CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Conceptbesluit 13e wijziging Gr Vervoerrregio Amsterdam v 5 mrt 2024.pdf

Raadscommissie Mobiliteit, Openbare ruimte en Water 16 mei 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Instemmen met de 13e wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Vervoerregio Amsterdam (VN2024-005026)12.785 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Opmerkingen voor publicatie: Te publiceren in: Uiterlijk bekendmaken op: Niet eerder bekendmaken dan op: Consolideren op overheid.nl Gevolgen voor de werking van een andere regeling: Externe informatieve bijlage voor de leesbaarheid: Andere bijzonderheden:

Gemeenteblad Zo snel mogelijk n.v.t. Ja n.v.t n.v.t geen

Besluit van de gemeenteraden, de colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters van de gemeenten Aalsmeer, Amstelveen, Amsterdam, Diemen, Edam-Volendam, Haarlemmermeer, Landsmeer, Oostzaan, OuderAmstel, Purmerend, Uithoorn, Waterland, Wormerland en Zaanstad, inhoudende de 13e wijziging van de Gemeenschappelijke regeling Vervoerregio Amsterdam. De gemeenteraden, de colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters van de gemeenten Aalsmeer, Amstelveen, Amsterdam, Diemen, Edam-Volendam, Haarlemmermeer, Landsmeer, Oostzaan, Ouder-Amstel, Purmerend, Uithoorn, Waterland, Wormerland en Zaanstad, ieder voor wat betreft de eigen bevoegdheden; Gelezen het besluit van de regioraad van de Vervoerregio Amsterdam met het voorstel tot wijziging van de Gemeenschappelijke regeling Vervoerregio Amsterdam van 5 maart 2024 en gelezen de brief van [datum] aan de in de gemeenschappelijke regeling participerende gemeenten; Gelet op het feit dat ten minste twee derden van het aantal in de gemeenschappelijke regeling deelnemende gemeenten, vertegenwoordigende tenminste twee derden van het aantal inwoners van het verzorgingsgebied op 1 januari 2025, tot deze wijziging hebben besloten; Besluiten: Artikel I De Gemeenschappelijke regeling Vervoerregio Amsterdam als volgt te wijzigen: A

Artikel 1 wordt gewijzigd als volgt:

Bestaande tekst Artikel 1 1. In deze regeling wordt verstaan onder: a. de regeling: de Gemeenschappelijke regeling Vervoerregio Amsterdam; b. Vervoerregio Amsterdam: een gemeenschappelijke regeling als bedoeld in hoofdstuk 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, dat ziet op Regelingen tussen gemeenten;

Nieuwe tekst Artikel 1 Begripsbepalingen 1. In deze regeling wordt verstaan onder: a. de regeling: de Gemeenschappelijke regeling Vervoerregio Amsterdam; b. Vervoerregio Amsterdam: een gemeenschappelijke regeling als bedoeld in hoofdstuk 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, dat

Toelichting Actualisatie: - Lid 1f: per 1 januari 2022 zijn de gemeenten Beemster en Purmerend gefuseerd. Zij zijn verder gegaan onder de naam gemeente Purmerend. - Lid 1h: nu de Wet afschaffing plusregio’s per 1 januari 2015 in werking is getreden en de Gr per 1 januari 2017 is omgevormd naar

c. gedeputeerde staten: gedeputeerde staten van de provincie NoordHolland; d. de wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen; e. de deelnemende gemeenten: de gemeenten, gelegen in het samenwerkingsgebied; f. Zaanstreek -Waterland: de gemeenten Beemster, EdamVolendam, Landsmeer, Oostzaan, Purmerend, Waterland, Wormerland en Zaanstad. g. Amstelland-Meerlanden: de gemeenten Aalsmeer, Amstelveen, Diemen, Haarlemmermeer, OuderAmstel, Uithoorn. h. Besluit Vervoerregio: de algemene maatregel van bestuur (Staatsblad 2014 nummer 559) die op grond van artikel 20, derde lid, van de Wet personenvervoer 2000, zoals dit artikel gewijzigd is bij de Wet afschaffing plusregio’s, geldt; 2. Waar in deze regeling artikelen van de Gemeentewet of van enige andere wet of wettelijke regeling van overeenkomstige toepassing worden verklaard, komen in die artikelen in de plaats van "de gemeente", "de raad", "het college", en "de burgemeester", onderscheidenlijk: de Vervoerregio Amsterdam, de regioraad, het dagelijks bestuur en de voorzitter.

B

vervoerregio kan het begrip Besluit Vervoerregio hier komen te vervallen. De artikelen 4 en 6 Gr waarin dit begrip voorkomt zijn ook aangepast.

Artikel 2 wordt gewijzigd als volgt:

Bestaande tekst Artikel 2 Er is een gemeenschappelijk openbaar lichaam, genaamd: Vervoerregio Amsterdam.

C

ziet op Regelingen tussen gemeenten; c. gedeputeerde staten: gedeputeerde staten van de provincie Noord-Holland; d. de wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen; e. de deelnemende gemeenten: de gemeenten, gelegen in het samenwerkingsgebied; f. Zaanstreek -Waterland: de gemeenten Edam-Volendam, Landsmeer, Oostzaan, Purmerend, Waterland, Wormerland en Zaanstad. g. Amstelland-Meerlanden: de gemeenten Aalsmeer, Amstelveen, Diemen, Haarlemmermeer, OuderAmstel, Uithoorn. 2. Waar in deze regeling artikelen van de Gemeentewet of van enige andere wet of wettelijke regeling van overeenkomstige toepassing worden verklaard, komen in die artikelen in de plaats van "de gemeente", "de raad", "het college", en "de burgemeester", onderscheidenlijk: Vervoerregio Amsterdam, de regioraad, het dagelijks bestuur en de voorzitter.

Nieuwe tekst Artikel 2 Vervoerregio Amsterdam Er is een bij gemeenschappelijke regeling ingesteld openbaar lichaam, genaamd: Vervoerregio Amsterdam.

Toelichting Redactioneel: Op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen kunnen overheden samenwerken door het treffen van een gemeenschappelijke regeling, bijvoorbeeld door het instellen van een gemeenschappelijk orgaan of een openbaar lichaam. De Vervoerregio is een openbaar lichaam. Dit is verduidelijkt in dit artikel.

Artikel 3 wordt gewijzigd als volgt:

Bestaande tekst Artikel 3 1. Vervoerregio Amsterdam is gevestigd te Amsterdam. 2. Het gebied waarvoor deze regeling geldt, omvat het grondgebied van de deelnemende gemeenten.

Nieuwe tekst Artikel 3 Gebied 1. Vervoerregio Amsterdam is gevestigd te Amsterdam. 2. Het gebied waarvoor deze regeling geldt, omvat het

2

Toelichting Actualisatie: Lid 3: per 1 januari 2022 zijn de gemeenten Beemster en Purmerend gefuseerd en zijn ze verder gegaan onder de naam gemeente Purmerend.

3. Vervoerregio Amsterdam is een samenwerkingsverband van 15 gemeenten in de regio Amsterdam en wordt gevormd door de gemeenten Aalsmeer, Amstelveen, Amsterdam, Beemster, Diemen, Edam-Volendam, Haarlemmermeer, Landsmeer, Oostzaan, Ouder-Amstel, Purmerend, Uithoorn, Waterland, Wormerland en Zaanstad.

D

grondgebied van de deelnemende gemeenten. 3. Vervoerregio Amsterdam is een samenwerkingsverband van 14 gemeenten in de regio Amsterdam en wordt gevormd door de gemeenten Aalsmeer, Amstelveen, Amsterdam, Diemen, EdamVolendam, Haarlemmermeer, Landsmeer, Oostzaan, OuderAmstel, Purmerend, Uithoorn, Waterland, Wormerland en Zaanstad.

De Vervoerregio bestaat nu uit 14 gemeenten.

Artikel 4 wordt gewijzigd als volgt:

Bestaande tekst Artikel 4 1. Vervoerregio Amsterdam heeft tot taak, met inachtneming van hetgeen in deze regeling is bepaald, die belangen te behartigen, welke verband houden met de verkeers- en vervoerstaak die voortvloeit uit het Besluit Vervoerregio, de Wet personenvervoer 2000 en de Wet lokaal spoor. 2. Het in het eerste lid bedoelde belang betreft ‘verkeer en vervoer’.

