Bijlage 1. Sportmonitor 2022.pdf
Tekst van het document
De Sportdeelname index laat zien dat tijdens de coronapandemie minder mensen in verenigingsverband en bij commerciële aanbieders zijn gaan sporten en juist vaker individueel. Sinds de pandemie is het aandeel dat in verenigingsverband sport weer toegenomen en het aandeel dat individueel sport licht gedaald. Figuur 2.4 Organisatieverband waarin gesport wordt (meest beoefende sport), 2003-2022 (procenten van de sportende bevolking, meerdere antwoorden mogelijk)
sportvereniging 34
2003 2006 2009 2013 2017 2022
commerciële sportaanbieder 25 ongeorganiseerd, met vrienden
19 ongeorganiseerd, individueel 27 0
10
20
30
40
% bron: O&S
In figuur 2.5 en 2.6 op de volgende pagina is het organisatieverband waarin men sport uitgesplitst naar leeftijdsgroepen en naar migratieachtergrond. Vooral jongeren zijn lid van een vereniging: tot 18 jaar is dat ruim twee derde van alle sportende jongeren. Vanaf 18 jaar vindt er een verschuiving plaats. Het merendeel van de sporters gaat dan naar een commerciële sportaanbieder of sport ongeorganiseerd, vooral individueel.
33
Sportverenigingen zijn vooral populair onder Amsterdammers zonder migratieachtergrond: 38% van deze groep is lid. Onder Surinaamse en Antilliaanse sporters en voor Turkse en Marokkaanse sporters zijn commerciële sportaanbieders het meest populaire organisatieverband. Ongeorganiseerd sporten met vrienden is onder alle groepen het minst populair. Figuur 2.5 Organisatieverband waarin gesport wordt naar leeftijdsgroep (meest beoefende sport), 2022 (procenten van de sportende bevolking) % 70 70 64
60
50 45
40
36
35
32
30
27 21
26
21
19
20 13
17
11
10
20 20
16
15
15 6
0
6-12
13-17
sportvereniging
18-34
35-54
commerciële sportaanbieder
55-80
met vrienden
individueel
bron: O&S Figuur 2.6 Organisatieverband waarin gesport wordt naar migratieachtergrond (meest beoefende sport), 2022 (procenten van de sportende bevolking) % 45 40 39
35
25
30
29
30
31 27
28
27
24
27
27 22
21
27 24
21
22 19
20 15
25
15
15
Sur/Ant
Tur/Mar
10 5 0
sportvereniging
ov niet-westers
commerciële sportaanbieder
westers met vrienden
Ned individueel
bron: O&S
34
Tabel 2.7 en 2.8 tonen de organisatieverbanden waarin wordt gesport naar achtergrondkenmerken weergegeven voor jongeren van 6-17 jaar (tabel 2.7) en volwassenen (tabel 2.8). Zeventig procent van de kinderen van 6-12 jaar die aan sport doen, doet dat in verenigingsverband. Onder jongeren van 13-17 jaar verliest het sporten in verenigingsverband aan populariteit (64%), maar is wel hoger dan in 2017 (57%) Het aandeel dat sport in een ander verband (commerciële sportaanbieder, met vrienden of individueel) ligt hoger dan bij jonge kinderen. Het aandeel dat via een vereniging sport is het grootst onder sportende jongeren zonder migratieachtergrond: 80% van de sportende 6-12-jarigen en 74% van de sportende 13-17jarigen. In beide leeftijdsgroepen wordt er relatief weinig individueel gesport. Jongens sporten in beide leeftijdsgroepen vaker met vrienden en in verenigingsverband. In de leeftijdsgroep 6 tot 12 jaar sporten meisjes vaker bij een commerciële aanbieder dan jongens, in de leeftijdsgroep 13 tot 17 jaar is dit andersom. In de stadsdelen Zuidoost en Nieuw-West is het aandeel jongeren dat sport als lid van een vereniging lager dan in de overige stadsdelen. In Noord geldt dit alleen voor jongeren van 13 tot 17 jaar, deze groep sport in Noord het vaakst individueel. In Weesp sporten jongeren het vaakst in verenigingsverband.
Tabel 2.7 Organisatieverband waarin gesport wordt naar achtergrondkenmerken (meest beoefende sport) voor 6-12 en 13-17-jarigen, 2022 (procenten van de sportende bevolking, meerdere antwoorden mogelijk) commerciële sportvereniging sportaanbieder met vrienden individueel 6-12 13-17 6-12 13-17 6-12 13-17 6-12 13-17 man 75 66 11 16 13 23 6 19 vrouw 64 63 16 14 9 20 6 13 Nederlands westers niet-westers
80 66 57
74 60 38
10 15 16
14 18 16
11 12 11
19 25 27
4 9 6
15 15 24
1e generatie 2e generatie Nederlands
48 63 80
32 57 74
12 16 10
23 15 14
15 10 11
26 26 19
12 6 4
25 18 15
Weesp Zuid Oost Centrum West Noord Nieuw-West Zuidoost Amsterdam
88 80 80 73 70 70 61 52 70
79 69 76 77 68 44 63 40 64
9 13 8 14 17 8 16 17 13
11 14 16 10 7 18 23 10 15
4 7 11 15 15 15 8 9 11
18 22 27 13 22 19 18 23 21
6 16 8 12 2 20 5 6 7 17 4 24 7 16 8 13 6 16 bron: O&S
Van de volwassen sporters sport 17% in verenigingsverband. Onder volwassenen zijn commerciële aanbieders (32%) en individueel (31%) de meest populaire organisatieverbanden. Daarnaast sport 17% met vrienden. Volwassen mannen sporten vaker in verenigingsverband dan vrouwen, terwijl vrouwen juist vaker bij een commerciële aanbieder sporten. Verenigingen zijn 35
het meest populair onder volwassenen zonder migratieachtergrond. Wanneer we echter onderscheid maken naar generatie, dan sporten volwassenen van de tweede generatie juist het vaakst in verenigingsverband. Volwassenen met een westerse achtergrond sporten juist het vaakst met vrienden of individueel. Volwassenen met een laag opleidingsniveau sporten veel minder vaak in verenigingsverband of bij een commerciële aanbieder. In Weesp wordt het vaakst door volwassenen in verenigingsverband gesport en juist het minst vaak bij een commerciële aanbieder. In Oost en West sporten volwassenen het vaakst individueel. Tabel 2.8 Organisatieverband waarin gesport wordt naar achtergrondkenmerken (meest beoefende sport) voor 18-plussers, 2022 (procenten van de sportende bevolking, meerdere antwoorden mogelijk) commerciële sportvereniging sportaanbieder met vrienden individueel man 21 30 20 34 vrouw 16 33 19 32 Nederlands Westers niet-westers
21 14 17
31 32 33
20 26 15
34 38 26
1e generatie 2e generatie Nederlands
10 25 21
33 33 31
21 19 20
34 27 34
laag opleidingsniveau middelbaar opleidingsniveau hoog opleidingsniveau
12 20 20
21 28 35
19 17 22
30 31 35
Weesp Zuid Oost Noord Zuidoost West Nieuw-West Centrum Amsterdam
32 22 21 18 18 17 16 14 17
20 32 28 34 26 36 29 34 32
23 17 23 19 9 19 26 21 17
36 32 40 26 30 38 28 35 31 bron: O&S
2.3 Zes op de tien sportende Amsterdammers sporten in eigen stadsdeel Van alle sportende Amsterdammers sport 61% in het eigen stadsdeel: 43% in de eigen woonbuurt en 18% ergens anders in het eigen stadsdeel. Een vijfde (19%) sport elders in Amsterdam. Dat maakt dat in totaal 80% van alle sportende Amsterdammers sport in hun eigen stad. Een klein deel (9%) sport buiten Amsterdam, maar wel in Nederland. Sporten die vooral buiten Amsterdam worden beoefend zijn hockey, wielrennen, golf en paardensport. De rest van de Amsterdammers sport in het buitenland of op verschillende plaatsen. De cijfers zijn vergelijkbaar met de vorige meting: in 2017 sportte 47% in de eigen woonbuurt, 16% deed dat elders in het eigen stadsdeel en 19% ging naar een ander deel van de stad. Inwoners van de stadsdelen Zuidoost (54%, Noord (49%) en Oost (48%) sporten het vaakst in hun eigen woonbuurt. In de stadsdelen Zuid (34%) en Centrum (36%) sporten relatief de minste 36
mensen in hun eigen woonbuurt of in hun eigen stadsdeel. Met stadsdeel West samen zijn dit ook de stadsdelen waar de meeste sporters hebben aangegeven in een ander deel van Amsterdam te sporten (26% in West, 24% in Zuid en 28% in Centrum). Bewoners van Weesp en Zuid sporten wat vaker buiten de stad (16% en 13%) (figuur 2.9). Figuur 2.9 Plek waar gesport wordt naar stadsdeel (meest beoefende sport), 2022 (procenten)
in woonbuurt elders in Amsterdam buitenland weet niet / geen antwoord Zuidoost
elders in eigen stadsdeel buiten Amsterdam dit varieert
54
Noord
49
Oost
48
Nieuw-West
44
Weesp
44
West
39
Centrum
36
Zuid
34
Amsterdam
20 26 18
0
4
4
11
5
4
5
7 1
8
4
9
4
5
22
21
6
18
15
1 7
26
12
28
18
24
7
4
2
9
4
12
1 5
4
9
1 6
4
19
40
60
7
7 10
18
20
9
15
15
43
9
100 %
80
bron: O&S
Sporters van 13-17 jaar sporten wat vaker buiten het eigen stadsdeel en de eigen woonbuurt dan sporters uit andere leeftijdsgroepen. Verschillen zijn verder klein (figuur 2.10). Figuur 2.10 Plek waar gesport wordt naar leeftijdsgroep (meest beoefende sport), 2022 (procenten)
in woonbuurt elders in Amsterdam buitenland weet niet / geen antwoord 6-12
elders in eigen stadsdeel buiten Amsterdam dit varieert
42
13-17
25
34
22
18-34
24
47
35-54
21
15
55-80
44
14
Amsterdam
43
18
20
10
19
51
0
22
40
11
19
60
22
1 6
4
5
15 17
8
80
7
2
9
1 5
4
1
7
7
9
1 6
4
100 % bron: O&S
37
2.4 Meeste sporters voelen zich veilig tijdens het sporten, 6% ervaart discriminatie Amsterdammers tussen 6 en 80 jaar voelen zich gemiddeld genomen zeer veilig tijdens het sporten. Het gemiddelde rapportcijfer hiervoor bedraagt een 8,7. Verschillen op grond van leeftijd, geslacht, migratieachtergrond, opleidingsniveau en stadsdeel zijn klein (tabel 2.11). Tabel 2.11 Veilig voelen tijdens het sporten, rapportcijfer, 2022 (procenten van sporters) <18 18+ man 8,7 8,9 vrouw 8,6 8,7
totaal 8,8 8,6
Nederlands westers niet-westers
8,7 8,7 8,3
8,9 8,9 8,5
8,8 8,8 8,4
1e generatie 2e generatie Nederlands
8,4 8,5 8,7
8,7 8,6 8,9
8,6 8,6 8,8
laag opleidingsniveau middelbaar opleidingsniveau hoog opleidingsniveau
8,5 8,5 8,5
8,8 8,8 8,8
8,7 8,7 8,8
Centrum West Zuid Weesp Oost Nieuw-West Zuidoost Noord Amsterdam
8,8 8,6 8,6 8,9 8,8 8,5 8,6 8,3 8,6
8,9 9,0 9,0 8,9 8,8 8,6 8,6 8,6 8,8
8,9 8,9 8,9 8,9 8,8 8,6 8,6 8,5 8,7 bron: O&S
Amsterdammers voelen zich in sterke mate thuis bij de sportvereniging of sportaanbieder waar zij sporten. Gemiddeld geven zij een 8,5 als rapportcijfer. Verschillen naar persoonskenmerken en stadsdeel zijn klein (tabel 2.12).
