Bijlage 1 Intentieverklaring Diemerscheg OER DEF met PVA
Tekst van het document
Intentieovereenkomst Opwek Windenergie OER Diemerscheg Inzake de verkenning van de mogelijkheden tot het realiseren van grootschalige opwek van windenergie De volgende partijen; De minister van Klimaat en Groene Groei, handelend als bestuursorgaan en als vertegenwoordiger van de Staat der Nederlanden gezeteld te Den Haag, rechtsgeldig vertegenwoordigd door G. van den Bosch, Afdelingshoofd Netwerkontwikkeling, Rijkswaterstaat regio West Nederland Noord, hierna te noemen ‘Rijkswaterstaat’; Het college van gedeputeerde staten van de provincie Noord-Holland, handelend als bestuursorgaan en de Commissaris van de Koning, handelend als rechtsgeldig vertegenwoordiger van de provincie Noord-Holland, namens deze A. Gielen, gedeputeerde van de provincie Noord-Holland, verder te noemen: ‘de Provincie Noord-Holland’; Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Diemen, handelend als bestuursorgaan en als rechtsgeldig vertegenwoordiger van de gemeente Diemen, namens deze M. Sikkes-van den Berg, wethouder van gemeente Diemen, verder te noemen: ‘de gemeente Diemen’; Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, handelend als bestuursorgaan en als rechtsgeldig vertegenwoordiger van de gemeente Amsterdam, namens deze Z.
Pels, wethouder van gemeente Amsterdam, verder te noemen: “de gemeente Amsterdam”; Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gooise Meren, handelend als bestuursorgaan en als rechtsgeldig vertegenwoordiger van de gemeente Gooise Meren, namens deze B. Boudewijnse, wethouder van gemeente Gooise Meren, verder te noemen: “de gemeente Gooise Meren”; Staatsbosbeheer, publiekrechtelijke rechtspersoon op grond van de wet verzelfstandiging Staatsbosbeheer (stb. 1997, 514), gevestigd te Amersfoort rechtsgeldig vertegenwoordigd door ing. N.W. de Snoo, waarnemend directeur Terreinbeheer & Ontwikkeling, verder te noemen: “Staatsbosbeheer” afzonderlijk te noemen ‘Partij’ en gezamenlijk ‘Partijen’; In overweging nemende dat; a. Nederland de opgave heeft om per 2030 35 terawattuur (TWh) op te wekken uit hernieuwbare bronnen en deze opgave is opgenomen in dertig Regionale Energie Strategieën (hierna: RES), b. De RES Noord-Holland-Zuid de gronden rondom knooppunt Diemen en de Diemerscheg als kansrijke locaties voor de opwek van windenergie heeft aangewezen (zie bijlage 3); c. De gronden rondom de A9/A1 in de RES van RES-regio Noord-Holland-Zuid beschreven en vastgesteld zijn als zoekgebied door de gemeenteraden van Amsterdam en Diemen en Provinciale Staten van de Provincie Noord-Holland; d.
Binnen de gemeente Amsterdam in het Programma Windenergie Amsterdam 2030 (vastgesteld in februari 2025) gronden in het gebied aangewezen zijn, waar onder voorwaarden grootschalige opwek van elektriciteit met windenergie gerealiseerd kan worden; e. Voor het grondgebied van de gemeente Diemen rond knooppunt Diemen vier projectgebieden voor windenergie opgenomen zijn in de Omgevingsvisie Diemen 2040; Rijkswaterstaat in opdracht van het ministerie van Klimaat en Groene Groei de RES-regio’s wenst te ondersteunen middels het programma Opwek Energie op Rijksgrond (hierna: OER) Pagina 1 van 32
f.
Rijkswaterstaat onder nader te bepalen voorwaarden en met inachtneming van de veiligheid van Rijks(vaar)wegen en beheer en gebruik van gronden, bereid is deze gronden via een door het Rijksvastgoedbedrijf uit te voeren tender ter beschikking te stellen voor duurzame energieproductie door windturbines. Specifiek wordt aandacht gevraagd voor de huidige bestemming van natuurcompensatie in het gebied; g. Staatsbosbeheer onder nader te bepalen voorwaarden en met inachtneming van zijn beleid en indien deze gronden uit verkenning en planologisch traject als meest geschikt voor de plaatsing van windturbines naar voren komen bereid is haar gronden ter beschikking te stellen voor duurzame energieproductie door windturbines; h. Op 16 december 2024 heeft de provincie Noord-Holland, mede namens de colleges van de deelnemende gemeenten van de RES-regio's Noord-Holland-Zuid een aanvraag ingediend heeft bij het ministerie van Klimaat en Groene Groei om de Diemerscheg op te nemen in het programma OER, en deze is op 17 april 2025 in het programma OER opgenomen, i. In de voorverkenning van het OER project Diemerscheg voldoende potentie voor energieopwekking geïdentificeerd is en er verder onderzoek nodig is om de concrete kansen voor energieopwek in en ten noorden van de Diemerscheg te verkennen; j.
Partijen voordelen zien in een gezamenlijke gemeentegrensoverschrijdende aanpak om tot een zo gunstig mogelijke inpassing van het windpark te komen; k. Partijen elk afzonderlijk binnen hun eigen beslissingsbevoegdheid en in afstemming met hun organisaties het recht behouden te bepalen of een project uiteindelijk wordt uitgevoerd; l. Vanwege het planologisch-gemeentegrensoverstijgende karakter het vooralsnog voor de hand ligt dat de Provincie Noord-Holland voor het windpark een projectbesluit neemt; m. De Provincie Noord-Holland bij de verdere uitwerking zoveel mogelijk rekening met het beleid van Partijen houdt; n. De gemeente Amsterdam in het Programma Windenergie Amsterdam 2030 bepaald heeft dat geen besluiten met onomkeerbare gevolgen worden genomen in de door de gemeente aangewezen zoekgebieden aan de oostkant van de gemeente, totdat uiterlijk eind 2026 bekend is of de hele ambitie voor 2030 voor de opwek van windenergie in het havengebied gerealiseerd kan worden, o. De gemeente Amsterdam en de gemeente Gooise Meren streven naar 100% lokaal eigendom op hun eigen gronden en 50% lokaal eigendom op niet-eigen gronden en er de voorkeur aan geven dat opwekprojecten door energiegemeenschappen worden ontwikkeld; p. De gemeenteraad van Gooise Meren in de RES 1.0 vastgesteld heeft dat er in de Gemeente Gooise Meren geen windturbines gerealiseerd mogen worden.
Het college heeft de raad geïnformeerd dat de gemeente wel participeert in de OER-verkenningsfase; q. Indien de gemeente Gooise Meren na de OER-verkenningsfase nog deel wenst te nemen als Partij, eerst de gemeenteraad geïnformeerd moet worden en er een raadsbesluit benodigd is. Spreken de volgende intenties uit; Doel I.
Partijen willen gezamenlijk verkennen hoe en onder welke voorwaarden gronden ingezet kunnen worden voor de realisatie van de opwek van elektriciteit met windenergie, zodat ook daadwerkelijk kan worden bijgedragen aan de opgave van de RES Noord-Holland-Zuid en de doelstellingen uit het Klimaatakkoord.
