CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Jaarverslag gemeente Amsterdam 2024.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 25 juni 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het Jaarverslag 2024 (inclusief de Jaarrekening 2024) (VN2025-008413)48.109 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 6

Door gezamenlijke inspanning met ProRail, NS en het ministerie van Infrastructuur en Water­staat, blijft Eurostar gelukkig rijden. De nieuwe internationale terminal voor reizen naar Groot-Brittannië is begin 2025 geopend op station Amsterdam Centraal. Er wordt gewerkt aan een werkplan en gemeenschappelijke visie en er wordt lobby gevoerd in Brussel voor een Europees boekingssysteem voor treinkaartjes, eisen aan het spoor in verschillende landen op elkaar aan te laten sluiten, ontbrekende verbindingen tussen grote steden aan te laten leggen en ruimte in Amsterdam te reserveren voor het opstellen van internationale treinen. Toegankelijk openbaar vervoer In 2024 hebben de gemeente en de Vervoerregio Amsterdam verder gewerkt aan het toegankelijk maken van bus- en tramhaltes. Amsterdam heeft in 2023 en 2024 62 haltes versneld toegankelijk gemaakt voor mensen met een visuele beperking. Daarnaast is de gecombineerde tram- en bushalte ‘Olympiaplein’ in 2024 versneld toegankelijk gemaakt. Verder zijn er bij groot onderhoudsprojecten en herinrichtingen nog een Jaarverslag 2024

aantal haltes toegankelijk gemaakt. Eind 2024 is een voorlopige lijst opgesteld met 21 haltes die in 2025 en 2026 versneld toegankelijk gemaakt kunnen worden. Er was in 2024 ook veel te doen rondom liften. De gemeente heeft partijen aangespoord tot actie. Zo maakte de Vervoerregio € 6 miljoen vrij voor het sneller repareren en vervangen van liften, en heeft GVB een actieplan opgesteld om liften sneller te repareren en het liftareaal te standaardiseren. Ook heeft GVB in 2024 de reizigerscommunicatie rondom kapotte liften verbeterd en startte zij een pilot om mensen van een kapotte lift naar een werkende lift te vervoeren. Vervoer door vrijwilligers In 2024 is het ‘vrijwilligersvervoer’ verder ondersteund en gestimuleerd vanuit de gemeente. Dit zijn initiatieven die ouderen en mensen met een beperking tegen een kleine vergoeding van A naar B brengen op de korte afstand. Door subsidie en intensieve ondersteuning zijn in 2024 nieuwe initiatieven gestart in Buitenveldert, Zuidoost en Osdorp. Daarnaast zijn verschillende bestaande initiatieven ondersteund. Zo hebben meerdere initiatieven hun oude voertuigen kunnen vervangen door nieuwe, betrouwbaardere voertuigen met meer bereik. Veren Na de in 2023 mislukte aanbesteding voor nieuwe elektrische veren stond 2024 in het teken van de voorbereiding van een nieuwe Europese Aanbesteding.

Deze voorbereidingen kosten meer tijd vanwege uitdagingen in de scheepsbouwmarkt en benodigde wijzigingen in scheepsontwerp en laadstrategie. Naar verwachting start de aanbesteding in de tweede helft van 2025. GVB is opgedragen de schepen zo snel als mogelijk in te laten stromen. Verder is gewerkt aan de voorbereiding van laadstations bij IJplein en Buiksloterwegveer. Bij de bouw van nieuwe schepen of vervanging van aanlandingen vergroten we de toegankelijkheid. In 2024 zijn de scenario’s voor een tweede Ponthaven verder uitgewerkt. In 2025 wordt de Nota van Uitgangspunten vastgesteld. In opdracht van de gemeente is GVB Veren erin geslaagd om het in 2023 spelende tekort aan schippers weg te werken. Het totaal aantal uren, de dienstverlening, dat de ponten werden ingezet op het IJ nam in 2024 met 9 procent toe ten opzichte van 2023.

81

H.2.2

Verbonden Partijen

Financiële toelichting

GVB Holding NV Het GVB zorgt in Amsterdam voor het openbaar vervoer. Het GVB heeft verschillende dochterondernemingen, of heeft een belang in ondernemingen. Het gaat hier om: • GVB Exploitatie BV • GVB Veren BV • GVB Activa BV • GVB Infra BV

Programmaonderdeel 2.2 Openbaar Vervoer

GVB Activa BV is eigenaar van de zogenaamde strategische ov-activa. Dit zijn onder andere railvoertuigen, werkplaatsen, remises en eindpuntvoorzieningen. GVB Infra BV is onze opdrachtnemer voor met name dagelijks onderhoud aan railinfra en tramvervangingsprojecten. Wij zijn opdrachtgever voor de veerverbindingen over het IJ en het Noordzeekanaal. GVB Veren BV voert dit uit volgens het Contract voor Exploitatie Beheer en Onderhoud 2019-2024 en de aanbesteding van de verschillende investeringen. Wij zijn 100% eigenaar van GVB Holding NV. Vervoerregio Amsterdam (VRA) De Vervoerregio Amsterdam is een samenwerkingsverband van 15 gemeenten rond verkeer en openbaar vervoer. De belangrijkste taken zijn het opdrachtgeverschap van het openbaar vervoer en het verstrekken van subsidies voor infrastructuur. Dit laatste gebeurt via de Investeringsagenda Mobiliteit. De Vervoerregio is ook een partner in de Metropoolregio Amsterdam (MRA). De Vervoerregio wordt volledig bekostigd uit een Rijksbijdrage (Brede Doeluitkering) van ruim € 400 miljoen per jaar.

Jaarverslag 2024

(bedragen x € 1 miljoen)

Rekening Oorspronkelijke 2023 Begroting 2024

Najaarsnota 2024

Rekening 2024

Verschil Rekening Najaarsnota

Baten

25,0

33,1

33,4

21,9

-11,5

Lasten

70,8

93,7

86,1

68,8

-17,3

Saldo Baten en Lasten

-45,7

-60,6

-52,6

-46,9

5,8

Onttrekking

0,1

1,0

0,2

0,6

0,4

Toevoeging

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Saldo onttrekkingen en toevoegingen reserves

0,1

1,0

0,2

0,6

0,4

-45,6

-59,6

-52,5

-46,3

6,2

Totaal 2.2 Openbaar Vervoer

Het programma­onderdeel heeft ten opzichte van de Najaarsnota 2024 een positief resultaat van € 6,2 miljoen. Dit komt vooral door lagere baten van € 11,5 miljoen en lagere lasten van € 17,3 miljoen. Het positieve resultaat ten opzichte van de Najaarsnota 2024 komt vooral door: Baten De totale baten van € 21,9 miljoen zijn € 11,5 miljoen lager dan begroot. Dit komt vooral door: • Lagere baten voornamelijk door lagere bijdragen van derden aan de projecten Cruciale Mijl en Station Lelylaan. Hier staan lagere lasten tegenover. Gedeeltelijk door vertraging in de realisatie en omdat de lasten en baten als een investering worden verwerkt en dus geen effect hebben op dit programma­onderdeel (€ 14,4 miljoen). • Hogere baten door definitieve afwikkeling van enkele ov-projecten. De gemeente heeft diverse projecten uitgevoerd voor een vooraf afgesproken bijdrage. Daar waar de projecten voor minder zijn uitgevoerd, zijn de resultaten behouden voor de gemeente. Dit was bijvoorbeeld het geval bij project IJtram ( € 1,8 miljoen) en het Tram Project ‘s Gravesande/Sarphati (€ 0,5 miljoen). Daarnaast heeft dit ook nog bij wat kleinere projecten gespeeld (€ 2,9 miljoen).

82

H.2.2

Lasten De totale lasten van € 68,8 miljoen zijn € 17,3 miljoen lager dan begroot. Dit komt vooral door: • Lagere lasten voornamelijk bij de projecten projecten Cruciale Mijl en Station Lelylaan. De lagere lasten zijn gelijk aan de lagere baten uit bijdrage derden. Zie verder voor de toelichting bij de afwijking op de baten (€ 14,4 miljoen). • Lagere lasten voor het eigenaarsdeel rondom metrostations door kapitaallasten die nog niet zijn gestart en niet gebruikt budget voor mogelijk onderhoud aan metrostations (€ 3,6 miljoen). • Hogere lasten dan begoot voor exploitatie en onderhoud Noordzeekanaal veren door hogere tarieven voor electra (€ 0,2 miljoen). • Overige afwijkingen lichten we verder niet toe, omdat de afzonderlijke afwijkingen kleiner zijn dan € 0,2 miljoen. Onttrekkingen reserves De onttrekking aan het Vereveningsfonds is € 0,4 miljoen hoger dan begroot. Dit komt vooral door hogere kosten voor het Mobiliteitsplan Sloterdijk CS. Deze lasten worden volgens gemaakte afspraken deels gedekt uit het Vereveningsfonds. Toevoegingen reserves De toevoeging aan de reserves wijken niet af van de begroting.

