CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - VGR 2022-02 PBK april 2023 themabijlage waarde van onderzoek

Raadscommissie Mobiliteit, Openbare ruimte en Water 13 april 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de 6e Voortgangsrapportage programma Bruggen en Kademuren en bijbehorende raadsbrief (VN2023-010711)13.608 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Themabijlage Onderzoek bewijst zijn waarde

Jan Willem Schilt op brug 1940 in het Oostelijk Havengebied

23

Speuren in de archieven Archiefonderzoek naar onze bruggen en kademuren is niet alleen belangrijk voor het in kaart brengen van het verleden. Het helpt ons ook bij onze werkzaamheden in de toekomst, weet informatiespecialist Jan Willem Schilt.

Themabijlage Onderzoek bewijst zijn waarde

Door de eeuwen heen zijn de bruggen en kademuren constant gerepareerd, hersteld en vernieuwd. Dat ging niet altijd even consequent en gestructureerd. In bestekken vind je de technische omschrijving van bouwwerken. “Maar in die bestekken zie je vaak niet eenduidig terug wat er werd gebouwd of hersteld”, zegt Jan Willem. “Om een compleet en accuraat beeld te krijgen, moet je gaan speuren in de archieven.”

Op zoek naar informatie Het team ‘Bouwen Met Informatie’ inventariseert, onder leiding van Jan Willem, die archieven en combineert alle informatiebronnen zo veel mogelijk tot een samenhangend beeld van de situatie. “Het probleem

met bestekken is dat ze niet altijd kloppen”, legt Jan Willem uit. “En dan is veel informatie ook nog versnipperd geraakt door bijvoorbeeld reorganisaties of digitalisering.” Jan Willem heeft zelf een achtergrond als historicus en archivaris op het Stadsarchief en hij heeft het archief van de Dienst Publieke Werken geïnventariseerd. “Dat is een buitengewoon belangrijk archief”, vertelt hij. “Het werd tussen 1920 en 1990 bijgehouden, en er staat ook veel informatie in over de perioden daarvoor, uit de 18e en 19e eeuw. Je vindt er veel technische informatie en omgevingsinformatie.

Themabijlage Onderzoek bewijst zijn waarde

24

Maar je hebt wel het juiste besteknummer nodig om het goede bestek te vinden. Het probleem is dat bestekken niet thematisch zijn ingedeeld. Zo kan bestek 1 de onderbouw van een brug zijn, bestek 2 het kopen van turf, bestek 3 de aanschaf van hout en bestek 4 de vernieuwing van 200 meter kademuur. Met onze kennis en expertise lukt het dan vaak toch om het juiste bestek op te diepen voor de informatie die we nodig hebben.”

Puzzelstukjes leggen Themabijlage Onderzoek bewijst zijn waarde

Dan moet je nog wel nog weten waar je moet zoeken. De bestekken zijn niet altijd aanwezig, of op onlogische plekken gearchiveerd. “In het begin hielden we in het stadsarchief hele strooptochten op zoek naar informatie. Zo’n zoektocht was niet altijd even eenvoudig. Na verloop van tijd begin je wel patronen te herkennen en leg je de puzzelstukjes makkelijker op z’n plek”, zegt Jan Willem. Die puzzelstukjes bestaan naast bestekken ook uit tekeningen, berekeningen, inspecties, nieuwsberichten, dagboeken en foto’s. Na ruim 4 jaar speuren hebben de informatiespecialisten de basis goed op orde. Over de meeste bruggen en kademuren wisten zij belangrijke informatie op te duiken

en te categoriseren: “Bijna iedere patiënt heeft nu een eigen dossier gevuld met informatie”, vertelt Jan Willem glimlachend. Dat is belangrijke informatie die helpt bij het stellen van een diagnose – het bepalen van de staat van een brug of kade. “En die bundeling van informatie vullen we ook aan met de onderzoeken en inspecties die we nu doen”, vertelt Jan Willem. Rapporten van duikinspecties, monitoring en archeologisch onderzoek komen allemaal in de dossiers.

