 3
4 5
Artikel 23 HOV-lijnen De Concessiehouder exploiteert Lijnen conform de eisen aan HOV-Lijnen als deze voldoen aan de volgende criteria: a. de Lijn heeft gedurende de periode van 16:30 uur tot 18:00 uur op Werkdagen een gemiddelde exploitatiesnelheid van minimaal 25 km/h op het hele traject van begintot eindhalte van de Lijn. In het geval dat de Lijn gedeeltelijk binnen de A10 rijdt en uitgevoerd wordt door Trams geldt dat de Lijn gedurende de periode van 16:30 uur tot 18:00 uur op Werkdagen een gemiddelde exploitatiesnelheid van minimaal 20 km/h op het hele traject van begin- tot eindhalte van de Lijn heeft, mits de Lijn op het gedeelte buiten de A10 een gemiddelde exploitatiesnelheid van minimaal 25 km/h tijdens dezelfde periode heeft; b. de Lijn heeft een (te verwachten) aantal Reizigers dat volgens de Concessiehouder en de Concessieverlener de minimale frequenties van HOV-Lijnen (zie lid 5) rechtvaardigt. De Concessiehouder legt voorstellen voor HOV-Lijnen ter vaststelling van de Concessieverlener in het Ontwikkelplan of in het Jaarplan Vervoer voor; en c. de Lijn rijdt zo veel mogelijk op eigen infrastructuur. Het is acceptabel dat een HOVLijn op met andere wegdeelnemers gedeelde infrastructuur rijdt als dit beperkte effecten op de snelheid en betrouwbaarheid van de Lijn heeft.
De Concessiehouder bedient ongeacht de criteria in lid 1 elke Lijn die uitgevoerd wordt door Metro’s conform de eisen aan HOV-Lijnen. De Concessiehouder bedient ongeacht de criteria in lid 1 in ieder geval de volgende verbindingen met ten minste één HOV-Lijn: • IJburg – Centraal Station (als Tramlijn); • Uithoorn Centrum – Station Zuid (als Tramlijn); • IJburg – Bijlmer Arena (als Buslijn); en • Schiphol Airport (Plaza) – Station Sloterdijk (als Buslijn). De bedieningstijden voor elke HOV-Lijn zijn 06:30 – 00:30 uur op Werkdagen, 07:00 – 00:30 uur op zaterdagen en 08:00 – 00:30 uur op zondagen. De Concessiehouder bedient elke HOV-Lijn minimaal conform de frequenties zoals opgenomen in onderstaande tabel: Frequentie Werkdagen Zaterdagen Zon- en feestdagen
6
Acht keer per uur 07:00-20:00 uur 09:00-20:00 uur 11:00-20:00 uur
Zes keer per uur Overige uren Overige uren Overige uren
Hierbij geldt dat dat de frequenties in bovenstaande tabel in beide richtingen gelden. In aanvulling op het bepaalde in lid 5 bedient de Concessiehouder elke HOV-Lijn die uitgevoerd wordt door Metro’s tijdens de volgende bedieningstijden minimaal met een frequentie van 10 Ritten per uur en richting: • op Werkdagen tijdens een aaneengesloten periode van minimaal twee uur tussen 06:00 en 10:00 uur; en • op Werkdagen tijdens een aaneengesloten periode van minimaal twee uur tussen 15:00 en 20:00 uur. pagina 49 van 161
7
De Concessiehouder hoeft geen frequentie van 10 Ritten per uur en richting te bieden tijdens bedieningstijden waarin een Vakantiedienstregeling geldig is. Op de HOV-Lijn op de verbinding tussen Uithoorn Centrum en Station Zuid zoals bedoeld in lid 3 biedt de Concessiehouder in aanvulling op de eisen aan de bedieningstijden zoals bedoeld in lid 4 en aan de frequenties zoals bedoeld in lid 5 op het deel tussen Uithoorn Centrum en Station Zuid minimaal de volgende frequenties tijdens de volgende bedieningstijden: Frequenties Werkdagen Zaterdagen Zon- en feestdagen
8
Twee keer per uur 05:00-06:00 uur en 00:30-01:00 uur 05:00-06:00 uur en 00:30-01:00 uur 05:00-06:00 uur en 00:30-01:00 uur
Vier keer per uur
06:00-06:30 uur 06:00-07:00 uur 06:00-08:00 uur