Risicobeheersing Actuele risico’s

Maatregelen

1. Doordat de veren de groeiende passagiersstroom onvoldoende aankunnen bestaat de kans dat potentiele passagiers niet met de pont mee kunnen en moeten wachten op de volgende vaart waardoor dit kan leiden tot stagnatie van reizigers op de kade en daardoor mogelijk onveilige situaties.

• Actieve monitoring van de reizigersstromen, diverse maatregelen aan de wal en de aanschaf van extra veren over het IJ alsmede actief spreiden van passagiers, verwijzen naar andere verbindingen of modaliteiten (bus of metro).

Jaarverslag 2024

Beleidskaders Amsterdam maakte ruimte; dit koersdocument geeft richting aan het toekomstbeeld van Amsterdam op het gebied van ruimte en vervoer. • Toekomstvisie Sociaal Vervoer (2023) beschrijft de mogelijkheden voor mensen met een handicap en de verschillende vervoersmogelijkheden, die zij hebben. • Update Nota Veren (2021), dit document beschrijft de reizigersgroei tot 2030 en de maatregelen die genomen zullen worden voor uitbreiding en verduur­zaming van de vloot en het verensysteem als geheel (vloot, verbindingen, aanlandingen en havenfaciliteiten). • Visie Openbare Ruimte 2025 (2017) heeft vijf ambities geformuleerd en principes uitgewerkt voor meer regie op ontwikkelen, inrichten, beheren en gebruiken van de openbare ruimte op stadsniveau. • MobiliteitsAanpak Amsterdam 2030 (2013), het overkoepelende kader voor het Mobiliteitsbeleid van de gemeente Amsterdam in de periode tot 2030. • Ruimtelijk Kader Hoogfrequent Spoorvervoer Amsterdam. • Structuurvisie Amsterdam (2011)/Omgevingsvisie Amsterdam 2050 (2021) • Beleidskader Inclusieve Mobiliteit (2020) van de Vervoerregio, waarin staat beschreven hoe het ov fysiek, visueel, qua datavoorziening en mentaal toegankelijker kan worden gemaakt en de samenwerking tussen ov en AOV kan worden verbeterd.

• Uitvoeringsagenda Mobiliteit (2015), de agenda die Amsterdam bereikbaar en aantrekkelijk houdt, met maatregelen voor meer ruimte en betere doorstroming voor voetganger, fietser, openbaar vervoerreiziger en de automobilist. • Beleidskader Verkeersnetten (2017). Hierin staan de ambities uit Mobiliteitsaanpak en Uitvoeringsagenda uitgewerkt met een afwegingskader bij conflicterende belangen. • Wet lokaal spoor, in werking getreden op 1 december 2015; deze wet maakt de VRA verantwoordelijk voor aanleg, beheer en veiligheid van lokale railinfrastructuur. VRA stelt een vervoerder aan via de OVconcessie en VRA mag een beheerder van de infrastructuur aanwijzen. Vanaf 2022 is GVB de aangewezen beheerder. • De metronetvisie Amsterdam (2020) en de metrovisie Amsterdam (2021) van de Vervoerregio Amsterdam. • De in 2015 vastgestelde Lijnennetvisie is het beleidskader voor het ontwikkelen van vervoerplannen. De gemeente voert overleg met vervoerbedrijven over inpassing van nieuwe vervoerplannen. • Taxiverordening Amsterdam 2012 (laatst gewijzigd in 2018). • Visie Lokaal Spoor (2015), vastgesteld door het dagelijks bestuur van de VRA en bindend kader voor de beheerder van het lokaal spoor. 83

H.2.2

2.2.3 Afval en Reinigen Openbare Ruimte Een schone stad is een afvalvrije stad met schone straten, parken en pleinen. Hiervoor reinigen we op de plaatsen en momenten waar het nodig is. Afval dat toch ontstaat, scheiden we voor hergebruik of een zo hoogwaardig mogelijke verwerking, met een efficiënte, schone inzameling. Een schone stad bereiken we samen met bewoners, onder­nemers en andere partners. Samen kunnen we afval verminderen, zoveel mogelijk materialen en spullen hergebruiken en de stad schoon maken en houden. Wat hebben we bereikt (doelen) en wat hebben wij daarvoor gedaan (activiteiten)?

het door de Gemeenteraad eind 2024 vastgestelde beleidskader Schoon en Afvalvrij 2025-2028.

Samenwerken aan een Schone Stad Ook in 2024 werkten we aan het schoonmaken en -houden van de stad en het voorkomen van (rest)afval. Een opgave waar we als gehele stad (bewoners, onder­ nemers en bezoekers) voor verantwoordelijk zijn. Een schonere en afvalvrije stad gaat niet alleen over het verbeteren van de inzameling en verwerking van afval en het reinigen van de openbare ruimte door de gemeente. Minstens zo belangrijk, is het gedrag van bewoners, onder­nemers en bezoekers hierin. Met als sluitstuk toezicht en handhaving op de afvalregels. Daarnaast moet de hoeveelheid afval omlaag, waarbij producentenverantwoordelijkheid cruciaal is.

Integrale aanpak Schoon en Afvalvrij Afval op straat was en is een grote ergernis van Amster­dammers, onder­nemers en bezoekers. Ook voor onze medewerkers die er alles aan deden om de stad schoon te maken. Ondanks dat elke dag honderden afvalinzamelaars en reinigers werkten aan een schone stad, en Amster­dammers daar ook aan meehielpen, kan de stad schoner. De invoering van statiegeld op blikjes en flesjes zorgde net als in 2023 voor meer vervuiling. Hoewel Amsterdam positief staat tegenover de invoering van statiegeld op blikjes en flesjes, hadden we onze handen vol aan de negatieve neveneffecten. Door te weinig inzamelmogelijkheden, gooiden Amster­dammers en bezoekers blikjes en flesjes nog vaak weg en leidde het zoeken naar statiegeld in openbare afvalbakken tot heel veel extra zwerfafval. Ook zagen we de hoeveelheid grof afval die Amster­dammers aanboden op straat toenemen. Om de toegenomen vervuiling aan te pakken werden extra middelen uitgetrokken. Hiermee zijn extra medewerkers ingezet om te reinigen en afval op te halen. Om de statiegeldproblematiek te verminderen, hebben we onder andere rolcontainers voor statiegeldverpakkingen geplaatst. Ook hebben we succesvolle proeven gedaan met het weghalen van afvalbakken en met het gebruik van doorzichtige afvalzakken en zelfsluitende deuren voor de afvalbakken.

Daarnaast werden bijvoorbeeld meer recyclepunten opengesteld op zondag en werden er meer containertuintjes aangelegd. De zakkeninzameling rond de Nieuwendijk en de Kerkstraat is in 2024 uitgefaseerd. We hebben extra focus gelegd op de gebieden in de stadsdelen met de grootste problemen op dit terrein (de hotspots). Ook hebben we extra geld uitgetrokken voor reiniging in Zuidoost, Nieuw-West en Noord, en voor de (verlengde) zomeraanpak in met name het centrum en in parken.

Het afgelopen jaar zijn we gestart met het uitvoeren van de afvalplannen die voor elk stadsdeel zijn opgesteld. Deze plannen omvatten de integrale, gezamenlijke aanpak van specifieke gebieds­opgaven samen met de stadsdelen. Denk aan overlast in woon-winkelstraten, of aan het afval dat ontstaat rond studentencomplexen of bij grote renovaties of het vervangen en verbeteren van afvalinzamellocaties. In 2024 zijn alle voorbereidingen uitgevoerd om de inzameling van al het huishoudelijke afval in het stadsgebied Weesp per 1 januari 2025 van de GAD (Grondstoffen en Afvalstoffen Dienst) van de regio Gooi- en Vechtstreek over te kunnen nemen. Hoe houden we de stad beter schoon? Over die vraag bogen ruim honderd gelote inwoners zich tijdens het burgerberaad schone stad. De deelnemers kwamen zes keer bij elkaar van maart tot en met juli 2024. Het burgerberaad kwam met 15 adviezen voor een schone stad. Deze adviezen zijn op 14 november door de gemeenteraad overgenomen en worden uitgevoerd of eerst verder onderzocht vanaf 2025. De adviezen vanuit het burgerberaad zijn ook opgenomen in het maatregelenoverzicht bij Jaarverslag 2024

84

H.2.2

Doel 2.3.1 Amsterdam is een schone stad. Indicatoren activiteit

Peilwaarde (peiljaar)

Jaarverslag 2023

Begroting 2024

Jaarverslag 2024

1

Ervaren overlast door vervuiling (cijfers Wonen in Amsterdam) (0-10)

5,4 (2021)

5,7

6,5

geen meting

2

Het schoonhouden van de straten en stoepen wordt door de bewoners beoordeeld op een 6,5

6,3 (2021)

6,2

6,5

geen meting

3

Het schoonhouden van het groen wordt door de bewoners beoordeeld op een 6,5

6,6 (2021)

