CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Beleidskader Hoofdgroenstructuur correcte versie

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 16 november 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het beleidskader Hoofdgroenstructuur (VN2022-030175)23.903 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Gemeente Amsterdam

Beleidskader

Hoofdgroenstructuur

2

Voorwoord Amsterdam groeit. We zijn hard op weg naar een miljoen inwoners en daarom zijn er meer woningen nodig. Tot aan 2050 willen we minimaal 150.000 woningen voor 250.000 nieuwe inwoners bouwen. Maar we bouwen niet alleen woningen, we maken een complete stad: gemengde en leefbare buurten met voldoende groen, ruimte voor werkgelegenheid en voorzieningen. Juist nu het drukker en voller wordt, neemt de waardering van het groen in de stad toe. Groen biedt ruimte voor recreatie, sport, spel, ontmoeting, ontspanning en natuur. Het draagt bij aan de gezondheid van Amsterdammers, verkoelt de stad in de zomer, helpt wateroverlast te voorkomen en vergroot de biodiversiteit. Daarom is in de Omgevingsvisie 2050 de groei van de stad gecombineerd met de keuze om ‘rigoureus te vergroenen’. In Amsterdam staan meer dan een miljoen bomen, prachtige parken, stadsbossen, sportparken, volkstuinparken, scheggen, groene verbindingen en grotere plantsoenen. Dat groen willen we behouden en dat doen we met deze Hoofdgroenstructuur. Hierin staat beschreven en verbeeld welke groengebieden tot de Hoofdgroenstructuur behoren en hoe we die beschermen. In de nieuwe Hoofdgroenstructuur is meer groen toegevoegd, door de toevoeging van het nieuwe Brasapark, en bestaande groengebieden zoals de Tuinen van West.

Ook krijgt water een plek, omdat dat vaak onlosmakelijk is verbonden met groengebieden, zoals de Gaasperplas in het Gaasperpark. Er worden verschillende soorten groen onderscheiden, zoals een stadspark, een natuurpark, een tuinpark en een gedenkpark, waar bepaalde voorzieningen wel of geen plek kunnen krijgen. Zo kan een stadspark ruimte bieden aan voorzieningen voor sporten en spelen, terwijl het in een natuurpark vooral draait om de beleving van natuur en stilte. Zo zorgen we binnen de Hoofdgroenstructuur voor een divers aanbod aan groengebieden. Uit de meer dan 500 reacties die we tijdens de inspraakperiode hebben ontvangen blijkt wel dat er heel veel Amsterdammers zijn die het groen in de stad een warm hart toedragen. Met deze Hoofdgroenstructuur behouden we onze belangrijke groengebieden in en rondom de stad, zodat alle Amsterdammers daarvan kunnen blijven genieten.

Reinier van Dantzig Wethouder Woningbouw en Stedelijke Ontwikkeling

3

Samenvatting Voldoende en gevarieerde groengebieden zijn van cruciaal belang voor de leefbaarheid in de stad, zeker nu er veel wordt gebouwd en de stad groeit. Amsterdam gaat daarom rigoureus vergroenen. Met de Hoofdgroenstructuur beschermen en versterken we de belangrijke groengebieden in de stad; voor nu én in de toekomst. Ook investeren we in de kwaliteit ervan. We maken een aaneengesloten netwerk van groen, zorgen voor voldoende diversiteit ervan en beschermen kwetsbare natuurgebieden. Groengebieden in de Hoofdgroenstructuur blijven groen.

Wat valt er onder de Hoofdgroenstructuur? De Hoofdgroenstructuur bevat de minimaal benodigde hoeveelheid stedelijk groen en bijbehorende waterstructuren die we willen borgen. Niet al het groen in Amsterdam valt onder de Hoofdgroenstructuur. Het gaat om bestaand groen met een wijkoverstijgende functie. Dus niet om buurtparkjes, maar wél om de grotere stadsparken en stadsplantsoenen zoals het Nelson Mandelapark en het Wachterliedplantsoen. Daarnaast kan de waarde van een groengebied een reden zijn om het aan de Hoofdgroenstructuur toe te voegen. Denk hierbij aan waarde voor een klimaatbestendige stad, voor de gezondheid of voor de natuur. Om een groen netwerk te realiseren zijn verbindingen nodig. Daarom vallen ook die onder de Hoofdgroenstructuur. Zelfs smalle groene stroken kunnen voor het netwerk van groot belang zijn, zowel voor recreatie als voor flora en fauna. Zo zijn de taluds langs snel- of spoorwegen erg belangrijk voor dieren om zich van het ene naar het andere gebied te kunnen verplaatsen. 4

Tenslotte valt het groen dat op een andere wijze bijzonder of zeldzaam is, onder de Hoofdgroenstructuur. Zo staan in de Leidse Bosjes een paar van de oudste bomen van de stad. Bijzonder genoeg om ze toe te voegen. Verder zijn in centrumgebieden, waar relatief weinig groen is, ook de kleinere groengebiedjes bijzonder en zeldzaam. Denk bijvoorbeeld aan het Bilderdijkpark of de Bogortuin. Een goed functionerende Hoofdgroenstructuur kenmerkt zich door een grote diversiteit aan groen, dat zoveel mogelijk openbaar toegankelijk is en waar mens en dier op uiteenlopende wijzen van kunnen genieten. Daar horen, afhankelijk van het type groen, soms ook gebouwde voorzieningen en routes bij.

Typen groen en mogelijke voorzieningen Op de toetskaart in het beleidskader staan alle bestaande groengebieden ingetekend die tot de Hoofdgroenstructuur behoren. De groenfunctie van de Hoofdgroenstructuur wordt hier streng ‘bewaakt’: alleen plannen of initiatieven die zorgen voor een verbetering van de Hoofdgroenstructuur zijn toegestaan. Initiatieven die daarentegen een aantasting ervan vormen niet. Om de diversiteit van het groen te bewaken werken we met zogenaamde ‘groentypen’. In het ene groentype kan meer dan in het andere groentype. Zo biedt een stadspark gericht ruimte aan voorzieningen om te wandelen, fietsen, sporten en spelen of elkaar te ontmoeten, naast groene attracties zoals een natuurpad, bloemweide, rosarium of kruidentuin. In een natuurpark draait het juist om beleving van natuur en stilte. Beschermen en bevorderen van de natuurwaarde en biodiversiteit zijn hier het meest belangrijk.

Toevoeging ecologische structuur en water De Hoofdgroenstructuur ontwikkelt zich met dit beleidskader van een voornamelijk mensgerichte groenstructuur, bestaande uit losse onderdelen, naar een aaneengesloten groenblauw netwerk voor mens én dier. De Amsterdamse ecologische structuur is geactualiseerd en opgenomen in de Hoofdgroenstructuur onder de naam ‘stadsnatuur’. Hiermee wordt de ecologische structuur beter beschermd. Daarnaast zijn er meer waterelementen aan de Hoofdgroenstructuur toegevoegd, zoals de stadsplassen of waterlopen die onlosmakelijk verbonden zijn met het groen. Op die manier breiden we de al bestaande Hoofdgroenstructuur uit; nog meer groen in Amsterdam krijgt een beschermde status.

Waarden van het groen Nieuw in het beleidskader Hoofdgroenstructuur is de waardenbenadering. Stadsgroen is namelijk niet alleen belangrijk voor allerlei ‘functies’ in de stad, zoals sport, natuureducatie, voedselproductie en recreatie, maar heeft ook waarden van zichzelf. Groen reguleert de waterhuishouding, draagt bij aan biodiversiteit, slaat CO2 op en zorgt voor demping van stijgende temperaturen in de zomer. Tegelijkertijd heeft groen veelal een belangrijke cultuurhistorische waarde en draagt ze bij aan de gezondheid van Amsterdammers: het helpt stress reduceren en nodigt uit tot bewegen. Met de 10 waarden die in dit concept Beleidskader worden onderscheiden, wordt de gewenste variatie van het Amsterdamse groen benadrukt en onderkend dat al het groen in de stad tegelijk meerdere waarden vertegenwoordigt.

