bijlage 1 Haalbaarheidsstudie ruimtelijke inpassing oeververbindingen
Tekst van het document
Bijlage 1.2
T P
N
E C
Haalbaarheidsstudie ruimtelijke inpassing
O C
Sprong over het IJ Nota van Uitgangspunten
Augustus 2021
DATUM EN CONCEPTVERSIE BIJLAGE NUMMER I.O.M. JAAP!!!!!
Colofon Sprong over het IJ Amsterdam
Gemeente Amsterdam Augustus 2021
www.amsterdam.nl/sprongoverhetij sprongoverhetij@amsterdam.nl
Inhoudsopgave Leeswijzer
4
3 1
Inleiding
5
Haalbaarheidsstudies ruimtelijke inpassing: 2
Vertaling van de nautische en verkeerskundige regels uit het Advies voor de haalbaarheidsstudies
8
3
Oostbrug
16
3.1
Studie Verbindingsdam naar Lloydpassage: gefaseerde opbouw van verbinding met netwerk
32
4
Westbrug
40
5
Voetgangerspassage CS
54
5.1
62
Studie verbinding met de metro-verdeelhal
6
Aandachtspunten voor vervolgstudies
64
7
De vaste oeververbindingen als meer dan een functionele verbinding
72
Bijlagen: Bijlage A - Uitgebreide vertaling van de nautische en verkeerskundige regels uit het Advies voor de haalbaarheidsstudies Bijlage B - Voorbeelden hellingspercentage bij bekende bruggen
78
88
bijlage 1.2 - Haalbaarheidsstudie ruimtelijke inpassing
Leeswijzer 4
De Haalbaarheidsstudie ruimtelijke inpassing is gemaakt ten behoeve van de Concept Actualisatie Nota van Uitgangspunten Sprong over het IJ 2021. De haalbaarheidsstudie is stapsgewijs opgebouwd en bestaat uit zeven hoofdstukken. De inleiding omschrijft wat onder deze studie valt: wat zijn de onderdelen van de haalbaarheidsstudies en waarom deze verbindingen in het Advies zo belangrijk worden bevonden. Het tweede deel ‘Haalbaarheidsstudies ruimtelijke inpassing’ is opgedeeld in vijf hoofdstukken. Hoofdstuk 2 – ‘Vertaling van de nautische en verkeerskundige regels uit het Adveis voor de haalbaarheidsstudies’ geeft een overzicht van de onderliggende randvoorwaarden voor de nautische en stedelijke inpassing van de modellen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen uitgangspunten voor bruggen en voor de Voetgangerspassage CS. In de hoofdstukken 3, 4 en 5 worden de drie vaste oeververbindingen per locatie behandeld. Deze beginnen met een korte samenvatting uit het Advies voor de desbetreffende oeververbinding. De voorgestelde inpassing in de huidige en toekomstige stedelijke omgeving, aangevuld met specificaties als maaiveldhoogtes, vormen de basis om het Advies te testen. Dit in combinatie met de regels uit hoofdstuk 2 vormen de input voor de haalbaarheidsstudies. Deze hoofdstukken worden afgesloten met een omschrijving van de verschillen tussen de haalbaarheidsmodellen en het Advies.
Ook worden locatie specifieke uitgangspunten voor vervolgstudies benoemd. Deze worden verder aangevuld met algemene punten in hoofdstuk 6 – ‘Aandachtspunten voor vervolgstudies’. Hoofdstuk 7- ‘De vaste oeververbindingen als meer dan een functionele verbinding’ geeft een beeld van de meerwaarde van de bruggen en de voetgangerspassage voor de sociale, economische en ‘mentale’ facetten bij de stadsontwikkeling van Amsterdam. We zien kansen voor de oeververbindingen om meer te zijn dan een puur functioneel infrastructuur-object. Als aanvulling op de Haalbaarheidsstudie zijn er twee bijlagen toegevoegd: Bijlage A geeft een uitgebreidere omschrijving van de nautische en verkeerskundige regels van hoofdstuk 2. Bijlage B geeft voorbeelden van bekende bruggen met vergelijkbare doorvaarthoogtes en/of hellingspercentages voor de IJ-bruggen.
bijlage 1.2 - Haalbaarheidsstudie ruimtelijke inpassing
1 Inleiding Het Advies ‘Genereus verbonden - een concept inrichtingsplan voor het IJ in Amsterdam als robuust en toekomstvast waterkruispunt’ (hierna genoemd ‘het Advies’) ligt aan de basis van deze haalbaarheidsstudie. De Haalbaarheidsstudies beslaat de drie vaste oeververbindingen omschreven in het Advies: • • •
Oostbrug: verbinding tussen Johan van Hasseltweg en Azartplein Westbrug: verbinding tussen NDSMstraat en Haparandadam/Danzigerkade Voetgangerspassage CS: verbinding tussen Buiksloterweg en het CS
De Amsterdamse brug is een belangrijk onderdeel van de totale visie in het Advies, maar is niet onderdeel van deze haalbaarheidsstudie. In de Haalbaarheidsstudies wordt het Advies getoetst op ruimtelijke inpasbaarheid voor de drie vaste oeververbindingen met de in het Advies gestelde regels voor bruggen en tunnel. Er wordt inzichtelijk gemaakt wat de ruimtelijke inpassingen inhouden en wat voor consequenties daaraan zijn verbonden waarbij voor de bruggen uitgegaan wordt van langzaam verkeersbruggen mét openbaar vervoer en de Voetgangerspassage exclusief voor voetgangers onderzocht is. Voor de bruggen is er gekeken naar de impact van de voorgestelde doorvaarthoogte in combinatie met het aangegeven hellingpercentage. Voor de Voetgangerspassage CS is de inpassing op de ondiepe ligging onderzocht: het Advies heeft een volgorde van aanleg voorgesteld voor de oeververbindingen. In deze planning komt de Voetgangerspassage als laatste aan bod. Dit houdt in dat uitgangpunt is dat de maritieme vaarweg (deels) is afgewaardeerd en de diepere ligging voor deze studie is niet onderzocht. Aanvullend zijn er tijdens de studie aandachtspunten naar voren gekomen die belangrijk zijn voor de vervolgonderzoeken. Deze punten zijn per oeververbinding opgenomen: aangevuld met algemenere punten omschreven in hoofdstuk 6.
Ter voorbereiding zijn er afgelopen april twee ateliers gehouden voor de Oostbrug en Westbrug met teams bestaande uit de (gebieds-)stedenbouwers, verkeersdeskundigen en -ontwerpers, vertegenwoordigers van nautische partijen en partners als Rijkswaterstaat, het Havenbedrijf Amsterdam, de Vervoerregio Amsterdam en de provincie. Voor de Voetgangerspassage CS is gesproken met het team dat zich bezig houdt met o.a. de inpassing van de fietsenstalling aan de noordzijde CS.
Disclaimer Nautische en verkeerskundige eisen en randvoorwaarden zijn gebaseerd op de eisen zoals omschreven in het Advies: ze worden gebruikt om het Advies te toetsen. Er worden in deze Haalbaarheidsstudie geen nieuwe randvoorwaarden t.o.v. het Advies opgesteld.
bijlage 1.2 - Haalbaarheidsstudie ruimtelijke inpassing
5
Indic atief
3 3
CS
Legenda 1 Kabelbaan
Vrije zichtveldzones scheepvaart
Afkortingen stedelijke gebieden:
2 Westbrug
Begrenzing nautische zone
CD
Cornelis Douwesterrein
BSH
Buiksloterham
Vervoersstroom profiel Rijkswaterstraat
HS
Haven-Stad
CS
Centraal Station
MH
Minervahaven
HQ
Hamerkwartier
Haparandadam
OH
Oranjehaven
3 Voetgangerstunnel Centraal Station 4 Pont Java-eiland - IJplein
(figuur 3 blz 166, document E - Bijlage Huiswerk en Aangeleverde Materiaal 21 April 2020)
5 Oostbrug
Diepte vaarweg:
HD
6 Extra Ligplaatsen
0-5 meter
NDSM NDSMterrein
AP
Azartplein
7 Pont Sluisbuurt-Sporenbrug
5-10 meter
HH
Houthavens
BS
Borneo-Sporenburg
8
10-15 meter
PS
Pontsteiger
ZBE
Zeeburgereiland
15-20 meter
OHH
Oude Houthavens
Nieuwe stedenbouwkundige projecten
SH
Stenen Hoofd
Verbreding Amsterdamsebrug Primaire Oeververbinding Secundaire Oeververbinding
CD NDSM
2 1
2
BSH HS
HD MH HH
PS SH
3 atief
OHH
Indic
6
3
CS
Afbeelding 1.2
overzicht oeverbindingen uit het Advies
Legenda
(NB: Deze tekening is gebaseerd op het Inrichtingsplan uit het Advies (pag. 18-19) en laat alleen die verbindingen
1 Kabelbaan
zien die in het Advies weergegeven zijn.)