Nieuwe tekst Artikel 4 Te behartigen belangen 1. Vervoerregio Amsterdam heeft tot taak, met inachtneming van hetgeen in deze regeling is bepaald, die belangen te behartigen, welke verband houden met de verkeers- en vervoertaak die voortvloeit uit weten regelgeving, in het gebied zoals aangewezen krachtens artikel 20, derde lid, van de Wet personenvervoer 2000. 2. Het in het eerste lid bedoelde belang betreft ‘verkeer en vervoer’.

Toelichting Redactioneel: Lid 1: voor een toekomstbestendig karakter van de Gr wordt verwezen naar de verkeer- en vervoertaak die voortvloeit uit wet- en regelgeving, en niet langer naar specifieke wetten omdat (benamingen van) wetten van tijd tot tijd veranderen. De wettelijke taken van de Vervoerregio zijn beschreven in bijlage 3 bij het Beleidskader Mobiliteit Verbinden in verscheidenheid, deel A Visie, en vloeien voort uit de Wet personenvervoer 2000, de Wet lokaal spoor (toekomstig: de Spoorwegwet), de Wet BDU verkeer en vervoer en de Omgevingswet. Actualisatie: Lid 1: door het vervallen van het begrip Besluit Vervoerregio in artikel 1 is hier een verwijzing opgenomen naar het gebied van de Vervoerregio.

E

Artikel 5 wordt gewijzigd als volgt:

Bestaande tekst Artikel 5 Ter behartiging van het in artikel 4 genoemde belang, alsmede ter uitvoering van de wet en daarop berustende wettelijke (uitvoerings)maatregelen, is Vervoerregio Amsterdam bevoegd tot: a. het aangeven van hoofdlijnen van de gewenste ontwikkeling van het gebied door middel van planning, sturing en coördinatie, b. uitvoering van gemeentelijke taken, die aan Vervoerregio Amsterdam zijn overgedragen, c. het verlenen van diensten,

Nieuwe tekst Artikel 5 Bevoegdheden Ter behartiging van het in artikel 4 genoemde belang, alsmede ter uitvoering van de wet en daarop berustende wettelijke (uitvoerings-)maatregelen, is Vervoerregio Amsterdam bevoegd tot: a. het aangeven van hoofdlijnen van de gewenste ontwikkeling van het gebied door middel van visie, beleid, planning, sturing, monitoring en coördinatie, b. uitvoering van gemeentelijke taken, die aan Vervoerregio Amsterdam zijn overgedragen,

3

Toelichting Redactioneel: Het aangeven van de hoofdlijnen van de gewenste ontwikkeling gebeurt in praktijk op meer manieren dan alleen via planning, sturing en coördinatie. Daarom zijn ter verduidelijking ook visie, beleid en monitoring toegevoegd.

d. uitoefening van taken van rijk en/of provincie(s), wanneer de Vervoerregio Amsterdam daartoe in staat wordt gesteld.

F

c. het verlenen van diensten, d. uitoefening van taken van rijk en/of provincie(s), wanneer Vervoerregio Amsterdam daartoe in staat wordt gesteld.

Artikel 6 wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst Artikel 6 De taken, als bedoeld in artikel 5, onder a, houden het volgende in:

Nieuwe tekst Artikel 6 Taken verkeer en vervoer De taken, als bedoeld in artikel 5, onder a, houden het volgende in:

Verkeer en vervoer a. De regioraad stelt een regionaal verkeers- en vervoersplan vast, dat met het oog op de bevordering van de bereikbaarheid en de leefbaarheid richting geeft aan de door het dagelijks bestuur te nemen beslissingen inzake verkeer en vervoer en op grond waarvan het dagelijks bestuur aan de deelnemende gemeenten aanwijzingen kan geven met betrekking tot het door die gemeenten ter zake te voeren beleid. b. De deelnemende gemeenten dragen, voor zover zij daarover beschikken, hun bevoegdheden inzake lokaal openbaar vervoer over aan Vervoerregio Amsterdam. c. Vervoerregio Amsterdam draagt ter uitvoering van het regionaal verkeersen vervoersplan zorg voor de verwerving en verdeling van rijksmiddelen op grond van de wet, de Wet personenvervoer 2000 en de Wet en het Besluit Infrastructuurfonds en andere wettelijke regelingen, zoals bepaald in het Besluit Vervoerregio.

a. De regioraad stelt een regionaal beleidskader mobiliteit vast, dat met het oog op de bevordering van bereikbaarheid en andere aspecten van leefkwaliteit richting geeft aan de door het dagelijks bestuur te nemen beslissingen over mobiliteit. Het beleidskader mobiliteit dient tevens als kader voor het mobiliteitsbeleid van de deelnemende gemeenten. b. De deelnemende gemeenten dragen, voor zover zij daarover beschikken, hun bevoegdheden inzake lokaal openbaar vervoer over aan Vervoerregio Amsterdam. c. Vervoerregio Amsterdam draagt ter uitvoering van het regionaal beleidskader mobiliteit zorg voor de verwerving en verdeling van rijksmiddelen op grond van wet- en regelgeving.

4

Toelichting Vervallen Planwet verkeer en vervoer: Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is de Planwet verkeer en vervoer komen te vervallen. Dit betekent dat bij het bestuur van de Vervoerregio niet langer de wettelijke taak ligt om een regionaal verkeers- en vervoerplan vast te stellen. Onder het stelsel van de Omgevingswet is niet gekozen voor een apart strategisch plan voor verkeer en vervoer, maar voor door het Rijk, de provincies en gemeenten vast te stellen omgevingsvisies. Het regionaal verkeers- en vervoerplan keert onder de Omgevingswet niet terug. - Onder a: in verband met deze wetswijzigingen zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd: De term ‘regionaal verkeers- en vervoersplan’ is vervangen door de term ‘regionaal beleidskader mobiliteit’. Dit is het in de regioraad van 31 oktober 2023 vastgestelde Beleidskader Mobiliteit Verbinden in verscheidenheid (dan wel de opvolgers van dit Beleidskader). In haar beleid en plannen gebruikt de Vervoerregio al geruime tijd de term ‘mobiliteit’ in plaats van ‘verkeer en vervoer’. Vervoer betreft het verplaatsen van personen of goederen. Verkeer gaat over de beweging van bussen, fietsen, auto’s etc. Wij houden ons echter ook bezig met het gedrag van mensen, de mobiliteitskeuzes die mensen en bedrijven maken en het beïnvloeden van ruimtelijke keuzes.

De term ‘mobiliteit’ doet beter recht aan die activiteiten. Onder de Omgevingswet bestaat er geen rol voor de Vervoerregio als het gaat om verkeers- en vervoerbeleid. Het geven van aanwijzingen door het dagelijks bestuur aan de deelnemende gemeenten over het te voeren

verkeers- en vervoerbeleid is daarom niet langer passend. De zinsnede hierover vervalt. In plaats daarvan is opgenomen dat het regionaal beleidskader mobiliteit het kader vormt voor het mobiliteitsbeleid van de deelnemende gemeenten. Verder vormt dit beleidskader de basis voor het doen van uitgaven op grond van de Wet BDU verkeer en vervoer, wat voor de deelnemende gemeenten een stimulans is om hier in hun omgevingsvisie rekening mee te houden. -Onder c: voor een toekomstbestendig karakter van de Gr wordt verwezen naar wet- en regelgeving, en niet langer naar specifieke wetten omdat (benamingen van) wetten van tijd tot tijd veranderen. De Vervoerregio ontvangt rijksmiddelen op grond van de Wet BDU verkeer en vervoer.

G

Artikel 7, eerste lid, wordt gewijzigd als volgt:

Bestaande tekst Artikel 7 Overgedragen taken 1. De bevoegdheid, als bedoeld in artikel 5, onder b, van de regeling houdt in, dat het dagelijks bestuur taken en bevoegdheden uitoefent, welke door de deelnemende gemeenten zijn overgedragen met toepassing van artikel 50 van de regeling.

H

Toelichting

Het kopje van artikel 9 wordt gewijzigd als volgt:

Bestaande tekst Artikel 9

I

Nieuwe tekst Artikel 7 Overgedragen taken 1. De bevoegdheid, als bedoeld in artikel 5, onder b, van de regeling houdt in, dat het dagelijks bestuur taken en bevoegdheden uitoefent, die door de deelnemende gemeenten zijn overgedragen met toepassing van artikel 50 van de regeling.

