CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Conceptbesluit 13e wijziging Gr Vervoerrregio Amsterdam v 5 mrt 2024.pdf

Raadscommissie Mobiliteit, Openbare ruimte en Water 16 mei 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Instemmen met de 13e wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Vervoerregio Amsterdam (VN2024-005026)12.785 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

BBB

Nieuwe tekst Artikel 61 Fondsvorming

Toelichting

Het kopje van artikel 62 wordt gewijzigd als volgt:

Bestaande tekst Artikel 62

DDD

Toelichting Actualisatie: Lid 1 en 2: de Wgr verplicht niet tot het vragen van een zienswijze aan de raden over de jaarrekening. In artikel 58 Gr is nu wel een zienswijzeprocedure voor de jaarrekening opgenomen. In de praktijk wordt hier echter weinig gebruik van gemaakt. De cijfers in de jaarrekening staan al vast en zijn door de accountant gecontroleerd. De jaarrekening leent zich minder goed als onderwerp waarover raden een zienswijze kunnen geven. De zienswijzeprocedure voor de jaarrekening komt daarom te vervallen. Uiteraard blijven de raden de jaarrekening ter kennisname ontvangen.

Het kopje van artikel 61 wordt gewijzigd als volgt:

Bestaande tekst Artikel 61

CCC

Nieuwe tekst Artikel 58 Jaarrekening 1. De regioraad stelt de jaarrekening vast in het jaar volgend op het jaar waarop deze betrekking heeft. 2. Vaststelling van de jaarrekening strekt het dagelijks bestuur tot décharge, behoudens later in rechte gebleken valsheid in geschrifte of andere omstandigheden. 3. Terstond na de vaststelling zendt de regioraad de jaarstukken ter kennisneming aan de raden van de gemeenten. 4. Het dagelijks bestuur zendt de jaarstukken, vergezeld van een accountantsverklaring en een verslag van bevindingen zoals bedoeld in artikel 213 van de Gemeentewet, binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgend op het jaar waarop de jaarstukken betrekking hebben, aan gedeputeerde staten.

Nieuwe tekst Artikel 62 Geschillen

Toelichting

Het kopje van artikel 63 wordt gewijzigd als volgt:

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

21

Toelichting

Artikel 63

EEE

Artikel 64 wordt gewijzigd als volgt:

Bestaande tekst Artikel 64 Ten aanzien van de archiefbescheiden van Vervoerregio Amsterdam zijn de voorschriften omtrent de zorg, de bewaring en het beheer daarvan, alsmede die omtrent het toezicht daarop, zoals deze voor de gemeente Amsterdam zijn of nader zullen worden vastgesteld, van overeenkomstige toepassing.

FFF

Artikel 63 Klachten

Nieuwe tekst Artikel 64 Archief De regioraad regelt de zorg voor de archiefbescheiden van Vervoerregio Amsterdam.

Toelichting Actualisatie: Op grond van artikel 40 van de Archiefwet geldt dat een gemeenschappelijke regeling een voorziening moet inhouden over de zorg van de archiefbescheiden, zoveel mogelijk overeenkomstig de bepalingen van de Archiefwet. Dit betekent onder meer dat een archiefverordening moet worden vastgesteld, waarin de zorg voor de archiefbescheiden door het dagelijks bestuur is uitgewerkt. Zo lang een gemeenschappelijke regeling geen eigen archiefverordening heeft, zijn de bepalingen die gelden voor de gemeente van overeenkomstige toepassing. De huidige formulering van artikel 64 Gr sluit hierop aan. Het vaststellen van een eigen archiefverordening is één van de aanbevelingen naar aanleiding van de archiefinspectie (uitgevoerd door het Stadsarchief) die vorig jaar heeft plaatsgevonden. Met de aanpassing van artikel 64 Gr wordt hiervoor een grondslag gecreëerd.