OER-verkenningsfase, planuitwerking en realisatie I. Partijen hebben de intentie om daar waar mogelijk en passend, binnen de door partijen te stellen voorwaarden, gronden in te zetten om het OER-project Diemerscheg mogelijk te maken.
Pagina 2 van 32
II.
III.
IV.
V.
VI.
Partijen komen overeen in de OER-verkenningsfase gezamenlijk te onderzoeken wat de ruimtelijke, maatschappelijke, technische, bestuurlijke, financiële, juridische en planologische mogelijkheden zijn voor de opwek van windenergie op rijksgronden, Staatsbosbeheergronden en gronden van andere overheden in en rond de Diemerscheg. Partijen op de hoogte zijn van het feit dat de minister van Klimaat en Groene Groei in samenwerking met TenneT TSO B.V. locaties onderzoekt voor een nieuw onderstation, die deels overlappen met de kansrijke locaties voor de opwek van windenergie en dit mogelijk impact heeft op de uitvoerbaarheid van het project. Partijen streven naar realisatie van de opwek van windenergie op de kansrijke locaties in het zoekgebied indien uit de OER-verkenningsfase blijkt dat dit mogelijk is en uiterlijk eind 2026 gebleken is dat niet de hele ambitie van de gemeente Amsterdam in het havengebied gerealiseerd kan worden. Voor zover blijkt dat het windpark volgens partijen het beste (geheel of gedeeltelijk) buiten de gemeentegrens van een van de Partijen ingepast kan worden, maken Partijen nadere afspraken over een verdeelsleutel om te bepalen hoeveel opgesteld vermogen MW van het totale windpark per individuele gemeente meetelt voor de uitvoering van de betreffende RES1.0-afspraken.
Partijen hebben de intentie om na de OER-verkenningsfase bij een positieve uitkomst van de onderzoeken naar de haalbaarheid een samenwerkingsovereenkomst aan te gaan met die partijen die op basis van de uitkomst van de OER-verkenningsfase een rol spelen bij de beoogde realisatie van windenergie. Deze samenwerkingsovereenkomst zal onder meer gaan over het te volgen planologisch proces, vergunningverlening, tendering van de locaties en het omgevings- en participatieproces.
Organisatie I. Rijkswaterstaat stelt op initiatief van het ministerie van Klimaat en Groene Groei (KGG) via het OER-programma mensen en middelen beschikbaar om het OER-project Diemerscheg te realiseren II. Van Partijen is een inspanning gevraagd om op de terreinen waar zij een rol vervullen, de noodzakelijke (voorbereidende) werkzaamheden uit te voeren, waaronder op gebied van participatie, ingebruikgeving van gronden, en voor vergunningverlening en planvorming, I. De projectorganisatie bestaat uit: - een Stuurgroep, bestaande uit een afvaardiging van de gemeentes Diemen, Amsterdam, Gooise Meren, de Provincie Noord-Holland, Rijkswaterstaat, Staatsbosbeheer; - een kernteam, bestaande uit projectteamleden en een ambtelijke vertegenwoordiging van Partijen; - een projectteam, bestaande uit een projectmanager (Rijkswaterstaat), technisch manager (Rijkswaterstaat), Omgevingsmanager (Rijkswaterstaat), Contractmanager (Rijksvastgoedbedrijf) en een adviseur financiële participatie (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland). II. Het projectteam legt verantwoording af aan de Stuurgroep. III. De organisatie, aanpak, planning en uitvoering van het project in de OER-verkenningsfase worden beschreven in het Plan van Aanpak Project Wind Diemerscheg OER-Verkenningsfase, dat ter kennisname wordt gedeeld met de Stuurgroep. IV.
Partijen dragen ieder hun eigen (organisatie-)kosten die voortvloeien uit deze intentieverklaring, waarbij het OER-programma de onderzoekskosten financiert. Omgeving I. Partijen hebben speciale aandacht voor de belangen vanuit de omgeving. Middels een participatietraject zal de omgeving actief betrokken worden. Dit doen Partijen gezamenlijk op basis van een nog op te stellen participatieplan. Dit gezamenlijke participatieplan neemt daarvoor als uitgangspunt ook eerder vastgestelde gemeentelijke uitgangspunten c.q. beleid. Pagina 3 van 32
Financiële participatie I. Conform het Klimaatakkoord (2019) streven Partijen naar 50% lokaal eigendom. II. Partijen onderzoeken in de verkenningsfase of ontwikkeling door een energiegemeenschap mogelijk is en hoe energiegemeenschappen, of een vertegenwoordiging daarvan, zo vroeg mogelijk betrokken kunnen worden met in achtneming van de Energiewet, het beleid van Partijen en overige geldende juridische kaders. Overige I. De OER-verkenningsfase wordt gestart met het ondertekenen van deze overeenkomst door Partijen. II. Indien er sprake is van een geschil, zullen partijen dit geschil trachten bij te leggen door middel van (bestuurlijk) overleg. III. Partijen zullen hetgeen hen in de OER-verkenningsfase ter kennis komt en waarvan zij het vertrouwelijke karakter kennen of redelijkerwijs kunnen vermoeden, op geen enkele manier bekendmaken aan derden, tenzij zij daar wettelijk toe verplicht zijn of uitspraak van de rechter hen daartoe verplicht. IV. Deze intentieovereenkomst eindigt op het moment dat er door één of meerdere Partijen een Samenwerkingsovereenkomst wordt aangegaan, of als Partijen gezamenlijk besluiten geen vervolg te geven aan de uitvoering van deze intentieovereenkomst. V. Deze intentieovereenkomst eindigt in ieder geval na een periode van 5 jaren op 15 december 2030 tenzij Partijen anders besluiten. VI.
Elke Partij is gerechtigd om deze overeenkomst tussentijds op te zeggen. Op het moment dat een Partij wenst op te zeggen deelt zij dit aan de andere Partijen gemotiveerd en schriftelijk mede. Geen van de Partijen is aansprakelijk voor enige schade als gevolg van het uitoefenen van haar recht tot tussentijdse beëindiging van deze overeenkomst, behoudens haar eigen gemaakte kosten. VII. Partijen kunnen gedurende de looptijd van de Intentieovereenkomst slechts op basis van overleg en instemming van alle Partijen de Intentieovereenkomst en/of daarbij behorende bijlagen wijzigen dan wel aanvullen. Deze nadere afspraken treden pas in werking na schriftelijke accordering door alle Partijen.
BIJLAGE bij deze Intentieovereenkomst Plan van Aanpak met scope en planning van het OER-Projectteam
Pagina 4 van 32
Aldus overeengekomen en door partijen ondertekend op vrijdag 15 december 2025 te Haarlem.
Rijkswaterstaat, Regio West Nederland Noord, namens deze, G. van den Bosch
Provincie Noord-Holland, college van Gedeputeerde Staten, namens deze, A. Gielen
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Diemen, namens deze, M. Sikkes-van den Berg
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, namens deze, Z. Pels
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gooise Meren, namens deze, B. Boudewijnse
Staatsbosbeheer, waarnemend directeur Terreinbeheer & Ontwikkeling, namens deze, Nick de Snoo
Pagina 5 van 32
Project Wind Diemerscheg
Plan van Aanpak OER-Verkenningsfase
Status: Definitief November 2025
Colofon
Uitgegeven door:
Programma Opwek Energie op Rijksvastgoed (OER)
Uitgevoerd door:
Projectteam OER Diemerscheg
Datum:
17 november 2025
Status:
Definitief
Copyright foto voorblad: Rijkswaterstaat
Plan van aanpak OER-Verkenningsfase project OER Diemerscheg
7
Inhoud Managementsamenvatting ......................................................................................................................................................................................................................................................................5 1.
