Bijlage 1 - Plan van aanpak Energie voor de stad - september 2024
Tekst van het document
Samen werken aan de transitie: Energie voor de stad Plan van aanpak regie- en uitvoeringsorganisatie Energie voor de Stad
Voorwoord Onze stad staat de komende decennia voor een grote operatie, de energietransitie. Met de aanleg van nieuwe en vervanging van bestaande energie voorzieningen bouwt onze stad aan welzijn en welvaart van haar bewoners, ondernemers en bezoekers. Vandaag, morgen en ver in de 21ste eeuw. Voor u ligt het Plan van aanpak van de in oktober 2023 opgerichte regie- en uitvoeringsorganisatie Energie voor de Stad. Met deze opgavegerichte en op de uitvoering gefocuste organisatie, zet de gemeentelijke organisatie een volgende stap naar een slagvaardige en impactvolle aanpak van de Amsterdamse energietransitie. Energie voor de Stad bouwt voort op uiteenlopende relevante kennis en ervaring die de afgelopen jaren in de gemeentelijke organisatie is opgebouwd. Het Plan van aanpak zet het doel en de aanpak van Energie voor de stad uiteen. De energietransitie raakt de kern van onze stad. Het beïnvloedt de kwaliteit van wonen, ondernemen en recreëren. Het raakt alle bewoners, bedrijven, instellingen en maatschappelijke voorzieningen maandelijks in hun portemonnee. Het beïnvloedt kansen(on) gelijkheid. Het is essentieel voor de woningbouw. Het is één van de belangrijkste vestigingscriteria voor nieuwe bedrijven en randvoorwaardelijk voor het behoud van tienduizenden banen in onze haven en industrie. Het doet een beroep op schaarse ruimte onder en boven het maaiveld.
Het vraagt medewerking van alle gebouweigenaren en haar bewoners en het gaat gepaard met lange termijn afspraken en keuzes met substantiële financiële en maatschappelijke risico's. De energiebronnen die we gebruiken voor de stad, beïnvloeden het behalen van onze klimaat- en CO2reductiedoelen.
Kortom, de energietransitie raakt vele publieke belangen, alle bewoners en alle bedrijven. Hoe de gemeente hierin acteert, doet ertoe. Er gebeurt gelukkig al veel. Energie voor de Stad pakt hierop door, samen met diverse collega-directies uit onder andere het Fysieke Domein, het Sociale Domein, Bestuur en Organisatie, Bedrijfsvoering, de Stadsdelen en met externe publieke en private partijen, lokaal, regionaal en nationaal. En, niet in de laatste plaats: samen met de bewoners en bedrijven in Amsterdam. De mate waarin we het samenspel tussen al deze stakeholders – ieder met eigen belangen, verantwoordelijkheden en ambities – vruchtbaar weten te organiseren, bepaalt in hoge mate ons succes op deze belangrijke opgave voor onze stad. Dat is deels ook nog pionieren.
Dirk de Jager Wethouder Energietransitie
De energietransitie raakt vele publieke belangen, alle bewoners en alle bedrijven. Hoe de gemeente hierin acteert, doet ertoe. De brede steun binnen en buiten de gemeentelijk organisatie voor het inrichten van deze nieuwe organisatie is veelbelovend. We kijken uit naar de samenwerking en naar het actief werken aan betekenisvolle projecten voor onze stad.
Samen werken aan de transitie: Energie voor de Stad
2
Inhoudsopgave Voorwoord2
5.
Aanpak
25
6.
Organisatie
32
7.
Bouwen aan een slagvaardige organisatie
36
8.
Fasering Energie voor de Stad
38
Samenvatting5 1.
2.
Inleiding 1.1 1.2 1.3 1.4
Achtergrond/context Doel van het document Reikwijdte Structuur
De opgave
2.1 Inleiding 2.2 De opgave voor Amsterdam 2.3 Uitdagingen van de energietransitie 2.4 Samen werken aan de transitie: de rol van onze uitvoerende partners en de gemeente
3. Regie- en uitvoeringsorganisatie Energie voor de Stad 3.1 3.2 3.3 3.4
4.
Visie Missie Doelen Energie voor de Stad Scope Energie voor de Stad
Scope uitvoeringsprogramma’s 4.1 Warmte 4.2 Elektra 4.3 Duurzame opwek
9
9 9 9 9
11
11 12 12 16
17
17 17 17 18
20 20 22 22
5.1 Beter overzicht en meer inzicht brengen 5.2 Effectiever, efficiënter en proactiever werken 5.3 Meer synergie organiseren 5.4 Meer betrokkenheid en draagvlak organiseren 5.5 Organiseren randvoorwaarden voor slagkracht 6.1 6.2 6.3 6.4
Organisatorische taken Coördinatie en samenwerking Leren, ontwikkelen en tegenspraak Beheersen van risico’s
32 33 35 35
7.1 Succesfactoren voor Energie voor de Stad 7.2 Cultuur 7.3 Werving en selectie 7.4 Ontwikkeling en training 8.1 8.2 8.3
Basis op orde Uitvoeren, uitvoeren, uitvoeren Bouwen aan de lange termijn
26 26 28 29 29
36 36 37 37 39 39 40
Colofon41
Samen werken aan de transitie: Energie voor de Stad
3
De opgave van de energietransitie in aantallen
Samenvatting De energietransitie is één van de grootste opgaven waar we als stad voor staan Amsterdam gaat de komende jaren flink op de schop om aan de toekomstige energievraag te kunnen voldoen en de overgang van fossiele naar hernieuwbare bronnen mogelijk te maken. Het inpassen en uitvoeren van de daarvoor benodigde elektriciteitsstations, warmtesystemen, zonneprojecten, windturbines en bijbehorende kabels en leidingen raakt alle Amsterdammers en vraagt van de gemeente een zorgvuldige aanpak en een professionele, slagvaardige uitvoeringsorganisatie die dit kan realiseren. Als gemeente vervullen we verschillende rollen in de uitvoering van de energietransitie: van initiërend tot faciliterend. Waar onze partners zoals Tennet, Liander en Vattenfall de aanleg van de infrastructuur realiseren en grotendeels financieren, en bewoners, bedrijven, vastgoedeigenaren en woningbouwcorporaties hun bezit verduur zamen, staan wij als gemeente aan de lat om zaken als ruimtelijke inpassing, vergunningverlening, concessies en participatie te organiseren en daarbij de publieke belangen te borgen. De mate waarin we dit professioneel en slagvaardig invullen, bepaalt in hoge mate de snelheid waarmee anderen hun rol en verantwoordelijkheden invulling kunnen geven. De afgelopen jaren hebben we als gemeente actief beleid gevoerd op klimaat en energie.
Daarmee zijn de eerste stappen gezet richting een toekomstbestendig energiesysteem. We streven naar genoeg, betaalbare en groene energie voor iedereen. Dit is essentieel voor een prettige en schonere leefomgeving, ons welzijn en voor economische welvaart. Cruciale functies als zorg, onderwijs, veiligheid, industrie en mobiliteit zijn afhankelijk van elektra en warmte. Tegelijkertijd raakt de energietransitie aan vele andere opgaven, zoals woningbouw, een aantrekkelijk vestigingsklimaat, het tegengaan van ongelijkheid én is het randvoorwaardelijk om de klimaatdoelen te halen.
De stad, de haven en de industrie hebben gezamenlijk een rol in de energietransitie.
Samen werken aan de transitie: Energie voor de Stad
5
Het huidige energiesysteem staat onder druk
De focus ligt op de uitvoering
Er is niet genoeg energie. Door netcongestie is er in bepaalde delen van de stad te weinig capaciteit beschikbaar voor nieuwe aansluitingen van woningen, bedrijven en voorzieningen, zoals zorg en onderwijs. En door een stijgende vraag naar elektriciteit neemt de netcongestie voorlopig alleen maar toe. Om te voldoen aan de stijgende energiebehoefte heeft de stad zo’n 46 nieuwe en te verbouwen elektriciteitsstations, 2600 elektriciteitshuisjes en kilometers aan zware kabelverbindingen nodig. Ook zijn er andere warmtealternatieven nodig om de warmtetransitie mogelijk te maken. Daarvoor moeten onder andere meer dan 1000 warmte overdrachtstations en kilometers aan warmteleiding voor worden aangelegd.