Verrassingen onder de grond We weten niet altijd van tevoren hoe een constructie in elkaar zit. Want wat als er geen bestekken of bouwtekeningen beschikbaar zijn? In het oude Middeleeuwse deel van de binnenstad, binnen de Singelgracht, is dat vaker het geval. En al is de documentatie op orde, de werkelijkheid wil nog wel eens anders zijn. Om inzichtelijk te maken hoe men in het verleden bouwde, is het van belang dat we archeologisch onderzoek doen. Voor archeologen is het ideaal dat we een bouwkuip maken bij vernieuwingsprojecten. Zij hebben daardoor de mogelijkheid om die kademuur af te pellen, en te onderzoeken hoe die constructie is opgebouwd. Door systematisch archeologisch onderzoek te doen, kunnen we op den duur beter voorspellen hoe bruggen en kades door de eeuwen heen zijn gebouwd. Het geeft ons een beter idee wat we in de stad tegen kunnen komen. En dat voorkomt bij de uitvoering van projecten verrassingen die vertraging en extra kosten kunnen veroorzaken.

Themabijlage Onderzoek bewijst zijn waarde

Slimmer aan de slag

Bruggen onbekend 25

Het team heeft het archiefonderzoek naar bruggen en kades zo goed als afgerond. Met trots blikt Jan Willem terug: “Het waren intensieve jaren waarin we veel voor elkaar hebben gekregen.” En in de praktijk werpt dat al zijn vruchten af.

“In het begin waren er 11 bruggen waar we nagenoeg geen informatie over hadden. Nu zijn dat er nog maar 2”, zegt Jan Willem. Om de geschiedenis van sommige constructies te achterhalen moesten de informatiespecialisten soms een klein mysterie ontrafelen. De oude straten van Oost

Themabijlage Onderzoek bewijst zijn waarde

Eind jaren ’80 startte Amsterdam met de herontwikkeling van de Oostelijke Eilanden, in de archiefstukken soms nog bekend als Nieuw-Oost. Daar hoorde een gloednieuwe brug bij: de Margaret Staal-Krophollerbrug (1940) aan de C. van Eesterenlaan. Deze brug verbond het nieuwe met het oude Oost. Maar er was bijna geen informatie over deze brug beschikbaar. De archieven raadplegen

met een brugnummer leidde tot niets. En speuren naar de brugnaam gaf ook geen resultaat. Het team wist wel dat bij gebieds­ ontwikkelingen in Nieuw-West de dossiers vaak op een oud adres werden gearchiveerd. Een handig trucje om hier ook toe te passen. Wat bleek? De C. van Eesterenlaan had voorheen een andere naam: de Verlengde Veelaan. Door op dat adres te zoeken, wist het team de ontbrekende informatie op te sporen.

De verwarrende geschiedenis van brug 194

Brug 1940

Elke brug zijn eigen nummer. Dat systeem lijkt simpel en duidelijk genoeg. Toch blijkt er van alles mis te kunnen gaan. Zo ook bij brug 194, een overspanning van een fietspad aan de Ringdijk in Amsterdam-Oost. Bijna alle archiefstukken van de brug ontbraken. Het team vond wonderbaarlijk

Brug 194

genoeg alleen documenten van een brug met hetzelfde brugnummer aan de andere kant van de stad. Maar die brug werd in de 20e eeuw al gesloopt. Wat nu? De oplossing vonden ze bij de Kaap de Goede Hoopbrug (brug 256), pal naast brug 194. Beide bruggen – brug 256 en brug 194 – waren oorspronkelijk als één constructie gebouwd. Pas later werd de brug opgesplitst in 2 aparte delen met 2 verschillende nummers. Waarom dat is gebeurd, vertelt het verhaal niet. Gelukkig kon het team wel de juiste documenten opsnorren.