Nieuwe tekst Artikel 9 Taken rijk en/of provincie

Toelichting

Artikel 10 wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst Artikel 10 Voor de behartiging van het in artikel 4 genoemde belang is het dagelijks bestuur bevoegd tot: a. het reageren op rijks- en provinciale nota's en plannen, die voor het samenwerkingsgebied van belang zijn, b. het vertegenwoordigen van het samenwerkingsgebied, c. het organiseren van overleg en het uitbrengen van advies.

Nieuwe tekst Artikel 10 Behartiging belang verkeer en vervoer Voor de behartiging van het in artikel 4 genoemde belang is het dagelijks bestuur bevoegd tot: a. het reageren op visies, nota's en plannen, die voor het samenwerkingsgebied van belang zijn, b. het vertegenwoordigen van het samenwerkingsgebied,

5

Toelichting Actualisatie: Onder a: het begrip ‘visie’ is hier toegevoegd in aansluiting op het in de Omgevingswet gehanteerde begrip ‘omgevingsvisie’. Naast visies, nota’s en plannen van het Rijk en de provincies kunnen visies, nota’s en plannen van andere partijen, zoals bijvoorbeeld van de NS en de ANWB, ook van belang zijn voor het samenwerkingsgebied. Daarom is

c. het organiseren van overleg en het uitbrengen van advies.

J

‘rijks- en provinciale’ hier komen te vervallen.

Artikel 11 wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst Artikel 11 1. De bestuursorganen van Vervoerregio Amsterdam komen alle bevoegdheden toe, die het gemeenschappelijk openbaar lichaam van rechtswege bezit om als rechtspersoon aan het maatschappelijk verkeer deel te nemen. 2. De bestuursorganen van Vervoerregio Amsterdam kunnen de uitoefening van bevoegdheden als bedoeld in hoofdstuk IV van de regeling voor het gebied van een of meer gemeenten opdragen aan de bestuursorganen van een of meer deelnemende gemeenten, indien dit in het belang is van een verbetering van de praktijk van de uitoefening van die bevoegdheden en voor zover die bevoegdheden zich naar hun aard en schaal daartoe lenen en die bestuursorganen daarmee instemmen.

K

Nieuwe tekst Artikel 11 Deelname aan maatschappelijk verkeer 1. De bestuursorganen van Vervoerregio Amsterdam komen alle bevoegdheden toe, die het bij gemeenschappelijke regeling ingestelde openbaar lichaam van rechtswege bezit om als rechtspersoon aan het maatschappelijk verkeer deel te nemen. 2. De bestuursorganen van Vervoerregio Amsterdam kunnen de uitoefening van bevoegdheden als bedoeld in hoofdstuk IV van de regeling voor het gebied van een of meer gemeenten opdragen aan de bestuursorganen van een of meer deelnemende gemeenten, indien dit in het belang is van een verbetering van de praktijk van de uitoefening van die bevoegdheden en voor zover die bevoegdheden zich naar hun aard en schaal daartoe lenen en die bestuursorganen daarmee instemmen.

Toelichting Redactioneel: Lid 1: zie de toelichting bij artikel 2 Gr.

Artikel 15a wordt gewijzigd als volgt:

Bestaande tekst Artikel 15a 1. Bij het opstellen van een ontwerp van een plan pleegt het dagelijks bestuur, voor zover daarvoor geen andere wettelijke voorschriften gelden, overleg met de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten en met daarvoor in aanmerking komende besturen, instellingen, diensten en personen en doet hiervan in een bijlage bij dit ontwerp verantwoording. 2. a. Het dagelijks bestuur stelt het ontwerp van een plan voorlopig vast. b. Het dagelijks bestuur zendt het ontwerp van een plan na de voorlopige vaststelling aan de raden van de deelnemende gemeenten, die hun beschouwingen binnen drie maanden ter kennis van de regioraad brengen.

Nieuwe tekst Artikel 15a Regionaal beleidskader mobiliteit 1. Bij het opstellen van een ontwerp van het regionaal beleidskader mobiliteit pleegt het dagelijks bestuur, voor zover daarvoor geen andere wettelijke voorschriften gelden, overleg met de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten en met daarvoor in aanmerking komende besturen, instellingen, diensten en personen en doet hiervan in een bijlage bij dit ontwerp verantwoording. 2. a. Het dagelijks bestuur stelt het ontwerp van het regionaal beleidskader mobiliteit voorlopig vast. b. Het dagelijks bestuur zendt het ontwerp van het regionaal beleidskader mobiliteit na de voorlopige vaststelling aan de raden van de deelnemende

6

Toelichting Vervallen Planwet verkeer en vervoer: Lid 1-3: met de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 is de Planwet verkeer en vervoer komen te vervallen. Dit betekent dat bij het bestuur van de Vervoerregio niet langer de wettelijke taak ligt om een regionaal verkeers- en vervoerplan vast te stellen. In verband met deze wetswijzigingen is in artikel 15a Gr de term ‘regionaal verkeers- en vervoersplan’ vervangen door de term ‘regionaal beleidskader mobiliteit’. Artikel 15a Gr betreft de procedure voor de totstandkoming van plannen, maar in de praktijk werd dit alleen toegepast voor het regionaal verkeersen vervoerplan. Om die reden is ‘plan’ in dit artikel vervangen door ‘regionaal beleidskader mobiliteit’. Overigens kan de regioraad ook andere besluiten aanwijzen die voor een zienswijze aan de raden worden voorgelegd, zie artikel 15b Gr.

c. Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de informatievoorziening en het maken van afspraken ten behoeve van de inspraak over een ontwerpplan. De regioraad kan daartoe algemene regels stellen. 3. a. Binnen drie maanden na het verstrijken van de in het vorige lid vermelde termijn beslist de regioraad omtrent de vaststelling van het plan. b. Indien tegen het ontwerp van een plan bezwaren zijn ingediend of de regioraad. bij de vaststelling van het plan afwijkt van het ontwerp, wordt het besluit tot vaststelling met redenen omkleed. c. Een plan wordt terstond na de vaststelling door de regioraad medegedeeld aan de raden van de deelnemende gemeenten en aan gedeputeerde staten.

L

Wijziging Wgr: Lid 3b: uit artikel 10 lid 6 Wgr volgt dat het dagelijks bestuur, voorafgaand aan het nemen van het besluit waarover zienswijzen zijn gegeven, de raden van de deelnemende gemeente en, als het om een besluit van de regioraad gaat, de regioraad schriftelijk en gemotiveerd in kennis moet stellen van het oordeel over de zienswijzen, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.

Na artikel 15a worden twee nieuwe artikelen ingevoegd, luidende:

Nieuwe tekst Artikel 15b Zienswijze raden 1. Onverminderd het bepaalde in de wet en artikel 12, 15a en 53, kan de regioraad bepalen dat andere besluiten van het bestuur die raken aan de kaderstellende rol van de raden, voor een zienswijze aan de raden van de deelnemende gemeenten worden voorgelegd, voorafgaand aan het nemen van het besluit. 2. De raden brengen hun zienswijze binnen een termijn van acht weken ter kennis van het dagelijks bestuur. 3. Voorafgaand aan het nemen van het besluit waarover de zienswijze is gegeven stelt het dagelijks bestuur de raden van de deelnemende gemeenten en, indien het een besluit van de regioraad betreft, de regioraad schriftelijk en gemotiveerd in kennis van het oordeel over de zienswijze, bedoeld in lid 1, alsmede 1

gemeenten, die hun zienswijzen binnen drie maanden ter kennis van de regioraad brengen. c. Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de informatievoorziening en het maken van afspraken over participatie bij het ontwerp regionaal beleidskader mobiliteit. De regioraad kan daartoe algemene regels stellen. 3. a. Binnen drie maanden na het verstrijken van de in het vorige lid vermelde termijn stelt de regioraad het regionaal beleidskader mobiliteit vast. b. Voorafgaand aan de vaststelling van het regionaal beleidskader mobiliteit stelt het dagelijks bestuur de regioraad en de raden schriftelijk en gemotiveerd in kennis van het oordeel over de zienswijzen, bedoeld in het vorige lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. c. Het regionaal beleidskader mobiliteit wordt terstond na de vaststelling door de regioraad medegedeeld aan de raden van de deelnemende gemeenten en aan gedeputeerde staten.

