Bijlage 1 Begroting 2025 Amsterdam
Tekst van het document
Begroting Prognose 2025 2026-2028
Activiteit 1.3.1.2
Wat willen we bereiken (doelen) en wat gaan wij daarvoor doen (activiteiten)?
Indicatoren doel
Begroting 2024
Grondwaarde van nieuw uitgegeven erfpachtrechten (* €1 mln)
Begroting 2024
202
230
Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2023
Begroting 2024
Begroting Prognose 2025 2026-2028 280
290
Activiteit 1.3.1.3 We beheren het erfpachtstelsel. Indicatoren activiteit 1
Geen indicator beschikbaar
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Begroting Prognose 2025 2026-2028 n.v.t.
n.v.t.
42
H2.1.3
Welke verbonden partijen schakelen we daarvoor in?
Activiteit 1.3.1.4 We werken aan een continue verbetering van de dienstverlening. Indicatoren activiteit
Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2023
1
33 (2022)
Aantal afgehandelde overstap klantvragen (*1000)
32
Begroting 2024 20
In dit programmaonderdeel zijn geen verbonden partijen. Begroting Prognose 2025 2026-2028 14
2
Financiële toelichting (bedragen x € 1 miljoen) Jaarverslag Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2023 2024 2025 2026 2027 2028
Activiteit 1.3.1.5
Baten
263,4
235,5
230,5
217,8
209,5
211,8
We verzorgen de overstap van de voortdurende naar eeuwigdurende erfpachtrechten.
Lasten
50,5
54,9
53,3
45,8
44,6
45,0
Saldo Baten en Lasten
212,9
180,6
177,2
172,0
164,9
166,8
Onttrekking
337,7
103,1
545,9
50,0
1,2
1,2
Toevoeging
240,6
326,2
98,2
65,8
37,0
36,0
Saldo onttrekkingen en toevoegingen reserves
97,1
-223,0
447,7
-15,9
-35,8
-34,8
Totaal
310,0
-42,4
624,9
156,2
129,2
132,1
Indicatoren activiteit
Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2023
1
22 (2022)
Aantal overstapaanbiedingen (*1.000)
11
Begroting 2024 14
Begroting Prognose 2025 2026-2028 8
2
Uitvoeren van het erfpachtstelsel, inclusief verwerken achterstanden (behandelen van reeds lopende aanvragen). De afgelopen jaren hebben we ingezet op de uitvoering van de overstapregeling van het voortdurend erfpachtstelsel naar het eeuwigdurend erfpachtstelsel. Hierdoor is in 2022 de doelstelling bereikt dat voor 85 procent van de particuliere overstapaanvragen een overstapaanbieding is verstuurd. Na het behalen van deze mijlpaal is de focus nu verschoven naar het reguliere erfpachtbeheer. Inmiddels zijn de overstap en beheerteams geïntegreerd in reguliere team zodat capaciteit en kennis beter kan worden ingezet. Op dit moment zijn we aan het onderzoeken hoe de doorlooptijden verkort kunnen worden.
Bij dit programmaonderdeel geven we voor de toelichting op afwijkingen ten opzichte van de Begroting 2025 eerst een uitleg over de methodiek. Voor het gebruik van de grond van de gemeente, het erfpachtrecht, ontvangen wij inkomsten in de vorm van een canon. De erfpachter kan kiezen of deze jaarlijks wordt verrekend of in een keer wordt afgekocht. De twee belangrijkste erfpachtstelsels zijn het voortdurende en het eeuwigdurende stelsel. In het voortdurende stelsel wordt bij ieder nieuw tijdvak (van meestal 50 jaar) een nieuwe canon vastgesteld op basis van de actuele marktwaarde. In het in 2016 ingevoerde eeuwigdurende stelsel wordt de canon eenmalig vastgesteld en alleen aangepast aan inflatie, tenzij het erfpachtrecht wordt gewijzigd (bijv. bestemmingswijziging). Nieuwe uitgiften vinden eeuwigdurend plaats, tenzij nog sprake is van oude afspraken. De opbrengsten stijgen wanneer er nieuwe uitgiften zijn of wanneer er voor bestaande rechten aanpassingen plaatsvinden. De canon-betalende (niet afgekochte) rechten zorgen voor jaarlijkse inkomsten voor de algemene middelen. De afgekochte canon, die we ontvangen in de vorm van een afkoopsom, worden aan reserves toegevoegd. De ontvangen afkoopsommen uit het voortdurend stelsel worden vooral toegevoegd
Begroting 2025
43
H2.1.3
aan de reserve Afkoopsommen en de ontvangen eeuwigdurende afkoopsommen worden, na verrekening van de boekwaarde, toegevoegd aan de reserve financiering erfpachtgrond. De canonopbrengsten en de afkoopsommen zijn grotendeels afhankelijk van het uitgifteniveau, de keuze van de erfpachter voor afkoop of canon-betalend en de nominale ontwikkeling van de canon. De gronduitgiften zijn sterk afhankelijk van de marktomstandigheden en hierdoor moeilijk te voorspellen. Het erfpachtresultaat (saldo na mutaties reserves) bestaat naast de jaarlijkse canonopbrengsten uit de kosten voor het beheer van het erfpachtstelsel, zoals rentelasten, apparaatslasten en overige lasten.
(bedragen x € 1 miljoen) Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
235,5
230,5
217,8
209,5
211,8
235,5
234,8
244,0
243,0
243,0
0,0
-4,3
-26,2
-33,5
-31,2
1 Lagere Canonopbrengsten
0,0
-9,5
-9,3
-9,1
-6,8
2 Reserve-gerelateerde wijzigingen
0,0
5,2
-16,9
-24,4
-24,4
Lasten
54,9
53,3
45,8
44,6
45,0
Beginstand Begroting 2025
55,0
49,5
43,1
43,4
43,4
Mutaties 2024-2028
-0,1
3,8
2,6
1,2
1,6
3 Uitvoering correctie canonindexering erfpacht
0,0
0,4
0,0
0,0
0,0
4 Versterken toezicht op naleving van middeldure huur afspraken bij Erfpacht
0,0
0,4
0,4
0,4
0,4
5 Actualisatie kapitaallasten
0,0
0,2
-0,1
-0,2
0,2
6 Gemeentebreed neutrale begrotingsbijstellingen
-0,1
-0,2
-0,2
-0,2
-0,2
7 Intertemporele mutaties
0,0
-0,4
1,0
0,0
0,0
8 Nominaal
0,0
0,6
0,5
0,5
0,5
9 Reserve-gerelateerde wijzigingen
0,0
0,8
0,3
0,3
0,3
Beginstand Begroting 2025 Mutaties 2024-2028
Begroting 2025
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
10 Overig
0,0
2,0
0,6
0,4
0,4
Onttrekking
103,1
545,9
50,0
1,2
1,2
103,1
14,9
0,5
0,5
0,5
0,0
186,0
49,5
0,7
0,7
11 Reserve afkoopsom erfpacht
0,0
83,1
48,5
0,0
0,0
12 Meerwaarde voortdurend
0,0
447,9
1,0
0,7
0,7
326,2
98,2
65,8
37,0
36,0
Beginstand Begroting 2025
176,2
78,9
72,2
69,4
69,4
Mutaties 2024-2028
150,0
19,2
-6,4
-32,4
-33,4
Beginstand Begroting 2025 Mutaties 2024-2028
Toevoeging
Financiële toelichting op de wijzigingen
Baten
Begroting 2024
13 Reserve afkoopsom erfpacht
0,0
0,8
-18,2
-24,4
-24,4
14 Meerwaarde voortdurend
150,0
18,5
11,8
-8,0
-9,0
Eindtotaal
-42,4
624,9
156,2
129,2
132,1
Mutaties baten 1 Lagere Canonopbrengsten Door lagere gronduitgiften stijgen de canonopbrengsten minder snel dan eerder voorzien. Deze lagere canonopbrengsten worden verrekend met de reserve Verbeteren schuldpositie, waar in de toekomst ook de hogere canonopbrengsten aan worden toegevoegd. 2 Reserve-gerelateerde wijzigingen Dit betreft baten die worden gereserveerd. Zie ook de toelichting op de dotaties aan reserves.
Mutaties lasten 3 Uitvoering correctie canonindexering erfpacht Voor erfpachtrechten die uitgegeven zijn onder de Algemene Bepalingen 2000 wordt de indexatie in 2023 van de canon herzien. Daarom zijn er hogere lasten voor een correctie op de eerder toegepaste canonindexering voor erfpachtrechten waarvan de bebouwing wordt verhuurd.
44
H2.1.3
4 Versterken toezicht op naleving van middeldure huur afspraken bij Erfpacht Op advies van de Rekenkamer Amsterdam versterken wij het toezicht op de naleving van de huurafspraken. Daarom zijn er hogere lasten voor toezicht en handhaving van alle erfpachtrechten voor middeldure huur. 5 Actualisatie kapitaallasten De kapitaallasten worden geactualiseerd aan de hand van het investeringsportfolio. 6 Gemeentebreed neutrale begrotingsbijstellingen Deze afwijkingen zijn kleiner dan € 1,0 miljoen en lichten we niet verder toe.