“We dachten laatst bijvoorbeeld dat een brug aan de Amstel op hout was gefundeerd, maar toen bleek uit de archiefstukken dat er betonnen palen onder zaten. En onlangs plaatsten we aan de Kloveniersburgwal een damwand verder uit de kade, omdat uit de stukken bleek dat er resten van een oude stadsmuur liepen”, vertelt Jan Willem. Het zijn voorbeelden van hoe het toenemend inzicht ons helpt om efficiënter en gerichter te werken. Met de archiefstukken op orde zijn we beter voorbereid.

Themabijlage Onderzoek bewijst zijn waarde

26

Themabijlage Onderzoek bewijst zijn waarde

Ingenieurs Ronald Damstra, René Terpstra en Robert Meeuwsen (vlnr) bij de vernieuwde brug 30 over de Herengracht

Naar een betrouwbare beoordeling van onze bruggen Met behulp van statistische modellen ontwikkelen we een steeds realistischer benadering van de draagkracht van brug- en kadefunderingen. Bij de bruggen met houten paalfunderingen verwachten we dat we hierdoor minder bruggen hoeven te vernieuwen. Zo creëren we ruimte in de programmering en besparen we veel geld.

Themabijlage Onderzoek bewijst zijn waarde

27

‘Bij de sloop van brug 30 hebben we verschillende palen getrokken en in het lab aan allerlei proeven onderworpen.’

De aanleiding voor het ontwikkelen van de nieuwe toetsmodellen kwam al rond 2012-2013 langs, weet technisch specialist Rene Terpstra zich nog te herinneren. “Het team dat de herinrichting van de Vijzelstraat ging voorbereiden, wilde weten of de drie bruggen in de straat nog 30 jaar meekonden of dat we ze moesten vernieuwen.” Rene heeft toen een aantal monsters laten nemen van de houten paalfunderingen onder de bruggen. Bij zo’n monster zie je hoeveel van het hout is aangetast en hoeveel van het hout nog gezond is.

Themabijlage Onderzoek bewijst zijn waarde

Op basis van die houtmonsters en de toen gangbare interpretatie van de bestaande bouwnormen werd geconcludeerd dat we niet konden garanderen dat de bruggen nog dertig jaar meekonden. Maar ondertussen zagen René en zijn collega’s in de werkelijke wereld dat de bruggen nog steeds stonden, en dat er ook in de monitoring geen enkele beweging was waargenomen. Dus wat was hier aan de hand?

Voorspellend model Om die vraag te beantwoorden is er samen met Deltares een onderzoekstraject opgezet om een statistisch model te ontwikkelen waarmee we de draagkracht en de restlevensduur van de funderingen

Themabijlage Onderzoek bewijst zijn waarde

28

betrouwbaar konden voorspellen voor alle 221 bruggen met een houten paalfundering. “Daarvoor hebben we ter plekke een proefbelasting uitgevoerd op verschillende palen onder brug 30 in de Vijzelstraat”, legt René uit. “Vervolgens hebben we bij de sloop van deze brug ook palen getrokken en in het lab opgemeten en aan allerlei proeven onderworpen. Dan gaat het over zaken als lengte, diameter aan de kop en aan de punt en natuurlijk de sterkte van de paal.”

Themabijlage Onderzoek bewijst zijn waarde

Daarnaast zijn er op een proeflocatie in het Amstelkwartier proeven gedaan met nieuwe palen om meer inzicht te krijgen in de draagkracht van de palen in combinatie met de bodem. Uit al die onderzoeken is uiteindelijk gebleken dat de paalfunderingen veel sterker zijn dan voorheen gedacht. “Dat heeft vooral te maken met de manier waarop de houten palen samenwerken met de bodem waarin ze staan”, vertelt Robert Meeuwsen, die het project vorig jaar overnam van René. “Die bestaat weliswaar uit een flinke laag slap veen en kleigrond, maar helpt desondanks wel degelijk substantieel mee om de bruggen overeind te houden.”

