bijlage 1a. Evaluatie Kansenaanpak PO 2019-2020.pdf
Tekst van het document
4.3.1 Aanbevelingen voor de gemeente
Scholen zijn erg tevreden over de subsidie die zij vanuit de Kansenaanpak ontvangen en waarderen het dat zij de vrijheid krijgen om maatwerk te leveren. Daarom wordt aangeraden de Kansenaanpak te continueren.
Het inhalen van achterstanden en het verbeteren van kansengelijkheid is een zaak van lange adem. Dit is een tweede reden om de Kansenaanpaksubsidie voor een langere termijn te continueren. Scholen hebben hier baat bij voor het inplannen van meerjarige interventies.
Het helpt scholen om voor de zomervakantie duidelijkheid te hebben over het toekennen van de subsidies, zodat zij tijd hebben om personeel aan te stellen en roosters te maken.
In 2018-2019 was het lerarentekort een belangrijke oorzaak voor een lage respons op de enquête voor de productevaluatie; in 2019-2020 was dat de coronacrisis. Aangeraden wordt om na te denken over hoe de respons op de enquête voor de productevaluatie in de toekomst kan worden verhoogd.
Scholen die de enquête voor de productevaluatie volledig en gedetailleerd hebben ingevuld kunnen als voorbeeld dienen voor andere scholen. Hoewel scholen met voorbeeldantwoorden aangespoord zijn om duidelijke en concrete antwoorden te formuleren, waren er alsnog enkele onbruikbare enquêtes.
Het valt te overwegen om na te gaan of de huidige manier van monitoren de gewenste duidelijkheid verschaft. Er zijn wellicht mogelijkheden om naast een kwalitatieve evaluatie ook een meer kwantitatieve evaluatie uit te voeren.
Scholen geven aan meer ondersteuning te waarderen bij het monitoren van hun opbrengsten en – naast de al bestaande kennisdelingsbijeenkomsten – meer kennis en ervaringen uit te willen wisselen. Het verdient aanbeveling hierover nader met de scholen in contact te gaan. 39
Heb begrip voor de situatie dit jaar rondom de coronacrisis bij het evalueren van de opbrengsten. Daarbij moet tegelijkertijd worden vastgesteld dat sommige scholen minder zijn getroffen door de coronacrisis dan andere.
4.3.2 Algemene aanbevelingen voor scholen
Het is bewonderingswaardig hoe scholen ondanks een lerarentekort, coronacrisis en andere tegenslagen de interventies tot een succes weten te brengen. Het is mooi om te zien hoe groot de verscheidenheid aan interventies is en welke resultaten er worden geboekt om de achterstanden terug te dringen. Het is daarom aan te bevelen dat scholen bij elkaar inspiratie opdoen over de vormgeving en uitvoering van de interventies.
Om de aanvragen te beoordelen en de uitkomsten van de Kansenaanpak te kunnen evalueren, is het belangrijk om concreet en duidelijk te zijn in zowel de aanvraag als in de enquête voor de productevaluatie. Leer van de goede voorbeelden van andere scholen en put inspiratie uit hun werkwijze.
Wees duidelijk in de beschrijving van de doelgroepen voor de interventie. Druk dit bijvoorbeeld uit in termen van “leerlingen die op de E3-toets woordenschat een C of lager scoorden”; niet in vage bewoordingen als “leerlingen bij wie de woordenschat verbeterd kon worden”.
Wees duidelijk in de beschrijving van de selectie van de leerlingen. Druk dit bijvoorbeeld uit in termen van ‘er werd gekeken naar de scores op de E3-toetsen woordenschat en groepsleerkrachtobservaties op het gebied van schoolwoordenschat’, in plaats van ‘leerlingen werden geselecteerd door de leerkracht’.
Wees duidelijk in de beschrijving van de verwachte resultaten. Bijvoorbeeld “80% van de leerlingen in groep 3 haalt een C-score of hoger op de E3-toets woordenschat”, in plaats van “de woordenschat neemt toe”.
Wees duidelijk in de beschrijving van de gerealiseerde resultaten. Bijvoorbeeld “86% van de leerlingen in groep 3 haalde een C-score of hoger op de E3-toets woordenschat”, in plaats van “we denken dat de woordenschat is toegenomen”.
