Bijlage 1. Lerarenagenda 2023-2027.pdf
Tekst van het document
• Maatwerktrajecten voor ondersteuners in het onderwijs die door het volgen van modules, eventueel via een Ad-programma, in tussenstappen naar een formele bevoegdheid door kunnen groeien (HvA). • Daarnaast wordt gewerkt aan nieuwe maatwerktrajecten om via deelkwalificaties naar een bevoegdheid toe te werken. Zoals aanbod voor vakken waarvoor momenteel geen bevoegdheid behaald kan worden, zoals rekenen en burgerschap. Eneen compact programma om in één jaar pedagogisch en didactisch bekwaam te worden, voorafgaand aan een vakinhoudelijk programma (HvA).20 • Andere vormen van maatwerkroutes die ontwikkeld gaan worden en tot versnelling leiden.21
5.7 Stedelijke afspraken over het behoud van onderwijsprofessionals Het behoud van onderwijsprofessionals is cruciaal om goed onderwijs te kunnen blijven bieden aan alle Amster damse leerlingen. Zoals door het vakmanschap van de leraar voorop te stellen.22 Een belangrijk onderdeel hiervan is het bieden van ruimte voor leraren om lessen voor te bereiden en samen te leren. Naast het stimuleren van instroom is het behoud van leraren daarom minstens zo belangrijk.23 Het po, vo en mbo spreken af dat elk schoolbestuur een bij de huidige situatie passend HRM beleid heeft en uitvoert.24 We faciliteren betrokkenen om te participeren in netwerken, zoals het HR-netwerk, het schoolleidersnetwerk en andere ondersteunende activiteiten. Denk voor dit laatste daarbij aan bijvoorbeeld de Werkplaats Loopbaanontwikkeling of het Leernetwerk Slim Organiseren. Schoolbesturen werken dit thema in samenwerking met het netwerk van HR-professionals verder uit. Hierbij wordt verder gebouwd aan wat in de vorige Lerarenagenda is ontwikkeld onder de paraplu van het programma Leraar in Amsterdam, een kleurrijk beroep.25 Over het behoud van onderwijsprofessionals spreken we af: • We maken prestatieafspraken met besturen over de inzet en begeleiding van onderwijsassistenten, studenten, starters en zij-instromers. • We maken prestatieafspraken met besturen over het tegengaan van groenpluk.
Zoals de afspraak om voor iedere student een tripartite overeenkomst op te stellen tussen de school, student en de opleiding. Hierin wordt vastgelegd op welke wijze de student wordt behoed om te snel te intensief ingezet te worden op scholen.
In alle trajecten wordt het curriculum aangepast om nog beter aan te sluiten op de pedagogische en didactische uitdagingen waarmee de student in het Amsterdamse werkveld te maken krijgt.
Amsterdamse
24
Lerarenagenda
• Onderwijsprofessionals van diverse scholen nemen deel aan de Werkplaatsen Onderwijsonderzoek Amsterdam voor po en vo/mbo (WOA) en de ONA labs, voeren onderzoek uit en delen deze kennis met de andere scholen in de stad. • ONA en WOA dragen beide bij aan het versterken van het vakmanschap van leraren. Er ontstaan nieuwe rollen binnen en buiten de school voor leraren en het draagt direct bij aan het verbinden van onderwijsonderzoek en de onderwijspraktijk. Deze initiatieven helpen bij het verkleinen van de tweedeling tussen wetenschap en vakmanschap.26 27 • We verkennen de mogelijkheid om mobiliteit voor leraren tussen de verschillende onderwijssectoren po, vo en mbo te realiseren. • We verkennen inzet van combinatiefuncties buiten schoolse opvang en onderwijsassistent primair onder wijs, zoals tijdelijke functies die gecombineerd worden met een Associate degree traject of lerarenopleiding. • Verkennen van de inzet van studenten van gevarieerde opleidingen om te ondersteunen op scholen. • Mogelijkheid onderzoeken om opleidingsplaatsen te creëren voor mensen met een ondersteunende functie.
• We maken prestatieafspraken met besturen over het faciliteren van doorontwikkeling van ervaren leraren. Dit doen we onder andere door het creëren van diverse rollen (zoals expert rollen) binnen scholen en (boven)bestuurlijk, faciliteren van mogelijkheden tot doorontwikkeling onder werktijd, uitwisseling van leraren tussen scholen en besturen of de mogelijkheid om een master te halen. • We maken afspraken met besturen over wat we in Amsterdam verstaan onder goed werkgeverschap. Daar horen onder meer ook afspraken bij over het aanbieden van vaste contracten. • We maken afspraken over het onderbrengen en uit breiden van het schoolleiders en HR-netwerk en het blijvend inzetten op strategisch HRM. • We verkennen de verdere mogelijkheden om tussen besturen gebruik te maken van elkaars professionali seringsaanbod. • Vier ONA (Onderwijskennis Netwerk Amsterdam)basisscholen ontwikkelen kennis en vaardigheden voor alle scholen in de stad en verspreiden dit middels expert netwerken.
Amsterdamse
25
Lerarenagenda
6 Actielijn 2: Meer sterke schoolleiders Een sterke schoolleider maakt het verschil in een school. Als het gaat om veiligheid in de school, voldoende begeleiding voor starters en het welzijn van leraren is een schoolleider onmisbaar.28 Ook in het omgaan met het lerarentekort is de schoolleider een essentiële schakel. Een sterke schoolleider draagt in belangrijke mate bij aan het behoud van leraren.
N
aast het lerarentekort neemt ook het tekort aan schoolleiders in het primair onderwijs toe. Amsterdam kent het hoogste tekort aan schoolleiders in vergelijking met de andere grote steden (Utrecht, Rotterdam en Den Haag). Het gemeten tekort aan schoolleiders in 2022 was 16,3 %. Daarvan betrof 5% openstaande vacatures. In de rest van de gevallen ging het om verborgen tekorten.29 Een verborgen tekort houdt in dat er een interim schoolleider aanwezig is of dat leraren op de school de taken van een schoolleider onderling verdelen. De uitstroom van leraren werkzaam op scholen waar relatief veel leerlingen met een risico op een onderwijsachterstand naar school gaan, ligt (veel) hoger dan gemiddeld in Amsterdam.30 Vaak gaat een hogere schoolweging samen met een tekort aan schoolleiders. Juist op de plekken waar een sterke schoolleider het verschil zou kunnen maken, ontbreekt deze.
Wat gaan we doen? • We investeren 1,5 tot 2 miljoen per jaar in school leiders primair onderwijs op scholen met de meest kwetsbare leerlingenpopulatie. • We zetten in op een zij-instroom opleiding tot schoolleider. • We behouden schoolleiders door ze te bege leiden en te faciliteren onder meer op gebied van werkdrukverlaging en extra ondersteuning.
• Alle scholen in het speciaal onderwijs, speciaal basisonderwijs en voortgezet speciaal onderwijs. • Scholen met een schoolgewicht vanaf 25% en/of een lerarentekort van minimaal 15%.
6.1 De sterke schoolleider in het primair onderwijs
Met een inzet van €1,5 miljoen kunnen jaarlijks 133 schoolleiders bediend worden. Dit zijn allereerst de 45 schoolleiders in het so, sbo en vso en vervolgens wordt er bij het beoordelen van de subsidieaanvragen rekening gehouden met het schoolgewicht en actuele cijfers van de tekorten, mits deze bekend zijn. Hoe hoger het schoolgewicht en/of de het lerarentekort, hoe groter de kans op toekenning van de subsidie. Mocht er ruimte in de middelen overblijven dan kunnen ook scholen met een tekort lager dan 15% hier aanspraak op maken. Dankzij de ondersteuning houdt een schoolleider meer tijd en ruimte over voor begeleiding, het welzijn van leraren en het creëren van een veilige en prettige werksfeer wat bevorderlijk is voor het behoud van leraren.
Om schoolleiders in deze complexe en uitdagende tijd te ondersteunen, is ervoor gekozen om een subsidie aan te bieden waarmee passende ondersteuning kan worden gerealiseerd. De subsidie kan gebruikt worden om een adjunct-directeur aan te stellen, om verder te professionaliseren of om bovenbestuurlijke kennisdeling of intervisie/coaching te organiseren. Vanaf schooljaar 2024-2025 tot en met 2026-2027 kan elk jaar €15.000 aangevraagd worden. Er zijn twee categorieën die voorrang hebben bij de subsidietoekenning.