Inleiding....................................................................................................................................................................................................................................................................................6 1.1
Aanleiding.................................................................................................................................................................................................................................................................................6
1.2
Doel en resultaat OER-Verkenningsfase...................................................................................................................................................................................................................................6
Aanpak en resultaat .........................................................................................................................................................................................................................................................................6 1.3 2.
Resultaten OER-voorverkenning ..............................................................................................................................................................................................................................................8 Projectbeschrijving ...................................................................................................................................................................................................................................................................9
2.1
Projectambitie ..........................................................................................................................................................................................................................................................................9
2.2
Scope ........................................................................................................................................................................................................................................................................................9
2.3
Randvoorwaarden ....................................................................................................................................................................................................................................................................9
2.3.1
Technische randvoorwaarden .......................................................................................................................................................................................................................................9
2.3.2
Planologische en beleidsvoorwaarden ........................................................................................................................................................................................................................10
2.4
Ruimtelijk autonome ontwikkelingen ....................................................................................................................................................................................................................................10
3.
Organisatie in de OER Verkenningsfase .................................................................................................................................................................................................................................11
4.
Plan van aanpak .....................................................................................................................................................................................................................................................................12 4.1
Algemeen ...............................................................................................................................................................................................................................................................................12
4.2
Inpassing binnen de kerntaken van RWS ...............................................................................................................................................................................................................................12
4.3
Onderzoeken ..........................................................................................................................................................................................................................................................................12
4.4
Participatie .............................................................................................................................................................................................................................................................................12
4.4.1 Procesparticipatie..................................................................................................................................................................................................................................................................13 4.4.2 Financiële participatie ...........................................................................................................................................................................................................................................................14 4.5
Communicatie ........................................................................................................................................................................................................................................................................15
4.6
Netaansluiting ........................................................................................................................................................................................................................................................................16
Plan van aanpak OER-Verkenningsfase project OER Diemerscheg
8
4.7
Financiële haalbaarheid .........................................................................................................................................................................................................................................................16
4.8
Bevoegd gezag en planologisch spoor....................................................................................................................................................................................................................................17
4.9 Marktbenadering .........................................................................................................................................................................................................................................................................17 4.11 Klanteisensysteem (KES) ............................................................................................................................................................................................................................................................18 5.
Projectbeheersing ..................................................................................................................................................................................................................................................................19 5.1
Planning..................................................................................................................................................................................................................................................................................19
5.2
Risicoanalyse ..........................................................................................................................................................................................................................................................................19
5.3
Financiën project....................................................................................................................................................................................................................................................................19
5.4 Kennisontwikkeling ......................................................................................................................................................................................................................................................................20 Bijlagen...................................................................................................................................................................................................................................................................................................21 Bijlage 1: Werkwijze Programma OER algemeen ...............................................................................................................................................................................................................................22 Bijlage 2: Planning ..............................................................................................................................................................................................................................................................................24 Bijlage 3: Quickscan
afstanden...........................................................................................................................................................................................................................................................25
Plan van aanpak OER-Verkenningsfase project OER Diemerscheg
9
Managementsamenvatting Dit document beschrijft de aanpak van het projectteam van OER-project Wind Diemerscheg in de OER-Verkenningsfase. Het is bedoeld als werkdocument dat inzicht biedt in de aanpak op hoofdlijnen. Deze aanpak wordt begin 2026 samen verder uitgewerkt.
Tijdens de OER-Voorverkenning heeft het projectteam samen met de gemeenten Diemen, Amsterdam, Gooise Meren en de Provincie Noord-Holland onderzoek gedaan naar de haalbaarheid van windturbines rondom het knooppunt Diemen. Er liggen in dit gebied gronden die in het beheer zijn bij Rijkswaterstaat en Staatsbosbeheer.
In het OER programma wordt de inzet van gronden door het Rijk via tenders aan de markt aangeboden voor verdere ontwikkeling en realisatie. In voorbereiding hierop worden onderzoeken uitgevoerd die de haalbaarheid aantonen, in 2025 is de eerste ronde van onderzoeken uitgevoerd. In de komende OER-Verkenningsfase (vanaf 2026) wordt de haalbaarheid in meer detail in kaart gebracht.
Het reeds uitgevoerde onderzoek laat zien dat er voldoende potentie is voor de beoogde scope. In de OER-Verkenningsfase wordt de haalbaarheid in detail onderzocht en wordt in afstemming met gemeente en Provincie een aanpak voor bevoegd gezag in combinatie met de tendersystematiek uitgewerkt.
Voor Rijkswaterstaat is een goede inpassing op gebied van de kerntaken (waaronder (vaar)wegen en beheer van gronden) van groot belang, hieraan zal in de komende fase aandacht worden besteed. Andere belangrijke thema’s zijn het informeren en betrekken van de omgeving en het opstarten van het participatieproces, onderzoek naar de impact op natuur en effecten op milieu/ruimte zoals slagschaduw en geluidproductie.
De OER-Verkenningsfase start na ondertekening van de Intentieovereenkomst tussen de samenwerkende overheden op 15 december 2025 en duurt naar verwachting 1,5 jaar tot medio 2027.
Plan van aanpak OER-Verkenningsfase project OER Diemerscheg
10
1.
Inleiding
1.1
Aanleiding
In 2019 publiceerde het kabinet het Klimaatakkoord, de Nederlandse uitwerking van de klimaatafspraken uit het Verdrag van Parijs. Doel is 49% minder CO2 uitstoten in 2030 ten opzichte van 1990 en in 2050 moet dat 95% minder zijn zodat de temperatuur op aarde niet verder stijgt dan anderhalve graad. Om deze doelstelling te halen, heeft de overheid samen met bedrijven en organisaties maatregelen afgesproken. Deze zijn vastgelegd in het nationale Klimaatakkoord. Een van de afspraken is dat de 30 energieregio’s onderzoeken op welke wijze zij kunnen voldoen aan deze afspraken en de duurzaamheidsopgave die daarin staat beschreven. Dit heeft per regio geresulteerd in een Regionale Energie Strategie (RES). Deze RES’en zijn verantwoordelijk voor de opwek van 35 TWh hernieuwbare energie in 2030.
Vanuit het programma OER (Opwek duurzame Energie op Rijksvastgoed) werken diverse rijksoverheden samen om de RES-regio’s te helpen bij het realiseren van hun opgave. Rijksvastgoed en rijksgronden worden beschikbaar gesteld ten behoeve van de opwek van duurzame energie. Zodoende worden RES-regio’s gefaciliteerd bij het realiseren van hun doelstellingen.
OER project wind Diemerscheg is een samenwerking tussen gemeenten Amsterdam, Diemen en Gooise Meren, Provincie Noord-Holland, Staatsbosbeheer, Rijkswaterstaat (RWS), Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en het Rijksvastgoedbedrijf (RVB).
