Bijlage 1 - Jaarverslag gemeente Amsterdam 2025.pdf
Tekst van het document
Jaarverslag 2025
Colofon
Dit is een publicatie van de Gemeente Amsterdam Postbus 202, 1000 AE Amsterdam www.amsterdam.nl Vormgeving: TODAY, Utrecht Fotografie: Fotobank Gemeente Amsterdam Datum: 23 april 2026 Jaarverslag 2025
2
Inkomsten
Inkomsten Waar komt het vandaan?
€ 5.416,7
€ 4.325,1
miljoen
Inkomsten binnen de gemeente
2.500
3.500
9
2.000
2.500 2.000
1.000 2
1
3
4
8 5
6
0
12
10
7
1.500
14
1.000
11
500 0
Lokale Heffingen
€ 1.676,8 miljoen
1
Parkeergelden
2
OZB
3
Afvalstoffenheffing
4
Toeristenbelasting
5
13
3.000
1.500
500
miljoen
Inkomsten uit het Rijk
Drinkwater
6
Leges
7
Rioolheffing
Jaarverslag 2025
€ 363,2
miljoen
€ 415,8
miljoen
€ 189,0
miljoen
€ 274,9
miljoen
€ 216,8
miljoen
Andere inkomstenbronnen
€ 3.739,9 miljoen
8
Grondopbrengsten en winstnemingen
9
Onttrekkingen aan reserves
10
Erfpacht
11
Dividend
12
Overig
€ 519,5
miljoen
€ 2.117,1
miljoen
€ 3.219,5
13
Gemeentefonds
14
Specifieke uitkeringen
miljoen
€ 1.105,6
miljoen
€ 409,9
miljoen
€ 74,4
miljoen
€ 619,0
miljoen
Wat is het resultaat? Inkomsten
€ 9.741,8 miljoen
Uitgaven
€ 9.688,7 miljoen
Resultaat
€ 53,1 miljoen
€ 104,0
miljoen
€ 113,0
miljoen
Inkomsten TOTAAL
€ 9.741,8 miljoen
3
Uitgaven
Uitgaven Waar gaat het naartoe?
€ 9.688,7
miljoen De gemeente Amsterdam heeft de grootste gemeentebegroting van Nederland. Dit overzicht geeft een beeld van de inkomsten en uitgaven van de gemeente Amsterdam. Zo is inzichtelijk waar onze inkomsten vandaan komen en waar we deze weer aan uitgeven. Hiervoor wordt het geld verdeeld over acht beleidsprogramma's. Deze programma's lichten we verder toe in hoofdstuk 2.
2.500 10
2.000 1.500
2
6
7
1
1.000
11
500
3
0
5
8
4
1
Bouwen, Wonen en Duurzaamheid
€ 1.160,5
2
Openbare Ruimte, Water, Groen en Vervoer
€ 1.468,8
3
Economie, Kunst, Cultuur en Erfgoed
4
Sport en Bewegen
miljoen
miljoen
€ 274,5
miljoen
€ 105,7
miljoen
9
€ 348,2
5
Onderwijs
6
Gezondheid, Zorg, Jeugd, Opvang en Diversiteit
€ 1.417,1
7
Sociale Zaken en Armoedebestrijding
€ 1.416,3
8
Veiligheid
miljoen
miljoen
miljoen
A1
A.1-A.4 onder andere Gemeentefonds, Belastingen
A5
A.5 Toevoegingen aan Reserves
B
B. Bestuur en Organisatie
€ 190,3
miljoen
€ 2.120,0
miljoen
€ 857,4
miljoen
€ 330,0
miljoen
Uitgaven TOTAAL Jaarverslag 2025
€ 9.688,7 miljoen
4
weerbaar en wendbaar
Weerbaar
Financiële positie Algemene reserve Dit is het vrij besteedbare eigen vermogen en is een buffer voor het kunnen opvangen van (niet-structurele) financiële tegenvallers. Interne norm (5% van begrotingstotaal) 8% 6%
Onze weerbaarheid is voldoende. Hierdoor kunnen we tegen een stootje als het een tijdje wat minder gaat.
4% 2% 0% 2021
2022
2023
2024
2025
Netto schuldquote standaardschuld
Solvabiliteit
Onze wendbaarheid is voldoende. Dit betekent dat we ons relatief snel kunnen aanpassen aan veranderde omstandigheden.
Structurele exploitatieruimte
Grondexploitatie
Belastingcapaciteit
0
50
90
Wendbaar
Deze financiële kengetallen geven samen een beeld van de financiële positie en – ontwikkelingen. Eén los kengetal zegt echter weinig over de totale financiële positie. De waarden van de kengetallen zijn ingedeeld in categorieën. Deze sluiten aan bij de landelijk afgesproken signaalwaarden. Categorie groen is het minst risicovol, categorie rood het meest. We vertalen dit naar hoe weerbaar en wendbaar we zijn. We lichten dit verder toe in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing.
95
105
35 130 <90%
20
90-130%
58%
220
0
60% 55% 50% 45% 40% 2022
Jaarverslag 2025
2023
20-35% >35%
>50%
Dit toont de verhouding tussen de schuld en de inkomsten.
2021
20
20-50%
>130%
0
<20%
<20%
2024
2025
46%
0
100
Dit toont hoeveel we van ons bezit financieren met eigen vermogen.
-1,8% 100
<95%
0%
95-105%
>0%
>105%
3,6%
-6
Dit toont hoe groot onze grondpositie (de waarde van de grond) is vergeleken met onze totale baten.
<0%
6
50
Dit toont hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt vergeleken het landelijke gemiddelde.
0%
6%
150%
50%
-2%
5%
130%
40%
-4%
30%
-6%
20%
-8%
1%
10%
-10%
0%
2022
2023
2024
2025
4%
110%
3%
90%
2%
2021
2022
2023
2024
2025
150
Dit toont hoeveel structurele ruimte we hebben om onze lasten te dragen.
60%
2021
100%
70% 50% 2021
2022
2023
2024
2025
2021
2022
2023
2024
5
2025
Inhoud
Inhoudsopgave
1.
Leeswijzer
7
Hoofdlijnen
9
4.
5. 2.
3.
Programma’s
20
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.A 2.B
22 58 102 130 143 158 189 211 226 241
Bouwen, Wonen en Duurzaamheid Openbare Ruimte, Water, Groen en Vervoer Economie, Kunst, Cultuur en Erfgoed Sport en Bewegen Onderwijs Gezondheid, Zorg, Jeugd, Opvang en Diversiteit Sociale Zaken enArmoedebestrijding Veiligheid Algemene Dekkingsmiddelen Bestuur en Organisatie
Verplichte en overige paragrafen
265
3.1 Lokale heffingen 3.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing 3.3 Onderhoud kapitaalgoederen 3.4 F inanciering 3.5 Bedrijfsvoering 3.6 Verbonden partijen 3.7 Grondbeleid 3.8 Openbaarheid 3.9 Investeringen 3.10 Duurzaamheid 3.11 Ongelijk investeren voor gelijke kansen 3.12 Integrale aanpakken
267 274 281 298 306 318 327 337 339 352 358 365
6.
Voortgang aanbevelingen van de Rekeningencommissie, ACAM en Rekenkamer
375
Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling
389
5.1 Waarderingsgrondslagen voor activa en passiva 5.2 Grondslagen voorde resultaatbepaling
391 395
Financiële overzichten en de rechtmatigheidsverantwoording 2025 397 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6 6.7 6.8
7.
Overzicht baten en lasten per programma Overzicht baten en lasten per programmaonderdeel Overzicht incidentele baten en lasten Taakveldenrealisatie Doelenrealisatie Brugstaat Subsidieoverzicht Rechtmatigheidsverantwoording 2025
Balans
444
7.1 7.2 7.3 7.4 7.5 7.6
446 468 480 487 491 493
Balans met toelichting Verloopstaat reserves Verloopstaat voorzieningen Verloopstaat ontvangen doeluitkeringen Niet uit de balans blijkende verplichtingen Kasstroomoverzicht
8.
Verantwoordingsinformatie specifieke uitkeringen (SiSa-bijlage)
496
9.
Verantwoordingsinformatie Wet Normering Topinkomens (WNT)
530
10. Controleverklaring accountant
Jaarverslag 2025
399 402 411 415 420 429 438 442
534
6
Leeswijzer
Leeswijzer Dit is het jaarverslag van de gemeente Amsterdam. Voor een groot deel kent dit jaarverslag dezelfde opzet als die van vorig jaar. In deze leeswijzer lichten we kort alle onderdelen van het jaarverslag toe. Het Jaarverslag 2025 bestaat uit de volgende onderdelen:
Hoofdstuk 1 Hoofdlijnen Dit onderdeel beschrijft de bestuurlijke en financiële hoofdlijnen over het jaar 2025. Hierin staan de belangrijkste ontwikkelingen voor de gemeente Amsterdam in 2025 en het rekeningresultaat.