Mutaties toevoegingen reserves 13 Reserve afkoopsom erfpacht Lagere toevoeging aan de reserve Afkoopsommen doordat we meerjarig minder afkoopsommen ontvangen in het voortdurend stelsel. In 2025 stijgen de ontvangen afkoopsommen. 14 Meerwaarde voortdurend Hogere toevoeging aan de reserve Financiering erfpachtgrond doordat we meer afkoopsommen ontvangen uit de overstap.
7 Intertemporele mutaties De lasten voor projectuitgaven voor het project Nieuw Erfpacht Systeem Erfpacht (NISE) in 2024 en 2025 schuiven door naar 2026. 8 Nominaal Hogere lasten ter compensatie van nominale ontwikkeling van lonen en prijzen. 9 Reserve-gerelateerde wijzigingen Door de spijtoptantenregeling moeten de komende jaren nog een substantieel aantal overstapaanvragen naar het eeuwigdurende erfpachtstelsel worden afgehandeld. Deze lasten worden gedekt uit de reserve Financiering Erfpachtgrond. 10 Overig Overige afwijkingen lichten we niet verder toe, omdat de afzonderlijke afwijkingen kleiner zijn dan € 1 miljoen.
Mutaties onttrekkingen reserves 11 Reserve afkoopsom erfpacht Hogere onttrekking aan de reserve Afkoopsommen doordat vooral meer eeuwigdurend wordt afgekocht. Dit komt omdat er meer wordt overgestapt. (Zie ook toevoegingen reserve Financiering erfpachtgrond). 12 Meerwaarde voortdurend Hogere onttrekking door vrijval uit de reserve Financiering erfpachtgrond van ontvangen afkoopsommen uit de overstapregeling (€ 100 miljoen) en een hogere onttrekking doordat we meer kosten maken voor de overstapregeling, zie ook lasten (Reserve-gerelateerde wijzigingen en Overig).
Begroting 2025
45
H2.1.4
2.1.4 Bouwen en wonen Indicatoren doel
We streven naar voldoende beschikbaarheid van betaalbare, goede en veilige woningen, een rechtvaardige verdeling van de woningen en een rechtmatig gebruik van de woningen.
Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2023
Begroting 2024
Begroting Prognose 2025 2026-2028
6
% toewijzingen met startpunten
5,0% (2024)
n.v.t. *)
n.v.t. *)
5%
5%
7
Gemiddelde WOZ-waarde (BBV-verplicht: geen streefwaarde, alleen realisatie in jaarverslag)
N.v.t.
€ 517.000
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
8
Gemeentelijke woonlasten eenpersoonshuishouden (BBV-verplicht: geen streefwaarde, alleen realisatie in jaarverslag)
N.v.t.
€ 792
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
In paragraaf 4.3 Duurzaamheid laten we zien voor hoeveel CO2-uitstoot alle programmaonderdelen verantwoordelijk zijn.
9
Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishouden (BBV-verplicht: geen streefwaarde, alleen realisatie in jaarverslag)
N.v.t.
€ 902
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Wat willen we bereiken (doelen) en wat gaan wij daarvoor doen (activiteiten)?
*) indicator 2,3,5 en 6 zijn bij de Voorjaarsnota 2024 toegevoegd en hebben daarom geen waarde voor jaarverslag 2023 en Begroting 2024.
Doel 1.4.1
De schaarse sociale huurwoningen die beschikbaar komen in de stad willen we op rechtvaardige wijze verdelen. Daarom geven we voorrang aan degenen die het hardst een woning nodig hebben. Maar we willen ook dat regulier woningzoekenden kans blijven houden op een sociale huurwoning. We streven ernaar dat kwetsbare huishoudens binnen drie maanden een woning vinden.
De totale CO2-uitstoot van programmaonderdeel 1.4 is: Scope 1 en 2 in de stad
1.045.463,38 ton CO2
Scope 1 en 2 van de eigen organisatie
61,38 ton CO2
Scope 3 van de eigen organisatie
6.089,80 ton CO2
Een rechtvaardige verdeling van de woningen waarbij voorrang wordt gegeven aan diegenen die de woning het hardste nodig hebben. Indicatoren doel
Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2023
1
% kwetsbare huishoudens dat binnen 3 maanden een woning vindt: statushouders, MOBW en sociaal medisch urgenten
80% (2016)
72%
80%
80%
80%
2
Gemiddeld aantal aanbiedingen per verhuring op WoningNet
3,3 (2024)
n.v.t. *)
n.v.t. *)
3,0
3,0
3
% toewijzingen met zoekpunten
80% (2024)
n.v.t. *)
n.v.t. *)
90%
95%
5
% toewijzingen met situatiepunten
4,0% (2024)
n.v.t. *)
n.v.t. *)
5%
5%
5
Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishouden (BBV-verplicht: geen streefwaarde, alleen realisatie in jaarverslag)
N.v.t.
€ 837
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
Begroting 2025
Begroting 2024
Begroting Prognose 2025 2026-2028
Woningzoekenden hebben met het nieuwe systeem nu zelf meer invloed op hun slaagkansen door actief te zoeken en door situatie- en of startpunten aan te vragen. Op deze manier zijn zij zelf in staat om punten op te bouwen en hun positie op de ranglijst te verbeteren. Naast het opbouwen van punten, kunnen punten van een woningzoekende ook worden ingetrokken. Punten kwijtraken, bijvoorbeeld wanneer mensen stoppen met zoeken, niet komen opdagen bij een bezichtiging of een aangeboden woning weigeren, is er voor bedoeld om te benadrukken dat de extra punten bij het zoeken naar een sociale huurwoning bedoeld zijn voor mensen die dringend een woning nodig hebben. Het afbouwen van punten wordt daarnaast gezien als essentieel onderdeel voor de werking van het nieuwe systeem. Voor de echte kwaliteitszoeker die heel selectief reageert is in het nieuwe systeem minder ruimte.
46
H2.1.4
Activiteit 1.4.1.1
Doel 1.4.2
We bieden huisvesting voor kwetsbare groepen.
Een toekomstbestendige woningvoorraad (duurzaam, basiskwaliteit en veilig).
Indicatoren activiteit
Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2023
Begroting 2024
Begroting Prognose 2025 2026-2028 30% van 30% van het totaal het totaal aantal aantal verhuringen verhuringen
1
Aantal woningen toegewezen aan kwetsbare huishoudens
1.800 (2023)
1.976
2.200
2
Aantal gehuisveste statushouders (personen)
2.000 (2023)
1.575
1.400 - 1.600
naar rato van de wachtlijst
naar rato van vraag plus wachtlijst
In de samenwerkingsafspraken met de woningcorporaties is tot en met 2023 afgesproken dat 1.800 woningen beschikbaar zijn voor kwetsbare groepen. Vanaf 2024 is dit gewijzigd in 30 procent van het totaal aantal vrijkomende sociale huurwoningen. Voor 2024 gaat het naar schatting om 2.200 woningen. Het aantal woningen wordt jaarlijks vastgesteld op basis van het verwachte aantal verhuringen. Dit fluctueert jaarlijks, onder andere door de oplevering van nieuwbouw en flexwoningen. De woningen worden verdeeld onder de verschillende categorieën. Dit zijn status houders, kwetsbare huishoudens die zonder en met begeleiding kunnen wonen, sociaal medisch urgenten en slachtoffers van de toeslagenaffaire. Het aantal woningen per categorie hangt af van de lengte van de wachtlijsten en de verwachte vraag per categorie.
Activiteit 1.4.1.2
Indicatoren doel
Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2023
Begroting 2024
Begroting Prognose 2025 2026-2028 Daling Daling slechte slechte labels labels (E-F-G) met (E-F-G) met 1/6e van 1/6e van het totaal het totaal
1
Daling in het aantal slechte Energielabels (A, F, G) en stijging aantal goede Energielabels (B, A, A+)
n.t.b.
n.t.b.
n.t.b.
2
Woningkwaliteit - verbeterde woningen na gemeentelijke interventie
n.t.b.
n.t.b.
n.t.b.
n.t.b.
n.t.b.
* Nieuwe indicator, bij de Voorjaarsnota 2025 wordt de indicator verder uitgewerkt. Voor een toekomstbestendige en betaalbare woningvoorraad en een leefbare, is structurele energiebesparing en het verbeteren van woningen essentieel voor Amsterdammers en het klimaat. Daarom zet dit college met het isolatieoffensief in op het versnellen van het isolatietempo en het verbeteren van woningen. Met het uitvoeringsprogramma voor het isolatieoffensief begeleiden, stimuleren en helpen we woningeigenaren en bewoners op verschillende manieren om te komen tot versnelde woningverbetering en isolatie. Zwaartepunt hierbij ligt bij bewoners in kwetsbare buurten en/ of in een kwetsbare positie. We voeren daarnaast een breed scala aan vergunningverlening, toezicht en handhavingstaken uit gericht op het handhaven van de minimale wettelijke kwaliteit. Het uitvoeren van deze taken draagt bij aan een aan een veilige, duurzame, leefbare en gezonde fysieke leefomgeving voor Amsterdammers.
We wijzen met voorrang woningen toe aan bepaalde beroepsgroepen. Indicatoren activiteit
Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2023
1
200 (2023)
Aantal woningen aan beroepsgroepen*
119
Begroting 2024 200
Begroting Prognose 2025 2026-2028 300
Begroting 2025
We houden toezicht op en handhaven de wettelijk minimumkwaliteit.