Plan van aanpak OER-Verkenningsfase project OER Diemerscheg
Dit document beschrijft de aanpak van het projectteam van OER-project Wind Diemerscheg in de Verkenningsfase. Het is bedoeld als werkdocument dat inzicht biedt in de aanpak op hoofdlijnen. Deze aanpak wordt in de OER-Verkenningsfase samen verder uitgewerkt.
1.2
Doel en resultaat OER-Verkenningsfase
Op 16 december 2024 hebben de gemeentes en provincie het ministerie van Klimaat en Groene Groei verzocht om de gronden rondom de locatie Diemerscheg op te nemen in het OER-programma. Op 17 april 2025 is dit verzoek gehonoreerd en is het project gestart. Met het ondertekenen van de intentieverklaring door de stuurgroep op 15 december 2025 wordt de OER-voorverkenning afgerond en start de OER-verkenning.
Doel van de OER-Verkenningsfase Het doel van de OER-Verkenningsfase is de haalbaarheid van duurzame energieopwekking met windenergie aan te tonen en daarnaast de mogelijkheden te onderzoeken voor opslag en slimme netinpassing. Samen met de gemeenten en provincie worden voorbereidingen getroffen voor de start van het planologisch proces in de volgende fase.
Er wordt een aanpak voor financiële participatie, lokaal eigendom en procesparticipatie uitgewerkt, de omgeving wordt op tijd betrokken bij het project en het vormgeven van lokaal eigendom in de tender.
11
Aanpak en resultaat In de OER-Verkenningsfase wordt in detail onderzocht of het project haalbaar is op de belangrijkste thema’s zoals milieu/ruimte, ecologie en inpassing in de RWS-kerntaken. Aan het eind van de OER-Verkenningsfase wordt het bestuurlijke commitment voor de verdere ontwikkeling van het project, de planvorming en marktbenadering vastgelegd. Dit doen we in een samenwerkingsovereenkomst (SOK). Het kernteam zal samen met het projectteam gedurende de OER-Verkenningsfase werken aan het inventariseren van de randvoorwaarden (eisen, wet- en regelgeving, richtlijnen, kaders, enz.) waaraan een toekomstige exploitant moet voldoen. Daarnaast werkt het kernteam eventuele koppelkansen uit en onderzoekt in samenwerking met de netbeheerder en afnemers in het gebied de mogelijkheden voor een (slimme)netaansluiting. Het projectteam toetst modelmatig de (financiële) haalbaarheid van het project bij deze randvoorwaarden en stelt een businesscase op. Als het project (financieel) haalbaar blijkt, borgen we samen met het kernteam vervolgens de randvoorwaarden in de volgende fase (inschrijvingsfase of planfase).
georganiseerd door het projectteam waar de projectaanpak samen in meer detail wordt uitgewerkt.
Locatiebeschrijving Het projectgebied ligt rondom het knooppunt Diemen (A1/A9) en in de Diemerschegpolder en wordt begrensd door het Diemerbos aan de westzijde en de Overdiemerpolder in het noorden. Ten oosten wordt het projectgebied begrensd door het Amsterdam-Rijnkanaal. Ten zuiden wordt het gebied begrensd door de Stammerdijk.
Project Follow Up bijeenkomst In de voorbereiding op de start van het OER project zijn door gemeenten en provincie al stappen gezet in de planologische borging. Ook in de Voorverkenning hebben deze partijen een actieve rol gehad in bijvoorbeeld de uitvoer van de haalbaarheidsonderzoeken. Zoals bij de start van het project is afgesproken (brief toekennen OER van KGG op 17 april 2025) blijven de partijen samenwerken in de onderzoeken van de OER-Verkenningsfase. Op basis van voorliggend Plan van aanpak wordt bij de start van de OER-Verkenningsfase een Project Follow Up bijeenkomst
Plan van aanpak OER-Verkenningsfase project OER Diemerscheg
12
Doelgroep projectplan Dit projectplan is opgesteld door en voor het projectteam en afgestemd met het kernteam. Het dient als informatiebron voor het Centraal Programmateam OER en de stuurgroep om de diverse stappen en fases in het project goed te kunnen volgen en voortgangsbeslissingen te kunnen nemen.
Figuur 1 het projectgebied van OER project Windenergie Diemerscheg
Plan van aanpak OER-Verkenningsfase project OER Diemerscheg
13
1.3
Resultaten OER-voorverkenning
De OER-Voorverkenningsfase is juni 2025 gestart tijdens een kickoffbijeenkomst met het kernteam. Er zijn verkennende gesprekken gevoerd met de wethouders van de betrokken gemeentes en hun wensen en eisen zijn op hoofdlijnen geïnventariseerd. De technische haalbaarheid en energiepotentie (MWh/jaar) binnen de zoekgebieden zijn in kaart gebracht. Uit de belemmeringenanalyse blijkt dat er binnen het projectgebied acht potentiële turbinelocaties geschikt zijn voor kleinere windturbines (tiphoogte 142,5 m) en dat daarvan vier locaties voldoende ruimte bieden voor een middelgrote turbine (tiphoogte 207,5 m). Er is rekening gehouden met actuele (harde) ruimtelijke belemmeringen en de bouwhoogtebeperkingen van Schiphol. Uitgaande van minimaal twee kleine turbines en maximaal drie kleine en drie middelgrote turbines ligt de energiepotentie van het zoekgebied tussen de 16 en de 57 GWh/jaar. In de voorverkenning zijn ook een aantal technische en conditionerende onderzoeksvragen geïdentificeerd (zie bijlage 4). Deze worden in de verkenning nader uitgewerkt om de haalbaarheid van windenergie op de potentiële turbinelocaties scherper te krijgen. Met het kernteam zijn oriënterende gesprekken gevoerd over onder meer de keuze voor het bevoegd gezag, financiële participatie, communicatie en marktbenadering.
Op 15 december 2025 tekent de stuurgroep de intentieverklaring, waarna de OER-Verkenningsfase van start gaat.
Er is een uitgebreide rapportage beschikbaar met de resultaten van de Voorverkenning.
Plan van aanpak OER-Verkenningsfase project OER Diemerscheg
14
Quickscan Windenergie
2.2
De uitkomsten van de Quickscan zijn in meer detail terug te vinden in de ‘Technische rapportage Voorverkenning’. Voor een indicatie van de mogelijkheden wordt hiernaast een kaart getoond met in donkerblauw de zones binnen het zoekgebied waar nader onderzoek wordt gedaan. De gehanteerde quickscan afstanden zijn te vinden in bijlage 4.
De scope van het projectgebied omvat turbinelocaties in de gemeente Diemen en Amsterdam in de Diemerscheg. De zoekgebieden hebben op dit moment grotendeels de functie ‘natuur’ en vallen binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Daarnaast grenzen zij aan het Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL), het Amsterdam-Rijnkanaal en de rijkswegen A9 en A1. Verder kenmerkt de omgeving zich door een combinatie van agrarisch landschap, recreatiegebieden en infrastructuurcorridors met water-, weg- en spoorlijnen.
2.
Projectbeschrijving
2.1
Projectambitie
Scope
Het hoofddoel van het OER-project: is: “Het creëren van de omstandigheden waarbinnen een bieding voor de ontwikkeling van een windpark in concurrentie tot stand kan komen”.
