Bijlage 1.Nota Begrotingsruimte 2022-2026
Tekst van het document
De flexibiliteit is beperkt, deels zijn deze voor enige jaren beschikt, en deels worden ze jaarlijks beschikt. Overige kosten: bijvoorbeeld toevoegingen aan voorzieningen. Figuur 6.1.4 Uitgaven van de gemeente verdeeld naar kostensoort
Subsidies 13%
Overige kosten 2% Personele lasten 21%
Kapitaallasten 5%
Inkomensoverdrachten 26%
Materiële lasten 33%
De hierboven getoonde inzichten kunnen ook gecombineerd worden. In onderstaand figuur 6.1.5 wordt getoond hoe uitgaven in de verschillende programma’s zijn opgebouwd. In het figuur is zichtbaar dat de verschillen tussen de programma’s groot zijn: in de fysieke programma’s zoals verkeer, duurzaamheid en grond is overwegend sprake van inkopen van materieel, bij de ‘sociale’ programma’s zoals werk en volksgezondheid is voornamelijk sprake van inkomensoverdrachten
Gemeente Amsterdam
Pagina 50 van 70
en uitkeringen, en in het programma bestuur & organisatie is voornamelijk sprake van personele lasten. Figuur 6.1.5 Uitgaven per begrotingsprogramma naar kostensoort 1.200
x € 1 miljoen
1.000 800 600 400 200 0
Personele lasten
Materiële lasten
Kapitaallasten
Overig
Inkomensoverdrachten
Subsidies & kapitaaloverdrachten
De gemeentelijke balans De gemeente kent een balans, waarop de bezittingen en de schuld zijn weergegeven. De bezittingen bestaan voornamelijk uit grond, schoolgebouwen en werken in de openbare ruimte zoals bruggen en kademuren. Dit bezit is voortgekomen uit de investeringen die gedaan zijn. Om te kunnen investeren is vaak geleend. Die leningen zien we als schuld op de balans. Het verschil tussen de bezittingen en de schuld heet het eigen vermogen. Dit eigen vermogen is opgebouwd door in het verleden geld te sparen en zien we in de vorm van reserves. De balans geeft een indicatie van de gezondheid van de gemeente. Een goede algemene reserve, weinig schuld en waardevaste en waardevolle bezittingen zijn daarbij positief.
Gemeente Amsterdam
Pagina 51 van 70
Figuur 6.1.6 De (vereenvoudigde) balans van de gemeente (per ultimo 2021) BEZIT
FINANCIERING
Immaterieel bezit Materieel bezit Financieel bezit
0,0 13,4 1,2
Reserves Voorzieningen Externe schuld
7,6 0,4 6,7
Totaal Bezit
14,6
Totaal financieringsmiddelen
14,6
In bovenstaand figuur 6.1.6 is de vereenvoudigde balans weergegeven. Op de balans is het bezit aan de linkerzijde opgenomen. Ons bezit bestaat uit materieel bezit (oftewel materiële activa), en financieel bezit (oftewel financiële activa). De materiele bezittingen zijn de bezittingen in tastbare zaken, zoals grond, schoolgebouwen, en sportvelden. De financiële bezittingen zijn bezittingen in financieel waardepapier, zoals aandelen in deelnemingen, of verstrekte leningen aan anderen. De rechterkant van de balans laat zien hoe het bezit is gefinancierd, en bestaat uit de interne financieringsmiddelen, en de externe financieringsmiddelen. De interne financieringsmiddelen bestaan uit de reserves en voorzieningen. De externe financieringsmiddelen zijn de leningen die de gemeente heeft aangetrokken, en vormen daarmee de gemeenteschuld. We gaan hieronder in op de drie grootste posten uit de balans: het materieel bezit, de reserves en de schuld. Materieel bezit Naast de jaarlijkse lasten voor bijvoorbeeld inkoop van goederen en verstrekkingen van uitkeringen, investeert de gemeente jaarlijks voor honderden miljoenen euro’s in onder meer infrastructurele projecten, onderwijshuisvesting, cultuur-, welzijns- en sportaccommodaties, de herinrichting van de openbare ruimte en informatiesystemen.
Dit zijn investeringen die leiden tot gemeentelijke bezittingen die meerdere jaren (en soms meerdere decennia) meegaan. Deze bezittingen worden daarom geactiveerd op de balans, en worden ook materiele vaste activa genoemd. Investeringen hebben niet alleen een effect op de balans, maar ook op de exploitatiebegroting. In de box 6.1.1 wordt toegelicht hoe investeringen de begroting en de balans beïnvloeden. Box 6.1.1 Het effect van een investering op onze balans en onze begroting Bij een investering gebeurt het volgende in de begroting en op de balans van de gemeente: De investering zorgt voor toename van het gemeentebezit (= toename bezit op de balans) De investering leidt tot een ‘financieringsbehoefte’, omdat de uitgaven voor deze investering – bij een sluitende begroting – niet binnen de jaarlijkse begroting gevonden kunnen worden. Gemeenten mogen uitgaven voor investeringen lenen (van bijvoorbeeld banken). Een investering leidt daarmee in beginsel tot een toename van de stadsschuld. (= toename schuld op de balans) De investering brengt ook lasten met zich mee, deze noemen we kapitaallasten en zijn onder te verdelen in de afschrijvings- en rentelasten. Met de afschrijvingslasten wordt de investering verdeeld over het aantal jaren dat het met de investering verworven bezit meegaat. De rentelasten zijn de kosten voor het lenen van de middelen voor de investering.
