CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Sportmonitor 2022.pdf

Raadscommissie Sociaal, Economische zaken en Democratisering 22 november 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Sportmonitor 2022 (VN2023-023677)21.917 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De Sportdeelname index laat zien dat tijdens de coronapandemie minder mensen in verenigingsverband en bij commerciële aanbieders zijn gaan sporten en juist vaker individueel. Sinds de pandemie is het aandeel dat in verenigingsverband sport weer toegenomen en het aandeel dat individueel sport licht gedaald. Figuur 2.4 Organisatieverband waarin gesport wordt (meest beoefende sport), 2003-2022 (procenten van de sportende bevolking, meerdere antwoorden mogelijk)

sportvereniging 34

2003 2006 2009 2013 2017 2022

commerciële sportaanbieder 25 ongeorganiseerd, met vrienden

19 ongeorganiseerd, individueel 27 0

10

20

30

40

% bron: O&S

In figuur 2.5 en 2.6 op de volgende pagina is het organisatieverband waarin men sport uitgesplitst naar leeftijdsgroepen en naar migratieachtergrond. Vooral jongeren zijn lid van een vereniging: tot 18 jaar is dat ruim twee derde van alle sportende jongeren. Vanaf 18 jaar vindt er een verschuiving plaats. Het merendeel van de sporters gaat dan naar een commerciële sportaanbieder of sport ongeorganiseerd, vooral individueel.

33

Sportverenigingen zijn vooral populair onder Amsterdammers zonder migratieachtergrond: 38% van deze groep is lid. Onder Surinaamse en Antilliaanse sporters en voor Turkse en Marokkaanse sporters zijn commerciële sportaanbieders het meest populaire organisatieverband. Ongeorganiseerd sporten met vrienden is onder alle groepen het minst populair. Figuur 2.5 Organisatieverband waarin gesport wordt naar leeftijdsgroep (meest beoefende sport), 2022 (procenten van de sportende bevolking) % 70 70 64

60

50 45

40

36

35

32

30

27 21

26

21

19

20 13

17

11

10

20 20

16

15

15 6

0

6-12

13-17

sportvereniging

18-34

35-54

commerciële sportaanbieder

55-80

met vrienden

individueel

bron: O&S Figuur 2.6 Organisatieverband waarin gesport wordt naar migratieachtergrond (meest beoefende sport), 2022 (procenten van de sportende bevolking) % 45 40 39

35

25

30

29

30

31 27

28

27

24

27

27 22

21

27 24

21

22 19

20 15

25

15

15

Sur/Ant

Tur/Mar

10 5 0

sportvereniging

ov niet-westers

commerciële sportaanbieder

westers met vrienden

Ned individueel

bron: O&S

34

Tabel 2.7 en 2.8 tonen de organisatieverbanden waarin wordt gesport naar achtergrondkenmerken weergegeven voor jongeren van 6-17 jaar (tabel 2.7) en volwassenen (tabel 2.8). Zeventig procent van de kinderen van 6-12 jaar die aan sport doen, doet dat in verenigingsverband. Onder jongeren van 13-17 jaar verliest het sporten in verenigingsverband aan populariteit (64%), maar is wel hoger dan in 2017 (57%) Het aandeel dat sport in een ander verband (commerciële sportaanbieder, met vrienden of individueel) ligt hoger dan bij jonge kinderen. Het aandeel dat via een vereniging sport is het grootst onder sportende jongeren zonder migratieachtergrond: 80% van de sportende 6-12-jarigen en 74% van de sportende 13-17jarigen. In beide leeftijdsgroepen wordt er relatief weinig individueel gesport. Jongens sporten in beide leeftijdsgroepen vaker met vrienden en in verenigingsverband. In de leeftijdsgroep 6 tot 12 jaar sporten meisjes vaker bij een commerciële aanbieder dan jongens, in de leeftijdsgroep 13 tot 17 jaar is dit andersom. In de stadsdelen Zuidoost en Nieuw-West is het aandeel jongeren dat sport als lid van een vereniging lager dan in de overige stadsdelen. In Noord geldt dit alleen voor jongeren van 13 tot 17 jaar, deze groep sport in Noord het vaakst individueel. In Weesp sporten jongeren het vaakst in verenigingsverband.

Tabel 2.7 Organisatieverband waarin gesport wordt naar achtergrondkenmerken (meest beoefende sport) voor 6-12 en 13-17-jarigen, 2022 (procenten van de sportende bevolking, meerdere antwoorden mogelijk) commerciële sportvereniging sportaanbieder met vrienden individueel 6-12 13-17 6-12 13-17 6-12 13-17 6-12 13-17 man 75 66 11 16 13 23 6 19 vrouw 64 63 16 14 9 20 6 13 Nederlands westers niet-westers

80 66 57

74 60 38

10 15 16

14 18 16

11 12 11

19 25 27

4 9 6

15 15 24

1e generatie 2e generatie Nederlands

48 63 80

32 57 74

12 16 10

23 15 14

15 10 11

26 26 19

12 6 4

25 18 15

Weesp Zuid Oost Centrum West Noord Nieuw-West Zuidoost Amsterdam

88 80 80 73 70 70 61 52 70

79 69 76 77 68 44 63 40 64

9 13 8 14 17 8 16 17 13

11 14 16 10 7 18 23 10 15

4 7 11 15 15 15 8 9 11

18 22 27 13 22 19 18 23 21

6 16 8 12 2 20 5 6 7 17 4 24 7 16 8 13 6 16 bron: O&S

Van de volwassen sporters sport 17% in verenigingsverband. Onder volwassenen zijn commerciële aanbieders (32%) en individueel (31%) de meest populaire organisatieverbanden. Daarnaast sport 17% met vrienden. Volwassen mannen sporten vaker in verenigingsverband dan vrouwen, terwijl vrouwen juist vaker bij een commerciële aanbieder sporten. Verenigingen zijn 35

het meest populair onder volwassenen zonder migratieachtergrond. Wanneer we echter onderscheid maken naar generatie, dan sporten volwassenen van de tweede generatie juist het vaakst in verenigingsverband. Volwassenen met een westerse achtergrond sporten juist het vaakst met vrienden of individueel. Volwassenen met een laag opleidingsniveau sporten veel minder vaak in verenigingsverband of bij een commerciële aanbieder. In Weesp wordt het vaakst door volwassenen in verenigingsverband gesport en juist het minst vaak bij een commerciële aanbieder. In Oost en West sporten volwassenen het vaakst individueel. Tabel 2.8 Organisatieverband waarin gesport wordt naar achtergrondkenmerken (meest beoefende sport) voor 18-plussers, 2022 (procenten van de sportende bevolking, meerdere antwoorden mogelijk) commerciële sportvereniging sportaanbieder met vrienden individueel man 21 30 20 34 vrouw 16 33 19 32 Nederlands Westers niet-westers

21 14 17

31 32 33

20 26 15

34 38 26

1e generatie 2e generatie Nederlands

10 25 21

33 33 31

21 19 20

34 27 34

laag opleidingsniveau middelbaar opleidingsniveau hoog opleidingsniveau

12 20 20

21 28 35

19 17 22

30 31 35

Weesp Zuid Oost Noord Zuidoost West Nieuw-West Centrum Amsterdam

32 22 21 18 18 17 16 14 17

20 32 28 34 26 36 29 34 32

23 17 23 19 9 19 26 21 17

36 32 40 26 30 38 28 35 31 bron: O&S

2.3 Zes op de tien sportende Amsterdammers sporten in eigen stadsdeel Van alle sportende Amsterdammers sport 61% in het eigen stadsdeel: 43% in de eigen woonbuurt en 18% ergens anders in het eigen stadsdeel. Een vijfde (19%) sport elders in Amsterdam. Dat maakt dat in totaal 80% van alle sportende Amsterdammers sport in hun eigen stad. Een klein deel (9%) sport buiten Amsterdam, maar wel in Nederland. Sporten die vooral buiten Amsterdam worden beoefend zijn hockey, wielrennen, golf en paardensport. De rest van de Amsterdammers sport in het buitenland of op verschillende plaatsen. De cijfers zijn vergelijkbaar met de vorige meting: in 2017 sportte 47% in de eigen woonbuurt, 16% deed dat elders in het eigen stadsdeel en 19% ging naar een ander deel van de stad. Inwoners van de stadsdelen Zuidoost (54%, Noord (49%) en Oost (48%) sporten het vaakst in hun eigen woonbuurt. In de stadsdelen Zuid (34%) en Centrum (36%) sporten relatief de minste 36

mensen in hun eigen woonbuurt of in hun eigen stadsdeel. Met stadsdeel West samen zijn dit ook de stadsdelen waar de meeste sporters hebben aangegeven in een ander deel van Amsterdam te sporten (26% in West, 24% in Zuid en 28% in Centrum). Bewoners van Weesp en Zuid sporten wat vaker buiten de stad (16% en 13%) (figuur 2.9). Figuur 2.9 Plek waar gesport wordt naar stadsdeel (meest beoefende sport), 2022 (procenten)