300
*Op basis van afspraken met de woningcorporaties ten aanzien van het beschikbare aantal sociale huurwoningen en middeldure huurwoningen. Deze aantallen zijn exclusief de aantallen die de particuliere sector aanbiedt aan de beroepsgroepen. Om het tekort aan leraren, politie- en zorgpersoneel aan te pakken wijzen we met voorrang 300 woningen (per jaar toe) toe aan deze beroepsgroepen, zoals overeengekomen in de Samenwerkingsafspraken 2024-2027.
Activiteit 1.4.2.1
Indicatoren activiteit
Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2023
Begroting 2024
Begroting Prognose 2025 2026-2028
1
Aantal op kwaliteit geïnspecteerde adressen
200 (2023)
211
200
250
250
2
Aantal verbeterde woningen naar aanleiding van inspectie en/of handhaving
150 (2023)
142
150
180
180
47
H2.1.4
De Amsterdamse woningvoorraad is relatief oud en daarmee naar de nieuwbouwstandaard van matige kwaliteit. Om te voorkomen dat er gevaarlijke of ongezonde situaties ontstaan, moeten woningen in Nederland voldoen aan een minimale wettelijke kwaliteit. Het is een taak van de gemeente om toezicht te houden op de wettelijke woningkwaliteit. Dit gebeurt door een reguliere toezichtstaak bij bijvoorbeeld vergunningsaanvragen. Daarnaast is er projectmatig toezicht op gemeentebrede en moeilijk handhaafbare problematiek zoals vocht en schimmel en loden leidingen. Dit gebeurt meestal op basis van (ambtelijke) meldingen dan wel door informatiegestuurde actieve opsporing. Deze handhaving is meestal projectmatig, waarbij de aard en complexiteit van de projecten jaarlijks verschilt. Ook het aantal woningen dat is betrokken kan jaarlijks verschillen.
Activiteit 1.4.2.2 We ondersteunen bewoners en eigenaren bij het verduurzamen van woningen. Indicatoren activiteit
Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2023
Begroting 2024
Begroting Prognose 2025 2026-2028
1
Aantal ondersteunde adressen
n.v.t. (2023)
4.835
7.500
8.350
8.500
2
Aantal adressen waar maatregelen N.v.t. (2023) zijn genomen
36.979
8.250
9.000
8.900
Eind 2022 is het Isolatieoffensief gelanceerd. Hiermee zetten we externe middelen en gemeentemiddelen in om woningeigenaren, VVE's en woningcorporaties te stimuleren en te adviseren over verduurzaming van de woningen. In bepaalde gevallen en buurten is voor de verduurzaming ook subsidies beschikbaar. De maatregelen zijn uitgewerkt in het Uitvoeringsplan 2024-2026. In 2023 was het aantal adressen waar maatregelen zijn genomen zeer hoog omdat er in dat jaar veel kleine energiebesparende maatregelen geïnstalleerd zijn in het kader van de energiecrisis. In de jaren daarop ligt de focus meer op verduurzaming via bouwkundige ingrepen. De uitvoeringsagenda voor het isolatieoffensief 2024 e.v. wordt in de 2e helft van 2023 met de raad besproken. Voor de Voorjaarsnota 2024 wordt op basis van de uitvoerings agenda een voorstel uitgewerkt voor passende activiteiten en indicatoren.
Begroting 2025
Activiteit 1.4.2.3 We verstrekken omgevingsvergunningen en zien toe dat bedrijven en burgers voldoen aan actuele wet en regelgeving op het gebied van veiligheid, bouwveiligheid en infrastructuur. Indicatoren activiteit
Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2023
Begroting 2024
Begroting Prognose 2025 2026-2028
1
Aantal ingediende aanvragen omgevingsvergunning bouw, monumenten, splitsen, omzetten woonruimte, meldingen bouw, aanvragen ruimtelijke ordening.
9.700 (2022)
9.074
9.700
9.075
9.075
2
Aantal verleende vergunningen waarop toezicht is gehouden (monumenten, bouw, ruimtelijke ordening, splitsen en omzetten woonruimte) waarop toezicht is gehouden
5.400 (2022)
5.839
5.400
5.400
5.400
We behandelen verschillende soorten aanvragen voor onder meer bouwen, monumenten, splitsen, het omzetten van woonruimte en het afwijken van het Omgevingsplan. Ook behandelen we meldingen die in het kader van de Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) worden ingediend. Toezichthouders houden risicogestuurd toezicht op verleende omgevingsvergunningen en andere toestemmingen. Daarnaast wordt toezicht uitgevoerd op brandveilig gebruik en naar handhavingsmeldingen. Overtredingen die worden geconstateerd bij dit toezicht worden volgens de handhavingsstrategie uit het VTH-beleid Fysieke Leefomgeving gehandhaafd. Het uitvoeren van deze VTH-taken draagt bij aan een aan een veilige, duurzame, leefbare en gezonde fysieke leefomgeving voor Amsterdammers. Met ingang van 1 januari zijn de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen van kracht. Dit leidt in 2025 tot wijziging van het Omgevingsplan in tranches en ook uitbreiding van de werking van de Wkb vindt in 2025 nog gefaseerd plaats. Dit betekent dat de vermelde prognoses met enige onzekerheid zijn omgeven ten opzichte van eerdere jaren.
48
H2.1.4
Doel 1.4.3 Beschermen van de (gewenste) samenstelling van de woningvoorraad en de leefbaarheid. Indicatoren doel
Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2023
1
300 (2016)
Aantal beëindigingen onrechtmatig woninggebruik, in gebruik genomen leegstaande woningen, opgeknapte woningen naar aanleiding van handhavingsmaatregelen
Begroting 2024
923
1.500
Begroting Prognose 2025 2026-2028 1.500
1.500
Er is nog altijd een groot tekort aan met name betaalbare woningen in Amsterdam. Woningen leveren veel geld op, waardoor frauderen met Amsterdamse woningen erg verleidelijk blijft. Door oneigenlijk gebruik aan te pakken, leegstand te bestrijden en de kwaliteit te verbeteren, blijven woningen behouden voor Amsterdammers met een laag en middeninkomen en houden we wijken en buurten leefbaar.
Activiteit 1.4.3.1
Voor het toezicht en de handhaving op de woonregels zijn onder andere signalen van Amsterdammers van groot belang. Een signaal of melding kan voor de gemeente een reden zijn naar adres te gaan en het gebruik van de woning door toezichthouders te laten onderzoeken. Indien sprake is van een overtreding van de woonregels wordt een handhavingsbesluit opgelegd. Dit kan bijvoorbeeld een boete zijn. De afgelopen jaren daalt het aantal handhavingsbesluiten. Het aantal buitendienstonderzoeken was in 2023 lager (5.370) dan de gemiddeld 6.100 onderzoeken in de voorgaande drie jaar (exclusief coronajaar 2021). Een hogere bewijslast bij zaken vraagt om een andere inzet van de handhavingsteams. Menskracht vanuit de buitendienstonderzoeken is nodig bij andere stappen binnen de afhandeling van zaken. In plaats van buitendienst onderzoeken wordt meer ingezet op het contactleggen met de eigenaar en op het maken van afspraken over het gebruik van de woning. De Raad van State (RvS) heeft in een uitspraak uit 2023 aangegeven dat woningeigenaren niet meer vanzelfsprekend verantwoordelijk gehouden kunnen worden voor gedragingen van hun huurders. Als huurders de woonregels schenden, kan dus niet meer automatisch ook een sanctie aan de woningeigenaar worden opgelegd. De inschatting is dat deze uitspraak van de RvS grote invloed heeft op het aantal handhavingsbesluiten.
Daarom blijft de streefwaarde van 2024 (450) in 2025 en voor de komende jaren 450.
Welke verbonden partijen schakelen we daarvoor in?
We maken beleid en handhaven de regels woninggebruik. Indicatoren activiteit
Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2023
Begroting 2024
Begroting Prognose 2025 2026-2028
1
Meldingen van vermoedelijk oneigenlijk gebruik
1.200 (2023)
2.951
2.300
2.300
2.300
2
Huisbezoeken/ buitendienstonderzoeken
6.000 (2016)
6.185
6.000
6.000
6.000
3
Handhavingsbesluiten
300 (2016)
298
900
450
450
Begroting 2025
Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Gemeenten zijn wettelijk verplicht om een basistakenpakket op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving onder te brengen bij Omgevingsdiensten. Voor de gemeente Amsterdam is de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG) de omgevingsdienst. Het college is bevoegd gezag voor het uitvoeren van deze taken die de OD NZKG voor Amsterdam vervult. De OD NZKG heeft als voornaamste verantwoordelijkheid de beoordeling en goedkeuring of afwijzing van vergunningsaanvragen en het toezicht houden op en handhaven van regelgeving met betrekking tot activiteiten op het gebied van milieu, bodem en bouw (VTH-taken). Ze speelt een rol in het bevorderen van een duurzame en veilige leefomgeving. De OD NZKG heeft een adviserende rol bij gebieds- en beleidsontwikkeling en op het gebied van energietransitie, klimaatverandering, verduurzamen en circulair economie.
49
H2.1.4
Financiële toelichting
vanuit de reserve Coalitiemiddelen 2022-2026 voor het Isolatieoffensief (€ 10,5 miljoen) en de integrale aanpak van kwetsbare groepen (€ 4,5 miljoen). Hiermee verbouwen we locaties en panden voor de huisvesting van kwetsbare groepen.