Artikel 65 wordt gewijzigd als volgt:

Bestaande tekst Artikel 65 1. Toetreding van gemeenten kan plaatsvinden op verzoek van de regioraad en op hun verzoek bij een besluit van de raad, het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester van de desbetreffende gemeente, indien de raden, het college van burgemeester en wethouders en de burgemeesters van tenminste twee derden van het aantal deelnemende gemeenten het verzoek inwilligen. 2. Aan de toetreding kunnen door de regioraad voorwaarden worden verbonden. 3. De toetreding gaat in op de eerste dag van de maand nadat de besturen van de deelnemende gemeenten op de gebruikelijke wijze hebben zorg gedragen voor de bekendmaking van de

Nieuwe tekst Artikel 65 Toetreding 1. Toetreding van gemeenten kan plaatsvinden op verzoek van de regioraad en op hun verzoek bij een besluit van de raad, het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester van de desbetreffende gemeente, indien de raden, het college van burgemeester en wethouders en de burgemeesters van tenminste twee derden van het aantal deelnemende gemeenten, vertegenwoordigende tenminste twee derde van het aantal inwoners van het verzorgingsgebied op 1 januari van dat jaar, het verzoek inwilligen. 2. Aan de toetreding kunnen door de regioraad voorwaarden worden verbonden. 3. De toetreding treedt in werking nadat het gemeentebestuur van Amsterdam de wijziging van de

22

Toelichting Actualisatie: - Lid 2: de tekst in dit lid is in overeenstemming gebracht met de tekst over de instemming van de deelnemende gemeenten bij een besluit tot uittreding, wijziging of opheffing van de regeling. -Lid 3: op grond van artikel 26 lid 1 en lid 4 Wgr geldt dat het gemeentebestuur van Amsterdam een besluit tot toetreding in alle deelnemende gemeenten bekend maakt in het door dat gemeentebestuur uitgegeven gemeenteblad. Lid 3 is hiermee in overeenstemming gebracht.

regeling, met inachtneming van de datum van ingang vermeld in het besluit. 4. De raad van de toegetreden gemeente doet zo spoedig mogelijk de nodige benoemingen overeenkomstig artikel 17 en volgende van deze regeling. Behoudens eerdere beëindiging van het lidmaatschap treden de benoemden af op het tijdstip waarop de dan zitting hebbende leden van de regioraad aftreden.

GGG

regeling in alle deelnemende gemeenten bekend heeft gemaakt door kennisgeving van de inhoud daarvan in het gemeenteblad, met inachtneming van de datum van ingang vermeld in het besluit. 4. De raad van de toegetreden gemeente doet zo spoedig mogelijk de nodige benoemingen overeenkomstig artikel 17 en volgende van deze regeling. Behoudens eerdere beëindiging van het lidmaatschap treden de benoemden af op het tijdstip waarop de dan zitting hebbende leden van de regioraad aftreden.

Artikel 66 wordt gewijzigd als volgt:

Bestaande tekst Artikel 66 1. Een deelnemende gemeente kan uittreden door toezending van een daartoe strekkend besluit van de bestuursorganen van die gemeente aan de regioraad. 2. Tenzij de regioraad een kortere termijn bepaalt, kan de uittreding niet eerder plaatsvinden dan tegen 31 december van het tweede kalenderjaar nadat de uittreding door besturen van de deelnemende gemeenten op de gebruikelijke wijze hebben zorg gedragen voor de bekendmaking, met inachtneming van de datum van ingang vermeld in het besluit. 3. De regioraad regelt de gevolgen van de uittreding, de financiële en personele gevolgen daaronder begrepen.

Nieuwe tekst Artikel 66 Uittreding 1. Een deelnemende gemeente kan een voornemen tot uittreden uit de regeling kenbaar maken door toezending van een daartoe strekkend besluit van de bestuursorganen van die gemeente aan de regioraad. 2. De regioraad kan regels stellen over de procedure van uittreding. 3. De regioraad doet in een ontwerpuittredingsplan aan de bestuursorganen van de gemeenten een voorstel voor regeling van de financiële, de juridische, de personele en de organisatorische gevolgen van de uittreding. Daarbij worden de belangen van de gemeente die uittreedt en van de achterblijvende gemeenten op evenwichtige wijze afgewogen. 4. Het dagelijks bestuur bereidt het ontwerp-uittredingsplan voor. Het dagelijks bestuur benoemt daartoe een projectgroep onder leiding van een onafhankelijk deskundige. 5. De kosten voor het inschakelen van de onafhankelijk deskundige zijn voor rekening van de deelnemende gemeente die het voornemen tot uittreding kenbaar heeft gemaakt. 6. Het uittredingsplan bevat in ieder geval de volgende elementen: a. een beschrijving van de consequenties voor de wettelijke en overige taken; b. een beschrijving van de consequenties voor de financiële middelen die zijn gekoppeld aan de uittredende deelnemer (BDU);