Amsterdamse
26
Lerarenagenda
Leraar primair onderwijs
de komende jaren met pensioen zal gaan. Een grote groep schoolleiders in het primair onderwijs, iets meer dan een derde, valt in de leeftijdsgroep 55-plus.30 Het ministerie van OCW zet al in op het verhogen van zij-instroom met een subsidie voor schoolleiders van buiten. Het doel van de regeling is besturen in het primair onderwijs te stimuleren om schoolleiders van buiten het onderwijs te werven. Het gaat hier om een subsidie van maximaal € 20.000 als tegemoetkoming in de kosten voor het opleiden en begeleiden van een schoolleider van buiten. De mogelijkheden om deze route specifiek in Amsterdam aan te moedigen, zullen we de komende periode verder uitwerken.
‘Bij ons op school is een hele fijne schoolleider; ik voel me echt gesteund ook richting ouders. Dit is ook echt essentieel, met een slechte schoolleider gaat de school ten onder!’
6.2 Stadsbrede afspraken • De Ipabo faciliteert een zij-instroom opleiding tot schoolleider. • Opleiders bieden ontwikkel, - en coachingsmogelijk heden voor schoolleiders. • Schoolbesturen maken onderling afspraken in het BBO over de wijze waarop de professionalisering en ondersteuning van schoolleiders vorm krijgt, en informeren de Taskforce hierover.
Zij-instroom en talentpool voor schoolleiders Naast inzet op ondersteuning van de zittende school leiders, is er ook aandacht nodig voor instroom van nieuwe schoolleiders. Het tekort aan schoolleiders is de afgelopen periode toegenomen, waarbij we de verwachting hebben dat nog eens een aanzienlijke groep
Amsterdamse
27
Lerarenagenda
7 Actielijn 3: Omgaan met langdurige tekorten
E
r zijn veel leerlingen in de stad die (een deel van de week) geen bevoegde leraar hebben. Door bijvoorbeeld gebruik te maken van de inzet van andersbevoegde professionals kunnen aanvullende lessen worden geven. Een andere manier is meer schooltijd aanbieden. Dat kan bijvoorbeeld in de vorm van een verlengde schooldag met extra aanbod gericht op een brede talentontwikkeling. Hierdoor onstaat flexibiliteit in werktijden voor leraren. Door flexibele werktijden te hanteren en door bijvoorbeeld de inzet van vakleerkrachten aan het begin van de schooldag, kunnen leraren in het primair onderwijs eerst hun eigen kinderen naar school brengen voor ze starten aan hun werkdag. Dit betekent passende arbeidsvoorwaarden waar behoefte aan is.
Wat gaan we doen? • Scholen in het primair, - en voortgezet onderwijs helpen om op een kwalitatief goede en duurzame manier om te gaan met tekorten, onder andere door het bieden van ondersteuning en het in kaart brengen van werkende aanpakken. • Een eerlijkere verdeling van het lerarentekort over scholen in de stad, om de ongelijkheid in onderwijskwaliteit tegen te gaan. • Schoolbesturen nemen leraren in principe in vaste dienst. • We hanteren stedelijk een maximumprijs voor de inhuur van externe onderwijsprofessionals. • Het voortzetten van het sluiten van te kleine scholen in het primair onderwijs, waarbij onderwijskwaliteit niet meer te garanderen is. Het uitgangspunt is een duurzaam goed aanbod in iedere wijk.
7.1 Omgaan met langdurige tekorten in het primair onderwijs: Andersom.Amsterdam Ondersteuning aan scholen Individueel zijn scholen zoekend en doen alles wat ze kunnen om leerlingen vijf dagen per week les te geven. Er zijn grote verschillen in hoe scholen dit aanpakken. In de praktijk hebben echter de meest kwetsbare leerlingen vaak het minst aantal uren les van een bevoegde leraar. Omgaan met het lerarentekort door middel van inzet van anders bevoegden mag nooit ten koste gaan van de kwaliteit van het onderwijs. Daarom kiezen we voor interventies die bewezen effectief zijn. We zorgen voor maatwerk per school. Scholen hebben een grote behoefte aan ondersteuning bij de zoektocht naar alternatieven. Ze leren graag van elkaar. Een aantal grote besturen heeft een
Amsterdamse
projectleider aangesteld die hun scholen hierin begeleidt. Vanuit de projectgroep ‘omgaan met langdurig tekort’ loopt een initiatief waarbij schoolleiders en leraren rondom dit thema in gesprek gaan met elkaar. Ook is er een wens vanuit anders bevoegden die nu voor de klas staan om zich verder te bekwamen. We onderzoeken gezamenlijk wat hierin mogelijk en wenselijk is. Onder andere met het platform Andersom.Amsterdam. We doen dit ook met het oog op potentiële instroom van nieuwe leraren vanuit deze beroepsgroep. We helpen scholen om op een duurzame manier om te kunnen gaan met de tekorten. De tekorten zelf verdelen we zo goed mogelijk over de stad.
28
Lerarenagenda
Wat gaan we doen? De werkgroep omgaan met langdurig tekort ontvangt een hernieuwde opdracht. Zij zijn verantwoordelijk voor onderstaande doelstellingen: • Alle scholen met een ondersteuningsvraag in relatie tot lerarentekort worden ondersteund door de projectgroep omgaan met langdurig tekort. • De projectgroep gaat met ten minste 30 scholen in gesprek om maatwerkadviezen te geven en ondersteuning te bieden. Ook wordt gekeken naar wat scholen/besturen onderling kunnen doen om elkaar te helpen bij het omgaan met langdurige tekorten. • De projectgroep blijft het leren van elkaar en de stedelijke samenwerking aanjagen door bijeenkomsten
Leraar primair onderwijs
‘Het slim organiseren lijkt me heel goed om meer ruimte, flexibiliteit te bieden. Van schooltijden tot deels thuiswerken.’
Amsterdamse
29
te organiseren voor leraren, schoolleiders, bestuurders en hr-medewerkers. Zij zullen jaarlijks minimaal zes bijeenkomsten faciliteren. • Er wordt een denktank omgaan met het lerarentekort opgezet. Deze denktank met brede vertegenwoordiging uit het onderwijsveld komt zes keer per jaar bijeen om gevraagd en ongevraagd advies te geven in hoe om te gaan met het lerarentekort. Zij krijgen als opdracht om na 1 jaar een advies te formuleren richting Amsterdamse scholen. Daarbij worden verschillende scenario’s uitgewerkt hoe effectief om te gaan met het lerarentekort. In dit advies en in de verschillende scenario’s wordt rekening gehouden met verschillende oplossingen die passen bij verschillende tekort-situaties. • Er wordt een onderzoek gestart naar welke interventies in relatie tot het omgaan met het lerarentekort een positief effect hebben op de onderwijskwaliteit, de aantrekkelijkheid van het vak en kansengelijkheid. Voor dit onderzoek wordt samengewerkt met onderzoekers van Kenniscentra en het lectoraat Leren & Innoveren van de Hogeschool van Amsterdam, de werkplaatsen onderwijsonderzoek po en vo/mbo (WOA) en het Onderwijskennis Netwerk Amsterdam (ONA). De denktank omgaan met het lerarentekort treedt op als klankbordgroep voor dit onderzoek. • Jaarlijks worden 30 externe professionals peda gogisch didactisch getraind door Amsterdamse kennisinstellingen.
Lerarenagenda
Schoolleider voortgezet onderwijs
succesvol te laten zijn? Dit leidt idealiter tot een kwaliteits kader dat we samen met praktijkvoorbeelden met de scholen kunnen delen (kennisdeling). Vervolgens zal een aantal scholen dat zich hierin wil ontwikkelen, geselecteerd worden voor een pilot Kleurrijk Organiseren. De ambitie is om een driejarige pilot te starten van schooljaar 2024-2025 tot en met 2026-2027.
‘Schoolbesturen moeten meer ruimte krijgen om het onderwijs slim te organiseren.’
7.3 Stedelijke afspraken Er worden gezamenlijke afspraken gemaakt met besturen over: • Welke scholen deelnemen aan het slim organiseren in het primair en voortgezet onderwijs, gericht op het bieden van goed onderwijs voor elk kind. • Op welke wijze de onderwijskwaliteit zo goed mogelijk behouden blijft. • Organisatie van een stedelijk netwerk van scholen om kennis te delen over slim organiseren. • Scholen ondersteunen elkaar bij een betere spreiding van het lerarentekort over de stad. • Voor het primair onderwijs betekent dit: – Ieder bestuur dat meer dan het gemiddeld aantal leraren in Amsterdam in dienst heeft, het schooljaar erna zorgt voor een afname. – Elk bestuur leidt naar draagkracht extra zij-instromers op voor de stad. – De regelingen worden komend schooljaar geëvalueerd. Op basis van de uitkomsten worden de maatregelen in de huidige vorm voortgezet of verbeterd om de solidariteit verder vorm te geven. In het voortgezet onderwijs ondersteunen school besturen elkaar onder andere door de academie van een schoolbestuur open te stellen voor leraren van andere schoolbesturen. • Schoolbesturen nemen leraren in principe in vaste dienst. • We hanteren stedelijk een maximumprijs voor de inhuur van externe onderwijsprofessionals. • Het voortzetten van het sluiten van kleine scholen in het primair onderwijs.