Hoofdstuk 2 Programma’s Het hoofdstuk Programma’s is opgebouwd uit 8 programma’s, het overzicht Algemene Dekkingsmiddelen en het overzicht Bestuur en Organisatie. Elk programma bestaat uit één of meerdere programmaonderdelen. Alle programma’s beginnen met de financiële realisatie van het programma, de belangrijkste investeringen en de thema’s per programma. Per programmaonderdeel zijn de behaalde doelen en activiteiten en de financiële realisatie beschreven. Verder worden de verbonden partijen genoemd die zijn ingeschakeld om doelen te behalen en is er aandacht voor de risico’s en beheersmaatregelen en de geldende beleidskaders.
Hoofdstuk 3 Verplichte en overige paragrafen Artikel 9 lid 2 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) noemt de paragrafen die gemeenten verplicht moeten opnemen in het jaarverslag. Het gaat hier om de paragrafen Lokale Heffingen, Weerstandsvermogen en Risicobeheersing, Onderhoud Kapitaalgoederen, Financiering, Bedrijfsvoering, Verbonden partijen, Grondbeleid en Openbaarheidsparagraaf.
Jaarverslag 2025
Daarnaast kent het jaarverslag een aantal niet-verplichte paragrafen. Dit zijn de Investeringsparagraaf, Duurzaamheid, Ongelijk Investeren voor Gelijke Kansen en Integrale Aanpakken.
Hoofdstuk 4 Voortgang aanbevelingen van de Rekeningencommissie, ACAM en Rekenkamer Dit hoofdstuk geeft een stand van zaken van de aanbevelingen. De aanbevelingen die bij het Jaarverslag 2024 zijn afgedaan of niet zijn overgenomen, zijn niet meer opgenomen in het overzicht. Toegevoegd zijn de overgenomen aanbevelingen uit het verslag van de Rekeningencommissie en het accountsverslag van ACAM bij het Jaarverslag 2024 en alle aanbevelingen van de Rekenkamer uit 2025.
Hoofdstuk 5 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling In de grondslagen voor waardering en resultaatbepaling zijn de algemene grondslagen die worden gebruikt voor het opstellen van het jaarverslag opgenomen.
Hoofdstuk 6 Financiële overzichten Hier zijn de financiële overzichten op detailniveau opgenomen. • In bijlage 6.1 is een overzicht van de baten en lasten per programma opgenomen. • In bijlage 6.2 worden de baten en lasten op het niveau van het programmaonderdeel weergegeven. • Bijlage 6.3 bevat de incidentele baten en lasten. • In bijlage 6.4 is de taakveldenrealisatie opgenomen (de verdeling van de baten en lasten over de taakvelden zoals voorgeschreven in het BBV). • In bijlage 6.5 geven we de doelenrealisatie weer met het saldo baten en lasten per programmadoel. • In bijlage 6.6 is de brugstaat opgenomen. • In bijlage 6.7 is het subsidieoverzicht opgenomen. • In bijlage 6.8 is de rechtmatigheidsverantwoording 2025 opgenomen.
7
Leeswijzer
Hoofdstuk 7 Balans De belangrijkste ontwikkelingen in de balansposten gedurende 2025 worden in dit hoofdstuk toegelicht. De geconsolideerde balans en de bijbehorende toelichting zijn opgesteld volgens de verslaggevingsrichtlijnen uit het BBV.
Hoofdstuk 8 Verantwoordingsinformatie specifieke uitkeringen (SiSa) De gemeente moet elk jaar aan de Rijksoverheid melden of en hoe ze specifieke uitkeringen heeft besteed. Deze verantwoording leggen we af in de SiSa-bijlage in het jaarverslag.
Hoofdstuk 9 Verantwoordingsinformatie Wet Normering Topinkomens (WNT) Dit hoofdstuk geeft inkomens en ontslagvergoedingen van topfunctionarissen weer, volgens de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT).
Hoofdstuk 10 Overige gegevens Het Jaarverslag 2025 sluit af met de controleverklaring van de accountant.
Jaarverslag 2025
8
1 Hoofdlijnen
H1.0
1.1 Inleiding
1.2 Terugblik op de inzet en bereikte resultaten
Met het jaarverslag legt het college verantwoording af aan de gemeenteraad over de resultaten en de financiën in 2025. In dit hoofdstuk beschrijven we de bestuurlijke en financiële hoofdlijnen.
1.2.1 Een sociale en verbonden stad
In 2025 vierden we het 750-jarig bestaan van de stad. Met als feestelijk hoogtepunt het Festival Op de Ring. We vierden de verjaardag van de stad op het Museumplein. Amsterdam ontving als cadeau 750 bomen die we door de hele stad planten. Ook feestelijk was de terugkeer van SAIL na 10 jaar. Het grootste openbaar toegankelijke evenement van Nederland. De evenementen vergden veel voorbereiding en aandacht, van onze organisatie en de hulpdiensten. Het college staat voor een stad waarin iedereen zichzelf kan zijn. Ook in 2025 werden we op meerdere momenten opgeschrikt door hevige geweldsincidenten tegen vrouwen, LHBTI+ en andere minderheden. Dit vinden wij als college onverteerbaar. We maakten € 25 miljoen beschikbaar om te investeren in de toekomst van het Joods leven in Amsterdam. Ook maakten we extra middelen vrij om de veiligheid voor vrouwen en de sociale veiligheid in de openbare ruimte te vergroten. Tegelijkertijd was er een toename van incidenten als gevolg van verward en onbegrepen gedrag. Iets wat ook onze drukbezette politie-eenheid zwaar belast. Om hier sneller tegen te kunnen optreden en preventief te handelen is er in 2025 een centraal meldpunt opgericht. We gingen in 2025 door met het versterken van onze eigen organisatie.
De gemeente kampt met een hoog verzuim (gemiddeld 9,7% in 2025), wat de dienstverlening, uitvoeringskracht en het werkplezier van medewerkers niet ten goede komt. Het college heeft daarom ingezet op een gerichte en structurele aanpak om het verzuim binnen de gemeentelijke organisatie structureel terug te dringen. Om verder te werken aan een meer diverse en inclusieve organisatie stelde het de raad begin 2025 de vernieuwde bestuursopdracht Inclusie en Diversiteit vast, met daarin aanvullende maatregelen voor een diverser personeelsbestand. Op 6 januari 2025 ging het nieuwe financiële systeem (AFIS) live. Vrijwel direct na de livegang waren er problemen met het uitbetalen van facturen. Door het instellen van een crisisorganisatie zijn deze achterstanden weggewerkt. Ook andere functionaliteiten van AFIS kampten met problemen, daarom startten we met een doorontwikkeling.
Jaarverslag 2025
In Amsterdam kozen we ervoor om in 2025 de opvang en begeleiding van 500 ongedocumenteerden voort te zetten. Dit ondanks het sluiten van de Landelijke Vreemdelingenvoorziening vanaf 1 januari 2025. Voor ongedocumenteerden buiten de opvang is gewerkt aan toegang tot zorg, onderwijs, voedsel en informatie. Ongeveer 1.000 ongedocumenteerde huishoudens ontvingen voedselnoodhulp. Met de Amsterdamse Voetbal Agenda is ingezet op het versterken van voetbalverenigingen die in zwaar weer verkeerden. Inmiddels hebben we het tij gekeerd. Commerciële voetbalscholen zijn grotendeels gereguleerd waardoor een gelijk speelveld is gecreëerd en meer clubs maken gebruik van de intensieve ondersteuning. Ondanks het wegvallen van rijksmiddelen voor kunst en cultuur, werkten we samen met het Cultuurfonds om de impact te compenseren. Gratis muziekeducatie in het basisonderwijs is behouden. Daarnaast is de ontwikkeling van het Nationaal Slavernijmuseum in volle gang: de stichting is opgericht en een directeur-bestuurder en raad van toezicht zijn benoemd. In 2025 is geïnvesteerd in kansengelijkheid, onderwijskwaliteit en gezonde schoolgebouwen. We hadden extra aandacht voor gelijke kansen voor de Amsterdamse jeugd. Met de uitvoering van het beleidskader ‘Sociale Basis’ investeerden we in de sociale basis, zoals buurtkamers en jongerencentra, met name in Nieuw-West, Zuidoost en Noord.
Het lerarentekort is voor het tweede jaar op rij gedaald. In het MBO is het stagepact uitgebreid naar meer dan 100 bedrijven en instellingen die zich binden aan een eerlijke vergoeding voor MBO-stagiairs. De arbeidsmarkt koelde af, met een mismatch tussen vraag en aanbod, vooral onder jongeren. We pasten de re-integratiedienstverlening hierop aan, met intensievere begeleiding voor kwetsbare groepen. Via de Garantieknop is de bestaanszekerheid verzekerd voor mensen die terugvallen op een uitkering. Ook zijn extra investeringen gedaan via de agenda ‘Bestaanszekerheid’ en wordt ingezet op een eerlijkere verdeling van rijksmiddelen om armoede onder werkenden tegen te gaan.