2 Westbrug 3 Voetgangerstunnel Centraal Station
Vrije zichtveldzones scheepvaart
Afkortingen stedelijke gebieden:
Begrenzing nautische zone
CD
Cornelis Douwesterrein
BSH
Buiksloterham
Vervoersstroom profiel Rijkswaterstraat
HS
Haven-Stad
CS
Centraal Station
MH
Minervahaven
HQ
Hamerkwartier
Diepte vaarweg:
HD
Haparandadam
OH
Oranjehaven
0-5 meter
NDSM NDSMterrein
AP
Azartplein
(figuur 3 blz 166, document E - Bijlage Huiswerk en Aangeleverde Materiaal 21 April 2020)
Pont Java-eiland - IJplein 4bijlage 1.2 - Haalbaarheidsstudie ruimtelijke inpassing
5 Oostbrug
De drie vaste oeververbindingen 1 - Oostbrug
7
2 - Westbrug 3 - Voetgangerspassage CS
1 OH
ZBE 5
6
f tie a c i 7
d
In
HQ
ca
di
In tie
AP
f 4
BS
8
bijlage 1.2 - Haalbaarheidsstudie ruimtelijke inpassing
Het Advies heeft regels voor scheepvaart en landverkeer opgenomen. Deze regels zijn vertaald voor het maken van de haalbaarheidsstudies. Het hoofdstuk is ingedeeld naar bruggen en voetgangerspassage. Per onderdeel zijn er aanvullende aandachtspunten benoemd voor de huidige en toekomstige studies. Afsluitend is een kort overzicht gegeven hoe de haalbaarheidsmodellen gelezen worden. Een uitgebreidere beschrijving van de regels is opgenomen in Bijlage A - ‘Uitgebreide vertaling van de nautische en verkeerskundige regels uit het Advies voor de haalbaarheidsstudies’.
2.1 Oostbrug en Westbrug Scheepvaart: typen en indeling vaarweg Het IJ is een hoofdtransportas waar verschillende typen scheepvaart intensief gebruik van maken. Deze typen zijn bepalend voor de indeling van de vaarweg en de inpassing van de oeververbindingen. Binnen de scheepvaart wordt er onderscheid gemaakt tussen beroepsvaart en recreatievaart waarbinnen weer verschillende typen vallen. In onderstaande tabel is aangegeven welke scheepvaarttypen er van ‘t IJ gebuik maken. Er is onderscheid tussen beroepsvaart en recreatievaart. Type scheepvaart
CEMT-klasse ¹
Binnenvaart
CEMT-klasse VIb Maatgevende type voor indeling IJ
Indeling
Vaste deel Vrije breedte: 160 meter Vrije hoogte: 12.50 meter*
BEROEPSVAART
Bijzonder transport
Speciaal vervoer: kent allerlei vormen en afmetingen
Bruine vloot
BRTN-klasse BVA en BVB Traditionele zeilschepen
Te openen deel Vrije breedte: 35 meter** Openingstypologie: nader te bepalen
Kleinere scheepvaart RECREATIEVAART
8
2 Vertaling van de nautische en verkeerskundige regels uit het Advies voor de haalbaarheidsstudies
CEMT-klasse AZM en AM Zeilboten met staande mast en kleine motorboten
Tabel 2.1: overzichtschema scheepvaart op het IJ en indeling vaarweg ¹ afmetingen maatgevende schepen volgens Richtlijnen Vaarwegen 2017, Rijkswaterstaat * hoogste doorvaarthoogte uit Advies ** breedte maat uit Advies bijlage 1.2 - Haalbaarheidsstudie ruimtelijke inpassing
De verschillende typen scheepvaart bepalen de indeling van de brug: bepaalde typen kunnen alleen door een te openen deel. De bruggen bestaan uit een vast en twee te openen delen. De vaarweg wordt ingedeeld gebaseerd op welk scheepstype welk deel gebruikt: Deze eisen zijn vertaald in onderstaand schema voor indeling vaarweg:
Opstelruimte - lengte 507m
4m
27m
Nevengeul - 3x bootlengte (585 m) 35m
Vaargeul - 3x bootlengte (585 m) 160m 35m Nevengeul - 3x bootlengte 27m
4m
Opstelruimte - lengte 507m
Afbeelding 2.1: scheepvaart en bijbehorende eisen voor onbelemmerde doorvaart bij bruggen (schema Advies pag. 34)
Afbeelding 2.2: principe langsdoorsnede brug gebaseerd op bovenstaand vaarwegschema
Voor het inpassen van de bruggen in relatie tot de vaarweg zijn er nog aanvullende richtlijnen die belangrijk zijn voor de modellen: • Een brug ligt loodrecht op (de as van) de vaarweg • Dit geldt voor het hele brugdeel: het vaste deel én de twee te openen delen • Bij het opvaren naar de brug toe moet beroepsvaart minimaal drie lengtes voor de brug op koers liggen om in één lijn door de brugopening te kunnen varen. Daarmee worden koerswijzigingen voorkomen en behoeft enkel bijgestuurd te worden. Dit is voorwaardelijk voor een veilige en vlotte passage. Schepen moeten met voldoende stuurvaart kunnen varen. Deze hele vaarzone moet zo in het IJ ingepast worden, dat andere toegangen tot het IJ als bijvoorbeeld de Kostverlorenvaartroute (ook onderdeel van de Staande Mast route) niet belemmerd worden.
bijlage 1.2 - Haalbaarheidsstudie ruimtelijke inpassing
9
Verkeer: typen en brugprofiel
10
Typen landverkeer Het Advies heeft als uitgangspunt langzaam verkeersbruggen aangehouden, maar raadt aan om openbaar vervoer als onderdeel van de Oostbrug en Westbrug te onderzoeken. De haalbaarheidsstudie gaat uiit van openbaar vervoer op de bruggen: dit zal de meeste impact geven op de ruimtelijke inpassing - in de breedte van het brugprofiel en de toe te passen bochtstralen bij de hellingen. Type landverkeer
Definitie type landverkeer
Fietsers
Onder fietsers worden zowel fietsers, elektrische snorfietsers en scooters verstaan.
Voetgangers
Voetgangers
Mensen met een beperking
Mensen met een beperking
Tram- busbaan
Combinatie waarbij tram en/of bus mogelijk is Nood- en hulpdiensten maken gebruik van deze baan
Tabel 2.2: typen verkeer voor bruggen
Indeling brugdek In overleg met verkeersdeskundigen is het brugprofiel zoals voorgesteld in het Advies bekeken en is er een optimale versie gemaakt. Deze optimale indeling beslaat het symmetrisch profiel met ruime voetpaden aan buitenzijde: • • • • • •
indeling: voet – fiets – tram/bus tweerichting – fiets – voet twee voetpaden van 3.60 meter aan buitenzijde: dit is een ruime comfortabele maat fietspaden worden als eenrichting fietspaden ingezet: 2 x 3 meter tram- busbaan in het midden met een maat van ca. 7 meter excl. zij-zone de totale maat wordt dan ca. 21.5 meter. dit is exclusief eventuele constructieve elementen.
Afbeelding 2.3: principe profiel brug - optimale indeling
bijlage 1.2 - Haalbaarheidsstudie ruimtelijke inpassing
Voor wie
Optimaal profiel
Voetgangers en mensen met een beperking
2 x 3.6 meter Buitenzijde van de brug
Fietsers
2 x 3 meter Eenrichting fietspaden
Tram- busbaan
Ca. 7 meter In midden van profiel
Tabel 2.3: schema indeling optimale brugindeling
Toegankelijkheid tot de bruggen Het Advies heeft het over verschillende doorvaarthoogtes. Voor de haalbaarheidsstudie is de hoogste doorvaarthoogte aangehouden: 12.50 meter vanaf Maatgevende Hoge Waterstand (MHW, dit is in het IJ gelijk aan NAP). Deze hoogte heeft effect op de toegankelijkheid van de bruggen voor fietsers, voetgangers en OV. Voor de haalbaarheidsstudies is een aanname gedaan van een dekdikte van 1.5 meter: dit houdt in dat voor de studies het hoogste deel van de brug op 14 meter vanaf NAP komt te liggen. Hellingbanen: hellingspercentage en bochtstralen In de haalbaarheidsstudies wordt uitgegaan van hellingen voor fietsers en OV. Het Advies heeft een hellingspercentage van max. gemiddeld 2.7% voorgesteld. Vlakstanden voor fietscomfort worden toegepast bij elke vijf meter hoogteoverbrugging en hebben een minimale lengte van 25 meter. Dit percentage voor de hellingbanen houdt in dat de totale hellingbaan (van maaiveldaansluiting tot benodigde brughoogte) inclusief vlakstanden dit percentage heeft. De hellende delen in de haalbaarheidsmodellen komen zo op ca. 3% uit. De totale lengte van de hellingbaan voor fietsers wordt bepaald door: • de doorvaarthoogte van 12.50 meter met daarop een dekdikte van 1.5 meter • het hellingspercentage uit het Advies van 2.7% max.
