CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - programmonitor_2025_DEF.docx

Tijdelijke Algemene Raadscommissie 15 april 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Programmamonitor Radicalisering en Extremisme over het jaar 2025 (VN2026-004206)10.786 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Definitieve versie 11 maart 2026

Programmamonitor Radicalisering & Extremisme 2025 Inzet en resultaten voor de vier actielijnen

Gemeente Amsterdam Openbare Orde en Veiligheid

Definitieve versie 11 maart 2026

Programmamonitor Radicalisering & Extremisme 2025

Inhoud

Over deze programmamonitor .....................................................................................3 Inzichten uit deze monitor ...........................................................................................4 1 Actielijn 1: Tegengaan van radicalisering via het sociaal domein...................................6 1.1 Inleiding ....................................................................................................................................6 1.2 Netwerk van professionals in het sociaal domein onderhouden.................................................7 Inzet en resultaten in 2025 ..............................................................................................................7 1.3 Aanbieden kennisactiviteiten en producten...............................................................................8 Inzet en resultaten in 2025..............................................................................................................9 1.4 Advies en ondersteuning bieden aan professionals ..................................................................11 Inzet en resultaten in 2025 ............................................................................................................11 2 Actielijn 2: Verminderen van het risico op extremistisch geweld .................................17 2.1 Inleiding

..................................................................................................................................17 2.2 Inzet en resultaten in 2025 ......................................................................................................18 3 Actielijn 3: Ondersteunen van slachtoffers ................................................................23 3.1 Inleiding ..................................................................................................................................23 3.2 Inzet en resultaten in 2025 ......................................................................................................24 4 Actielijn 4: Versterken van de democratische veerkracht ...........................................26 4.1 Inleiding..................................................................................................................................26 4.2 Stimuleren democratisch burgerschap, weerbaar opvoeden en weerbaarheid tegen desinformatie..........................................................................................................................27 Inzet en resultaten in 2025............................................................................................................28 4.3 Verbindende activiteiten in de stad en actief onderhouden van contact met lokale

gemeenschappen....................................................................................................................29 Inzet en resultaten in 2025............................................................................................................29 4.4 Ondersteuning bieden aan professionals.................................................................................31 Inzet en resultaten in 2025 ............................................................................................................31 4.5 Inspelen op spanningen: Draaiboek Vrede...............................................................................32 Inzet en resultaten in 2025 ............................................................................................................33

Gemeente Amsterdam Openbare Orde en Veiligheid

Definitieve versie 11 maart 2026

Programmamonitor Radicalisering & Extremisme 2025

Over deze programmamonitor Waarom deze monitor? Deze monitor beschrijft de uitvoering van het gemeentelijke programma Radicalisering en Extremisme in het jaar 2025. De programmamonitor is opgesteld om inzicht te geven in de inzet van het programma aan het bestuur en de gemeenteraad. Dit sluit aan op de verbreding van het programma die is ingezet vanaf eind 20231. Voor deze monitor is gebruikgemaakt van: • registraties van het programma over de inzet voor de verschillende actielijnen, de signalen bij het Steunpunt Spanningen en Radicalisering en de casuïstiek in de iPGA-R; • gesprekken met de betrokken beleidsadviseurs, regisseurs en projectleiders in de stadsdelen; • evaluatieformulieren van het Steunpunt en de kennisactiviteiten; • tweejarig vragenlijstonderzoek door Onderzoek & Statistiek.

Leeswijzer De monitor volgt de structuur van het programma en beschrijft de voortgang op de vier verschillende actielijnen, zoals beschreven in het Uitvoeringsplan2. De vier actielijnen zijn achtereenvolgend: tegengaan van radicalisering via het sociaal domein, verminderen van het risico op extremistisch geweld, ondersteunen van slachtoffers en versterken van de democratische veerkracht. Per actielijn beschrijven we eerst kort de opgave en werkwijze en vervolgens de uitvoering en resultaten in 2025. In het Uitvoeringsplan is de volledige beschrijving van de opgave en werkwijze te vinden, evenals de gehanteerde definities.

1 Koerswijziging programma Radicalisering en Extremisme (2023)

2 Uitvoeringsplan spanningen, radicalisering en extremisme (2024)

3

Gemeente Amsterdam Openbare Orde en Veiligheid

Definitieve versie 11 maart 2026

Programmamonitor Radicalisering & Extremisme 2025

Inzichten uit deze monitor

1. Brede benadering sluit aan op de praktijk De verbreding van het programma die vanaf eind 2023 is ingezet lijkt goed aan te sluiten op wat er speelt in de stad en de behoefte van professionals. Professionals hebben vooral behoefte aan handelingsperspectief voor het omgaan met extreme uitspraken, maatschappelijke spanningen en gepolariseerde situaties. In 2025 is hier met het kennisaanbod op ingespeeld. Zo is een handelingskader en training over polarisatie ontwikkeld en een masterclass georganiseerd over vrouwenhaat. Ook zijn trainingen georganiseerd over handelingsvaardigheden, zoals interculturele professionaliteit en omgaan met extreme idealen. Er is veel animo voor deze kennisactiviteiten. Bovendien is de verbreding van het programma terug te zien in de vragen die in 2025 binnenkwamen bij het Steunpunt. Deze resultaten bevestigen de behoefte aan ondersteuning op deze bredere thema’s. Over het algemeen wordt de ondersteuning ook positief beoordeeld, zo blijkt uit evaluaties van kennisactiviteiten en van het Steunpunt. 2. Diversiteit van de casuïstiek onderbouwt meerwaarde integrale aanpak De iPGA-R-casuïstiek in 2025 ondersteunt de noodzaak van een integrale aanpak. Radicalisering staat zelden op zichzelf: vaak spelen er bredere problemen zoals psychische kwetsbaarheid, zorgproblematiek of criminaliteit.

Een brede benadering van iemands situatie en integrale samenwerking is dan ook cruciaal voor een effectieve aanpak. Elke casus is maatwerk. In de ene casus is vooral repressie nodig, in de andere casus vooral zorg. Soms leidt de integrale inzet tot duurzame gedragsverandering. In andere gevallen is het moeizaam gedragsverandering tot stand te brengen of zien we gedragsverandering door een samenloop van omstandigheden. De mate waarin de doelen van de aanpak haalbaar zijn, verschilt dus ook per casus. Soms is het handelingsperspectief beperkt en is alleen het uit de anonimiteit halen van en zicht houden op een persoon al een noemenswaardig resultaat. 3. Brugfunctie tussen gemeente en burger is een veeleisende taak Het programma werkt in een maatschappelijke context van spanningen tussen groepen en een afnemend vertrouwen van burgers in de overheid en de democratische instituties. Juist in deze context is het belangrijk om verbindende activiteiten te organiseren en persoonlijk contact te onderhouden met gemeenschappen in de stad. In 2025 is hier binnen de actielijn ‘Versterken van de democratische veerkracht’ op ingezet. Tegelijkertijd is dit een complexe opgave. Een enkele politieke keuze of een enkel nieuwsbericht kan het opgebouwde vertrouwen ondermijnen en jaren later nog doorwerken in de relatie tussen gemeente en stad.

Dit kan ook spanning geven tussen centrale stad en stadsdelen. De inzet op democratische veerkracht vraagt hierdoor veel van de projectleiders in de stadsdelen en professionals in de stad, die een brug proberen te vormen tussen beleid en burger.

4

Gemeente Amsterdam Openbare Orde en Veiligheid

Definitieve versie 11 maart 2026

Programmamonitor Radicalisering & Extremisme 2025

4. Met pilots kan het programma inspelen op de actualiteit In 2025 liepen drie pilots binnen het programma rond actuele thema’s: het soevereine gedachtegoed (zie hoofdstuk 1), statelijke inmenging (zie hoofdstuk 3) en weerbaarheid tegen desinformatie (zie hoofdstuk 4). De pilots hebben elk geleid tot waardevolle inzichten over de problematiek, de mogelijke rol van het programma Radicalisering en Extremisme hierin en de beperkingen. De ruimte die pilots geven om in te spelen op de actualiteit is nuttig, gezien de snel veranderende context waarin het programma werkt. Daarbij vormt de onduidelijkheid of afwezigheid van regelgeving soms een belemmering. Bij structurele dienstverlening zoals de iPGAR zijn de privacy-waarborgen volledig uitgewerkt en ingebouwd in de werkprocessen. Bij nieuwe dienstverlening moet dit nog ontwikkeld worden.