10
H1.0
1.2.2 Duurzame toekomst Het college zette zich in 2025 onverminderd in voor CO₂-reductie. Onder andere via de nieuwe koers voor de warmtetransitie stimuleren we warmtepompen en intensiveren we de isolatie van woningen. Ook maakte het college afspraken met de acht meest energie-intensieve bedrijven in de stad om hun CO₂-uitstoot te verminderen. De opwekdoelen voor zonne-energie in 2025 zijn behaald: in totaal 360 MWp is gerealiseerd. Het college heeft daarnaast gestuurd op de ontwikkeling van windenergie aan de hand van het in 2025 vastgestelde programma Wind Amsterdam. Door de groei van woningbouw, mobiliteit en economische activiteiten neemt de druk op het stroomnet toe. In 2025 zijn 69 elektriciteitshuisjes gerealiseerd, waardoor de netcapaciteit op wijkniveau is vergroot en lokale knelpunten zijn verminderd.
1.2.3 Een leefbare en groeiende stad In 2025 zijn 6.053 permanente woningen en 660 tijdelijke woningen opgeleverd (39 procent sociaal, 33 procent middensegment, 28 procent vrije sector). Daarmee is een duidelijke stijgende lijn zichtbaar ten opzichte van eerdere jaren. Door lastige marktomstandigheden, waaronder geopolitieke onzekerheid, netcongestie, stijgende rente, hogere bouwkosten en personeelstekorten, blijft het uitdagend om tot haalbare projecten te komen. Verder stelde de raad in november de geactualiseerde Omgevingsvisie Amsterdam (OVA) 2050 vast. Hierin zijn de omgevingsvisies van Amsterdam en Weesp samengevoegd. Naast nieuwbouw zette het college zich ook in voor de bestaande bouw. Met de schimmelaanpak werd in 2025 steeds zichtbaarder hoeveel Amsterdammers in ongezonde woningen wonen. We maakten extra middelen vrij om meer nadruk te leggen op vroegtijdige signalering, intensieve huisbezoeken en gerichte communicatie. Het college zette zich daarnaast met het in 2025 gestarte doorstroomoffensief in voor het beter benutten van de bestaande voorraad woningen. Het doel is om Amsterdammers te laten wonen in een woning die past bij hun gezinssituatie, levensfase, financiële situatie, of zorgvraag.
In september kocht de gemeente het ADM-terrein in het Westelijk Havengebied. Hierdoor komt deze grond na 40 jaar weer in het bezit van de gemeente. De aankoop biedt ruimte aan bedrijven die momenteel elders in de stad gevestigd zijn, waardoor weer ruimte ontstaat voor woningbouw in Haven-Stad en de druk op de Houtrakpolder wordt verminderd. Ook stelden we de toekomst van Ruigoord voor 25 jaar veilig, door het toekomstplan over Ruigoord definitief te maken. Bijzondere aandacht ging ook uit naar het versterken van de leefbaarheid in de stad. Om de druk van massatoerisme te verlichten, kondigden we onder andere strengere regels voor toeristenwinkels aan. We zagen daarnaast dat de afvalinzameling ondanks alle inspanningen nog niet op orde was. Het college besloot daarom om weer gebiedsgericht te gaan werken. De inzamelroutes zijn geoptimaliseerd en de Aanpak Bijplaatsingen richt zich op 1.500 probleemlocaties. Campagnes zijn gestart voor afvalproblemen rond karton, winkels, woningen en studenten. Bij bedrijfsafval is de inzameling van losse zakken gestopt en bij het huishoudelijk afval starten we ook met de uitfasering van de zakkeninzameling van huishoudelijk afval. Verdere verbetering van de afvalinzameling blijft ook in 2026 nodig. De gemeente bouwde 1.000 parkeervlakken om tot speelplekken, fietsparkeerplaatsen of groen.
Dit komt voort uit de uitvoeringsagenda ‘Amsterdam Maakt Ruimte’. Ook was er een toename van 3,5 procent groenvlakken en 2,4 procent bomen. De verkeersveiligheid voor fietsers en voetgangers is verbeterd, onder andere door de invoering van 30 kilometer per uur in de stad. Helaas is er toch een verhoging van het aantal verkeersslachtoffers te zien. Om de veiligheid te vergroten maakten we ons hard voor een minimumleeftijd en helmplicht voor fatbikes; een lokaal verbod in het Vondelpark gaat in medio 2026. Per 1 januari 2025 geldt binnen de S100 een uitstootvrije zone voor bestelauto’s en vrachtwagens. Door werkzaamheden en afsluitingen van rijkswegen is daarnaast een regionale communicatiecampagne gestart, met als resultaat 17 procent minder autoverkeer in de spits en 10 procent minder buiten de spits.
Jaarverslag 2025
11
H1.0
1.3 Rekeningresultaat en exploitatie Het jaarverslag geeft inzicht in de financiële positie van de gemeente. Dit gebeurt aan de hand van de baten en lasten, het rekeningresultaat en een aantal financiële kengetallen. In de oorspronkelijke begroting, de Begroting 2025, is uitgegaan van een structureel sluitend financieel beeld. Dit is gerealiseerd door hogere inkomsten uit het gemeentefonds en door getroffen maatregelen van de gemeente. De realisatie over 2025 wijkt op onderdelen af van de begroting en de najaarsnota. Deze afwijkingen hangen samen met ontwikkelingen in de uitvoering, zoals vertragingen in projecten, verschillen tussen geraamde en gerealiseerde uitgaven en mutaties in rijksmiddelen. Per saldo resulteert dit in een positief rekeningresultaat.
1.3.1 Toelichting op de baten, lasten en het rekeningresultaat Onderstaande figuur toont het verloop van de baten en lasten en de toevoegingen en onttrekkingen aan reserves gedurende het jaar. Figuur 1. Ontwikkeling in baten en lasten en reservemutaties in 2025
12,0 10,0 8,0 6,0
1,3
1,3
6,8
6,8
1,5
1,6
7,2
7,1
1,9
1,9
1,9
2,0
2,1
2,1
7,4
7,5
7,6
7,5
7,6
7,6
4,0
De cijfers laten zien dat de gemeente financieel gezond en weerbaar is. Tegelijkertijd staat de financiële positie onder druk, onder andere door oplopende investeringen en ontwikkelingen in de structurele baten en lasten. Dit vraagt blijvende aandacht. In de volgende paragrafen wordt dit nader toegelicht. Daarbij wordt ingegaan op de ontwikkeling van de baten en lasten, het rekeningresultaat en de belangrijkste afwijkingen. Daarnaast wordt aandacht besteed aan de structurele exploitatieruimte, de balans en de financiële kengetallen, waaronder het weerstandsvermogen en de rechtmatigheid.
2,0 0,0 Oorspronkelijke begroting Lasten
Voorjaarsnota
Toevoegingen reserves
Begroting 2026 Baten
Najaarsnota
Realisatie
Onttrekkingen reserves
Uit de figuur blijkt dat de baten in 2025 hoger zijn dan de lasten. Dit leidt tot een positief rekeningresultaat van € 53,1 miljoen. Bij het opstellen van de oorspronkelijke begroting is uitgegaan van een sluitende begroting. Gedurende het jaar is het financiële beeld via de voorjaarsnota, de bijgestelde begroting en de najaarsnota stapsgewijs aangepast. Daarbij zijn zowel de baten als de lasten toegenomen. In alle begrotingsmomenten is zichtbaar dat baten en lasten zich in samenhang ontwikkelen, waarbij de baten over het algemeen iets hoger liggen dan de lasten. De gerealiseerde baten liggen ongeveer € 0,8 miljard hoger dan in de oorspronkelijke begroting. Dit hangt onder andere samen met hogere rijksmiddelen en bijdragen van derden. De gerealiseerde lasten liggen ongeveer € 0,8 miljard hoger dan oorspronkelijk begroot, met name door hogere uitgaven als gevolg van de hogere rijksmiddelen en ontwikkelingen in de uitvoering.
Jaarverslag 2025
12
H1.0
Ook de mutaties in de reserves zijn gedurende het jaar toegenomen. Zowel de onttrekkingen als de toevoegingen liggen ongeveer € 0,8 miljard hoger dan oorspronkelijk begroot. Dit wordt voor een belangrijk deel verklaard door wijzigingen in de inrichting van reserves, waaronder het bundelen van financieringsreserves in de reserve Vermogensopbouw. Een deel van deze mutaties was niet voorzien in de oorspronkelijke begroting, waardoor verschillen ontstaan tussen begroting en realisatie. De ontwikkeling van baten, lasten en reserves laat zien dat het financiële beeld gedurende het jaar kan wijzigen door uitvoeringsontwikkelingen en bijstellingen in beleid en financiering.
