Bijlage 1.2 Eindrapport Onderbouwing meerwaarde samenwerking watertaken.pdf
Tekst van het document
Van oudsher is dit - naast de kunstmatige infiltratie van Rijnwater in de duinen - een belangrijke bron voor de drinkwatervoorziening van Amsterdam. In toenemende mate is er echter verdroging in dit deel van Nederland. In goed overleg is daarom de onttrekking ten behoeve van drinkwater beperkt, heeft Amsterdam het eigendom verworven en het beheer gericht op ontwikkeling van natuur in samenhang met drinkwaterwinning. Het waterschap heeft de hiervoor benodigde peilbesluiten genomen en een natschadeloket ingesteld om schade aan private bebouwing en agrarische percelen te voorkomen of te compenseren. De peilverhoging is een belangrijke maatregel om de ecologische waterkwaliteit in de omliggende natuurgebieden te verbeteren (Kaderrichtlijn Water en Natura2000). Het temmen van de brakke kwel Een innovatief en integraal project is het temmen van de brakke kwel. In de Horstermeerpolder wordt onderzoek gedaan of het mogelijk is het brakke kwelwater uit deze polder te gebruiken voor de drinkwatervoorziening. Daarmee wordt de drinkwatervoorziening van Amsterdam robuuster en minder afhankelijk van de aanvoer en kwaliteit van het Rijnwater of water uit de Bethunepolder. Maar er zitten ook belangrijke voordelen aan voor de waterkwaliteit in droge periode.
Door de brakke kwel niet meer op het oppervlaktewater rond de polder te lozen neemt de verzilting daar af en daarmee de noodzaak om zoet IJsselmeerwater te gebruiken om door te spoelen. Daarmee wordt geen aanspraak meer gemaakt op deze belangrijke zoetwatervoorraad. Ook wordt het bij verder opschalen mogelijk om de zoetwater onttrekking uit de Bethunepolder te beperken of deze in te zetten voor andere bronnen (natuur, landbouw). 5.3 Integraal assetmanagement Naar uniform en integraal assetmanagement Assets zijn bijvoorbeeld gemalen, sluizen, bruggen, waterlopen, waterkeringen, leidingen, riolen, pompen, zuiveringsinstallaties en productielocaties. Voor deze assets worden maatregelen gepland, vindt (her)inrichting en bouw plaats en assets worden bediend, bewaakt en onderhouden. Dit samen is assetmanagement, waarbij afwegingen nodig zijn tussen prestaties, risico’s en kosten. Na de oprichting van Waternet (2005) bleef het assetmanagement aanvankelijk gescheiden tussen drinkwater, afvalwater en watersysteem. Dit was noodzakelijk om de continuïteit te waarborgen. De afgelopen jaren is het assetmanagement steeds verdergaand geïntegreerd, met samenhang in de uit te voeren processen. De omvang van de organisatie maakt dat het implementeren van procesgericht werken in de volle breedte van het primaire proces slagvaardig en professioneel wordt opgepakt. 25 Eindrapport 8 juli 2021
Ook is data gestuurd werken mogelijk dankzij de omvang van de beschikbare budgetten. Hieronder volgt een aantal voorbeelden. Geïntegreerd afvalwaterbeheer De bedrijfsvoering van de afvalwaterketen wordt vanaf de oprichting geïntegreerd uitgevoerd door één afdeling. Gemalen en rwzi’s zitten in Amsterdam in hetzelfde systeem, waardoor een goede sturing van de aanvoer naar de rwzi’s West en Westpoort mogelijk is. Door een geïntegreerde besturing wordt de berging in het stelsel beter benut, met minder overstorten en dus minder milieubelasting tot gevolg. Ervaringen met het bedienen van het drinkwaterproductie- en distributiesysteem worden benut voor het afvalwaterbeheer. Geïntegreerde meldkamer Er is een gecombineerde wachtdienst en een gecombineerde storingsdienst die continu beschikbaar is. Soms is het voor inwoners lastig te bepalen wat de oorzaak is van een storing. Doordat de storingsdienst alle onderdelen van de watercyclus in de beoordeling van de storing meeneemt, wordt voorkomen dat inwoners van het kastje naar de muur gestuurd worden. Geïntegreerd leidingbeheer In 2017 is de afdeling Leidingwerken opgericht vanuit de afdelingen Drinkwater distributie en Riolering. Aanleg en renovatie van drinkwater- en rioolleidingen worden zoveel mogelijk gecombineerd aangepakt. Uniformering van de aanpak is nog in ontwikkeling en biedt uitzicht op meer doelmatigheid.
Door de gecombineerde aanpak met één bestek, één aannemer, één projectleider en één toezichthouder, wordt niet alleen een kostenreductie bereikt, maar is ook de doorlooptijd van een project beperkter, met daardoor minder lang overlast voor de omgeving. Geïntegreerde afdeling Techniek De afdeling Techniek verzorgt het onderhoud van alle installaties, de gemalen, drinkwaterproductie en rwzi’s. De techniek van deze installaties vertoont veel gelijkenis. Door uniformering en standaardisering is meer doelmatigheid mogelijk. De afdeling Techniek is in 2017 tot stand gekomen. Direct is er gekozen voor één onderhoudsmanagement systeem dat het geüniformeerde proces moet ondersteunen. Op dit moment wordt dit systeem gevuld en wordt de informatie zoveel mogelijk gedigitaliseerd. Geïntegreerd Ingenieursbureau Door de schaal van investeringen in nieuwe installaties en grootschalige renovaties is het mogelijk een ingenieursbureau c.q. grote afdeling voor projecten te hebben. Deze afdeling werkt vooral in eigen beheer met eigen mensen, en relatief weinig met inhuur of uitbesteding aan de markt. Dit biedt continuïteit, die ook van belang is voor het omgevingsmanagement van projecten. De schaal maakt het dus mogelijk meer werkzaamheden in eigen beheer uit te voeren, vanuit specifieke gebiedskennis. Geïntegreerde IT Vanaf 2017 heeft Waternet sterk ingezet op verdergaande digitalisering.
