CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Begroting 2026 Gemeente Amsterdam.pdf

RAAD 9 oktober 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Algemene Beschouwingen over de begroting 2026 (VN2025-013038)49.680 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 6

43

H.2.1.3

2.1.3 Erfpacht Het uitgeven van nieuwe erfpachtrechten, beheren van de door de gemeente Amsterdam uitgegeven erfpachtechten en het uitvoeren van de overstapregeling naar het eeuwigdurende erfpachtstelsel.

De totale CO2-uitstoot van programma­onderdeel 1.3 is (in tonnen CO2-eq): Scope 1 en 2 in de stad

- ton CO2

Scope 1 en 2 van de eigen organisatie

1 ton CO2

Scope 3 van de eigen organisatie

1.300 ton CO2

In paragraaf 4.3 Duurzaamheid laten we zien voor hoeveel CO2-uitstoot alle programmaonderdelen verantwoordelijk zijn.

Wat hebben we bereikt (doelen) en wat hebben wij daarvoor gedaan (activiteiten)? Doel 1.3.1 De waarde en het gebruik van grond ten dienste van inwoners en bedrijven laten komen. Indicatoren doel 1

Canon (*€ 1 mln.)

Peilwaarde (peiljaar)

Jaarverslag 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Prognose 2027-2029

156 (2022)

162

161

164

170

Door het erfpachtstelsel houdt de gemeente grip op het gebruik van de grond en komt de waardevermeerdering van de grond die ontstaat bij functiewijzigingen of bij het einde van een tijdvak, ten goede aan de gemeenschap. We doen dit door grond uit te geven in erfpacht bij nieuwe vastgoedontwikkelingen en door de bestaande erfpachtrechten te beheren.

Begroting 2026

De vraag in Amsterdam naar nieuw uit te geven grond, onder andere voor woningen en commercieel vastgoed, blijft groot. Behalve nieuwe gronduitgiften worden ook woningen gerealiseerd via transformaties. De afgelopen jaren hebben we ingezet op de uitvoering van de overstapregeling van het voortdurend erfpachtstelsel naar het eeuwigdurend erfpachtstelsel. In 2026 gaan we verder met het verbeteren van het erfpachtstelsel. De focus wordt verlegd naar het verwerken van de achterstanden van de reguliere erfpachtwijzigingen en lopende aanvragen. Er wordt een beleidsadviescommissie geïnstalleerd die vooraf adviseert over beleidswijzigingen. Daarnaast starten we met een pilot geschillencommissie erfpacht, die achteraf beoordeelt of ons erfpachtbeleid goed is toegepast. Het instellen van beide commissies voldoet aan het geadviseerde afwegingskader uit de verschenen ministeriële ‘Handreiking algemene erfpachtbepalingen voor gemeentelijke erfpacht bij particulieen re woonbestemmingen’. In 2021 is gestart met de ontwikkeling van het Nieuwe Informatie Systeem Erfpacht (programma NISE). Het nieuwe systeem is nodig, omdat het huidige systeem verouderd is, wat aanpassingen en onderhoud relatief duur maakt. Het nieuwe systeem zal zorgen voor meer efficiency en betere dienstverlening aan erfpachters. We verwachten het programma in 2026 af te ronden.

De canon stijgt van € 156 miljoen in 2022 naar € 164 miljoen in 2026 vooral door uitgifte van nieuwe erfpachtrechten en indexering van de canon.

44

H.2.1.3

Activiteit 1.3.1.1

lingen van erfpacht wordt twee keer per jaar separaat gerapporteerd in een raadsinformatiebrief.

We beheren en geven erfpacht uit. Indicatoren activiteit

Peilwaarde (peiljaar)

Jaarverslag 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Prognose 2027-2029

1

Aantal rechten ( 1.000)

294 (2022)

299

297

301

302

2

Aantal wijzigingen van erfpachtrechten (zonder overstap)

832 (2022)

926

800

800

800

3

Grondwaarde van nieuw uitgegeven erfpachtrechten (*€ 1 mln.)

255 (2022)

242

280

300

290

4

Aantal afgehandelde overstap klantvragen (*1.000)

33 (2022)

20

14

17

13

5

Aantal overstapaanbiedingen (*1.000)

22 (2022)

12

8

6

4

*

Indicator 1 en 2 We beheren de bestaande erfpachtrechten. Door betere marktomstandigheden verwachten we meer nieuwe uitgiften en zal het aantal erfpachtrechten onder beheer stijgen. Indicator 3 We verzorgen de uitgifte van nieuw uitgegeven erfpachtrechten. Door betere marktomstandigheden verwachten we dat de grondwaarde van nieuw uitgegeven erfpachtrechten zal toenemen in 2026. Indicator 4 We werken aan een continue verbetering van de dienstverlening. De afgelopen jaren hebben we ingezet op de uitvoering van de overstapregeling van het voortdurend erfpachtstelsel naar het eeuwigdurend erfpachtstelsel. In 2026 gaan we verder met het verbeteren van het erfpachtstelsel. De focus wordt verlegd naar het verwerken van de achterstanden van de reguliere erfpachtwijzigingen en lopende aanvragen. Indicator 5 We verzorgen de overstap van de voortdurende naar eeuwigdurende erfpachtrechten. Het aantal overstapaktes dat jaarlijks passeert kent sinds de piek in 2021 een dalende tendens doordat de meeste aanvragen inmiddels zijn afgewikkeld. Over de ontwikke­ Begroting 2026

Welke verbonden partijen schakelen we daarvoor in? We schakelen geen verbonden partijen in voor dit programma­onderdeel.

Financiële toelichting (bedragen x € 1 miljoen)

Jaarverslag Begroting Begroting 2024 2025 2026

Begroting Begroting Begroting 2027 2028 2029

Baten

419,5

316,9

294,1

274,3

277,5

279,1

Lasten

234,1

112,7

92,7

71,9

71,7

72,5

Saldo Baten en Lasten

185,4

204,1

201,4

202,4

205,8

206,6

Onttrekking

165,3

695,0

84,3

42,6

42,6

42,6

Toevoeging

393,2

691,1

143,4

118,7

122,9

124,4

Saldo onttrekkingen en toevoegingen reserves

-227,9

4,0

-59,0

-76,1

-80,3

-81,9

Totaal programma­onderdeel 1.3 Erfpacht

-42,4

208,1

142,4

126,3

125,5

124,8

Verbeteren voorspellende waarde begroting Voor het gebruik van de grond van de gemeente, het erfpachtrecht, ontvangen wij inkomsten in de vorm van een canon. De erfpachter kan kiezen of deze jaarlijks wordt verrekend of een keer wordt afgekocht. De twee belangrijkste erfpachtstelsels zijn het voortdurende en het eeuwigdurende stelsel. In het voortdurende stelsel wordt bij ieder nieuw tijdvak (van meestal 50 jaar) een nieuwe canon vastgesteld op basis van de actuele marktwaarde. In het in 2016 ingevoerde eeuwigdurende stelsel wordt de canon eenmalig vastgesteld en alleen aangepast aan inflatie, tenzij het erfpachtrecht wordt gewijzigd (bijv. bestemmingswijziging). Nieuwe uitgiften vinden eeuwigdurend plaats, tenzij nog sprake is van oude afspraken. De canon-betalende (niet afgekochte) rechten zorgen voor jaarlijkse inkomsten voor de algemene middelen. Dit betreft maximaal € 162,3 miljoen in 2026. Hogere canon­ opbrengsten dan deze stand (op basis van de voorjaarnota 2024) komen niet ten gunste van de jaarlijkse exploitatie maar voegen we toe aan de reserve Vermogens­ opbouw-deel erfpacht. In 2026 bedraagt dit € 2,2 miljoen.

45

H.2.1.3

De opbrengsten stijgen wanneer er nieuwe uitgiften zijn of wanneer er voor bestaande rechten aanpassingen plaatsvinden. De canonopbrengsten en de afkoopsommen zijn grotendeels afhankelijk van het uitgifteniveau, de keuze van de erfpachter voor afkoop of canon-betalend en de nominale ontwikkeling van de canon. De gronduitgiften zijn sterk afhankelijk van de marktomstandigheden en hierdoor moeilijk te voorspellen. Wanneer de canonopbrengsten hoger of lager zijn ten opzichte van de vorige begroting dan voegen we de meer- of minderopbrengsten toe aan de reserve Vermogensopbouw -deel erfpacht. De afgekochte canon, die we ontvangen in de vorm van een afkoopsom, worden aan reserves toegevoegd. De ontvangen afkoopsommen uit het voortdurend stelsel en eeuwigdurende afkoopsommen (na verrekening van de meerwaarde) worden toegevoegd aan de reserve afkoopsommen. Als er wordt overgestapt en er nog een grondwaarde op de balans staat dan wordt deze afgeboekt. Dit noemen wij deactivatie en verantwoorden wij vanaf 2024 als lasten in de begroting en rekening. Bij het ramen van de afkoopsommen en de canon hanteren we bepaalde aannames, omdat we vooraf niet precies kunnen voorspellen of erfpachters kiezen voor afkoop of voor een canonbetaling. Ook kan een (grote) gronduitgifte net in een ander jaar vallen dan verwacht.