38
Tabel 2.12 Thuis voelen bij de sportvereniging of sportaanbieder, rapportcijfer, 2022 (procenten van sporters) <18 18+ totaal man 8,6 8,5 8,6 vrouw 8,6 8,5 8,5 Nederlands westers niet-westers
8,7 8,8 8,3
8,6 8,4 8,3
8,6 8,6 8,3
1e generatie 2e generatie Nederlands
8,4 8,5 8,7
8,7 8,6 8,9
8,6 8,6 8,8
laag opleidingsniveau middelbaar opleidingsniveau hoog opleidingsniveau
8,5 8,6 8,7
8,1 8,5 8,6
8,2 8,6 8,6
Weesp Oost Centrum West Nieuw-West Zuid Zuidoost Noord Amsterdam
8,8 8,7 8,7 8,5 8,5 8,4 8,8 8,6 8,6
8,7 8,7 8,6 8,6 8,5 8,5 8,4 8,0 8,5
8,8 8,7 8,6 8,6 8,6 8,5 8,5 8,2 8,5 bron: O&S
Zes procent van de sporters voelt zich tijdens het sporten weleens gediscrimineerd. Sporters met een niet-westerse migratieachtergrond voelen zich vaker gediscrimineerd, vooral jongeren (10%). Ook heeft de tweede generatie meer te maken met discriminatie dan de eerste generatie en Amsterdammers met een Nederlandse achtergrond. Sporters in Nieuw-West ervaren het vaakst discriminatie (9%), sporters in Weesp het minst vaak (1%) (tabel 2.13).
39
Tabel 2.13 Gediscrimineerd tijdens het sporten, 2022 (procenten van sporters) <18 man 6 vrouw 7
18+ 5 7
totaal 5 7
Nederlands westers niet-westers
4 5 10
5 6 8
4 5 8
1e generatie 2e generatie Nederlands
7 8 4
6 9 5
6 8 4
laag opleidingsniveau middelbaar opleidingsniveau hoog opleidingsniveau
6 7 7
6 5 6
6 6 6
Nieuw-West Centrum Oost Zuid Noord West Zuidoost Weesp Amsterdam
9 3 8 3 4 5 7 4 6
9 9 5 7 5 4 3 0 6
9 8 6 5 5 4 4 1 6 bron: O&S
Wanneer discriminatie wordt ervaren heeft dit meestal betrekking op herkomst (26%) of gender (25%). Dertien procent ervaart discriminatie vanwege leeftijd en 9% vanwege seksuele geaardheid (figuur 2.14). Tabel 2.14 Waarop had discriminatie tijdens het sporten betrekking? 2022 (procenten van sporters die discriminatie ervaren hebben)
0
5
10
15
20
25
30
herkomst
26
gender
25
anders, namelijk
15
leeftijd
13
seksuele geaardheid religie
9 6
% bron: O&S
40
2.5 Agressie op en rond sportplek speelt iets meer onder jongeren Van de sporters geeft 1% aan dat er regelmatig een agressieve sfeer hangt rond de velden waar zij hun sport beoefenen, 9% geeft aan dat dit soms het geval is. In 2017 was dit respectievelijk 1% en 6%. Jongeren tussen 13 en 17 hebben het vaakst te maken met een agressieve sfeer: 18% van deze groep ervaart dit regelmatig of soms. Een meerderheid van de sporters geeft aan nooit (53%) of zelden (29%) een agressieve sfeer te ervaren op of rond de sportplek (figuur 2.15). Bij veldvoetbal (30%) en hockey (14%) wordt het vaakst een agressieve sfeer ervaren. De sporters die vinden dat er soms of regelmatig sprake is van een agressieve sfeer is gevraagd naar de oorzaak van deze agressie. Volgens hen komt agressie ongeveer even vaak voor op het veld (door sporters, 36%) als rond het veld (door omstanders, 30%). Vierentwintig procent geeft aan dat het een combinatie van beide is. Respondenten die soms of vaak te maken hebben met een agressieve sfeer is gevraagd of ze een recent voorval kunnen beschrijven waarbij hier sprake van was. Voetballers noemen hierbij vooral voorbeelden waarbij ouders langs de lijn zich (verbaal) agressief opstellen naar scheidsrechters of spelers. Ook worden voorbeelden gegeven waarbij spelers elkaar opzettelijk pijn doen of onenigheid uitmondt in fysiek geweld.
Hockeyers geven vergelijkbare voorbeelden, maar zij noemen ook voorbeelden van intimidatie of beroving rondom het sportpark. Wielrenners noemen vooral voorbeelden van agressieve medeweggebruikers: automobilisten, ebikers en andere wielrenners. Veldvoetbal: “Vaders van kinderen die het niet eens zijn met de beslissing van de scheidsrechter. Kinderen die op het veld elkaar opzettelijk pijn doen” Hockey: “’s Avonds in het donker zijn er jongens buiten bij de club die de kinderen/meisjes lastigvallen” Figuur 2.15 Agressieve sfeer op of rond de sportplek naar leeftijdsgroep, 2022 (procenten van sport
ja, regelmatig 6-12 1
ja, soms
12
13-17 3
7
34
35-54
11
27
0
weet niet / geen antwoord 43
38
18-34 2
totaal 1
nooit
34
15
55-80 1 3
zelden
11
38
6
54
4
56
18
6
65
9
14
29
20
53
40
60
8
80
100 % bron: O&S
41
Amsterdamse sporters met een Surinaamse/Antilliaanse (15%), Turkse/Marokkaanse (14%) en overige niet-westerse migratieachtergrond (15%) zeggen vaker regelmatig of soms een agressieve sfeer te ervaren dan Nederlandse sporters (9%) of sporters met een westerse migratieachtergrond (10%). Dit kan deels worden verklaard doordat deze groepen vaker aan voetbal doen (zie figuur 1.13). Voor alle groepen is het aandeel dat regelmatig of soms agressie ervaart toegenomen sinds 2017 (figuur 2.16). Figuur 2.16 Agressieve sfeer op of rond de sportplek naar migratieachtergrond, 2022 (procenten van sporters)
ja, regelmatig Surinaams/ Antilliaans
15
Turks/ 2 Marokkaans
12
overig nietwesters
10
5
ja, soms
zelden
nooit
weet niet/geen antwoord
36
43
24
6
50
33
12
40
12
westers 1
9
28
Nederlands 1
8
30
55
6
totaal 1
9
30
52
7
0
20
54
40
60
9
80
100 % bron: O&S
Tabel 2.17 toont het aandeel sporters dat soms of regelmatig een agressieve sfeer ervaart naar achtergrondkenmerken voor jongeren (tot 18 jaar) en volwassenen (18 jaar en ouder). Jongeren (tot 18 jaar) geven twee keer zo vaak aan dat zij te maken hebben gehad met agressie dan volwassenen. Bij de jongeren wordt agressie twee keer zo vaak ervaren door jongens als door meisjes. Bij volwassenen zijn de verschillen tussen mannen en vrouwen klein, maar ervaren nietwesterse Amsterdammers en migranten van de tweede generatie vaker een agressieve sfeer dan hun stadsgenoten. Sporters in Noord en Nieuw-West hebben vaker te maken gehad met agressie dan sporters in andere stadsdelen.
