CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 verslag Speelplaatsenonderzoek_met bijlagen.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 12 april 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de voortgang van de aanpak van diffuus lood in de bodem (VN2023-008249)161.204 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 18

Versie 1 23 januari 2023

Verslag van de aanpak van loodverontreiniging op kinderspeelplaatsen in Amsterdam 2018-2021

Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling, afdeling bodem

Versie 1 23 januari 2023

loodverontreiniging op kinderspeelplaatsen

Samenvatting De bodem in het vooroorlogse deel van Amsterdam is vaak verontreinigd met lood. Spelende kinderen kunnen kleine hoeveelheden verontreinigde grond binnenkrijgen. Dit kan effect hebben op de hersenontwikkeling van jonge kinderen, uiteindelijk leidend tot het verlies van enkele iqpunten. Het RIVM en de GGD’s bevelen aan om de blootstelling zo veel mogelijk terug te dringen. Uit een maatschappelijke kosten/baten analyse (MKBA) blijkt dat het onderzoeken en zo nodig saneren van kinderspeelplaatsen een effectieve manier is om blootstelling te verminderen. Amsterdam heeft daarom een project opgezet om kinderspeelplaatsen veiliger te maken. Het project bestaat uit verschillende stappen. Bij de eerste stap bestaande uit data-analyse en vooronderzoek is een adressenlijst gegenereerd waar nadere inspectie nodig was. Er zijn 710 locatiebezoeken uitgevoerd waarbij de situatie is beoordeeld en gesprekken zijn gevoerd. Ruim de helft van de locaties zijn veilig omdat de speelplaatsen nagenoeg geheel verhard zijn waardoor contact met grond niet mogelijk is. Bij 296 locaties met onverharde delen is een bodemonderzoek uitgevoerd. Bij slechts 12 locaties, veel minder dan vooraf gedacht, waren loodgehaltes hoger dan 370 mg/kg. Dat was vooraf het gehalte waarbij maatregelen wenselijk zijn.

Deze locaties zijn nauwkeuriger onderzocht en zo nodig zijn in samenspraak met de beheerders passende maatregelen genomen om blootstelling tegen te gaan. Het ‘speelplaatsenproject’ is hiermee succesvol afgerond. De bodem was over het algemeen beter dan vooraf werd gedacht. Vooral de bodemkwaliteit bij openbare speelplaatsen en de schoolpleinen is vaak goed. Bij kinderdagverblijven waarbij de speelruimte vaak binnen de bouwblokken liggen, kunnen wel verhoogde gehalten voorkomen. Maar ook dat was minder dan vooraf werd verwacht. Uit de MKBA blijkt dat eenvoudige maatregelen door ouders en verzorgers verreweg de meest effectieve manier om blootstelling aan lood tegen te gaan. Het gaat dan om handen wassen na het buitenspelen, voeten vegen, vloeren schoonhouden, kinderen op schone plaatsen laten spelen etc. Daarvoor is het nodig dat ouders en verzorgers zich bewust zijn van de risico’s en de maatregelen. Uit onze rondgang bleek dat dat bewustzijn nauwelijks of slechts vaag aanwezig is. Hygiënische maatregelen worden over het algemeen wel gevolgd, maar niet vanwege lood. Bewustwording is dus een belangrijk doel van het loodprogramma en ook van dit project. Daarvoor is een eenmalige inventarisatieronde niet voldoende. Het is dan ook aan te bevelen om de beheerders van de speelplaatsen regelmatig te herinneren aan de risico’s van loodverontreiniging.

De informatie over lood en de maatregelen die door ouders en verzorgers genomen kunnen worden is makkelijk te vinden op de websites van de GGD, de Omgevingsdienst en de gemeente Amsterdam.

Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling, afdeling Bodem

Versie 1 23 januari 2023

loodverontreiniging op kinderspeelplaatsen

Inhoud 1 Aanleiding en doel ................................................................................................... 5 1.1 Doel van dit verslag ................................................................................................................... 5 1.2 Nieuwe inzichten in gezondheidsnormen ................................................................................. 5 1.3 Eerder uitgevoerd onderzoek .................................................................................................... 6 1.4 Nieuw Amsterdams loodbeleid ................................................................................................. 6 2 Algemene aanpak.................................................................................................... 8 2.1 Doelmatig en zorgvuldig ........................................................................................................... 8 2.2 Voorselectie ............................................................................................................................. 8 2.3 Vooronderzoek en Locatiebezoek ............................................................................................ 8 2.4 Veldwerk en rapportage Risicocheck ........................................................................................

8 2.5 Aanvullend onderzoek .............................................................................................................. 9 2.6 Saneren .................................................................................................................................... 9 3 Voorselectie .......................................................................................................... 10 3.1 Doel .........................................................................................................................................10 3.2 Groslijst ................................................................................................................................... 11 3.3 Verontreinigingsgraad ............................................................................................................. 11 3.4 Contactmogelijkheden ............................................................................................................12 3.5 Betrouwbaarheid groslijst ........................................................................................................12 4 Vooronderzoek en Locatiebezoek ...........................................................................

14 4.1 Vooronderzoek ........................................................................................................................14 4.2 Brieven/contactleggen ............................................................................................................ 15 4.3 Locatiebezoek .........................................................................................................................16 4.4 Locatiebezoekrapport .............................................................................................................18 4.5 Aanpassingen tijdens project/Evaluatie ...................................................................................19 4.6 Planning en resultaat .............................................................................................................. 22 5 Uitvoering indicatief onderzoek .............................................................................. 23 5.1 Algemeen ................................................................................................................................23 5.2 Protocol ...................................................................................................................................23 5.3 Analyses .................................................................................................................................

25 5.4 Resultaten .............................................................................................................................. 25 6 Uitvoering Aanvullend onderzoek ........................................................................... 27 6.1 Algemeen ................................................................................................................................27 6.2 Protocol...................................................................................................................................27 6.3 Resultaten .............................................................................................................................. 28 6.4 Contact eigenaren .................................................................................................................. 29 7 Saneringen en het treffen van maatregelen ............................................................. 30

Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling, afdeling Bodem

Versie 1 23 januari 2023

loodverontreiniging op kinderspeelplaatsen

7.1 Risicolocaties met loodwaardes >370 mg/kg d.s. ......................................................................30 7.2 Sanering uitgevoerd door gemeente Amsterdam ....................................................................32 7.2.1 Openbare Basisschool (OBS) Oscar Carré (locatiecode AM036321095) .................................32 7.2.2 Kinderrijk Mauritskade (locatiecode AM036321121) en Oosterpark ...................................... 33 7.2.3 IJsterk De Kleine Plantage (locatiecode AM036321159) ......................................................... 35 7.2.4 De Stampertjes (locatiecode AM036321569) ........................................................................36 7.2.5 Het Rozentuintje (locatiecode AM036321590) ......................................................................38 7.3 Maatregelen genomen door gemeente Amsterdam ................................................................39 7.3.1 IJsterk Dikkie Dik ...................................................................................................................39 7.3.2 Kindergarden Herengracht...................................................................................................

40 7.3.3 CompaNanny Bachzaal .........................................................................................................41 7.4 Kosten en inkoop van de saneringen & kosten maatregelen ....................................................41 7.5 Communicatie .........................................................................................................................43 7.6 Overeenkomsten tussen de locaties met loodgehaltes >370 mg/kg d.s. .................................. 44

8 Conclusies ............................................................................................................ 46 8.1 Concreet resultaat .................................................................................................................. 46 8.2 Stedelijke risicobeoordeling ................................................................................................... 46 8.3 Evaluatie proces.......................................................................................................................47 8.4 Beperkingen project ............................................................................................................... 48 8.5 Algemene vervolgadvies ......................................................................................................... 49 Referenties.............................................................................................................. 51 Bijlagen .................................................................................................................. 52

Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling, afdeling Bodem

Versie 1 23 januari 2023

loodverontreiniging op kinderspeelplaatsen

1 Aanleiding en doel

1.1 Doel van dit verslag In dit rapport wordt verslag gedaan van het onderzoek op en de aanpak van loodverontreiniging op kinderspeelplaatsen in Amsterdam. Dit onderzoek is door de afdeling Bodem van G&O uitgevoerd. Het verslag heeft tot doel om de gemaakte keuzes en de resultaten vast te leggen voor verantwoording en voor toekomstig gebruik. Het tweede doel is om de resultaten te beschrijven voor de monitoring van het loodprogramma.