Positieve kleef Die extra draagkracht noemen we ook wel positieve kleef. Bij de

houten paalfunderingen blijkt de zone waarover deze meegenomen kan worden groter te zijn dan eerder werd aangenomen. “Dit komt doordat we bij nieuwbouw deze positieve kleef van de klei- en veenlagen normaliter niet meenemen in de sterkteberekeningen”, legt Robert uit. ”De betonnen funderingen voldoen ook zonder makkelijk aan de eisen.” Door het wel mee te nemen bij de beoordeling van de oude houtenpaalfunderingen, komen we op een substantieel hogere draagkracht uit. En dat is ook best logisch, volgens Robert. “De belasting van het landhoofd komt immers van boven uit het metselwerk in de paal, en als die krachten goed worden ingeleid in de paalkop, dan worden ze voor een groot gedeelte afgegeven in de omliggende bodem voordat ze de paalpunt bereiken.” Op basis van deze nieuwe inzichten is het oude rekenmodel aangepast, met belangrijke gevolgen voor de herstelopgave. “Van de 50 houten brugfunderingen die in eerste instantie als slecht tot zeer slecht werden aangemerkt, verwachten we dat er een flink aantal bruggen met een restlevensduur van 30 jaar of meer uit de bus komt”, zegt projectmanager Ronald Damstra, die binnen het programma verantwoordelijk is voor

de constructieve beoordeling van de bruggen en kademuren. “Dat betekent dat we die voorlopig niet hoeven te programmeren voor herstel.“

Minder bruggen De komende maanden maken we een verdere vertaling van de onderzoeksresultaten naar een bijgestelde staat van het areaal. Tot nu toe is de verwachting dat we de komende 30 jaar zo’n 80 tot 125 bruggen moeten herstellen. We verwachten dat de groep bruggen die nog minimaal 30 jaar mee kan groter wordt. Dat betekent dat we minder bruggen volledig hoeven te vernieuwen dan waar we eerder van uitgingen.

Onderzoek werpt zijn vruchten af In het najaar van 2022 heeft het programma de draagkracht van alle voor vervanging aangedragen bruggen van de Oranje Loper met het nieuwe model herberekend. Op basis daarvan heroverwegen we welke maatregelen gepast zijn. Ook op de Wallen en op andere plekken gebruiken we het nieuwe model om te kijken waar we geplande herstelmaatregelen voor bruggen kunnen schrappen of omzetten van vernieuwing naar renovatie. “Daarmee besparen we de stad in potentie een hoop overlast en geld”,

zegt Ronald. “Dan blijkt maar weer wat wetenschappelijk onderzoek vermag. We mogen best trots zijn dat we hier als programma vanaf het begin op hebben ingezet, want al dat onderzoek werpt nu zijn vruchten af.”

Beheerste risico’s, veiligheid voorop Met het nieuwe rekenmodel nemen we een beheerst risico, volgens Robert. “De normen die we hanteren zijn nog steeds behoorlijk conservatief. Bovendien stort een fundering van een vaste brug zoals je die in Amsterdam ziet niet zomaar in elkaar. Onder zo’n landhoofd staan verschillende palen door elkaar, dik en dun, aangetast en minder aangetast. Sommige palen kunnen slecht zijn, maar dat wordt opgevangen door palen die beter zijn. Je krijgt herverdeling van de draagkracht. Dat kan voor heel geleidelijke zetting zorgen, maar de brug zal niet ineens bezwijken zeker niet als er ook een koppelvloer is die de beide landhoofden onder de bodem met elkaar verbindt.” “En als er dan beweging is, dan zie je dat van ver aankomen”, sluit Ronald af. “Want we blijven natuurlijk wel monitoren. Veiligheid staat nog steeds voorop!”

Themabijlage Onderzoek bewijst zijn waarde

29

Zo behoeden we tientallen Verbundträger voor sloop Verbundträger zijn brugdekken met een bijzondere staal-betonconstructie. In een proeftuin hebben we aangetoond dat ze sterker zijn dan we eerder met de nu geldende rekenmethodes mochten aannemen. Zo behoeden we potentieel tientallen historische Amsterdamse bruggen voor een vroegtijdige sloop!