gemiddeld • de benodigde vlakstanden Hellingen liggen tussen aansluiting met het maaiveld en het rechte brugdeel over de vaarweg (het vaste deel en de te openen delen). Deze hellingen moeten ingepast worden met respect voor de vaak dichtbebouwde stedelijke structuur zonder die aan te tasten. Daarnaast moet de helling en de brug op een logische en heldere manier binnen het netwerk en de bestaande omgeving passen. De hellingen zullen niet recht gevormd kunnen worden, maar hebben bochten nodig om de hellinglengte en hoogte in te kunnen passen. Deze bochten moeten voor fietscomfort zo vloeiend mogelijk zijn. Bochtstralen voor fietsers zijn kleiner dan die voor openbaar vervoer: de grootte van deze bochtstralen bepalen de snelheid waarmee openbaar vervoer de hellingen kan gebruiken. Voor de haalbaarheidsstudies zijn als uitgangspunt juist de bochtstralen voor OV gebruikt – die hebben de meeste impact op de ruimtelijke inpassing. Dit hellingspercentage met de benodigde valkstanden en de grotere bochtstralen geeft het beste beeld van de impact op de ruimtelijke inpassing.
bijlage 1.2 - Haalbaarheidsstudie ruimtelijke inpassing
11
Aparte toegangen voor voetgangers en mensen met een beperking
12
Voor voetgangers en mensen met een beperking zullen er trappen en liften komen op beide oevers. Deze stijgpunten liggen bij voorkeur zo dicht mogelijk bij het hoogste punt van de bruggen en vraagt om een goede, prettige en veilige inpassing vanuit de openbare ruimte. Dit vertaalt in het volgende schema van uitgangspunten voor landverkeer: Aanbruggen
Fietsers
Hellingbanen max 2.7%* Vlakstanden bij overbrugging van meer dan 5 meter met een lengte van 25 meter per vlakstand Bochtstraal: min. 25 meter ¹
Voetgangers & mensen met
Luie trappen die ook eventueel bruikbaar zijn voor fietsers
een beperking
Liften Locatie: zo dicht mogelijk bij hoogste punt brug
Tram / bus
Hellingbaan 3.5% ¹ Bochtstraal bij 50 km/u: 150 meter ¹
Tabel 2.4: schema toegankelijkheid bruggen *randvoorwaarde uit het Advies ¹ gebaseerd op Leidraad CVC 2020 - gemeente Amsterdam. Dit is de hoogst bekeken snelheid: de uiteindelijke bochtstraal wordt apart genoemd bij de modellen.
Fiets en OV Voetgangers en mensen met een beperking
Afbeelding 2.4:Fiets schema voorbeeld indeling brugtoegang en OV Voetgangers en mensen met een beperking
bijlage 1.2 - Haalbaarheidsstudie ruimtelijke inpassing
2.2 Voetgangerspassage CS
13
Scheepvaart Het Advies heeft een schematische planning opgegeven voor alle voorgestelde maatregelen: de Voetgangerspassage CS is hierin de laatste maatregel. Voor de Haalbaarheidsstudie wordt uitgegaan van de variant waarbij de maritieme vaarweg al is afgewaardeerd. De Voetgangerspassage heeft een diepteligging waarbij de diepgang voor de binnenvaart mogelijk blijft. In onderstaande principe doorsnede staat de diepte ligging weergegeven: TOEGANG
TOEGANG
CS
Tunnel ondiep Vrije diepte -6,5m
NAP
Noord
Vloer tunnel -13m
340m Afbeelding 2.5: principe langsdoorsnede Voetgangerspassage CS
Een tunnel hoeft in tegenstelling tot bruggen niet loodrecht op de vaarweg te liggen. De tunnel kan zo schuin onder het IJ liggen om een directe verbinding te maken. Voor de inpassing van de tunnel wordt geprobeerd deze oversteek zo recht mogelijk te maken waardoor er goed overzicht is in het tunneldeel zelf. In onderstaand schema staan randvoorwaarden aangegeven: Onderdeel Diepteligging onder vaarweg
Vrije diepte: 6.5 meter - NAP Bovenkant vloer tunnel: 13 meter - NAP
Afmeting passage
3.5 x 10 meter (minimale vrije hoogte en breedte)
Doelgroep
voetgangers en mensen met beperking
Tabel 2.5: Voetgangerspassage CS: randvoorwaarden
bijlage 1.2 - Haalbaarheidsstudie ruimtelijke inpassing
Verkeer: typen en indeling tunnel
14
De Voetgangerspassage komt in het Advies achter het CS te liggen. De ruimte is hier beperkt door de verschillende functies die hier al liggen: de pontaanlanding naar Buiksloterweg en NDSM, de toekomstige fietsenstalling en IJ-boulevard. De Voetgangerspassage geeft alleen toegang aan voetgangers en mensen met een beperking: de tunnel moet er zo voor zorgen dat het niet nog meer fietsers trekt naar een toch al druk gebied. De Voetgangerspassage wordt in intentie een verlengstuk van de stationshal en ontlast de drukke ponten. Een tunnel voor voetgangers heeft alleen een compacte en functionele ontsluiting van roltrappen en liften nodig, waardoor de diepte ligging minder bepalend wordt voor gebruiksgemak. Als hoofdontsluiting komen er toegangsruimtes met ruim gedimensioneerde roltrappen aangevuld met liften. Daarnaast zal er ruimte gereserveerd moeten worden voor noodtrappenhuizen. Dit schema geeft weer wat de regels voor de tunnel en ontsluiting zijn: Onderdeel
Hoe
Doelgroep
Voetgangers Mensen met een beperking
Ontsluiting
Roltrappen – luie hoek van 24.5 graden Liften Noodtrappenhuis
Tunneldeel
Loopgedeelte in midden tunnel Rolbanen
Tabel 2.6: schema toegankelijkheid Voetgangerspassage
Het tunneldeel onder het IJ wordt ingedeeld met een ruime loopzone in het midden geflankeerd door rolbanen. Dit geeft de volgende tunnelindeling:
rolbaan
voetpad
Afbeelding 2.6: principe dwarsprofiel van de Voetgangerspassage
bijlage 1.2 - Haalbaarheidsstudie ruimtelijke inpassing
rolbaan
Leeswijzer voor de haalbaarheidsmodellen De liggingen en modellen zijn ter visualisatie van de toetsing. Dit houdt in dat de gebieden waarbinnen de oeververbindingen zijn aangegeven in het Advies vastliggen, maar de modellen zoals getekend niet als definitief beschouwd moeten worden. Dit is onderwerp bij vervolgstudies. De modellen zijn ontwikkeld met de volgende basis: Voor de Oostbrug en Westbrug: De breedte van het gebruikte brugprofiel van 21,5 meter is over de gehele bruglengte in de tekeningen aangehouden. Voor voetgangers en mensen met een beperking is de voorkeur zo hoog mogelijk op de brug aan te komen d.m.v. een verticale opgang in de vorm van trappen en liften: de voetpaden op de brug liggen altijd aan de buitenzijde van de fietspaden en OV-baan.
•
Voor de Voetgangerspassage CS • • • •
De tunnelvloer ligt op 13 meter onder peil. De breedte van de tunnel inwending is 10 meter. De indeling heeft een ruim voetpad geflankeerd door rolbanen. De toegangen bestaan uit roltrappen en liften.
Voor de studies is in algemene lijnen naar de inpassingen gekeken met de volgende leidende principes vanuit ruimtelijke inpassing. Deze vragen om verdere verdieping bij vervolgonderzoeken. • • •
Logische en comfortabele route voor fietsers en voetgangers Bruggen en tunnel als verbinder van betekenisvolle openbare ruimte Flexibiliteit naar toekomstig gebruik
bijlage 1.2 - Haalbaarheidsstudie ruimtelijke inpassing
15
Havenkom
Havenkom
Johan van Hasseltweg
Havenkom en G.T. Ketjenweg
‘t IJ naar KNSM-eiland
‘t IJ naar Havenkom
Surinamekade
Verbindingsdam
Sumatrakade bijlage 1.2 - Haalbaarheidsstudie ruimtelijke inpassing
Azartplein
ZUID
t IJ
NOORD
16
3 Oostbrug Omschrijving uit het Advies
NDSM
2
BSH
PS OHH
5
f tie ca 7 i d
6
In
HQ
4
AP BS
Indic
3
Aan de IJ-zijde van het Azartplein rond het Kompaseiland is CS er nu een zone op het water die momenteel geen Afbeelding 3.1: situatie Oostbrug gebaseerd op het Advies duidelijke functie heeft: deze zone kan worden ingezet voor nieuwe nautische en stedelijke functies. Er wordt een Kompasdam aangelegd waarin beide werelden samenkomen: de dam wordt aangelegd t.b.v. ontsluiting brug én het maken van nieuwe ligplaatsen voor de scheepvaart. Binnen de zo ontstane waterruimte wordt ruimte opgenomen voor stijgpunten t.b.v. voetgangers en mensen met een beperking naar het hoogst mogelijke deel van de brug. Diepte vaarweg: 0-5 meter 5-10 meter
de
10-15 meter
8
CQ
atief
HH
De inpassing in Noord bij de Johan van Hasseltweg vormt onderdeel van een pleinruimte: dit is een hellend vlak die verbindt naar het Hamerkwartier, de naastgelegen historische scheepshelling SH en de toekomstige wandelboulevard langs het IJ.
ZBE
OH
f tie ca di In
HD
17
De Oostbrug legt de verbinding tussen de Czaar Peterstraat en de Johan van Hasseltweg om de binnenring te kunnen sluiten. Het IJ ter hoogte van het Azartplein is breed genoeg om vanuit de nautische eisen goed de brug te kunnen inpassen.