Figuur 2. Verloop rekeningresultaat 2025 (bedragen x € miljoen)
70,0 60,0 55,7
50,0 40,0 30,0
23,8
20,0
Voorspellende waarde De verschillen tussen begroting, najaarsnota en jaarrekening laten zien dat het financiële beeld gedurende het jaar kan verschuiven. Dit hangt samen met ontwikkelingen in de uitvoering, zoals vertragingen in projecten, verschillen in besteding en het moment waarop inkomsten worden gerealiseerd. Tegelijkertijd wordt gewerkt aan het verbeteren van de voorspelbaarheid van de begroting. In 2025 zijn stappen gezet om het inzicht in de uitvoering en de kwaliteit van rapportages te verbeteren. Vanaf de Begroting 2027 wordt structureel bezien in hoeverre realisatiecijfers aanleiding geven tot aanpassing van ramingen. Daarbij wordt systematisch gebruikgemaakt van inzichten uit eerdere jaren en begrotingsbijstellingen. Hiermee wordt beoogd de begroting stabieler en beter voorspelbaar te maken. Daarnaast wordt het inzicht in afwijkingen tussen begroting en realisatie verder verbeterd, onder andere via het dashboard bij het jaarverslag, zodat ontwikkelingen gedurende het jaar beter navolgbaar zijn.
Het saldo van baten, lasten en reservemutaties mondt uit in het rekeningresultaat. Onderstaande figuur toont het verloop van het begrote en gerealiseerde resultaat gedurende 2025.
Jaarverslag 2025
53,1
10,0 0,0
0,0 -0,1
-10,0 Oorspronkelijke begroting
Voorjaarsnota
Begroting 2026
Najaarsnota
Realisatie
Bij het opstellen van de oorspronkelijke begroting is uitgegaan van een sluitende begroting. Bij de Begroting 2026, waarin ook de jaarschijf 2025 is geactualiseerd, is dit bijgesteld naar een positief resultaat van € 55,7 miljoen. Dit positieve resultaat was nodig om de algemene reserve aan te vullen tot de normhoogte. In de najaarsnota is het resultaat vervolgens neerwaarts bijgesteld tot € 23,8 miljoen, voornamelijk door mutaties binnen programma’s. Uiteindelijk laat de jaarrekening een voordelig rekeningresultaat zien van € 53,1 miljoen. Daarmee is het resultaat € 29,3 miljoen positiever dan verwacht bij de najaarsnota. De afwijking ten opzichte van de najaarsnota wordt met name verklaard door ontwikkelingen binnen een aantal programma’s. Zo is bij programma B, Bestuur en Organisatie, sprake van lagere lasten (€ 26,6 miljoen lager dan begroot), onder andere door vertraging in ICT-projecten en een hogere bijdrage vanuit investeringen ter dekking van overhead, wat leidt tot een positiever resultaat. Ook programma 2. Openbare ruimte, Water, Groen en Vervoer laat een positieve afwijking zien (€ 19,6 miljoen), met name door onderbesteding bij het programma Stadsverbetering.
13
H1.0
Daarnaast zijn er voordelen door lagere lasten door onderbesteding en vertraging, bijvoorbeeld bij programma 7. Sociale Zaken en Armoedebestrijding (€ 7,7 miljoen voordeel). Daartegenover staan ook nadelen, zoals bij programma 6. Gezondheid, Zorg, Jeugd, Opvang en Diversiteit (€ 12,2 miljoen nadeel), onder andere door hogere lasten voor zorg en opvang. Per saldo leiden deze ontwikkelingen tot een hoger rekeningresultaat dan verwacht bij de najaarsnota. Gelijktijdig met het aanbieden van het jaarverslag wordt voorgesteld om het rekeningresultaat toe te voegen aan de algemene reserve en te betrekken bij de integrale afweging in het voorjaar.
In alle jaren is sprake van een positief saldo. In 2021 bedroeg dit € 63,1 miljoen. In 2022 liep het saldo op tot € 160,4 miljoen, onder andere door gunstige ontwikkelingen bij grondexploitaties en hogere inkomsten, zoals toeristenbelasting. In de jaren daarna neemt het saldo geleidelijk af: € 123,0 miljoen in 2023 en € 114,8 miljoen in 2024. In 2025 komt het saldo uit op € 56,0 miljoen. De daling in 2025 hangt samen met hogere lasten binnen meerdere programma’s, met name in het sociaal domein, en het uitblijven van incidentele meevallers zoals in eerdere jaren. Tegelijkertijd is er nog steeds sprake van onderbesteding en vertraging in de uitvoering op onderdelen, waardoor het saldo positief blijft. De ontwikkeling laat zien dat het saldo structureel positief is, maar kan fluctueren door verschillen in uitvoering, timing van baten en lasten en incidentele factoren.
1.3.2 Ontwikkeling saldo baten en lasten Figuur 3 toont de ontwikkeling van het saldo van baten en lasten exclusief reservemutaties over de afgelopen vijf jaar. Dit saldo bestaat uit het verschil tussen de opbrengsten en de kosten. Een positief saldo draagt bij aan de houdbaarheid van de gemeentefinanciën. Figuur 3. Saldo van baten en lasten exclusief onttrekking en toevoeging aan reserves
180,0 160,0
160,4
140,0 120,0
123,0
100,0
114,8
80,0 60,0
63,1
56,0
40,0 20,0 0,0 2021
Jaarverslag 2025
2022
2023
2024
2025
14
H1.0
1.3.3 Afwijkingen per programma In onderstaande tabel zijn de financiële afwijkingen per programma weergegeven. De tabel toont de ontwikkeling van de oorspronkelijke begroting via de najaarsnota naar de realisatie. Tabel 1. Financiële afwijkingen per programma (bedragen x € miljoen) Nr
Programma
Begroting 2025 Begroting 2025 (oorspronkelijk) (najaarsnota)
Rekening 2025
Verschil Rekening Begroting (najaarsnota)
1
Bouwen, Wonen en Duurzaamheid
-49,7
-118,4
-55,2
63,2
2
Openbare Ruimte, Water, Groen en Vervoer
-728,7
-784,0
-754,3
29,8
3
Economie, Kunst, Cultuur en Erfgoed
-243,7
-252,0
-251,2
0,8
4
Sport en Bewegen
-71,1
-71,4
-75,9
-4,6
5
Onderwijs
6
Gezondheid, Zorg, Jeugd, Opvang en Diversiteit
7
-272,5
-275,8
-277,6
-1,9
-1.251,2
-1.284,4
1.291,8
-7,4
Sociale Zaken en Armoedebestrijding
-447,0
-472,0
-466,8
5,2
8
Veiligheid
-270,7
-288,4
-285,8
2,6
A
Algemene Dekkingsmiddelen
4.146,6
4.229,9
4.240,8
10,9
B
Bestuur en Organisatie
-790,2
-756,2
-726,2
30,0
Saldo van baten en lasten
21,9
-72,7
56,0
128,7
Mutaties reserves
-21,9
96,6
-2,9
-99,5
0,0
23,8
53,1
29,3
Resultaat
Het Jaarverslag 2025 laat ten opzichte van de najaarsnota een voordelig resultaat zien van € 29,3 miljoen. Dit voordeel ontstaat met name door afwijkingen binnen een aantal programma’s.
Programma 1. Bouwen, Wonen en Duurzaamheid Programma 1 laat een voordeel zien van € 63,2 miljoen. Dit wordt vooral verklaard door hogere baten van € 92,4 miljoen door hogere canonopbrengsten en afkoopsommen uit erfpacht (€ 88,7 miljoen), hogere rijksbijdragen en winstnemingen in grondexploitaties (€ 17,7 miljoen). Daartegenover staan lagere baten op rijksmiddelen, onder andere bij het Volkshuisvestingsfonds (€ 5,6 miljoen) en klimaatakkoordmiddelen (€ 15,8 miljoen). De lasten zijn per saldo € 29,2 miljoen hoger, maar kennen ook lagere uitgaven door vertraging, onder andere bij klimaatakkoordmiddelen (€ 13,7 miljoen). Programma 2. Openbare Ruimte, Water, Groen en Vervoer Programma 2 laat een voordeel zien van € 29,8 miljoen. Dit komt vooral door hogere baten van € 30,5 miljoen, waaronder bijdragen van derden zoals de Vervoersregio Amsterdam. Hier staan ook meer lasten tegenover (€ 16,5 miljoen) en hogere parkeeren havengelden. De lasten zijn per saldo € 0,8 miljoen hoger. Programma 6. Gezondheid, Zorg, Jeugd, Opvang en Diversiteit Programma 6 laat een nadeel zien van € 7,4 miljoen. Dit komt vooral door hogere lasten binnen het programma, waaronder jeugdhulp en opvang. Tegelijkertijd zijn er ook lagere lasten door vertraging in uitvoering van maatregelen en programma’s. Programma A. Algemene Dekkingsmiddelen Programma A laat een voordeel zien van € 10,9 miljoen.
Dit komt door hogere baten van € 20,7 miljoen, onder andere uit het gemeentefonds (€ 11,6 miljoen) en OZB (€ 10,1 miljoen). De lasten zijn € 9,8 miljoen hoger, onder andere door mutaties in voorzieningen. Programma B. Bestuur en Organisatie Programma B laat een voordeel zien van € 30,0 miljoen. Dit wordt vooral verklaard door lagere lasten van € 26,6 miljoen, onder andere door vertraging in ICT-projecten (€ 8,6 miljoen) en hogere bijdrage vanuit investeringen ter dekking van overhead (€ 6,8 miljoen). Een deel van dit voordeel hangt samen met vertraging in verschillende ICT-projecten, waardoor uitgaven pas in 2026 plaatsvinden.