Stel realistische en concrete verwachtingen op. Niet alles kan en hoeft in één jaar opgelost te worden. Het is beter om in kleine stapjes te werken over meerdere jaren en aan één of een paar onderwerpen intensief aandacht te besteden, dan aan alles een beetje.
Besteed aandacht aan het evalueren van de resultaten. Dit komt de leerlingprestaties en de kwaliteit van het onderwijs ten goede.
Zorg dat er op school een taalbeleidsplan is dat regelmatig herzien wordt. Onderzoek in dit taalbeleidsplan wat de huidige stand van het taalonderwijs is, wat de huidige resultaten zijn en wat leerkrachten, teamleden, ouders, leerlingen aangeven als speerpunten. Formuleer concrete doelen. Werk voor elk doel activiteiten uit en maak per activiteit inzichtelijk wat deze inhoudt, wie er verantwoordelijk is, wie er precies deelnemen aan de activiteit en wanneer.
Beperk interventies tot doelgroepleerlingen: leerlingen met (risico op) een onderwijsachterstand. Voor deze groep is de subsidie bedoeld en uit onderzoek blijkt dat deze groep het meest gebaat is bij interventies.
Zorg voor korte lijnen met externe partijen.
40
Realiseer een goede aansluiting tussen het reguliere onderwijs en de interventies. Integreer de interventies op zoveel mogelijk manieren in het reguliere onderwijs, zodat alle leerlingen er uiteindelijk baat bij hebben.
4.3.3 Specifieke aanbevelingen Verlengde leertijd Goede samenwerking tussen degenen die bij de interventie betrokken zijn en eventuele externe partijen is een voorwaarde voor succes. Zorg dat er korte lijnen zijn en dat de verlengde leertijd in samenwerking met alle betrokken partijen wordt opgezet, uitgevoerd en geëvalueerd. Stel een verantwoordelijk teamlid of coördinator aan.
Zorg dat de leerkracht die de verlengde leertijd uitvoert goed is geschoold op het gebied van de interventie.
Overweeg of de verlengde leertijd gegeven kan worden door de eigen groepsleerkracht of door een ander teamlid dat nauw bij het onderwijs en bij de leerlingen betrokken is. Om personeel te ontlasten, kan het helpen om een externe partij in te huren.
Houd een vinger aan de pols en pas de verlengde leertijd zo nodig aan op basis van tussentijdse resultaten en feedback.
Zorg ervoor dat de leerlingen in de lessen na schooltijd gemotiveerd blijven.
Zorg ervoor dat ouders actief betrokken zijn bij de verlengde leertijd, door hen van informatie te voorzien en ervoor te zorgen dat kinderen thuis verder aan de slag kunnen met de aangeboden stof. De driehoek leerling-leerkracht-ouder is van cruciaal belang.
Zorg voor een goede aansluiting tussen de aangeboden stof en de werkwijze in de reguliere les.
Werk tijdens de verlengde leertijd in kleine groepjes.
Stimuleer taalontwikkeling tijdens de verlengde leertijd door interactie en samenwerking tussen leerlingen aan te moedigen.
Houd er rekening mee dat het opzetten van verlengde leertijd tijd vergt, naast de eventuele bijscholing en de voorbereiding per les. Zorg ervoor dat de betrokken teamleden hier genoeg tijd voor hebben.
Houd bij het plannen van het rooster en de beschikbare ruimtes rekening met de verlengde leertijd.
Laat leerlingen een contract tekenen en hun eigen leerdoelen opstellen, evenals een concreet eindproduct waar ze naartoe werken.
Bedenk en motiveer goed welke vorm van verlengde leertijd er gehanteerd wordt (deeltijdschakelklas, voltijdschakelklas, leerlab, doelab, huiswerkklas of een andere vorm).
Woordenschat Besteed bij alle lessen aandacht aan woordenschat.
Besteed aandacht aan schoolwoordenschat.
41
Zorg voor een basiswoordenschat door middel van de Basiswoordenlijst Amsterdam Kleuters (BAK), de Woordenlijst Amsterdamse Kinderen (WAK) en DigiWak. Gebruik het viertaktmodel.