Besturen kijken extra kritisch naar de duurzame levensvatbaarheid van kleine scholen in Amsterdam in de context van het lerarentekort. Veel van de kleine scholen staan in groeiende wijken en daar is het perspectief helder. Dat geldt echter niet voor alle scholen. Schoolbesturen zorgen er samen voor dat zij alle energie steken in sterke scholen met een gezonde omvang. • De ervaringen van de pilot ‘Het Potentieel Pakken’ worden actief gedeeld met Amsterdamse schoolleiders. Zo kunnen de concrete ideeën en ontwikkelde materialen in de gesprekkencyclus tussen schoolleider en leraar worden benut, om verdere urenuitbreiding te realiseren.32
7.2 Omgaan met langdurige tekorten in het voortgezet onderwijs Ook in het Amsterdamse voortgezet onderwijs is er een tekort aan leraren van 6,9%.31 Er zijn daarbij grote verschillen te zien bij de verschillende vakken, het onderwijsniveau en het type leraar (1e of 2de graads). We zien bijvoorbeeld dat jongeren in het vmbo-k meer kans hebben op een onbevoegde leraar voor de klas. Ook in het voortgezet onderwijs blijft ons uitgangspunt: voldoende bevoegde leraren voor de klas. In de tussentijd moeten we de scholen en de huidige bevoegde leraren zo goed mogelijk ondersteunen om te voorkomen dat het tekort de onderwijskwaliteit vermindert. De maatregel Kleurrijk Organiseren moet in deze ondersteuning voorzien. Een kernconcept van deze maatregel is taakdifferentiatie. De docent is niet verantwoordelijk voor alle aspecten van het lesgeven, maar doet dit samen met collega’s. Deze collega’s kunnen bevoegde leraren, onderwijsassistenten, leraren in opleiding, studenten of hybride leraren zijn. Het uitgangspunt is dat ze samen volledig bekwaam en bevoegd zijn om alle rollen en taken te kunnen uitvoeren. Zo verzorgt een bevoegde vakdocent samen met een aantal onderwijsassistenten het vakonderwijs. Hierbij neemt de docent de onderwijsontwikkeling en het coachen en begeleiden van de assistenten voor zijn rekening.
Dit is mogelijk, omdat assistenten de leerlingen begeleiden en opdrachten en huiswerk van feedback voorzien (nakijken). Op deze manier kan de leraar samen met de assistenten meer leerlingen instructie en begeleiding bieden. Daarnaast onderzoeken we de mogelijkheden voor bovenschools en bovenbestuurlijk lesgeven, zodat leraren (tijdelijk) ook les kunnen geven op een school met een hoog lerarentekort. Wat gaan we doen? De kwaliteit van onderwijs voor alle Amsterdamse leerlingen staat voorop. Daarom starten we met een gedegen inventarisatie: Wat is er uit de wetenschap en praktijk bekend? Welke aspecten in de wijze van organiseren zijn noodzakelijk? Wat is de behoefte op de scholen? En wat is er nodig om Kleurrijk Organiseren
Amsterdamse
30
Lerarenagenda
8 Actielijn 4: Extra voorzieningen voor het Amsterdamse onderwijs Amsterdam is een unieke stad om in te werken. In de gesprekken met leraren ter voorbereiding op deze agenda kwam dit met nadruk aan de orde. Werken in het Amsterdamse onderwijs betekent een extra uitdaging door de diverse leerlingpopulatie. Maar dat biedt juist ook extra werkplezier en voldoening en maakt het werken in Amsterdam zo mooi.
D
ankzij een groot en divers aanbod aan voor zieningen en mogelijkheden voor vrijetijds besteding is Amsterdam volgens leraren een aantrekkelijke stad om in te wonen en te verblijven.
Wat gaan we doen? • We nemen alle drempels weg voor onderwijs professionals om in Amsterdam te werken, door in te zetten op mobiliteit, zoals zorgen voor voldoende en kosteloze parkeerplekken. • Investering van € 1.800.000 per jaar in extra reiskostenvergoeding bovenop de CAO, gedragen door werkgevers en de gemeente. • Een servicecentrum waar onderwijsprofessionals terechtkunnen voor alle vragen over parkeren en wonen en voor hulp bij het aanvragen. • We zetten in op woningen voor leraren door: – het verhogen van het aantal sociale en middel dure huurwoningen dat via de voorrangsregeling aan leraren wordt aangeboden van 40 naar tenminste 60 per jaar. – bij de onderhandelingen met de corporaties over de voorrangsregeling in te zetten op jaarlijks extra sociale en middeldure huurwoningen, waarvan één derde aan leraren aangeboden kan worden. – 100 huurwoningen in drie nog op te leveren nieuwbouwprojecten te reserveren voor leraren. – het aan leraren aanbieden van tientallen flex woningen die voor 10-15 jaar beschikbaar zijn. – het verkennen van en waar mogelijk invoeren van nieuwe woonmaatregelen.
Helaas kent Amsterdam ook uitdagingen die het leraren tekort niet ten goede komen. Het ontbreekt aan voldoende betaalbare en passende woningen. Middeninkomens en belangrijke maatschappelijke beroepsgroepen zoals leraren kunnen daardoor geen passende woning in de stad vinden. Dit heeft als gevolg dat leraren de stad en soms ook het Amsterdamse onderwijs noodgedwongen verlaten. Ongeveer 40% van onze leraren reist dagelijks voor hun werk naar Amsterdam.33 Dit woon-werkverkeer kost hen extra tijd en geld. Ook dit kan een reden zijn om het Amsterdamse onderwijs te verlaten , omdat er vanwege het landelijke tekort aan leraren ook buiten de stad voldoende werkgelegenheid is. We zetten ons daarom tot het uiterste in om te voorkomen dat een tekort aan woningen, te hoge reiskosten of onvoldoende flexibiliteit in woon-werkverkeer een reden is om niet in Amsterdam te komen of te blijven werken.34 Daarom zorgen we voor een aanvullende vergoeding van de reiskosten en voldoende parkeervergunningen voor scholen. Daarnaast continueren en verbeteren we de voorrangsregeling voor huurwoningen en spannen we ons in om doorbraken te forceren bij het vergroten van de toegang voor leraren tot passende en betaalbare woningen. Het bouwen van meer woningen kost tijd en daarom zoeken we naar slimme maatregelen die op korte termijn resultaat opleveren.
Hiervoor gaan we binnen de gemeente Amsterdam nauwer samenwerken met collega’s en partijen
Amsterdamse
die expertise hebben op thema’s als het aanbesteden van grond en het ontwikkelen en toewijzen van woningen.
31
Lerarenagenda
Deze randvoorwaarden zijn niet altijd doorslaggevend bij de keuze voor werken in het Amsterdamse onderwijs.35 Toch nemen wij graag de uitdaging aan om zoveel mogelijk drempels weg te nemen. Amsterdam moet een aantrekkelijke stad zijn en blijven voor leraren.