(bedragen x € 1 miljoen) Jaarverslag Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2023 2024 2025 2026 2027 2028 Baten
94,3
90,0
85,4
71,1
65,9
65,9
Lasten
185,7
186,6
188,6
174,5
132,7
132,1
Saldo Baten en Lasten
-91,5
-96,6
-103,2
-103,4
-66,8
-66,2
Onttrekking
30,6
27,7
23,6
31,3
0,1
0,1
Toevoeging
0,0
0,6
0,3
0,3
0,3
0,0
Saldo onttrekkingen en toevoegingen reserves
30,6
27,1
23,4
31,1
-0,1
0,1
Totaal
-60,9
-69,5
-79,8
-72,3
-66,9
-66,1
Baten en lasten De lasten in dit programmaonderdeel bestaan voornamelijk uit apparaatslasten voor onder andere de uitvoering van de WABO-taken, beleidsadvisering, toezicht en handhaving woninggebruik en de behandeling van juridische zaken (€ 56,8 miljoen), kosten voor de gebiedsgerichte aanpak bij projecten in de openbare ruimte (€ 42,4 miljoen), budgetten voor het isolatieoffensief, oftewel de ondersteuning van verduurzaming van woningen (€ 24,5 miljoen), apparaatslasten met betrekking tot wonen (€ 16,2 miljoen), lasten voor de milieutaken (vergunningverlening, toezicht en handhaving op bodemactiviteiten) van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (€ 13,6 miljoen), huisvesting van kwetsbare groepen en statushouders (€ 10,4 miljoen), Corporatiebudget (€ 8,9 miljoen) en bewondersondersteuning (€ 8,1 miljoen).
Financiële toelichting op de wijzigingen (bedragen x € 1 miljoen) Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
90,0
85,4
71,1
65,9
65,9
Beginstand Begroting 2025
94,1
71,9
64,5
64,5
64,1
Mutaties 2024-2028
-4,1
13,6
6,6
1,4
1,8
1 Omgevingswet
0,0
0,4
0,4
0,4
0,4
2 Isolatieoffensief
4,7
11,0
5,2
0,0
0,0
3 Gemeentebreed neutrale begrotingsbijstellingen
-8,8
2,3
1,1
1,1
1,4
186,6
188,6
174,5
132,7
132,1
Beginstand Begroting 2025
198,3
154,8
141,8
127,6
127,2
Mutaties 2024-2028
Baten
Lasten
-11,7
33,8
32,7
5,0
4,9
4 Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied
0,0
1,1
0,0
0,0
0,0
5 Omgevingswet
0,0
1,6
0,6
0,3
0,3
6 Statushouders
0,0
2,6
0,0
0,0
0,0
7 Aanpak Nulmeting Woonboten
0,2
0,3
0,0
0,0
0,0
8 Brandveiligheid VTH
0,0
0,4
0,0
0,0
0,0
9 Masterplannen
0,0
0,8
0,8
0,0
0,0
10 Isolatieoffensief
-0,4
17,6
23,7
0,0
0,0
11 Huisvesting kwetsbare groepen
0,4
0,0
0,0
0,0
0,0
12 Gemeentefonds
1,3
0,0
0,0
0,0
0,0
13 Actualisatie kapitaallasten
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
Reserves
14 Areaal
0,0
0,2
0,2
0,2
0,2
De onttrekkingen aan de reserves in 2025 bedragen € 23,6 miljoen. De belangrijkste onttrekkingen komen uit de reserve Corporatiebudget (€ 8,2 miljoen). Deze wordt ingezet voor subsidies aan woningcorporaties voor onrendabele vastgoed investeringen in de stedelijke vernieuwingsgebieden. Daarnaast is een onttrekking
15 Gemeentebreed neutrale begrotingsbijstellingen
-9,8
3,8
2,7
2,4
2,3
16 Intertemporele mutaties
-2,8
1,5
0,5
0,0
0,0
Meerjarige ontwikkeling van de baten en lasten Vanaf 2026 nemen de baten af. Dit is hoofdzakelijk het gevolg van het meerjarig afnemen van de baten uit het volkshuisvestingsfonds. Vanaf 2026 nemen de lasten af. Dit is hoofdzakelijk het gevolg van het wegvallen van financiering voor de huisvesting van kwetsbare groepen en het wegvallen van coalitiemiddelen voor het verduurzamen van woningen.
Begroting 2025
50
H2.1.4
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
17 Nominaal
0,0
1,2
1,1
1,0
1,0
18 Reserve-gerelateerde wijzigingen
-0,4
2,5
2,7
0,1
0,1
19 Overig
-0,2
0,3
0,3
1,0
1,0
Onttrekking
27,7
23,6
31,3
0,1
0,1
Beginstand Begroting 2025
32,3
13,6
9,2
0,0
0,0
Mutaties 2024-2028
-4,6
10,0
22,1
0,1
0,1
20 Coalitiemiddelen 2022-2026
-4,3
7,5
19,4
0,0
0,0
21 Kwaliteitsimpuls Groen
0,0
0,9
1,7
0,0
0,0
22 Vereveningsfonds algemeen deel
0,0
-0,2
0,0
0,0
0,0
23 Bouwstimulatie-RVE Wonen
-0,1
0,8
0,1
0,1
0,1
24 VGdeel Stimuleringsfonds Volkshuisvesting
0,0
1,0
0,8
0,0
0,0
25 Reserve Wooncoöperatieven
-0,4
0,0
0,0
0,0
0,0
26 Wonen boven winkels/bedrijven
0,1
0,0
0,0
0,0
0,0
Toevoeging
0,6
0,3
0,3
0,3
0,0
Beginstand Begroting 2025
0,6
0,0
0,0
0,0
0,0
Mutaties 2024-2028
0,0
0,3
0,3
0,3
0,0
0,0
0,3
0,3
0,3
0,0
-69,5
-79,8
-72,3
-66,9
-66,1
27 Reserve Wooncoöperatieven Eindtotaal
Mutaties baten 1 Omgevingswet Invoering omgevingswet 2 Isolatieoffensief Dit zijn rijksmiddelen en bijdragen vanuit de provincie voor het Isolatieoffensief. Tezamen met een onttrekking aan de reserve Coalitiemiddelen vormen deze inkomsten dekking voor de intensivering Isolatieoffensief (zie lasten).
Begroting 2025
3 Gemeentebreed neutrale begrotingsbijstellingen Dit betreft gemeentebreed neutrale mutaties, waardoor de baten in 2025 e.v. stijgen. In 2024 dalen de baten door lagere inkomsten vanuit het Rijk voor het volkshuisvestingsfonds.
Mutaties lasten 4 Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Hogere lasten door de Omgevingsdienst Noordzeekanaal Gebied (OD NZKG). We dekken het tekort incidenteel voor de uitvoering van de (wettelijke) basistaken. Bij de Voorjaarsnota 2025 komen wij met oplossingsmogelijkheden om dit structurele tekort op te lossen. 5 Omgevingswet Hogere lasten door de Omgevingswet in verband met de transitiekosten die gemaakt worden voor het opvangen van de meerkosten van de implementatie 6 Statushouders Hogere lasten voor de huisvesting van Statushouders. We trekken in 2025 incidenteel € 2,5 miljoen extra uit om te voldoen aan de jaarlijkse opgave voor de huisvesting van statushouders. Het huidige budget is gebaseerd op de huisvesting van ongeveer 1.000 statushouders, terwijl de wettelijke door het Rijk opgelegde taakstelling groter is. Met deze middelen kunnen we voldoen aan de jaarlijkse opgave en delen van de achterstanden uit voorgaande jaren oplossen. 7. Aanpak Nulmeting Woonboten Voor de continuïteit van de Aanpak Nulmeting Woonboten trekken we € 0,5 miljoen uit, verdeeld over 2024 en 2025. Daardoor kunnen we intensieve handhavingszaken, met onder andere veel maatwerk, voortzetten. Dat doen we om de risico’s voor constructieve veiligheid, gezondheid, aanzien van de stad en ordening op het openbaar water zo klein mogelijk te maken. 8.
Brandveligheid VTH In 2023 zijn er branden geweest bij de tijdelijke woonlocatie Riekerhaven en het appartementencomplex aan de Joan Muyskenweg. Naar aanleiding van deze branden gaan we de brandveiligheid van woonfuncties nadrukkelijker oppakken. Dit doen we zowel door het verbeteren van de risicogerichte uitvoering van toetsing en toezicht, als door het inzetten op meer preventieve maatregelen voor bewustwording en gedragsbeïnvloeding. Voor beide maatregelen trekken we in 2025 € 0,4 miljoen uit voor het verhogen van de brandveiligheid bij woonfuncties.
51
H2.1.4
9 Masterplannen Hogere lasten voor de Masterplannen (€ 0,8 miljoen). Hiermee intensiveren we op de Masterplannen Zuidoost en Nieuw-West, zoals bedoeld vanuit de coalitiemiddelen.
19 Overig Overige afwijkingen lichten we niet verder toe, omdat de afzonderlijke afwijkingen kleiner zijn dan € 1 miljoen.