42
Tabel 2.17 Agressieve sfeer op of rond de sportplek naar achtergrondkenmerken, 2022 (procenten <18 18+ totaal 22 7 12 man vrouw 12 8 9 Nederlands westers niet-westers
16 20 17
7 4 13
10 10 14
1e generatie 2e generatie Nederlands
14 20 16
9 10 7
10 15 10
8 6 9
10 13 9
11 12 8 8 6 8 3 7 8
14 13 12 11 9 9 8 8 11
laag opleidingsniveau (18+) middelbaar opleidingsniveau (18+) hoog opleidingsniveau (18+) Noord Nieuw-West West Zuidoost Zuid Centrum Oost Weesp Amsterdam
19 16 19 18 17 16 17 16 17
bron: O&S
2.6 Meerderheid vindt dat er voldoende accommodaties zijn Twee derde van de sportende Amsterdammers (66%) vindt dat er voldoende sportaccommodaties (zoals sporthallen, sportvelden of zwembaden) zijn in de eigen woonbuurt. In het Centrum vinden de minste sporters dat er voldoende sportaccommodaties (55%) zijn en in stadsdeel Zuid de meeste (75%), zie figuur 2.18 op de volgende pagina.
43
Figuur 2.18 Oordeel hoeveelheid sportaccommodaties in de eigen buurt, 2022 (procenten van sporters)
voldoende
onvoldoende
Zuid
geen
weet niet / geen antwoord
75
13
3
10
6
8
Zuidoost
70
Nieuw-West
67
17
Oost
65
22
West
65
19
1
15
Weesp
64
19
4
13
Noord
61
21
4
14
7
13
Centrum
16
55
Amsterdam 20
19
40
60
14 2
25 66
0
2
10
3
12
100 %
80
bron: O&S
Ruim de helft van de sportende Amsterdammers (54%) vindt dat er voldoende vrij toegankelijke sportvoorzieningen zijn in de openbare ruimte (zoals basketbalpleintjes, trapveldjes met goals, voetbalkooi, halfpipe et cetera). In Weesp (37%) en Centrum (38%) ligt dit aandeel een stuk lager dan in andere stadsdelen. In de overige stadsdelen gaat het om 55% tot 60% (figuur 2.19). Figuur 2.19 Oordeel hoeveelheid vrij toegankelijke sportvoorzieningen in de openbare ruimte van de eigen buurt (zoals basketbalpleintjes, trapveldjes met goals, voetbalkooi, halfpipe etc.), 2022 (procenten van sporters)
voldoende
omvoldoende
geen
weet niet / geen antwoord
Oost
60
Zuidoost
59
21
Zuid
58
24
Noord
57
22
5
16
Nieuw-West
55
25
5
16
West
55
27
2
16
23
3 2
13 18
3
15
Centrum
38
33
8
21
Weesp
37
33
8
22
Amsterdam
54
0
20
25
40
60
4
80
16
100 % bron: O&S
44
Zeven op de tien sporters (70%) geeft aan dat er voldoende openbare ruimte is die geschikt is voor sport. Het gaat dan om ruimtes waar het sporten niet het hoofddoel is, maar dit wel mogelijk is (zoals parken, natuurgebieden en bossen). Wederom ligt dit percentage lager in Weesp (44%) en Centrum (50%). In stadsdeel Zuid vinden de sporters het vaakst dat er voldoende openbare ruimtes zijn: 78%. Over de andere stadsdelen is de verdeling weer redelijk gelijk (zie figuur 2.20). Figuur 2.20 Oordeel hoeveelheid plekken in de openbare ruimte van de eigen buurt die niet primair voor sporten bedoeld zijn, maar waar dat wel mogelijk is (zoals parken, natuurgebieden, bossen, pleintjes etc.), 2022 (procenten van sporters)
voldoende
onvoldoende
Zuid
geen
weet niet / geen antwoord
78
12
2
8
Nieuw-West
73
12
Zuidoost
73
10
Noord
72
16
West
72
17
3
8
Oost
70
20
2
9
Centrum
50
Weesp
33
44
Amsterdam
31
70
0
20
40
60
3
12
3
13
3
10
4
14
5
21
17
3
80
11
100 % bron: O&S
Ruim de helft van de sportende Amsterdammers (52%) maakt weleens gebruik van de sportvoorzieningen in de openbare ruimte (zoals basketbalpleintjes of trapveldjes), in het eigen dan wel in een ander stadsdeel. In Weesp ligt dit aandeel lager; hier maakt 61% geen gebruik van sportvoorzieningen in de openbare ruimte. Sporters in Centrum maken minder vaak gebruik van de voorzieningen in hun eigen stadsdeel, maar doen dit juist het vaakst buiten het eigen stadsdeel. In Nieuw-West maken sporters het vaakst gebruik van voorzieningen in hun eigen stadsdeel (figuur 2.21).
45
Figuur 2.21 Gebruik van sportvoorzieningen in de openbare ruimte naar stadsdeel, 2022 (procenten van sporters)
in eigen stadsdeel
buiten eigen stadsdeel
zowel in als buiten eigen stadsdeel
geen gebruik
weet niet / geen antwoord Nieuw-West
43
3
10
42
1
38
4
Oost
36
Zuidoost
34
2
11
50
3
Noord
34
3
12
48
4
West
32
6
17
39
6
Zuid
32
6
19
Centrum
21
Weesp
19
Amsterdam
4
15 6
18
12
2
49
9
3
61
33
5
0
40
20
5
14
44
40
60
3
100 %
80
bron: O&S
Van de sportende 6-12-jarigen maakt 79% gebruik van de openbare sportvoorzieningen, in het eigen stadsdeel, daarbuiten of beide, terwijl 18% hier geen gebruik van maakt. Ook 13 tot 17jarige sporters maken vaak gebruik van sportvoorzieningen in of buiten het eigen stadsdeel (75%). Onder volwassenen ligt het aandeel dat gebruik maakt van sportvoorzieningen in de openbare ruimte lager. In de oudste leeftijdscategorie, 55-80 jaar, maakt nog 26% van de sporters gebruik van de openbare voorzieningen, terwijl 70% dit niet doet (figuur 2.22). Figuur 2.22 Gebruik van sportvoorzieningen in de openbare ruimte naar leeftijd, 2022 (procenten van sporters)
in eigen stadsdeel
buiten eigen stadsdeel
zowel in als buiten eigen stadsdeel
geen gebruik
weet niet / geen antwoord 6-12
55
13-17
4
46
18-34
28
35-54
6 10
37
55-80
18
Amsterdam 0
4
22
4 2
13
45
2
14
40
4
45
70 5
20
23
18
15
2 6 33
19
4 44
60
3
80
100 % bron: O&S
46
2.7 Contributie en totale kosten sterk gestegen De gemiddelde contributie is sterk gestegen (tabel 2.23). In 2017 lag de gemiddelde contributie nog op €257, nu bedraagt deze €335. De contributie stijgt met iedere meting verder, maar de stijging is nu wel veel sterker: waar in 2017 de contributie met 6% steeg ten opzichte van 2013, is die nu 30% gestegen. Dit kan waarschijnlijk worden verklaard doordat sportaanbieders ook te maken hebben gehad met stijgende energielasten, die doorberekend worden in de contributie. Ook zijn de gemiddelde andere kosten sinds 2017 weer toegenomen, na een daling tussen 2013 en 2017. Deze bedragen na een stijging van €54 nu €245. De totale gemiddelde kosten liggen daarmee ook veel hoger dan in 2017: €580. Het aandeel sporters dat helemaal geen contributie betaalt voor de sport is nagenoeg gelijk gebleven en ligt op 26%. Tabel 2.23 Overzicht van de kosten per jaar van regelmatige sporters voor de sportbeoefening van de meest beoefende sport, 2003-2022 (procenten van de sportende bevolking) contributiekosten (procenten) 2003 2006 2009 0 euro 27 29 27
2013 27
2017 27
2022 26
1 – 49 euro
3
4
3
2
4
2
50 – 124 euro
14
12
10
9
7
4
125 – 249 euro
22
15
22
22
19
12
250 – 499 euro
16
17
19
22
22
23
500 euro of meer
10
15
15
12
13
17
weet niet, geen antwoord totaal
8 100
8 100
5 100
6 100
8 100
16 100
gemiddelde contributie
€ 181
€ 218
€ 237
€ 241
€ 257
€ 335
andere kosten gemiddeld
€ 160
€ 171
€ 187
€ 208
€ 191
€ 245
totale kosten gemiddeld
€ 341
€ 389
€ 424
€ 449
€ 448
€ 580 bron: O&S
Kinderen en jongeren zijn het meest kwijt aan contributie, net als Nederlandse Amsterdammers en die met een westerse migratie-achtergrond, hoogopgeleiden en bewoners van stadsdeel Centrum (tabel 2.24). Een kwart (26%) van de sporters vindt de contributie hoog, 37% normaal en 10% vindt de contributie laag. In 2017 vond nog 22% de contributie hoog. Vooral sportende jongeren en jongvolwassenen geven aan de contributie hoog te vinden. Sportende 55-plussers en sporters in Weesp en Zuidoost geven het minst vaak aan dat de contributie hoog is.