Themabijlage Onderzoek bewijst zijn waarde

Themabijlage Onderzoek bewijst zijn waarde

30

Themabijlage Onderzoek bewijst zijn waarde

Verbundträgerbrugdekken zijn historische, karakteristieke brugdekken waarvan we er ruim honderd hebben in Amsterdam. Ze dateren van begin 20e eeuw tot net na de Tweede Wereldoorlog. Je herkent ze aan de meestal groen geverfde stalen binten als je eronderdoor vaart. De dekken van deze bruggen bestaan uit een betonnen plaat op stalen

profielen Deze constructie wordt in de huidige rekenmethodes niet gezien als gewapend beton. Hun sterkte mocht volgens de norm dan ook niet als zodanig worden berekend. Maar in de praktijk zien we wel degelijk interactie tussen het staal en beton in deze dekken. Dat betekent dat zo’n brugdek een stuk sterker is dan wanneer je alleen los beton en staal zou meenemen in de berekening. Hoeveel sterker, dat hebben we

onderzocht en aangetoond in een bijzondere proeftuin. We hebben proeven gedaan op brug 70 in de Vijzelstraat, en in de labs van TNO en de TU in Delft. Op basis hiervan hebben we een model ontwikkeld waarmee we de sterkte en restlevensduur van bruggen met zo’n bijzonder dek nu nauwkeurig en betrouwbaar kunnen voorspellen. De betrouwbaarheid van het model

hebben we vervolgens in een proef aangetoond. Hierdoor kunnen we alleen in Amsterdam al potentieel tientallen van deze bruggen voor een vroegtijdige sloop behoeden. Bovendien kunnen we hiermee een behoorlijke smak geld en overlast besparen en bijdragen aan de ciculariteitsdoelstelling van de gemeente.

Themabijlage Onderzoek bewijst zijn waarde

31

De som van de proeven Palen dragen de stad. Maar veel van die palen zijn oud en van hout. Hoe sterk zijn ze dan nog? Door wetenschappelijk onderzoek komen we steeds dichter bij het antwoord op die vraag.

Themabijlage Onderzoek bewijst zijn waarde

Het vervangen van alle zwakke kademuren zal tientallen jaren duren. Door onderzoek kunnen we wel steeds beter inschatten welke kademuren aan vervanging toe zijn en waar mogelijk renovatie tot de mogelijkheden behoort. Door dit inzicht is het mogelijk de vervangingsopgave uit te smeren over een lange periode en de stad ondertussen veilig en leefbaar te houden.

grondsterkte, en de belasting van de kade. Maar de rekenmodellen waarin we die data invoeren waren niet scherp genoeg. Volgens deze modellen zou het merendeel van de kademuren zelfs al in het water liggen – we rekenden ze stuk. Tegelijkertijd zien we dat ze nog overeind staan. Dan is de conclusie snel gemaakt: we moeten zorgen dat we beter inzicht krijgen in de werkelijke sterkte van kademuren, zodat we gerichter kunnen handelen.

Werkelijke sterkte Het bepalen van de volgorde begint met een risicobeoordeling van de kademuren. Zo’n beoordeling maken we onder meer met informatie uit duik- en archiefonderzoek. En ook met berekeningen in modellen waar we data invoeren zoals houtsterkte,

Meer dan een jaar lang onderzochten we daarom samen met aannemers en kennisinstituten hoe kadeconstructies reageren als je ze op verschillende manieren belast. Deze zogeheten proefbelastingen leverden ontzettend veel data op. Met deze data hebben

we beter inzicht in bijvoorbeeld buigsterkte van de palen, en de interactie tussen de grond en de paal. Terwijl we de opgehaalde data blijven onderzoeken, kunnen we met deze informatie ook nu al betrouwbaardere berekeningen maken.