Toelichting Wijziging Wgr: Uit artikel 10 lid 5 en 6 Wgr volgt dat de Gr bepalingen moet inhouden over de besluiten waarover raden van de deelnemende gemeenten een zienswijze naar voren kunnen brengen voorafgaand aan het nemen van een besluit door de regioraad of het dagelijks bestuur. Het dagelijks bestuur moet voorafgaand aan het nemen van het besluit de raden en het algemeen bestuur (indien deze het besluit neemt) schriftelijk en gemotiveerd in kennis stellen over het oordeel en eventuele conclusies die het aan de zienswijze verbindt. Op grond van Wgr en/of de Gr geldt reeds de verplichting om een zienswijze te vragen aan de raden over de volgende onderwerpen: -

het regionaal beleidskader mobiliteit (artikel 15a Gr); begroting en jaarrekening1 (artikel 35 Wgr en artikel 53 en 58 Gr);

-

deelneming in en oprichting van privaatrechtelijke rechtspersonen (artikel 31a Wgr en artikel 12 Gr). Deze nieuwe bepaling geeft de regioraad de bevoegdheid, naast de hierboven genoemde onderwerpen, andere besluiten aan te wijzen die voor een zienswijze aan de raden worden voorgelegd. Daarbij moet het gaan om besluiten die aan de kaderstellende rol van de gemeenteraad raken. Te denken valt aan besluiten van groot maatschappelijk belang, besluiten met belangrijke beleidswijzigingen en/of van groot financieel belang.

De zienswijzeprocedure voor de jaarrekening komt met de 13e wijziging van de Gr te vervallen, zie de toelichting bij artikel 58.

7

van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. Artikel 15c Participatie De regioraad regelt de wijze waarop ingezetenen van de deelnemende gemeenten en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid op grond van deze regeling worden betrokken, waaronder de inspraakprocedure die wordt gevolgd.

Wijziging Wgr: Uit artikel 10 lid 7 en 8 Wgr volgt dat de Gr bepalingen moet bevatten over de wijze waarop ingezetenen van de deelnemende gemeenten en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid op grond van de regeling betrokken worden. Voor deze inspraak wordt de procedure van afd. 3.4 Awb gevolgd, tenzij in de regeling anders is bepaald. Huidige mogelijkheden voor inspraak Inspraak is nu geregeld via de Inspraakverordening van de Vervoerregio. Deze Inspraakverordening gaat over het betrekken van belanghebbenden bij de voorbereiding van beleid van de Vervoerregio. Dit betreft een beperkte vorm van participatie omdat burgers niet in andere stadia van de beleidscyclus worden betrokken. In artikel 15a Gr is inspraak voor het ontwerp van het regionaal beleidskader mobiliteit specifiek geregeld. Daarnaast kunnen ingezetenen en belanghebbenden inspreken in vergaderingen van de regioraad. Dit is geregeld in het Reglement van Orde van de regioraad. Participatie Het vaststellen van een participatieverordening is niet verplicht voor een gemeenschappelijk regeling.2 Een gemeenschappelijke regeling kan er ook voor kiezen participatie via de raden van de deelnemende gemeenten te laten verlopen.

Bij gemeenschappelijke regelingen met taken en bevoegdheden met grote maatschappelijke relevantie zoals dat bij de Vervoerregio het geval is, ligt dat echter minder voor de hand. Verschillende gemeenten binnen de Vervoerregio hebben aangegeven het wenselijk te vinden in de Gr een mogelijkheid tot burgerparticipatie op te nemen. Dit omdat het bestuur van de Vervoerregio de bevoegdheid heeft beleid en regels voor het gebied van de vervoerregio vast te stellen. Daarnaast heeft de Vervoerregio in de rol van opdrachtgever te maken met participatie, op grond van de Omgevingswet. Wanneer de Vervoerregio vanuit deze rol een omgevingsvergunning nodig heeft voor een project, dient de Vervoerregio bij de aanvraag van de omgevingsvergunning te onderbouwen of en hoe participatie heeft plaatsgevonden. De Inspraakverordening zal daarom worden verbreed naar een participatieverordening, waarin de regioraad de wijze regelt waarop ingezetenen van de deelnemende gemeenten en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid van de Vervoerregio worden betrokken. Dit nieuwe artikel legt de grondslag vast voor een toekomstige door de regioraad vast te stellen participatieverordening.

M

Het kopje van artikel 16 wordt gewijzigd als volgt:

Bestaande tekst Artikel 16

N

Nieuwe tekst Artikel 16 Samenstelling bestuur

Toelichting

Na artikel 16 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Nieuwe tekst Artikel 16a Actieve informatieplicht tegenover raden

Toelichting Wijziging Wgr: In artikel 17 lid 2 en 3 Wgr is het recht op inlichtingen van de raden steviger in de Wgr verankerd. Het bestuur van de Gr moet de raden van de deelnemende

2

Anders dan voor gemeenten, provincies en waterschappen die, wanneer het wetsvoorstel Wet versterking participatie op decentraal niveau wordt aangenomen en in werking treedt, regels over participatie moeten vaststellen.

8

1. Het bestuur geeft de raden van de deelnemende gemeenten alle informatie die de raden nodig hebben voor de uitoefening van hun taken, waaronder in ieder geval de stukken voor de vergaderingen voor de regioraad. 2. Deze informatie wordt verstrekt door toezending aan de griffies van de raden van de deelnemende gemeenten, gelijktijdig met de toezending van de stukken aan de regioraad.

O

Het kopje van artikel 17 wordt gewijzigd als volgt:

Bestaande tekst Artikel 17

P

Toelichting Actualisatie: Op grond van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren hebben ambtenaren sinds 1 januari 2020 een arbeidsovereenkomst en zijn zij niet langer aangesteld. Deze bepaling is hiermee in overeenstemming gebracht, waarbij deze analoog aan artikel 13 lid 1 aanhef en onder o. van de Gemeentewet is geformuleerd.

Nieuwe tekst Artikel 19 Representativiteit

Toelichting

Nieuwe tekst Artikel 20 Aanwijzing leden regioraad

Toelichting

Het kopje van artikel 21 wordt gewijzigd als volgt:

Bestaande tekst Artikel 21

T

Nieuwe tekst Artikel 18 Onverenigbaarheid lidmaatschap regioraad Een lid van de regioraad is niet tevens ambtenaar in dienst van Vervoerregio Amsterdam of een aan Vervoerregio Amsterdam deelnemende gemeente of uit anderen hoofde ondergeschikt of werkzaam ten behoeve van Vervoerregio Amsterdam of een aan Vervoerregio Amsterdam deelnemende gemeente.

Het kopje van artikel 20 wordt gewijzigd als volgt:

Bestaande tekst Artikel 20

S

Toelichting

Het kopje van artikel 19 wordt gewijzigd als volgt:

Bestaande tekst Artikel 19

R

Nieuwe tekst Artikel 17 Samenstelling regioraad

Artikel 18 wordt gewijzigd als volgt:

Bestaande tekst Artikel 18 Het lidmaatschap van de regioraad is onverenigbaar met de betrekking van ambtenaar door of vanwege het bestuur van Vervoerregio Amsterdam of van een gemeente aangesteld of daaraan ondergeschikt.

Q

gemeenten alle inlichtingen geven die zij nodig hebben voor de uitoefening van hun taken, vergelijkbaar met de inlichtingenplicht die rust op het college van B&W op grond van artikel 169 van de Gemeentewet. De Gr moet een bepaling bevatten over de wijze waarop de inlichtingen worden verstrekt. Deze nieuwe bepaling legt de bestaande werkwijze vast. Vanuit verschillende gemeenten binnen de Vervoerregio is de wens naar voren gebracht de raden te informeren over belangrijke ontwikkelingen (terugblik en naar de toekomst toe), met een frequentie gekoppeld aan de regioraadsvergaderingen. De maandelijkse nieuwsbrief van de Vervoerregio, waarop iedereen zich via de website kan abonneren, komt hier (deels) al aan tegemoet. Streven is deze uit te breiden met een termijnagenda voor vergaderingen van het bestuur van de Vervoerregio.

Nieuwe tekst Artikel 21 Tussentijdse aanwijzing

Toelichting

Nieuwe tekst [Vervallen]

Toelichting Actualisatie:

Artikel 22 vervalt:

Bestaande tekst Artikel 22

9

Indien de aanwijzing van een lid van de regioraad tussentijds niet meer in overeenstemming is met artikel 17, eerste lid, van de regeling wijst c.q. wijzen de raad c.q. de raden van de desbetreffende gemeente(n), zo spoedig mogelijk een nieuw lid aan.