5

Gemeente Amsterdam Openbare Orde en Veiligheid

Definitieve versie 11 maart 2026

Programmamonitor Radicalisering & Extremisme 2025

1 Actielijn 1: Tegengaan van radicalisering via het sociaal domein Uitgelichte resultaten • In 2025 is het netwerk van aandachtsfunctionarissen gegroeid met 18 professionals. Ook bestaat het netwerk uit 28 verschillende organisaties. • Er zijn 75 kennisactiviteiten georganiseerd, waaronder ROR trainingen, voorlichtingen, workshops en masterclasses. • Met de masterclasses zijn 180 en met de ROR-trainingen zijn 165 verschillende deelnemers bereikt. • Er zijn drie nieuwe kennisproducten ontwikkeld over statelijke inmenging, het informatiebeeld en polarisatie. • Het Steunpunt is 106 keer benaderd, vaker dan in eerdere jaren, en vooral vaker voor advies in situaties waarin nog geen concreet vermoeden is van radicalisering.

1.1 Inleiding Probleem en context Professionals in het sociaal domein bevinden zich in een sleutelpositie om signalen van radicalisering, polarisatie en andere vormen van maatschappelijke spanningen vroegtijdig te herkennen en bespreekbaar te maken. Door zoveel mogelijk vanuit het sociaal domein te werken, voorkomen we ook dat mensen onterecht worden gezien en benaderd als een veiligheidsrisico. Het werken met deze thema’s vraagt echter om specifieke kennis en vaardigheden. Door het snel veranderende extremistische landschap zijn kennis en vaardigheden weer snel achterhaald, door verloop van personeel verdwijnt kennis uit organisaties. Werkwijze De werkwijze bestaat uit enkele samenhangende onderdelen. Allereerst wordt geïnvesteerd in een netwerk van professionals en aandachtsfunctionarissen die binnen hun organisatie het aanspreekpunt zijn en het thema agenderen. Daarnaast worden kennisactiviteiten en -producten ontwikkeld om de kennis en handelingsbekwaamheid van professionals te versterken. Ook wordt een gesprekspoule onderhouden met specifieke expertise om in gesprek te gaan met personen die zich afkeren van de overheid. Tot slot biedt het Steunpunt Spanningen en Radicalisering laagdrempelig advies en ondersteuning, waar mogelijk zonder het delen van persoonsgegevens en zo nodig met warme doorverwijzing naar partners of experts.

6

Gemeente Amsterdam Openbare Orde en Veiligheid

Definitieve versie 11 maart 2026

Programmamonitor Radicalisering & Extremisme 2025

Schematische weergave van de werkwijze en doelen binnen actielijn 1

1.2 Netwerk van professionals in het sociaal domein onderhouden Werkwijze Het netwerk van professionals in het sociaal domein vormt een belangrijk fundament van deze actielijn, waarin kennis en signalen worden gedeeld en professionals elkaar versterken bij complexe casuïstiek. Door structureel contact met aandachtsfunctionarissen uit verschillende organisaties wordt gewerkt aan een integrale aanpak. Aandachtsfunctionarissen zijn binnen hun organisatie het aanspreekpunt voor thema’s rond radicalisering. Zij adviseren collega’s bij signalen en casuïstiek, agenderen het thema intern, delen kennis en zorgen dat het Steunpunt Radicalisering bekend is. Tenslotte voorziet de aandachtsfunctionaris de organisatie van informatie over trends en ontwikkelingen en inventariseert de kennisbehoefte bij hun collega’s. De ambitie is om een diverse vertegenwoordiging van organisaties en functies in het netwerk te behouden, zodat signalen vanuit verschillende domeinen samenkomen.

Inzet en resultaten in 2025 In 2025 is het netwerk, dat bestaat uit 28 verschillende organisaties, uitgebreid met 18 nieuwe aandachtsfunctionarissen. Het programma zet doorlopend in op het warm houden van het netwerk, middels periodieke gesprekken en elk kwartaal een voortgangsbericht.

7

Gemeente Amsterdam Openbare Orde en Veiligheid

Definitieve versie 11 maart 2026

Programmamonitor Radicalisering & Extremisme 2025

Tabel 1.1. Overzicht Aandachtsfunctionarissen 2025 Categorie

Aantal - Beschrijving

Nieuwe aandachtsfunctionarissen

21 toegevoegd in 2025

Uitschrijvingen

3 uitgeschreven in 2025

Totaal eind 2025

78 geregistreerd

Onderwerpen (overlap mogelijk)

66 radicalisering, 10 soeverein gedachtegoed, 5 statelijke inmenging

Aantal organisaties

28 verschillende organisaties

Organisatietypen

Welzijn, jongerenwerk, onderwijs, veiligheid, jeugdzorg, gemeente, overige

Functiediversiteit

Voorbeelden: docent, maatschappelijk werker, gedragsdeskundige, netwerkcoördinator, politiefunctionaris, manager, beleidsadviseur

1.3 Aanbieden kennisactiviteiten en producten Werkwijze Om radicalisering te voorkomen en de juiste ondersteuning te bieden aan personen die (dreigen te) radicaliseren, zijn professionals met kennis, expertise en handelingsbekwaamheid nodig. Vanuit het programma wordt ingezet op het versterken van basiskennis in de stad over het omgaan met radicalisering en het vergroten van de bekendheid met het Steunpunt Spanningen en Radicalisering. Professionals worden toegerust om signalen van verschillende vormen van radicalisering te kunnen herkennen en hier zelfstandig naar te handelen. Inzichten vanuit het professioneel netwerk Waardering en randvoorwaarden van het kennisaanbod Professionals hebben bij het programmateam aangegeven waardering te hebben voor het duidelijke en gestructureerde aanbod en de heldere communicatie. De vaste werkwijze, met terugkerende momenten zoals masterclasses en trainingen, wordt door professionals als stevig en professioneel ervaren. In 2025 is met het kennisaanbod ingespeeld op nieuwe en actuele trends, zoals online radicalisering, nihilistisch extremisme en vrouwenhaat.

Behoefte aan verbreding en aansluiting bij de praktijk Hoewel er nog steeds behoefte is aan kennis over radicalisering en extremisme, geven professionals aan vooral behoefte te hebben aan handelingsperspectief voor het omgaan met extreme uitspraken, maatschappelijke spanningen en gepolariseerde situaties. In de praktijk blijkt dat het label ‘radicalisering’ niet altijd helpend is en dat professionals zoeken naar een bredere benadering die beter aansluit bij hun dagelijkse werkcontext. In reactie hierop is het kennisaanbod uitgebreid met activiteiten die zich richten op maatschappelijke spanningen en onrust. Zo wordt de training Voelen, Vechten, Vertalen aangeboden (zie hoofdstuk 4) en wordt er een basispresentatie over polarisatie ontwikkeld.

8

Gemeente Amsterdam Openbare Orde en Veiligheid

Definitieve versie 11 maart 2026

Programmamonitor Radicalisering & Extremisme 2025

Inzet en resultaten in 2025 Tabel 1.2 geeft een overzicht van de kennisactiviteiten die het programma in 2025 heeft uitgevoerd, uitgesplitst naar type activiteit, aantal bijeenkomsten en gemiddeld aantal deelnemers. In totaal zijn in 2025 50 activiteiten uitgevoerd (1 t/m 4). Met deze kennisactiviteiten zijn gemiddeld naar schatting ruim 1000 professionals bereikt.3 Dezelfde professional kan meerdere kennisactiviteiten volgen, het gaat dus niet om unieke deelnemers. Met de masterclasses zijn in 2025 180 verschillende professionals bereikt. Hierbij gaat het wel om unieke deelnemers. Het ROR staat voor het Rijksopleidingsinstituut tegengaan Radicalisering. Voorlichtingen hebben als doel bewustwording en bekendheid met het Steunpunt Spanningen en Radicalisering te vergroten, zowel zelfstandig als binnen ROR-trainingen. Het programma streeft ernaar voorlichting te verzorgen binnen de RORtraining. In 22 van de 25 gevallen is deze voorlichting daadwerkelijk gegeven. Met de RORtrainingen zijn in 2025 165 verschillende professionals bereikt die een of meer trainingen volgden. Tabel 1.2. Overzicht Kennisactiviteiten van het programma in 2025 Toelichting

20

1.Basisworkshop R&E

De basisworkshops R&E richten zich op het herkennen en signaleren van radicalisering en extremisme, de rol van de professional en hoe de gemeente ondersteuning biedt. Het beslaat een workshop van anderhalf uur.