1.2 Nieuwe inzichten in gezondheidsnormen De binnenstad van Amsterdam (binnen de ring A10) is gebrouwd op een oudstedelijke ophooglaag, die vooral verontreinigd is met zware metalen en PAK (Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen). Met name het zware metaal lood is een probleemstof, die diffuus verspreid voorkomt. Op sommige plaatsen is het gehalte in de bodem zo hoog dat er risico’s zijn voor jonge kinderen tot 7 jaar die buiten spelen en grond via vieze vingers binnen krijgen (ingestie). Deze loodbelasting heeft een nadelig effect op het leervermogen en leidt tot verlies aan IQ-punten. Nieuw onderzoek heeft aangetoond dat er geen veilige ondergrens voor lood bestaat. Amsterdam heeft zich daarom als doel gesteld om de blootstelling van jonge kinderen aan lood zo veel mogelijk terug te dringen. Het RIVM heeft alles op een rijtje gezet in het rapport Diffuse loodverontreiniging in de bodem advies voor een gemeenschappelijk beleidskader [Referentie 1]. Het rapport geeft een overzicht van de actuele kennis over herkomst, toxiciteit, blootstelling en beoordeling van risico’s, en mogelijkheden om de blootstelling aan lood terug te dringen. Het advies van RIVM en de landelijke GGD’s is: ‘breng de blootstelling aan bodemlood terug tot een niveau zo laag als redelijkerwijs mogelijk’.

Om GGD-adviseurs bij gemeenten een concreet houvast te bieden, kwamen de gezamenlijke landelijke GGD’s met een adviesnotitie Lood in bodem en gezondheid – aanvullend advies met informatie voor GGD-adviseurs gezondheid en milieu [Referentie 2]. Daarin staat een tabel met gevoelige functies als ‘plaatsen waar kinderen spelen’ en ‘wonen met tuin’ en deze zijn voorzien van gezondheidskundige advieswaarden voor diffuus lood, waarbij een maximum is gesteld aan het aantal te verliezen IQ-punten. Deze waarden kunnen worden beschouwd als nieuwe pragmatische grenswaarden voor lood. Het Ministerie van IenW heeft een rapport Maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA) maatregelen bodemlood [Referentie 3] laten opstellen waarmee het werkveld (overheden, saneerders, gebiedsontwikkelaars) kan kiezen wat vanuit maatschappelijk oogpunt de beste

5

Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling, afdeling Bodem

Versie 1 23 januari 2023

loodverontreiniging op kinderspeelplaatsen

manier is om het loodrisico in een gebied te beheersen. In die keuze speelt uiteraard het type bodemgebruik, loodgehalte, aantal kinderen in een wijk en de soort bewoning een rol. Uit deze MKBA bleek dat de aanpak van kinderspeelplaatsen één van de meest effectieve manieren is om blootstelling van jonge kinderen aan lood terug te brengen.

1.3 Eerder uitgevoerd onderzoek Bodemonderzoek en risicobeoordeling is al sinds de jaren 80 van de vorige eeuw routine geworden in Nederland en ook in Amsterdam bij stadsvernieuwingsprojecten in de historische stad en gebiedsontwikkeling in de hele stad. Het is dan ook al veel langer bekend dat lood schadelijk kan zijn én dat lood in een groot gebied in verhoogde gehalten aanwezig is. Nadat de grote gasfabriekslocaties, de Volgermeerpolder en de Diemerzeedijk zijn aangepakt is in het verleden is verder ook systematisch onderzoek gedaan naar alle andere mogelijke ‘puntbronnen’ van bodemverontreiniging in Amsterdam. Dit zijn locaties waar op grond van specifieke historische activiteiten in de laatste eeuw verontreinigingen zijn te verwachten. Deze locaties zijn onderzocht en beoordeeld. In dat onderzoek zijn geen nieuwe locaties gevonden waarbij bodemverontreiniging voor een gezondheidsrisico zorgt. Maar daarbij is nog wel getoetst aan de oude loodnormen die met de nieuwe inzichten te soepel blijken te zijn. Daarnaast is in 2010 specifiek onderzoek uitgevoerd naar lood op schoolpleinen (Referentie 4). Helaas is ook dit onderzoek uitgevoerd met de oude normen in het achterhoofd. Dat betekent dat al snel de conclusie werd getrokken dat er niets aan de hand was. In de loop van de laatste decennia zijn er over heel Amsterdam talloze grondmonsters onderzocht op lood.

We hebben dan ook een goed beeld van de loodgehalten in de stad. We weten ook dat deze gehalten op dicht bij elkaar liggende plekken dus veel kunnen verschillen. We kunnen het loodgehalte op een specifieke plek dus niet voorspellen, maar we kunnen wel aangeven of er een kans is dat de gezondheidsnormen worden overschreden. Op basis van de beschikbare gegevens over loodgehalten en de gezondheidsnormen zoals die door de GGD zijn voorgesteld is geconcludeerd dat er in een groot deel van de vooroorlogse stad een goede kans is, dat de normen worden overschreden.

1.4 Nieuw Amsterdams loodbeleid Het gebruik van lood is veel minder dan vroeger. Zo worden er geen loden waterleidingen meer gebruik en zijn oude leidingen vervangen, is lood uit benzine en verf gehaald, worden kwaliteitseisen aan voedsel en speelgoed gesteld, en zijn saneringen van loodbodems uitgevoerd. Door deze maatregelen is de blootstelling en dus ook het gezondheidseffect al veel minder dan vroeger. Maar omdat er geen veilige ondergrens is, blijft het belangrijk om de nog bestaande bronnen van loodverontreiniging aan te pakken, zoals diffuus lood in de bodem.

6

Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling, afdeling Bodem

Versie 1 23 januari 2023

loodverontreiniging op kinderspeelplaatsen

Amsterdam heeft een programmatische aanpak ontwikkeld om blootstelling van jonge kinderen aan lood zo veel mogelijk te beperken: 1. 2. 3.

4. 5.

6.

De bestaande speelplaatsen in de openbare ruimte, en bij scholen en kinderdagverblijven worden onderzocht en zo nodig gesaneerd (beschreven in dit rapport); Bij de aanleg van tuinen en speelplaatsen wordt alleen grond gebruikt met lage loodconcentraties (<100 mg/kg d.s.); Amsterdam benadert vanaf medio 2022 actief de tuingebruikers individueel en gericht benaderen. Bij huisbezoek wordt de bodemkwaliteit beoordeeld en wordt advies op maat gegeven; De sanering van tuinen wordt substantieel gesubsidieerd (€ 1.000.000,- per jaar); De loodnormen voor bodemverontreiniging zijn aangepast aan de nieuwe gezondheidskundige inzichten. De normen worden gebruikt bij de toetsing van bouwaanvragen; Publieksvoorlichting is belangrijk omdat het ouders in staat stelt om zelf maatregelen te nemen om de blootstelling voor hun kinderen te beperken.

7

Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling, afdeling Bodem

Versie 1 23 januari 2023

loodverontreiniging op kinderspeelplaatsen

2 Algemene aanpak

2.1 Doelmatig en zorgvuldig Bij het opstellen van het onderzoeksprogramma is de balans gezocht tussen doelmatigheid en zorgvuldigheid. Dat betekent dat we accepteren dat, ondanks de grote onderzoeksinspanning, een loodverontreiniging kan worden gemist. We bieden dan ook de mogelijkheid om ook na afronding van deze inventarisatie op verzoek alsnog onderzoek uit te voeren op een gemiste locatie.