Een oud haventje Met bezwijkproeven vervorm je de houten palen en maak je de kademuren kapot. Dat doen we liever niet in de binnenstad. Toch moet de kade waarop je proeven uitvoert representatief zijn voor de situatie in de stad. Het oude insteekhaventje bij het Amstelkwartier bleek daarvoor

de ideale locatie. Het gaat om braakliggend terrein, en het gebied stond al op de planning om op de schop te gaan. Bovendien leek de bodem waar de palen in stonden op de bodem in de binnenstad, en stond de kademuur op houten palen met een houten vloer uit 1908. De constructie was daarentegen, met een hele rij schoorpalen en grondankers, wel degelijk anders. Met de nodige aanpassingen maakten we er een typische Amsterdamse kade van. Daarna konden de proeven van start gaan.

Themabijlage Onderzoek bewijst zijn waarde

32

Themabijlage Onderzoek bewijst zijn waarde

Eén proef is geen proef Een bekende leus in de wetenschap: één proef is geen proef. Om betrouwbare data op te halen zijn meerdere proefbelastingen vereist. In dit geval werd gekozen voor diverse proefbelastingen op een geheel intacte kademuur, horizontaalproeven op een groep palen, en vierpuntsbuigproeven op individuele palen. Bij alle proeven brachten we met sensoren boven en onder water de krachten en bewegingen in kaart.

Proefbelasting Auto’s, vrachtverkeer en containers vormen een belasting voor de kwetsbare Amsterdamse kades.

In deze proef bootsen we die belasting na. Daarvoor wordt een enorme container met een waterzak gebruikt. Het gewicht hiervan voeren we geleidelijk op door de zak met water te vullen. We gaan tot een zwaarte van maar liefst 120 ton, een gewicht gelijk aan zo’n 20 Afrikaanse olifanten! Deze verticale ballast duwt de kademuur geleidelijk en gecontroleerd horizontaal naar het water toe, tot maximaal 30 centimeter. Met de sensoren is heel nauwkeurig te meten met hoeveel kracht de bestrating en grond daaronder verzakt, en de palen en kademuur naar voren bewegen.

Geotechnische horizontaalproef Met deze proef maten we de grondsterkte waar de paalfundering in staat, en haalden zo informatie op over de interactie tussen de paal en de grond. Voor de proef sloopten we de bovenkant van de kade af, zodat alleen nog de palen en kespen intact waren. Deze groep palen duwden we naar voren met enorme vijzels totdat

de palen uiteindelijk braken. Ook hier werd gemeten met welke kracht de paal beweegt en hoeveel. Een enorm complexe opgave, een duiker moest hiervoor onder water meer dan 100 sensoren aanbrengen!

Vierpuntsbuigproef Een proef om de buigweerstand of buigsterkte van palen te meten. Voor deze proef zijn palen uit de grond getrokken en individueel beproefd. Tijdens de proef werd de paal aan weerszijden vastgehouden, terwijl we die in het midden aan twee punten omhoogtrokken totdat de paal brak. Door precies te meten met hoeveel kracht aan de palen werd getrokken, is uit te lezen hoeveel kracht nodig is voor welke mate van buiging.

Themabijlage Onderzoek bewijst zijn waarde

33

Themabijlage Onderzoek bewijst zijn waarde

Ver ver boven de grachten

Themabijlage Onderzoek bewijst zijn waarde

34

Het programma is begonnen met de inzet van satellietinformatie voor de monitoring van bruggen en kademuren. Het is een techniek waar nog wat haken en ogen aan zitten, maar die veel potentie heeft als aanvulling op onze bestaande oplossingen.

Themabijlage Onderzoek bewijst zijn waarde

Die potentie zit er vooral in dat je snel en heel frequent de hele stad in beeld kunt brengen, en ook nog terug kunt kijken in de tijd. De satelliet komt immers elke 11 dagen voorbijzeilen en je kunt alle data inzien van het eerste moment dat de satelliet werd gelanceerd. In het geval van de Airbus-satelliet waar we onze data inkopen is dat 2017. Maar het is ook weer niet zo simpel als het misschien lijkt, waarschuwt technisch manager Casper van der Peet. “De ruwe data van de satelliet zeggen op zich niet veel, je moet ze eerst omzetten in bruikbare informatie. Daarvoor werken wij samen met Sensar, een bedrijf dat deze methode heeft ontwikkeld binnen een innovatietraject dat we eind 2020 hebben opgezet.”