Bovendien is in 2018 het sectormodel - voor drinkwater, afvalwater en watersysteem - losgelaten en is gekozen voor uniformering en standaardisering. In potentie is er door schaalvergroting, uniformering, standaardisering, digitalisering en certificering veel efficiency en kwaliteitsverbetering mogelijk. Geïntegreerde brugbediening, baggeren en drijfvuilvissen Amsterdam is verantwoordelijk voor de brugbediening in de stad en AGV is verantwoordelijk voor de brugbediening op de Vecht. Door bediening op afstand is een belangrijke doelmatigheid gerealiseerd. Combinatie van de brugbediening in de stad en op de Vecht vergroot dit aandeel. In Amsterdam en de regio wordt gebaggerd vanuit waterkwantiteitsbeheer (zorgen voor voldoende afvoer capaciteit), vaarwegbeheer (zorgen voor voldoende diepte, zogenaamde vaarwegprofiel) en waterkwaliteitsbeheer. In Amsterdam is de gemeente verantwoordelijk voor het baggeren vanuit 26 Eindrapport 8 juli 2021
het vaarwegbeheer en AGV voor het baggeren vanuit het waterkwantiteit en kwaliteitsbeheer. Combinatie leidt tot een integrale planning en een hogere doelmatigheid. Het materieel dat gebruikt wordt voor baggeren wordt ook ingezet voor het drijfvuilvissen. Toekomstmogelijkheden van integraal assetmanagement Ook voor de komende vijf jaar wordt een verdere verbetering van de doelmatigheid voorzien, met name door verdergaande uniformering en digitaliseren van alle primaire assetmanagementprocessen. In de afgelopen jaren is hier een start mee gemaakt, maar het zal nog een paar jaar duren voor er werkelijk geoogst kan worden. 5.4 Evaluatie DWR Uitvoering taken Zoals opgenomen in de samenwerkingsovereenkomst, vond vijf jaar na oprichting een evaluatie plaats. Na een toets aan de gronden voor eventuele ontbinding is de conclusie: ”Er heeft zich geen situatie voorgedaan waarbij DWR zijn taken niet op behoorlijke wijze heeft uitgevoerd. Er is ook geen sprake van gevallen waaruit blijkt dat de gezamenlijke uitvoering van taken door DWR heeft geleid tot een lagere doelmatigheid en efficiëntie” (Evaluatie DWR, 2002, p.4). Win-win Ook is gekeken welke ervaringen beide opdrachtgevers hebben opgedaan: ”In de samenwerking tussen de beide opdrachtgevers hebben zich in de afgelopen periode regelmatig win-win situaties voorgedaan. Enkele voorbeelden hiervan worden in het rapport genoemd.
Het gaat om de verplaatsing van de rioolwaterzuiveringsinstallaties Amsterdam-Oost en Zuid naar het Westelijk Havengebied, de unilocatie voor het kantoor van DWR en AGV aan de Amstel, uitvoeren van het beleid bij demping van oppervlaktewater van AGV in Amsterdam, het Herstelplan Loosdrechtse Plassen en de ervaringen met het opstellen van de beheersplannen van AGV en Amsterdam en het Waterplan Amsterdam” (Evaluatie DWR, 2002, p.4). Versterking netwerken Over de cultuur van samenwerken staat in de evaluatie onder andere: “Het werken in een ambtelijke organisatie met meerdere opdrachtgevers heeft ertoe geleid, dat medewerkers zich zowel rekenschap geven van de verantwoordelijkheden van het waterschap als van de gemeente. Daar waar in de rest van het land gemeenten en waterschappen nog vanuit verschillende posities en beelden opereren kunnen medewerkers zich verplaatsen in de denkwereld van zowel de gemeente als het waterschap. Discussies die elders discussies tussen organisaties zijn (gemeente en waterschap) zijn bij DWR discussies binnen de organisatie. Medewerkers van DWR hebben een netwerk zowel in de waterschapswereld als in de gemeentewereld. En beide netwerken versterken elkaar”.
En: “De samenwerking met DWR wordt door de betrokken bestuurders, zowel leden van het dagelijks bestuur van het hoogheemraadschap als door de wethouders van de gemeente Amsterdam, ervaren als het werken met een ‘eigen dienst’.” (Evaluatie DWR, 2002, p.17). 5.5 Onderzoek auditcommissie AGV 2010 Organisatieanalyse In 2010 heeft de auditcommissie – in opdracht van het Algemeen Bestuur van AGV – een organisatieanalyse uitgevoerd naar Waternet in relatie tot AGV. Daarbij heeft de commissie in het bijzonder gekeken naar de transparantie van het (bestuurlijk) besluitvormingsproces en de functiescheiding binnen Waternet. Het onderzoek had dus een andere focus dan de meerwaarde van samenwerking tussen AGV en Amsterdam. De achtergrond voor het onderzoek was onder andere de Wet modernisering waterschapsbestel die in 2008 in werking trad, waarmee werd aangesloten op de veranderende rol en positie van het waterschap in de samenleving. 27 Eindrapport 8 juli 2021
Heldere en transparante besluitvorming De conclusie van de auditcommissie is samenvattend: “De commissie komt tot de conclusie dat het (bestuurlijke) besluitvormingsproces bij Waternet, zowel op papier als in de praktijk, helder en transparant is. Ook de functiescheiding binnen Waternet is volgens de commissie adequaat geregeld. De commissie heeft op grond van verschillende signalen de indruk dat voor externe partijen niet altijd duidelijk is wat precies de rolverdeling is tussen AGV en Waternet” (Hoogheemraadschap AGV, 2010b, p.5). Wat betreft de externe communicatie volgde in 2015 de discussie over het logo van AGV en Waternet. Opheffing eigen bestuursdienst AGV Bij de oprichting van DWR in 1997 had AGV een eigen kleine bestuursdienst. Deze bestuursdienst is in 2004 samengevoegd met de afdeling Directieondersteuning van DWR. De belangrijkste reden voor samenvoeging was efficiency. De auditcommissie vermeldt hierover dat het opheffen van de eigen bestuursdienst volgens de secretaris-directeur en de voormalig secretaris-directeur geen nadelige gevolgen heeft gehad voor de aansturing van DWR/Waternet, dat in de praktijk fungeert als ambtelijke organisatie van AGV (Hoogheemraadschap AGV, 2010b, p.10).