Ondanks deze onzekerheden streven we naar een zo realistisch mogelijke inschatting. Daarbij baseren we ons op de verwachte hoeveelheid grond die per jaar in erfpacht wordt uitgegeven. Voor het commerciële deel is afkoop verplicht. Voor het resterende deel maken we op basis van historische gegevens een inschatting van het aandeel afkoop versus canon. Op basis van de realisatiegegevens wordt deze verhouding jaarlijks geëvalueerd en waar nodig bijgesteld. Naast de reserve afkoopsommen is er bij de begroting 2025 besloten tot een nieuwe reserve Vermogensopbouw-deel erfpacht. Aan deze reserve voegen we de meerwaarde toe die ontstaat bij erfpachtwijzigingen. Hierop brengen we de kosten van de overstapregeling in mindering. Het erfpachtresultaat in de exploitatiebegroting (saldo na mutaties reserves) bestaat naast de gecapte canonopbrengsten uit de kosten voor het beheer van het erfpachtstelsel, zoals rentelasten, apparaatslasten, overige lasten en de de-activatie van de grondwaarde. Dit erfpachtresultaat komt ten goede aan de algemene middelen. De hogere canoninkomsten (boven het gecapte deel) en de ontvangen meerwaarden bij de eeuwigdurende afkoopsommen worden verrekend met de reserve Vermogens­

Begroting 2026

opbouw-deel erfpacht en blijven daarmee buiten het jaarlijkse exploitatieresultaat van de gemeente. De opbrengsten nemen de komende jaren af en stabiliseren vanaf 2027 tot ongeveer € 275 miljoen. De opbrengsten zijn in de eerste jaren hoger door de effecten van de overstapregeling. Dat de opbrengsten uit afkoopsommen afnemen zien we ook terug in dalende lasten. Doordat er minder wordt overgestapt neemt ook de de-activatie van grondwaarde af. Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

Baten

316,9

294,1

274,3

277,5

279,1

Beginstand Begroting 26

230,5

217,8

209,5

211,8

218,6

Mutaties Begroting 26

86,4

76,3

64,8

65,7

60,5

Begrotingsbijstellingen

86,4

76,3

64,8

65,7

60,5

Lasten

112,7

92,7

71,9

71,7

72,5

Beginstand Begroting 26

55,0

45,8

44,6

45,0

45,0

Mutaties Begroting 26

57,7

46,9

27,3

26,7

27,4

Begrotingsbijstellingen

59,5

42,8

22,8

21,8

21,8

Budgetneutrale wijzigingen

-0,2

0,3

0,3

0,3

0,3

1,1

1,1

1,1

1,1

-1,5

2,6

3,1

3,5

4,3

Saldo baten en lasten

204,1

201,4

202,4

205,8

206,6

Onttrekking

695,0

84,3

42,6

42,6

42,6

Beginstand Begroting 26

573,5

50,0

1,2

1,2

1,2

Mutaties Begroting 26

121,5

34,3

41,3

41,3

41,3

Meerwaarde voortdurend

46,0

32,3

16,3

16,3

16,3

Reserve afkoopsommen erfpacht

-24,5

2,0

25,0

25,0

25,0

Reserve Vermogensopbouw – deel erfpacht

100,0

(bedragen x € 1 miljoen)

Nominale ontwikkelingen Actualisatie kapitaallasten

Toevoeging

691,1

143,4

118,7

122,9

124,4

Beginstand Begroting 26

493,3

65,8

37,0

36,0

45,0

Mutaties Begroting 26

197,8

77,5

81,7

86,9

79,4

46

H.2.1.3

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

Meerwaarde voortdurend

191,8

40,0

31,7

32,7

23,7

Reserve afkoopsommen erfpacht

25,0

34,0

43,0

43,0

43,0

Reserve Vermogensopbouw – deel erfpacht

-19,1

3,5

7,0

11,2

12,8

Saldo onttrekking en toevoeging

4,0

-59,0

-76,1

-80,3

-81,9

208,1

142,4

126,3

125,5

124,8

(bedragen x € 1 miljoen)

Totaal

Mutaties baten Begrotingsbijstellingen Dit zijn neutrale beleidsarme mutaties waarbij sprake is van een verandering in de omvang van baten en/of lasten. De afwijkingen lichten we verder niet toe, wanneer deze kleiner zijn dan € 1 miljoen. Onderstaande afwijkingen zijn groter dan € 1 miljoen: De-activatie Erfpachtgrond: we presenteren de de-activatie van de grondwaarde bij erfpachtwijzigingen vanaf 2024 aan de lastenkant. Hierdoor stijgen de baten in 2025 met € 60,1 miljoen, in 2026 met € 40,1 miljoen en daarna met jaarlijks € 20 miljoen. Afkoopsommen: We ontvangen de komende jaren meer afkoopsommen. In 2025 gaat het om € 22,3 miljoen en in 2026 om € 34,0 miljoen. De jaren hierna stijgen de afkoopsommen jaarlijks met € 41,7 miljoen. Canonopbrengsten: we ontvangen meer canonopbrengsten (totaal € 11,9 miljoen in de periode 2025‑2029). De hogere canonopbrengsten voegen we toe aan de reserve Vermogensopbouw.

Mutaties lasten Begrotingsbijstellingen Dit zijn neutrale beleidsarme mutaties waarbij sprake is van een verandering in de omvang van baten en/of lasten. De afwijkingen lichten we verder niet toe, wanneer deze kleiner zijn dan € 1 miljoen. Onderstaande afwijkingen zijn groter dan € 1 miljoen:

Begroting 2026

De-activatie Erfpachtgrond: we presenteren de de-activatie van de grondwaarde bij erfpachtwijzigingen vanaf 2024 aan de lastenkant. Hierdoor dalen de lasten in 2025 met € 60,1 miljoen, in 2026 met € 40,1 miljoen en daarna met jaarlijks € 20 miljoen. Capaciteitsuitbreiding: we zetten meer capaciteit in om de achterstanden van de overstapregeling in te halen. De lasten stijgen hierdoor in 2026 en 2027 met € 3,8 miljoen en in 2028 en 2029 met € 2,8 miljoen. Deze lasten dekken we uit de reserve Meerwaarde voortdurend. Budgetneutrale wijzigingen Overhead: de overhead van directies die werkzaam zijn op de programma’s, wordt niet langer in programma B begroot. Met deze mutatie voldoet de gemeente aan de aangepaste kaders van het BBV. Het inzicht in de programmakosten neemt daardoor toe. Deze mutatie is budgetneutraal omdat deze lasten van programma B naar de overige programma’s gaan. De lasten op dit programma­onderdeel stijgen met € 1,0 miljoen vanaf 2026. Nominale ontwikkelingen Hogere lasten ter compensatie van nominale ontwikkelingen van lonen en prijzen Actualisatie kapitaallasten De kapitaallasten wijzigen hoofdzakelijk doordat de reserve Meerwaarde voortdurend afneemt door overheveling van ontvangen meerwaarde uit de overstapregeling naar de reserve Vermogensopbouw.

De stand van de reserve Meerwaarde voortdurend wordt in mindering gebracht op de grondwaarde voor de berekening van de rentelasten. Hierdoor stijgen de rentelasten in dit programma­onderdeel.

Mutaties onttrekkingen Totaal onttrekkingen Meerwaarde voortdurend De ontvangen meerwaarde uit nieuwe of gewijzigde erfpachtcontracten wordt toegevoegd aan de reserve Meerwaarde voortdurend. De meerwaarde uit een erfpachtcontract (ontvangen afkoopsom minus grondwaarde) minus de kosten van de overstapregeling voegen we jaarlijks toe aan de reserve Vermogensopbouw. Doordat we de komende jaren meer afkoopsommen ontvangen neemt ook de vrijval toe ten gunste van de reserve Vermogensopbouw. Hierin zit ook een herberekening van de meerwaarde die we hebben ontvangen tot en met 2024. 47

H.2.1.3

Reserve afkoopsommen erfpacht We verwachten dat het aantal erfpachters dat het erfpachtcontract wijzigt van het voortdurend naar het eeuwigdurend stelsel in 2025 daalt of dat er vaker wordt gekozen voor canonbetalend. Dit heeft tot gevolg dat we in 2025 minder onttrekken. Vanaf 2027 verwachten we dat er jaarlijks ongeveer voor € 25 miljoen aan erfpachtrechten overstappen naar het eeuwigdurende stelsel of kiezen voor canonbetalend. Hierdoor stijgt de onttrekking.

Risicobeheersing

Reserve Vermogensopbouw – deel erfpacht Hogere onttrekking uit de reserve Vermogensopbouw – deel erfpacht omdat we € 100 miljoen laten vrijvallen ten gunste van de algemene middelen. Dit is vorig jaar besloten tijdens de behandeling van de begroting 2025.