10 Isolatieoffensief Hogere lasten voor het Isolatieoffensief (€17,6 miljoen). Deze kosten komen voort uit het uitvoeringsplan Isolatieoffensief 2024-2026, waarbij tevens rekening is gehouden met het resultaat van de jaarrekening 2023. Dit plan draagt bij aan het verduurzamen en toekomstbestendig maken van de bestaande woningvoorraad. Hierdoor is de begroting weer in lijn met de benodigde middelen voor het Uitvoeringsplan.
Mutaties onttrekkingen reserves
11 Huisvesting kwetsbare groepen Hogere lasten voor de integrale aanpak huisvesting kwetsbare groepen (€ 0,4 miljoen in 2024). Deze worden gedekt door de coalitiemiddelen.
21 Kwaliteitsimpuls Groen Hogere onttrekking uit de reserve Kwaliteits Impuls Groen voor de aanpassingen in het Gaasperpark
12 Gemeentefonds Voor uitvoeringskosten voor het invoeren van de Omgevingswet ontvangen we middelen vanuit het gemeentefonds.
22 Vereveningsfonds algemeen deel Deze mutatie lichten we niet verder toe, omdat deze kleiner is dan € 1 miljoen.
13 Actualisatie kapitaallasten De kapitaallasten worden geactualiseerd aan de hand van het investeringsportfolio. 14 Areaal Dit betreft de toedeling van gereserveerde middelen voor areaaluitbreiding in 2025. 15 Gemeentebreed neutrale begrotingsbijstellingen Hogere lasten in 2025 en verder door gemeentebreed neutrale mutaties. In 2024 zijn er lagere lasten voor subsidies en uitvoeringskosten voor het volkshuisvestingsfonds, zie ook baten (gemeentebreed neutrale begrotingswijzigingen)
20 Coalitiemiddelen 2022-2026 Hogere onttrekking uit de reserve coalitiemiddelen voor het isolatieoffensief. Deze wordt gebruikt om de bestaande woningvoorraad duurzaam en toekomstbestendig te maken.
23 Reserve Actieplan bouwstimulering. -RVE Wonen Deze mutatie lichten we niet verder toe, omdat deze kleiner is dan € 1 miljoen. 24 VGdeel Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Hogere onttrekking uit de reserve miljoen corporatiebudget. Dit heeft te maken met subsidies uit het verleden die nog niet waren vastgesteld. Wij verwachten dat deze in 2025 wel worden verantwoord en vastgesteld. Hiertegenover staat een hogere onttrekking uit de reserve corporatiebudget. 25 Reserve Wooncoöperatieven Deze mutatie lichten we niet verder toe, omdat deze kleiner is dan € 1 miljoen.
16 Intertemporele mutaties Hogere lasten door verschuivingen van middelen over de jaren.
26 Wonen boven winkels/bedrijven Deze mutatie lichten we niet verder toe, omdat deze kleiner is dan € 1 miljoen.
17 Nominaal Hogere lasten ter compensatie van nominale ontwikkeling van lonen en prijzen.
Mutaties toevoegingen reserves
18 Reserve-gerelateerde wijzigingen Dit zijn gemeentebreed neutrale mutaties die een aanpassing in de onttrekking of toevoeging aan een reserve tot gevolg hebben.
Begroting 2025
27 Reserve Wooncoöperatieven Hogere toevoeging aan de reserve Bouwstimulering (€ 0,3 miljoen). Deze wordt gebruikt voor de stimuleringsregeling wooncoöperatieven, zodat meer leningen verstrekt kunnen worden.
52
H2.1.5
2.1.5 Vastgoed We zetten ons gemeentelijke vastgoedbezit in om maatschappelijke voorzieningen duurzaam, toegankelijk, betaalbaar en in de hele stad te huisvesten.
Amsterdam streeft naar een optimaal gebruik van haar maatschappelijk vastgoed portefeuille om een zo hoog mogelijk maatschappelijk rendement te behalen en gemiste inkomsten te minimaliseren.
De totale CO2-uitstoot van programmaonderdeel 1.5 is: Scope 1 en 2 in de stad
0,00 ton CO2
Scope 1 en 2 van de eigen organisatie
362,67 ton CO2
Scope 3 van de eigen organisatie
6.661,50 ton CO2
In paragraaf 4.3 Duurzaamheid laten we zien voor hoeveel CO2-uitstoot alle programmaonderdelen verantwoordelijk zijn.
Wat willen we bereiken (doelen) en wat gaan wij daarvoor doen (activiteiten)? Doel 1.5.1 Amsterdam heeft een vastgoedportefeuille die voldoet aan de gemeentelijk en landelijke ambities en wetgeving op het gebied van duurzaamheid, veiligheid en bouwkundige kwaliteit. Indicatoren doel 1
NEN 2767, onderhoudsniveau minimaal 3, sober en doelmatig
Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2023 82,6% (2020)
86%
Begroting 2024 85%
Begroting Prognose 2025 2026-2028 86,5%
88-91%
Het goed onderhouden van gemeentelijk vastgoed is een vereiste om het vastgoed bezit in de juiste staat te kunnen verhuren. We doen dit door gepland onderhoud uit te voeren op basis van de meerjarige onderhoudsplanning. Daarnaast zorgen we dat ook het dagelijks onderhoud (denk aan reparaties) wordt uitgevoerd zodat de panden goed verhuurbaar blijven.
Begroting 2025
Doel 1.5.2
Indicatoren doel
Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2023
1
86% (2022)
Bezettingsgraad
86%
Begroting 2024 90%
Begroting Prognose 2025 2026-2028 95%
95%
Het verhuren van gemeentelijk vastgoed is een belangrijk middel om de juiste huisvesting te bieden aan partijen die bijdragen aan de maatschappelijke doelen van de stad. Maatschappelijke voorzieningen vormen een onderdeel van de sociale infrastructuur en stimuleren ontmoetingen tussen verschillende mensen. Een inclusieve en verbonden stad heeft maatschappelijk vastgoed nodig voor het huisvesten van deze voorzieningen, plekken waar mensen zich thuis voelen en contact kunnen maken met elkaar. In onze omvangrijke gebouwenvoorraad komt altijd wel leegstand voor, bijvoorbeeld omdat de huur is opgezegd. We zorgen ervoor zo min mogelijk leegstand te hebben. Daarom bieden we vrijgekomen gebouw of grondpercelen binnen de gemeente aan voor nieuw maatschappelijk gebruik. Zolang geen nieuwe functie wordt gevonden, geven we opdracht aan een professioneel leegstandsbeheerder. Die stelt bewaarders aan om het gebouw of grondperceel voor tijdelijk gebruik met een hele korte opzegtermijn te beheren. Is de verwachte leegstand langer dan 1 jaar (bijvoorbeeld bij bestemmingsplanprocedures of een geplande ontwikkeling) dan kiezen we vaak voor een kortlopende beheerperiode. Wij kiezen bij voorkeur voor een maatschappelijke activiteit. Op die manier gebruiken we ook leegstaande gebouwen of grondpercelen voor activiteiten van maatschappelijke aard in de stad.
53
H2.1.5
Baten en lasten
Doel 1.5.3 Amsterdam streeft naar een zo groot mogelijke CO2-reductie van haar maatschappelijke en commerciële vastgoedportefeuille. Indicatoren doel 1
Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2023
We verduurzamen onze 23% (2022) maatschappelijke en commerciële vastgoedportefeuille
Begroting 2024
25%
Begroting Prognose 2025 2026-2028
25%
31%
55%
We streven naar een zo groot mogelijke CO2-reductie en willen de doelstelling van 55 procent minder CO2-uitstoot in 2030 behalen. Dit doen we door het programma Duurzaam Gemeentelijk Vastgoed uit te rollen in de jaren 2024 tot en met 2030. Vooralsnog zijn er middelen beschikbaar voor de eerste vier jaren van dit programma waarmee we onze vastgoedportefeuille verduurzamen op een zo efficiënt mogelijke wijze.
Meerjarige ontwikkeling van de baten en lasten De baten blijven over de jaren ongeveer gelijk. De lasten nemen meerjarig toe. Dit is hoofdzakelijk het gevolg van het gereedkomen van investeringsprojecten, waardoor de kapitaallasten toenemen.
Reserves
Welke verbonden partijen schakelen we daarvoor in?
De onttrekkingen aan de reserves in 2025 en verder betreffen het onrendabele deel van de berekende afschrijvingen op kapitaalgoederen (€ 1,0 miljoen). Daarnaast valt eenmalig € 49,1 miljoen vrij in verband met het opheffen van de financieringsreserve gemeentelijk vastgoed.
Scheepsexploitatiemaatschappij BAVO N.V. Scheepsexploitatiemaatschappij BAVO N.V. is eigenaar van de verpachte agrarische grond in de Volgermeer.