2.2 Voorselectie De eerste stap is uitgevoerd door datalab. Datalab heeft een lijst samengesteld van kinderdagverblijven, scholen en openbare speelplaatsen. (4171 ‘locaties’) Vervolgens heeft datalab op basis van de beschikbare data een toets uitgevoerd op deze lijst. Deze selectie leverde niet helemaal het gewenste resultaat op (zie hoofdstuk 3). De lijst is daarom verder handmatig beoordeeld. Dit leverde 710 locaties die zijn bezocht.

2.3 Vooronderzoek en Locatiebezoek Bij alle locaties met prioriteit 1 is door 2 medewerkers van de afdeling bodem vooronderzoek en locatiebezoek uitgevoerd. Daarbij is de situatie per locatie bekeken of kinderen in contact kunnen komen met mogelijk verontreinigde grond. Op basis van het bezoek is beoordeeld of fysiek bodemonderzoek moet worden uitgevoerd en als dat zo was is er een monsternameplan gemaakt. Deze onderzoeksfase is in hoofdstuk 4 verder beschreven. In totaal zijn 710 Locaties bezocht, bij 296 locaties was bodemonderzoek nodig.

2.4 Veldwerk en rapportage Risicocheck Op de locaties waar bodemcontact mogelijk was en verhoogde loodgehaltes mogelijk zijn is door onderzoeksbureau VanderHelm Bedrijven B.V. een bodemonderzoek uitgevoerd. Daarbij heeft het onderzoeksbureau uitsluitende gekeken naar de kwaliteit van de toplaag volgens het monsternameplan dat bij het veldbezoek is opgesteld. De ondergrond is niet onderzocht omdat voor het blootstellingsrisico alleen de bovenste 20 cm relevant is. Indien loodgehaltes hoger is dan 370 mg/kg, is aanvullend onderzoek uitgevoerd. Hoofdstuk 5 gaat daar verder op in. In totaal is op 296 locaties bodemonderzoek uitgevoerd en was 12 locaties aanvullend onderzoek nodig.

8

Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling, afdeling Bodem

Versie 1 23 januari 2023

loodverontreiniging op kinderspeelplaatsen

2.5 Aanvullend onderzoek Op locaties met gehalten hoger dan 370 mg/kg is aanvullend onderzoek uitgevoerd door Stantec. Bij dit onderzoek zijn de resultaten van het eerste onderzoek geverifieerd en is daarnaast de omvang van de verontreiniging in beeld gebracht zodat saneringsmaatregelen direct kunnen worden uitgevoerd. Dit onderzoek is in hoofdstuk 6 beschreven.

2.6 Saneren Op locaties waar de verhoogde gehalten zijn bevestigd, zijn met de beheerders afspraken gemaakt om saneringsmaatregelen te nemen. Deze zijn in opdracht en op kosten van de gemeente uitgevoerd. In bepaalde gevallen is dat niet gebeurd, hoofdstuk 7 gaat daaropin. In totaal zijn na het aanvullend onderzoek 10 locaties overgebleven waar sanerende maatregelen wenselijk leken. Daarvan zijn er 5 locaties daadwerkelijk gesaneerd. Bij de overige locaties zijn andere afspraken gemaakt.

9

Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling, afdeling Bodem

Versie 1 23 januari 2023

loodverontreiniging op kinderspeelplaatsen

3 Voorselectie

3.1 Doel Het doel van de voorselectie is tweeledig: • Het opstellen van een groslijst van locaties waar veel kinderen komen; • Het maken van een selectie van locaties waar mogelijk sprake is van blootstellingsrisico’s en die nader bekeken moeten worden. Risico’s kunnen alleen bestaan als kinderen worden blootgesteld aan met lood verontreinigde grond. Hierbij zijn 3 aspecten van belang: • Verontreinigingsgraad; • Contactmogelijkheden met de grond, waarbij bij bebouwing en verharding geen contact mogelijk is en er dus ook geen risico is; • Intensiteit van het bodem- contact/gebruik. Het moeten locaties zijn waar regelmatig kinderen komen. Er is bij de gemeente veel digitale informatie beschikbaar over zowel de loodverontreiniging als over de inrichting van een locatie. Datalab heeft deze beschikbare informatie gebruikt om de complete lijst te reduceren tot een veel beperktere lijst van locaties die nader bekeken moeten worden. Hierbij is gewerkt aan de hand van onderstaande stroomschema (Figuur 1). Deze wordt nader toegelicht in de volgende paragrafen. Een uitgebreid overzicht van de werkwijzen is toegevoegd in Bijlage 1.

Figuur 1: Stroomschema voor het opstellen van de prioriteitenlijst (1= hoge prioriteit, 2a = bij het verwijderen van de verharding ontstaat een hoge prioriteit, 2b = zie 2a, de verharding is onbekend, 3 = geen prioriteit, * = er zijn geen loodmetingen bekend uit voorgaande bodemonderzoeken)

10

Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling, afdeling Bodem

Versie 1 23 januari 2023

loodverontreiniging op kinderspeelplaatsen

3.2 Groslijst Uit de maatschappelijke kostenbatenanalyse (Referentie 3) blijkt dat het doelmatig is om prioriteit te geven aan plaatsen waar veel kinderen komen. Wij hebben de inventarisatie gericht op: • Basisscholen • Kinderdagverblijven • Openbare speelplaatsen • Kinderboerderijen Alle data is ingeladen in Qgis en kregen een unieke code (POI_ID), bestaande uit type locatie + een cijfercode. Daarna zijn alle locaties samengevoegd in één bestand, waarbij geprobeerd is de verschillende typen contactgegevens (naam, adres, e-mail etc) te harmoniseren. Ook is op basis van de stadsdeelgrenzen een stadsdeelkenmerk toegevoegd. De initiële groslijst bestaat uit 4171 POI-nummers (Tabel 1). Daarbij moeten 2 kanttekeningen worden gemaakt. Eén locatie bestaat vaak uit meerdere POI-nummers. Op één adres kunnen een school en een kinderdagverblijf voorkomen die gebruik maken van dezelfde buitenruimte. Het aantal feitelijke locaties ligt dus veel lager. De lijst met openbare speelplaatsen bleek niet volledig te zijn. De lijst is aangevuld met informatie die bij de stadsdelen is verkregen. De totale adressen zijn weergegeven in tabel 1 kolom 3.. Na locatiebezoek blijkt overigens dat circa 80 % een overlap te hebben met de oude lijst en/of speelruimte van een kinderdagverblijf of school. Tabel 1 Aantal POI nummers per categorie op groslijst

Categorie Kinderspeelplaats Schoolplein Openbare speelplaats Kinderboerderij Nieuwe speelplaatsen Totaal

Aantal Datalab 846 311 2998 16 X 4171

Aangevulde lijst 853 311 2998 16 1492 5670

3.3 Verontreinigingsgraad Er worden al tientallen jaren bodemonderzoeken in Amsterdam uitgevoerd. De informatie uit die bodemonderzoeken worden stelselmatig verzameld en zijn digitaal beschikbaar via het platform NAZCA. Hieruit blijkt dat de loodgehalten in de bodem verhoogd zijn in de vooroorlogse stad (vooral de bebouwing van voor 1900) en oude dorpskernen. Lood werd vroeger overal voor

11

Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling, afdeling Bodem

Versie 1 23 januari 2023

loodverontreiniging op kinderspeelplaatsen

gebruikt en is dus ook overal in de bodem terecht gekomen. Hoewel verhoogde loodgehalten in oud stedelijk gebied veel voorkomen, wisselen de concentraties van plaats tot plaats. De gemiddelde bodemkwaliteit is vastgelegd in de zogenaamde bodemkwaliteitskaarten. Op deze bodemkwaliteitskaart is Amsterdam ingedeeld in zones met verschillende gemiddelde kwaliteit. Zone 1 (landelijk gebied en naoorlogse wijken) is schoon, alle andere zones zijn min of meer verontreinigd. Locaties die in zone 1 liggen hoeven niet nader worden bekeken en zijn van de lijst worden afgevoerd. Locaties waarin eerder bodemonderzoek verhoogde gehalten zijn aangetroffen (>100 mg/kg) zijn wel in het vervolg meegenomen.