Hierbij geldt dat dat de frequenties in bovenstaande tabel in beide richtingen gelden en dat in afwijking van het bepaalde in artikel 20, lid 1, de vertrek- en aankomsttijden van de eerste en laatste Ritten per Dag van de gehele HOV-Lijn aansluiten bij de in de Vervoerkundige kaders Uithoornlijn en de Technische uitwerking vervoerkundige kaders Uithoornlijn (vastgesteld door het Dagelijks Bestuur op 9 november 2023) bepaalde vertrek- en aankomsttijden van de eerste en laatste Ritten per Dag, tenzij de Concessieverlener anders bepaalt. De Concessiehouder biedt tot en met het Dienstregelingjaar 2026 een metronetwerk waarin alle Metrolijnen worden uitgevoerd die ook in de Jaardienstregeling 2024 zijn opgenomen. In afwijking van het bepaalde in lid 5 en lid 6 bedient de Concessiehouder alle Metrolijnen, met uitzondering van de metroverbinding tussen Station Noord en Station Zuid, tot en met het Dienstregelingjaar 2026 tijdens alle bedieningstijden met frequenties die nooit lager zijn dan de frequenties zoals opgenomen in de Jaardienstregeling 2024. Voor de Metrolijn tussen Station Noord en Station Zuid gelden de eisen in lid 5 en lid 6 vanaf start van de Concessie.
3.6.4 Andere Lijnen Het is de Concessiehouder toegestaan om Andere Lijnen en/of Ritten, zoals Scholierenlijnen en ritten en spitslijnen en -ritten te bieden in aanvulling op zijn Dienstregeling van het Dagnet, bestaande uit HOV-Lijnen, Verbindende Lijnen en Ontsluitende Lijnen. Daarbij gelden geen verplichte bedieningstijden en frequenties voor deze Lijnen.
1
2
Artikel 24 Andere Lijnen De Concessiehouder mag geen Ritten van Andere Lijnen en/of Ritten gebruiken om aan de eisen aan de frequenties van Lijnen te voldoen, tenzij deze Andere Lijnen en/of Ritten dezelfde route volgen als deze Lijn en alle Haltes en Stations van deze Lijn bedienen. De Concessiehouder mag Andere Lijnen en/of Ritten wel gebruiken om de nodige capaciteit op deze verbindingen te kunnen bieden, zoals bedoeld in artikel 31, lid 3. Voor Andere Lijnen die op de hele Lijn een HOV-Lijn, Verbindende Lijn en/of Ontsluitende Lijn versterken, gelden dezelfde eisen aan de betrouwbaarheid, zoals bedoeld in Hoofdstuk 4, als voor de respectievelijke Lijn die deze Andere Lijn versterkt. Daarbij gelden de eisen aan de betrouwbaarheid alleen voor de voor Reizigers maatgevende richting.
3.6.5 Basismobiliteit
De Concessiehouder ontsluit in de Concessie ook Wijken met een lagere dichtheid (zie artikel 7, lid 6, en artikel 8, lid 4) met een vorm van Openbaar Vervoer. Daarmee voorziet de Concessiehouder in de pagina 50 van 161
mobiliteitsbehoefte in deze gebieden en zorgt hij voor een betere ontsluiting van het hele Concessiegebied. Inwoners en bezoekers van deze gebieden worden daarbij passend bij de vraag ontsloten. Deze ontsluiting kan geboden worden met een Lijn, maar ook met vraagafhankelijk vervoer. Verder gelden dezelfde ontsluitingsnormen als voor andere te bedienen Wijken.
1
2
3
4
5
Artikel 25 Basismobiliteit De Concessiehouder ontsluit ten minste 90% van alle adressen van elke Wijk zoals bedoeld in artikel 6, lid 10, met Basismobiliteit oftewel een voor iedereen toegankelijke vorm van collectief personenvervoer per Auto of Bus. Daarbij gelden de ontsluitingsnormen zoals vastgelegd in artikel 6. De Concessiehouder maakt voor de ontsluiting van de Wijken zoals bedoeld in lid 1 zo veel mogelijk gebruik van bestaande door Mokumflex bediende Haltes in het Concessiegebied. Verder spant de Concessiehouder zich maximaal in om alle door Basismobiliteit te bedienen Haltes zo dicht mogelijk bij het geografische middelpunt (zwaartepunt) van de woonkern te plaatsen. De Concessiehouder biedt in Wijken, zoals bedoeld in lid 1, ten minste één reismogelijkheid per uur tijdens de bedieningstijden van het Dagnet van elke Halte die met Basismobiliteit bediend wordt, zoals bedoeld in lid 2, naar ten minste een Halte of Station van een HOV-Lijn en/of een A-, B-, of C-knooppunt (en vice versa) en ten minste een nabijgelegen Halte of Station van een andere vervoerder op maximaal twee kilometer Hemelsbrede afstand vanaf de concessiegrens.