10 x 10-30, 10 x 7-20

4

2. Masterclass

Masterclasses behandelen actuele thema’s. In 2025 over: vrouwenhaat (1), (slachtoffers) statelijke inmenging (2) en online radicalisering en nihilistisch extremisme (1).

1x54, 1x55, 1x61, 1x59

21 10-30

3. Aanbod op maat

Aanbod op maat wordt afgestemd op specifieke behoeften, in dit geval: 2x pressure cooker, 9x presentatie soeverein gedachtegoed, 1x voorlichting, workshop algemeen en soeverein gedachtegoed, 1x workshop online radicalisering ROR + trends + voorlichting steunpunt, 1x workshop online radicalisering ROR , 4x voorlichting statelijke inmenging, 1x basisworkshop + soeverein gedachtegoed + polarisatie, 1x workshop nihilistisch geweld, 1x training ‘Voelen, Vechten, Vertalen’.

4. Voorlichting programma en steunpunt Totaal vanuit het programma

Aantal

Gem. deeln. (per keer)

Soort activiteit

Voorlichting over het programma en over het steunpunt.

5 10-30 50

5. ROR-trainingen

ROR-trainingen vallen onder het trainingsaanbod en omvatten basis- en verdiepingsmodules.

25 8-14

5a. Basistraining

Met de basistraining vergaren professionals meer kennis over het thema radicalisering.

5 8-14

5b. Verdiepingstraining

Met de verdiepingstraining verdiepen professionals zich in verschillende verschijningsvormen van radicalisering en leren hiermee om te gaan door middel van gesprekstechnieken. In totaal zijn er 8 thematrainingen gegeven over inhoudelijke thema’s, zoals anti-institutioneel extremisme, islamitisch extremisme, rechts-extremisme en verschijningsvormen van extremisme. Daarnaast zijn er 9 vaardigheidstrainingen geweest, gericht op: contact maken en behouden met mensen met extreme denkbeelden, de kunst van het vragen stellen, omgaan met extreme idealen en interculturele professionaliteit. Er zijn 3 doelgroeptrainingen geweest, gericht op samenwerken in het zorg- en veiligheidsdomein bij R&E.

20 8-14

Totaal

75

3 Dit is een schatting van de opkomst, aangezien niet bij alle kennisactiviteiten de deelnemers worden

geregistreerd.

9

Gemeente Amsterdam Openbare Orde en Veiligheid

Definitieve versie 11 maart 2026

Programmamonitor Radicalisering & Extremisme 2025

Aanbod kennisproducten Naast trainingen die zijn gegeven, zijn er drie nieuwe kennisproducten ontwikkeld. Dit betreft een informatieblad over statelijke inmenging, een informatieblad over het meest recente informatiebeeld en het handelingskader Voelen, Vechten, Vertalen van Stijn Sieckelinck (Zie Hoofdstuk 4). Ook wordt de ‘Serious game’ van het ROR aangeboden, waarvoor er een folder is gemaakt om deze onder de aandacht te brengen. De Serious game ‘Botsende ideeën’ is een interactieve training voor docenten waarin zij oefenen met het herkennen en bespreken van signalen van radicalisering en polarisatie in de klas4. Daarnaast blijven bestaande kennisproducten beschikbaar, waaronder informatiebladen over rechtsextremisme, anti-institutioneel en soeverein gedachtegoed. Het kennisaanbod is aangeboden aan een breed scala aan organisaties uit de domeinen onderwijs, veiligheid, gemeentelijke diensten, jeugdzorg, maatschappelijke ondersteuning, geestelijke gezondheidszorg, woningcorporaties, schuldhulpverlening en buurt- en jongerenwerk. Organisaties worden onder meer bereikt via de nieuwsbrief, aandachtsfunctionarissen en projectleiders sociale veiligheid.

Bereik en bruikbaarheid kennisproducten Begin 2025 is een vragenlijstonderzoek uitgevoerd naar de ervaringen van Amsterdamse professionals met spanningen, radicalisering en extremisme.5 Uit dit onderzoek blijkt dat de bekendheid onder professionals met de kennisproducten van het Steunpunt beperkt is: circa één op de vijf respondenten kent de informatiebladen anti-institutioneel- en rechtsextremisme en soeverein gedachtegoed en het jaarlijkse informatiebeeld. Onder professionals met directe thematische betrokkenheid ligt dit aandeel hoger (66%) dan bij professionals zonder directe binding (13%). De kennisproducten worden door gebruikers overwegend als (heel) bruikbaar beoordeeld (67–74%). Naar aanleiding van deze resultaten zijn de producten in 2025 structureel onder de aandacht gebracht bij kennisactiviteiten. Vanaf 2026 worden deze bovendien publiek beschikbaar gesteld via de gemeentelijke website om het bereik te vergroten. Waardering masterclasses In 2025 zijn vier masterclasses georganiseerd. Eén over vrouwenhaat, één over online radicalisering en nihilistisch extremisme onder jongeren en twee over (slachtoffers van) statelijke inmenging. Na afloop vullen deelnemers een evaluatieformulier in met vragen over hun ervaring en de opbrengst van de masterclass.

In onderstaande tabel zijn het aantal evaluaties, de gemiddelde beoordeling per masterclass en het totaalgemiddelde weergegeven. Tabel 1.3. Evaluatiecijfers masterclasses Masterclass

Aantal evaluaties

Gemiddeld cijfer

Vrouwenhaat

14

7,6

Online radicalisering en nihilistisch extremisme

3

9,3

Statelijke inmenging (1)

10

8,2

Statelijke inmenging (2)

8

8

Totaal

35

8,3

4 Serious game voor docenten: 'Botsende ideeën' | Rijksopleidingsinstituut tegengaan Radicalisering (ROR) 5 Spanningen en radicalisering in Amsterdam

10

Gemeente Amsterdam Openbare Orde en Veiligheid

Definitieve versie 11 maart 2026

Programmamonitor Radicalisering & Extremisme 2025

De positieve waardering van de masterclasses hangen samen met de actualiteit van de thema’s, de kwaliteit van de sprekers en de inhoudelijke verdieping. Het overgrote merendeel van de deelnemers geeft aan dat de masterclass hun inzicht heeft vergroot, hun vermogen tot herkenning en signalering heeft versterkt en handelingsperspectief heeft geboden. Slechts een beperkt aantal respondenten antwoordde neutraal of negatief. Mogelijke verbeterpunten betreffen vooral de behoefte aan meer concrete signaleringskennis en handelingsperspectief voor professionals, een duidelijkere thematische kadering en samenhang, verdere verdieping op specifieke onderwerpen, aandacht voor gevoeligheden en uiteenlopende opvattingen tussen professionals en meer interactie en afstemming binnen het netwerk. De evaluaties zijn echter gebaseerd op een beperkte respons.

1.4 Advies en ondersteuning bieden aan professionals Werkwijze Het Steunpunt Spanningen en Radicalisering staat centraal in het programma. Iedereen die vragen of zorgen heeft over spanningen, radicalisering en extremisme kan bij het Steunpunt terecht voor laagdrempelige ondersteuning en advies. Het Steunpunt richt zich vooral op professionals in het sociaal domein. Vanuit het Steunpunt worden de verschillende actielijnen binnen het programma uitgevoerd. Vragen, zorgen en signalen worden in een intern triageoverleg besproken en geduid. Uit dit overleg volgt een advies voor de hulpvrager. De adviseurs van het Steunpunt werken volgens een vastgesteld werkproces en gebruiken vaste handleidingen en formats, om uniformiteit, objectiviteit en zorgvuldigheid te waarborgen. Signalen van radicalisering worden nauwkeurig geduid aan de hand van een beoordelingskader en kunnen in enkele gevallen leiden tot opname in de iPGA-R. In 2025 heeft 4% van alle signalen die binnenkwamen bij het Steunpunt geleid tot opname van een persoon in de iPGA-R.