Dit artikel kan komen te vervallen omdat het op gespannen voet staat met artikel 17 lid 4 Gr. Op grond van deze bepaling is artikel 8, tweede lid, van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing. Deze bepaling uit de Gemeentewet regelt dat vermeerdering of vermindering van het aantal leden van de raad, voortvloeiende uit wijziging van het aantal inwoners van de gemeente, pas intreedt bij de eerstvolgende periodieke verkiezing van de raad. Analoge toepassing van deze bepaling uit de Gemeentewet betekent dus dat vermeerdering of vermindering van het aantal leden van de regioraad als gevolg van een wijziging van het aantal inwoners in de deelnemende gemeenten steeds na de gemeenteraadsverkiezingen plaatsvindt, wanneer de leden van de regioraad door de nieuwe raden uit hun midden worden aangewezen (zie artikel 17 Gr). Dit vindt dus niet tussentijds, gedurende een bestuursperiode, plaats.

U

Het kopje van artikel 24 wordt gewijzigd als volgt:

Bestaande tekst Artikel 24

V

Nieuwe tekst Artikel 24 Eindigen lidmaatschap regioraad

Toelichting

Artikel 25 wordt gewijzigd als volgt:

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Toelichting

Artikel 25 1. Een lid van de regioraad kan te allen tijde ontslag nemen. Hij deelt dit mede aan de voorzitter. Deze geeft hiervan onverwijld kennis aan de raad van de gemeente, die hem heeft aangewezen. 2. Hij, die zijn ontslag heeft genomen, blijft zijn functie waarnemen, totdat zijn opvolger is benoemd en deze de benoeming heeft aanvaard. 3. Hij, die ophoudt lid of voorzitter te zijn van de raad van een deelnemende gemeente, houdt tevens op lid te zijn van de

Artikel 25 Ontslag 1. Een lid van de regioraad kan te allen tijde ontslag nemen. Het lid deelt dit mede aan de voorzitter. Deze geeft hiervan onverwijld kennis aan de raad van de gemeente, die het lid heeft aangewezen. 2. Het lid, dat zijn ontslag heeft genomen, blijft zijn functie waarnemen, totdat zijn opvolger is benoemd en deze de benoeming heeft aanvaard. 3. Een gemeenteraad kan een door hem aangewezen lid tussentijds ontslaan als diegene het vertrouwen van de

Redactioneel: Lid 3: dit lid kan hier komen te vervallen omdat sprake is van een dubbeling met artikel 20 lid 3 Gr.

10

regioraad, het dagelijks bestuur of een commissie. 4. Een gemeenteraad kan een door hem aangewezen lid tussentijds ontslaan als die het vertrouwen van de gemeenteraad niet meer bezit. Daarbij wordt gehandeld overeenkomstig de artikelen 49 en 50 van de Gemeentewet.

W

Het kopje van artikel 26 wordt gewijzigd als volgt:

Bestaande tekst Artikel 26

X

Nieuwe tekst Artikel 27 Geheimhouding

Toelichting

Nieuwe tekst Artikel 28 Stemgewicht

Toelichting

Het kopje van artikel 29 wordt gewijzigd als volgt:

Bestaande tekst Artikel 29

AA

Toelichting

Het kopje van artikel 28 wordt gewijzigd als volgt:

Bestaande tekst Artikel 28

Z

Nieuwe tekst Artikel 26 Vergaderorde regioraad

Het kopje van artikel 27 wordt gewijzigd als volgt:

Bestaande tekst Artikel 27

Y

gemeenteraad niet meer bezit. Daarbij wordt gehandeld overeenkomstig de artikelen 49 en 50 van de Gemeentewet.

Nieuwe tekst Artikel 29 Vergoeding leden regioraad

Toelichting

Artikel 30 wordt gewijzigd als volgt:

Bestaande tekst Artikel 30 De regioraad bepaalt de wijze waarop openbare bekendmakingen als bedoeld in deze regeling plaatsvinden.

Nieuwe tekst Artikel 30 Bekendmakingen De regioraad wijst de functionaris(sen) aan die bevoegd zijn besluiten van het bestuur van Vervoerregio Amsterdam bekend te maken.

11

Toelichting Redactioneel: In dit artikel is verduidelijkt dat de regioraad bepaalt wie bevoegd zijn besluiten bekend te maken. De wijze waarop besluit bekend worden gemaakt volgt uit de Algemene wet bestuursrecht en de Bekendmakingswet. Overigens heeft de regioraad deze bevoegdheid in het Mandaatbesluit regioraad Vervoerregio Amsterdam 2020 gemandateerd aan het dagelijks bestuur.

BB

Het kopje van artikel 31 wordt gewijzigd als volgt:

Bestaande tekst Artikel 31

CC

Nieuwe tekst Artikel 34 Aanwijzing leden dagelijks bestuur

Toelichting

Nieuwe tekst Artikel 35 Vervanging lid dagelijks bestuur en voorzitter

Toelichting

Nieuwe tekst Artikel 36 Vergaderorde dagelijks bestuur

Toelichting

Het kopje van artikel 37 wordt gewijzigd als volgt:

Bestaande tekst Artikel 37

II

Toelichting

Het kopje van artikel 36 wordt gewijzigd als volgt:

Bestaande tekst Artikel 36

HH

Nieuwe tekst Artikel 33 Samenstelling dagelijks bestuur

Het kopje van artikel 35 wordt gewijzigd als volgt:

Bestaande tekst Artikel 35

GG

Toelichting

Het kopje van artikel 34 wordt gewijzigd als volgt:

Bestaande tekst Artikel 34

FF

Nieuwe tekst Artikel 32 Bevoegdheden regioraad

Het kopje van artikel 33 wordt gewijzigd als volgt:

Bestaande tekst Artikel 33

EE

Toelichting

Het kopje van artikel 32 wordt gewijzigd als volgt:

Bestaande tekst Artikel 32

DD

Nieuwe tekst Artikel 31 Informatie- en verantwoordingsplicht regioraad aan raden

Nieuwe tekst Artikel 37 Vergoeding leden dagelijks bestuur

Toelichting

Artikel 38 wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst Artikel 38 1. Aan het dagelijks bestuur is opgedragen:

Nieuwe tekst Artikel 38 Taken en bevoegdheden dagelijks bestuur

12

Toelichting Actualisatie: Lid 1f: op grond van artikel 33b lid 2 Wgr is het dagelijks bestuur hiertoe

a. het voorbereiden van alles waarover in de vergadering van de regioraad zal worden beraadslaagd en besloten; b. het uitvoeren van de besluiten van de regioraad; c. het beheer van de inkomsten en uitgaven van Vervoerregio Amsterdam; d. de zorg, voor zover niet aan anderen opgedragen voor de controle op het geldelijk beheer en de boekhouding; e. tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van Vervoerregio Amsterdam te besluiten, met uitzondering van privaatrechtelijke rechtshandelingen als bedoeld in artikel 12; f. het nemen van alle conservatoire maatregelen, ook alvorens is besloten tot het voeren van een rechtsgeding en het doen van alles, wat nodig is ter voorkoming van verjaring en verlies van recht of bezit; het bezit daartoe de wettelijke bevoegdheden, artikel 160 van de Gemeentewet is van toepassing; g. namens Vervoerregio Amsterdam, het dagelijks bestuur of de regioraad te besluiten rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij de regioraad, voor zover het de regioraad aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist; h.

het, binnen het raam van de door de regioraad vastgestelde formatie van het personeel van Vervoerregio Amsterdam, te werk stellen, het schorsen en ontslaan van personeel in dienst van Vervoerregio Amsterdam, een en ander behoudens het bepaalde in artikel 49 van de regeling en verder voor zover de regioraad zich de desbetreffende bevoegdheden niet heeft voorbehouden; i. het vaststellen van regels over de ambtelijke organisatie van Vervoerregio Amsterdam; j. het houden van een gedurig toezicht op al wat Vervoerregio Amsterdam aangaat; k. het voorstaan van de belangen van Vervoerregio Amsterdam bij hogere overheden en andere instellingen, diensten of personen, waarmee contact voor Vervoerregio Amsterdam van belang is. 2. Het dagelijks bestuur oefent, indien de regioraad daartoe besluit en naar door deze te stellen regels, alsmede met inachtneming van het bepaalde in artikel 33 van de wet, de aan de