Daarnaast ontstaan er onvermijdelijke lasten voor exploitatie, beheer en onderhoud van het nieuwe bezit. (= toename lasten in de begroting). In het geval van rendabele investeringen nemen ook de baten toe in onze begroting. (= toename baten in de begroting)
Gemeente Amsterdam
Pagina 52 van 70
De kapitaallasten én de lasten voor exploitatie, beheer en onderhoud dienen gedekt te worden. Dit raakt aan de betaalbaarheid: is er voldoende ruimte op de begroting om deze lasten te kunnen betalen? Bij een sluitende begroting dient er dekking te gevonden te worden in de begroting door lagere de lasten (door herprioritering) of hogere baten (verhogen belastingen / tarieven). (= dekking in de begroting voor toegenomen lasten (lagere lasten / hogere baten)
In figuur 6.1.7 zijn onze materiële bezittingen in categorieën opgesplitst. Het overgrote deel van ons materieel bezit bestaat uit gronden die zijn uitgegeven in erfpacht. Andere grote posten op onze balans zijn vastgoed, en grond-, weg- en waterbouwkundige werken (zoals bruggen). Het is belangrijk ons te realiseren dat deze bezittingen en hun omvang geen vaststaand gegeven zijn, maar het gevolg van onze beleidskeuzes. Grond die we uitgeven in erfpacht, de grote hoeveelheid gebouwen die we bezitten en de optie van balansverkorting (het verkopen van bezittingen op de balans); alles is een keuze. Onze bezittingen moeten in dienst staan van de taken die we uitvoeren. Figuur 6.1.7 Materiële vaste activa per eind 2021
Het nieuwe investeringsstelsel (ingevoerd bij Begroting 2022) In 2021 is het nieuwe investeringsstelsel in werking getreden. De belangrijkste kenmerken zijn dat de besluitvorming over investeringen wordt bezien vanuit betaalbaarheid, financierbaarheid en realiseerbaarheid, dat de investeringen meer in samenhang worden gezien, en dat alle toekomstige uitgaven volgende uit de investering voorzien worden in de begroting. In het nieuwe stelsel stelt de raad de beschikbare investeringsruimte voor het komende jaar vast per investeringsdomein en verantwoordt het college de inzet en realisatie van deze ruimte. In onderstaand figuur 6.1.8 is weergegeven hoe de investeringsruimte van 2022 is verdeeld over de verschillende domeinen. De totale ruimte voor investeringen wordt voor een groot deel in beslag genomen door investeringsprojecten waartoe in het verleden al is besloten maar die nog niet zijn afgerond. Bij de invulling van de resterende ruimte voor nieuwe investeringen zal rekening gehouden moeten worden met noodzakelijke vervangingsinvesteringen en investeringen die
Gemeente Amsterdam
Pagina 53 van 70
nodig zijn voor de groei van de stad. Het meerjarenbeeld voor de investeringen komt aan de orde in paragraaf 2.2. Tevens is over het investeringsvraagstuk een aparte Nota Investeringen gepubliceerd, die ook onderdeel uitmaakt van de voorbereidingsset voor de nieuwe collegeperiode. Figuur 6.1.8 Investeringsruimte per domein in 2022
73 15
265 137
Openbare ruimte en mobiliteit Maatschappelijke voorzieningen Duurzaamheid en ruimtelijke ordening Groen 194
Bestuur en Organisatie en Overig
Reserves Reserves zijn bedoeld om middelen voor een langere termijn dan één jaar vast te houden, dus budgetten te ‘sparen’ in het ene jaar, om vervolgens uit te geven in een later jaar. De gemeenteraad moet expliciet instemmen met het vormen van reserves, en met het doel van een reserve, bijvoorbeeld specifieke door de gemeenteraad bepaalde bestedingsdoelen, financiering van investeringen of egalisatie van lasten of tarieven. Er is daarnaast een algemene reserve die, zoals de naam al aangeeft, algemeen van aard is en de buffer vormt die de gemeente uiteindelijk beschermt voor tegenvallers. In onderstaand figuur 6.1.9 is een overzicht gegeven van de belangrijkste reserves.
Gemeente Amsterdam
Pagina 54 van 70
Figuur 6.1.9 Reserves ultimo 2021
reserve financieringsreserve reserve stedelijke bodemsanering klimaatfonds activa maatschappelijk nut
Algemene reserve; 78
mobiliteitsfonds zuidas vereveningsfonds
financiering erfpachtgrond afkoopsommen erfpacht; 4.908
Voor twee belangrijke systeemreserves is een aparte bijlage opgenomen bij deze nota. Dit zijn het Vereveningfonds, waarin de financiële effecten van de grondexploitaties zijn opgenomen, en het Stedelijk Mobiliteitsfonds (SMF), voor bekostiging van verbeteringen in de openbare ruimte. Een verdiepend inzicht in beide fondsen is opgenomen in respectievelijk bijlage 2 en bijlage 3 bij deze nota. In paragraaf 5.1 is een nadere toelichting op het beleid rondom reserves opgenomen, en staan toekomstscenario’s voor het SMF. Schuld De gemeente leent in eerste instantie geld om te kunnen investeren. Tegelijkertijd heeft de gemeente een kredietfaciliteit bij verschillende financiers, zodat de rekeningen altijd kunnen worden betaald. De schuld wordt voornamelijk beïnvloed door investeringen, het rekeningresultaat en het sparen in reserves. Wanneer een investering wordt gedaan, wordt daarvoor over het algemeen geleend. De schuld neemt toe. De lening wordt dan over de looptijd afgelost, waardoor de schuld weer daalt. Als de gemeente meer uitgeeft dan dat er binnenkomt is het rekeningresultaat negatief. De gemeente maakt dan verlies, waardoor er meer geld geleend moet worden. De algemene reserve neemt af en de schuld neemt toe.
Gemeente Amsterdam
Pagina 55 van 70
Figuur 6.1.10 Ontwikkeling schuld 6,7
8
6,1
Bedragen x € 1 miljard
7 6 5
3
6,0
5,3 4,8
5,0
4,2
4 1,8
2,1
3,3
2,6
3,6
4,0 3,0 2,0
2 1
7,0
2,4
2,7
2,7
2,8
3,1
2017
2018
2019
2020
2021
0
1,0 -
Erfpacht
Overig
De afgelopen jaren is er flink geïnvesteerd en zijn de reserves ingezet, onder andere om de algemene reserve op peil te houden. In bovenstaande grafiek 6.1.10 is te zien dat een deel van de schuld kan worden toegerekend aan in erfpacht uitgegeven canonbetalende grond. Deze schuld wordt niet afbetaald, omdat de canoninkomsten worden aangewend voor consumptie en niet voor schuldaflossing. De overige schuld staat tegenover bezit als (school)gebouwen en infrastructuur.