In deze paragraaf worden de afwijkingen per programma voor bestemming van reserves nader toegelicht. Hiermee wordt inzicht gegeven in de onderliggende ontwikkelingen binnen de programma’s, los van reservemutaties.
Jaarverslag 2025
15
H1.0
1.3.4 Structurele exploitatieruimte
1.4 Balans
De structurele exploitatieruimte geeft aan in hoeverre de structurele baten voldoende zijn om de structurele lasten te dekken.
1.4.1 Balans 2025
Er is geen vaste norm voor dit kengetal. Een negatief saldo betekent dat structurele lasten (deels) worden gedekt met incidentele middelen. Dit kan aanleiding zijn voor een negatieve beoordeling door de toezichthouder, de provincie Noord-Holland. Tabel 2. Meerjarig beeld van het structurele begrotingssaldo 2021
2022
2023
2024
2025
Structurele baten
6.327,7
5.979,9
6.346,0
7.100,6
7.407,9
Structurele lasten
6.200,4
5.726,9
6.179,9
6.706,5
7.129,9
127,3
253,0
166,1
394,1
278,0
(bedragen x € miljoen)
Structureel begrotingssaldo
In 2025 bedraagt het structureel begrotingssaldo € 278,0 miljoen positief. Dit is lager dan in 2024. De afname komt doordat de structurele lasten sterker zijn gestegen dan de structurele baten. Hierdoor neemt de ruimte om structurele lasten te dekken met structurele baten af. Ondanks deze afname blijft het structureel saldo positief, en daarmee nog binnen de marges van de toezichthouder. De begroting is structureel in evenwicht. Daarmee sluit de gemeente 2025 financieel op een solide manier af en blijft de basis op orde. Tegelijkertijd laat het meerjarig financieel beeld zien dat blijvende aandacht nodig is om de begroting ook de komende jaren structureel in evenwicht te houden. Meer informatie over de opbouw van het structurele saldo is opgenomen in hoofdstuk 6.3 Overzicht incidentele baten en lasten.
Tabel 3. Balans (bedragen x € miljoen) Activa
2024
2025
Passiva
2024
2025
Grond
8.520,3
8.808,6
Reserves
8.221,9
8.277,9
Materieel bezit
6.305,3
6.697,9
Voorzieningen
660,3
770,7
Financieel bezit
1.095,0
1.250,7
Schuld
7.063,6
7.806,0
Overig bezit
1.203,1
1.341,4
Overig
1.178,0
1.244,0
Totaal
17.123,8
18.098,7
Totaal
17.123,8
18.098,7
Het balanstotaal is met € 974,9 miljoen toegenomen in 2025. We blijven investeren om de stad te onderhouden, te verduurzamen en te laten groeien. Hierdoor neemt ons bezit toe. De investeringen betalen we uit onze reserves en door hiervoor te lenen. De belangrijkste ontwikkelingen worden hieronder op hoofdlijnen toegelicht. Grond en erfpacht Het bezit aan erfpachtgrond is toegenomen met € 288,3 miljoen. Dit komt vooral doordat we meer grond in erfpacht hebben uitgegeven waarover we canoninkomsten ontvangen. Daartegenover staat dat bestaande contracten zijn omgezet naar eeuwigdurend afgekochte erfpacht. Een eeuwigdurend afgekocht recht heeft geen financiële waarde voor de gemeente en deze rechten worden voor € 1 op de balans gezet. Materieel en financieel bezit De waarde van de materiële bezittingen is met € 392,6 miljoen gestegen. Dat komt vooral door de investeringen in (school)gebouwen en de openbare ruimte zoals wegen, bruggen en riolering. In de paragraaf Investeringen lichten we dit verder toe. Daarnaast is het financieel bezit toegenomen met € 155,7 miljoen, wat vooral het gevolg is van het overnemen van de financiering van banken aan het Afval Energiebedrijf. Reserves en voorzieningen De reserves zijn met € 56 miljoen toegenomen. De reserves zijn grotendeels bedoeld ter dekking van toekomstige uitgaven waarover al is besloten.
De algemene reserve is ruim € 130 miljoen hoger dan vorig jaar en komt daarmee uit op € 419,7 miljoen. Dit
Jaarverslag 2025
16
H1.0
voldoet aan onze norm van 5 procent van het begrotingstotaal. Het is daarmee toereikend om tegenvallers op te vangen. Ook de voorzieningen zijn gestegen. Dit zijn bedragen die apart worden gezet voor concrete verplichtingen en risico’s, zoals verwachte toekomstige uitgaven. De toename van ruim € 110 miljoen komt vooral doordat het Rijk middelen heeft verstrekt voor woningbouwprojecten die in latere jaren worden uitgevoerd.
Het balanstotaal is in de afgelopen jaren toegenomen naar € 18 miljard in 2025. Het bezit is vooral gestegen door forse investeringen in (school)gebouwen en de openbare ruimte. Deze investeringen dragen bij aan het verbeteren en het laten groeien van de stad. Dit betalen we uit eigen vermogen en door schuld aan te gaan. Na een aantal stabiele jaren is de schuld toegenomen naar € 7,8 miljard. Daartegenover staat een toename van onze reserves naar € 8,3 miljard.
Schuld De schuld is met € 742 miljoen gestegen naar € 7,8 miljard. Dit komt vooral doordat we leningen aangaan om investeringen te kunnen doen. De ontwikkeling van de schuld hangt dus sterk samen met onze investeringsambities. Hoewel de schuld is gestegen, blijft deze beheersbaar en voldoen we aan de signaalwaarden van onze toezichthouder, de provincie Noord-Holland. Dit lichten we verder toe in de paragraaf Financiering.
1.4.3 Balansratio’s: schuldquote en solvabiliteit
1.4.2 Meerjarige ontwikkeling
Dit blijkt uit onze solvabiliteit, netto schuldquote en weerstandsvermogen. De solvabiliteit vertelt hoeveel we van ons bezit financieren met eigen vermogen. Met een solvabiliteit van 46 procent in 2025 blijven we volgens onze toezichthouder voldoen aan de signaalwaarde ‘redelijk’. Vergeleken met 2024 is de solvabiliteit licht gedaald met 2 procentpunten.
Hieronder is de balansontwikkeling in de afgelopen jaren te zien, onderverdeeld naar de grootste posten in onze bezittingen en naar schuld en reserves. Figuur 4. Ontwikkeling balans 20 18
Bedrag X € 1 miljoen
16 14 12
2,0 5,2
1,2
2,0
1,4
6,7
5,6
6,7
2,0
1,6
5,9
6,7
2,3 6,3
1,8 7,1
2,6 6,7
2,0 7,8
10 8 6
8,5
7,8
8,5
8,0
8,5
8,1
8,5
8,2
8,8
8,3
4
Financiële kengetallen geven samen een beeld van onze financiële positie. Eén los kengetal zegt echter weinig over de totale financiële positie. Vooral in onderlinge samenhang zijn ze informatief. In het dashboard van onze huidige financiële positie vertalen we de kengetallen in gezamenlijkheid naar hoe weerbaar en wendbaar we zijn.
De netto schuldquote toont de verhouding tussen de schuld en de inkomsten. De schuld delen we op in twee componenten: de standaardschuld en de erfpachtschuld. De standaardschuld beheersen we door de netto schuldquote hiervan op lange termijn te richten op 110 procent. De erfpachtschuld beheersen we door canoninkomsten uit erfpacht te sparen. In 2025 is onze netto schuldquote zonder erfpacht (standaardschuld) 58 procent. Dat is hetzelfde percentage als vorig jaar. Hiermee voldoen we aan de signaalwaarde ‘voldoende’ van de provincie Noord-Holland. Daarnaast blijven we ruim binnen de door onszelf gestelde norm van 110 procent voor de netto schuldquote van de standaardschuld.
