Bijlage 1a - CONCEPT m.e.r.-beoordeling Holterbergdistrict Amstel III.pdf
Tekst van het document
Blad 52 van 155
Concept m.e.r.-beoordeling Ten behoeve van Projectnota Holterbergdistrict Amstel III te Amsterdam Zuidoost projectnummer 0475785.100 5 juni 2023 revisie 07 Wooden City I B.V.
Figuur 7-1 Richtafstanden milieuzonering.
7.4.2
Functiemenging binnen plangebied Ook binnen het plangebied zijn bedrijfsfuncties voorzien, het gaat om kantoren, logistieke bedrijven, handelsbedrijven en voorzieningen. Deze functies zijn onder voorwaarden mogelijk in combinatie met gevoelige functies.
Blad 53 van 155
Concept m.e.r.-beoordeling Ten behoeve van Projectnota Holterbergdistrict Amstel III te Amsterdam Zuidoost projectnummer 0475785.100 5 juni 2023 revisie 07 Wooden City I B.V.
Afstand logistieke bedrijven en rekenfaciliteit t.o.v. woningen De precieze stedenbouwkundige invulling staat nog niet vast, maar in het zuidelijke deel van het plangebied wordt in het Pakhuiskwartier plaats geboden voor logistieke bedrijven en een rekenfaciliteit. De logistieke bedrijven die hier voorzien zijn, vallen naar verwachting onder milieucategorie 2 en 3.1, dan is er sprake van een richtafstand van respectievelijk 10 en 30 meter t.o.v. gevoelige functies. De rekenfaciliteit valt onder milieucategorie 2 en heeft een richtafstand van 10 meter. Het is aan te raden deze buffers aan te houden t.o.v. de deelgebieden met woningen. Het is mogelijk af te wijken van de richtafstanden in de VNG-brochure door met nader milieuonderzoek aan te tonen dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Menging woonfuncties met voorzieningen Binnen gemengde stedelijke gebieden worden mogelijk complexen gerealiseerd met zowel woningen als voorzieningen en lichte bedrijvigheid. Bij toetsing aan de VNGmilieuzoneringsmethodiek voor gemengde gebieden is aangegeven onder welke voorwaarden bepaalde bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan binnen een gemengd gebied. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in zogenoemde A, B en C-typeringen: • Bedrijven van categorie A: toelaatbaar aanpandig aan woningen. • Bedrijven categorie B: toelaatbaar als deze bouwkundig gescheiden zijn van woningen.
• Bedrijven van categorie C: toelaatbaar indien gesitueerd aan een hoofdweg. In de onderstaande tabel zijn mogelijke voorzieningen weergegeven met de bijbehorende categorie indeling volgens de methode van functiemenging. Om milieuhinder binnen ontwikkelvelden te voorkomen geldt daarom dat aan bovenstaande voorwaarden moet worden voldaan. Tabel 7-1 Categorieën voor functiemenging in gemengde gebieden. Bron: VNG-brochure.
7.5
Voorziening
Milieucategorie
SBI code
Basisschool Voortgezet onderwijs Peuterspeelzalen /kinderopvang
2 2 2
852, 8531 8532, 854, 855 8891
Categorie voor functiemenging B B B
Gezondheidszorg (huisarts, fysio, tandarts etc.) Kantoeren
1
8621, 8622, 8623
B
1
461
A
Detailhandel
1
47
A
Supermarkten, warenhuizen
1
471
B
Sporthallen
3.1
931
B
Maatregelen Bij de onderhavige analyse van richtafstanden dient te worden opgemerkt dat er op dit moment nog geen inzicht is op wat voor een manier het plangebied zelf wordt ingericht met bedrijvigheid. Bedrijvigheid binnen het plangebied zelf in combinatie met bedrijven buiten het plangebied (binnen of buiten de richtafstand) kunnen leiden tot een relevante milieubelasting, dit zal moeten
Blad 54 van 155
Concept m.e.r.-beoordeling Ten behoeve van Projectnota Holterbergdistrict Amstel III te Amsterdam Zuidoost projectnummer 0475785.100 5 juni 2023 revisie 07 Wooden City I B.V.
worden onderzocht bij een verdere uitwerking van het plangebied. Dan kan ook rekening gehouden worden met de milieuzones van de bedrijven. Er kunnen dan maatregelen aan de bron of aan woningen genomen worden bij overschrijdingen van de streefwaarde. Deze stap is geborgd bij het ruimtelijk besluit.
7.6
Beoordeling Toets aan milieueffecten De beoordeling is weergegeven in de onderstaande tabel. Aspect Milieuzonering Functiemenging
Beoordelingscriteria Impact van de omliggende bedrijven Mogelijkheden voor bedrijvigheid binnen het plangebied
Score 0 0
Onderzoek naar relevante hinderaspecten In de VNG-brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’ zijn richtafstanden opgenomen voor diverse milieuaspecten (geluid, geur, gevaar, stof, licht) bij bedrijven. Deze richtlijn is bedoeld om via kengetallen een goede milieuzonering in een ruimtelijk besluit te verankeren. In de systematiek is aangeven dat zoneringen die op basis van een wettelijk aangewezen systematiek zijn vastgesteld, prevaleren boven de VNG-systematiek. Zo is voor externe veiligheid de normering van het plaatsgebonden risico leidend en de verantwoording van het groepsrisico. Voor het akoestisch onderzoek dient voldaan te worden aan de eisen uit de Wet geluidhinder. Daarom wordt ook doorverwezen naar hoofdstuk 8 voor geluid en hoofdstuk 10 voor externe veiligheid. Nader onderzoek bij stedenbouwkundige uitwerking Bij de stedenbouwkundige invulling dient rekening gehouden te worden met de situering van de gewenste bedrijfsfuncties binnen het plangebied t.o.v. gevoelige functies. Ook dient rekening gehouden te worden met de milieucontouren van bedrijven buiten het plangebied. Hiervoor is nader onderzoek benodigd. Bij het akoestisch onderzoek bij het ruimtelijke besluit dient ook rekening gehouden te worden met de geluidruimte die is opgenomen in de milieuvergunning van de Johan Cruijff ArenA.
Met de ontwikkeling van het plangebied transformeert dit gebied naar een gemengd woonwerkgebied, de bestaande bedrijvigheid binnen het gebied is in die situatie (grotendeels) verdwenen. Op dit moment is niet bekend hoe en in welk tempo deze transformatie plaats vindt. Hoe de bedrijvigheid in en rond het gebied er de komende jaren exact uitziet is niet bekend. Bij elke deelontwikkeling is daarvoor nader onderzoek benodigd. Doorkijk naar de Omgevingswet Onder de Omgevingswet wordt een nieuwe werkwijze geïntroduceerd, waarbij het werken met milieucategorieën voor bedrijven komt te vervallen en de regeling daarvoor wordt vervangen door direct milieuregels in het omgevingsplan op te nemen: 'Milieuzonering nieuwe stijl'. Ook onder deze nieuwe regeling blijven beide doelen die met milieuzonering worden nagestreefd gelden. In de praktijk leidt dit veelal tot een systeem waarin de harde wettelijke normen en beoordelingsmethoden leidend zijn, en indien nodig, extra flexibiliteit wordt geboden via de VNGsystematiek. Dit is een aandachtspunt als de verder planuitwerking plaatsvindt onder het regime van de Omgevingswet.
Blad 55 van 155
Concept m.e.r.-beoordeling Ten behoeve van Projectnota Holterbergdistrict Amstel III te Amsterdam Zuidoost projectnummer 0475785.100 5 juni 2023 revisie 07 Wooden City I B.V.
8
Effecten geluid en trillingen
8.1
Beleidskader Voor geluid gelden landelijk eisen vanuit de Wet geluidhinder (Wgh). Vervolgens heeft de gemeente Amsterdam aanvullende voorwaarden opgenomen in het eigen geluidbeleid. Kader
Wet geluidhinder (algemeen)
Belangrijkste randvoorwaarde / uitgangspunt Nationaal beleid
De Wet geluidhinder (Wgh) stelt eisen met betrekking tot de geluidbelasting van geluidgevoelige objecten – bijvoorbeeld woningen – door verschillende geluidsbronnen. Voor het plangebied zijn diverse typen geluid relevant. De Wet beschrijft ook hoe om te gaan met bepaalde grenswaarden: de voorkeursgrenswaarde en de maximale ontheffingswaarde. Per geluidbron wordt er getoetst aan deze grenswaarden. De grenswaarde(n) verschilt per geluidbron. Bij overschrijding van de voorkeursgrenswaarde kan het College van B&W, mits de maximale ontheffingswaarde niet wordt overschreden, een hogere waarde laten vaststellen. Op dat moment is er bestuurlijke afweging gemaakt waarbij een hogere geluidbelasting wordt toegestaan. Dit besluit is mogelijk indien maatregelen om de geluidbelasting te reduceren via bronoverdrachts- en ontvangersmaatregelen, zoals schermen of verkeers- reducerende maatregelen, niet doelmatig zijn of bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerkundige, landschappelijke of financiële aard ondervinden.