Beleidskaders

Mutaties toevoegingen Totaal toevoegingen Reserve Meerwaarde voortdurend Hogere toevoeging aan de reserve Meerwaarde voortdurend doordat we in 2025 incidenteel een bedrag toevoegen van € 150 miljoen. Dit bedrag wordt overgeheveld uit de reserve Vermogensopbouw, die onderdeel uitmaakt van programma­onderdeel A.4.2. Dit wordt in 2025 toegevoegd aan de reserve Vermogensopbouw – deel erfpacht dat onderdeel uitmaakt van programma­onderdeel 1.3. Dit is al bij de voorjaarsnota door het College vastgesteld.

Actuele risico’s

Maatregelen

Door de vele afwijkende situaties en de complexiteit van het huidige erfpachtstelsel bestaat het risico dat de erfpachter lang moet wachten totdat de aanvraag wordt afgewikkeld.

Beheersmaatregel is dat er een gespecialiseerd team klaarstaat om maatwerkaanbiedingen op te stellen. Om wachttijden te verkorten streven we ernaar om zoveel mogelijk (overstap)aanvragen te standaardiseren en automatisch af te wikkelen.

• Diverse Algemene Bepalingen, de door de raad vastgestelde bepalingen voor het uitgeven van grond in erfpacht. • Grondprijsbeleid: het beleid op basis waarvan de grondwaardes worden berekend. Er wordt onderscheid gemaakt tussen het beleid voor nieuwe uitgiftes en het beleid voor de bestaande erfpachtrechten. • Overstapregeling (inclusief spijtoptantenregeling), de regeling waarmee erfpachters met een woning kunnen overstappen van het voortdurende naar het eeuwigdurende stelsel.

De komende jaren voegen we daarnaast meer toe doordat we meer afkoopsommen ontvangen en we verwachten dat er rechten overgaan van het voortdurend stelsel naar het eeuwigdurend stelsel. Reserve afkoopsommen erfpacht Hogere toevoeging aan de reserve Afkoopsommen erfpacht doordat we meer afkoopsommen ontvangen in het voortdurend stelsel.

Begroting 2026

48

H.2.1.4

2.1.4 Bouwen en Wonen We streven naar voldoende beschikbaarheid van betaalbare, goede en veilige woningen, een rechtvaardige verdeling van de woningen en een rechtmatig gebruik van de woningen. Indicatoren doel

De totale CO2-uitstoot van programma­onderdeel 1.4 is (in tonnen CO2-eq): Scope 1 en 2 in de stad

759.660 ton CO2

Scope 1 en 2 van de eigen organisatie

42 ton CO2

Scope 3 van de eigen organisatie

Jaarverslag 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Prognose 2027-2029

1

% kwetsbare huishoudens dat binnen 3 maanden een woning vindt: statushouders, MOBW en sociaal medisch urgenten

80% (2016)

85%

80%

80%

80%

2

Gemiddeld aantal aanbiedingen per verhuring op WoningNet

3,0 (2025)

3,0

3,0

3,0

3,0

3

% toewijzingen met zoekpunten

80% (2024)

89%

90%

79%

95%

Begroting 2026

Prognose 2027-2029

4%

5%

4,5%

5%

5

% toewijzingen met startpunten

5% (2024)

8%

5%

7%

8%

6

Gemiddelde WOZ-waarde (BBV-verplicht: geen streefwaarde, alleen realisatie in jaarverslag)

n.v.t.

€ 498.000

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

7

Gemeentelijke woonlasten eenpersoonshuishouden (BBV-verplicht: geen streef­waarde, alleen realisatie in jaar­verslag)

n.v.t.

€ 827

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

8

Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishouden (BBV-verplicht: geen streefwaarde, alleen realisatie in jaarverslag)

n.v.t.

€ 944

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

9

Daling in het aantal slechte Energielabels (E, F, G) en stijging aantal goede Energielabels (B, A, A+)

47.500 (2023)

10 Woningkwaliteit – verbeterde woningen na gemeentelijke interventie

n.t.b.

145

180

180

180

11 Aantal beëindigingen onrechtmatig woninggebruik, in gebruik genomen leegstaande woningen, opgeknapte woningen naar aanleiding van handhavingsmaatregelen

300 (2016)

1.082

1.500

1.200

1.200

Wat hebben we bereikt (doelen) en wat hebben wij daarvoor gedaan (activiteiten)?

Peilwaarde (peiljaar)

Begroting 2026

4,5% (2025)

Met maken we in de programmabladen zichtbaar welke indicatoren van activiteiten bijdragen aan de duurzame opgave. Zie de duurzaamheidsparagraaf voor verdere toelichting over het icoon en de totale CO2-uitstoot.

Indicatoren doel

Begroting 2025

% toewijzingen met situatiepunten

In paragraaf 4.3 Duurzaamheid laten we zien voor hoeveel CO2-uitstoot alle programmaonderdelen verantwoordelijk zijn.

We streven naar voldoende woningen van goede kwaliteit voor alle Amsterdammers.

Jaarverslag 2024

4

6.100 ton CO2

Doel 1.4.1

Peilwaarde (peiljaar)

Daling E, F, Daling Daling Daling G-labels slechte slechte slechte labels t.o.v. 2023: labels labels (E-F-G) met -1,6% (E-F-G) met (E-F-G) met 1/6e van het 1/6e van het 1/6e van het totaal totaal totaal

49

H.2.1.4

Indicator 1-5 Het tekort aan woningen in Amsterdam is groot. Dit stelt ons voor uitdagingen om de woningen in de stad op een rechtvaardige wijze verdelen, waarbij er voorrang is voor degenen die het hardst een woning nodig hebben. De regulier woningzoekenden moet­ en ook kans blijven houden op een sociale huurwoning. Het nieuwe toewijzings­systeem zorgt voor meer invloed op de slaagkansen door actief te zoeken en door situatie- en of startpunten aan te vragen waarmee ze hun positie op de ranglijst verbeteren. Met projecten uit de Amsterdamse aanpak Volkshuisvesting (AAV) zetten we in op realisatie van woningen voor verschillende doelgroepen zoals rolstoel­woningen en woonwagen­ locaties. Het doorstroomoffensief helpt bewoners om te verhuizen naar een woning die past bij hun situatie, bijvoorbeeld van een eengezinswoning naar een ouderenwoning.

veel impact hebben op de leefbaarheid en woningvoorraad prioriteit krijgen. Dit zijn vaak grotere, complexe dossier die meer capaciteit vragen. Ook worden kleinere overtredingen, leegstand en problemen met woningkwaliteit vaker opgelost met een informeel gesprek en hoeft het niet tot een officiële handhavingsmaatregel te komen. Daarom is deze indicator lager dan voorheen.

Indicator 9 Om de woningvoorraad toekomstbestendig en betaalbaar te houden is het verbeteren en verduurzamen van woningen essentieel voor Amsterdammers en het klimaat. Het uitvoeringsprogramma voor het isolatieoffensief stimuleert en helpt woningeigenaren en bewoners om te komen tot versnelde woningverbetering en isolatie. Zwaartepunt hierbij ligt bij bewoners in kwetsbare buurten en/ of in een kwetsbare positie. In de Aanpak Amsterdamse Volkshuisvesting (AAV) hebben we als doel gesteld dat in 2030 er geen huurwoningen meer zijn met een E-F-G energielabel. Op het gebied van woningkwaliteit gaat er extra aandacht en capaciteit uit naar aanpak Noord. We zetten samen met de corporaties in op het tegengaan van vocht- en schimmelproblemen door vroegtijdige signalering, informatievoorziening over de maatregelen en ondersteunen van de bewoners.

Activiteit 1.4.1.1

Indicator 10 We voeren daarnaast een breed scala aan vergunningverlening, toezicht en hand­ havingstaken uit gericht op het handhaven van de minimale wettelijke kwaliteit, waarbij de overlast door schimmel in woningen nadrukkelijk aandacht krijgt. Het uitvoeren van deze taken draagt zo bij aan een aan een veilige, duurzame en leefbare fysieke leefomgeving.

We voeren de wetgeving uit die hiervoor is vastgesteld zoals de Wet goed verhuurder­ schap en de Wet betaalbare huur. Ook werken we samen met de verhuurders en eige­naren in de stad en ondersteunen de bewoners met informatie, meldpunten en de bewonersorganisaties. We werken hierbij gebiedsgericht en met specifieke aandacht voor aandachtspunten in de buurten.

We werken met gebiedsgerichte inzet / projecten. Indicatoren activiteit 1

Peilwaarde (peiljaar)

Jaarverslag 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Prognose 2027-2029

De invulling van deze indicator volgt bij een volgend P&C product.

We bieden uitvoering, advies en ondersteuning bij de 22 taken van de stadsdeel­ besturen op de opgaves die er liggen. Om zo te werken aan lokale bestuurlijke prioriteiten, gebiedsopgaven en planvorming. Het gaat hier veelal om complexe taken/ projecten die meerdere beleidsterreinen raken. Deze vaak complexere projecten worden integraal opgepakt vanuit de budgetten in dit programma. Deze coör­ dinerende regiefunctie zorgt ervoor dat de projecten goed in onze gebieden landen. Uitdagingen ten aanzien van de energietransitie, de woningbouwopgave, etcetera worden daardoor weloverwogen meegenomen bij het opstarten van projecten.