Een goede verbinding tussen het Azartplein en de Czaar Peterstraat en aantakking op de binnenring is voorwaardelijk voor de goede bereikbaarheid van de Oostbrug. De voorgestelde route via de IJhavenbrug en de Lloydpassage omvat verschillende stedelijke ruimtes: een brug, een plein, fietspaden door de Rietlanden en langs het Lloyd Hotel.
15-20 meter Nieuwe stedenbouwkundige projecten
bijlage 1.2 - Haalbaarheidsstudie ruimtelijke inpassing
Inpassing en haalbaarheidsstudie
18
Verbinding Breedte IJ Lengte Scheepvaart Landverkeer
Johan van Hasseltweg - Azartplein ca. 800 meter ca. 1155 meter beroepsvaart, bijzonder transport, bruine vloot en recreatievaart voetgangers, mensen met een beperking, fietsers, tram/bus
Noord
Plankaart openbare ruimte
58
59
Afbeelding 3.2: plankaart openbare ruimte Hamerkwartier
Het Hamerkwartier is een gebied in ontwikkeling. Het staat nu nog bekend als ‘bedrijventerrein Hamerstraat’. De komende jaren verandert het in rap tempo in een nieuwe, hoogstedelijke en gemengde woon-werkwijk met een uniek karakter. Het plangebied richt zich nu vooral op de zuidwestelijke kant van Hamerkwartier. De Oostbrug komt op de Johan van Hasseltweg aan: deze ligt aan de rand van het huidige plangebied. Het gebied ten noordoosten hiervan is het Zamenhofterrein en wordt pas in een later stadium ontwikkeld. Rondom de beoogde aanlandingsplek in het Hamerkwartier zijn belangrijke locaties waarvan de toekomstige (gebruiks-)waarde sterk afhankelijk is van hoe de brugaanlanding in het gebied wordt ingepast: Albemarle, de oude scheepshelling en de nieuwe bouwontwikkelingen aan de zuidwest zijde van de aanlanding. Een belangrijk onderdeel van het plan is de openbare ruimte met verschillende recreatieen verblijfplekken die langs de IJ-oever gaat lopen. Ook is er de wens de kop van het Hamerkwartier uit te breiden tussen de Ponthaven en de havenkom Oostveer.
bijlage 1.2 - Haalbaarheidsstudie ruimtelijke inpassing
Afbeelding 3.2: plankaart
openbare ruimte Hamerkwartie
19
er
Afbeelding 3.3: principe profiel indeling Johan van Hasseltweg als stadslaan en referentiebeeld: groene stroken naast wegvlakken
De Johan van Hasseltweg wordt een belangrijke netwerkverbinding in Noord: verschillende verkeersknooppunten met o.a. de Noord/Zuidlijn maken deze weg een belangrijke schakel voor de ontsluiting van het Hamerkwartier én andere delen van Noord. De Johan van Hasseltweg wordt aangepast naar een belangrijke stadslaan met groene stroken naast wegvlakken. De brugaanlanding ligt voornamelijk over het water: de hellingbaan loopt vlak langs de oever bij Albemarle en komt over de betonnen steiger naast de oude scheepshelling te liggen. De brug komt zo bij de kruising van de Johan van Hasseltweg met de G.T. Ketjenweg aan. Deze route moet toegankelijk blijven voor bestemmingsverkeer. Daarnaast zijn er andere straten in het gebied die aftakken van de Johan van Hasseltweg die niet geblokkeerd moeten worden door de brugaanlanding: de zesde Vogelstraat en de nieuwe straat aan de zuidzijde. Hiervoor zijn verschillende inpassingsvarianten bekeken (zie volgende pagina’s). In de studies wordt de brugaanlanding bij het Hamerkwartier gesplitst in twee delen: • de hellingbaan voor fietsers en OV: deze komt in het verlengde van de Johan van Hasseltweg te liggen. • een ‘steiger’ voor voetgangers en mensen met een beperking. Vanaf het maaiveld loopt een steiger door: deze steiger gaat naar een punt waar d.m.v. trappen en liften een verbinding gelegd wordt om zo hoog mogelijk bij de brug uit te komen.
bijlage 1.2 - Haalbaarheidsstudie ruimtelijke inpassing
SS
ST
EL TW
RA
AT
Be Za drijv me en nh ter ofs rei tra n at
G.
EG
N
ME
VA N
HA A SS E
NH
OF
ST
LT W
RA
AT
Be Za drijv me en nh ter re ofs Albemarle tra in at
B
G.
EG
B
A
ve
eg
“S tr
aa tna am
n.t
.b.
”
ntw
lling Oude scheepshe
atn tra “S
HA
EG
aa
ZA
JO
EN W
eg
m
n.t
.b.
”
ntw
ET J
B ve
T. K
HA
OF
g Oude scheepshellin
VA N
NH
EG
ME
NW
N
JE
ZA
HA
ET
JO
T. K
20
Voor de eerste twee varianten wordt er uitgegaan dat de brugaanlanding als één grote shared-space ruimte wordt ontworpen waar het verkeer van de brug en voor de buurt gemengd zijn. Deze pleinruimte geeft aftakkingen naar de brug en naar o.a. de G. Ketjenweg en de nog te benoemen straten in het plan van het Hamerkwartier. Deze inpassingen zijn krap en het is de vraag of die voldoende ruimtelijke kwaliteit en verkeersveiligheid oplevert.
Albemarle
B
A
A
Johan van Hasseltweg
Doorsnede AA
Doorsnede BB
ventweg
brug
Afbeelding 3.4: Aanlanding schema variant 1 - verhoogd maaiveld Referentie verhoogd maaiveld: Hogesluisbrug
Johan van Hasseltweg
Bij variant 1 wordt de hellingbaan met de kruising ontworpen als een grote hellende pleinruimte waarbij ook rekening gehouden wordt met de toegang tot aanliggende Doorsnede kavels.AA
Doorsnede BB
ventweg
brug
bijlage 1.2 - Haalbaarheidsstudie ruimtelijke inpassing
OF
SS
ST
EL TW
RA
AT
EG
Be Za drijv me en nh ter ofs rei tra n at
G.
EG
B
g Oude scheepshellin
HA
NH
NW
ME
VA N
JE
N
ET
HA
T. K
ZA
JO
ve
eg
N
ZA
ME
A
VA N
HA
NH
OF
SS
ST
EL TW
RA
AT
Be Za drijv Albemarle me en nh ter ofs rei tra n at
EG
HA
ET JE NW
JO
G. T. K
“S
tra
a tn
aa
m
n .t
.b.
”
ntw
B
EG
ve
Oude scheepshe
B
lling
A
eg
“S
tra a
tna
am
n.t .b. ”
ntw
Albemarle
B
A
A
4.20 m
Johan van Hasseltweg
Doorsnede AA
4.20 m ventweg
Doorsnede BB
brug
Afbeelding 3.5: Aanlanding schema variant 2 - verlaagd maaiveld Referentie verlaagd maaiveld: Jan Schaeferbrug
In variant 2 blijft de hellingbaan op dusdanige hoogte bij het kruispunt dat hier nog verkeer onderdoor kan.
Johan van Hasseltweg
Een alternatieve inpassing is verbeeld in variant 3: hierbij wordt er meer ruimte voor de indeling van de Johan van Hasseltweg genomen ten koste van de bebouwing 4.20 m aan de noordzijde van de weg. In deze variant zijn het verkeer voor de brug en Doorsnede AA bestemmingsverkeer voor de buurt gescheiden.
4.20 m ventweg
Doorsnede BB
brug
Bestaande situa�e 2.2
3
5
2.25
5
2.25
5
3.5
2
12.25
26
1.75 1
8
2.5
1.5
2.1
4.1
1.1
2
1.75 1
8
2.5
1.5
2.1
4.1
1.1
2
16
55.0
Bestaande situa�e met brug
2.2
3.5
3
15
3
7
3.5
55.0
Afbeelding 3.6: Aanlanding schema variant 3 - gescheiden aanlanding en bestemmingsverkeer
bijlage 1.2 - Haalbaarheidsstudie ruimtelijke inpassing
21
Rijkswateren en het IJ
22
Het IJ is op tussen Noord en het Azartplein is hier het breedst: in dit stuk liggen meerdere faciliteiten en onderdelen. Oostelijk van de brug ligt een groot geleide werk in het water die dient als wachtplaats naar de Oranjesluizen toe en als ligplaats voor kegelschepen (schepen geladen met gevaarlijke stoffen). Tussen dit geleide werk en het KNSM eiland zijn ligplaatsen voor duwbakken en een wachtplaats voor schepen die afmeren op spudpalen Dichter naar het KNSM eiland toe ligt het Kompaseiland. Westelijk van de Oostbrug is het IJ uitgediept in een grote zone: dit is de grote draaicirkel voor de zeecruise (de kleine ligt westelijk van de Kop van Java). Hier liggen ook de Franse boeien ( wachtplaats voor zeeschepen). De brug krijgt in het water de voorzieningen zoals omschreven in hoofdstuk 2.1. De komst van de brug heeft als gevolg dat de bestaande voorzieningen in het IJ met het verder ontwikkelen van de brug mee genomen moeten worden: het geleide werk en ligplaatsen zullen afhankelijk van de ligging van de brug en de vaarweg verplaatst moeten worden om de veiligheid op het water te borgen.