Gemeente Amsterdam
Pagina 56 van 70
Bijlage 2 – VEF De uitvoering van de grondexploitaties is risicovol: het vergt grote voorinvesteringen (verwervingen, bouwrijp maken) en is voor het realiseren van opbrengsten afhankelijk van de markt. Om te voorkomen dat de grondexploitatiepraktijk het financiële jaarresultaat van de gemeente sterk beïnvloedt en om de grote risico’s te beheersen, is een aantal decennia geleden het Vereveningsfonds opgericht. Het Vereveningsfonds (VEF) is in de basis een zelfstandig financieel systeem waarmee de gebiedsontwikkeling in Amsterdam wordt gefinancierd. Voorheen was er op basis van het door de Raad vastgestelde Financiële Stelsel Gebiedsontwikkeling geen link tussen het VEF en de algemene middelen (afgezien van enkele rentetoevoegingen). In de laatste collegeperiode is de methodiek aangepast: de middelen in het VEF zijn primair bedoeld als financiering voor en de verevening van projecten in de gebiedsontwikkeling in Amsterdam; als sprake is van een gunstige conjunctuur kan door een positieve economische ontwikkeling ruimte in het VEF ontstaan en over de bestemming van deze vereveningsruimte kan bij de voorjaarsnotabesluitvorming een besluit worden genomen over een eventuele uitname ten gunste van de algemene middelen; omdat deze ruimte in het VEF afhankelijk is van de economische conjunctuur en marktontwikkelingen is deze ruimte niet structureel en alleen incidenteel.
In het VEF worden de resultaten uit positieve grondexploitaties verevend met tekorten in negatieve grondexploitaties (bijvoorbeeld ontwikkelgebieden), zodat er integrale sturing op gebiedsontwikkeling kan plaatsvinden Daarnaast wordt de reserve van het VEF gebruikt om grote investeringen voor te financieren. Dat gebeurt vanuit prudentie: als de markt na een grote voorinvestering wegvalt (zoals we hebben ervaren in economisch slechtere tijden) is het financiële risico voor de gemeente minder groot. Ook dient de reserve als weerstandsvermogen om de conjuncturele en projectspecifieke risico’s van de grondexploitatieportefeuille op te vangen. De reserve van het VEF bestaat uit een aantal onderdelen. Naast het weerstandsvermogen voor het afdekken van de risico’s is een deel van de reserve bestemd ter dekking van reeds door de raad vastgestelde kosten die niet in de grondexploitaties zijn opgenomen. Het gaat dan om reeds vastgestelde financiële bijdragen die rechtstreeks uit de reserve worden gedaan en om ‘grondbedrijfvreemde’ kosten. Deze kosten mogen als gevolg van de invoering van het nieuwe BBV in 2016 niet meer in de grondexploitatie worden opgenomen, maar zijn wel onderdeel van de door de raad vastgestelde plannen en noodzakelijk voor de gebiedsontwikkeling. Het resterende deel in de reserve is de zogenaamde vereveningsruimte.
Dit zijn de middelen die, na besluitvorming door de raad, kunnen worden ingezet binnen het financiële stelsel van de gebiedsontwikkeling. Het gaat dan om de dekking van tekorten in (nieuwe) grondexploitaties, de voorfinanciering van grote investeringen of bijdragen aan infrastructurele werken of aan maatschappelijke voorzieningen met hogere stichtingskosten als gevolg van project specifieke eisen. Het geld in het VEF is primair geoormerkt om te gebruiken voor de gebiedsontwikkeling. In
Gemeente Amsterdam
Pagina 57 van 70
de laatste collegeperiode is een aantal incidentele uitnames gedaan, zoals bij de Voorjaarsnota 2019 en het Coalitieakkoord 2018-2022 voor een totaalbedrag van € 400 miljoen. In de Najaarsnota 2021 is tevens een structureel oplopende jaarlijkse afdracht vanuit het VEF aan de algemene middelen opgenomen; deze bedraagt na actualisatie € 18 miljoen vanaf 2024. De in de toekomst opgenomen jaarlijkse afdracht aan de algemene middelen is nog niet vanuit de projecten verdiend / gerealiseerd waardoor de prudentie is afgenomen. Prognose vereveningsruimte en prognose aanwending van de vereveningsruimte Op basis van de najaarsactualisatie van de grondexploitaties is voor de komende jaren de ontwikkeling van de vereveningsruimte in beeld gebracht. Er is rekening gehouden met in voorbereiding zijnde nog vast te stellen tekortplannen en de verwachting in het AMPG 2021 is dat er een surplus in de vereveningsruimte ontstaat van circa € 50 miljoen. Bij het MPG 2022 wordt dit surplus opnieuw berekend en vastgesteld. Het MPG staat tevens in verbinding met de Voorjaarsnota, omdat hierbij ook wordt besloten over de uitname van een eventueel surplus voor andere opgaven. De vereveningsruimte groeit door (tussentijdse) winstnemingen uit positieve grondexploitaties van lopende plannen.
Hierbij geldt wel nadrukkelijk het voorbehoud dat de opbrengsten nog moeten worden verdiend en er ook nog investeringen moeten worden gedaan. De verwachte winstnemingen van lopende plannen kunnen in de eerste jaren met een voldoende mate van zekerheid worden geraamd, omdat de onderliggende opbrengsten grotendeels gebaseerd zijn op contracten met marktpartijen. De ramingen in latere jaren zijn echter zeer gevoelig voor de marktomstandigheden en worden ook sterk beïnvloed door programmatische keuzes. Gezien deze onzekerheid kunnen de winstnemingen in latere jaren niet met voldoende zekerheid worden geraamd. De inventarisatie van de verwachte aanwendingen van de vereveningsruimte is aangegeven in aangegeven in het AMPG De bedragen zijn indicatief en betreffen het verwachte netto beslag op het VEF (de totale investering is hoger). De raad heeft nog niet besloten over deze nieuwe projecten. De toekomstige tekorten van de ontwikkelbuurten worden gedekt uit het VEF Het beslag op de vereveningsruimte staat pas vast na besluitvorming door de raad. Tot die tijd zijn door het bestuur nog andere keuzes te maken over de wenselijkheid van een project, danwel de dekking van de investering. Overigens moet op het moment van de besluitvorming van specifieke investeringsvoorstellen de vereveningsruimte toereikend zijn, omdat de vereveningsruimte nooit negatief mag worden.
Belangrijk om te vermelden is dat deze inventarisatie van de bestedingsvoorstellen gebaseerd is op de huidige inzichten, gericht op het huidige planaanbod. Hierbij wordt de ambitie uit het huidige coalitieakkoord voortgezet om 7.500 nieuwbouwwoningen per jaar te bouwen. Hierin wordt rekening gehouden met de ambities van het college rondom de ontwikkelbuurten en bijvoorbeeld de masterplannen Nieuw-West en ZuidOost.