47
Tabel 2.24 Gemiddelde contributie (in euro’s €) en oordeel over bedrag voor contributie (%), 2022 (procenten van de sportende bevolking)
man vrouw
gemiddelde contributie € 310 € 355
hoog 26 26
normaal 39 36
weet niet, laag geen antwoord 11 25 10 28
6-12 13-17 18-34 35-54 55-80
€ 371 € 392 € 334 € 289 € 305
32 34 33 22 16
47 37 39 35 34
6 8 9 15 11
16 21 19 28 39
Surinaams/Antilliaans Turks/Marokkaans overig niet-westers westers Nederlands
€ 234 € 230 € 229 € 374 € 361
30 30 27 22 27
28 33 29 38 41
12 7 8 13 11
31 31 36 27 22
1e generatie 2e generatie Nederlands
€ 298 € 293 € 361
22 30 27
32 35 41
12 9 11
35 26 22
laag opleidingsniveau (18+) middelbaar opleidingsniveau (18+) hoog opleidingsniveau (18+)
€ 135 € 225 € 363
18 22 24
27 36 40
7 13 13
48 29 24
Centrum West Zuid Noord Nieuw-West Oost Weesp Zuidoost Amsterdam
€ 411 € 384 € 376 € 314 € 313 € 291 € 290 € 196 € 335
27 31 26 27 26 28 13 18 26
37 34 40 36 35 42 48 29 37
10 9 12 12 10 8 9 14 10
26 26 22 25 30 23 30 39 27 bron: O&S
De gemiddelde kosten verschillen net als voorgaande jaren sterk per sport (figuur 2.25). Paardensport is met afstand de duurste sport die door minimaal 25 respondenten wordt beoefend: de gemiddelde kosten liggen in totaal op €1.281 per jaar. Daarna zijn roeien, tennis, danssport en vecht- en verdedigingssporten het duurst.
48
Figuur 2.25 Gemiddelde kosten per jaar van de meest beoefende sport* (bedragen in euro’s), 2022 1.400 1281 aanvullende kosten
contributie
1.200
1.000
539
948 889 825
810
281
238
800
559
386
600
685
677
168
130
650
639 594
577
158
418
742 502
200
390
544
571
516
547
548
127
148
494 268
400
550
432
334
423
371
409
156 264
492
176
486
400
243
202
330 230
89
321
280
267
187
172
93
95
230
0
*alleen sporten die door minimaal 25 respondenten worden beoefend
bron: O&S
2.8 Een op de vijf stadspas-bezitters gebruikt de pas voor sporten Van alle sportende Amsterdammers heeft 19% een stadspas (2017: 18%) en gebruikt 4% hem voor sportbeoefening. Dat betekent dat 19% van de sportende stadspasbezitters de pas ook daadwerkelijk gebruikt om te sporten. Van de kinderen die een stadspas hebben, gebruikt 79% één of meerdere regelingen in de tegemoetkoming van sportkosten, 67% gebruikt de stadspas (kidsgids), 40% het jeugdsportfonds en 47% de scholierenvergoeding. Van alle Amsterdammers met een stadspas kan 60% tot de sporters worden gerekend. In 2017 was dit 57%, in 2013 55%, in 2009 50% en in 2006 59%.
2.9 Dertien procent is vrijwilliger in de sport Ten opzichte van 2017 is het percentage vrijwilligers in de sport van 13 jaar en ouder nagenoeg gelijk gebleven (13% in 2022 en 12% in 2017). In tabel 2.26 staat het aandeel vrijwilligers naar verschillende achtergrondkenmerken. Amsterdammers met een Turks/Marokkaanse of overig niet-westerse migratieachtergrond zijn minder vaak dan gemiddeld vrijwilliger. Wel zien we bij de groepen met een migratieachtergrond schommelende percentages door de tijd. De tweede generatie migranten doet ook twee keer zo vaak vrijwilligerswerk in de sport als de eerste generatie. Net als in 2017 en 2013 doen middelbaar en hoger opgeleiden vaker vrijwilligerswerk dan lager opgeleiden. Vooral in Weesp (24%) wordt relatief veel aan vrijwilligerswerk gedaan, en ook Zuid en Oost scoren ruim hoger dan gemiddeld. 49
Tabel 2.26 Aandeel Amsterdammers van 13 jaar en ouder dat vrijwilligerswerk in de sport verricht, 20132022 2013 2017 2022 17 man 13 15 vrouw 10 9 12 niet gevraagd 15 12 14 7
niet gevraagd 13 13 14 9
niet gevraagd 20 12 17 10
Surinaams/Antilliaans Turks/Marokkaans overig niet-westers westers Nederlands
9 6 2 11 16
7 14 12 7 14
16 9 8 15 17
1e generatie 2e generatie Nederlands
5 10 16
9 13 14
8 18 17
laag opleidingsniveau (18+) middelbaar opleidingsniveau (18+) hoog opleidingsniveau (18+)
8 11 15
6 14 15
8 17 18
Weesp
-
-
24
Zuid
12
17
18
Oost
13
15
17
Nieuw-West
12
14
15
Noord Centrum
13 14
11 12
15 12
West
11
7
11
Zuidoost
7
10
11
Amsterdam
11
12
13
6-12 jaar 13-17 jaar 18-34 jaar 35-54 jaar 55-80 jaar**
** in 2013 was de leeftijdsgroep 55-74 jaar
bron: O&S
De gebieden, functies of werkzaamheden waarin men als vrijwilliger in de sport actief is, zijn ten opzichte van 2017 grotendeels onveranderd. Het grootste deel is nog steeds trainer of geeft les (43%), bijna een kwart (23%) is scheids- of lijnrechter of jury en 17% doet bar- of kantinewerkzaamheden. Net als in 2017 heeft 8% een bestuursfunctie (tabel 2.27). Veel sportverenigingen geven aan moeite te hebben met het vinden van bestuurders1.
1 Bron: https://nos.nl/artikel/2469577-helft-van-de-sportverenigingen-zit-in-ernstige-problemen
50
Tabel 2.27 Gebied, functie of werkzaamheden waarin men als vrijwilliger in de sport acties is, 2022 (procenten van de vrijwilligers van 13 jaar en ouder, meer antwoorden mogelijk) 2022 trainer, coach, leider, lesgeven
43
scheidsrechter, grensrechter, lijnrechter of jury
23
bar- of kantinediensten
17
organisatie van wedstrijden of toernooien
15
vervoer of andere ondersteunende werkzaamheden
11
beheer / onderhoud / schoonmaak van materiaal of accommodatie
11
organisatie van sociale activiteiten (bv. kamp, bingoavond, Sinterklaasfeest, disco)
8
bestuursfunctie
8
sponsoring
5
clubblad, nieuwsbrief, website
4
medische werkzaamheden (arts, fysiotherapeut, masseur)
0
anders
12
weet niet
3 bron: O&S
51
3 Non-participatie
In dit hoofdstuk staan de niet-sporters centraal. Welke Amsterdammers hebben het afgelopen jaar niet gesport en welke Amsterdammers hebben nog nooit aan sport gedaan? Gekeken wordt wat de redenen zijn om niet te sporten en wat er moet gebeuren zodat de niet-sporters in de toekomst wel (weer) gaan sporten.
3.1 Zes procent van de Amsterdammers heeft nog nooit gesport Bijna een op de vijf Amsterdammers (18%) heeft het afgelopen jaar helemaal niet aan sport gedaan (zie ook tabel 1.1 in hoofdstuk 1). Van hen hebben zeven op de tien in het verleden wel gesport (68%). De rest heeft nog nooit gesport (4% van alle Amsterdammers). In figuur 3.1 staat de informatie schematisch weergegeven. Figuur 3.1 Indeling van Amsterdamse bevolking in sporters en niet-sporters, 2022 (procenten)
Amsterdammers
sporters 82%
niet-sporters 18%
in verleden gesport 68% (12% van alle A’dammers)
nooit gesport 25% (4% van alle A’dammers)
bron: O&S
Niet-sporters die in het verleden wel hebben gesport deden dit op verschillende manieren: 36% sportte bij een sportvereniging, 38% bij een commerciële sportaanbieder, 11% individueel, 11% met vrienden en 16% via naschoolse activiteiten. Niet-sporters zijn vaker dan gemiddeld vrouw (54%) en het aandeel niet-sporters neemt ook toe met leeftijd. Ruim de helft van de niet-sporters is 55-plus (52%) en zelfs 62% van de groep die nog nooit gesport heeft. Niet-sporters hebben ook vaker een migratieachtergrond, waarbij vooral de eerste generatie vaker niet sport. Verder hebben niet-sporters relatief vaak een laag opleidingsniveau: 46% vergeleken met 18% bij de totale Amsterdamse bevolking van 6 tot 80 jaar. Van de groep die nooit gesport heeft, heeft 57% een laag opleidingsniveau. Niet-sporters wonen twee keer zo vaak als gemiddeld in stadsdeel Zuidoost (23%) (tabel 3.2).