in woonbuurt elders in Amsterdam buitenland weet niet / geen antwoord Zuidoost

elders in eigen stadsdeel buiten Amsterdam dit varieert

54

Noord

49

Oost

48

Nieuw-West

44

Weesp

44

West

39

Centrum

36

Zuid

34

Amsterdam

20 26 18

0

4

4

11

5

4

5

7 1

8

4

9

4

5

22

21

6

18

15

1 7

26

12

28

18

24

7

4

2

9

4

12

1 5

4

9

1 6

4

19

40

60

7

7 10

18

20

9

15

15

43

9

100 %

80

bron: O&S

Sporters van 13-17 jaar sporten wat vaker buiten het eigen stadsdeel en de eigen woonbuurt dan sporters uit andere leeftijdsgroepen. Verschillen zijn verder klein (figuur 2.10). Figuur 2.10 Plek waar gesport wordt naar leeftijdsgroep (meest beoefende sport), 2022 (procenten)

in woonbuurt elders in Amsterdam buitenland weet niet / geen antwoord 6-12

elders in eigen stadsdeel buiten Amsterdam dit varieert

42

13-17

25

34

22

18-34

24

47

35-54

21

15

55-80

44

14

Amsterdam

43

18

20

10

19

51

0

22

40

11

19

60

22

1 6

4

5

15 17

8

80

7

2

9

1 5

4

1

7

7

9

1 6

4

100 % bron: O&S

37

2.4 Meeste sporters voelen zich veilig tijdens het sporten, 6% ervaart discriminatie Amsterdammers tussen 6 en 80 jaar voelen zich gemiddeld genomen zeer veilig tijdens het sporten. Het gemiddelde rapportcijfer hiervoor bedraagt een 8,7. Verschillen op grond van leeftijd, geslacht, migratieachtergrond, opleidingsniveau en stadsdeel zijn klein (tabel 2.11). Tabel 2.11 Veilig voelen tijdens het sporten, rapportcijfer, 2022 (procenten van sporters) <18 18+ man 8,7 8,9 vrouw 8,6 8,7

totaal 8,8 8,6

Nederlands westers niet-westers

8,7 8,7 8,3

8,9 8,9 8,5

8,8 8,8 8,4

1e generatie 2e generatie Nederlands

8,4 8,5 8,7

8,7 8,6 8,9

8,6 8,6 8,8

laag opleidingsniveau middelbaar opleidingsniveau hoog opleidingsniveau

8,5 8,5 8,5

8,8 8,8 8,8

8,7 8,7 8,8

Centrum West Zuid Weesp Oost Nieuw-West Zuidoost Noord Amsterdam

8,8 8,6 8,6 8,9 8,8 8,5 8,6 8,3 8,6

8,9 9,0 9,0 8,9 8,8 8,6 8,6 8,6 8,8

8,9 8,9 8,9 8,9 8,8 8,6 8,6 8,5 8,7 bron: O&S

Amsterdammers voelen zich in sterke mate thuis bij de sportvereniging of sportaanbieder waar zij sporten. Gemiddeld geven zij een 8,5 als rapportcijfer. Verschillen naar persoonskenmerken en stadsdeel zijn klein (tabel 2.12).

38

Tabel 2.12 Thuis voelen bij de sportvereniging of sportaanbieder, rapportcijfer, 2022 (procenten van sporters) <18 18+ totaal man 8,6 8,5 8,6 vrouw 8,6 8,5 8,5 Nederlands westers niet-westers

8,7 8,8 8,3

8,6 8,4 8,3

8,6 8,6 8,3

1e generatie 2e generatie Nederlands

8,4 8,5 8,7

8,7 8,6 8,9

8,6 8,6 8,8

laag opleidingsniveau middelbaar opleidingsniveau hoog opleidingsniveau

8,5 8,6 8,7

8,1 8,5 8,6

8,2 8,6 8,6

Weesp Oost Centrum West Nieuw-West Zuid Zuidoost Noord Amsterdam

8,8 8,7 8,7 8,5 8,5 8,4 8,8 8,6 8,6

8,7 8,7 8,6 8,6 8,5 8,5 8,4 8,0 8,5

8,8 8,7 8,6 8,6 8,6 8,5 8,5 8,2 8,5 bron: O&S

Zes procent van de sporters voelt zich tijdens het sporten weleens gediscrimineerd. Sporters met een niet-westerse migratieachtergrond voelen zich vaker gediscrimineerd, vooral jongeren (10%). Ook heeft de tweede generatie meer te maken met discriminatie dan de eerste generatie en Amsterdammers met een Nederlandse achtergrond. Sporters in Nieuw-West ervaren het vaakst discriminatie (9%), sporters in Weesp het minst vaak (1%) (tabel 2.13).

39

Tabel 2.13 Gediscrimineerd tijdens het sporten, 2022 (procenten van sporters) <18 man 6 vrouw 7

18+ 5 7

totaal 5 7

Nederlands westers niet-westers

4 5 10

5 6 8

4 5 8

1e generatie 2e generatie Nederlands

7 8 4

6 9 5

6 8 4

laag opleidingsniveau middelbaar opleidingsniveau hoog opleidingsniveau

6 7 7

6 5 6

6 6 6

Nieuw-West Centrum Oost Zuid Noord West Zuidoost Weesp Amsterdam

9 3 8 3 4 5 7 4 6

9 9 5 7 5 4 3 0 6

9 8 6 5 5 4 4 1 6 bron: O&S

Wanneer discriminatie wordt ervaren heeft dit meestal betrekking op herkomst (26%) of gender (25%). Dertien procent ervaart discriminatie vanwege leeftijd en 9% vanwege seksuele geaardheid (figuur 2.14). Tabel 2.14 Waarop had discriminatie tijdens het sporten betrekking? 2022 (procenten van sporters die discriminatie ervaren hebben)

0

5

10

15

20

25

30

herkomst

26

gender

25

anders, namelijk

15

leeftijd

13

seksuele geaardheid religie

9 6

% bron: O&S

40

2.5 Agressie op en rond sportplek speelt iets meer onder jongeren Van de sporters geeft 1% aan dat er regelmatig een agressieve sfeer hangt rond de velden waar zij hun sport beoefenen, 9% geeft aan dat dit soms het geval is. In 2017 was dit respectievelijk 1% en 6%. Jongeren tussen 13 en 17 hebben het vaakst te maken met een agressieve sfeer: 18% van deze groep ervaart dit regelmatig of soms. Een meerderheid van de sporters geeft aan nooit (53%) of zelden (29%) een agressieve sfeer te ervaren op of rond de sportplek (figuur 2.15). Bij veldvoetbal (30%) en hockey (14%) wordt het vaakst een agressieve sfeer ervaren. De sporters die vinden dat er soms of regelmatig sprake is van een agressieve sfeer is gevraagd naar de oorzaak van deze agressie. Volgens hen komt agressie ongeveer even vaak voor op het veld (door sporters, 36%) als rond het veld (door omstanders, 30%). Vierentwintig procent geeft aan dat het een combinatie van beide is. Respondenten die soms of vaak te maken hebben met een agressieve sfeer is gevraagd of ze een recent voorval kunnen beschrijven waarbij hier sprake van was. Voetballers noemen hierbij vooral voorbeelden waarbij ouders langs de lijn zich (verbaal) agressief opstellen naar scheidsrechters of spelers. Ook worden voorbeelden gegeven waarbij spelers elkaar opzettelijk pijn doen of onenigheid uitmondt in fysiek geweld.

Hockeyers geven vergelijkbare voorbeelden, maar zij noemen ook voorbeelden van intimidatie of beroving rondom het sportpark. Wielrenners noemen vooral voorbeelden van agressieve medeweggebruikers: automobilisten, ebikers en andere wielrenners. Veldvoetbal: “Vaders van kinderen die het niet eens zijn met de beslissing van de scheidsrechter. Kinderen die op het veld elkaar opzettelijk pijn doen” Hockey: “’s Avonds in het donker zijn er jongens buiten bij de club die de kinderen/meisjes lastigvallen” Figuur 2.15 Agressieve sfeer op of rond de sportplek naar leeftijdsgroep, 2022 (procenten van sport

ja, regelmatig 6-12 1

ja, soms

12

13-17 3

7

34

35-54

11

27

0

weet niet / geen antwoord 43

38

18-34 2

totaal 1

nooit

34

15

55-80 1 3

zelden

11

38

6

54

4

56

18

6

65

9

14

29

20

53

40

60

8

80

100 % bron: O&S

41

Amsterdamse sporters met een Surinaamse/Antilliaanse (15%), Turkse/Marokkaanse (14%) en overige niet-westerse migratieachtergrond (15%) zeggen vaker regelmatig of soms een agressieve sfeer te ervaren dan Nederlandse sporters (9%) of sporters met een westerse migratieachtergrond (10%). Dit kan deels worden verklaard doordat deze groepen vaker aan voetbal doen (zie figuur 1.13). Voor alle groepen is het aandeel dat regelmatig of soms agressie ervaart toegenomen sinds 2017 (figuur 2.16). Figuur 2.16 Agressieve sfeer op of rond de sportplek naar migratieachtergrond, 2022 (procenten van sporters)

ja, regelmatig Surinaams/ Antilliaans

15

Turks/ 2 Marokkaans

12

overig nietwesters

10

5

ja, soms

zelden

nooit

weet niet/geen antwoord

36

43

24

6

50

33

12

40

12

westers 1

9

28

Nederlands 1

8

30

55

6

totaal 1

9

30

52

7

0

20

54

40

60

9

80

100 % bron: O&S

Tabel 2.17 toont het aandeel sporters dat soms of regelmatig een agressieve sfeer ervaart naar achtergrondkenmerken voor jongeren (tot 18 jaar) en volwassenen (18 jaar en ouder). Jongeren (tot 18 jaar) geven twee keer zo vaak aan dat zij te maken hebben gehad met agressie dan volwassenen. Bij de jongeren wordt agressie twee keer zo vaak ervaren door jongens als door meisjes. Bij volwassenen zijn de verschillen tussen mannen en vrouwen klein, maar ervaren nietwesterse Amsterdammers en migranten van de tweede generatie vaker een agressieve sfeer dan hun stadsgenoten. Sporters in Noord en Nieuw-West hebben vaker te maken gehad met agressie dan sporters in andere stadsdelen.