23

Toelichting Wijziging Wgr: Op grond van artikel 9 lid 1 Wgr moet een regeling bepalingen bevatten over wijziging, opheffing, toetreding, de voorwaarden waaronder kan worden uitgetreden en de gevolgen van uittreding, waaronder bepalingen over de gevolgen voor het vermogen van de rechtspersoon en de deelnemende gemeenten. Bij het laatste moet worden gedacht aan afspraken over personeel, contracten, huisvesting en investeringen. Voor het regelen van de gevolgen van de uittreding kan niet langer worden volstaan met een vaststelling door het (algemeen) bestuur, zoals in het huidige artikel 66 Gr is bepaald. In het aangepaste artikel 66 Gr zijn de gevolgen van uittreding nader geregeld. De financiële, juridische, personele en organisatorische gevolgen van een uitreding worden geregeld in een uittredingsplan, dat ter instemming aan de raden, colleges en burgemeesters van de inliggende gemeenten wordt voorgelegd, overeenkomstig de wijzigingsprocedure van artikel 67 Gr. De uittreedkosten bestaan uit de schade die het direct gevolg is van de uittreding. Na toezending van het uittredingsplan beslist een gemeente of zij definitief wil uittreden.

c. een beschrijving van de consequenties voor de activiteiten die zijn gekoppeld aan een inwonerbijdrage; d. een beschrijving van de consequenties voor de lopende openbaar vervoerconcessies voor het grondgebied van de uittredende deelnemer; e. een beschrijving van de consequenties voor de verbonden partijen van Vervoerregio Amsterdam; f. een beschrijving van consequenties voor lopende subsidies, opdrachten, leningen en overige verplichtingen; g. een beschrijving van consequenties voor de structurele organisatielasten, waaronder personeels- en huisvestingslasten; h. een voorstel voor wijziging van de regeling in verband met de uittreding en een beschrijving van de aanpassingen van de daarop gebaseerde regelingen; i. de uittreedsom, of de wijze waarop de uittreedsom wordt berekend. 7. De uittreedsom bestaat uitsluitend uit de schade die Vervoerregio Amsterdam en de achterblijvende deelnemende gemeenten lijden als direct gevolg van het besluit tot uittreding. Vervoerregio Amsterdam is gehouden redelijkerwijs al het mogelijke te doen om de uittredingskosten zo laag mogelijk te houden. De berekening van de kosten van uittreding wordt gebaseerd op feiten en omstandigheden die bekend zijn tot aan het moment van werkelijke uittreding. 8.

Het uittredingsplan is vastgesteld zodra de raden, de colleges en de burgemeesters van tenminste twee derde van het aantal deelnemende gemeenten, vertegenwoordigende tenminste twee derde van het aantal inwoners van het verzorgingsgebied op 1 januari van dat jaar, hiertoe hebben besloten. Het besluit van de bestuursorganen omvat ook de wijziging van de regeling in verband met de uittreding. 9. Na toezending van het uittredingsplan maken de bestuursorganen van de deelnemende gemeente die het voornemen tot uittreding kenbaar hebben gemaakt, binnen 3 maanden gezamenlijk bekend of zij definitief

24

Overigens lijkt uitreding van een deelnemende gemeente uit de Gr vrij theoretisch, nu het gebied van de 14 deelnemende gemeenten wettelijk is aangewezen als het gebied waarbinnen de Vervoerregio haar wettelijk taken uitvoert, zoals het verlenen van concessies voor openbaar vervoer.