Inzet en resultaten in 2025 Verbreding Steunpunt Eind 2023 is samen met de koers van het programma het Steunpunt verbreed. Sindsdien adviseert het Steunpunt ook bij situaties van spanningen of maatschappelijke onrust, statelijke inmenging of het soevereine gedachtegoed. Bovendien is de nadruk komen te liggen op het ondersteunen van professionals in het omgaan met personen met extreme idealen, in plaats van op signalering van veiligheidsrisico’s. Het doel is om hen beter toe te rusten om zelfstandig en zorgvuldig te handelen binnen hun eigen praktijk. In 2025 is verder ingezet op de bekendheid van het Steunpunt bij professionals als laagdrempelig punt voor advies en ondersteuning, met voorlichting en communicatie. In 2026 laat programma een externe evaluatie uitvoeren van de kwaliteit en effectiviteit van het vernieuwde Steunpunt. De resultaten hiervan komen terug in de programmamonitor van 2026.

11

Gemeente Amsterdam Openbare Orde en Veiligheid

Definitieve versie 11 maart 2026

Programmamonitor Radicalisering & Extremisme 2025

Meldingen, adviesvragen en signalen in 2025 Het Steunpunt is vorig jaar vaker benaderd dan in eerdere jaren, 106 keer in totaal (zie figuur 1.4). Bovendien nam vanaf 2024 vooral het aantal adviesvragen toe. In 2025 kwamen er 36 meldingen binnen en 50 adviesvragen. Daarnaast kwam er twintig keer een signaal binnen ter attendering.6 Deze toename heeft mogelijk te maken met de genoemde herijking van het Steunpunt vanaf eind 2023 en de verhoogde inzet van het Steunpunt op bekendheid onder professionals. Figuur 1.4. Meldingen, adviesvragen en signalen ter attendering Steunpunt 2023 t/m 2025 Adviesvraag

50

2025

15

26

24

Ter attendering

36

40

2024

2023

Melding

Totaal

20

10

106

76

39

Thema’s meldingen, adviesvragen en signalen De aard van de meldingen, adviesvragen en signalen die in 2025 binnenkwamen bij het Steunpunt beslaat de volle breedte van de thema’s waar het Steunpunt zich op richt (zie tabel 1.5). Het merendeel van de meldingen en adviesvragen betreft mogelijke radicalisering, van diverse vormen.7 De verbreding van het Steunpunt is echter ook duidelijk te zien. Zo kwamen er elf vragen en signalen binnen over statelijke inmenging, tien over polarisatie en acht over soeverein gedachtegoed. Ook valt op dat er in 2025 al enkele vragen binnenkwamen over het nieuwe thema nihilistisch extremisme.

6 Bij een melding heeft de melder hulp nodig in een casus waar, volgens de melder, mogelijk radicalisering bij één

of meerdere personen aanwezig is. Bij adviesvragen gaat het om situaties waar de melder vragen over heeft, zonder dat er een concreet vermoeden is van radicalisering van een persoon. Een signaal ter attendering wordt met het Steunpunt ter kennisname gedeeld, zonder dat de melder daarbij actie vanuit het Steunpunt verwacht. 7 Het gaat dan om de vorm van extremisme waarover de melder zich zorgen maakte, wat nog niet wil zeggen dat er daadwerkelijk sprake was van extremisme bij de persoon waar de vraag over gaat.

12

Gemeente Amsterdam Openbare Orde en Veiligheid

Definitieve versie 11 maart 2026

Programmamonitor Radicalisering & Extremisme 2025

Tabel 1.5. Meldingen, adviesvragen en signalen 2025 naar thema Aantal adviesvragen

Aantal meldingen

Religieus - Islamitisch

13

18

Aantal signalen ter attendering 1

Religieus - Overig

4

1

0

Politiek - Rechts

6

6

1

Politiek - Links

1

0

1

Politiek - Overig

1

2

1

Maatschappelijk - Anti Institutioneel

2

1

0

Maatschappelijk - Overig

3

8

1

Nihilistisch extremisme

1

0

1

31

36

6

Statelijke inmenging

9

0

2

Democratische veerkracht/polarisatie

6

0

4

Soeverein gedachtegoed

4

0

4

Overig

0

0

4

19

0

14

50

36

20

Totaal over radicalisering

Totaal over overige thema's Totaal

Toelichting op de categorisering door het Steunpunt Meldingen, adviesvragen en signalen worden door het Steunpunt gecategoriseerd naar het gedachtegoed dat de aard van de situatie het beste omschrijft. Voor situaties waarin er zorgen of vragen zijn over radicalisering hanteren we de volgende categorieën: Religieus extremisme (islamitisch of overig), Politiek extremisme (rechts, links of overig) en Maatschappelijk extremisme (anti-institutioneel, milieu, dierenrechten of overig). Daarnaast hanteert het Steunpunt categorieën voor statelijke inmenging, het soevereine gedachtegoed en democratische veerkracht of polarisatie. Bij de meeste vormen van extremisme is steeds meer sprake van een knip-en-plak-ideologie, waarbij mensen hun eigen ideologie samenstellen vanuit losse fragmenten van verschillende denkbeelden. Om hier recht aan te doen zal in de toekomst niet meer met deze vaste categorieën worden gewerkt, maar met labels voor verschillende denkbeelden.

Bron van meldingen, adviesvragen en signalen De meeste meldingen, adviesvragen en signalen in 2025 kwamen vanuit gemeenten (zie figuur 1.6). Het gaat dan voornamelijk om verschillende stadsdelen en directies binnen de gemeente Amsterdam. Een klein aantal kwam vanuit Amstellandgemeenten. De meldingen, adviesvragen en signalen vanuit overige organisaties kwamen vanuit verschillende organisaties, waaronder zorgorganisaties, onderwijs en maatschappelijke organisaties.

13

Gemeente Amsterdam Openbare Orde en Veiligheid

Definitieve versie 11 maart 2026

Programmamonitor Radicalisering & Extremisme 2025

Figuur 1.6. Meldingen, adviesvragen en signalen 2025 naar organisatie melder Veiligheidspartner Overige organisaties

5

7 8

17

1 26

32

Gemeente Burger

12

12

18

62

5 1 6

Adviesvraag

Melding

Ter attendering

Totaal

Waardering van het Steunpunt Vanaf juli 2025 voert het Steunpunt standaard een kwaliteitscheck uit voor de afgesloten meldingen en adviesvragen. Degene die het Steunpunt heeft benaderd krijgt een aantal evaluatievragen voorgelegd over hoe de dienstverlening is ervaren. De evaluatievragen zijn tussen 1 juli 2025 en 31 december 2025 ingevuld voor elf afgesloten meldingen en adviesvragen. Gemiddeld beoordelen deze elf respondenten de ondersteuning van het Steunpunt met een 8,1. Niemand gaf een onvoldoende. Respondenten hebben het contact met het Steunpunt als prettig en positief ervaren. Positieve punten die genoemd worden zijn onder andere de bereikbaarheid, snelheid van reageren en betrouwbaarheid; de ervaren steun, betrokkenheid en behulpzaamheid, en deskundigheid, ontvangen informatie en bruikbaarheid van adviezen. Ook komt uit de antwoorden naar voren dat mensen het prettig vinden een plek te hebben waar ze met zorgen en signalen van radicalisering terecht kunnen, snel met iemand kunnen sparren en hun beeld kunnen toetsen. De medewerkers van het SPR zijn benaderbaar, goed bereikbaar en nemen echt de tijd om mee te denken. Geen vraag is te veel. Iedereen is behulpzaam, reageert snel, adviezen zijn bruikbaar. Kortom. fijne samenwerking. Het voelt direct als ‘wij doen dit samen’. Een professionele kijk op signalen van zorg en acties die mogelijk ingezet kunnen worden.