De uitvoering van de energietransitie bestaat uit het omlaag brengen van energiegebruik, het uitbreiden van warmte en energie-infra structuur en het produceren van hernieuwbare energie uit duurzame energiebronnen.
De betaalbaarheid staat onder druk. Circa 100.000 Amsterdamse huishoudens ontvingen het afgelopen jaar energietoeslag om de gestegen kosten te kunnen betalen. Alsnog staat in veel huizen de kachel in de winter uit. De transitie biedt kansen voor een betaalbare energievoorziening voor alle Amsterdammers en om daarmee energiearmoede in de stad aan te pakken. Daarnaast bouwen we aan draagvlak voor de transitie, onder andere door Amsterdammers waar mogelijk te ondersteunen, te laten participeren en door duidelijk en transparant te zijn in wat we gaan doen en wat dat betekent. Als gemeente willen we een ‘goede buur’ zijn: geloofwaardig en betrouwbaar. 85% van de energie die we gebruiken is nog niet groen. Met het gebruik van brandstoffen zoals aardgas, kolen en olie stoten we CO2 uit, waardoor de aarde opwarmt. De bronnen zijn bovendien eindig en de afhankelijkheid van buitenlandse leveranciers maakt ons kwetsbaar. Om in 2030 het doel van 60% CO2-reductie ten opzichte van 1990 te halen, moeten we meer van ons totale energieverbruik uit hernieuwbare bronnen halen en moet het tempo waarmee we overstappen naar hernieuwbare energie flink omhoog.
Een aantal opgaven van de energietransitie, met name gericht op het uitbreiden van de energie-infrastructuur en het produceren van hernieuwbare energie, wordt gefaseerd belegd bij de regie- en uitvoeringsorganisatie Energie voor de Stad. Er is gestart met de programma’s voor warmte en elektra en later volgt de uitvoering van projecten voor duurzame opwek (zon, wind, aqua- en geothermie). De ontwikkeling van beleid blijft bij de directie Ruimte & Duurzaamheid. Daar waar het beleid duidelijk is, pakt Energie voor de Stad de uitvoering op. En waar beleid en de randvoorwaarden minder scherp zijn en wet- en regelgeving nog in beweging is, werken we nauw samen. Deze samenwerking, het beleggen van nieuwe rollen en sturing op de voortgang van de energietransitie wordt de komende jaren gezamenlijk verder vormgegeven. Andere onderdelen van de energietransitie, veelal gericht op het omlaag brengen van energiegebruik (van individuele gebruikers), worden uitgevoerd door diverse gemeentelijke directies, zoals Wonen (isolatie-offensief), Gemeentelijk Vastgoed (verduurzaming panden), Ruimte & Duurzaamheid (duurzame opwek, uitstootvrije mobiliteit), Verkeer & Openbare Ruimte (duurzaam, tenzij) en Economische Zaken en Cultuur (verduurzaming haven en industrie).
Om voldoende grip te houden op de uitvoering van de energie transitie als geheel, wordt binnen Energie voor de Stad op een aantal cruciale taken ook naar deze bredere context gekeken (onder de noemer ‘uitvoeringsregie’).
bewoners en Vve’s zijn bezig met uitvoeren, door energie te besparen en over te stappen naar duurzame energiebronnen. Net als woning corporaties, ontwikkelaars, beleggers, bedrijven en industrie, die allen hard werken aan verduurzaming van hun bezittingen, zijn dit belangrijke samenwerkingspartners voor een succesvolle transitie. Met andere gemeentelijke uitvoeringsprojecten zijn ook vele raakvlakken met de energietransitie. Denk aan de projecten die bij Verkeer & Openbare Ruimte en het Ingenieursbureau worden opgepakt. Dit aandeel moet continu groeien, zodat de energie transitie een vast onderdeel wordt van de aanpak van alle fysieke projecten en schaalvergroting tot stand komt.
Energie voor de Stad stuurt op vijf doelen De vele afhankelijkheden met deze opgaven en partijen, vragen om een slagvaardige samenwerking aan de ontwikkeling en uitvoering van de energietransitie. Om integraal te kunnen sturen, is op stedelijk niveau overzicht over en regie op de gehele energietransitie nodig. Samen met onze in- en externe partners staan we aan de lat om de aanpak verder te professionaliseren en de uitvoering te versnellen. Dat doen we met aandacht voor de belangen en betrokkenheid van bewoners, bedrijven en bezoekers van de stad. Door te sturen op de vijf doelen werken we samen met interne en externe partners aan een toekomstbestendige energievoorziening voor alle Amsterdammers.
De rol van de gemeente verschilt per dossier. Het gaat onder andere om faciliteren, initiëren, sturen, regisseren, kaderen, uitvoeren, indien noodzakelijk financieren, innovaties oppakken met de markt en kennisinstellingen en het aanbesteden van diverse contracten. De daadwerkelijke realisatie en het grootste deel van de investeringen, zoals aanleg van infrastructuur (voor elektra en warmte) wordt uitgevoerd door partijen als TenneT, Liander en Vattenfall. Ook
Samen werken aan de transitie: Energie voor de Stad
6
Organisatiedoelen Energie voor de Stad
1.
2.
3.
4.
5.
Beter overzicht en meer inzicht brengen om betere integrale sturing mogelijk te maken binnen de uitvoering van (de gemeentelijke rollen in) de energietransitie.
Effectiever, efficiënter en pro- actiever invullen van de gemeentelijke uitvoeringsrollen (ook de nog onbelegde) in de energietransitie voor onder andere netcongestie, de warmtetransitie en duurzame opwek.
Meer synergie organiseren in de uitvoering door het faciliteren, stimuleren, coördineren en kaderen van alle partijen, zowel binnen als buiten de gemeente.
Meer maatschappelijke, bestuurlijke en ambtelijke betrokkenheid en draagvlak organiseren voor de uitvoering van de energietransitie.
Beter borgen van de rand voorwaarden om de uitvoering slagvaardig aan te kunnen pakken (uitvoeringskaders, werkwijzen, kennis, capaciteit, organisatie, middelen en mandaat).
Dit doen we onder andere door te zorgen voor één totaaloverzicht en het monitoren van de voortgang op alle uitvoeringsonderdelen van de energie transitie en door overzicht over het gehele speelveld van betrokkenen.
Dit doen we onder andere door cruciale onderdelen bij Energie voor de Stad op te nemen en hiervoor een vaste uitvoeringsaanpak voor uit te rollen. Deze aanpak bestaat onder andere uit professioneel projectmanagement, (project- en programma)beheersing, verantwoording en teamopbouw. Daarnaast organiseren we tegenspraak en identificeren we onbelegde rollen en kijken we waar deze het beste ingevuld kunnen worden.
Dit doen we onder andere door voor de programma’s op cruciale onderdelen dezelfde kennis en aanpak te organiseren. Denk aan: uitvoerings expertise, participatie, inpassing van ruimtelijke onderdelen en de communicatie richting cruciale stakeholders. Ook onderzoeken we een meer gebiedsgerichte aanpak voor warmte en elektra (in het kielzog van riolering) en sporen we belemmeringen op en lossen we deze gezamenlijk met onze partners op. Deze synergie kan later verbreed worden naar onderdelen buiten Energie voor de Stad.
We doen dit onder andere door verbinding te leggen en kennis uit te wisselen met grote en kleinere stakeholders die samen met ons werken aan de uitvoering van de energie transitie. Zowel 1-op-1 als in groter verband tijdens ons Energiecafé, symposia, leiderschapstafels, kennis bijeenkomsten, studiebijeenkomsten et cetera. Daarnaast is participatie, met een duidelijke focus op waar ruimte zit voor bewoners en andere belang hebbenden om mee te denken en doen, een essentieel onderdeel van onze aanpak.
Dit doen we door een meerjarig investeringen beeld op te stellen, mandaten stevig in te richten, sterke focus te hebben op strategisch capaciteitsmanagement en kennis over uitvoering binnen de Gemeente te vergroten.
