CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 1_Aanvullend_onderzoek_Dioxines.v2, incl. bijlagen.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 10 januari 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de resultaten van aanvullend bodemonderzoek naar dioxines rondom de Volgermeerpolder in Amsterdam Noord (VN2023-026392)32.378 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

AANVULLEND ONDERZOEK DIOXINES

Ptolemaeuslaan 40 3528 BP Utrecht T +31 88 99 04 800

Volgermeerpolder, Amsterdam

Ref.: NL202033308.004-R23-819 2 november 2023

Gemeente Amsterdam

RPS advies- en ingenieursbureau bv

Contactpersoon

Mevrouw A. Henstra

Projectnummer

NL202033308

Adres

Postbus 1104

Kenmerk

NL202033308.004-R23-819

1000 BC AMSTERDAM

Datum

2 november 2023

Versie

1.0

Projectleider: Adviseur/auteur: Controleur:

T. Basten J. Huijsmans R. Heeres

In verband met digitale verwerking van deze rapportage ontbreekt de handtekening. Dit rapport is aantoonbaar gecontroleerd en vrijgegeven.

Dit rapport is vertrouwelijk. Geen enkel deel van dit rapport mag aan derden openbaar worden gemaakt zonder schriftelijke toestemming van RPS advies- en ingenieursbureau bv of van de opdrachtgever. Alleen aan het originele complete rapport kunnen rechten worden ontleend. Dit rapport mag UITSLUITEND in zijn geheel worden gereproduceerd.

RPS is onafhankelijk en heeft, naast de relatie opdrachtgever - opdrachtnemer, geen enkele relatie met de opdrachtgever. Wij zijn door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat aangewezen als erkend monsternemer. Het procescertificaat en het hierbij behorende keurmerk zijn uitsluitend van toepassing op de monsterneming en de overdracht van de monsters aan een erkend laboratorium. Dit onderzoek betreft een momentopname. Naar gelang de tijd tussen onderzoek en toepassing groter is, dient voorzichtigheid betracht te worden bij het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.

rps.nl NL202033308.004-R23-819 | 2 november 2023 Pagina 2 van 33

RPS advies- en ingenieursbureau bv in Utrecht RPS besteedt veel aandacht aan de uitvoering van zijn werkzaamheden en is hiervoor gecertificeerd volgens:

• • • •

NEN-EN-ISO 9001:2015 en ISO 14001:2015

2001 + 2002

VGM Checklist Aannemers (VCA**) BRL SIKB 1000 (Monsterneming voor partijkeuringen grond; protocol 1001) BRL SIKB 2000 (Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB-procescertificaat veldwerk bij milieuhygiënisch (water)bodemonderzoek; protocollen 2001, 2002, 2003 en 2018)

•

BRL SIKB 6000 (Beoordelingsrichtlijn milieukundige begeleiding en evaluatie (water)bodemsanering; protocollen 6001 en 6003)

RPS advies- en ingenieursbureau bv is een onafhankelijk adviesbureau. Uitbesteding van werkzaamheden en/of analyses vindt plaats bij gecertificeerde en/of geaccrediteerde bedrijven (ISO 9001:2015, ISO 14001:2015 RvA-Testen en BRL SIKB 1000, 2000, 6000).

rps.nl NL202033308.004-R23-819 | 2 november 2023 Pagina 3 van 33

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING .................................................................................................................... 5 Algemeen ...................................................................................................................... 5 Aanleiding ...................................................................................................................... 5 Doelstelling .................................................................................................................... 5 Opbouw rapportage ....................................................................................................... 6

2

ONDERZOEKSVRAGEN EN HYPOTHESEN .............................................................. 7 Onderzoeksvragen ........................................................................................................ 7 Hypothesen ................................................................................................................... 8

3

ONDERZOEKSOPZET ................................................................................................. 9 Stap 1 - Deskstudie ....................................................................................................... 9 Stap 2 – Nader onderzoek grondwater controlezone.................................................... 9 Stap 3 - Aanvullend grondwateronderzoek buiten de Volgermeerpolder ................... 10 Stap 4 - Aanvullend oppervlaktewateronderzoek buiten de Volgermeerpolder .......... 11 Stap 5 - Aanvullend grondonderzoek .......................................................................... 11 Uitvoeringsplanning onderzoeksstappen .................................................................... 12

4

RESULTATEN ............................................................................................................ 13 Stap 1 – Deskstudie .................................................................................................... 13 Gegevens kwaliteit oppervlaktewater .......................................................................... 13 Trendanalyse monitoringsrondes (2005-2023) ........................................................... 13 Oplosbaarheid van Dioxines ....................................................................................... 15 Chemische samenstelling (vingerafdruk) .................................................................... 15 Stap 2 – Nader onderzoek grondwater controlezone.................................................. 22 Stijghoogtemetingen .................................................................................................... 22 Filtratieproef................................................................................................................. 23 Stap 3 – Aanvullend grondwateronderzoek buiten de Volgermeerpolder................... 23 Stap 4 – Aanvullend oppervlaktewateronderzoek buiten de Volgermeerpolder ......... 24 Stap 5 – Aanvullend grondonderzoek .........................................................................

25 Chemische samenstelling ........................................................................................... 26

4.1.1 4.1.2 4.1.3 4.1.4 4.2.1 4.2.2

5

INTERPRETATIE & BEANTWOORDING ONDERZOEKSVRAGEN ........................ 29

6

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ...................................................................... 32 Conclusies ................................................................................................................... 32 Aanbevelingen ............................................................................................................. 32

BIJLAGEN 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Kaartmateriaal Boorprofielen Toetsingskader Dioxines Analysecertificaten Toetsing analyseresultaten Tabel trendanalyse dioxine overschrijding op basis van monitoringsdata 2005 - 2022 Rapport RIVM Risico's veedrenking in relatie to Dioxine Volgermeerpolder

rps.nl NL202033308.004-R23-819 | 2 november 2023 Pagina 4 van 33

1

INLEIDING Algemeen

Dit rapport behandelt het aanvullend onderzoek naar dioxines dat RPS advies- en ingenieursbureau bv (RPS) heeft verricht in opdracht van de gemeente Amsterdam. Het onderzoek is uitgevoerd in de controlezone rondom de Volgermeerpolder en omliggende gebied omvattende de Poppendammerweeren, Belmermeer, Burkmeer en de Veenderijgracht. Het onderzoek staat bij RPS geregistreerd onder nummer NL202033308.004.

Aanleiding In het kader van de nazorg van de voormalige stortlocatie de Volgermeerpolder wordt jaarlijks een monitoringsronde uitgevoerd in de controlezone rondom de Volgermeerpolder. Om de drie jaar betreft het een grote monitoringsronde en in de tussenliggende twee jaren een kleine monitoringsronde. Deze monitoringsrondes worden uitgevoerd om inzicht te verkrijgen in mogelijke verspreiding van verontreinigingen uit de stort via het grondwater en de daarbij behorende risico’s. In de grote monitoringsronde van 2022 (Volgermeerpolder Nazorg Jaarrapportage 2022, RPS, NL202033308-R23-325, 04-05-2023) zijn in zes peilbuisfilters overschrijdingen van de INEV-waarde (Indicatief Niveau voor Ernstige Verontreiniging) voor dioxines in het grondwater in de controlezone gemeten. Conform het nazorgplan (Nazorgplan Volgermeer, Ontwikkelingsbedrijf Gemeente Amsterdam, versie 3, 01-07-2014) zijn de peilbuisfilters herbemonsterd en geanalyseerd op analysepakketten VGM1, VGM2 en VGM3 waarna in vier peilbuisfilters de aanwezigheid van dioxines (VGM3) is bevestigd. Dit betreft peilbuisfilters 331-1, 331-2, 705-1 en 1011-2. Hierbij wordt opgemerkt wordt dat bij de initiële analyse en de heranalyse geen overschrijdingen van de gidsparameters (VGM1) zijn aangetoond.

Bij de herbemonstering van de peilbuisfilters zijn nabij de peilbuizen waarin de overschrijdingen zijn aangetoond, ook de oppervlaktewateren waar veedrenking verwacht wordt bemonsterd. In totaal zijn hierbij drie oppervlaktewatermonsters genomen, waarbij in de oppervlaktewatermonsters bij peilbuislocaties 331 en 705, in de watergang aan de Poppendammerweeren, dioxines zijn aangetoond. In het oppervlaktewatermonster uit de watergang met de Burkmeer, bij peilbuislocatie 312, zijn geen dioxines in het oppervlaktewater aangetoond. Conform het nazorgplan, paragraaf 10.1.6 stap 6 t/m 8, dient er na het overschrijden van een signalerings- of actiewaarde (=INEV voor dioxines) een herbemonstering uitgevoerd te worden. Wanneer de overschrijding van de actiewaarde na herbemonstering bevestigd wordt moeten de peilbuizen waarin de overschrijdingen zijn gemeten worden opgenomen in de jaarlijkse ronde. Wanneer er een trend ontstaat dan dient er een nader onderzoek uitgevoerd te worden naar de gemeten verontreinigingen. In bijlage 3 is een beschrijving van het toetsingskader voor dioxines in grond, grondwater en oppervlaktewater beschreven.