Bescherming Met het beleidskader continueren we de zware beschermingsstatus van de Hoofdgroenstructuur en borgen deze nog steviger door toetsing in een vroeg stadium van de planvorming te verplichten. Om te beoordelen of een initiatief of plan een verbetering van de groenfunctie betekent, blijven we de komende jaren gebruikmaken van de adviezen van de onafhankelijke Technische Advies Commissie Hoofdgroenstructuur (TAC). Het is aan de TAC om in deze een goede afweging te maken en burgemeester en wethouders bij de besluitvorming hierover te adviseren.

Beschermen en doorontwikkelen De eisen die Amsterdammers stellen aan het gebruik van het groen veranderen voortdurend. Daarom werken we aan een Hoofdgroenstructuur die enerzijds robuust is en niet ter discussie staat en anderzijds kan groeien en meebewegen als de stad met al haar bewoners, flora en fauna, daarom vraagt. Bij elk groentype staat daarom een beschrijving opgenomen van de gewenste waardenontwikkeling. Een plan of initiatief wordt uitgedaagd om minimaal bij te dragen aan de ontwikkeling van de onder dat groentype genoemde ‘prioritaire waarden’. Dat kan bijvoorbeeld natuur zijn, gezondheid of recreatie. De ambitie is om de Hoofdgroenstructuur de komende decennia verder te versterken. Vooral in de gebieden waar de komende jaren veel wordt gebouwd liggen kansen om nieuwe parken toe te voegen of bestaande groengebieden te verbeteren. Dit beleidskader is in principe geldig voor 10 jaar, maar wordt periodiek geactualiseerd. Tijdens een actualisatie kunnen nieuwe groengebieden worden toegevoegd of andere door de raad gewenste aanpassingen worden doorgevoerd.

5

Hoofdgroenstructuur Toetskaart Op de toetskaart staat heel nauwkeurig de ligging en de begrenzing van de Hoofdgroenstructuur aangegeven. Voor alle gebieden binnen de Hoofdgroenstructuur geldt dat een initiatief of plan alleen inpasbaar is als het de groene waarden van een gebied versterkt. Verharding of bebouwing binnen de Hoofdgroenstructuur moet zoveel mogelijk worden voorkomen. De algemene richtlijnen voor (tijdelijke) bebouwing en/of verharding staan beschreven in hoofdstuk 2. De inpasbaarheid van een initiatief is daarnaast afhankelijk van het groentype en of er sprake is van stadsnatuur. Op de toetskaart van de Hoofdgroenstructuur worden acht groentypen onderscheiden, zie de pagina hiernaast. In hoofdstuk 3 van het beleidskader wordt per groentype een kenschets gegeven, evenals de gewenste waardeontwikkeling, de mate van bebou6

wing en verharding en eventuele inpasbare voorzieningen. De gewenste waardeontwikkeling wordt beschreven op basis van drie ‘prioritaire waarden’ en een aantal ‘overige waarden’. Voor een stadspark gelden bijvoorbeeld ‘recreatie’, ‘sociaal’ en ‘gezondheid’ als prioritaire waarden. In een natuurpark ligt de nadruk meer op de beleving van natuur en rust en zijn de waarden ‘natuur’, ‘beleving’ en ‘educatie’ vooral belangrijk. Initiatieven en herinrichtingsvoorstellen zijn inpasbaar als deze niet ten koste gaan van de prioritaire en overige waarden en als deze bijdragen aan de versterking van één of meer van de prioritaire waarden. Als het stadsnatuur-label op een locatie ligt, dan geldt natuur altijd als prioritaire waarde boven de hier genoemde waarden. Initiatieven mogen deze primaire waarde niet aantasten. Tevens wordt per groentype ingegaan op de gewenste beheerwijze en eventuele bijzondere situaties die van toepassing kunnen zijn, zoals zwembadterreinen binnen stadsparken.

Groentype

Kenschets

Drukte bezoeken

Stadspark

Een groene, parkachtige omgeving in een stedelijke context

hoog tot zeer recreatie hoog sociaal gezondheid

Sloterpark Vondelpark Erasmuspark

Stadsplantsoen

Kleine parken die op basis van hun ligging, schaarste of omvang een essentiele schakel vormen in de groenstructuur

laag tot hoog sociaal beleving leefklimaat

Wachterliedplantoen Leidse Bosjes Darwinplantsoen

Natuurpark

Wild ogende grote parken die voor Amsterdam zeldzame en beschermde dieren en planten herbergen

laag, m.u.v. recreatieve zones nabij entrees

natuur beleving educatie

Volgermeerpolder Diemerpark Geuzenbos

Sportpark

Terreinen waar wordt gesport in georganiseerd verband, met een onderscheid in stedelijke en groene sportparken

hoog, met piekmomenten

gezondheid sociaal recreatie

Olypiaplein Ookmeer Tennispark Linnaeuspark

Tuinpark

Gebieden bedoeld voor dagof verblijfsrecreatie, met onderhoud van sier- en groentetuinen

laag tot gemiddeld

natuur sociaal recreatie

Klein Danzig De Vijf Slagen Ons Buiten

Gedenkpark

Begraafplaatsen die tevens laag, m.u.v. een betekenis hebben als piekopenbaar toegankelijke, momenten rustige contemplatieve plekken

cultuurhistorie beleving natuur

Vredenhof De Nieuwe Ooster Westgaarde

Landschap

De binnen de gemeentegrenzen aanwezige kenmerkende landschappen van de Hollandse veenpolders

laag tot gemiddeld

recreatie sociaal gezondheid

Waterland Diemerscheg Tuinen van West

Groene

Langgerekte groenblauwe gebieden in de stad met een belangrijke verbindende functie en verschillende verschijningsvormen

laag tot gemiddeld, muv populaire recreatieve fiets- en wandelroutes

recreatie, beleving, leefklimaat

Spoortalud, oeverzone Ringvaart snelwegtaluds A10Noord

Verbinding

Prioritaire waarden

Voorbeelden

Stadsnatuur Gebieden Verbindingen

Voor stadsnatuurgebieden of -verbindingen geldt dat de natuurwaarde het belangrijkste is en niet mag worden aangetast. De kwaliteit en de omvang van stadsnatuur mag niet afnemen. Bestaande ecologische knelpunten worden zo snel mogelijk opgeheven

Waarden

natuur

recreatie

voedsel

sociaal

educatie

cultuurhistorie

beleving

gezondheid

duurzaamheid

leefkwaliteit 7

Leeswijzer Het Beleidskader Hoofdgroenstructuur bestaat uit vijf hoofdstukken. In hoofdstuk 1 beginnen we met de urgentie: waarom hebben we in Amsterdam een Hoofdgroenstructuur en hoe werkt dit beleid door in samenhang met andere beleidsinstrumenten (1.2). De belangrijkste wijzigingen ten opzichte van vorige versies van de Hoofdgroenstructuur komen in 1.3 aan de orde. Hoofdstuk 2 start met de definitie van de Hoofdgroenstructuur: welke groengebieden horen er wel bij, welke niet. Dit wordt gevolgd door een beschrijving van de waarden van de Hoofdgroenstructuur (2.2) en de regels die van toepassing zijn op de gehele Hoofdgroenstructuur (2.3). Ook de ligging en de regels die gelden voor stadsnatuur komen in dit hoofdstuk aan de orde (2.4). Hoofdstuk 3 start met de toetskaart met daarop de aanduiding van de verschillende groentypen van de Hoofdgroenstructuur. In de daaropvolgende paragrafen worden de acht groentypen van de Hoofdgroenstructuur beschreven met de daarbij horende regels. Hoofdstuk 4 behandeld een aantal bijzondere situaties die van toepassing kunnen zijn op (delen van) de Hoofdgroenstructuur. De toetscommissie houdt rekening met deze bijzondere situaties. Tot slot volgt in hoofdstuk 5 een beschrijving van de werking van het beleidskader. Wanneer moet een plan of initiatief voor toetsing worden voorgelegd en hoe gaat de toetsing in zijn werk?