Samen werken aan de transitie: Energie voor de Stad
7
Doelgerichte organisatie De regie- en uitvoeringsorganisatie Energie voor de Stad bestaat uit een staf, team Uitvoeringsstrategie en twee organisatiedelen: Programmamanagement en Uitvoeringregie. Onder programmamanagement valt het opdrachtgeverschap voor de uitvoeringsprogramma’s Elektriciteitsvoorziening Amsterdam (EVA), Collectieve Warmte Amsterdam (CWA) en Warm Amsterdam. Momenteel wordt onderzocht welke projecten van duurzame opwek aan Energie voor de Stad worden toegevoegd. Dit kan gaandeweg worden uitgebreid met andere programma’s/ projecten die passen bij de scope en expertise van Energie voor de Stad. Programma management is daarnaast verantwoordelijk voor de samenhang tussen en ontwikkeling van de verschillende programma’s.
Fasering van de organisatie Uitvoeringsregie betreft de uitvoering van een aantal cruciale taken waarvan het belangrijk is dat die op één plek en op eenduidige wijze worden gedaan voor de gehele energietransitie (breder dan alleen Energie voor de Stad): • Het opbouwen en leveren van (juridische) expertise; • Het bewaken van overzicht en het monitoren van de voortgang, het opsporen en oplossen van directieoverstijgende belemmeringen en waar nodig bijsturen; • Participatie, omgevings- en stakeholdermanagement, en communicatie; • Het reserveren van onder- en bovengrondse ruimte en het programmeren van werkzaamheden. Team Uitvoeringsstrategie werkt aan strategische ontwikkelopgaven om de impact op de uitvoering van de energietransitie te vergroten. De vele betrokken directies, partners, gelieerde partijen en andere stakeholders vragen om een duidelijke coördinatie van rollen, taken en verantwoordelijkheden. Een effectieve governance, die een doelgerichte uitvoering waarborgt, is daarvoor een randvoorwaarde. Per opgave (warmte, elektra en duurzame opwek) zijn er andere stakeholders betrokken. De governance, met heldere coördinatie en gezamenlijke sturing, wordt de komende tijd verder ingericht om de uitvoering van de energietransitie te versterken.
Om de uitvoering van energietransitie haalbaar en betaalbaar te maken, zijn andere werkwijzen en betere oplossingen, processen en samenwerkingsvormen noodzakelijk. Samen met onze partners, bedrijven, kennisinstellingen en andere betrokkenen zetten we in op kennisontwikkeling en innovatie. Daarvoor stellen we bijvoorbeeld een kennis- en innovatieagenda op, versterken we technische en juridische expertise voor de uitvoering van de energietransitie en zetten we actief in op kennisdeling.
We zijn ons bewust dat we werken aan een transitieopgave, waarbij de route naar succes niet vooraf vast staat. We zijn een open, betrokken, betrouwbare en slagvaardige organisatie, die adaptief werken centraal zet. De ontwikkeling van Energie voor de Stad kent grofweg drie fases: 1. De eerste fase richt zich op het op orde brengen van de basis, waarin we werken aan een beheerste uitvoering en effectieve governance. We evalueren de aanpak, organiseren feedback en sturen bij. 2. In de tweede fase ontwikkelt de organisatie zich verder door en bouwen we onze positie uit. We zijn in staat steeds strakker op de uitvoering te sturen, borgen synergie en kijken waar onze inzet het meeste oplevert. 3. De derde fase richt zich op het bouwen aan de lange termijn, waarbij we onderzoeken welke organisatievorm binnen het cluster Ruimte en Economie het beste past bij de opgave.
De energietransitie vraagt de komende decennia vele miljarden aan investeringen De uitvoering van de energietransitie gaat gepaard met grote investeringen in de stad. De gemeentelijke investeringen zijn in verhouding klein, maar nog altijd substantieel, en leiden tot een multiplier van investeringen in de stad. Overheid, bedrijven en maatschappelijke partijen investeren samen miljarden in de stad en regio om de transitie mogelijk te maken door het elektriciteitsnetwerk te verzwaren, collectieve warmtenetten aan te leggen en zon- en windprojecten uit te voeren. Daarnaast wordt er door bedrijven en bewoners op individuele of kleine schaal geïnvesteerd, onder andere in individuele warmtesystemen, isolatie en zonnepanelen. De daadwerkelijke omvang van de gemeentelijke investeringen hangt onder andere af van de rol die de gemeente wil nemen, bijvoorbeeld in een toekomstig warmtebedrijf. Deze scenario’s en het in meer detail in beeld brengen van de (gemeentelijke) investeringen zijn onderdeel van de aanpak.
Woningen op de Meeuwenlaan in Noord worden voorzien van dubbelglas om energiegebruik te verminderen. Samen werken aan de transitie: Energie voor de Stad
8
1. Inleiding 1.1 Achtergrond/context De regie- en uitvoeringsorganisatie Energie voor de stad is op 1 oktober 2023 opgestart binnen de gemeente Amsterdam. De organisatie richt zich op de uitvoering van de energietransitie in Amsterdam en werkt hierbij samen met vele in- en externe partners van de gemeente. Dit Plan van aanpak borduurt voort op het besluitvormingsdocument1 dat op 19 juli 2023 in het MT Ruimte & Economie is bekrachtigd met een oprichtingsbesluit2. Energie voor de Stad is een uitvoeringsorganisatie binnen het cluster Ruimte & Economie die de komende jaren toegroeit naar een organisatie die aansluit op de opgave.
in de communicatie richting bestuur en externe stakeholders. Als laatste is het een belangrijk naslagwerk voor nieuwe collega’s (onboarding).
1.3 Reikwijdte Het Plan van aanpak is geschreven met het oog op de lange termijn, en met de flexibiliteit om de aanpak de komende jaren waar nodig te herzien. De organisatie is bij tijd van schrijven in opbouw en de basis is nog niet geheel op orde. Om in te kunnen spelen op toekomstige ontwikkelingen is de komende jaren veel aandacht voor het evalueren van de gekozen werkwijzen, organisatiestructuren en processen. Waar nodig worden de aanpak en organisatie hier op aan gepast.
De energievraag verandert, ook het groeiend aantal elektrische voertuigen. De energievoorziening van de toekomst moet hier rekening mee houden.
•
1.2 Doel van het document
1.4 Structuur
Dit document is bedoeld om richting te geven aan de interne organisatie van Energie voor de Stad. Het dient als kader voor onderliggende programma- en teamplannen. Het is tevens het startdocument voor de rapportagecyclus in het kader van de Regeling Grote Projecten richting het bestuur en wordt gebruikt
Het document is als volgt opgebouwd: • Hoofdstuk 2 geeft de opgave weer. Dit betreft de Amsterdamse energietransitie als geheel. • Hoofdstuk 3 beschrijft de doelstelling en scope van organisatie Energie voor de Stad. • Hoofdstuk 4 beschrijft de inhoudelijke opgaven voor warmte, elektra en duurzame opwek en de rol van Energie voor de Stad per opgave.
1 2
Besluitvormingsdocument Energie voor de Stad, EVDS/00474 Oprichtingsbesluit Energie voor de Stad, EVDS/00494
• • •
Hoofdstuk 5 geeft per doel de aanpak en de belangrijkste maatregelen die Energie voor de Stad neemt om het doel te halen. Hoofdstuk 6 licht de organisatie van Energie voor de Stad toe. Hoofdstuk 7 geeft inzicht in de wijze waarop we bouwen aan een succesvolle organisatie. Hoofdstuk 8 beschrijft hoe we toewerken naar een organisatie passend bij de opgave.