52
Tabel 3.2 Verdeling Amsterdammers en niet-sporters naar achtergrondkenmerken, 2022 (procenten) Amsterdamse niet-sporters bevolking van 6-80 jaar 49 48
in verleden wel gesport 46 52
nooit gesport 37 62
totaal 44 54
6-12 jaar 13-17 jaar 18-34 jaar 35-54 jaar 55-80 jaar
8 21 18 21 32
3 10 9 29 49
9 5 5 19 62
5 9 9 26 52
Surinaams/Antilliaans Turks/Marokkaans overig niet-westers westers Nederlands
8 12 9 17 54
14 18 12 10 45
17 23 24 12 23
15 20 14 12 38
1e generatie 2e generatie Nederlands
23 19 50
37 15 43
61 12 22
42 16 36
laag opleidingsniveau (18+) middelbaar opleidingsniveau (18+) hoog opleidingsniveau (18+) opleiding onbekend
18 34 32 17
35 39 21 4
57 23 10 10
46 36 19 6
Zuidoost Nieuw-West West Noord Zuid Oost Centrum Weesp Amsterdam
11 17 15 11 15 14 10 3 100
20 20 17 9 12 10 7 3 100
27 16 17 18 6 8 3 2 100
23 19 16 11 10 10 6 3 100
man vrouw
bron: O&S
3.2 Fysieke problemen belangrijkste redenen om niet te sporten, “te duur” vaker genoemd Aan de niet-sporters is gevraagd wat de belangrijkste reden is dat zij niet (meer) sporten. De meest genoemde reden is fysieke problemen (20%), hoewel het aandeel respondenten dat dit noemt wel gedaald is sinds 2017 (24%). Fysieke problemen worden gevolgd door “te duur” (14%), “geen zin of interesse” (11%) en “geen tijd of andere bezigheden” (10%). Bij de voorgaande metingen was “geen tijd of andere bezigheden” de meest genoemde reden, in 2017 was dit nog 27%. Een mogelijke verklaring voor deze verschuiving is dat er bij deze meting veel meer antwoordmogelijkheden waren dan in 2017. Zo geeft 8% aan al genoeg te bewegen en noemt 4% de mentale gezondheid als reden om niet (meer) te sporten. Opvallend is dat ten opzichte van de voorgaande metingen veel meer respondenten aangeven dat het te duur is 53
geworden: in 2017 noemde 6% dit als belangrijkste reden en in 2022 14%. In hoofdstuk 2 kwam de stijging van contributie en overige kosten al aan bod. Figuur 3.3 Motieven van niet-sporters, 2003-2022 (procenten geen tijd, andere bezigheden fysieke problemen geen zin / interesse te duur te oud verhuisd sportvereniging opgeheven
2013
verruwing, agressieve sfeer
2017
ik voel me onzeker over mijn sportprestaties
2022
ik kan geen sportaanbod in de buurt vinden
ik voel me niet thuis bij de sport- en beweegaanbieder ik kan geen passend sport- en beweegaanbod vinden ik beweeg al genoeg ik weet niet welke sport ik wil beoefenen mentale gezondheid andere reden %
weet niet, geen antwoord 0
10
20
30
40
bron: O&S
De belangrijkste motieven om niet te sporten verschillen ook naar leeftijdscategorie. Vooral ouders van kinderen van 6 tot 12 jaar geven vaak ‘te duur’ als reden (32%). Ook onder 13 tot 17jarigen en 18 tot 64-jarigen is ‘te duur’ één van de twee meest genoemde redenen. Fysieke problemen worden vooral genoemd door 65-plussers (33%), die ook vaker ‘te oud’ als reden noemen (16%) en nauwelijks ‘te duur’ (6%) (figuur 3.4). Figuur 3.4 Belangrijkste twee motieven van niet-sporters, naar leeftijdscategorie (procenten)
0 6-12 jaar te duur geen tijd, andere bezigheden
10
20
30
40 32
11
13-17 jaar te duur geen zin, geen interesse
23 23
18-64 jaar fysieke problemen te duur
17 15
65 jaar en ouder fysieke problemen te oud
16
33
% bron: O&S
54
Niet-sporters die in het verleden wel hebben gesport noemen vaker ‘te duur’ (18%) als reden om niet te sporten dan niet-sporters die nog niet eerder gesport hebben (7%). Niet-sporters die niet eerder hebben gesport noemen relatief vaak dat zij al genoeg bewegen: 18%. Onder ex-sporters is dit 6%. Beide groepen noemen ongeveer even vaak fysieke problemen (20% en 18%) als reden om niet (meer) te sporten.
3.3 Eenenveertig procent van de niet-sporters heeft weer zin om te sporten Van de niet-sporters hebben ruim vier op de tien wel (weer) zin om te gaan sporten (41%). Nietsporters die in het verleden wel hebben gesport, verlangen er meer naar dan niet-sporters die nooit hebben gesport (48% tegenover 28%). Ouderen (55-80 jaar) hebben minder vaak zin om weer te gaan sporten, de groep 35 tot 54 jaar het vaakst. Vrouwen willen ook vaker weer gaan sporten dan mannen. Verder hebben hoger opgeleiden vaker zin om te gaan sporten dan nietsporters met een ander of onbekend opleidingsniveau (tabel 3.5). Tabel 3.5 Heeft u zin om weer te sporten?, 2022 (in procenten van niet-sporters) Heeft u (weer) zin om te sporten? ja nee weet niet man 36 47 10 vrouw 44 35 19
niet ingevuld 7 2
6-12 13-17 18-34 35-54 55-80
48 46 47 56 32
52 27 16 26 51
0 24 22 17 14
0 2 16 2 3
laag opleidingsniveau (18+) middelbaar opleidingsniveau (18+) hoog opleidingsniveau (18+) opleiding onbekend
39 41 49 33
37 41 35 53
17 17 15 6
8 1 1 8
eerder gesport niet eerder gesport niet-sporters
48 28 41
32 61 40
18 10 15
2 2 5 bron: O&S
Niet-sporters die hebben aangegeven wel zin te hebben om (weer) te gaan sporten is gevraagd wat er moet gebeuren om dat mogelijk te maken. Daarbij wordt net als in 2017 het kostenaspect het vaakst genoemd: 36% vindt het te duur of kan het niet betalen en zou bij lagere tarieven wel gaan sporten. Daarnaast speelt bij 11% motivatie een grote rol en een even grote groep noemt dat eerst de gezondheid of fysieke toestand zal moeten verbeteren. Tien procent zou gaan sporten als er meer aanbod in de buurt zou zijn en een even grote groep wanneer er meer sportaanbod zou zijn voor de doelgroep waartoe zij behoren (10%). Eveneens 10% staat op een wachtlijst of is van plan zich te gaan inschrijven. Een groep van 9% zou gaan sporten als zij meer vrije tijd hiervoor zouden hebben. In 2017 was deze groep met 21% ruim twee keer zo groot. Een andere groep van 9% is nog op zoek naar een geschikte sportactiviteit (figuur 3.6). 55
Figuur 3.6 Wat moet er gebeuren om er voor te zorgen dat u gaat sporten?, 2022 (procenten van nietsporters die graag (weer) willen sporten)
0 geld/goedkoper motivatie (zelf & omgeving) gezondheid/ fysieke toestand bereikbaarheid/meer in de buurt doelgroep wachtlijst/ inschrijving tijd juiste sportaanbod vinden ouder of jonger moeten zijn flexibelere abbonnementsvormen of tijden overig
5
10
15
20
25
30
35
40 36
11 11 10 10 10 9 9 5 4 6
% bron: O&S
“De prijzen verlagen bij sportscholen. En verenigingen.” “Het zou lichamelijk beter met me moeten gaan.” “Mezelf motiveren en een laagdrempelige sportactiviteit vinden.” “Betaalbaar, in de buurt en waar ouderen zich ook thuis voelen.”
56
4 Sporten met een beperking
In dit hoofdstuk wordt aandacht besteed aan hoe Amsterdammers met een beperking aan sport doen. Het gaat er daarbij om of zij hun sport in aangepaste vorm doen of niet, en of er door verenigingen en commerciële aanbieders speciale activiteiten worden georganiseerd voor mensen met een beperking.