5.6 Doelstellingen nautisch beheer, vergunningverlening en handhaving Nautische regels versus openbare orde Na de overdracht van het binnenwaterbeheer naar Waternet (2011) heeft de gemeente Amsterdam haar beleid met betrekking tot de vergunningverlening van de rondvaart aangescherpt. Dit was noodzakelijk om aan Europese regelgeving te voldoen. Dit bleek een moeizaam proces waarvoor Waternet niet goed was ingericht en niet de benodigde expertise had. Dit ging veel meer om economische ordening dan over nautisch beheer. Tegelijkertijd verschuift de prioriteit van handhaving van de nautische regels naar handhaving van de openbare orde. De inzet en capaciteit is in de drukke zomermaanden veel te beperkt. Er wordt samengewerkt met de politie en de handhaving wordt geprofessionaliseerd met behulp van digitale middelen, maar de effectiviteit blijft te beperkt. Nautische beheer, vergunning verlening en handhaving terug naar Amsterdam Binnen de gemeente Amsterdam worden alle handhavingstaken geïntegreerd in de directie Toezicht en Handhaving Openbare Ruimte (THOR). Het is niet meer dan logisch de handhaving binnen Amsterdam op het water over te dragen. Dit is per 2020 gerealiseerd. Gelijktijdig is ook het nautisch beheer en met name de vergunningverlening voor de rondvaart teruggegaan naar de gemeente Amsterdam.
De beoogde doelstelling om ook het nautisch beheer, vergunningverlening en handhaving onderdeel te laten zijn van de gezamenlijke werkzaamheden van Amsterdam en AGV, is dus niet behaald.
28 Eindrapport 8 juli 2021
6 Prestaties op aanvullende doelen en opgaven
In hoofdstuk 2 is een aantal doelen en opgaven benoemd niet zijn genoemd in de samenwerkingsovereenkomsten maar wel in achterliggende documenten. In hoofdstuk 3 zijn aanvullende doelen genoemd die voortvloeiden uit trends en ontwikkelingen en eveneens ook niet in verschillende samenwerkingsovereenkomsten zijn benoemd. Het gaat dan om de verbetering van innovatief vermogen, internationaal werken, werken aan nieuwe opgaven (klimaatadaptatie, energietransitie, circulair en biodiversiteit), klantfocus en dienstverlening en versterking van de arbeidsmarktpositie. Ook prestaties op deze gebieden vormen input voor de vraag welke meerwaarde is gerealiseerd. De doelen en prestaties worden achtereenvolgens beschreven, mede aan de hand van voorbeelden.
6.1 Innovatief vermogen Integraal onderzoeksprogramma Beide opdrachtgevers hebben de afgelopen periode vanuit hun coalitie- of bestuursakkoord aandacht gevraagd voor innovatie. Waternet heeft in zijn onderzoek- en innovatieprogramma kennis en ervaring over de hele watercyclus gebundeld. De meest spraakmakende innovaties vinden plaats op het raakvlak tussen beleidsvelden (tussen water, energie, grondstoffen en IT) en zijn de laatste jaren vaak gekoppeld aan de nieuwe opgaven. Toonaangevend door te ontwikkelen in de praktijk Waternet heeft samen met het Havenbedrijf Amsterdam ‘Prodock’ opgericht, een plek waar startups en jonge onderzoekers hun innovaties in praktijk kunnen brengen. Waternet werkt daarnaast intensief samen met AMS, het gemeenschappelijk instituut van TU Delft, LU Wageningen en MIT (Boston). Medewerkers van Waternet publiceren, vaak in combinatie met anderen, in peer-reviewed internationale tijdschriften over concrete innovaties. Waternet stond in 2019 op de 8e plaats van de Mondiale Technology Power List van Global Water Intelligence, een erkenning voor de innovatiekracht van Waternet. Hiermee was Waternet de hoogst gekwalificeerde Nederlandse organisatie, gevolgd door Wetsus op de 46e plaats. In het onderzoek van de Erasmus universiteit (2017) naar het innovatief vermogen van waterschappen scoort AGV het hoogst op de aspecten optimaliseren en innoveren.
Voorbeelden van watercyclus innovaties Er is een groot aantal innovaties die zijn toegepast in de watercyclus. Onderstaand een aantal voorbeelden. Data en sensoren • Drone toepassingen in een groot aantal primaire werkprocessen • Sensoren in dijken en leidingen ter verbetering van de monitoring • Nautonomous, een zelfsturend vaartuig, inzetbaar voor drijfvuilvissen, het opsporen van objecten onder water en het inmeten en monitoren van waterkwaliteit Waterkwaliteit en technologie • One step filter op de rwzi Horstermeer: toepassing van drinkwatertechnologie in afvalwaterzuivering 29 Eindrapport 8 juli 2021
•
Bubble barrier, waarmee plastic verwijderd wordt uit het watersysteem
Circulaire economie • Hergebruik van calciet uit drinkwater ontharding vermindert grondstoffengebruik • Struviet (fosfaatmineraal) productie uit afvalwater Energietransitie • Thermische energie uit drinkwaterleidingen: de Sniep (warmte) en Sanquin (koude) • Thermische energie uit oppervlaktewater: Nieuwe Meer en de Ouderkerkerplas Circulaire economie en energietransitie • Groengas productie uit afvalwater • Nieuwe sanitatie (huishoudelijk afvalwater als bron voor energie en grondstoffen) in Buiksloterham en Strandeiland Klimaatadapatatie • Rainproof oplossingen zoals slimme blauwgroene daken (RESILIO), infiltratieriool en waterinfiltrerende groenstroken Aantrekkelijke samenwerkingspartner in onderzoeksprojecten Waternet behoort tot de top 5 Leading Utilities in the World. Door deze positie is Waternet een aantrekkelijke samenwerkingspartner in internationale onderzoeksprojecten. Daarmee heeft Waternet een stem in het wateronderzoek in Nederland. Waternet realiseert een belangrijk aandeel van Europese en nationale subsidies voor zijn innovatieprojecten. Jaarlijks ontvangt Waternet ca 2 miljoen euro aan onderzoeksubsidies. Dat levert ook belangrijke financiële voordelen op.