8

Inhoudsopgave Voorwoord......................................................................................................3 Samenvatting..................................................................................................4 1 1.1 1.2 1.3

Inleiding..........................................................................................11 Waarom een Hoofdgroenstructuur?.................................................... 11 Status en doorwerking......................................................................... 13 Van visie naar beleid............................................................................ 17

2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5

De nieuwe Hoofdgroenstructuur....................................................21 Definitie................................................................................................ 21 Groene waarden................................................................................... 26 Algemene richtlijnen............................................................................ 26 Stadsnatuur.......................................................................................... 29 Gebiedsspecifieke toetskaders............................................................ 31

3 3.1

Groentypen....................................................................................33 Toetskaart............................................................................................. 33 Stadspark............................................................................................. 36 Stadsplantsoen..................................................................................... 40 Natuurpark........................................................................................... 44 Sportpark............................................................................................. 48 Tuinpark................................................................................................ 52 Gedenkpark.......................................................................................... 58 Landschap............................................................................................ 62 Groene verbinding............................................................................... 66

4 4.1 4.2

Bijzondere situaties........................................................................71 Gebiedsontwikkelingen: flexibiliteit in ruil voor versterking................ 71 Gebieden of plekken met een opgave................................................ 75

5 5.1 5.2 5.3

Hoe werkt het.................................................................................83 De procedure....................................................................................... 83 Wanneer is een TAC advies nodig?..................................................... 84 Advisering in stappen.......................................................................... 87

9

10

1. Inleiding 1.1 Waarom een Hoofdgroenstructuur? Amsterdam heeft een lange traditie in het plannen en aanleggen van groen als vanzelfsprekend onderdeel van een groeiende stad. Het maakt Amsterdam de mooie en indrukwekkende stad die het nu is. Een Amsterdam zonder Vondelpark, Amsterdamse Bos of Waterland zou Amsterdam niet zijn. Amsterdammers houden van hun stad en van hun groen. De Hoofdgroenstructuur is bedoeld om de belangrijkste groengebieden in de stad te behouden voor de toekomst en hierin gericht te investeren. Het is een juridisch-planologisch instrument om zorgvuldige afwegingen te maken over ruimtelijke plannen of initiatieven in de stedelijke groenstructuur. Amsterdam groeit in hoog tempo. In de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 (vastgesteld 8 juli 2021) wordt gemikt op minimaal 150.000 woningen erbij voor 250.000 nieuwe inwoners in 2050. Plus 200.000 nieuwe arbeidsplaatsen. Amsterdam neemt daarmee haar verantwoordelijkheid en verschuift de opgave niet door naar de regio of naar het landschap rondom de stad. Door de verdichting van de stad zullen er wel steeds zwaardere eisen aan het groen worden gesteld. Om aan die eisen te kunnen voldoen, moet duidelijk zijn hoeveel en wat voor groen Amsterdam en de Amsterdammers

de komende jaren nodig hebben. We werken aan een complete stad, met voldoende voorzieningen en voldoende buitenruimte: verdichting wordt gecombineerd met het rigoureus vergroenen van de stad. Want een stad heeft voldoende en verschillende waterrijke groengebieden, parken, groenstroken, bomen en plantsoenen nodig om goed te kunnen functioneren. Groen in en om de stad heeft in zichzelf een grote waarde voor een gezond ecosysteem. Bomen en planten dragen bij aan een gezonde en schone lucht, bodem en waterhuishouding. Groen draagt bij aan een klimaatadaptieve, duurzame en mooie stad. Daarbij heeft de coronapandemie nogmaals duidelijk gemaakt hoe belangrijk groen is voor de Amsterdammer. Groen maakt de stad leefbaar en het draagt bij aan de mentale en fysieke gezondheid van haar inwoners. Dit beleidskader gaat primair over het beschermen van het stedelijk groen en bijbehorende waterstructuren. Het laat in kaart en in tekst zien welke onderdelen van het grondgebied van Amsterdam tot de Hoofdgroenstructuur behoren en welke regels hiervoor gelden. Deze regels geven duidelijkheid aan projectleiders, bewoners, belanghebbenden en ondernemers over gewenste en ongewenste ontwikkelingen in de Hoofdgroenstructuur.

11

Hoofdgroenstructuur in een groeiende stad Amsterdam groeit. Voor 2050 gaat OIS (Onderzoek, Informatie en Statistiek) van de gemeente Amsterdam uit van een behoefte aan minimaal 147.000 woningen voor 250.000 extra inwoners. In het Coalitieakkoord 2022-2026 is deze prognose vertaald naar het langjarig bouwen van 7.500 woningen per jaar, zonder hierbij afbreuk te doen aan het principe om gemengde gebieden te maken met voldoende groen, ruimte voor werkgelegenheid en voorzieningen, zodat leefbare en toekomstbestendige buurten en wijken ontstaan. In de Omgevingsvisie wordt de groei van de stad omarmt, maar wel onder voorwaarden. ‘Rigoureus vergroenen’ is daarbij één van vijf strategische keuzes. Zo wordt een beeld geschetst van een grotere Hoofdgroenstructuur waar tot 2050 in stappen naartoe gewerkt wordt. Waar de Hoofdgroenstructuur tot nu toe nog een mozaïek vormde van groengebieden, wordt met de nieuwe Hoofdgroenstructuur gestreefd naar een aaneengesloten groen netwerk op de schaal van de stad. De Hoofdgroenstructuur in dit beleidskader gaat over het grondgebied van Amsterdam. Deze sluit naadloos aan op de groengebieden en groene routes in de gebieden rondom de stad, zoals in de Omgevingsvisie wordt gevisualiseerd. Een grotere Hoofdgroenstructuur betekent niet dat de Hoofdgroenstructuur gevrijwaard blijft van stedelijke druk.

Integendeel; een groeiende stad betekent meer bewoners en bezoekers van het groen, intensiever en gevarieerder gebruik van bestaande groene voorzieningen zoals volkstuinparken en sportparken en ook toevoeging van voorzieningen in het groen om dit gebruik op te vangen en in goede banen te leiden. Het is dan ook een misverstand dat er niks mag in de Hoofdgroenstructuur. Een goed functionerende Hoofdgroenstructuur kenmerkt zich door een grote diversiteit aan groen, dat zoveel mogelijk openbaar toegankelijk is en waar mens en dier op uiteenlopende wijzen van kunnen genieten. Daar horen ook gebouwde voorzieningen en routes bij, en ruimte voor verbetering en vernieuwing. Initiatieven en plannen die bijdragen aan een versterking van de Hoofdgroenstructuur en geen afbreuk doen aan bestaande groenwaarden zijn welkom. In dit beleidskader zijn regels en processtappen opgenomen om een zorgvuldige afweging te borgen.

12

1.2

Status en doorwerking

Robuust en flexibel

Visie en beleid

Een groengebied heeft pas na een flink aantal jaren veel waarde voor de stad. Bomen hebben tijd nodig om groot te worden, veel schaduw te geven en van grote waarde te zijn voor insecten en vogels. Om volwassen te worden heeft groen al snel enkele decennia nodig. De groenblauwe structuur van de stad wordt daarom langere periode vastgelegd om voldoende robuust te zijn. Vrijwel alle groengebieden die 25 jaar geleden werden aangewezen in de eerste versie van de Hoofdgroenstructuur, zijn dat nu nog steeds. Er zijn nauwelijks delen uit de Hoofdgroenstructuur gehaald, er zijn er wel bijgekomen.

Door verdergaande verdichting van de stad zullen steeds zwaardere eisen aan het groen worden gesteld. Om aan die eisen te kunnen voldoen, moet duidelijk zijn hoeveel en wat voor groen Amsterdam en de Amsterdammers de komende jaren nodig hebben. Amsterdam heeft haar wensbeeld voor een groene en leefbare stad beschreven in de Groenvisie 2020-2050 (december 2020) en vervolgens als de strategische keuze om de stad ‘rigoureus te vergroenen’ door vertaald in de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 (juli 2021). Beide documenten vormen de basis van het Beleidskader Hoofdgroenstructuur en zijn hiervan een officiële uitwerking. Bovengemeentelijke wet- en regelgeving wordt hierbij gerespecteerd.