geleide werken en wachtplaats oranje sluizen kegelplaatsen & duwbakken ligplaats Kompaseiland
Afbeelding 3.7: luchtfoto elementen in het IJ ter hoogte van KNSM eiland
Voor de Oostbrug is noodzakelijk dat het deel van de dam wordt gerealiseerd, die loodrecht op de wal staat. Het deel dat door de commissie is geadviseerd, dat als ‘T’ stuk op deze dam (parallel aan de kade, evenwijdig aan de vaarweg) is geprojecteerd, is niet noodzakelijk voor de brug en dient voor nieuwe nautische functies zoals ligplaatsen. Vanaf het Azartplein steekt de hoofdontsluitingsweg het water in en verbindt door naar een strekdam die evenwijdig aan de vaarweg in het IJ komt te liggen – de T. Deze strekdam wordt ingericht t.b.v. ligplaatsen binnenvaart en de bijbehorende voorzieningen (walstroomkasten, steigers en afzetplaats auto’s en crew-change t.b.v. ligplaatsen en dukdalven t.b.v. de duwbakken).
bijlage 1.2 - Haalbaarheidsstudie ruimtelijke inpassing
Haparandadam Hoofdontsluitingsweg
Breedte weg: tweerichting 6 meter Totale breedte dam: 23 meter
Strekdam
Breedte weg: 3 meter Totale breedte strekdam: 13 meter Totale lengte strekdam: ca. 1260 meter -
Linkerarm: ca. 700 meter
-
Rechterarm: ca. 530 meter
Ligging t.o.v. kade is afhankelijk van positie vaarweg Voorzieningen
Ligplaatsen binnenvaart: (rechter deel) -
Steigers (aangevuld met dukdalven)
-
Walstroomkasten
-
Auto-afzetplek (binnenvaart en crew-change)
Ligplaatsen voor duwbakken (linker deel): los in ruimte aan dukdalven Tabel 3.1 afmetingen en onderdelen van de Haparandadam als voorbeeld voor de ‘Kompasdam’
Wachtplaatsen voor de scheepvaart dat richting het westen vaart liggen aan de zijde van de noordoever, wachtplaatsen voor scheepvaart in oostelijke richting aan de zijde van de zuidoever. Aan de zuidzijde liggen de wachtplaatsen bij voorkeur langs de dam te liggen. Deze komen nu deels in de zone te liggen van de grote draaicirkel t.b.v. de zeecruise en moeten zodanig gepositioneerd worden dat grote zeevaart gebruik kan blijven van de huidige diameter van de draaicirkel. Voor de inpassing wordt er uit gegaan van twee scenario’s voor de wachtplaatsen aan deze kant: • Een tijdelijke situatie waarbij de wachtplaatsen opgedeeld zijn in twee delen: het voorste deel dicht op de brug en het deel voor de beroepsvaart op een nader te bepalen plek. • Na het verplaatsen van de PTA op een definitieve plek in relatie tot de ‘Kompasdam’. De ‘Kompasdam’ is openbaar toegankelijk. De Kompasdam biedt toegang tot een drijvend pleintje of eiland, dat op zijn beurt het stijgpunt bevat voor de brug, voor voetgangers. De maat van dit ‘Kompaspark’ wordt deels bepaald door de nautische ruimte en kan ook samen met bewoners worden ontwikkeld vanuit de wensen uit de buurt. Het soort verkeer dat op de dam moet kunnen naast fietsers en voetgangers zijn auto’s, nood- & hulpdiensten en vrachtverkeer.
Het Advies stelt voor de ‘Kompasdam’ zo te ontwerpen dat er ruimte ontstaat voor nautische functies als ligplaatsen. Het bestaande Kompaseiland komt tussen de strekdam en de Surinamerkade te liggen: dit eilandje heeft ruimtelijke en cultuur-historische waarde.
bijlage 1.2 - Haalbaarheidsstudie ruimtelijke inpassing
23
24
De vaarweg ligt hier aan de noordkant van het IJ: dit maakt de nautische en stedenbouwkundige inpassing vooral in Noord moeilijk en erg krap. Het IJ heeft hier een grote breedte: voor de inpassing verschuift de vaarweg richting het KNSM eiland / Javaeiland wordt de inpassing een stuk beter. Dit bepaalt ook de uiteindelijke ligging van de strekdam. Een eventuele verschuiving van de vaarweg moet afgestemd worden met Rijksaterstaat.
Afbeelding 3.8: schema verschuiven vaarweg t.b.v. inpassing brug (precieze verschuiving i.o.m. nautische partners)
Zuid De brugaanlanding komt hier tegen de kade te liggen: de doorgaande weg vanaf de Verbindingsdam (naast de Jan Schaeferbrug de verbinding naar het KNSM- en Javaeiland) zal vrijgehouden moeten worden.
Sum
atra
kade Surinamekad
e
Azartplein
KNSM-laan
Verbindingsdam Afbeelding 3.9: luchtfoto Azartplein
bijlage 1.2 - Haalbaarheidsstudie ruimtelijke inpassing
De Verbindingsdam ontsluit hier het eiland voor auto, tram/bus en fietsverkeer. Het Javaeiland wordt aan de IJ-zijde verder ontsloten terwijl de hoofdontsluiting op het KNSM juist tussen de bouwblokken ligt. Het plein moet deze verschillende stromen verkeer blijven faciliteren. Voor fietsers ligt er een beschutte fietsroute die tussen de woonblokken van het Javaeiland door slingert. De Surinamerkade aan de noordzijde van het KNSM eiland is een secundaire route. Het Azartplein heeft een grote draailus voor het eindpunt van de tram: met de komst van de brug is deze tramlus waarschijnlijk niet meer nodig. Hierdoor kan overwogen het plein opnieuw in te delen met de aansluiting van de hellingbaan en de ‘Kompasdam’ in gedachten. Ook kan hier slim ontworpen worden om te proberen het hellingspercentage omlaag te krijgen. Door het plein deels op te hogen zoals bijvoorbeeld bij de Dam is gedaan waarbij toegangen tot aanpallende gebouwen en wegen geborgd blijft, kan al hoogte op land gewonnen worden.
Referentie: de Dam - opgehoogd plein
bijlage 1.2 - Haalbaarheidsstudie ruimtelijke inpassing
25
Modellen haalbaarheidsstudie
26
Voor de modellen zijn er drie verschillende varianten onderzocht. Deze varinaten hebben verschillende bochtstralen. Elke bochtstraal faciliteert een andere snelheid voor het openbaar vervoer. De drie bestudeerde bochtstralen zijn: • Een bochtstraal met R=150 maakt een snelheid van 50 km/u mogelijk • Een bochtstraal met R=100 maakt een snelheid van 30 km/u mogelijk • Een bochtstraal met R=25 maakt een snelheid van 15-30 km/u mogelijk. Deze bochtstraal wordt vooral bij de tramsporen in de binnenstad toegepast. Hieronder zijn de andere modellen opgenomen waarbij aangegeven is waarom deze minder gunstig zijn. Het model met de meest gunstige inpassing (zowel nautisch en ruimtelijk) is als hoofdmodel verder uitgewerkt en opgenomen op de volgende pagina’s.
Studie 1 - Bochtstraal R=25 • hellingen: 3% • dichts op de ligging en bochtstralen Advies • de bochtstralen zijn vrij krap waardoor er vanuit verkeer gezien waarschijnlijk gevaarlijke situaties kunnen ontstaan • niet wenselijk vanuit tram/bus: lage snelheid om brug op en af te komen
Afbeelding 3.10: studiemodel 1
bijlage 1.2 - Haalbaarheidsstudie ruimtelijke inpassing
Locatie
Randvoorwaarden
Ontsluiting
Inpassing Noord:
Maaiveldniveau: 1.0+ NAP
-
Fietsers en OV: hellingbaan
Johan van Hasseltweg
Hoogte te overbruggen:
-
Voetgangers en mensen met een beperking:
13 meter
trappen en liften
Inpassing Zuid:
Maaiveldniveau: 1.82+ NAP
-
Fietsers en OV: hellingbaan
Azartplein en Kompasdam
Hoogte te overbruggen:
-
Voetgangers en mensen met een beperking:
12.2 meter
trappen en liften
Kompasdam met ligplaatsen voor
-
scheepvaart
Weg naar damgedeelte toegankelijk voor auto’s en nood- en hulpdiensten
-
Voorzieningen t.b.v. ligplaatsen door nautische partijen
-
Kompaspark t.b.v. ontsluiting brug
Tabel 3.2: specificaties Oostbrug
Studie 2 - Bochtstraal R=150 • helingen 3% • Wenselijk voor snelheid tram/bus á 50 km/u • niet wenselijk vanuit ruimtelijke inpassing en nautische zones: deze variant komt een stuk verder naar het westen te liggen dan in de ligging van het Advies én komt vlak bij de draaicirkel voor de zeecruise te liggen
Afbeelding 3.11: studiemodel 2
bijlage 1.2 - Haalbaarheidsstudie ruimtelijke inpassing
27
28
Hamerkwartier naar Azartplein (rechts Java-eiland)
Hamerkwartier naar Java-eiland
Azartplein naar Johan van Hasseltweg Afbeelding 3.12: haalbaarheidsmodel Oostbrug: impressies
bijlage 1.2 - Haalbaarheidsstudie ruimtelijke inpassing
29
1 - Johan van Hasseltweg 2- Albemarle 3- oude scheepshelling 4- blokken ter ontwikkeling 5- Kompaseiland 6- Azartplein 7- Verbindingsdam IJhaven
Afbeelding 3.13 haalbaarheidsmodel Oostbrug: bovenaanzicht
bijlage 1.2 - Haalbaarheidsstudie ruimtelijke inpassing
Model Haalbaarheidsstudie versus Advies
30
Het model van de Haalbaarheidsstudie verschilt op enkele punten met het voorstel in het Advies: • De brug ligt ca. 45 meter (as naar as) meer naar het westen t.o.v. de Advieslijn. • Om de brug in te passen is de aanlanding in Noord korter dan in het Advies is getekend. • De vaarweg is verschoven om de nautische eisen met de benodigde lengte aan hellingbanen goed in te kunnen passen. • Vanuit de Haalbaarheidsstudie is voorgesteld rekening te houden met een tijdelijke indeling aan de westzijde voor de wachtplaatsen en de ‘Kompasdam’: dit in relatie tot de verplaatsing van de PTA. • De aanlanding op het Azartplein start op kade: het kruispunt met de aanpallende kades wordt zo niet door de komst van de hellingbaan belemmerd. • Diverse varianten voor de aanlandingen aan beide zijden zijn denkbaar.