Indicator 11 De vraag naar met name betaalbare woningen in Amsterdam zorgt dat frauderen met Amsterdamse woningen erg verleidelijk blijft. Door oneigenlijk gebruik aan te pakken, leegstand te bestrijden en de kwaliteit te verbeteren, blijven woningen behouden voor Amsterdammers met een laag- en middeninkomen en houden we wijken en buurten leefbaar. Er is een andere koers ingezet bij de handhaving, waarbij overtredingen die Begroting 2026

50

H.2.1.4

Activiteit 1.4.1.2

Activiteit 1.4.1.3

We verlenen vergunningen, houden toezicht en handhaven (VTH).

We controleren en handhaven het gebruik van woningen.

Indicatoren activiteit 1

2

Peilwaarde (peiljaar)

Jaarverslag 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Prognose 2027-2029

Aantal ingediende aanvragen omgevingsvergunning bouw, ruimtelijke activiteit, monumenten, splitsen, omzetten woonruimte, meldingen bouw, meldingen brandveiligheid.

9.700 (2022)

8.356

9.075

8.300

8.300

Aantal verleende vergunningen waarop toezicht is gehouden (monumenten, bouw, ruimtelijke ordening, splitsen en omzetten woonruimte) waarop toezicht is gehouden

5.400 (2022)

4.866

5.400

5.000

Indicatoren activiteit

Peilwaarde (peiljaar)

Jaarverslag 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Prognose 2027-2029

1

Meldingen van vermoedelijk oneigenlijk gebruik

1.200 (2023)

3.488

2.300

3.000

3.000

2

Huisbezoeken/ buitendienstonderzoeken

6.000 (2016)

4.354

6.000

4.500

4.500

3

Handhavingsbesluiten

300 (2016)

226

450

250

250

5.000

We houden ons onder andere bezig met activiteiten die invloed hebben op de fysieke leefomgeving, zoals bouwen en het gebruik van woningen en andersoortige gebouwen en terreinen. Indicator 1 We behandelen aanvragen voor omgevingsvergunningen monumenten, splitsen, omzetten van woonruimte, afwijkingen van het Omgevingsplan en meldingen bouw (Wkb). VTH richt zich daarbij niet alleen op woningen maar ook andere soorten bouwwerken, zoals kantoren.

Voor toezicht en handhaving op de woonregels zijn onder andere signalen van Amsterdammers van groot belang. Amsterdammers weten de gemeente goed te vinden en de meldingsbereidheid neemt de laatste jaren gestaag toe. Meldingen kunnen aanleiding zijn voor de toezichthouders van de gemeente om het gebruik van een woning te onderzoeken tijdens een buitendienstonderzoek. Het aantal buiten­ dienstonderzoeken neemt af. Dit komt door het prioriteitsbeleid: meldingen met de grootste impact op de leefbaarheid en de woningvoorraad hebben prioriteit. Hierdoor worden niet alle meldingen direct belopen, maar slaagt de gemeente er wel in om excessen aan te pakken. Als een overtreding wordt geconstateerd, kan een hand­ havings­besluit (bestuurlijke boete, last onder dwangsom of last onder bestuursdwang) opgelegd worden. Het aantal handhavingsbesluiten is lager begroot. Enerzijds omdat de gemeente meer overtredingen oplost zonder een sanctie op te leggen en in de handhaving prioriteit gegeven wordt aan zaken met een grote impact op de leefbaarheid en of woningvoorraad. Dit zijn vaak grotere, complexe zaken die meer capaciteit kosten.

Indicator 2 We houden toezicht op de verleende vergunningen op bestaande bouwwerken, op monumentale waarden, planologisch gebruik en brandveilig gebruik. Toezicht kan ook plaatsvinden naar aanleiding van ontvangen handhavingsmeldingen. Geconstateerde overtredingen worden gehandhaafd. Met ingang van 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen van kracht. Vanaf 2025 leidt dit tot wijziging van het Omgevingsplan in tranches. Dit betekent dat de vermelde prognoses met enige onzekerheid zijn omgeven ten opzichte van eerdere jaren.

Begroting 2026

51

H.2.1.4

Activiteit 1.4.1.4

Activiteit 1.4.1.5

We verbeteren de duurzaamheid en kwaliteit van woningvoorraad.

We ontwikkelen en implementeren woonbeleid.

Indicatoren activiteit

Peilwaarde (peiljaar)

Jaarverslag 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Prognose 2027-2029

Indicatoren activiteit 1

Peilwaarde (peiljaar)

Jaarverslag 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Prognose 2027-2029

1

Aantal op kwaliteit geïnspecteerde adressen

200 (2023)

210

250

250

250

De invulling van deze indicator volgt bij een volgend P&C product.

2

Aantal verbeterde woningen naar aanleiding van inspectie en/of handhaving

150 (2023)

145

180

180

180

3

Aantal ondersteunde adressen

n.v.t. (2023)

11.914

8.350

13.000

13.000

Woonbeleid ontwikkelen we op de verschillende thema’s zoals verdeling, woningkwaliteit en duurzaamheid. Om een goed woonbeleid te kunnen ontwikkelen doen we onder andere dataonderzoek en juridische toetsing. Hiervoor is geen indicator beschikbaar.

4

Aantal adressen waar maatregelen zijn genomen

n.v.t. (2023)

18.132

9.000

5.100

5.200

Activiteit 1.4.1.6 We sturen op een evenwichtige woningmarkt en volkshuisvesting.

Door versterkt toezicht, de aanpak van complexe handhavingszaken en de uitvoering van stadsbrede themaprojecten richten we ons op het verbeteren van de kwaliteit van de bestaande woningvoorraad. Hierbij wordt een vriendelijk traject gevolgd, waarbij eerst in gesprek wordt gegaan met de eigenaar voordat handhavend wordt opgetreden. Naast inspecties op afzonderlijke adressen wordt ook gewerkt aan het project Loden Leidingen en controle van voorgevels door middel van QuickScans. Vanuit het Isolatieoffensief zetten we externe middelen en gemeentemiddelen in om woningeigenaren, vereniging voor eigenaren (vve) en woningcorporaties te stimuleren en te adviseren over verduurzaming van de woningen. Dit gebeurt door kleine en grote energiebesparende maatregelen. We verwachten een daling van het aantal adressen omdat er inmiddels al veel eigenaren zijn bereikt met het dienst­ verleningsaanbod. Het beschikbaar stellen van vouchers aan bewoners hiervoor is gestopt. Daarnaast is de rentekorting op leningen voor duurzaamheidsmaatregelen waar vve's gebruik van kunnen maken niet meer beschikbaar en de externe financiering loopt af na 2026.

Begroting 2026

Indicatoren activiteit

Peilwaarde (peiljaar)

Jaarverslag 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Prognose 2027-2029

1

Aantal woningen toegewezen aan kwetsbare huishoudens

1.800 (2023)

2.137 30% van het 30% van het 30% van het totaal aantal totaal aantal totaal aantal verhuringen verhuringen verhuringen

2

Aantal gehuisveste statushouders (personen)

2.000 (2023)

1.498 1.400-1.600 naar rato van naar rato van de wachtlijst vraag plus wachtlijst

3

Aantal woningen aan beroepsgroepen

200 (2023)

236

300

300

300

In de samenwerkingsafspraken met de woningcorporaties is afgesproken dat 30 procent van het totaal aantal vrijkomende sociale huurwoningen beschikbaar komt voor kwetsbare groepen. Jaarlijks gaat het naar schatting om 2.200 woningen. Dit aantal fluctueert jaarlijks, onder andere door de oplevering van nieuwbouw- en flexwoningen. De woningen worden verdeeld onder de categorieën statushouders, kwetsbare huis­houdens die zonder en met begeleiding kunnen wonen, sociaal medisch urgenten en slachtoffers van de toeslagenaffaire. Het aantal woningen per categorie hangt af van de lengte van de wachtlijsten en de verwachte vraag per categorie.

52

H.2.1.4

Financiële toelichting

Activiteit 1.4.1.7

(bedragen x € 1 miljoen)

We ondersteunen bewoners bij hun vragen en behoeften. Indicatoren activiteit

Peilwaarde (peiljaar)

Jaarverslag 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Prognose 2027-2029

65.000 (2024)

n.v.t.*

n.v.t.*

65.000

65.000

1

Aantal klantcontacten bij !WOON

*

indicator is toegevoegd vanaf begroting 2026

We vinden het belangrijk dat bewoners en bewonersgroepen toegang hebben tot advies en ondersteuning bij vragen en problemen op het gebied van wonen in Amsterdam. Stichting !WOON biedt dit aan individuele bewoners maar levert ook een belangrijke bijdrage aan gemeentelijke doelen via hun programma’s en projecten, zoals de inzet op wet Goed Verhuurderschap, woningkwaliteit, ouderenhuisvesting, energie­transitie en de Masterplannen. Huurdersbelangen worden vertegenwoordigd door de Federatie Amsterdamse Huurderskoepels (FAH) en Huurders Netwerk Amsterdam (HNA).