Financiële toelichting op de wijzigingen (bedragen x € 1 miljoen)
Financiële toelichting (bedragen x € 1 miljoen)
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
86,5
76,8
77,1
77,1
77,1
Beginstand Begroting 2025
77,8
67,7
68,0
68,0
68,0
Mutaties 2024-2028
8,7
9,2
9,2
9,2
9,2
1 Gemeentebreed neutrale begrotingsbijstellingen
8,7
9,2
9,2
9,2
9,2
2 Overig
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
Lasten
60,0
62,8
63,6
64,0
66,9
Beginstand Begroting 2025
51,4
50,7
50,8
50,7
50,7
Mutaties 2024-2028
8,6
12,1
12,8
13,3
16,2
0,0
0,1
0,6
1,3
4,4
Baten Jaarverslag Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2023 2024 2025 2026 2027 2028
Baten
79,1
86,5
76,8
77,1
77,1
77,1
Lasten
64,5
60,0
62,8
63,6
64,0
66,9
Saldo Baten en Lasten
14,6
26,5
14,0
13,6
13,1
10,2
Onttrekking
1,0
3,7
50,1
0,0
0,0
0,0
Toevoeging
0,0
2,7
0,0
0,0
0,0
0,0
Saldo onttrekkingen en toevoegingen reserves
1,0
1,0
50,1
0,0
0,0
0,0
Totaal
15,6
27,5
64,1
13,6
13,1
10,2
Begroting 2025
De baten in dit programmaonderdeel bestaan voornamelijk uit huur, pacht, - en service opbrengsten van ons gemeentelijke vastgoed (€ 76,8 miljoen). Deze bestaan uit huurinkomsten van kunst- en cultuurinstellingen (€ 34,2 miljoen); huurinkomsten uit de verhuur van gronden en niet-maatschappelijke instellingen (€ 13,7 miljoen); huurinkomsten van buurt- en wijkcentra en zorg gerelateerde instellingen (€ 13,8 miljoen); huurinkomsten van onderwijs & kinderopvang gerelateerde instellingen (€ 10,7 miljoen); overige huurinkomsten en serviceopbrengsten (€ 3,2 miljoen). De lasten in dit programmaonderdeel bestaan voornamelijk uit dotatie aan de onderhoudsvoorziening voor het planmatig onderhoud (€ 19,8 miljoen), rente en afschrijvingen (€ 16,2 miljoen), onderhoudslasten (€ 7,9 miljoen), loonkosten (€ 10,9 miljoen), gas/water/elektriciteit (€ 2,3 miljoen) en overig (€ 5,7 miljoen).
3 Actualisatie kapitaallasten
54
H2.1.5
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
4 Gemeentebreed neutrale begrotingsbijstellingen
8,6
14,0
14,0
13,9
13,6
5 Nominaal
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
6 Overig
0,0
-2,0
-1,9
-1,9
-1,9
Onttrekking
3,7
50,1
0,0
0,0
0,0
Beginstand Begroting 2025
3,7
1,0
1,0
1,0
1,0
Mutaties 2024-2028
0,0
49,1
-1,0
-1,0
-1,0
7 Financiering gemeentelijk vastgoed
0,0
49,1
-1,0
-1,0
-1,0
Toevoeging
2,7
0,0
0,0
0,0
0,0
2,7
0,0
0,0
0,0
0,0
27,5
64,1
13,6
13,1
10,2
Beginstand Begroting 2025 Eindtotaal
Mutaties baten 1 Gemeentebreed neutrale begrotingsbijstellingen Hogere baten door neutrale mutaties. Deze worden grotendeels veroorzaakt door het actualiseren van de vastgoedbegroting voor aanhuurpanden voor het opvangen van Oekraïners, deze waren nog niet begroot. De baten en lasten stijgen gelijk (zie ook lasten Gemeentebreed neutrale begrotingsbijstellingen).
4 Gemeentebreed neutrale begrotingsbijstellingen Hogere lasten door gemeentebreed neutrale mutaties (€ 8,8 miljoen). Deze worden grotendeels veroorzaakt door het actualiseren van de vastgoedbegroting voor aanhuurpanden voor het opvangen van Oekraïners, deze waren nog niet begroot. De baten en lasten stijgen gelijk (zie ook baten Gemeentebreed neutrale begrotingsbijstellingen). Daarnaast zijn er hogere lasten in verband met het overhevelen van de werven vanuit programma B (€ 5,2 miljoen). Deze overheveling is het gevolg van gewijzigde wettelijke voorschriften, waarbij deze werven op programma 1 horen. 5 Nominaal Hogere lasten ter compensatie van nominale ontwikkeling van lonen en prijzen. 6 Overig Overige afwijkingen lichten we niet verder toe, omdat de afzonderlijke afwijkingen kleiner zijn dan € 1 miljoen.
Mutaties onttrekkingen reserves 7 Financiering gemeentelijk vastgoed In verband met het opheffen van de financieringsreserve gemeentelijk vastgoed, valt eenmalig € 49,1 miljoen vrij. Daardoor worden de meerjarige onttrekkingen uit deze reserve ook teruggedraaid.
2 Overig Overige afwijkingen lichten we niet verder toe, omdat de afzonderlijke afwijkingen kleiner zijn dan € 1 miljoen.
Mutaties lasten 3 Actualisatie kapitaallasten Hogere kapitaallasten in verband met afgeronde/ afgeschreven investeringen.
Begroting 2025
55
H2.1.6
2.1.6 Duurzaamheid en milieubeheer Met de inzet op duurzaamheid brengen we de stad op lange termijn binnen planetaire grenzen. De totale CO2-uitstoot van programmaonderdeel 1.6 is: Scope 1 en 2 in de stad
0,00 ton CO2
Scope 1 en 2 van de eigen organisatie
21,31 ton CO2
Scope 3 van de eigen organisatie
4.866,18 ton CO2
In paragraaf 4.3 Duurzaamheid laten we zien voor hoeveel CO2-uitstoot alle programmaonderdelen verantwoordelijk zijn.
Wat willen we bereiken (doelen) en wat gaan wij daarvoor doen (activiteiten)? Doel 1.6.1 Amsterdam voldoet aan de doelstelling van het Klimaatakkoord Parijs door de stad aardgasvrij te maken voor 2040 en de CO2-uitstoot met 95% te verlagen voor 2050 en is een stad met schone lucht waar afval als grondstof wordt gebruikt. Indicatoren doel
Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2023
Begroting 2024
Begroting Prognose 2025 2026-2028
maatregelenpakket dat zich richt op de volle breedte van de energietransitie en de vermindering van de CO2-uitstoot: • Met het isolatieoffensief zetten we in op het stimuleren van het verbeteren en versnellen van het isolatietempo van bestaande woningen. • Met corporaties werken we aan de warmtetransitie, de isolatieaanpak, aan circulair renoveren en klimaatadaptatie zoals afgesproken in de prestatieafspraken tussen woningcorporaties, huurderskoepels en de gemeente ‘Samen werken aan de volkshuisvesting’. • De samenwerking Warm Amsterdam (warmtebedrijven, woningcorporaties, gemeente) is door de oplopende warmtetarieven en afnemend draagvlak onder druk komen te staan. De aanpak wordt herzien en in 2025 werken we samen verder aan de haalbare en gestarte initiatieven. • Draagvlak bij bewoners is cruciaal bij elke keuze in de warmtetransitie. In het warmteprogramma is al een participatieplan, maar ook de andere keuze hebben invloed op draagvlak onder bewoners. Daarom is verbeteren van participatie en betrokkenheid van bewoners bij de keuzes in de warmtetransitie noodzakelijk voor haalbare oplossingen. Wij ondersteunen bewonersinitiatieven voor het opwekken van duurzame energie en de aanleg van warmtesystemen.
• Voor het verduurzamen van de industrie en het havengebied richten we ons op de introductie van waterstof, opwek van windenergie op zee én land, zonne-energie, warmte-uitkoppeling, CCUS, circulaire economie en energiebesparing. Dit doen we samen met het Havenbedrijf en onze partners in het NZKG, de bedrijven in het havengebied, de provincie, het Rijk (en EU) en de omgevingsdienst.
Met de reductie van CO2-uitstoot (scope 1 en 2) en het gebruik van afval als grondstof (scope 3) worden meetbare stappen gezet om de stad binnen de planetaire grenzen te krijgen.
Met de regie- en uitvoeringsorganisatie Energie voor de Stad versterken we de uitvoering van de energietransitie. Hiernaast ontwikkelen we een regierol op duurzaamheid binnen de gemeentelijke organisatie en werken we toe naar een klimaatbegroting. Een klimaatbegroting geeft de beperkte milieuruimte aan die beschikbaar is per begrotingsprogramma en kan ingezet worden als sturings instrument. We willen de aanpak voor een klimaatbegroting klaar hebben staan voor de volgende collegeperiode.
Om klimaatverandering tegen te gaan streven we naar een reductie van 60 procent van de CO2-uitstoot in 2030 (ten opzichte van 1990) en een reductie van 100 procent in 2050. We werken samen met bewoners, ondernemers en (maatschappelijke) organisaties aan de uitvoering van de Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal 2050 met een
Nieuwe wetgeving (Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie, Wet collectieve warmte en Omgevingswet) geeft de gemeente nieuwe instrumenten om de warmtetransitie uit te rollen. We stellen een Warmteprogramma op (herziening van de Transitievisie Warmte) dat richting geeft aan de warmtetransitie en we werken aan scenario's voor de invulling van de gemeentelijke rol in een publiek warmtebedrijf.
1
Totale CO2emissies (in kton) verbruik van energie op het Amsterdamse grondgebied
Begroting 2025
5.000
n.v.t.
*
3.620
n.v.t.