4.1 Helft van sportende Amsterdammers met een beperking sport niet in aangepaste vorm Zeven procent van de sportende Amsterdammers geeft aan een beperking te hebben. Daarvan sport ruim de helft niet in aangepaste vorm (53%). Een groep van 12% sport met meer of deskundige begeleiders of coaches. Negen procent noemt een andere aanpassing, waarbij meerdere keren aangepaste intensiteit of tempo wordt genoemd. Een klein aantal sporters met een beperking speelt met andere spelregels, maakt gebruik van een hulpmiddel of aangepast sportmateriaal of sport tijdens aparte uren specifiek voor mensen met een beperking (figuur 4.1). Figuur 4.1 Doet u uw sportieve activiteit(en) in aangepaste vorm, 2022 (procenten van sporters met een beperking)
0
20
40
ik sport niet in aangepaste vorm
53
er zijn (meer/deskundige) begeleiders/coaches
12
een andere aanpassing, namelijk:…………
9
de spelregels zijn aangepast
5
ik gebruik een hulpmiddel om te sporten
5
ik sport tijdens aparte uren specifiek voor mensen met…
4
ik gebruik aangepast sportmateriaal
3
ik speel in een speciaal team
2
we spelen met een aangepast aantal spelers in het team
0
de zaal- of veldgrootte is aangepast
0
weet ik niet/ geen antwoord niet ingevuld
60
13
%
8 bron: O&S
57
4.2 Minderheid heeft behoefte aan speciale activiteiten voor mensen met een beperking Sporters met een beperking die bij een vereniging of commerciële aanbieder sporten is gevraagd of deze vereniging of aanbieder speciale activiteiten organiseert voor mensen met een beperking, aandoening of chronische ziekte. De grootste groep (40%) weet dit niet of heeft geen antwoord willen geven. Een bijna even grote groep (39%) geeft aan dat dit niet zo is en dat zij daar ook geen behoefte aan hebben. Elf procent geeft aan dat deze activiteiten er niet zijn maar zegt hier wel behoefte aan te hebben. Volgens een groep van 10% worden dergelijke activiteiten wel aangeboden, waarvan de helft hier ook aan deelneemt (5%) (figuur 4.2). Figuur 4.2 Organiseert de vereniging of aanbieder waarbij u (het vaakst) sport speciale activiteiten voor mensen met een beperking, aandoening of chronische ziekte? 2022 (procenten van sporters met een beperking die bij een vereniging of commerciële aanbieder sporten)
nee, en daar heb ik ook geen behoefte aan
39
nee, maar daar heb ik wel behoefte aan
11
ja, maar ik neem daar niet aan deel
5
ja, en ik neem daar ook aan deel
5
weet niet / geen antwoord
40 % 0
5
10
15
20
25
30
35
40
45
bron: O&S
58
5 Sportmonitor en Sportdeelname Index
In onderstaande tabel is een vergelijking opgenomen tussen de Sportmonitor 2022 en de Amsterdamse en landelijke sportdeelname-index. De cijfers van de Amsterdamse en Nederlandse sportdeelname-index hebben betrekking op april 2022 en november 2022 en gaan over de bevolking van 5-80 jaar. In de Sportmonitor gaan de resultaten over Amsterdammers van 6-80 jaar. In grote lijnen wijken de resultaten van de Sportmonitor niet veel af van die van de sportdeelname –index van november 2022, behalve als het gaat om het organisatieverband waarin gesport wordt, en dan met name als het om individueel ongeorganiseerd sporten of bij een sportvereniging gaat. Tabel 5.1 Vergelijking Sportmonitor en Sportdeelname Index 2022 sportsportdeelname-index monitor Amsterdam
sportdeelname-index Nederland
sportdeelname volgens RSO-norm
78
april 78
november 78
april 69
november 68
>= 1 keer per week
71
71
70
61
59
>= 1 keer per week 6-12 jaar
82
79
84
79
81
>= 1 keer per week 13-18 jaar
83
81
81
69
71
>= 1 keer per week 19-30 jaar
82
76
77
63
60
>= 1 keer per week 31-44 jaar
74
75
71
60
58
>= 1 keer per week 45-64 jaar
61
64
60
56
53
>= 1 keer per week 65-80 jaar
58
61
61
56
51
>= 1 keer per week mannen >= 1 keer per week vrouwen
74 70
70 71
71 68
61 61
60 58
individueel, ongeorganiseerd
27
46
40
35
30
lid sportvereniging
34*
23
25
25
28
commerciële aanbieder
25
29
29
17
18
Informeel groepsverband
19
19
16
14
10
* aandeel actief lidmaatschap van regelmatige sporters bron: O&S
59
Bijlage 1 Respons en methodiek
Bij de enquêtes van de Sportmonitor 2022 is gebruikt gemaakt van verschillende onderzoeksmethoden. Er is schriftelijk, online en telefonisch geënquêteerd (bij respectievelijk 42%, 57% en 2% van de respondenten). Respons Voor deze meting is uit de Basisregistratie Personen (BRP) een steekproef getrokken van Amsterdammers in de leeftijd 6 t/m 80 jaar. Dit gebeurt sinds 2017; in alle voorgaande jaargangen is een steekproef getrokken van Amsterdammers in de leeftijd 6 t/m 74 jaar. De steekproef is gestratificeerd naar stadsdeel, etniciteit en leeftijd. Het veldwerk heeft plaatsgevonden in de maanden september, oktober, november en december van 2022. In totaal hebben 3.075 Amsterdammers aan het onderzoek meegedaan. In tabel 1 staat een overzicht gegeven van hoe de respons is verdeeld naar stadsdeel en migratieachtergrond binnen de leeftijdsgroepen van jonger dan 18 jaar en 18 jaar en ouder. Tabel 1 Respons naar geslacht, migratieachtergrond, generatie, stadsdeel en leeftijd, 2022 <18 18+ man 688 862 vrouw 666 908
totaal 1607 1616
Surinaams/Antilliaans Turks/Marokkaans overig niet-westers westers Nederlands
128 183 125 212 670
61 108 64 308 1175
199 298 197 530 1892
1e generatie 2e generatie Nederlands
135 513 670
369 172 1175
517 707 1892
Centrum West Nieuw-West Zuid Oost Noord Zuidoost Weesp Amsterdam
101 170 280 191 250 157 137 95 1381
312 217 176 245 236 149 98 347 1793
417 398 471 446 500 309 242 446 3323 bron: O&S
Weging Net als in eerdere jaargangen van de Sportmonitor is de responsgroep gewogen. Door middel van weging komt de samenstelling van de responsgroep meer overeen met de samenstelling van de Amsterdamse bevolking. Het oordeel van groepen die ondervertegenwoordigd zijn in het onderzoek worden minder zwaar meegeteld en het oordeel van groepen die 60
ondervertegenwoordigd zijn worden opgewogen. Dit wordt gedaan om betrouwbare uitspraken te kunnen doen op stadsniveau. In de Sportmonitor van 2022 is in eerste instantie gewogen op stadsdeel. Vervolgens is gewogen op leeftijd, migratieachtergrond en opleidingsniveau. Betrouwbaarheidsmarges Bij enquêteonderzoek is het gebruikelijk om betrouwbaarheidsmarges aan te geven. In de volgende tabel zijn deze marges voor een aantal relevante getallen aangegeven. De afwijkingsmarges gelden voor een normale verdeling en een betrouwbaarheid van 95%. Stel we vinden een sportparticipatie van 70% in een stadsdeel met 400 respondenten. Dan betekent dit dat we met 95% betrouwbaarheid kunnen zeggen dat het percentage sporters in dat stadsdeel tussen de 65,5% en 74,5% ligt. Tabel 2 Betrouwbaarheidsmarges Sportmonitor 2022 steekproef- gevonden steekproefgrootte percentage marge
betrouwbaarheids- betrouwbaarheidsinterval interval ondergrens bovengrens
totaal aantal respondenten
abs. 3200
% 90,0
% 1,0
% 89,0
% 91,0
(circa 400 x 7 stadsdelen)
3200
80,0
1,4
78,6
81,4
3200
70,0
1,6
68,4
71,6
3200
60,0
1,7
58,3
61,7
3200
50,0
1,7
48,3
51,7
3200
40,0
1,7
38,3
41,7
3200
30,0
1,6
28,4
31,6
3200
20,0
1,4
18,6
21,4
3200
10,0
1,0
9,0
11,0
per stadsdeel
400
90,0
2,9
87,1
92,9
(circa 400 per stadsdeel)
400
80,0
3,9
76,1
83,9
400
70,0
4,5
65,5
74,5
400
60,0
4,8
55,2
64,8
400
50,0
4,9
45,1
54,9
400
40,0
4,8
35,2
44,8
400
30,0
4,5
25,5
34,5
400
20,0
3,9
16,1
23,9
400
10,0
2,9
7,1
12,9
per leeftijdsgroep <18 / 18+
200
90,0
4,2
85,8
94,2
(circa 200 per stadsdeel)
200
80,0
5,5
74,5
85,5
200
70,0
6,4
63,6
76,4
200
60,0
6,8
53,2
66,8
200
50,0
6,9
43,1
56,9
200
40,0
6,8
33,2
46,8
200
30,0
6,4
23,6
36,4 bron: O&S
61
Bijlage 2 Vragenlijst
Vragenlijst Sportmonitor 2022 volwassenen 18 jaar en ouder Het invullen van de vragenlijst duurt 10 tot 15 minuten. Wilt u per vraag slechts 1 hokje aankruisen, tenzij het anders vermeld staat. Uw antwoorden zullen anoniem verwerkt worden.
Sporten Allereerst willen we graag weten welke sport of sporten u in de afgelopen twaalf maanden heeft beoefend. U moet daarbij denken aan bijvoorbeeld badminton, fitness, toerfietsen en schaken, maar niet aan tuinieren, puzzelen of fietsen naar de bakker. Sporten die u tijdens uw vakantie of vrije tijd heeft beoefend, tellen wel mee. Daaronder valt bijvoorbeeld ook voetbal met vrienden in het park zonder echt doel of scheidsrechter. Sporten tijdens lessen lichamelijke opvoeding of gymnastieklessen op school tellen niet mee. 1 Welke sport of sporten heeft u in de afgelopen 12 maanden beoefend? U kunt meerdere antwoorden aankruisen.