6,6

6,5

geen meting

Activiteit 2.3.1.1 Indicator 1 en 2: De scores voor grof zwerfafval en de vullingsgraad van prullenbakken laten een wisselend beeld zien. De CROW-score voor grof zwerfafval is met 81 procent iets hoger dan de doelstelling van 80 procent, maar lager dan vorig jaar (84,1 procent) en het peiljaar 2021 (87 procent). De CROW-score voor de vullingsgraad van prullenbakken is daarentegen gestegen naar 88 procent, wat zowel hoger is dan de doelstelling van 80 procent als de score van vorig jaar (84,4 procent). De daling ten opzichte van het peiljaar 2021 bij grof zwerfafval wordt mede veroor­ zaakt door de statiegeldproblematiek en een toename van bezoekers. Om de toegenomen vervuiling aan te pakken, zijn extra reinigers, afvalmedewerkers en toezichthouders ingezet. Indicator 3: Amster­dammers signaleren dagelijks tientallen situaties met betrekking tot huishoudelijk afval in Amsterdam. Elk signaal is een kans om onze dienstverlening te verbeteren. De stijging in tevredenheid naar 71 procent is positief. Door een effi­ ciëntere interne samenwerking en de optimalisatie van digitale processen zetten wij ons dagelijks in om deze stijging voort te zetten en verder te verbeteren. De intro­ ductie van de Amsterdam App en de uitbreiding van de Afvalwijzer dragen hieraan bij.

Doel 2.3.1 Het Wonen in Amsterdam onderzoek wordt 1 keer per 2 jaar uitgevoerd, laatste onderzoek dateert van de zomer 2023 waarover bij het jaarverslag 2023 is gerapporteerd. Activiteit 2.3.1.1 We maken de openbare ruimte schoon (daar waar het er toe doet). Indicatoren activiteit

Peilwaarde (peiljaar)

Jaarverslag 2023

Begroting 2024

Jaarverslag 2024

1

CROW score voor zwerfafval grof is minimaal 80% op B-niveau

87% (2021)

84,1%

80%

81%

2

Percentage CROW scores vullingsgraad prullenbakken op niveau B

84,4% (2023)

84,4%

80%

88%

3

Percentage meldingen schone stad: afval dat tijdig en naar tevredenheid van de melder is afgehandeld.

69% (2023)

69%

70-%

71%

4

Percentage meldingen schone stad: schoon dat tijdig en naar tevredenheid van de melder is afgehandeld.

57% (2023)

55%

70%

58%

Jaarverslag 2024

Indicator 4: Voor de reiniging zien we dat de tevredenheid over de afhandeling van de meldingen met 58 procent onder de doelstelling van 70 procent scoort. De score is 3 procentpunt verbeterd ten opzichte van vorig jaar. Het vaakst waren Amster­dammers niet tevreden over de afhandeling omdat het werk in de beleving van de melder niet af was. Dat was bijvoorbeeld als het zwerfvuil niet meteen werd opgeruimd, maar binnen enkele dagen. Door de toegenomen vervuiling duurde het soms langer om meldingen af te handelen. Met de extra maatregelen verwachten we komend jaar sneller meldingen te kunnen afhandelen.

85

H.2.2

Activiteit 2.3.1.2 We zorgen dat inwoner en bedrijven hun afval op de juiste wijze kunnen aanbieden. Indicatoren activiteit 1

Percentage CROW scores bijplaatsingen naast containers op niveau B (of beter)

Peilwaarde (peiljaar)

Jaarverslag 2023

Begroting 2024

Jaarverslag 2024

85% (2022)

85%

90%

83%

Activiteit 2.3.1.3 De grote afvalwagens rijden allemaal op biodiesel wat het grote verschil verklaart met 2019. De transitie naar elektrische wagens is in 2024 opgestart. De wagens van de eerste grote aanbesteding komen in 2026. Het CO2 cijfer van 2024 is iets lager dan begroot. Dit komt vooral omdat een groter deel van de inzameling is uitbesteed en de uitstoot hiervan nog niet goed wordt geregistreerd. De registratie wordt in 2025 verbeterd. Activiteit 2.3.1.4

Activiteit 2.3.1.2 De score van bijplaatsingen naast containers is met 83 procent lager dan de doel­ stelling van 90 procent. Vanuit de aanpak bijplaatsingen in de gehele stad is extra inzet georganiseerd op gemiddeld 1600 containerprobleemlocaties door het uitvoeren van: • speciale communicatie en gedragsbeïnvloedingsinterventies. • kartoncampagnes, woon-winkelcampagnes en studentencampagnes. • Gezamenlijk acties op container- en grof afvaldump- locatieniveau van de stadsdelen, toezicht en handhaving, reiniging en organisaties voor studentenhuisvesting. • Extra controles door toezichthouders en Pantar waarbij is gecontroleerd, opgeruimd en traceerbare waarnemingen doorgezet naar handhaving. Naast de aanpak bijplaatsingen is in de binnen­stad de zomeraanpak (treintje) georganiseerd, waarbij de reiniging direct achter de afvalinzameling zorgt voor een opgeruimde straat. Deze aanpak draagt ook bij aan het verminderen van bijplaatsingen en afvaldumpingen. Ondanks de extra georganiseerde inspanningen is de beoogde score niet behaald. We blijven ons richten op de locaties met de grootste problemen en proberen met gezamenlijke aanpak van uitvoerende teams van toezicht en handhaving, reiniging en de stadsdelen en ook bewoners het aantal bijplaatsingen te verminderen.

We ondersteunen medebeheer en zetten in op preventie. Indicatoren activiteit 1

Tevredenheid (zeer en redelijk tevreden) onder containeradoptanten

Peilwaarde (peiljaar)

Jaarverslag 2023

Begroting 2024

Jaarverslag 2024

76% Geen meting (2020)

75%

88%

Activiteit 2.3.1.4 Voor het containeradoptieteam, waarbij bewoners een container kunnen adopteren en beheren, stond 2024 in het teken van evalueren, werven van nieuwe adoptanten en faciliteren. Door geheel Amsterdam rijden 16 wagens met wervingsteksten om de Amster­dammers te vragen zich aan te melden als containeradoptant om mee te helpen zijn/ haar straat schoon te houden. Voor het containertuintjes project is actief op locatieniveau geworven, maar helaas niet altijd met resultaat. Het aantal adoptanten is ten opzichte van 2023 gestegen met 10 procent. Onderzoek en Statistiek heeft in 2024 een tevredenheidsonderzoek onder de adoptanten gehouden. De tevredenheid van de adoptant is ten opzichte van 2019 gestegen met 12 procentpunten. Uit de tevredenheidsonderzoeken van 2024 is gebleken dat de adoptanten tevreden zijn over het contact met de gemeente en het afhandelen van de meldingen.

Activiteit 2.3.1.3 We zamelen het afval efficiënt en duurzaam in. Indicatoren activiteit 1

Kg CO2-uitstoot per ton ingezameld materiaal

Jaarverslag 2024

Peilwaarde (peiljaar)

Jaarverslag 2023

Begroting 2024

Jaarverslag 2024

19,2 (2019)

2,3

2,5

2,4

86

H.2.2

Doel 2.3.2

Activiteit 2.3.2.2

Amsterdam voorkomt (rest) afval.

We zorgen dat het afval zo hoogwaardig mogelijk wordt verwerkt.

Indicatoren doel

Peilwaarde (peiljaar)

Jaarverslag 2023

Begroting 2024

Jaarverslag 2024

1

Kilogram huishoudelijk fijn en grof restafval per inwoner per jaar (BBV-verplicht)

247 (2019)

230

230

232

2

Kilogram huishoudelijk afval per inwoner per jaar

358 (2019)

351

347

353

Doel 2.3.2 Over 2024 zien we dat de hoeveelheid afval, en dan voornamelijk het grof afval ten opzichte van het jaar ervoor is gestegen. We zitten nog wel onder het niveau van 2019.

Activiteit 2.3.2.1 We maken het voor bewoners mogelijk om hun afval op de juiste manier gescheiden te kunnen aanbieden. Indicatoren activiteit 1

Aantal Amsterdamse huis­hou­dens dat toegang heeft tot een GFE-T inzamel­voorziening

Peilwaarde (peiljaar)

Jaarverslag 2023

Begroting 2024

Jaarverslag 2024

1% (2019)

8,5%

13%

12%

Activiteit 2.3.2.1 In 2024 hebben we volgens planning in stadsdelen Oost en Zuid zo’n 15.000 rol­containers bij bewoners uitgezet om groente, fruit en tuinafval (gfe-t ) in te kunnen zamelen. Ook bieden we een dienstverlening in buurten om grof tuinafval in te zamelen. Het percentage van 13 procent is niet gehaald omdat in 2024 de verzamelcontainers voor gfe-t inzameling in hoogbouw (huizen zonder tuinen) niet volgens planning zijn uitgerold.