Het aandeel Amsterdamse leraren dat in de stad woont, is tussen schooljaar 2016/’17 en 2020/’21 stabiel gebleven. In het basisonderwijs en voortgezet onderwijs wonen zes op de tien leraren in de stad (respectievelijk 60% en 57%). Van de leraren in het speciaal onderwijs geldt dit voor iets minder dan de helft. Ongeveer 3.900 leraren uit het Amsterdamse basis, - speciaal, - en voortgezet onderwijs (42%) wonen buiten Amsterdam. De meeste van hen wonen in Zaanstad, Almere, Amstelveen en Haarlem. Daarnaast zijn Haarlemmermeer en Purmerend populaire woongemeentes. Buiten de metropoolregio Amsterdam woont relatief veel onderwijspersoneel in Alkmaar en Utrecht.37
8.1 Woningen voor leraren De situatie op de Amsterdamse woningmarkt is krap en urgent. Er zijn te weinig woningen beschikbaar en er wordt onvoldoende gebouwd. Woningen zijn voor leraren vaak te duur of sluiten niet aan bij hun woonbehoefte. Leraren concurreren om dezelfde schaarse woningen met investeerders en de rest van de particuliere woningen zoekenden, waaronder andere maatschappelijke beroeps groepen en urgentiegroepen. De gemeente Amsterdam zet zich intensief in om doorbraken te forceren voor het vergroten van toegang voor leraren tot betaalbare en passende bestaande en nog te bouwen woningen.
waarvan ook één derde aan leraren aangeboden kan worden. De woningen worden zoveel mogelijk toegekend aan leraren op basisscholen met de meeste doelgroep leerlingen. We bekijken de mogelijkheid om vanaf 2024 ook extra voorrang te geven aan leraren in het speciaal onderwijs. Hiermee zetten we gericht in op de bestrijding van de ongelijke verdeling van het lerarentekort. We focussen ons op de scholen waar de tekorten het grootst zijn en een bevoegde leraar het hardst nodig is.36
Meer sociale en middeldure huurwoningen voor leraren via de voorrangsregeling De gemeente Amsterdam biedt voorrang aan leraren en aan zorg- en politiepersoneel op sociale en middeldure huurwoningen. In 2022 werden aan deze doelgroepen ongeveer 200 woningen toegekend. Met de invoering van het sectorquotum kan vanaf 2023 één derde van de via deze regeling beschikbare woningen aan leraren aangeboden worden. Hierdoor kan het aantal jaarlijks toegewezen woningen toenemen van rond de 40 naar tenminste 60. Dit aantal kan nog verder toenemen, omdat we bij de onderhandelingen met de woningcorporaties inzetten op het jaarlijks aanbieden van extra huurwoningen,
Amsterdamse
Voor leraren gereserveerde woningen in nieuwbouwprojecten We maken afspraken om in nieuwbouwprojecten huur woningen te reserveren voor leraren. Momenteel zijn in drie nog te realiseren projecten al ongeveer 300 huurwoningen
32
Lerarenagenda
Leraar primair onderwijs
gereserveerd voor leraren en zorg- en politiepersoneel. Deze worden aangeboden via de voorrangsregeling voor huurwoningen. Gebaseerd op het sectorquotum kan één derde (ongeveer 100 woningen) aan leraren worden toe gewezen.
Denk je dat je over vijf jaar nog in Amsterdam werkt? ‘Ik hoop het wel, ik wil
Flexwoningen Vanwege de druk op de woningmarkt heeft Amsterdam het voornemen om 2.500 tot 3.000 flexwoningen in de stad te bouwen. De eerste woningen worden eind 2023 of begin 2024 opgeleverd. Deze woningen blijven ten minste tien jaar staan. De grootte van de woningen varieert van een studio tot een woning met twee slaapkamers. De woningen zijn vooral bedoeld voor statushouders, jongeren en reguliere woningzoekenden. Per complex zal ook een aantal woningen gereserveerd worden voor maatschappelijke beroepsgroepen. Dit betekent dat in totaal enkele tientallen woningen aan leraren toegewezen zullen worden.
het heel graag, maar dat is afhankelijk van de huizenmarkt.’ toe aan leraren van scholen met hoge tekorten. • Vergroten van het aantal aan leraren toe te wijzen woningen door woningen in nieuwbouwprojecten te reserveren voor leraren. • De samenwerking intensiveren met projectontwikkelaars die hun eigen voorrangsregeling voor beroepsgroepen hanteren. Voorrangswoningen kunnen we daarbij beter onder de aandacht brengen bij leraren en de voorwaarden voor huur of koop beter versoepelen. • De mogelijkheid onderzoeken voor een pilot met betaalbare koopwoningen voor leraren en/of andere maatschappelijke beroepsgroepen. Door bijvoorbeeld gebruik te maken van Koopstart. • De mogelijkheden verkennen voor het (ver)bouwen van scholen in combinatie met woningen, met als doel het vergroten van het aantal woningen voor leraren en het wegnemen van belemmeringen op het gebied van mobiliteit en parkeren. • Vergroten van aanbod door private partijen en ontwik kelaars met voor leraren gunstige huur, - of koop voorwaarden. • De veranderende wet- en regelgeving op het gebied van de huur- en koopmarkt optimaal inzetten ten behoeve van leraren. Waar mogelijk pilots starten om de maximale ruimte in de regelgeving te vinden. • De rol en mogelijkheden van werkgevers bij het huis vesten van personeel verkennen.
• De mogelijkheid verkennen of, hoe en door wie panden in de stad kunnen worden aangekocht voor bewoning door leraren. • Lobby richting het Rijk om meer mogelijkheden te creëren voor het bouwen van woningen voor leraren.
Wooncoöperatie Amsterdam biedt de mogelijkheid aan wooncoöperaties om deel te nemen aan tenders voor dertien zelfbouwkavels in de stad.37 De leden van deze wooncoöperaties, bijvoorbeeld een groep leraren, ontwerpen, bouwen, bewonen en beheren hun eigen woningen. Een groep leraren kan zichzelf organiseren en inschrijven voor deze tenders met een plan voor een ‘lerarencampus’. Helaas is de hypotheek die banken verstrekken aan wooncoöperaties en de eigen financiële inbreng van de leden in de praktijk vaak onvoldoende om de volledige investering van de woningen te bekostigen. Daarom kunnen wooncoöperaties voor het ontbrekende deel een beroep doen op het Leenfonds voor wooncoöperaties. Vanuit de Taskforce Lerarentekort stimuleren en ondersteunen wij het gebruik van deze mogelijkheid. De gemeente Amsterdam heeft daarbij, samen met de werkgevers, alle aandacht voor wat juridisch, financieel en organisatorisch kan en mag. Het aantal woningen dat wordt gebouwd, verschilt per kavel en het ingediende voorstel. Haalbaarheidsonderzoek andere initiatieven Naast bovenstaande acties start de gemeente Amsterdam een team om het aanbod van woningen voor leraren verder te vergroten. Dit is een team van deskundigen op het gebied van volkshuisvesting, nieuwbouw en onderwijs.
Gezamenlijk willen zij ideeën en andere mogelijke kansen uitwerken, op haalbaarheid toetsen en waar mogelijk omzetten in beleid. Daarbij is er oog voor resultaat zowel op de korte als de langere termijn. Het gaat onder andere om de volgende ideeën: • Evalueren en effectiever maken van bestaande voorrangsregeling huurwoningen met als doel het aantal aan leraren toe te kennen huurwoningen te maximaliseren en de acceptatie van woningen te vergroten. Deze woningen kennen we zoveel mogelijk
Amsterdamse
Ondanks de maatregelen om woningen te realiseren, kunnen en willen niet alle leraren die werkzaam zijn in het Amsterdamse onderwijs ook in Amsterdam wonen. Voor de leraren van buiten de stad zetten we daarom in op mobiliteit om de dagelijkse reis naar Amsterdam zo laagdrempelig mogelijk te maken.
33
Lerarenagenda
8.2 Mobilteit, zoals parkeerplekken voor
Leraar primair onderwijs
onderwijsprofessionals
‘Ik weet een oplossing: geef
Parkeervergunningen We blijven extra parkeervergunningen aanbieden aan de scholen. Gebrek aan voldoende parkeergelegenheid of het verdwijnen van (gratis) parkeerplekken mag geen obstakel vormen bij het werven en behouden van onderwijspersoneel. In het hardheidsbesluit op grond van de Parkeerverordening van 20 april 2021 zijn extra parkeervergunningen beschikbaar gesteld aan de onderwijssector. Dit heeft erin geresulteerd dat er in 2022 ongeveer 1000 parkeervergunningen zijn afgegeven aan scholen. Het college van burgemeester en wethouders heeft dit hardheidsbesluit verlengd tot 31 juli 2024. In de tussentijd wordt gewerkt aan een definitieve regeling voor onderwijspersoneel, zoals aangekondigd in het coalitieakkoord. Naast het beschikbaar stellen van de parkeervergunningen hebben we als afspraak dat schoolbesturen de vergunningen voor leraren betalen. Hiermee verlagen we de financiele drempel voor leraren die dagelijks voor hun werk naar Amsterdam reizen.
me een huis. Zorg dat de leraren hier willen blijven. Maak reizen gratis voor leraren. Doe dingen met parkeren.’
en directieleden die buiten de regio Amsterdam wonen. Ook de komende jaren wordt deze tegemoetkoming in de reiskosten voortgezet. Op die manier kunnen we een groot deel van de leraren tegemoet komen.