Gemeente Amsterdam
Pagina 58 van 70
Wanneer in de komende coalitieperiode de doelstelling wordt verhoogd naar meer dan 7.500 woningen, dan zal een actiever grondbeleid noodzakelijk zijn met meer (voor)investeringen (waaronder verwervingen) en infrastructurele maatregelen. Dit betekent een groter beslag op de middelen in het VEF en zal ertoe leiden dat de draagkracht van het VEF om de benodigde investeringen te kunnen dekken onder druk komt te staan. Daarnaast is de gebiedsontwikkeling afhankelijk van beschikbare financiering in andere domeinen en rijksbijdragen voor bijvoorbeeld infrastructuur. De ontwikkeling van nieuwe woon- en werkgebieden kan alleen plaatsvinden als een compleet voorzieningenniveau is geborgd. Toegevoegde waarde van een apart VEF De toegevoegde waarde van een apart VEF voor de gemeente Amsterdam, mede op basis van het bovenstaande, is samengevat als volgt: Dankzij de strakke sturing op een prudent VEF wordt voorkomen dat er financiële problemen in de gemeentebegroting ontstaan als gevolg van tegenvallende grondexploitaties, zodat het kunnen realiseren van de doelen vanuit andere programma’s daar niet door geraakt worden. Er wordt integraal en in meerjarig perspectief gestuurd op gebiedsontwikkeling, waarbij positieve en negatieve grondexploitaties verevend worden en ook aandacht is voor investeringen / voorzieningen in andere domeinen (bijvoorbeeld scholen).
Tijdens de voorjaarsnotabesluitvorming is er een beeld van de verwachte toekomstige ontwikkeling van het VEF en de beschikbare vereveningsruimte, zodat er integrale afwegingen mogelijk zijn op totaal gemeentelijk niveau. Met het VEF en de op de onderliggende individuele grexen vindt er “in de haarvaten” op projectniveau financiële sturing en risicosturing plaats om de resultaten van de gebiedsontwikkeling te optimaliseren en onaangename verrassingen te voorkomen. Hiermee is het bestaan en de werking van het VEF een belangrijke strategische risicobeheersingsmaatregel, omdat alle grondexploitaties twee keer per jaar geactualiseerd worden op basis van de nieuwste inzichten (zowel qua financiën als qua risico’s). Het College en de Raad worden 2 keer per jaar via het MPG en AMPG geïnformeerd over de belangrijkste ontwikkelingen, waarbij transparant wordt aangegeven wat de effecten zijn van nieuw toegevoegde plannen, afwijkingen op lopende plannen en afgesloten plannen en waarbij een besluit wordt genomen over de actualisaties (waaronder de kredieten). Via de bestaande werkwijze wordt invulling gegeven aan de complexe BBV-regelgeving rondom grondexploitaties, zoals ook vastgelegd in de door de Raad vastgestelde “Nota financiële verantwoording grondexploitaties en erfpachtuitgifte”.
Gemeente Amsterdam
Pagina 59 van 70
Bijlage 3 – SMF Het Stedelijk Mobiliteitsfonds (SMF) is ingesteld voor het verbeteren en aanpassen van het verkeer- en vervoersysteem en de openbare ruimte. Het fonds wordt gevuld met parkeeropbrengsten. Deze bestaan uit de opbrengsten van het straat- en garageparkeren, de parkeervergunningen en de naheffingsaanslagen. Van deze bruto parkeeropbrengsten worden eerst de uitvoeringskosten (inning en handhaving) afgetrokken. Vervolgens vindt een afdracht plaats aan de algemene middelen en worden middelen gereserveerd op een stelpost ter betaling van kapitaallasten. Het restant wordt gedoteerd aan de reserve SMF. Het SMF legt een directe en zichtbare relatie tussen de inkomsten uit parkeren en bestedingen op het gebied van verkeer, vervoer en openbare ruimte. Het geeft het totaal aan bestuurlijk vast te stellen middelen weer voor de noodzakelijke aanpassingen om de stad leefbaar, bereikbaar en aantrekkelijk te houden. De raad wordt met de rapportage Stadsverbetering periodiek geïnformeerd over alle SMF-projecten. In paragraaf 5.1 is een advies opgenomen over de toekomst van het SMF. Tabel 6.3.1: exploitatie SMF Stedelijk Mobiliteitsfonds Exploitatie
2021
2022
2023
2024
2025
Bruto parkeeropbrengsten
257,7
273,4
301,3
315,0
315,0
Bij: Stelpost rijkscompensatie
29,6
3,0
0,0
0,0
0,0
Af: Kosten voor inning en handhaving
88,7
90,2
90,9
89,6
90,0
Netto parkeeropbrengsten
198,6
213,2
210,4
225,4
225,0
Af: Afdracht algemene middelen
115,2
104,1
107,7
111,2
111,2
Af: Stelpost kapitaallasten nieuwe investeringen
2,5
5,0
7,5
10,0
Af: stelpost kapitaallasten bruggen en kades
2,0
4,0
6,0
8,0
104,6
93,7
100,7
95,8
Dotatie aan reserve Stedelijk Mobiliteitsfonds
83,5
Let op: de bovenstaande tabel 6.3.1 borduurt voort op de reguliere exploitatie in het SMF. De wijzigingen als gevolg van de introductie van het investeringsstelsel worden gedeeltelijk in de Viermaandsrapportage 2022 meegenomen en gedeeltelijk in de Begroting 2023. Dat betreft ondermeer een verschuiving van uit het SMF gefinancierde projecten naar het investeringsplafond en een beweging vice versa. Daarnaast zijn nog evenmin wensen van het nieuwe college opgenomen zoals dekking voor het programma Bruggen en Kades en / of schaalspronginvesteringen. Verordening SMF In september 2020 is de herziene Verordening op het SMF vastgesteld door de raad en met terugwerkende kracht per 1 januari 2020 in werking getreden. Deze regelt de voeding, het beheer en de bestedingen van het fonds. De koppeling tussen de parkeeropbrengsten en de inzet daarvan in het domein van verkeer, vervoer en openbare ruimte vindt zijn oorsprong in de Verordening.