Voor de OER-Verkenningsfase zijn daarbij de volgende vier subdoelen benoemd: 1. Aantonen van de haalbaarheid en vaststellen scope: op de relevante inhoudelijke thema's doen van onderzoek dat de haalbaarheid van het project in planologie/vergunningen aantoont en de relatie legt met de businesscase. 2. Vaststellen uitgangspunten financiële en procesparticipatie: Streven naar uitgangspunten conform OER-participatie- en communicatieplan (OM) en gemeentelijk en Provinciaal beleid 3. Hoofddoel project heeft bestuurlijk commitment (SOK): Partijen leggen commitment vast in de samenwerkingsovereenkomst (SOK) en er liggen afspraken over de planologische borging. 4. Vaststellen tenderstrategie en lokaal eigendom: maken van kaders en hoofdlijnen voor de tender.
Plan van aanpak OER-Verkenningsfase project OER Diemerscheg
Afbeelding 1. De scope van project OER Diemerscheg met in groen de gronden van Staatsbosbeheer en in paars de gronden van Rijkswaterstaat
15
2.3
Randvoorwaarden
2.3.1 Technische randvoorwaarden Het verpachten van Staatsgronden in beheer van RWS in het kader van OER gaat gepaard met een set ‘technische randvoorwaarden’. Dit zijn voorwaarden die RWS stelt aan het gebruik van de gronden om de belangen van RWS (privaatrechtelijk) goed te borgen. De randvoorwaarden hebben primair betrekking op de inpassing van windturbines binnen de kerntaken van RWS, zoals het borgen van de verkeers- en waterveiligheid op rijkswegen en hoofdvaarwegen. De technische randvoorwaarden worden opgesteld in overleg met de RWSregio West-Nederland Noord (WNN) en zijn gebaseerd op bestaand beleid, landelijke kaders en specifieke onderzoeksresultaten die uit de verkenning volgen. Ze zijn een belangrijk onderdeel van de gronduitgifte en tendering binnen het OER-project Diemerscheg. Staatsbosbeheer stelt ook voorwaarden aan de inzet van gronden voor duurzame energieproductie. Deze worden in de OER-Verkenningsfase geïnventariseerd.
2.3.2 Planologische en beleidsvoorwaarden Naast de technische randvoorwaarden van Rijkswaterstaat gelden voor de ontwikkeling van windenergie in de Diemerscheg diverse planologische en beleidsmatige voorwaarden die voortvloeien uit nationale, provinciale en gemeentelijke regelgeving. De realisatie van windturbines moet voldoen aan de bepalingen van de Omgevingswet en de bijbehorende uitvoeringsbesluiten, waaronder het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Deze wet regelt integraal de thema’s ruimte, milieu, natuur en waterveiligheid. Plaatsingsregels en milieunormen voor windenergie zoals geluid, slagschaduw, externe veiligheid en afstand tot gevoelige functies worden
Plan van aanpak OER-Verkenningsfase project OER Diemerscheg
momenteel landelijk herzien. Totdat de nieuwe landelijke normen formeel zijn vastgesteld, kunnen vergunningen worden verleend op basis van lokale normen en beleidsregels. Binnen het regionale en lokale beleid zijn met name de volgende kaders richtinggevend: De Omgevingsverordening Noord-Holland. Regionale Energiestrategie Noord-Holland Zuid 1.0 De omgevingsvisie Diemen 2040 en Duurzaamheidsagenda 2020 – 2025 • De omgevingsvisie Amsterdam 2050 en het programma windenergie 2030 De zoekgebieden voor windenergie binnen het OER-project sluiten aan op de RES-zoekgebieden en zijn als zodanig vastgelegd in de Omgevingsverordening Noord-Holland. Daarnaast zijn de locaties door de betrokken gemeenten op planniveau onderzocht in een plan-MER en opgenomen in de beleidskaders voor duurzame energie. • • •
In de verkenning wordt, in samenwerking met de provincie NoordHolland, de gemeenten Amsterdam en Diemen en Rijkswaterstaat, nader uitgewerkt aan welke planologische en beleidsmatige voorwaarden moet worden voldaan om de benodigde vergunningen te verkrijgen. Daarbij wordt ook bepaald welke planologische route het meest geschikt is voor realisatie.
2.4
Ruimtelijk autonome ontwikkelingen
TenneT is voornemens een nieuw 380/150 kV-station te realiseren tussen Breukelen en Diemen, met als doel de leveringszekerheid in de regio Amsterdam Zuidoost te versterken en ruimte te bieden aan de groeiende elektriciteitsvraag vanuit woningbouw en duurzame opwek. De Diemerscheg is één van de onderzochte zoeklocaties. De besluitvorming
16
over de voorkeurslocatie staat gepland voor 2027, na afronding van het lopende locatieonderzoek.
De mogelijke aanleg van dit station vormt een belangrijke autonome ontwikkeling omdat deze invloed kan hebben op de ruimtelijke inpasbaarheid voor windenergie binnen de Diemerscheg. In de verkenning wordt deze samenloop en mogelijke impact op het OER-project verder uitgewerkt.
Daarnaast spelen een aantal lopende grondruildossiers in het projectgebied. De afhandeling van deze dossiers vraagt om aandacht in de verkenning, zodat tijdig duidelijk is welke gronden meekunnen in een uiteindelijke tender.
Plan van aanpak OER-Verkenningsfase project OER Diemerscheg
17
3.
Organisatie in de OER Verkenningsfase
Stuurgroep
Kernteam Projectteam: Projectmanager
Gedeputeerde Provincie
go / no-go
Wethouders gemeentes
Omgevingsmanager
Provinciehoofd Staatsbosbeheer
Technisch manager
Afdelingshoofd Rijkswaterstaat
Projectsecretaris
Directeur Rijksvastgoedbedrijf
Adviseur financiële participatie (RVO)
Projectmanager OER
Adviseur Marktbenadering (RVB) De stuurgroep beslist bij faseovergang om wel of niet door te gaan met het project (go/no go) en tekent de samenwerkingsovereenkomst
Vertegenwoordiger(s) van: - Gemeentes - Provincie
Programma OER
- evt. RES/ netbeheerder
Centraal Programmateam
Het kernteam doorloopt samen de projectfasen en voert de projectactiviteiten uit.
Programmamanager OER controleert OER-team en legt verantwoording af aan de opdrachtgever van OER (Ministerie van Economische Zaken en Klimaat: EZK).
Vertegenwoordigers van decentrale overheden zijn verantwoordelijk voor de – interne – bestuurlijke afstemming en het coördineren van de benodigde expertise binnen de eigen organisatie Overlegfrequentie: Plan van aanpak OER-Verkenningsfase project OER Diemerscheg kernteamoverleg (KTO): elke 3/4 weken stuurgroep: op verzoek 2 a 3x per jaar.
18
4.
Plan van aanpak
4.1
Algemeen
Dit plan van aanpak ziet toe op de Verkenningsfase. In deze fase wordt de haalbaarheid van het project in detail onderzocht, wordt samen met de lokale overheden gewerkt aan een aanpak voor het participatietraject (financieel en proces) en wordt de aanpak voor de tender op hoofdlijnen opgesteld. Belangrijk thema voor Rijkswaterstaat is de inpassing van een windpark binnen de kerntaken, dit wordt zo vroeg mogelijk in deze fase aangetoond, er kan dan een zogenoemd vastgoedbesluit worden genomen voor de inzet van het areaal voor het project. Op gebied van milieu/ruimte en natuur worden diepgaande onderzoeken uitgevoerd die moeten aantonen of het project haalbaar is. Met deze informatie wordt een businesscase opgesteld. De Verkenningsfase wordt afgesloten met het tekenen van een samenwerkingsovereenkomst (SOK), waarin ook de keuze voor het planologisch spoor en bevoegd gezag wordt gemaakt.