Indicatoren activiteit 1

Percentage gerecycled afval per inwoner per jaar t.o.v. totale hoeveelheid huishoudelijk afval

Peilwaarde (peiljaar)

Jaarverslag 2023

Begroting 2024

Jaarverslag 2024

22% (2019)

25%

26%

25%

Activiteit 2.3.2.2 De scheidingsresultaten van de zes recyclepunten in de stad zijn verbeterd van 67 procent naar 72 procent door de keuze om bouw en sloopafval te laten scheiden. Daarnaast zijn inspanningen gedaan op het extra inzamelen van groente- fruit en tuinafval. Ondanks dat bleven de scheidings- en recyclingspercentages in totaal gelijk door wisselingen op andere afvalstromen zoals glas en papier. Een toename op de percentages is vooral te verwachten bij het verder uitrollen van de gfe-t inzameling en het inzamelen van grof afval via de recyclepunten.

Verbonden Partijen AEB Holding N.V. Amsterdam AEB verwerkt het Amsterdamse restafval, onder andere door kunststof verpakkingen en metalen na te scheiden en het restafval te verbranden. Daarmee produceert AEB stadswarmte en elektriciteit voor woningen en bedrijven. Begin 2025 is duidelijk geworden dat AEB voorlopig niet verkocht gaat worden en de komende jaren het Amsterdamse restafval zal blijven verwerken. Stichting Pantar Stichting Pantar voert onder andere opdrachten uit op gebied van schoon en afvalinzameling/ recycling (prikken en het verwijderen van bijplaatsingen, inzamelen van afvalstromen, voorsorteren van afvalstromen).

Naast de inzet op de gfe-t afvalstroom, zijn in er in de stad in 2024 zo’n 1200 bestaande containers voor restafval, papier, glas en gfe-t vervangen en zijn er circa 200 containers bijgeplaatst in nieuwe buurten of bij herinrichtingsprojecten. Zo zorgen we er onder andere voor dat we in de stad zo veel mogelijk dezelfde soort containers gebruiken, wat de inzameling vergemakkelijkt. Jaarverslag 2024

87

H.2.2

Financiële toelichting Programmaonderdeel 2.3 Afval en Reinigen Openbare Ruimte (bedragen x € 1 miljoen)

Rekening Oorspronkelijke 2023 Begroting 2024

Najaarsnota 2024

Rekening 2024

Verschil Rekening Najaarsnota

Baten

209,0

211,5

215,2

215,0

-0,2

Lasten

222,6

243,8

292,6

291,1

-1,5

Saldo Baten en Lasten

-13,6

-32,3

-77,4

-76,1

1,3

Onttrekking

0,0

2,9

43,6

46,8

3,3

Toevoeging

12,3

0,0

0,0

3,3

3,3

Saldo onttrekkingen en toevoegingen reserves

-12,3

2,9

43,6

43,6

0,0

Totaal 2.3 Afval en Reinigen Openbare Ruimte

-25,9

-29,4

-33,8

-32,5

1,3

Het programma­onderdeel heeft ten opzichte van de Najaarsnota 2024 een positief resultaat van € 1,3 miljoen. Dit komt door lagere baten van € 0,2 miljoen en lagere lasten van € 1,5 miljoen. Het positieve resultaat ten opzichte van de Najaarsnota 2024 komt door: Baten De totale baten van € 215,0 miljoen zijn € 0,2 miljoen lager dan begroot. Dit komt door: • Lagere baten uit de opbrengsten grondstoffen door een combinatie van lagere prijzen en aangeboden hoeveelheden(€ 0,8 miljoen). • Hogere baten uit afvalstoffenheffing door de afwikkeling van nog op te leggen heffingen oude jaren (€ 0,3 miljoen). • Hogere baten door een hogere uitkering in het kader van de afvalbakkenvergoeding (€ 0,2 miljoen). • Overige afwijkingen lichten we verder niet toe, omdat de afzonderlijke afwijkingen kleiner zijn dan € 0,2 miljoen (€ 0,1 miljoen).

Jaarverslag 2024

Lasten De totale lasten van € 291,1 miljoen zijn € 1,5 miljoen lager dan begroot. Dit komt door: • Lagere lasten door onderbezetting op personeel onder andere door openstaande vacatures (€ 1,7 miljoen). • Lagere lasten door minder inzet bij de gladheidsbestrijding vanwege zachtere winters (€ 0,9 miljoen). • Lagere lasten voor applicatiecontracten in beheer omdat een aantal inkoopfacturen voor 2024 binnen een ander programma­onderdeel is verantwoord (€ 0,4 miljoen). • Lagere lasten voor de inzet van vast en flexibel personeel op straatreiniging door onder meer hogere vergoeding voor langdurige zieke en afgekeurde medewerkers en minder inzet van flexkrachten (€ 0,3 miljoen). • Hogere lasten bij het verzorgend onderhoud door extra inzet voor een inhaalslag van onkruid op verhardingen en technisch vegen (€ 0,5 miljoen). • Hogere lasten door extra stortkosten als gevolg van sorteren van lachgas cilinders, stijging van de hoeveelheid grof afval, hogere kosten van inzameling in Weesp door de groei van het aantal inwoners in Weesp, hogere transportkosten van het veegvuil en het afval uit afval Pyramides (grote afvalbakken in de parken). Verder zijn er 500 extra zelfsluitende prullenbakken aangeschaft (€ 0,8 miljoen).

• Hogere lasten van € 0,7 miljoen door toevoeging van het positieve resultaat (ten opzichte van de najaarsnota) van het gesloten systeem van de afvalstoffenheffing aan de voorziening afvalstoffenheffing. • Overige afwijkingen lichten we verder niet toe, omdat de afzonderlijke afwijkingen kleiner zijn dan € 0,2 miljoen. Reserves Bij de najaarsnota 2024 zijn de egalisatiereserve afval en de financieringsreserve OAT Sluisbuurt opgeheven. De aanwezige saldi van deze reserves zijn onttrokken en vervolgens toegevoegd aan de nieuwe egalisatievoorziening afval. Met deze omzetting wordt voldaan aan de BBV-voorschriften. De in de tabel getoonde toevoegingen van € 3,3 miljoen betreft het positieve resultaat van het gesloten systeem van de afvalstoffenheffing over 2024. Per abuis is dit saldo eerst toegevoegd aan de reserve en vervolgens weer onttrokken en daarna toegevoegd aan de egalisatievoorziening afval. Het saldo van de egalisatievoorziening afvalstoffenheffing bedraagt eind 2024 € 43,9 miljoen. Dit saldo is als volgt opgebouwd: • Overboeking saldo egalisatiereserve afval per 1-1-2024: € 29 miljoen. • Overboeking saldo financieringsreserve OAT per 1-1-2024: 11,6 miljoen. • Positief resultaat gesloten systeem afvalstoffenheffing 2024: € 3,3 miljoen. 88

H.2.2

Risicobeheersing

Beleidskaders

Actuele risico’s

Maatregelen

1. Door wijzigingen in wet- en regelgeving bij onder andere afvalstoffenbelasting en op het gebied van milieuwetgeving, bestaat de kans dat verwerkingskosten toenemen, dat het gebruik van bruggen en kades voor de inzamelinglogistiek wordt beperkt en dat er (nog) hogere milieueisen voor het wagenpark gelden.

• Vroeg op de hoogte zijn van veranderingen in wet- en regelgeving door goede monitoring en constant alerte blik naar buiten. • Voor het ontzien van bruggen en kades is een pilot gestart voor anders inzamelen in Centrumgebied. De aanbestedingen voor vernieuwing van het wagenpark bevatten vanaf 2024 enkel uitstootvrije voertuigen. Daarnaast zal speciaal aandacht zijn voor de randvoorwaarden zoals netcapaciteit en laadpalen.

2. Door problemen in het primaire proces als gevolg van externe factoren zoals een pandemie, bestaat de kans op: toename van afval door meer thuiswerken en meer online aankopen. verminderde beschikbaarheid van personeel door meer ziekteverzuim.

• We nemen de lessen mee van de Coronapandemie. Vroeg op de hoogte zijn door goede monitoring en analyse van afvalaanbod, klachten en “schoon” resultaten waardoor snel kan worden bijgestuurd met inzet en inzamelfrequentie. • Flexibele inzet van personeel door verdere • standaardisatie. • Vastleggen van voldoende “reservecapaciteit” bij uitzendbureaus. • Voor uiterste situaties in personeelstekort is er • een stappenplan ‘Noodscenario Afvalinzameling’.

3. Door externe factoren zoals een lage inzet op preventie vanuit Rijk en EU, een lage producentenverantwoordelijkheid en lage inspanning van inwoners, wordt de doelstelling om de hoeveelheid (rest) afval te verminderen niet gehaald.

• Constante lobby samen met NVRD, VNG en G4 richting het Rijk om belang en inzet op preventie en producentenverantwoordelijkheid te benadrukken. • Gedrag van Amster­dammers aanpassen door: faciliteiten te bieden om afval gescheiden aan te bieden en in te zamelen en door communicatie en gerichte campagnes burgers bewust(er) te maken van het scheidingseffect van afvalstromen en welk effect dat heeft op de kosten (voor verwerken van restafval) en opbrengsten (bijvoorbeeld voor karton).