Welke verbonden partijen schakelen we daarvoor in? Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Gemeenten zijn wettelijk verplicht om een basistakenpakket op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving onder te brengen bij Omgevingsdiensten en daarnaast kan de gemeente de keuze maken om ook andere taken door de Omgevingsdienst te laten uitvoeren. Voor de gemeente Amsterdam gaat het om de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG). Het college is bevoegd gezag voor het uitvoeren van deze taken die de OD NZKG voor Amsterdam vervult. De OD NZKG heeft als voornaamste verantwoordelijkheid de beoordeling en goedkeuring of afwijzing van vergunningsaanvragen en het toezicht houden op en handhaven van regelgeving met betrekking tot activiteiten op het gebied van milieu, bodem en bouw (VTH-taken). Ze speelt een rol in het bevorderen van een duurzame en veilige leefomgeving. De OD NZKG heeft een adviserende rol bij gebieds- en beleids­ ontwikkeling en op het gebied van energietransitie, klimaatverandering, verduurzamen en circulair economie.

Begroting 2026

Baten

Jaarverslag Begroting Begroting 2024 2025 2026 66,5

102,4

Begroting Begroting Begroting 2027 2028 2029

79,7

74,8

72,1

71,4

Lasten

176,2

220,4

195,8

161,2

153,4

170,3

Saldo Baten en Lasten

-109,7

-117,9

-116,0

-86,4

-81,3

-98,9

Onttrekking

15,1

28,7

19,1

0,4

0,6

13,8

Toevoeging

0,6

0,3

0,3

0,3

0,0

0,0

Saldo onttrekkingen en toevoegingen reserves

14,5

28,5

18,8

0,2

0,6

13,8

Totaal programma­onderdeel 1.4 Bouwen en Wonen

-95,2

-89,5

-97,2

-86,2

-80,7

-85,0

Baten en lasten De lasten in dit programmaonderdeel bestaan voornamelijk uit apparaatslasten voor onder andere de uitvoering van de Omgevingswet, beleidsadvisering, toezicht en handhaving woninggebruik en de behandeling van juridische zaken (€ 65,4 miljoen), kosten voor de gebiedsgerichte aanpak bij projecten in de openbare ruimte (€ 37,5 miljoen), budgetten voor het isolatieoffensief, oftewel de ondersteuning van verduurzaming van woningen (€ 16,4 miljoen), apparaatslasten met betrekking tot wonen (€ 23 miljoen), lasten voor de milieutaken (vergunningverlening, toezicht en handhaving op bodemactiviteiten) van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (€ 12,9 miljoen), corporatiebudget inclusief aanpak frictieleegstand, intermediaire verhuur en schimmelaanpak (€ 8,2 miljoen), bewonersondersteuning (€ 8 miljoen), huisvesting kwetsbare groepen (€ 7,1 miljoen) en andere kleinere posten als de energiearmoede, huisvesting statushouders, bestuurlijke boetes etcetera. De baten in dit programmaonderdeel bestaan voornamelijk uit leges omgevings­ vergunningen (€ 52,2 miljoen), WABO leges vanuit de Omgevingsdienst (€ 13,7 miljoen), Rijksbijdragen voor woningverbetering (€ 10,8 miljoen) en bestuurlijke boetes (€ 2,0 miljoen). Meerjarige ontwikkeling van de baten en lasten Vanaf 2027 nemen de baten en lasten af.

Dit is hoofdzakelijk het gevolg van het wegvallen coalitiemiddelen voor het verduurzamen van woningen. Daarnaast zijn de middelen voor de opvang van ontheemden uit Oekraïne incidenteel begroot.

53

H.2.1.4

Reserves De belangrijkste onttrekkingen komen uit de reserve Corporatiebudget (€ 4,7 miljoen). Deze wordt ingezet voor subsidies aan woningcorporaties voor onrendabele vastgoedinvesteringen in de stedelijke vernieuwingsgebieden. Daarnaast is een onttrekking vanuit de reserve Coalitiemiddelen 2022-2026 voor de integrale aanpak van kwetsbare groepen (€ 4,5 miljoen) en het Isolatieoffensief (€ 6,6 miljoen). Hiernaast is sprake van overige kleinere onttrekkingen. Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

Baten

102,4

79,7

74,8

72,1

71,4

Beginstand Begroting 26

111,0

71,1

65,9

65,9

65,9

(bedragen x € 1 miljoen)

Mutaties Begroting 26

8,7

8,9

6,2

5,5

Coalitieakkoord

4,8

5,8

3,1

2,5

Isolatieoffensief

4,8

5,8

3,1

2,5

Begrotingsbijstellingen

-8,6

-8,6

Nominale ontwikkelingen Lasten

220,0

2,0

1,4

1,4

1,4

1,9

1,7

1,8

1,7

195,8

161,2

153,4

170,3

Beginstand Begroting 26

227,3

174,5

132,7

132,1

136,3

Mutaties Begroting 26

-6,9

21,3

28,5

21,3

34,0

Autonome ontwikkelingen

2,7

1,1

0,7

0,6

0,5

Doel- en integratie-uitkeringen (geoormerkt)

1,1

Meicirculaire´25 Uitvoeringskosten Omgevingswet

2,1

Overheveling middelen Wet betaalbare huur

0,4

0,7

0,6

Nieuw beleid

5,8

4,1

Frictieleegstand en schimmelaanpak

2,0

2,0

Huisvesting statushouders

1,4

Intermediaire verhuur

1,5

Pilot doorstroomcoaches wonen

0,3

Stichting !Woon

0,6

0,6

Mee- en tegenvallers

0,4

0,7

0,1

Bestedingsplan Stadsverbetering 2025‑2029

-0,6

-0,3

0,1

Begroting 2026

0,5

(bedragen x € 1 miljoen)

Begroting 2025

Woonruimteverdeling Coalitieakkoord

-0,8

Begroting 2026

Begroting 2027

1,0

1,0

-6,0

Huisvesting Kwetsbare Groepen

1,0

Isolatieoffensief

6,4

Nationaal Programma Samen Nieuw-West

-0,2

Rolstoelwoningen (AAV)

-0,6

Verduurzamende woningverbetering Noord

Begroting 2028

Begroting 2029

6,2

3,7

16,3

5,8

3,1

2,5

0,4

0,6

0,3

0,2

-13,5

13,5

Begrotingsbijstellingen

-8,6

-1,1

-0,4

-0,4

-0,3

Budgetneutrale wijzigingen

2,8

10,5

9,9

9,9

9,8

Intertemporele compensatie

-2,7

2,6

-0,4

-0,3

Nominale ontwikkelingen Actualisatie kapitaallasten Saldo baten en lasten

7,9

7,5

7,5

7,5

0,0

0,0

0,1

0,2

0,2

-117,9

-116,0

-86,4

-81,3

-98,9 13,8

Onttrekking

28,7

19,1

0,4

0,6

Beginstand Begroting 26

29,5

31,3

0,1

0,1

Mutaties Begroting 26

-0,8

-12,3

0,3

0,5

13,8

Kwaliteitsimpuls Groen

-0,0

-1,7

Reserve Actieplan bouwstimulering

-0,0

0,2

-0,1

-0,1

Reserve Coalitiemiddelen 22-26

-0,8

-10,7

0,4

0,6

13,8

Toevoeging

0,3

0,3

0,3

Beginstand Begroting 26

0,3

0,3

0,3

Saldo onttrekking en toevoeging

28,5

18,8

0,2

0,6

13,8

Totaal

-89,5

-97,2

-86,2

-80,7

-85,0

Mutaties baten

1,5

Coalitieakkoord Isolatieoffensief We ramen onze kosten voor het Isolatieoffensief, deze bestaan gedeeltelijk uit Rijksbijdragen. Zie verder de toelichting bij de lasten.

54

H.2.1.4

Begrotingsbijstellingen Dit zijn neutrale beleidsarme mutaties waarbij sprake is van een verandering in de omvang van baten en/of lasten. De afwijkingen lichten we verder niet toe, wanneer deze kleiner zijn dan € 1 miljoen. Onderstaande afwijkingen zijn groter dan € 1 miljoen: Volkshuisvestingsfonds: we verlagen de benodigde bijdrage vanuit het Volkshuisvestingsfonds in 2025 (€ 5,5 miljoen). Zie ook de toelichting op de lasten. Opvang Oekraïne: we passen de benodigde Rijksbijdrage van de Bekostigingsregeling Opvang Ontheemden Oekraïne aan en stellen deze naar beneden bij in 2025 (€ 3,3 miljoen). Zie ook de toelichting op de lasten. Leges: We indexeren onze leges meerjarig met 3,3 procent om de kostenstijging als gevolg van stijgende lonen en prijzen op te vangen (€ 1,6 miljoen). Deze indexatie is afkomstig uit het vorig jaar en was administratief nog niet verwerkt. Nominale ontwikkelingen We verhogen de leges vergunningen stadsdelen met ongeveer 3,5 procent om de kostenstijging als gevolg van stijgende lonen en prijzen op te vangen. Deze indexatie berust op de nieuwe systematiek, waarbij we gebruik maken van de percentages uit het Bruto Binnenlands Product van het Centraal Planbureau.