In het geval dat de Concessiehouder voor een invulling van de Basismobiliteit met vraagafhankelijk vervoer kiest, zorgt de Concessiehouder ervoor dat de Reiziger per reismogelijkheid kan kiezen uit minimaal vier reserveerbare vertrektijdstippen per uur met gelijkmatig verdeelde intervallen per Uurblok. In het geval dat de Concessiehouder voor een invulling van de Basismobiliteit met vraagafhankelijk vervoer kiest, voldoet de Concessiehouder in beginsel en zover relevant aan alle eisen die gelden voor het Openbaar Vervoer vallend onder de Concessie, niet zijnde Basismobiliteit. De Concessiehouder geeft in zijn Jaarplan Vervoer aan hoe hij aan deze eisen voldoet. Tevens draagt de Concessiehouder zorg voor: • een gebruiksvriendelijke aanmeldprocedure via ten minste (maar niet uitsluitend) de website en de app van de Concessiehouder, telefoon en andere tijdens de duur van de Concessie gangbare communicatiekanalen; • een vooraanmeldtijd van maximaal 45 minuten voor vertrektijd van de te boeken Rit.
Daarbij heeft de Concessieverlener de wens dat Reizigers die overstappen op Basismobiliteit nog tijdens hun reis met het overige Openbaar Vervoer een aansluitende Rit van de Basismobiliteit kunnen boeken; • ten hoogste 15 minuten eerder of later dan het bij de reservering kenbaar gemaakte gewenste vertrektijdstip worden opgehaald; • dat Reizigers uiterlijk 15 minuten voor het gereserveerde vertrektijdstip via telefoon, SMS en/of app geïnformeerd worden over het precieze, op maximaal vijf minuten na nauwkeurige vertrektijdstip van de Rit; • het in de Dienstregeling op eenduidige wijze aangeven welke vervoervorm hij per Halte van de Basismobiliteit aanbiedt; en • dat Reizigers tijdens de reservering de mogelijkheid hebben om voor hun Rit een voor het meenemen van een rolstoel of kinderwagen toegankelijk Voertuig te reserveren. Indien de Concessiehouder voor een invulling van de Basismobiliteit met vraagafhankelijk vervoer kiest waarbij geen vaste route wordt gevolgd, draagt de Concessiehouder aanvullend op eisen in lid 4 er zorg voor dat:
pagina 51 van 161
•
6
7 8
9
10 11
de Reistijd van het opstappunt naar een Halte van een Verbindende Lijn of HOVLijn (zoals bedoeld in lid 3) (en vice versa) niet meer dan anderhalf keer de Rijtijd volgens de kortst mogelijke route per Auto via de weg bedraagt; en • het omrijden geen gevolgen heeft voor de hoogte van het Tarief dat de Concessiehouder bij Reizigers in rekening brengt, dat wil zeggen een vast Tarief per Rit of een kilometerafhankelijk Tarief dat niet hoger is dan het Tarief gebaseerd op de kortst mogelijke route via de weg. Indien de Concessiehouder voor een invulling van de Basismobiliteit met vraagafhankelijk vervoer kiest, dient hij in het Jaarplan Vervoer een voorstel in waarin hij aangeeft hoe hij aan de eisen zoals bedoeld in leden 4 en 5 voldoet.