42

Tabel 2.17 Agressieve sfeer op of rond de sportplek naar achtergrondkenmerken, 2022 (procenten <18 18+ totaal 22 7 12 man vrouw 12 8 9 Nederlands westers niet-westers

16 20 17

7 4 13

10 10 14

1e generatie 2e generatie Nederlands

14 20 16

9 10 7

10 15 10

8 6 9

10 13 9

11 12 8 8 6 8 3 7 8

14 13 12 11 9 9 8 8 11

laag opleidingsniveau (18+) middelbaar opleidingsniveau (18+) hoog opleidingsniveau (18+) Noord Nieuw-West West Zuidoost Zuid Centrum Oost Weesp Amsterdam

19 16 19 18 17 16 17 16 17

bron: O&S

2.6 Meerderheid vindt dat er voldoende accommodaties zijn Twee derde van de sportende Amsterdammers (66%) vindt dat er voldoende sportaccommodaties (zoals sporthallen, sportvelden of zwembaden) zijn in de eigen woonbuurt. In het Centrum vinden de minste sporters dat er voldoende sportaccommodaties (55%) zijn en in stadsdeel Zuid de meeste (75%), zie figuur 2.18 op de volgende pagina.

43

Figuur 2.18 Oordeel hoeveelheid sportaccommodaties in de eigen buurt, 2022 (procenten van sporters)

voldoende

onvoldoende

Zuid

geen

weet niet / geen antwoord

75

13

3

10

6

8

Zuidoost

70

Nieuw-West

67

17

Oost

65

22

West

65

19

1

15

Weesp

64

19

4

13

Noord

61

21

4

14

7

13

Centrum

16

55

Amsterdam 20

19

40

60

14 2

25 66

0

2

10

3

12

100 %

80

bron: O&S

Ruim de helft van de sportende Amsterdammers (54%) vindt dat er voldoende vrij toegankelijke sportvoorzieningen zijn in de openbare ruimte (zoals basketbalpleintjes, trapveldjes met goals, voetbalkooi, halfpipe et cetera). In Weesp (37%) en Centrum (38%) ligt dit aandeel een stuk lager dan in andere stadsdelen. In de overige stadsdelen gaat het om 55% tot 60% (figuur 2.19). Figuur 2.19 Oordeel hoeveelheid vrij toegankelijke sportvoorzieningen in de openbare ruimte van de eigen buurt (zoals basketbalpleintjes, trapveldjes met goals, voetbalkooi, halfpipe etc.), 2022 (procenten van sporters)

voldoende

omvoldoende

geen

weet niet / geen antwoord

Oost

60

Zuidoost

59

21

Zuid

58

24

Noord

57

22

5

16

Nieuw-West

55

25

5

16

West

55

27

2

16

23

3 2

13 18

3

15

Centrum

38

33

8

21

Weesp

37

33

8

22

Amsterdam

54

0

20

25

40

60

4

80

16

100 % bron: O&S

44

Zeven op de tien sporters (70%) geeft aan dat er voldoende openbare ruimte is die geschikt is voor sport. Het gaat dan om ruimtes waar het sporten niet het hoofddoel is, maar dit wel mogelijk is (zoals parken, natuurgebieden en bossen). Wederom ligt dit percentage lager in Weesp (44%) en Centrum (50%). In stadsdeel Zuid vinden de sporters het vaakst dat er voldoende openbare ruimtes zijn: 78%. Over de andere stadsdelen is de verdeling weer redelijk gelijk (zie figuur 2.20). Figuur 2.20 Oordeel hoeveelheid plekken in de openbare ruimte van de eigen buurt die niet primair voor sporten bedoeld zijn, maar waar dat wel mogelijk is (zoals parken, natuurgebieden, bossen, pleintjes etc.), 2022 (procenten van sporters)

voldoende

onvoldoende

Zuid

geen

weet niet / geen antwoord

78

12

2

8

Nieuw-West

73

12

Zuidoost

73

10

Noord

72

16

West

72

17

3

8

Oost

70

20

2

9

Centrum

50

Weesp

33

44

Amsterdam

31

70

0

20

40

60

3

12

3

13

3

10

4

14

5

21

17

3

80

11

100 % bron: O&S

Ruim de helft van de sportende Amsterdammers (52%) maakt weleens gebruik van de sportvoorzieningen in de openbare ruimte (zoals basketbalpleintjes of trapveldjes), in het eigen dan wel in een ander stadsdeel. In Weesp ligt dit aandeel lager; hier maakt 61% geen gebruik van sportvoorzieningen in de openbare ruimte. Sporters in Centrum maken minder vaak gebruik van de voorzieningen in hun eigen stadsdeel, maar doen dit juist het vaakst buiten het eigen stadsdeel. In Nieuw-West maken sporters het vaakst gebruik van voorzieningen in hun eigen stadsdeel (figuur 2.21).

45

Figuur 2.21 Gebruik van sportvoorzieningen in de openbare ruimte naar stadsdeel, 2022 (procenten van sporters)

in eigen stadsdeel

buiten eigen stadsdeel

zowel in als buiten eigen stadsdeel

geen gebruik

weet niet / geen antwoord Nieuw-West

43

3

10

42

1

38

4

Oost

36

Zuidoost

34

2

11

50

3

Noord

34

3

12

48

4

West

32

6

17

39

6

Zuid

32

6

19

Centrum

21

Weesp

19

Amsterdam

4

15 6

18

12

2

49

9

3

61

33

5

0

40

20

5

14

44

40

60

3

100 %

80

bron: O&S

Van de sportende 6-12-jarigen maakt 79% gebruik van de openbare sportvoorzieningen, in het eigen stadsdeel, daarbuiten of beide, terwijl 18% hier geen gebruik van maakt. Ook 13 tot 17jarige sporters maken vaak gebruik van sportvoorzieningen in of buiten het eigen stadsdeel (75%). Onder volwassenen ligt het aandeel dat gebruik maakt van sportvoorzieningen in de openbare ruimte lager. In de oudste leeftijdscategorie, 55-80 jaar, maakt nog 26% van de sporters gebruik van de openbare voorzieningen, terwijl 70% dit niet doet (figuur 2.22). Figuur 2.22 Gebruik van sportvoorzieningen in de openbare ruimte naar leeftijd, 2022 (procenten van sporters)

in eigen stadsdeel

buiten eigen stadsdeel

zowel in als buiten eigen stadsdeel

geen gebruik

weet niet / geen antwoord 6-12

55

13-17

4

46

18-34

28

35-54

6 10

37

55-80

18

Amsterdam 0

4

22

4 2

13

45

2

14

40

4

45

70 5

20

23

18

15

2 6 33

19

4 44

60

3

80

100 % bron: O&S

46

2.7 Contributie en totale kosten sterk gestegen De gemiddelde contributie is sterk gestegen (tabel 2.23). In 2017 lag de gemiddelde contributie nog op €257, nu bedraagt deze €335. De contributie stijgt met iedere meting verder, maar de stijging is nu wel veel sterker: waar in 2017 de contributie met 6% steeg ten opzichte van 2013, is die nu 30% gestegen. Dit kan waarschijnlijk worden verklaard doordat sportaanbieders ook te maken hebben gehad met stijgende energielasten, die doorberekend worden in de contributie. Ook zijn de gemiddelde andere kosten sinds 2017 weer toegenomen, na een daling tussen 2013 en 2017. Deze bedragen na een stijging van €54 nu €245. De totale gemiddelde kosten liggen daarmee ook veel hoger dan in 2017: €580. Het aandeel sporters dat helemaal geen contributie betaalt voor de sport is nagenoeg gelijk gebleven en ligt op 26%. Tabel 2.23 Overzicht van de kosten per jaar van regelmatige sporters voor de sportbeoefening van de meest beoefende sport, 2003-2022 (procenten van de sportende bevolking) contributiekosten (procenten) 2003 2006 2009 0 euro 27 29 27

2013 27

2017 27

2022 26

1 – 49 euro

3

4

3

2

4

2

50 – 124 euro

14

12

10

9

7

4

125 – 249 euro

22

15

22

22

19

12

250 – 499 euro

16

17

19

22

22

23

500 euro of meer

10

15

15

12

13

17

weet niet, geen antwoord totaal

8 100

8 100

5 100

6 100

8 100

16 100

gemiddelde contributie

€ 181

€ 218

€ 237

€ 241

€ 257

€ 335

andere kosten gemiddeld

€ 160

€ 171

€ 187

€ 208

€ 191

€ 245

totale kosten gemiddeld

€ 341

€ 389

€ 424

€ 449

€ 448

€ 580 bron: O&S

Kinderen en jongeren zijn het meest kwijt aan contributie, net als Nederlandse Amsterdammers en die met een westerse migratie-achtergrond, hoogopgeleiden en bewoners van stadsdeel Centrum (tabel 2.24). Een kwart (26%) van de sporters vindt de contributie hoog, 37% normaal en 10% vindt de contributie laag. In 2017 vond nog 22% de contributie hoog. Vooral sportende jongeren en jongvolwassenen geven aan de contributie hoog te vinden. Sportende 55-plussers en sporters in Weesp en Zuidoost geven het minst vaak aan dat de contributie hoog is.