6.2 Nationale en internationale positie Nationale samenwerking Waternet participeert namens de gemeente Amsterdam en waterschap AGV in werkgroepen en commissies van de VNG (gemeenten), VEWIN (drinkwaterbedrijven) en Unie van Waterschappen. Voor het Bestuursakkoord Water 2011 tussen deze koepels en het ministerie, waarin een grote doelmatigheidsslag in de waterketen werd overeengekomen, heeft de Stichting Waternet model gestaan. Waternet participeerde daartoe actief in de zogenaamde Feitencommissie die de mogelijkheden tot doelmatigheidsverbetering binnen de waterketen in beeld moest brengen (Feitencommissie, 2010). Dat was de basis voor de afspraken in het Bestuursakkoord Water (BAW) over doelmatiger waterbeheer (doelstelling waterketen € 450 miljoen in 2020). Die blijken 10 jaar later zeer succesvol: landelijk is een doelmatigheidswinst in de waterketen gerealiseerd tot 2019 van circa € 668 miljoen. De gerealiseerde doelmatigheidswinst is vooral te danken aan de intensievere samenwerking tussen met name gemeenten, waterschappen en drinkwaterbedrijven. Daarnaast is het assetmanagement verbeterd waardoor de technische levensduur van de assets optimaal wordt benut en de middelen effectiever worden besteed (Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat: kamerbrief resultaten BAW, 2021).
Waternet speelt een belangrijke rol in het BOWA (Bestuurlijk Overleg Water), het regionaal bestuurlijke overleg tussen de waterbeheerders, in casu waterschap AGV, de gemeenten in het AGVgebied en de drinkwaterbedrijven Waternet, Vitens en PWN. Door de integraliteit wordt Waternet ook door andere sectoren gezien als een belangrijke partner om mee samen te werken. Voorbeelden hiervan zijn de energietransitie, de positie binnen Amsterdam Metropolitan Solutions en de binding
30 Eindrapport 8 juli 2021
met de Amsterdam Economic Board, en de actieve samenwerking met woningbouwcorporaties bij de verduurzaming van de woonomgeving. Waternet participeert verder in RIONED, STOWA en KWR en kan zo zorgen voor afstemming van de onderzoekagenda op watercyclusniveau, relevant voor zowel de gemeente Amsterdam als waterschap AGV. Ook vindt samenwerking met universiteiten plaats. Internationale samenwerking Waternet draagt door het leveren van praktische kennis van de synergie van de watercyclus namens haar opdrachtgevers bij aan de internationale reputatie van Nederland op watergebied. Internationaal streven waterorganisaties naar integraal waterbeheer. Waternet is interessant voor andere grote watercyclusbedrijven, zoals SIAAP (Parijs), Wasser Berlin, DEP-NYC (New York), PUB (Singapore) en HOFOR (Kopenhagen) waarmee actief praktijkkennis en onderzoek wordt uitgewisseld. Ook is Waternet de Nederlandse vertegenwoordiger in EurEau commissie 1 (European Federation of National Associations of Water Services, commissie 1 is drinkwater). Wereld Waternet De Stichting Wereld Waternet is opgericht in 2007 op initiatief van Waternet en in afstemming met beide opdrachtgevers.
Via langdurige Water Operators' Partnerships met waterorganisaties in meer dan 15 landen werkt Wereld Waternet aan het versterken van capaciteit en het verbeteren van prestaties om waterorganisaties in staat te stellen een betere dienstverlening te verlenen aan meer mensen. Deze projecten leveren een significante bijdrage aan de duurzame ontwikkelingsdoelen (SDG's). De stichting Wereld Waternet heeft een begroting van ongeveer 8 miljoen euro beschikbaar waarvan 1.7 miljoen euro afkomstig van haar bestuurlijke opdrachtgevers en 6.3 miljoen euro aan externe subsidies en projectbijdragen. Het merendeel van de projecten is onderdeel van de Blue Deal (internationale samenwerking van alle Waterschappen) en WaterworX (samenwerking tussen alle drinkwaterbedrijven). Wereld Waternet is hierbij uniek aangezien het in beide programma’s deelneemt. Hiermee is Wereld Waternet een belangrijke en gerespecteerd partner voor Buitenlandse Zaken, Ministerie van I&W, EU en Internationale ontwikkelingsbanken. Wereld Waternet wordt gewaardeerd om het uitdragen van Netherlands International Water Ambition (NIWA) waarbij klimaat verandering, water-energie-voedsel nexus speerpunten zijn. Handelsmissies Waternet participeert namens de gemeente Amsterdam in veel handelsmissie die georganiseerd worden door de gemeente Amsterdam.
Door deelname aan deze handelsmissies zijn relaties opgebouwd met Mumbai, Hanoi, Beijing en Buenos Aires. Waternet deelt kennis van de watercyclus met deze steden en heeft geparticipeerd in waterprojecten, zoals kunstmatige infiltratie van rivierwater in China. International water week Op initiatief van Waternet wordt door de Nederlandse watersector sinds 2011 de tweejaarlijkse Amsterdam International Water Week georganiseerd. Een vooraanstaand internationaal congres tijdens de tweejaarlijkse internationale waterbeurs de Aquatech in de RAI. De AIWW trekt gemiddeld ongeveer 25.000 water professionals. Bestuurders van beide opdrachtgevers hebben dit steeds aangegrepen om als gastheer/gastvrouw hun internationale netwerk te versterken. 6.3 Werken aan nieuwe opgaven Actief in regionale en nationale netwerken
31 Eindrapport 8 juli 2021
Het schaalniveau waarop voor watertaken relevante afspraken worden gemaakt is de afgelopen periode veranderd en wisselt per opgave. Steeds vaker werken overheden nationaal, landsdelig of op metropoolregio-niveau samen en is de inbreng vanuit de praktijk hierbij van groot belang voor een soepele implementatie. Waternet kan in deze netwerken waardevolle strategische inbreng geven door de combinatie van perspectieven van waterschap, gemeente en drinkwaterbedrijf, waardoor tegenstellingen te overbruggen zijn. Klimaatadaptatie: strategie en uitvoering Klimaatadaptatie is noodzakelijk vanwege zeespiegelstijging, intensievere neerslag en langere perioden van droogte. Daarbij is integrale strategie- en beleidsvorming door meerdere overheden cruciaal, waaronder zowel waterschappen als gemeenten. Want veel problemen beginnen vaak wel met te veel of te weinig water, maar de oplossingen om minder kwetsbaar te worden liggen in andere sectoren van het ruimtelijk domein. Sinds 2003 is hier stapsgewijs door Waternet invulling aan gegeven voor de gemeente Amsterdam en AGV. Concrete producten waar geprofiteerd is van de integrale benadering zijn de Deltastrategie Regio Amsterdam (2012) en de Strategie Klimaatadaptie Amsterdam (2020).