Afbeelding 3.14: model Haalbaarheid versus model Advies
bijlage 1.2 - Haalbaarheidsstudie ruimtelijke inpassing
Vervolgstudies Oostbrug Tijdens de haalbaarheidsstudie zijn een aantal aanvullende vraagstukken naar voren gekomen. Deze dienen in volgende projectfasen verder gebracht te worden. Noord • De brugaanlanding met de verbinding aan de Johan van Hasseltweg is sterk georiënteerd op het westen: studie naar inpassing die eventueel ook de noordoostelijk deel van Noord faciliteert. • De brugaanlanding moet bestemmingsverkeer aan beide zijden van de Jan van Hasseltweg niet onmogelijk maken: het vormt geen fysieke scheiding binnen het gebied. • Bereikbaarheid van de nog te ontwikkelen kavels vlak naast aanlanding meenemen in verdere studie ontwikkeling J. van Hasseltweg en de brugaanlanding. • Ontwerp pleinruimte in relatie tot verkeerstromen en verbinding voor voetgangers en mensen met een beperking. • Er moet voldoende ruimte tussen de aanlanding en de kavels zuidzijde Van Hasseltweg zijn, zodat deze bereikbaar blijven: ° Voldoende ruimte in straatprofiel Van Hasseltweg voor duurzaam en veilige ontsluiting van de wijk. ° Bereikbaarheid van woningen en bedrijven aan beide kanten van de aanlanding moet mogelijk blijven: de aanlanding wordt onderdeel van de totale ruimte en vormt geen fysieke scheiding in het gebied. ° In de visie op het Hamerkwartier is op termijn gewenst om de bedrijvenstrook ten noordoosten te veranderen in een riante groenstrook.
Rijkswateren en het IJ • Het brugontwerp zal in nauwe samenspraak met de nautische partijen verder ontwikkeld moeten worden: zaken als verschuiven van de vaarweg en de locatie huidige nautische voorzieningen worden integraal bestudeerd. • Precieze ligging en indeling wachtplaatsen aan noord- en zuidzijde • Verdere ontwikkeling van de ‘Kompaspark’ in relatie tot ligplaatsen en ‘Kompasdam’. • Het ‘Kompaspark’ vormt een kans om meer groen in de buurt te introduceren. De vormgeving zal integraal met de aanlanding en samen met de buurt ontworpen worden. Zuid • De aanlanding met het Azartplein en de ontsluitingswegen van KNSM en Javaeiland vergen verder verkeerskundig onderzoek. • De netwerkverbinding tussen het Azartplein en de Czaar Peterstraat heeft verder onderzoek nodig: in paragraaf 3.1.a – Verbindingsdam of Lloydpassage: gefaseerde opbouw van verbinding met netwerk is een voorzet gedaan van een gefaseerde ontwikkeling voor deze verbinding(studie). • Onderzoek naar cultuur-historische waarde van het Kompas-eiland én het mogelijk combineren van dit eiland met het ‘Kompaspark’.
bijlage 1.2 - Haalbaarheidsstudie ruimtelijke inpassing
31
32
Verbindingsdam
Veemkade
Brazilië en Oostelijke Handelskade
Brazilië
Rietlanden
Rietlanden
Halte Rietlandpark
bijlage 1.2 - Haalbaarheidsstudie ruimtelijke inpassing
3.1 Verbindingsdam of Lloydpassage: gefaseerde opbouw van verbinding met netwerk
Afbeelding 3.1.1: IJhavenbrug vanaf de Jan Schaeferbrug
De route vanaf de Oostbrug naar de binnenring uit het Advies bestaat uit verschillende onderdelen: Brug over de IJhaven Doorgang door winkelcentrum Brazilië Oversteek bij Oostelijke Handelskade Fietsverbinding langs Lloydhotel en tussen Rietlanden door naar Piet Heinkade/ Panamalaan Pleinruimte voor verkeersknooppunt bij Piet Heinkade/Panamalaan naar Czaar ZBE wordt voorgesteld OH Peterstraat t.b.v. fietsers, voetgangers en tramreizigers: deze ruimte als een overstapruimte tussen verschillende typen vervoer. 5
f tie a ic 7 Advies stelt een brugverbinding over Het nd
6
I
HQ
f ie
at
ic
d In 4
AP BS
Afbeelding 3.1.2: tekening Lloydpassage route in het Advies
de IJhaven voor om de verbinding met de Czaar Peterstraat en de binnenring te kunnen maken. Dit is een ruimtelijke ingreep die verschillende problemen met zich mee brengt:
- De inpassing van de IJhavenbrug naast de 8 verbindingsdam en het woongebouw op CQ het Java-eiland is krap - De impact van de brug op de IJhaven is enorm en qua doorvaarthoogte en – indeling moet die overeenkomen met de Verbindingsdam
- De route loopt nu door winkelcentrum Brazilië en langs het Lloydhotel via de Rietlanden naar de Panamalaan ° Voor de route door het winkelcentrum zouden meer mogelijkheden onderzocht moeten worden voordat tot (deel-)sloop wordt overgegaan. ° De kruising met de Oostelijke Handelskade is door het nauwe profiel van deze straat niet overzichtelijk. ° De woongebouwen op de Rietlanden hebben ondergrondse parkeergarages waarvan de loop- en vluchtroutes op het pad waar de route ligt, uitkomen.
bijlage 1.2 - Haalbaarheidsstudie ruimtelijke inpassing
33
Vraagstelling
34
Voor de haalbaarheidsstudie is de hoofdvraag eerst geherdefiniëerd: Hoe verbindt de Ring met de Oostbrug? Hoe verdeel je de verkeerstromen vanuit de Oostbrug én de Pont Sluisbuurt Sporenburg?
Afbeelding 3.1.3: verbinding naar binnenring: hoofdpunten & vraag
Afbeelding 3.1.4: verbinding naar binnenring: aandachtspunten
bijlage 1.2 - Haalbaarheidsstudie ruimtelijke inpassing
Dit heeft geleid tot een voorstel voor een gefaseerde aanpak van de Lloydpassage: het voorstel is adaptief te werken. Elke ingreep wordt gedaan na monitoren van de huidige situatie. Hieruit volgt een stappenplan voor uitvoering tot een eventuele Lloydpassage. Verbindingsdam – bestaand In eerste instantie is er gekeken welke verbeterpunten er zijn in de huidige situatie. Er wordt gebruik gemaakt van de bestaande infrastructuur met eventueel benodigde aanpassingen. Het kruispunt tussen de Ertskade/C. van Eesterenlaan met de Fred Petterbaan moet sowieso aangepast worden voor de nieuwe pontverbinding naar de Sluisbuurt. Verbeterpunten zijn: Kruispunt Van Eesteren: fietsverkeer voorrang, regeling veranderen ten gunste van fietsring Fietsen ten noorden van trambaan F. Petterbaan mogelijk maken
Afbeelding 3.1.5: verbinding naar binnenring: A - Verbindingsdam zonder aanpassingen
bijlage 1.2 - Haalbaarheidsstudie ruimtelijke inpassing
35
Verbindingsdam – verbreed
36
Na het verbeteren van de bestaande infrastructuur is de volgende stap te bekijken wat de mogelijkheden zijn van het gebruik van de Verbindingsdam.
Afbeelding 3.1.6: beeld Verbindingsdam brug 163 Hans van Heeswijk Architecten
De Verbindingsdam bestaat uit twee damconstructies naar de landdelen toe met in het midden een brugdeel dat iets versmald is. Dit brugdeel (brug 163 – Blauwehoofdbrug) bestaat uit twee boogconstructies die erg bepalend zijn voor een mogelijke herindeling van het brugdek. De voet- en fietspaden liggen aan de buitenzijden van de boogconstructies met een middenbaan voor tram en gemotoriseerd verkeer er tussen in.
