Bijlage 1 Intentieverklaring Diemerscheg OER DEF met PVA
Tekst van het document
5.2
Risicoanalyse
Het kernteam heeft een top 3 van risico’s voor het project OER Diemerscheg vastgesteld. Dit zijn:
1. Tijdens de verkenning wordt onderzoek ingekocht en uitgevoerd dat op voldoende niveau aantoont of het project vergunbaar is. Vanuit dit Plan van aanpak OER-Verkenningsfase project OER Diemerscheg
inzicht wordt een scope opgesteld waarmee kan worden aangetoond of het project financieel haalbaar is (businesscase opstellen). Het niet tijdig of niet volledig uitvoeren van deze onderzoeken heeft gevolgen voor realisatie van het project na gunning en heeft impact op tijdige en juiste bestuurlijke besluitvorming. 2. Het borgen van de afspraken en ambities op gebied van participatie in contract, beleid en vergunningen is een uitdaging. Landelijke wetgeving ontbreekt, of laat te veel in het midden wie waarvan is. Een goede aanpak combineert tenderstrategie en lokaal beleid om participatie te borgen. 3. Ervaring leert dat in de projecten bestuurlijk commitment sterk afhankelijk is van de politieke dynamiek bij de lokale overheden. Deze risico’s kunnen o.a. beheerst worden door in te zetten op samenwerking, transparante en tijdige informatievoorziening, een heldere planning en een actuele businesscase. Een overzicht van alle benoemde risico’s en beheersmaatregelen vindt u in bijlage 3.
5.3
Financiën project
Het Ministerie van Klimaat en Groene Groei is de opdrachtgever voor het OER-programma en financiert projectcapaciteit bij RWS, RVO en RVB Daarnaast is onder bepaalde voorwaarden budget ter beschikking voor het inkopen van aanvullende onderzoeken en expertise. Denk aan bijvoorbeeld de inkoop van ecologisch onderzoek of de inkoop van landschapsarchitecten ten behoeve van randvoorwaarden voor ruimtelijke inpassing. In overleg met het kernteam wordt besloten of dergelijke inkoop noodzakelijk is. Vooraf wordt ook een inschatting gemaakt van de kosten die aan eventuele inkoop verbonden zijn. Voorwaarden voor inkoop budget OER-programma: •
Expertise is niet beschikbaar binnen OER-programma of projectpartner 26
•
Inkoop betreft diensten, uitbesteding, onderzoeken, geen inhuur
Vanuit de projectpartners, gemeenten en provincie, wordt inzet van eigen medewerkers verwacht. Dit is conform de afspraken binnen het OER programma. De ambtelijke inzet vereist actieve voorbereiding en deelname in de kernteamoverleggen. Dit is gemiddeld 1 x per maand. Daarnaast is voor sommige vraagstukken ook expertise en advies nodig van andere collega’s binnen de organisatie. Ter indicatie van de verwachte tijdsinvestering voor Kernteamleden; Het is de ervaring dat zij voor het project gemiddeld 1 dag per week werk zullen verrichten. Op bestuurlijk niveau wordt van wethouders verwacht dat ze deelnemen in de stuurgroep voor het project. Ingeschat wordt dat de stuurgroep ongeveer 3 x per jaar bijeenkomt om geïnformeerd te worden over de voortgang van het project en de koers van het project te bepalen.
5.4 Kennisontwikkeling Het Programma OER heeft kennisontwikkeling als resultaatverplichting. Het OER-programma ontwikkelt hierom in samenwerking met kennisinstituten, adviesbureaus en eigen experts continue kennis over (randvoorwaarden voor) het realiseren van duurzame energieprojecten in Nederland. De verworven kennis wordt gestandaardiseerd, gebundeld en gepubliceerd met als doel om deze te kunnen toepassen op toekomstige projecten en de energietransitie te versnellen.
Bijlagen 1. Werkwijze OER algemeen 2. Planning 3. Quickscan afstanden
Plan van aanpak OER-Verkenningsfase project OER Diemerscheg
27
Bijlage 1: Werkwijze Programma OER algemeen Projectorganisatie •
•
• •
• •
Op aanvraag van decentrale overheden wordt voor gronden in beheer bij Rijkswaterstaat een OER-project gestart en een kernteam en stuurgroep ingericht. Daarnaast is een projectteam, bestaande uit RWS, RVB en RVO, verantwoordelijk voor de voorbereiding van het kernteam en het praktisch reilen en zeilen van het project Het kernteam onderzoekt of een duurzaam energieproject op het aangedragen areaal (gronden in beheer) van Rijkswaterstaat technisch-economisch haalbaar is én aan welke randvoorwaarden een (private) energieontwikkelaar in het project moet voldoen om het door centrale en decentrale bevoegde gezagen vergund te krijgen. Het kernteam bestaat uit (ambtelijke) vertegenwoordigers van zowel centrale als decentrale overheden. Het kernteam werkt in fasen op gelijke voet gezamenlijk de randvoorwaarden voor het duurzaam energieproject uit om deze vervolgens ook planologisch (publiekrechtelijk) en/of contractueel (privaatrechtelijk) te borgen. De stuurgroep is een bestuurlijke afspiegeling van het kernteam en adviseert het kernteam in besluitvorming. De bestuurlijke vertegenwoordiging van iedere betrokken overheidspartij tekent de bijbehorende intentie- of samenwerkingsovereenkomst.