3.4 Contactmogelijkheden Als kinderen niet met grond in contact kunnen komen, is er geen blootstellingsrisico. Het is dus van belang om naar de buitenruimte te kijken. De inrichting van de buitenruimte bij scholen, kinderdagverblijven en de inrichting van de openbare speelplaatsen is hierbij van belang. De bronnen die gebruikt zijn voor de beoordeling van de buitenruimte staan weergegeven in Tabel 2. Tabel 2 Bronnen beoordeling buitenruimte

De beschikbare informatie uit bovenstaande bronnen kennen beperkingen, waardoor het niet altijd mogelijk was om alle locaties een verharding toe te kennen. Er bleek geen registratie te worden bijgehouden van de privéterreinen, binnenterreinen en schoolpleinen. Dit leverde veel locaties op met een onbekende verharding.

3.5 Betrouwbaarheid groslijst In voorgaande paragrafen zijn obstakels en aandachtspunten benoemd die een effect hebben op de kwaliteit en betrouwbaarheid van de gegenereerde groslijst van Datalab. Enkele belangrijke punten worden hieronder samengevat: - Geen registratie van de binnen- en privéterreinen: Bepalen van de verharding niet altijd mogelijk waardoor er veel locaties waren met onbekende verharding; - Actualiteit van de kinderspeelplaatsen: De lijst is in tweede kwartaal 2019 opgeleverd. Locaties zijn in de looptijd van het project van bestemming veranderd; - Aantal POI-nummers overlappen met elkaar die niet te onderscheiden zijn; - Contactgegevens en adressen zijn niet volledig en ook niet altijd correct; - Vaststellen van een prioriteit door bestaande loodmetingen binnen een straal van 25 meter (zie stroomschema).

12

Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling, afdeling Bodem

Versie 1 23 januari 2023

loodverontreiniging op kinderspeelplaatsen

De voorselectie heeft niet gebracht wat ervan werd verwacht. Van tevoren werd verwacht dat het aantal te bezoeken locaties flink kon worden beperkt door gebruik te maken van bestaande data over verharding en verontreinigingssituatie. De data over verharding bleken echter niet betrouwbaar en bij de meeste locaties was onvoldoende bekend over de verontreinigingssituatie om een conclusie op te baseren. Van de 5670 POI-nummers zijn uiteindelijk 710 locaties bezocht. Veel locaties konden worden afgesloten, doorgaans omdat ze in zone 1 lagen en prioriteit 3 kregen. Daarnaast gebruiken meerdere POI-nummer dezelfde speelplaats. Deze reductie is echter niet bereikt door slim datagebruik maar door nadere handmatige beschouwing van de lijst.

13

Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling, afdeling Bodem

Versie 1 23 januari 2023

loodverontreiniging op kinderspeelplaatsen

4 Vooronderzoek en Locatiebezoek

Om de risicolocaties (locaties met prioriteit 1, 1*, 2a of 2b in de groslijst) te beoordelen zijn locatiebezoeken uitgevoerd. Voorafgaand aan het locatiebezoek is een vooronderzoek per locatie uitgevoerd om na te gaan of een locatiebezoek noodzakelijk was. Tijdens het locatiebezoek is beoordeeld of kinderen (0-6 jaar) in contact kunnen komen met (verontreinigde)grond en of er een indicatief bodemonderzoek moet worden uitgezet op de locatie. Van elk bezochte locatie is een locatiebezoekrapport gemaakt waarin foto’s van de locatie zijn opgeslagen.

4.1 Vooronderzoek De bedoeling van het vooronderzoek was om te bepalen op waar een locatiebezoek nodig was en waar niet om de werklast voor de volgende fasen te reduceren. Vooronderzoek is uitgevoerd op risicolocaties die in de voorselectie de hoogste prioriteit (prioriteit 1 of 2) hebben gekregen. Het vooronderzoek richt zich op de twee kenmerken die de prioriteit bepalen: - De te verwachten loodgehaltes in de contactlaag (0-0,2 m-mv) van de bodem; - De mogelijke blootstelling aan de loodverontreiniging (verhardingsgraad) Het vooronderzoek dient ervoor om in kaart te brengen wat er op de locatie te verwachten is. Er is onder andere gekeken naar de bodemkwaliteit, historie, activiteiten en het uiterlijk/indeling van de locaties. Uit het vooronderzoek kan worden gecontroleerd of de prioriteit van de locatie, verkregen door Datalab, de juiste prioriteit was d.m.v. het volgen van een stroomschema (Figuur 1). Door het controleren van de prioriteit en het vaststellen van de verharding werd geconcludeerd of een locatiebezoek noodzakelijk was, of dat de locatie afgesloten kon worden. Wanneer een locatie geen onverharde delen heeft is er geen ingestie van gronddeeltjes mogelijk en is de locatie geen risicolocatie.

De volgende bronnen zijn gebruikt voor het opstellen van het vooronderzoek: • Nacza (bodeminformatiesysteem) • Dient Milieubeheer (DMB) archief • Alfamail Addnode groupe - VISI- Raamwerk milieuonderzoeken • Docwerker • Loodkaart - ODNZKG • Bodemkwaliteitskaart • Google Maps • Google Earth • City data - gemeente Amsterdam

14

Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling, afdeling Bodem

Versie 1 23 januari 2023

loodverontreiniging op kinderspeelplaatsen

Aanvankelijk zijn alle bovenstaande bronnen geraadpleegd voor het vooronderzoek, maar al snel bleek dat de meerwaarde daarvan zeer beperkt was. 14 van de 224 locaties (6%) waar een vooronderzoek van opgesteld was kon direct worden afgesloten (geen (bodem)onderzoek noodzakelijk). De redenen voor afsluiting waren: - Locatie is permanent gesloten/dicht/niet meer in gebruik; - Locatie neemt deel aan het Amsterdams Impuls Schoolpleinen (AIS) project, waarvoor een bodemonderzoek is uitgevoerd door het Ingenieursbureau. In deze onderzoeken wordt lood specifiek meegenomen in het advies (na 2018); - Op de locatie komen geen kinderen van 0 tot 7 jaar, zoals middelbare scholen of detentiecentra; - Uit de geraadpleegde bronnen kon met zekerheid gezegd worden dat de locatie geheel verhard was. Wanneer dit het geval was is er wel geadviseerd aan de contactpersonen (conciërges, locatiemanagers, directeuren van basisscholen of facilitair medewerkers) om bij herinrichting rekening te houden met het loodgehalte in de contactlaag. De reden dat zo weinig locaties konden worden afgesloten na vooronderzoek is dat de loodgehaltes in de binnenstad (binnen de A10 ring) sterk variëren en de loodgehaltes op een specifieke plek niet goed te voorspellen is.

Ook de verhardingsgraad/indeling van de buitenruimte was moeilijk vast te stellen met behulp van de beschikbare bronnen, waardoor een locatiebezoek toch vaak noodzakelijk bleek te zijn. Het vooronderzoek is vervolgens niet meer uitgevoerd voor overige locaties. Er is besloten dat er altijd een locatiebezoek nodig is, tenzij duidelijk kon worden aangetoond waarom dit niet nodig was. Ook het resultaat van het vooronderzoek was teleurstellend, wanneer na het locatiebezoek de bevindingen van het vooronderzoek werden vergeleken bleek dat vooronderzoek een slechte indicatie geeft van de verontreinigingsgraad en verhardingsgraad. Daarom is het vooronderzoek later beperkt tot het bekijken van de loodkaart en Google Maps. De resultaten hiervan werden niet meer vastgelegd en opgeslagen. NAZCA wordt alleen nog geraadpleegd als extra informatie over de locatie nodig was. De oorspronkelijke adressenlijst had 5670locaties. Uiteindelijk zijn er 710 locaties bezocht. Deze aanzienlijke reductie was echter niet het resultaat van slimme datanalyse zoals beschreven in hoofdstuk 3 en is ook niet bereikt door het vooronderzoek. De reductie was het gevolg van het gegeven dat veel van de oorspronkelijke adressen elkaar overlapten of een speelplaats deelden.