Gemeente Amsterdam
Pagina 60 van 70
Verder stelt de Verordening dat minimaal tweederde van de middelen besteed worden aan de uitvoering van projecten, pilots of producten en dat het niet de bedoeling is beheer en onderhoud te betalen vanuit het SMF. De bestedingsruimte SMF volgt uit de beginstand van de reserve, vermeerderd met de prognose van de netto parkeeropbrengsten en verminderd met een aantal reserveringen. Het bedrag dat overblijft wordt vermeerderd met 15% overprogrammering en de prognose van een nog te ontvangen compensatie van de rijksoverheid voor de gederfde parkeeropbrengsten vanwege Covid-19. Het resulterende bedrag kan worden ingezet voor Stadsverbetering, zie tabel 6.3.2. Tabel 6.3.2: inzet middelen SMF TOTAAL Bestedingsruimte SMF 2021-2025
695,0
Af: overheveling naar reserve achterstallig onderhoud
69,2
AF: Exploitatie Programma Bruggen en Kademuren
12,0
SMF-Budget voor Stadsverbetering
613,8
Overprogrammering circa 15% over budget voor Stadsverbetering
92,6
Verhoging ten behoeve van compensatie inkomstenderving door het rijk (nog te ontvangen)
40,0
SMF-Budget inclusief overprogrammering
746,4
AF: Bestedingsvoorstel SMF 2021 - 2025
744,2
SALDO
2,4
Een belangrijke ontwikkeling is het volgende. De reserve SMF is in 2021 sterk afgenomen, zoals ook was beoogd. De beginstand van € 216,8 miljoen is in 2021 afgenomen met € 74,6 miljoen naar een eindstand van € 142,2 miljoen. Door het blijven toepassen van overprogrammering verwachten we de realisatie de komende jaren structureel te blijven verbeteren en de reservestand binnen het SMF verder te laten afnemen. Bestedingsvoorstel SMF Bij de Voorjaarsnota, of in verkiezingsjaar bij de Begroting, worden de parkeeropbrengsten en bestedingen geactualiseerd voor een periode van 5 jaar en voegen we een nieuwe jaarschijf toe aan de programmering. Beleidsplannen, uitvoeringsagenda’s en gebiedsplannen vormen de basis voor die onderwerpen waarvoor SMF-budget beschikbaar is gesteld. Om tot een evenwichtig meerjarenvoorstel te komen dat recht doet aan de totale opgave in de stad, worden de SMFaanvragen geprioriteerd in nauwe afstemming met aanvragers, stakeholders en (stadsdeel)bestuurders. Na inpassing van onvermijdelijke tegenvallers in de bestaande programmering, vindt prioritering plaats op veiligheid, status bestuurlijke besluitvorming, c0financiering, urgentie en uitvoerbaarheid. Het programma Stadsverbetering kent in zijn huidige opzet drie sporen: 1.
Stadsdeelprojecten: gericht op de aanpak van knelpunten en opgaven in de buurten en gebieden, waarbij we de instandhoudingsopgave zoveel mogelijk koppelen aan de verbeteropgaven
Gemeente Amsterdam
Pagina 61 van 70
2. Groeiende stad: aanpassingen in de openbare ruimte en de verkeer- en vervoersystemen om de groeiende stad aan te sluiten op de bestaande stad 3. Stedelijke opgaven: projecten en programma’s die nodig zijn om de ambities van het college op het gebied van bereikbaarheid, mobiliteit, luchtkwaliteit, vergroening en verduurzaming te realiseren. De huidige opzet van het SMF faciliteert het verkrijgen van aanvullende middelen van de rijksoverheid en de regio. Rijk en regio vragen doorgaans meerjarige zekerheid bij bestuurlijke toezeggingen en verlangen cofinanciering. Voor elke euro de gemeente steekt in subsidiabele projecten krijgt de gemeente een veelvoud terug. De verdeling van de kosten wordt afgesproken op basis van het belang- en de verantwoordelijkheid van de betrokken partijen. Financiële ruimte bij ongewijzigd beleid Het huidige bestedingsvoorstel, opgenomen in de Begroting 2022, loopt tot en met 2025. Zie de paragraaf SMF in de Begroting 2022 voor een gedetailleerd overzicht en toelichting. Na de totstandkoming van een nieuw coalitieakkoord zal – bij een ongewijzigd SMF - bij Begroting 2023 een geactualiseerd bestedingsvoorstel voor de jaren 2022-2026 worden opgesteld. De vrije ruimte bij ongewijzigd beleid kan worden gevonden in het toevoegen van de jaarschijf 2026 en de actualisatie van de parkeeropbrengsten en bestedingen.
Op basis van huidige inzichten, is de verwachting dat de vrije bestedingsruimte in het SMF circa 90 - 95 miljoen bedraagt. Er is al een vraag uitgezet voor een update van de lopende bestedingen met toevoeging van jaarschijf 2026. De aangeleverde aanvragen zijn al ruim twee keer zo hoog als deze bestedingsruimte. Dat is dus exclusief nieuwe bestedingen.