4. Door het ontstaan van vervuilde of gevaarlijke afvalstromen, bestaat de kans dat de logistieke inzamelorganisatie hier onvoldoende op ingericht is waardoor de verwerkingskosten toenemen, er extra inzet van capaciteit benodigd is, en er overlast ontstaat voor bewoners en onder­nemers.

• Vroeg op de hoogte zijn door goede monitoring en analyse van afvalaanbod, klachten en “schoon” resultaten waardoor snel kan worden bijgestuurd met nieuwe technieken en/of andere oplossingen.

Jaarverslag 2024

• De Kaderrichtlijn afvalstoffen (KRA) (2008/98/EG) vormt de basis van de EU-wet­ geving op het gebied van afvalstoffen, zoals de gewenste manier van afvalbeheer (van preventie tot verbranden), bescherming van gezondheid en milieu en het vormgeven van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid. • Ook de richtlijnen ten aanzien van het verpakkingsafval en het storten en het circulaire beleid geven richting aan het landelijke afvalbeleid. • De Wet Milieubeheer geeft weer hoe het landelijke en lokale afvalbeleid vorm moet krijgen. • Het Landelijk Afvalbeheer Plan 3 beschrijft het landelijke afvalbeleid tussen 2017 en 29 december 2025. Het voorkomen van afval staat centraal, waarbij we er aan werken om de totale huishoudelijk afvalproductie (dat is het restafval inclusief stromen als papier, plastic, glas, textiel, et cetera) omlaag te brengen. Het landelijk afvalbeheerplan zal worden opgevolgd door het Circulair Materialenplan 1. • De gemeente Amsterdam heeft haar afvalbeleid vastgelegd in het Uitvoeringsprogramma afval en grondstoffen 2020- 2025 (gemeenteraad 17 december 2020), waarin staat hoe we werken aan een schoon en afvalvrij Amsterdam. In december 2024 is het “Kader Schoon en Afvalvrij 2025-2028” vastgesteld als opvolger van het Uitvoeringsprogramma afval en grondstoffen 2020-2025.

• Daarnaast liggen regels vast in de verordening op de afvalstoffen, de verordening op de afvalstoffenheffing en de bijbehorende uitvoeringsbesluiten. • In het Beleidskader ‘1Amsterdam Heel & Schoon’ (2017) staan de principes voor onderhoud en reiniging. We willen in heel Amsterdam een goede beheerkwaliteit en we werken gebiedsgericht om dat te bereiken. Met dit beleid als basis maken we keuzes om de stad schoon, heel en veilig te houden binnen de beschikbare budgetten.

89

H.2.2

2.2.4 Beheer en Onderhoud Openbare Ruimte De Amsterdamse openbare ruimte wordt duurzaam beheerd en is begaanbaar, heel en veilig voor alle gebruikers Wat hebben we bereikt (doelen) en wat hebben wij daarvoor gedaan (activiteiten)?

preventieve onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd en worden voorbereidingen getroffen om in 2025 te starten met renovatiewerkzaamheden.

Het afgelopen jaar hebben we ons ingezet om de kwaliteit van de spullen in de stad te bewaren. Dit hebben we onder andere gedaan door te werken aan verschillende onderhoudsprojecten en het verminderen van achterstallig onderhoud. We hebben ongeveer 100 onderhoudsprojecten aan onze verhardingen uitgevoerd. Waar dit nodig en mogelijk is, namen we een extra stap om de verkeersveiligheid te verbeteren of klimaatadaptieve maatregelen toe te passen.

De prullenbakken op Busstation IJ-zijde hebben we aangepast op het aanbod van afval om zo het zwerfvuil op onze busstations te verminderen. We hebben ons ingezet om het water in de stad schoon te maken en schoon te houden. In het afgelopen jaar is hiervoor de Bubble Barrier aangeschaft. Door de luchtbellen die dit toestel maakt, drijft afval naar boven en wordt het opgevangen. Dit draagt bij aan de verbetering van de kwaliteit van het water in Amsterdam. In 2024 is onder andere de muziekkapel in het Oosterpark gerenoveerd en is onderhoud uitgevoerd aan ongeveer 450 speel­ toestellen en tien fonteinen. Daarnaast zijn speelplekken aan onder andere het IJplein (Noord) en de Aetsveldselaan (Weesp) en de fitnessroute in het Amsterdamse Bos helemaal vernieuwd.

In Noord, Zuidoost en Nieuw-West hebben we 50 bruggen onderhouden of vervangen. Ook is de Westlandgrachtschutsluis in Nieuw-West gerenoveerd. Door bruggen te verwijderen die weinig werden gebruikt, deden we geen investeringen die niet noodzakelijk zijn, mede uit duurzaamheidsoogpunt en verbeterden we de door­ stroming van het water. Bij de vervanging van de Fortbrug in Weesp, willen we de liggers van eerder gesloopte bruggen hergebruiken. Ook hierdoor kunnen we bijdragen aan een circulaire stad. Bij onze kades proberen we het groen te behouden waar mogelijk: dit is bijvoorbeeld gelukt bij het onderhoud aan de glooiingen aan de Singelgracht. We zijn in het afgelopen jaar begonnen met het vervangen en ver-LEDden van de verlichting van overspanningen tussen gevels, waar verlichting aan is gemonteerd. We vervingen ongeveer 1830 armaturen. We hebben het afgelopen jaar te maken gehad met hogere energielasten dan verwacht. We zijn begonnen met het bouwen van de verkeerscentrale wat bijdraagt aan onder andere veilige en beschikbare tunnels en hebben ons ingezet de veiligheid van tunnels te optimaliseren door onder andere de vluchtdeuren te verbeteren van de Piet Heintunnel. Wel is de kans op sluiting nog aanwezig bij de Arenatunnel en de IJ-tunnel vanwege achterstallig onderhoud. Om dit onder controle te krijgen, zijn er meer

Jaarverslag 2024

Doel 2.4.1 De Amsterdamse openbare ruimte wordt duurzaam beheerd en is begaanbaar, heel en veilig voor alle gebruikers. Indicatoren activiteit 1

Het onderhoud van de straten en stoepen in uw buurt wordt door de bewoners beoordeeld op 6,5

Peilwaarde (peiljaar)

Jaarverslag 2023

6,7 (2021)

6,5

Begroting 2024

Jaarverslag 2024

6,5 Geen meting

Doel 2.4.1 Het Wonen in Amsterdam onderzoek wordt 1 keer per 2 jaar uitgevoerd. Het laatste onderzoek dateert uit 2023. Over dit onderzoek is in het jaarverslag van 2023 gerapporteerd.

90

H.2.2

Activiteit 2.4.1.1 We beheren en onderhouden onze verhardingen, straat & speel meubilair en busstations. Indicatoren activiteit

Peilwaarde (peiljaar)

Jaarverslag 2023

Begroting 2024

Jaarverslag 2024

1

Percentage van het areaal verhardingen dat voldoet aan niveau C (Sober)

84% (2022)

84%

90%

84%

2

Percentage van het areaal verhardingen dat voldoet aan niveau C (Sober)

≤10% (2022)

6%

6%

6%

3

Percentage beschikbaarheid speeltoestellen

99% (2022)

99%

99%

99%

4

Percentage meldingen dat tijdig (minimaal 90%) en naartevredenheid (minimaal 70%) van de melder is afgehandeld”

68% (2023)

68%

70%

72%

5

Percentage hergebruik restmateriaal verhardingen

80% (2022)

80%

80%

80%

Activiteit 2.4.1.1 Verhardingen In 2024 hebben we gewerkt aan verhardingen in de openbare ruimte. Denk aan pleinen, fietspaden, stoepen en wegen. Het onderhoud hiervan is niet alleen belangrijk voor het uiterlijk van de stad, maar vooral voor de bereikbaarheid en veiligheid van de Amsterdammer. We hebben in 2024 ruim 100 onderhoudsprojecten uitgevoerd, met een totaal oppervlak van meer dan 1,3 miljoen vierkante meter. In onze onderhoudsopgave gaven we prioriteit aan de uitvoering van achterstallig onderhoud in buurten waar het de urgentie het grootst is en aan onderhoud aan belangrijke verkeersnetten die de bereikbaarheid en veiligheid van de weggebruikers moeten garanderen. Waar mogelijk werden werkzaamheden in samenhang met de groenopgave uitgevoerd. Het gaat hier vooral om het verminderen van de gevolgen van boomwortelopdruk en het verbeteren van groeiplaatsen van bomen in verhardingen.

initiatieven vanuit het Nationaal Groeifonds Toekomstbestendige Leefomgeving uitgevoerd en een hub voor hergebruik van stenen geopend. Ook is met AMS Institute onderzoek gedaan naar circulair waardemodel en de mate waarin we op koers liggen met het behalen van onze CO2-doelstellingen. Tot slot hebben we de Emissietool Verhardingen gelanceerd/geïntroduceerd. Met deze tool kunnen we op vrij een­ voudige manier de footprint en milieu-impact van onze werkzaamheden bepalen. Busstations Amsterdam heeft 11 stedelijke busstations die een belangrijk verbindingspunt vormen voor de bereikbaarheid van en naar de stad. In 2024 heeft regulier onderhoud aan deze busstations plaatsgevonden. Daarnaast is gewerkt aan herstel en schade­ meldingen. Zo zijn er 150 stuks armaturen en bronnen vervangen. Ook zijn de prullen­ bakken op busstation IJ-zijde veranderd van aantal en vorm. Dit met als doel zwerfvuil tegen te gaan dat ontstaat bij het openmaken van prullenbakken voor statiegeld op flesjes en blikjes. Voor de overkapping van busstation IJ-Zijde is in 2024 onderzoek en voorbereidingen gedaan voor het plan van duurzaam herstel. Straatmeubilair en speelvoorzieningen Om bij te dragen aan de gezondheid en leefbaarheid van de Amsterdammer, is het van belang dat meubilair en speeltoestellen voldoende onderhouden worden. In 2024 is er onderhoud uitgevoerd aan ongeveer 450 speeltoestellen.