Mutaties lasten Autonome ontwikkelingen Doel- en integratie-uiterkingen In verband met de invoering van de Wet betaalbare huur in 2024 zijn via het Gemeente­ fonds meerjarig middelen beschikbaar gesteld voor de implementatie van- en het handhaven op de nieuwe wetgeving. De wet zorgt ervoor dat mensen een betaalbare huurwoning kunnen krijgen met een huurprijs die past bij de kwaliteit van de woning. Uitvoeringskosten Omgevingswet Hiermee ramen wij onze uitgaven voor de uitvoering van de Omgevingswet. Overheveling middelen Wet betaalbare huur Voor het implementeren van de Wet Betaalbare Huur zijn in het najaar van 2024 rijksmiddelen toegekend. Vanwege de late toekenning zijn deze middelen toen niet volledig tot besteding gekomen en is in het Jaarverslag opgenomen dat de resterende Begroting 2026

middelen worden overgeheveld naar 2025. Door een technische omissie heeft de overheveling nog niet plaatsgevonden. Met deze mutatie wordt gevraagd alsnog de middelen over te hevelen voor het uitvoeren van de nieuwe wettelijke taak. Nieuw beleid Frictieleegstand en schimmelaanpak We willen de impact van de OZB-verhoging voor woningcorporaties beperken en maken voor de komende jaren extra middelen vrij. Zo compenseren we frictieleegstand bij woningcorporaties door actief bij te dragen aan de doorstroming van ouderen en zetten we extra in op de aanpak van schimmelproblematiek voor € 5 miljoen totaal, waarvan € 1 miljoen in 2025. Huisvesting statushouders We stellen aanvullende middelen beschikbaar voor het huisvesten van statushouders. De huidige begroting voorziet in het huisvesten van ongeveer 1.000 statushouders. De impact op de toekomstige kosten is onzeker. Om deze reden zijn er vooralsnog incidentele middelen vrijgemaakt. Daarmee hebben wij voldoende middelen voor de huisvesting van 1.200 statushouders. Intermediaire verhuur In het kader van de huisvesting kwetsbare groepen in corporatiewoningen verzorgen zorgpartijen, woningcorporaties en de gemeente gezamenlijk de verhuurconstructie intermediaire verhuur. Om deze constructie te kunnen voortzetten in 2026 en 2027 maken wij hiervoor middelen vrij.

Pilot doorstroomcoaches wonen In de Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting (AAV) geven we met het Doorstroom­ offen­sief gericht begeleiding aan bewoners naar een passende woning. Vanaf 2026 zetten we doorstroomcoaches in die bewoners ondersteunen om met behulp van verhuisregelingen de stap te maken naar een woning die aansluit bij hun woonbehoefte. Stichting !WOON Binnen het huidige financiële subsidiekader Bewonersondersteuning zijn onvoldoende middelen beschikbaar. De belangrijkste oorzaak van het tekort is de CAO-loonstijging (CAO sociaal werk) bij Stichting !WOON. Wij maken daarom aanvullende middelen vrij om dit tekort af te dekken.

55

H.2.1.4

Mee- en tegenvallers Bestedingsplan Stadsverbetering 2025‑2029 Wij actualiseren het bestedingsplan voor het programma Stadsverbetering. Woonruimteverdeling Bij invoering van de nieuwe woonruimteverdeling is besloten om de kosten niet meerjarig in de begroting op te nemen en zijn de kosten incidenteel gedekt. Met deze wijziging dekken wij de kosten incidenteel tot en met 2027.

panden gezocht voor onder andere asiel, Oekraïners, (economisch) daklozen, stads­ nomaden en woonwagens. Het onderzoeken van de haalbaarheid van deze locaties wordt ook uit deze middelen gefinancierd. De bestuursopdracht voor het brede spreidings­onderzoek valt onder dit programma en zal grotendeels dit jaar plaatsvinden. Verduurzamende woningverbetering Noord We maken € 13,5 miljoen vrij voor verduurzamende woningverbetering in Noord. Deze stellen wij beschikbaar vanuit het Isolatieoffensief. De verwachte besteding start in 2029.

Coalitieakkoord Huisvesting kwetsbare groepen We onttrekken geoormerkte gelden uit de reserve coalitiemiddelen voor de Integrale Aanpak Huisvesting Kwetsbare Groepen. Binnen het programma worden kavels en panden gezocht voor onder andere asiel, Oekraïners, (economisch) daklozen, stads­ nomaden en woonwagens. Het onderzoeken van de haalbaarheid van deze locaties wordt ook uit deze middelen gefinancierd. De bestuursopdracht voor het brede spreidingsonderzoek valt onder dit programma en zal grotendeels dit jaar plaatsvinden.

Begrotingsbijstellingen Dit zijn neutrale beleidsarme mutaties waarbij sprake is van een verandering in de omvang van baten en/of lasten. De afwijkingen lichten we verder niet toe, wanneer deze kleiner zijn dan € 1 miljoen. Onderstaande afwijkingen zijn groter dan € 1 miljoen:

Isolatieoffensief We ramen onze kosten voor het Isolatieoffensief. Omdat de aanpak voor energie­ armoede een meerjarig traject is, ramen wij deze kosten over de jaren heen. Daarnaast worden de kosten voor de subsidie planvorming pas in latere jaren verant­woord en kent de aanpak op eengezinswoningen een langere aanlooptijd. Alle middelen die beschik­ baar zijn voor het Isolatieoffensief worden in latere jaren binnen het programma besteed.

Opvang Oekraïne: in 2025 blijven we actief zoeken naar en realiseren van opvang­ locaties voor de middellange termijn. Voor het gebruiksklaar maken van deze panden maken we twee soorten kosten: proces- en transitiekosten. We stellen onze begroting naar beneden bij voor een totaal van € 3,3 miljoen in 2025. De transitie­kosten dalen om twee redenen: de geschatte kosten van één locatie valt iets lager uit en de geschatte afronding van twee locaties worden in januari 2026 opgeleverd in plaats van in Q4 2025. De proceskosten dalen: momenteel is er minder aanbod is voor nieuwe locaties.

Middeling budget NP SNW over 2025 en 2026 We passen de besteding van het Nationaal Programma Samen Nieuw-West aan volgens het bestedingsplan. We schuiven daarbij een deel van de onderbesteding door naar 2026. Rolstoelwoningen (AAV) De meerjarige subsidies voor de rolstoelwoningen worden definitief toegekend bij op­ levering van de woningen. Om deze reden wordt de meerjarige besteding hierop aan­ gepast. Het nog resterende bedrag in de reserve coalitiemiddelen is hierin meegenomen. Onttrekking middelen Integrale aanpak 2026 We onttrekken geoormerkte gelden uit de reserve coalitiemiddelen voor de Integrale Aanpak Huisvesting Kwetsbare Groepen. Binnen het programma worden kavels en Begroting 2026

Volkshuisvestingsfonds: wij verlagen de begroting van het Volkshuisvestingsfonds met € 5,5 miljoen in 2025. Dit heeft ermee te maken dat de ingrepen in de openbare ruimte vertraagd zijn in de uitvoering en er dit jaar minder kosten worden gemaakt dan verwacht.

Kwaliteitsimpuls groen: we heffen de reserve Kwaliteitsimpuls groen op. We verlagen de lasten op dit programma­onderdeel voor dat bedrag (- € 1,7 miljoen) en verdelen dit over de reserve Vermogensopbouw en het programma Stadsverbetering. Budgetneutrale wijzigingen Kostenverdeelstaat: volgens de BBV dienen overheadkosten te worden begroot en verantwoord op een daarvoor aangewezen taakveld. Daarop bestaat één uitzondering: overheadkosten ten behoeve van geactiveerde investeringen en grondexploitaties mogen wel worden doorbelast. Omdat met ingang van 2025 de baten van de doorbelasting bij een centrale directie en niet meer bij individuele directies worden verantwoord worden alle oude

56

H.2.1.4

doorbelastingen naar individuele directies verwijderd. De lasten op dit programma­ onderdeel stijgen met € 6,4 miljoen. Overhead: de overhead van directies die werkzaam zijn op de programma’s, wordt niet langer in programma B begroot. Met deze mutatie voldoet de gemeente aan de aangepaste kaders van het BBV. Het inzicht in de programmakosten neemt daardoor toe. Deze mutatie is budgetneutraal omdat deze lasten van programma B naar de overige programma’s gaan. De lasten op dit programma­onderdeel stijgen met € 5,6 miljoen vanaf 2026, vanaf 2027 structureel met € 5,1 miljoen. Intertemporele compensatie Hogere of lagere lasten door verschuivingen van middelen over de jaren. De grootste verschuivingen betreffen: Omgevingswet: per 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Naast eigen middelen ontvangen wij rijksbijdragen voor de bekostiging van de meerjarige transitiefase. Deze middelen ontvangen wij vanuit de meicirculaire 2025 en komen doorgaans te laat beschikbaar om in het lopende jaar in te zetten. Consistent met voorgaande jaren hevelen wij het bedrag over naar 2026 (€ 2,1 miljoen). Met dit verzoek wordt besteding van deze middelen conform het bestedingsplan mogelijk.