8.4 Servicecentrum Onderwijs en Zorg
Duurzame stad De stad staat naast het lerarentekort voor een andere enorme uitdaging: verduurzaming. Het college zet in op een autoluwe stad en het huidige parkeerbeleid voor leraren staat daar haaks op: het faciliteren van autoverkeer biedt geen duurzame oplossing. Daarom blijven we samen met de schoolbesturen ook inzetten op alternatieve vormen van mobiliteit. Een belangrijke maatregel hierbij is de vergoeding van reiskosten voor leraren, onderwijsondersteunend personeel en directie in het po, vo en vso. We stellen hierbij als voorwaarde dat schoolbesturen met hun personeelsleden het gesprek voeren over hun mobiliteitsbehoeften. Daarbij komen ook alternatieve en toekomstbestendige vormen van vervoer ter sprake. Reiskostenvergoeding kent naast een kilometervergoeding nog vele andere mogelijkheden zoals vergoeding van ov kosten of bijvoorbeeld een bijdrage aan een (elektrische) fiets. De komende jaren hopen we een transitie naar meer toekomstbestendige vervoersmogelijkheden te kunnen maken, passend bij de wensen en behoeften van de onderwijsprofessionals.
Bij het Servicecentrum kan onderwijspersoneel terecht voor alle informatie over regelingen gericht op vervoer, parkeren en wonen. Ook biedt het Servicecentrum ondersteuning bij aanvragen. Het doel is om onduidelijk heden te verhelderen en vragen snel te beantwoorden. En ook dat draagt bij aan ons doel om leraren voor de stad te behouden. Om tot een structurele voorziening te komen, is de pilot Servicecentrum Onderwijs en Zorg verlengd tot oktober 2023. Ook wordt onderzocht of het Servicecentrum zoals het nu is georganiseerd aan de wensen voldoet. Als dat niet het geval is, bekijken we of een andere oplossing of inrichting beter aansluit bij de huidige behoeften vanuit het onderwijs.
8.5 Griepprik voor onderwijspersoneel De gemeente biedt al het onderwijs, - of onderwijs ondersteunend personeel in het primair en voortgezet onderwijs een gratis griepprik aan. De griepprik verkleint de kans op griep, kan zorgen voor een minder zwaar ziekteverloop, of het verloop verkorten. Onderwijspersoneel behoort medisch gezien niet tot een zogenaamde risico groep, maar de te verwachten jaarlijkse griepgolf zorgt in tijden van het lerarentekort voor extra druk op de bezetting in school. Met het aanbieden van een griepprik hopen we de gevolgen van de griepgolf voor leraren en leerlingen te beperken.
8.3 Reiskostenvergoeding De gemeente stelt sinds 2017 subsidie beschikbaar aan schoolbesturen als aanvulling op de vanuit de cao vergoede reiskosten voor onderwijspersoneel. Schoolbesturen kunnen een tegemoetkoming in de reiskosten aanvragen voor het werven en behouden van leraren, onderwijsondersteunend personeel (oop)
Amsterdamse
34
Lerarenagenda
9 Monitoring en onderzoek
A
Bieden van inzicht Als Taskforce delen we informatie en inzichten met elkaar en met onderzoekers die de maatregelen evalueren. Dit betekent dat we ons eraan commiteren dat alle scholen deelnemen aan de jaarlijkse tekortmeting door Centerdata en dat onderwijspersoneel en werkgevers beschikbaar zijn voor evaluaties en onderzoeken.
lle maatregelen uit de Lerarenagenda zijn voortgekomen uit de wensen en ervaringen van Amsterdamse leraren en schoolleiders. Ook zijn de maatregelen getoetst en vormgegeven vanuit wetenschappelijke inzichten over wat werkt/wat niet werkt. Vanaf nu willen we blijvend evalueren of de maatregelen het resultaat boeken dat we voor ogen hebbben: leidt bijvoorbeeld de inzet op zij-instroom daadwerkelijk tot betere begeleiding van zij-instromers en lagere uitval? En als dat niet het geval is: hoe komt dit, en wat is ervoor nodig om dit te verbeteren?
Aanvullend delen we gegevens die bijvoorbeeld inzicht bieden in: • Hoe we een maatregel het best kunnen vormgeven. • Hoe we op basis van de actuele situatie van de personeelstekorten de juiste keuzes kunnen maken om zo gericht mogelijk maatregelen te kunnen inzetten. • Welk effect een maatregel heeft en hoe we deze verder kunnen verbeteren.
Doorlopend evalueren de maatregelen Iedere maatregel wordt doorlopend geevalueerd op doelmatigheid en doeltreffendheid. Hierbij bekijken we per maatregel welke vorm van evaluatie past en welke partij dit doet. Hierbij maken we gebruik van onder andere de Amsterdamse kennisinstellingen, zoals het lectoraat Leren&Innoveren van de Hogeschool van Amsterdam, werkplaatsen onderwijsonderzoek po, en vo/mbo, het onderzoeksbureau van de gemeente Onderzoek & Statistiek en het Onderwijskennis Netwerk Amsterdam (ONA).
Amsterdamse
35
Lerarenagenda
10 Lobby Er wordt veel geïnvesteerd, tegelijkertijd missen we nog een lange termijn plan en visie om het lerarentekort terug te dringen. Wij hebben hier wel ideeën bij.
A
ls stad doen we gezamenlijkwat binnen ons bereik ligt. Tegelijk kunnen wij maar een deel van de oplossing bieden. Het lerarentekort vraagt om herziening van landelijk beleid. Het Rijk is in veel gevallen doorslaggevend en daarom is Amsterdam blijvend in overleg met het ministerie van OCW over de personeelstekorten in het onderwijs. Het kabinet heeft de afgelopen jaren ook veel geìnvesteerd om het lerarentekort terug te dringen, tegelijkertijd missen we een lange termijn plan met structurele inzet van middelen. Daarom onderstaand zeven lobbypunten waar we als Amsterdam de komende periode op in gaan zetten.
We voeren actief lobby op: • Het structureel maken van de toelage op salaris vanaf schooljaar 2024-2025, met uitbreiding naar onderwijsondersteunend personeel. • De overstap naar het onderwijs voor zij-instromers aantrekkelijker maken door te zorgen voor financiële overbrugging bij aanvang van het zij-instroomtraject of van werkervaringstraject naar de start van het zib-traject. • Blijvende inzet op zij-instromers door het structureel maken van de Noodplan primair onderwijsmiddelen voor zij-instromers van 3 miljoen per jaar voor onder andere begeleiding. • Verlichting van de werkdruk van leraren: stel structurele middelen beschikbaar om voldoende ondersteunend personeel te kunnen aantrekken • Meer maatwerk bieden door middel van eenjarige lerarenopleidingen beroepsonderwijs. En door onderwijsondersteuners maatwerktrajecten te bieden om een lesbevoegdheid te halen. • Financiële obstakels voor studenten van leraren opleidingen wegnemen. • Structurele middelen voor het opleiden van statushouders.
(Amsterdamse) arbeidsmarkttoelage Wat betreft de arbeidsmarkttoelage in het onderwijs is het goed om onderscheid te maken tussen de twee toelages die we in Amsterdam kennen: 1. Sinds schooljaar 2020-2021 krijgt iedere bevoegde Amsterdamse leraar in het basisonderwijs, speciaal basisonderwijs (SBO) en het speciaal onderwijs (SO) een toelage. Hoe hoog deze toelage is, verschilt per leraar en is afhankelijk van het schoolgewicht van de school waarop de leraar werkzaam is. Leraren werkzaam op scholen waar de leerlingpopulatie een grotere kans heeft op een onderwijsachterstand ontvangen meer dan scholen waar dit mindere het geval is. Deze toeslag wordt bekostigd vanuit middelen beschikbaar gesteld voor het Noodplan Lerarentekort. Vijf steden waar de gevolgen van het lerarentekort het grootst zijn, ontvangen vanuit het Rijk budget om de aanpak van deze tekorten te intensiveren.38
Amsterdamse
In Amsterdam is ervoor gekozen om deze middelen grotendeels te gebruiken voor de toelage, waarmee de middelen direct toekomen aan hen die erkenning verdienen: de leraren. Daarnaast willen we de tekorten
36
Lerarenagenda
Leraar primair onderwijs
gelijkmatiger spreiden over de verschillende scholen in de stad. De tekorten zijn groter op de scholen met een zwaar schoolgewicht. De hogere toelage op deze scholen wil leraren motiveren om op deze scholen te komen werken. Het werk op deze scholen is meestal uitdagender, waardoor een hogere beloning op zijn plaats is. De middelen voor het Noodplan Lerarentekort, en daarmee de Amsterdamse toelage, worden tot en met schooljaar 2023-2024 beschikbaar gesteld. Helaas is deze toelage alleen beschikbaar voor bevoegde leraren. Wij hebben de wens om deze ook te kunnen bieden aan het speciaal onderwijs, aan onderwijsondersteuners, aan de intern begeleiders en aan schoolleiders. 2. Sinds schooljaar 2021-2022 is er naast een Amster damse toelage ook een landelijke arbeidsmarkttoelage vanuit het Rijk beschikbaar gesteld. Deze is bedoeld voor onderwijsprofessionals werkzaam in het primair onderwijs op scholen met een zwaar schoolgewicht. Dit gaat landelijk om ongeveer 15% van alle school vestigingen. Niet alleen leraren, maar ook onderwijs assistenten, schoolleiders en ander onderwijspersoneel ontvangen minimaal 5% en gemiddeld 8% extra. Bekostiging ging de afgelopen jaren vanuit de NPO gelden, bedoeld als stimulans om de achterstanden opgelopen door de Coronacrisis weg te werken.