Wet geluidhinder (wegverkeer)
Voor wegverkeerslawaai vanuit autosnelwegen (provinciale wegen en rijkswegen) op geluidgevoelige objecten ligt de voorkeursgrenswaarde op 48 dB. Tussen 48 en 55 dB (inclusief aftrek) zijn geluidgevoelige objecten mogelijk, mits er hogere waarden worden verleend. De maximale ontheffingswaarde ligt op 55 dB. Binnen de bebouwde kom worden gezoneerde wegvakken (50 km/u of meer) meegenomen in de beoordeling van het wegverkeerslawaai. • Voor deze wegen ligt de voorkeursgrenswaarde op 48 dB. Tussen de 48 dB en 63 dB zijn geluidgevoelige objecten mogelijk mits hier hogere waarden voor worden verleend. 63 dB markeert de maximale ontheffingswaarde, tenzij er sprake is van vervangende nieuwbouw, dan ligt de maximale ontheffingswaarde op 68 dB. • Voor snelwegen ligt de voorkeursgrenswaarde eveneens op 48 dB. Hier markeert 55 dB de maximale ontheffingswaarde. Wegen van lagere orde, bijvoorbeeld 30 km/u-weg, hoeven conform de Wet geluidhinder niet beoordeeld te worden. Vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening wordt hier doorgaans wel bekeken wat de geluidbelasting nabij zulke wegen is.
Besluit geluidhinder (railverkeer)
Er dient niet alleen op nieuwe geluidgevoelige objecten getoetst te worden, maar ook het verschil in geluidbelasting op bestaande woningen wordt in beeld gebracht. Het Besluit geluidhinder vloeit voort uit de Wet geluidhinder en vormt het wettelijk kader voor railverkeerslawaai. In het Besluit geluidhinder worden zones van spoorwegen beschreven, grenswaarden genoemd waaronder zondermeer (de voorkeursgrenswaarde) of
Blad 56 van 155
Concept m.e.r.-beoordeling Ten behoeve van Projectnota Holterbergdistrict Amstel III te Amsterdam Zuidoost projectnummer 0475785.100 5 juni 2023 revisie 07 Wooden City I B.V.
waarboven niet zondermeer (de maximaal te verlenen ontheffingswaarde) woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen gebouwd mogen worden. In de nabijheid van het plangebied ligt de spoorlijn Amsterdam – Elten. De voorkeursgrenswaarde voor de geluidbelasting voor nieuwe woningen naast deze spoorlijn is 55 dB krachtens art. 4.9 lid 1b Besluit geluidhinder. De maximale hogere waarde die kan worden aangevraagd is 68 dB krachtens art. 4.10 Besluit geluidhinder. VNG-brochure bedrijven & milieuzonering (bedrijfslawaai)
Voor een niet-gezoneerd bedrijventerrein is er vanuit de Wet geluidhinder geen wettelijk kader om het terrein te toetsen. Omdat de Wet geluidhinder voor deze gevallen niets regelt, is toetsing van het geluid van bedrijven die niet op een gezoneerd industrieterrein liggen, niet een plicht die rechtstreeks in een wet is terug te vinden. Wel is er vanuit de Wet ruimtelijke ordening (Wro) de verplichting om in het kader van een goede ruimtelijke ordening aan te tonen dat (toekomstige) bewoners en gebruikers een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd. Daarnaast dient aangetoond te worden dat (bestaande) bedrijven niet in hun belangen worden geschaad. Hiertoe kan een bepaalde afstand tussen een milieubelastende activiteit en een milieugevoelig object noodzakelijk zijn. Deze afstand wordt een milieuzone genoemd. Om te bepalen in hoeverre er voldoende afstand is tussen bedrijven en gevoelige objecten kan gebruik gemaakt worden van de brochure 'Bedrijven en milieuzonering' van de VNG, versie 2009. De VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' (2009) (hierna: VNG-brochure) geeft handreikingen voor een verantwoorde inpassing van bedrijvigheid in haar fysieke omgeving en voor de inpassing van gevoelige bestemmingen nabij bedrijven. Het is geen wet, maar een gangbare manier om milieuzonering toe te passen.
In de VNG-brochure worden per bedrijfssoort en per milieuaspect indicatieve afstanden gegeven (hierna: VNG-afstanden) tot gevoelige objecten. Indien aan de VNG-afstand wordt voldaan, kan gesteld worden dat hinder niet te verwachten is. De VNG-brochure bevat specifieke regelingen voor "gemengde gebieden" en "gebieden met functiemenging". Dit zijn gebieden waar bewust verschillende functies (wonen en bedrijvigheid) met elkaar worden gemengd, zoals (winkel)centra. Voor deze gebieden wordt een hogere milieubelasting aanvaardbaar geacht. Gemeentelijk beleid
Amsterdams geluidbeleid 2016, hogere waarde Wet geluidhinder
Het doel van het geluidbeleid is het borgen van een akoestisch aanvaardbaar woon- en leefklimaat bij het bouwen van woningen en andere geluidgevoelige functies op geluidbelaste locaties. Uitgangspunt van het Amsterdams geluidbeleid is dat iedere woning minstens één stille zijde heeft. Een stille of geluidluwe zijde is een (deel van een) gevel waar de geluidbelasting gelijk is aan de voorkeursgrenswaarde of lager. De voorkeursgrenswaarde is de geluidsbelasting die altijd toelaatbaar is op de gevel van de geluidsgevoelige bestemming. Wanneer de stille zijde tevens beschikt over een buitenruimte heeft ook deze buitenruimte bij voorkeur een
Blad 57 van 155
Concept m.e.r.-beoordeling Ten behoeve van Projectnota Holterbergdistrict Amstel III te Amsterdam Zuidoost projectnummer 0475785.100 5 juni 2023 revisie 07 Wooden City I B.V.
aanvaardbaar geluidniveau. Aan de stille zijde worden bij voorkeur de slaapkamers gesitueerd zodat met open raam of deur geslapen kan worden. Woningen waarvoor hogere waarden worden vastgesteld dienen in principe te beschikken over een stille zijde. Van dit principe mag slechts worden afgeweken als het realiseren van een stille zijde overwegende bezwaren ontmoet van stedenbouwkundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard (criteria opgenomen in artikel 110a Wgh). Een woning die moet worden uitgevoerd met een dove gevel (kort gezegd, een gevel zonder te openen ramen en deuren) dient te allen tijde te zijn voorzien van een stille zijde (behoudens uitzonderlijke gevallen, in een tijdelijke situaties of bij woningen voor een bijzondere groep).
8.2
Beoordelingskader In de tabel hieronder zijn de beoordelingscriteria voor het aspect geluid opgenomen waarop de effecten getoetst worden. Thema
Geluid
Aspect Bedrijfslawaai Wegverkeerslawaai Luchtvaartlawaai Spoorweglawaai Cumulatieve geluidbelasting Trillingen
Beoordelingscriterium Verandering van de geluidbelasting op gevoelige functies Verandering van de geluidbelasting op gevoelige functies Verandering van de geluidbelasting op gevoelige functies Verandering van de geluidbelasting op gevoelige functies Veranderingen in de cumulatieve geluidbelasting
Methodiek Kwantitatief Kwantitatief Kwantitatief Kwantitatief Kwantitatief
Mate waarin trillinghinder optreedt
Kwalitatief
Onderzoeksopzet Ten grondslag aan de beoordeling is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Voor de analyse is gebruik gemaakt van de verkeerscijfers uit het verkeersonderzoek.
8.3
Huidige en referentiesituatie Bedrijfslawaai In de huidige situatie bestaat het plangebied uit bedrijvigheid. Er is maximaal milieucategorie 3.1 toegestaan. Aan deze kaders dienen de bedrijven in de referentiesituatie ook te voldoen. Er liggen geen geluidgevoelige functies in het plangebied. Wegverkeerslawaai – Gezoneerde wegvakken binnen bebouwde kom Voor wegverkeerslawaai van gezoneerde wegvakken binnen de bebouwde kom geldt een maximale ontheffingswaarde van 63 dB en een voorkeurgrenswaarde van 48 dB. In de referentiesituatie ligt de geluidbelasting vanuit gezoneerde wegvakken boven de voorkeursgrenswaarde, maar onder de maximaal te ontheffen waarde van 63 dB. Er liggen in het plangebied echter geen gevoelige functies in de huidige en referentiesituatie. Deze geluidssituatie is weergegeven in figuur 7-1.