Afbeelding 3.1.7: doorsnede brug 163 in Verbindingsdam Hans van Heeswijk Architecten bestaand profiel:
voetpad - fietspad - tram/busbaan - fietspad = voetpad
eenzijdig aangepast profiel:
voetpad - tweerichting fietspad - bestaande indeling
bijlage 1.2 - Haalbaarheidsstudie ruimtelijke inpassing
Zonder wezenlijk aan de hoofdconstructie te komen is het mogelijk deze brug en de aanpalende damelementen te verbreden. Hierdoor kan het verkeer vanaf de Oostbrug bijvoorbeeld eenzijdig opgevangen en verdeeld worden. Een aanvullende stap bij deze variant is de hoek tussen de dam en de Veemkade op te vullen zodat fietsverkeer verspreid kan worden via verschillende vertakkingen: de Veemkade, Oostelijke Handelskade en eventueele en doorsteek via de Rietlanden/Fred Petterbaan. Zo wordt het drukke kruispunt met de Van Eesterenlaan vermeden.
Afbeelding 3.1.8: verbinding naar binnenring: B – Verbindingsdam verbreed en aangepast
bijlage 1.2 - Haalbaarheidsstudie ruimtelijke inpassing
37
Lloydpassage
38
De laatste mogelijke stap is het aanleggen de ‘IJhavenbrug’ en het maken van de verbinding via de Rietlanden: de Lloydpassage. De ‘IJhavenbrug’ komt op de Veemkade aan: hierdoor kan verkeer zich al eerder verspreiden. Het winkelcentrum wordt op het punt van de doorgang deels gesloopt om de verbinding tussen de IJhaven en de Oostelijke Handelskade mogelijk te maken. Daarna volgt de route als omschreven in het Advies. Bij het ontwerp van het winkelcentrum Brazilië is gebruik gemaakt van de constructie van het oude pakhuis. Bij doorbraak van winkelcentrum is voor het vervolgonderzoek het zeker waard te onderzoeken de oude constructie te bewaren over de doorgang van de fietsverbinding. Hiermee wordt de relatie tot het oud industriële karakter behouden en leest het gebouw met doorbraak nog als één geheel.
Afbeelding 3.1.9: verbinding naar binnenring: C - Lloydpassage
bijlage 1.2 - Haalbaarheidsstudie ruimtelijke inpassing
Fred Petterbaan Bij alle varianten is de Fred Petterbaan een belangrijke schakel. Momenteel ligt er een voetpad tussen de haag naast de trambaan enerzijds en de schanskorven op de parkeergarage van de woonblokken Rietlanden aan de andere kant. Het maken van een fietspad aan de noordzijde van de trambaan is een ontwerpopgave: • De huidige ruimte is: een voetpad van 1,5 meter. • Nodig is: een fietspad van 3 meter. • Die ruimte moet worden gevonden ten koste van groen en het voetpad dat komt te vervallen: de groene haag naast de trambaan kan worden vervangen door een hek. • Een grotere ingreep is de schanskorven te verplaatsen naar de woongebouwen.
Afbeelding 3.1.10: schets aanpassing voetpad naar fietspad F. Petterbaan
bijlage 1.2 - Haalbaarheidsstudie ruimtelijke inpassing
39
NDSM
NDSM-pier
Jachthaven
Jachthaven
‘t IJ naar NDSM-pier
‘t IJ naar Haparandadam
Haparandadam
Haparandadam
richting Minvervahaven bijlage 1.2 - Haalbaarheidsstudie ruimtelijke inpassing
richting Houthavens
ZUID
t IJ
NOORD
40
4 Westbrug Omschrijving uit het Advies
41
Een brugverbinding tussen de Haparandadam en de NDSM-pier maakt optimaal gebruik van bestaande structuren in het water om de oversteek te maken, en ligt daarnaast over een recht en overzichtelijk stuk van het IJ.
CD NDSM
1
2
Op beide oevers is ruimte voor een vloeiende en genereuze inpassing. Op HS de noordoever loopt de aanlanding over de bestaande dokhelling. Op de zuidoever kan de aanlanding worden ingepast in een nieuw aan te leggen park (een onderdeel van Havenstad) in het water ten westen van de Haparandadam.
HD MH PS OHH
SH atief
HH
Indic
Bij de Oostbrug geeft het Advies aan een trambaan op te nemen: bij de Westbrug is het type openbaar vervoer niet specifiek benoemd.
BSH
CS Afbeelding 4.1: situatie Westbrug gebaseerd op het Advies
Legenda 1 Kabelbaan
Vrije zichtveldzones scheepvaart
Diepte vaarweg:
2 Westbrug
Begrenzing nautische zone
0-5 meter
Vervoersstroom profiel Rijkswaterstraat
5-10 meter
3 Voetgangerstunnel Centraal Station 4 Pont Java-eiland - IJplein
(figuur 3 blz 166, document E - Bijlage Huiswerk en Aangeleverde Materiaal 21 April 2020)
10-15 meter
5 Oostbrug
15-20 meter
6 Extra Ligplaatsen
Nieuwe stedenbouwkundige projecten
7 Pont Sluisbuurt-Sporenbrug 8
3
Verbreding Amsterdamsebrug Primaire Oeververbinding Secundaire Oeververbinding
bijlage 1.2 - Haalbaarheidsstudie ruimtelijke inpassing
Inpassing en haalbaarheidsstudie
42
Verbinding Breedte IJ Lengte Scheepvaart Typen verkeer
NDSM-straat – Haparandadam/Danzigerkade 310 meter (tussen Haparandadam en pier NDSM ca. 1100 meter beroepsvaart, bijzonder transport, bruine vloot en Staande mast voetgangers, mensen met een beperking, fietsers, tram/bus
Noord
Afbeelding 4.2: stedenbouwkundig plan NDSM
De NDSM-werf ontwikkelt zich van een industriegebied naar een deels bebouwd en deels open terrein. Het westelijk deel van de werf wordt uiteindelijk een dichtbebouwde hoogbouwwijk met wonen, werken en voorzieningen. IN NDSM Oost liggen de IJ-hallen en het evenemententerrein. Dit gebied wordt ontwikkeld tot een combinatie van de monumentale en culturele gebouwen met meer groen en elementen die uitnodigen tot bewegen en sporten. De Westbrug komt in het Advies aan vóór de NDSM-straat en loopt over het oude dok: dit is in het hart van het gebied en de straat is onderdeel van het Plusnet Fiets. Er is een vrij korte overgangszone over tussen de straat en de hellingbaan: er zal verder onderzocht moeten worden of met het splitsen van de hellingbaan naar verkeersoorten dit beter inpasbaar wordt. De brugaanlanding op deze straat geeft voor fietsers een directe verbinding naar Buikloterham via de fietsbrug over het Zijkanaal I. Voor OV leidt de plek waar de brug landt tot een ontwerpopgave voor verkeersveiligheid en een vlotte aantakking van het OV op de Klaprozenweg. Vanaf de kade loopt een verbinding door die eventueel gebruik maakt van de bestaande NDSM-pier voor de toegang tot de brug voor voetgangers en mensen met een beperking.
bijlage 1.2 - Haalbaarheidsstudie ruimtelijke inpassing
Rijkswateren en ’t IJ De brug ligt tussen de Haparandadam en de pier aan de NDSM kant: hier buigt die af naar de bestaande dokaanlanding bij de NDSM-straat. De brug heeft verschillende raakvlakken met voorzieningen in het water aan de kant van NDSM. Hier liggen nu een jachthaven, pier én de pontaanlanding NDSM – Centraal Station/Pontsteiger. De wachtplaatsen van de brug aan de noordzijde van het IJ komen voor de pontaanlanding te liggen. Mogelijke opties voor de pontaanlanding zijn: 1pont komt te vervallen; 2pont wordt verplaatst naar bijvoorbeeld Distelwegveer - hier komt een goede doorgaande route met de twee bruggen in de Westelijke ontsluitingsweg Buiksloterham (BSH) 3de wachtplaatsen worden dusdanig ingedeeld en ontworpen dat de pont er tussendoor kan varen; 4de pont wordt ingezet als een tijdelijke evenementenpont. De brugaanlanding loopt over de jachthaven heen. Om de brug volgens de nautische eisen in te kunnen passen, zal de pier deels ingekort moeten worden. De toegang van de jachthaven ligt nu dicht op de brug zelf: om de veiligheid van de vaarweg te borgen, zal die toegang verplaatst moeten worden en de jachthaven (deels) opnieuw ingedeeld worden. De onderbouw van de brug wordt integraal ontworpen om ligplaatsen voor de jachthaven te maken. Hierbij wordt de aangepaste pier met de ontsluiting voor voetgangers en mensen met een beperking gecombineerd.