47

Tabel 2.24 Gemiddelde contributie (in euro’s €) en oordeel over bedrag voor contributie (%), 2022 (procenten van de sportende bevolking)

man vrouw

gemiddelde contributie € 310 € 355

hoog 26 26

normaal 39 36

weet niet, laag geen antwoord 11 25 10 28

6-12 13-17 18-34 35-54 55-80

€ 371 € 392 € 334 € 289 € 305

32 34 33 22 16

47 37 39 35 34

6 8 9 15 11

16 21 19 28 39

Surinaams/Antilliaans Turks/Marokkaans overig niet-westers westers Nederlands

€ 234 € 230 € 229 € 374 € 361

30 30 27 22 27

28 33 29 38 41

12 7 8 13 11

31 31 36 27 22

1e generatie 2e generatie Nederlands

€ 298 € 293 € 361

22 30 27

32 35 41

12 9 11

35 26 22

laag opleidingsniveau (18+) middelbaar opleidingsniveau (18+) hoog opleidingsniveau (18+)

€ 135 € 225 € 363

18 22 24

27 36 40

7 13 13

48 29 24

Centrum West Zuid Noord Nieuw-West Oost Weesp Zuidoost Amsterdam

€ 411 € 384 € 376 € 314 € 313 € 291 € 290 € 196 € 335

27 31 26 27 26 28 13 18 26

37 34 40 36 35 42 48 29 37

10 9 12 12 10 8 9 14 10

26 26 22 25 30 23 30 39 27 bron: O&S

De gemiddelde kosten verschillen net als voorgaande jaren sterk per sport (figuur 2.25). Paardensport is met afstand de duurste sport die door minimaal 25 respondenten wordt beoefend: de gemiddelde kosten liggen in totaal op €1.281 per jaar. Daarna zijn roeien, tennis, danssport en vecht- en verdedigingssporten het duurst.

48

Figuur 2.25 Gemiddelde kosten per jaar van de meest beoefende sport* (bedragen in euro’s), 2022 1.400 1281 aanvullende kosten

contributie

1.200

1.000

539

948 889 825

810

281

238

800

559

386

600

685

677

168

130

650

639 594

577

158

418

742 502

200

390

544

571

516

547

548

127

148

494 268

400

550

432

334

423

371

409

156 264

492

176

486

400

243

202

330 230

89

321

280

267

187

172

93

95

230

0

*alleen sporten die door minimaal 25 respondenten worden beoefend

bron: O&S

2.8 Een op de vijf stadspas-bezitters gebruikt de pas voor sporten Van alle sportende Amsterdammers heeft 19% een stadspas (2017: 18%) en gebruikt 4% hem voor sportbeoefening. Dat betekent dat 19% van de sportende stadspasbezitters de pas ook daadwerkelijk gebruikt om te sporten. Van de kinderen die een stadspas hebben, gebruikt 79% één of meerdere regelingen in de tegemoetkoming van sportkosten, 67% gebruikt de stadspas (kidsgids), 40% het jeugdsportfonds en 47% de scholierenvergoeding. Van alle Amsterdammers met een stadspas kan 60% tot de sporters worden gerekend. In 2017 was dit 57%, in 2013 55%, in 2009 50% en in 2006 59%.

2.9 Dertien procent is vrijwilliger in de sport Ten opzichte van 2017 is het percentage vrijwilligers in de sport van 13 jaar en ouder nagenoeg gelijk gebleven (13% in 2022 en 12% in 2017). In tabel 2.26 staat het aandeel vrijwilligers naar verschillende achtergrondkenmerken. Amsterdammers met een Turks/Marokkaanse of overig niet-westerse migratieachtergrond zijn minder vaak dan gemiddeld vrijwilliger. Wel zien we bij de groepen met een migratieachtergrond schommelende percentages door de tijd. De tweede generatie migranten doet ook twee keer zo vaak vrijwilligerswerk in de sport als de eerste generatie. Net als in 2017 en 2013 doen middelbaar en hoger opgeleiden vaker vrijwilligerswerk dan lager opgeleiden. Vooral in Weesp (24%) wordt relatief veel aan vrijwilligerswerk gedaan, en ook Zuid en Oost scoren ruim hoger dan gemiddeld. 49

Tabel 2.26 Aandeel Amsterdammers van 13 jaar en ouder dat vrijwilligerswerk in de sport verricht, 20132022 2013 2017 2022 17 man 13 15 vrouw 10 9 12 niet gevraagd 15 12 14 7

niet gevraagd 13 13 14 9

niet gevraagd 20 12 17 10

Surinaams/Antilliaans Turks/Marokkaans overig niet-westers westers Nederlands

9 6 2 11 16

7 14 12 7 14

16 9 8 15 17

1e generatie 2e generatie Nederlands

5 10 16

9 13 14

8 18 17

laag opleidingsniveau (18+) middelbaar opleidingsniveau (18+) hoog opleidingsniveau (18+)

8 11 15

6 14 15

8 17 18

Weesp

-

-

24

Zuid

12

17

18

Oost

13

15

17

Nieuw-West

12

14

15

Noord Centrum

13 14

11 12

15 12

West

11

7

11

Zuidoost

7

10

11

Amsterdam

11

12

13

6-12 jaar 13-17 jaar 18-34 jaar 35-54 jaar 55-80 jaar**

** in 2013 was de leeftijdsgroep 55-74 jaar

bron: O&S

De gebieden, functies of werkzaamheden waarin men als vrijwilliger in de sport actief is, zijn ten opzichte van 2017 grotendeels onveranderd. Het grootste deel is nog steeds trainer of geeft les (43%), bijna een kwart (23%) is scheids- of lijnrechter of jury en 17% doet bar- of kantinewerkzaamheden. Net als in 2017 heeft 8% een bestuursfunctie (tabel 2.27). Veel sportverenigingen geven aan moeite te hebben met het vinden van bestuurders1.

1 Bron: https://nos.nl/artikel/2469577-helft-van-de-sportverenigingen-zit-in-ernstige-problemen

50

Tabel 2.27 Gebied, functie of werkzaamheden waarin men als vrijwilliger in de sport acties is, 2022 (procenten van de vrijwilligers van 13 jaar en ouder, meer antwoorden mogelijk) 2022 trainer, coach, leider, lesgeven

43

scheidsrechter, grensrechter, lijnrechter of jury

23

bar- of kantinediensten

17

organisatie van wedstrijden of toernooien

15

vervoer of andere ondersteunende werkzaamheden

11

beheer / onderhoud / schoonmaak van materiaal of accommodatie

11

organisatie van sociale activiteiten (bv. kamp, bingoavond, Sinterklaasfeest, disco)

8

bestuursfunctie

8

sponsoring

5

clubblad, nieuwsbrief, website

4

medische werkzaamheden (arts, fysiotherapeut, masseur)

0

anders

12

weet niet

3 bron: O&S

51

3 Non-participatie

In dit hoofdstuk staan de niet-sporters centraal. Welke Amsterdammers hebben het afgelopen jaar niet gesport en welke Amsterdammers hebben nog nooit aan sport gedaan? Gekeken wordt wat de redenen zijn om niet te sporten en wat er moet gebeuren zodat de niet-sporters in de toekomst wel (weer) gaan sporten.

3.1 Zes procent van de Amsterdammers heeft nog nooit gesport Bijna een op de vijf Amsterdammers (18%) heeft het afgelopen jaar helemaal niet aan sport gedaan (zie ook tabel 1.1 in hoofdstuk 1). Van hen hebben zeven op de tien in het verleden wel gesport (68%). De rest heeft nog nooit gesport (4% van alle Amsterdammers). In figuur 3.1 staat de informatie schematisch weergegeven. Figuur 3.1 Indeling van Amsterdamse bevolking in sporters en niet-sporters, 2022 (procenten)

Amsterdammers

sporters 82%

niet-sporters 18%

in verleden gesport 68% (12% van alle A’dammers)

nooit gesport 25% (4% van alle A’dammers)

bron: O&S

Niet-sporters die in het verleden wel hebben gesport deden dit op verschillende manieren: 36% sportte bij een sportvereniging, 38% bij een commerciële sportaanbieder, 11% individueel, 11% met vrienden en 16% via naschoolse activiteiten. Niet-sporters zijn vaker dan gemiddeld vrouw (54%) en het aandeel niet-sporters neemt ook toe met leeftijd. Ruim de helft van de niet-sporters is 55-plus (52%) en zelfs 62% van de groep die nog nooit gesport heeft. Niet-sporters hebben ook vaker een migratieachtergrond, waarbij vooral de eerste generatie vaker niet sport. Verder hebben niet-sporters relatief vaak een laag opleidingsniveau: 46% vergeleken met 18% bij de totale Amsterdamse bevolking van 6 tot 80 jaar. Van de groep die nooit gesport heeft, heeft 57% een laag opleidingsniveau. Niet-sporters wonen twee keer zo vaak als gemiddeld in stadsdeel Zuidoost (23%) (tabel 3.2).