Samen werken aan de transitie: Energie voor de Stad
9
Samenwerkingspartners en collega’s over samen werken aan de energietransitie
“Voor het halen van onze doelen zijn we sterk afhankelijk van onze partners. Alleen samen krijgen we het voor elkaar.” – Josja van der Veer, directeur Ruimte & Duurzaamheid
“Het Commissariaat Fysiek Domein (CFD) adviseert de gemeente bij grootstedelijke, complexe en risicovolle werken in het ruimtelijk domein van de stad. De energie transitie is één van de grootste opgaven waar Amsterdam voor staat. Een blik van buiten helpt om zo’n opgave goed aan te kunnen pakken. Daar dragen we graag aan bij.” – Staf Depla, Voorzitter Commissariaat Fysiek Domein
‘Amsterdamse havenbedrijven kunnen er nu samen voor zorgen dat meer ruimte ontstaat op het elektriciteitsnet. Zij kunnen daardoor hun ambities waarmaken en de haven verder verduurzamen.’ – Gem Beemsterboer, Energie Coöperatie Amsterdamse Haven (ECAH) NHnieuws.nl, 9 februari 2024
‘Klimaatroute voorziet ondernemers in de stad van energie besparende adviezen in opdracht van de gemeente. Voor alle panden is het standaardadvies bijvoorbeeld dubbelglas of HR++ glas maar helaas is dat, om verschillende redenen, niet overal haalbaar. Dan geven we ook andere mogelijkheden. Vaak zijn dat oplossingen waar zij nog niet eerder aan hebben gedacht. Zoals het vervangen van een straalkachel voor infrarood panelen. Dat kan voor veel energiebesparing zorgen.’ – Bo van der Arend, Energiecoach voor de Klimaatroute
‘De kracht van Uitvoeringsorganisatie Energie voor de Stad schuilt in onze integrale blik. We snappen dat de energietransitie geen optelsom is van individuele inspanningen. De energie transitie is als een symfonie, waarbij de dirigent zorgt dat de muzikanten harmonieus kunnen samenspelen tijdens de uitvoering.’ – Maarten Roosmale Nepveu, Strategisch Adviseur Energie voor de Stad
Samen werken aan de transitie: Energie voor de Stad
10
2. De opgave 2.1 Inleiding Een toekomstbestendige stad vraagt om genoeg, betaalbare en groene energie voor bewoners en ondernemers. Dit is essentieel voor woningen, bedrijven en maatschappelijke functies en zo dragen we tegelijkertijd bij aan de klimaatopgave. De energietransitie die daarvoor nodig is, is ook een sociale en economische opgave: bewoners met lage inkomens wonen vaker in slecht geïsoleerde huurwoningen en hebben daardoor relatief hoge energierekeningen. In een aanzienlijk deel van de huishoudens in Amsterdam is sprake van (energie)armoede (ca. 100.000 huishoudens ontvingen energietoeslag). De gemeente wil door ongelijk te investeren voor gelijke kansen waar mogelijk de bestaanszekerheid voor deze groep verbeteren. Ook via de energietransitie wordt gekeken hoe hieraan een bijdrage geleverd kan worden. Daarnaast lopen ondernemers, maatschappelijke voorzieningen en woningbouw ook nu al tegen het probleem van netcongestie aan. Dit drukt op de bedrijvigheid en daarmee op de economische ontwikkeling van de stad. Het college en de gemeenteraad hebben doelen gesteld voor de CO2-reductie: een reductie van 60% per 2030 en een fossielvrije stad per 2050. Hiermee geven wij als gemeente Amsterdam invulling aan het Klimaatakkoord van Parijs, de daaruit voortvloeiende Europese en landelijke wet- en regelgeving (de Klimaatwet 2023) en onze eigen ambities.
Het document ‘Onze Stad van Morgen’ beschrijft hoe wordt toegewerkt naar een energiezuinige, gezonde, groene en weerbare stad. Naast de energietransitie, is daar ook een circulaire en groene
De aanleg van een collectief warmtesysteem. Samen werken aan de transitie: Energie voor de Stad
11
transitie voor nodig. Gezamenlijk vormen deze transities de Amsterdamse aanpak tegen de klimaatcrisis. Daarnaast heeft de stad opgaven voor thema’s als klimaatadaptatie, bodem, renovatie en onderhoud. De energietransitie moet in afstemming met al deze opgaven worden vormgegeven. De energietransitie is een van de grootste opgaven waar we als stad voor staan. Er moeten honderden kilometers aan straten open, de bestaande gebouwen en woningen moeten worden aangepast en er komen nieuwe warmtesystemen. Hiervoor moeten bronnen, infrastructuur en installaties in de openbare ruimte en in de gebouwen worden aangelegd. Als gemeente hebben we een cruciale rol in de uitvoering van deze opgave. Zo vertegenwoordigen wij het publieke belang en zorgen wij dat de langetermijndoelen worden bewaakt. Door regie te nemen geven wij duidelijkheid over rollen, taken en verantwoordelijkheden, maar ook over risico’s en kansen. Dit zorgt voor meer rust en zekerheid bij onze stakeholders.
Met het inrichten van een regie- en uitvoeringsorganisatie Energie voor de Stad geven de betrokken directies vorm aan de uitvoerings rollen van de gemeente, waaronder: • borgen van de ruimtelijke inpassing voor elektra, warmte en duurzame opwek; • professioneel managen en uitvoeren van vele projecten op het gebied van warmte en duurzame opwek3, inclusief het vormgeven van aanbestedingen, de omgang met eventuele onrendabele top en het uitvoeren van participatietrajecten met bewoners en bedrijven; • voeren van regie op de uitvoering van de gemeentelijke energietransitie als geheel, waaronder de programmering van werkzaamheden en reservering van ruimte (ook in relatie tot andere fysieke opgaven in de stad), het bewaken van overzicht op de uitvoering van de energietransitie, het uitvoeren van
(strategische) communicatie en stakeholder- en omgevings management en het oplossen van belemmeringen.
2.2 De opgave voor Amsterdam De uitvoering van de Amsterdamse energietransitie is een enorme opgave: • Het elektriciteitsnet is niet ingericht op de toenemende vraag vanuit de industrie, gebouwde omgeving en mobiliteit, de bouw van extra woningen en datacentra en door de toename van zonen windenergie (in 2050 is de vraag naar verwachting drie keer zo hoog als nu). Op diverse locaties is op dit moment al sprake van congestie van het netwerk, waardoor nieuwe afnemers (bedrijven, woningbouw en maatschappelijke voorzieningen) van elektriciteit op de wachtlijst komen. • Nieuwbouwwoningen (streefwaarde is 7.500 per jaar) moeten aardgasvrij worden opgeleverd; hiervoor zijn nieuwe warmtesystemen nodig. Ook voor de bestaande stad zijn alternatieve systemen nodig om de gebouwen te kunnen verwarmen met hernieuwbare energie. Het streven is dat er tot 2040 485.000 woningequivalenten4 aan collectieve warmtesystemen worden gekoppeld. • Veel huizen in Amsterdam hebben energielabel E of lager of hebben nog geen geregistreerd label. Om de CO2-doelstellingen te halen moeten er in Amsterdam tot 2030 circa 123.000 huizen worden geïsoleerd. • Om te voldoen aan de doelstellingen voor CO2-reductie moet ook in Amsterdam hernieuwbare energie geproduceerd worden. Hiervoor wordt tot 2030 gewerkt aan de realisatie van circa 17 windmolens, zodat in totaal 127 MW wordt geproduceerd.
En zonnepanelen die samen 550 MW produceren (circa 3-4 miljoen m2 zonnepanelen). • Verder wordt de haven en industrie van Amsterdam verduurzaamd en wordt er gewerkt aan uitstootvrije mobiliteit. 4
3
Besluitvorming over de uitvoeringsprojecten die door Energie voor de Stad worden opgepakt, volgt in de zomer van 2024.
2.3 Uitdagingen van de energietransitie De gemeente Amsterdam werkt al geruime tijd aan de energie transitie en stuit daarbij op uitdagingen. Dit levert waardevolle lessen op. De opgave is omvangrijk, complex, onzeker en urgent.
Omvangrijk De energietransitie bestaat uit meerdere opgaven en er zijn honderden projecten voor nodig. Er is boven- en ondergronds veel ruimte nodig voor het aanleggen van alle infrastructuur en voorzieningen (zoals weergegeven in de infographic op de volgende pagina), terwijl ruimte schaars is. De Amsterdammer ondervindt veel hinder van deze werkzaamheden. Het vinden van geschikte locaties en het doorlopen van (vergunnings) procedures vraagt veel tijd en afstemming. Ook heeft de opgave te kampen met personeelstekorten en schaarse grondstoffen, net als andere grote (bouw-)opgaven. Dit leidt tot vertraging en hogere kosten.
De energietransitie is een van de grootste opgaven waar we als stad voor staan.
Elke woning representeert één woningequivalent (ongeachte de grootte van de woning), voor overige gebouwen wordt per 130 m2 oppervlakte een woningequivalent gerekend.