De meeste respondenten zijn ook positief over wat het contact met het Steunpunt hen heeft opgeleverd. Zij noemen als opbrengst onder andere inhoudelijk advies, risico-inschatting, duidelijkheid, steun, vertrouwen, kennis en ideeën om verder te gaan met de casus. Enkele respondenten geven aan weinig aan het contact met het Steunpunt te hebben gehad: zij hadden meer inhoud verwacht, een meer proactieve houding gewild of geven aan dat het contact weinig heeft toegevoegd. Alle stappen had ik al ondernomen. SSR heeft niet ondersteund, enkel tips gegeven.

14

Gemeente Amsterdam Openbare Orde en Veiligheid

Definitieve versie 11 maart 2026

Programmamonitor Radicalisering & Extremisme 2025

Andere mogelijke verbeterpunten en genoemde tips zijn: • Meer duidelijkheid over de rollen en verantwoordelijkheden van Steunpunt en professional; • Kennisactiviteiten breder onder de aandacht te brengen; • Bekendheid van het Steunpunt vergroten; • Beter uitleggen van de brede en preventieve functie van het Steunpunt, om angst voor stigmatisering van Amsterdammers bij professionals weg te nemen. Vragenlijstonderzoek Uit het vragenlijstonderzoek8 onder 210 Amsterdamse professionals begin 2025 komt naar voren dat 63% van hen bekend is met het Steunpunt. Een eventueel effect van de inzet op de bekendheid van het Steunpunt in 2025 moeten we afwachten tot de volgende meting begin 2026. De bereidheid om contact op te nemen met het Steunpunt bij zorgen over spanningen, radicalisering of statelijke inmenging ligt wel hoog (92%). Uit het onderzoek blijkt ook dat de ondersteuning gewaardeerd wordt. Van de 35 professionals die weleens contact hebben gehad met het Steunpunt, voelt het merendeel zich goed ondersteund (zie figuur 1.7). Ook geven ze aan dat ze het Steunpunt als deskundig zien en wisten ze na het contact welke vervolgstappen ze konden nemen. Over de laagdrempeligheid om contact op te nemen zijn respondenten iets minder overtuigend positief. Figuur 1.7. Stellingen over het Steunpunt, N=35. 13

Het Steunpunt is deskundig Ik voelde me door het Steunpunt goed ondersteund bij mijn vraag

9

Na contact met het Steunpunt wist ik welke vervolgstappen ik moest nemen

8

Het was laagdrempelig om contact op te nemen met het Steunpunt

12 15

8

3

8

2

15 12

11

15

helemaal mee eens

mee eens

niet mee eens, niet mee oneens

mee oneens

helemaal mee oneens

weet niet / geen antwoord

10 1

7

Pilot ‘In gesprek met soevereinen’ Aanleiding en doel pilot De pilot ‘In gesprek met soevereinen’ liep van januari 2024 tot maart 2025 en had als doel passende manieren te verkennen om in contact te komen en te blijven met Amsterdammers die zich soeverein (willen) verklaren. Het ontstaan van de pilot kwam voort uit signalen dat soeverein gedachtegoed wel werd herkend binnen gemeentelijke diensten en partnerorganisaties, maar dat hier in de praktijk niet of nauwelijks op werd gereageerd. Tegelijkertijd was er beperkt zicht op de aard en omvang van de doelgroep en ontbrak een structurele werkwijze voor passende opvolging. Dit 8 Spanningen en radicalisering in Amsterdam

15

Gemeente Amsterdam Openbare Orde en Veiligheid

Definitieve versie 11 maart 2026

Programmamonitor Radicalisering & Extremisme 2025

vormde aanleiding om te verkennen hoe contact en ondersteuning vorm kan krijgen, gericht op verbinding en herstel van vertrouwen tussen burger en overheid. Resultaten pilot De pilot heeft bijgedragen tot toegenomen bewustwording en kennis bij gemeentelijke diensten en partners, de opbouw van specialistische expertise binnen organisaties en de ontwikkeling van werkafspraken en een handelingskader voor het omgaan met signalen. Hierdoor kan binnen eigen afdelingen worden gereageerd, met advies en ondersteuning vanuit het Steunpunt waar nodig. Gedurende de pilot zijn weinig signalen ontvangen en hebben beperkt gesprekken met betrokkenen plaatsgevonden. In één geval is ingegaan op een uitnodiging voor een gesprek, waarbij twee leden van de gesprekspool in gesprek gingen met een betrokkene. Dit leidde tot hersteld vertrouwen en ondersteuning bij schuldenproblematiek. Aandachtspunten pilot Tijdens de pilot werd duidelijk dat verschillende contextuele factoren van invloed zijn geweest op de uitvoerbaarheid van de aanpak. Juridische kaders rond privacy en gegevensdeling beperkten de mogelijkheden voor proactief contact en interdisciplinaire samenwerking, doordat altijd instemming van betrokkene vereist is. Daarnaast kan de associatie met radicalisering in de praktijk belemmerend werken, omdat het fenomeen in veel gevallen juist een benadering vanuit het sociaal en zorgdomein vraagt.

Hoewel de pilot is afgerond laten recente adviesvragen en verzoeken voor voorlichting over dit fenomeen zien dat blijvende aandacht wenselijk is.

16

Gemeente Amsterdam Openbare Orde en Veiligheid

Definitieve versie 11 maart 2026

Programmamonitor Radicalisering & Extremisme 2025

2 Actielijn 2: Verminderen van het risico op extremistisch geweld Uitgelichte resultaten • Regie gevoerd over 22 personen. • Vijf personen uitgestroomd. Met integrale aanpak en maatwerk is ingezet op het verminderen van het risico op extremistisch geweld.

2.1 Inleiding Probleem en context Onderdeel van elk extremistisch narratief is, in meer of mindere mate, dat geweld gerechtvaardigd is om de extremistische idealen te bereiken. Daardoor ontstaat het risico dat geradicaliseerde personen geweld gebruiken om hun idealen te realiseren. Dit doet zich bij een klein deel van de Amsterdammers voor. Dergelijk geweld kan een grote impact hebben op de samenleving. De aanpak hiervan vereist veel specialistische expertise. Bijvoorbeeld over extremistische stromingen en extremistische gedragingen en over hoe om te gaan met geradicaliseerde personen en invloed op hen uit te oefenen. De combinatie van risico- en beschermende factoren is voor elk individu anders. De expertise en interventiemogelijkheden zijn verspreid over verschillende partijen. Werkwijze Aan deze actielijn geven we concreet invulling met de integrale Persoonsgerichte Aanpak Radicalisering (iPGA-R). Dit is een samenwerkingsverband van de politie, het Openbaar Ministerie, Reclassering Nederland (namens de 3RO), Raad voor de Kinderbescherming en de gemeente, waaronder de GGD en WPI. De iPGA-R is een aanpak op het snijvlak van veiligheid en zorg. Personen waarbij we een risico op geweld vanuit extremistisch gedachtegoed zien, wijzen we een regisseur toe. Deze regisseur is verantwoordelijk voor het plan van aanpak en de coördinatie van de uitvoering.

In het plan van aanpak staan de interventies die de kernpartners uitvoeren in de casus. Het gaat om interventies op verschillende leefgebieden: • Repressie, opsporen en vervolgen • Risicoreductie • Ideologie • Persoonlijkheid • Sociale omgeving • Werk, dagbesteding en opleiding Voor elk leefgebied formuleert de regisseur een of meerdere doelen op maat. Uiteindelijk doel van elk traject is het verminderen van het risico op extremistisch geweld, door de persoon uit de anonimiteit te halen, een plek in de samenleving en toekomstperspectief te geven en extremistisch gedrag te begrenzen.