willen uittreden. De besluiten tot uittreden worden aangetekend verzonden aan het algemeen bestuur. 10. Tenzij de regioraad een kortere termijn bepaalt, kan de uittreding niet eerder plaatsvinden dan op 1 januari van een kalenderjaar, met dien verstande dat er minimaal twee volledige kalenderjaren zitten tussen het besluit tot uittreding en de datum waarop de uittreding wordt geëffectueerd. 11. De uittreding treedt in werking nadat het gemeentebestuur van Amsterdam de wijziging van de regeling in alle deelnemende gemeenten bekend heeft gemaakt door kennisgeving van de inhoud daarvan in het gemeenteblad, met inachtneming van de datum van ingang vermeld in het besluit. 12. Indien de toepassing van dit artikel leidt tot onduidelijkheid of onenigheid is de geschillenregeling van artikel 62 onverkort van toepassing.

HHH

Artikel 67 wordt gewijzigd als volgt:

Bestaande tekst Artikel 67 1. Voorstellen tot wijziging van de regeling kunnen worden gedaan door de regioraad, al dan niet op initiatief van de bestuursorganen van een deelnemende gemeente. 2. Een wijziging is tot stand gekomen zodra de raden, de colleges en de burgemeesters van tenminste twee derde van het aantal deelnemende gemeenten, vertegenwoordigende tenminste twee derde van het aantal inwoners van het verzorgingsgebied op 1 januari van dat jaar, tot deze wijziging hebben besloten. 3.Het gemeentebestuur van Amsterdam maakt de wijziging van de regeling tijdig in alle deelnemende gemeenten bekend door kennisgeving van de inhoud daarvan in de Staatscourant. Artikel 140 Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing. 4. De wijziging van de regeling treedt in werking op de in de regeling aangegeven dag en treedt niet in werking voordat zij is bekendgemaakt.

Nieuwe tekst Artikel 67 Wijziging 1. Voorstellen tot wijziging van de regeling kunnen worden gedaan door de regioraad, al dan niet op initiatief van de bestuursorganen van een deelnemende gemeente. 2. Een wijziging is tot stand gekomen zodra de raden, de colleges en de burgemeesters van tenminste twee derde van het aantal deelnemende gemeenten, vertegenwoordigende tenminste twee derde van het aantal inwoners van het verzorgingsgebied op 1 januari van dat jaar, tot deze wijziging hebben besloten. 3. De wijziging van de regeling treedt in werking nadat het gemeentebestuur van Amsterdam de wijziging van de regeling in alle deelnemende gemeenten bekend heeft gemaakt door kennisgeving van de inhoud daarvan in het gemeenteblad, met inachtneming van de datum van ingang vermeld in het besluit.

25

Toelichting Actualisatie: Lid 3: op grond van artikel 26 lid 1 en lid 4 Wgr geldt dat het gemeentebestuur van Amsterdam de wijziging van de regeling in alle deelnemende gemeenten bekend maakt in het door dat gemeentebestuur uitgegeven gemeenteblad. Lid 3 is hiermee in overeenstemming gebracht.

III

Artikel 68 wordt gewijzigd als volgt:

Bestaande tekst Artikel 68 1. a. De regeling wordt opgeheven zodra de raden, de colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters van tenminste twee derde van het aantal deelnemende gemeenten, vertegenwoordigende tenminste twee derde van het aantal inwoners van het samenwerkingsgebied op 1 januari van dat jaar, tot deze opheffing hebben besloten. b. Een besluit, als bedoeld onder a, kan niet eerder worden genomen dan nadat de regioraad daarover zijn mening heeft kenbaar gemaakt. 2. De opheffing gaat niet eerder in dan nadat de besluiten door de besturen van de deelnemende gemeenten op gebruikelijke wijze zijn bekend gemaakt, met inachtneming van de datum van ingang vermeld in het besluit. 3. Ingeval van opheffing van de regeling besluit de regioraad tot liquidatie en stelt hij daarvoor de nodige regelen. Hierbij kan van de bepalingen van deze regeling worden afgeweken. 4. Het liquidatieplan wordt door de regioraad, de bestuursorganen van de deelnemende gemeenten gehoord, vastgesteld. 5. Het liquidatieplan voorziet in ieder geval ook in de financiële en overige gevolgen die de opheffing voor het personeel heeft. 6. Zo nodig blijven de bestuursorganen van Vervoerregio Amsterdam ook na het tijdstip van de opheffing in functie totdat de liquidatie is beëindigd.