Om een levend instrument te blijven moet de Hoofdgroenstructuur, zowel in vorm als in functie, ook aangepast kunnen worden aan maatschappelijke wensen en eisen van de tijd. Op basis van dit beleidskader adviseert de Technische adviescommissie (TAC) het gemeentebestuur over de inpasbaarheid van initiatieven. Het is aan het gemeentebestuur om het advies van de TAC op te volgen of niet, afhankelijk van de wenselijkheid van het initiatief. Het situeren van woningbouw in een park verhoudt zich bijvoorbeeld niet met de groenfunctie, maar kan maatschappelijk wel heel wenselijk zijn. Het gemeentebestuur kan met behulp van het deskundigenadvies van de TAC ongewenste ontwikkelingen in de Hoofdgroenstructuur tegenhouden, maar kan dus ook vanuit breder maatschappelijk belang een wenselijke ontwikkeling juist faciliteren. Dat zal altijd zo blijven: de visie en beleid zijn geen star geheel, maar geven kader en richting. Zie verder hoofdstuk 5 over de werking van de Hoofdgroenstructuur

In de Groenvisie 2020-2050 wordt het belang van een robuust en aaneengesloten groen netwerk benadrukt samen met de volgende principes: „ we zorgen voor genoeg en gevarieerd groen voor iedereen; „ we zorgen voor groen dat bijdraagt aan verschillende opgaven; „ de stad wordt natuurinclusief aangelegd en beheerd; „ aan groen werken we samen. In de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 laat de kaart ‘Groen-blauw raamwerk’ het wensbeeld zien van de toekomstige Hoofdgroenstructuur, waar we de komende decennia stapsgewijs naartoe werken. In de ambitie van de Omgevingsvisie wordt de Hoofdgroenstructuur groter, vormt het straks een aaneengesloten netwerk, vertegenwoordigt het alle groenwaarden en beweegt en groeit het als robuuste groenstructuur mee met de groei en verdichting van de stad (zie ook hoofdstuk 4).

13

Dit beleidskader is een juridisch planologisch instrument dat stuurt op zorgvuldige afweging van ruimtelijke plannen en (tijdelijke) initiatieven in de stedelijke groenstructuur in de stad. Het geeft heel nauwkeurig aan welke bestaande groene gebieden en verbindingen de beschermde status van Hoofdgroenstructuur krijgen en welke ontwikkelingen binnen deze Hoofdgroenstructuur passend zijn en welke niet. Toekomstig groen en andere belangrijke groene opgaven in de Hoofdgroenstructuur krijgen een plek in de nog te produceren ‘Opgavenkaart Hoofdgroenstructuur 2030’ (gepland 2023), waarmee we: „ actief sturen op het kwalitatief en kwantitatief versterken van de Hoofdgroenstructuur, parallel aan de groei van de stad;

Figuur 1 De beleidscyclus van de Hoofdgroenstructuur

14

vanuit een stedelijk perspectief onderbouwing bieden voor investeringen vanuit beschikbare budgetten voor openbare ruimte en groen, zoals het Strategisch Huisvestingsplan Bovenwijks Groen, het Strategisch Huisvestingsplan Sport en het Stedelijk Mobiliteitsfonds; „ richting gebiedsontwikkelingen en andere stedelijke projecten helderheid bieden over wenselijke kwaliteitsimpulsen in de Hoofdgroenstructuur. „

De belangrijkste regels zullen, samen met andere beleidskaders, worden vertaald naar het Amsterdamse Omgevingsplan (gepland 2022/2023).

Doorwerking van beleid

Terugkoppeling

In de volgende stap van de beleidscyclus worden visie en beleid uitgewerkt. Dat gebeurt bijvoorbeeld binnen het Uitvoeringsprogramma van de Groenvisie, een plan voor het verbeteren van een park of de planvorming voor een nieuwe wijk. Als deze plannen en projecten betekenis hebben voor de Hoofdgroenstructuur worden ze voor advies voorgelegd aan de TAC, zodat er naast de reguliere ambtelijke beoordeling een onafhankelijk advies met specifieke deskundigheid op het gebeid van groen in een stedelijke omgeving aan het college wordt aangeboden.

De toetskaart en de beleidsregels gelden in principe voor 10 jaar, maar worden ook periodiek geactualiseerd. Om de wijzigingen in de Hoofdgroenstructuur te kunnen volgen en de diversiteit van het totale groenaanbod daarbinnen te borgen, is het opzetten van een monitoringssysteem voor het groen in de stad een belangrijke voorwaarde. Een actualisatieronde is vervolgens een kans om visies en beleid te actualiseren vanuit een integrale afweging en stedelijke consultatie. Zo kan ook het beleidskader van de Hoofdgroenstructuur worden geoptimaliseerd. Nieuwe parken en verbindingen binnen gebiedsontwikkelingen, die voldoen aan de criteria van de Hoofdgroenstructuur, zullen worden toegevoegd aan de Hoofdgroenstructuur. Denk bijvoorbeeld aan Havenstad waar de komende decennia nieuwe stads- en sportparken worden gerealiseerd.

Uitvoering Als een plan of initiatief positief is getoetst en/of de raad ermee heeft ingestemd kan het plan worden uitgevoerd. Soms is daar een Omgevingsvergunning of actualisatie van een bestemmingsplan (binnenkort omgevingsplan) voor nodig. Plannen worden gefinancierd uit grondexploitaties of uit fondsen zoals het Stedelijk Mobiliteitsfonds of het Strategisch Huisvestingsplan Bovenwijks Groen.

15

Vervolgacties Hoofdgroenstructuur Om de werking van de Hoofdgroenstructuur de komende jaren te optimaliseren en actueel te houden volgens de hierboven beschreven beleidscyclus zijn onder andere de volgende vervolgacties gepland: „ doorvertalen van het Hoofdgroenstructuurbeleid naar het Amsterdamse Omgevingsplan, via opname van regels voor de Hoofdgroenstructuur in een basisregelset (2022/2023) en een nadere doorvertaling naar gebieden (2023-2029); „ doorvertalen van het Hoofdgroenstructuurbeleid in de Verordening op de Technische Adviescommissie Hoofdgroenstructuur 2019 (2023); „ opstellen van een ‘Opgavenkaart Hoofdgroenstructuur 2030’ als onderdeel van het Uitvoeringsprogramma Groenvisie (2023); „ onderzoeken en verbeteren van de organisatie, werkwijze en financieringsmethodiek van de Hoofdgroenstructuur, waaronder een monitoringssysteem en periodieke actualisatie van het Hoofdgroenstructuur beleid (2022-2025); „ adviseren van het bestuur over het inpassen van de TAC in een bredere toetscommissie (de commissie Omgevingskwaliteit Amsterdam) die toeziet op een integrale toetsing op ontwikkelingen in de stad (opvolger van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit), zoals in de Omgevingswet als gewenste werkwijze staat beschreven (2022 -2024); „ opstellen, ter visie leggen en bestuurlijk laten vaststellen van de Hoofdgroenstructuur-toetskaart van Weesp door de gemeenteraad van

Amsterdam en integratie in Hoofdgroenstructuur toetskaart van Amsterdam (na 2023); „ nader definiëren welke doelen Amsterdam nastreeft ten aanzien van diersoorten en kwaliteit van (ecologisch) groen en wat dit betekent voor het beheer en de inrichting van stadsnatuurgebieden en -verbindingen (na 2023); „ onderzoeken op welke wijze ‘groene linten’, inclusief de Hoofdbomenstructuur opgenomen, kunnen worden in het beleidskader Hoofdgroenstructuur (na 2022). Zie ook 4.2 over groene linten; „ uitwerken van een methodiek voor benodigde sportruimte in de stad en de consequenties daarvan voor de Hoofdgroenstructuur in het kader van het Uitvoeringsprogramma Omgevingsvisie. Zie ook 4.2 over sport in de Hoofdgroenstructuur; „ onderzoeken of bepaalde sportparken vanwege de beperkte groenwaarde (geheel of gedeeltelijk) uit de HGS gehaald kunnen worden en zo ja, onder welke voorwaarden (2023-2024). Zie ook 4.2 over sportlandschappen; „ actualiseren van het specifieke beleids- en toetsingskader voor Waterland. Deze dient in overeenstemming te zijn met de Omgevingsverordening van de Provincie Noord Holland en een duurzaam toekomstperspectief te bieden op de agrarische sector in Landelijk Noord.