Samen werken aan de transitie: Energie voor de Stad
12
Duizenden gebouwtjes nodig voor elektra en warmte Middenspanningsruimtes distribueren elektriciteit van het midden- naar het laagspanningsnet, waarop alle gebouwen van Amsterdam zijn aangesloten. Warmteoverdrachtstations zijn plekken waar de warmte vanuit grotere transportbuizen vanaf de bron overgaan op kleinere buizen die naar de woningen gaan. Overal in Amsterdam zijn deze middenspanningsruimtes (aangegeven met gele stippen op de kaart) en warmte overdrachtstations (rode stippen op de kaart) nodig voor een toekomstbestendig energiesysteem. Er is beperkt plek in de stad voor deze gebouwtjes. Bij de inpassing worden via participatie de bewoners betrokken.
Niet complete indicatie van MSR en WOS locaties. WOS locaties indicatief MSR locaties indicatief
••
Gemeentelijke panden als sporthallen worden energiezuinig gemaakt. Samen werken aan de transitie: Energie voor de Stad
13
Complex De opgave bestaat uit verschillende onderdelen die samenhangen, maar ieder hun eigen betrokkenen, partners, planning en karakteristieken hebben. Integrale aansturing is hard nodig, maar complex. Zo hebben keuzes in warmte bijvoorbeeld een effect op de opgave voor elektriciteit. Wanneer er minder warmtenetten worden uitgerold, zullen meer wijken kiezen voor all electric oplossingen, wat zorgt voor een grotere opgave voor het verzwaren van het elektriciteitsnetwerk. Er is een systeeminnovatie nodig, waarbij ontwikkelingen in de techniek, markt, organisatie, wetgeving en sociale aspecten bij elkaar komen en waarbij aandacht is voor de impact op alle belanghebbenden. Er zijn veel gemeentelijke organisaties en partners betrokken, waardoor de opgave versnipperd is. Een goed overzicht is nodig en als gevolg van de versnippering is er niet direct een duidelijke eigenaar voor de uitvoering van de energietransitie als geheel aan te wijzen. De uitvoering vindt tevens voor een aanzienlijk deel achter de voordeur plaats en is verdeeld over vele partijen en belanghebbenden met soms tegenstrijdige belangen. Op politiek vlak is Nederland in beweging en het vertrouwen in de overheid is laag, terwijl draagvlak onder bewoners en bedrijven juist bij deze transitie ontzettend belangrijk is.
Desondanks wordt van de overheid verwacht dat zij de transitie begeleidt en regisseert en dus haar rol pakt.
Een middenspanningsruimte in een peperbus in de Amsterdamse binnenstad. Samen werken aan de transitie: Energie voor de Stad
14
Opgaveoverstijgende gebiedsgerichte aanpak Op plekken stagneert de gebiedsontwikkeling, omdat Liander geen garantie kan geven dat nieuwe huizen aangesloten kunnen worden op het elektriciteitsnetwerk. Liander heeft op haar beurt sterk behoefte aan een planning van de andere transities (waaronder warmte en duurzame opwek) om zo beter haar eigen opgave in te kunnen schatten en te kunnen prioriteren. De aanleg van warmtenetten kent echter vaak nog een negatieve business case, waardoor deze opgave nog erg onzeker is. Er is behoefte aan een integrale aanpak op grotere schaal (gebiedsgericht te werk gaan) en over de opgaven heen. Dick van Male, gebiedsregisseur Noord Holland Zuid bij Liander: “40% van de elektriciteitsvraag komt uit de gebouwde omgeving. Besluiten over het warmtenet en het isoleren van woningen hebben impact op de toekomstige elektriciteitsvraag. En daarmee ook op het inpassen van alle daarvoor benodigde extra voorzieningen en op het Amsterdamse straatbeeld.
Onzeker
Onzekerheden in de warmtetransitie
De wetgeving op het gebied van de energietransitie staat nog niet vast. Internationale afspraken worden vertaald in wet- en regelgeving. Sinds 2023 kent Nederland een Klimaatwet en er wordt gewerkt aan een Wet Collectieve Warmte (WCW) en de Wet Gemeentelijke Instrumenten Warmtetransitie (WGIW). Een veranderend politiek speelveld en een opgave die meerdere bestuursperiodes beslaat maakt het voor de markt slecht te voorspellen waar zij in de toekomst rekening mee moet houden. Dit houdt investeringen tegen. Voor bijvoorbeeld warmte is de markt nog onvoldoende gereguleerd en is er (nog) sprake van een negatieve business case, waardoor ontwikkeling wordt geremd. Resultaat is dat bewoners een hoge rekening krijgen en de voortgang langzaam gaat, terwijl er voor nieuwbouw wel nu al systemen nodig zijn. Ook techniek is nog volop in ontwikkeling. Er wordt nog veel geïnnoveerd, wat ook veel kansen biedt. Enerzijds moet er ruimte zijn voor deze innovatie, anderzijds is het voor de voortgang soms noodzakelijk om vroegtijdig keuzes te maken om de benodigde systeemwijziging te kunnen maken en de CO2 doelen binnen bereik te houden.
Energiebedrijven trokken zich in Nederland begin 2024 meermaals terug uit initiatieven voor warmtenetten, omdat er te veel onzekerheden zijn. Dit vertraagt de energietransitie als geheel. De WCW en de WGIW moeten meer duidelijkheid gaan bieden, maar laten langer op zich wachten, waardoor het voor bedrijven nu niet gunstig is om in te stappen. Ook Programma Warm Amsterdam had moeilijkheden en dit heeft geleidt tot een evaluatie en nieuwe aanpak (als netwerk Warm Amsterdam). Jacco Zwemer (programmamanager programma Warmte Bestaande Bouw5) over deze evaluatie: “Door alle evaluatiegesprekken met de samenwerkingspartners werd duidelijk dat het systeem Warm Amsterdam te complex was. De vele onzekerheden (o.a. ontbreken van wettelijk instrumentarium) zorgden voor een onvoldoende concreet aanbod aan bewoners. Zij hielden daarom vaker af dan verwacht, waardoor de business case niet meer sloot. Omdat partijen al hadden beloofd dat de bewoners niet de rekening van de warmtetransitie zouden betalen, ontstond er een financieel gat.”
De gemeente Amsterdam is voor Liander de belangrijkste samenwerkingspartner voor de strategische en planologische keuzes om het elektriciteitsnet toekomstvast te kunnen realiseren.”
Opgave collectieve warmtesystemen in kaart.
5
In dit programma organiseert de gemeente haar taken voor Warm Amsterdam.
Samen werken aan de transitie: Energie voor de Stad
15
Urgent Netcongestie is een probleem dat direct om een oplossing vraagt. Om aan de energievraag te voldoen en om de klimaatdoelen binnen bereik te houden, moet er nu gehandeld worden. De uitvoering is gestart, maar moet wel in een schaalsprong komen om het benodigde tempo te kunnen halen. Tegelijkertijd moeten randvoorwaarden op orde gebracht worden. Het is lastig om zowel de voortgang als een grondige voorbereiding te handhaven. Naast wetgeving en een warmtebedrijf voor de stad, ontbreekt een leidend masterplan met wijken die een warmtenet krijgen, de bronnen van deze netten en de locaties voor hoofdtransportleidingen. Deze verdere uitwerking van de Transitievisie Warmte moet eerst gemaakt worden en vervolgens vertaald in uitvoeringsprojecten met planning en middelen. Daarnaast staat het beschikbare budget en de hoeveelheid opgaven in Amsterdam op gespannen voet met elkaar. Dit heeft een effect op de borging van de langdurige voortzetting van de organisatie.
2.4 Samen werken aan de transitie: de rol van onze uitvoerende partners en de gemeente Als gemeente vervullen we verschillende rollen in de uitvoering van de energietransitie: van initiërend tot faciliterend. Waar onze partners zoals Tennet, Liander en Vattenfall de aanleg van de infrastructuur realiseren en grotendeels financieren, en bewoners, bedrijven, vastgoedeigenaren en woningbouwcorporaties hun bezit verduurzamen, staan wij als gemeente aan de lat om zaken als ruimtelijke inpassing, vergunningverlening, concessies en participatie te organiseren en daarbij de publieke belangen te borgen. De mate waarin we dit professioneel en slagvaardig invullen, bepaalt in hoge mate de snelheid waarmee anderen hun rol en verantwoordelijkheden invulling kunnen geven.