Blad 58 van 155
Concept m.e.r.-beoordeling Ten behoeve van Projectnota Holterbergdistrict Amstel III te Amsterdam Zuidoost projectnummer 0475785.100 5 juni 2023 revisie 07 Wooden City I B.V.
Figuur 8-1: Contouren wegverkeerslawaai in de referentiesituatie (incl. mobiliteitsconcept) op een beoordelingshoogte van 5 (links) en 15 meter (rechts).
Wegverkeerslawaai – rijkswegen Voor wegverkeerslawaai afkomstig van autosnelwegen geldt een voorkeurgrenswaarde van 48 dB en een maximale ontheffingswaarde van 55 dB (incl. 2 dB aftrek 110g Wgh). In de referentiesituatie ligt de geluidsbelasting van autosnelwegen boven de voorkeursgrenswaarde maar voor het overgrote gedeelte onder de maximale ontheffingswaarde. Een klein gedeelte van het zuidelijk gedeelte van het plangebied overschrijdt de maximale ontheffingswaarde. Er liggen in het plangebied echter geen gevoelige functies in de huidige situatie. Deze geluidssituatie is weergegeven in figuur 7-2.
Blad 59 van 155
Concept m.e.r.-beoordeling Ten behoeve van Projectnota Holterbergdistrict Amstel III te Amsterdam Zuidoost projectnummer 0475785.100 5 juni 2023 revisie 07 Wooden City I B.V.
Figuur 8-2 contouren wegverkeerslawaai Rijkswegen in de referentiesituatie op een beoordelingshoogte van 5 (links) en 15 meter (rechts).
Luchtvaartlawaai Het plangebied valt binnen het beperkingengebied van de luchthaven Schiphol, vastgesteld in bijlage 2 van het Luchthavenindelingbesluit Schiphol. Binnen dit beperkingengebied bevinden zich verschillende contouren waarbinnen verschillende ruimtelijke beperkingen gelden ten behoeve van de luchthaven. De contouren die voor onder andere geluid relevant zijn staan bekend als LIBcontouren. De geldende ruimtelijke beperkingen hiervoor zijn vastgelegd in artikel 2.2.1 t/m 2.1.1d van het Luchthavenindelingbesluit Schiphol. Voor geluid is de grootste relevante contour LIB-5, waarbinnen geen nieuwe woningbouw buiten het stedelijk gebied is toegestaan. Aangezien het plangebied binnen het stedelijk gebied ligt, is deze contour niet relevant. Binnen LIB-4 is alleen vervangende nieuwbouw en kleinschalige nieuwbouw binnen het stedelijk gebied toegestaan. Uit onderstaand figuur blijkt dat het plangebied geheel buiten zowel de LIB-4 als de LIB-5 contour valt.
Blad 60 van 155
Concept m.e.r.-beoordeling Ten behoeve van Projectnota Holterbergdistrict Amstel III te Amsterdam Zuidoost projectnummer 0475785.100 5 juni 2023 revisie 07 Wooden City I B.V.
Figuur 8-3: LIB-contouren rondom het plangebied (LIB-4 in groen, LIB-5 in geel).
Spoorweglawaai Voor railverkeerslawaai hebben we te maken het vastgestelde geluidproductieplafond als gevolg van railverkeer. Dit plafond is onafhankelijk van de planontwikkelingen. Derhalve is alleen met het bestaande productieplafond gerekend. De zonebreedte van de spoorweg is bepaald aan de hand van deze geluidproductieplafonds. De referentiepunten waarop deze zijn vastgelegd bevinden zich op 50 meter afstand van het spoor. Ter indicatie van de zonebreedte zijn om de betreffende referentiepunten buffers aangebracht. Deze zijn weergegeven in onderstaande tabel. Hieruit moet blijken of het plangebied binnen de zonering van de spoorlijn ligt. Tabel 8-1: De buffers rondom de spoorweg gerelateerd aan het productieplafond. Hoogte geluidproductieplafond
Gehanteerde buffer (meters)
Kleiner dan 56 dB
50
56-61 dB
150
61-66 dB
250
66-71 dB
550
Blad 61 van 155
Concept m.e.r.-beoordeling Ten behoeve van Projectnota Holterbergdistrict Amstel III te Amsterdam Zuidoost projectnummer 0475785.100 5 juni 2023 revisie 07 Wooden City I B.V.
Figuur 8-4: Buffer van 550 meter.
Cumulatieve geluidbelasting Hiervoor zijn bedrijfslawaai en wegverkeerslawaai maatgevend. In de huidige en referentiesituatie zijn er geen gevoelige functies aanwezig in het plangebied. Trillingen Op ruim 600 meter ligt de spoorlijn Amsterdam – Elten. Gezien de afstand zijn er geen negatieve effecten in de huidige en referentiesituatie.
8.4
Effecten Bedrijfslawaai Voor bedrijfslawaai is er uitgegaan van de beschouwing van milieucategorieën zoals beschreven in voorgaand hoofdstuk ‘Effecten milieuhinder bedrijven’. Hier wordt ook aandacht besteed aan het geluid vanuit de Johan Cruijff ArenA.
Blad 62 van 155
Concept m.e.r.-beoordeling Ten behoeve van Projectnota Holterbergdistrict Amstel III te Amsterdam Zuidoost projectnummer 0475785.100 5 juni 2023 revisie 07 Wooden City I B.V.
Wegverkeerslawaai In het ontwikkelprogramma ligt de geluidbelasting na de toepassing van het mobiliteitsconcept boven de voorkeursgrenswaarde, maar grotendeels onder de maximaal te ontheffen waarde. Rond enkele wegen zijn er overschrijdingen van de maximale grenswaarde.
Figuur 8-5: Contouren wegverkeerslawaai in de beoogde situatie (ontwikkelprogramma incl. mobiliteitsconcept) op een beoordelingshoogte van 5 (links) en 15 meter (rechts).
De geluidbelasting binnen het plangebied is in dit onderzoek berekend op basis van vrijeveldcontouren en met toetspunten op de randen van de ontwikkelvelden. Doordat er geen stedenbouwkundig model ligt, is toetsing van de geluidbelasting op de gevels op dit moment niet mogelijk. Op basis van de resultaten kan wel vooruit gekeken worden naar mogelijke maatregelen voor een beter akoestisch leefklimaat. Bij een ruimtelijk besluit is een nader maatregelenonderzoek verplicht en moet voldaan worden aan het Amsterdamse geluidbeleid dat reeds in het beleidskader is beschreven. Onder maatregelen wordt er nader ingegaan op de voorwaarden die gesteld worden om te voldoen aan een aanvaardbaar woon- en leefklimaat op het gebied van akoestiek. Luchtvaartlawaai Het plangebied ligt geheel buiten zowel de LIB-4 als de LIB-5 contour valt. Derhalve gelden geen ruimtelijke beperkingen met het oog op geluid ingevolge het Luchthavenindelingbesluit Schiphol. Spoorweglawaai In de nabijheid van het plangebied ligt de spoorlijn Amsterdam – Elten. Het plangebied ligt buiten de zonering van de spoorlijn ligt en derhalve is het niet vereist om de geluidbelasting van deze
Blad 63 van 155
Concept m.e.r.-beoordeling Ten behoeve van Projectnota Holterbergdistrict Amstel III te Amsterdam Zuidoost projectnummer 0475785.100 5 juni 2023 revisie 07 Wooden City I B.V.
spoorweg in het kader van de Wet geluidhinder te onderzoeken. Daarmee is het ook aannemelijk dat de geluid afkomstig van de spoorweg geen relevante bijdrage levert aan de geluidhinder in het gebied. Cumulatieve geluidbelasting Uit de voorgaande onderzoeken blijkt dat alleen relevante geluidbelasting afkomstig is van de nabijgelegen wegen en bedrijven. Ten opzichte van het wegverkeerslawaai, is het berekende industrielawaai erg laag, en zorgt derhalve niet voor een relevante bijdrage aan de gecumuleerde geluidbelasting. Derhalve kan de geluidbelasting afkomstig van wegverkeerslawaai als maatgevend worden gezien. Trillingen De spoorlijn ligt op ruim 600 meter van het plangebied, daarom worden er voor trillingen geen negatieve effecten verwacht.