Doelstelling De hoofddoelstelling van het aanvullend onderzoek is het onderzoeken of er daadwerkelijk verspreiding van dioxines in grond- en oppervlaktewater plaatsvinden die aan de stort te relateren zijn of dat de dioxines te relateren zijn aan andere bronnen. Indien verspreidingen aan de stort te relateren zijn, kan het zijn dat er sprake is van ontoelaatbare verspreidingsrisico’s in het grond- en oppervlaktewater en/of risico’s voor vee in relatie tot veedrenking. Op basis van deze resultaten wordt bepaald of verder onderzoek nodig is om potentiële risico’s in beeld te brengen en/of er saneringsmaatregelen nodig zijn om de risico’s tegen te gaan. rps.nl NL202033308.004-R23-819 | 2 november 2023 Pagina 5 van 33

Opbouw rapportage • •

• • •

In hoofdstuk 2 is een overzicht gegeven van de onderzoeksvragen en hypothesen In hoofdstuk 3 is de onderzoeksopzet om te komen tot een beantwoording van de diverse onderzoeksvragen en acceptatie of verwerping van de hypothese(n) uitgewerkt. Hierbij is per onderzoeksstap een toelichting gegeven op de uit te voeren werkzaamheden, het uit te voeren veldonderzoek, de wijze van monstername en laboratoriumonderzoek. In hoofdstuk 4 zijn achtereenvolgens de resultaten van de diverse onderzoeksstappen beschreven. In hoofdstuk 5 is een interpretatie van de diverse onderzoeksresultaten gegeven en is een antwoord geformuleerd op de diverse onderzoeksvragen. In hoofdstuk 6 zijn conclusies en aanbevelingen ten aanzien van het uitgevoerde onderzoek geformuleerd.

rps.nl NL202033308.004-R23-819 | 2 november 2023 Pagina 6 van 33

2

ONDERZOEKSVRAGEN EN HYPOTHESEN Onderzoeksvragen

De hoofdvraag van het aanvullend onderzoek naar dioxines is: Bij de monitoring van het grondwater in de controlezone in 2022 zijn dioxines aangetroffen in het grondwater, wat is er nu aan de hand? Teneinde bovenstaande onderzoeksvraag te beantwoorden zijn een aantal sub onderzoeksvragen gesteld en zijn vijf onderzoekstappen gedefinieerd, waarbinnen getracht wordt deze vragen te beantwoorden. Onderstaand zijn de sub onderzoeksvragen weergegeven. De onderverdeling in onderzoeksstappen is weergegeven in hoofdstuk drie. Historisch- en literatuuronderzoek • Wat zijn de concentraties dioxines uit voorgaande monitoringsronden en is in de metingen een trend in ruimte, tijd en chemische samenstelling (vingerafdruk) te zien? • Wat is de chemische samenstelling van dioxines gemeten in de stort vóór de saneringsmaatregelen en is deze chemische samenstelling vergelijkbaar met dioxines gemeten in de monitoringsrondes en huidig aanvullend onderzoek? • Is er in de literatuur bekend of dioxines oplossen in water of zich eerder hechten aan gronddeeltjes die zich in het water bevinden? • Zijn er vanuit het hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) gegevens bekend over dioxines in oppervlaktewater rondom de Volgermeerpolder? Aanvullend veldonderzoek • Zijn de verhoogde concentraties dioxines in het grondwater te relateren aan incorrecte monstername- en/of meetfouten? • Heeft het afpompen

van een peilbuis een effect op de stijghoogte van de filters op andere diepte doordat de afdichtende laag niet goed is hersteld? Wordt hierdoor tijdens monstername van grondwater uit een bovenliggend of onderliggend pakket aangetrokken? • Is een verhoogde concentratie dioxines het gevolg van gronddeeltjes in het grondwatermonster, i.e., is er een correlatie tussen NTU en gemeten concentraties dioxines en is dit effect zichtbaar door monsters extra te filtreren? • Worden er verhoogde concentraties dioxines gemeten in het grond- en/of oppervlaktewater buiten de stort en is hierbij de chemische vingerafdruk van de dioxines vergelijkbaar met die uit de Volgermeerpolder of een mogelijke andere bron? • Indien in de omgeving verhoogde concentraties dioxines gemeten worden zijn deze dioxines dan te realteren aan een verspreiding uit de stort met het grondwater? – Is er een gradiënt zichtbaar waarbij de concentraties dioxines dichter bij de stort (of lek) hoger zijn dan op grotere afstand. – Bestaan er potentieel ontoelaatbare risico’s aan een eventuele verspreiding van dioxines uit het stort? In relatie tot het oppervlaktewater en veedrenking kan hier een inschatting gedaan worden. (wat dit betekent voor de verspreiding in het grondwater in relatie tot het saneringsconcept valt buiten scope van onderhavig onderzoeksvoorstel).

– Als in de omgeving geen dioxines worden gemeten, maar in de peilbuizen in de controlezone langs de Volgermeerpolder wel, is dan de monitoring op de gidsparameters effectief als betreffende parameters niet aantoonbaar in het grondwater aanwezig zijn? • Worden in de peilbuizen waar na herbemonstering in het grondwater dioxines zijn aangetroffen deze ook aangetroffen in grondmonsters en omvatten deze dezelfde chemische vingerafdruk? Algemeen • Is het toetsingskader in het nazorgplan nog effectief, of moet deze geoptimaliseerd worden?

rps.nl NL202033308.004-R23-819 | 2 november 2023 Pagina 7 van 33

Hypothesen Ten aanzien van het aantreffen van dioxines in het grondwater bij de monitoring van het grondwater in de controlezone in 2022 zijn drie hypotheses opgesteld: • De gemeten concentratie dioxines in het grond- en oppervlaktewater zijn te relateren aan verspreiding vanuit de stort. Als deze hypothese bevestigd wordt geeft dit mogelijk aanleiding tot het onderzoeken of er een gradiënt is van dioxineconcentraties tussen de stort en de referentiepeilbuizen. Om deze gradiënt nader te onderzoeken zouden er aanvullende peilbuizen geplaatst moeten worden. • De gemeten gehalten in het grondwater zijn niet juist, er is sprake van een monstername of meetfout. De dioxines zitten gehecht aan de zwevende deeltjes en er is sprake van een monstername- en/of meetfout zoals onvoldoende filtratie. (Het niet goed doorspoelen mag hierbij geen rol spelen omdat de monstername conform het gestelde in de BRL SIKB 2000, protocol 2002 is uitgevoerd. Door nu op een duplo in het laboratorium een aanvullende filtratiestap uit te voeren, worden eventueel aanwezige gronddeeltjes uit de duplomonsters verwijderd). Wanneer extra filtratie geen effect heeft op de dioxineconcentraties wordt verwacht dat de dioxines zich daadwerkelijk in het grondwater bevinden. Indien extra filtratie resulteert tot lagere concentraties dioxines wordt gesteld dat de dioxines zich hechten aan zwevende gronddeeltjes.

• De gemeten dioxines hebben een andere bron dan de stort. Uit hydrologische modellen blijkt dat de grond rondom de Volgermeerpolder dient als een filter en dat zwevende gronddeeltjes zich nauwelijks tot niet met het grondwater verspreiden. Indien uit de filtratieproef blijkt dat de dioxines zich hechten aan gronddeeltjes, en er verder buiten de stort ook dioxines in het gronden/of oppervlaktewater worden gemeten, dan wordt er verwacht dat er een andere bron van dioxines aanwezig is (geweest) in de omgeving (atmosferische depositie). Op voorhand lijkt de invloed van atmosferische depositie van dioxines op het grondwater van de dieper gelegen grondwaterpakketten minder voor de hand liggend. De concentratie in de ondiepe peilbuizen zou dan ook hoger moeten zijn dan in de diepe peilbuizen. De invloed van atmosferische depositie op het oppervlaktewater ligt meer voor de hand.

rps.nl NL202033308.004-R23-819 | 2 november 2023 Pagina 8 van 33

3

ONDERZOEKSOPZET

Het onderzoek naar dioxines is opgesplitst in een aantal onderzoeksstappen, waarmee elk van de stappen bijdraagt aan het beantwoorden van één of meerdere onderzoeksvragen. Het betreft onderstaande onderzoeksstappen:

Stap 1 - Deskstudie Deze stap betreft een deskstudie waarbij in de literatuur wordt nagegaan wat er bekend is / geverifieerd kan worden over oplosbaarheid en het gedrag van dioxines in grond- en oppervlaktewater. Hiernaast worden de concentraties van dioxines in het grondwater uit voorgaande monitoringsronden (vanaf 2015) nagezocht, en wordt bekeken of hierin een trend met betrekking tot locatie en/of gehalte aanwezig is. Dit resulteert in een lijst en kaartmateriaal met daarop alle peilbuizen die één of meerdere keren op dioxines zijn onderzocht. Hierop volgend wordt deze data geanalyseerd en wordt inzichtelijk gemaakt in welke peilbuizen, op welke filterdiepte, welk type dioxine is gemeten door de tijd heen. Dit resulteert in een kaart met daarop een spreiding in ruimte en tijd van peilbuizen met gemeten dioxineconcentraties.

