Bijlage 1.c Toelichting.pdf
Tekst van het document
Werkzaamheden die geluidshinder kunnen opleveren voor de omgeving, zoals lassen, slijpen en schuren, vinden uitsluitend in de (binnen)werkplaats plaats met gesloten deuren. De boot wordt daarvoor eerst de (binnen)werkplaats ingereden. Door de maximale lengte van 7 meter kunnen de deuren van de (binnen)werkplaats altijd worden gesloten. Bij grotere boten zou dat lastig worden maar dergelijke boten zijn ook niet aan de orde vanwege de afmetingen van de bootbokken en het gewicht dat deze bokken kunnen dragen. Daarnaast zijn grotere boten te zwaar voor de heftruck. De werkzaamheden in de (binnen)werkplaats leveren geen overlast op voor de omgeving. Dit blijkt ook uit de bestaande situatie aangezien deze werkzaamheden nu ook al worden uitgevoerd en er tot op heden geen meldingen van overlast zijn binnengekomen bij de Omgevingsdienst. Bij inpandige werkzaamheden in de werkplaats zal sprake zijn van een geluidniveau van 75 dB(A) gedurende de dagperiode.
Gemeente Amsterdam
blz. 62
Af beelding: zone uithijssen boten (zie blauwe v lak)
De jachthaven komt in het water van de Nieuwe Vaart waarbij de grenzen exact overeenkomen met de zone waar de werkvoorraad van de voormalige scheepswerf zich bevond. De positie van de jachthaven is zodanig dat deze de doorstroming van het verbindingswater tussen de Entrepotdoksluis en de Nieuwe Vaart niet zal belemmeren. De jachthaven krijgt in het water van de Nieuwe Vaart een omvang van circa 1.410m². De 30 ligplaatsen zullen te bereiken zijn via enkele steigers, welke aan steigerpalen zullen worden bevestigd. Alle ligplaatsen krijgen snelopladers voor alle soorten accu's. In de toekomst zal de jachthaven mogelijk nog iets uitbreiden maar dat is geen onderdeel van de huidige bestemmingsplanprocedure. Mocht de jachthaven in de toekomst uit gaan breiden dan zal daar een separate planologische procedure voor worden gevoerd. Over de situering en inrichting van de jachthaven vindt overleg plaats met Waternet. Voor de aanleg van de jachthaven zal tijdig een vergunning bij Waternet worden aangevraagd. 5.2.2
Ruimte voor woningbouw
Als de scheepswerf wordt omgezet naar een jachthaven en er niet langer sprake is van overlastgevende activiteiten ontstaat er ook ruimte om een bijdrage te leveren aan de grote woningbehoefte in Amsterdam. De gemeente heeft een voorkeur om op deze locatie sociale huurwoningen voor studenten en starters te realiseren en middenhuurwoningen voor senioren zodat dit deel van de binnenstad een meer gemengdere bevolkingssamenstelling krijgt. Het is daarbij ook wenselijk om de werffunctie en de werfbeleving van het plangebied te behouden door het werfterrein van de jachthaven zoveel mogelijk vrij te houden en het zicht vanaf de Hoogte Kadijk op het water van de Nieuwe Vaart te verbeteren. Dit kan worden bereikt door het werfterrein van de jachthaven te overbouwen door een deel van de nieuwbouw op kolommen te realiseren. Op die manier vindt intensivering van de locatie plaats terwijl toch de werffunctie en werfbeleving zoveel mogelijk behouden blijft.
bestemmingsplan_Hoogte Kadijk 145B (ontwerp)
blz. 63
5.2.3
Nieuwbouw
Het karakter van de Entrepotdoksluis en omgeving is een belangrijk uitgangspunt bij de beoogde herontwikkeling van het plangebied. Met name het open karakter van het steeds breder wordende water, vanaf de brug richting Nieuwe Vaart gezien, is van essentieel belang. Door &Prast&Hooft is een studie verricht naar de cultuurhistorische ontwikkeling van het plangebied, de huidige bebouwing en het stedenbouwkundige ensemble (d.d. oktober 2019, zie bijlage 4). Op basis van de studie is voor de beoogde herontwikkeling van het plangebied uitgegaan van een tweetal volumes: een voorhuis aan de zijde van de Hoogte Kadijk en een langwerpig werfgebouw achter het voorhuis. Deze beide volumes worden gerealiseerd binnen de huidige structuur van inhammen waarbij het grootste volume (het werfgebouw) aan de kade wordt gesitueerd en het kleinere volume aan de zijde van de Hoogte Kadijk. Beide volumes zijn loodrecht op de kade en de dijk. Voor de beide volumes is vervolgens een bouwplan opgesteld.
Afbeelding: situatietekening nieuwbouw waarbij het voorhuis aan de zijde van de Hoogte Kadijk met een rode lijn is aangegeven en het werfgebouw met een oranje lijn (bron: &Prast&Hooft)
Het voorhuis is voorzien in de rooilijn van de Hoogte Kadijk en krijgt een breedte van circa 16 meter en een diepte van circa 16 meter. Het gebouw van voorhuis komt op een afstand van circa 5 meter van het bedrijfsverzamelgebouw op het perceel Hoogte Kadijk 143C-145A en zal bestaan uit drie bouwlagen, waarbij de begane grondlaag een bouwhoogte van minimaal 3,5 meter krijgt. De bouwhoogte van het voorhuis bedraagt maximaal 10 meter, gemeten vanaf het straatniveau van de Hoogte Kadijk. Aan weerszijden van het voorhuis komt een semi-transparant hekwerk met een hoogte van circa 2 meter. De oostelijke zijgevel van het voorhuis komt iets van de kade te liggen waarbij er een vrije ruimte van minimaal 1,3 meter overblijft. Gemeente Amsterdam
blz. 64
Afbeelding: gevelaanzicht van de beoogde nieuwbouw van het voorhuis met daarachter het werfgebouw, gezien vanaf de Hoogte Kadijk (bron: studie &Prast&Hooft)
In de begane grondlaag van het voorhuis komt de bedrijfswoning van de jachthaven met daarachter een servicecenter/werkplaats van 80 m² bvo. Het servicecenter/werkplaats zal worden gebruikt voor reparatie en onderhoud van de elektrische sloepen in de jachthaven en voor het ombouwen van boten met dieselmotoren naar een elektrische aandrijving dan wel het inbouwen van elektrische binnen- en buitenboordmotoren. Vanuit het servicecenter zal ook verkoop van elektrische binnen- en buitenboordmotoren plaatsvinden. In het voorhuis komen 4 appartementen in de bovengelegen bouwlagen. Het werfgebouw komt minimaal 8 meter achter het voorhuis en krijgt een breedte van circa 15 meter en een diepte van circa 42,5 meter. Het werfgebouw zal bestaan uit vijf bouwlagen op kolommen en onder meer een stijgpunt voor de toegang naar de verdiepingen. De omvang van deze kolommen en stijgpunten bedraagt maximaal 70 m². De bouwhoogte van het werfgebouw zal circa 20 meter bedragen, gemeten vanaf het straatpeil van de Hoogte Kadijk (dan wel circa 21,5 meter, gemeten ter hoogte van de hoofdtoegang van het werfgebouw op het schuin aflopende maaiveld). De liftopbouw krijgt een bouwhoogte van circa 20,5 meter, gemeten vanaf het straatpeil van de Hoogte Kadijk. Installaties zullen inpandig worden gerealiseerd.