Een veranderend politiek speelveld en een opgave die meerdere bestuursperiodes beslaat maakt het voor de markt slecht te voorspellen waar zij in de toekomst rekening mee moet houden.
Samen met het Rijk en Provincie schept de gemeente Amsterdam de voorwaarden en financiële en juridische instrumenten die nodig zijn om onze doelen te behalen. Dit bepaalt het speelveld waarin marktpartijen, burgers en overheid kunnen bijdragen. Voor bewoners, investeerders en bedrijven is het belangrijk om voor de langere termijn te weten wat ze van de gemeente kunnen verwachten. Als gemeente willen we een betrouwbare en geloofwaardige overheid zijn en ‘een goede buur’ voor de bewoners, bedrijven en ondernemers in de stad. Aangezien er nog veel in beweging is in zowel de voorwaarden en instrumenten als in de techniek en maatschappij, vraagt dit om een adaptieve aanpak, waarin we gaandeweg moeten bijsturen en soms lastige keuzes moeten maken. Dat kan bijvoorbeeld betekenen dat we besluiten diverse (strategische) rollen in meer of minderde mate zelf in te vullen of juist op een andere plek te beleggen. Dat doen we altijd in afstemming met collega-directies en met onze partners. De komende periode onderzoeken we dit met onder andere Waternet, Port of Amsterdam, Westpoort Warmte, Afval Energie Bedrijf en de Omgevingsdienst.
1 op de 3 straten moet open. Samen werken aan de transitie: Energie voor de Stad
16
3. Regie- en uitvoeringsorganisatie Energie voor de Stad 3.1 Visie
3.2 Missie
Amsterdam streeft met de energietransitie een toekomstbestendige energievoorziening na. Daarbij hanteert Energie voor de Stad de volgende visie:
De energietransitie gaat niet vanzelf. Vanwege het maatschappelijk belang moet de gemeente haar rol pakken. Voor de uitvoering van de energietransitie heeft zij de regie- en uitvoeringsorganisatie Energie voor de Stad ingericht. Energie voor de Stad heeft de volgende missie geformuleerd:
“Genoeg, betaalbare en groene energie voor iedereen in Amsterdam.”
De regie- en uitvoeringsorganisatie Energie voor de Stad heeft als doel om slagvaardiger samen te werken aan de ontwikkeling en uitvoering van de energietransitie.
“Met Energie voor de Stad heeft de Gemeente Amsterdam een slagvaardige regie- en uitvoeringsorganisatie voor de energietransitie. Wij werken samen met interne en externe partners aan een betaalbare en toekomst bestendige energievoorziening voor Amsterdammers.”
3.3 Doelen Energie voor de Stad De regie- en uitvoeringsorganisatie Energie voor de Stad heeft als hoofddoel om slagvaardiger samen te werken aan de ontwikkeling en uitvoering van de energietransitie, door integrale sturing, ontwikkeling en het professioneel invullen van de gemeentelijke uitvoeringsrollen. De organisatie stuurt daarbij op de volgende vijf doelen.
1. Beter overzicht en meer inzicht brengen om betere integrale sturing mogelijk te maken binnen de uitvoering van (de gemeentelijke rollen in) de energietransitie. 2. Effectiever, efficiënter en pro-actiever invullen van de gemeentelijke uitvoeringsrollen (ook de nog onbelegde) in de energietransitie voor onder andere netcongestie, de warmtetransitie en duurzame opwek. 3. Meer synergie organiseren in de uitvoering door het faciliteren, stimuleren, coördineren en kaderen van alle partijen, zowel binnen als buiten de gemeente. 4. Meer maatschappelijke, bestuurlijke en ambtelijke betrokkenheid en draagvlak organiseren voor de uitvoering van de energietransitie. 5. Beter organiseren van de randvoorwaarden om de uitvoering slagvaardig aan te kunnen pakken (uitvoeringskaders, werkwijzen, kennis, capaciteit, organisatie, middelen en mandaat).
Samen werken aan de transitie: Energie voor de Stad
17
3.4 Scope Energie voor de Stad Uitvoering programma’s Voor een aantal opgaven van de energietransitie is de uitvoering (in programma’s) belegd bij Energie voor de Stad. Op dit moment zijn dit de programma’s voor warmte en elektra: • Programma Collectieve Warmte Amsterdam (CWA) • Programma Warmte Bestaande Bouw (WBB) • Warmteprogramma (samen met directie Ruimte & Duurzaamheid) • Programma Elektriciteitsvoorziening Amsterdam (EVA) Deze opgaven raken alle bewoners en bedrijven van Amsterdam en hebben grote impact op de stad. Voor beiden moet nieuwe infra structuur worden aangelegd, vindt participatie met de bewoners plaats, spelen ruimtelijke inpassingsvraagstukken en zijn een groot aantal stakeholders betrokken. Dat kost veel geld, tijd en inzet. Ook zorgt de uitvoering van de opgaven, naast alle andere ruimtelijke opgaven die er zijn, voor flinke hinder in de stad. Door de opgaven slim te combineren kan deze hinder waar mogelijk worden beperkt en houden we de stad leefbaar en bereikbaar. Voor de opgave voor duurzame opwek (zon, wind, aqua- en geothermie) wordt nog verkend welke uitvoeringsprojecten binnen Energie voor de Stad worden ondergebracht. Deze projecten worden gebundeld in het programma Duurzame Opwek. In hoofdstuk 4 worden de opgaven verder toegelicht.
Uitvoeringsregie De energietransitie behelst naast deze opgaven ook diverse andere opgaven, zoals het aanpassen en verminderen van energiegebruik in de gebouwde omgeving, uitstootvrije mobiliteit en het verduurzamen van de industrie. Het grootste deel (zo’n driekwart) van de uitvoering van de energietransitie wordt uitgevoerd door andere directies, zoals het Ingenieursbureau, Wonen, Gemeentelijk Vastgoed, Ruimte & Duurzaamheid, Verkeer & Openbare Ruimte en Economische Zaken en Cultuur. Er zijn ook raakvlakken met andere gemeentelijke uitvoerings projecten, denk aan de projecten die bij Verkeer & Openbare Ruimte en het Ingenieursbureau worden uitgevoerd. De vele afhankelijkheden van al deze opgaven vragen om integrale sturing en synergie. Er is op stedelijk niveau overzicht over en inzicht in het geheel nodig. Alleen dan zijn integrale keuzes te maken, schaarse middelen goed in te zetten en kan schaarse ruimte optimaal benut worden. Zo kan onze organisatie in- en extern effectief samenwerken. De gemeente wil zo regie voeren op alle uitvoerings onderdelen van de transitie. Energie voor de Stad heeft hiervoor het onderdeel Uitvoeringsregie opgericht. We starten met overzicht en inzicht op het geheel (de monitor). Voor de andere regietaken ligt de nadruk in eerste instantie op de eigen programma’s.
Later gaan we het takenpakket samen met de andere organisatieonderdelen verder uitbouwen. Zo kan de gemeente steeds beter regie voeren op de energietransitie als geheel. Uitvoeringsregie betreft de uitvoering van een aantal cruciale taken waarvan het belangrijk is dat dit op één plek en op eenduidige wijze wordt gedaan voor de gehele energietransitie. • Het leveren van (juridische) expertise – door de onzekerheid rondom wet- en regelgeving (onder andere WCW, WGIW, omgevingswet) is het van cruciaal belang om op één plek binnen Energie voor de Stad juridische expertise te verzamelen en te verspreiden. Zo wordt kennis geborgd, worden juridische keuzes eenduidig en kan door repetitie werk slimmer en effectiever uitgevoerd worden. Daarnaast wordt vanuit dit team de wet- en regelgeving op rijksniveau beïnvloed (lobby).