56
H2.1.6
We onderzoeken en bepalen de (toekomstige) duurzame bronnen van warmte en koude voor de hele stad (zoals aquathermie, geothermie en riothermie). In 2025 wordt de potentie van geothermie verder onderzocht, samen met Energiebeheer Nederland. Goede energie-infrastructuur (met name voldoende capaciteit voor elektrificatie) is een essentiële randvoorwaarde voor de energietransitie en voor de economische ontwikkeling en groei van de stad. De opgave om het elektriciteitsnet uit breiden is groot en heeft impact op de stad. Met Alliander en Tennet werken we samen om de energielevering toekomstbestendig te maken. We ondersteunen en faciliteren we de bouw van dertig nieuwe en het opwaarderen van dertien onderstations. In samenwerking met Alliander werken we aan het inpassen van ~1.200 middenspanningsruimtes (MSR) in de bestaande stad en ~1400 in de gebiedsontwikkeling. Daarnaast faciliteren we de aanleg van waterstof- en CO2-leidingen in het Noordzeekanaal gebied. We leggen dit vast in de gebiedsvisie voor het havengebied en zetten in op landelijke investeringsprogramma’s zoals het MIEK (Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie & Klimaat) om de aanleg een impuls te geven. Binnen het Smart City project ATELIER onderzoeken we innovatieve oplossingen om tot een structurele impact te komen op het energiesysteem in de stad.
We werken met lokale en Europese partners aan het realiseren van een energieleverende wijk en een opschalingsstrategie dat bijdraagt aan de realisatie van de klimaatambities van Amsterdam. Ook werken we aan een methodologie voor ‘vermeden kosten'. Dit zijn besparingen die je in de toekomst kunt doen door nú te investeren. Voor verschillende opgaven van de gemeente berekenen we de mogelijk te vermijden kosten ter onderbouwing van investeringen op de korte termijn.
Begroting 2025
Activiteit 1.6.1.1 We dragen bij aan de transitie naar een circulaire economie. Indicatoren activiteit
Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2023
1
23,6 miljard 17,4 miljard 16,5 miljard 15,6 miljard jaarlijks -0,9 kg (2020) kg kg kg miljard kg
Totale hoeveelheid nieuw niet-hernieuwbaar materiaalgebruik in Amsterdam
Begroting 2024
Begroting Prognose 2025 2026-2028
Om een bijdrage te leveren aan de transitie naar een circulaire economie geven we uitvoering aan de Agenda Circulair 2023-2026 en werken we onder meer aan de volgende activiteiten: • We zullen, door inzet van eigen inkoopkracht en waar mogelijk door te reguleren en stimuleren, zorgen dat overheid, bedrijven en Amsterdammers in 2030 50 procent minder nieuw, niet-herwinbaar materiaal gaan gebruiken. Daartoe moet het gebruik van de hoeveelheid nieuwe, niet herwinbare grondstoffen met 0,9 miljard kg per jaar dalen. • We kijken naar de hele keten: van ontwerp en productie tot consumptie, reparatie en hergebruik. De focus ligt daarbij op de waardeketens gebouwde omgeving, consumptiegoederen en voedsel en organische reststromen. • Op het gebied van de gebouwde omgeving werkt Amsterdam onder meer samen met MRA-gemeenten, marktpartijen en kennisinstituten aan het uitvoeren van de green deal Houtbouw. Onze ambitie is om in 2025 20 procent van de nieuwe woningen van hout en hernieuwbaar (biobased) materiaal te bouwen. • Op het gebeid van consumptiegoederen is Amsterdam onder meer partner in de regionale green deals Circulair Textiel, waarbij met diverse ketenpartners, zoals kennisinstellingen, bedrijven, recyclers en producenten, gewerkt wordt aan het verminderen van de impact van de textiel-keten.
Ook worden ‘circulaire hubs’ ontwikkeld om meer ruimte te creëren voor circulaire initiatieven en bedrijvigheid. • We voeren het Aanvalsplan Voedselverspilling 2024-2026 uit, met Stichting Samen Tegen Voedselverspilling, het Voedingscentrum, en partijen in de stad. Dit doen we door regelingen op te stellen om in de stad meer rechtstreekse ondersteuning te bieden voor circulaire activiteiten. Het Aanvalsplan is onderdeel hiervan. • Als gemeente geven wij zelf het goede voorbeeld door verder te werken aan het verduurzamen van ons vastgoed, het wagenpark, de ICT en de catering. We stellen hergebruik centraal bij het inrichten en beheren van de openbare ruimte; circulaire principes stellen we centraal waar mogelijk, bijvoorbeeld via de eigen inkoop.
57
H2.1.6
Deel van Amsterdammers dat zegt de overstap naar duurzame energie een goede zaak te vinden
Activiteit 1.6.1.2 We werken aan een klimaatneutrale én aardgasvrije stad (routekaart Amsterdam Klimaatneutraal 2050). Indicatoren activiteit
Peilwaarde Jaarverslag (peiljaar) 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Prognose 2026-2028
1
Deel van Amsterdammers dat zegt de overstap naar duurzame energie een goede zaak te vinden
75% (2019)
88%
75%
75%
75%
2
Totaal opgesteld vermogen (in MW) zonne-energie op het Amsterdamse grondgebied
46 (2018)
251
300
350
400-500
3
Totaal extra opgesteld vermogen windenergie op het Amsterdamse grondgebied
66 (2019)
75
84
84
100
Aantal woningequivalenten waarvoor in het betreffende jaar met WAM-aanpak een investeringsbesluit is genomen om aardgasvrij te worden
N.v.t.
5
Totaal aantal woningequivalenten aardgasvrij
123.700 (2024)
6
7
4
1.710
111.900
1.500
112.000
1.500
n.v.t.
124.000
n.v.t.
Aantal locatiebesluiten elektriciteitsstations (onderstations)
(11/30)
(30/30)
Aantal locatiebesluiten elektriciteitshuisjes (MSR's)
(x/2600)
(x/2600)
We werken aan een toekomstbestendige, klimaatneutrale stad met betaalbare, lokaal opgewekte energie voor bewoners en ondernemers. Deze ambitie geven we vorm met inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties. Aan de hand van de transitiepaden (gebouwde omgeving, duurzame elektriciteit, verduurzamen haven en industrie) uit de Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal 2050 en het landelijke klimaatakkoord werken we aan verduurzaming van de stad.
Begroting 2025
Op verschillende wijzen betrekken we bewoners en ondernemers in de stad bij de energietransitie. Door middel van informatie en participatie bij grote warmte- of energietrajecten in de wijken, zoals aardgasvrij en locaties windmolens. We willen inwoners mee laten doen en delen in de opbrengsten van de energietransitie. Lokale initiatieven worden gefaciliteerd en bij het opwekken van energie (als wind) zetten we in op ontwikkeling in lokaal eigendom. Vanaf 2025 is een energiediensten organisatie operabel die bijdraagt aan de ondersteuning en professionalisering van initiatieven en coöperaties. Voorbeelden van coöperatieve vormen zijn Energiecoöperatie KetelhuisWG die werkt aan aquathermie met een lokaal bronnet op het WG-terrein en energie-coöperatie MeerEnergie die werkt aan een warmtenet op basis van restwarmte van een datacentrum in Middenmeer.
Totaal opgesteld vermogen (in MW) zonne-energie op het Amsterdamse grondgebied We blijven inzetten op het gebruik van alle geschikte daken voor zonne-energie. Daarbij hebben we specifiek aandacht voor grote daken met veel potentie en een gebiedsgerichte aanpak in combinatie met andere opgaven. We ondersteunen zonprojecten van bewoners, coöperaties, bedrijven, vve’s en maatschappelijke organisaties, door middel van adviezen, onderzoek en expertise. Naast kwantitatieve doelstellingen voor zonne-energie richten we ons ook op het stimuleren van duurzame/eerlijke, hergebruikte en lichtgewicht zonnepanelen. Hiervoor richten we een subsidieregeling in. En we stimuleren de ontwikkeling van nieuwe innovaties op het gebied van zonne-energie.
Totaal extra opgesteld vermogen windenergie op het Amsterdamse grondgebied Het programma Wind Amsterdam dat in 2024 is opgesteld, is het ruimtelijke besluit met afwegingen over de zoekgebieden en voorwaarden voor de ontwikkeling van windenergie in Amsterdam. De komende jaren worden vervolgstappen genomen voor de in kaart gebrachte locaties om zodoende de ontwikkeling van de windturbines (in totaal 52 MW) rond 2030 mogelijk te maken. In 2025 en verder zal de gemeente een actieve rol spelen door partijen bij elkaar te brengen, onderzoeken ten behoeve van lokale inpassing, participatieproces en locatiebepaling en ruimtelijke inpassing (mede) te organiseren.
58
H2.1.6
Aantal woningequivalenten waarvoor in het betreffende jaar met WAM-aanpak een investeringsbesluit is genomen om aardgasvrij te worden en totaal aantal woningequivalenten aardgasvrij De samenwerking Warm Amsterdam (warmtebedrijven, woningcorporaties, gemeente) is door de oplopende warmtetarieven en afnemend draagvlak onder druk komen te staan. De aanpak is herzien en in 2025 werken we samen verder aan de haalbare en gestarte initiatieven zoals K-buurt Midden en Wildemanbuurt (circa 1.900 woningen). Ook ondersteunen we de voorbereiding van de transitie in andere buurten. Ook kijken we naar andere technieken om zoals warmtepompen en we verkennen de mogelijkheden voor meer decentrale bronnetten (zoals in Buikslotermeer Noord). Verder ondersteunen we warmte-initiatieven van bewoners/energiecoöperaties en vve's en creëren we aanbod voor particuliere woningeigenaren die willen verduurzamen en aardgasvrij willen worden. Nieuwe wetgeving (Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie, Wet collectieve warmte en Omgevingswet) geeft de gemeente nieuwe instrumenten om de warmtetransitie uit te rollen. De nieuwe wet schrijft een grotere publieke rol voor in het warmtebedrijf. We werken uit hoe we hier als gemeente invulling aan geven.