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13
atletiek badminton basketbal biljart / poolbiljart / snooker bmx bowling bridge dammen danssport darts duiksport fitness, individueel (binnen) fitness, in een groep zoals aerobics, spinning en zumba (binnen)
28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55
14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27
fitness, buiten zoals bootcamp freerunning golf gymnastiek / turnen handbal hardlopen / joggen hockey honkbal / softbal jeu de boules judo kano (berg)klimsport korfbal midgetgolf
2
Heeft u een of meerdere sporten in aangepaste vorm beoefend? (zoals rolstoelbasketbal, rolstoelhockey of
mountainbiken motorsport paardensport pilates roeien rugby schaatsen schaken schietsport skeeleren / skaten skiën / langlaufen / snowboarden squash tafeltennis tennis vecht- en verdedigingssporten (excl. judo) veldvoetbal volleybal wandelsport waterpolo wielrennen / toerfietsen yoga (ook poweryoga) zaalvoetbal zeilen / surfen zwemsport (excl. waterpolo) andere sport, namelijk _________________________________ andere sport, namelijk _________________________________ andere sport, namelijk _________________________________ geen sport ga naar vraag 28 over vrijwilligerswerk
rolstoeltennis)?
1 2 3
ja, namelijk:_________________________________________________________________________________________ nee weet niet/ geen antwoord
62
3
Hoeveel keer heeft u in de afgelopen 12 maanden in totaal gesport? Indien u het niet precies weet, geeft u dan een zo nauwkeurig mogelijke schatting.
keer 4
Bent u lid van een sportvereniging? Een sportschool of fitnesscentrum valt niet onder een sportvereniging.
1 2 3
ja nee weet niet/ geen antwoord
U heeft bij vraag 1 aangegeven dat u een of meer sporten heeft beoefend in de afgelopen 12 maanden. Kunt u bij de volgende vragen aangeven welke van deze sporten u in de afgelopen 12 maanden het meest heeft beoefend en in welke mate? U kunt maximaal drie sporten kiezen. Als er meer dan drie sporten in aanmerking komen, vul dan de drie sporten in die u in de afgelopen 12 maanden het meest heeft beoefend. Te beginnen met de meest beoefende sport
5a
Wilt u hieronder de eerste sport met het betreffende nummer (zie vraag 1) noteren? Let op: het gaat hierbij om de meest beoefende sport Sport 1
______________________________________
Antwoordnummer
6a
Hoe regelmatig beoefent u [sport 1]? Let op: het gaat hierbij om de meest beoefende sport
1 2 3 4 5 6 7 8
minder dan 1 keer per maand (één tot enkele keren per jaar) 1 keer per maand 2 keer per maand 3 keer per maand 1 keer per week 2 keer per week 3 of meer keer per week weet niet/ geen antwoord
Indien u één sport beoefent, kunt u doorgaan naar vraag 7.
5b
Wilt u hieronder de tweede sport met het betreffende nummer noteren? Let op: het gaat hierbij om de op één na meest beoefende sport
Sport 2
______________________________________
Antwoordnummer
6b
Hoe regelmatig beoefent u [sport 2]?
1 2 3 4 5 6 7 8
Let op: het gaat hierbij om de op één na meest beoefende sport minder dan 1 keer per maand (één tot enkele keren per jaar) 1 keer per maand 2 keer per maand 3 keer per maand 1 keer per week 2 keer per week 3 of meer keer per week weet niet/ geen antwoord
63
Indien u 2 sporten beoefent, kunt u doorgaan naar vraag 7.
5c
Wilt u hieronder de derde sport met het betreffende nummer noteren? Let op: het gaat hierbij om de op twee na meest beoefende sport Sport 3
______________________________________
Antwoordnummer
6c
Hoe regelmatig beoefent u [sport 3]? Let op: het gaat hierbij om de op twee na meest beoefende sport
1 2 3 4 5 6 7 8
minder dan 1 keer per maand (één tot enkele keren per jaar) 1 keer per maand 2 keer per maand 3 keer per maand 1 keer per week 2 keer per week 3 of meer keer per week weet niet/ geen antwoord
De volgende vragen gaan over de sport die u in de afgelopen 12 maanden het meest heeft beoefend.
7
Wilt u hieronder de sport noteren die u in de afgelopen 12 maanden het meest heeft beoefend? Meest beoefende sport
______________________________________
Sportnummer
8
In welk verband heeft u deze sport in de afgelopen 12 maanden beoefend? Is dat ……? U kunt meerdere antwoorden aankruisen.
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13
als lid van een sportvereniging als rechtstreeks lid van een sportbond bij een sportschool, fitnesscentrum of andere commerciële sportaanbieder (bv. ook manege, squashcentrum en klimhal) via school/ opleiding (naschoolse sport/ studentensport) in het kader van bedrijfssport via het sociaal-cultureel werk, sportbuurtwerk of welzijnswerk tijdens een georganiseerde sportvakantie als deelnemer aan een georganiseerd sportevenement ongeorganiseerd met vrienden, familie, gezin of collega's ongeorganiseerd, alleen / individueel bij een zorginstelling in ander verband, namelijk ___________________________________________________________________________ weet niet/ geen antwoord
9
Op welke plek doet u meestal aan deze sport? Is dat in uw woonbuurt, in uw stadsdeel, elders in Amsterdam of buiten Amsterdam? U kunt slechts één antwoord aankruisen.
1 2 3 4 5 6 7
in eigen woonbuurt → ga naar vraag 11 elders in eigen stadsdeel → ga naar vraag 11 elders in Amsterdam buiten Amsterdam, maar wel in Nederland → ga naar vraag 11 buitenland → ga naar vraag 11 dit varieert per keer → ga naar vraag 11 weet niet/ geen antwoord → ga naar vraag 11
64
10
Kunt u zeggen in welk stadsdeel u deze sport beoefent?
1 2 3 4 5 6 7 8 9
Centrum West Nieuw-West Zuid Oost Noord Zuidoost Weesp weet niet/ geen antwoord
11
Hoeveel contributie of bijdrage betaalt u jaarlijks voor deze sport (inclusief bondsbijdrage)? U kunt uw antwoord noteren in euro's per jaar.
euro
weet niet/ geen antwoord
12
Vindt u dit bedrag hoog, normaal of juist laag?
1 2 3 4
hoog normaal laag weet niet/ geen antwoord
13
Welk bedrag bent u jaarlijks naast contributie/toegangsgeld kwijt aan deze sport? Denkt u daarbij bijvoorbeeld aan vervoer, attributen, kleding en consumpties. U kunt uw antwoord noteren in euro's per jaar.
euro
weet niet/ geen antwoord
14
Naast de eerdergenoemde sporten onderscheiden we de zogenaamde 'urban sports'. Welke van onderstaande sporten heeft u in de afgelopen 12 maanden beoefend? U kunt meerdere antwoorden aankruisen.
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17
basketball (streetball & 3x3 basketball) BMX-en (fietscross) BMX-en (freestyle) calisthenics fixed gear freerunning golfsurf inlineskaten panna- en freestyle voetbal skateboarden stuntsteppen tricking hiphop dans, zoals breakdance of streetdance padel suppen andere urban sport, namelijk… geen urban sport
65
De volgende vraag gaat over sportactiviteiten die u in de maand augustus 2022 heeft verricht. U moet daarbij denken aan bijvoorbeeld badminton, fitness, toerfietsen en schaken, maar niet aan tuinieren, puzzelen of fietsen naar de bakker. Sporten die u tijdens uw vakantie of vrije tijd heeft beoefend, tellen wel mee. Daaronder valt bijvoorbeeld ook voetbal met vrienden in het park zonder echt doel of scheidsrechter. Sporten tijdens lessen lichamelijke opvoeding of gymnastieklessen op school tellen niet mee. 15
Welke sport of sporten heeft u in de maand augustus 2022 beoefend? U kunt meerdere antwoorden aankruisen.
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13
atletiek badminton basketbal biljart / poolbiljart / snooker bmx bowling bridge dammen danssport darts duiksport fitness, individueel (binnen) fitness, in een groep zoals aerobics, spinning en zumba (binnen)
14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27
fitness, buiten zoals bootcamp freerunning golf gymnastiek / turnen handbal hardlopen / joggen hockey honkbal / softbal jeu de boules judo kano (berg)klimsport korfbal midgetgolf
28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55
mountainbiken motorsport paardensport pilates roeien rugby schaatsen schaken schietsport skeeleren / skaten skiën / langlaufen / snowboarden squash tafeltennis tennis vecht- en verdedigingssporten (excl. judo) veldvoetbal volleybal wandelsport waterpolo wielrennen / toerfietsen zaalvoetbal yoga (ook poweryoga) zeilen / surfen zwemsport (excl. waterpolo) andere sport, namelijk _________________________________ andere sport, namelijk _________________________________ andere sport, namelijk _________________________________ geen sport
De volgende vragen gaan niet specifiek over de sport die u het meest beoefent, maar over sporten in het algemeen. 16
Stel dat u sport of zou willen sporten in uw eigen buurt, zijn er dan voldoende…
sportaccommodaties (zoals sporthallen, sportvelden of zwembaden)? voorzieningen in de openbare ruimte om te sporten? Hiermee bedoelen we plekken die speciaal bedoeld zijn om te sporten zonder toegang te betalen of lid te zijn van een vereniging (zoals basketbalpleintje, voetbalveldje, fitnesstoestellen, skatepark, hardlooproute etc.). plekken in de openbare ruimte waar u een sport kunt beoefenen, maar die daar niet primair voor bedoeld zijn (zoals parken, natuurgebieden, bossen, pleintjes etc.)?
voldoende
onvoldoende
geen
weet niet/ geen antwoord
66
17
Heeft u in de afgelopen 12 maanden gebruik gemaakt van sportvoorzieningen in de openbare ruimte? (zoals basketbalpleintje, voetbalveldje, fitnesstoestellen, skatepark, hardlooproute etc.).