8.5
Maatregelen Geluidhinder door wegverkeerslawaai Als er door geluidhinder ten gevolge van wegverkeerslawaai, spoorlawaai of lawaai van een gezoneerd industrieterrein niet voldaan kan worden aan de voorkeursgrenswaarden voor gevoelige functies dan is het in sommige gevallen mogelijk om hogere waarden aan te vragen. Hiervoor gelden een aantal voorwaarden en uitgangspunten vanuit de Wet geluidhinder (Wgh). Aanvullend hierop is er door de gemeente Amsterdam het ‘Amsterdams geluidbeleid 2016, hogere waarde Wet geluidhinder’ vastgesteld. In dit beleidsstuk wordt nader geduid hoe er met hogere waarden om wordt gegaan en welke voorwaarden er aan hogere waarden zijn gesteld. Voordat een hogere waarde vastgesteld kan worden is het van belang om eerst inzichtelijk te maken of er maatregelen kunnen worden getroffen om een lagere geluidsbelasting te realiseren. Voor het treffen van maatregelen is in de Wet geluidhinder (Wgh), artikel 110g een voorkeursvolgorde vastgesteld. Dat is de volgende volgorde: 1. maatregelen aan de bron; 2. overdrachtsmaatregelen; 3. maatregelen bij de ontvanger. Maatregelen aan de bron Bij bronmaatregelen kan er worden gedacht aan beperking van het aantal verkeersbewegingen, beperking van de rijsnelheid of het aanleggen van stillere wegdekverharding. Maatregelen voor de omvang van het verkeer zijn reeds toegelicht in het mobiliteitsconcept in paragraaf 5.4.
Overdrachtsmaatregelen Bij overdrachtsmaatregelen kan er worden gedacht aan het plaatsen van geluidschermen/-wallen, de realisatie van niet-geluidgevoelige gebouwen zoals kantoren of de vergroting van afstand tussen woningen en de bron. Het plaatsen van geluidschermen langs omliggende wegen gaat vermoedelijk stuiten op bezwaren van stedenbouwkundige aard.
Blad 64 van 155
Concept m.e.r.-beoordeling Ten behoeve van Projectnota Holterbergdistrict Amstel III te Amsterdam Zuidoost projectnummer 0475785.100 5 juni 2023 revisie 07 Wooden City I B.V.
Het is dus mogelijk om met een strategisch gekozen stedenbouwkundige inrichting de geluidsbelasting op gevoelige functies te beperken. In het huidige onderzoek is gerekend vanuit een worst-case benadering voor geluid. Waarvan de geluidbelasting berekend is op de randen van de ontwikkelvelden. Daarom is er binnen het plangebied de mogelijkheid om stappen te zetten om tot een beter akoestisch leefklimaat te komen dan op basis van de huidige geluidsberekeningen is weergegeven. Hierbij kan er bijvoorbeeld gedacht worden aan het plaatsen van kantoren in gebieden waar de geluidsbelasting hoger is. Kantoren zijn namelijk geen gevoelige functie en kunnen een afschermden werking creëren voor gevoelige functies. Maatregelen bij de ontvanger Voor maatregelen bij de ontvanger kan er worden gedacht aan het aanbrengen van gevelisolatie of het tactisch indelen van een woning. Deze maatregelen zijn minder gebruikelijk en hierbij is het van belang om inzicht te hebben op het ontwerp van de woningen. Hogere waarden In artikel 110a e.v. Wgh wordt aangegeven onder welke voorwaarden hogere grenswaarden kunnen worden vastgesteld.
Er kan uitsluitend een hogere grenswaarde worden vastgesteld indien de geluidreducerende maatregelen zoals bovenstaand beschreven onvoldoende oplossing bieden of er gegronde bezwaren zijn van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Daarnaast mogen de gecumuleerde geluidsbelastingen niet leiden tot een onaanvaardbare geluidsbelasting. Uit het geluidbeleid van de gemeente Amsterdam volgt dat er sprake is van een onaanvaardbare geluidbelasting wanneer: “de gecumuleerde waarde (inclusief aftrek ex art. 110g Wgh) meer dan 3 dB hoger is dan de hoogste van de maximaal toegestane ontheffingswaarde.” Uitgaande van een maximaal toegestane ontheffingswaarde van 63 dB (wegverkeerslawaai) voor geluidgevoelige gebieden, mag de gecumuleerde geluidbelasting (inclusief aftrek ex art. 110g Wgh) niet hoger zijn dan 66 dB. Aanvullend hierop worden er nog een aantal voorwaarden gesteld in het geluidbeleid voor hogere waarden van de gemeente Amsterdam. Dat zijn de volgende voorwaarden: -
-
Stille zijde: Het Amsterdamse geluidbeleid neemt als uitgangspunt dat een woning moet beschikken over een stille zijde wanneer er een hogere waarde vastgesteld wordt. De stille zijde is die zijde van de woning waar ten hoogste de voorkeursgrenswaarde heerst vanwege bronnen als genoemd in de Wet geluidhinder of de nachtwaarde van 40dB bij overige bronnen (bedrijven buiten gezoneerde industrieterreinen, scheepvaartlawaai). Middels berekeningen wordt aangetoond dat een stille zijde aanwezig is, ook in de situatie van een gesloten bouwblok. Immers, ook in de situatie van een gesloten bouwblok kan het voorkomen dat de geluidbelasting op de zijde aan de binnentuin/plaats belast is door bijvoorbeeld reflecties vanwege een variatie in bouwhoogten. Een stille zijde is alleen vereist bij woningen. Hierbij geldt dat op te openen delen (ramen of deuren) van één van de woninggevels aan de voorkeurgrenswaarde wordt voldaan. Eventuele maatregelen zullen dus minimaal die geveldelen afdoende dienen af te schermen, zodat deze aan de voorkeursgrenswaarde voldoen. Stille buitenruimte: Wanneer de stille zijde naast ramen en deuren ook een buitenruimte kent, zoals een balkon, is deze bij voorkeur stil, zodat bewoners daar ‘stil’ kunnen verblijven.
Blad 65 van 155
Concept m.e.r.-beoordeling Ten behoeve van Projectnota Holterbergdistrict Amstel III te Amsterdam Zuidoost projectnummer 0475785.100 5 juni 2023 revisie 07 Wooden City I B.V.
Wanneer gemotiveerd kan worden dat het redelijkerwijs niet mogelijk is om maatregelen te treffen om de geluidsbelasting te verlagen tot de voorkeursgrenswaarde, is geringe overschrijding van de voorkeursgrenswaarde acceptabel en wordt geacht sprake te zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Deze verhoging bedraagt maximaal 3 dB naar analogie van de verhoging die wordt gehanteerd bij cumulatie van het geluid van meerdere bronnen. Deze gevallen gelden als uitzondering en dienen te allen tijde te worden voorzien van een deugdelijke motivering waar een belangenafweging onderdeel van uitmaakt. Zo nodig dient voor deze gevel ook een hogere waarde te worden vastgesteld volgens wettelijke bepalingen en daarbij wordt in het besluit het ontbreken van de stille zijde gemotiveerd. Bij de motivering van deze overschrijding worden de volgende aspecten als genoemd in artikel 110a Wet geluidhinder betrokken. Een geringe overschrijding is slechts aanvaardbaar bij overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Aspecten zoals de aanwezigheid van een stille buitenruimte bij de woning, een stil park, ander groen op loopafstand of andere kwaliteiten van de woning en/of de nabije woonomgeving kunnen hierbij betrokken worden.
Geluidhinder door bedrijfslawaai De maatregelen die getroffen kunnen worden voor bedrijfslawaai zijn reeds beschreven in hoofdstuk 6.
8.6
Beoordeling Toets aan milieueffecten De beoordeling is weergegeven in de onderstaande tabel. Voor het plangebied zijn wegverkeerslawaai en bedrijfslawaai maatgevend. Aspect Bedrijfslawaai Wegverkeerslawaai Luchtvaartlawaai Spoorweglawaai Cumulatieve geluidbelasting Trillingen
Beoordelingscriteria Verandering van de geluidbelasting op gevoelige functies Verandering van de geluidbelasting op gevoelige functies Verandering van de geluidbelasting op gevoelige functies Verandering van de geluidbelasting op gevoelige functies Veranderingen in de cumulatieve geluidbelasting Mate waarin trillinghinder optreedt
Score 0 0 0 0 0 0
Uitvoeren nader akoestisch maatregelenonderzoek Bij de stedenbouwkundige invulling dient rekening gehouden te worden met de situering van de gewenste bedrijfsfuncties binnen het plangebied t.o.v. gevoelige functies. Ook dient rekening gehouden te worden met de geluidcontouren van bedrijven buiten het plangebied. Hiervoor is bij het ruimtelijk besluit nader geluidonderzoek nodig.
Blad 66 van 155
Concept m.e.r.-beoordeling Ten behoeve van Projectnota Holterbergdistrict Amstel III te Amsterdam Zuidoost projectnummer 0475785.100 5 juni 2023 revisie 07 Wooden City I B.V.