4.2 Brieven/contactleggen Het eerste contact met beheerders/locatiemanagers van de risicolocaties en overkoepelende schoolbesturen/hoofdkantoren werd begin oktober 2018 gelegd via een brief (bijlage 2). De brief is opgesteld door de gemeente Amsterdam afdeling Bodem i.s.m. de GGD van Amsterdam. In de brief werd informatie verstrekt over: • Lood en de gezondheid van jonge kinderen (0-6 jaar) • Het project • Het locatiebezoek

15

Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling, afdeling Bodem

Versie 1 23 januari 2023

loodverontreiniging op kinderspeelplaatsen

De Let op Lood! folder (bijlage 3) werd meegestuurd ter ondersteuning van de brief. Vervolgens zijn de beheerders/locatiemanagers, schoolbesturen en hoofkantoren van instellingen per mail en telefonisch benaderd om deel te nemen aan het loodproject en een locatiebezoek in te plannen. Bij toestemming van deelname is er vastgelegd wie de contactpersonen zijn per risicolocatie en hoe het contact verdergaat. Bij afwijzing werd dit genoteerd en wordt het volgende geadviseerd: Het is verstandig om kinderen aan te leren dat ze altijd hun handen wassen en hun voeten vegen als ze buiten hebben gespeeld. Kinderen spelen mogelijk op plekken die verontreinigd kunnen zijn en ze kunnen ook straatstof of andere verontreinigingen op hun handen of onder hun voeten hebben. Wanneer er plannen zijn voor het herinrichten van de buitenruimte, vooral als verharding wordt weggenomen, adviseren wij u om een bodemonderzoek uit te laten voeren om te voorkomen dat kinderen in de nieuwe situatie mogelijk worden blootgesteld aan hoge loodgehaltes. Hiermee proberen we toch de loodinname van kinderen (0-6 jaar) te beperken en ervoor te zorgen dat bij een nieuwe inrichting rekening wordt gehouden met het loodgehalte. De locaties die niet wilde deelnemen aan het project zijn geregistreerd onder de status “Doet niet mee” (bijlage 4). 49 locaties wilde geen locatiebezoek en een indicatief onderzoek.

Niet altijd is er een reactie ontvangen op de vraag waarom de locatie niet wilde deelnemen, wanneer de reden wel is opgegeven kwamen de volgende redenen naar voren: - Personeel heeft het te druk; - Locatie wil geen personen van buitenaf toelaten. Het is niet gelukt om contact te krijgen met alle risicolocaties (bijlage 5). Vooral na mei 2020, door de komst van Covid-19, werd het moeilijker om de kinderdagverblijven en buitenschoolse opvangen te bereiken. Op het moment van de eerst lockdown in 2019 waren alle basisscholen al bezocht. De risicolocaties zijn per mail en telefonisch benaderd. Wanneer na meerdere contactpogingen geen reactie is gegeven is er een afsluitende mail naar de locaties gegaan minimaal 2 maanden voor het einde van het project. Deze locaties zijn geregistreerd onder de status “Geen contact”. Uiteindelijk hebben vier locaties niet gereageerd.

4.3 Locatiebezoek Voor de locaties die deelnemen aan het project werd een afspraak gemaakt voor het locatiebezoek. Het liefst werd deze afspraak gemaakt met een medewerker die veel van de buitenruimtes weet, maar dit is niet noodzakelijk. Tijdens een gesprek met deze medewerker werden o.a. de volgende vragen gesteld: • Zijn de medewerkers van de locatie al bekend met de gevaren van lood? o Deze vraag werd zeer vaak met nee beantwoord. Nadat eind 2019 de loden waterleidingen in Amsterdam volop in het nieuws kwamen is de algemene bekendheid over de gevaren van lood in Amsterdam omhooggegaan, echter

16

Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling, afdeling Bodem

Versie 1 23 januari 2023

loodverontreiniging op kinderspeelplaatsen

•

•

•

kunnen wij niet constateren dat de bekendheid van bodemlood bij de risicolocaties ook is meegestegen. Worden de gebruiksadviezen die in de Let op Lood! folder staan al opgevolgd? o De meeste gebruiksadviezen werden al opgevolgd. Dit deden ze al door de hygiëneregels. Ze wasten de handen al na het buitenspelen en voor het eten. Aangezien kinderen vaak ook op de grond spelen, wordt er regelmatig geveegd. Daarnaast proberen ze zo min mogelijk zand mee naar binnen te brengen. Mochten er locaties zijn waar ook wat aan gewasteelt werd gedaan, werd dit voornamelijk in plantenbakken met schone teelaarde gedaan. Spelen de kinderen naast het de speelplaats bij de locatie ook nog op andere speelplaatsen? o Door deze vraag te stellen kon gecontroleerd worden of de groslijst van Datalab compleet was, of dat er nog risicolocaties misten. Dat bleek kort na de start zo te zijn. Via contact met stedelijk beheer is een complete lijst met openbare speelplaatsen in Amsterdam opgevraagd. Datalab heeft deze lijst later kunnen koppelen aan de groslijst. Deze locaties kregen een nieuw point of interest (poi) type, namelijk speelplaats_nieuwI. Het gaat hier om 261 nieuwe locaties.

o In een enkel geval is na de aanpassing van de prioriteiten lijst het onderzoeksgebied van de locatie uitgebreid, omdat de locatie gebruikmaakte van een grasveld in de openbare ruimte dat niet is gecategoriseerd als speelplaats. Wordt de speelplaats binnenkort heringericht?

Door het stellen van deze vragen kon een betere inschatting worden gemaakt op het risico van blootstelling waardoor er specifiekere gebruiksadviezen konden worden gegeven wanneer dit nodig was. Daarnaast werd er een extra Let op Lood! Folder achtergelaten, zodat de informatie over de gevaren van lood op de locatie verspreid konden worden. Na het stellen van de vragen werd de buitenruimte geïnspecteerd op onverharde delen. Dit zijn plekken waar kinderen (mogelijk) in contact kunnen komen met (verontreinigde) grond. Voorbeelden van onverharde delen zijn: • Grasvelden (met en zonder versleten delen) • Perken • Houtsnippers • Zandbakken • Boomspiegels • Moestuinen Vervolgens werd van de gehele speelplaats/buitenruimte foto’s gemaakt. Als er op de locatie een indicatief bodemonderzoek gewenst was is er ook een plattegrond gemaakt. De tekening is opgesteld ter voorbereiding van het indicatief bodemonderzoek. Deze gegevens zijn vastgelegd in een locatiebezoekrapport (een voorbeeld is opgenomen in bijlage 6). Op het moment dat er een indicatief onderzoek nodig is op de locatie werd de contactpersoon op de hoogte gesteld van de veldwerkzaamheden die worden uitgevoerd door VanderHelm Bedrijven B.V.

17

Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling, afdeling Bodem

Versie 1 23 januari 2023

loodverontreiniging op kinderspeelplaatsen

In totaal hebben er 710 locatiebezoeken plaatsgevonden. Voor 296 locaties is besloten om een indicatief onderzoek uit te laten voeren door VanderHelm Bedrijven B.V. Dat betekent dat ongeveer 58% van de locaties na locatiebezoek konden worden afgesloten. Reden voor afsluiting is voornamelijk dat de speelplaats/buitenruimte geheel verhard is. In een enkel geval bleken er toch geen kinderen jonger dan 7 jaar aanwezig te zijn op de locatie.