1 2 3 4 5
ja, in mijn stadsdeel ja, buiten mijn stadsdeel ja, zowel in mijn stadsdeel als buiten mijn stadsdeel nee weet niet/ geen antwoord
Aangepast sporten De volgende vragen gaan over sporten in aangepaste vorm voor mensen met een beperking, aandoening of chronische ziekte. 18
Heeft u een beperking, aandoening of chronische ziekte?
1 2 3
ja nee → ga naar vraag 21 weet niet/ geen antwoord → ga naar vraag 21
19
Doet u uw sportieve activiteit(en) in aangepaste vorm? Meerdere antwoorden mogelijk
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11
ja, ik gebruik een hulpmiddel om te sporten ja, ik gebruik aangepast sportmateriaal ja, de spelregels zijn aangepast ja, de zaal- of veldgrootte is aangepast ja, er zijn (meer/deskundige) begeleiders/coaches ja, ik speel in een speciaal team ja, we spelen met een aangepast aantal spelers in het team ja, een andere aanpassing, namelijk:………… ja, ik sport tijdens aparte uren specifiek voor mensen met een beperking nee, ik sport niet in aangepaste vorm weet ik niet/ geen antwoord
De volgende vraag hoeft u alleen te beantwoorden indien u sport bij een vereniging of een sportschool, fitnesscentrum of andere commerciële sportaanbieder (bv. ook manege, squashcentrum en klimhal)
20
Organiseert de vereniging of aanbieder waarbij u (het vaakst) sport speciale activiteiten voor mensen met een beperking, aandoening of chronische ziekte?
1 2 3 4 5
ja, en ik neem daar ook aan deel ja, maar ik neem daar niet aan deel nee, maar daar heb ik wel behoefte aan nee, en daar heb ik ook geen behoefte aan weet niet/ geen antwoord
67
Sfeer tijdens het sporten
De volgende vragen gaan over de sfeer die u ervaart tijdens het sporten.
21
Kunt u op een schaal van 1 tot 10 aangeven in hoeverre u zich veilig voelt tijdens het sporten? 1 staat voor zeer onveilig, 10 staat voor zeer veilig
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
weet niet/ geen antwoord
De volgende vraag hoeft u alleen te beantwoorden indien u sport bij een vereniging of een sportschool, fitnesscentrum of andere commerciële sportaanbieder (bv. ook manege, squashcentrum en klimhal) 22
Kunt u op een schaal van 1 tot 10 aangeven in hoeverre u zich thuis voelt bij de vereniging of sportaanbieder waarbij u deze sport uitoefent? 1 staat voor niet thuis voelen, 10 staat voor zeer sterk thuis voelen
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
weet niet/ geen antwoord
23
Voelt u zich tijdens het sporten weleens gediscrimineerd?
1 2 3
ja nee → ga naar vraag 25 weet niet/ geen antwoord → ga naar vraag 25
24
Waarop had dit betrekking? Meerdere antwoorden mogelijk
1 2 3 4 5 6
herkomst gender seksuele geaardheid religie leeftijd anders, namelijk…
25
In welke mate is er sprake van een agressieve sfeer op of rond de plekken waar u deze sport beoefent?
1 2 3 4 5
regelmatig soms zelden → ga naar vraag 28 nooit → ga naar vraag 28 weet niet/ geen antwoord → ga naar vraag 28
26
Komt deze agressieve sfeer vooral voor op de plekken waar u deze sport beoefent (door sporters) of daar omheen (door anderen zoals toeschouwers, begeleiders of ouders langs de lijn)?
1 2 3 4
vooral op het veld / sportplek (door sporters) vooral rond het veld / sportplek (door anderen) zowel op als rond het veld / sportplek weet niet/ geen antwoord
68
27
Kunt u een recent voorval beschrijven waarbij er sprake was van een agressieve sfeer?
weet niet/ geen antwoord
Vrijwilligerswerk 28
Heeft u in de afgelopen 12 maanden vrijwilligerswerk in de sport verricht?
1 2 3
ja nee ga naar blok over Zwemmen (vraag 30) weet niet/ geen antwoord ga naar blok over Zwemmen (vraag 30)
29
Op welk gebied bent u als vrijwilliger in de sport actief? Om welke functie of werkzaamheden gaat het? U kunt meerdere antwoorden aankruisen.
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13
bestuursfunctie trainer, coach, leider, lesgeven scheidsrechter, grensrechter, lijnrechter of jury organisatie van wedstrijden of toernooien organisatie van sociale activiteiten (bv. kamp, bingoavond, Sinterklaasfeest, disco) beheer / onderhoud / schoonmaak van materiaal of accommodatie clubblad, nieuwsbrief, website bar- of kantinediensten sponsoring medische werkzaamheden (arts, fysiotherapeut, masseur) vervoer of andere ondersteunende werkzaamheden anders, namelijk ___________________________________________________________________________ weet niet/ geen antwoord
Zwemmen De volgende vragen gaan over zwemmen. Of u nu wel of niet sport, de gemeente Amsterdam is onder andere benieuwd hoeveel Amsterdammers kunnen zwemmen. 30
Heeft u zwemdiploma A, B of C? NB: Het gaat hier niet om eventuele lintjes die voor diploma A gehaald worden.
1 2 3 4 5
ja, alleen diploma A ga naar vraag 32 ja, diploma A en B ga naar vraag 32 ja, diploma A, B en C ga naar vraag 32 nee, ik heb geen zwemdiploma weet niet/ geen antwoord
31
Kunt u zwemmen?
1 2 3
ja nee weet niet/ geen antwoord
32
Zit u op zwemles?
1 2 3
ja nee weet niet/ geen antwoord
69
Niet-sporten Deze vragen hoeft u alleen te antwoorden indien u bij vraag 1 geen sport heeft ingevuld (vraag 1 = antwoordnummer 55). Ga anders naar het volgende blok met Achtergrondvragen (vraag 38). 33
Heeft u in het verleden gesport?
1 2 3
ja nee ga naar vraag 35 weet niet/ geen antwoord ga naar vraag 35
34
In welk verband heeft u het meest gesport? Is dat ……? U kunt meerdere antwoorden aankruisen.
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13
als lid van een sportvereniging als rechtstreeks lid van een sportbond bij een sportschool, fitnesscentrum of andere commerciële sportaanbieder (bv ook manege, tennishal, squashcentrum en klimhal) via school (naschoolse sport) in het kader van bedrijfssport via het sociaal-cultureel werk, sportbuurtwerk of welzijnswerk tijdens een georganiseerde sportvakantie als deelnemer aan een georganiseerd sportevenement ongeorganiseerd met vrienden, familie, gezin of collega's ongeorganiseerd, alleen / individueel bij een zorginstelling in ander verband, namelijk ___________________________________________________________________________ weet niet/ geen antwoord
35
Wat is de belangrijkste reden dat u niet (meer) sport? U kunt slechts één antwoord aankruisen.
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18
verhuisd fysieke problemen (blessure, afgekeurd, ziek, lichamelijke beperking) mentale gezondheid te oud het is/werd te duur sportvereniging/-club opgeheven of verplaatst verruwing, agressieve sfeer op of rond het veld geen tijd, andere bezigheden geen zin, geen interesse ik weet niet welke sport ik wil beoefenen ik beweeg al genoeg ik kan geen passend sport- en beweegaanbod vinden ik voel me niet thuis bij de sport- en beweegaanbieder (club, sportschool etc.) ik kan geen sportaanbod in de buurt vinden mijn familie of vrienden doet/doen niet aan sport ik voel me onzeker over mijn sportprestaties andere reden, namelijk _______________________________________________________________________________ weet niet/ geen antwoord
36
Heeft u (weer) zin om te sporten?
1 2 3
ja nee ga naar blok met Achtergrondvragen (vraag 38) weet niet/ geen antwoord ga naar blok met Achtergrondvragen (vraag 38)
70
37
U geeft aan dat u wel (weer) zou willen sporten. Wat moet er gebeuren om er voor te zorgen dat u gaat sporten?
weet niet/ geen antwoord
Achtergrondvragen De laatste vragen gaan over u en uw huishouden en zijn bedoeld voor de statistiek. Deze antwoorden worden niet gekoppeld aan de antwoorden die u op de eerdere vragen heeft gegeven. 38
Heeft u een Stadspas?
1 2 3
ja nee ga naar vraag 40 weet niet/ geen antwoord ga naar vraag 40
39
Maakt u gebruik van de Stadspas voor sportbeoefening?
1 2 3
ja nee weet niet/ geen antwoord
40
Uit hoeveel personen bestaat uw huishouden (inclusief uzelf)?
weet niet/ geen antwoord