Bij de verdere stedenbouwkundige uitwerking is aanvullende geluidonderzoek nodig naar de geluidbelasting van het wegverkeer en benodigde maatregelen bij een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde. Dit onderzoek is verplicht bij een te nemen ruimtelijk besluit. Bij het akoestisch onderzoek bij het ruimtelijke besluit dient ook rekening gehouden te worden met de geluidruimte die is opgenomen in de milieuvergunning van de Johan Cruijff ArenA.
Blad 67 van 155
Concept m.e.r.-beoordeling Ten behoeve van Projectnota Holterbergdistrict Amstel III te Amsterdam Zuidoost projectnummer 0475785.100 5 juni 2023 revisie 07 Wooden City I B.V.
9
Effecten luchtkwaliteit
9.1
Beleidskader Voor luchtkwaliteit gelden landelijk eisen vanuit de Wet milieubeheer (Wm). Vervolgens heeft de gemeente Amsterdam aanvullende voorwaarden opgenomen in haar eigen richtlijn en actieplan. Kader
Wet milieubeheer
Belangrijkste randvoorwaarde / uitgangspunt Nationaal beleid
Ten grondslag aan de toetsing en handhaving van een bepaalde luchtkwaliteit, ligt de Wet milieubeheer (Wm). In de Wet milieubeheer zijn grenswaarden gesteld voor zeven stoffen en richtwaarden voor vijf stoffen met betrekking tot de concentraties in de buitenlucht. In Nederland zijn NO2 en PM10 het meest kritisch. Daarnaast is per 1 januari 2015 ook voor zeer fijn stof (PM2,5) een jaargemiddelde grenswaarde van kracht. In het algemeen geldt dat bij voldoen aan de normen voor deze stoffen, een overschrijding van de normen voor de overige stoffen redelijkerwijs kan worden uitgesloten. Deze grenswaarden vertegenwoordigen het niveau waaronder geen onacceptabele gezondheidseffecten of onaanvaardbare nadelige milieueffecten optreden als gevolg van de heersende concentraties aan luchtverontreiniging. De normen voor de stoffen NO2, PM10 en PM2,5 zijn opgenomen in de tabel. Stof NO2 PM10 PM2,5
Toetsingsperiode Jaargemiddeld Jaargemiddeld Jaargemiddeld
Wettelijke grenswaarde 40 μg/m3 Maximaal 40 μg/m3 Maximaal 25 μg/m3
WHO Advieswaarden (2021) Maximaal 10 μg/m3 Maximaal 15 μg/m3 Maximaal 5 μg/m3
Gemeentelijk beleid Richtlijn gevoelige bestemmingen
In Amsterdam is de lokale Richtlijn gevoelige bestemmingen luchtkwaliteit van kracht. Met deze richtlijn wordt gepoogd de potentiële gezondheidseffecten van luchtverontreinigende stoffen op gevoelige bestemmingen te beperken. Onder gevoelige bestemmingen worden verstaan: scholen (voor minderjarigen), kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Het voor het plangebied relevante uitgangspunt uit deze richtlijn is dat er - ongeacht de luchtkwaliteit - geen nieuwe gevoelige bestemmingen mogen worden gerealiseerd in de eerstelijns bebouwing bij stedelijke wegen met meer dan 10.000 motorvoertuigbewegingen per etmaal binnen een afstand van 50 meter van de rand van de weg.
Actieplan Schone Lucht
De diesel- en benzineauto heeft in Amsterdam de langste tijd gehad. De gemeente wil in 2030 voldoen aan de adviesnormen van de World Health Organization. Het Actieplan Schone Lucht omschrijft hoe de gemeente dat aanpakt. Amsterdam is koploper in elektrisch vervoer. Dit wordt de komende jaren uitgebreid. Wie een elektrische auto koopt, kan een laadpaal aanvragen voor de buurt. Afhankelijk van vraag en aanbod plaatst de gemeente laadpalen bij. Laden op eigen terrein en in parkeergarages wordt belangrijker. E-rijders krijgen privileges bij parkeren en laad- en losplaatsen. En bewoners en bedrijven die overstappen op elektrisch vervoer worden met advies en/of subsidies ondersteund. Amsterdam heeft momenteel 6 milieuzones. Zij weren de meest vervuilende oude voertuigen. De milieuzones worden uitgebreid en strenger. De gemeente heeft de ambitie gesteld dat in 2030 is de hele bebouwde kom uitstootvrij is voor alle soorten verkeer, dus ook voor personenauto’s en motoren.
Blad 68 van 155
Concept m.e.r.-beoordeling Ten behoeve van Projectnota Holterbergdistrict Amstel III te Amsterdam Zuidoost projectnummer 0475785.100 5 juni 2023 revisie 07 Wooden City I B.V.
9.2
Beoordelingskader In de tabel hieronder zijn de beoordelingscriteria voor het aspect luchtkwaliteit opgenomen waarop de effecten getoetst worden. Thema Luchtkwaliteit
Aspect Stikstofdioxide (NO₂) Fijn stof (PM₁₀ /PM₂,₅)
Beoordelingscriterium Verandering in concentraties Verandering in concentraties
Methodiek Kwantitatief Kwantitatief
Voor de analyse is gebruik gemaakt van de verkeerscijfers uit het verkeersonderzoek.
9.3
Huidige en referentiesituatie In de huidige situatie liggen de concentraties NO2 tussen de 15 en 18 µg/m3 . Bij PM10 liggen de concentraties tussen de 18 en 20 µg/m3 in het overgrote deel van het plangebied. Rond de Holterbergweg zijn enkele uitschieters tussen de 20 en 25 µg/m 3. Voor PM2,5 liggen de concentraties tussen de 8 en 9 µg/m3. In de referentiesituatie zijn de concentraties lager. Richting de toekomst dalen de concentraties namelijk door het schoner wordende verkeer.
Figuur 9-1: Concentraties Stikstofdioxide (NO2) in 2020. Bron: RIVM (2020) via Atlas Leefomgeving.
Blad 69 van 155
Concept m.e.r.-beoordeling Ten behoeve van Projectnota Holterbergdistrict Amstel III te Amsterdam Zuidoost projectnummer 0475785.100 5 juni 2023 revisie 07 Wooden City I B.V.
Figuur 9-2: Concentraties PM10 in en rondom het plangebied. Bron: RIVM (2020) via Atlas Leefomgeving.
Blad 70 van 155
Concept m.e.r.-beoordeling Ten behoeve van Projectnota Holterbergdistrict Amstel III te Amsterdam Zuidoost projectnummer 0475785.100 5 juni 2023 revisie 07 Wooden City I B.V.
Figuur 9-3: Concentraties PM2,5in en rondom het plangebied. Bron: RIVM (2020) via Atlas Leefomgeving.
9.4
Effecten Met de NIBM-tool (versie 23-04-2022) is de maximale toename van de jaargemiddelde concentraties NO2 en PM10 berekend als gevolg van het extra verkeer. De NIBM-tool gaat uit van de voor luchtkwaliteit meest ongunstige situatie en berekent daardoor het maximale effect. In onderstaande figuur is de berekening met de NIBM-tool opgenomen.
Blad 71 van 155
Concept m.e.r.-beoordeling Ten behoeve van Projectnota Holterbergdistrict Amstel III te Amsterdam Zuidoost projectnummer 0475785.100 5 juni 2023 revisie 07 Wooden City I B.V.
Figuur 9-4: Worstcase berekening met behulp van de NIBM-tool, er kan in deze tool niet verder gerekend worden dan 2030.
Uit de berekening met de NIBM-tool volgt dat de maximale bijdrage van het voorgenomen plan aan de jaargemiddelde concentraties NO2 en PM10 respectievelijk 4,94 en 1,53 µg/m3 bedraagt. Wanneer de (worstcase) maximale bijdrage van het plan wordt opgeteld bij de heersende concentraties wordt er (ruim) voldaan aan de te toetsen grenswaarden (40 µg/m3 voor zowel NO2 als PM10). Hiermee is aangetoond dat het plan niet leidt tot een overschrijding van de wettelijke grenswaarden.
9.5
Beoordeling Toets aan milieueffecten Er wordt voldaan aan de wettelijke grenswaarden. Er worden daarom geen belangrijke nadelige milieugevolgen verwacht voor het aspect luchtkwaliteit. Aspect Stikstofdioxide (NO₂)
Beoordelingscriteria Verandering in concentraties
Score 0
Fijn stof (PM₁₀ /PM₂,₅)
Verandering in concentraties
0
Nadere beoordeling per deelplan In de vervolgfase worden de precieze functies per deelontwikkeling verder uitgewerkt. Per plan dient aangetoond te worden dat de wettelijke grenswaarden niet overschreden worden. Dit is geborgd bij het ruimtelijke besluit.