17

Gemeente Amsterdam Openbare Orde en Veiligheid

Definitieve versie 11 maart 2026

Programmamonitor Radicalisering & Extremisme 2025

Personen die in de iPGA-R zijn opgenomen stromen na twee jaar uit bij afwezigheid van signalen die duiden op een risico op geweld vanuit extremistisch gedachtegoed. Binnen de aanpak is er structureel aandacht voor of individuen nog voldoen aan de criteria voor opname in de iPGA-R. Dit wordt getoetst door acht-wekelijkse evaluatie van de dossiers door de regisseurs en jaarlijkse evaluatie met de kernpartners. Schematische weergave van de werkwijze en doelen binnen actielijn 2

2.2 Inzet en resultaten in 2025 Instroom In 2025 zijn vier personen ingestroomd. De ingestroomde personen zijn in de aanpak gekomen voor islamitisch extremisme (3 personen) en rechtsextremisme (1 persoon). Daarnaast heeft het Steunpunt Spanningen en Radicalisering in 2025 persoonsgegevens verwerkt van zeven personen.9 Dit zijn personen over wie een melding binnenkwam, maar die niet zijn ingestroomd in de iPGA-R. Personen in regie In 2025 is gedurende het jaar voor 22 personen regie gevoerd vanuit de iPGA-R. Vijf van deze personen zijn in 2025 uitgestroomd. Figuur 2.1 laat zien voor welke vorm van extremisme zij in de aanpak zijn of waren opgenomen.

9 Exclusief de al bekende personen binnen de iPGA-R.

18

Gemeente Amsterdam Openbare Orde en Veiligheid

Definitieve versie 11 maart 2026

Programmamonitor Radicalisering & Extremisme 2025

Figuur 2.1. Casussen in regie in 2025, naar vorm van extremisme 11

Religieus - Islamitisch

Politiek - Rechts

4

1 5

3

14

Huidig Uitstroom

Maatschappelijk - Anti-institutioneel

Maatschappelijk - Overig

1 1 2

Totaal

1 1

Uitgangspunt in de iPGA-R is dat alle personen die zijn opgenomen in de aanpak hierover worden genotificeerd. Alle 22 personen waarover in 2025 regie is gevoerd, zijn schriftelijk op de hoogte gebracht van hun opname in de aanpak.

Inzichten uit de casuïstiek Elke iPGA-R-casus is maatwerk. Om een beeld te geven van de regievoering in 2025 hebben we regisseurs gesproken over hun werk en dossiers bestudeerd. We zoomen we in op de vijf casussen die dit jaar zijn uitgestroomd. Deze illustreren verschillende aspecten van de iPGA-R-praktijk. In de ene casus is vooral repressie nodig, in de andere casus vooral zorg. Soms leidt de integrale inzet tot duurzame gedragsverandering. In andere gevallen is het moeizaam gedragsverandering tot stand te brengen of zien we gedragsverandering door een samenloop van omstandigheden. Inzet op disengagement en vertrouwen De aanpak is gestoeld op disengagement: het loslaten van geweld als middel om idealen te bereiken. De focus ligt daarbij niet op ideologische verandering, maar op gedragsbeïnvloeding en veiligheid. Een cruciale factor hierbij is het opbouwen van vertrouwen tussen professional en de persoon in regie. Dat kost tijd en vraagt om blijvende inzet, vaak al tijdens detentie. “Wij zijn vaak de enigen die bij iemand op bezoek gaan. Dat maakt uit. Het opbouwen van vertrouwen begint vanaf dag één. Je neemt altijd je telefoon op, je wijst niemand af.” Relatieopbouw is juist van betekenis wanneer iemand geen steunend netwerk heeft. Contact vanuit iemands behoefte en vanuit zorg, in plaats van alleen vanuit veiligheidsrisico, draagt bij aan het gevoel gezien te worden.

Langdurige relatieopbouw en blijvende betrokkenheid kunnen bijdragen aan het verminderen van extremistisch gedrag en het ontstaan van stabiliteit in het dagelijks leven, omdat vertrouwen ruimte biedt voor begrenzing, reflectie en gedragsverandering.

19

Gemeente Amsterdam Openbare Orde en Veiligheid

Definitieve versie 11 maart 2026

Programmamonitor Radicalisering & Extremisme 2025

Deze casus illustreert hoe de inzet op disengagement samengaat met het opbouwen van een vertrouwensband. De persoon in deze casus is zeer actief als activist maar uit zich ook extremistisch. Die gebruikt geweld om diens idealen kracht bij te zetten en komt daarom voortdurend in conflict met instanties. Belangrijk in het traject was het begrenzen van extremistisch gedrag. Door toezicht en samenwerking tussen de partners is zicht op de gedragingen van de persoon gehouden. Er is een bejegeningsadvies opgesteld dat breed is gedeeld binnen de politie, zodat zij de-escalerend kunnen optreden in contacten met de persoon. Dit bejegeningsadvies is regelmatig gebruikt. Tijdens het traject is de persoon door de betrokken professionals consequent gecorrigeerd in diens gedrag. Tegelijkertijd is ingezet op zorg en ondersteuning op het gebied van huisvesting, werk en inkomen. De persoon blijft zeer actief als activist maar uit zich niet meer extremistisch of gewelddadig. Na uitstroom belt die de regisseur nog een aantal keer op. De persoon mist het contact en wil weer opgenomen worden in de aanpak. ‘Jullie zijn de enigen die mij serieus namen’. De gedragsverandering in deze casus toont het belang van gezien worden en tegelijkertijd consequent uitleggen waar de grens ligt.

Integraal werken en zicht houden op het gedrag van de persoon Waar personen uit de anonimiteit halen en gedrag waar nodig begrenzen binnen de IPGA-R centraal staan, is zicht houden op de persoon daarbij essentieel. Signalen uit detentie, zorginstellingen of andere domeinen spelen een belangrijke rol in de risicotaxatie en bij het starten of bijstellen van een traject. Door informatie uit verschillende leefgebieden te verbinden, ontstaat een integraal beeld van gedrag, risico’s en beschermende factoren. Juist bij complexe zorgproblematiek is integrale samenwerking essentieel en vraagt de casus om specialistische kennis en afstemming tussen zorgen veiligheidspartners. Deze gezamenlijke inzet maakt het mogelijk om gedrag tijdig te duiden en waar nodig te corrigeren. Deze casus illustreert hoe de mogelijkheden voor toekomstperspectief in een casus soms beperkt zijn, waardoor de nadruk ligt op het begrenzen van risico’s. De persoon in deze casus komt uit het buitenland en wordt aangehouden voor deelname aan een terroristische organisatie in het land van herkomst. Tijdens detentie wordt diens verblijfsvergunning ingetrokken door de IND. Gedwongen uitzetting is juridisch echter geen optie. Vanwege het ingetrokken verblijfsrecht zijn ook interventies gericht op resocialisatie beperkt mogelijk.

Het traject richt zich daarom op de persoon motiveren vrijwillig terug te keren naar het land van herkomst. Door toezicht en samenwerking tussen de partners is ondertussen zicht op de gedragingen van de persoon gehouden. De persoon is niet opnieuw in beeld gekomen bij politie of justitie en er zijn geen nieuwe strafbare feiten vastgesteld. Enkele maanden na vrijlating is de persoon vrijwillig uitgezet naar het land van herkomst. Het begrenzen van extremistisch gedrag lijkt dus geslaagd, in elk geval in Nederland.

20

Gemeente Amsterdam Openbare Orde en Veiligheid

Definitieve versie 11 maart 2026

Programmamonitor Radicalisering & Extremisme 2025

Deze casus illustreert dat extremistisch gedrag soms samengaat met criminaliteit. De persoon in deze casus is in beeld gekomen wegens het delen van jihadistische content op sociale media. Maar ook pleegt de persoon meerdere drugs- en vermogensdelicten, waarvoor die meerdere keren opnieuw in detentie belandt. Tijdens het traject is ingezet op werk en inkomen, huisvesting en zorg. Interventies werden soms onderbroken door een nieuwe detentie. In detentie doet de persoon nog jihadistische uitspraken. Na vrijlating is ingezet op begrenzen van extremistisch gedrag door toezicht en gesprekken met een theologisch deskundige. Dit lijkt succesvol: de persoon uit zich niet meer ideologisch en heeft geen nieuwe strafbare feiten met ideologisch karakter gepleegd. Deze casus illustreert het belang van samenwerking, ook buiten de gemeentegrenzen. De persoon in deze casus kwam in beeld wegens neonazistische uitingen en kampt met forse psychische problemen en middelengebruik. De persoon leidde een zwervend bestaan en was vaak onbereikbaar voor instanties, wat het moeilijk maakte om contact te onderhouden en zicht te houden op diens gedragingen. Door samenwerking met de partners is dit toch gelukt. De politie heeft met signaleringen op de persoon, zijn omgeving en verschillende locaties de persoon in beeld gehouden, ook wanneer die in andere regio’s verbleef.