Daarbij levert de Concessiehouder in ieder geval de volgende informatie: • aard van het vervoer: de wijze waarop en de mate waarin het aanbod wordt afgestemd op de behoeften van inwoners en bezoekers van deze gebieden (bijvoorbeeld vraagafhankelijk vervoer met vaste routes, vaste Haltes en/of vaste vertrektijden of volledig op de vraag afgestemd vervoer); • routes, Haltes en Aansluitingen: vaste routes of op de vraag afgestemde routes, vaste Haltes of vraagafhankelijke opstappunten, (sub-)Knooppunten waar een (Gegarandeerde) Aansluiting geboden wordt; • geboden reismogelijkheden (algemeen): de bedieningstijden en, voor zover relevant, de frequenties per Dag(deel) op Werkdagen, zaterdag en eventueel zon- en feestdagen; • aanmeldingsprocedure in geval van vraagafhankelijk vervoer: gebruikte communicatiekanalen, vooraanmeldtijd en maximale marge rond het afgesproken vertrektijdstip; • type(n) Voertuigen die worden ingezet; en • eventuele aanpassingen beschikbare infrastructuur: eventuele aanpassingen van Haltes dan wel opstaplocaties en overige infrastructuur die nodig zijn om het aanbod uit te kunnen voeren. Voor het gebruik van de Basismobiliteit gelden dezelfde Tarieven als voor Andere Lijnen van het Openbaar Vervoer of een vaste Tarief per Rit op een conform het niveau bij het OV.
De Reiziger kan een Rit met Basismobiliteit in ieder geval met OVpay en met de overige gangbare betaalwijzen zoals benoemd in paragraaf 8.1 betalen. In het geval van een overstap van of naar het overige Openbaar Vervoer brengt de Concessiehouder het opstaptarief slechts één keer in rekening. De Concessiehouder mag een alternatief voorstel indienen welke betaalwijzen in een Rit met Basismobiliteit geaccepteerd worden en welke tarieven hij hanteert. Uitgangspunt voor dit voorstel dient te zijn dat de Reiziger gemiddeld niet meer betaald dan de voltarief op Saldo met OVpay en het gebruiksgemak voor de Reiziger minimaal gelijkwaardig is. De Concessieverlener stelt dit voorstel na beoordeling bij de jaarlijkse tariefvaststelling vast. Ingeval gedurende de looptijd van de Concessie blijkt dat de Concessiehouder niet aan de eisen aan de Basismobiliteit voldoet (inclusief het voorstel in zijn Jaarplan Vervoer), kan de Concessieverlener de Concessiehouder verplichten om de desbetreffende Wijken alsnog met een Lijn met een vaste Dienstregeling te ontsluiten. In afwijking van het bepaalde in lid 4 hoeft de Concessiehouder tot en met het Dienstregelingjaar 2028 geen Zero-emissiematerieel voor de Exploitatie van vraagafhankelijk vervoer in te zetten.
In afwijking van het bepaalde in lid 4 hoeft de Concessiehouder geen Materieel voor de Exploitatie van vraagafhankelijk vervoer in te zetten dat voldoet aan alle eisen aan de toegankelijkheid, tenzij een Reiziger in zijn reservering een desbetreffende wens kenbaar heeft gemaakt zoals bedoeld in lid 4. pagina 52 van 161
3.7
NACHTVERVOER
Amsterdam kent als grootstedelijk gebied ook op sommige nachten een aanzienlijke vervoervraag. De Concessieverlener eist daarom dat de Concessiehouder ook buiten de bedieningstijden van het Dagnet een vervoeraanbod biedt met als doel de bereikbaarheid in de nachtelijke uren te garanderen. Als alternatief kan ook voor een verruiming van de bedieningstijden van het Dagnet worden gekozen, mits deze bedieningstijden bij de omgeving passen en het reguliere Onderhoud aan de infrastructuur en Stations niet op onredelijke manier belemmeren. Het Nachtvervoer kent net zoals het Dagnet zowel kleine vervoerstromen als piekstromen, bijvoorbeeld op uitgaansdagen, met uiteenlopende motieven. De Nachtlijnen zijn voornamelijk gericht op forensen en het uitgaanspubliek. Nachtlijnen verbinden daarom Knooppunten, uitgaansgebieden en Werkgebieden (met ploegendiensten) met Woongebieden. Bij start van de Concessie kunnen verbindingen met uitgaansgebieden gerealiseerd worden. Tijdens de looptijd van de Concessie zorgt de Concessiehouder ervoor dat de focus primair op de bereikbaarheid van Werkgebieden met veel nachtelijke werkgelegenheid, zoals bijvoorbeeld Werkgebieden met ploegendiensten ligt. Daarmee wordt het Openbaar Vervoer een alternatief voor de auto.