Doordat het werfgebouw op kolommen wordt geplaatst zal er er een overbouwde werkplaats van de jachthaven ontstaan. Onder en rondom het werfgebouw wordt ook ruimte geboden voor parkeren door bezoekers van de jachthaven tijdens het vaarseizoen (maximaal 24 parkeerplaatsen) en het stallen van fietsen (140 fietsen). Onder het gebouw kunnen ook boten worden gestald voor kleine werkzaamheden. De vrije hoogte van de overbouwde werkplaats bedraagt minimaal 4,5 meter. In deze overbouwde zone is, behoudens het stijgpunt, de kolommen en een brandtrap, geen bebouwing voorzien.
bestemmingsplan_Hoogte Kadijk 145B (ontwerp)
blz. 65
Afbeelding: gevelaanzicht van de oostzijde van de beoogde nieuwbouw van het werfgebouw (bron: studie &Prast&Hooft)
Het werfgebouw zal op minimaal 2 meter afstand ten noordoosten van het bedrijfsverzamelgebouw aan de Hoogte Kadijk 143C-145A komen zodat tussen nog zicht mogelijk blijft tussen de dijk en het water van de Nieuwe Vaart. De afstand tussen het werfgebouw en het pakhuis ten zuidoosten (Hoogte Kadijk 143f) zal circa 19 meter worden, terwijl het werfgebouw op circa 28,5 meter ten westen van de kade van scheepswerf Museum 't Kromhout komt. De positionering en onderlinge afstand van het werfgebouw is zodanig dat sprake is van een ruimtelijke aanvaardbare situatie voor de naastgelegen percelen. Het werfgebouw is zodanig gepositioneerd dat een deel van de noordoostelijke kop over het water op de hoek van het Entrepotdok en de Nieuwe Vaart hangt, ter plaatse van de hellingbaan van de voormalige scheepswerf. Het werfgebouw blijft binnen de schuine lijn van de lange kademuur van de Entrepotsdoksluis terwijl de hellingbaan op de hoek van de Entrepotdoksluis en de Nieuwe Vaart behouden blijft.
Gemeente Amsterdam
blz. 66
Afbeelding: impressies van de beoogde nieuwbouw (bron: studie &Prast&Hooft)
Afbeelding: impressies van de beoogde nieuwbouw (bron: studie &Prast&Hooft)
Het totale bebouwde oppervlak van het werfgebouw en het voorhuis bedraagt circa 880 m². De ruimte tussen de nieuwbouw en het kantoorgebouw Hoogte Kadijk 145a zal vrij blijven van bebouwing. 5.2.4
Programma
In de nieuwbouw is plek voor: een servicecenter/werkplaats van de jachthaven (circa 80 m² bvo), een bedrijfswoning (circa 125 m² gbo), 4 appartementen (waarvan 2 van elk circa 95 m² gbo en 2 van elk circa 90 m² gbo) en
bestemmingsplan_Hoogte Kadijk 145B (ontwerp)
blz. 67
individuele bergingen in het voorhuis; 79 studio's voor studenten en starters (van elk circa 22 m² gbo), 9 appartementen voor senioren (waarvan elk circa 45 m² gbo) en bergingen in het werfgebouw. Een dergelijk programma leidt tot een intensivering van het plangebied maar de intensiteit als gevolg van het beoogde programma is passend binnen de Kadijken aangezien er meerdere gebouwen voorkomen met een wat intensiever programma (zie subparagraaf 5.1.2). De woningen in het werfgebouw worden gerealiseerd binnen het Hubstudios concept (www.hubstudios.nl). Dit particulier initiatief is al op diverse locaties in de stad gerealiseerd en is een concept van sociale woningbouw voor doelgroepen (jongeren en studenten) en goedkope vrije sector huurwoningen voor senioren. Om de juiste doelgroepen te kunnen blijven bedienen zal er voor worden gekozen te verhuren op basis van campuscontracten. Het is wel de bedoeling dat de bewoners rouleren. Voor senioren ligt dat anders. Deze woningen worden beter uitgerust en zijn groter en daarom meer geschikt voor langere huur. De woningen in het werfgebouw krijgen geen individuele buitenruimte maar op de 2e, 4e en 5e verdieping komen wel gemeenschappelijke buitenruimtes in de vorm van twee loggia's (20 m² per stuk) en een patio (14 m²). Deze gemeenschappelijke buitenruimtes bevinden zich aan de zijde van de zuidelijke kop van het werfgebouw.
Voor de bewoners komen 140 fietsparkeerplaatsen in een gezamenlijke fietsenstalling en de woningen in het voorhuis krijgen ieder een eigen berging die ook kan worden gebruikt voor het stallen van een fiets. Uitgangspunt voor de gezamenlijke fietsenstalling is minimaal 1,5 fietsparkeerplaats per studio (1 voor de bewoners en 0,5 voor bezoekers) en 2,5 fietsparkeerplaatsen per seniorenwoning (2 voor de bewoners en 0,5 parkeerplaatsen per bezoeker). De nieuwbouw wordt ecoproof gemaakt door de mogelijke toepassing van zonnepanelen, elektrisch koken/verwarmen, aardwarmteinstallatie (bodemlussen), etc. Momenteel wordt beoordeeld in hoeverre deze maatregelen haalbaar zijn maar zeker is dat de woningen gasloos worden. De maatregelen kunnen er toe leiden dat de hiervoor vermelde hoogtes van de gebouwen nog iets zullen worden aangepast. 5.2.5
Cultuurhistorische en stedenbouwkundige waarden
Bij de herontwikkeling van het plangebied is rekening gehouden met de ligging binnen het beschermd stadsgezicht en de bufferzone van het UNESCO gebied alsmede met de cultuurhistorische en stedenbouwkundige waarden als bedoeld in de kwaliteitstoets en de adviezen van MenA en CRK (zie ook paragraaf 4.4). Ligging binnen het beschermd stadsgezicht en de bufferzone van het UNESCO gebied Het project heeft betrekking op het wijzigen van de voormalige scheepswerf in een jachthaven met nieuwe bebouwing voor wonen en een werkplaats ten behoeve van de jachthaven. De nieuwe invulling van de locatie houdt rekening met het gemengde karakter van wonen en werken op het Kadijkseiland. De beoogde nieuwbouw op de locatie zal bestaan uit een laag gebouw aan de zijde van Hoogte Kadijk (voorhuis) en een hoger gebouw aan de zijde van de Nieuwe Vaart (werfgebouw). Deze beide volumes worden gerealiseerd binnen de huidige structuur van inhammen doordat het grootste volume (het werfgebouw) aan de waterzijde wordt gesitueerd met veel vrije ruimte rondom. Doordat bovendien het hogere gebouw over een deel van de kavel wordt gebouwd blijft zichtbaar dat de gehele kavel afloopt richting het water van de Nieuwe Vaart.
De nieuwbouw sluit aan op de bebouwingsstructuur van de noordelijke rand van De Kadijken waardoor er geen sprake zal zijn van nadelige gevolgen voor het beschermd stadsgezicht en de bufferzone van het UNESCO gebied. Gemeente Amsterdam
blz. 68
Cultuurhistorische en stedenbouwkundige waarden De bebouwing in het gebied rondom het plangebied is divers van aard. Zo zijn er historische pakhuizen, laagbouw arbeiderswoningen, blokken stadsvernieuwing en gesloten utilitaire gebouwen (zie ook de beschrijving in paragraaf 5.1.2). Aan de overzijde van de sluistoegang ligt de Kromhoutwerf, welke tot het monumentaal industrieel erfgoed behoort. In het plangebied staat momenteel een rommelige verzameling opstallen, geen van alle met bijzonder architectonische waarde. De bouwkundige staat van de bestaande bebouwing is matig tot slecht. De bebouwing die als gevolg van de herontwikkeling wordt toegevoegd sluit stedenbouwkundig aan bij de structuur van de Kadijken. De twee nieuwe volumes spelen in op de variatie aan bouwvolumes en de historische parcellering in de Kadijken doordat aan de Hoogte Kadijk een volume met een kleine korrelgrootte is voorzien (voorhuis) en aan de zijde van de Nieuwe Vaart een volume met een grote korrelgrootte (het werfgebouw). Het nieuwe werfgebouw heeft dezelfde schaal als de belendende pakhuizen en krijgt conceptueel gezien een industriële uitstraling, door detaillering en materialisering. Daarnaast zijn er, met name langs de Nieuwe Vaart, diverse gebouwen in de buurt met een vergelijkbare of grotere omvang/hoogte, zoals ook blijkt uit subparagraaf 5.1.2.
De omvang/hoogte van het werfgebouw past daarmee in het stedenbouwkundige ensemble. Ook biedt de omvang van het werfgebouw ruimte om voldoende woningen te kunnen realiseren. De beoogde woningaantallen zijn wenselijk vanwege de grote behoefte aan woningen in Amsterdam en om de beoogde herontwikkeling financieel haalbaar te maken. De korrel van het voorhuis aan de straatzijde is veel kleiner dan van het werfgebouw, waardoor het zich veel meer voegt in het huidige weefsel langs de Hoogte Kadijk. De toe te passen baksteen en de ritmiek van de expressief gedetailleerde gevelindeling passen eveneens goed bij de bestaande bebouwing in de omgeving. Door het voorhuis los te koppelen van de belending en alzijdig te ontwerpen en door het werfgebouw op te tillen, wordt het vanaf het dijklichaam naar het water toe aflopende terrein veel beter zichtbaar. Het aan de scheepswerfactiviteiten gerelateerde, aflopende achtererf met de hellingbaan en rails blijft zo behouden en herkenbaar. Het historisch ruimtelijk symmetrische beeld van het sluizencomplex wordt hierdoor hersteld terwijl ook de afschuining ten gevolge van de aanleg van de Entrepotdoksluis behouden blijft.