52

Tabel 3.2 Verdeling Amsterdammers en niet-sporters naar achtergrondkenmerken, 2022 (procenten) Amsterdamse niet-sporters bevolking van 6-80 jaar 49 48

in verleden wel gesport 46 52

nooit gesport 37 62

totaal 44 54

6-12 jaar 13-17 jaar 18-34 jaar 35-54 jaar 55-80 jaar

8 21 18 21 32

3 10 9 29 49

9 5 5 19 62

5 9 9 26 52

Surinaams/Antilliaans Turks/Marokkaans overig niet-westers westers Nederlands

8 12 9 17 54

14 18 12 10 45

17 23 24 12 23

15 20 14 12 38

1e generatie 2e generatie Nederlands

23 19 50

37 15 43

61 12 22

42 16 36

laag opleidingsniveau (18+) middelbaar opleidingsniveau (18+) hoog opleidingsniveau (18+) opleiding onbekend

18 34 32 17

35 39 21 4

57 23 10 10

46 36 19 6

Zuidoost Nieuw-West West Noord Zuid Oost Centrum Weesp Amsterdam

11 17 15 11 15 14 10 3 100

20 20 17 9 12 10 7 3 100

27 16 17 18 6 8 3 2 100

23 19 16 11 10 10 6 3 100

man vrouw

bron: O&S

3.2 Fysieke problemen belangrijkste redenen om niet te sporten, “te duur” vaker genoemd Aan de niet-sporters is gevraagd wat de belangrijkste reden is dat zij niet (meer) sporten. De meest genoemde reden is fysieke problemen (20%), hoewel het aandeel respondenten dat dit noemt wel gedaald is sinds 2017 (24%). Fysieke problemen worden gevolgd door “te duur” (14%), “geen zin of interesse” (11%) en “geen tijd of andere bezigheden” (10%). Bij de voorgaande metingen was “geen tijd of andere bezigheden” de meest genoemde reden, in 2017 was dit nog 27%. Een mogelijke verklaring voor deze verschuiving is dat er bij deze meting veel meer antwoordmogelijkheden waren dan in 2017. Zo geeft 8% aan al genoeg te bewegen en noemt 4% de mentale gezondheid als reden om niet (meer) te sporten. Opvallend is dat ten opzichte van de voorgaande metingen veel meer respondenten aangeven dat het te duur is 53

geworden: in 2017 noemde 6% dit als belangrijkste reden en in 2022 14%. In hoofdstuk 2 kwam de stijging van contributie en overige kosten al aan bod. Figuur 3.3 Motieven van niet-sporters, 2003-2022 (procenten geen tijd, andere bezigheden fysieke problemen geen zin / interesse te duur te oud verhuisd sportvereniging opgeheven

2013

verruwing, agressieve sfeer

2017

ik voel me onzeker over mijn sportprestaties

2022

ik kan geen sportaanbod in de buurt vinden

ik voel me niet thuis bij de sport- en beweegaanbieder ik kan geen passend sport- en beweegaanbod vinden ik beweeg al genoeg ik weet niet welke sport ik wil beoefenen mentale gezondheid andere reden %

weet niet, geen antwoord 0

10

20

30

40

bron: O&S

De belangrijkste motieven om niet te sporten verschillen ook naar leeftijdscategorie. Vooral ouders van kinderen van 6 tot 12 jaar geven vaak ‘te duur’ als reden (32%). Ook onder 13 tot 17jarigen en 18 tot 64-jarigen is ‘te duur’ één van de twee meest genoemde redenen. Fysieke problemen worden vooral genoemd door 65-plussers (33%), die ook vaker ‘te oud’ als reden noemen (16%) en nauwelijks ‘te duur’ (6%) (figuur 3.4). Figuur 3.4 Belangrijkste twee motieven van niet-sporters, naar leeftijdscategorie (procenten)

0 6-12 jaar te duur geen tijd, andere bezigheden

10

20

30

40 32

11

13-17 jaar te duur geen zin, geen interesse

23 23

18-64 jaar fysieke problemen te duur

17 15

65 jaar en ouder fysieke problemen te oud

16

33

% bron: O&S

54

Niet-sporters die in het verleden wel hebben gesport noemen vaker ‘te duur’ (18%) als reden om niet te sporten dan niet-sporters die nog niet eerder gesport hebben (7%). Niet-sporters die niet eerder hebben gesport noemen relatief vaak dat zij al genoeg bewegen: 18%. Onder ex-sporters is dit 6%. Beide groepen noemen ongeveer even vaak fysieke problemen (20% en 18%) als reden om niet (meer) te sporten.

3.3 Eenenveertig procent van de niet-sporters heeft weer zin om te sporten Van de niet-sporters hebben ruim vier op de tien wel (weer) zin om te gaan sporten (41%). Nietsporters die in het verleden wel hebben gesport, verlangen er meer naar dan niet-sporters die nooit hebben gesport (48% tegenover 28%). Ouderen (55-80 jaar) hebben minder vaak zin om weer te gaan sporten, de groep 35 tot 54 jaar het vaakst. Vrouwen willen ook vaker weer gaan sporten dan mannen. Verder hebben hoger opgeleiden vaker zin om te gaan sporten dan nietsporters met een ander of onbekend opleidingsniveau (tabel 3.5). Tabel 3.5 Heeft u zin om weer te sporten?, 2022 (in procenten van niet-sporters) Heeft u (weer) zin om te sporten? ja nee weet niet man 36 47 10 vrouw 44 35 19

niet ingevuld 7 2

6-12 13-17 18-34 35-54 55-80

48 46 47 56 32

52 27 16 26 51

0 24 22 17 14

0 2 16 2 3

laag opleidingsniveau (18+) middelbaar opleidingsniveau (18+) hoog opleidingsniveau (18+) opleiding onbekend

39 41 49 33

37 41 35 53

17 17 15 6

8 1 1 8

eerder gesport niet eerder gesport niet-sporters

48 28 41

32 61 40

18 10 15

2 2 5 bron: O&S

Niet-sporters die hebben aangegeven wel zin te hebben om (weer) te gaan sporten is gevraagd wat er moet gebeuren om dat mogelijk te maken. Daarbij wordt net als in 2017 het kostenaspect het vaakst genoemd: 36% vindt het te duur of kan het niet betalen en zou bij lagere tarieven wel gaan sporten. Daarnaast speelt bij 11% motivatie een grote rol en een even grote groep noemt dat eerst de gezondheid of fysieke toestand zal moeten verbeteren. Tien procent zou gaan sporten als er meer aanbod in de buurt zou zijn en een even grote groep wanneer er meer sportaanbod zou zijn voor de doelgroep waartoe zij behoren (10%). Eveneens 10% staat op een wachtlijst of is van plan zich te gaan inschrijven. Een groep van 9% zou gaan sporten als zij meer vrije tijd hiervoor zouden hebben. In 2017 was deze groep met 21% ruim twee keer zo groot. Een andere groep van 9% is nog op zoek naar een geschikte sportactiviteit (figuur 3.6). 55

Figuur 3.6 Wat moet er gebeuren om er voor te zorgen dat u gaat sporten?, 2022 (procenten van nietsporters die graag (weer) willen sporten)

0 geld/goedkoper motivatie (zelf & omgeving) gezondheid/ fysieke toestand bereikbaarheid/meer in de buurt doelgroep wachtlijst/ inschrijving tijd juiste sportaanbod vinden ouder of jonger moeten zijn flexibelere abbonnementsvormen of tijden overig

5

10

15

20

25

30

35

40 36

11 11 10 10 10 9 9 5 4 6

% bron: O&S

“De prijzen verlagen bij sportscholen. En verenigingen.” “Het zou lichamelijk beter met me moeten gaan.” “Mezelf motiveren en een laagdrempelige sportactiviteit vinden.” “Betaalbaar, in de buurt en waar ouderen zich ook thuis voelen.”

56

4 Sporten met een beperking

In dit hoofdstuk wordt aandacht besteed aan hoe Amsterdammers met een beperking aan sport doen. Het gaat er daarbij om of zij hun sport in aangepaste vorm doen of niet, en of er door verenigingen en commerciële aanbieders speciale activiteiten worden georganiseerd voor mensen met een beperking.

4.1 Helft van sportende Amsterdammers met een beperking sport niet in aangepaste vorm Zeven procent van de sportende Amsterdammers geeft aan een beperking te hebben. Daarvan sport ruim de helft niet in aangepaste vorm (53%). Een groep van 12% sport met meer of deskundige begeleiders of coaches. Negen procent noemt een andere aanpassing, waarbij meerdere keren aangepaste intensiteit of tempo wordt genoemd. Een klein aantal sporters met een beperking speelt met andere spelregels, maakt gebruik van een hulpmiddel of aangepast sportmateriaal of sport tijdens aparte uren specifiek voor mensen met een beperking (figuur 4.1). Figuur 4.1 Doet u uw sportieve activiteit(en) in aangepaste vorm, 2022 (procenten van sporters met een beperking)