De Concessiehouder kan daarbij een andere type Nachtlijnen van en naar Werkgebieden introduceren die passend bij de vraag in de Nachten voor Werkdagen rijden. Op termijn streeft de Concessieverlener in overleg met de Concessiehouder naar een kwalitatief hoogwaardig aanbod van Nachtvervoer waardoor het Openbaar Vervoer aantrekkelijker wordt. Daarbij kan de Concessiehouder in overleg met de Concessieverlener ook kiezen voor een ander netwerk aan Nachtlijnen dan is voorgeschreven in artikel 26 en/of gedeeltelijk flexibel Nachtvervoer. Voor Nachtvervoer is geen eigen infrastructuur nodig. Wel heeft de Concessieverlener de Ambitie om Nachtlijnen prioriteit bij verkeerslichten te geven.
1
2
3 4 5
6
Artikel 26 Nachtvervoer De Concessiehouder biedt in ieder geval in de Nachten van donderdag op vrijdag, van vrijdag op zaterdag en van zaterdag op zondag Nachtlijnen van en naar uitgaansgebieden, waaronder in ieder geval het Leidseplein en het Rembrandtplein, en van en naar het Centraal Station dan wel Station Zuid. De Concessiehouder zorgt ervoor dat 80% van alle adressen binnen een Woongebied ontsloten zijn met ten minste één Halte of Station van een Nachtlijn zoals bedoeld in lid 1 met een maximale Hemelsbrede afstand van 800 meter. In afwijking van het bepaalde in dit lid hoeft de Concessiehouder geen Woongebied in het Stadsdeel Weesp te ontsluiten met een Nachtlijn zoals bedoeld in lid 1, tenzij de Concessieverlener in het kader van een procedure voor een Jaarplan Vervoer anders bepaalt. De Concessiehouder exploiteert alle Nachtlijnen afhankelijk van de vraag van (potentiële) Reizigers. De Concessiehouder dient in zijn Jaarplan Vervoer een voorstel voor de bediening en de frequenties van alle Nachtlijnen in. Het is de Concessiehouder toegestaan op Nachtlijnen Materieel in te zetten dat voldoet aan de eisen die vanuit de productformule R-net gesteld worden.
De Concessiehouder biedt een Nachtlijn zoals bedoeld in lid 1 op de Concessiegrensoverschrijdende Verbinding Uilenstede-Amstelveen Binnenhof waarbij de Concessiehouder gebruik kan maken van het in Bijlage 4 opgenomen Traject binnen Amstelveen. De Concessiehouder mag een integraal plan voor het Nachtvervoer bij de Concessieverlener indienen waarbij afgeweken wordt van de eisen in dit artikel. De Concessiehouder voorziet dit plan van een financiële onderbouwing passend binnen de beschikbare financiële middelen. Indien de Concessieverlener dit plan goedkeurt, mag de Concessiehouder afwijken van de eisen in dit artikel. pagina 53 van 161
3.8
DIENSTREGELING
Een onderscheidend kenmerk van Openbaar Vervoer is dat deze vervoervorm volgens een Dienstregeling moet worden uitgevoerd. De Dienstregeling geeft Reizigers inzicht in de locaties waarvan en de tijdstippen waarop zij van het Openbaar Vervoer gebruik kunnen maken. Daarnaast vormt de Dienstregeling voor de Concessieverlener een belangrijk referentiekader om de kwaliteit van het Openbaar Vervoer te beoordelen.
3.8.1 Algemene eisen aan de Dienstregeling
De Concessieverlener verlangt van de Concessiehouder dat zijn Dienstregeling bijdraagt aan de herkenbaarheid van het Openbaar Vervoer voor Reizigers en het gemak waarmee zij van het Openbaar Vervoer gebruik kunnen maken, bijvoorbeeld door het afstemmen op en laten aansluiten van Lijnen en het hanteren van vaste vertrektijden.