In de kamerbrief van minister Wiersma39 is aangekondigd dat de regeling vanaf 2024 structureel wordt gemaakt op basis van het onderwijsakkoord. De huidige regeling wordt verlengd tot eind 2023. Hoe de structurele bekostiging er concreet uit komt te zien, moet uiterlijk eind 2023 duidelijk zijn.
‘De werkdruk is niet zo zeer alleen door de hoeveelheid taken zo hoog, maar vooral door de bijkomende stress door randoorzaken.’
Lobbypunt 1: Structureel maken van de toelage op salaris vanaf schooljaar 2024-2025, met uitbreiding naar speciaal onderwijs, onderwijsondersteunend personeel en schoolleiders. Zij-instroom In het eerder benoemde Noodplan Lerarentekort hebben de schoolbesturen in het primair onderwijs en de gemeente Amsterdam afgesproken dat toekomstige leraren in gezamenlijkheid worden opgeleid voor de stad. Het integrale zij-instroomtraject is daar een uitwerking van. Scholen waar veel ruimte is voor begeleiding, leiden zijinstromers op voor scholen die deze begeleiding door het lerarentekort niet kunnen bieden. Om alle zij-instromers helder en eenduidig te kunnen informeren, is 1Loket opgezet: een plek waar alle kennis en ervaring van de stad op het gebied van zij-instroom is samengebracht. Er wordt continu gewerkt aan verbetering van het traject om de overstap van een ander beroep naar het onderwijs zo soepel mogelijk te maken. Hiermee investeert Amsterdam in leraren voor de toekomst. Bekostiging van het traject komt grotendeels uit middelen beschikbaar gesteld voor het Noodplan Lerarentekort dat afloopt in schooljaar 2023-2024.
De komende periode wordt via lobby richting het Rijk ingezet op verlenging en uitbreiding van de beschikbaar gestelde middelen voor het Noodplan Lerarentekort - en daarmee bekostiging van de Amsterdamse toelage. Een belangrijk uitgangspunt van de aanpak is om niet alleen de tekorten terug te dringen, maar ook om ze gelijker te verdelen over de stad. Deze toelage heeft daar invloed op. We vinden het belangrijk dat de toelage van kracht blijft, omdat het erkenning betekent voor de Amsterdamse leraren. Niet alleen brengt het werken in Amsterdam extra uitdagingen met zich mee (denk aan de superdiversiteit), het leven in Amsterdam is op alle vlakken duurder dan daarbuiten. Naast verlenging is ook uitbreiding van voorwaarden en middelen belangrijk. Naast de bevoegde leraar speelt ook het ondersteunend personeel een onmisbare rol in de school, zeker in tijden van tekorten.
Amsterdamse
De afgelopen periode zijn er in Amsterdam gemiddeld 120 zij-instromers per jaar opgeleid voor het primair onderwijs. Zij-instromers zijn inmiddels onmisbaar geworden bij het bestrijden van het lerarentekort. Mede door het lerarentekort is er veel interesse voor het vak bij mensen die graag een maatschappelijke bijdrage willen leveren. Daarom is het belangrijk om alle mogelijke obstakels weg te nemen. Kosten voor het volgen van dit traject worden vergoed via een tegemoetkoming vanuit het Rijk voor de zij-instromer zelf en door een subsidie aan de opleidingsschool. Sinds de invoering van het stedelijk zij-instroomplan zijn alle kosten voor het traject
37
Lerarenagenda
Leraar voortgezet onderwijs
Lobbypunt 2: De overstap naar het onderwijs voor zijinstromers aantrekkelijker maken door te zorgen voor financiële overbrugging. Zowel bij aanvang van het zij-instroomtraject als bij het werkervaringstraject tot de start van het zib-traject
‘Vaak zit het niet in de lesuren wat de werkdruk ervaring hoger maakt, maar
Lobbypunt 3: Blijvende inzet op zij-instromers door het structureel maken van de middelen voor zijinstromers vanuit het Noodplan primair onderwijs van 3 miljoen per jaar voor onder andere begeleiding
in alles wat er om de lesuren heen zit; dat aanpakken.’
Verlaging van de werkdruk Het ziekteverzuim onder leraren is hoog. Veel leraren zitten thuis met burn-outklachten en een deel verlaat het onderwijs vanwege een te hoog ervaren werkdruk. Leraren in het primair onderwijs werken vaak meer dan hun contracturen, ervaren een hoge werkdruk en vinden hun werk vaak emotioneel belastend.40
gedekt. Dit is van groot belang, maar desondanks krijgt een zij-instromer vaak tijdens de orientatiefase te maken met verlies aan inkomsten. Tijdens het voor- en werkervaringstraject worden de inkomsten van een zijinstromer gemiddeld genomen meer dan gehalveerd. Voor sommige potentiële zij-instromers is dit een reden om niet met het traject te starten. Daarnaast zijn er zij-instromers waar sprake is van vakdeficiënties. Zij moeten voorafgaand aan een zij-instroomtraject deze deficiënties weg zien te werken, maar hebben dan te maken met inkomensterugval en extra opleidingskosten. Een verlenging van de zijinstroomsubsidie is nodig om deze pre-fase voorafgaand aan het zij-instroomtraject te kunnen financieren voor deze groep deelnemers. Om zij-instromers succesvol te blijven aantrekken en daarmee de instroom van toekomstige leraren te vergroten, is het noodzakelijk de financiële middelen voor uitvoering van dit traject te verlengen en uit te breiden. Daar maken wij ons als Amsterdam hard voor.
Amsterdamse
De hoge werkdruk wordt versterkt door het lerarentekort en andersom is het lerarentekort deels het gevolg van de hoge werkdruk. Daarmee ontstaat een neerwaartse spiraal: het beroep wordt minder aantrekkelijk en de tekorten lopen verder op. Leraren geven aan dat zij door een hoge werkdruk niet altijd toekomen aan kerntaken als het voorbereiden van lessen of het kunnen bieden van persoonlijke aandacht. Dit terwijl de omgang met kinderen en jongeren vaak als het leukste onderdeel van het vak wordt gezien.
38
Lerarenagenda
Lobbypunt 6: Financiële obstakels voor studenten, onderwijsondersteuners en zij-instromers aan lerarenopleidingen wegnemen Om het volgen van een lerarenopleiding aantrekkelijk te maken, moeten financiële obstakels/drempels zo laag mogelijk zijn. Nu geldt bijvoorbeeld voor studenten die al een onderwijsgerelateerde bachelor of master hebben gedaan, dat zij het instellingscollegegeld moeten betalen. Andere overwegingen zouden kunnen zijn om het collegegeld voor reguliere studenten te verlagen of volledig te vergoeden. Mogelijkheden hiertoe moeten worden onderzocht.