Marktbenadering •
Het programma OER biedt de gronden aan de markt aan door middel van een openbare inschrijving waarbij de geselecteerde partij het recht krijgt om het project te ontwikkelen en realiseren als wordt voldaan aan de gestelde voorwaarden. De geselecteerde partij krijgt het recht om gedurende een vooraf vastgestelde (tijdelijke) periode de grond te gebruiken voor de exploitatie van het windpark. Hiervoor
Plan van aanpak OER-Verkenningsfase project OER Diemerscheg
•
•
•
wordt veelal een opstalrecht gevestigd. De openbare procedure die wij hanteren is geen formele aanbesteding, maar een reguliere gronduitgifte. Dat heeft tot gevolg dat bepaalde randvoorwaarden niet contractueel (privaatrechtelijk) afdwingbaar zijn. Dit betekent dat de meeste randvoorwaarden voorafgaand aan de vergunningsaanvraag van de energieontwikkelaar publiekrechtelijk geborgd moeten zijn door het voor een randvoorwaarde bevoegde gezag. Het Rijk kan bij een reguliere gronduitgifte alleen contractuele (privaatrechtelijke) eisen én gunningscriteria opnemen die in redelijkheid vallen binnen haar taken en bevoegdheden als betamelijk beheerder van de gronden. Voorbeeld: in het geval van zonneenergieprojecten mag Rijkswaterstaat wel eisen stellen aan de maximale bedekkingsgraad van de bodem – een goede beheerder houdt immers de bodemkwaliteit op pijl, maar niet aan de opstelling van de zonnepanelen. Voor dusdanige esthetische en ruimtelijke eisen is de gemeente of provincie het bevoegde gezag. Alsmede voor de borging van financiële participatie. Alvorens een marktpartij een energieproject wil en kan realiseren moet een project financieel haalbaar zijn. Als een project niet financieel aantrekkelijk is, schrijft een marktpartij simpelweg niet in bij de openbare inschrijving. De financiële haalbaarheid van het project toetst het Rijk met een daarvoor ontwikkeld rekenmodel.
Doordat het kernteam de randvoorwaarden samen uitwerkt én deze publiek- en privaatrechtelijk borgt, nemen zij onzekerheden en beperkingen weg omtrent de vergunningverlening van het energieproject. Hiermee wordt het risicoprofiel van het energieproject verlaagd, verbetert de (financiële) haalbaarheid en stijgt de kans dat een (private) energieontwikkelaar inschrijft bij de openbare inschrijving– en dus uiteindelijk een duurzaam energieproject realiseert dat bijdraagt aan de RES-doelstelling. Zonder deze voorbereiding zou een energieontwikkelaar de gronden van Rijkswaterstaat hoogstwaarschijnlijk als ‘te complex’ en financieel 28
onaantrekkelijk bestempelen. Draagvlak in de omgeving hierin een aandachtspunt, conform RES-doelstelling wordt er gestreefd naar een evenwichtige verdeling van baten en lasten (lokaal eigendom). Fasering In de basis doorloopt het kernteam een project in 5 fasen: 1. in de voorverkenningsfase (1) wordt de haalbaarheid van het project verkend én inventariseert het kernteam de percelen waarvoor in de OER-Verkenningsfase de potentie en randvoorwaarden nader worden onderzocht; 2. in de OER-Verkenningsfase (2) inventariseert het kernteam of perceel wel, niet of onder welke randvoorwaarden deze geschikt is voor de opwek van duurzame energie; 3. in de planfase (3) worden geïnventariseerde randvoorwaarden privaatrechtelijk of publiekrechtelijk geborgd; 4. in de inschrijvingsfase (4) wordt de openbare inschrijving uitgewerkt, op de markt gezet en het energieproject gegund; 5. in de exploitatiefase (5) realiseert én exploiteert (incl. beheer) een energieontwikkelaar het duurzame energieproject.