1 2
3
4 5
Artikel 27 Opzet Dienstregeling De Concessiehouder verricht Openbaar Vervoer volgens een Dienstregeling. De Concessiehouder stelt voor ieder Dienstregelingjaar een Jaardienstregeling vast. De Jaardienstregeling is in overeenstemming met het door de Concessieverlener vastgestelde Jaarplan Vervoer (zoals bepaald in paragraaf 3.9). De ingangsdatum van de Jaardienstregeling is gelijk aan de ingangsdatum van de dienstregelingwijziging van het Hoofdrailnet, tenzij de Concessieverlener en de Concessiehouder anders overeenkomen. De Concessiehouder kan voor één of meer Lijnen een Vakantiedienstregeling vaststellen. Iedere periode waarin de Vakantiedienstregeling geldt begint op een zondag en eindigt op een zaterdag, tenzij de Concessieverlener en de Concessiehouder anders overeenkomen. Een Vakantiedienstregeling beslaat geen andere perioden dan de Zomervakantie en de Kerstvakantie van het voorgezet onderwijs in het Concessiegebied. De Jaardienstregeling en de Vakantiedienstregeling zijn opgebouwd op dezelfde bedieningsperioden. De Concessiehouder legt ten minste tien weken voor de ingangsdatum van de Jaardienstregeling een ontwerp Jaardienstregeling ter toetsing voor aan de Concessieverlener. De Concessiehouder legt ten minste tien weken voor de ingangsdatum van de Vakantiedienstregeling een ontwerp Vakantiedienstregeling ter toetsing voor aan de Concessieverlener.
De Concessiehouder toont aan dat de ontwerp Jaardienstregeling en de ontwerp Vakantiedienstregeling in overeenstemming zijn met: i. het Ontwikkelplan; en ii. de eisen van het Concessiebesluit, en het Programma van Eisen, waaronder de Vervoerkundige Uitgangspunten; en iii. de inhoud van het Jaarplan Vervoer voor het desbetreffende Dienstregelingjaar. De Concessieverlener toetst de ontwerp Jaardienstregeling en Vakantiedienstregeling aan bovengenoemde documenten. In het geval dat de Concessieverlener constateert dat de ontwerp Jaardienstregeling en/of de ontwerp Vakantiedienstregeling niet in overeenstemming zijn met het Programma van Eisen en/of het Jaarplan Vervoer voor het desbetreffende Dienstregelingjaar en de Concessieverlener de Concessiehouder hierover binnen drie weken na ontvangst van de betreffende ontwerp Dienstregeling een Aanwijzing geeft, past de Concessiehouder de ontwerp Jaardienstregeling en/of de ontwerp Vakantiedienstregeling conform de Aanwijzing van de Concessieverlener aan. Het is de Concessiehouder toegestaan om een onderbouwd en gemotiveerd voorstel voor een Vakantiedienstregeling bij de Concessieverlener in te dienen waarin afgeweken
pagina 54 van 161
6
7
8 9
10
11 12
13
wordt van de eisen aan Lijnen zoals bedoeld in Hoofdstuk 3.6. De Concessieverlener stelt dit voorstel al dan niet vast conform de procedure zoals bedoeld in dit lid. De Concessiehouder spant zich maximaal in om binnen een Dienstregelingjaar wijzigingen in de Jaardienstregeling en/of Vakantiedienstregeling te voorkomen tenzij deze wijzigingen aantoonbaar tot een verbetering voor het merendeel van de desbetreffende Reizigers leiden, onder meer bij een ingrijpende wijziging van de beschikbare infrastructuur of aanzienlijke wijzigingen in Rijtijden. Een wijziging van de Jaardienstregeling of de Vakantiedienstregeling is alleen toegestaan na voorafgaande toestemming van de Concessieverlener. De toetsing door de Concessieverlener van een wijziging van de Jaardienstregeling of Vakantiedienstregeling binnen een Dienstregelingjaar volgt dezelfde procedure als beschreven in lid 5. Om tot een betrouwbare uitvoering van de Geldende Dienstregeling en uniforme en voorspelbare Reistijden op alle Lijnen te komen, is het belangrijk dat de Dienstregeling op werkelijke/reële Rijtijden is gebaseerd. De Concessiehouder stelt per Lijn, per Dagsoort en per dagdeel de Rijtijd zodanig vast dat, calamiteiten en verstoringen daargelaten, ritten conform de Dienstregeling kunnen worden uitgevoerd.