16

1.3 Van visie naar beleid Omdat groen belangrijker is dan ooit en de druk op het groen toeneemt, handhaven we de beschermende status van de Hoofdgroenstructuur. Daarom bouwen we niet in de Hoofdgroenstructuur, tenzij de groenfunctie ermee wordt versterkt. Ook blijven we gebruikmaken van de adviezen van een onafhankelijke adviescommissie om te adviseren welke initiatieven een verbetering van de groenfunctie betekenen en welke niet. Het wensbeeld voor een nieuwe Hoofdgroenstructuur, zoals beschreven in de Omgevingsvisie 2050 en de Groenvisie 2050, is in dit beleidskader als volgt uitgewerkt. 1. Eén stedelijke groenstructuur voor de hele stad De Hoofdgroenstructuur in dit beleidskader is groter dan haar voorganger. Een groter gedeelte van al het groen in de stad krijgt daarmee extra juridisch-planologische bescherming. Nieuw is ook dat door toevoeging van groene verbindingen deze Hoofdgroenstructuur een aaneengesloten groen-blauw netwerk vormt in plaats van een mozaïek bestaand uit losse onderdelen. Straten met bomen, natuurlijke bermen en oevers vormen belangrijke verbindingen tussen de grotere groengebieden in de stad en naar het omringende landschap. De gemeente Amsterdam hanteert tot op heden drie verschillende beleidsinstrumenten op stedelijke schaal voor stedelijk groen: de Amsterdamse Ecologische Structuur, de Hoofdbomenstructuur en de Hoofdgroenstructuur.

Vanwege de samenhang tussen deze drie instrumenten worden ze in stappen in het Hoofdgroenstructuur beleid geïntegreerd tot één samenhangende stedelijke groenstructuur voor mens en dier. We doen dat in dit beleidskader al met de Amsterdamse Ecologische Visie (2012), die als op

zichzelf staand beleidskader komt te vervallen. Later volgt ook opname van (delen van) de Hoofdbomenstructuur (zie tekst over groene linten in 4.3). 2. Water als integraal onderdeel van de Hoofdgroenstructuur Amsterdam is gebouwd op een waterlandschap. De oorsprong van veel van de openbare (groen) structuren liggen in het oorspronkelijke watersysteem. Het water én de land-waterovergangen vormen naast een cruciale schakel in onze ecosystemen ook een onderscheidende belevingswaarde van ons groen ten opzichte van andere Europese steden. Omdat water vaak onlosmakelijk verbonden is met het groen in Amsterdam voegen we bepaalde waterelementen toe aan de Hoofdgroenstructuur. Niet al het water gaat deel uitmaken van de Hoofdgroenstructuur, het gaat om de blauwe elementen in de stad die onlosmakelijk met het groen van de Hoofdgroenstructuur verbonden zijn, mede vanuit cultuurhistorisch perspectief. Denk aan de stedelijke recreatieplassen in de stadsparken of bepaalde groene oevers. De inzet is dat deze plassen en oevers in lijn met de Watervisie (2016) nog meer natuurwaarde en recreatieve waarde krijgen. Als we in dit beleidskader over ‘het groen van de Hoofdgroenstructuur’ schrijven, dan bedoelen we altijd ‘groen-blauw’. 3.

Versterken van alle waarden van groen Stadsgroen is niet alleen belangrijk voor allerlei functies in de stad, zoals sport en recreatie, maar groen heeft ook waarden van zichzelf. Groen reguleert de waterhuishouding in de stad, draagt bij aan biodiversiteit, slaat CO2 op en zorgt voor demping van stijgende temperaturen in de zomer. Tegelijkertijd heeft groen

17

veelal een belangrijke cultuurhistorische waarde en draagt ze bij aan de gezondheid van haar bewoners: het helpt stress reduceren en nodigt uit tot bewegen. In de Groenvisie 2020-2050 wordt om die reden een waardenbenadering voor het groen voorgesteld. We integreren deze waardenbenadering in dit beleidskader en combineren die met de gebruikelijke ‘functiebenadering’. 4. Beschermen én ontwikkelen Een robuuste Hoofdgroenstructuur verdient juridisch-planologische

18

bescherming. Uitgangspunt blijft dat er niet gebouwd wordt in de Hoofdgroenstructuur. Hiermee wordt voorkomen dat er bij de vele bouwprojecten steeds stukjes worden afgesnoept, waardoor de structuur uit elkaar valt en de juist zo belangrijke samenhang verloren gaat. Daarom maken we dit beleidskader met regels waaraan wordt getoetst en verankeren we de Hoofdgroenstructuur in het Omgevingsplan (vanaf 2023). Maar een stad is een dynamische omgeving met een dynamische

bevolking. De eisen die de stadsbevolking stelt aan het gebruik van het groen veranderen voortdurend. We moeten ervoor zorgen dat de Hoofdgroenstructuur kwantitatief en kwalitatief kan meebewegen met de dynamiek van de stad en de steeds veranderende maatschappelijke wensen ten aanzien van het groen. Daarom werken we aan een Hoofdgroenstructuur die enerzijds robuust is en niet ter discussie staat en anderzijds kan groeien en meebewegen als de stad met al haar bewoners, flora en fauna, daarom vraagt.

De ambitie is om de Hoofdgroenstructuur de komende tijd verder te laten groeien. In de grote gebiedsontwikkelingen worden nieuwe stadsparken en groene verbindingen aangelegd die deel gaan uitmaken van de Hoofdgroenstructuur. Ook in de bestaande stad gaan we stenige gebieden vergroenen en toevoegen aan de Hoofdgroenstructuur. Bij periodieke actualiseringen van dit beleidskader zullen de gewenste wijzigingen aan de gemeenteraad worden voorgelegd.

19

20

2. De nieuwe Hoofdgroenstructuur 2.1

Definitie

Op de schaal van de stad vormt de Hoofdgroenstructuur de minimaal benodigde hoeveelheid stedelijk groen en bijbehorende waterstructuren die we willen borgen en door ontwikkelen om een leefbare en duurzame stad te zijn voor mens en dier (zie kaart 1). Dit beleidskader biedt een leidraad voor initiatiefnemers, bewoners, ambtenaren en bestuurders wat binnen de Hoofdgroenstructuur mogelijk en wenselijk is en geeft sturing aan Omgevingsplan, projecten en gebiedsvisies. De Amsterdamse Hoofdgroenstructuur bestaat uit groengebieden en groene verbindingen: „ waarvan de groenfunctie dominant is; „ dat bestaand of in aanleg is op het moment van actualisering van dit beleidskader; „ met een wijkoverstijgende functie; „ dat van grote waarde is voor mens, plant en dier; „ dat een cruciale verbindende of structurerende functie vervult; „ of op een andere wijze bijzonder of zeldzaam is. In het groen aanwezige en eraan gerelateerde bebouwing en verharding maken ook onderdeel uit van de Hoofdgroenstructuur. Een voorbeeld hiervan is het gemaal en het bijbehorend terras in het Flevopark. Meestal is het groen van de Hoofdgroenstructuur openbaar toegankelijk en in eigendom van de gemeente, maar dat hoeft niet altijd zo te zijn. Een voorbeeld hiervan zijn de groenstroken langs rijks- of spoorwegen.

In de gebieden en verbindingen die opgenomen zijn in de Hoofdgroenstructuur speelt het groen een dominante of cruciale rol. Woningbouw, werkgerelateerde

functies, wegen of andere functies die ten koste gaan van die primaire groenfunctie zijn niet passend in de Hoofdgroenstructuur. Initiatieven die de verschillende waarden van het groen verhogen worden juist gestimuleerd. Daarbij kan het gaan om de natuurwaarde, recreatieve waarde of één van de andere waarden die in dit beleidskader worden beschreven. Ook een gebouw of andere vorm van verharding kan, mits zorgvuldig afgewogen, bijdragen aan de versterking van het groen.