Aan de zuidzijde komt de brugaanlanding westelijk van de Haparandadam te liggen. Hier komt vanuit de ontwikkeling Haven-stad het Haparandapierpark te liggen: een park met o.a. grootschalige buitensportvoorzieningen. De brugaanlanding wordt hier integraal met de park- en sportopgave ontwikkeld. Vanuit de indeling van het park en de inpassingsmogelijkheden van grootschalige buitensportvoorzieningen is het naar het westen verschuiven van de brug het onderzoeken waard: vanuit nautische inpassing is het belangrijk het zichtlijnenvlak te behouden. Met het eventueel verschuiven van de brug is het belangrijk dat de doorgang naar de Mercuriushaven niet geblokkeerd wordt: de wachtplaats mag niet voorbij de monding naar de haven komen te liggen. De aanlanding slingert licht over dit park heen: deze moet zodanig inpasbaar zijn dat er ruim afstand gecreëerd wordt tot de bebouwing. De ruimte in de Nieuwe Houthavens aan de westelijke zijde van de Haparandadam wordt momenteel gebruikt voor nautische faciliteiten: hier zijn ligplaatsen voor duwbakken. Met de komst van het park zullen de vervallen nautische functies elders gecompenseerd moeten worden. De brugaanlanding, het park en de nautische indeling wordt heringedeeld vanuit stedelijke en nautische eisen en wensen. De dam zelf blijft openbaar toegankelijk voor fietsers, voetgangers, nood- en hulpdiensten, auto’s en vrachtverkeer.
De auto-afzetplek die nu op de T-kruising van de Haparandadam ligt, komt in de zone van de brug te liggen en zal verplaatst moeten worden.
bijlage 1.2 - Haalbaarheidsstudie ruimtelijke inpassing
43
44
Afbeelding 4.3: Haven-stad Visiekaart 2017 Illustratie: Overzichtskaart Haven-Stad in de Ontwikkelstrategie 2017
Zuid
11 Integraal Raamwerk Haven-Stad | Gemeente Amsterdam
De Minervahaven is onderdeel van Haven-Stad. Dit hele gebied wordt stapsgewijs ontwikkeld tot een stedelijk gebied met een hoge bebouwingsdichtheid en een menging van wonen, werken en (stedelijke) voorzieningen Als bouwstenen om in Haven-Stad ‘goede’ woon-werkwijken te maken, zijn de volgende hoofdpunten omschreven: groen, bereikbaar, duurzaam en met de meeste voorzieningen in de buurt. Om de Haven-Stad een eigen identiteit te geven worden een aantal motto’s gehanteerd. Dit is van invloed op de inpassing van de Westbrug in het gebied. De motto’s zijn: • • •
Een karakteristiek groen en waterrijk, stoer en stedelijk gebied. Een stadsdeel met aantrekkelijk, en veelzijdig bruikbaar groen en openbare ruimte. Een stadsdeel waar prioriteit gegeven wordt aan fietsers, voetgangers en openbaar vervoer.
bijlage 1.2 - Haalbaarheidsstudie ruimtelijke inpassing
Het Haparandapierpark in de voorstellen van Haven-Stad is park en sportvoorzieningen voor de hele wijk. Dit park zal integraal met de brugaanlanding en de toegangen voor voetgangers en mensen met een beperking tot de brug ontworpen worden. De op de brug aansluitende straten in het gebied Minervahaven zijn smal en niet ingericht om grote hoeveelheden fietsers te verwerken. Herprofilering van de Koivistokade, de Danzigerkade en de Haparandaweg is noodzakelijk om fietsers en openbaar vervoer goed op de brug aan te kunnen sluiten. Het is wellicht ook nodig een derde ondersteunende fietsroute door de ontwikkelvelden rond de Dantzigerbocht aan te leggen. Voor het haalbaarheidsonderzoek is als uitgangspunt genomen dat de hoofdaansluiting van de brug niet alleen op de Danzigerkade aansluit maar ook op de Haparandaweg. Een andere positie voor de aansluiting(en) is ook denkbaar maar hangt af van het te zijner tijd uit te werken ontwerp voor de ontwikkelvelden en de park en sportvoorzieningen. Oostelijk van de Minervahaven liggen de Houthavens: dit is nu al bebouwd en heeft als ontsluiting vooral wegen die op langzaamverkeer geprofileerd zijn. Met verdere netwerkinpassing van de brug is het belangrijk dat routes in dit gebied niet overbelast worden door fietsverkeer vanaf de brug.
Afbeelding 4.4: Haven-stad Basis Raamwerkkaart (Concept Integraal Raamwerk 2021)
bijlage 1.2 - Haalbaarheidsstudie ruimtelijke inpassing
45
46
Afbeelding 4.5: Fietsnetwerk Haven-stad Eindbeeld (Concept Integraal Raamwerk 2021)
Afbeelding 4.6: Netwerk Openbaar Vevoer Haven-stad Eindbeeld (Concept Integraal Raamwerk 2021)
bijlage 1.2 - Haalbaarheidsstudie ruimtelijke inpassing
47
Afbeelding 4.7: Haven-stad Themakaart Rust en Ruimte (Concept Integraal Raamwerk 2021)
Afbeelding 4.8: REM eiland bij de Haparandadam
Amsterdam REM Eiland, voormalig uitzendplatform van de piratenzender TV Noordzee, nu bar, studio, restaurant en dakterras in de Nieuwe Houthaven Ontwerp Concrete Architectural Associates 13 IntegraalHaven-Stad, Raamwerk Haven-Stad | Gemeente Amsterdam
bijlage 1.2 - Haalbaarheidsstudie ruimtelijke inpassing
Modellen haalbaarheidsstudie
48
Voor de modellen zijn er verschillende varianten onderzocht. Het meest gunstige model heeft een bochtstraal van R=150. De andere bochtstralen zijn ook onderzocht, maar een brug met de ruimste bochtstraal van R=150 is op deze locatie inpasbaar. De extra studies hebben ter illustratie ook deze bochtstraal als uitgangspunt. Hieronder zijn de andere modellen opgenomen waarbij aangegeven is waarom deze minder gunstig zijn. Het model met de meest gunstige inpassing (nautisch en ruimtelijk) is als hoofdmodel verder uitgewerkt en opgenomen op de volgende pagina’s.
Studie 1 - bochtstraal R=150 • • • •
Afbeelding 4.8: studiemodel 1
bijlage 1.2 - Haalbaarheidsstudie ruimtelijke inpassing
ligging uit het Advies bocht in Minervahaven: noordelijk in tracé hellingen 3% stedelijke verbinding zuidzijde niet wenselijk, want grijpt bij gebruikt hellingspercentage in op private gronden en impliceert een haakse kruising bij aanlanding: voorkeur naar de kruising Haparandaweg-Danzigerkade
Locatie
Randvoorwaarden
Ontsluiting
Inpassing Noord:
Maaiveldniveau: 2,87 + NAP
-
Fietsers en OV: hellingbaan
NDSM-straat
Hoogte te overbruggen:
-
Voetgangers en mensen met een
11.13 meter
beperking: trappen en liften
Inpassing Zuid:
Maaiveldniveau: 1.5+ NAP
-
Fietsers en OV: hellingbaan
Haparandadam/
Hoogte te overbruggen:
-
Voetgangers en mensen met een
Danzigerkade
12.5 meter
beperking: trappen en liften
Tabel 4.1: specificaties Westbrug
Studie 2 - bochtstraal R=150 • hellingen 3% (N) / 2.7% (Z) • bocht bij Minervahaven zuidelijk in tracé (richting strekdam deel van Haparandadam): afstand tot bebouwing Minervahaven • Aanpassing verbinding naar voorkeur kruising aan zuidzijde
Afbeelding 4.9: studiemodel 2
bijlage 1.2 - Haalbaarheidsstudie ruimtelijke inpassing
49
50
NDSM naar Minervahaven
NDSM naar Houthavens
Haparandadam naar NDSM Afbeelding 4.10: haalbaarheidsmodel Westbrug: impressies
bijlage 1.2 - Haalbaarheidsstudie ruimtelijke inpassing
51
1 - NDSMstraat 2- Pontaanlanding NDSM 3- jachthaven 4- Haparandapierpark 5- Minervahaven 6- Danzigerkade 7- Spaarndammerstraat
P2 - pont wordt verplaatst naar bijvoorbeeld Distelwegveer P1 - pont blijft: met aangepaste wachtplaatsen óf: P1 - de pont als een tijdelijke evenementenpont.
Afbeelding 4.11: haalbaarheidsmodel Westbrug: bovenaanzicht
bijlage 1.2 - Haalbaarheidsstudie ruimtelijke inpassing
Model Haalbaarheidsstudie versus Advies
52
Het model van de Haalbaarheidsstudie verschilt op enkele punten met het voorstel in het Advies: • De aanlanding in Noord komt op de NDSMstraat uit: in het Advies ligt die daar iets zuidelijk van. • De ligging van de brug over het IJ is ca. 35 meter (as naar as) naar het westen t.o.v. de Advieslijn: dit zou nog westelijker kunnen zolang aan de nautische eisen voor de ruimte bij een brug wordt voldaan. Belangrijk is dat de wachtplaats niet voorbij de ingang van de Mercuriushaven valt. • De indeling van de wachtplaatsen aan de noordzijde is afhankelijk van de toekomstige gebruik van de pontaanlanding in NDSM. • De aanlanding aan de zuidzijde heeft in dit model geen rechte steek naar de Danzigerkade, maar verbindt met het kruispunt Haparandadam-DanzigerkadeHaparandaweg. • De zuidelijke aanlanding heeft een afbuiging om beter aan te sluiten en optimaal ruimte te bieden aan het ontwerp van park en sportvoorzieningen.
Afbeelding 4.12: model Haalbaarheid versus model Advies
bijlage 1.2 - Haalbaarheidsstudie ruimtelijke inpassing