Amsterdam en de drie waterschappen geven hiermee als “werkregio ruimtelijke adaptatie Amsterdam” invulling aan de nationale afspraken in het kader van het Deltaprogramma. Waternet heeft op dit thema een prominente rol gepakt in het ontwikkelen van een succesvolle platform/netwerkaanpak in Amsterdam Rainproof vanaf 2014, waarin het verbeteren van de sponswerking van de stad samen met een groot aantal publieke en private partijen in de versnelling is gebracht. Waternet kon dit initiatief nemen vanuit haar Amsterdamse taak, maar bood bestuurders van AGV hiermee een podium voor verbinding met allerlei maatschappelijke initiatieven. In 2021 start AGV een netwerkaanpak gericht op het hele beheergebied. Hoe beter de sponswerking van de stad, hoe minder de rest van het watersysteem wordt belast. En andersom: hoe veerkrachtiger het watersysteem, hoe minder schade optreedt in de stad door weersextremen en klimaatstress. Een geïntegreerde aanpak biedt meer kansen voor optimale oplossingen. Tijdens de droogtecrisis in de zomer van 2018 profiteerden het drinkwaterbedrijf en het waterschap van de samenwerking binnen Waternet. Verzilting vormde een risico voor het innamepunt vanuit het Amsterdam-Rijnkanaal naar de Waterleidingplas en naar de natuurgebieden (Natura2000 en KRW).
Door nauwe inhoudelijke afstemming en optimalisatie in een integraal crisisteam lukte het om beide functies steeds van voldoende zoet water te voorzien. Ook profiteerde met name het drinkwaterbedrijf van de formele positie van het waterschap in de (boven)regionale droogte overleggen, waar het waterschap ook de drinkwaterbelangen agendeerde. Energietransitie: eigen bedrijfsvoering en samenwerken in de regio Het programma K2020 was erop gericht dat de bedrijfsvoering van Waternet klimaatneutraal zou worden in 2020. Dit vroeg om een reductie van de uitstoot van 50.000 ton CO2. Deze doelstelling is in het eerste kwartaal van 2021 met de in gebruik name van de groengasinstallatie op de rwzi West gerealiseerd. Omdat het aandeel van lachgas (N2O) productie op de rwzi’s hoger ligt dan aanvankelijk aangenomen is volledige klimaatneutraliteit echter nog niet bereikt. Vanuit deze ervaring is Waternet actief in de regionale uitwerking van het Klimaatakkoord. Inbreng van de potentie van koude en warmte uit oppervlaktewater (aquathermie), riolering én drinkwater is daarbij een belangrijke meerwaarde. Circulair: kruisbestuiving van kennis en technologie De vraag naar grondstoffen neemt wereldwijd sterk toe. Uitputting van onze grondstoffenvoorraden en overmatige negatieve effecten van het gebruik ervan dreigen en zijn al zichtbaar.
De watercyclus biedt kansen voor terugwinnen van grondstoffen en voor productie van nieuwe grondstoffen, zowel centraal (in de rioolwaterzuiveringen of benutting van maaisel) als wellicht lokaal door het toepassen van nieuwe sanitatie bij nieuwbouwprojecten. De afgelopen jaren zijn een groot aantal concrete kansen verkend en getest in het kader van innovatie en opgeschaald voor zover mogelijk en 32 Eindrapport 8 juli 2021
wenselijk in de eigen bedrijfsvoering. Bij terugwinnen van grondstoffen is opschaling afhankelijk van de afzetmarkt, zodat samenwerking met ketenpartners essentieel is. Doordat bij de aanpak van dit onderwerp vanuit de watercyclus wordt gewerkt, vindt er waardevolle kruisbestuiving plaats tussen de verschillende watertaken. Het 1-STEP filter (nabehandeling op de rioolwaterzuivering Horstermeer) is ontwikkeld door de kennis en technologie van het afvalwater en drinkwater zuiveringsproces te combineren. Ook bij het terugwinnen en hergebruiken van zowel calciet als struviet wordt er veel kennis en ervaring uitgewisseld tussen de verschillende watertaken. Biodiversiteit Afname van biodiversiteit en de achteruitgang van de ecologische waterkwaliteit is een landelijke en zelfs wereldwijde trend. Beide opdrachtgevers zetten zich in om de biodiversiteit te vergroten: toch blijft de druk vanuit andere belangen groot. Samenwerking is essentieel. Ecologen van waterschap en gemeente trekken samen op, bijvoorbeeld in het programma kades en bruggen en in de drinkwaterbrongebieden, om het groenblauwe netwerk in stad en regio te versterken. Aanpak milieuvreemde stoffen in water De kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater wordt mede bepaald door de aanwezigheid van chemische stoffen.
Daarbij gaat het zowel om bekende stoffen, als metalen of gewasbeschermingsmiddelen, plasticresten als om opkomende stoffen, waarvan de schadelijkheid nog niet (volledig) is vastgesteld. Voorbeelden van die laatste zijn medicijnresten, nagenoeg alle stoffen uit de PFAS-groep en vlamvertragers. Het Nationaal Milieubeleidskader (2020) stelt het voorkómen van lozingen naar het milieu centraal. Maar dit blijkt in de praktijk niet altijd mogelijk, waardoor ook nieuwe zuiveringstechnieken nodig zijn: bijvoorbeeld van de medicijnresten komt 80% in het afvalwater vanuit de huishoudens. Waternet onderzoekt vanuit de hele watercyclus waar de verwijdering het meest maatschappelijk verantwoord, kosteneffectief en doelmatig is: bij de drinkwaterproductie, de afvalwaterzuivering (1-step filter) of in het oppervlaktewater (Bubble barrier). 6.4 Dienstverlening en klantfocus Eén loket Doordat een watercyclusorganisatie verantwoordelijk is voor de uitvoering van alle publieke watertaken, kunnen burgers en bedrijven voor al hun vragen, klachten en storingen bij één organisatie terecht. Door één centrale meldkamer die 24/7 is bemand met eigen mensen kunnen storingen of problemen snel worden opgelost. In de afgelopen jaren is de dienstverlening en de klachtenafhandeling sterk verbeterd.