•
•
•
•
•
Het bewaken van overzicht en het monitoren van de voortgang, maakt bijsturing mogelijk – Juist omdat de energietransitie door veel verschillende gemeentelijke directies wordt uitgevoerd, is het essentieel om een directieoverstijgend totaaloverzicht van de opgave te bewaken. Met de ontwikkeling van een monitor op de uitvoering van de energietransitie als geheel, kan bestuurlijk en ambtelijk worden gestuurd op de uitvoering van de gehele opgave en de doelmatige inzet van beschikbare middelen. Het oplossen van belemmeringen en het benutten van kansen – door directieoverstijgende belemmeringen in de breedte van de uitvoering van de energietransitie op te halen, ze te duiden en te prioriteren op onder andere impact, wordt daarna ingezet op het wegnemen van de belemmeringen in samenwerking met betrokkenen. Participatie, omgevings-/stakeholdermanagement en communicatie – gezien de belangrijke rol van bewoners, eigenaren en bedrijven in deze opgave, is het essentieel om hen goed te betrekken (draagvlak). Participatie van bewoners en bedrijven speelt hierbij een grote rol, maar ook overheids participatie bij bewonersinitiatieven. Energie voor de Stad verzorgt het (strategisch) stakeholdermanagement en de communicatie voor haar programma’s. De overige onderdelen van de energie transitie communiceren vaak zelf met hun omgeving.
Hier helpt Energie voor de Stad om stakeholdermanagement efficiënt in te zetten en tijdig, open en begrijpelijk te communiceren. Het reserveren van onder- en bovengrondse ruimte – er is veel ruimte nodig in de stad, maar relatief weinig beschikbaar. Energie voor de Stad gaat aan de slag om (proactief) ruimte te reserveren voor toekomstige kabels en leidingen, middenspanningsruimten en warmteoverdrachtstations om op die manier slimme keuzes te maken voor de toekomst en straks kosten te besparen. De wijze waarop moet nog ontwikkeld worden. Het programmeren van werkzaamheden – de aanleg van warmte en elektra hebben veel impact op de stad en de bewoners. Als een activiteit gepland wordt, dan doen we dit bij voorkeur in samenhang met andere werkzaamheden (voor elektra en riolering bijvoorbeeld). Daarmee wordt hinder beperkt, (faal)kosten vermeden en schaarse capaciteit gericht ingezet. Dit onderdeel
Samen werken aan de transitie: Energie voor de Stad
18
werkt nauw samen met Stadsregie van Verkeer & Openbare Ruimte en andere stakeholders zoals Waternet (voor de riolering), Tennet en Liander (voor elektra).
Uitvoeringsstrategie Energie voor de Stad staat voor allerlei strategische ontwikkelopgaven om de impact op de uitvoering van de energietransitie te vergroten: op inhoudelijke projectoverstijgende (stedelijke) opgaven, op het verbeteren van de samenwerking met en tussen interne en externe stakeholders, en in het inrichten en ontwikkelen van de eigen organisatie. Het betreft opgaven om de uitvoering van de energie transitie effectiever te doen. Er kan gedacht worden aan: • financieren van de energietransitie (waaronder een meerjarige investeringsagenda); • inrichten van stedelijke, regionale en landelijke samenwerking; • opzetten van opgavegericht strategisch capaciteitsmanagement, • ontwikkelen van een stedelijke kennis & innovatieagenda; • faciliteren van integrale bestuurlijke en ambtelijke besluitvorming rondom de uitvoering, of; • verbeteren van de integrale sturing op het warmtedossier; • organiseren van voldoende dekkingsmiddelen.
Samenhang met beleid Energie voor de Stad is een regie- en uitvoeringsorganisatie. Zij focust zich op de uitvoering van de energietransitie en is daarmee vooral bezig met de vraag ‘hoe zorgen we dat de transitie goed wordt uitgevoerd?’. Onze programma’s hebben de focus op energie infra structuur, Uitvoeringsregie kijkt in de breedte van de uitvoering van de energietransitie. Voor deze grootschalige uitvoering ontwikkelt zij ook de noodzakelijke procedures en uitvoeringskaders, waarmee de uitvoering in goede banen wordt geleid.
directie Ruimte & Duurzaamheid, Verkeer & Openbare Ruimte of anderen. Met de beleidsdirecties worden duidelijke afspraken gemaakt welke projecten en/of opgaven overgedragen worden aan Energie voor de Stad en wanneer hiervoor het beste moment is (bijvoorbeeld na de haalbaarheidsfase). Onderlinge afstemming is cruciaal. Daar waar het beleid duidelijk is, kan de uitvoering de projecten op relatieve afstand oppakken. Daar waar beleid en regelgeving nog in beweging is werken we nauw samen, zoals nu bijvoorbeeld voor warmte het geval is.
De ontwikkeling van beleid en de daarmee benodigde rand voorwaarden blijven bij de beleidsvormende directie, zoals de
Uitvoeringsstrategie pakt dergelijke ontwikkelopgaven en strategische taken op, in opdracht van de programmadirectie en/of andere directeuren van onze organisatie, door te adviseren en waar wenselijk te coördineren, te initiëren en te trekken. Vaak in samenwerking met andere directies die ook verantwoordelijkheden hebben in de genoemde opgaven. Het team adviseert hiernaast de Energie voor de Stad directie (on)gevraagd over (nieuwe) aandachtspunten, risico’s en kansen en biedt hiermee een structurele vorm van tegenspraak. Uitvoeringsstrategie volgt nieuwe ontwikkelingen op gebieden als wetgeving, techniek, markt en de politiek op de voet, en ontwikkelt een breed netwerk binnen en buiten de gemeentelijke organisatie.
De inpassing van de vele gebouwen (middenspanningsruimtes, warmteoverdrachtstations, et cetera) is complex. Samen werken aan de transitie: Energie voor de Stad
19
4. Scope uitvoeringsprogramma’s 4.1 Warmte Wat is de opgave? Een belangrijk onderdeel van een toekomstbestendige energie voorziening is om te zorgen dat Amsterdam haar gebouwen niet meer verwarmd met aardgas, maar met andere warmtebronnen zoals stadswarmte, geothermie (warmte van de aarde), warmte uit datacenters en aquathermie (warmte uit water). Er zijn collectieve en individuele warmtesystemen. De gemeente zet voor een substantieel deel van haar woningen in op collectieve warmte, omdat: 1. De maatschappelijke kosten voor het collectief in veel gevallen het laagst zijn; 2. Individuele systemen ook een extra elektravraag met zich meebrengen, wat de totale transitie lastiger maakt, omdat de opwek van de totale elektriciteitsvraag, zonder warmte moeilijk haalbaar is; 3. Collectieve warmtesystemen over het algemeen efficiënter zijn dan individuele systemen (dus in totaal minder energie nodig hebben); 4. Ook zijn individuele oplossingen niet overal mogelijk, dan moet er een collectief systeem worden aangelegd.
De aanleg van een collectief warmtesysteem vergt een omvangrijke nieuwe infrastructuur die ingepast moet worden: • er moeten tot 2040 ca. 485.000 woningequivalenten worden aangesloten; • hiervoor zijn meer dan 1.000 warmteoverdrachtstations nodig; • en worden vele kilometers warmteleiding aangelegd. De inpassing van het systeem is lastig, omdat de aanzienlijke doorsnede van de warmteleidingen flink beslag legt op de drukke ondergrond. De realisatie wordt verder bemoeilijkt door verminderd draagvlak onder bewoners, afwachtende houding van warmtebedrijven vanwege nieuwe wetgeving en businesscases die moeilijk sluitend te krijgen zijn.
Werkzaamheden in de stad zorgen voor hinder.
Er is een duidelijk verschil tussen het realiseren van warmte voor nieuwbouw en voor bestaande bouw: voor de eerste categorie schrijft de wet voor dat er gasvrij gebouwd moet worden én heeft de gemeenteraad in 2017 besloten dat “alle nieuwbouw op lage temperatuur warmte moet worden aangesloten, tenzij …”. Aangezien de gemeente zelf verantwoordelijk is voor de nieuwbouw, is de gemeente dus in veel gevallen de concessieverlener voor de markt om een warmtevoorzieningen te realiseren. Voor de bestaande bouw is dat nog niet zo. Dit betekent dat de gemeente een andere rol heeft. Wat daarnaast nog verder doorontwikkeld moet worden is de visie op welke gebieden wanneer van het gas afgaan, kijkend naar haalbaarheid, impact en rechtvaardigheid. Er zijn tevens raakvlakken met het isolatieoffensief dat door directie Wonen wordt uitgevoerd.