Bied woorden aan in een context, maar ook los (bijvoorbeeld voor NT2-leerlingen).
Overweeg om teamleden te laten bijscholen over woordenschat. Stel een woordenschatcoördinator of -specialist aan. Een goed voorbeeld van een integrale werkwijze is Met Woorden in de Weer. Werk in kleine groepjes aan de woordenschat.
Besteed aandacht aan de manier waarop woordenschatresultaten gerapporteerd worden.
Overweeg een investering in nieuw woordenschatmateriaal.
Lezen Overweeg de aanschaf van extra materiaal voor leesvaardigheid, zoals Bouw!, Nieuwsbegrip en Verteltassen.
Zorg ervoor dat leerlingen een passieve woordenschat hebben van 3000 woorden (zie Basiswoordenlijst Amsterdamse Kleuters) voordat ze beginnen met technisch lezen.
Stop in elke les een onderdeel lezen en leesvaardigheid.
Overweeg tutorlezen door bovenbouwleerlingen.
Zorg ervoor dat leerkrachten goed opgeleid zijn om leesonderwijs te kunnen geven. Plan tijd in voor bijscholing.
Laat kinderen veel lezen op school, ook vrij lezen.
Technisch lezen en begrijpend lezen zijn twee verschillende, maar gerelateerde vaardigheden. Zorg ervoor dat het technisch lezen op orde is voordat leerlingen overgaan naar begrijpend lezen.
Bied bij begrijpend lezen teksten in realistische contexten aan en besteed aandacht aan woordenschat en aan domein- en wereldkennis.
Lees veel voor in de klas op een interactieve manier, waarbij kinderen bij het verhaal betrokken worden. Dit is goed voor de woordenschat, de leesmotivatie en de ontwikkelende leesvaardigheid.
Zet een schoolbibliotheek op waaruit kinderen boeken kunnen kiezen en lenen voor op school of thuis.
Betrek ouders bij het leesonderwijs: leg uit dat ze thuis voor kunnen lezen, naar de bibliotheek kunnen gaan, etc., zodat kinderen ook thuis aan hun taal- en leesvaardigheid kunnen werken.
Zorg voor een schoolbrede, meerjarige en geïntegreerde visie op leesonderwijs, vastgelegd in het taalbeleidsplan, gekoppeld aan concrete en duidelijke doelen en goed uitgewerkte interventies en activiteiten.
Overweeg om teamleden te laten bijscholen over lezen. Stel een leescoördinator of -specialist aan.
42
Onderwijsassistentie Laat de onderwijsassistent inzetten op pre-teaching en re-teaching en zorg voor een goede aansluiting tussen de reguliere les en de ondersteuning.
Zorg dat onderwijsassistenten veel onderwijsinhoudelijke taken krijgen.
Zorg voor een goede afstemming tussen onderwijsassistent, leerkracht en overige betrokken teamleden over de vormgeving van de assistentie, de voortgang en de opbrengst.
Besteed aandacht aan taalontwikkeling (woordenschat, lezen) binnen de persoonlijke begeleiding; stimuleer taalproductie, interactie en samenwerking.
Zorg ervoor dat de inhoud van de begeleiding en het doel duidelijk zijn.
Laat onderwijsassistenten met de leerlingen in kleine groepjes werken.
Zet de onderwijsassistent in voor differentiatie en persoonlijke aandacht. Gebruik de mogelijkheid om het zelfvertrouwen van leerlingen te vergroten.
Zorg ervoor dat onderwijsassistenten de taken op zich nemen waar ze bevoegd voor zijn en laat ze niet te veel taken in één keer uitvoeren.
Zorg ervoor dat onderwijsassistenten zich kunnen bijscholen.
Deskundigheidbevordering Gebruik de subsidie om interne expertise op te bouwen. Een externe specialist kan juist ook bijdragen aan interne expertise.
Plan tijd in voor bijscholing en professionalisering.
Besteed aandacht aan het vertalen van opgedane kennis naar de praktijk van de school.
Laat leerkrachten elkaar observeren en elkaar tips geven.