Daarnaast zijn speelplekken aan onder andere het IJplein (Noord) en de Aetsveldselaan (Weesp) en de fitnessroute in het Amsterdamse Bos helemaal vernieuwd. Alle 56 stroomkasten aan de Albert Cuypmarkt zijn vervangen voor nieuwe kasten met slimme meters en bij tien fonteinen is groot onderhoud uitgevoerd. Door nieuwe wetgeving is er onderhoud nodig aan negen speelbaden. Twee daarvan zijn in het Amsterdamse Bos. Vanwege de nieuwe (verscherpte) wet- en regelgeving per 1 januari 2024, is en wordt er onderzoek gedaan naar een passende en betaalbare oplossing voor deze waterspeelplaatsen. In het afgelopen jaar is de muziekkapel in het Oosterpark, de vijver op het Museum­ plein en het Cruyff Court Egoli in Zuidoost gerenoveerd. Ook is de monumentale zandbak in het Vondelpark opgehoogd en gerenoveerd om wateroverlast te voorkomen. Zo bereiden we ons voor op toekomstige uitdagingen.

Ook klimaatadapatie, emissiedoelstellingen en hergebruik waren aandachtspunten in het uitvoeren van onderhoud in 2024. In dit kader hebben we zes duurzaamheids­ Jaarverslag 2024

91

H.2.2

Activiteit 2.4.1.2 We beheren en onderhouden onze civiele constructies en tunnels. Indicatoren activiteit

Peilwaarde (peiljaar)

Jaarverslag 2023

Begroting 2024

Jaarverslag 2024

1

Percentage van het areaal van civiele constructies dat voldoet aan niveau C (Sober)

89% (2022)

88%

90%

89%

2

Omvang van achterstallig onderhoud inzake civiele constructies

1% (2022)

2%

0%

1%

3

Beschikbaarheidspercentage Amsterdamse wegtunnels voor verkeer

95% (2025)

99%

98%

99%

4

Versnellen van het herstel van bruggen (aantal per jaar)

-

1

2

0

Activiteit 2.4.1.2 Beweegbare bruggen, sluizen, steigers en oevers Het behouden van veiligheid en beschikbaarheid van civiele constructies is van belang. Zo zijn in Noord, Zuidoost en Nieuw-West 50 bruggen onderhouden of vervangen. We hebben meerdere onderhoudswerkzaamheden in één keer aangepakt door werk uit te voeren in combinatie met onderhoud aan de wegen. In Nieuw-West is ook de Westlandgrachtschutsluis gerenoveerd. De Drieharingenbrug (Westelijke eilanden) is gerenoveerd en er heeft ongepland onderhoud plaatsgevonden aan de brug bij de Oosterdoksdoorgang. De beschoeiingen zijn het minst onderhouden. We hebben dit lagere prioriteit gegeven, omdat de budgetten te krap zijn om alles goed te kunnen onderhouden. Het niet onderhouden van de beschoeiingen brengt de minste risico’s met zich mee. Er is sprake van achterstallig onderhoud bij civiele constructies. Met name bij beschoeiingen is achterstalligheid toegenomen. In het dagelijks beheer is daarom meer correctief onderhoud uitgevoerd als gevolg van achterstalligheid. De beschikbare budgetten en de capaciteit in de organisatie blijken de afgelopen jaren onvoldoende om het geplande volledige onderhoud te realiseren en bestaande achterstalligheid weg te werken. In 2024 moesten de sluizen aan het IJ gesloten worden vanwege een storing van de gemalen bij IJmuiden.

Het is gelukt de sluizen op tijd te sluiten maar deze ervaring was wel de reden om meer onderzoek te doen naar de functionaliteit en bedienwijze van de sluizen. In de andere stadsdelen is ook onderhoud uitgevoerd aan verschillende bruggen. Zo is gestart met het verwijderen van twee bruggen in Oost die weinig Jaarverslag 2024

werden gebruikt. De landhoofden waar de brug op staat, worden daarmee ook verwijderd. Dit verbetert de doorstroming van het water en draagt bij aan klimaatadaptatie. Voor de vervanging van de Fortbrug in Weesp hergebruiken we de liggers van eerder gesloopte bruggen. Het onderhoud aan de glooiingen, schuine hellingen langs de kaders, in de Singelgracht startte in 2023 en is in 2024 voortgezet. We zien het belang in van de ecologische staat van de stad. Om bij te dragen aan de vergroening van de stad, worden bestaande muurplanten zoveel mogelijk behouden. Er is minder geld uitgegeven dan verwacht. Dit komt onder andere door vertragingen in contractering, personele wisselingen en bijstelling van kosten. Er is bij verschillende projecten vertraging opgelopen, waardoor er minder is uitgegeven. Het geld is daarmee nog wel nodig, en de kosten en uitgaven zullen daardoor doorschuiven naar volgende jaren. Bruggen en Kademuren (PBK) Het programma Bruggen en Kademuren heeft het doel 871 verkeersbruggen en circa 205 kilometer gefundeerde kademuur te onderzoeken, veilig te houden en waar nodig versneld op orde te krijgen. In totaal hebben we in 2024 is aan 1.485 meter kademuur gewerkt, verdeeld over 8 kadevervangingsprojecten en 3 kaderenovatieprojecten. De herstelwerkzaamheden aan 713 meter kademuur (7 projecten) hebben we afgerond.

Aan brug 627 (tussen de Antony Moddermanstraat en de Ruys de Beerenbrouckstraat) zijn we met de werkzaamheden gestart, deze worden naar verwachting in 2025 afgerond. De herstelmethoden worden steeds innovatiever en duurzamer. In 2024 zijn veelbelovende methoden in de praktijk getest waarmee kademuren de komende jaren efficiënter, goedkoper en doelgerichter hersteld kunnen worden. Onderzoek helpt ons ook bij de opgave. Door onderzoek te doen naar de sterkte van de houten funderingen, naar de effecten van belasting en gebruik én naar bezwijkmechanismes, kunnen we steeds beter inschatten of de kademuren en bruggen hersteld moet worden, of nog minimaal 30 jaar mee kunnen. Op basis hiervan zijn in 2024 ruim 3.600 meter kademuur en 27 bruggen ondergebracht in regulier beheer. Desondanks werden we in 2024 ook geconfronteerd met de slechte staat van onze bruggen en kademuren. Er zijn op ruim 30 kademuren gewichtsbeperkingen opgelegd. Dit heeft consequenties voor de bereikbaarheid, bijvoorbeeld voor onder­nemers die 92

H.2.2

niet meer met (te) zware voertuigen bevoorraad kunnen worden. Ook zijn er twee veiligheidsconstructies geplaatst, is er één in voorbereiding en is eind 2024 besloten met spoed extra veiligheidsmaatregelen te treffen op de Westerdoksdijk. Op de Da Costakade en de Westerdoksdijk moesten hiervoor met spoed woonboten verplaatst worden, de impact hiervan op de bewoners is groot.

We beheren en onderhouden onze installaties.