Hierbij worden de volgende vragen in acht genomen: Worden de overschrijdingen altijd op dezelfde plaats en/of diepte gemeten of varieert dit? Concentreert het probleem zich rond de peilbuizen waarin in de laatste ronde de dioxines zijn gemeten of speelt het op enkele plaatsen (en is dat juist op de plaatsen waar bijvoorbeeld huisvuil is gestort, zoals in de staart van de Volgermeer) of speelt het over de gehele Volgermeer? Naast de gegevens uit de voorgaande monitoringsrapportages wordt er ook gekeken naar rapporten uit de stort zelf en van de nabijgelegen afvalverbrandingsinstallatie (AVI_GEB, Papaverweg 53-59) en de voormalige Philips-Duphar fabriek aan de Ankerweg 16-18 in Amsterdam-Noord. Uit deze historische gegevens wordt een algemeen beeld bepaald van de chemische samenstelling van de dioxines uit de stort, van de afvalverbrandingsinstallaties en de Philips Duphar fabriek. Een en ander om hieruit een vergelijking te kunnen trekken met de aangetroffen dioxines in het grond- en oppervlaktewater rondom de Volgermeerpolder. Ten aanzien van de dioxine in oppervlaktewater wordt er navraag gedaan bij het hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier of zij beschikken over oppervlaktewaterkwaliteitsgegevens met betrekking tot dioxines en/of actuele toetsingswaarden voor oppervlaktewater.

Een en ander in relatie tot de atmosferische depositie van dioxine als gevolg van de uitstoot van de voormalige vuilverbrandingen. Mogelijk dat uit deze data voor het oppervlaktewater een achtergrondwaarde voor de Volgermeer herleid kan worden.

Stap 2 – Nader onderzoek grondwater controlezone Teneinde te bepalen of de verhoogde concentraties aan dioxines te relateren zijn aan gronddeeltjes in het grondwatermonster worden de filters voorafgaand aan de monstername extra en langzaam afgepompt. Conform de norm moet minimaal drie keer de inhoud van de peilbuis afgepompt worden en vervolgens moeten de geleidbaarheid (EC) en troebelheid (NTU) constant zijn. Het debiet en het volume wordt daarom nauwkeurig bijgehouden en geregistreerd en de EC wordt gemeten om te bepalen of deze daadwerkelijk constant is. De vier peilbuizen, waarin ook na herbemonstering dioxine zijn aangetroffen, worden in duplo bemonsterd en geanalyseerd op dioxines. Hierbij wordt echter voorafgaand aan de analyse de duplo (een van de twee monsters) in het laboratorium gefilterd. Voor de filtratie wordt gebruikgemaakt van een MN 615 filterpapier (cellulose) met een gemiddelde retentiecapaciteit van 4-12 µm. Hierbij worden

rps.nl NL202033308.004-R23-819 | 2 november 2023 Pagina 9 van 33

alle deeltjes groter dan 12 µm tegengehouden en deeltjes kleiner dan 4 µm worden doorgelaten. In de spreiding hiertussen wordt een deel van de deeltjes doorgelaten. Betreffend onderzoek moet inzicht geven of de gemeten dioxine daadwerkelijk in het grondwater zitten of gehecht zijn aan de in het grondwater gesuspendeerde gronddeeltjes. Uit stap 2 volgt één van onderstaande twee scenario’s, al zijn er ook nog meer variaties denkbaar: • Dioxines zitten aan gronddeeltjes gehecht: in het ongefilterde monster worden wel, en in het gefilterde monsters worden geen dioxines aangetroffen. Hierbij zijn er meerdere verklaringen hoe de met dioxine verontreinigde gronddeeltjes op deze diepte terecht komen: – Dioxine gehecht aan gronddeeltjes vallen bij plaatsing van de peilbuis van boven in het boorgat of op enig moment is grond in de peilbuis gestopt. Dit probleem wordt normaliter echter “opgelost” door enige tijd voorafgaande aan de monstername (bijvoorbeeld een week) de peilbuizen door te spoelen. Vervolgens moet bij monstername rustig en gelijkmatig afgepompt worden en moet het water voorafgaande aan de analyse in het laboratorium gefiltreerd worden. – De dioxines bevinden zich in de grond op grotere diepte en worden slechts zeer lokaal verplaatst met het grondwater. Om dit te testen worden naast de peilbuizen met dioxineoverschrijdingen in het grondwater ook grondmonsters genomen.

Dit is onderzocht en verder beschreven in stap 5. – De dioxines, gehecht aan zwevende deeltjes, verplaatsen zich met het grondwater. Dit scenario leidt tot een zorgelijke situatie waarbij er mogelijk een verspreiding van de verontreiniging uit het stort plaatsvindt. Nader onderzoek (bijvoorbeeld het bemonsteren van nieuw te plaatsen peilbuizen en bodemonderzoek) zou moeten uitwijzen of deze gronddeeltjes verder verplaatsen met het grondwater of dat er sprake is van immobiliteit. • Dioxines zitten daadwerkelijk in het grondwater: – Onderzocht wordt of er een gradiënt waarneembaar is van afnemende dioxine-concentraties met toenemende afstand tot de Volgermeerpolder. Dit wordt onderzocht door peilbuizen dichterbij de stort en peilbuizen verder afliggend van de stort aan elkaar te vergelijken (Stap 3). – Er moet in het vervolg gekeken worden of er ontoelaatbare risico’s zijn dan wel nieuwe acties gedefinieerd moeten worden, afhankelijk van de uitkomsten van de resultaten van het onderzoek.

Stap 3 - Aanvullend grondwateronderzoek buiten de Volgermeerpolder In deze stap wordt onderzocht of er dioxines- in het grondwater buiten de invloedsfeer van de voormalige stort aanwezig zijn. Teneinde dit te onderzoeken worden van drie referentiepeilbuizen (81 bij de Poppendammerweeren, 93 bij Burkmeer en 107 bij de Belmermeer) het freatisch filter en het filter in de tussenlaag bemonsterd en geanalyseerd op de aanwezigheid van dioxines. De aan- of afwezigheid, van dioxines in het grondwater van de referentiepeilbuizen geeft een indicatie of dioxines in de wijde omgeving in het milieu te vinden zijn en niet per definitie gerelateerd zijn aan de stort. Hiernaast geeft het een indicatie of dioxine-overschrijdingen consistent zijn over het freatische pakket en de tussenlaag. Wanneer dioxines ook in de referentiepeilbuizen aanwezig zijn moet aan de hand van de chemische samenstelling bepaald worden en of deze te relateren zijn aan de stort of dat dit een gevolg is van een mogelijk andere bron. Een vergelijking met de chemische samenstelling uit het oppervlaktewater (Stap 4) kan hierbij mogelijk inzicht geven. Afhankelijk van de resultaten van stap twee worden de grondwatermonsters uit de peilbuisfilters op het laboratorium al dan niet gefilterd voorafgaand aan de analyse op dioxine.

rps.nl NL202033308.004-R23-819 | 2 november 2023 Pagina 10 van 33

Hieruit volgen de volgende scenario’s: • Overschrijdingen in de polder op grotere afstand van de Volgermeerpolder. Afhankelijk van de grootte van de overschrijdingen kan worden bepaald of er sprake is van een regionale achtergrondwaarde als gevolg van atmosferische depositie, of verspreiding (met afnemende gradiënt) uit het stortlichaam of een combinatie van beide. • Geen overschrijdingen in de polder op grotere afstand van de Volgermeerpolder. Afhankelijk van de resultaten uit stap 2 (of dioxines zich verspreiden met het grondwater) kan bepaald worden of de overschrijdingen die nabij de stort worden waargenomen te relateren zijn aan de stort.