Gezien de problemen op meerdere leefgebieden was de inzet op toekomstperspectief en zorg eveneens belangrijk in deze casus. Dit vroeg om nauwe afstemming met de partners en met hulpverleners in een andere gemeente waar de persoon op een gegeven moment verblijft. Na de inzet van zorg heeft hij zijn gedrag aangepast en zijn er geen signalen van extremistisch gedachtegoed meer waargenomen. De persoon verblijft momenteel in een opvanglocatie voor dak- en thuislozen en krijgt zorg en ondersteuning. De casus is overgedragen aan de gemeente waar de persoon inmiddels ingeschreven staat. Stabilisatie, perspectief en langdurige betrokkenheid Waar samenwerking, zorg en begeleiding goed samenkomen, zien regisseurs dat intensieve en voortdurende inzet kan leiden tot stabilisatie en nieuw perspectief. Juist de combinatie van structuur, ondersteuning en nabijheid lijkt daarin betekenisvol en laat zien hoe de aanpak kan bijdragen aan alle drie de doelen: in beeld blijven, perspectief ontwikkelen en het uitblijven van extremistisch gedrag. Deze casus illustreert hoe met langdurige, integrale inzet duurzame resultaten in een casus behaald kunnen worden. De persoon in deze casus is ten tijde van het kalifaat van IS uitgereisd naar Syrië en heeft psychische en sociale problemen. Bij terugkeer naar Nederland is de persoon aangehouden en gedetineerd.

Belangrijk in deze casus was de gecoördineerde inzet op zorg en de problemen op verschillende leefgebieden. Het traject heeft geleid tot de inzet van lichamelijke en geestelijke gezondheidszorg, plaatsing in een instelling voor begeleid wonen, inkomen, dagbesteding en maatschappelijke ondersteuning. Tegelijkertijd is ingezet op begrenzing van extremistisch gedrag, door de detentie direct bij terugkeer in Nederland. Sinds terugkeer in Nederland zijn er geen signalen meer van extremistische denkbeelden bij de persoon of binding met extremistische personen. De persoon is niet opnieuw in beeld gekomen bij politie of justitie en er zijn geen nieuwe strafbare feiten vastgesteld. Vanwege blijvende kwetsbaarheden is blijvende ondersteuning nodig voor deze persoon, maar diens leefsituatie is stabiel en veerkracht en vermogen zijn zichtbaar gegroeid tijdens de aanpak.

21

Gemeente Amsterdam Openbare Orde en Veiligheid

Definitieve versie 11 maart 2026

Programmamonitor Radicalisering & Extremisme 2025

Tot slot De iPGA-R laat volgens regisseurs zien dat een intensieve, persoonsgerichte aanpak verschil kan maken in het verminderen van risico’s op extremistisch geweld. Professionals investeren in contact, blijven betrokken en laten niet los, ook wanneer iemand zelf het contact afhoudt. Juist in complexe casuïstiek waar veiligheid en zorg samenkomen, blijken vertrouwen, maatwerk en volharding bepalend. De praktijk laat zien dat deze manier van werken vraagt om voldoende tijd, gespecialiseerde expertise en hechte samenwerking tussen zorg- en veiligheidspartners. Met de nieuwe wettelijke grondslag is de uitvoering van de iPGA-R geborgd. De opgave ligt in het kwalitatief blijven versterken en zorgvuldig uitvoeren van deze aanpak in een veranderende maatschappelijke context.

22

Gemeente Amsterdam Openbare Orde en Veiligheid

Definitieve versie 11 maart 2026

Programmamonitor Radicalisering & Extremisme 2025

3 Actielijn 3: Ondersteunen van slachtoffers Uitgelichte resultaten • Twee masterclasses over statelijke inmenging georganiseerd, waarmee bij elkaar bijna 100 verschillende professionals zijn bereikt. • In elf situaties ervaring opgedaan met casuïstiek van statelijke inmenging. • Nauwe samenwerking met politie opgezet over slachtoffers van statelijke inmenging.

3.1 Inleiding Probleem en context Slachtoffers van extremisme en van statelijke inmenging worden ernstig beperkt in hun grondrechten en vrijheden. Zij ontvangen niet altijd de benodigde steun en komen met diverse organisaties in aanraking. Het is lang niet altijd mogelijk de daders van intimidatie en bedreiging aan te pakken. Dit gedrag vindt vaak online plaats, door anonieme actoren, en is geregeld niet strafrechtelijk te vervolgen. Bij statelijke inmenging speelt ook nog mee dat daders in het buitenland verblijven en/of steun ondervinden van een statelijke actor. Werkwijze Zoals in het Uitvoeringsplan beschreven, geeft het programma invulling aan deze actielijn met een pilot om slachtoffers te ondersteunen. Bij een positieve evaluatie wordt deze ondersteuning een vast onderdeel van het programma. De pilot bestaat uit de samenwerking opzoeken met partners, organiseren van kennisactiviteiten voor professionals, advies en ondersteuning bieden aan professionals en slachtoffers en publiek aandacht vragen voor het fenomeen. Schematische weergave van de werkwijze en doelen binnen actielijn 3

23

Gemeente Amsterdam Openbare Orde en Veiligheid

Definitieve versie 11 maart 2026

Programmamonitor Radicalisering & Extremisme 2025

3.2 Inzet en resultaten in 2025 In 2025 is de pilot Statelijke Inmenging uitgevoerd. Met deze pilot onderzoekt het programma of de gemeente een rol kan spelen in de ondersteuning van slachtoffers van statelijke inmenging. De pilot loopt t/m maart 2026. Hieronder delen we een aantal tussentijdse resultaten en inzichten van deze pilot, volgens de betrokken beleidsadviseurs. Daarnaast is in 2025 het handelingsperspectief vanuit het programma voor de ondersteuning van slachtoffers van extremisme verkend. Hieruit is (nog) geen nieuw beleid voortgekomen.

Tussentijdse resultaten van de pilot statelijke inmenging • Samenwerking opgezocht met diverse organisaties. Zoals partners in de stad die werken met nieuwkomers, journalisten of activisten, organisaties die diasporagroepen vertegenwoordigen, kennisinstituten en de landelijke partners NCTV en SZW. Ook is advies over de pilot opgehaald bij de Klankbordgroep Vluchtelingen. • Nauwe samenwerking opgezet met de politie. Gedurende de pilot heeft de politie haar proces verbeterd, zowel rond het opnemen van de aangifte als de doorgeleiding binnen de organisatie en de afdoening van aangiftes. Ook zijn gemeente en politie gezamenlijk met een aantal slachtoffers in gesprek gegaan. • Twee masterclasses over statelijke inmenging georganiseerd, waarmee bij elkaar bijna 100 verschillende professionals zijn bereikt. In de eerste masterclass is kennis over het fenomeen gedeeld, de tweede masterclass ging dieper in op de ervaringen van de mensen die het treft en de rol van professionals hierin. • Voorlichting over statelijke inmenging gegeven bij vier verschillende organisaties. Bij elk van deze voorlichtingen waren tussen de 10 en 50 professionals aanwezig. • Informatieblad voor professionals ontwikkeld over statelijke inmenging. • Advies en ondersteuning geboden bij negen adviesvragen over en twee signalen ter attendering van statelijke inmenging (zie ook hoofdstuk 1).