De markt voor collectieve warmtesystemen is bovendien nog onvoldoende gereguleerd. De gemeente werkt met concessies, waarbij marktpartijen de financiering, aanleg, beheer en exploitatie (voor 30 jaar) van een warmtenet in een bepaald gebied doen. Hiervoor wordt een businesscase uitgewerkt, die nog vaak negatief is, ondanks gemeentelijke subsidieregelingen. Dat maakt opschaling lastig en aanbestedingen mislukken hierdoor. Ook is draagvlak beperkt vanwege kosten en omdat bronnen nog niet hernieuwbaar zijn. Consumentenbescherming is een randvoorwaarde. Dit verdient aandacht met maar één leverende partij per net (monopolie). De oprichting van een publiek warmtebedrijf kan hierin een belangrijke rol spelen. Nationaal wordt er middels de WCW en de WGIW ook aan deze vraagstukken gewerkt, maar omdat deze wetten nog niet zijn vastgesteld, levert dit onzekerheid op. De verwachting is dat deze onzekerheid de komende jaren blijft bestaan.
Samen werken aan de transitie: Energie voor de Stad
20
Totale investeringsomvang tot 2050 Voor de collectieve warmtesystemen wordt verwacht dat zo’n 7 á 8 miljard moet worden geïnvesteerd door alle betrokken partijen. In totaal wordt verwacht dat voor de warmtetransitie als geheel zo’n 40 miljard nodig is. Dat is inclusief de investeringen voor isolatie, infrastructuur en de aanleg van collectieve en individuele warmte-installaties en is dus inclusief de investeringen die gedaan worden door bedrijven en bewoners. Daarnaast loopt de verkenning voor een gemeentelijke warmtebedrijf, waar mogelijk een staatsdeelneming in is voorzien.
Wat doet Energie voor de Stad? De gemeente stuurt, initieert en faciliteert op meerdere vlakken de warmteopgave, namelijk via: •
•
•
Veel Amsterdammers besparen op energieverbruik door de verwarming lager of uit te zetten.
Programma Collectieve Warmte Amsterdam (CWA); focust zich op de aanleg van collectieve warmtenetten bij nieuwe gebieds ontwikkelingen (nieuwbouw). De gemeente voert hiervoor projecten uit, waarbij de financiering, de realisatie, het beheer en de exploitatie (voor 30 jaar) van warmtenetten via concessies wordt uitbesteed aan de markt. Voor deze projecten financiert zij waar wenselijk de onrendabele top, omdat het voor marktpartijen niet altijd aantrekkelijk is om nu in te stappen. Er wordt tevens gekeken naar alternatieven (waaronder het zelf exploiteren van warmtenetten) voor de concessies, aangezien deze veelal moeizaam tot stand komen of aanbestedingen hiervoor mislukken. Programma Warmte Bestaande Bouw (WBB); richt zich op de opgaven van de gemeente voor het uitvoeren van (collectieve) warmteprojecten voor de bestaande stad. Een belangrijk onderdeel van deze opgave is het netwerk Warm Amsterdam. Dit netwerk is een samenwerking van warmtebedrijven, woningcorporaties, gemeente Amsterdam en andere ketenpartners. De taken van de gemeente bestaan uit het faciliteren van dit netwerk, het ontwikkelen van stuurinformatie en het tot uitvoering krijgen van projecten rondom collectieve warmteoplossingen voor corporaties, bewonersinitiatieven en VVE’s, maar waar nodig ook particuliere oplossingen.
Integrale sturing op warmte; De warmtetransitie is dermate ingewikkeld dat deze alleen in samenhang tussen beleid en uitvoering aangepakt kan worden. Dit heeft als doel snellere realisatie in de uitvoering (nieuwbouw en bestaande stad). Daarvoor moeten kaders en randvoorwaarden op orde gebracht worden. De volgende zaken worden door Energie voor de Stad en Ruimte & Duurzaamheid samen ingevuld: - Invulling rol gemeente in warmtetransitie; Nieuwe wetgeving (WGIW, WCW) geeft de gemeente instrumenten (bevoegd gezag, aanwijsbevoegdheid om gas af te sluiten), maar ook de verantwoordelijkheid om meer regie te pakken in de warmtetransitie. Dit vraagt om samenhangende keuzes over wat de gemeente doet om te komen tot verhoging van het
-
tempo, betaalbaarheid voor bewoners, financiering van warmtenetten en ontwikkeling van duurzame bronnen. Daarbij moet ook besloten worden hoe de gemeente zelf of in samenwerking met andere publieke partijen tot een publiek warmtebedrijf voor de gemeente wil komen. Het Warmteprogramma; dit is een juridisch instrument dat wordt voorgeschreven vanuit de omgevingswet en de opvolger is van de Transitievisie Warmte die in 2026 moet worden geactualiseerd6. Het Warmteprogramma beschrijft het tijdspad van de warmtetransitie, wijst aan welke gebieden wanneer van het gas af gaan en wat daar de mogelijke warmtealternatieven zijn. Er wordt ook expliciet gekeken naar een uitvoeringsstrategie van de werkzaamheden, kijkend naar bereikbaarheid, hinder en haalbaarheid.
De warmtetransitie is dermate ingewikkeld dat deze alleen in samenhang tussen beleid en uitvoering aangepakt kan worden.
6
Transitie Visie Warmte, openresearch.amsterdam/nl/page/63522/transitievisiewarmte-amsterdam”Transitievisie warmte Amsterdam 2020.
Samen werken aan de transitie: Energie voor de Stad
21
4.2 Elektra Wat is de opgave? Het elektriciteitsnetwerk wordt uitgebreid als gevolg van de toenemende vraag naar elektriciteit door onder andere de industrie, datacentra, woningbouw, warmte, mobiliteit en duurzame opwek. De huidige prognose is dat de vraag naar energie in 2050 drie keer zo hoog is als nu. Bovendien is er nu op locaties al sprake van congestie en zijn er wachtlijsten voor zware netaansluitingen. Dit komt het vestigingsklimaat en maatschappelijke functies binnen de Gemeente Amsterdam niet ten goede. Daarom moet de capaciteit van het netwerk de komende jaren worden verdubbeld en wordt de resterende vraag opgelost door het bestaande netwerk beter in te zetten, met behulp van piekverschuivingen, maatschappelijk prioriteren en het realiseren van aansluitingen buiten de piek momenten. Hiervoor zijn wijzigingen in regelgeving nodig (lobby) en moeten gebruikers geactiveerd worden (communicatie). Voor de verdubbeling van het netwerk moet de volgende scope worden aangelegd: • 2600 middenspanningsruimtes (MSR’s) • 33 nieuwe onderstations (OS) en 13 OS te verbouwen • 270-570 kilometer midden-spanning kabels • 635-845 kilometer laagspanning kabels. Voor deze opgave moet veel ruimte worden gereserveerd, zowel boven- als ondergronds. De ruimtelijke inpassing hiervan in een al drukke en volle stad als Amsterdam, is ingewikkeld en kost veel tijd.
Totale investeringsomvang tot 2050 Investeringen voor deze opgave worden grotendeels gedaan door de netbeheerders. Tennet en Liander investeren naar verwachting tot 2035 1,4 miljard euro in het hoofdnet. Liander investeert daarnaast jaarlijks nog eens 125 miljoen euro in het laag- en middenspanningsnet. Dat komt neer op een totale omvang van 2,25 miljard euro.
Wat doet Energie voor de Stad? Netbeheerders Tennet en Liander zijn de partijen die investeren in het netwerk en de aanleg van de infrastructuur uitvoeren. De gemeente Amsterdam en beide netbeheerders vormen een gezamenlijke Taskforce Congestie Amsterdam (TFCA). Daarin behartigt de gemeente de bredere publieke belangen in deze opgave. Programma Elektriciteitsvoorziening Amsterdam (EVA) voert de gemeentelijke taken uit, waaronder het ondersteunen bij en versoepelen van het (vergunningen-) proces, het opzetten van participatie voor begrip en medestand in de buurten, het zoeken naar locaties voor bijvoorbeeld middenspanningsruimtes en onderstations, het helpen met afstemmen binnen stedelijke programmering, het uitvoeren van lobby en het oplossen van vraagstukken voor de ruimtelijke inpassing. Daarnaast voert zij een themastudie uit over de ontwikkeling van de elektriciteitsvraag tot 2050 en onderzoekt zij waar tijdelijk flexibeler kan worden omgegaan met het netwerk om ook zo deels de netcongestie op te lossen. Dit in nauwe samenwerking met Ruimte & Duurzaamheid.