Mutaties onttrekkingen Totaal onttrekkingen Kwaliteitsimpuls Groen We heffen de reserve Kwaliteitsimpuls groen op. We verdelen de middelen over de reserve Vermogensopbouw en het programma Stadsverbetering. Reserve Actieplan bouwstimulering Deze mutatie lichten we niet verder toe omdat deze kleiner is dan € 1 miljoen. Reserve Coalitiemiddelen 2022-2026 We maken voor de verduurzamende woningverbetering Noord € 13,5 miljoen vrij. Deze stellen wij beschikbaar vanuit het Isolatieoffensief. De verwachte besteding start in 2029. Hierdoor verschuift de onttrekking uit reserve coalitiemiddelen van € 13,5 miljoen van 2026 naar 2029. Hiernaast hebben we de kosten voor de Integrale Aanpak Huisvesting Kwetsbare Groepen onttrokken en de kosten voor het Isolatieoffensief meerjarig geactualiseerd. Deze kosten komen gedeeltelijk uit reserve coalitiemiddelen. Zie verder de toelichting bij de lasten.

OD NZKG: wij verschuiven het restant van het opdrachtgeversbudget van de Omgevings­ dienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG) naar 2026. Dit budget is in 2025 incidenteel verhoogd om de kosten te dekken. In de tussentijd is stevig ingezet op het bezuinigen op de uitvoeringsovereenkomst. Daardoor blijft dit bedrag over. Het gaat om € 0,4 miljoen op programma­onderdeel 1.4 en € 0,5 miljoen op programma­onderdeel 1.6. AAV: we actualiseren de begroting van de Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting. De activiteiten van het doorstroomoffensief zullen in 2026 plaatsvinden, we verschuiven het budget van 2025 naar 2026 (€ 0,5 miljoen). Nominale ontwikkelingen Hogere lasten ter compensatie van nominale ontwikkelingen van lonen en prijzen. Actualisatie kapitaallasten De kapitaallasten worden geactualiseerd aan de hand van het investeringsportfolio.

Begroting 2026

57

H.2.1.4

Risicobeheersing

Beleidskaders

Actuele risico’s

Maatregelen

Bij de Woningcorporaties komen onvoldoende woningen vrij waardoor minder woningen beschikbaar komen voor urgenten/ kwetsbare groepen/ ouderen/ statushouders. Hierdoor wordt de termijn waarop 80 procent van de urgenten een woning vindt langer dan de gestelde termijn van drie maanden.

Om de druk op het aantal beschikbare woningen voor kwetsbare groepen te verlagen worden de urgentiecriteria aangepast. Het verwachte effect is dat mensen met de hoogste urgentie sneller aan een passende woning kunnen worden geholpen. De druk op het aantal voor kwetsbare groepen beschikbare woningen neemt daardoor af.

De legesinkomsten uit omgevingsvergunningen voor bouw zijn sterk afhankelijk van de economische conjunctuur. In tijden van groei stijgen deze inkomsten door een toename van bouwprojecten, terwijl ze in tijden van recessie juist fors kunnen dalen. Dit maakt het een onstabiele en moeilijk voorspelbare inkomstenbron voor gemeenten. Terwijl de legesinkomsten uit omgevingsvergunningen sterk fluctueren met de conjunctuur, blijven de uitvoeringskosten voor gemeenten – zoals loonkosten en overhead – grotendeels vast en daarmee stabiel. Deze ongelijkheid creëert financiële risico’s bij economische neergang, omdat de gemeente kosten moet blijven maken terwijl de inkomsten sterk teruglopen. Met de komst van de Omgevingswet is de werklast voor gemeenten ook nog eens toegenomen.

Nader onderzoek naar financieringssystematiek en oplossingsmogelijkheden.

Het effect vanuit de Omgevingswet op de bouwleges lijkt groter dan waar rekening mee is gehouden. Dit negatieve effect is het gevolg van de knip in een technische bouwactiviteit en een omgevingsplan, waarbij bij veel vergunningaanvragen de aanvraag voor technische bouwactiviteit niet meer volgt en daarvoor geen leges worden ontvangen.

Nader onderzoek moet de analyse van het effect vanuit de Omgevingswet controleren en verder aanscherpen en waar mogelijk herstellen.

Begroting 2026

• Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting (AAV): de AAV is een integraal programma met maatregelen die zijn gericht op het realiseren van voldoende betaalbare en goede woningen in een ongedeelde stad. • Huisvestingsverordening 2024: beschrijft het instrumentarium en de toepassing hiervan, in relatie tot woonruimteverdeling en woningvoorraad. Met de huisvestingsverordening verdeelt het college schaarse huurwoningen en regels waarmee wijzigingen in de voorraad van zowel huur- als koopwoningen worden gereguleerd. Zo wordt de Amsterdamse woningvoorraad beschermt en wordt de leefbaarheid in wijken en buurten gewaarborgd. • Leegstandsverordening Amsterdam 2022: gezien de schaarste aan woningen in Amsterdam is langdurige woningleegstand zeer onwenselijk. Met leegstandverordening kan de gemeente optreden tegen langdurige leegstand in Amsterdamse woningen. • Samenwerkingsafspraken met de corporaties en huurderskoepels. Deze gaan onder andere over de groei van de voorraad, de betaalbaarheid, de duurzaamheid en de beschikbaarheid van woningen voor alle doelgroepen. Ook staan er afspraken in over de nieuw te bouwen sociale huurwoningen en middeldure huurwoningen en over de grondprijzen. • Omgevingswet: de Omgevingswet regelt alles voor de ruimte waarin we wonen en werken. Deze nieuwe wet bundelt en maakt regels eenvoudiger.

• Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb): dit is een nieuw stelsel van kwaliteitsborging. • VTH-Beleid Fysieke Leefomgeving: hierin staat beschreven hoe we de VTH-taken uitvoeren en zijn diverse strategieën en protocollen opgenomen voor de uitvoering. • Wet betaalbare huur: door deze wet kan de gemeente handhaven op te hoge huren en servicekosten. In de huisvestingsverordening voor 2025 is daarnaast ingezet op invoering van de huisvestingsvergunning voor het middensegment. Met deze twee instrumenten kan de gemeente meer en beter handhaven op de middenhuur.

58

H.2.1.5

2.1.5 Vastgoed We zetten ons gemeentelijke vastgoedbezit in om maatschappelijke voorzieningen duurzaam, toegankelijk, betaalbaar en in de hele stad te huisvesten.

De totale CO2-uitstoot van programma­onderdeel 1.5 is (in tonnen CO2-eq): Scope 1 en 2 in de stad

- ton CO2

Scope 1 en 2 van de eigen organisatie

376 ton CO2

Scope 3 van de eigen organisatie

38.300 ton CO2

In paragraaf 4.3 Duurzaamheid laten we zien voor hoeveel CO2-uitstoot alle programmaonderdelen verantwoordelijk zijn.

Wat hebben we bereikt (doelen) en wat hebben wij daarvoor gedaan (activiteiten)?

Indicator 2 We verhuren ons gemeentelijk vastgoed om de juiste huisvesting te bieden aan maat­schappelijke partijen die bijdragen aan een sociale, inclusieve en verbonden stad. Tegelijkertijd willen we dat onze vastgoedportefeuille zo goed mogelijk rendeert. De inkomsten uit de verhuur zijn van belang om de kosten van instandhouding, beheer en verbetering te betalen.

Doel 1.5.1 Amsterdam heeft een vastgoedportefeuille die voldoet aan de gemeentelijk en landelijke ambities en wetgeving op het gebied van duurzaamheid, veiligheid en bouwkundige kwaliteit. Indicatoren doel

Peilwaarde (peiljaar)

Jaarverslag 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Prognose 2027-2029

1

NEN 2767, onderhoudsniveau minimaal 3, sober en doelmatig

82,6% (2020)

88,3%

86,5%

91%

92-95%

2

Bezettingsgraad

86% (2022)

89%

95%

90%

92%

3

Reductie CO2-uitstoot (t.o.v. 1990)

20,6% (2022)

n.v.t.*

n.v.t.*

31%

52%

4

% Panden met energie label A

23% (2022)

27%

31%

38%

64%

*

indicator is toegevoegd vanaf begroting 2026

Begroting 2026

Indicator 1 We onderhouden ons gemeentelijk vastgoed op een doelmatige en verantwoorde wijze. Dat doen we volgens de NEN2767-meetmethode waarbij we niveau 3 aanhouden als streefwaarde. We zorgen daarmee dat de panden onderhouden en veilig zijn en we zetten de daarbij behorende onderhoudsmiddelen zo efficiënt mogelijk in. Voor 2026 en verdere jaren zetten we meer financiële middelen in om ondanks de gestegen kosten van materialen en arbeid te streven naar een hoger percentage panden dat voldoet aan het gewenste niveau. Daarnaast zorgen we ook dat het dagelijks onder­ houd (denk hierbij aan reparaties) wordt uitgevoerd, zodat de panden goed verhuurbaar blijven.