4.2
Inpassing binnen de kerntaken van RWS
Het knooppunt Diemen en de wegen A9 en A1 kennen een zeer hoge verkeersintensiteit. Het is voor Rijkswaterstaat van groot belang dat de verkeersveilige inpassing van windturbines in dit gebied goed wordt onderzocht. Aan de oostkant van het gebied ligt het AmsterdamRijnkanaal, plaatsing van windturbines langs dit kanaal dient in principe op bladlengte + 35 meter afstand te blijven (verwachte aanpassing van de beleidsregels van Rijkswaterstaat). De volgende RWS-thema’s worden in ver OER-Verkenningsfase onderzocht: 1. Impact op de verkeersveiligheid a. Human Vector onderzoeken 2. Gevolgen voor de scheepvaart a. Onderzoek hinder wal/scheepsradar
Plan van aanpak OER-Verkenningsfase project OER Diemerscheg
3. Areaalbeheer (KRW/Natuur)
4.3
Onderzoeken
In de verkenningsfase zal het projectteam aandachtspunten die nader onderzoek (naast de hierboven genoemde lijst) vereisen in kaart brengen. Dit zal gaan om windturbines en batterijen. Het team koopt advies in van een gespecialiseerd bureau om onderzoeken uit te laten voeren op de volgende thema's: Ruimte en milieu: Slagschaduw, externe veiligheid, geluid, landschap (bijvoorbeeld UNESCO/Heritage Impact Asessment), defensie en civiele luchtvaart-radar, etc. • Ecologie (Natura 2000 gebied, het NNN en NNB (Natuur Netwerk Noord-Holland) en de provinciale kaders hiervoor. Verkeersveiligheid wegen en vaarwegen (Radarhinder, wegbeeldanalyse). Voor deze twee onderwerpen is nauwe samenwerking met de provincie en de gemeente van belang. Het gebied is niet alleen cultureel belangrijk voor de gemeente, maar ook een natuurrijke omgeving, met habitats voor vogels, waterdieren en vliegroutes voor vleermuizen. Zo kunnen de aandachtspunten van alle partijen aan bod komen en kunnen de onderzoeken toch deze onderwerpen behandelen. Deze onderzoeken zullen ook duidelijkheid verschaffen over de stappen die de projectontwikkelaar moet doorlopen om vergunningen aan te vragen. Uitgangspunt in het project is dat de provincie een Projectbesluit onder de omgevingswet uitvoert voor windenergie. •
4.4
Participatie
In de OER-projecten wordt door het projectteam samen met de lokale overheden gewerkt aan participatie van de omgeving in het project. Dit kan gaan over lokaal eigendom en een goede verdeling van lusten en lasten (financiële participatie) maar ook over het te volgen proces. In afstemming met gemeente en provincie en in lijn met het participatiebeleid worden afspraken gemaakt over de inrichting van de 19
tender en de criteria waarop een marktpartij wordt geselecteerd. Belanghebbenden in de verschillende gemeenten worden geïnformeerd en waar gewenst betrokken bij het proces. Gelijktijdig werken we met de Provincie en gemeenten (bevoegd gezag op bijvoorbeeld gebied van milieu/ruimte en natuur) aan de voorbereiding op de planologische procedure. Daarin wordt wel aan formele participatie gedaan door het bevoegd gezag. Voor een goed begrip van deze twee vormen van participatie worden beide instrumenten hieronder toegelicht en er wordt beknopt beschreven wat belangrijke randvoorwaarden zijn voor het soepel doorlopen van participatietrajecten. Eerst wordt de scope van het participatietraject toegelicht.
Figuur 2 Input van de omgeving, opstellen van beleid en verwerking hiervan in de tender zijn nodig om lokaal eigendom te realiseren. 4.4.1 Procesparticipatie Procesparticipatie behelst het mee laten doen van omwonenden en belanghebbenden in de plan- en besluitvormingsprocedure. Hierbij kan gedacht worden aan concrete vraagstukken als locatiekeuze, vormgeving, ontwikkeling en meekoppelkansen. Uit het procesparticipatietraject Plan van aanpak OER-Verkenningsfase project OER Diemerscheg
kunnen wensen worden gedestilleerd die vervolgens in beleid en plannen kunnen worden geborgd.
We zetten procesparticipatie in om: •
Te komen tot betere plannen Door de mening en zorgen op te halen van omwonenden, bedrijven, en andere belanghebbenden wordt hun stem gehoord en ontsluiten we informatie die die gebruikt kan worden om plannen aan te scherpen en te verrijken • Zorgvuldige besluiten te nemen Bij een project met grote maatschappelijke impact wil je als bestuurder niet alleen leunen op technische en financiële haalbaarheid, dan wil je maatschappelijke haalbaarheid en inbreng van belanghebbenden ook meewegen. Participatie voorkomt daarnaast verrassingen later in het proces, doordat zorgen, wensen en ideeën vroegtijdig kunnen worden ingebracht. • Eigenaarschap te versterken Door omwonenden, bedrijven, en andere stakeholders te betrekken bij de besluitvorming maken we de omgeving meer ‘eigenaar’ van een project. Dit komt ook de uitvoering van daadwerkelijk lokaal eigendom in een later stadium ten goede. • Te bouwen aan vertrouwen Door een open en transparant participatieproces in te richten en te communiceren over de plannen en de voortgang van het project, en de omgeving te betrekken bij beslissingen die genomen worden, wordt vertrouwen opgebouwd tussen de initiatiefnemer en de omgeving. Participatie is beslist niet het creëren van draagvlak. Het is niet de bedoeling dat we met een participatieproces proberen om mensen te overtuigen van een bepaald (voorkeurs)besluit dat al genomen is.
Aan de andere kant is participatie ook niet het 1 op 1 overnemen van inbreng van 20
belanghebbenden. Participatie gaat om luisteren en het mogelijk maken dat verschillende belangen gewogen kunnen worden.
Bij de start van de OER-Verkenningsfase wordt door de deelnemende partijen (gemeenten Amsterdam, Diemen en Gooise Meren, Provincie Noord Holland, RWS, RVO en Staatsbosbeheer) een procesontwerp gemaakt voor de participatie in deze fase. Uitgangspunt hiervoor is het (indien aanwezig) vastgestelde participatiebeleid, de participatieverordening of participatierichtlijnen van de organisaties en dat wat er al aan participatie gedaan is in relatie tot de realisatie van wind in de gemeenten Diemen en Amsterdam. In dit procesontwerp maken partijen afspraken over: • doel • doelgroep • participatieruimte en -vraag • werkvormen en planning Dit doen de partijen op basis van een stakeholder- en issueanalyse die inzicht moet geven in de verschillende belanghebbenden in het gebied, hun betrokkenheid en de issues die er spelen die direct en indirect gerelateerd zijn aan het project dat onderzocht wordt. Aan het eind van de OER-Verkenningsfase wordt een participatierapport opgeleverd. Het participatierapport omschrijft het doorlopen proces, de gesproken belanghebbenden, de participatiemomenten en de opbrengst van de participatie. Zo wordt voor belanghebbenden duidelijk wat er met hun zorgen, suggesties en ideeën is gedaan, en kunnen besluitvormers die opbrengst meewegen in hun besluitvorming.