Gemeente Amsterdam
Pagina 62 van 70
Bijlage 4 – Overzicht van aflopende middelen Deze bijlage bevat een overzicht van de incidentele middelen (onderstaande tabel 6.4.1) en van de structurele bezuinigingen (tabel 6.4.2); uitgesplitst naar programma en maatregel. Deze tabellen zin uitsplitsingen van de tabellen zoals opgenomen in paragraaf 2.4. De tabel 2.4.1 in paragraaf 2.4 is gepresenteerd zonder de rijksmiddelen en de klimaatmiddelen. In onderstaande tabel 6.4.1. zijn de rijksmiddelen en de klimaatmiddelen ten behoeve van de inzichtelijkheid opgenomen, de betreffende regels zijn voorzien van een asterisk (*). Tabel 6.4.1 Overzicht incidentele middelen Intensiveringen per programma
2022
2023
2024
2025
2026
0,4
0,4
0,4
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
1. Veiligheid Masterplan Zuidoost
2,5
Weerbare Mensen Weerbare Wijken
1,5
Aanpak Binnenstad
5,0
Drugsaanpak
1,0
Veiligheid, Top 600, OOV
2,0
Totaal
12,0
0,4
Economische structuurversterking
9,0
0,2
Totaal
9,0
0,2
0,0
2. Verkeer, vervoer en waterstaat Geen incidentele intensiveringen 3. Economie
4. Kunst, cultuur en erfgoed Broedplaatsen
1,7
Kunstenplan
2,5
2,5
2,5
Totaal
4,2
2,5
2,5
CA-middelen Onderwijs
4,0
4,0
Wegvallen incidentele middelen volwasseneducatie
3,0
1,0
Schoolveiligheid
0,1
0,8
Kenniscentrum ongelijkheid
1,4
0,7
Piek-aanpak (intensivering)
1,5
Afboeken restwaarde Onderwijshuisvesting a.g.v. sloop panden
2,5
1,2
*Voorkomen Onderwijsachterstanden icm NPO
9,9
4,8
Lerarenagenda
0,6
0,4
0,3
Gezonde Scholen
0,7
0,6
0,6
Totaal
23,7
13,5
0,9
5. Onderwijs
Gemeente Amsterdam
Pagina 63 van 70
6. Sport Organisatie (top)sportevenementen
0,5
Sportstimulering en sportevenementenbudget
2,9
Totaal
3,4
0,0
0,0
0,0
0,0
7. Werk, inkomen en participatie Programma Meer Kans op Werk
4,0
Werkbonus en/of stimuleringspremie bijverdienen in de bijstand
3,0
3,0
werkbrigade afbouwen
13,2
7,4
0,8
Sargentini banen
1,2
1,1
0,6
MBO en toeleiding naar werk en om- en bijscholing
1,0
1,5
1,5
Armoede en SHV
10,2
5,0
*Armoede Rijksmiddelen
4,0
statushouders
3,4
2,5
2,5
2,3
Caseload verhoging
4,5
2,8
1,5
0,8
1,8
*Gemeentelijke bijdrage Sociaal Werk
3,3
*incidentele middelen voor autonome groei bijstandsbestand
0,0
7,1
*MKOW jongeren
1,4
2,6
0,6
*RWC
1,3
1,3
*Ingroei arbeidsbeperkten
0,0
0,0
0,5
1,6
*Wendbaar en toekomstbestendig maken WPI (KBI, frictie, TM)
2,1
2,7
0,7
0,3
36,9
9,9
5,5
*Veerkracht
5,3
*Tonk
2,4
Community Wealth Building en bouwopleiding Zuidoost
1,0
Totaal
61,3
8. Volksgezondheid, jeugd en zorg *Decentralisatie uitkering Vrouwenopvang - onderdeel Schadelijke praktijken Aanpak personeelstekort in de zorg
0,5
Transitie buurtteams in 2021 en 2022
0,8
0,5
Winteropvang
3,1
*Landelijk plan van aanpak dakloosheid (Blokhuismiddelen)
6,4
*Landelijk plan van aanpak dakloosheid (Blokhuismiddelen)
8,2
*Ongedocumenteerden
6,6
Hulp bij huishouden
3,3
Verbeteren en stimuleren van de sociale en fysieke toegankelijkheid Amsterdam Vitaal en Gezond
0,8
Gezinsregisseurs van gerticificeerde instellingen
1,8
Niet justitiële preventieve aanpak (Top400)
1,0
Intensivering voor jeugdwerk en jongeren in de buurt
1,0
2,1 0,9 1,9
0,5
2,0
0,2
0,0
Gemeente Amsterdam
Pagina 64 van 70
*Voorbereidingskosten voor het realiseren van een Nationaal museum voor Slavernijverleden en de kennis over het slavernijverleden te vergroten Aanpak racisme en discriminatie en zelforganisateis
1,5
Regisseurs voor Top600/400 personen
0,5
Preventieve middelen ongelijkheid gezondheid
1,5
Preventie middelen ongelijkheid gezondheid binnen stadsdelen
1,5
Preventief drugsbeleid
0,4
Totaal
41,4
1,0
1,0
7,9
1,2
1,5
0,0
0,0
9. Duurzaamheid en ruimtelijke ordening Omgevingswet inclusief omgevingsvisie
1,7
Sprong over het IJ/Ijoevers en Zeecruise
2,0
Oeverlanden
1,5
regie op stedelijke planning/voorbereiden gebiedsontwikkeling
0,3
0,3
Haven-Stad/voorbereiden gebiedsontwikkeling
2,3
0,5
regie op stedelijke planning/voorbereiden gebiedsontwikkeling
1,5
1,0
1,0
1,0
Duurzaamheid
14,2
4,4
4,4
5,0
Uistootloze mobiliteit (luchtkwaliteit)
7,8
7,1
7,2
4,7
*Klimaatfonds
41,6
39,4
37,4
0,1
50,3
10,8
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
0,2
ASH
5,0
2,0
Totaal
78,0
54,9
Handhaving woonboten en niet-varende bedrijfsvaartuigen
0,6
0,5
Actieplan bouwen en wonen
7,0
0,3
10. Grond Geen incidentele intensiveringen 11. Wonen en groen
Locaties huisvesting kwetsbare groepen
1,0
Herplant na kap voor veiligheid
3,6
aanpak statushouders
0,4
1,0
Transformaties
1,8
1,0
Woningbouwregie
0,5
0,5
Ontwikkelbuurten
9,5
Totaal
24,4
3,0
12. Moderne open overheid Digitale Stad
1,4
Buurtbudgetten
4,0
Regeling Maatschappelijke Initiatieven/Buurtbanen
3,0
Participatie
1,4
Totaal
9,8
5,0 5,0
Gemeente Amsterdam
Pagina 65 van 70
B. Bestuur en apparaat Verhoging salarisbudget wethouders
0,2
Totaal
0,2
0,0
0,0
0,0
0,0
Totaal Incidentele middelen
267,3
124,3
65,2
16,3
0,0
Totaal Rijksmiddelen en Klimaatfonds
94,5
59,7
41,6
1,9
0,0
Aflopende middelen excl. rijksmiddelen en klimaatfonds
172,7
64,6
23,6
14,3
0,0
Tabel 6.4.2 Overzicht structurele bezuinigingen Prog.