1. Aan het dagelijks bestuur is opgedragen: a. het voorbereiden van alles waarover in de vergadering van de regioraad zal worden beraadslaagd en besloten; b. het uitvoeren van de besluiten van de regioraad; c. het beheer van de inkomsten en uitgaven van Vervoerregio Amsterdam; d. de zorg, voor zover niet aan anderen opgedragen voor de controle op het geldelijk beheer en de boekhouding; e. tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van Vervoerregio Amsterdam te besluiten, met uitzondering van privaatrechtelijke rechtshandelingen als bedoeld in artikel 12; f. het nemen van alle conservatoire maatregelen, ook alvorens is besloten tot het voeren van een rechtsgeding en het doen van alles, wat nodig is ter voorkoming van verjaring en verlies van recht of bezit; g. namens Vervoerregio Amsterdam, het dagelijks bestuur of de regioraad te besluiten rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij de regioraad, voor zover het de regioraad aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist; h.

het, binnen het raam van de door de regioraad vastgestelde formatie van het personeel van Vervoerregio Amsterdam, te werk stellen, het schorsen en ontslaan van personeel in dienst van Vervoerregio Amsterdam, een en ander behoudens het bepaalde in artikel 49 van de regeling en verder voor zover de regioraad zich de desbetreffende bevoegdheden niet heeft voorbehouden; i. het vaststellen van regels over de ambtelijke organisatie van Vervoerregio Amsterdam; j. het houden van een gedurig toezicht op al wat Vervoerregio Amsterdam aangaat; k. het voorstaan van de belangen van Vervoerregio Amsterdam bij hogere overheden en andere instellingen, diensten of personen, waarmee contact voor Vervoerregio Amsterdam van belang is. 2. Het dagelijks bestuur oefent, indien de regioraad daartoe besluit en naar door deze te stellen regels, alsmede met inachtneming van het bepaalde in artikel 33 van de wet, de aan de

13

bevoegd. Deze zinsnede kan daarom komen te vervallen.

regioraad toekomende bevoegdheden uit, met uitzondering van: a. het vaststellen en wijzigen van de begroting; b. het vaststellen van de jaarrekening; c. vervallen; d. vervallen.

JJ

Het kopje van artikel 39 wordt gewijzigd als volgt:

Bestaande tekst Artikel 39

KK

Nieuwe tekst Artikel 40 Informatie- en verantwoordingsplicht dagelijks bestuur aan regioraad

Toelichting

Nieuwe tekst Artikel 41 Jaarverslag

Toelichting

Artikel 42 wordt gewijzigd als volgt:

Bestaande tekst Artikel 42 1. De regioraad wijst uit zijn midden een voorzitter aan van Vervoerregio Amsterdam. 2. Bij verhindering of ontstentenis van de voorzitter wordt hij vervangen door een door het dagelijks bestuur uit zijn midden aan te wijzen lid.

NN

Toelichting

Het kopje van artikel 41 wordt gewijzigd als volgt:

Bestaande tekst Artikel 41

MM

Nieuwe tekst Artikel 39 Medebewind

Het kopje van artikel 40 wordt gewijzigd als volgt:

Bestaande tekst Artikel 40

LL

regioraad toekomende bevoegdheden uit, met uitzondering van: a. het vaststellen en wijzigen van de begroting; b. het vaststellen van de jaarrekening.

Nieuwe tekst Artikel 42 Aanwijzing voorzitter Vervoerregio Amsterdam 1. De regioraad wijst uit zijn midden het lid van het dagelijks bestuur afkomstig uit de gemeente Amsterdam als voorzitter van Vervoerregio Amsterdam aan. 2. Bij verhindering of ontstentenis van de voorzitter wordt deze vervangen door een door het dagelijks bestuur uit zijn midden aan te wijzen lid.

Toelichting Actualisatie: Lid 1: voorheen bepaalde de Gr dat de regioraad uit zijn midden de burgemeester van Amsterdam tot voorzitter van de Vervoerregio aanwijst. Onbedoeld is bij een eerdere wijziging van de Gr komen te vervallen dat de voorzitter van de Vervoerregio afkomstig is uit Amsterdam. Dit wordt door aanpassing van dit lid hersteld. Daarbij wordt aangesloten bij de huidige praktijk dat het lid van het dagelijks bestuur afkomstig uit de gemeente Amsterdam als voorzitter wordt aangewezen, en niet langer de burgemeester van Amsterdam.

Het kopje van artikel 43 wordt gewijzigd als volgt:

Bestaande tekst Artikel 43

Nieuwe tekst Artikel 43 Voorzitter dagelijks bestuur

14

Toelichting

OO

Het kopje van artikel 44 wordt gewijzigd als volgt:

Bestaande tekst Artikel 44

PP

Nieuwe tekst Artikel 45 Taken en bevoegdheden voorzitter 1. De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van de regioraad en het dagelijks bestuur. 2. De voorzitter tekent de stukken, die van de regioraad en het dagelijks bestuur uitgaan. 3. De voorzitter vertegenwoordigt Vervoerregio Amsterdam in en buiten rechte. De voorzitter kan deze vertegenwoordiging aan een door hem aan te wijzen gemachtigde opdragen. 4. Indien de voorzitter behoort tot het bestuur van een deelnemende gemeente die partij is in een geding of bij een buitengerechtelijke rechtshandeling, waarbij Vervoerregio Amsterdam is betrokken, oefent een ander door het dagelijks bestuur aan te wijzen lid van dat bestuur die bevoegdheid uit.

Toelichting

Het kopje van artikel 46 wordt gewijzigd als volgt:

Bestaande tekst Artikel 46

RR

Toelichting

Artikel 45 wordt gewijzigd als volgt:

Bestaande tekst Artikel 45 1. De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van de regioraad en het dagelijks bestuur. 2. Hij tekent de stukken, die van de regioraad en het dagelijks bestuur uitgaan. 3. De voorzitter vertegenwoordigt Vervoerregio Amsterdam in en buiten rechte. Hij kan deze vertegenwoordiging aan een door hem aan te wijzen gemachtigde opdragen. 4. Indien hij behoort tot het bestuur van een deelnemende gemeente die partij is in een geding of bij een buitengerechtelijke rechtshandeling, waarbij Vervoerregio Amsterdam is betrokken, oefent een ander door het dagelijks bestuur aan te wijzen lid van dat bestuur die bevoegdheid uit.

QQ

Nieuwe tekst Artikel 44 Vergoeding voorzitter

Nieuwe tekst Artikel 46 Informatie- en verantwoordingsplicht voorzitter aan regioraad

Toelichting

Artikel 47 wordt gewijzigd als volgt:

Bestaande tekst Artikel 47 Commissies 1. De regioraad kan commissies van advies en/of commissies met het oog op de behartiging van bepaalde belangen instellen. 2. Ten aanzien van commissies wordt artikel 24, onderscheidenlijk artikel 25 van de wet toegepast.

Nieuwe tekst Artikel 47 Commissies 1. De regioraad kan commissies van advies en/of commissies met het oog op de behartiging van bepaalde belangen instellen. 2. Ten aanzien van commissies wordt artikel 24, artikel 24a, onderscheidenlijk artikel 25 van de wet toegepast.

15

Toelichting Wijziging Wgr: Lid 2: artikel 24a Wgr introduceert de mogelijkheid voor het instellen van een gemeenschappelijke adviescommissie waar raadsleden van de deelnemende gemeenten zitting in hebben. Een gemeenschappelijke adviescommissie kan de raden of de regioraad adviseren, maar heeft geen (formele) rol in het besluitvormingsproces. Indien alle raden van de deelnemende gemeenten besluiten tot het

instellen van een gemeenschappelijke adviescommissie, moet de regioraad – gehoorde hebbende de raden - de taken, bevoegdheden en werkwijze van de commissie regelen.

SS

Artikel 48, eerste lid, wordt gewijzigd als volgt:

Bestaande tekst Artikel 48 Portefeuillehoudersoverleg 1. Voor het in artikel 4 van de regeling genoemde belang en voorts voor daartoe door de regioraad te bepalen belangen, kan een overleg bestaan van portefeuillehouders van de deelnemende gemeenten en/of vertegenwoordigers van samenwerkingsverbanden van deelnemende gemeenten, genaamd: portefeuillehouder overleg.