Meer dan 80% van de contacten verloopt digitaal en meer dan 90% van de vragen en klachten kunnen direct worden opgelost. Klanttevredenheidsonderzoeken zijn op gebied van drinkwater gebruikelijk. Voor waterschappen is dat veel minder gebruikelijk. Door dit te combineren, levert dat voor alle watertaken (voor gemeente en waterschap) waardevolle informatie op. Voorbeeld geïntegreerd call center en chatbot Dankzij de omvang van de organisatie is innovatie mogelijk, waaronder een geïntegreerd callcenter. Na de fusie met het drinkwaterbedrijf in 2006 is besloten de klantcontacten die waren uitbesteed aan PWN en voor DWR aan een callcenter, te gaan inbesteden. De omvang en integraliteit maakten dit mogelijk. Het uitgangspunt hierbij was de opzet van een gezamenlijk klantencontact centrum met een flexibele schil. Vragen op gebied van belastingen en drinkwater werden vanaf die tijd door hetzelfde callcenter afgehandeld. En door te werken met een integraal capaciteitsplan en multiskilled medewerkers voor belastingen en drinkwater, is sprake van een efficiënte capaciteitsinzet.
33 Eindrapport 8 juli 2021
Vanaf 2008 is er veel gewerkt met studenten, die in huis een opleiding kregen. Daardoor is het aantal vragen en klachten dat direct door de medewerker van het klantencontactcentrum kon worden opgelost gestegen van 60% naar meer dan 90%. Daarmee steeg niet alleen de klanttevredenheid, maar werd ook een belangrijke besparing gerealiseerd omdat de back office veel minder belast werd met vragen. In de loop van de afgelopen 15 jaar zijn steeds meer kanalen gebruikt om klantcontacten te organiseren en digitaliseren. Daarbij was het project ‘Dienstverlening naar mobiel’, gestart in 2015, een belangrijke impuls. Sinds 2017 geeft een chatbot direct antwoord op het grootste deel van de vragen. De chatbot draagt direct bij aan de klanttevredenheid en de digitaliseringsdoelen van Waternet. Op die manier houdt de klantenservice meer tijd over voor andere, meer complexe vragen. In de loop van de tijd zijn en worden de functionaliteiten van de chatbot steeds meer uitgebreid. Afgelopen voorjaar is de chatbot ingezet voor het beantwoorden van vragen van medewerkers van Waternet over Corona. De klantcontacten worden actief gemonitord, waardoor proactief kan worden ingespeeld op de klantwensen. De laatste jaren is de klanttevredenheid verder toegenomen van een 7,1 in 2016 naar een 7,9 in 2020. Gelijktijdig is het aantal klachten gedaald.
Voorbeeld synergie bij heffen en invorderen Inwoners en bedrijven betalen vier verschillende heffingen en tarieven voor de waterdiensten. Ze betalen voor drinkwater, riolering, zuivering en watersysteembeheer. Inwoners en bedrijven krijgen hiervoor periodiek een rekening5. Het proces bestaat uit heffen en invorderen. Door integratie zijn er belangrijke voordelen mogelijk. Er kan een geïntegreerd bestand worden bijgehouden en mutaties (zoals verhuizingen) kunnen in één keer verwerkt worden. Invordering kan gecombineerd worden. Door bestandsvergelijking kan de kwaliteit van de bestanden verbeterd worden. Een bedrijf dat veel drinkwater gebruikt maar geen afvalwater produceert (of omgekeerd) is op zijn minst interessant om nader te onderzoeken. Het percentage oninbaar kan hierdoor beperkt worden. 6.5 Arbeidsmarktpositie Aantrekkelijke werkgever Voor een goede uitvoering van watertaken is passend en goed opgeleid personeel essentieel. Het feit dat binnen Waternet alle watertaken van de gemeente Amsterdam en waterschap AGV zijn ondergebracht, is interessant voor talent op de arbeidsmarkt. Daarnaast zijn de diversiteit en maatschappelijke relevantie van het werk in een aantrekkelijk en veelzijdig gebied een belangrijke aantrekkingsfactor. De afgelopen 15 jaar is Waternet in staat gebleken kwalitatief hoogwaardige medewerkers aan te trekken en aan zich te binden.
Veel beleidsmedewerkers en (wetenschappelijk) onderzoekers geven aan dat ze bewust hebben gekozen voor Waternet als watercyclusorganisatie. Ontwikkeling en opleiding Specialisatie is goed mogelijk en door een interne mobiliteit zijn de ontwikkelkansen groot. De interne mobiliteit ligt jaarlijks boven de 10%. De grootte en diversiteit van de organisatie bieden kansen om te leren en daarmee de kansen op de arbeidsmarkt te vergroten. Ook de vraag naar een stageplek bij Waternet is groot, gemiddeld zijn er 60 tot 100 stagiaires per jaar. De oprichting van de Waternet Academie is dankzij de omvang van de organisatie mogelijk. De academie biedt aan medewerkers een groot aantal trainingen en opleidingen, onder andere op het gebied van water en techniek, IT, veiligheid, omgevingswet, leiderschap en persoonlijke vaardigheden. Ook de
5
Door het onderscheid in publiek (belastingheffing) en privaat (drinkwater facturen) is het nu nog niet mogelijk om één rekening te sturen. Wetgeving staat dat niet toe. 34 Eindrapport 8 juli 2021
mogelijkheid om te participeren in internationale projecten van Wereld Waternet versterkt de arbeidsmarktpositie. Gemiddeld zijn jaarlijks 100 medewerkers betrokken bij internationale projecten van Wereld Waternet.
35 Eindrapport 8 juli 2021
7. Waternet in vergelijking met anderen In hoofdstuk 4 is de tariefontwikkeling vanuit het Waternet perspectief toegelicht. In dit hoofdstuk wordt deze vergeleken met andere organisaties. Tevens wordt aan de hand van eerder uitgevoerde benchmarks bezien welke kwaliteit geleverd is, uitgaande van daarvoor geldende kernprestatieindicatoren (KPI’s) voor drinkwater, rioleringen en watersysteem.