Welke verbonden partijen schakelen we daarvoor in?
Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Gemeenten zijn wettelijk verplicht om een basistakenpakket op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving onder te brengen bij Omgevingsdiensten. Voor de gemeente Amsterdam is de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG) de omgevingsdienst. Het college is bevoegd gezag voor het uitvoeren van deze taken die de OD NZKG voor Amsterdam vervult. De OD NZKG heeft als voornaamste verantwoordelijkheid de beoordeling en goedkeuring of afwijzing van vergunningsaanvragen en het toezicht houden op en handhaven van regelgeving met betrekking tot activiteiten op het gebied van milieu, bodem en bouw (VTH-taken). Ze speelt een rol in het bevorderen van een duurzame en veilige leefomgeving. De OD NZKG heeft een adviserende rol bij gebieds- en beleidsontwikkeling en op het gebied van energietransitie, klimaatverandering, verduurzamen en circulair economie.
Port of Amsterdam De Amsterdamse haven is een Europese zeehaven die het voortouw neemt in het versnellen van duurzaamheid. De gemeente is de enige aandeelhouder van de Port of Amsterdam.
Financiële toelichting (bedragen x € 1 miljoen) Jaarverslag Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2023 2024 2025 2026 2027 2028
Afval Energie Bedrijf (AEB) Het Afval Energie Bedrijf levert duurzame energie in de vorm van warmte en elektriciteit.
Baten
17,2
21,3
0,9
0,9
0,9
0,9
Lasten
57,8
75,3
90,5
97,5
67,6
91,4
Westpoort Warmte (WPW)
Saldo Baten en Lasten
-40,6
-54,0
-89,5
-96,6
-66,6
-90,5
De gemeente is aandeelhouder van WPW in een joint-venture met Vattenfall. Wij hebben beiden 50 procent van de aandelen. WPW levert duurzame warmte aan een deel van de stad.
Onttrekking
15,9
29,8
44,7
54,1
26,6
50,5
Toevoeging
1,7
2,7
1,7
1,6
1,6
1,5
Saldo onttrekkingen en toevoegingen reserves
14,2
27,1
43,0
52,5
25,0
49,0
Totaal
-26,4
-26,9
-46,5
-44,1
-41,6
-41,5
Liander Allianders dochteronderneming Liander heeft voor haar verzorgingsgebied de wettelijke taak te zorgen dat bewoners en ondernemers een betrouwbaar en betaalbaar distributienetwerk van gas en elektriciteit kunnen gebruiken. Liander is partner in de taskforce congestie en Warm Amsterdam.
Begroting 2025
Baten en lasten De baten in dit programmaonderdeel bestaan voornamelijk uit Rijksbijdrage voor bodemsanering en nazorg (€ 0,7 miljoen). De lasten in dit programmaonderdeel bestaan voornamelijk uit middelen voor de energietransitie (€ 37,9 miljoen), de exploitatiebijdrage aan de Omgevingsdienst voor uitvoeren van milieutaken
59
H2.1.6
(€ 14,9 miljoen), klimaatfonds (€ 14,2), middelen vanuit het coalitieakkoord voor Circulaire economie (€ 7,0 miljoen) en Aardgasvrij (€ 5,0 miljoen), budgetten voor het jaarprogramma duurzaamheid (€ 4,5 miljoen) bodemsaneringen voor het voortzetten van nazorg (€ 4,3 miljoen) en dierplaagbeheersing (€ 1,8 miljoen).
Meerjarige ontwikkeling van de baten en lasten Vanaf 2027 nemen de lasten af. Dit is hoofzakelijk het gevolg van aflopen van diverse incidentele coalitiemiddelen. Dit betreffen voornamelijk de middelen voor de energietransitie, circulaire economie, aardgasvrij en duurzaamheid.
Reserves De toevoegingen aan reserves in 2025 bedragen € 1,7 miljoen. Dit betreft voornamelijk de jaarlijkse 2% indexatie over de reserve bodemsanering. De onttrekking aan reserves in 2025 bedragen € 44,7 miljoen. Dit zijn de onttrekking uit de reserve coalitiemiddelen (€ 26,9 miljoen), Klimaatfonds (€ 14,2 miljoen) en vanuit de reserve bodemsanering (€ 3,4 miljoen).
Financiële toelichting op de wijzigingen (bedragen x € 1 miljoen) Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
21,3
0,9
0,9
0,9
0,9
Beginstand Begroting 2025
21,3
0,3
0,3
0,3
0,3
Mutaties 2024-2028
0,0
0,6
0,6
0,6
0,6
1 Gemeentebreed neutrale begrotingsbijstellingen
0,0
-0,1
-0,1
-0,1
-0,1
2 Reserve-gerelateerde wijzigingen
0,0
0,7
0,7
0,7
0,7
3 Overig
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
Lasten
75,3
90,5
97,5
67,6
91,4
Beginstand Begroting 2025
68,7
38,6
38,1
28,4
28,4
Mutaties 2024-2028
6,6
51,9
59,4
39,2
63,0
4 Beslispunt OD NZKG
0,0
1,2
0,0
0,0
0,0
5 Beslispunt Omgevingswet
0,0
1,0
0,6
0,0
0,0
6 Energietransitie en klimaat- en energiebeleid
5,3
35,8
38,8
15,0
15,0
7 Coalitieakkoord
0,3
0,0
0,0
0,0
0,0
Baten
Begroting 2025
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
8 Coalitieakkoord
0,0
-1,2
1,2
0,0
0,0
9 Gemeentebreed neutrale begrotingsbijstellingen
-0,2
0,5
0,3
0,8
0,7
10 Nominaal
0,0
0,6
0,5
0,4
0,4
11 Reserve-gerelateerde wijzigingen
0,0
12,7
16,7
21,7
45,6
12 Overig
1,1
1,3
1,3
1,3
1,3
Onttrekking
29,8
44,7
54,1
26,6
50,5
Beginstand Begroting 2025
24,2
12,9
12,9
5,4
5,4
Mutaties 2024-2028
5,7
31,8
41,2
21,2
45,1
13 Coalitiemiddelen 2022-2026
5,7
19,6
25,0
0,0
0,0
14 Reserve Klimaatfonds
0,0
14,2
18,2
23,2
47,1
15 Stedelijke bodemsanering & nazorg
0,0
-2,0
-2,0
-2,0
-2,0
Toevoeging
2,7
1,7
1,6
1,6
1,5
Beginstand Begroting 2025
1,7
1,6
1,6
1,5
1,5
Mutaties 2024-2028
1,0
0,0
0,1
0,1
0,1
16 Reserve Laadinfrastructuur
1,0
0,0
0,0
0,0
0,0
17 Stedelijke bodemsanering & nazorg
0,0
0,0
0,1
0,1
0,1
-26,9
-46,5
-44,1
-41,6
-41,5
Eindtotaal
Mutaties baten 1 Gemeentebreed neutrale begrotingsbijstellingen Deze afwijkingen zijn kleiner dan € 1,0 miljoen en lichten we niet verder toe. 2 Reserve-gerelateerde wijzigingen Dit zijn neutrale mutaties die een aanpassing in de onttrekking of toevoeging aan een reserve tot gevolg hebben. Als de mutaties rond reserves en onderhoudsvoorzieningen niet neutraal zijn, is sprake van beleidsrijke mutaties.
60
H2.1.6
3 Overig Overige afwijkingen lichten we niet verder toe, omdat de afzonderlijke afwijkingen kleiner zijn dan € 1 miljoen.
Mutaties lasten 4 Beslispunt OD NZKG We dekken het tekort incidenteel voor de uitvoering van de (wettelijke) basistaken. Bij de Voorjaarsnota 2025 komen wij met oplossingsmogelijkheden om dit structurele tekort op te lossen. 5 Beslispunt Omgevingswet Hogere lasten door de Omgevingswet in verband met de transitiekosten die gemaakt worden voor het opvangen van de meerkosten. 6 Energietransitie en klimaat- en energiebeleid Hogere lasten voor de energietransitie en klimaat- en energiebeleid (€ 35,8 miljoen). We reserveren € 15 miljoen structureel vanaf 2025 voor het behalen van onze doelstellingen in het kader van de energietransitie. Daarnaast reserveren we € 50 miljoen incidenteel voor het klimaat- en energiebeleid. Beide zijn, gezien de onderlinge verwevenheid, opgenomen in één bestedingsplan, waarbij nadrukkelijk het onderscheid tussen de incidentele en de structurele middelen is gemaakt. 7 Coalitieakkoord Hogere lasten door het inzetten van de restant coalitiemiddelen voor zonne-energie. 8 Coalitieakkoord Doorschuif circulaire economie 2025 naar 2026.