De ligging op de hoek van de Nieuwe Vaart en de Entrepotdoksluis, bij de - in haar huidige vorm uit 1903 daterende - brug 80, tegenover de historische scheepswerf 't Kromhout en met doorzichten naar de Nieuwe Vaart en de Oostenburgergracht met Oosterkerk wordt zodoende versterkt. Tenslotte krijgt ook de connectie met het water en het nautische karakter van het terrein hernieuwde aandacht door het voorhuis los te koppelen, het werfgebouw op te tillen en het onderliggende terrein grotendeels onbebouwd te laten. Er zullen daarbij geen vervuilende en lawaaierige scheepsreparatie-activiteiten meer plaatsvinden, maar wel het onderhoud aan milieuvriendelijke elektrische sloepen. De toekomstige activiteit is te beschouwen als een hedendaagse versie van de voormalige scheepswerf, maar dan zonder overlast voor omwonenden. 5.2.6
Vergroening
Het plangebied is met uitzondering van het water momenteel volledig verhard. De beoogde herontwikkeling biedt de kans om het plangebied te gaan vergroenen. In het plan voor de herontwikkeling is hier rekening mee gehouden door toepassing van onder meer de volgende maatregelen: Aanbrengen van klimplanten tegen de muur van het voorhuis en op de erfgrens met ; Aanleggen kruidentuin bij entree werfgebouw; Plaatsen van diverse bakken met heesters ten zuiden van het voorhuis;
bestemmingsplan_Hoogte Kadijk 145B (ontwerp)
blz. 69
Aanleg sedumdaken bij het voorhuis en het werfgebouw.
Een deel van deze maatregelen is weergegeven in de voorgaande impressies.
Gemeente Amsterdam
blz. 70
bestemmingsplan_Hoogte Kadijk 145B (ontwerp)
blz. 71
Hoofdstuk 6 6.1
Functionele beschrijving en uitgangspunten
Algemeen
Het plangebied maakt onderdeel uit van de Kadijkenbuurt in de oostelijke binnenstad. Als gevolg van de herontwikkeling zal het plangebied een gemengde invulling krijgen van een jachthaven met bijbehorend servicecenter/werkplaats en woningen. Een gemengde invulling is passend in de binnenstad, waar een verscheidenheid aan functies voorkomt. Het algemene beleid voor de functies in de binnenstad is gericht op het behouden, en waar mogelijk versterken van de functiemenging. Om die reden is in bestemmingsplannen voor de binnenstad het gebruik van gebouwen zo flexibel mogelijk gemaakt door aan (vrijwel) alle bebouwing de bestemming "Gemengd (GD)" te geven. In de gebouwen met deze bestemming zijn in principe alle soorten gebruik toegestaan. Echter, omdat een aantal soorten gebruik een ongewenste druk op het woon- en leefklimaat kan geven, worden een aantal functies in de bestemmingsplannen voor de binnenstad nader geregeld. Dat geldt bijvoorbeeld voor horeca. Daarnaast is op diverse bestuursniveaus (stadsdeel, gemeente, provincie en/of landelijk) algemeen beleid vastgesteld. Dat geldt bijvoorbeeld voor het gemeentelijk hasjbeleid en het hotelbeleid van de gemeente. Waar dat beleid (ruimtelijk) relevant is en voor zover dat beleid in het bestemmingsplan kan worden vertaald, is daarmee rekening gehouden in het bestemmingsplan.
Hieronder volgt per functie een beschrijving van de belangrijkste ontwikkelingen in de afgelopen jaren en de beleidsdoelstellingen die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen.
6.2
Wonen
Zoals hiervoor is aangegeven, maakt het plangebied onderdeel uit van een gemengd woonwerkgebied. De herontwikkeling leidt tot de toevoeging van nieuwe zelfstandige woonruimtes in het plangebied. De beleidslijn ten aanzien van wonen zoals ingezet bij andere bestemmingsplannen in de binnenstad wordt voortgezet. Binnen de bestemming 'Gemengd' is wonen overal toegestaan. Conform het nieuwe overnachtingsbeleid wordt short stay echter niet toegestaan in de woningen.
6.3
Kantoren
In de binnenstad van Amsterdam is niet alleen het aantal woningen en inwoners aanzienlijk toegenomen. Hetzelfde geldt voor het aantal kantoorvestigingen en de daarin werkzame personen. In de binnenstad zijn de afgelopen jaren niet-woonpanden omgezet in appartementen. De marktwerking, de gunstige prijsontwikkeling van (dure) appartementen in verhouding tot die van kantoren, is hier debet aan. Het blijkt in veel gevallen lucratief te zijn om kantoren en andere niet-woonfuncties om te zetten in appartementen omdat de afzetrisico's voor appartementen lager worden ingeschat dan die voor kantoren. Dit wil echter niet zeggen dat de verhuur als kantoorpand (al dan niet na renovatie) niet rendabel is. Naast de invulling als jachthaven met servicecenter/werkplaats behoort een gedeeltelijke invulling in de vorm van een kantoor- en/of bedrijfsruimte ook tot de mogelijkheden. Een dergelijke invulling past bij de algemene ontwikkelingen van schaalverkleining in kantoren en bedrijven. Ondanks de economische crisis sinds 2008 is de werkgelegenheid in de kantorensector in de binnenstad blijven toenemen. Ook het aantal vestigingen is toegenomen. Binnen de kantorensector laten 'zakelijke dienstverlening' en 'overige kantoren' een groei zien van zowel het aantal vestigingen als werkzame personen.
Gemeente Amsterdam
blz. 72
Kantoren zijn gelet op het voorgaande toegestaan in de eerste bouwlagen van de gebouwen binnen de bestemming 'Gemengd'.
6.4
Voorzieningen
De 'voorzieningen' omvatten een grote groep functies, waarbij onderscheid kan worden gemaakt naar (1) openbare voorzieningen en (2) bijzondere voorzieningen. Openbare voorzieningen Openbare voorzieningen richten zich veelal op de lokale bevolking. Zij kunnen zowel kleinschalig (buurt-, wijk- of stadsdeelniveau) als grootschaliger (stadsdeeloverschrijdend, stedelijk, en in een enkel geval ook van stadsoverschrijdend/regionaal niveau) zijn. Voorbeelden van kleinschalige(r) openbare voorzieningen zijn basis- en voortgezet onderwijs, centra voor gezondheidszorg, huisartsen, kinderopvang, opvang van bepaalde doelgroepen maar ook gemeentelijke instellingen en diensten zoals een Centrum voor Werk en Inkomen (CWI) of buurt- en wijkcentra. Voorbeelden van grootschalige(r) openbare voorzieningen zijn middelbaar- en hoger onderwijs, een centraal-stedelijk bestuur en gemeentelijke diensten zoals een stadhuis, het hoofdbureau van politie, een ziekenhuis of openbare nutsbedrijven. Openbare voorzieningen bieden dus diensten en/of goederen aan die een basisbehoefte' vormen en daarom voor een ieder toegankelijk (moeten) zijn. In de regel worden dit soort voorzieningen daarom aangeboden of door de overheid zelf, of door niet-commerciële instellingen. Bijzondere voorzieningen Bijzondere voorzieningen hebben in het algemeen een groter verzorgingsgebied dan alleen de lokale bevolking.
Deze voorzieningen hebben veelal een culturele doelstelling, zowel in de betekenis van informeren, verspreiden, tentoonstellen en/of opvoeren van kunst, ontspanning en vermaak, als in de zin van het uiting geven aan waarden en normen (voorzieningen met een ideële, religieuze en/of levensbeschouwelijke doelstelling). Ook de bijzondere voorzieningen kunnen zowel kleinschalig als grootschalig zijn. Voorbeelden van kleinschalige(r) bijzondere voorzieningen zijn een buurttheater, openbare bibliotheek in de buurt/wijk of kerkgenootschappen. Voorbeelden van grootschalige(r) bijzondere voorzieningen zijn theaters en musea. De aangeboden diensten en goederen behoren in het algemeen niet tot de basisbehoeften voor de lokale bevolking. Voor deze voorzieningen geldt bovendien dat zij niet alleen worden aangeboden door de overheid of door niet-commerciële instellingen, maar ook door commerciële ondernemingen met winstoogmerk. Zowel een openbare als een bijzondere voorziening kan daarnaast als een maatschappelijke voorziening worden aangemerkt. Bij maatschappelijke voorzieningen gaat het om voorzieningen die voor de samenleving onmisbaar zijn of die daaraan een belangrijke bijdrage leveren. Dit maatschappelijk belang komt vaak tot uiting in de exploitatievorm (en vaak ook in de vorm van specifiek geformuleerd beleid).