TT

Nieuwe tekst Artikel 48 Portefeuillehoudersoverleg 1. Voor het in artikel 4 van de regeling genoemde belang en voorts voor daartoe door de regioraad te bepalen belangen, kan een overleg bestaan van portefeuillehouders van de deelnemende gemeenten en/of vertegenwoordigers van samenwerkingsverbanden van deelnemende gemeenten, genaamd: portefeuillehoudersoverleg.

Toelichting

Artikel 49 wordt gewijzigd als volgt:

Bestaande tekst Artikel 49 1. Vervoerregio Amsterdam heeft een ambtelijk apparaat, aan het hoofd waarvan een secretaris staat. 2. De regioraad beslist omtrent benoeming, schorsing en ontslag van de secretaris. 3. De regioraad kan voor de secretaris een instructie vaststellen. 4. De secretaris staat de regioraad, het dagelijks bestuur en de voorzitter, alsmede de door hen ingestelde commissies en de portefeuillehouders overleggen bij de uitoefening van hun taak terzijde. Hij is in de vergaderingen van de regioraad en het dagelijks bestuur aanwezig. 5. De regioraad regelt de vervanging van de secretaris. 6. Alle stukken uitgaande van de regioraad en het dagelijks bestuur worden door de secretaris mede ondertekend. 7. De regioraad regelt de bezoldiging van de secretaris. 8. Hoofdstuk VII van de Gemeentewet is op de secretaris van overeenkomstige toepassing, voor zover de voorgaande bepalingen niet

Nieuwe tekst Artikel 49 Secretaris-directeur, personeel Vervoerregio Amsterdam 1. Vervoerregio Amsterdam heeft een ambtelijk apparaat, aan het hoofd waarvan een secretaris-directeur staat. 2. De regioraad beslist over benoeming, schorsing en ontslag van de secretaris-directeur. 3. De regioraad kan voor de secretarisdirecteur een instructie vaststellen. 4. De secretaris-directeur staat de regioraad, het dagelijks bestuur en de voorzitter, alsmede de door hen ingestelde commissies en de portefeuillehoudersoverleggen bij de uitoefening van hun taak terzijde. De secretaris-directeur is in de vergaderingen van de regioraad en het dagelijks bestuur aanwezig. 5. De regioraad regelt de vervanging van de secretaris-directeur. 6. Alle stukken uitgaande van de regioraad en het dagelijks bestuur worden door de secretaris-directeur mede ondertekend. 7. De regioraad regelt de bezoldiging van de secretaris-directeur.

16

Toelichting Actualisatie: - Het hoofd van het ambtelijk apparaat van de Vervoerregio wordt al enige tijd aangeduid als ‘secretaris-directeur’. - Lid 10: op grond van artikel 33b lid 1 onder c. van de Wgr en artikel 38 lid 1 van de Gr ligt de bevoegdheid tot het stellen van regels over de ambtelijke organisatie van de Vervoerregio bij het dagelijks bestuur, en niet bij de regioraad. Lid 10 komt daarom te vervallen.

reeds voorzien in het in dat hoofdstuk geregelde. 9. Het overige personeel wordt tewerkgesteld, geschorst en ontslagen door het dagelijks bestuur. 10. De regioraad stelt een verordening vast omtrent de ambtelijke organisatie. 11. De regioraad stelt de arbeidsvoorwaarden voor het personeel vast. 12. Vervallen.

UU

8. Hoofdstuk VII van de Gemeentewet is op de secretaris-directeur van overeenkomstige toepassing, voor zover de voorgaande bepalingen niet reeds voorzien in het in dat hoofdstuk geregelde. 9. Het overige personeel wordt tewerkgesteld, geschorst en ontslagen door het dagelijks bestuur. 10. De regioraad stelt de arbeidsvoorwaarden voor het personeel vast.

Artikel 50 wordt gewijzigd als volgt:

Bestaande tekst Artikel 50 1. Op initiatief van een van de bestuursorganen van een gemeente of van Vervoerregio Amsterdam kan: a. uitbreiding van het belang als bedoeld in artikel 4 van de regeling; b. verandering in bevoegdheden als bedoeld in artikel 6 van de regeling; c. overdracht van nieuwe gemeentelijke bevoegdheden als bedoeld in artikel 7 van de regeling plaatsvinden. 2. Het dagelijks bestuur pleegt daartoe overleg met alle colleges en eventueel met andere daarvoor in aanmerking komende besturen, instellingen, diensten en personen. 3. Het dagelijks bestuur legt de in het eerste lid bedoelde uitbreiding van het belang dan wel verandering in bevoegdheden vast in een ontwerpwijziging van de regeling. Artikel 67 van de regeling vindt daarbij toepassing. 4. Ingeval van overdracht van een nieuwe gemeentelijke bevoegdheid met daarbij behorende overige bevoegdheden wordt deze opgenomen in een overdrachtsregeling welke aan de betrokken bestuursorganen van de deelnemende gemeenten wordt voorgelegd. 5. De voorstellen vermelden in elk geval voor welke gemeenten de overdrachtsregeling zal gelden, alsmede de wijze van kostenverdeling en bevat een bepaling over het al dan niet deelnemen aan stemmingen, voortvloeiende uit de overdrachtsregeling voor leden, afkomstig uit niet aan de

Nieuwe tekst Artikel 50 Uitbreiding belangen, verandering en overdracht bevoegdheden 1. Op initiatief van een van de bestuursorganen van een gemeente of van Vervoerregio Amsterdam kan: a. uitbreiding van het belang als bedoeld in artikel 4 van de regeling plaatsvinden; b. verandering in bevoegdheden als bedoeld in artikel 6 van de regeling plaatsvinden; c. overdracht van nieuwe gemeentelijke bevoegdheden als bedoeld in artikel 7 van de regeling plaatsvinden. 2. Het dagelijks bestuur pleegt daartoe overleg met alle colleges en eventueel met andere daarvoor in aanmerking komende besturen, instellingen, diensten en personen. 3. Het dagelijks bestuur legt de in het eerste lid bedoelde uitbreiding van het belang dan wel verandering in bevoegdheden vast in een ontwerpwijziging van de regeling. Artikel 67 van de regeling is daarbij van toepassing. 4. Ingeval van overdracht van een nieuwe gemeentelijke bevoegdheid met daarbij behorende overige bevoegdheden wordt deze opgenomen in een overdrachtsregeling welke aan de betrokken bestuursorganen van de deelnemende gemeenten wordt voorgelegd. 5. De voorstellen vermelden in elk geval voor welke gemeenten de overdrachtsregeling zal gelden, alsmede de wijze van kostenverdeling en bevat een bepaling over het al dan

17

Toelichting

overdrachtsregeling deelnemende gemeente(n). 6. De regioraad beslist over aanvaarding van een door gemeenten overgedragen bevoegdheid en regelt de daaruit voortvloeiende gevolgen, de financiële en personele daaronder begrepen. 7. Indien de bestuursorganen van een deelnemende gemeente van mening zijn dat een overdracht als bedoeld in dit artikel voor hun gemeente ongedaan moet worden gemaakt, wenden zij zich met een gemotiveerd verzoek tot de regioraad. 8. De regioraad beslist omtrent dit verzoek. Deze beslissing wordt met redenen omkleed ter kennis gebracht van de betrokken gemeente. 9. Bij inwilliging van het verzoek, regelt de regioraad, de gevolgen van het in het vorige lid bedoelde besluit, de financiële gevolgen daaronder begrepen. 10. Bij wijziging van een overdrachtsregeling vindt artikel 67 van de regeling toepassing.

VV

niet deelnemen aan stemmingen, voortvloeiende uit de overdrachtsregeling voor leden, afkomstig uit niet aan de overdrachtsregeling deelnemende gemeente(n). 6. De regioraad beslist over aanvaarding van een door gemeenten overgedragen bevoegdheid en regelt de daaruit voortvloeiende gevolgen, de financiële en personele daaronder begrepen. 7. Indien de bestuursorganen van een deelnemende gemeente van mening zijn dat een overdracht als bedoeld in dit artikel voor hun gemeente ongedaan moet worden gemaakt, wenden zij zich met een gemotiveerd verzoek tot de regioraad. 8. De regioraad beslist over dit verzoek. Deze beslissing wordt met redenen omkleed ter kennis gebracht van de betrokken gemeente. 9. Bij inwilliging van het verzoek, regelt de regioraad, de gevolgen van het in het vorige lid bedoelde besluit, de financiële gevolgen daaronder begrepen. 10. Bij wijziging van een overdrachtsregeling is artikel 67 van de regeling van toepassing.