Stap 4 - Aanvullend oppervlaktewateronderzoek buiten de Volgermeerpolder Wanneer het hoogheemraadschap geen beschikking heeft over waterkwaliteitsgegevens in relatie tot dioxines, wordt voorgesteld het oppervlaktewater op een aantal locaties grenzend aan de Volgermeer en stroomop- en afwaarts verder in de polder te bemonsteren om na te gaan of er sprake is van atmosferische depositie. Vooralsnog wordt uitgegaan van acht locaties. Vier monsters in de polders van de Veenderijgracht, Burkmeer, Belmermeer en Poppendammerweeren en vier monsters die juist buiten deze polders genomen worden en die zeker niet aan de Volgermeerpolder te relateren zijn. De monsters worden niet gefilterd geanalyseerd in het laboratorium op VGM3. Hieruit volgen de volgende scenario’s: • Dioxines zijn in de watergangen buiten de Volgermeer aanwezig: Het is dan aannemelijk dat het regionaal voorkomt en aannemelijk dat deze afhankelijk is van de atmosferische depositie (bijvoorbeeld door de rook van de voormalige vuilverbrandingen in Zaandam en Amsterdam Noord). Hierbij wordt onderzocht of de gemeten dioxines dezelfde chemische vingerafdruk hebben in de omgeving als de Volgermeerpolder en of deze chemische samenstelling (vingerafdruk) ook terug herleidbaar is in de referentiepeilbuizen.

• Dioxines zijn alleen in de watergangen direct rondom de Volgermeer aanwezig: Dit is een indicatie dat de dioxines mogelijk te relateren zijn aan de stort.

Stap 5 - Aanvullend grondonderzoek In stap 3 zijn in peilbuizen 331-1 en 705-1 overschrijdingen van de INEV-waarde voor dioxines gemeten. Omdat verwacht wordt dat de dioxines zich niet in het grondwater zelf bevinden, maar gehecht zijn aan gronddeeltjes gesuspendeerd in het grondwater is de grond nabij deze peilbuizen aanvullend onderzocht. Hierbij wordt gekeken naar of de dioxines zich ook in de grond bevinden en of er een gradiënt zichtbaar is met afnemende concentraties dioxines met diepte. Hieruit volgen de volgende scenario’s: • Geen dioxines in de grond. Dit zijn tegenstrijdige resultaten ten opzichte van stap 2 en hierbij moet worden nagedacht over een verklaring waarom in ongefilterde grondwatermonsters wel, en in gefilterde grondwatermonsters en grondmonsters geen dioxines worden gemeten. • Dioxines in de grond aanwezig in de bodemlaag rond de filterdiepte, maar niet in de toplaag. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat de onopgeloste bestanddelen (en dus de dioxines) meebewegen met het grondwater. Dit is tegenstrijdig met de huidige hydrologische modellen die stellen dat onopgeloste bestanddelen niet tot nauwelijks met het grondwater mee bewegen. • Dioxines in de grond gemeten met een afnemende concentratie met diepte. De meest waarschijnlijke verklaring voor deze resultaten zou zijn dat de dioxines het resultaat zijn atmosferische depositie.

Het aanvullend grondonderzoek wordt uitgevoerd conform de opzet weergegeven in tabel 3.1:

rps.nl NL202033308.004-R23-819 | 2 november 2023 Pagina 11 van 33

Tabel 3.1. uitgangspunten en opzet aanvullend grondonderzoek onderzoeksfilterstelling aantal boringen locatie peilbuis boring tot 4,0 boring tot 4,0 m -mv

m -mv incl. peilbuis

A (705)

3,0 - 4,0

-

1

B (705) C (331)

3,0 - 4,0 2,6 - 3,6

1 1

-

aantal analyses grond* 1 (0,0 – 0,2 m -mv) 1 (0,2 – 0,5 m -mv) 1 (3,0 – 3,5 m -mv) 1 (0,0 – 0,2 m -mv) 1 (0,0 – 0,2 m -mv) 1 (0,2 – 0,5 m -mv) 1 (2,6 – 3,1 m -mv)

Uitvoeringsplanning onderzoeksstappen De onderzoeksstappen 1 en 2 worden parallel aan elkaar uitgevoerd. De stappen 3 en 4 worden eveneens parallel aan elkaar uitgevoerd, na afronden van stappen 1 en 2. Als laatst wordt stap 5, na het afronden van stap 3 en 4, uitgevoerd. Op basis van stappen 1 tot en met 5 worden de conclusies geformuleerd van het onderzoek naar de dioxines. Op basis van de onderzoeksresultaten uit de stappen 1 tot en met 5, worden de onderzoeksvragen uit hoofdstuk 2 beantwoord (zie hoofdstuk 5) en conclusies geformuleerd over de aanwezigheid en verspreiding van dioxines in de Volgermeerpolder (hoofdstuk 6). Als uit de onderzoeksresultaten blijkt dat het met het huidige nazorgplan voor de Volgermeerpolder niet de juist of volledig dekkend is, worden hiervoor in de aanbevelingen bij deze rapportage verbetervoorstellen opgenomen. Op basis hiervan worden adviezen gegeven over de monitoringswijze en of het toetsingskader in het huidige nazorgplan nog voldoet en/of nader toegelicht moet worden.

rps.nl NL202033308.004-R23-819 | 2 november 2023 Pagina 12 van 33

4

RESULTATEN Stap 1 – Deskstudie

4.1.1

Gegevens kwaliteit oppervlaktewater

Bij het hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) is navraag gedaan over de beschikbaarheid van studies naar dioxines in oppervlaktewater. Het HHNK geeft aan dat dioxines (som van 29 stoffen) vallen onder de Kaderrichtlijn Water (KRW). Echter betreffen de dioxines een apart geval omdat deze stoffengroep geen normen/toetsingswaarden heeft voor oppervlaktewatermetingen zoals de meeste andere KRW stoffen. Wel is er een norm voor metingen in biota (organismen), maar hier wordt vanuit het HHNK geen onderzoek naar verricht. Vanuit een landelijke meetcampagne biomonitoring in regionale wateren, waarbij ook metingen zijn verricht binnen de grenzen van het HHNK, komt naar voren dat voor de dioxines op alle 23 gemeten locaties in Nederland geen overschrijding van de biotanorm is aangetroffen. Voetnoot bij de studie is dat het verschil tussen de biotanorm en de gemeten gehalten niet groot is en dat mogelijk sommige regionale waterlichamen alsnog niet aan de normen voldoen. Echter is het gemeten gehalten binnen het HHNK niet significant hoger vergeleken met andere onderzochte waterschappen en kan hieruit geen link met de Volgermeerpolder of de vuilverbranding in Amsterdam-Noord gelegd worden.

Uit de resultaten van dit aanvullend onderzoek naar dioxines moet blijken of de verhoogde dioxineconcentraties in het grondwater te herleiden zijn uit de stort dan wel gezien moeten worden als een verhoogde regionale achtergrondwaarde.

4.1.2

Trendanalyse monitoringsrondes (2005-2023)

Het aantreffen van dioxines en de overschrijdingen van de INEV-waarde voor dioxines in het grondwater bij uitvoering van de grote monitoringsronde van 2022-2023 gaven aanleiding voor de uitvoering van dit onderzoek. Hierbij rees ook de vraag of in eerdere monitoringsronden niet eerder dioxines zijn aangetroffen en/of INEV-waarden zijn overschreden. Dit is onderzocht door uit alle monitoringsrondes vanaf 2009 de analyseresultaten van dioxines opnieuw te bekijken en toetsen. Intermezzo: Analyse en toetsing dioxines Dioxine is een verzamelnaam voor een groep organische verbindingen, die kunnen ontstaan bij verbranding van materialen die chloor en veel chloriden (zoals gechloreerde koolwaterstoffen en keukenzout) bevatten of de productie van bestrijdingsmiddelen. Onder de aanduiding dioxine vallen ongeveer 210 dioxinen en furanen, verdeeld over twee klassen: - Polygechloreerde dibenzo-p-dioxinen (PCDD) - Polygechloreerde dibenzofuranen (PCDF). Uit de groep dioxine zijn er zeventien sterk giftig. De zeventien giftigste dioxinen hebben een chlooratoom op de posities 2, 3, 7 en 8. Het giftigste dioxine is 2,3,7,8-TCDD. bron: nl.wikipedia.org/wiki/Dioxine

De analyse op dioxine in het kader van de monitoring in de Volgermeerpolder en dit onderzoek betreft een analyse op de 17 meest toxische dioxine verbindingen en 12 PCB (Pakket WHO(2005)PCDD/F+PCB TEQ). De toetsing van de analyseresultaten is gebaseerd op een sommatie van de met een Toxiciteitsequivalent (TEQ) gecorrigeerde meetwaarden van de afzonderlijk geanalyseerde dioxine en PCB. De TEQ voor de meest giftige dioxine (2,3,7,8-TCDD) is hierbij 1 en de ‘minst’ giftige 0,00003 (zie bijlage 3). Dus het gewicht van de dioxine in de som is groter naarmate de giftigheid groter is.