JJJ

Nieuwe tekst Artikel 68 Opheffing 1. a. De regeling wordt opgeheven zodra de raden, de colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters van tenminste twee derde van het aantal deelnemende gemeenten, vertegenwoordigende tenminste twee derde van het aantal inwoners van het samenwerkingsgebied op 1 januari van dat jaar, tot deze opheffing hebben besloten. b. Een besluit, als bedoeld onder a, kan niet eerder worden genomen dan nadat de regioraad daarover zijn mening kenbaar heeft gemaakt. 2. De opheffing treedt in werking nadat de besluiten door het gemeentebestuur van Amsterdam in alle deelnemende gemeenten bekend zijn gemaakt door kennisgeving van de inhoud daarvan in het gemeenteblad, met inachtneming van de datum van ingang vermeld in het besluit. 3. Ingeval van opheffing van de regeling besluit de regioraad tot liquidatie en stelt daarvoor de nodige regelen. Hierbij kan van de bepalingen van deze regeling worden afgeweken. 4. Het liquidatieplan wordt door de regioraad, de bestuursorganen van de deelnemende gemeenten gehoord, vastgesteld. 5. Het liquidatieplan voorziet in ieder geval ook in de financiële en overige gevolgen die de opheffing voor het personeel heeft. 6. Zo nodig blijven de bestuursorganen van Vervoerregio Amsterdam ook na het tijdstip van de opheffing in functie totdat de liquidatie is beëindigd.

Toelichting Actualisatie: Lid 2: op grond van artikel 26 lid 1 en lid 4 Wgr geldt dat het gemeentebestuur van Amsterdam een besluit tot opheffing van de regeling in alle deelnemende gemeenten bekend maakt in het door dat gemeentebestuur uitgegeven gemeenteblad. Lid 2 is hiermee in overeenstemming gebracht.

Artikel 69 wordt gewijzigd als volgt:

Bestaande tekst Artikel 69 1. Het gemeentebestuur van Amsterdam draagt zorg voor de

Nieuwe tekst Artikel 69 Bekendmaking en inwerkingtreding

26

Toelichting Actualisatie: Lid 1: op grond van artikel 26 lid 1 Wgr geldt dat het

toezending, als bedoeld in artikel 26 van de wet. 2. De besturen van de deelnemende gemeenten dragen zorg voor de opname in het gemeentelijke register, als bedoeld in artikel 27 van de wet binnen 14 dagen na bekendmaking van de regeling met in achtneming van het bepaalde in het derde lid. 3. Het gemeentebestuur van Amsterdam maakt de regeling tijdig in alle deelnemende gemeenten bekend door kennisgeving van de inhoud daarvan in de Staatscourant. Artikel 140 Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing. 4. de regeling blijft van kracht en terugwerken tot 1 mei 1992, behoudens de onderdelen die op een later moment zijn gewijzigd en in werking getreden.

KKK

1. Het gemeentebestuur van Amsterdam maakt de regeling bekend in het gemeenteblad, bedoeld in artikel 26 van de wet. 2. De wijziging van de regeling treedt in werking op de dag na bekendmaking. De regeling blijft van kracht en terugwerken tot 1 mei 1992, behoudens de onderdelen die op een later moment zijn gewijzigd en in werking getreden. 3. Vervoerregio Amsterdam voegt in het register gemeenschappelijk regelingen, bedoeld in artikel 136, eerste lid, van de wet de gegevens toe, bedoeld in artikel 136, tweede lid, van de wet.