Bij de maatschappelijke voorzieningen gaat het in het algemeen om voorzieningen die worden aangeboden: door de overheid zelf en/of door niet-commerciële, door de overheid of uit algemene middelen gesubsidieerde instellingen. Het kan ook hier om openbaar of bijzonder gaan. Voorbeelden van openbare maatschappelijke voorzieningen zijn onderwijs, gezondheidszorg en gesubsidieerde kinderopvang. Voorbeelden van bijzondere maatschappelijke voorzieningen zijn bibliotheken, gesubsidieerde musea, lokale media of media met een bijzondere doelgroep, zwembaden en sporthallen en dergelijke.
bestemmingsplan_Hoogte Kadijk 145B (ontwerp)
blz. 73
Uitgangspunten De voorzieningen zijn toegestaan in de eerste bouwlagen van de gebouwen binnen de bestemming Gemengd. Voorzieningen zijn gedefinieerd als: "openbare voorzieningen die voorzien in een basisbehoefte zoals onderwijs, gezondheidszorg, politie/brandweer en welzijnsvoorzieningen, en bijzondere voorzieningen zoals sport-, recreatieve en culturele voorzieningen. Voorzieningen kunnen zowel commercieel zijn als niet-commercieel". Voor voorzieningen geldt binnen de bestemming 'Gemengd' een maximum brutovloeroppervlak van 1.000 m2.
6.5
Kinderopvang
Onder kinderopvang wordt een voorziening voor opvang van kinderen van 0 tot 12 jaar in georganiseerd verband verstaan. Hieronder worden begrepen kinderdagverblijven, peuterspeelzalen en buitenschoolse opvang. Voor kinderopvang geldt dat deze binnen de gehele bestemming is toegestaan. Voor kinderopvang geldt dat er per bestemmingsvlak één kinderopvangvoorziening met buitenruimte gerealiseerd mag worden. Met de beperking van het aantal toegestane kinderopvangvoorzieningen met een buitenruimte tot één per bestemmingsvlak, wordt de mogelijke geluidsoverlast voor de woningen in het plangebied en omgeving beperkt.
6.6
Galeries
Het culturele klimaat van Amsterdam is één van de belangrijkste toeristische trekkers van de stad. In de oostelijke binnenstad zijn enkele (kunst)galeries gevestigd. Hoewel in kunstgaleries ook kunstwerken worden verkocht vallen ze niet onder detailhandel. Het verschil tussen een galerie en detailhandel is dat in een galerie de collectie bestaat uit unieke items of items in een zeer beperkte oplage. Om de aantrekkingskracht van Amsterdam voor toeristen te behouden en te vergroten dient cultuur te worden versterkt. Galeries zijn onderdeel van dit culturele klimaat. Galeries zijn in het algemeen kleinschalig, hebben nauwelijks verkeersaantrekkende werking, zeer beperkte reclame-uitingen en over het algemeen een positieve uitstraling. Galeries zijn daarom overal in de eerste bouwlagen van de gebouwen het plangebied toegestaan. Omdat galeries niet worden gezien als detailhandel is in een galerie een mengformule (=ondergeschikte horeca) niet toegestaan.
6.7
Detailhandel en consumentverzorgende dienstverlening
In de oostelijke binnenstad zijn relatief weinig winkels aanwezig. Conform de omliggende bestemmingsplannen is voor detailhandel en consumentverzorgende dienstverlening een maximum vloeroppervlak opgenomen van 300 m² per vestiging. De bestemming Gemengd Detailhandel, kantoren met baliefunctie en overige consumentverzorgende dienstverlening zijn binnen de bestemming 'Gemengd' toegestaan op de begane grond en in de kelder/het souterrain, met uitzondering van de grachten. Mengformulebeleid Van een mengformule is sprake wanneer in een zaak (die geen horeca als hoofdbestemming heeft,
Gemeente Amsterdam
blz. 74
maar detailhandel of consumentverzorgende dienstverlening) tegen betaling etenswaren en/of drank worden verstrekt voor consumptie ter plaatse. Omdat mengformules een bijdrage kunnen leveren aan het vestigingsklimaat voor ondernemers zijn ze toegestaan, onder de volgende voorwaarden: de openingstijden van de mengformule komen overeen met de openingstijden van de hoofdactiviteit; het deel van het netto verkoopvloeroppervlak dat in gebruik is bij de mengformule mag ten hoogste 20% van dat netto verkoopvloeroppervlak zijn (dat is het voor het publiek toegankelijke deel van de winkel, dus niet de ruimte achter de toonbank), met een absoluut maximum van 20 m² netto verkoopvloeroppervlak. Dit absolute maximum brengt met zich mee dat in mengformules het schenken van alcohol is uitgesloten; de mengformule mag niet worden geplaatst aan de gevel waar de ingang van de hoofdactiviteit zit; de mengformule past binnen de categorie horeca 4 (koffie- en theeschenkerij, lunchroom, ijssalon); de mengformule mag geen eigen ingang aan de straat hebben en mag geen terras exploiteren; voor de mengformule mag geen reclame worden gemaakt. Als aan één of meer van deze voorwaarden niet wordt voldaan, is er geen sprake van een mengformule, maar van zelfstandige horeca als hoofdactiviteit.
6.8
Horeca
Op 28 januari 2014 heeft de deelraad van stadsdeel Centrum de Uitvoeringsnotitie Horeca 2014 vastgesteld. Daarin is opgenomen of en waar uitbreiding van horeca nog mogelijk is. Voor het plangebied geldt dat horeca niet tot de mogelijkheden behoort. Zelfstandige horeca is daarom niet toegestaan in de bestemming 'Gemengd' in het plangebied.
6.9
Hotels
De afgelopen jaren is het aantal hotels in Amsterdam fors gegroeid. Op 14 juli 2016 is de "herziening van het Amsterdamse deel van de Regionale hotelstrategie 2016-2022: van hotelbeleid naar overnachtingsbeleid" vastgesteld door de gemeenteraad van Amsterdam. Uitgangspunt voor bestemmingsplannen is dat uitsluitend bestaande hotels zijn toegestaan en als zodanig zijn bestemd. Nieuwe hotels zijn niet toegestaan. In het plangebied is daarom geen hotel mogelijk gemaakt.
6.10
Bedrijven
De voorgenomen bedrijfsactiviteiten in het plangebied zijn ten behoeve van de jachthaven. Het is algemeen beleid om startende ondernemers (startersmilieus) en broedplaatsen te stimuleren in de binnenstad. Bedrijven met een lage geluidsbelasting in het plangebied kunnen bijdragen aan de (kleinschalige) functiemenging. Het bestemmingsplan biedt de mogelijkheid tot het vestigen van zowel de voorgenomen bedrijfsactiviteiten als ook andere bedrijven. De uitgangspunten met betrekking tot nieuwe bedrijfsvestigingen worden in dit bestemmingsplan bepaald aan de hand van de Staat van Inrichtingen. De Staat van Inrichtingen is een lijst met een categorale indeling, waarbij per bedrijfssoort de mate van milieuhygiënische hinderlijkheid (geur, gevaar, geluid, stof ) wordt aangegeven. In de Staat van Inrichtingen behorende bij dit bestemmingsplan zijn vijf milieuhinder categorieën opgenomen: 1 tot en met 5. Categorie 1 en 2 betreffen bedrijfsactiviteiten die vanwege hun aard toelaatbaar zijn tussen of onmiddellijk naast woonbebouwing. Voorbeeld: een muziekinstrumentenmakerij met een vloeroppervlak tot 150 m² valt in categorie 1, heeft hetzelfde bedrijf een oppervlak tussen de 150 m² en 300 m² dan valt het in categorie 2. Heeft de muziekinstrumentenmakerij een vloeroppervlak groter dan 300 m² dan valt het in milieucategorie 3.