De mate waarin we slagen in een optimale verhuring wordt uitgedrukt in de bezettings­ graad. We streven naar een zo hoog mogelijke bezetting. Maar leegstand is onvermij­ delijk en komt altijd voor. De tabel laat zien dat we in de begroting 2025 van een niet realistische bezetting zijn uitgegaan. We zorgen ervoor zo min mogelijk leegstand te hebben, maar ontkomen niet aan frictieleegstand of leegstand door toekomstige ontwikkelingen. Uiteraard bieden we vrijgekomen panden of grondpercelen zo snel mogelijk aan een nieuwe huurder aan. Als het nodig is zetten we ook professioneel maatschappelijk leegstandsbeheer in, bijvoorbeeld wanneer er sprake is van een overbruggingsperiode omdat er onderhoud in de nabije toekomst gepland staat.

59

H.2.1.5

Indicator 3-4 We streven naar een zo groot mogelijke CO2-reductie en hebben de doelstelling om in 2030 55 procent minder CO2-uitstoot te hebben ten opzichte van 1990. Het programma Duurzaam Gemeentelijk Vastgoed is in 2024 van start gegaan en loopt door tot zeker 2027. Vooralsnog zijn er middelen beschikbaar voor de eerste vier jaren van dit programma. De uiteindelijke doelstelling van de gemeente is om in 2050 een vast­goed­portefeuille te hebben die voor 95 procent CO2-neutraal is. Het reduceren van de CO2-uitstoot is het voornaamste doel, op pandniveau hanteren we een label A als streefwaarde voor de verduurzamingsprojecten. Bovendien wordt de CO2-reductie aan de hand van verbeterde energie-labels bepaald. Het percentage panden dat een label A krijgt is daarom ook een goede indicator. Activiteit 1.5.1.1

(bedragen x € 1 miljoen)

Jaarverslag Begroting Begroting 2024 2025 2026

Begroting Begroting Begroting 2027 2028 2029

Saldo onttrekkingen en toevoegingen reserves

1,0

50,1

0,0

0,0

0,0

0,0

Totaal programma­onderdeel 1.5 Vastgoed

19,8

73,2

14,5

13,6

12,9

13,5

Baten en lasten De baten in dit programmaonderdeel bestaan voornamelijk uit huur, pacht, – en service opbrengsten van ons gemeentelijke vastgoed (€ 80,6 miljoen). Deze bestaan uit huurinkomsten van kunst- en cultuurinstellingen (€ 36,2 miljoen); huurinkomsten uit de verhuur van gronden en niet-maatschappelijke instellingen (€ 13,6 miljoen); huurinkomsten van buurt- en wijkcentra en zorg gerelateerde instellingen (€ 17,6 miljoen); huurinkomsten van onderwijs & kinderopvang gerelateerde instel­ lingen (€ 10,9 miljoen); overige huurinkomsten en serviceopbrengsten (€ 2,3 miljoen).

We beheren en ontwikkelen gemeentelijk vastgoed. Indicatoren activiteit 1

Peilwaarde (peiljaar)

Jaarverslag 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Prognose 2027-2029

De invulling van deze indicator volgt bij een volgend P&C product.

Meerjarige ontwikkeling van de baten en lasten De baten blijven over de jaren ongeveer gelijk. Voor 2028 en 2029 is € 3 miljoen gereserveerd voor verkoopbaten welke worden ingezet om de hogere lasten voor onderhoud en OZB te dekken. De lasten nemen meerjarig toe. Dit is hoofdzakelijk het gevolg van het gereedkomen van investeringsprojecten, waardoor de kapitaallasten toenemen. Hier staat een kostendekkende huur tegenover.

Welke verbonden partijen schakelen we daarvoor in? Scheepsexploitatiemaatschappij BAVO N.V. Scheepsexploitatiemaatschappij BAVO N.V. is eigenaar van de verpachte agrarische grond in de Volgermeer.

Financiële toelichting (bedragen x € 1 miljoen) Baten

De lasten in dit programmaonderdeel bestaan voornamelijk uit de toevoeging aan de onderhoudsvoorziening voor het planmatig onderhoud (€ 21,2 miljoen), rente en afschrijvingen (€ 13,3 miljoen), dagelijks onderhoud (€ 10,2 miljoen), loonkosten (€ 11,6 miljoen), gas/water/elektriciteit (€ 2,3 miljoen) en overig (€ 7,5 miljoen).

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

Baten

89,9

80,6

80,6

83,6

83,7

83,7

Beginstand Begroting 26

89,2

77,1

77,1

77,1

77,1

0,7

3,5

3,5

6,5

6,5

(bedragen x € 1 miljoen) Jaarverslag Begroting Begroting 2024 2025 2026 83,3

89,9

80,6

Begroting Begroting Begroting 2027 2028 2029 80,6

83,6

Lasten

64,6

66,8

66,1

67,0

70,7

70,2

Mutaties Begroting 26

Saldo Baten en Lasten

18,7

23,1

14,5

13,6

12,9

13,5

Ombuiging

3,0

3,0

Onttrekking

3,7

50,1

0,0

0,0

0,0

0,0

Taakstelling verkoop vastgoed

3,0

3,0

Toevoeging

2,7

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Mee- en tegenvallers

0,9

0,9

Begroting 2026

0,9

0,9

60

H.2.1.5

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

0,9

0,9

0,9

0,9

0,7

2,6

2,6

2,6

2,6

Lasten

66,8

66,1

67,0

70,7

70,2

Beginstand Begroting 26

68,3

63,6

64,0

66,9

66,9

Mutaties Begroting 26

-1,4

(bedragen x € 1 miljoen)

Begroting 2025

Voorziening groot onderhoud Begrotingsbijstellingen

2,5

3,0

3,8

3,3

Autonome ontwikkelingen

0,4

0,4

0,4

0,4

Gevolgen tariefverhoging OZB Gemeentelijk Vastgoed

0,4

0,4

0,4

0,4

Mee- en tegenvallers

3,5

3,5

3,5

3,5

Impact OZB verhoging

0,6

0,6

0,6

0,6

Voorziening groot onderhoud

2,9

2,9

2,9

2,9

1,5

1,5

1,5

1,5

Begrotingsbijstellingen

1,3

Budgetneutrale wijzigingen

0,5

0,5

0,5

0,5

-0,3

0,0

0,0

0,0

0,0

-3,2

-3,3

-2,9

-2,1

-1,8

Saldo baten en lasten

23,1

14,5

13,6

12,9

13,5

Onttrekking

50,1

Beginstand Begroting 26

50,1

Saldo onttrekking en toevoeging

50,1

-

-

-

-

Totaal

73,2

14,5

13,6

12,9

13,5

Nominale ontwikkelingen Actualisatie kapitaallasten

Mutaties baten Ombuiging Taakstelling verkoop vastgoed We bezuinigen door ons zelf een taakstelling op te leggen door het verkopen van Vastgoed in 2028 en 2029. Mee- en tegenvallers Voorziening groot onderhoud De voorziening voor groot onderhoud moet jaarlijks toereikend worden aangevuld, zodat er voldoende middelen beschikbaar zijn om het groot onderhoud gedurende de Begroting 2026

komende 25 jaar uit te voeren. Eind 2024 heeft een herberekening plaatsgevonden die leidt tot een stijging van de jaarlijkse dotatie. Deze stijging kan slechts deels worden opgevangen door een indexatie van de huren. Begrotingsbijstellingen Dit zijn neutrale beleidsarme mutaties waarbij sprake is van een verandering in de omvang van baten en/of lasten. De afwijkingen lichten we verder niet toe, wanneer deze kleiner zijn dan € 1 miljoen. Onderstaande afwijking is groter dan € 1 miljoen: Actualisatie vastgoed begroting: we actualiseren de inkomsten voor onze vastgoedbegroting. Daardoor stijgen onze verwachte inkomsten met ongeveer € 1,8 miljoen.

Mutaties lasten Autonome ontwikkelingen Gevolgen tariefverhoging OZB Gemeentelijk Vastgoed Bij de Begroting 2025 is besloten de tarieven op de Onroerendezaakbelasting (OZB) te verhogen. Deze verhoging heeft ook effect op ons eigen vastgoed. Met als gevolg dat door de verhoging van de OZB een tekort ontstaat. Mee- en tegenvallers Impact OZB-verhoging We dekken de extra OZB-lasten als gevolg van de waardestijging van het gemeentelijk vastgoed. Voorziening groot onderhoud De voorziening voor groot onderhoud moet jaarlijks toereikend worden aangevuld, zodat er voldoende middelen beschikbaar zijn om het groot onderhoud gedurende de komende 25 jaar uit te voeren. Eind 2024 heeft een herberekening plaatsgevonden die leidt tot een stijging van de jaarlijkse dotatie. Deze stijging kan slechts deels worden opgevangen door een indexatie van de huren (zie toelichting bij de baten). Begrotingsbijstellingen Dit zijn neutrale beleidsarme mutaties waarbij sprake is van een verandering in de omvang van baten en/of lasten. De afwijkingen lichten we verder niet toe, wanneer deze kleiner zijn dan € 1 miljoen. Onderstaande afwijkingen zijn groter dan € 1 miljoen:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16072283/1