Bij het vaststellen van de Rijtijd maakt de Concessiehouder gebruik van de in de desbetreffende projecten vastgelegde rijtijdwinsten en verbeterde betrouwbaarheid door infrastructuurmaatregelen, zoals infrastructuurmaatregelen uit de verschillende investeringsagenda’s, zoals de uitvoeringsagenda Mobiliteit en haar opvolgers. De Concessiehouder neemt in de Dienstregeling voor iedere Rit in ieder geval ook gegevens op over de minimale capaciteit die op de desbetreffende Rit wordt ingezet. De Concessiehouder stemt zijn Jaarplan Vervoer en, waar relevant, wijzigingen van de Dienstregeling af met de concessiehouders van aangrenzende concessies. De Concessiehouder stemt daarnaast de vertrektijden van zijn Lijnen bij de ontwikkeling van ieder Jaarplan Vervoer én bij iedere wijziging in de Dienstregeling proactief af met de concessiehouders van aangrenzende concessiegebieden, onder ander ten behoeve van Aansluitingen zoals bedoeld in artikel 34. Waar relevant, stemt de Concessiehouder de vertrektijden van zijn Ontsluitende en Verbindende Lijnen af op de vertrektijden van Concessiegrensoverschrijdende Verbindingen die niet tot de Concessie behoren. Voor de aangegeven frequenties per Lijntype geldt dat de intervallen tussen Ritten (oftewel de opvolgtijden) gelijkmatig over het uur verdeeld moeten zijn.
Bij een aangegeven frequentie van 6x per uur betekent dit bijvoorbeeld dat afzonderlijke Ritten elkaar met een interval van 10 minuten opvolgen. De Concessiehouder stemt de vertrektijden van Lijnen die (gedeeltelijk) dezelfde route volgen op elkaar af zodat de vertrektijden gelijkmatig over het uur gespreid worden, tenzij dit voor het merendeel van de Reizigers nadelige gevolgen heeft. Het is de Concessiehouder toegestaan om bij een overgang tussen de Dagdelen zoals opgenomen in de tabellen per Lijntype (zie artikelen 21 tot en met 23) die een wijziging in de frequentie tot gevolg heeft, af te wijken van deze eis indien dit voor de Reiziger geen nadelige gevolgen heeft. De Concessiehouder spant zich maximaal in om te bewerkstelligen dat bij significante uitbreidingen van het aanbod de verbeteringen in de Dienstregeling conform de fasering in figuur 3 van paragraaf 2.1.6 te realiseren. De Concessiehouder streeft in zijn Dienstregeling ernaar om het aantal kilometers, niet zijnde Dienstregelingkilometers, van Bussen, bijvoorbeeld ten behoeve van het bijladen op een (Snel)laadlocatie, zo veel mogelijk te beperken, en zijn Personeel zo efficiënt mogelijk hiervoor in te zetten.
Indien de Concessieverlener constateert dat de Concessiehouder een Geldende Dienstregeling hanteert die in strijd is met het bepaalde in dit artikel, kan de Concessieverlener de Concessiehouder een Aanwijzing geven om binnen vier weken de Geldende Dienstregeling zodanig aan te passen dat de Geldende Dienstregeling niet pagina 55 van 161
14
meer in strijd is met het bepaalde in dit artikel. De Concessiehouder is gehouden om binnen die termijn de door de Concessieverlener verlangde aanpassingen door te voeren. De Concessiehouder spant zich maximaal in om tijdens de looptijd van de Concessie de snelheid van zijn Openbaar Vervoer te verhogen door de doorstroming van zijn Ritten te verbeteren.
3.8.2 Lijnnummering
Een logische Lijnnummering draagt bij aan de herkenbaarheid van het Openbaar Vervoer. De Concessieverlener biedt de Concessiehouder ruimte om binnen bepaalde kaders voorstellen te doen voor (wijzigingen in) de Lijnnummering.
1 2
3 4
Artikel 28 Lijnnummering De Concessiehouder hanteert een nummering van de Lijnen ten behoeve van het verrichten van Openbaar Vervoer in overeenstemming met een door de Concessieverlener goedgekeurde Lijnnummering. De Concessieverlener kan aan de Concessiehouder nadere eisen stellen omtrent de toe te passen Lijnnummering. De Concessiehouder mag tevens met een integraal voorstel tot wijziging van de Lijnnummering komen waarbij hij de brede effecten van deze maatregel in beeld brengt. De Concessiehouder stemt zijn Lijnnummering af met de concessiehouders van omliggende concessies. De Concessiehouder dient in het Jaarplan Vervoer een voorstel in voor de nummering van Lijnen, waaronder begrepen wijzigingen in de tot dan toe geldende Lijnnummering. De Concessieverlener stelt het voorstel van de Concessiehouder al dan niet vast.