Categorie 3 tot en met 5 betreft kleine tot (middel) grote industrie. Deze categorieën betreffen bedrijfsactiviteiten die vanwege hun aard slechts toelaatbaar zijn op afstand van
bestemmingsplan_Hoogte Kadijk 145B (ontwerp)
blz. 75
woonbebouwing en dus niet toegestaan in het plangebied. Bedrijven zijn in de eerste bouwlagen van de gebouwen toegestaan. Voor het vestigen van nieuwe bedrijven gelden de maximaal toegestane milieuhindercategorieën 1 of 2. De voorgenomen bedrijfsactiviteiten (een bij de jachthaven behorend servicecenter en werkplaats) zijn niet vermeld in de Staat van Inrichtingen en daarom expliciet vermeld als toegestane bedrijfsactiviteiten. Door middel van een afwijking bij omgevingsvergunning wordt de mogelijkheid geboden aan bedrijven uit een hogere milieuhindercategorie zich in het gebied te vestigen. Ook is een dergelijke afwijking mogelijk voor bedrijfssoorten die niet op de lijst voorkomen. Voorwaarden voor het verlenen van deze afwijking is, dat het bedrijf in vergelijking met de bedrijfssoorten die volgens de Staat van Inrichtingen zijn toegestaan, geen blijvende, onevenredige afbreuk doet aan het woon- en leefmilieu door hinder en/of gevaar. In samenhang hiermee kan als aanvullende eis worden gesteld dat het bedrijf de nodige voorzieningen treft.
6.11
Inpandige fietsenstallingen en parkeervoorzieningen
In 2013 is de nota Bereikbare Binnenstad vastgesteld door de deelraad Centrum. Hierin is het beleid rondom het verkeer voor stadsdeel Centrum tot het jaar 2025 vastgelegd. De unieke kwaliteit van de Amsterdamse binnenstad is dat alles te voet bereikbaar is. Deze aantrekkelijke eigenschap wil de gemeente behouden en versterken. Daarom ligt de prioriteit bij de voetganger – meer dan bij andere vormen van verkeer of vervoer. Door meer ruimte te winnen voor de fiets en het OV, wordt de bereikbaarheid van de binnenstad voor bezoekers en inwoners verbeterd. Zo verenigt het stadsdeel de ambities bereikbaar en aantrekkelijk. De binnenstad blijft bereikbaar voor alle verkeer. In het Eindbeeld 2025 wordt de wens om de voetganger, de fietser en het openbaar vervoer (OV) optimaal te faciliteren verenigd met een efficiëntere en hoogwaardiger inrichting van straten en pleinen. Door een wijziging in de routering van het autoverkeer wordt de druk op de ruimte in de binnenstad verminderd. Hierdoor ontstaat de mogelijkheid om verschillende drukke verkeersknopen in het centrum overzichtelijk, begrijpelijk en mooi in te richten. Tevens wordt het eenvoudiger om drukke straten te herprofileren, met voldoende ruimte voor bestemmingsverkeer van bewoners, bedrijven en bevoorradingsen bouwverkeer. In straten met een smal profiel wordt onderzocht of auto en fiets veilig kunnen worden gemengd.
In dit kader is het belangrijk dat de intensiteit van het gemotoriseerde verkeer wordt teruggebracht naar een aanvaardbaar niveau. Op deze manier wordt de fietscapaciteit van deze wegen aanzienlijk vergroot en komt er meer ruimte voor voetgangers. Deze visie draagt ook bij aan verbetering van de luchtkwaliteit en verminderen van het aantal verkeersongevallen. Het aantal fietsers en fietsen in de binnenstad neemt al jaren in hoog tempo toe. De fiets in een ideaal vervoermiddel in de binnenstad, maar fietsen veroorzaken ook een druk op de openbare ruimte. Dit is het sterkst merkbaar rond publiekstrekkende bestemmingen, bij knooppunten van openbaar vervoer en op plekken waar niet voldoende fietsparkeervoorzieningen zijn voor bewoners. Uitgangspunten inpandige fietsenstallingen Inpandige fietsenstallingen zijn in het plangebied toegestaan in de eerste bouwlaag van een gebouw en de daaronder gelegen bijzondere bouwlaag. Vanuit stedenbouwkundig oogpunt is er geen bezwaar tegen inpandige fietsenstallingen, zolang het straatbeeld geen overwegend gesloten karakter verkrijgt. Fietsenstallingen zijn in de eerste bouwlaag van gebouwen en de eventueel daaronder gelegen bijzondere bouwlaag of bouwlagen toegestaan. Het realiseren van een ondergrondse fietsenstalling op gronden met de bestemming 'Verkeer' is niet toegestaan.
Het realiseren van ondergrondse fietsenstallingen en ondergrondse parkeervoorzieningen mag niet leiden Gemeente Amsterdam
blz. 76
tot een verslechtering van de stand en kwaliteit van het grondwater. Ook mag het waterkerend vermogen van een aanwezige waterkering niet worden verminderd of teniet worden gedaan. Toetsing van dit laatste gebeurt door het uitvoeren van een geohydrologisch onderzoek. Dit onderzoek wordt ter toetsing voorgelegd aan Waternet. Voor werkzaamheden gelegen in de binnen- en buitenbeschermingszone dient ontheffing op de keur te worden verkregen van het hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht. Uitgangspunten parkeervoorzieningen voor auto's In het bestemmingsplan zijn geen inpandige garages toegestaan. Nieuwe garages kunnen alleen na herziening van het bestemmingsplan worden gerealiseerd.
6.12
Overige functies
Onder de categorie "overige functies" valt een aantal soorten 'gebruik' waarmee een ongewenste druk op het woon- en leefklimaat kan ontstaan. Nieuwvestiging van deze functies is niet wenselijk. Deze functies zijn daarom uitgesloten in het plangebied. 1. Een eerste groep wordt gevormd door prostitutie en seksinrichtingen. Bij seksinrichtingen gaat het om: seksclubs, seksbioscopen, seksautomatenhallen, sekstheaters en sekswinkels. Een darkroom valt hier niet onder. Een darkroom maakt deel uit van een horecagelegenheid of een sauna en wordt niet gezien als een zelfstandige functie. 2. De tweede groep bestaat uit: speelautomatenhallen, telefoon- en/of faxservice, geldwisselkantoren en smartshops. 3. Tot slot is er een derde groep functies die onder de categorie 'overig' valt. Deze groep bestaat uit: massagesalons, minisupermarkten, souvenirwinkels en seed-, head-, en growshops.
De gemeente Amsterdam en de bestuurscommissie Centrum werken aan de transformatie van het centrumgebied. De ambitie is om overlastgevende en overdadig aanwezige functies te verminderen, de criminele infrastructuur te doorbreken en het entreegebied van Amsterdam op te waarderen. De aandacht is daarbij gericht op herstel van de sterk verstoorde functiebalans. Met name het aantal massagesalons, minisupermarkten en souvenirwinkels nam de afgelopen jaren in het centrum toe. Seed-, head-, grow- en smartshops worden in het bestemmingsplan als detailhandel gezien. In een seedshop worden zaden en planten verkocht die een psychoactieve werking hebben. Een smartshop verkoopt 'stoffen' met een soortgelijk effect. Een headshop is gericht op de verkoop van producten voor het gebruik van drugs, bijvoorbeeld voor het roken van cannabis. De psychoactieve stoffen zelf worden in een headshop dus niet verkocht. In een growshops worden artikelen verkocht voor het kweken van cannabis. Onder andere verlichting, kweekpotten, aarde en meststoffen. De definitie van een growshop is in vergelijking tot recent geactualiseerde bestemmingsplannen, aangepast. Nieuwe wetgeving (gewijzigde Opiumwet 2015) maakt dat beroeps- en bedrijfsmatige illegale hennepteelt strafbaar is gesteld.