2 0 2021
2022
2023
2024
Overig
Overig
Materieel bezit – gebouwen, wegen
Schuld
Materieel bezit – grond
Reserves
Jaarverslag 2025
2025
17
H1.0
1.5 Weerstandsvermogen en risicomanagement Voor de financiële stabiliteit van de gemeente Amsterdam zijn de hoogte van de algemene reserve, een zorgvuldig begrotingsbeleid en een verantwoorde schuldontwikkeling de belangrijkste indicatoren. Over het geheel genomen zijn deze factoren in 2025 voldoende beheerst geweest om tegenvallers in de komende jaren op te vangen. Ondanks de tegenvaller door het niet doorgaan van de verkoop van het Afval Energiebedrijf (AEB) heeft Amsterdam zijn financiële veerkracht behouden. De financiële risico’s zijn echter opnieuw toegenomen. Dit komt vooral door: • dekkingstekorten op inkomensondersteunende regelingen (BUIG); • het risico op naheffingen en boetes als gevolg van de Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (Wet DBA); • de herijking van het gemeentefonds, die nadelig kan uitvallen; • het overnemen van de financiering van banken aan het AEB; • en het risico op verminderde opbrengsten uit leges. De algemene reserve is voldoende hoog en de schulden zijn de afgelopen jaren gestabiliseerd. Beide liggen binnen de bandbreedtes voor een houdbare financiële positie. Figuur 5. Verwachte stand van de algemene reserve 450 400
420
Bij de Jaarrekening 2025 bedraagt de norm voor de algemene reserve € 377 miljoen. Dit is gebaseerd op 5 procent van het begrotingstotaal, exclusief mutaties in de reserves. De hoogte van de algemene reserve eind 2025 is € 420 miljoen. Op basis van eerdere besluitvorming zal deze in de komende periode afnemen, maar naar verwachting in 2026 rond de norm blijven, mede door toevoeging van het rekeningresultaat. De algemene reserve zal door eerdere besluitvorming weer dalen, maar naar verwachting in 2026 rond de normhoogte blijven wanneer het rekeningresultaat van 2025 aan de algemene reserve wordt toegevoegd. In 2025 en ook in de komende jaren zijn er externe factoren waar de gemeente mee te maken heeft: • Geopolitieke onzekerheid, zoals de grilligheid van het Amerikaanse handelsbeleid en gewapende conflicten, beïnvloedt de wereldeconomie. Hoewel de effecten op de Nederlandse economie vooralsnog meevallen, blijft de onzekerheid groot en raakt deze direct of indirect ook Amsterdam. Deze verwachting gaat uit van een conflict van beperkte duur tussen de Verenigde Staten, Israël en Iran, waardoor er tijdelijk hogere inflatie is die de koopkracht drukt. • De inflatie neemt op de langere termijn iets af, maar blijft de komende jaren hoger dan in de meeste landen binnen het eurogebied. • Rentestanden blijven hoger dan we gewend waren.
• Klimaatverandering en klimaatbeleid hebben grote gevolgen. Dit vraagt om aanzienlijke investeringen in duurzaamheid en ingrijpende aanpassingen in de fysieke leefomgeving. De uitstoot van broeikasgassen en stikstof daalt, maar nog onvoldoende om de klimaatdoelen te halen.
350 300
313
250
53 289
270
53 284
200 150 100 50 0
2023 Algemene Reserve
Jaarverslag 2025
2024
2025 Verwacht resultaat 2025
2026
2027
Normhoogte (5% begr. totaal)
18
H1.0
Amsterdam is kwetsbaar voor deze ontwikkelingen omdat: • De gemeente te maken heeft met dalende inkomsten door een structureel lagere uitkering uit het gemeentefonds. Dit komt onder andere door de afname van het relatieve aandeel van Amsterdam in de maatstaf ‘huishoudens met een laag inkomen’ en een vertraging in de bevolkingsgroei. Dit raakt het programma Algemene Dekkingsmiddelen, wat kan doorwerken naar minder middelen voor alle programma’s. • Tegelijkertijd nemen de lasten toe, onder andere door stijgende rentelasten. Aflopende leningen moeten worden geherfinancierd tegen hogere rentes. Dit raakt vooral programma’s met hoge investeringen, zoals programma Openbare Ruimte, Water, Groen en Vervoer, maar ook Economische Zaken, Kunst, Cultuur en Erfgoed, programma Sport en Bewegen en programma Onderwijs, waar veel wordt geïnvesteerd in maatschappelijke voorzieningen. • De schuldpositie nadert haar grenzen, waardoor de investeringsruimte verkrapt en de financiële wendbaarheid verminderd is. En er zijn ook niet-financiële risico’s die onze organisatie kunnen raken, zoals technologische ontwikkelingen (AI), afhankelijkheid van niet-Europese ICT-partijen en klimaatverandering. Deze risico’s kunnen gevolgen hebben voor onze digitale autonomie, continuïteit van dienstverlening en de fysieke leefomgeving.
Uitgebreide informatie hierover staat in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing.
1.6 Rechtmatigheid In de rechtmatigheidsverantwoording geeft het college aan of de financiële beheershandelingen voldoen aan de kaders die door de raad zijn vastgesteld. Deze kaders bestaan uit de begroting, gemeentelijke verordeningen en bepalingen in relevante wet- en regelgeving. De raad heeft een verantwoordingsgrens vastgesteld. Dit is een bedrag waarboven het college afwijkingen moet opnemen in de rechtmatigheidsverantwoording. De verantwoordingsgrens is vastgesteld op 2 procent van de totale lasten, exclusief toevoegingen aan de reserves. Voor 2025 komt deze grens uit op € 151,4 miljoen. De totale onrechtmatigheid over 2025 bedraagt € 204,8 miljoen. Dit bedrag overschrijdt de verantwoordingsgrens. De onrechtmatigheid bestaat uit € 68,7 miljoen aan inkooponrechtmatigheid en € 136,1 miljoen aan begrotingsonrechtmatigheid. De inkooponrechtmatigheid van € 68,7 miljoen komt voort uit uitgaven waarbij niet is voldaan aan de Europese aanbestedingsregels. Dit blijft een belangrijk aandachtspunt in de bedrijfsvoering. Sommige aankopen zijn niet of te laat Europees aanbesteed, hebben een contractwaarde die is overschreden, of hebben contracten die niet tijdig zijn verlengd. In de paragraaf bedrijfsvoering leggen we uit waardoor de inkooponrechtmatigheid is ontstaan en welke verbeteringen we doorvoeren om deze in de toekomst te verminderen.
De begrotingsonrechtmatigheid is € 136,1 miljoen. Het gaat daarbij om lasten in de programmaonderdelen die hoger uitvielen dan de raming in de laatst vastgestelde begroting (de najaarsnota). De afwijkingen zijn acceptabel omdat ze passen binnen het vastgestelde beleid. In hoofdstuk 2 zijn alle lastenoverschrijdingen per programmaonderdeel toegelicht. Verschillen tussen wat we van plan zijn uit te geven en wat we echt uitgeven zijn normaal. Wel zullen we onderzoeken of er maatregelen mogelijk zijn om een deel van de afwijkingen al voor de najaarsnota in beeld te krijgen.
Jaarverslag 2025
19
2 Programma’s
H.2.0
2.1
Bouwen, Wonen en Duurzaamheid
22
2.2
Openbare Ruimte, Water, Groen en Vervoer
58
2.3
Economie, Kunst, Cultuur en Erfgoed
102
2.4
Sport en Bewegen
130
2.5
Onderwijs
143
2.6
Gezondheid, Zorg, Jeugd, Opvang en Diversiteit
158
2.7
Sociale Zaken en Armoedebestrijding
189
2.8
Veiligheid
211
2.A
Algemene Dekkingsmiddelen
226
2.B
Bestuur en Organisatie
241
21
H.2.1
2.1
Bouwen, Wonen en Duurzaamheid
H.2.1
Samenvatting Financiële toelichting (bedragen x € 1 miljoen)
Rekening Oorspronkelijke 2024 Begroting 2025
Najaarsnota 2025
Rekening 2025
Verschil Rekening Najaarsnota 92,4
Baten
1.075,6
809,8
1.012,8
1.105,2
Lasten
981,0
859,5
1.131,2
1.160,5
29,2
Saldo Baten en Lasten
94,6
-49,7
-118,4
-55,2
63,2
Onttrekking
322,3
789,5
1.241,8
1.332,5
90,7
Toevoeging
574,8
200,5
833,6
983,9
150,3
Saldo onttrekkingen en toevoegingen reserves
-252,5
589,1
408,3
348,6
-59,7
Totaal Programma 1 Bouwen, Wonen en Duurzaamheid
-157,9
539,4
289,9
293,4
3,5
Rekening Oorspronkelijke 2024 Begroting 2025
Najaarsnota 2025
Rekening 2025
Verschil Rekening Najaarsnota
312,2
331,9
19,6
Apparaatslasten (bedragen x € 1 miljoen)
Apparaatskosten
294,9
268,9
Het programma heeft ten opzichte van de Najaarsnota 2025 een positief resultaat van € 3,5 miljoen. Dit komt door hogere baten van € 92,4 miljoen, hogere lasten van € 29,2 miljoen, hogere onttrekking aan reserves van € 90,7 miljoen en hogere toevoeging aan reserves van € 150,3 miljoen. Baten De totale baten van € 1.105,2 miljoen zijn € 92,4 miljoen hoger dan begroot. Dit komt vooral door: • Hogere baten op erfpacht, vooral doordat we meer canonopbrengsten en afkoopsommen hebben ontvangen (€ 88,7 miljoen). • Hogere baten door de rijksbijdrage “Realisatiestimulans” voor de realisatie van 3.814 betaalbare woningen in 2025 (€ 26,7 miljoen). • Hogere baten doordat we meer winst hebben genomen. Dit komt voornamelijk door eerder afsluiten van de grondexploitatie Podiumlocatie (€ 18,7 miljoen). Jaarverslag 2025
• Lagere baten doordat minder is besteed op de projecten waarvoor Rijksbijdragen zijn ontvangen. Hierdoor blijven de rijksmiddelen gereserveerd in een voorziening (€ 16,6 miljoen). • Hogere baten in de portefeuille van de Gebiedsontwikkeling. Dit komt onder andere de hogere opbrengsten in de grondexploitatie Elzenhagen Zuid (€ 16,0 miljoen). • Lagere baten op de klimaatakkoordmiddelen (€ 15,8 miljoen). Zie ook de toelichting op de lasten. • Lagere baten op het Volkshuisvestingsfonds (€ 5,6 miljoen). Deze houden verband met de onderbesteding op de projectkosten, zie ook de toelichting bij de lasten. De niet bestede rijksmiddelen vloeien terug naar de balans en worden volgend jaar opnieuw ingezet voor de lopende projecten. Lasten De totale lasten van € 1.160,5 miljoen zijn € 29,2 miljoen hoger dan begroot. Dit komt vooral door: • Hogere lasten bij erfpacht, omdat er meer erfpachters zijn overgestapt naar het eeuwigdurende stelsel. Hierdoor is meer grondwaarde gedeactiveerd, omdat de rechten na eeuwigdurende afkoop geen financiële waarde meer vertegenwoordigen (€ 52,0 miljoen). • Hogere lasten in de gebiedsontwikkeling van de grondexploitaties (€ 27,3 miljoen). Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door een hogere toevoeging aan de voorziening plantekorten en administratieve verrekeningen met de balans. Daartegenover staan wel lagere uitvoerings- en proceskosten.