Waar gaat het beleidskader niet over? De Hoofdgroenstructuur sluit onlosmakelijk aan op het fijnmaziger stelsel van buurtparkjes, groene daken, geveltuintjes, boomlanen, moestuintjes en groene schoolpleinen. Deze meer op de buurt gerichte groenelementen in de stad zijn voor een leefbare en duurzame stad minstens zo belangrijk, maar maken geen onderdeel uit van de Hoofdgroenstructuur. In dit beleidskader Hoofdgroenstructuur gaat het ook niet over groen dat nog niet gerealiseerd is en dus ook niet over realisatie van voldoende groen in nieuwe buurten op basis van de referentienorm groen en sport. Toekomstig groen en andere belangrijke groen-blauwe opgaven in de Hoofdgroenstructuur krijgen een plek in de nog te produceren ‘Opgavenkaart Hoofdgroenstructuur 2030’ (zie hoofdstuk 1.2). Hoewel er in dit beleidskader per groentype richtlijnen worden beschreven voor de gewenste beheerwijze, worden de keuzes ten aanzien van het beheer van het groen niet gemaakt in dit beleidskader. Tot slot geldt dat eventuele bestuurlijke besluiten die genomen zijn (kort) voor vaststelling van het beleidskader Hoofdgroenstructuur leidend zijn en niet op basis van dit beleidskader ter discussie kunnen worden gesteld. 21

Kaart 1

De nieuwe Hoofdgroenstructuur met stadsnatuur Hoofdgroenstructuur Hoofdgroenstructuur + stadsnatuurgebied Hoofdgroenstructuur + stadsnatuurverbinding 22

23

De waarden van de Hoofdgroenstructuur Natuur De stad biedt verrassend veel mogelijkheden voor de ontwikkeling van flora en fauna. Steeds meer natuur ontdekt de stad, en daarmee wordt de stad een eigen ecosysteem met een breed palet aan plant- en diersoorten. De vormgeving, inrichting en het beheer van de stad zijn bepalend voor de soorten die zich er vestigen. Dit kan verbeterd worden door de aanleg van groenblauwe netwerken en het verwijderen van overbodige verharding. Door het toepassen van ecologisch beheer in publiek en privaat groen dragen bewoners, bedrijven en gemeente bij aan het behoud van bijzondere en bedreigde soorten zoals wilde bijen. In een natuurlijke stad kunnen kinderen en volwassenen zich verwonderen over de rijke verscheidenheid van de stadse biodiversiteit.

Recreatie Groene recreatie beslaat alle vormen van recreatie in een groene omgeving, van actieve vormen van recreatie zoals sporten, spelen of fietsen in de buitenlucht tot meer extensieve en rustige vormen zoals een natuurwandeling maken, op een bankje zitten of mediteren in het park. Groene recreatie zorgt voor ontspanning, beweging en rust in alle leeftijdscategorieën en draagt op die manier bij aan verschillende andere waarden, zoals gezondheid, sociaal en beleving.

Voedsel Het groen in en rondom de stad levert voedsel aan de bewoners van de metropoolregio Amsterdam en daarbuiten. Bij voedsel gaat het om meer dan het eten op ons bord, het is ook belangrijk voor gezondheid, cultuur, traditie, welzijn en economie. De landbouw in het omringende landschap levert voedsel aan de stad. Lokale productie van voedsel gebaseerd op de natuurlijke mogelijkheden is minder belastend voor de omgeving (energie, mest, transport). Volkstuinen, nutstuinen, stadslandbouwprojecten en stadsbossen zijn om verschillende redenen waardevol voor de stad: ze bieden naast voedsel ook educatie aan jongeren, dragen bij aan sociale cohesie en bieden kansen voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.

24

Sociaal Het groen in Amsterdam heeft veel sociale waarde: in een park, sportpark of moestuin ontmoeten bewoners elkaar op een laagdrempelige manier. Arm en rijk, oud en jong, mensen van welke afkomst dan ook maken gebruik van het groen, onderhouden het en dragen er samen verantwoordelijkheid voor in buurtof verenigingsverband. Ouders maken vaak gebruik van groene speelplaatsen, waar ze elkaar ontmoeten en kinderen samen kunnen spelen. Hondeneigenaren ontmoeten elkaar in parken. Mensen gaan eerder naar buiten in een prettige leefomgeving. Daarmee kan groen bijdragen aan ontmoeting en sociale binding en het verminderen van eenzaamheid. In een stad waar bewoners meer contact hebben, is doorgaans minder sprake van verloedering, overlast en criminaliteit.

Educatie De natuur zelf vormt bij uitstek de plek voor natuureducatie. In de natuur kunnen we ervaren wat natuur echt is, welke dieren en planten er leven en welk nut het heeft voor onze economie, onze gezondheid en welzijn. Kinderen leren door natuureducatie waar ons voedsel vandaan komt en welke weg voedsel aflegt voordat het belandt in de schappen van de supermarkt. Door zelf de aantasting van de natuur en het natuurlijk kapitaal te ervaren, wordt de noodzaak om de natuur te beschermen sterker. Voor educatieve doeleinden is het van belang dat natuur toegankelijk is en nabij. Ook is het belangrijk dat zowel het basisals voortgezet onderwijs genoeg tijd besteedt aan natuureducatie.

Cultuurhistorie Tuinen en parken, historische groen- en waterstructuren in woonwijken en landschappen kunnen veel cultuurhistorische waarde hebben. Ze zijn in het verleden ontstaan of aangelegd en we willen ze vanwege hun schoonheid of cultuurhistorische waarde in stand houden voor de toekomst. Ons groenblauwe erfgoed in en rondom de stad helpt ons ook om het verhaal van onze geschiedenis te vertellen. Het kan gaan over voedsel, over religie of bijvoorbeeld over sociale verhoudingen.

Beleving Veel mensen hebben een positieve beleving bij bomen, planten en dieren. Een parkje in de stad of een natuurgebied aan de rand wordt vaak geassocieerd met rust en stilte. Een boom voor het huis brengt de vogels en jaargetijden dichterbij. Veel stadsbewoners worden gelukkig van een mooi groen uitzicht vanuit het raam of van het spotten van een ijsvogel langs het IJ. Bewoners krijgen een band met de planten en bomen in de straat, in de binnentuin of in nabijgelegen park. Gevarieerd en goed ontworpen en beheerd groen maakt de stad mooier en aantrekkelijker voor zowel bewoners als bedrijven.

Gezondheid In de gezondheidszorg komt steeds meer nadruk op preventie. Een mooie groene omgeving draagt hieraan bij. Mensen die beter in hun vel zitten en minder last van stress hebben, zijn niet alleen gezonder, maar ook productiever. Uit diverse onderzoeken is gebleken dat mensen gezonder zijn als de woonomgeving meer groen bevat. De aanwezigheid van groen kan hittestress/oververhitting van mensen helpen verminderen, schaduw bieden en het hitte eiland effect tegengaan. Groen kan bovendien een aantrekkelijke buitenruimte bieden voor spelen en sporten. Meer bewegen draagt bij aan een betere gezondheid. Een groene omgeving kan kinderen helpen bij hun ontwikkeling, zowel mentaal als fysiek. Groen daagt uit tot creativiteit en tot bewegen: kinderen die veel in een groene omgeving zijn hebben minder vaak last van overgewicht. Niet elke groene omgeving is daarbij overigens even uitdagend, variatie is belangrijk, evenals rustige en stille stukken groen voor stressreductie.

Duurzaamheid Groen in en om de stad kan bijdragen aan een gezonde en schone bodem en een gezonde waterhuishouding. Zo kan vegetatie een bijdrage leveren aan het voorkomen van hitte stress maar zorgt ook voor een geleidelijke opname van het water in de bodem en beschermt deze tegen uitdroging en erosie. Plantenresten, bodemdieren en humus zorgen ervoor dat water in de bodem wordt vastgehouden. Een bijkomend voordeel van waterberging is dat het opgevangen water bij droge periodes kan worden benut. Variatie in bodemleven, voldoende voedingsstoffen en aanwezigheid van organisch materiaal zorgen voor een gezonde en vruchtbare bodem. CO2 wordt in de bodem en in planten en bomen vastgelegd als koolstof, maar CO2 kan ook weer vrijkomen door het kappen (en verbranden) van bomen of doordat veenbodems oxideren. Door bodems te vernatten wordt oxidatie van veen voorkomen en komt er minder CO2 vrij.