0

20

40

ik sport niet in aangepaste vorm

53

er zijn (meer/deskundige) begeleiders/coaches

12

een andere aanpassing, namelijk:…………

9

de spelregels zijn aangepast

5

ik gebruik een hulpmiddel om te sporten

5

ik sport tijdens aparte uren specifiek voor mensen met…

4

ik gebruik aangepast sportmateriaal

3

ik speel in een speciaal team

2

we spelen met een aangepast aantal spelers in het team

0

de zaal- of veldgrootte is aangepast

0

weet ik niet/ geen antwoord niet ingevuld

60

13

%

8 bron: O&S

57

4.2 Minderheid heeft behoefte aan speciale activiteiten voor mensen met een beperking Sporters met een beperking die bij een vereniging of commerciële aanbieder sporten is gevraagd of deze vereniging of aanbieder speciale activiteiten organiseert voor mensen met een beperking, aandoening of chronische ziekte. De grootste groep (40%) weet dit niet of heeft geen antwoord willen geven. Een bijna even grote groep (39%) geeft aan dat dit niet zo is en dat zij daar ook geen behoefte aan hebben. Elf procent geeft aan dat deze activiteiten er niet zijn maar zegt hier wel behoefte aan te hebben. Volgens een groep van 10% worden dergelijke activiteiten wel aangeboden, waarvan de helft hier ook aan deelneemt (5%) (figuur 4.2). Figuur 4.2 Organiseert de vereniging of aanbieder waarbij u (het vaakst) sport speciale activiteiten voor mensen met een beperking, aandoening of chronische ziekte? 2022 (procenten van sporters met een beperking die bij een vereniging of commerciële aanbieder sporten)

nee, en daar heb ik ook geen behoefte aan

39

nee, maar daar heb ik wel behoefte aan

11

ja, maar ik neem daar niet aan deel

5

ja, en ik neem daar ook aan deel

5

weet niet / geen antwoord

40 % 0

5

10

15

20

25

30

35

40

45

bron: O&S

58

5 Sportmonitor en Sportdeelname Index

In onderstaande tabel is een vergelijking opgenomen tussen de Sportmonitor 2022 en de Amsterdamse en landelijke sportdeelname-index. De cijfers van de Amsterdamse en Nederlandse sportdeelname-index hebben betrekking op april 2022 en november 2022 en gaan over de bevolking van 5-80 jaar. In de Sportmonitor gaan de resultaten over Amsterdammers van 6-80 jaar. In grote lijnen wijken de resultaten van de Sportmonitor niet veel af van die van de sportdeelname –index van november 2022, behalve als het gaat om het organisatieverband waarin gesport wordt, en dan met name als het om individueel ongeorganiseerd sporten of bij een sportvereniging gaat. Tabel 5.1 Vergelijking Sportmonitor en Sportdeelname Index 2022 sportsportdeelname-index monitor Amsterdam

sportdeelname-index Nederland

sportdeelname volgens RSO-norm

78

april 78

november 78

april 69

november 68

>= 1 keer per week

71

71

70

61

59

>= 1 keer per week 6-12 jaar

82

79

84

79

81

>= 1 keer per week 13-18 jaar

83

81

81

69

71

>= 1 keer per week 19-30 jaar

82

76

77

63

60

>= 1 keer per week 31-44 jaar

74

75

71

60

58

>= 1 keer per week 45-64 jaar

61

64

60

56

53

>= 1 keer per week 65-80 jaar

58

61

61

56

51

>= 1 keer per week mannen >= 1 keer per week vrouwen

74 70

70 71

71 68

61 61

60 58

individueel, ongeorganiseerd

27

46

40

35

30

lid sportvereniging

34*

23

25

25

28

commerciële aanbieder

25

29

29

17

18

Informeel groepsverband

19

19

16

14

10

* aandeel actief lidmaatschap van regelmatige sporters bron: O&S

59

Bijlage 1 Respons en methodiek

Bij de enquêtes van de Sportmonitor 2022 is gebruikt gemaakt van verschillende onderzoeksmethoden. Er is schriftelijk, online en telefonisch geënquêteerd (bij respectievelijk 42%, 57% en 2% van de respondenten). Respons Voor deze meting is uit de Basisregistratie Personen (BRP) een steekproef getrokken van Amsterdammers in de leeftijd 6 t/m 80 jaar. Dit gebeurt sinds 2017; in alle voorgaande jaargangen is een steekproef getrokken van Amsterdammers in de leeftijd 6 t/m 74 jaar. De steekproef is gestratificeerd naar stadsdeel, etniciteit en leeftijd. Het veldwerk heeft plaatsgevonden in de maanden september, oktober, november en december van 2022. In totaal hebben 3.075 Amsterdammers aan het onderzoek meegedaan. In tabel 1 staat een overzicht gegeven van hoe de respons is verdeeld naar stadsdeel en migratieachtergrond binnen de leeftijdsgroepen van jonger dan 18 jaar en 18 jaar en ouder. Tabel 1 Respons naar geslacht, migratieachtergrond, generatie, stadsdeel en leeftijd, 2022 <18 18+ man 688 862 vrouw 666 908

totaal 1607 1616

Surinaams/Antilliaans Turks/Marokkaans overig niet-westers westers Nederlands

128 183 125 212 670

61 108 64 308 1175

199 298 197 530 1892

1e generatie 2e generatie Nederlands

135 513 670

369 172 1175

517 707 1892

Centrum West Nieuw-West Zuid Oost Noord Zuidoost Weesp Amsterdam

101 170 280 191 250 157 137 95 1381

312 217 176 245 236 149 98 347 1793

417 398 471 446 500 309 242 446 3323 bron: O&S

Weging Net als in eerdere jaargangen van de Sportmonitor is de responsgroep gewogen. Door middel van weging komt de samenstelling van de responsgroep meer overeen met de samenstelling van de Amsterdamse bevolking. Het oordeel van groepen die ondervertegenwoordigd zijn in het onderzoek worden minder zwaar meegeteld en het oordeel van groepen die 60

ondervertegenwoordigd zijn worden opgewogen. Dit wordt gedaan om betrouwbare uitspraken te kunnen doen op stadsniveau. In de Sportmonitor van 2022 is in eerste instantie gewogen op stadsdeel. Vervolgens is gewogen op leeftijd, migratieachtergrond en opleidingsniveau. Betrouwbaarheidsmarges Bij enquêteonderzoek is het gebruikelijk om betrouwbaarheidsmarges aan te geven. In de volgende tabel zijn deze marges voor een aantal relevante getallen aangegeven. De afwijkingsmarges gelden voor een normale verdeling en een betrouwbaarheid van 95%. Stel we vinden een sportparticipatie van 70% in een stadsdeel met 400 respondenten. Dan betekent dit dat we met 95% betrouwbaarheid kunnen zeggen dat het percentage sporters in dat stadsdeel tussen de 65,5% en 74,5% ligt. Tabel 2 Betrouwbaarheidsmarges Sportmonitor 2022 steekproef- gevonden steekproefgrootte percentage marge

betrouwbaarheids- betrouwbaarheidsinterval interval ondergrens bovengrens

totaal aantal respondenten

abs. 3200

% 90,0

% 1,0

% 89,0

% 91,0

(circa 400 x 7 stadsdelen)

3200

80,0

1,4

78,6

81,4

3200

70,0

1,6

68,4

71,6

3200

60,0

1,7

58,3

61,7

3200

50,0

1,7

48,3

51,7

3200

40,0

1,7

38,3

41,7

3200

30,0

1,6

28,4

31,6

3200

20,0

1,4

18,6

21,4

3200

10,0

1,0

9,0

11,0

per stadsdeel

400

90,0

2,9

87,1

92,9

(circa 400 per stadsdeel)

400

80,0

3,9

76,1

83,9

400

70,0

4,5

65,5

74,5

400

60,0

4,8

55,2

64,8

400

50,0

4,9

45,1

54,9

400

40,0

4,8

35,2

44,8

400

30,0

4,5

25,5

34,5

400

20,0

3,9

16,1

23,9

400

10,0

2,9

7,1

12,9

per leeftijdsgroep <18 / 18+

200

90,0

4,2

85,8

94,2

(circa 200 per stadsdeel)

200

80,0

5,5

74,5

85,5

200

70,0

6,4

63,6

76,4

200

60,0

6,8

53,2

66,8

200

50,0

6,9

43,1

56,9

200

40,0

6,8

33,2

46,8

200

30,0

6,4

23,6

36,4 bron: O&S

61

Bijlage 2 Vragenlijst

Vragenlijst Sportmonitor 2022 volwassenen 18 jaar en ouder Het invullen van de vragenlijst duurt 10 tot 15 minuten. Wilt u per vraag slechts 1 hokje aankruisen, tenzij het anders vermeld staat. Uw antwoorden zullen anoniem verwerkt worden.

Sporten Allereerst willen we graag weten welke sport of sporten u in de afgelopen twaalf maanden heeft beoefend. U moet daarbij denken aan bijvoorbeeld badminton, fitness, toerfietsen en schaken, maar niet aan tuinieren, puzzelen of fietsen naar de bakker. Sporten die u tijdens uw vakantie of vrije tijd heeft beoefend, tellen wel mee. Daaronder valt bijvoorbeeld ook voetbal met vrienden in het park zonder echt doel of scheidsrechter. Sporten tijdens lessen lichamelijke opvoeding of gymnastieklessen op school tellen niet mee. 1 Welke sport of sporten heeft u in de afgelopen 12 maanden beoefend? U kunt meerdere antwoorden aankruisen.