Zet ervaren en goed opgeleide leerkrachten in voor doelgroepleerlingen.
Creëer een open cultuur binnen het team waarin samenwerking en verbetering centraal staan. Een programma als Lesson Study kan daarbij helpen. Plan samen met het team op welke punten extra expertise opgebouwd kan worden en werk gedetailleerd uit hoe dat moet gebeuren, wanneer en door wie.
Ouderbetrokkenheid Maak duidelijk wat de school onder ouderbetrokkenheid verstaat.
Zie ouders als educatieve partners, in plaats van individuen die in een hiërarchische relatie tot de school staan.
Leer ouders hoe ze het taalaanbod en educatieve aanbod thuis kunnen verrijken. Denk aan voorlezen, bibliotheek, museumbezoek, helpen bij schoolwerk, etc.
Houd rekening met verschillende types ouders en verschillende taalachtergronden, culturen en sociale achtergronden. 43
Maak de tijds- en geldinvestering voor ouders niet te hoog. Ga na wat ouders goed uitkomt, bijvoorbeeld bij het plannen van een tijdstip voor een ouderavond.
Communiceer met ouders over de interventies en de voortgang van het kind en betrek hen bij dit proces. Zorg voor een duidelijke driehoek kind- leerkracht- ouders. Formuleer heldere doelen voor wat van ouders verwacht wordt.
Geef ouders de ruimte om zelf zaken te ondernemen en te organiseren en aan te geven waar zij behoefte aan hebben.
Zorg ervoor dat de nadruk niet te sterk gelegd wordt op presteren.
Spreek ouders aan op het schoolplein, bel hen op, geef uitleg, in plaats van bijvoorbeeld alleen brieven aan de kinderen mee te geven. Maak af en toe ook een informeel praatje. Wees benaderbaar.
Stel een coördinator ouderbetrokkenheid aan, formuleer concrete doelen en plan duidelijke activiteiten op het gebied van ouderbetrokkenheid.
Contact onderhouden met ouders vergt tijd en personele middelen. Blijf hierin investeren.
44
Bibliografie Appel, R., & Vermeer, A. (1994). Tweedetaalverwerving en tweedetaalonderwijs. Bussum: Coutinho. Bakker, J. Denessen, E., Dennissen, M. & Oolbekkink-Marchand, H. (2013). Leraren en ouderbetrokkenheid: Een reviewstudie naar de effectiviteit van ouderbetrokkenheid en de rol die leraren daarbij kunnen vervullen. Nijmegen: Radboud Universiteit. Biemiller, A. (2003). Vocabulary: Needed if more children are to read well. Reading Psychology, 24(3–4), 323–335. https://doi.org/10.1080/02702710390227297 Blatchford, P., Bassett, P., Brown, P., Koutsoubou, M., Martin, C., Russell, A., Webster, R., & RubieDavies, C. (2009). Deployment and impact of support staff in schools: The impact of support staff in schools. UK Government, Department for Children, Schools and Families. Boekeloo, E. (2014). Na schooltijd naar school: Onderzoek naar het effect van een naschools programma [Leerlab] op de reken en taalprestaties van basisschoolleerlingen met een leerachterstand. Utrecht: Universiteit Utrecht. Bolhaar, J., Houkes-Hommes, A., & Van der Ven, K. (2018). Bewezen (in)effectieve maatregelen tegen leerachterstanden in het primair onderwijs. CPB. https://www.cpb.nl/sites/default/files/omnidownload/CPB-Achtergronddocument6jun2018-Bewezen-in-effectieve-maatregelen-tegen-leerachterstanden-in-het-primaironderwijs.pdf Bower, H. A., & Griffin, D. (2011).