2021
2022
2023
2024
2025
2026
Taakvermindering (uit Samen sterker uit de crisis) 1 Afslanken treiteraanpak
0
-0,1
-0,3
-0,4
-0,4
-0,4
Besparing die nog nader wordt ingevuld
0
0
0
-1
-1
-1
Minder (20%) bijdrage aan de vervoers-/stadsregio
-0,2
-0,2
-0,2
-0,2
-0,2
-0,2
Radicalisering: rijksbijdrage dekt de kosten (7%) 2
Naam
-0,2
-0,2
-0,2
-0,2
-0,2
-0,2
Subsidie Buurtbemiddelen stoppen (100%)
0
0
-0,2
-0,2
-0,2
-0,2
Afdracht SMF aan AD
-5
-5
-5
-7
-7
-7
Verbetering governance OV-Keten 3
4
0
0
-1
-1
-1
-1
Besparing op Economische initiatieven
-0,3
-0,3
-0,3
-0,3
-0,3
-0,3
Diverse budgetten binnen programma 3
-0,3
-0,3
-0,3
-0,3
-0,3
-0,3
Verlagen bijdrage MRA
-0,3
-0,5
-0,5
-0,5
-0,5
-0,5
Bezuiniging op budget AFK
0
-0,5
-0,5
-0,5
-0,5
-0,5
Bezuiniging op cultuureducatie
0
-0,4
-0,4
-0,8
-0,8
-0,8
Verlagen subsidie OBA
0
0
-1,5
-1,5
-1,5
-1,5
Besparing publieke omroep Amsterdam
0
0
0
0
0
-0,5
-0,5
-2,5
-3,6
-3,7
-3,7
-3,7
5
Reduceren teambeurzen / overige subsidies
6
Besparing die nog nader wordt ingevuld
0
0
0
-1
-1
-1
7
met weinig perspectief op werk
0
0
-3
-3
-3
-3
Verminderen ondersteuning bijstandsgerechtigden
0
0
0
0
0
0
-0,5
-1,5
-1,5
-1,5
-1,5
-1,5
8
Versoberen niet-wettelijke armoede regelingen Besparingen die nog nader wordt ingevuld
0
0
0
-3,5
-3,5
-3,5
9
Duurzaamheid
0
0
-0,5
-0,5
-0,5
-0,5
Milieuadvies OD NZKG
-0,3
-0,3
-0,3
-0,3
-0,3
-0,3
Openbare ruimte en groen
-0,1
-0,1
-0,1
-0,1
-0,1
-0,1
Ruimtelijke ordening
-0,6
-0,6
-0,6
-0,6
-0,6
-0,6
Aanpassen ambitie en programmering grex
-1
-1
-1
-1
-1
-1
Aanpassen ambitie en programmering grex / apparaat Reserve wallengebied
0
0
-6
-12
-12
-12
-3,5
0
0
0
0
0
10
Gemeente Amsterdam
11
12
Pagina 66 van 70
Groengelden
0
0
-1,5
Hergebruik Gebakken Klinkers
0
0
0
-1,3
-1,3
-1,3
Innovatieve reinigingsconcepten
0
0
0
-0,2
-0,2
-0,2
Participatiebudget ondernemers stimulering
0
0
0
0
0
0
schoonhouden straat
0
-0,2
-0,2
-0,2
-0,2
-0,2
Subsidie Groen in de Buurt
0
0
-0,3
-0,3
-0,3
-0,3
Subsidie Groene daken en gevels
0
0
-0,5
-0,5
-0,5
-0,5
Vermindering anti Plak en Klad
0
0
0
-0,5
-0,5
-0,5
Verwijderen assets
0
0
0
-0,5
-0,5
-0,5
Buurtbudgetten
0
0
-2
-2
-2
-2
Democratisering
0
0
-0,5
-0,5
-1
-0,5
Dienstverlening
0
-0,5
-0,5
-0,5
-0,5
-0,5
Digitale stad
0
0
-0,5
-0,5
0
0
Openingstijden stadsloket naar 8 uur per dag
0
0
-0,3
-0,5
-0,5
-0,5
-12,8
-14,2
-33,3
-50,1
-50,1
-50,1
TOTAAL Taakvermindering
Vermindering coalitieakkoordmiddelen (uit Samen sterker uit de crisis) 1 Veiligheid, Top600, OOV excl PIT 0
-1,5
-1,5
-1,5
0
-2
-2
-2
-2
Economische structuurversterking, aansluiting onderwijs/arbeidsmarkt Broedplaatsen
0
0
-8,5
-8,5
-8,5
-8,5
-1
-1
-2,7
-2,7
-2,7
-2,7
Kunst en cultuur (Kunstenplan, -2,5 vanaf 2025)
0
0
0
0
-2,5
-2,5
Onderwijs
0
0
0
-4
-4
-4
Volwasseneneducatie
0
0
-3
-3
-3
-3
6
Sport
0
0
-2
-2
-2
-2
7
Armoede en schuldhulpverlening
0
0
-5,6
-5,6
-5,6
-5,6
Armoedevoorzieningen gedeeltelijk beschikbaar voor 130% van wettelijk sociaal minimum Banenplannen voor biculturele jongeren, ouderen, arbeidsgehandicapten Statushouders
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
-3
-5
-5
-5
Verlagen van de caseload voor klantmanagers
0
0
-1,5
-1,5
-1,5
-1,5
Werkbrigade uitbreiden naar 500 mensen
0
-2
-2
-8
-8
-8
24-uurs opvang ongedocumenteerden
0
0
-2
-2
-2
-2
Aanpak Racisme en Discriminatie (oa MDRA en Slavernijmuseum) Jongerenwerk en preventie
0
0
-1
-1
-1
-1
0
0
-1
-1
-1
-1
Maatschappelijke Opvang, permanente winteropvang en clientondersteuning Preventie tegen ongelijkheid gezondheid (o.a. eenzaamheid, gezondheidsvaardigheden) Preventief Interventie Team
0
0
0
0
0
0
0
0
-3
-3
-3
-3
0
0
-1
-1
-1
-1
Zelforganisaties
0
0
-0,5
-0,5
-0,5
-0,5
Energietransitie / Aardgasvrij
0
0
-2
-2
-2
-2
Programma Circulair en Duurzame Afvalketen
0
0
-3
-3
-3
-3
3 4 5
8
9
Gemeente Amsterdam
11 12
Pagina 67 van 70
Verduurzaming gemeentelijk vastgoed
0
0
Waterdomein
0
0
0
0
0
0
Actieplan Wonen en Bouwen
0
0
-7
-7
-7
-7
Dierenwelzijn, incl ADAM regeling
0
0
-0,5
-0,5
-0,5
-0,5
Buurtbudgetten
-2
-2
-2
-2
0
-2,5
-4,5
-4,5
-4,5
-4,5
Democratisering en Fearless Cities
-0,5
-0,5
-1
-1
-1
-1
TOTAAL Vermindering coalitieakkoordmiddelen
-1,5
-6,0
-58,8
-70,8
-73,3
-73,3
Gemeente Amsterdam
Pagina 68 van 70
Bijlage 5 – Voorstellen voor een nieuwe begrotingsstructuur Dit voorstel voor een nieuwe indeling van de programmabegroting volgt uit de constatering dat de indeling die deze collegeperiode is gehanteerd, het effectief en efficiënt werken aan de maatschappelijke opgaven in de stad niet optimaal ondersteunt. De indeling die wordt voorgesteld komt hier beter aan tegemoet. De indeling vereenvoudigt het werken en sturen langs de as van programma’s. De programma’s in dit voorstel sluiten beter aan bij opgaven in de stad met een bestendig karakter. Door te sturen en te werken langs de as van die programma’s, sturen en werken we aan die opgaven. Het voorstel faciliteert ook dat we opgaven kunnen realiseren die niet langs de as van de programma’s kunnen worden opgepakt. Dit noemen we de programma doorkruisende opgaven. Het voorstel draagt er verder aan bij dat gebiedsgericht werken nog meer een integraal onderdeel wordt van al het werk dat we doen. Het voorstel wordt hieronder visueel weergegeven, vervolgens worden de hoofdbestanddelen toegelicht.