Leefklimaat Groen, water en luchtstromen hebben een positief effect op het stedelijke leefklimaat. In de hete zomermaanden kan het in binnensteden door het zogenaamde ‘hitte eiland-effect’ tot zeven graden warmer zijn dan het omliggende landelijke gebied. Bij hittegolven krijgen veel mensen last van gezondheidsklachten. Bomen, struiken en ander groen kunnen de temperatuur in een stad helpen verlagen door water te verdampen. Ook zorgen met name bomen voor schaduw. In de schaduw van bomen loopt de temperatuur zoals mensen die ervaren veel minder hoog op, mits er ook voldoende ventilatie is. Parken zijn door het effect van verdamping en schaduw koele plekken in de stad. Het effect is tot buiten het park te meten. Vegetatie of groen heeft invloed op de wijze waarop mensen lawaai en geluidsoverlast ervaren. Bij uitzicht op groen wordt minder last ervaren van lawaai, zoals een druk schoolplein. Windhinder die ontstaat door de aanwezigheid van hoge gebouwen kan worden beperkt door het aanplanten van de juiste struiken of bomen.

25

2.2

Groene waarden

Groen levert veel verschillende waarden aan de stad. De tien waarden die in dit beleidskader worden beschreven zijn niet uitputtend, maar sluiten zo goed mogelijk aan bij de waarden die in de Groenvisie 20202050 worden onderscheiden. Het zijn deze tien waarden die het meeste bijdragen aan de uitdagingen en opgaven waar Amsterdam voor staat. Om richting te geven aan de gewenste variatie en ontwikkeling van groengebieden in de stad worden in hoofdstuk 3 per groentype drie zogenaamde ‘prioritaire waarden’ benoemd die allen even belangrijk zijn. Zo staan bijvoorbeeld binnen het groentype natuurpark de natuurwaarde, belevingswaarde en educatieve waarde van het groen centraal. Ook wordt er in hoofdstuk 3 in elke groentypetabel aangeduid wat naast de prioritaire waarden overige belangrijke waarden zijn voor het betreffende groentype. Voor bijvoorbeeld het groentype ‘natuurpark’ zijn dat duurzaamheid, leefbaarheid en gezondheid. Hiermee is niet gezegd dat waarden die niet in de groentype tabel benoemd worden onbelangrijk zijn. Een initiatiefnemer wordt aangemoedigd op zoveel mogelijk waarden positief te scoren en deze te versterken. Met de aanduiding prioritaire en overige waarden wordt een rangorde aangeduid die richting geeft bij de beoordeling op inpasbaarheid.

Initiatieven en planvorming mogen niet ten koste gaan van de prioritaire waarden en moeten op ten minste één prioritaire waarde een verbetering laten zien.

26

2.3 Algemene richtlijnen Voor alle groentypen binnen de Hoofdgroenstructuur, inclusief stadsnatuur, gelden een aantal algemene richtlijnen over de mogelijkheden voor toevoeging van (tijdelijke) bebouwing en/of verharding. Uitgangspunt bij nieuwbouw en verharding in de Hoofdgroenstructuur is minimaal behoud van de prioritaire waarden die gelden voor het betreffende groentype of de aanduiding stadsnatuur en behoud van het groene karakter van het betreffende gebied. De beoordeling of nieuwe functies naar aard, omvang en locatie inpasbaar zijn vindt plaats op basis van de specifieke richtlijnen die zijn uitgewerkt per groentype in de tabellen in hoofdstuk 3. De algemene regels worden hieronder beschreven.

Inpasbaar: Kleinschalige (natuurinclusieve en duurzame) bebouwing en verharding die de prioritaire waarden en beleidsintentie(s) van het specifieke groentype ondersteunt en die voortvloeit uit het streven naar verbetering van het functioneren van het groen. „ Maximaal enkele procenten van het oppervlak van het gebied mogen bebouwd en/of verhard worden. Zie hiervoor de specifieke criteria per groentype in hoofdstuk 3. „ Ondergrondse bouwwerken: als de noodzaak van ondergrondse bouwwerken in de Hoofdgroenstructuur aangetoond kan worden, worden de bouwwerken (zoals parkeervoorzieningen) niet als verharding meegeteld en zijn ze inpasbaar. Op voorwaarde dat deze voorzien zijn van een omvangrijke groene leeflaag en dat de natuurwaarden niet aangetast dan wel gecompenseerd worden en dat er aandacht is voor de effecten op grondwaterstromen. „

Nutsvoorzieningen tot maximaal 15 m2. „ Verharde wandel- en fietspaden. Zie hiervoor de specifieke criteria per groentype in hoofdstuk 3. „ Voorzieningen voor de scheepvaart zijn, onder voorwaarden, mogelijk in de Hoofdgroenstructuur. De Scheepvaartverkeerswet is hierin leidend. „

Niet inpasbaar: Bebouwing en verharding die de prioritaire waarden van het specifieke groentype niet ondersteunen (zoals gebruik voor werken en wonen of afgeleiden daarvan) en die niet voortvloeien uit het streven naar verbetering van het functioneren van het groen. „ Niet aan groen gerelateerde vrijetijdsvoorzieningen. „ Overnachtingsmogelijkheden, op een enkele uitzondering na. Zie hiervoor de criteria per groentype. „ Infrastructuur (waaronder ook bruggen), met name voor auto’s, voor zover deze de groenfunctie niet ondersteunt. „ Mountainbike routes, op een enkele uitzondering na. Zie hiervoor de criteria per groentype. „ Datacenters, afval(overslag)punten en werven. „ Warmte/koude opslag en centrales, onder- en verdeelstations, tenzij deze bij gemeenteraadsbesluit als zoekgebieden voor energietransitie zijn aangemerkt en mits deze ruimtelijk, kwalitatief landschappelijk en ecologisch goed inpasbaar zijn en er voldoende ruimte beschikbaar blijft voor andere functies. „ Zonnevelden, tenzij deze als zoekgebieden zonne-energie zijn aangemerkt in de Omgevingsvisie 2050 onder het ja-mits-principe en mits deze ruimtelijk, kwalitatief landschappelijk en ecologisch goed inpasbaar zijn en er voldoende ruimte beschikbaar „

blijft voor andere functies. Zonne-energie op daken of op/ aan grootschalige infrastructuur is inpasbaar. „ Windturbines, tenzij deze bij gemeenteraadsbesluit als zoekgebieden voor windenergie zijn aangemerkt en mits uit een milieueffectrapportage blijkt dat er geen onaanvaardbare effecten zijn voor natuur en milieu. „ Hoge elementen: zoals zendmasten en reclamezuilen (waarvan uitgezonderd lichtmasten op sportparken). „ Waterberging, als de noodzaak daarvoor is ontstaan door verdichtingen in het omringende stedelijke gebied. Waterbergingsopgaven mogen niet op groengebieden worden afgewenteld, maar zijn in enkele groentypen onder voorwaarden als kwaliteitsimpuls mogelijk. „ Oplossingen voor extra autoparkeren moeten buiten de Hoofdgroenstructuur worden gevonden met uitzondering van het groentype landschap en sportpark. Uitbreiding van parkeren in het landschap of op een sportpark wordt beoordeeld als onderdeel van het bebouwingsini­tiatief waar het bij hoort. Een land­schappelijk verantwoorde inpassing is noodzakelijk. Groene toepassing van parkeren (bijvoorbeeld gewa­pend gras) verdient de voorkeur.

Mate van bebouwing en verharding Als richtlijnen voor de toegestane mate van bebouwing en verharding geldt: „ Behoud van het groene karakter van het gebied. „ Maximaal enkele procenten bebouwd en/of verhard oppervlak of, indien het percentage nu al hoger is, geen significante toename daarvan.

27

Als verharding worden de volgende elementen beschouwd: Verharde toegangs-, wandel- en fietspaden. „ Verharde wegen, parkeerplaatsen/ terreinen en terrassen. „ Kunstgras, gravel en verharde onderconstructies ten behoeve van sport- en speluitoefening, met uitzondering binnen het groentype ‘sportpark’. „

Niet als verharding gelden: Onverharde/halfverharde wandelen fietspaden zonder ondergronds verhard oppervlak. „ Onverhard/halfverhard (fiets) parkeren uitgevoerd in halfverharding (als dit functioneel de voorkeur verdient boven onverhard parkeren). „

Bestaande bebouwing en verharding Bestaande bebouwing en/of verharding kan een passend (vaak cultuurhistorisch) onderdeel van het groen vormen (zoals bijvoorbeeld het Vondelparkpaviljoen). In andere gevallen is bestaande bebouwing geen verrijking van het groentype, en verdient uitplaatsing de voorkeur. Bestaande legale bebouwing – inpasbaar of niet – wordt om praktische redenen geaccepteerd. Wel moet een functiewijziging van bestaande legale bebouwing voor advisering aan de TAC worden voorgelegd.