• Lagere lasten op de klimaatakkoordmiddelen (€ 13,7 miljoen). Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de planfinanciering voor het aardgasvrij maken van specifieke woningen. Daarnaast was er sprake van vertraging bij diverse andere projecten. • Lagere lasten op het Volkshuisvestingsfonds (€ 5,6 miljoen). Dit houdt verband met lagere kosten op enkele deelprojecten in Zuidoost en Nieuw-West. • Lagere lasten op de proeftuinen voor aardgasvrije woonwijken (€ 4,7 miljoen). Dit komt doordat de toegekende subsidie voor het Wilhelmina Gasthuis-terrein nog niet is vastgesteld.
23
H.2.1
Onttrekkingen reserves De onttrekkingen aan de erfpacht reserves zijn € 75,3 miljoen hoger dan begroot. Dit bedrag heeft voornamelijk betrekking op een hogere onttrekking aan de reserve Afkoopsommen, omdat er meer is overgestapt naar het eeuwigdurend stelsel. De onttrekking aan de reserve Vereveningsfonds is € 13,9 miljoen hoger dan begroot. Dit komt voornamelijk doordat we de voorziening plantekorten hebben verhoogd, zie ook lasten. De onttrekking aan de reserve Klimaatfonds is € 4,7 miljoen lager dan begroot. Hiervan behoort € 1,5 miljoen bij de uitgestelde subsidie van de proeftuinen aardgasvrije woonwijken en € 3,2 miljoen op de reguliere uitgaven. Toevoegingen reserves De toevoegingen aan de erfpacht reserves zijn € 107,5 miljoen hoger dan begroot. Dit komt door hogere afkoopsommen en hogere canonopbrengsten. Een deel van dit bedrag is toegevoegd aan de reserve Vermogensopbouw. Daar is de meerwaarde toegevoegd die grotendeels is verkregen uit eeuwigdurende afkoop en de hogere canonopbrengsten. De toevoeging aan de reserve Vereveningsfonds is € 12,7 miljoen hoger dan begroot. Dit komt vooral doordat we meer winst hebben genomen in de plannen (€ 16,4 miljoen) en lagere inkomsten uit erfpachtcontracten en huurliberalisaties (€ 3,9 miljoen). In de programmaonderdelen volgt een verdere toelichting van de afwijkingen op de baten, lasten, onttrekkingen en toevoegingen.
Investeringen Investeringen per programma De gemeentelijke kosten samenhangend met de grondproductie worden opgenomen in de grondexploitaties. Grondexploitaties zijn de meerjarenbegrotingen van de ruimtelijke projecten, waarin onder meer proceskosten en uitvoeringskosten van het verwerven, sloopwerken, bouw- en woonrijp maken van de grond zijn opgenomen, evenals vooral inkomsten uit de erfpachtuitgifte van de grond. In het Meerjarenperspectief Grondexploitaties Vereveningsfonds en de actualisatie van het MPG in het najaar (het AMPG) wordt gerapporteerd over de realisatie van deze grondexploitaties en wordt een prognose gegeven van de toekomstige ontwikkelingen. Het Besluit Begroting en Verantwoording Grondexploitaties (BBV) verplicht gemeenten om jaarlijks Jaarverslag 2025
de saldi van de grondexploitaties vast te stellen. Dit gebeurt jaarlijks op basis van het MPG waarin alle grondexploitaties van het Vereveningsfonds (inclusief de Zuidas) zijn opgenomen. In 2025 was het investeringsprogramma Duurzaam Vastgoed opnieuw een belangrijke pijler. We hebben voor ruim € 24 miljoen kunnen realiseren, waarvan € 20 miljoen in het maatschappelijk vastgoed en vastgoed zonder direct beleidsdoel. Het programma loopt door tot in ieder geval 2027 maar zal naar verwachting ook in de jaren daarna worden voortgezet. Het programma loopt door tot in ieder geval 2027. Het tussendoel om in 2030 een CO2-reductie van 55 procent te realiseren kan met de nu beschikbare middelen niet bereikt worden. Het is de doelstelling van de gemeente om in 2050 energieneutraal te zijn. In 2025 zijn in het programma Transitieplan Werven en Overslagpunten grote stappen gezet om tot uitvoering te komen. Voor alle projecten zijn de uitgangspunten vastgesteld en worden ontwerpen opgesteld. Van zes projecten is de verbouwing gestart en van drie projecten is de verbouwing opgeleverd. Er zijn ook vertragingen opgetreden, waardoor voor twee gebieden die voor herontwikkeling beschikbaar moeten komen de opleverdatum is uitgesteld naar 1 april 2028. In december is de aanbesteding voor de nieuwbouw aan de Den Briel traat gepubliceerd.
Dit is de eerste van de vier grote nieuw te bouwen werven in het programma.
Thema’s per programma Horizontale thema’s Digitale stad / informatie We hebben gewerkt aan de ontwikkeling van een integrale monitor duurzaamheid en een centrale datahub duurzaamheid om de voortgang op de duurzaamheidsdoelstellingen voor zowel de stad als de gemeentelijke organisatie inzichtelijk te maken. Hiermee bouwen we aan een integraal datafundament waarin monitoring, sturing en verantwoording samenkomen. Om dit voor elkaar te krijgen is het datateam Duurzaamheid opgericht. Dit team werkt aan het ontsluiten, verbinden en duiden van duurzaamheidsdata, met als doel eenduidige inzichten te bieden voor beleid, uitvoering en rapportage.
24
H.2.1
Democratisering • Bij ruimtelijke ontwikkeling en duurzaamheidsprojecten zijn bewoners, belanghebbenden en buurtplatformen in 2025 betrokken geraakt via verschillende participatietrajecten zoals voorgeschreven in de Amsterdamse Participatieverordening. Daarnaast zijn er ook stappen gezet in het verder ontwikkelen van hoe we met Amsterdammers Samen Stadmaken. • In 2025 heeft het warmteteam van de bestaande stad “de bewoner centraal” als motto verklaard. We redeneren vanuit het bewonersbelang. Bij elektriciteit zien we participatie gereflecteerd in de bezoekersaantallen van de bewonersavonden. Er ontstaat daardoor meer begrip van de bewoners en het belang van de opgave. De thema’s duurzaamheid en kansengelijkheid worden apart toegelicht in een paragraaf.
Jaarverslag 2025
25
H.2.1.1
2.1.1 Ruimtelijke Ontwikkeling We zorgen voor een stad en regio die door ruimtelijke visievorming, planontwikkeling en kaderstelling en door kwaliteitsborging en bouwplantoetsing goed en duurzaam kunnen functioneren. Hiermee bouwen we door aan een duurzame en complete stad met vitale buurten, leefbare wijken en krachtige kernen.
Activiteit 1.1.1.1
De totale CO2‑uitstoot van programmaonderdeel 1.1 is: Scope 1 en 2 in de stad
0 ton CO2
Scope 1 en 2 van de eigen organisatie
13 ton CO2
Scope 3 van de eigen organisatie
2.200 ton CO2
We zorgen voor (wettelijke) kaderstelling en integrale ruimtelijke visievorming op verschillende schaalniveaus. Indicatoren activiteit
Peilwaarde (peiljaar)
Jaarverslag 2024
Begroting 2025
Jaarverslag 2025
1
Aantal verkenningen en onderzoeken (thema’s)
17 (2017)
9
5
4
2
Waarvan thema studies duurzame gebiedsontwikkeling
3 (2020)
4
2
1
Doel 1.1.1
3
Aantal verkenningen en onderzoeken (gebieden)
2 (2020)
5
7
8
Amsterdam geeft ruimtelijke voorwaarden voor nieuwe woon, werken leefmilieus om demografische en economische groei mogelijk te maken.