Can the Epstein model of parental involvement work in a highminority, high-poverty elementary school? A case study. Professional School Counseling, 15(2). Burgwal, G. van de (2010). Leer wat je kunt in de tijd die beschikbaar wordt gesteld. Interne notitie. Amsterdam: OOG Onderwijs en Jeugd. Burke, M.D., Hagan-Burke, S., Kwok, O. & Parker, R. (2009). Predictive validity of early literacy indicators from the middle of kindergarten to second grade. The Journal of Special Education, 42(4), 209-226. Casteren, W. van, Bendig-Jacobs, J., Wartenbergh-Cras, F., Van Essen, M., & Kurver, B. (2017). Differentiëren en differentiatievaardigheden in het primair onderwijs. ResearchNed. http://www.researchned.nl/wp-content/uploads/2017/12/Differenti%C3%ABren-endifferentiatievaardigheden-in-het-primair-onderwijs-.pdf Cosden, M., Morrison, G., Gutierrez, L., & Brown, M. (2004). The effects of homework programs and after-school activities on school success. Theory Into Practice, 43, 220–226. https://doi.org/10.1353/ tip.2004.0033 DigiWak (2020). DigiWak. http://digiwak.nl Doelab (2020). Doelab: Praktisch leren. https://doelab.nl/ Driessen, G., & Dekkers, H. (2008). Dutch policies on socio-economic and ethnic inequality in education. International Social Science Journal, 59(193–194), 449–464. https://doi.org/10.1111/j.1468-2451.2009.01678.x Dweck, C. S. (2008).
Mindset: The new psychology of success. New York: Ballantine Books. Emmelot, Y., Schooten, E. J., & Timman, Y. (2001). Determinanten van succesvol NT2-onderwijs. Amsterdam: Kohnstamm Instituut. Farbman, D. (2012). The case for improving and expanding time in school: A review of key research and practice. The National Center on Time & Learning. Fettelaar, D., & Smeets, E. (2013). Mogelijke indicatoren van schoolgewichten. Onderzoek naar de voorspellende waarde. Nijmegen: ITS. https://repository.ubn.ru.nl/bitstream/handle/2066/211749/rapport-r2047.pdf?sequence=1 Gemeente Amsterdam (2020). Subsidie onderwijsvoorzieningen primair onderwijs. Gemeente Amsterdam. https://amsterdam.nl/veelgevraagd Hart, B., & Risley, T.D. (2003). The early Catastrophe. American Educator Spring, 4-9. Hoogeveen, K. (2014). Effectief instrument bestrijding taalachterstand: Taal en nog meer taal in de schakelklas. Sardes Speciale Editie (14), 15–20.
45
Houtveen, A., Velde, V. van der, Brokamp, S., & Spaans, G. A. (2009). Goed taalbeleid is het halve werk. Rapportage pilots taalbeleid onderwijsachterstanden over het schooljaar 2007-2008. Utrecht: Kenniscentrum Educatie. Inspectie van het onderwijs (2009). Het taalonderwijs op taalzwakke en taalsterke scholen. Een onderzoek naar de kenmerken van het taalonderwijs op basisscholen met lage en hoge taalresultaten. Utrecht: Inspectie van het Onderwijs. Inspectie van het Onderwijs (2016). De staat van het onderwijs: Onderwijsverslag 2014/2015. https://www.onderwijsinspectie.nl/documenten/publicaties/2016/04/13/staat-van-hetonderwijs-2014-2015 Inspectie van het Onderwijs (2020). De staat van het onderwijs 2020. https://www.onderwijsinspectie.nl/documenten/rapporten/2020/04/22/staat-van-hetonderwijs-2020 ITTA (2009). Iedereen aan de BAK! De 3000 woorden die iedere kleuter moet leren. https://www.itta.uva.nl/projecten/iedereen-aan-de-bak-17 Kuijpers, M., & Meijers, F. (2017). Professionalising teachers in career dialogue: An effect study. British Journal of Guidance & Counselling, 45(1), 83–96. https://doi.org/10.1080/03069885.2015.1121203 Kuiken, F. (2020). Van compensatieonderwijs naar kansenaanpak: Het voorkomen van laaggeletterdheid door stimulering van taalvaardigheid. In H. van de Werfhorst & E. van Hest (Eds.), Gelijke Kansen in de Stad. (67-81).