rps.nl NL202033308.004-R23-819 | 2 november 2023 Pagina 13 van 33

Wanneer de sommatie wordt uitgevoerd conform de regels van de Regeling bodemkwaliteit wordt in bovengenoemde sommatie voor de afzonderlijke dioxine waarvoor de rapportagegrens niet is overschreden 70% van deze rapportagegrens meegeteld in de sommatie (de aanwezigheid van betreffende dioxine is dus in het laboratorium niet aangetoond, maar telt wel mee als zijnde aanwezig in de sommatie). In bijlage 3 is een nadere toelichting opgenomen op de sommatie en gehanteerde toetsingswaarden. Het nalopen van alle monitoringsresultaten en (her)toetsing van de aangetoonde dioxine gehalten heeft onderstaande bevindingen opgeleverd: • Sinds 2005 wordt er in de controlezone van de Volgermeerpolder onderzoek gedaan naar het voorkomen van dioxines in het grondwater. Hierbij zijn er in de periode van 2005-2008 vijf peilbuizen (228-1, 228-2, 319-2, 311-1 en 344-1) systematisch jaarlijks bemonsterd en herbemonsterd na een gemeten overschrijding van de INEV-waarde. Deze gegevens komen uit de trendanalysetabellen bij de nazorgrapportages van Tauw (2009-2011)1, de resultaten uit dit onderzoek zijn niet opnieuw getoetst en geïnterpreteerd omdat de analysecertificaten ontbreken. • Hierna volgt een periode van 2009-2011 waarin Tauw meerdere monitoringsronde heeft uitgevoerd. In deze periode zijn in totaal 8 peilbuizen bemonsterd en 9 analyses uitgevoerd op dioxines.

Na een overschrijding van de INEV-waarde heeft niet altijd herbemonstering plaatsgevonden. • In 2013 is eenmalig de monitoring uitgevoerd door BAM2 waarin de onderzoeksinspanning, conform het huidige nazorgplan, is uitgebreid naar 5% van de totale hoeveelheid peilbuizen. In deze monitoringsronde zijn in totaal 17 peilbuizen bemonsterd en geanalyseerd waarvan er (naar nu blijkt) 11 (65%) de INEV-waarde overschrijden. De peilbuizen waarin de overschrijdingen zijn aangetoond zijn niet herbemonsterd omdat de resultaten niet getoetst zijn. • In 2016 en 2019 heeft Van der Helm3 de monitoringsrondes op zich genomen waarbij in 2016 in 13 van de 20 peilbuizen en in 2019 in 3 van de 14 peilbuizen een overschrijding van de INEVwaarde voor dioxines is vastgesteld. De peilbuizen zijn niet herbemonsterd, omdat destijds de resultaten niet getoetst zijn. • In de in 2022 door RPS4 uitgevoerde monitoring is 5% van het totaal aantal peilbuizen geanalyseerd op dioxines. In 6 van de 11 peilbuizen is voor dioxines de INEV-waarde overschreden. De 6 peilbuizen waarin de overschrijding is vastgesteld zijn herbemonsterd waarbij in 4 peilbuizen de overschrijding INEV-waarde opnieuw is aangetroffen. In de trendanalysetabel (Bijlage 6), is voor iedere peilbuis waar ooit een analyse op dioxine in het grondwater is uitgevoerd aangegeven of er ooit een overschrijding van de INEV is vastgesteld. Als de

1

Grondwatermonitoring Volgermeerpolder 2009, Advies Combinatie Volgermeer, kenmerk R002-4636412JVM-Ink-V02-NL, d.d. 4 maart 2010. Grondwatermonitoring Volgermeerpolder 2010, Advies Combinatie Volgermeer, kenmerk R002-4720790JVM-Ink-V02-NL, d.d. 21 januari 2011. Grondwatermonitoring Volgermeerpolder 2011, Advies Combinatie Volgermeer, kenmerk R001-4803467JVM-irb-V02-NL, d.d. 16 april 2012. 2 Monitoring grondwaterkwaliteit 2013 Volgermeerpolder te Amsterdam, BAM Nelis De Ruiter bv, kenmerk AVA/BB131172.3350054, d.d. 6 februari 2014. 3 Monitoring 2016, Volgermeerpolder nabij Broek in Waterland te Amsterdam, Van der Helm Milieubeheer, projectcode AMST161535, d.d. 12 april 2017. Monitoring 2019, Volgermeerpolder nabij Broek in Waterland te Amsterdam, Van der Helm Milieubeheer, projectcode 20190231, d.d. 12 juni 2020. 4 Volgermeerpolder Nazorg Jaarrapportage 2022, Uitvoeren nazorgwerkzaamheden Volgermeerpolder Amsterdam, RPS advies- en ingenieursbureau bv, referentie NL202033308-R23-325, d.d. 4 mei 2023

rps.nl NL202033308.004-R23-819 | 2 november 2023 Pagina 14 van 33

overschrijding is vastgesteld is hierbij aangegeven in welk jaar dit is vastgesteld en of er vervolgens een herbemonstering heeft plaatsgevonden. De monitoringsresultaten met betrekking tot dioxine in de periode 2009 – 2023 zijn ook visueel weergegeven op de kaarten in de bijlage 1A. In deze bijlage zijn achtereenvolgens de resultaten van de peilbuizen in het freatisch-, tussenlaag- en 1e watervoerend pakket weergegeven. Uit de trendanalyse is onderstaande geconcludeerd: • De dioxineoverschrijdingen beperken zich niet tot een specifiek deel (Kop van de Volgermeer, Poppendammerweeren, Burkmeer of Belmermeer) van de controlezone rond Volgermeerpolder. Op alle deellocaties zijn INEV-overschrijdingen in het grondwater vastgesteld. • INEV-overschrijdingen zijn op alle filterdiepten (freatisch, tussenlaag en 1e watervoerend pakket) vastgesteld. • Uit de data is geen trend te halen dat het aantal INEV-overschrijdingen, dan wel de concentraties van dioxines, toe- of afneemt met het verloop van de tijd. Het is niet mogelijk een trend vast te stellen omdat een structurele herbemonstering van overschrijdende peilbuizen ontbreekt, de locatie van de bemonsterde peilbuizen ieder monitoringsjaar verschilt en de aantallen bemonsterde peilbuizen niet evenredig (in ruimte en tijd) verdeeld zijn over de deelgebieden van de controlezone.

4.1.3

Oplosbaarheid van Dioxines

In de voorgaande monitoringsrondes zijn met regelmaat overschrijdingen van de INEV-waarde van dioxines gemeten in het grondwater (zie paragraaf 4.1.2.). Hierbij is het van belang vast te stellen of deze overschrijdingen voortkomen uit opgeloste dioxines in het grondwater of dat de gemeten dioxines een andere oorsprong hebben zoals contaminatie tijdens monstername of hechting aan gronddeeltjes. Uit onderzoek naar dioxine- en POP (persistant organic pollutant)-verontreinigde locaties komt naar voren dat dioxines zeer slecht oplosbaar zijn in water5. In het milieu worden dioxines daarom juist vaak geassocieerd met organisch materiaal zoals plankton, bladeren van planten en dierlijk vet. Daarnaast hebben ze ook de neiging om zich te hechten aan anorganisch materiaal zoals as en gronddeeltjes. Om deze reden ligt de INEV-waarde voor dioxines in grondwater dan ook erg laag. Bovenstaande versterkt het vermoeden dat de gemeten concentraties dioxines in de grondwatermonsters waarschijnlijk dioxines zijn die gehecht zijn aan gronddeeltjes die zich in het watermonster bevinden. Het is onwaarschijnlijk dat het in grondwater opgeloste dioxines betreft. Deze hypothese is verder onderzocht in stap 2.

4.1.4

Chemische samenstelling (vingerafdruk)

Naast het onderzoek of de aangetroffen dioxines al dan niet opgelost zijn in het grondwater is gekeken of de aangetroffen dioxines op basis van de chemische samenstelling te relateren zijn aan het stort van de Volgermeer. Dit is nagegaan door de in het verleden uitgevoerde onderzoeken vastgestelde vingerafdruk van ‘Volgermeerdioxine’ en dioxine deposities vanuit vuilverbranding te achterhalen en deze te vergelijken met de in de huidige onderzoeken aangetroffen chemische samenstelling.