Verwachtingen Plan van aanpak OER-Verkenningsfase project OER Diemerscheg
Participatie is een containerbegrip waar verschillende partijen verschillende verwachtingen van en beelden bij hebben. Belangrijk is daarom het doel, het participatieniveau en de participatievraag goed te formuleren om wederzijdse verwachtingen voor alle deelnemers helder te hebben. In algemene zin gaat de participatie in deze fase over het ophalen van ideeën over de randvoorwaarden voor de realisatie van turbines. Verwachte kansen zijn er op het gebied van natuurcompensatie en energiegemeenschappen.
4.4.2 Financiële participatie Naast procesparticipatie ten behoeve van het ruimtelijk ontwerp vormt financiële participatie een integraal onderdeel van het OER-project Diemerscheg. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat bij duurzame energieprojecten wordt gestreefd naar 50% lokaal eigendom door bewoners en bedrijven. Het gaat daarbij om een inspanningsverplichting: het doel is dat lokale partijen daadwerkelijk de mogelijkheid krijgen om mede-eigenaar te worden van de opwek, op een manier die haalbaar en passend is binnen de specifieke context van windenergie.
Specifieke aandachtspunten windenergie Windprojecten onderscheiden zich wezenlijk van zonne-energieprojecten door hun technische complexiteit, grotere schaalgrootte en langere ontwikkeltijd. Een beginnende coöperatie kan wind niet zelfstandig ontwikkelen; er is altijd een ervaren ontwikkelaar nodig als partner. Dit vraagt meestal om participatiemodellen waarbij lokale partijen kunnen mee-investeren zonder de volledige ontwikkelverantwoordelijkheid te dragen. Mogelijke constructies zijn joint ventures tussen coöperaties en 21
ontwikkelaars, waarbij je kunt denken aan aandelenstructuren met waarbij categorieën verschillende risicoprofielen krijgen, of energiegemeenschappen waarbij lokale partijen als afnemer participeren via directe levering.
Uitwerking tijdens OER-Verkenningsfase De precieze invulling van 'eigendom' – en via welke juridische of financiële constructies dit mogelijk is – wordt samen met betrokken overheden, coöperaties en marktpartijen uitgewerkt. Daarbij wordt rekening gehouden met het hogere risicoprofiel en de grotere investeringen bij windenergie vergeleken met zonne-energie. Ook andere vormen van financiële participatie, zoals een omgevingsfonds of een omwonendenregeling, worden verkend om niet-risicodragende betrokkenheid mogelijk te maken voor inwoners die niet als medeeigenaar willen of kunnen participeren. Dit wordt samen met de deelnemende partijen uitgewerkt in lijn met lokaal beleid.
Bedrijven en huishoudens als potentiële participanten Gezien de nabijheid van bedrijven en woningen in het projectgebied wordt specifiek onderzocht of deze kunnen participeren, zowel als medeeigenaar (financiële participatie) als afnemer van de opgewekte energie (energiegemeenschap). Grootverbruikers kunnen via Power Purchase Agreements (PPA's) of directe levering groene stroom afnemen, wat bijdraagt aan netontlasting en de businesscase van het project versterkt. Deze bedrijfsparticipatie kan naast burgerparticipatie bestaan en telt mee voor het lokaal eigendom-percentage indien de bedrijven lokaal verankerd zijn.
Plan van aanpak OER-Verkenningsfase project OER Diemerscheg
Processtappen Vanuit RVO is een adviseur financiële participatie aangesloten. In de OERVerkenningsfase wordt het bestaande beleid van betrokken overheden geïnventariseerd, om overeenkomsten, verschillen en leemtes in kaart te brengen. Specifieke aandacht gaat uit naar de vraag hoe gemeenten en provincies financiële participatie waaronder lokaal eigendom kunnen faciliteren via garantstellingen, voorfinanciering of procesondersteuning, gezien de hogere drempels bij windenergie.
In vijf ambitiesessies conform de handreiking Lokaal Eigendom wordt – vanuit gedeelde verantwoordelijkheid – gewerkt aan een uitvoerbare strategie om proces- én financiële participatie efficiënt en effectief te borgen: 1. Kick-off (november 2025): Inventarisatie beleid, ambities en uitgangspunten per gemeente 2. Marktverkenning: Welke ontwikkelaars en coöperaties zijn er, wat zijn hun mogelijkheden en beperkingen? 3. Participatiemodellen: Welke constructies zijn haalbaar bij windenergie en passend voor lokale context? 4. Facilitering en risicomanagement: Hoe ondersteunen overheden (burger)participatie en hoe worden risico's beheersbaar gemaakt? 5. Tendercriteria: Hoe worden participatie-eisen vertaald naar gunningscriteria in de aanbesteding tender? In het kernteam worden tussen de ambitiesessies tussentijdse resultaten besproken en wordt gestuurd op voortgang.
22
Product
4.6
Het eindresultaat van dit traject is een gezamenlijk kader voor financiële participatie dat specifiek is toegesneden op de complexiteit van windenergie. Dit kader bevat:
Liander is de regionale netbeheerder binnen het gebied van het OERproject Diemerscheg. Hoewel in deze regio sprake is van netcongestie voor afname van elektriciteit, geldt dit op dit moment niet voor teruglevering van energie. Dat betekent dat er in principe nog ruimte is om opgewekte elektriciteit in te voeden op het bestaande net.
Beleidsambitie lokaal eigendom (percentage, definities, alternatieven) • Voorkeursmodellen voor participatie bij wind (joint venture, A/Bstructuur, energiegemeenschap) • Randvoorwaarden voor mogelijke samenwerkingen tussen coöperaties en ervaren ontwikkelaars • Faciliterende rol overheden (garantstellingen, voorfinanciering, procesondersteuning) • Tendercriteria voor gunning waarbij participatie als belangrijk gunningscriterium wordt meegewogen Dit kader wordt verankerd in de tenderdocumentatie waarmee marktpartijen worden uitgenodigd om in te schrijven op de realisatie en exploitatie van het windproject, waarbij lokale participatie vanaf de start is geborgd. •
4.5
Communicatie
Omdat eenduidige communicatie en snel handelen bij acute vraagstukken van groot belang zijn voor het slagen van het project wordt onder leiding van de omgevingsmanager van het projectteam een communicatiegroep opgezet waar de communicatieadviseurs van de kernteamleden zitting in hebben. Deze kleinere groep is het aanspreekpunt voor communicatie. Deze groep maakt afspraken over afzenderschap, kernboodschap, timing van de communicatie en weet elkaar te vinden bij bijv. media-aandacht of vragen van inwoners. Deze afspraken leggen we vast in een gezamenlijk participatie- en communicatieplan waar ook een stakeholderanalyse, strategie en kalender deel van uitmaken.