Amsterdam: Amsterdam University Press. Kuiken, F. & Droge S. (2010). Woordenlijst Amsterdamse Kinderen. Amsterdam: Universiteit van Amsterdam. Leerlab (2020). Leerlab Zuidoost. http://www.leerlabzuidoost.nl/ Leseman, P., Mulder, H., Verhagen, J., Broekhuizen, M., Van Schaik, S., & Slot, P. (2017). Effectiveness of Dutch targeted preschool education policy for disadvantaged children: Evidence from the pre-COOL study. In H.-P. Blossfeld, N. Kulic, J. Skopec, & M. Triventi (Eds.), Childcare, Early Education and Inequality. (173–193). Cheltenham: Edward Elgar Publishing. Ministerie van OCW. (2009). Ouderbetrokkenheid. Referentie: PO/B&S/94429. Den Haag. Onderwijsraad (2010). Ouders als partners. Versterking van relaties met en tussen ouders op school. Den Haag: Onderwijsraad. PISA (2019). PISA 2018: Results. https://www.oecd.org/pisa/publications/pisa-2018-results.htm Roeleveld, J., Driessen, G., Ledoux, G., Cuppen, J. & Meijer, J. (2011). Doelgroepleerlingen in het basisonderwijs. Historische ontwikkeling en actuele situatie. Amsterdam: Kohnstamm Instituut. Sleegers, P., & Wesselingh, A. (1995). Dutch dilemmas: Decentralisation, school autonomy and professionalisation of teachers. Educational Review, 47(2), 199–207. https://doi.org/10.1080/0013191950470207 Smits, A., & Van Koeven, E. (2016, February 25).
Geletterdheid en schoolsucces: De essentie van lezen in een formule: DV x ETB x LMH x TK x AD. Geletterdheid En Schoolsucces. http://geletterdheidenschoolsucces.blogspot.com/2016/02/de-essentie-van-lezen-in-eenformule-dv.html Smits, A., & Van Koeven, E. (2020, January 15). Geletterdheid en schoolsucces: Focus op begrip: een handleiding in ontwikkeling. Geletterdheid En Schoolsucces. http://geletterdheidenschoolsucces.blogspot.com/2020/01/focus-op-begrip-eenhandleiding-in.html Sociaal Economische Raad (2016). Gelijk goed van start: Visie op het toekomstige stelsel van voorzieningen voor jonge kinderen. https://www.ser.nl/nl/Publicaties/gelijk-goed-van-start Vermeer, A. (2003). NT2-onderwijs en onderwijs Nederlands als moedertaal. In R. Appel (Ed.), De verwerving van het Nederlands als tweede taal. (80-100). Alphen aan de Rijn: Kluwer. Volodina, A., Weinert, S., & Mursin, K. (2020). Development of academic vocabulary across primary school age: Differential growth and influential factors for German monolinguals and language minority learners. Developmental Psychology, 56(5), 922–936. https://doi.org/10.1037/dev0000910 46
Bijlage: Enquête Evaluatie Kansenaanpak PO 2019-2020 Welkom bij de evaluatie van de Kansenaanpak Primair Onderwijs 2019-2020. Samen met de Universiteit van Amsterdam evalueert de gemeente zowel de resultaten van de Kansenaanpak als het proces van het project Kansenaanpak. In deze enquête vragen wij u ten eerste verslag te doen van de interventie(s) op uw school. De enquête bevat vragen over de leerlingengroep en de vorm van de interventie, alsmede de gerealiseerde resultaten en een procesevaluatie. Ten tweede vragen wij u hoe uw school het werken met de Kansenaanpaksubsidie heeft ervaren. Om de gegevens uit deze enquête succesvol te kunnen verwerken, is het belangrijk dat u de volgende zaken in acht houdt: 1. Wees bij het geven van een antwoord zo specifiek en uitgebreid mogelijk. 2. Wees concreet: gebruik gegevens en concrete resultaten die u heeft (bijvoorbeeld uit het LVS). 3. Bekijk de voorbeeldantwoorden goed. U kunt tussendoor met de vragenlijst stoppen en op een ander moment verder gaan. Achteraf kunt u uw gegeven antwoorden indien gewenst downloaden. De uiterste inleverdatum is 26 juni 2020. Voor eventuele vragen kunt u contact opnemen met Anna Glazenborg (a.m.glazenborg@uva.nl) of Folkert Kuiken (f.kuiken@uva.nl). Alvast hartelijk dank voor uw medewerking. Vul s.v.p. de volgende gegevens in over uw school 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Naam schoolbestuur Naam school Adres van de school Naam contactpersoon E-mailadres contactpersoon Telefoonnummer contactpersoon