Een growshop zoals bedoeld in de begripsomschrijving in de planregels van het bestemmingsplan, richt zich echter op thuisgebruik en niet op de beroeps- en bedrijfsmatige illegale teelt. De omschrijving ziet hierop toe. Coffeeshops Het coffeeshopbeleid wordt niet geregeld in bestemmingsplannen, maar is met een exploitatievergunning, gekoppeld aan een gedoogbeschikking om softdrugs te verkopen. In het plangebied is geen sprake van coffeeshops. bestemmingsplan_Hoogte Kadijk 145B (ontwerp)
blz. 77
Souvenirwinkel In de voorheen geldende bestemmingsplannen in de binnenstad was in de plantoelichting een souvenirwinkel niet omschreven, ook ontbrak een begripsomschrijving in de planregels. Voorheen ging de gemeente er vanuit dat algemeen bekend was wat een souvenirwinkel is. Inmiddels is het minder voor de hand liggend hiervan uit te gaan. Aan een duidelijke begripsomschrijving in de planregels bestaat dan ook behoefte. Het is niet doenlijk en evenmin weinig zinvol om een uitputtende opsomming te geven van alle souvenirs die er op de markt zijn. De branche is creatief en er komen telkens nieuwe producten bij. Om toch een idee te geven, moet bij souvenirs niet alleen worden gedacht aan poppen in Volendamse- of andere klederdrachten, (houten) molentjes, sleutelhangers met (afbeeldingen van) kazen, molentjes, tulpen, klompjes e.d., maar ook aan textiel (sweaters, sjaals, mutsen, schoeisel), aardewerk (bekers, mokken, borden, Delftsblauwe figuurtjes), lepeltjes, e.d., voorzien van een opdruk met nationale-, streek- of Amsterdamse symbolen. Over het algemeen gaat het daarbij om massaproducten. Tot Amsterdamse symbolen worden ook gerekend afbeeldingen en producten met de vorm van cannabisbladeren of andere softdrugsgerelateerde symbolen die op veel (massa)producten in Amsterdamse souvenirwinkels te vinden zijn.
Ook in de reguliere detailhandel worden soms (massa)producten verkocht die in het teken staan van nationale-, streek- of stadssymbolen en/of namen. Die ruimte is er ook, zij het in beperkte mate. In een detailhandelsvestiging is de verkoop van producten die in het teken staan van nationale-, streek- of stadssymbolen en/of namen toegestaan, indien niet meer dan 5% van het netto winkelvloeroppervlak wordt gebruikt voor de verkoop van producten en/of namen die in het teken staan van nationale-, streekof stadssymbolen. Voorwaarde is dat deze producten uitsluitend achter in de vestiging worden uitgestald. Net als grow-, head-, seed- smartshops en minisupermarkten zijn "echte" souvenirwinkels niet toegestaan in het voorliggende bestemmingsplan. Gespecialiseerde winkels die producten verkopen die weliswaar in het teken staan van nationale-, streek- of stadssymbolen (bijvoorbeeld kaaswinkels) worden niet als souvenirwinkel aangemerkt. Dit geldt ook voor winkels die zijn gespecialiseerd in de verkoop van Delftsblauw aardewerk, bloemenzaken/tuinierswinkels die tulpen(bollen) en klompen verkopen, enz.
Nu vestiging van massagesalons, minisupermarkten en souvenirwinkels in het postcodegebied 1012 en aangrenzende plangebieden niet meer mogelijk is, en ook de groei van het aantal seed- head en growshops een halt is toegeroepen, is het niet wenselijk dat deze functies uitwaaieren naar andere gebieden. Met het oog op het behoud van een aantrekkelijk woon- en leefklimaat is uitbreiding of nieuwvestiging van functies uit de categorie 'overig ' daarom niet toegestaan.
Gemeente Amsterdam
blz. 78
bestemmingsplan_Hoogte Kadijk 145B (ontwerp)
blz. 79
Hoofdstuk 7 7.1
Het bestemmingsplan
Inleiding
In de voorgaande hoofdstukken is de bestaande toestand en de cultuurhistorische ontwikkeling van het plangebied beschreven en geanalyseerd en is het gemeentelijk beleid dienaangaande verwoord. In dit hoofdstuk wordt stilgestaan bij de vertaling van het beleid in de regels en de verbeelding die tezamen het bestemmingsplan vormen. Een van de uitgangspunten van de bestemmingsplannen voor stadsdeel Centrum is het opstellen van bestemmingsplannen zonder uitwerkingsplicht. Daarnaast is een uitgangspunt bij het opstellen van de regels om zo weinig mogelijk weg te bestemmen. Indien en voor zover functies en/of bebouwing als ongewenst zijn aangemerkt, zijn hiervoor speciale regels opgenomen. De toegestane functies zijn ondergebracht in een gemengde bestemming. Hiermee wordt beoogd de dynamiek van de functies tot uitdrukking te brengen en die dynamiek te waarborgen. In paragraaf 7.4 worden de diverse bestemmingen toegelicht.
7.2
Afwijkingsbevoegdheden
Met het bestemmingsplan wordt beoogd de beoogde herontwikkeling in het plangebied te regelen en het gemeentelijk beleid te vertalen. Dit heeft geleid tot een grote hoeveelheid gebruiksregels en bouwregels. Middelen om een bestemmingsplan voldoende flexibel te houden zijn de afwijkingsbevoegdheden. De afwijkingsbevoegdheden zijn bedoeld voor de bouwregels, bijvoorbeeld afwijken van de maximaal toegestane bouwhoogte, en voor de bijzondere gebruiksbepalingen, zoals een afwijking van het maximum vloeroppervlak. In de regels zijn de bevoegdheden van criteria voorzien. Een belangrijk algemeen criterium is dat de toepassing van een afwijkingsbevoegdheid niet tot gevolg mag hebben dat de karakteristiek van het stadsgezicht in onevenredige mate wordt aangetast en/of aan de ruimtelijke kwaliteit van het plangebied in onevenredige mate afbreuk wordt gedaan. Elk verzoek om toepassing van een van deze bevoegdheden zal aan de criteria worden getoetst. Voldoen aan de criteria betekent niet per definitie dat een omgevingsvergunning die toestemming geeft om van het bestemmingsplan af te wijken, wordt verleend. Ruimtelijke ordening is immers belangenafweging. Voor een omgevingsvergunning die toestemming geeft tot het binnenplans afwijken van het bestemmingsplan geldt een beslistermijn van acht weken.
Belanghebbenden kunnen nadat een beslissing op de aanvraag is genomen, een bezwaarschrift indienen.
7.3
De verbeelding
Sinds 1 januari 2010 wordt niet meer gesproken van een plankaart, maar van een digitale en analoge verbeelding. Op die datum is de digitaliseringsverplichting uit de Wet ruimtelijke ordening volledig in werking getreden. Om aan de wettelijke verplichting te voldoen, dient de verbeelding op twee wijzen beschikbaar te worden gesteld: zowel analoog als digitaal. Beide verbeeldingen moeten in samenhang met de regels kunnen worden gelezen en begrepen. Bij discrepantie heeft de digitale verbeelding voorrang op de analoge. Op de verbeelding met legenda zijn de verschillende bestemmingen te vinden. Het bestemmingsplan kent de volgende bestemmingen: Gemengd
Gemeente Amsterdam
blz. 80
Verkeer Water Waarde - Archeologie 1 Waarde - Archeologie 2 Waarde - Cultuurhistorie Waterstaat - Waterkering De archeologische verwachtingswaarden zijn met bovengenoemde bestemming Waarde - archeologie in het bestemmingsplan verankerd. Het bestemmingsplan beoogt voorts de bescherming van de cultuurhistorische en architectonische waarden. De bescherming van deze waarden is geregeld in de bestemming Waarde - cultuurhistorie, waar de gronden, naast de op de verbeelding aangegeven andere bestemmingen, tevens zijn bestemd voor het behoud, herstel en versterking van deze waarden. De bestemming is primair ten opzichte van de andere aan de gronden gegeven bestemmingen, zodat daarmee duidelijk is dat het belang van de bescherming van het stadsgezicht voorop staat. De opbouw van de bestemmingsregels is, overeenkomstig de landelijk voorgeschreven Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012, als volgt: bestemmingsomschrijving, bouwregels, nadere eisen, afwijken van de bouwregels, specifieke gebruiksregels, afwijken van de gebruiksregels en wijzigingsbevoegdheid. Op de verbeelding komt een functieaanduiding voor. Daarnaar wordt in de regels verwezen, opdat de aanduiding bindend is. Het gaat hier om de aanduiding 'jachthaven', hetgeen betekent dat een jachthaven uitsluitend is toegestaan daar waar op de verbeelding deze aanduiding voorkomt.