4.4 Locatiebezoekrapport Voor elk locatiebezoek is een locatiebezoekrapport gemaakt (referentie 5). Er zijn twee vormen van het locatiebezoekrapport: 1. Rapportage voor afgesloten locaties 2. Rapportage voor een indicatief bodemonderzoek In de eerste rapportagevorm gaat het om locaties die geheel verhard zijn of locaties die bezocht zijn waar toch geen kinderen jonger dan 7 jaar komen. Jonge kinderen kunnen hier niet in contact komen met grond en dus is er geen kans op grond ingestie (blootstelling aan bodemlood) van jonge kinderen. In deze locatiebezoekrapporten is het volgende opgenomen: • Datum locatiebezoek • Adresgegevens • Contactgegevens • Bevindingen • Gegevens uit gesprek met medewerker • Foto’s van de buitenruimte • Conclusie Mondeling is aan deze locaties is gemeld dat wanneer er plannen zijn voor het herinrichten van de buitenruimte, vooral als verharding wordt weggenomen, wij adviseren om een bodemonderzoek uit te laten voeren om te voorkomen dat kinderen in de nieuwe situatie mogelijk worden blootgesteld aan hoge loodgehaltes. Ook kan een schone laag grond/zand (maximaal 100 mg/kg lood) aangebracht worden van minimaal 20 cm op de plekken waar de verharding wordt weg genomen, om blootstelling aan grond met hoge loodgehaltes te voorkomen.

Wanneer in de nieuwe situatie van de speelplaats/buitenruimte de tegels worden vervangen door bijvoorbeeld kunstgras of rubberen tegels dan wordt het blootstellingsrisico niet vergroot, omdat de bodem nog altijd afgesloten is door de nieuwe bodembedekking. Voor vragen blijft het e-mailadres lood@amsterdam.nl bereikbaar. De tweede rapportagevorm wordt gebruikt om het veldwerkbureau VanderHelm Bedrijven B.V. informatie te geven over de locatie voor het indicatieve bodemonderzoek. Hierin is het volgende opgenomen: • Datum locatiebezoek • Adresgegevens • Contactgegevens • Bevindingen

18

Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling, afdeling Bodem

Versie 1 23 januari 2023

loodverontreiniging op kinderspeelplaatsen

• • • • •

Gegevens uit gesprek met medewerker Omgevingsafbeelding bij openbare speelplaatsen omdat deze vaak geen adres hadden Foto’s van de buitenruimte Plattegrond met monstervakken en fotonummers Tabel met mengmonsters

4.5 Aanpassingen tijdens project/Evaluatie Bij de uitvoering van het project is de aanpak op verschillende momenten aangepast op basis van de bevindingen en tussentijdse resultaten. In de groslijst van Datalab is ook een type poi opgenomen genaamd braakliggend terrein. In totaal waren er 24 risicolocaties. De braakliggende terreinen zijn m.b.v. Google Maps opgezocht en over het algemeen zijn of waren dit bouwlocaties en meestal zijn de locaties niet toegankelijk voor onbevoegden. Regelmatige en langdurige blootstelling van kinderen jonger dan 7 jaar is bij deze terreinen niet aan de orde en deze locaties zijn afgesloten zonder een locatiebezoek of indicatief bodemonderzoek uit te voeren. In de eerste 50 indicatieve onderzoeken zijn een aantal trends geconstateerd. Hierop zijn een aantal beslissingen gebaseerd over de te bemonsteren vakken, te weten; - Speelzand in zandbakken wordt niet meer te onderzocht, omdat er in totaal 20 zandbakken zijn geanalyseerd en alle gemeten loodwaarden waren gelijk aan of onder de detectiegrens (<10 mg/kg). Dit houdt in dat het speelzand dat in de zandbakken gebruikt wordt geen lood bevat en dus gebruikt kan worden zonder beperkingen. - Wanneer het speelzand er verdacht uitziet (gras dat er doorheen groeit/een afwijkende kleur heeft) dan wordt dit wel meegenomen in het indicatieve onderzoek.

- Valzand en overige zanderige oppervlaktes worden nog wel geanalyseerd. Ook worden niet langer alle perken onderzocht. Als de perken bij openbare speelplaatsen dicht begroeid of niet toegankelijk zijn voor kinderen, dan zijn deze niet langer onderzocht in het indicatieve onderzoek. Wanneer de perken vertrapt (duidelijke looppaden) zijn of kunnen de kinderen in contact komen met de grond, dan worden de perken wel meegenomen in het indicatieve bodemonderzoek. De perken van kinderdagverblijven, buitenschoolse opvangen en basisscholen zijn altijd meegenomen in het indicatieve bodemonderzoek. Basisscholen die meehebben gedaan aan het Amsterdams Impuls Schoolpleinen (AIS) project voor 2018 (50 scholen) moeten wel worden meegenomen in het speeltuinenproject. Bij deze scholen is in het advies aan de hand van het bodemonderzoek geen rekening gehouden met lood. Na 2018 heeft het AIS-project de loodadviezen meegenomen in hun advies. De bodemonderzoeken van de 50 locaties worden opnieuw beoordeeld. Wanneer deze <370 mg/kg d.s. is wordt de locatie afgesloten (geen extra (bodem)onderzoek nodig). De overige risicolocaties (19 scholen) worden opgepakt als reguliere risicolocaties, hier heeft dus een locatiebezoek plaats gevonden en indien nodig was hier een indicatief bodemonderzoek uitgezet.

19

Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling, afdeling Bodem

Versie 1 23 januari 2023

loodverontreiniging op kinderspeelplaatsen

Voor boomspiegels is afgesproken dat: wanneer er een indicatiefonderzoek gestart werd omdat er meerdere onverharde delen waren, dan worden de boomspiegels meegenomen. Was dit niet het geval dan geldt het volgende: wanneer het terrein voor meer dan 10% uit boomspiegels bestaat dan werd alsnog een indicatief bodemonderzoek uitgezet. Bij enkele boomspiegels, dus als er een klein percentage onverhard terrein aanwezig is, zijn er wel contactmogelijkheden, maar wordt ervan uitgegaan dat het contact niet intensief en langdurig is. De eventuele blootstelling en inname van grond zal dan ook beperkt zijn. Om die reden wordt onderzoek en eventuele sanering niet doelmatig geacht.

20

Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling, afdeling Bodem

Versie 1 23 januari 2023

loodverontreiniging op kinderspeelplaatsen

In 2019 heeft de gemeente Amsterdam de bodemkwaliteitskaart (Figuur 2) geüpdatet. Hierdoor zijn zones verschoven. Wanneer de oude zone van de risicolocatie zone 1 was en de nieuwe zone hoger, dan werd de locatie toegevoegd aan de werkvoorraad. De status waar deze locaties onder vielen werden gecategoriseerd als nieuwe zone. Het ging hier om 48 locaties, gegevens van deze locaties aangepast in de Groslijst met een hogere prioritering. De totale aangepaste groslijst is opgenomen in bijlage 7.

Figuur 2 Bodemkwaliteitskaart Amsterdam links uit 2013; rechts uit 2019

21

Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling, afdeling Bodem

Versie 1 23 januari 2023

loodverontreiniging op kinderspeelplaatsen

4.6 Planning en resultaat Vanaf 1 september 2018 zijn de vooronderzoeken voor de risicolocaties gestart. De eerste locatiebezoeken zijn halverwege oktober 2018 van start gegaan. De planning was om ongeveer 50 locaties per maand in behandeling te nemen (1,6fte). Dit betekent dat alle locatiebezoeken in 2019 afgerond zouden zijn. Echter dit is niet gehaald doordat de lijst van DATALAB niet compleet was. Ook was het na ongeveer 8 maanden moeilijker om in contact te komen met de kinderdagverblijven en buitenschoolse opvanglocaties, omdat deze risicolocaties niet meer tot grote overkoepelende organisaties behoorden. Hierdoor was meer inspanning nodig om contact te leggen met de risicolocaties. Eind 2019 was 67% van de risicolocaties afgerond. Vanaf maart 2020 zijn de locatiebezoeken stilgelegd in verband met Covid-19 om het aantal contactmogelijkheden te beperken. In deze periode zijn de eerste saneringen uitgevoerd. Vanaf september 2020 zijn de locatiebezoeken weer opgestart om de laatste 20% van de risicolocaties af te ronden. In mei 2021 wordt het project afgerond nadat alle risicolocaties de kans hebben gekregen om deel te nemen aan het project. Uiteindelijk kan worden geconcludeerd dat er 710 locaties zijn bezocht. 414 locaties konden na locatiebezoek worden afgesloten en voor 296 locaties is een indicatief bodemonderzoek uitgevoerd door VanderHelm Bedrijven B.V.