5

Weber, R., Gaus, C., Tysklind, M., Johnston, P., Forter, M., Hollert, H., ... & Zennegg, M. (2008). Dioxin-and POPcontaminated sites—contemporary and future relevance and challenges: overview on background, aims and scope of the series. Environmental Science and Pollution Research, 15, 363-393

rps.nl NL202033308.004-R23-819 | 2 november 2023 Pagina 15 van 33

Historische gegevens stort Onderzoek samenstelling vaten met chemisch afval, afkomstig van de Volgermeerpolder, Gemeentelijk Centraal Milieulaboratorium, kenmerk onbekend, 1994. In februari 1981 werd begonnen met de verwijdering van de vaten chemisch afval die zich langs de wallekant of aan het oppervlak van de voormalige vuilstort Volgermeer bevonden. Uit een verzameling van 1.130 vaten zijn 255 vaten voor nader chemisch onderzoek uitgekozen, waarbij ook dioxine- en dibenzofuraananalyses zijn uitgevoerd. Het meest voorkomende chemische afval bestaat uit polychloorbenzenen (PCB) en hexachloorcyclohexanen (lindaan). Daarnaast wordt geschat dat 5-10% van de vaten 2,4,5trichloorfenoxyazijnzuur (2,4,5-T) bevat, een stof waarbij bij de productie 2,3,7,8-TetraCDD vrijkomt. Het gehalte 2,3,7,8-TetraCCD blijkt in twee vaten rond de 4,6 - 7,5 ppm te zijn. TetraCDF (excl. 2,3,7,8-TetraCDF), komt tot enkele tienden van 1 ppm voor. Andere hogere gechloreerde isomeren komen voor in gehaltes kleiner dan 0,1 ppm. Deze gehalten van hogere gechloreerde isomeren lijken verwaarloosbaar, maar een serieuze kanttekening hierbij is dat met de huidige technieken dioxines gemeten worden tot een detectiegrens van 1 pg/L wat 9 ordes van grote verschilt ten opzichte van 1 ppm (ca. 1 mg/L).

Intermezzo: Isomeren van dioxines Isomeren zijn stoffen die met elkaar overeenkomen doordat hun moleculen hetzelfde aantal en dezelfde soort atomen bevatten, maar die van elkaar verschillen door de wijze waarop die atomen onderling zijn verbonden of geschikt. bron: nl.wikipedia.org/wiki/Isomeer

Een voorbeeld hiervan is de isomerengroep HeptaCDF die bestaat uit 4 isomeren: 1,2,3,4,6,7,8-HeptaCDF 1,2,3,4,6,7,9-HeptaCDF 1,2,3,4,6,8,9-HeptaCDF 1,2,3,4,7,8,9-HeptaCDF Het cijfer in de naam beschrijft de positie van een chlooratoom in het dioxinemolecuul. De isomeren hebben verschillende mate van toxiciteit, maar isomeren met een chlooratoom op posities 2,3,7 en 8 zijn het giftigst. bron: nl.wikipedia.org/wiki/Dioxine

Volgermeerpolder, diverse aanvullende onderzoeken, Grontmij, projectnummer 2197141, documentnummer 08584, d.d. 18 juli 2000. Door Grontmij zijn diverse aanvullend onderzoeken in het kader van het onderzoek naar de verspreiding van de verontreiniging vanuit de Volgermeerpolder uitgevoerd. Eén van de onderzoeken betrof het vaststellen van een “vingerafdruk” van Volgermeerdioxines. Een en ander zodat bepaald kan worden of in de omgeving aangetroffen gehalten aan dioxine in de Volgermeerpolder gerelateerd zijn aan de Volgermeerpolder dan wel behoren tot een “natuurlijk” achtergrondgehalte. Dioxines ter plaatse van de Volgermeerpolder zijn met name afkomstig als bijproduct van de productie van 2,4,5-T (herbicide) en lindaan (insecticide). Op basis van de productie van deze stoffen zijn door een onderzoeker van de Universiteit van Amsterdam een tweetal kenmerken geïdentificeerd die kenmerken zijn voor “Volgermeerdioxine”.

rps.nl NL202033308.004-R23-819 | 2 november 2023 Pagina 16 van 33

Hiernaast is, op basis van een literatuur bron6, vermeld dat bij de Volgermeerdioxine ook een relatief hoog gehalte aan totaal TetraCDF voorkomt. In totaal zijn er in het onderzoek drie kenmerken voor de Volgermeerdioxine geïdentificeerd. Deze kenmerken zijn in tabel 4.1 weergegeven. Tabel 4.1. Vingerafdruk Volgermeerdioxine Groep

Marker

Bron van dioxine “Volgermeer”

Verbranding

TetraCDD

2,3,7,8-TetraCDD

Gehalte 2,3,7,8-TetraCDD bedraagt Gehalte 2,3,7,8-TetraCDD bedraagt tot 50% van totaal gehalte aan tot ongeveer 5% van totaal gehalte TetraCDD verbindingen (22) TetraCDD verbindingen (22)

HeptaCDF

Verhouding 1,2,3,4,6,7,8HeptaCDF en 1,2,3,4,6,8,9HeptaCDF

Verhouding 1,2,3,4,6,8,9-HeptaCDF Gehalte 1,2,3,4,6,7,8-HeptaCDF is in relatie tot 1,2,3,4,6,7,8-HeptaCDF veel hoger dan het gehalte ca. 50/50 1,2,3,4,6,8,9-HeptaCDF

TetraCDF

Totaal gehalte (38 verbindingen)

TetraCDF (totaal) is relatief hoog (t.o.v.?)*

* In het rapport staat vermeldt dat de concentratie TetraCDF relatief hoog is voor de Volgermeerdioxine’ maar er staat niet bij vermeld ten op zicht van welke andere parameter. Waarschijnlijk wordt bedoeld dat in de Volgermeerdioxine de concentratie TetraCDF relatief hoger is dan dioxines afkomstig uit verbrandingsprocessen.

In het onderzoek is de chemische samenstelling vastgesteld van grond-, slib- en watermonsters in de omgeving van de Volgermeerpolder. In het onderzoek is meegenomen dat er sprake kan zijn van een “natuurlijk” achtergrondgehalte van dioxines als gevolg van afvalverbrandingsinstallaties. Hierbij is echter wel de verwachting dat de dioxines uit de stort een andere chemische samenstelling hebben dan dioxines afkomstig van afvalverbrandingsinstallaties. In het rapport staat vermeld dat de concentratie TetraCDF relatief hoog is voor de Volgermeerdioxine’ maar er staat niet bij vermeld ten opzichte van welke andere parameter. Waarschijnlijk wordt bedoeld dat in de Volgermeerdioxine de concentratie TetraCDF relatief hoger is dan dioxines afkomstig uit verbrandingsprocessen. De slibmonsters uit de Veenderijgracht zijn, op basis van de samenstelling van de aangetroffen, dioxines gerekend tot de Volgermeerpolder. Via het slib heeft zowel verspreiding van dioxines gerelateerd aan de 2,4,5-T als lindaan plaatsgevonden. De strook land langs de Veenderijgracht is, als gevolg van het relatief laag gehalte aan 2,3,7,8-TetraCDD, niet gerelateerd aan de waterbodem van de Veenderijgracht (en daarmee de stort). Echter, op basis van de verhouding van de isomeren van HeptaCDF is een relatie tot de Volgermeerpolder toch niet geheel uit te sluiten.

De verspreiding zou dan via de wind plaatsgevonden moeten hebben. In het grondwater uit de verschillende peilbuizen komen de typische Volgermeerdioxines niet voor. Het wordt als zeer onwaarschijnlijk geacht dat verspreiding via het grondwater plaatsvindt. Echter worden er wel dioxines gemeten in het grondwater, waarvan een andere bron de oorzaak is. Waterbodemonderzoek Veenderijgracht Volgermeer, Tauw, projectnummer 4304403, referentie R001-4304403CDR-sbb-V03-NL, d.d. 18 mei 2005. De door Grontmij in kaart gebrachte verontreiniging met dioxines in het slib en vaste bodem in de Veenderijgracht is nader onderzocht. Door Grontmij is geconcludeerd dat de dioxines aanwezig in het slib afkomstig zijn uit de stort. In het rapport van Tauw is vermeld dat voornamelijk TetraCDF isomeren

6

J.W. Copius Peereboom en L. Reijnders, Hoe gevaarlijk zijn milieugevaarlijke stoffen, Boom 1986, 1989.

rps.nl NL202033308.004-R23-819 | 2 november 2023 Pagina 17 van 33

zijn aangetroffen met daarnaast hoge concentraties OctaCDD. Hierbij is gesteld dat met name de hoge concentratie OctaCDD niet specifiek is voor de Volgermeerpolder. De aanwezigheid van OctaCDD is te koppelen aan verschillende bronnen. Conclusie is dus dat naast het stort van de Volgermeer mogelijk ook andere bronnen een rol spelen in het gehalte dioxines aangetroffen in de Veenderijgracht. Bruikbaarheid historische vingerafdukbepaling voor onderhavig onderzoek In bovengenoemde onderzoeken is de vingerafdruk van de ‘Volgermeerdioxine’ bepaald door de Universiteit van Amsterdam, waarbij een breder dioxine pakket dat alle isomeren7 van de 17 meest giftige dioxines uit het ‘standaard’ dioxinepakket omvat. De voor de Volgermeer kenmerkende dioxines betreffen echter voor een deel isomeren (minder giftige variant), waarbij de verhouding tussen de verschillende isomeren van de TetraCDD en HeptaCDF-dioxines de vingerafdruk bepaald. Doordat in de huidige monitoring van het grond- en oppervlaktewater alleen geanalyseerd wordt op het ‘standaardpakket’ met daarin de 17 meest giftige isomeren van verschillende dioxines is steeds alleen het 2,3,7,8 TetraCDD isomeer en het 1,2,3,4,6,7,8-HeptaCDF isomeer bepaald en niet de overige isomeren van deze stoffen. Hierdoor is een bepaling van het percentage 2,3,7,8-TetraCDD ten opzichte van de volledige isomerengroep TetraCDD niet mogelijk.