Naast de functieaanduiding zijn ook een tweetal bouwaanduidingen op de verbeelding opgenomen. Het gaat om de bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 1' en de bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 2'. De eerste bouwaanduiding regelt dat het werfgebouw pas mag worden gebouwd vanaf een hoogte van 4,5 meter, met uitzondering van in totaal 50 m² aan ondersteuningconstructies en trappen- en lifthuizen. De tweede bouwaanduiding heeft betrekking op de overbouwing van de kop van het werfgebouw boven het water ter plaatse van de hellingbaan. Tenslotte kent het bestemmingsplan een algemene gebiedsaanduiding 'geluidzone - industrie'. Deze gebiedsaanduiding legt vast dat het plangebied is gelegen binnen de geluidzone van het nabijgelegen industrieterrein 'Kadijken', net als een groot deel van de Kadijken en een klein deel van de Oostelijke Eilanden. Binnen de geluidszone mag het nabijgelegen industrieterrein 'Kadijken' een bepaald niveau geluid produceren. De regels die bij deze algemene gebiedsaanduiding behoren zijn vastgelegd in artikel 13.
7.4
De bestemmingen
7.4.1
Gemengd
Het perceel waar de beoogde herontwikkeling is voorzien heeft de bestemming Gemengd. Wonen is op alle verdiepingen toegestaan. Ook bedrijven, kantoren, voorzieningen, kinderopvang en galerieën zijn toegestaan maar alleen in de eerste bouwlaag (dan wel op de bijbehorende erven). Winkels en consumentverzorgende dienstverlening zijn in de bestemming Gemengd toegestaan op de begane grond, in de kelder en het souterrain. Dit geldt niet voor bebouwing langs grachten en waterwegen, daar is geen detailhandel toegestaan. De maximale vestigingsgrootte bedraagt 300 m2. Voorzieningen mogen niet groter zijn dan 1.000 m2. Kinderopvangvoorzieningen zijn onder voorwaarden
bestemmingsplan_Hoogte Kadijk 145B (ontwerp)
blz. 81
toegestaan tot maximaal één per bouwblok. 7.4.2
Verkeer
Deze bestemming is bedoeld voor het verkeersareaal en de openbare ruimte. Voor de inrichting van de openbare ruimte zijn regels gegeven, zoals de maximale bouwhoogte van bouwwerken geen gebouw zijnde. De regels bevatten ook een stelsel van nadere eisen. 7.4.3
Water
Voor in de gehele binnenstad is een ontwerpbestemmingsplan 'Water' opgesteld dat door de stadsdeelraad op 26 juni 2012 is vastgesteld. Met ingang van 20 november 2013 is dit bestemmingsplan onherroepelijk geworden. De regels uit dat bestemmingsplan zijn zoveel als mogelijk toegepast in het voorliggende bestemmingsplan, met dien verstande dat ter plaatse van een deel van het plangebied een jachthaven mogelijk is gemaakt voor een maximaal aantal ligplaatsen. De situering van de jachthaven is weergegeven door middel van de aanduiding 'jachthaven'. Deze aanduiding is gelijk aan de aanduiding 'werkvoorraad' in het geldende bestemmingsplan 'Water'. Tenslotte zijn er regels opgenomen voor onder meer de maximale bouwhoogte van bouwwerken geen gebouw zijnde. 7.4.4
Bestemming Waarde - archeologie 1 en 2
Op basis van de archeologische verwachtingswaarden is een bestemming Waarde-archeologie opgenomen. Waarde - archeologie is gegeven aan gronden met een hoge archeologische verwachting. Al naar gelang de verwachtingswaarde, wordt bij voorgenomen uitvoering van ondergrondse werken en bouwwerken een archeologisch rapport verlangd. Voor de uitvoering van ondergrondse werken van een bepaalde omvang is een omgevingsvergunning vereist. Bij de vergunningaanvraag moet een rapport worden ingediend. Ook hier geldt dat bij een hogere verwachtingswaarde de vergunning vereist is bij een kleine ingreep, terwijl bij een lagere verwachtingswaarde pas bij een forsere ingreep een omgevingsvergunning is vereist. Aan zowel de omgevingsvergunning voor ondergronds bouwen als de omgevingsvergunning voor ondergrondse werken kunnen voorschriften worden verbonden met het oog op de archeologische monumentenzorg. De dubbelbestemming is primair ten opzichte van de andere aan de gronden gegeven bestemmingen. 7.4.5
Bestemming Waarde- cultuurhistorie
Op 29 januari 1999 is het besluit tot aanwijzing van de Amsterdamse Binnenstad tot beschermd stadsgezicht genomen. In Hoofdstuk 4 is uitvoerig aandacht besteed aan de cultuurhistorische ontwikkeling. Alle gronden in het plangebied hebben deze bestemming. Behoud van de cultuurhistorische- en architectuurhistorische waarden staat bij gronden met deze bestemming voorop. Om die reden is de bestemming primair gemaakt aan de overige aan deze gronden gegeven bestemmingen, met uitzondering van de bestemmingen Waarde - archeologie. Dit betekent dat aanvragen om omgevingsvergunning altijd eerst dienen te worden getoetst aan de regels van de bestemming.
Gemeente Amsterdam
blz. 82
7.4.6
Bestemming Waterstaat/Waterkering
In het plangebied is een waterkering aanwezig ter hoogte van de Hoogte Kadijk. Deze heeft de bestemming 'Waterstaat - Waterkering'. Dat betekent dat de bestemming geldt, naast de andere bestemmingen die aan de gronden zijn gegeven. De regels die gelden voor deze bestemming gaan voor die van de andere bestemmingen, met uitzondering van de regels voor de bestemmingen Waarde archeologie, die voorrang hebben op de regels voor 'Waterstaat/Waterkering'. Op en in de tot ' Waterstaat/Waterkering' bestemde gronden mogen uitsluitend waterstaatkundige bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden opgericht die noodzakelijk zijn in verband met de waterhuishouding.
7.5
De aanduidingen
In de bestemmingen 'Water' komt een functieaanduiding voor terwijl in zowel de bestemming 'Gemengd' als 'Water' een bouwaanduiding is opgenomen: De functieaanduiding 'jachthaven' regelt dat een jachthaven uitsluitend is toegestaan daar waar op de verbeelding deze aanduiding voorkomt. De bouwaanduidingen 'specifieke bouwaanduiding - 1' en 'specifieke bouwaanduiding - 2' regelen dat het werfgebouw pas mag worden gebouwd vanaf een hoogte van 4,5 meter vanaf peil, met uitzondering van een toegangsruimte en bijbehorende technische ruimtes, een noodtrap en ondersteuningconstructies. Voor het het peil wordt uitgegaan van de hoogte van het maaiveld ter plaatse van de hoofdtoegang van het werfgebouw.
7.6
Bouw- en gebruiksregels
Bij alle bestemmingen zijn bouwregels opgenomen. Deze regels vloeien grotendeels voort uit de ruimtelijke en functionele beschrijving van het gebied en het gemeentelijke beleid zoals verwoord in de hoofdstukken 2, 5 en 6. Enkele bepalingen worden nader toegelicht. Om te voorkomen dat zogenaamde onderstukken (bebouwing in één bouwlaag) ontstaan, waardoor het gewenste gevelbeeld verstoord zou worden, bedraagt de bouwhoogte van gebouwen minimaal 9 meter. Deze bepaling geldt niet voor aan- en uitbouwen en voor het werfgebouw (aangezien deze pas vanaf een hoogte van 4,5 meter ten opzichte van peil mag worden gerealiseerd). Het geheel aan bouwregels wordt gecompleteerd door een stelsel van nadere eisen. Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen aan de situering en afmeting van bebouwing. Hieronder zijn het aantal bouwlagen en de dakconstructie mede begrepen. Nadere eisen kunnen worden gesteld indien dit noodzakelijk is vanwege het behoud, herstel en/of versterking van de karakteristiek van het stadsgezicht of in verband met de licht- en luchttoetreding van de omringende bebouwing. Bij de diverse bestemmingen zijn bevoegdheden van het bevoegd gezag tot het bij omgevingsvergunning afwijken van de bouwregels opgenomen, met objectieve criteria waaraan wordt getoetst. De criteria zijn nader beschreven in de toelichting.