-

-

gemeentebestuur van Amsterdam de regeling in alle deelnemende gemeenten bekend maakt in het door dat gemeentebestuur uitgegeven gemeenteblad. Lid 1 is hiermee in overeenstemming gebracht. Lid 2: de Gr dient het moment van inwerkingtreding van de wijziging van de regeling te vermelden. Lid 3: artikel 27 Wgr over het gemeentelijke register van gemeenschappelijke regelingen is komen te vervallen. In de plaats daarvan is een landelijk register van gemeenschappelijke regelingen ingesteld. De Vervoerregio is gehouden dit register de gegevens over de Gr toe te voegen.

Na artikel 69 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Nieuwe tekst Artikel 69a Evaluatie 1.Het dagelijks bestuur draagt zorg voor een vierjaarlijkse evaluatie van het functioneren van de regeling en betrekt hierbij de deelnemende bestuursorganen. 2. De regioraad kan een gemotiveerd besluit nemen om van de evaluatie af te zien. In dat geval worden de raden hierover worden geïnformeerd. 3.De evaluatie wordt in het laatste jaar van een bestuursperiode uitgevoerd.

Toelichting Wijziging Wgr: Conform artikel 11a Wgr moet een regeling bepalingen inhouden over de evaluatie van de gemeenschappelijke regeling. De wetgever schrijft niet voor waar de evaluatie specifiek op moet zijn gericht, hoe vaak die moet plaatsvinden en op welke wijze. De meerwaarde van een evaluatie is dat periodiek wordt stilgestaan bij het functioneren van de gemeenschappelijke regeling. Daarnaast kan een evaluatiemoment een ijkpunt in de samenwerking zijn. Een evaluatie is niet wettelijk verplicht. Aan de Gr is een nieuw artikel toegevoegd over een vierjaarlijkse evaluatie van de regeling, in het laatste jaar van een bestuursperiode. Dit biedt gelegenheid de ervaringen van de zittende regioraad mee te nemen in een nieuwe bestuursperiode. Een opzet voor de evaluatie wordt door het dagelijks bestuur uitgewerkt. Verschillende gemeenten hebben de wens geuit bij de evaluatie in ieder geval te betrekken: de besluiten die voor een zienswijze aan de raden worden voorgelegd (artikel 15b Gr) en de actieve informatieplicht richting de raden (artikel 16a Gr). De regioraad kan een gemotiveerd besluit nemen om van de vierjaarlijkse evaluatie af te zien. In dat geval worden de raden hierover geïnformeerd.

LLL

Het kopje van artikel 70 wordt gewijzigd als volgt:

Bestaande tekst Artikel 70

Nieuwe tekst Artikel 70 Citeerwijze

27

Toelichting

Artikel II Dit besluit treedt in werking op de dag na bekendmaking.

Aldus vastgesteld door:

Aalsmeer, bij collegebesluit van [datum] , bij burgemeestersbesluit van [datum] en bij raadsbesluit van [datum]; Amstelveen, bij collegebesluit van [datum], bij burgemeestersbesluit van [datum] en bij raadsbesluit van [datum]; Amsterdam, bij collegebesluit van [datum], bij burgemeestersbesluit van [datum] en bij raadsbesluit van [datum]; Diemen, bij collegebesluit van [datum], bij burgemeestersbesluit van [datum] en bij raadsbesluit van [datum]; Edam-Volendam, bij collegebesluit van [datum], bij burgemeestersbesluit van [datum] en bij raadsbesluit van [datum]; Haarlemmermeer, bij collegebesluit van [datum], bij burgemeestersbesluit van [datum] en bij raadsbesluit van [datum]; Landsmeer, bij collegebesluit van [datum], bij burgemeestersbesluit van [datum] van en bij raadsbesluit van [datum]; Oostzaan, bij collegebesluit van [datum], bij burgemeestersbesluit van [datum] en bij raadsbesluit van [datum]; Ouder-Amstel, bij collegebesluit van [datum], bij burgemeestersbesluit van [datum] en bij raadsbesluit van [datum]; Purmerend, bij collegebesluit van [datum], bij burgemeestersbesluit van [datum] en bij raadsbesluit van [datum]; Uithoorn, bij collegebesluit van [datum], bij burgemeestersbesluit van [datum] en bij raadsbesluit van [datum]; Waterland, bij collegebesluit van [datum], bij burgemeestersbesluit van [datum] en bij raadsbesluit van [datum]; Wormerland, bij collegebesluit

van [datum], bij burgemeestersbesluit van [datum] en bij raadsbesluit van [datum]; Zaanstad, bij collegebesluit van [datum], bij burgemeestersbesluit van [datum] en bij raadsbesluit van [datum].