Blad 72 van 155
Concept m.e.r.-beoordeling Ten behoeve van Projectnota Holterbergdistrict Amstel III te Amsterdam Zuidoost projectnummer 0475785.100 5 juni 2023 revisie 07 Wooden City I B.V.
10
Effecten externe veiligheid
10.1
Beleidskader Het kader voor wetgeving en beleid voor het thema externe veiligheid is samengevat weergegeven in onderstaande tabel. Tabel 10-1: Kader wetgeving en beleid externe veiligheid. Kader Belangrijkste randvoorwaarde / uitgangspunt Nationaal beleid Bevi, Bevt en Bevb ▪ Het plaatsgebonden risico (PR) geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden (Besluit externe ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. De kans heeft betrekking op veiligheid een fictief persoon die de hele tijd op die plaats aanwezig is. Het PR kan op de kaart van inrichtingen, het gebied worden weergegeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten transportroutes en verbinden met eenzelfde PR. Binnen de 10-6/jaar-contour (die als wettelijk harde norm buisleidingen) fungeert) mogen geen nieuwe kwetsbare objecten aanwezig zijn of geprojecteerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6/jaar-contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde. ▪ Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1% letaliteitsgrens (tenzij anders bepaald): de afstand waarop nog 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen.
▪ In de besluiten is een verplichting tot verantwoording van het groepsrisico opgenomen. Bij deze verantwoordingsplicht dient het bevoegd gezag de toename van het groepsrisico te onderbouwen en te verantwoorden. Hierbij geeft het bevoegd gezag aan of ze het groepsrisico in de betreffende situatie aanvaardbaar acht. Omgevingsveilig▪ In de aankomende Omgevingswet is het noodzaak voor gemeenten om zelf eigen heid onder de beleid op te stellen hoe om te gaan met risicobronnen. Hiervoor worden Omgevingswet aandachtsgebieden aangewezen (t.a.v. brand, explosie en gifwolk). De gemeenten worden aangespoord om deze gebieden als voorschriftengebieden aan te wijzen, waarbinnen maatregelen en omgangsvormen worden geformuleerd om de omgevingsveiligheid te borgen.
10.2
Beoordelingskader In de tabel hieronder zijn de beoordelingscriteria voor het aspect externe veiligheid opgenomen waarop de effecten getoetst worden. Thema Externe veiligheid
Aspect Plaatsgebonden risico Groepsrisico Buurtbatterij
Beoordelingscriterium Omvang plaatsgebonden risico Omvang groepsrisico en impact Impact van buurtbatterijen
Blad 73 van 155
Methodiek Kwantitatief Kwantitatief Kwalitatief
Concept m.e.r.-beoordeling Ten behoeve van Projectnota Holterbergdistrict Amstel III te Amsterdam Zuidoost projectnummer 0475785.100 5 juni 2023 revisie 07 Wooden City I B.V.
10.3
Huidige en referentiesituatie Voor het thema externe veiligheid wordt afzonderlijk ingegaan op de veiligheidsrisico’s van inrichtingen, transportroutes en buisleidingen. De referentiesituatie van externe veiligheid gelijk aan de huidige situatie. Risicobronnen Het plangebied bevindt zich nabij de basisnetwegen A2 en A9 en het treinspoor BreukelenDuivendrecht. Langs de A9 is een tankstation gesitueerd. De dichtstbijzijnde afstand tot deze transportaders en het tankstation is meer dan 200 meter. Volgens het Besluit externe veiligheid transportroutes hoeft daarom geen groepsrisicoberekening gemaakt de worden. Daarnaast is na de invoering van de Omgevingswet het berekenen van het groepsrisico niet meer verplicht.
Figuur 10-1: Contouren van aandachtsgebieden (blauw) rondom het plangebied (rood).
Risicovolle inrichtingen Het tankstation heeft in de huidige situatie en in de referentiesituatie geen impact op de externe veiligheid binnen het plangebied, omdat de afstand tot het plangebied dermate groot is dat de invloedgebieden niet met het plangebied overlappen. Transportroutes In het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) zijn meerdere vormen van transport van gevaarlijke stoffen benoemd die bij ruimtelijke ontwikkelingen van belang zijn. Het gaat om transport over weg, spoor en water. Deze transportroutes zijn opgenomen in respectievelijk het Basisnet weg, basisnet spoor en basis water. Deze routes zien erop toe dat transportbewegingen met gevaarlijke stoffen zo min mogelijk door bewoond gebied komen, en dat ook mogelijk kwetsbare infrastructurele objecten (belangrijke bruggen en tunnels, bijvoorbeeld) worden vermeden. Er zijn drie transportroutes die onder het Bevt vallen rondom het plangebied. Het gaat
Blad 74 van 155
Concept m.e.r.-beoordeling Ten behoeve van Projectnota Holterbergdistrict Amstel III te Amsterdam Zuidoost projectnummer 0475785.100 5 juni 2023 revisie 07 Wooden City I B.V.
om de A2 aan de oostzijde, de A9 ten zuiden en de spoorlijn Breukelen-Duivendrecht ten westen van het plangebied. Over deze routes worden gevaarlijke stoffen vervoerd. Basisnet weg Op de A2 en de A9 kunnen gevaarlijke stoffen vervoerd worden waardoor er mogelijk toxische scenario’s plaats kunnen vinden. Dit invloedsgebied van een toxisch scenario is 880 meter. Het invloedsgebied van de A2 valt in het geheel over het plangebied. Het invloedsgebied van de A9 valt over het zuidelijk deel van het plangebied. Basisnet spoor Over de spoorlijn worden gevaarlijke stoffen vervoerd. Net als bij het basisnet weg kunnen ook hier toxische scenario’s plaatsvinden binnen een generiek invloedsgebied van 880 meter. Het invloedsgebied van het treinspoor valt in het geheel over het plangebied. Buurtbatterij In de huidige situatie – en de referentiesituatie eveneens – zijn geen buurtbatterijen aanwezig in het plangebied.
10.4
Effecten Plaatsgebonden risico In de toekomstige situatie zal het tankstation op de huidige locatie blijven. Gezien de afstand tussen het plangebied en het tankstation, en er geen overlap is met de aanwezige plaatsgebonden risicocontour, zal er in de toekomstige situatie geen toenemend veiligheidsrisico optreden als gevolg van de transformatie. Ook hebben de transportroutes voor gevaarlijke stoffen (basisnet weg en basisnet spoor) geen plaatsgebonden risicocontouren die over het plangebied liggen. Ook zijn er geen buisleidingen in het plangebied met een plaatsgebonden risicocontour die het plangebied raakt. Het effect op het plaatsgebonden risico is hiermee neutraal (0). Groepsrisico In de toekomstige situatie blijft het transport van gevaarlijke stoffen over de A2, de A9 en over het spoor relevante risicobronnen. Het plangebied valt buiten de invloedsgebieden van een explosie en een plasbrand. Wel overlapt het invloedgebied van een gifwolk het plangebied. Daarom moet het groepsrisico verantwoord worden conform artikel 7 van het Besluit externe veiligheid transportroutes. Omdat het groepsrisico te verantwoorden is, is het effect hier neutraal (0) beoordeeld. Buurtbatterijen Met het oog op verduurzaming van de leefomgeving, bestaat de mogelijkheid dat in het plangebied buurtbatterijen worden gesitueerd op nader te bepalen locaties.
Het is mogelijk dat er gedurende de transformatie van het plangebied gekozen wordt één of meer buurtbatterijen (ook wel energieopslag systeem (EOS)) te plaatsen in het plangebied. Een buurtbatterij is een bouwwerk en ziet er vaak uit als een container met daarin een energieopslagsysteem dat in de energiebehoefte kan voorzien. Buurtbatterijen hebben een brandrisico, maar er hoeven hiervoor, anders dan bij grootschalige accuopslag, geen risicocontouren berekend te worden. Ook hoeven buurbatterijen niet betrokken te worden bij de invulling van de verantwoordingsplicht.
Blad 75 van 155
Concept m.e.r.-beoordeling Ten behoeve van Projectnota Holterbergdistrict Amstel III te Amsterdam Zuidoost projectnummer 0475785.100 5 juni 2023 revisie 07 Wooden City I B.V.