Betrouwbaarheid De satellietbeelden worden door Sensar omgezet in miljoenen meetpunten in het landschap, in dit geval de stad. De satelliet geeft tot op de millimeter nauwkeurig de afstand weer tussen de satelliet zelf en elk punt. Als je meerdere punten samenvoegt kun je een vlak in beeld brengen, bijvoorbeeld het dak van een huis of een stuk kademuur. Door de metingen op verschillende dagen – met bijvoorbeeld een maand ertussen – met elkaar te vergelijken, kun je zien of de afstand tot de satelliet is veranderd en concluderen of de kademuur is verzakt of stabiel op dezelfde plek is blijven staan. Simpel en helder, zou je zeggen. Strik erom en niks meer aan doen. Maar hier komt een tweede winstwaarschuwing om de hoek kijken. Want wat je niet altijd weet, is

of je wel het punt meet dat je denkt dat je meet. “Dat komt door gebrek aan resolutie”, legt Casper uit. “Dat speelt vooral bij objecten die dichter bij de grond staan, zoals kademuren, omdat daar meer verstorende elementen zijn, zoals bomen, boten, fietsen en auto’s.” Daardoor is de uiteindelijke betrouwbaarheid van de methode nog lang geen 100%.

Satelliet als eerste vangnet “We hebben de punten die we hebben ingemeten met de satelliet vergeleken met onze metingen met de traditionele tachymeter”, vertelt Casper verder. “Die laatste techniek is altijd 100% accuraat, omdat we altijd precies hetzelfde punt meten, een meetbout die vast op de kade is gemonteerd. Uit die vergelijking blijkt dat de metingen voor een groot deel overeenkomen, maar dat

Technisch Manager Casper van der Peet

Themabijlage Onderzoek bewijst zijn waarde

we wel te maken hebben met zowel vals positieve als vals negatieve uitkomsten.” 35

Themabijlage Onderzoek bewijst zijn waarde

Mede om die reden is het gebruik van satellieten voor de monitoring van kademuren voorlopig vooral interessant als een eerste vangnet. Casper: “Als we uit verschillende satellietmetingen aflezen dat een kademuur progressief aan het bewegen is, kunnen we besluiten om vervolgonderzoek te doen. Bijvoorbeeld door middel van andere monitoringsmethoden als tachymetrie en fotogrammetrie, of door duikers te sturen om de fundering onder water te inspecteren.” Daarnaast kijkt Casper met zijn team ook hoe zij satellietmetingen in de toekomst kunnen verwerken in de beoordelingsmethodiek waarmee we de risico’s op bezwijken en de gevolgen van bezwijken in kaart brengen.

Het goed monitoren van onze bruggen en kademuren is van groot belang. Hierdoor houden we de stad veilig en weten we wanneer we waar moeten ingrijpen. Met een goede en dekkende monitoring kunnen we ook dure duikonderzoeken gerichter inzetten en zo geld besparen. Maar met onze standaardmethoden kunnen we maar een beperkt aantal bruggen en kademuren tegelijk monitoren. Door te innoveren willen we grotere gedeelten van de stad beter in de gaten houden, tegen lagere kosten. Hiervoor hebben we de afgelopen jaren ingezet op de ontwikkeling van nieuwe technieken. Een aantal van de oplossingen die we samen met verschillende commerciële partners hebben ontwikkeld zijn: F otogrammetrie: De toepassing van fotogrammetrie is ingebracht door de combinatie IV-Infra/RPS/ Bouwrisk. Door een veelheid aan foto’s te combineren creëren we een puntenwolk. De verschillende puntenwolken die we in de loop van de tijd creëren, kunnen we met elkaar vergelijken en zo vaststellen of een kademuur of landhoofd in beweging is. Deze techniek wordt nu ingezet voor een deel van het areaal. I nclinatiesensoren: Het bedrijf Althen ontwikkelde een ingenieus kastje dat een verandering in de hoek van een kademuur meet. Deze techniek kunnen we op termijn inzetten voor het monitoren van vaste bruggen waarbij de landhoofden onder de grond niet zijn verbonden door een koppelvloer.