Om leraren in staat te stellen goed onderwijs te verzorgen en de werkdruk te verlagen, is het aanbieden van extra handen in en om de klas noodzakelijk. Om dit te realiseren is er vanuit het Rijk geld nodig om deze personele inzet te bekostigen. Zonder extra middelen blijft de werkdruk van leraren hoog en zal het effect hebben op de uitstroom van leraren en het imago van het vak. Daarom is het vierde lobbypunt van Amsterdam gericht op structurele inzet van middelen om de werkdruk te verlagen. Lobbypunt 4: Verlichting van de werkdruk van leraren: stel structurele middelen beschikbaar om voldoende ondersteunend personeel te kunnen aantrekken
Lobbypunt 7: Structurele middelen voor het opleiden van statushouders Het doel van het oriëntatietraject voor statushouders met een onderwijsachtergrond in een bètavak is deelnemers voor te bereiden op een vervolgstap in het Amsterdamse onderwijs, zodat zij in Nederland terug kunnen keren in hun beroep. Tijdens dit oriëntatietraject lopen deelnemers twee dagen per week stage op een vo-school en krijgen zij verschillende lessen, zoals Nederlands als tweede taal (NT2), vaktaal en vakdidactiek. Ook leren zij hoe het Nederlands onderwijssysteem in elkaar steekt. Het orientatietraject biedt deelnemers een mogelijk toekomstperspectief in het onderwijs en kan een positieve bijdrage leveren aan het lerarentekort in een tekortvak. Voor het kunnen continueren van dit oriëntatietraject is het noodzakelijk dit binnen de bestaande kwaliteitskaders van de tweedegraads lerarenopleidingen te organiseren en zorg te dragen voor structurele financiering. Het verzoek aan OCW is daarom voor dit traject eenzelfde subsidie per deelnemer toe te kennen als voor zij-instromers.
Lobbypunt 5: Meer maatwerk bieden door middel van eenjarige lerarenopleidingen beroepsonderwijs. En door onderwijsondersteuners maatwerktrajecten te bieden om een lesbevoegdheid te halen. Momenteel ervaren lerarenopleidingen weinig mogelijk heden binnen de huidige wetgeving om maatwerk te kunnen bieden aan potentiele leraren. De leraren opleidingen voor beroepsgerichte vakken zijn zo breed dat iemand met een afgeronde bacheloropleiding zich eerst vakinhoudelijk moet verbreden om een onderwijs bevoegdheid te kunnen behalen. Dat niet nodig voor de vakken die zij gaan geven op het (v)mbo. Daarom is de wens een eenjarige lerarenopleiding beroepsonderwijs (v) mbo te kunnen starten, passend bij een eerder behaalde vakbachelor,waarmee sneller een bevoegdheid als vakdocent in deze sector behaald kan worden.
Amsterdamse
39
Lerarenagenda
11 Financiële paragraaf In onderstaande paragraaf wordt de bijdrage van de gemeente weer gegeven. Daarbij zijn we uitgegaan van een jaarlijkse bijdrage vanuit het ministerie van OCW van 1 miljoen. Voor 2023 is deze bijdrage toegezegd. In de rechterkolom wordt de bijdrage weergegeven vanuit schoolbesturen en lerarenopleidingen. Maatregel of Afspraak
schooljaar 2023-2024
schooljaar 2024-2025
schooljaar 2025-2026
schooljaar 2026-2027
Bijdrage vanuit schoolbesturen en opleidingen:
Actielijn 1: verhoog instroom en behoud onderwijsprofessionals De bekwame zij-instromer po (voortraject en begeleiding)
€ 1.200.000
€ 1.200.000
€ 1.200.000
€ 1.200.000
Cofinanciering vanuit po (500.000) en OCW (3 miljoen) per jaar.
De bekwame zij-instromer vo (loket en begeleiding)
€ 255.000 (opzetten vo loket en start begeleiding zijinstromers)
€ 595.000 (50 uur extra coaching per zij-instromer & vo loket, pilot pre fase zib-traject)
€ 700.000
€ 700.000
Cofinanciering vanuit vo en OCW subsidie (1,3 miljoen) en opleidingen (in-kind).
Maatwerktrajecten voor onderwijsondersteuners
Bekostiging in-kind door opleidingen en schoolbesturen po.
Statushouders voor de klas
€ 70.000
€ 70.000
€ 70.000
€ 70.000
Certificering statushouders met lesbevoegdheid in land van herkomst
€ 70.000
€ 70.000
€ 70.000
€ 70.000
Samen opleiden 2.0
Communicatie aanpak Waaronder: Leraar voor een dag Werving social media Helpdesk lievervoordeklas Onderwijsgala
Bekostiging vanuit het ministerie van OCW à € 10.000 per deelnemer.
Wordt bekostigd door subsidie OCW aan besturen. Overige bekostiging door opleidingsscholen (€ 800.000) € 500.000
Werkplaats onderwijsonderzoek po
€ 500.000
€ 470.000
€ 470.000
€ 125.000
€ 125.000
€ 125.000
Werkplaats onderwijsonderzoek vo/mbo
€ 125.000
€ 125.000
€ 125.000
€ 125.000
HR en schoolleidersnetwerk
€ 80.000
€ 80.000
€ 80.000
€ 80.000
Stedelijke afspraken
In 23-24 nog financiering vanuit andere middelen.
Bekostiging door besturen en opleidingen.
Amsterdamse
40 Lerarenagenda
Maatregel of Afspraak
schooljaar 2023-2024
schooljaar 2024-2025
schooljaar 2025-2026
schooljaar 2026-2027
€ 1.500.000
€ 1.500.000
€ 1.500.000
Bijdrage vanuit schoolbesturen en opleidingen:
Actielijn 2: meer sterke schoolleiders De sterke schoolleider in het speciaal en primair onderwijs
€ 2.000.000
Stedelijke afspraken
Bekostiging door besturen.
Actielijn 3: omgaan met langdurig tekort Omgaan met langdurig tekort primair onderwijs
€ 150.000
€ 150.000
€ 150.000
€ 150.000
Schoolbesturen PO: € 30.600 per jaar.
Omgaan met langdurig tekort voortgezet onderwijs
€ 150.000
€ 150.000
€ 150.000
€ 150.000
Kosten voor de professionalisering van zittende leraren, leidinggevenden en hrprofessionals voor slim organiseren worden bekostigd door besturen.
Stedelijke afspraken
Bekostiging door besturen.
Actielijn 4: extra voorzieningen in het Amsterdamse onderwijs Voorrang op sociale- en middeldure huurwoningen
Inzet van medewerkers
Inzet van medewerkers
Inzet van medewerkers
Inzet van medewerkers
Haalbaarheidsonderzoek andere woon initiatieven
150.000 en inzet van medewerkers
150.000 en inzet van medewerkers
150.000 en inzet van medewerkers
150.000 en inzet van medewerkers
Mobiliteit, zoals parkeerplekken
Inzet van medewerkers
Inzet van medewerkers
Inzet van medewerkers
Inzet van medewerkers
Schoolbesturen bekostigen parkeervergunningen.
Reiskostenvergoeding
€ 900.000
€ 900.000
€ 900.000
€ 900.000
Cofinanciering met de schoolbesturen po en vo.
Maatregel 5: Servicecentrum Onderwijs en Zorg
€ 40.000
€ 75.000
€ 75.000
€ 75.000
Griepprik voor onderwijspersoneel
€ 10.000
€ 10.000
€ 10.000
€ 10.000
Monitoring effectiviteit
€ 200.000
€ 200.000
€ 150.000
€ 150.000
Betrekken onderwijsprofessionals
€ 100.000
€ 100.000
€ 75.000
€ 75.000
Benodigd budget
€ 6 miljoen
€ 6 miljoen
€ 6 miljoen
€ 6 miljoen
Amsterdamse
41
Lerarenagenda
€ 24 miljoen
12 Literatuurlijst Onderwijsraad (2018). Een ander perspectief op professionele ruimte in het onderwijs. Den Haag, Nederland.
CAOP: Van der Aa, R. et al (2017). Met een bik op het verleden. Den Haag, Nederland. Dekker, M. et al. (2021). Uitval van beginnende leraren. Pedagogische studiën. 2021 (98) 153-175
Onderwijsraad (2018). Een krachtige rol voor schoolleiders. Den Haag, Nederland.
Huat See, B, et al (2020) What works in attracting and retaining teachers in challenging schools and areas? Oxford Review of Education, 46:6, 678-697, DOI: 10.1080/03054985.2020.1775566
Onderwijsraad (2018). Ruim baan voor leraren. Een perspectief op het leraarschap. Den Haag, Nederland. Onderwijsraad (2021). Tijd voor focus. Den Haag, Nederland.
Jonk, A. (2021). 3% regel lerarentekort. Amsterdam, Nederland: memo aan Breed Bestuurlijk Overleg (BBO)
Onderzoek en Statistiek: Ahamiane, S. et al. (2022). De Staat van het Amsterdamse Voortgezet Onderwijs 2022. Amsterdam, Nederland.
Kohnstamm Insitituut: Cohen, L. & Emmelot, Y. (2018) Succesvolle basisscholen aan het woord. 7 pijlers voor betere kansen. Amsterdam, Nederland: Onderzoek voor Informatie en Statistiek van de gemeente Amsterdam.