Toepassing van een afwijkingsmogelijkheid mag in elk geval niet tot gevolg hebben dat de karakteristiek van het stadsgezicht in onevenredige mate wordt aangetast en/of dat aan de ruimtelijke kwaliteit van het plangebied onevenredige afbreuk wordt gedaan. De specifieke gebruiksregels die gelden voor de verschillende functies zijn eveneens opgenomen. Het gaat dan bijvoorbeeld om maximale vloeroppervlaktematen van functies, of regels waaruit blijkt in welke bouwlaag functies zich mogen bevinden. Het bestemmingsplan beoogt het dynamische karakter van het plangebied (als onderdeel van de binnenstad) te behouden en te versterken en de functiemenging te handhaven.
bestemmingsplan_Hoogte Kadijk 145B (ontwerp)
blz. 83
7.7
Algemene regels
Naast een standaard antidubbeltelbepaling is in de algemene regels in een algemene bouwregel geregeld dat bepaalde geringe overschrijdingen van bestemmingsgrenzen en bebouwingsregels zijn toegestaan. Voorts is een aantal algemene regels opgenomen met betrekking tot het bij omgevingsvergunning afwijken, zoals voor balkons, voor bergbezinkbassins en elektronische communicatiemiddelen. Ook kan worden afgeweken bij omgevingsvergunning voor de plaatsing van een scootmobielstalling. Dit kan uitsluitend wanneer het dient voor het veilig stallen van scootmobiels voor ouderen en gehandicapten. De stalling mag niet groter zijn dan strikt noodzakelijk voor het stallen van de scootmobiel. De afwijking wordt toegestaan voor de duur van het noodzakelijke gebruik door de aanvrager. Nadien dient de stalling te worden verwijderd. In de algemene regels is ook de algemene gebiedsaanduiding geluidzone industrie opgenomen. Deze regels waarborgen dat de de geluidsbelasting voor nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen (waaronder de beoogde nieuwbouw) voldoet aan de voorkeurgrenswaarde of een verleende hogere grenswaarde.
7.8
Algemeen gebruiksverbod
Met het van kracht worden van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) op 1 oktober 2010 is het verbod om in strijd met het bestemmingsplan te handelen (of in termen van de Wabo 'projecten uit te voeren') in artikel 2.1, aanhef en onder c, van die wet opgenomen. Het bestemmingsplan is met andere woorden niet langer de plaats voor een algemeen gebruiksverbod. Deze zijn derhalve dan ook niet meer in het bestemmingsplan opgenomen.
7.9
Overgangsrecht
Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor hoe de overgangsbepalingen voor bouwwerken en gebruik in bestemmingsplannen dienen te luiden. Kort samengevat zijn hieronder de belangrijkste punten vermeld. Voor bouwwerken die aanwezig zijn op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan of die nog gebouwd kunnen worden op basis van een bouwvergunning en die afwijken van het bestemmingsplan geldt, dat deze gedeeltelijk mogen worden vernieuwd of veranderd. De overgangsbepalingen voor bouwwerken bevat een calamiteitenregeling en een regeling op grond waarvan het bevoegd gezag eenmalig kan afwijken voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk dat onder de overgangsbepalingen valt met maximaal 10%. De overgangsregels voor het gebruik bepalen dat het gebruik dat op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig is, mag worden voortgezet. Het met het bestemmingsplan strijdige gebruik mag niet worden veranderd in een ander strijdig gebruik, tenzij daardoor de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. Indien het strijdige gebruik langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten. De overgangsbepalingen zijn niet van toepassing op bestaande bouwwerken die zijn gebouwd zonder vergunning en bestaand gebruik in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Gemeente Amsterdam
blz. 84
bestemmingsplan_Hoogte Kadijk 145B (ontwerp)
blz. 85
Hoofdstuk 8 8.1
Verkeer
8.1.1
Autoverkeer
Verkeer en parkeren
De huidige verkeersstructuur van de Kadijkenbuurt is beschreven in paragraaf 5.1.4. De herontwikkeling die het voorliggende bestemmingsplan mogelijk maakt leidt niet tot een aanpassing van de verkeersstructuur doordat de bestaande wegen gehandhaafd blijven. Gemotoriseerd verkeer dat van en naar het plangebied rijdt zal daardoor, net als in de huidige situatie, via de Hoogte Kadijk rijden. Omdat het bestemmingsplan een transformatie van het plangebied mogelijk kan er extra verkeer op de omliggende wegen gaan ontstaan. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het noodzakelijk om na te gaan of de bestaande verkeersstructuur het verkeer na herontwikkeling op een goede manier kan afwikkelen. Daarbij dient ook rekening te worden gehouden met eventuele concrete plannen in de omgeving. In het navolgende zal een vergelijking worden gemaakt tussen de huidige en toekomstige situatie. Huidige situatie Volgens het geldende bestemmingsplan is ter plaatse van het plangebied uitsluitend een scheepswerf toegestaan. Verkeer van en naar een scheepswerf en het parkeren vindt verspreid over de dag plaats. In het ASVV 2012 is voor arbeidsintensieve en bezoekersextensieve bedrijven als een scheepswerf een kengetal van 5,2 tot 7,0 verkeersbewegingen per 100 m² per etmaal aangegeven.
Omdat de huidige bebouwing in het plangebied een bvo heeft van circa 325 m² bedraagt de huidige verkeersgeneratie 17 tot 23 motorbewegingen per etmaal. Toekomstige situatie Als gevolg van de herontwikkeling zullen er 4 appartementen, 79 studenten- en starterswoningen, 9 seniorenwoningen en een jachthaven met 30 ligplaatsen voor elektrische sloepen, 1 bedrijfswoning en 80 m² bedrijfsruimte (werkplaats voor onderhoud sloepen) worden gerealiseerd. Het verkeer van en naar de toekomstige woningen vindt vooral plaats in de ochtend- en avonduren (spits) en in de weekenden en zal naar verwachting bijna volledig bestaan uit fietsers en voetgangers. Doordat er voor bewoners geen parkeerplaatsen op eigen terrein komen en bewoners worden uitgesloten van een parkeervergunning zal er nauwelijks sprake zijn van autoverkeer vanwege de woningen. Alleen bezoekers van de woningen komen wellicht met de auto. Zij kunnen tegen het geldende uurtarief op straat parkeren maar vanwege de beperkte grootte van de woningen en de hoge parkeertarieven worden er weinig bezoekers voor de woningen verwacht. Verkeer van en naar de jachthaven en de werkplaats vindt verspreid over de dag en in de weekenden plaats. Dit verkeer zal beperkt zijn doordat de jachthaven 30 ligplaatsen bevat.
De verwachting is dat de meeste ligplaatsen zullen worden verhuurd aan Amsterdammers die in de buurt wonen en die daarom te voet of met de fiets komen. In de omgeving is vooralsnog geen sprake van een ander concreet project waar rekening mee dient te worden gehouden. Er zijn wel enkele andere plannen in voorbereiding maar deze zijn nog niet voldoende uitgewerkt om rekening mee te kunnen houden. In het ASVV 2012 is voor goedkope huurwoningen een kengetal van 1,2 tot 2,0 verkeersbewegingen per woning aangegeven, voor vrije sectorwoningen een kengetal van 4,5 tot 5,3 verkeersbewegingen per
Gemeente Amsterdam
blz. 86
woning en voor arbeids- en bezoekersextensieve bedrijven een kengetal van 2,2 tot 3,9 verkeersbewegingen per 100 m² bvo per etmaal. Bij 93 woningen (waarvan 79 goedkope huur en 14 vrije sector) en 80 m² bedrijfsruimte komt dat neer op 160 tot 236 motorbewegingen per etmaal. Voor een jachthaven in het centrum van zeer sterk stedelijk gebied is geen kengetal opgenomen. Er is wel een kengetal opgenomen voor een jachthaven in de rest van de bebouwde kom: 26,6 verkeersbewegingen per 100 ligplaatsen. Alhoewel het aantal verkeersbewegingen bij een jachthaven in het centrum van Amsterdam beduidend lager zal zijn dan bij een jachthaven in de rest van de bebouwde kom is vanuit een worst case scenario gerekend met het kengetal voor de rest bebouwde kom. Bij 30 ligplaatsen komt dat neer op 8 verkeersbewegingen per etmaal. Samen met het aantal verkeersbewegingen voor de woningen en bedrijfsruimte komt dat neer op een worst-case benadering van 168 tot 244 motorbewegingen per etmaal. Conclusie Gelet op het voorgaande leidt de herontwikkeling tot een theoretische toename van het aantal verkeersbewegingen per dag, namelijk 151 tot 221 ritten. Deze toename heeft over de hele dag gezien nauwelijks tot geen gevolgen voor de verkeersafwikkeling en de verkeersveiligheid in de Kadijkenbuurt.