1

Het percentage beschikbare uren van het areaal van de Verkeers­informatie­ systemen

Peilwaarde (peiljaar)

Jaarverslag 2023

Begroting 2024

Jaarverslag 2024

99% (2022)

99%

95%

99%

Activiteit 2.4.1.3 Aanpak Wegtunnels Amsterdam De wegtunnels zijn van groot belang voor de bereikbaarheid van de stad. Een stremming in een tunnel heeft meteen gevolgen voor het wegverkeer in de stad. Zowel groot onderhoud als dagelijks onderhoud van tunnels is erg belangrijk voor de veiligheid en beschikbaarheid hiervan. In 2024 is gewerkt aan veilige en beschikbare tunnels door te bouwen aan de verkeerscentrale en te starten met het ontwerp van vervangingsonderhoud aan de IJ-tunnel. Zo zijn er stappen gezet in de voorbereiding voor de toekomst. Halverwege het jaar is er meer budget beschikbaar We willen dat mensen, waaronder voetgangers, goed hun weg kunnen vinden in de stad. Hiervoor zijn grote informatiedisplays geplaatst bij het Centraal Station. Voor de digitalisering van het netwerk hebben we 100 routers vervangen bij pollers en slagbomen. Verschillende pollers hebben we vervangen (6) en verwijderd (6) en voorzien van camera’s (8). Voor de monitoring van de verkeersveiligheid hebben we twee nieuwe CCTV-camera’s geplaatst. In Amsterdam hebben we gekozen om het plaatsen en beheren van de intelligente verkeerslichten (i-VRI), een systeem dat verkeersstromen stuurt, te pauzeren. Er zijn nog te veel onduidelijkheden voor een goed en financieel verantwoordelijk beheer van de i-VRI’s. Deze zijn landelijk en bij het programma bekend.

In 2024 zijn we wel verder gegaan met het plaatsen van verkeersregelinstallaties die i-VRI voorbereid zijn. Jaarverslag 2024

Amsterdam is voorbereid op veranderend klimaat in 2050 Indicatoren doel 1

Activiteit 2.4.1.3

Indicatoren activiteit

Doel 2.4.2

Peilwaarde (peiljaar)

Jaarverslag 2023

Begroting 2024

Jaarverslag 2024

zie indicatoren onder activiteit 2.4.2.1

Doel 2.4.2 Het klimaat is veranderd, dat merken we aan de toename van extremen in hitte, droogte en neerslag. Ook krijgen we steeds vaker te maken hoge waterstanden en de bijbehorende gevolgen. Met klimaatadaptieve maatregelen onder andere gericht op vergroenen en waterbeheer bereiden we Amsterdam voor op een toekomst met een hogere zeespiegel en temperatuur, drogere zomers en nattere winters. Activiteit 2.4.2.1 We zorgen voor een klimaatadaptieve stad Indicatoren activiteit

Peilwaarde (peiljaar)

Jaarverslag 2023

Begroting 2024

Jaarverslag 2024

1

Aantal afgeronde klimaatadaptieve projecten

30 (2024)

30

10

15

2

Aantal m2 vergroend op privaat terrein dmv tegelservice

11.000 (2024)

11.000

7.500

11.000

3

Aantal m3 waterberging gerealiseerd en m2 vergroend in impulsregeling projecten

1.000; 1.600 (2024)

1.000; 1.600

500; 12.000

635;16.090

Activiteit 2.4.2.1 In 2024 hebben we hard gewerkt om buurten groener en meer klimaatadaptief te maken, zoals het Gijsbrecht van Amstelpark, Frans Hals en Rivierenbuurt. Daarnaast coördineren we de inzet en voortgang op het gebied van klimaatadaptatie. In 2024 is de Agenda Klimaatadaptatie 2023‑2026 vastgesteld, met acties langs alle portefeuilles. We stimuleren en ondersteunen klimaatadaptatie in projecten, integreren klimaat­ adaptatie structureel in werkzaamheden en beheer, we doen nader onderzoek en monitoren de voortgang, we vergroten de bewustwording en stimuleren en onder­ steunen acties bij derden in de stad, en we zorgen voor kennisdeling en communicatie. 93

H.2.2

Ook zijn het afgelopen jaar samen met lokale organisaties, een woningcorporatie en veel vrijwilligers drie grote ‘Onze Straat’ acties uitgevoerd waarmee veel versteende tuinen zijn omgezet in groene tuinen. In combinatie met een gemeentelijke service, waarbij bewoners gratis hun tuintegels kunnen laten ophalen, is bij 840 huishoudens circa 11.000 m2 aan stenen vervangen door groen.

Verbonden Partijen Voor dit programmaonderdeel worden geen verbonden partijen ingezet.

Financiële toelichting Programmaonderdeel 2.4 Beheer en Onderhoud Openbare Ruimte (bedragen x € 1 miljoen)

Rekening Oorspron­kelijke 2023 Begroting 2024

Najaarsnota 2024

Rekening 2024

Verschil Rekening Najaarsnota

Baten

45,9

36,1

44,8

50,9

6,0

Lasten

275,7

279,8

277,1

292,1

15,0

Saldo Baten en Lasten

-229,7

-243,7

-232,3

-241,2

-8,9

Onttrekking

92,6

82,0

94,1

95,3

1,2

Toevoeging

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Saldo onttrekkingen en toevoegingen reserves

92,6

82,0

94,1

95,3

1,2

Totaal 2.4 Beheer en onderhoud Openbare Ruimte

-137,1

-161,7

-138,2

-145,9

-7,7

Het programma­onderdeel heeft ten opzichte van de Najaarsnota 2024 een negatief resultaat van € 7,7 miljoen. Dit komt door hogere baten van € 6,0 miljoen, hogere lasten van € 15,0 miljoen en hogere onttrekkingen aan de reserves van € 1,2 miljoen. Het negatieve resultaat ten opzichte van de Najaarsnota 2024 komt vooral door: Baten De totale baten van € 50,9 miljoen zijn € 6,0 miljoen hoger dan begroot. Dit komt door: • Hogere baten door een hoger aantal opbrekingen door nuts- en telecombedrijven, onder andere grotere asfalt en sierbestrating opbrekingen. Daarnaast zijn er nieuwe tarieven vanaf augustus 2023 afgesproken wat ook leidt tot hogere baten. Zie ook toelichting op de lasten (€ 2,9 miljoen). Jaarverslag 2024

• Hogere buitengemeentelijke baten door onder meer hogere verkopen aan aannemers gerelateerd aan de toename van het aantal projecten in de stad (€ 2,7 miljoen). • Hogere baten door meer aanvragen voor tijdelijke parkeerverboden (€ 1,0 miljoen). • Hogere baten voor reclame in de openbare ruimte door indexatie (€ 0,6 miljoen). • Hogere baten door verkopen van veegwagens in het kader van vernieuwing wagenpark (€ 0,2 miljoen). • Hogere baten voor verhardingen door bijdragen van Liander en Waternet (€ 0,2 miljoen). Dit bedrag wordt minder onttrokken aan de reserve Stadsbehoud. • Lagere baten door een lagere onttrekking vanuit het Nationaal Groeifonds voor verhardingen. Dit bedrag wordt doorgeschoven naar 2025 (€ 0,9 miljoen). • Lagere baten door verantwoording van de baten vanuit het Rijk voor de Regiodeal ZaanIJ Groen en Meedoen op de balans. Een aantal activiteiten is doorgeschoven naar 2025. Denk bijvoorbeeld aan het project “Verbinden en verzachten Meeuwenlaan” en Pierenbadje Noord-Oost. En er is minder subsidie aangevraagd. Zie ook toelichting op de lasten (€ 0,6 miljoen). • Lagere baten door een lagere onttrekking vanuit de impulsregeling klimaatadaptatie voor diverse klimaatadaptieve projecten door verschuiving in de projectplanningen. Dit bedrag is doorgeschoven naar 2025 (€ 0,5 miljoen).

• Overige afwijkingen lichten we verder niet toe, omdat de afzonderlijke afwijkingen kleiner zijn dan € 0,2 miljoen. Lasten De totale lasten van € 292,1 miljoen zijn € 15,0 miljoen hoger dan begroot. Dit komt door: • Hogere lasten voor onderhoud van verhardingen (€ 11,3 miljoen), grotendeels verklaard door het extra inlopen van achterstalligheid (€ 6,3 miljoen), wijziging in programmering 2024 door eerder verslechteren van wegen en in het kader van 750 jaar Amsterdam (€ 4,5 miljoen) en meer inzet voor BLVC-plan (Bereikbaarheid, leefbaarheid, veiligheid en communicatie) in verband met complexiteit projecten (€ 1,0 miljoen). De hogere lasten worden voor € 11,5 miljoen gedekt vanuit de reserve Stadsbehoud. Daarnaast is er minder gedeclareerd bij het Nationaal Groeifonds. Dit bedrag wordt doorgeschoven naar 2025 (€ 0,9 miljoen). • Hogere afschrijvingslasten doordat investering Piet Heintunnel administratief niet tijdig gereed is gemeld, waardoor kapitaallasten niet zijn begroot (€ 4,6 miljoen) en afboeking van de investering Ligplaatsen Dijksgracht Oost (€ 0,2 miljoen). • Hogere lasten door de toename van het aantal projecten in de stad, waardoor de inkoop van materialen is toegenomen (€ 3,0 miljoen). 94

H.2.2

• Hogere lasten door een hoger aantal opbrekingen door nuts- en telecombedrijven, onder andere grotere asfalt en sierbestrating opbrekingen. Zie ook toelichting op de baten (€ 2,4 miljoen). • Hogere lasten voor tunnels door preventief onderhoud aan de IJ-tunnel om deze veilig te houden en verhelpen van storingen aan de IJtunnel en de Amsterdam Arena Tunnel (€ 1,9 miljoen). • Hogere lasten als gevolg van een hogere toevoeging aan de voorziening dubieuze debiteuren voornamelijk door langlopende openstaande vorderingen bij incasso (€ 1,3 miljoen). • Hogere lasten door inhuur van specialistische kennis voor de diverse kapitaalgoederen (€ 1,0 miljoen). • Hogere lasten voor verkeersvoorzieningen door een toename van aanvragen voor parkeerverboden en projecten (€ 0,9 miljoen). • Hogere lasten op correctief onderhoud bij civiele constructies, zoals bruggen, sluizen, kades en ander kleine civiele werken om achterstallig onderhoud in te lopen (€ 0,9 miljoen). • Hogere lasten voor groot onderhoud en instandhouding van speeltoestellen (€ 0,7 miljoen). Dit komt onder meer door meer kleine uitvoeringsprojecten en hoger uitvallen van projectkosten (€ 2,2 miljoen). Daarentegen zijn vanwege capaciteitsproblemen meer groot onderhoudsprojecten doorgeschoven naar 2025 (€ 1,5 miljoen).