Het meest waarschijnlijke faalscenario van een lithium-ion accu is dat deze teveel opwarmt. Wanneer één van de accu’s tot ontbranding komt (thermal runaway) is het lastig om een dergelijke brand te blussen. Als gevolg van de duur van de brand of constructie en montage van de accu’s, kunnen andere accu’s ook betrokken raken of tot een thermal runaway overgaan. Een dergelijke brand kan gedurende lange tijd (meerdere uren tot dagen) woeden. Bij deze brand komen naast hitte ook giftige stoffen vrij (o.a. waterstoffluoride, lithiumoxide en zoutzuur). Het effectgebied is afhankelijk van de meteorologische omstandigheden, grootte van de brand en de bereikbaarheid van het EOS voor hulpdiensten en kan tot enkele kilometers ver reiken (Veiligheidsregio Rotterdam et al., 2020). Voor een buurtbatterij bestaan geen vastgestelde rekenmethodes of risicocontouren. Beredeneerd wordt dat bij de plaatsing van een buurtbatterij mogelijk een negatieve impact kan hebben op de omgevingsveiligheid. De impact van de buurtbatterij op van de grootte en de bevolkingsdichtheid. Bij een grote buurtbatterij en een hogere bevolkingsdichtheid zal de negatieve impact op de omgevingsveiligheid groter zijn. Het effect wordt hierom als licht-negatief (0/-) beoordeeld. Er zijn maatregelen geadviseerd om de veiligheid van buurtbatterijen zoveel als mogelijk te garanderen.
Intermezzo: Omgevingsveiligheid onder de Omgevingswet Naar verwachting treedt de Omgevingswet per 1 januari 2024 in werking. Door alle wetten en regelingen binnen het omgevingsrecht samen te voegen ontstaat een verandering onder het motto ‘Eenvoudig beter’. Onder de aankomende Omgevingswet verandert de omgang met externe veiligheid, daarom is een doorkijk gegeven naar wat er verandert voor het thema externe veiligheid. Voor externe veiligheid wordt naar de omgevingsveiligheid gekeken, waarbij op een andere kwalitatieve manier met veiligheidsrisico’s wordt omgegaan. De omgang met het plaatsgebonden risico verandert niet, maar wel de manier hoe met het groepsrisico wordt omgegaan. Het risico op een incident met plasbrand, fakkelbrand, explosie of gifwolk wordt na invoering van de Omgevingswet beheerst door het aanwijzen van aandachtsgebieden (in het Besluit kwaliteit leefomgeving). Aandachtsgebieden zijn die gebieden waarbij mensen in de situatie waar geen aanvullende veiligheidsmaatregelen getroffen worden onvoldoende beschermd zijn tegen incidenten met gevaarlijke stoffen. Door deze aandachtsgebieden te duiden, wordt inzichtelijk wat de precieze veiligheidsrisico’s zijn en op welke manier er met deze gebieden moet worden omgegaan.
Daarbij is er onderscheid tussen drie soorten gevaren voor de omgeving: brand (warmtestraling), explosie (overdruk) en de gifwolk (concentratie giftige stoffen in de lucht). Deze aandachtsgebieden verschillen per risicobron. Voor de wegen en spoorwegen uit het Basisnet gaan bijvoorbeeld de volgende aandachtsgebieden gelden: • Een brandaandachtsgebied van 30 meter (blauwe streepjes) • Een explosieaandachtsgebied van 200 meter (oranje) • Een gifwolkaandachtsgebied van 300 meter (niet aangegeven)
Blad 76 van 155
Concept m.e.r.-beoordeling Ten behoeve van Projectnota Holterbergdistrict Amstel III te Amsterdam Zuidoost projectnummer 0475785.100 5 juni 2023 revisie 07 Wooden City I B.V.
Figuur 10-2: Contouren van aandachtsgebieden rondom het plangebied.
10.5
Beoordeling Toets aan milieueffecten De tabel hieronder geeft samengevat de totaalbeoordeling van de onderdelen die onder omgevingsveiligheid vallen weer. Aspect Plaatsgebonden risico
Beoordelingscriteria Omvang plaatsgebonden risico
Score 0
Groepsrisico
Omvang groepsrisico en impact
0
Buurtbatterij
Impact van buurtbatterijen
0/-
Op basis van de hierboven uitgevoerde beoordeling blijken de externe veiligheidsrisico’s voor de ontwikkelingen in het plangebied beperkt. Het groepsrisico is neutraal beoordeeld, ondanks dat er wel een bepaalde mate van veiligheidsrisico’s moet worden verantwoord. Deze verantwoording betekent echter niet dat het risico er niet meer is, maar enkel dat het aspect is afgewogen en dat het bevoegd gezag de beperkte risico’s aanvaart. Verder moet bij de planontwikkeling een keuze worden gemaakt voor het plaatsen van buurtbatterijen om de omgevingsveiligheid in beeld te kunnen brengen en deze te bevorderen. Middels onderstaande maatregelen worden enkele aandachtspunten rondom het aspect omgevingsveiligheid ondervangen. Na het toepassen van de maatregelen worden er ten aanzien van het aspect ‘externe veiligheid’ geen belangrijke nadelige milieugevolgen verwacht.
Blad 77 van 155
Concept m.e.r.-beoordeling Ten behoeve van Projectnota Holterbergdistrict Amstel III te Amsterdam Zuidoost projectnummer 0475785.100 5 juni 2023 revisie 07 Wooden City I B.V.
Maatregelen treffen ter waarborging van de omgevingsveiligheid bij buurtbatterijen In eerste instantie moeten buurtbatterijen voldoen aan het gestelde in de ‘Circulaire risicobeheersing lithium-ion energiedragers’ (d.d. juli 2020). Daarnaast heeft het Instituut Fysieke Veiligheid (2021) een aantal maatregelen opgesteld ten behoeve van het waarborgen van de veiligheid rondom buurtbatterijen: • Mocht er riool of open water binnen 10 meter bij een EOS aanwezig zijn, dan dient er een voorziening te worden getroffen om eventueel bluswater op dit riool of open water te kunnen afvoeren in overleg met bevoegd gezag; • Rekening houden met (zeer) kwetsbare gebouwen in de omgeving; • Een EOS moet altijd bereikbaar zijn met een tankautospuit; • Te allen tijden dient er een zone van 2 meter om een EOS gewaarborgd te worden zodat er veilig gewerkt kan worden; • Indien een EOS binnen 10 meter van een openbare weg is gesitueerd wordt geadviseerd een doeltreffende aanrijdbeveiliging te realiseren; • Binnen 40 meter van een EOS dient een bluswatervoorziening aanwezig te zijn met een capaciteit van tenminste 800 t/min.
Veiligheidsrisico’s worden verantwoord Over de hogedruk aardgastransportleiding en transportroutes gevaarlijke stoffen die door en/of langs het gebied lopen wordt bij het ruimtelijke besluit dat binnen het invloedsgebied van de risicobron ligt een verantwoording van het groepsrisico opgesteld. Er wordt rekening gehouden met de beschikbaarheid van vluchtroutes, bereikbaarheid voor nood- en hulpdiensten en voldoende bluswatervoorzieningen.
Blad 78 van 155
Concept m.e.r.-beoordeling Ten behoeve van Projectnota Holterbergdistrict Amstel III te Amsterdam Zuidoost projectnummer 0475785.100 5 juni 2023 revisie 07 Wooden City I B.V.
11
Effecten gezondheid
11.1
Gezondheidsbevordering
11.1.1
Beleidskader Ruimtelijke gezondheidsbevordering heeft betrekking op het creëren van een leefomgeving die gezond gedrag stimuleert. Gezondheid kan worden gestimuleerd door voorzieningen en routes te realiseren die uitnodigen tot sporten en bewegen, zoals sporttoestellen, fietsroutes en groenvoorzieningen. Ongezond eetgedrag en roken kunnen worden ontmoedigd door rookvrije plekken in te stellen en de beschikbaarheid van ongezonde eetgelegenheden te beperken. Met name nabij scholen en andere plekken waar veel jongeren verblijven heeft dit positieve gevolgen voor de gezondheid. Het kader voor wetgeving en beleid voor het thema gezondheidsbevordering is samengevat weergegeven in onderstaande tabel. Kader
Amsterdamse Nota Gezondheidsbeleid 2021-2025
De Amsterdamse Beweeglogica (2016) en de Amsterdamse Gezondheidslogica (2020)
Gebiedsagenda Zuidoost 20192022
Belangrijkste randvoorwaarde / uitgangspunt Gemeentelijk beleid ▪ Het ontwikkelen van een gezonde stad is een kernopgave van de gemeente Amsterdam. De Nota Gezondheidsbeleid vormt daarbij de beleidsbasis voor het gezondheidsbeleid van de gemeente. ▪ Preventie is een van de belangrijkste middelen om een gezonde stad te creëren. Gezondheid en levensstijl moeten daarbij niet losstaand maar benadert worden vanuit de systemen waarin mensen leven. ▪ Gezondheid is daarom een vast onderdeel van de belangenafweging in ruimtelijk beleid. De vijf belangrijkste kenmerken van een gezonde omgeving zijn daarbij: o Rookvrij o Een gezond voedselaanbod o Een gezond buitenmilieu (geen luchtverontreiniging en geluidsoverlast) o Voldoende beweegmogelijkheden o Ruimte voor rust en sociale ontmoeting. ▪ De Amsterdamse Beweeglogica omschrijft ruimtelijke principes om de stad zo in te richten dat deze uitnodigt tot bewegen én dat bewegen een vanzelfsprekend onderdeel wordt van het alledaags leven. De Amsterdamse Gezondheidslogica (2020) omschrijft ruimtelijke principes voor een gezonde leefomgeving.