28

Maximale verhardings- en bebouwingspercentages Voor sommige groentypen (stadsparken, stadsplantsoenen en sportparken) geldt een maximaal percentage voor de mate van bebouwing plus verharding. Sommige groengebieden hebben in de huidige situatie al een hoger percentage verharding/bebouwing dan is toegestaan volgens dit toetskader. In het algemeen geldt er dan een vergroeningsopgave, waarbij verharding wordt omgezet in groen. Initiatieven die tot een overschrijding van het maximale verhardings- en bebouwingspercentage leiden moeten worden gemotiveerd vanuit een totaalvisie op het groengebied, waarin aspecten als verharding, bebouwing, groen, water, ecologie en ruimtelijke kwaliteit in samenhang worden bekeken en uitwisselingsmogelijkheden optimaal worden benut. Voor de berekening van het percentage verharding plus bebouwing wordt de begrenzing van het gehele sportpark of stadspark betrokken (hek of sloot). Eventueel andere binnen dit gebied gelegen groentypen worden niet meegeteld. De stadsplassen worden uitgesloten van de mate van verharding berekening.

2.4

Stadsnatuur

In de Omgevingsvisie 2050 zijn binnen de gemeentegrenzen gebieden en verbindingen als ‘stadsnatuur’ aangewezen. Deze gebieden worden gekenmerkt door een hoge ecologische waarde en vormen de leefgebieden voor plant en dier. Daarnaast leveren ze ecosysteemdiensten, zoals het vastleggen van CO2, het bergen van water en het voorkomen van extreme opwarming. De ecologische structuur, zoals opgenomen in de Ecologische Visie (2012) is verwerkt in de gebieden en verbindingen die op kaart 1 als stadsnatuur zijn aangeduid. Deze zijn aangevuld met plekken in stadsparken met een hoge natuurwaarde. Van het totaal aan gebieden binnen de gemeentegrens van Amsterdam dat dit label meekrijgt, is het niet verbazingwekkend dat er sprake is van grote overlap met gebieden die vanuit bovengemeentelijk beleid zijn aangewezen als waardevol vanuit natuur en of landschap (zoals Natuur Netwerk Nederland, Natura 2000, Landelijk Gebied). De vereisten zoals verbonden aan deze regel- en wetgeving blijven gewoon op deze gebieden van toepassing. De aan stadsnatuur verbonden criteria zijn hiermee in lijn en op sommige punten aanscherpend. Op locaties in de stad die aangeduid zijn als ‘stadsnatuur’ staan extensief recreatief gebruik en de beleving van natuur en rust voorop. Stadsnatuur is geen apart groentype. Het maakt onderdeel uit van één van de groentypen, waarbij natuur altijd als prioritaire waarde geldt.

Het soort en de intensiteit van recreatief medegebruik hangt af van het groentype waar ‘stadsnatuur’ deel van uitmaakt. Bij stadsnatuur binnen een stadspark is meer recreatief gebruik toegestaan dan in een natuurpark. In beide gevallen altijd binnen de grenzen van het behoud van de natuurwaarde.

Voor gebieden of verbindingen die op kaart 1 zijn aangeduid als ‘stadsnatuur’ gelden de volgende criteria:

Algemeen: Op deze locatie geldt ‘natuur’ als prioritaire (ontwikkel)waarde, boven de voor het betreffende groentype geldende ontwikkelwaarden. Initiatieven mogen deze natuurwaarde niet aantasten of barrières opwerpen. De kwaliteit en de omvang (m2) ervan moet gelijk blijven of toenemen. Bestaande knelpunten worden zo spoedig mogelijk opgeheven. „ Als voorwaarde voor een advies van de TAC op inpasbaarheid op een locatie met een ‘stadsnatuur-label’ geldt dat de aanvraag voorzien moet zijn van een floraen faunatoets waaruit de consequenties blijken en welke voorzien is van een ambtelijk ecologisch advies van een stadsecoloog over inpasbaarheid. Signalering en beoordeling van strijdigheid met eventueel op een locatie ook van toepassing zijnde bovengemeentelijk natuurbeleid of –wetgeving (zoals Wet Natuurbescherming, Natura200o, Natuur Netwerk Nederland) maakt hier onderdeel van uit. Evenals het rapporteren of in dat kader vereiste vergunningen door het daartoe bevoegde gezag zijn verleend. „ Stadsnatuur wordt ecologisch beheerd. Chemische bestrijdingsmiddelen zijn niet toegestaan. „ In een uitwerking van dit beleidskader wordt nader gedefinieerd welke doelen Amsterdam nagestreefd ten aanzien van diersoorten en kwaliteit van (ecologisch) groen en wat dit betekent voor het beheer en de inrichting van stadsnatuurgebieden en –verbindingen (zie tekstkader in 1.2). „

29

Stadsnatuurgebieden: Voorop staan het beschermen en vergroten van de biodiversiteit, natuurbeleving en extensief gebruik dat gericht is op relatieve rust, donkerte (voorkomen van lichtvervuiling) en natuurbeleving. Dat komt tot uiting in de inrichting, het beheer en de bestemming. Stadsnatuur wordt optimaal ingericht voor doelsoorten. Ze worden extensief gebruikt en zijn beperkt toegankelijk, afgezien van eventuele (recreatieve) hoofdroutes. „ Waterpartijen hebben op daarvoor aangewezen plekken natuurlijke oevers (geleidelijk talud), naast de meer op recreatie gerichte oevers. Natuurzwemmen is onder voorwaarden toegestaan. Kanoën, roeibootjes en rustig elektrisch varen is toegestaan. Vissen zo min mogelijk. „ Voorzieningen zijn gericht op natuureducatie, natuurbeleving en extensieve recreatie. De bezoekersdruk is er laag. „ In de grotere stadsnatuurgebieden is rond entreegebieden ruimte voor voorzieningen als een klimpark, gecombineerde kleinschalige horeca/informatiecentrum of museum. „ In stadsnatuurgebieden zijn paden bij voorkeur onverhard/half verhard. Er is ruimte voor onverharde struinroutes en ruiterpaden.

Alleen als het om doorgaande hoofdroutes gaat is toepassing van verharding voor fiets- en wandelpaden in stadsnatuurgebieden mogelijk, mits het gebied voldoende maat heeft, het aandeel verharding in het totale gebied beperkt blijft en vroegtijdig is afgestemd met een stadsecoloog. Als een fietspad onderdeel is van het Hoofdnet fiets of het een doorgaande hoofdroute betreft die het groengebied met de omgeving verbindt is verlichting toegestaan, mits uitgevoerd in een natuurvriende„

30

lijke variant. Mountainbikeroutes en skateparken zijn niet inpasbaar. Boomkruinpaden zijn locatieafhankelijk inpasbaar. „ In centraal gelegen stadsnatuurgebieden geldt dat de bezoekersdruk wat hoger is in vergelijking met de grotere stadsnatuurgebieden aan de rand van de stad of in het landschap. Meer bezoekers kunnen hier genieten van natuur en rustige, extensieve vormen van recreatie en educatieve voorzieningen. „ Aan de randen van stadsnatuurgebieden zijn natuurspeelplaatsen en educatiepaden mogelijk, evenals informele en extensieve vormen van sport zonder toepassing van kunstgras, bebouwing en verharding. Skateparken zijn niet inpasbaar. Kleinschalige horeca is hier toegestaan indien de mededoelstelling natuureducatie is. Terrassen worden niet of halfverhard uitgevoerd. „ Het laten aanlanden van of over-/ onderkluizen met bruggen en viaducten is onder voorwaarden inpasbaar. „ Aanwezige bebouwing en voorzieningen zijn duurzaam en natuurinclusief.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12044266/1