Interventies De volgende vragen gaan over de interventie(s) die uw school in 2019-2020 heeft uitgevoerd in het kader van de Kansenaanpak PO. U kunt voor de beschrijving van de plannen de aanvraag die u heeft ingevuld voor het schooljaar 2019-2020 raadplegen. 7. Op welke jaargroep was/waren uw interventie(s) gericht? Meerdere antwoorden mogelijk o o o o o o o o o o o
Groep 1 Groep 2 Groep 3 Groep 4 Groep 5 Groep 6 Groep 7 Groep 8 Geen specifieke jaargroepen Alle jaargroepen Anders, namelijk …
47
8. Op welke leerlingen waren uw interventie(s) gericht? Specificeer s.v.p. zo precies mogelijk hoe u deze leerlingen heeft geselecteerd. Voorbeeldantwoord De eerste interventie (Leerlab) was gericht op leerlingen uit groep 3 t/m 8 die een score onder een C hadden op de LVS-toets woordenschat, die Nederlands als tweede taal spreken of die een door de ib'er vastgestelde taalachterstand hadden. 9. Op welke vaardigheden was/waren uw interventie(s) gericht? Meerdere antwoorden mogelijk o o o o o o o o o o o o
Beginnende geletterdheid Technisch lezen Begrijpend lezen Luisteren Schrijven/algemene schrijfvaardigheid Spelling Rekenen Zelfvertrouwen Studievaardigheden Woordenschat Ouderbetrokkenheid Anders, namelijk …
10. Hoe heeft u de interventie(s) vormgegeven? Meerdere antwoorden mogelijk o o o o o o o o o o o o o o
Verlengde leertijd / Leerlab Verlengde leertijd / Schakelklas Verlengde leertijd / Huiswerkklas Verlengde leertijd / Overig, namelijk … Klassenverkleining Inzet ib’er Inzet onderwijsassistent Inzet externe specialist Coördinator taal Coördinator ouderbetrokkenheid Bijeenkomsten ouderbetrokkenheid Professionalisering docententeam Implementatie nieuw materiaal Anders, namelijk …
11. Hoe heeft u de interventie(s) vormgegeven? Meerdere antwoorden mogelijk o o o o o o
Verlengde leertijd / Leerlab Verlengde leertijd / Schakelklas Verlengde leertijd / Huiswerkklas Verlengde leertijd / Overig, namelijk … Klassenverkleining Inzet ib’er 48
o o o o o o o o
Inzet onderwijsassistent Inzet externe specialist Coördinator taal Coördinator ouderbetrokkenheid Bijeenkomsten ouderbetrokkenheid Professionalisering docententeam Implementatie nieuw materiaal Anders, namelijk …
11. Beschrijf hieronder hoe u de interventie(s) precies uitgevoerd heeft. Wees s.v.p. zo specifiek en concreet mogelijk. Voorbeeldantwoord De interventie bestond uit een Leerlab voor doelgroepleerlingen uit groep 3 t/m 8. De leerlingen die hiervoor in aanmerking kwamen kregen per jaargroep (3/4, 5/6 en 7/8) twee keer een uur extra les na schooltijd door een groepsleerkracht. Hierin werd voornamelijk aandacht besteed aan taal en begrijpend lezen. Resultaten De volgende vragen gaan over de resultaten van de interventie(s) op uw school in 2019-2020. Wederom is het belangrijk dat u zo specifiek en concreet mogelijk bent in uw antwoorden. 12. Wat verwachtte u te bereiken in schooljaar 2019-2020? Wees s.v.p. zo specifiek mogelijk. Indien u meerdere interventies heeft uitgevoerd, beschrijf dan voor elk van deze interventies wat u verwachtte te bereiken. U kunt wederom uw aanvraag voor het schooljaar 2019-2020 raadplegen. Voorbeeldantwoord Wat betreft deze interventie (het Leerlab) was onze verwachting dat 80% van de leerlingen die van het Leerlab gebruik maakten aan het eind van het jaar een score zou behalen van ten minste een C of hoger op de LVS-toets woordenschat. Gezien deze leerlingen aan het begin van het jaar lager dan een C scoorden, was onze verwachting dus dat hun toetsscores op de LVS-toets woordenschat door het Leerlab aanzienlijk vooruit zouden gaan. 13.