Toelichting op de programma’s (verticaal weergegeven) We stellen een indeling voor van 8 programma’s plus A en B. Dit is een resultante van de wens om de bestaande samenwerkingsketens van beleid, uitvoering en beheer rond opgaven met een bestendig karakter meer in één programma te vatten. Een maatschappelijke opgave kan enkel door een keten van beleid, uitvoering en beheer worden opgelost. Door die keten telkens in één programma onder te brengen, zijn we beter in staat te sturen op het realiseren ervan. En er voor te zorgen dat we beleid maken dat aansluit bij wat de uitvoering nodig heeft, en dat wat we
Gemeente Amsterdam
Pagina 69 van 70
uitvoeren goed in beheer kan worden genomen. In ieder programma nemen we zowel ontwikkeldoelen, als ‘going concern’ doelen op. Zo borgen we dat we aandacht besteden aan wat straks én wat nu nodig is om maatschappelijke opgaven op te lossen. Ter illustratie van een keten lichten we de eerste twee voorgestelde programma’s er even uit. Die hebben betrekking op de fysieke leefomgeving. De opgaven binnen de fysieke leefomgeving spelen zich af binnen dezelfde vierkante meters. Het vergt telkens een integrale afweging om te komen tot de juiste inzet van die vierkante meters. In de voorgestelde indeling omvat het programma ‘Ruimtelijke ontwikkeling, bouwen en wonen’ ruwweg de keten rondom de benutting van die vierkante meters voor gebouwen. Het programma ‘Openbare ruimte, water, groen, vervoer’ omvat de keten rondom de benutting van die vierkante meters om tussen en rond die gebouwen te bewegen. Elk programma behelst telkens de keten van beleid, realisatie en beheer van die vierkante meters. Zo kunnen we beter sturen op de opgaven en rekening houden met effecten in de hele keten. Toelichting op de programma doorkruisende thema’s (horizontaal weergegeven) De programma’s in de begroting reflecteren de bestendige maatschappelijke opgaven en bijpassende doelen waar de gemeente voor gesteld staat. Bepaalde opgaven laten zich niet vertalen naar één programma.
Het gaat vaak om bestuurlijke prioriteiten van meer generieke aard, bijvoorbeeld op het gebied van duurzaamheid of kansengelijkheid. Om die opgaven op te lossen, is het nodig doelen te realiseren die onderdeel zijn van verschillende programma’s, en bij elk doel gericht in te zetten op extra aandachtspunten. Daarom organiseren we onze inzet op die opgaven niet in een eigen programma, maar als programma doorkruisend thema. Op die manier wordt de opgave integraal onderdeel van het werk in de keten van beleid, uitvoering en beheer binnen ‘verticale’ programma’s. Bij een integraal thema als duurzaamheid gaat het er bijvoorbeeld om duurzaamheid als aandachtspunt expliciet mee te geven bij het programma ruimtelijke ontwikkeling, bouwen en wonen. Binnen dit verticale programma vindt het ‘echte’ werk plaats dat nodig is om duurzaamheid te realiseren; duurzaam ontwikkelen, bouwen en wonen. Per programma maken we een selectie van de doelen binnen dat programma die raakvlakken hebben met het programma doorkruisende thema. Daar voegen we telkens zo’n extra aandachtspunt toe. In de begroting maken we expliciet inzichtelijk welk deel van de middelen per doel beschikbaar is voor realisatie van het extra aandachtspunt.
Dit betekent in de praktijk bijvoorbeeld dat in de begroting inzichtelijk is dat binnen het programma ruimtelijke ontwikkeling, bouwen en wonen aan een woondoel een duurzaamheidscomponent is gekoppeld, waar 1 miljoen euro voor beschikbaar is. Zo maken we in de programmabegroting per programma inzichtelijk hoe de die bijdraagt aan de programma doorkruisende thema’s. Dit stelt ons in staat er gericht op te sturen en ze te realiseren. Toelichting op de plek die gebiedsgericht werken krijgt in de begroting Gebiedsgericht werken maakt integraal onderdeel uit van alle verticale programma’s. Per programma maken we waar passend inzichtelijk welke doelen en streefwaarden we in welk stadsdeel/stadsgebied nastreven en welke middelen we daarvoor inzetten. Dit helpt om te prioriteren op gebiedsniveau. Voorafgaand aan de vaststelling van de begroting vindt hierover bestuurlijke afstemming plaats tussen het college en de dagelijks besturen van de stadsdelen ne
Gemeente Amsterdam
Pagina 70 van 70
het stadsgebied. Zo wordt gebiedsgericht prioriteren onderdeel van de begrotingscyclus, vereenvoudigen we het plan- en besluitvormingsproces hierover en kunnen we afscheid nemen van de gebiedscyclus. De huidige (stadsdeel)middelen voor VTH, Sociale basis en Veiligheid brengen we onder in de bijpassende verticale programma’s. In programma B maken we ruimte voor een ‘actualiteitenbudget’ voor de stadsdeelorganisaties. Hiermee kunnen we zaken die zich in een buurt aandienen, die niet direct voorzien waren bij het opstellen van de begroting, snel en adequaat oppakken en meebewegen met de dynamiek in de buurten. Welke omvang en type budgetten hier passend voor zijn werken we nader uit; een incidentele besteding mag bijvoorbeeld niet direct leiden tot structurele kosten. Sturing Het is belangrijk om ervoor te zorgen dat helder is hoe iedere portefeuille en ieder bestuurlijk thema team aansluit bij de programma’s en de doorkruisende thema’s. Door de bestuurlijke en ambtelijke sturing op die manier uit te lijnen, zijn we beter in staat effectief en efficiënt te sturen op realisatie van de maatschappelijke opgaven.