Plan van aanpak OER-Verkenningsfase project OER Diemerscheg
Netaansluiting
Binnen de verkenning wordt nader onderzocht op welke (onder)station het project technisch en economisch kan aansluiten. Daarnaast wordt gekeken naar lokale aansluitmogelijkheden, bijvoorbeeld op nabijgelegen bedrijventerreinen. Het koppelen van lokale opwek aan lokaal verbruik aan een positieve bijdrage leveren aan het verminderen van de afnamecongestie in het gebied en draagt bij aan een robuuster energiesysteem.
4.7
Financiële haalbaarheid
Op basis van de PBL-uitgangspunten uit het ‘Eindadvies basisbedragen SDE++ 2025’ is een eerste inschatting gemaakt van de levelelised cost of electricity (LCOE) voor windenergie in de Diemerscheg. Daarbij is de input van het PBL gebruikt dat correspondeert met de uitgangspunten van een windpark met hoogtebeperking en een windsnelheid van 7,5 – 8,0 m/s en een discontovoet van 3–7 %.
De voorlopige berekening resulteert in een LCOE van circa € 50–62 per MWh. Hierbij is wel van belang dat het PBL rekent met een referentiepark van 15 MW opgesteld vermogen als basis voor de kostenramingen. Dit betekent dat de gehanteerde kostenniveaus schaalvoordelen hebben die bij kleinere projecten niet worden behaald. Een kleiner windpark met bijvoorbeeld slechts twee kleine windturbines zal daardoor een hogere
23
LCOE kennen door relatief duurdere civiele werken, beheer en netaansluiting per MW.
In de OER-Verkenning worden de aannames verder aangescherpt met projectspecificieke kosten, zoals voor netaansluiting, natuurcompensatie en participatie. Ook wordt een realistische inschatting gemaakt van het aantal haalbare windturbines binnen het projectgebied. Op basis daarvan kan de financiële haalbaarheid richting tenderfase nauwkeuriger worden ingeschat.
Figuur 3 Capaciteit op het middenspanningsnet voor invoeden rondom de projectlocatie (geraadpleegd oktober 2025)
4.8
Bevoegd gezag en planologisch spoor
Het vermogen van een energiepark (in MegaWatt, MW) bepaalt in principe het bevoegd gezag milieu/ruimte. Het Rijk is bevoegd gezag bij windenergieprojecten van 100≥ MW, de provincie is bevoegd gezag bij een windprojecten tussen 100 <> 15 MW. De gemeente is bevoegd gezag bij windenergieprojecten met een verwacht vermogen van minder dan 15MW. Het is mogelijk de bevoegd gezag rol naar een andere partij te ‘delegeren’. Voor Batterijen is het kader nog in ontwikkeling, verwachting is dat ook hier de provincie de bevoegd gezag rol op zich neemt.
De planologische route hangt samen met het bevoegd gezag, volgende opties zijn mogelijk: • • •
Gemeente: Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit (BOPA) via een omgevingsvergunning; Gemeente: Wijziging van het omgevingsplan; provincie (of Rijk): Projectbesluit, waarin je de keuze hebt om de ontwikkeling enkel planologisch mogelijk te maken en vervolgens de losse uitvoeringsbesluiten via de gemeenten te laten lopen óf alle benodigde (uitvoerings)besluiten integraal worden verleend.
Voor het OER-project wind Diemerscheg ligt het bevoegd gezag naar verwachting bij de provincie Noord-Holland, vanwege het gemeentegrensoverschrijdende karakter van de ontwikkeling (Amsterdam, Diemen en mogelijk Gooische Meren) en de regionale ruimtelijke impact.
Plan van aanpak OER-Verkenningsfase project OER Diemerscheg
24
In de verkenning wordt beoordeeld welke planologische route het meest passend is voor dit project. De verkenning richt zich daarbij niet op beleidswijziging, maar op het toetsen van de uitvoerbaarheid binnen de bestaande beleidskaders en het in beeld brengen van de benodigde ruimtelijke procedures om tot realisatie te komen.
4.9 Marktbenadering De gronden die in eigendom zijn van het Rijk worden door het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) in gebruik gegeven aan partijen die de ontwikkeling, realisatie, beheer en verwijdering van de windturbines op zich nemen. Het Rijk wordt dus geen eigenaar van het windpark. Dit proces verloopt via de principes van Marktconform, Openbaar en Transparant (MOT). Het is de bedoeling dat ook de niet rijksgronden, zoals die van Staatsbosbeheer of gemeenten in dezelfde openbare inschrijvingsprocedure worden meegenomen.
Het RVB stelt de openbare inschrijving (het biedboek) en de gronduitgifte documenten (naar alle waarschijnlijkheid een opstalrecht) op en verzorgt een eventueel benodigde taxatie om de grondwaarde vast te kunnen stellen. In ieder geval de ruimtelijke inpassing, de technische voorwaarden van RWS en de (financiële) participatie zijn voorwaardelijk om tot een uiteindelijke grondovereenkomst te komen met de beoogde exploitant. Middels geschiktheidseisen en gunningscriteria wordt de meest geschikte marktpartij gekozen. Hierin is bijvoorbeeld ruimte voor een plan van aanpak voor de inpassing van het windpark in de omgeving en de omgang met omwonenden. In de grondovereenkomst worden vervolgens eisen gesteld aan de wijze waarop de grond wordt gebruikt en welke rechten en plichten hier vervolgens uit voortvloeien.
Plan van aanpak OER-Verkenningsfase project OER Diemerscheg
In de OER-Verkenningsfase is het ook mogelijk om een marktconsultatie te organiseren, als er zeer specifieke vragen zijn over een bepaald onderwerp, waar alleen de markt antwoord op kan geven. De antwoorden op de door het projectteam gestelde vragen aan de markt stelt ons zo beter in staat om de kansrijkheid van het project te vergroten en de tenderfase zo goed mogelijk voor te bereiden.
4.11 Klanteisensysteem (KES) We stellen een Klant Eisen Specificatie (KES)-dossier op. Hierin worden de eisen en wensen vastgelegd van het kernteam en andere stakeholders (netbeheerder, rijkspartners, etc.) binnen het project. Het KES-dossier wordt periodiek behandeld in het kernteam. Kernteamleden zorgen er voor het KES-dossier up-to-date is. Aan het eind van de OERVerkenningsfase is er een uitgewerkt KES-dossier met daarin een overzicht van de geïnventariseerde randvoorwaarden die gelden voor het gehele project, een deel van het project of een specifiek perceel(deel).
5.
25
Projectbeheersing 5.1
Planning
Fas Verkenning e 1 Opstellen plan van aanpak OER-Verkenningsfase inclusief: - scope en mate van voorbereiding - mijlpalenoverzicht - aanpak - begroting - risico’s en beheersmaatregelen - betrekken omgeving OER-Verkenningsfase 2 Nadere uitwerking stakeholderanalyse. 3 Aanleggen klanteisen systeem, waarin wensen en eisen omgeving en randvoorwaarden op basis van technisch onderzoek in zijn opgenomen. 4 Vaststelling koppelkansen 5 Schetsontwerp ruimtelijke scenario’s 6 Nadere uitwerkingen/opstellen businesscase 7 Uitgiftestrategie inclusief financiële participatie 8 Go/No go besluit stuurgroep op basis van verkenning Zie voor een overzicht van de projectplanning bijlage 2.