7.1 Tariefontwikkeling Zoals in hoofdstuk 4 benoemd, bestaan de watertarieven uit de onderdelen: drinkwatertarief, rioolheffing, watersysteemheffing en de zuiveringsheffing. Hierna wordt per onderdeel aangegeven welke vergelijking met andere organisaties is gemaakt en wat de observaties daarin zijn. In bijlage 3 is de wijze van berekening toegelicht. 7.1.1 Tarieven drinkwater Vergelijking De vergelijking is gemaakt met de drie drinkwaterbedrijven, die gevestigd zijn in west Nederland en vanwege het brakke grondwater, gebruik maken van oppervlaktewater als bron voor de drinkwatervoorziening. Dit zijn PWN, Dunea en Evides. Observaties (zie 7.1) In 2006, bij de start van Waternet had WLB het hoogste drinkwatertarief van Nederland. Per saldo zijn in deze periode alle drinkwaterbedrijven goedkoper geworden. Anno 2021 is het tarief in Amsterdam niet meer het hoogst en is het verglijkbaar met dat van Dunea en Evides. In de gehele periode is de drinkwaterrekening van de vergelijkingsgroep gemiddeld met 7% gedaald en vanuit Waternet met 16% gedaald. Voor PWN, Dunea en Evides geldt een daling van respectievelijk 2%, 6% en 5%. In bijlage 6 is een overzicht opgenomen van de integrale tarieven (gemiddelde van vastrecht en m3 prijs).
Gemiddelde kosten van drinkwater per bemeterd huishouden Kosten per jaar in euro ex BTW en ex BOL 190 180 170 160 150 140 130 2008
2009
2010
2011
Waternet
2012
2013 PWN
2014
2015
Dunea
Figuur 7.1
36 Eindrapport 8 juli 2021
2016
2017
Evides
2018
2019
Gemiddeld
2020
2021
7.1.2 Tarieven rioolheffing Vergelijking Een vergelijking met de G4 gemeenten is gemaakt, vanwege bodemgesteldheid en schaalgrootte. Dit zijn Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag. Gemeenten met een ‘slappe bodem’ geven een ander beeld dan gemeenten met een ‘zandbodem’. Van de G4 gemeenten is Den Haag een gemeente met zandbodem. Observaties (zie figuur 7.2) De gemiddelde stijging van het tarief voor rioolheffing is in Amsterdam in deze periode 9%. De gemiddelde stijging van de G4 gemeenten is 24%. Voor de oprichting van Waternet was het tarief in Amsterdam al lager dan gemiddeld, vanuit een langdurige periode integraal afvalwaterketenbeheer. De gemeenten Rotterdam, Den Haag en Utrecht kennen in de periode 2008-2021 allen een grotere stijging dan Amsterdam, respectievelijk 42%, 37% en 11%.
Rioolheffing per woning G4 250 200 150 100 50 0 2008
2009
2010
Amsterdam
2011
2012
2013
Rotterdam
2014
2015
2016
Utrecht
Figuur 7.2
37 Eindrapport 8 juli 2021
2017
2018
Den Haag
2019
2020
Gemiddeld
2021
7.1.3 Tarieven waterschapsheffingen Vergelijking Hier is een vergelijking tussen waterschappen in West Nederland het meest relevant, door vergelijkbare omvang, bodemgesteldheid en de ligging beneden NAP. Hierin zijn betrokken Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK), Hoogheemraadschap van Rijnland (Rijnland), Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (HDSR), Hoogheemraadschap Delfland (Delfland), Waterschap Hollandse Delta (Hollandse Delta) en Hoogheemraadschap Schieland en Krimpenerwaard (HHSK). Observaties zuiveringsheffing (zie figuur 7.36) In de periode 2008 tot en met 2021 is de zuiveringsheffing voor AGV met 13% gedaald, de gemiddelde stijging van de heffing per v.e. bij de vergelijkingsgroep is 6%. De verandering in heffing van de vergelijkingsgroep is zichtbaar in onderstaande tabel 7.1. Voor alle waterschappen geldt dat ook hier de splitsing van de WVO heeft gezorgd voor een tariefdaling in 2009. AGV
HDSR -13%
HHNK -1%
-4%
Hollandse Delta 15%
Rijnland
HHSK
26%
Delfland
Gemiddeld
30%
6%
-14%
Tabel 7.1
Zuiveringsheffing vergelijkbare waterschappen (per ve)
100 90 80 70 60 50 40
2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 AGV HDSR HHNK HOL RIJN
SCHIE
Gemid
Delfland
Figuur 7.3
Observaties watersysteemheffing De vergelijking van de watersysteemheffing van AGV met andere waterschappen is complex, door de 3 verschillende grondslagen ingezetenen (huishoudens), gebouwd (eigenarenheffing op basis van WOZ waarde) en ongebouwd én de keuzes die de waterschappen kunnen maken in de kostentoedeling naar genoemde categorieën. Voor een vergelijking is gebruik gemaakt van de bij Waternet beschikbare gegevens van de waterschappen HHSK, Delfland, HDSR en Hollandse Delta7.
6
Het tarief van Delfland wijkt significant af. Dit wordt veroorzaakt door de kosten van de nieuwe zuivering na 2009. De gemiddelde tariefstijging in deze periode zonder Delfland bedraagt +1%. 7
Jaarlijks bijgehouden voor het berekenen van het G4 watercyclustarief. 38 Eindrapport 8 juli 2021
De watersysteemheffing voor een huishouden met een eigen woning is bij AGV in de periode vanaf 2011 het meest gestegen (37%). Voor Hollandse Delta, HHSK, HDSR en Delfland is dat respectievelijk 11%, 20%, 27% en 11%). Een belangrijk deel van de verklaring van de stijging voor AGV ligt in de bijdrage aan het HWBP, waaraan AGV de grootste netto betaler is. Zie figuur 7.4.