1 2 3 4 5 6 7 8 9  10  11  12  13

atletiek badminton basketbal biljart / poolbiljart / snooker bmx bowling bridge dammen danssport darts duiksport fitness, individueel (binnen) fitness, in een groep zoals aerobics, spinning en zumba (binnen)

 28  29  30  31  32  33  34  35  36  37  38  39  40  41  42  43  44  45  46  47  48  49  50  51  52  53  54  55

 14  15  16  17  18  19  20  21  22  23  24  25  26  27

fitness, buiten zoals bootcamp freerunning golf gymnastiek / turnen handbal hardlopen / joggen hockey honkbal / softbal jeu de boules judo kano (berg)klimsport korfbal midgetgolf

2

Heeft u een of meerdere sporten in aangepaste vorm beoefend? (zoals rolstoelbasketbal, rolstoelhockey of

mountainbiken motorsport paardensport pilates roeien rugby schaatsen schaken schietsport skeeleren / skaten skiën / langlaufen / snowboarden squash tafeltennis tennis vecht- en verdedigingssporten (excl. judo) veldvoetbal volleybal wandelsport waterpolo wielrennen / toerfietsen yoga (ook poweryoga) zaalvoetbal zeilen / surfen zwemsport (excl. waterpolo) andere sport, namelijk _________________________________ andere sport, namelijk _________________________________ andere sport, namelijk _________________________________ geen sport  ga naar vraag 28 over vrijwilligerswerk

rolstoeltennis)?

1 2 3

ja, namelijk:_________________________________________________________________________________________ nee weet niet/ geen antwoord

62

3

Hoeveel keer heeft u in de afgelopen 12 maanden in totaal gesport? Indien u het niet precies weet, geeft u dan een zo nauwkeurig mogelijke schatting.

keer 4

Bent u lid van een sportvereniging? Een sportschool of fitnesscentrum valt niet onder een sportvereniging.

1 2 3

ja nee weet niet/ geen antwoord

U heeft bij vraag 1 aangegeven dat u een of meer sporten heeft beoefend in de afgelopen 12 maanden. Kunt u bij de volgende vragen aangeven welke van deze sporten u in de afgelopen 12 maanden het meest heeft beoefend en in welke mate? U kunt maximaal drie sporten kiezen. Als er meer dan drie sporten in aanmerking komen, vul dan de drie sporten in die u in de afgelopen 12 maanden het meest heeft beoefend. Te beginnen met de meest beoefende sport

5a

Wilt u hieronder de eerste sport met het betreffende nummer (zie vraag 1) noteren? Let op: het gaat hierbij om de meest beoefende sport Sport 1

______________________________________

Antwoordnummer

6a

Hoe regelmatig beoefent u [sport 1]? Let op: het gaat hierbij om de meest beoefende sport

1 2 3 4 5 6 7 8

minder dan 1 keer per maand (één tot enkele keren per jaar) 1 keer per maand 2 keer per maand 3 keer per maand 1 keer per week 2 keer per week 3 of meer keer per week weet niet/ geen antwoord

Indien u één sport beoefent, kunt u doorgaan naar vraag 7.

5b

Wilt u hieronder de tweede sport met het betreffende nummer noteren? Let op: het gaat hierbij om de op één na meest beoefende sport

Sport 2

______________________________________

Antwoordnummer

6b

Hoe regelmatig beoefent u [sport 2]?

1 2 3 4 5 6 7 8

Let op: het gaat hierbij om de op één na meest beoefende sport minder dan 1 keer per maand (één tot enkele keren per jaar) 1 keer per maand 2 keer per maand 3 keer per maand 1 keer per week 2 keer per week 3 of meer keer per week weet niet/ geen antwoord

63

Indien u 2 sporten beoefent, kunt u doorgaan naar vraag 7.

5c

Wilt u hieronder de derde sport met het betreffende nummer noteren? Let op: het gaat hierbij om de op twee na meest beoefende sport Sport 3

______________________________________

Antwoordnummer

6c

Hoe regelmatig beoefent u [sport 3]? Let op: het gaat hierbij om de op twee na meest beoefende sport

1 2 3 4 5 6 7 8

minder dan 1 keer per maand (één tot enkele keren per jaar) 1 keer per maand 2 keer per maand 3 keer per maand 1 keer per week 2 keer per week 3 of meer keer per week weet niet/ geen antwoord

De volgende vragen gaan over de sport die u in de afgelopen 12 maanden het meest heeft beoefend.

7

Wilt u hieronder de sport noteren die u in de afgelopen 12 maanden het meest heeft beoefend? Meest beoefende sport

______________________________________

Sportnummer

8

In welk verband heeft u deze sport in de afgelopen 12 maanden beoefend? Is dat ……? U kunt meerdere antwoorden aankruisen.

1 2 3 4 5 6 7 8 9  10  11  12  13

als lid van een sportvereniging als rechtstreeks lid van een sportbond bij een sportschool, fitnesscentrum of andere commerciële sportaanbieder (bv. ook manege, squashcentrum en klimhal) via school/ opleiding (naschoolse sport/ studentensport) in het kader van bedrijfssport via het sociaal-cultureel werk, sportbuurtwerk of welzijnswerk tijdens een georganiseerde sportvakantie als deelnemer aan een georganiseerd sportevenement ongeorganiseerd met vrienden, familie, gezin of collega's ongeorganiseerd, alleen / individueel bij een zorginstelling in ander verband, namelijk ___________________________________________________________________________ weet niet/ geen antwoord

9

Op welke plek doet u meestal aan deze sport? Is dat in uw woonbuurt, in uw stadsdeel, elders in Amsterdam of buiten Amsterdam? U kunt slechts één antwoord aankruisen.

1 2 3 4 5 6 7

in eigen woonbuurt → ga naar vraag 11 elders in eigen stadsdeel → ga naar vraag 11 elders in Amsterdam buiten Amsterdam, maar wel in Nederland → ga naar vraag 11 buitenland → ga naar vraag 11 dit varieert per keer → ga naar vraag 11 weet niet/ geen antwoord → ga naar vraag 11

64

10

Kunt u zeggen in welk stadsdeel u deze sport beoefent?

1 2 3 4 5 6 7 8 9

Centrum West Nieuw-West Zuid Oost Noord Zuidoost Weesp weet niet/ geen antwoord

11

Hoeveel contributie of bijdrage betaalt u jaarlijks voor deze sport (inclusief bondsbijdrage)? U kunt uw antwoord noteren in euro's per jaar.

euro

weet niet/ geen antwoord

12

Vindt u dit bedrag hoog, normaal of juist laag?

1 2 3 4

hoog normaal laag weet niet/ geen antwoord

13

Welk bedrag bent u jaarlijks naast contributie/toegangsgeld kwijt aan deze sport? Denkt u daarbij bijvoorbeeld aan vervoer, attributen, kleding en consumpties. U kunt uw antwoord noteren in euro's per jaar.

euro

weet niet/ geen antwoord

14

Naast de eerdergenoemde sporten onderscheiden we de zogenaamde 'urban sports'. Welke van onderstaande sporten heeft u in de afgelopen 12 maanden beoefend? U kunt meerdere antwoorden aankruisen.

1 2 3 4 5 6 7 8 9  10  11  12  13  14  15  16  17

basketball (streetball & 3x3 basketball) BMX-en (fietscross) BMX-en (freestyle) calisthenics fixed gear freerunning golfsurf inlineskaten panna- en freestyle voetbal skateboarden stuntsteppen tricking hiphop dans, zoals breakdance of streetdance padel suppen andere urban sport, namelijk… geen urban sport

65

De volgende vraag gaat over sportactiviteiten die u in de maand augustus 2022 heeft verricht. U moet daarbij denken aan bijvoorbeeld badminton, fitness, toerfietsen en schaken, maar niet aan tuinieren, puzzelen of fietsen naar de bakker. Sporten die u tijdens uw vakantie of vrije tijd heeft beoefend, tellen wel mee. Daaronder valt bijvoorbeeld ook voetbal met vrienden in het park zonder echt doel of scheidsrechter. Sporten tijdens lessen lichamelijke opvoeding of gymnastieklessen op school tellen niet mee. 15

Welke sport of sporten heeft u in de maand augustus 2022 beoefend? U kunt meerdere antwoorden aankruisen.

1 2 3 4 5 6 7 8 9  10  11  12  13

atletiek badminton basketbal biljart / poolbiljart / snooker bmx bowling bridge dammen danssport darts duiksport fitness, individueel (binnen) fitness, in een groep zoals aerobics, spinning en zumba (binnen)

 14  15  16  17  18  19  20  21  22  23  24  25  26  27

fitness, buiten zoals bootcamp freerunning golf gymnastiek / turnen handbal hardlopen / joggen hockey honkbal / softbal jeu de boules judo kano (berg)klimsport korfbal midgetgolf

 28  29  30  31  32  33  34  35  36  37  38  39  40  41  42  43  44  45  46  47  48  49  50  51  52  53  54  55

mountainbiken motorsport paardensport pilates roeien rugby schaatsen schaken schietsport skeeleren / skaten skiën / langlaufen / snowboarden squash tafeltennis tennis vecht- en verdedigingssporten (excl. judo) veldvoetbal volleybal wandelsport waterpolo wielrennen / toerfietsen zaalvoetbal yoga (ook poweryoga) zeilen / surfen zwemsport (excl. waterpolo) andere sport, namelijk _________________________________ andere sport, namelijk _________________________________ andere sport, namelijk _________________________________ geen sport

De volgende vragen gaan niet specifiek over de sport die u het meest beoefent, maar over sporten in het algemeen. 16

Stel dat u sport of zou willen sporten in uw eigen buurt, zijn er dan voldoende…

sportaccommodaties (zoals sporthallen, sportvelden of zwembaden)? voorzieningen in de openbare ruimte om te sporten? Hiermee bedoelen we plekken die speciaal bedoeld zijn om te sporten zonder toegang te betalen of lid te zijn van een vereniging (zoals basketbalpleintje, voetbalveldje, fitnesstoestellen, skatepark, hardlooproute etc.). plekken in de openbare ruimte waar u een sport kunt beoefenen, maar die daar niet primair voor bedoeld zijn (zoals parken, natuurgebieden, bossen, pleintjes etc.)?

voldoende

onvoldoende

geen

weet niet/ geen antwoord

66

17

Heeft u in de afgelopen 12 maanden gebruik gemaakt van sportvoorzieningen in de openbare ruimte? (zoals basketbalpleintje, voetbalveldje, fitnesstoestellen, skatepark, hardlooproute etc.).