De adviesvragen betroffen vooral mensen die te maken krijgen met intimidaties of bedreigingen, online dan wel fysiek. Voorlopige inzichten uit de pilot statelijke inmenging Erkenning en herkenning van de problematiek doet er toe Goed naar mensen luisteren en laten zien dat je weet wat er speelt, lijkt slachtoffers van statelijke inmenging een gevoel van erkenning en herkenning te geven. Het daadwerkelijke handelingsperspectief voor de gemeente is vaak beperkt: de gemeente kan het probleem ook niet oplossen. Toch is het gevoel bij beleidsadviseurs na een jaar werken met dit thema dat ‘iets doen beter is dan niets doen’. Belang van lokale signalering De drempel om ervaringen met statelijke inmenging te melden bij een overheidsinstantie is hoog. Vermoedelijk is deze drempel nog hoger bij overheidsinstanties op nationaal niveau. Wat goed lijkt te werken is het contact leggen via een professional die al in nauw contact staat met het slachtoffer. Vanuit deze bestaande vertrouwensband kunnen de professional en het Steunpunt samen toewerken naar ondersteuning.

24

Gemeente Amsterdam Openbare Orde en Veiligheid

Definitieve versie 11 maart 2026

Programmamonitor Radicalisering & Extremisme 2025

Gegevensuitwisseling is een vraagstuk Samenwerking met partners is zeer waardevol. Privacy is echter wel een vraagstuk: de grondslag voor gegevensuitwisseling is onduidelijk, aangezien het veiligheidsrisico niet uitgaat van de persoon waarover gegevens worden verwerkt. Bovendien zijn de gevolgen voor slachtoffers potentieel groot. In de pilot is dit ondervangen doordat elke partner vanuit de eigen opgave werkt met de persoon, en waar nodig steeds om toestemming wordt gevraagd. Dit levert wel versnippering op in informatiepositie en maakt het proces soms trager. Het fenomeen is veel groter dan de scope van de pilot In de pilot Statelijke Inmenging is bewust een nauwe scope gekozen, door alleen te werken met slachtoffers van transnationale repressie10. Dit geeft focus en maakt het probleem behapbaar. Tegelijkertijd is het fenomeen statelijke inmenging veel groter dan dit. Denk aan situaties waarin persvrijheid of academische vrijheid onder druk staan, of vraagstukken rond kennisveiligheid.

10 Transnationale repressie is statelijke inmenging gericht op personen of organisaties die de buitenlandse overheid

als bedreiging ziet. Het doel kan zijn te voorkomen dat mensen kritiek uiten of demonstreren, of om mensen onder druk te zetten om informatie te verkrijgen. Bijvoorbeeld door (online) intimidaties, bedreigingen of fysiek geweld.

25

Gemeente Amsterdam Openbare Orde en Veiligheid

Definitieve versie 11 maart 2026

Programmamonitor Radicalisering & Extremisme 2025

4 Actielijn 4: Versterken van de democratische veerkracht Uitgelichte resultaten • De pilot Under Pressure rond desinformatie is afgerond, geëvalueerd en er is voorbereid op continuering in 2026. Tijdens de pilot is Under Pressure ingezet op 11 scholen (24 klassen, 480 jongeren bereikt). • Verbindende initiatieven in de stadsdelen voortgezet, waaronder Gebedshuizenoverleggen en dialoogbijeenkomsten zoals Het Lopend Vuurtje, gericht op versterking van sociale cohesie en het dempen van spanningen. • Handelingskader en training Voelen, Vechten, Vertalen ontwikkeld en pilot uitgevoerd (zeven deelnemers), opname in het kennisaanbod en verdere uitrol voorzien in 2026. • Externe procesevaluatie van Draaiboek Vrede uitgevoerd: herijkt draaiboek vastgesteld met implementatie van verbeteringen in 2026.

4.1 Inleiding Probleem en context Radicalisering, extremisme en statelijke inmenging gedijen in een context van spanningen in de samenleving en wantrouwen richting de overheid. Extremistische groepen en personen proberen hun gedachtegoed te normaliseren, terwijl impactvolle gebeurtenissen in binnen- en buitenland zorgen voor spanningen tussen groepen. Dit kan leiden tot maatschappelijke onrust, incidenten en uiteindelijk ook radicalisering en extremisme. Online media versterken deze dynamiek, waarbij desinformatie en nepnieuws de tegenstellingen tussen groepen vergroten. Democratische veerkracht fungeert als barrière voor polarisatie, radicalisering en extremisme. Veerkrachtige burgers weten hoe ze hun zorgen of ongenoegen kunnen uiten binnen de kaders van de democratische rechtsorde en met democratische middelen. Ze kunnen impactvolle gebeurtenissen verwerken zonder dat dit leidt tot incidenten. Veerkrachtige burgers zijn daardoor minder vatbaar voor extremistische ideeën.

Werkwijze Het versterken van democratische veerkracht vraagt om een brede en samenhangende inzet in de stad. Hierbij staan de volgende elementen centraal: • Het bevorderen van democratisch burgerschap, weerbaarheid en positieve identiteitsvorming, onder andere via activiteiten en onderwijsprojecten. • Het stimuleren van ontmoeting, verbinding en dialoog tussen Amsterdammers over maatschappelijke thema’s, zonder partij te kiezen maar met aandacht voor emoties en sentimenten in de stad.

26

Gemeente Amsterdam Openbare Orde en Veiligheid

Definitieve versie 11 maart 2026

Programmamonitor Radicalisering & Extremisme 2025

• • •

Het ondersteunen van professionals bij het herkennen van onrust, het versterken van beschermende factoren en het stimuleren van samenwerking. Het structureel onderhouden van contact en dialoog met gemeenschappen en professionals. Het vroegtijdig signaleren van spanningen en het voorkomen van incidenten, onder meer via inzet van het Draaiboek Vrede.

Schematische weergave van de werkwijze en doelen binnen actielijn 4

4.2 Stimuleren democratisch burgerschap, weerbaar opvoeden en weerbaarheid tegen desinformatie Werkwijze Binnen het programma Radicalisering en Extremisme wordt jaarlijks budget overgeheveld naar de sociale basis, waarmee interventies voor de weerbaarheid van jongeren worden ingekocht bij externe uitvoerende partijen, zoals SIPI en IMD. Deze weerbaarheidstrainingen kunnen worden ingezet in de stadsdelen. Daarnaast is in 2024–2025 de pilot Under Pressure uitgevoerd op Amsterdamse scholen; dit traject is inmiddels afgerond en geëvalueerd. Beide onderdelen worden hieronder afzonderlijk toegelicht.

27

Gemeente Amsterdam Openbare Orde en Veiligheid

Definitieve versie 11 maart 2026

Programmamonitor Radicalisering & Extremisme 2025

Inzet en resultaten in 2025 De pilot Under Pressure Aanleiding tot inzet van de pilot Jongeren worden via sociale media veelvuldig blootgesteld aan polariserende content en desinformatie. Scholen signaleren dat maatschappelijke en internationale spanningen steeds vaker de klas binnenkomen en dat docenten behoefte hebben aan ondersteuning bij het voeren van deze gesprekken en het versterken van de weerbaarheid van leerlingen. Daarom is het lesprogramma Under Pressure als pilot uitgevoerd op verschillende Amsterdamse scholen in de periode van 1 augustus 2024 tot en met 31 juli 2025. Inhoud en bereik van de pilot Under Pressure is een interactief lesprogramma over mediawijsheid, weerbaarheid tegen desinformatie en democratisch burgerschap. Diversion voert het programma uit in samenwerking met scholen, met inzet van peer educators. In drie lessen komen thema’s als algoritmes, filterbubbels, nieuwsconsumptie en vrijheid van meningsuiting aan bod. In schooljaar 2024–2025 is de pilot uitgevoerd op 11 scholen in 24 klassen, waarvan 20 klassen in 2025. Hiermee zijn circa 480 jongeren bereikt. Docenten beoordeelden het programma gemiddeld met een 7,9 en leerlingen met een 8,2. Het belang voor jongeren en docenten Uit de uitvoering en evaluatie blijkt dat sociale media voor veel jongeren een belangrijke nieuwsbron zijn en dat maatschappelijke gebeurtenissen sterk leven in de klas.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16789228/1