In hoeverre kwamen de verwachte resultaten overeen met de daadwerkelijke resultaten? Wees s.v.p. zo specifiek en uitgebreid mogelijk. Beantwoord deze vraag voor alle interventies die u heeft uitgevoerd. Voorbeeldantwoord Bij de leerlingen die deel hebben genomen aan het Leerlab zagen we dat 86% een score behaalde van een C of hoger op de LVS-toets woordenschat. Dat is nog hoger dan onze verwachting en daar zijn we heel trots op! Daarnaast bleek uit gesprekken met de ib'er en de leerkrachten dat veel leerlingen hun taalachterstand aan het inlopen waren. 14. Zijn er naast de verwachte resultaten nog andere resultaten behaald? Wees s.v.p. zo specifiek en uitgebreid mogelijk. Beantwoord deze vraag voor alle interventies die u heeft uitgevoerd. 49
Voorbeeldantwoord Bij leerlingen die naar het Leerlab gingen, zagen leerkrachten naast de groei op de toets ook een verbetering in zelfvertrouwen. Ook leken ze volgens de groepsleerkrachten met meer plezier te lezen in de reguliere les. 15. Hoe heeft u bovenstaande resultaten vastgesteld? Beantwoord deze vraag voor alle interventies die u heeft uitgevoerd. Voorbeeldantwoord De resultaten van deze interventie (het Leerlab) hebben we vastgesteld door te kijken naar de scores op de LVS-toets woordenschat van deze leerlingen. Daarnaast zijn er gesprekken geweest met de ib'er en met leerkrachten over het taalvermogen en het gedrag van de leerlingen. 16. Als u bestanden heeft om de verantwoording te illustreren, upload deze dan hier. Evaluatie van het proces 17. Wat ging er goed tijdens het uitvoeren van de interventie(s)? Wees s.v.p. zo uitgebreid en specifiek mogelijk. Noem alle punten die goed gingen. Voorbeeldantwoord Toen de leerlingen eenmaal gewend waren aan het Leerlab, verliep het heel goed. De betrokken leerkracht had een cursus gevolgd om zo goed mogelijk vorm te geven aan het lab en er was veel communicatie tussen deze leerkracht en de groepsleerkrachten van de kinderen.
De leerkracht was enthousiast, de kinderen deden meestal met veel plezier mee en naar onze mening gingen de leerlingen erg goed vooruit, wat bevestigd werd door de resultaten op de LVS-toetsen woordenschat. 18. Wat ging er minder goed tijdens het uitvoeren van de interventie(s)? Wees s.v.p. zo uitgebreid en specifiek mogelijk. Noem alle punten die minder goed gingen. Voorbeeldantwoord Het Leerlab viel regelmatig uit door ziekte, geen vervanging i.v.m. leerkrachtentekort, ofwel andere activiteiten. We hadden graag gezien dat het Leerlab vaker plaats had gevonden. Het was goed geweest als meer leerkrachten de cursus over het Leerlab hadden gevolgd of als er betere communicatie was geweest bij ziekte en uitval. 19. Wat vindt u van de hoogte van het subsidiebedrag voor het jaar 2019-2020 en waarom? (Het subsidiebedrag in het schooljaar 2019-2020 was €800 per doelgroepleerling.) 20. Heeft u behoefte aan meer kennis/begeleiding bij de realisatie van de Kansenaanpak op uw school? Bijvoorbeeld door gesprekken met de gemeente, regelmatige monitoring, kennisdelingsbijeenkomsten. o o
Ja Nee
[indien ja] 20b. Specificeer s.v.p. deze behoefte aan kennis/begeleiding bij de realisatie van de Kansenaanpak. 21. Heeft u nog vragen/opmerkingen? 50