Eenzelfde probleem doet zich voor bij het bepalen van de verhouding tussen 1,2,3,4,6,7,8-HeptaCDF en 1,2,3,4,6,8,9-HeptaCDF. Het laatste kenmerk van Volgemeerdioxine betreft de relatief hoge concentratie TetraCDF. Hierbij gaat het om de gehele groep van 38 isomeren. In het voor de monitoring gebruikte ‘standaardpakket’ wordt echter maar 1 isomeer van de betreffende dioxine bepaald, waardoor er geen zicht is op de totale concentratie van de 38 isomeren van TetraCDF. Geconcludeerd wordt dat de in eerdere onderzoeken gebruikte methode voor de bepaling van de vingerafdruk van de dioxine, op basis van het in de monitoring gebruikte analysepakket, niet geschikt is. Op basis van de analysedata verzameld in de monitoring kan geen onderscheid gemaakt worden tussen dioxine afkomstig van de stort en mogelijke andere bronnen. Alternatieve vingerafdrukbepaling dioxines Omdat analyses op dioxine in de diverse monitoringsrondes, onderzoeken naar AVI’s en/of in overige onderzoeken beperkt zijn tot de 17 meest giftige isomeren van dioxines is een andere methode gehanteerd om de vingerafdruk en daarmee de herkomst/bron van de gemeten dioxines te bepalen. Voor deze methode zijn alle dioxines uit het ‘standaardpakket’ aangetroffen in gehalten boven de detectiegrens als percentages afgezet tegen de totale som (=100%).

Dit is gedaan voor: • De slibmonsters die gerelateerd worden aan de stort uit het onderzoek van Tauw (Saneringsafweging Veenderijgracht, Tauw, 4502905, 30 maart 2007). • Voor onderzoeken naar de afvalverbrandingsinstallatie (AVI) in Amsterdam Noord (Bodem-, asbest-, verhardings- en funderingsonderzoek AVI-GEB terrein voormalige Papaverweg 53-59 te Amsterdam Noord, BK Ingenieurs, 18143, 14 oktober 2019), en; • Diverse onderzoeken op het terrein van Philips Duphar, Ankerweg 16-18, Amsterdam (Tauw Milieu, Bijlage rapport analyseresultaten grondsanering rond HAF en ontmanteling depot, R3499472.C03/LHS, d.d. februari 1997). • Volgermeerpolder, diverse aanvullende onderzoeken, Grontmij, projectnummer 2197141, documentnummer 08584, d.d. 18 juli 2000. • Waterbodemonderzoek Veenderijgracht Volgermeer, Tauw, 4304403, 18 mei 2005.

7

Isomeren zijn stoffen die met elkaar overeenkomen doordat hun moleculen hetzelfde aantal en dezelfde soort atomen bevatten, maar die van elkaar verschillen door de wijze waarop de atomen onderling zijn verbonden of geschikt. Het zijn stoffen met dezelfde molecuulformule, maar een andere structuurformule (bron: nl.wikipedia.org/wiki/isomeer).

rps.nl NL202033308.004-R23-819 | 2 november 2023 Pagina 18 van 33

•

Nader onderzoek Veenderijgracht, randgebied J van de Volgermeerpolder, Tauw, 4484043, 4 december 2006, en; • Het grondwater van de monitoringsrondes: BAM 2013, Van der Helm 2016, 2019 en RPS 2022. Hierdoor krijg je een chemische samenstelling gebaseerd op welke type dioxine het vaakst, en met de hoogste concentratie voorkomt in de diverse onderzoeken en daarmee een vingerafdruk van de verschillende bronnen (Figuur 4.1). Uit deze resultaten van de vingerafdruk blijkt dat de chemische samenstelling van Philips Duphar sterk afwijkt van de AVI Amsterdam Noord. Dit is te verklaren doordat de processen waarbij dioxines vrij komen (verbranding en chemische industrie) verschillen voor beide locaties. Opvallend is dat de chemische samenstelling van het slib in de Veenderijgracht (wat te relateren is aan de stort volgens het onderzoek van Grontmij uit 2000) veel gelijkenissen toont met de chemische samenstelling van de AVI Amsterdam Noord. Dit terwijl bekend is dat de stort van de Volgermeer voornamelijk bestaat uit chemisch afval van Philips Duphar. Daarnaast is opvallend dat 2,3,7,8-TetraCDD op alle drie de locaties in zeer lage concentraties voorkomt, voor Philips Duphar, en in mindere mate voor de Veenderijgracht staat dit haaks op het onderzoek uit 1994 waarbij in de vaten zeer hoge concentraties zijn gemeten.

Voor de Veenderijgracht is een mogelijke verklaring menging van dioxines afkomstig van zowel de stort als atmosferische depositie. Naast bovengenoemde onderzoeken is ook het onderzoek naar dioxines gerelateerd aan de AVI in Zaandam (Dioxinegehalten in grond van weilanden in de omgeving van de afvalverbrandingsinstallatie te Zaandam, RIVM, 73001021, januari 1991) opgevraagd bij het RIVM. In dit onderzoek is alleen de som van dioxines gerapporteerd, waardoor een bepaling van de chemische samenstelling niet mogelijk is. Hiernaast is de chemische samenstelling gebaseerd op welke type dioxine het vaakst, en met de hoogste concentratie voorkomt ook niet bepaald voor het onderzoek naar de chemische vaten op de stort zelf uit 1994. De reden hiervoor is dat in dit onderzoek geen onderzoek is gedaan naar de 17 giftige isomeren. In plaats hiervan lag de focus van dit onderzoek naar welke giftige stoffen kunnen voorkomen in de vaten en is enkel de aanwezigheid van 2,3,7,8-TetraCDD en de isomeergroepen TetraCDD en TetraCDF bevestigt. Een directe vergelijking met recentere onderzoeken op basis van concentraties isomeren ten opzichte van deze totale groep 17 meest giftige isomeren kan dus niet gemaakt worden.

rps.nl NL202033308.004-R23-819 | 2 november 2023 Pagina 19 van 33

Chemische samenstelling slib Veenderijgracht, AVI Amsterdam-Noord & Philips Duphar 0%

10%

20%

30%

40%

50%

60%

70%

2,3,7,8-TetraCDD 1,2,3,7,8-PentaCDD 1,2,3,4,7,8-HexaCDD 1,2,3,6,7,8-HexaCDD 1,2,3,7,8,9-HexaCDD 1,2,3,4,6,7,8-HeptaCDD OctaCDD 2,3,7,8-TetraCDF 1,2,3,7,8-PentaCDF 2,3,4,7,8-PentaCDF 1,2,3,4,7,8-HexaCDF 1,2,3,6,7,8-HexaCDF 1,2,3,7,8,9-HexaCDF 2,3,4,6,7,8-HexaCDF 1,2,3,4,6,7,8-HeptaCDF 1,2,3,4,7,8,9-HeptaCDF OctaCDF

Slib Veenderijgracht AVI Amsterdam Noord Philips Duphar

Figuur 4.1. Chemische samenstelling dioxines uit het slib van de Veendrijgracht, de AVI in Amsterdam Noord en het Philiphs Duphar terrein. Percentage van concentratie gemeten individuele dioxine ten op zicht van het totaal.