22

Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling, afdeling Bodem

Versie 1 23 januari 2023

loodverontreiniging op kinderspeelplaatsen

5 Uitvoering indicatief onderzoek

5.1

Algemeen

De indicatieve bodemonderzoek zijn uitgevoerd door VanderHelm Bedrijven B.V. In totaal zijn er 296 locaties onderzocht. Doel van het indicatieve onderzoek is om de algemene bodemkwaliteit te bepalen en het ik kaart brengen van loodverontreiniging op risicolocaties. Het veldwerkbureau heeft op verzoek van de gemeente een ervaren veldwerker ingezet. Deze veldwerker heeft alle locaties bezocht. Dit heeft ervoor gezorgd dat de veldwerker goed wist wat het project inhield en eenduidig gecommuniceerd werd over eventuele vragen van de locatiebeheerder.

5.2

Protocol

SIKB ontwerphandreiking 8102 (Onderzoeksstrategie diffuus bodemlood: bodemonderzoek voor beoordeling van risico’s van lood in de bodem van kinderspeelplaatsen en (moes)tuinen) is gebruikt voor het bepalen van de onderzoeksstrategie van de gemeente Amsterdam. De grondboringen zijn genomen van de toplaag (0,0-0,20 m-mv) en gelijkmatig verdeeld over het te onderzoeken oppervlak. De toplaag wordt gezien als de laag met de grootste blootstellingsrisico’s aan de bodemlood voor jonge kinderen. Bij het bepalen van het aantal monsters is er afgeweken van het voorbeeld monsterstrategie die in de SIKB ontwerphandreiking 8102 staat. In de handreiking is het kleinste oppervlak dat mee is genomen 1000m2. Voor de speelplaatsen in Amsterdam geld dat de speelplaatsen uit veel kleinere vlakken bestaat. Aangezien lood een immobiele stof is wilde de gemeente Amsterdam per vak het loodgehalte bepalen en hier advies over kunnen geven richting de locatiebeheerder. De handreiking heeft als uitgangspunt gediend voor het bepalen van de kleinere vakken. Daarnaast is er onderscheid gemaakt tussen gras en onbedekte grond. Het aanbrengen van een grasmat is één van de adviesmatregelen. Een dichte grasmat neemt het blootstellingsrisico weg. Echter kan gedurende het seizoen de grasmat variëren van dichtheid.

Hierdoor is besloten om gras als semi onbedekt te categoriseren en hier ook bodemmonsters van te nemen. Het aantal te nemen monsters van een grasmat is minder intensief dan bij onbedekte grond. Uitganspunten bij gras waren 1 mengmonster per 500 m² met minimaal 20 gutsteken. Voor grasvakken minder dan 500 m² is evenredig afgeschaald. Voor onbedekte grond is als uitgangspunt 1 mengmonster per 100 m² genomen. Ook hier is bij vakken van minder dan 100 m² afgeschaald. Om genoeg materiaal

23

Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling, afdeling Bodem

Versie 1 23 januari 2023

loodverontreiniging op kinderspeelplaatsen

naar het laboratorium te kunnen sturen was er een minimale hoeveelheid nodig. Dit waren 5 gutsteken. Dit is ook gehanteerd als minimaal aantal gutsteken per mengmonster, voor zowel gras als onbedekte grond. In Tabel 3 en 4 staan en overzicht van het oppervlakte van een vak en het daarbij toebehorende aantal gutsteken en mengmonsters. Tabel 3 Aantal gutsteken en mengmonsters per oppervlakte aan onbedekte grond Oppervlakte grond m2 tot 50 60 70 80 90 100 110 200 300

Gutsteken 5 6 7 8 9 10 20 20 30

Mengmonster 1 1 1 1 1 1 2 2 3

Tabel 4 Aantal gutsteken en mengmonsters per oppervlakte aan gras Oppervlakte Gras m2 tot 50 60 70 80 90 100 150 200 250 300 350 400 450 500 1000

Gutsteken

Mengmonster

5 6 7 8 9 10 11 13 14 15 16 18 19 20 40

1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 2

24

Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling, afdeling Bodem

Versie 1 23 januari 2023

loodverontreiniging op kinderspeelplaatsen

5.3

Analyses

De mengmonsters zijn geanalyseerd in het laboratorium. De analyses werden uitgevoerd door Eurofins Analytico B.V. onder contract van de gemeente Amsterdam. Alle mengmonsters zijn geanalyseerd op het ARVO-pakket inclusief chloride. Daarnaast is er op een apart mengmonster ook een asbest analyse uitgevoerd. Na 110 onderzoeken is de keus gemaakt om asbest niet langer meer mee te nemen in de analyses. Het betrof een indicatief asbestonderzoek. In geen van de 110 onderzoeken is er asbest aangetroffen. Visuele inspectie op asbest is te allen tijde uitgevoerd; ook na de 110 locaties. In het rapport is voor alle stoffen een Sanscrittoetsing uitgevoerd, indien nodig, met uitzondering van lood.

5.4

Resultaten

Een indicatief bodemonderzoek zoals hierboven beschreven is uitgevoerd bij 296 locaties. De onderzoeken zijn opgenomen in referentie 6 Het merendeel (229) van de locaties hadden een goede bodemkwaliteit. Dat betekend dat het loodgehalte <100 mg/kg d.s. was. 55 locaties hadden een matige bodemkwaliteit, wat betekend dat er loodwaardes zijn gemeten die tussen de 100-370 mg/kg d.s liggen. Bij 11 locaties zijn er loodgehalten >370 mg/kg d.s. gevonden. Slechts bij één locatie is een aanvullend onderzocht uitgevoerd op basis van kobalt i.p.v. lood in de bovengrond. Het onderzoeksrapport en een bijgevoegde brief zijn opgestuurd naar de contactpersonen van de locaties. In Tabel 5 staan per gevonden loodwaarde, het advies dat op is genomen in de brief.

Tabel 5 Adviestabel Maximaal gevonden concentratie <100 mg/kg d.s

100-370 mg/kg d.s

>370 mg/kg d.s

Advies

Het is verstandig om kinderen aan te leren dat ze altijd hun handen wassen en hun voeten vegen als ze buiten hebben gespeeld. Kinderen spelen namelijk ook op andere plekken die mogelijk wel verontreinigd zijn en kunnen ook straatstof of andere verontreinigingen op hun handen of onder hun voeten hebben. Wanneer er plannen zijn voor het herinrichting van de buitenruimte, vooral als verharding wordt weggenomen, adviseren wij u om een bodemonderzoek uit te laten voeren om te voorkomen dat kinderen in de nieuwe situatie mogelijk worden blootgesteld aan hoge loodgehaltes. De GGD adviseert bij een licht verhoogd loodgehalte de gebruiksadviezen in de bijgevoegde ‘Let op Lood! folder’ op te volgen. Als deze gebruiksadviezen worden opgevolgd, krijgen kinderen niet of nauwelijks lood uit de bodem binnen. Het is verstandig om kinderen aan te leren dat ze altijd hun handen wassen en hun voeten vegen als ze buiten hebben gespeeld. Kinderen spelen namelijk ook op andere plekken die mogelijk wel verontreinigd zijn en kunnen ook straatstof of andere verontreinigingen op hun handen of onder hun voeten hebben. Wanneer er plannen zijn voor het herinrichting van de buitenruimte, vooral als verharding wordt weggenomen, adviseren wij u om een bodemonderzoek uit te laten voeren om te voorkomen dat kinderen in de nieuwe situatie mogelijk worden blootgesteld aan hoge loodgehaltes.