OSVO en CAOP: Hommen, R. (2022). Lerarenvraag VO Amsterdam. Strategische personeelsplanning 2022-2029. Den Haag, Nederland.
Oberon Onderzoek en Advies: Geus, de, W. (2020) Hoe werkt de keten? Onderzoek naar de Amsterdamse keten zij-instroom in het beroep. Utrecht, Nederland.
Regioplan: Berndsen, F.E.M. (2013). Inventarisatie initiatieven opleiden in school. Amsterdam, Nederland.
Onderwijsraad (2013) Leraar zijn. Meer oog voor persoonlijke professionaliteit. Den Haag, Nederland.
Amsterdamse
Regioplan: Haanstra-Veldhuis. V. (2022). Aanpak lerarentekort in het Amsterdams primair onderwijs. Amsterdam, Nederland.
42
Lerarenagenda
Centerdata (2023) Tekorten aan schoolleiding in het primair onderwijs, Nederland.
SER (2021) Gelijke Kansen in het onderwijs. Structureel investeren in kansengelijkheid voor iedereen. Den Haag, Nederland.
Centerdata (2023) Personeelstekorten voortgezet onderwijs, Nederland.
Breed Bestuurlijk Overleg en Gemeente Amsterdam (2022). Zelfevaluatie Noodplan Lerarentekort.
Centerdata (2023) Tekorten aan schoolleiding in het primair onderwijs, Nederland.
Vroonhoven, v, M. (2020). Samen sterk voor elk kind. Eindconclusies. Rapport van onafhankelijk aanjager Merel van Vroonhoven, in opdracht van het ministerie van OCW.
Onderzoek en Statistiek (2023). De Amsterdamse lerarenmonitor. Amsterdam, Nederland.
Ministerie van OCW (2022). December kamerbrief lerarenbeleid. Den Haag, Nederland.
Bulterman. J. (2023). Het lerarentekort. Pleidooi voor vakmanschap, Nederland
Ministerie van OCW (2022). Werkplan op hoofdlijnen: samen voor het beste onderwijs. Als bijlage van December kamerbrief lerarenbeleid. Den Haag, Nederland. Van de Bunt adviseurs: Asscher, L. (2022). Kinderen eerst. Kwartiermakers personeelstekort onderwijs. Amsterdam, Nederland. It’s Public (2023). Spanning in het mbo!? Analyse van tekort aan onderwijsgevend personeel in het Amsterdam mbo, Nederland.
Amsterdamse
43
Lerarenagenda
13 Noten 1 SER (2021) Gelijke Kansen in het onderwijs. Structureel investeren in kansengelijkheid voor iedereen. Den Haag, Nederland. 2 Centerdata (2022) Personeelstekorten in het primair onderwijs. Nederland. en Centerdata (2023). Personeelstekorten in het voortgezet onderwijs. Nederland. 3 Zie hoofdstuk 9 ‘Lobby’. 4 Het tekort wordt gedefinieerd als het verschil tussen het aantal leraren of schoolleiders (in fte) dat momenteel werkzaam is in het onderwijs en het aantal dat er (op basis van het aantal leerlingen volgens het huidige systeem) nodig is. 5 De tekorten worden alleen bepaald op basis van de data van de deelnemende scholen en besturen en geven daarom geen volledig beeld. Hoe meer scholen meedoen, hoe hoger het tekort in fte kan worden. Het tekort zoals uitgedrukt in het percentage kan zowel af- als toenemen omdat dit is gebaseerd op zowel de werkgelegenheid als het tekort. Na de sluitingsdatum van de meting van OCW bleken de gegevens van een groot schoolbestuur te ontbreken. De gemeente Amsterdam en de schoolbesturen hebben daarom de data van OCW gecorrigeerd. 6 Hiermee wordt bedoeld dat zij-instromers extra worden ingezet, dus bovenop de 0,4 fte die zij vanuit hun opleiding voor de klas staan. 7 It’s Public (2023) Spanning in het mbo!? Analyse van tekort aan onderwijsgevend personeel in het Amsterdamse mbo, Nederland.
8 Tijdens een openbare online presentatie op 6 december 2022, brainstormsessie op 14 december 2022, en openbare online presentaties op 23 februari en 11 mei 2023. 9 Meeste uitval is in eerste 5 jaar (o.a. Dekker et al, 2021), goede ondersteuning zorgt voor substantieel lagere uitval onder startende leraren (Dekker et al, 2021) 10 Oberon Onderzoek en Advies: Geus, de, W. (2020) Hoe werkt de keten? Onderzoek naar de Amsterdamse keten zij-instroom in het beroep. Utrecht, Nederland. 11 MBO-Agenda 2023-2027. 12 Een opleidingsschool (oftewel een Partnerschap Samen Opleiden) is een door het Ministerie van OCW erkend samenwerkingsverband dat altijd bestaat uit één of meerdere schoolbesturen (in po, vo, mbo of een combinatie daarvan) en één of meerdere lerarenopleidingsinstituten. Een opleidings school werkt volgens het landelijk vastgestelde kwaliteitskader. Er zijn in Amsterdam verschillende opleidingsscholen en veel scholen in Amsterdam vallen onder een opleidingsschool. 13 In de regio Amsterdam is jarenlange ervaring met regionale samenwerking en co-creatie in lijn met de beoogde Nationale Aanpak Professionalisering Leraren. Dat maakt de Amsterdamse regio tot een voorloper op het terrein van een regionale aanpak voor professionalisering. Vanuit solidariteit en een gedeelde verantwoordelijkheid zullen we blijvend inzetten op de doorlopende professionalisering van leraren.
We versterken de samenwerking tussen scholen en
Amsterdamse
lerarenopleidingen (hierna te noemen ‘de opleidingsscholen’) in de hele keten: het start bij het opleiden van aankomende leraren en gaat door tot het verder professionaliseren van bevoegde leraren. Deze structuur kan ook gebruikt worden voor het opleiden van meerdere typen leraren in opleiding, naast studenten van initiële opleidingen. 14 Hiervoor is uitbreiding van het aantal veldassessoren nodig. Actuele beroepsopdrachten zullen doorontwikkeld worden om deze passend te maken voor de grootstedelijke context waarin deze diverse groep studenten en zij-instromers werkzaam is. 15 Dit traject wordt continu uitgebreid en versterkt. Om hierin stappen te kunnen zetten, is het nodig om eerst onderzoek te doen naar de kwaliteit van de bestaande inductietrajecten. Vervolgens zullen we bestaande inductietrajecten optimaliseren en nieuwe inductietrajecten vormgeven en implementeren. Opleidingsscholen zullen in dit traject ondersteuning, begeleiding en training krijgen van de lerarenopleidingen. 16 Het voorstel is om de opleiding met 3 maanden te verlengen om een blok ‘instructietaal’ toe te voegen, waarin extra aandacht is voor onderwijstaal. De leraren worden aan een mentor gekoppeld die hen in de klas gaat helpen om alles in de praktijk te brengen. 17 Maatwerk is belangrijke voorwaarde bij aanpak lerarentekort (uit o.a.
COAP, 2017; van Vroonhoven, 2020) 18 De hbo-lerarenopleidingen zetten sterk in op het werken met leeruitkomsten. Het wettelijk kader voor deeltijdstudenten wordt momenteel landelijk voorbereid. Dit zal naar verwachting vanaf 2024-2025 in werking treden. Het werken met leeruitkomsten faciliteert flexibilisering: Deeltijdstudenten kunnen op die manier leerwegonafhankelijk de benodigde leeruitkomsten aantonen. EVC-intake assessments maken het mogelijk om zowel in zij-instroomtrajecten als in de reguliere opleidingen eerder verworven competenties te valideren. 19 Associate degree Pedagogisch Educatief Professional of microcredentials; Microcredentials certificeren de leerresultaten van kleine leerervaringen, zoals een korte cursus of opleiding. 20 Zoals: 1. Het ontwikkelen van een nieuw compact programma om in één jaar pedagogisch en didactisch bekwaam te worden, vooruitlopend op een aansluitend vakinhoudelijk programma. Geplande start: schooljaar 2023-2024. 2. Het ontwikkelen van kwalificerend aanbod voor vakken waarvoor momenteel geen bevoegdheid behaald kan worden, zoals rekenen en burgerschap. 3. Wereldburgers met een migratieachtergrond, waaronder statushouders, die via taalscholing, aanvullende maatwerkopleidingen en het vervullen van ondersteunende functies begeleid worden naar een baan in het onderwijs. 21 Zoals: 1.