▪ De principes in deze twee logica’s zijn onder andere: o voldoende ruimte zijn voor fietsers en voetgangers o voldoende bereikbare mogelijkheden tot sporten (in de openbare ruimte) o de openbare ruimte moet uitnodigen tot bewegen o gebouwen en hun directe omgeving moeten stimulans geven om meer te bewegen ▪ de omgeving rondom scholen moet gezond zijn ▪ In een gebiedsagenda zijn opgaven en kansen van een gebied vertaald naar prioriteiten en doelstellingen voor een periode van vier jaar. Het wordt gebruikt om gebiedspecifieke opgaven goed mee te laten wegen in beleidskeuzes. ▪ De doelstellingen van de Gebiedsagenda Zuidoost zijn onder andere: o het vergroten van de kwaliteit en bruikbaarheid van de openbare ruimte door het toevoegen van meer groen en water. het verbeteren van duurzame mobiliteit (meer ruimte komen voor voetgangers en fietsers)
Blad 79 van 155
Concept m.e.r.-beoordeling Ten behoeve van Projectnota Holterbergdistrict Amstel III te Amsterdam Zuidoost projectnummer 0475785.100 5 juni 2023 revisie 07 Wooden City I B.V.
Gebiedsplan 2021 Bijlmer West
▪
▪
Integraal Gebiedsuitvoeringsplan Zuidoost
▪
Masterplan Zuidoost (20212040)
▪
▪
Groenvisie 2020 - 2050
▪ ▪ ▪
Amsterdamse referentienorm voor maatschappelijke voorzieningen, groen en spelen (2018) Agenda Amsterdam Autoluw, beleidskader Ruimte voor de voetganger & Meerjarenplan Fiets,
11.1.2
▪
▪
In een gebiedsplan staan de onderwerpen beschreven waaraan de gemeente het komende jaar extra aandacht aan wil besteden. De focusopgaven in het gebiedsplan zijn gebaseerd op de doelstellingen in de gebiedsagenda (zie hierboven). Een van de prioriteiten uit het gebiedsplan Bijlmer West is het verbeteren van de duurzame mobiliteit. Evenementenverkeer is hierbij een aandachtspunt. Voor het stadsdeel Zuidoost worden geen aparte gebiedsplannen meer opgesteld. In plaats daarvan komt er het integraal Gebiedsuitvoeringsplan Zuidoost. Dit gebiedsuitvoeringsplan wordt gebaseerd op de ambities van het Masterplan Zuidoost (zie hieronder). Het Masterplan Zuidoost heeft als doel het realiseren van een veilig, dynamisch, divers, Zuidoost waarin de opgroeiende jeugd in Amsterdam Zuidoost dezelfde kansen krijgt als iedere andere jongere in Amsterdam en Nederland. Een van de ambities die daarvoor is opgesteld is het verbeteren van de leefbaarheid in Amsterdam Zuidoost. Daarbij hoort het aanpakken van de kwaliteit en inrichting van de openbare ruimte in Amsterdam Zuidoost. Het Masterplan beoogd ook een duurzame verbetering van de veiligheid. De Groenvisie omschrijft de hoofdlijnen van het beleid om de stad groener en leefbaarder te maken.
Belangrijke principes uit de groenvisie zijn onder andere: o Voldoende en gevarieerd groen o Openbaar en toegankelijk groen Natuurinclusieve bouw en beheer van de stad De Amsterdamse referentienorm geeft aan hoeveel groen, spelen, sport en andere maatschappelijke functies gerealiseerd moeten worden bij nieuwe ontwikkelingen. Dit moet zorgen voor een kwalitatief voldoende en divers aanbod en een betere verankering van deze niet-woonfuncties in de groei van de stad. De Agenda Amsterdam Autoluw, het beleidskader Ruimte voor de voetganger en het Meerjarenplan fiets zijn beleidsstukken die als doel hebben om in de stad meer ruimte te creëren voor de fiets en voetganger en autoverkeer te beperken. De stad moet daarvoor beweegvriendelijker worden ingericht en het gebruik van openbaar vervoer moet gestimuleerd worden.
Beoordelingskader Het plangebied valt onder stadsdeel Amsterdam Zuid-Oost en ligt aangrenzend aan het deelgebied Bijlmer Centrum. Omdat er in de huidige situatie geen sprake is van bewoning in het gebied van het plangebied is hier geen gezondheidsinformatie voor beschikbaar. Daarom wordt data over Bijlmer Centrum gebruikt als indicatie voor de huidige situatie. Hoe de ontwikkeling van het plangebied bijdraagt aan het thema gezondheidsbevordering is getoetst door middel van de aspecten uit de onderstaande tabel.
Thema Gezondheidsbevordering
11.1.3
Aspect Sport en bewegen Lifestyle
Beoordelingscriterium Mate waarin de omgeving sport en bewegen bevordert Mate waarin de omgeving een gezonde lifestyle stimuleert
Huidige en referentiesituatie Sport en bewegen Doordat het plangebied in de huidige situatie geen woongebied is, is er een zeer beperkt aanbod aan sport- en bewegingsfaciliteiten. In onderstaand figuur zijn openbare en commerciële
Blad 80 van 155
Methodiek Kwalitatief Kwalitatief
Concept m.e.r.-beoordeling Ten behoeve van Projectnota Holterbergdistrict Amstel III te Amsterdam Zuidoost projectnummer 0475785.100 5 juni 2023 revisie 07 Wooden City I B.V.
sportplekken in en rondom het plangebied weergegeven. Hieruit blijkt dat zowel in als rondom het plangebied geen aanbod aan buitensportplekken is, maar wel een enkele binnensportlocatie. In de verdere omgeving zijn wel veel sport- en speelplekken te vinden. Uit onderzoek van stadsdeel Zuidoost blijkt dat deze sport- en speelfaciliteiten in andere delen van Zuidoost over het algemeen goed beoordeeld worden. Respondenten zijn veelal tevreden over zowel de kwantiteit als de kwaliteit van de faciliteiten. Een soortgelijke opzet en dichtheid aan openbare sport- en speelplekken lijkt dus wenselijk binnen de het plangebied ontwikkeling.
Figuur 11-1: Sportfaciliteiten in Amsterdam Zuidoost (Bron: dataportaal gemeente Amsterdam).
Lifestyle In de huidige situatie nodigt de leefomgeving in en rondom het plangebied niet uit tot het aannemen van een gezonde levensstijl. De GGD heeft in 2019 een Heatmap van de voedseldruk in Amsterdam gemaakt. Met dit onderzoek is inzichtelijk gemaakt in hoeverre er sprake is van gezond of ongezond voedselaanbod. In Amsterdam Zuidoost is 34% van het voedselaanbod heel erg ongezond (bijvoorbeeld snackbars), 45% ongezond en maar 19% gezond of heel erg gezond. Het aanbod is daarmee ongezonder dan die van andere stadsdelen. Ook zijn er relatief weinig voedselaanbieders in verhouding tot de andere stadsdelen. Dit beperkt de keuze voor gezonde voeding nog meer. Rondom scholen in Amsterdam Zuidoost zijn ook relatief weinig voedselaanbieders te vinden. Deze voedselaanbieders rondom scholen vallen bijna allemaal (circa 70%) onder de categorieën ongezond en zeer ongezond. Binnen het plangebied zelf zijn er haast geen voedingswinkels of horeca gevestigd. De zaken die er wel zijn bieden voornamelijk ongezond voedsel aan. De GGD Amsterdam heeft in 2021 onderzoek gedaan naar de voedselomgeving in de Bijlmer. De resultaten hiervan zijn weergegeven in figuur 8-2 Deze afbeelding laat zien dat, op één na, alle voedselaanbieders in het plangebied en aangrenzende buurten ongezond of zeer ongezond voedsel aanbieden. De huidige voedselomgeving draagt dus niet bij aan een gezonde levensstijl.