 cheursensor: Villari ontwikkelde een geslaagde methode voor het vroegtijdig opsporen van S metaalvermoeidheid bij stalen brugdekken. Voorlopig blijken we deze oplossing in Amsterdam echter niet nodig te hebben.  arende laserscanner: Iv-Infra ontwikkelde een laserscanner die al varend de x,y,z-coordinaten van V kademuren kan inscannen en zo deformaties kan bepalen. Hoewel deze methode veel voordelen biedt, is er ook nog een behoorlijke inspanning nodig om haar door te ontwikkelen. Daarom zetten we voorlopig in op fotogrammetrie, wat een vergelijkbare technologie is. De oplossingen van Sensar, Althen, Villari en IV-Infra werden alle vier ontwikkeld binnen een SBIR innovatietraject dat we samen met de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland hebben opgezet. In deze korte video die voor de laatste fase van dit traject werd opgenomen, vertellen zij over hun innovaties.

Themabijlage Onderzoek bewijst zijn waarde

Duikonderzoek 36

Vanaf het begin doen we duikinspecties om onder water de houten paalfunderingen van bruggen en kademuren te inspecteren. De duikers noteren de staat van de palen, de kespen en de vloer waarop de kademuur staat. Ze melden ook eventuele beschadigingen zoals breuken, buigingen en gaten, en ze nemen houtmonsters die we later in het lab laten onderzoeken om te bepalen in welke mate het hout is aangetast.

Themabijlage Onderzoek bewijst zijn waarde

De duikinspecties leveren data die wordt meegenomen in de risicobeoordeling van bruggen en kademuren. Hoe slechter de paalfunderingen erbij staan en hoe kleiner de kern van gezond hout, hoe hoger het risico op bezwijken is. Voor deze inspecties hebben we langlopende contracten afgesloten met de firma’s Wals en Nebest. Inmiddels hebben hun duikers alle bruggen met een houten paalfundering onderzocht, en bijna 30 kilometer kademuur met een houten paalfundering.

Vanwege de hoge kosten gaan we het aantal duikinspecties verminderen, en kiezen we voor een signaalgestuurde inzet. Dat betekent dat we pas gaan duiken als daar vanuit onze monitoring aanleiding voor is. Behalve voor inspecties zetten we de duikbedrijven ook in voor laswerkzaamheden bij het plaatsen van damwanden, onderzoek bij calamiteiten zoals zinkgaten en het plaatsen van sensoren voor onderzoek en inspectie.

Colofon 37

Amsterdam werkt aan de grote opgave om de bruggen en kades in de stad te herstellen. Het Programma Bruggen en Kademuren richt zich op de 855 verkeersbruggen en de circa 212 kilometer kademuren en damwanden die belangrijk zijn voor het functioneren van de stad en/of waarbij de risico’s op constructieve gebreken hoog wordt ingeschat. Het programma valt onder de Regeling Risicovolle Projecten. Daarom brengt het programma 2 keer per jaar een integrale voortgangsrapportage uit: in september (januari-juni) en in maart (juli-december). Het programmaplan Herstellen en verbinden, vastgesteld door het college op 14 april 2020, geldt als startdocument. Naast de voortgangsrapportage levert het programma elk kwartaal een geactualiseerd dashboard op, dat inzicht geeft in de voortgang op de programmadoelen en de projecten in de stad, en een voortgangsbrief met actualiteiten.

Themabijlage Onderzoek bewijst zijn waarde

Publicatiedatum april 2023 Tekst en redactie Programma Bruggen en Kademuren Fotografie gemeente Amsterdam Vormgeving Vorm de Stad

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12603100/1