Artikel 51 wordt gewijzigd als volgt:

Bestaande tekst Artikel 51 1. De raden, de colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters van de deelnemende gemeenten doen het dagelijks bestuur mededeling van bij hen in voorbereiding zijnde maatregelen en plannen, die voor de taakvervulling van Vervoerregio Amsterdam van belang zijn. 2. De in het eerste lid genoemde bestuursorganen kunnen over bij hen in voorbereiding zijnde maatregelen en plannen, die voor de taakvervulling van Vervoerregio Amsterdam van belang zijn het gevoelen vragen van het betrokken bestuursorgaan van Vervoerregio Amsterdam. 3. De bestuursorganen van Vervoerregio Amsterdam kunnen hun zienswijze omtrent maatregelen en plannen als bedoeld in het eerste lid,

Nieuwe tekst Artikel 51 Mededelingsplicht gemeenten 1. De raden, de colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters van de deelnemende gemeenten doen het dagelijks bestuur mededeling van bij hen in voorbereiding zijnde maatregelen en plannen, die voor de taakvervulling van Vervoerregio Amsterdam van belang zijn. 2. De in het eerste lid genoemde bestuursorganen kunnen over bij hen in voorbereiding zijnde maatregelen en plannen, die voor de taakvervulling van Vervoerregio Amsterdam van belang zijn een zienswijze vragen van het betrokken bestuursorgaan van Vervoerregio Amsterdam. 3. De bestuursorganen van Vervoerregio Amsterdam kunnen hun zienswijze over maatregelen en plannen als bedoeld in het eerste lid,

18

Toelichting

ook ongevraagd aan het betrokken gemeentebestuur kenbaar maken. 4. De in het eerste lid genoemde bestuursorganen zijn verplicht te voldoen aan een verzoek van de bestuursorganen van Vervoerregio Amsterdam inlichtingen te verschaffen omtrent plannen en maatregelen die voor Vervoerregio Amsterdam van belang zijn.

WW

Het kopje van artikel 52 wordt gewijzigd als volgt:

Bestaande tekst Artikel 52

XX

ook ongevraagd aan het betrokken gemeentebestuur kenbaar maken. 4. De in het eerste lid genoemde bestuursorganen zijn verplicht te voldoen aan een verzoek van de bestuursorganen van Vervoerregio Amsterdam inlichtingen te verschaffen over plannen en maatregelen die voor Vervoerregio Amsterdam van belang zijn.

Nieuwe tekst Artikel 52 Financiële verordening

Toelichting

Artikel 53 wordt gewijzigd als volgt:

Bestaande tekst Artikel 53 1. Het dagelijks bestuur zendt voor 15 april van het jaar voorafgaande aan dat jaar waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening aan de raden van de deelnemende gemeenten. 2. De regioraad stelt jaarlijks vóór 1 augustus de begroting vast voor het eerstvolgende begrotingsjaar. 3. Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval voor 1 augustus, aan gedeputeerde staten.

Nieuwe tekst Artikel 53 Begroting 1. Het dagelijks bestuur zendt vóór 30 april van het jaar voorafgaande aan dat jaar waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening aan de raden van de deelnemende gemeenten. 2. De regioraad stelt jaarlijks de begroting vast voor het eerstvolgende begrotingsjaar. Alvorens hiertoe over te gaan wordt de procedure als omschreven in artikel 35 van de wet gevolgd. 3. Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 september, aan gedeputeerde staten.

Toelichting Wijziging Wgr: Om gemeenteraden meer positie te geven in de begrotingscyclus van een gemeenschappelijke regeling zijn in de Wgr de termijnen voor de indiening van de kadernota, ontwerpbegroting en begroting aangepast, zie artikel 34 lid 2, artikel 34b, artikel 35 lid 1 en lid 4 Wgr. De begrotingscyclus van gemeenschappelijke regelingen sluit daardoor beter aan op die van gemeenten, waardoor het voor gemeenteraden makkelijker wordt te overzien wat de gevolgen zijn van uitgaven aan regelingen voor de eigen gemeente. Ook krijgen gemeenteraden langer de tijd om een zienswijze op de conceptbegroting van een regeling te geven en ontvangen zij de kadernota later. Concreet betekent dit voor de begrotingscyclus van de Vervoerregio: - het dagelijks bestuur moet de kadernota vóór 30 april aan de gemeenteraden toezenden (in plaats van 15 april voorheen); - het dagelijks bestuur moet de begroting uiterlijk 15 september aan gedeputeerde staten toezenden (in plaats van 1 augustus voorheen); -het dagelijks bestuur moet de ontwerpbegroting uiterlijk 12 weken voor aanbieden aan het algemeen bestuur aan de gemeenteraden toezenden (in plaats van 8 weken

19

voorheen); de raden kunnen een zienswijze naar voren brengen. -het dagelijks bestuur moet de gemeenteraden voorafgaand aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis stellen van zijn oordeel over de zienswijzen. - Lid 1-3: de data en termijnen in artikel 53 Gr zijn in overeenstemming gebracht met de gewijzigde Wgr. Tevens is een verwijzing opgenomen naar de zienswijzeprocedure in de Wgr. -Lid 3: er is voor gekozen geen datum voor vaststelling van de begroting op te nemen in verband met de wettelijke termijnen (de vervallen datum van 1 augustus is niet haalbaar gelet op de wettelijke termijn van 12 weken tussen het moment van het vragen van een zienswijze aan de raden over de ontwerpbegroting en het aanbieden van de begroting aan de regioraad). In plaats daarvan wordt jaarlijks de planning voor de begrotingscyclus aan de gemeenten verstrekt door middel van het Spoorboekje P & C cyclus 20XX. Dit sluit aan bij de behoefte zoals door verschillende gemeenten naar voren gebracht. Zij hebben aangegeven graag een schema te ontvangen met daarin opgenomen de aanleverdata van stukken en data van de in te leveren zienswijze, waarbij rekening wordt gehouden met gangbare recesperioden.

YY

Het kopje van artikel 54 wordt gewijzigd als volgt:

Bestaande tekst Artikel 54

ZZ

Nieuwe tekst Artikel 54 Garantie geldleningen

Toelichting

Artikel 56 wordt gewijzigd als volgt:

Bestaande tekst Artikel 56 Met betrekking tot wijziging van de begroting zijn de voorgaande artikelen zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing met uitzondering van genoemde data in artikel 53 van de regeling.

Nieuwe tekst Artikel 56 Begrotingswijziging Met betrekking tot wijziging van de begroting is de zienswijzeprocedure als omschreven in artikel 35, eerste, derde en vierde lid, van de wet van toepassing. Van de zienswijzeprocedure zijn uitgezonderd begrotingswijzigingen

20

Toelichting Actualisatie: De zienswijzeprocedure voor de begroting geldt ook voor begrotingswijzigingen, tenzij gebruik wordt gemaakt van mogelijkheid van artikel 35 lid 6 Wgr om bepaalde categorieën begrotingswijzigingen hiervan uit te zonderen. De aanpassing van artikel 56 sluit aan bij de huidige werkwijze.

die niet leiden tot een gewijzigde bijdrage van de deelnemende gemeenten.

AAA

Artikel 58 wordt gewijzigd als volgt:

Bestaande tekst Artikel 58 1.Het dagelijks bestuur zendt de conceptjaarstukken (jaarverslag en jaarrekening) over het afgelopen kalenderjaar voor 15 april van het daaropvolgende jaar aan de raden van de gemeenten. 2.De raden van de gemeenten kunnen binnen twee maanden na toezending hun zienswijzen op de ontwerpjaarrekening kenbaar maken bij de regioraad. 3.Vaststelling van de jaarrekening strekt het dagelijks bestuur tot décharge, behoudens later in rechte gebleken valsheid in geschrift of andere omstandigheden. 4.Terstond na de vaststelling zendt de regioraad de jaarstukken ter kennisneming aan de raden van de gemeenten. 5.Het dagelijks bestuur zendt de jaarstukken, vergezeld van een accountantsverklaring en een verslag van bevindingen zoals bedoeld in artikel 213 van de Gemeentewet, binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval voor 15 juli van het jaar volgend op het jaar waarop de jaarstukken betrekking hebben, aan gedeputeerde staten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14102618/1