Tijdens het indicatieve bodemonderzoek, zijn op bepaalde onverharde delen van het buitenterrein, verhoogde loodgehaltes gevonden. Dit betekent dat de loodgehaltes de GGD advieswaarde voor een matige bodemloodkwaliteit overschrijden.

25

Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling, afdeling Bodem

Versie 1 23 januari 2023

loodverontreiniging op kinderspeelplaatsen

Kobalt >I

Om de exacte omvang van de verontreiniging te kunnen vaststellen dient een aanvullend bodemonderzoek te worden uitgevoerd. Dit wordt in opdracht van de gemeente Amsterdam uitgevoerd door het onderzoeksbureau Stantec. Tijdens dit onderzoek worden er gaten gegraven tot een maximale diepte van 1,5 meter. Stantec neemt contact met u op voor het maken van een afspraak. Zodra de resultaten van dit onderzoek bekend zijn, zullen wij u hierover informeren. Tot die tijd adviseren wij u om gebruiksadviezen die in de bijgevoegde ‘Let op Lood! folder’ staan op te volgen. Op het buitenterrein zijn geen verhoogde loodgehaltes gevonden. Echter is er bij de boomgaard een verhoogde concentratie Kobalt aangetroffen. Om de exacte omvang van de verontreiniging te kunnen vaststellen dient een aanvullend bodemonderzoek te worden uitgevoerd. Dit wordt in opdracht van de Gemeente Amsterdam uitgevoerd door het onderzoeksbureau Stantec. Tijdens dit onderzoek worden er gaten gegraven tot een maximale diepte van 1,5 meter. Stantec neemt contact met u op voor het maken van een afspraak. Zodra de resultaten van dit onderzoek bekend zijn, zullen wij u hierover informeren.

Bij 12 locaties was er een mogelijk humaan risico voor kinderen. De locaties met de betreffende loodgehalte staan in tabel 6 weergegeven.

Tabel 6 12 locaties met loodconcentraties >370 mg/kg d.s. Naam KinderRijk Speeltuin Peuterspeelzaal Kleine Plantage KinderRijk Dikki Dik Nelson Mandela Oscar Carre SamSam Kindergarden De Stampertjes Het Rozentuintje CompaNanny Bachzaal

Straat Binnengasthuisstraat 46 Laagte Kadijk Henri Polaklaan 12B Mauritskade 56 Nieuwe Kerkstraat 126 Laing's Nekstraat 44 Eerste Jan van der Heijdenstraat 161 Frederik Hendrikstraat 28 Herengracht 244H Rapenburg 51 Overtoom 403H Bachstraat 7

Maximale concentratie Lood 490 mg/kg ds Lood 1300 mg/kg ds Lood 500 mg/kg ds Lood 3100 mg/kg ds Lood 1300 mg/kg ds Kobalt > I Lood 900 mg/kg ds Lood 400 mg/kg ds Lood 380 mg/kg ds Lood 1300 mg/kg ds Lood 440 mg/kg ds Lood 570 mg/kg ds

26

Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling, afdeling Bodem

Versie 1 23 januari 2023

loodverontreiniging op kinderspeelplaatsen

6 Uitvoering Aanvullend onderzoek

6.1 Algemeen Het aanvullend bodemonderzoek is uitgevoerd door Stantec. In totaal is er bij 11 locaties aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd. Bij CompaNanny Bachzaal is geen aanvullend bodemonderzoek op uitgevoerd. Aanvullend bodemonderzoek voor deze locatie had geen meerwaarde. Op de locatie zijn wel maatregelen genomen. In hoofdstuk 7 wordt hier verder op in gegaan. Het doel van het onderzoek was meervoudig. Met behulp van dit onderzoek moet een sanering volgende het Besluit Uniforme Saneringen uitgevoerd kunnen worden. Dit houdt in:

De onderzoeksstrategie is gebaseerd op de volgende protocollen en handreikingen: - Een verificatie van de resultaten van VanderHelm Bedrijven B.V.; - Vaststellen van de ruimtelijke verdeling van de verontreiniging conform ARVO-pakket op de onverharde delen; - Het verifiëren van de aanwezigheid van asbest in de bodem op basis van de NEN 5707 (verkennend onderzoek asbest). Per vak is een graafgat gemaakt en zijn alle vakken samengevoegd tot een mengmonster per laag van 0-0,5, 0,5-1,0 m-mv. Bij meer dan 4 vakken < 25 m² op een locatie, is in maximaal 4 hiervan een graafgat gegraven; verdeeld over het terrein. - Het bepalen van de verticale verspreiding (0-20 m-mv, 0,20-0,50 m-mv, 0,50-1,0 m-mv en 1,0-1,5 m-mv) van de verontreiniging (ARVO-pakket).

6.2 Protocol De onderzoeksstrategie is gebaseerd op de volgende protocollen en handreikingen: - SIKB-Handreiking 8102, Onderzoeksstrategie diffuus lood in de bodem van kinderspeelplaatsen en (moes)tuinen voor het onderzoek naar de diffuse loodverontreiniging. - Amsterdamse Richtlijn voor Verkennend Onderzoek (ARVO), voor het milieuhygiënisch onderzoek naar de overige parameters. - NEN 5707, inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond, voor het onderzoek naar asbest in de bodem. Voor alle locaties is een Sanscrittoetsing uitgevoerd voor de bepaling van de humane risico’s.

27

Gemeente Amsterdam Grond en Ontwikkeling, afdeling Bodem

Versie 1 23 januari 2023

loodverontreiniging op kinderspeelplaatsen

6.3 Resultaten De resultaten van het aanvullend bodemonderzoek staan in tabel 7 weergegeven. Voor alle aanvullende rapporten zie referentie 7. Bij 9 locaties is er een loodgehalte van >370 mg/kg d.s. bevestigd. Voor twee locaties zijn de resultaten die in het indicatieve bodemonderzoek naar voren kwamen niet bevestigd. Stantec verklaart het verschil in de resultaten als volgt: - Speeltuin Laagte Kadijk: Bij het indicatief onderzoek werd een loodgehalte van 1300 mg/kg aangetroffen. Dit is bij het aanvullend onderzoek niet bevestigd. Aangezien het aanvullend onderzoek intensiever en betrouwbaarder is, gaan we ervan uit dat de waarde uit het indicatieve onderzoek niet representatief is. Dit komt vaker voor als er bijvoorbeeld een sinteltje in het analysemateriaal terecht komt, wat leidt tot een overschatting van het gemiddelde gehalte. - Neslon Mandela: Bij het indicatief onderzoek is kobalt aangetroffen met een gehalte boven de interventiewaarde. Dit is in het aanvullend onderzoek niet bevestigd. Dit verschil in de resultaten kan verklaard worden door het verschil in inspanning tussen de onderzoeken. Tijdens het indicatief onderzoek van Van der Helm B.V. is grond uit verschillende vakken samengevoegd, waar deze vakken door Stantec separaat zijn onderzocht. Daarnaast is in het aanvullend bodemonderzoek per gutssteek of boring een analyse uitgevoerd.

Aangezien het aanvullend onderzoek intensiever en betrouwbaarder is, gaan we ervan uit dat de waarde uit het indicatieve onderzoek niet representatief is.

Tabel 7 Resultaten aanvullend onderzoek Naam KinderRijk Speeltuin Peuterspeelzaal Kleine Plantage KinderRijk Dikki Dik Nelson Mandela Oscar Carre SamSam Kindergarden De Stampertjes Het Rozentuintje

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12570641/1