Plan van aanpak OER-Verkenningsfase project OER Diemerscheg
29
Bijlage 2: Planning Planning Verkenningsfase OER Diemerscheg
projectmanagement
Omgevingsmanagement
technisch management
communicatie
contractmanagement 2026 januari
februari
maart
april
risicodossier
KTO
mei
juni
risicodossier vakantie
KTO
KTO
KTO
inkoop onderzoek
juli
augustus
SG
KTO
KTO
vakantie
KTO
KTO
september
oktober
november SG
risicodossier
KTO
KTO
>>
december kerst
KTO
KTO
doorlooptijd onderzoeken
follow up pva verkenning BC doorrekenen scope, technische voorwaarden
BC doorrekenen start dialoog vastgoedpanel
strategie marktbenadering uitgangspunten financiele participatie
> >
voorbereiden/gesprekken lokaal eigendom en financiële participatie
> >
gesprekken stakeholders inrichten KES/Grip communicatiekalender 2027 januari
KES
februari
maart
april
risicodossier
KTO
KES
risicodossier
KTO
KTO
KTO
mei
SG SOK
vakantie KTO
opstellen eindrapportage VK-fase PvA Planvorming/inschrijving opstellen SOK
>>
strategie marktbenadering
KES communicatiekalender
KES
juni
KTO
KES
juli KTO
KES communicatiekalender
augustus vakantie KTO
KES
KES communicatiekalender
KES
september KTO
√
HID- besluit
√
√
borging en kader FP
√ faciliteren inrichting lokaal eigendom en financiële participatie
gesprekken stakeholders KES
KES
KES communicatiekalender
KES
KES
Plan van aanpak OER-Verkenningsfase project OER Diemerscheg
KES
KES communicatiekalender
KES persbericht
30
Bijlage 3: Quickscan afstanden Tabel 1: onderzoeksvragen en acties om uit te werken in de verkenning
Thema
Vraagstuk
Acties in OER-Verkenningsfase
Milieu/Ruimte
Slagschaduw, geluidproductie, energieproductie, externe veiligheid, proces vergunningen/planologie Effect windturbines op wegbeeld en verkeersveiligheid bij A1/A9 en knooppunt Diemen. Mogelijke radarverstoring op het AmsterdamRijnkanaal.
Onderzoek door een gespecialiseerd bureau
Verkeersveiligheid Scheepvaarveiligheid
Ecologie
Bouwhoogtebeperkingen Schiphol Hoogspanningsinfrastructuur Vastgoeddossiers
Uitvoeren wegbeeldanalyse in afstemming met RWS regio WNN
1) Juridische ruimte voor ontwikkeling binnen NNN en locatie voor compensatie.
Onderzoek impact turbines op scheepsradar, rekening houdend met de verwachte aanpassing van de beleidsregels van Rijkswaterstaat op gebied van vaarwegen naar een afstandseis van bladlengte plus 35 meter tot de vaarweg. 1) In kaart brengen compensatielocaties in overleg met provincie NH en RWS
2) Bepalen welke aanvullende onderzoeken het Projectteam laat uitvoeren Tijdpad van de doorwerking van de Europese normen op nationaal en lokaal niveau Impact van overlap windzoekgebied met zoekgebied voor een nieuw 380/150 kVstation. Impact afronding van de grondruildossiers en beschikbaarheid van de (staats)gronden voor de tender
2) Het bepalen van- en starten met betreffende onderzoeken Analyse van strategische tendering t.o.v. de verwachtte wijziging in het LTB Schiphol Scenario-onderzoek van de ruimtelijke configuraties i.cm. de windzoekgebieden; afstemming met TenneT-projectteam Monitoring voortgang ruildossiers, bepalen of gronden ook ná afronding van dossier deel kunnen uitmaken van de tender
Plan van aanpak OER-Verkenningsfase project OER Diemerscheg
31
Landschappelijke inpassing
Samenhang bij gemengde turbinehoogtes.
Netaansluiting
1) Inzicht krijgen in de (netruimte van) nabijgelegen middenspanningsstations 2) Inzicht krijgen in lokale aansluitmogelijkheden
Financiële haalbaarheid
Aanvullende kosten meenemen in de LCOE berekening
Plan van aanpak OER-Verkenningsfase project OER Diemerscheg
Uitwerken wat de mogelijkheden zijn en eventuele onderzoeksvragen scherp krijgen 1) contact opnemen met Liander en netsituatie verwerken in de GIS-analyse 2) Analyse van de nabijgelegen grootverbruikers, incl. een inschatting van de energiebehoefte en het energieprofiel Uitwerken wat de verwachtte kosten zijn voor o.a. netaansluiting, natuurcompensatie en (financiële) participatie
32