Per saldo is er € 1,0 miljoen meer onttrokken uit de reserve Stadsbehoud en is er € 0,3 miljoen minder onttrokken uit de reserve Achterstallig Onderhoud. • Hogere lasten voor waterschapsbelasting 2021-2024. Voor de jaren 2022-2024 hebben we de lasten ingeschat, omdat we nog geen facturen hebben ontvangen van Waternet (€ 0,5 miljoen). • Lagere lasten voor groot onderhoud bruggen door vertraging en scope wijziging voor groot onderhoud van 14 vaste bruggen in Nieuw-West en doorschuif groot onderhoud van Buiksloterdraaibrug en Hortusbrug (€ 5,2 miljoen). Dit bedrag wordt minder onttrokken aan de reserve Stadsbehoud (€ 5,2 miljoen). • Lagere lasten van het wagenpark vooral door lagere onderhoudslasten en lagere brandstofprijzen (€ 1,3 miljoen). • Lagere lasten door het niet weg kunnen zetten van Thermowerkzaamheden, onder meer belijning op asfalt verharding. Dit komt door het tekort aan capaciteit bij aannemer en tegenvallende weersomstandigheden (€ 0,9 miljoen). • Lagere lasten voor doorontwikkeling en processen assetmanagement. De dekking is vanuit de reserve Stadsbehoud (€ 0,8 miljoen).

Jaarverslag 2024

• Lagere lasten voor klimaatadaptatie (€ 0,8 miljoen). Door verschuivingen in de projectplanningen zijn nog niet alle klimaatadaptieve maatregelen getroffen. Hierdoor is er in 2024 deels minder gedeclareerd ten laste van de impulsregeling klimaatadaptatie (€ 0,5 miljoen) en deels minder verantwoord vanuit de coalitiemiddelen (€ 0,3 miljoen). Deze middelen schuiven door naar 2025. • Lagere lasten door verantwoording van de lasten in het kader van de Regiodeal ZaanIJ Groen en Meedoen op de balans. Een aantal activiteiten, zoals het project “Verbinden en verzachten Meeuwenlaan” en Pierenbadje Noord-Oost, zijn doorgeschoven naar 2025. Er is ook minder subsidie aangevraagd. Zie ook toelichting op de baten (€ 0,7 miljoen). • Lagere lasten voor correctief onderhoud aan de IJtunnel en Amsterdam Arena Tunnel door gebrek aan capaciteit (€ 0,6 miljoen). • Lagere lasten voor onderzoek naar de bruggen doordat een deel van deze werkzaamheden langer duren en verschuiven naar 2025. Verder is de technische staat van de bruggen op een efficiëntere wijze getoetst, waardoor de kosten lager uitvallen (€ 0,3 miljoen). • Lagere lasten onderhoud kademuur doordat werkzaamheden doorschuiven naar 2025 als gevolg van langere engineering- en ontwerpfase (€ 0,5 miljoen) • Overige afwijkingen lichten we verder niet toe, omdat de afzonderlijke afwijkingen kleiner zijn dan € 0,2 miljoen.

Onttrekkingen reserves • De onttrekking aan de reserve coalitiemiddelen 22-26 is in dit programma­onderdeel € 0,4 miljoen lager dan begroot. Zie toelichting op de lasten. • De onttrekking aan de reserve Financieringsreserve Activa is € 1,7 miljoen lager dan begroot. Dit komt door een administratieve correctie op de afschrijvingen. • De onttrekking aan de reserve Leidseplein is € 2,5 miljoen hoger dan begroot. De onttrekking is begroot in programma­onderdeel 2.1. • De onttrekking aan de reserve Achterstallig Onderhoud, Openbare Ruimte & groen is € 0,7 miljoen lager dan begroot. Zie toelichting op de lasten. • De onttrekking aan de reserve Programma Stadsbehoud is € 1,5 miljoen hoger dan begroot. Zie toelichting op de lasten. Een totaal van € 4,1 miljoen aan lasten zijn direct ten laste van de exploitatie gekomen, omdat de reserve per 1 januari 2025 wordt opgeheven.

95

H.2.2

Toevoegingen reserves Er zijn geen toevoegingen aan de reserves in dit programma­onderdeel.

Risicobeheersing Actuele risico’s

Maatregelen

1. Door oplopende achterstalligheid zullen bepaalde onderdelen (assets) uit functie moeten worden genomen.

• Maximaal inzetten op levensverlengende maatregel in plaats van vervanging en keuzes maken in samenspraak met (stadsdeel) bestuurders

2. Door de druk op de budgetten en met name het achterblijven van voldoende investeringsruimte bestaat het gevaar dat de openbare ruimte niet voldoet aan het gewenste niveau verzorgd en dat andere ambities op het gebied van bijvoorbeeld klimaat, energie, bereikbaarheid en gelijke kansen onder druk komt te staan. Er is zelfs een risico dat voor sommige assets het niveau onder het minimum niveau sober gaat uitkomen.

• Maximaal inzetten op levensverlengende maatregel in plaats van vervanging en keuzes maken in samenspraak met (stadsdeel) bestuurders.

Beleidskaders • Integraal Beheerplan Openbare Ruimte 2023‑2026. Beschrijft hoe we de openbare ruimte beheren en onderhouden en zo bijdragen aan de belangrijkste maatschappelijke opgaven van de stad. • Uitvoeringsstandaard Toekomstbestendig Werken aan de Openbare Ruimte (2023). Hoe we werken in de openbare ruimte bij onderhoud, vervanging, herinrichting en losse verbetermaatregelen. • Omgevingsvisie Amsterdam (2021). Langere termijn visie voor de ruimtelijke ontwikkeling van de stad ten behoeve van welvaart, welzijn en geluk van de Amster­ dammers, regiobewoners en bezoekers. • Visie Openbare Ruimte 2025 (2017) heeft vijf ambities geformuleerd en principes uitgewerkt voor meer regie op ontwikkelen, inrichten, beheren en gebruiken van de openbare ruimte op stadsniveau. • In het Beleidskader “1Amsterdam Heel & Schoon” (2017). Bevatten de principes voor onderhoud, reiniging en assetmanagement; • De Standaard voor het Amsterdamse Straatbeeld (Beleidskader Puccinimethode – 2018) bevat standaard inrichtingsprincipes, profielen en materiaalkeuzes voor het ontwerpen en aanleggen van de openbare ruimte, gekoppeld aan de centrale inkoop van materiaal.

Jaarverslag 2024

• De Routekaart Klimaatneutraal 2050 (2020) is een ambitiedocument voor de Amsterdamse energietransitie. De Routekaart beschrijft de belangrijkste ingrediënten van de visie en strategie om samen de overgang van fossiele naar duurzame energie in beweging te zetten en te houden. • De strategie Amsterdam Circulair 2020-2025 (2020) bevat maatregelen die het gebruik van nieuwe grondstoffen moet laten afnemen. Afval anders aanbieden, minder voedsel verspillen, producten en materialen hergebruiken en bouwen met duurzame materialen. • Het Programmaplan Bruggen en Kademuren (2020) is het overkoepelende kader voor het Programma en geeft invulling aan de organisatie en de aanpak. • Programma Stadsbehoud. • Programma aanpak wegtunnels Amsterdam. • Het Beleidskader Verlichting (2017) definieert de rol van verlichting in Amsterdam en stelt de kaders waarbinnen de gemeente haar taken voor de verlichting uitvoert, waaronder de transitie naar 100 procent LED verlichting. • Het Beleidskader Buitenreclame (2020) bepaalt de randvoorwaarden voor het toestaan van reclame in de openbare ruimte. • Beleidskader Verkeersnetten (2018). Hierin staan de ambities uit Mobiliteitsaanpak en Uitvoeringsagenda uitgewerkt met daarbij een afwegingskader bij conflicterende belangen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15669935/1