Vingerafdruk dioxine Monitoringsrondes (2013-2023) Van de monitoringsrapportages van 2013 t/m 2023 zijn uit alle analysecertificaten waarin dioxines boven de detectiegrens zijn gerapporteerd in het grondwater ook de chemische vingerafdrukken bepaald en weergegeven in figuur 4.2. Dit betreft de chemische vingerafdruk van alle monitoringsrondes gecombineerd. Daarnaast is deze data uitgesplitst in een vingerafdrukbepaling per monitoringsronde (Figuur 4.3). Wanneer we kijken naar de individuele monitoringsrondes zien we dat de bepaling van de chemische samenstelling van de dioxines niet eenduidig is. Alhoewel de type dioxines eenduidig is in alle monitoringsrondes is ook te zien dat tussen de rapportages, waarin verwacht wordt dat je dezelfde relatieve concentraties dioxines meet, soms een verschil van 30% zit van de relatieve concentratie dioxine ten opzichte van de gehele groep. Dit maakt dat de alternatieve methode voor de vingerafdruk bepaling op basis van de concentraties nog minder betrouwbaar.

rps.nl NL202033308.004-R23-819 | 2 november 2023 Pagina 20 van 33

Type dioxine

Percentage

2,3,7,8-TetraCDD

0,21%

1,2,3,7,8-PentaCDD

0,00%

1,2,3,4,7,8-HexaCDD

0,00%

1,2,3,6,7,8-HexaCDD

0,00%

1,2,3,7,8,9-HexaCDD

0,00%

1,2,3,4,6,7,8-HeptaCDD

15,74%

OctaCDD

47,61%

2,3,7,8-TetraCDF

0,32%

1,2,3,7,8-PentaCDF

0,00%

2,3,4,7,8-PentaCDF

1,16%

1,2,3,4,7,8-HexaCDF

1,94%

1,2,3,6,7,8-HexaCDF

0,23%

1,2,3,7,8,9-HexaCDF

0,00%

2,3,4,6,7,8-HexaCDF

0,00%

1,2,3,4,6,7,8-HeptaCDF

12,08%

1,2,3,4,7,8,9-HeptaCDF

0,18%

OctaCDF

26,84%

Totaal

100,00%

Chemische samenstelling dioxines grondwater (2013- 2022) 0%

10%

20%

30%

40%

50%

2,3,7,8-TetraCDD 1,2,3,7,8-PentaCDD 1,2,3,4,7,8-HexaCDD 1,2,3,6,7,8-HexaCDD 1,2,3,7,8,9-HexaCDD 1,2,3,4,6,7,8-HeptaCDD OctaCDD 2,3,7,8-TetraCDF 1,2,3,7,8-PentaCDF 2,3,4,7,8-PentaCDF 1,2,3,4,7,8-HexaCDF 1,2,3,6,7,8-HexaCDF 1,2,3,7,8,9-HexaCDF 2,3,4,6,7,8-HexaCDF 1,2,3,4,6,7,8-HeptaCDF 1,2,3,4,7,8,9-HeptaCDF OctaCDF

Figuur 4.2. Chemische samenstelling dioxines grondwatermonsters van de monitoringsrapportages van 2009 tot en met 2022

Fingerprint monitoringsrapportages 2013 - 2022 0%

10%

20%

30%

40%

50%

60%

70%

80%

2,3,7,8-TetraCDD 1,2,3,7,8-PentaCDD 1,2,3,4,7,8-HexaCDD

1,2,3,6,7,8-HexaCDD 1,2,3,7,8,9-HexaCDD 1,2,3,4,6,7,8-HeptaCDD OctaCDD 2,3,7,8-TetraCDF 1,2,3,7,8-PentaCDF 2,3,4,7,8-PentaCDF 1,2,3,4,7,8-HexaCDF 1,2,3,6,7,8-HexaCDF 1,2,3,7,8,9-HexaCDF 2,3,4,6,7,8-HexaCDF 1,2,3,4,6,7,8-HeptaCDF 1,2,3,4,7,8,9-HeptaCDF OctaCDF

BAM2013 VDH2016 VDH2019 RPS2022

Figuur 4.3. Chemische samenstelling dioxines per monitoringsronder in de periode van 2009 tot en met 2022

rps.nl NL202033308.004-R23-819 | 2 november 2023 Pagina 21 van 33

Conclusie bruikbaarheid/betrouwbaarheid vingerafdruk Op basis van bovenstaande wordt de betrouwbaarheid van de vingerafdruk in twijfel getrokken. Dit omdat locaties/onderzoeken (zoals het onderzoek naar het slib uit de Veenderijgracht) die eerder op basis van de eerdere methode toegewezen werden aan de Volgermeer toch de AVI in Amsterdam Noord als bron toegewezen zouden krijgen.

Stap 2 – Nader onderzoek grondwater controlezone De literatuur sterkt de verwachting dat gemeten dioxines in de monitoringsrondes gehecht zijn aan gronddeeltjes gesuspendeerd in het grondwater. Echter sluit dit niet uit dat tijdens de monstername van het grondwater mogelijk contaminatie plaatsvindt. Zo kunnen gronddeeltjes in de peilbuis terecht komen of kan het zijn dat de afdichtende kleilaag tussen verschillende peilbuisfilters niet voldoende intact is waarbij water uit een ander waterpakket wordt aangezogen tijdens monstername. Om dit te testen zijn extra stijghoogtegegevens verzameld tijdens monstername (§ 4.2.1). Daarnaast is met een filtratie-experiment getest of dioxines zich aan gronddeeltjes hechten, zoals beschreven in de literatuur (§ 4.2.2).

4.2.1

Stijghoogtemetingen

Ten eerste is getest of de natuurlijk voorkomende waterafdichtende laag tussen beter waterdoorlatende pakketten na plaatsing van de peilbuizen goed hersteld is. Hiervoor zijn vóór, tijdens en na monstername uit de freatische peilbuisfilters 331-1 en 705-1 en de onderliggende filters 331-2 en 7052 de stijghoogtes aanvullend gemonitord. Tijdens de bemonstering van het grondwater is het elektrisch geleidingsvermogen (EC), de troebelheid (NTU) en de zuurgraad (pH) van het grondwater vastgesteld met behulp van een geijkte troebelheid/pH/EC-meter. In tabel 4.2 zijn de stijghoogtemetingen en veldgegevens weergegeven. Tabel 4.2. Stijghoogtemetingen (cm minus bkpb) en veldgegevens in verschillende filters vóór en tijdens monstername. Monstername 331-1 Monstername 331-2 Monstername 705-1 Monstername 1011-2 Peilbuisfilter

331-1

Stijghoogte voor 27 monstername Stijghoogte tijdens afpompen (verschil) Stijghoogte is veranderd tijdens monstername Stijghoogte na monstername (verschil t.o.v. voor monstername) Afgepompt volume (L) 10

331-2

331-1

331-2

705-1

705-2

1011-2

35

n.g.

22

30

21

105

35 (0)

n.g.

25 (+4)

nee

n.g.

ja

35 (0)

n.g.

26 (+5)

10

10

10

EC (mS/cm)

1.476

1.061

1.230

2.492

Temperatuur (°C)

13

13

13

12

NTU

9,7

11,8

41,7

102

n.g.: niet gemeten stijghoogten in 331-1 tijdens monstername 331-2 omdat kort hiervoor al monstername bij 331-1 had plaatsgevonden en door afpompen van het grondwater de stijghoogten zijn beïnvloed.

Uit deze gegevens concluderen wij dat de afdichtende laag tussen filters 331-1 en 331-2 een voldoende afdichtende werking heeft gezien er geen stijghoogteverschil is gemeten tussen, voor, tijdens en na monsternamen. Bij peilbuis 705 is tussen filters 705-1 en 705-2 een stijghoogteverschil van maximaal 5 centimeter gemeten in 705-2 tijdens de monstername uit 705-1. Dit betekent dat de afdichtende laag tussen de twee filters mogelijk niet optimaal werkt en dat er tijdens monstername van 705-1 grondwater uit 705-2 kan worden aangezogen. Dit kan ook andersom werken waarbij tijdens monstername van 705-2 er grondwater vanuit 705-1 wordt aangetrokken. Bovenstaande is een

rps.nl NL202033308.004-R23-819 | 2 november 2023 Pagina 22 van 33

mogelijke indicatie dat er lekken tussen de grondwaterlagen bestaan bij peilbuizen waardoor, tegen de verwachting in, dioxines op diepte zijn aangetroffen.

4.2.2

Filtratieproef

Om te onderzoeken of de dioxines zich in het grondwater bevinden of gehecht zijn aan gesuspendeerde gronddeeltjes zijn de peilbuislocaties waar een dioxineoverschrijding is vastgesteld in de monitoringsronde van 2022/2023 nogmaals bemonsterd. De bemonsteringswerkzaamheden zijn uitgevoerd op 08-06-2023 door M.J. van de Vliert onder Kwalibo-erkenning (certificaat K40562). De peilbuizen zijn in duplo bemonsterd waarna één van de twee monsters is gefilterd in het laboratorium. In onderstaande tabel is een overzicht van de toetsingsresultaten weergegeven. Tabel 4.3. toetsingsresultaten grondwatermonsters (A = niet gefilterd, B = wel gefilterd) Analysemonster

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13622202/1