1 2 3 4 5

ja, in mijn stadsdeel ja, buiten mijn stadsdeel ja, zowel in mijn stadsdeel als buiten mijn stadsdeel nee weet niet/ geen antwoord

Aangepast sporten De volgende vragen gaan over sporten in aangepaste vorm voor mensen met een beperking, aandoening of chronische ziekte. 18

Heeft u een beperking, aandoening of chronische ziekte?

1 2 3

ja nee → ga naar vraag 21 weet niet/ geen antwoord → ga naar vraag 21

19

Doet u uw sportieve activiteit(en) in aangepaste vorm? Meerdere antwoorden mogelijk

1 2 3 4 5 6 7 8 9  10  11

ja, ik gebruik een hulpmiddel om te sporten ja, ik gebruik aangepast sportmateriaal ja, de spelregels zijn aangepast ja, de zaal- of veldgrootte is aangepast ja, er zijn (meer/deskundige) begeleiders/coaches ja, ik speel in een speciaal team ja, we spelen met een aangepast aantal spelers in het team ja, een andere aanpassing, namelijk:………… ja, ik sport tijdens aparte uren specifiek voor mensen met een beperking nee, ik sport niet in aangepaste vorm weet ik niet/ geen antwoord

De volgende vraag hoeft u alleen te beantwoorden indien u sport bij een vereniging of een sportschool, fitnesscentrum of andere commerciële sportaanbieder (bv. ook manege, squashcentrum en klimhal)

20

Organiseert de vereniging of aanbieder waarbij u (het vaakst) sport speciale activiteiten voor mensen met een beperking, aandoening of chronische ziekte?

1 2 3 4 5

ja, en ik neem daar ook aan deel ja, maar ik neem daar niet aan deel nee, maar daar heb ik wel behoefte aan nee, en daar heb ik ook geen behoefte aan weet niet/ geen antwoord

67

Sfeer tijdens het sporten

De volgende vragen gaan over de sfeer die u ervaart tijdens het sporten.

21

Kunt u op een schaal van 1 tot 10 aangeven in hoeverre u zich veilig voelt tijdens het sporten? 1 staat voor zeer onveilig, 10 staat voor zeer veilig

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

weet niet/ geen antwoord

De volgende vraag hoeft u alleen te beantwoorden indien u sport bij een vereniging of een sportschool, fitnesscentrum of andere commerciële sportaanbieder (bv. ook manege, squashcentrum en klimhal) 22

Kunt u op een schaal van 1 tot 10 aangeven in hoeverre u zich thuis voelt bij de vereniging of sportaanbieder waarbij u deze sport uitoefent? 1 staat voor niet thuis voelen, 10 staat voor zeer sterk thuis voelen

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

weet niet/ geen antwoord

23

Voelt u zich tijdens het sporten weleens gediscrimineerd?

1 2 3

ja nee → ga naar vraag 25 weet niet/ geen antwoord → ga naar vraag 25

24

Waarop had dit betrekking? Meerdere antwoorden mogelijk

1 2 3 4 5 6

herkomst gender seksuele geaardheid religie leeftijd anders, namelijk…

25

In welke mate is er sprake van een agressieve sfeer op of rond de plekken waar u deze sport beoefent?

1 2 3 4 5

regelmatig soms zelden → ga naar vraag 28 nooit → ga naar vraag 28 weet niet/ geen antwoord → ga naar vraag 28

26

Komt deze agressieve sfeer vooral voor op de plekken waar u deze sport beoefent (door sporters) of daar omheen (door anderen zoals toeschouwers, begeleiders of ouders langs de lijn)?

1 2 3 4

vooral op het veld / sportplek (door sporters) vooral rond het veld / sportplek (door anderen) zowel op als rond het veld / sportplek weet niet/ geen antwoord

68

27

Kunt u een recent voorval beschrijven waarbij er sprake was van een agressieve sfeer?

weet niet/ geen antwoord

Vrijwilligerswerk 28

Heeft u in de afgelopen 12 maanden vrijwilligerswerk in de sport verricht?

1 2 3

ja nee  ga naar blok over Zwemmen (vraag 30) weet niet/ geen antwoord  ga naar blok over Zwemmen (vraag 30)

29

Op welk gebied bent u als vrijwilliger in de sport actief? Om welke functie of werkzaamheden gaat het? U kunt meerdere antwoorden aankruisen.

1 2 3 4 5 6 7 8 9  10  11  12  13

bestuursfunctie trainer, coach, leider, lesgeven scheidsrechter, grensrechter, lijnrechter of jury organisatie van wedstrijden of toernooien organisatie van sociale activiteiten (bv. kamp, bingoavond, Sinterklaasfeest, disco) beheer / onderhoud / schoonmaak van materiaal of accommodatie clubblad, nieuwsbrief, website bar- of kantinediensten sponsoring medische werkzaamheden (arts, fysiotherapeut, masseur) vervoer of andere ondersteunende werkzaamheden anders, namelijk ___________________________________________________________________________ weet niet/ geen antwoord

Zwemmen De volgende vragen gaan over zwemmen. Of u nu wel of niet sport, de gemeente Amsterdam is onder andere benieuwd hoeveel Amsterdammers kunnen zwemmen. 30

Heeft u zwemdiploma A, B of C? NB: Het gaat hier niet om eventuele lintjes die voor diploma A gehaald worden.

1 2 3 4 5

ja, alleen diploma A  ga naar vraag 32 ja, diploma A en B  ga naar vraag 32 ja, diploma A, B en C  ga naar vraag 32 nee, ik heb geen zwemdiploma weet niet/ geen antwoord

31

Kunt u zwemmen?

1 2 3

ja nee weet niet/ geen antwoord

32

Zit u op zwemles?

1 2 3

ja nee weet niet/ geen antwoord

69

Niet-sporten Deze vragen hoeft u alleen te antwoorden indien u bij vraag 1 geen sport heeft ingevuld (vraag 1 = antwoordnummer 55). Ga anders naar het volgende blok met Achtergrondvragen (vraag 38). 33

Heeft u in het verleden gesport?

1 2 3

ja nee  ga naar vraag 35 weet niet/ geen antwoord  ga naar vraag 35

34

In welk verband heeft u het meest gesport? Is dat ……? U kunt meerdere antwoorden aankruisen.

1 2 3 4 5 6 7 8 9  10  11  12  13

als lid van een sportvereniging als rechtstreeks lid van een sportbond bij een sportschool, fitnesscentrum of andere commerciële sportaanbieder (bv ook manege, tennishal, squashcentrum en klimhal) via school (naschoolse sport) in het kader van bedrijfssport via het sociaal-cultureel werk, sportbuurtwerk of welzijnswerk tijdens een georganiseerde sportvakantie als deelnemer aan een georganiseerd sportevenement ongeorganiseerd met vrienden, familie, gezin of collega's ongeorganiseerd, alleen / individueel bij een zorginstelling in ander verband, namelijk ___________________________________________________________________________ weet niet/ geen antwoord

35

Wat is de belangrijkste reden dat u niet (meer) sport? U kunt slechts één antwoord aankruisen.

1 2 3 4 5 6 7 8 9  10  11  12  13  14  15  16  17  18

verhuisd fysieke problemen (blessure, afgekeurd, ziek, lichamelijke beperking) mentale gezondheid te oud het is/werd te duur sportvereniging/-club opgeheven of verplaatst verruwing, agressieve sfeer op of rond het veld geen tijd, andere bezigheden geen zin, geen interesse ik weet niet welke sport ik wil beoefenen ik beweeg al genoeg ik kan geen passend sport- en beweegaanbod vinden ik voel me niet thuis bij de sport- en beweegaanbieder (club, sportschool etc.) ik kan geen sportaanbod in de buurt vinden mijn familie of vrienden doet/doen niet aan sport ik voel me onzeker over mijn sportprestaties andere reden, namelijk _______________________________________________________________________________ weet niet/ geen antwoord

36

Heeft u (weer) zin om te sporten?

1 2 3

ja nee  ga naar blok met Achtergrondvragen (vraag 38) weet niet/ geen antwoord  ga naar blok met Achtergrondvragen (vraag 38)

70

37

U geeft aan dat u wel (weer) zou willen sporten. Wat moet er gebeuren om er voor te zorgen dat u gaat sporten?

weet niet/ geen antwoord

Achtergrondvragen De laatste vragen gaan over u en uw huishouden en zijn bedoeld voor de statistiek. Deze antwoorden worden niet gekoppeld aan de antwoorden die u op de eerdere vragen heeft gegeven. 38

Heeft u een Stadspas?

1 2 3

ja nee  ga naar vraag 40 weet niet/ geen antwoord  ga naar vraag 40

39

Maakt u gebruik van de Stadspas voor sportbeoefening?

1 2 3

ja nee weet niet/ geen antwoord

40

Uit hoeveel personen bestaat uw huishouden (inclusief uzelf)?

weet niet/ geen antwoord

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13454022/1