28

Algemene toelichting Per 1 juli 2022 is de Wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen en enige andere wetten in verband met het versterken van de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen in werking getreden. Deze wetswijziging is bedoeld om de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen en de kaderstellende en controlerende rol van gemeenteraden, provinciale staten en algemene besturen van waterschappen bij taken die in gemeenschappelijke regelingen worden uitgevoerd te versterken. Binnen twee jaar na inwerkingtreding van deze wetwijziging moeten gemeenschappelijke regelingen hiermee in overeenstemming zijn gebracht, dus uiterlijk 1 juli 2024. De wijzigingen met betrekking tot de begrotingscyclus zijn al per 1 juli 2022 in werking getreden. De wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen heeft geen verstrekkende gevolgen voor de Vervoerregio Amsterdam. Op veel vlakken is de betrokkenheid van de raden van de deelnemende gemeenten bij de besluitvorming van de Vervoerregio al stevig georganiseerd, door de manier waarop de Vervoerregio is ingericht. De leden van de regioraad zijn aangewezen uit de raden en leggen verantwoording af aan de raden. Daarnaast worden raden actief geïnformeerd en is al vastgelegd dat zij over bepaalde besluiten om een zienswijze worden gevraagd.

De 13e wijziging gaat over de wijzigingen in de Gemeenschappelijke regeling Vervoerregio Amsterdam als gevolg van de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Ook is de Gemeenschappelijke regeling waar nodig geactualiseerd en heeft een redactieslag plaatsgevonden. Artikelsgewijze toelichting In de rechter kolom van de wijzigingstabellen is per wijziging een toelichting opgenomen waarbij steeds is aangegeven wat de aanleiding is van de wijziging: - Wijziging Wgr: de wijziging vloeit voort uit de per 1 juli 2022 gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen. - Vervallen Planwet verkeer en vervoer: de wijziging vloeit voort uit het vervallen van de Planwet verkeer en vervoer per 1 januari 2024, gelijktijdig met de inwerkingtreding van de Omgevingswet. - Actualisatie: dit betreft overige wijzigingen als gevolg van eerdere wetswijzingen, wijzigingen binnen de Vervoerregio of wijzigingen waarmee de Gemeenschappelijke regeling in overeenstemming wordt gebracht met de bestaande werkwijze binnen de Vervoerregio. - Redactioneel: dit betreft niet-inhoudelijke wijzigingen. Algemene redactionele wijzigingen die zijn doorgevoerd betreffen: - Kopjes: in de huidige Gr zijn sommige artikelen wel en sommige artikelen niet voorzien van een kopje. Bij de artikelen waar een kopje ontbreekt is dit toegevoegd.

Aan de kopjes komt geen zelfstandige betekenis toe, zij dienen slechts de leesbaarheid. - Tussen-s: de tussen s vervalt in samengestelde woorden met het woord “vervoer” zoals in verkeers- en vervoerplan. - Persoonsaanduidingen: persoonsaanduidingen worden indien mogelijk sekseneutraal geformuleerd. Aanduidingen als ‘hij’, ‘hem’ worden zoveel mogelijk vermeden. - Eigentijds taalgebruik: waar mogelijk zijn verouderde begrippen vervangen door een eigentijds begrip, zoals ‘die’ in plaats van ‘welke’. In de artikelsgewijze toelichting zijn de volgende afkortingen gebruikt: Gr: Gemeenschappelijke regeling Vervoerregio Amsterdam Wgr: Wet gemeenschappelijke regelingen

29

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14102618/1