4
Percentage demografische druk (BBV-verplicht)
46,6 (2017)
46,3
Geen streefwaarde
46,4
Wat hebben we bereikt (doelen) en wat hebben wij daarvoor gedaan (activiteiten)?
Indicatoren doel 1
Actuele en door de raad vastgestelde Omgevingsvisie
Peilwaarde (peiljaar)
Jaarverslag 2024
Begroting 2025
Jaarverslag 2025
1 (2021)
1
1
1
Op 12 november 2025 heeft de raad de geactualiseerde Omgevingsvisie Amsterdam (OVA) 2050 vastgesteld. In de geactualiseerde versie zijn 1) de omgevingsvisies van Amsterdam en Weesp samengevoegd en 2) is in 2021 in de oorspronkelijke OVA aangekondigd beleid, dat inmiddels is vastgesteld, meegenomen. Ook 3) zijn nieuwe ontwikkelingen en aandachtspunten benoemd. Daarnaast 4) is de OVA ingevoerd in het Omgevingsloket (DSO). Dit laatste zal definitief gemaakt worden in februari 2026. De geactualiseerde OVA is momenteel geldig; dit is aangegeven met waarde ‘1’.
Jaarverslag 2025
De vaststelling van de Ontwikkelstrategie 2035 in 2024 gaf voor 2025 richting aan een serie nieuwe thematische en gebiedsgerichte verkenningen. Deze hebben tot doel de planvoorraad voor woningbouw op de middellange termijn aan te vullen en daarbij uitgangspunten mee te geven voor een complete stad met vitale buurten. In lijn met deze inzet is de focus in 2025 licht verschoven richting het gebiedsgericht in beeld brengen van mogelijkheden voor ontwikkeling, in plaats van thematische stedelijke verkenningen. Voor het thema duurzaamheid geldt dat hier de nadruk steeds sterker komt te liggen op uitvoering en het integraal meenemen van duurzaamheid in planvorming en verkenningen. Daardoor zijn er minder specifieke duurzaamheidsstudies opgesteld.
26
H.2.1.1
Activiteit 1.1.1.2
22 adviezen over stedenbouwkundige plannen en complexe bouwprojecten aan het maximum van haar capaciteit. Extra aandacht kregen onder meer de voorbereiding van de bouw van de Oostbrug en de stichting van een Nationaal Slavernijmuseum.
We werken aan gebiedsgericht planvorming. Indicatoren activiteit 1
Aantal vastgestelde principebesluiten
Peilwaarde (peiljaar)
Jaarverslag 2024
Begroting 2025
Jaarverslag 2025
4 (2020)
2
3
1
De vaststelling van de Ontwikkelstrategie 2035 in 2024 gaf voor 2025 richting aan een serie Principebesluiten. Een aantal hiervan is in 2025 opgestart maar nog niet afgerond. Voor een aantal ontwikkelingen is de afweging gemaakt ambtelijke capaciteit eerst op de uitvoering van lopende projecten in de omgeving te richten. Deze keuze ging in 2025 in plaats van het opstarten van nieuwe projecten. In 2025 is het principebesluit Zeeburgerpad genomen. Hierin staan de ambities voor het transformeren van het Zeeburgerpad met toevoeging van woningen. Activiteit 1.1.1.3
Peilwaarde (peiljaar)
Jaarverslag 2024
Begroting 2025
Jaarverslag 2025
1
Aantal toetsen van aanvragen omgevingsvergunning aan redelijke eisen van welstand en monumentenbeleid
8.900 (2020)
7.800
9.000
8.500
2
Aantal adviezen voor het plaatsen van gebouwen of stads- en dorpsgezichten op de gemeentelijke of rijksmonumentenlijst
22 (2020)
16
20
11
3
Aantal integrale adviezen (vanuit de domeinen stedenbouw, architectuur, landschap en cultuurhistorie) aan ini-tiatiefnemers en bestuurders
22 (2020)
20
20
22
Het aantal uitgebrachte adviezen in het kader van vergunningverlening is lager dan begroot. Er is wel een duidelijk herstel zichtbaar ten opzichte van 2024. Het aantal adviezen voor het aanwijzen van monumenten is lager dan begroot maar is voor een groot deel afhankelijk van initiatieven van derden. De Integrale Commissie zit met Jaarverslag 2025
We leveren een bijdrage aan de samenhang in het beheer en de ontwikkeling van het regionale landschap rond Amsterdam. Indicatoren activiteit
Peilwaarde (peiljaar)
Jaarverslag 2024
Begroting 2025
Jaarverslag 2025
1
Bezoekersaantallen Amstelland
3,1 mln. (2020)
2,7 mln.
3,6 mln.
2,1 mln.*
2
Bezoekersaantallen Twiske Waterland
1,3 mln. (2020)
2,2 mln.
1,4 mln.
2,6 mln.*
3
Bezoekersaantallen Spaarnwoude
5,1 mln. (2020)
8,7 mln.
6,3 mln.
8,6 mln.*
* Cijfers over het jaar 2024, cijfers 2025 nog niet bekend.
We bewaken de ruimtelijke kwaliteit; de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK) is vanuit een onafhankelijke positie verantwoordelijk voor het bewaken, adviseren en stimuleren van de ruimtelijke kwaliteit van Amsterdam. Indicatoren activiteit
Activiteit 1.1.1.4
Voor het jaarverslag in 2024 is voor het eerst met een nieuwe telmethodiek gewerkt. De nieuwe telmethodiek is op basis van telefoonbewegingen. Op het moment van publicatie zijn cijfers over 2025 nog niet beschikbaar, daarom worden de cijfers van een jaar eerder gebruikt (geldt ook voor jaarverslag 2024, daar worden de cijfers uit 2023 weergegeven).
Verbonden partijen Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Gemeenten zijn wettelijk verplicht om een basistakenpakket op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving onder te brengen bij Omgevingsdiensten. Voor de gemeente Amsterdam is de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG) de omgevingsdienst. Het college is bevoegd gezag voor het uitvoeren van deze taken die de OD NZKG voor Amsterdam vervult. De OD NZKG heeft als voornaamste verantwoordelijkheid de beoordeling en goedkeuring of afwijzing van vergunningsaanvragen en het toezicht houden op en handhaven van regelgeving met betrekking tot activiteiten op het gebied van milieu, bodem en bouw (VTH-taken). Ze speelt een rol in het bevorderen van een duurzame en veilige leefomgeving. De OD NZKG heeft een adviserende rol bij gebieds- en beleidsontwikkeling en op het gebied van energietransitie, klimaatverandering, verduurzamen en circulair economie. 27
H.2.1.1
Recreatieschappen Samenwerking in de recreatieschappen richt zich op verbetering van regionaal groen en de kwaliteit en aantrekkelijkheid van de recreatiegebieden. Voor een dichtbevolkte en -bebouwde stad als Amsterdam zijn dit belangrijke groenvoorzieningen. Amsterdam neemt met de Provincie en overige gemeenten deel in: • Recreatieschap Groengebied Amstelland • Recreatieschap Twiske-Waterland • Recreatieschap Spaarnwoude Voor de recreatieschappen zetten we in op het continueren en borgen van de huidige situatie. We houden daarbij rekening met een bescheiden autonome groei van de bezoekersaantallen, in lijn met de (bevolkings)groei van de stad en de regio. De gemeente Amsterdam oefent geen directe invloed uit op de bezoekersaantallen vanwege de minderheidspositie in de besturen. Via goede recreatieve verbindingen en promotie kan Amsterdam het gebruik wel verder stimuleren. In het afgelopen jaar zijn een aantal mooie resultaten behaald, een paar voorbeelden: in Twiske-Waterland is gestart met de herontwikkeling van het entreegebied, met een betere uitstraling, een restaurant en meer sport- en spelgelegenheden. In Spaarnwoude Park is ecologisch bermbeheer succesvol gebleken: er zijn meer plantensoorten en meer vlinders. In Groengebied Amstelland is gestart met de 6-jarige pilot agrobosbouw ‘Groen aan de Gaasp’. Bewoners kunnen hier een abonnement afsluiten en gewassen oogsten.
Financiële toelichting (bedragen x € 1 miljoen)
Rekening Oorspronkelijke 2024 Begroting 2025
Najaarsnota 2025
Rekening 2025
Verschil Rekening Najaarsnota
Baten
3,7
0,0
0,0
2,7
2,7
Lasten
22,1
15,8
27,0
28,5
1,5
Saldo Baten en Lasten
-18,4
-15,8
-27,0
-25,8
1,2
Onttrekking
5,7
2,2
2,8
2,8
0,0
Toevoeging
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0