Watersysteemheffing vergelijkbare waterschappen excl HHNK en Rijnland huishouden met eigen woning 200 150 100 2010
2011
2012
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
AGV
Hollandse Delta
Schieland en de Krimpenerwaard
De Stichtse Rijnlanden
2020
2021
HH van Delfland
Figuur 7.4
7.1.4 Tarief watercyclus Vergelijking Zoals eerder beschreven, zijn er diverse financieringsbronnen voor de watertaken. In Nederland brengen de drinkwaterbedrijven de kosten voor drinkwater in rekening, de gemeenten de rioolheffing (al dan niet uitbesteed) en de waterschappen de zuiveringsheffing en de watersysteemheffing (al dan niet uitbesteed). De kosten voor een huishouden voor alle watertaken kunnen in kaart worden gebracht. Dit ‘watercyclustarief’ vergt wel een aantal keuzes. Zie bijlage 3 voor de beschrijving van deze keuzes. De belangrijkste keuzes om hier te benoemen zijn de vergelijking van het watercyclustarief tussen de G4 over de periode 2011-2021. 39 Eindrapport 8 juli 2021
Observaties Amsterdam kent vanaf 2011 de laagste waterrekening. De gemiddelde stijging van de kosten van water voor een bemeterd meerpersoonshuishouden met eigen woning is in de genoemde periode voor respectievelijk Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht 11%, 15%, 12% en 13% (zie figuren 7.5 en 7.6) (Waternet, 2021a). Watercyclustarief in de jaren 850 800 750
€
Amsterdam
700 Rotterdam
650 Utrecht
600 Den Haag
550 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Jaar
Figuur 7.5 Watercycluskosten 2021 900 800 700
euro
600
Eigenaren Ingezetenen
500
Zuiveringsheffing
400
Drinkwater
300
Rioolrecht
200 100 Amsterdam
Rotterdam
Utrecht
Den Haag
Figuur 7.6
7.2 Prestatievergelijking Naast een financiële vergelijking is het van belang ook de geleverde prestaties inzichtelijk te hebben en deze te vergelijken met anderen. Immers prestaties en kosten zijn onlosmakelijk aan elkaar verbonden. De vergelijking van prestaties is gebaseerd op de in de watersector uitgevoerde benchmarks. Jaarlijks worden de prestaties van drinkwaterbedrijven en waterschappen vergeleken op een aantal gebieden. De drinkwaterbedrijven doen dit jaarlijks middels de prestatievergelijking (ILT, 2020) en de waterschappen middels de Waterschapsspiegel (Unie van Waterschappen, 2021). Voor de rioleringstaak is in 2013 de rioleringsbenchmark uitgevoerd, waar 392 van de 408 gemeenten aan hebben deelgenomen (RIONED, 2013). 40 Eindrapport 8 juli 2021
Belangrijk bij het benchmarken is duiding. Behalve ranking op de diverse gebieden gaat er een impuls vanuit om van elkaar te leren. In de sector is dat meestal niet relevant voor alle organisaties tegelijk, duiding vindt vaak plaats tussen organisaties met dezelfde kenmerken. Daarbij zijn bodemgesteldheid, bevolkingsdichtheid en ligging grofweg de belangrijkste parameters. Er is dan ook geen eensluidend oordeel te geven op de prestaties op alle watertaken door Waternet. In het algemeen kan worden gesteld dat over het geheel van de benchmarks bezien de resultaten van AGV/Waternet vaak gemiddeld of beter dan gemiddeld uitkomen. Zie ook de paragrafen 7.2.1 tot en met 7.2.4. Ook zijn altijd verbeterpunten te benoemen vanuit de benchmarks. Los van de benodigde duiding op deze onderdelen zijn de perceptiekosten voor AGV en de dienstverlening op het gebied van verhuizingen in vergelijking met de drinkwaterbedrijven punten van aandacht. De perceptiekosten van AGV behoren tot de hoogste van de waterschappen (de kosten van heffen en invorderen ten opzichte van de begrote belastingopbrengsten). De gemiddelde score voor dienstverlening van Waternet als drinkwaterbedrijf is ten opzichte van andere sectoren goed (bijvoorbeeld energiebedrijven). De dienstverlening rondom verhuizen scoort op klanttevredenheid het laagst van de drinkwaterbedrijven.
Een aantal indicatoren die in de breedte iets zeggen over de prestaties op de taken wordt hierna nader uitgelicht: a. Drinkwater: leveringszekerheid en waterkwaliteit b. Riolering: overstortfrequentie c. Afvalwaterzuivering: zuiveringsprestatie d. Watersysteembeheer: regionale keringen op orde, peilbeheer 7.2.1 Leveringszekerheid en waterkwaliteit drinkwater In de prestatievergelijking drinkwaterbedrijven (ILT, 2020) worden onder andere de waterkwaliteitsindex en de leveringszekerheid gebruikt om de prestaties met elkaar te vergelijken. Hoe lager de waarde van de waterkwaliteitsindex, hoe beter de waterkwaliteit. De informatie over leveringsonderbrekingen laat zien hoe lang een ‘administratieve aansluiting’ in een jaar gemiddeld zonder water heeft gezeten. Voor leveringsonderbrekingen maken de bedrijven onderscheid tussen geplande onderbrekingsduur vanwege onderhoud en ongeplande onderbrekingsduur vanwege storingen. In onderstaande tabel staat het totaal (gepland en ongepland), in minuten en seconden, gemiddeld over de jaren 2012, 2012 en 2019. Ook hier geldt dus, hoe lager hoe beter. Drinkwater Gemiddeld 2012,2015,2019
Waternet
PWN
Dunea
Evides
Sector gem.
Waterkwaliteitindex
0,0165
0,0705
0,0274
0,0123
0,0653
Leveringszekerheid
13:46
18:21
13:17
18:40
16:53
Tabel 7.2
Voor zowel de waterkwaliteit als de leveringszekerheid scoort Waternet beter dan gemiddeld. 7.2.2 Overstortfrequentie rioleringen Riolering Per 10.000 inwoners, 2012
Amsterdam
Knelpunten
<0,02
100.000+ gemeente >0,16 <0,2
Overstort Tabel 7.3
<0,02
0,08
41 Eindrapport 8 juli 2021
Nederland >0,32 <0,36 >0,2 <0,24
Voor het functioneren van het rioolstelsel is het aantal knelpunten en overstorten belangrijk. Emissies uit de riolering via overstorten kunnen een negatieve impact hebben op de kwaliteit van oppervlaktewater. De meest recente vergelijkingsdata zijn over 2012 (RIONED, 2013). Er is voor gekozen deze in dit rapport op te nemen, omdat prestaties op dit gebied niet veel of langzaam in de tijd wijzigen en daarmee deze vergelijking als categorisering kan worden gebruikt. 7.2.3 Afvalwaterzuivering AGV heeft de afgelopen 10 jaar gemiddeld een hoger zuiveringsrendement dan het gemiddelde van alle waterschappen (figuur 7.7) en ook het gemiddelde van de waterschappen in west Nederland. De waterschapsspiegel toont dit aan (Unie van Waterschappen, 2021). Een beter zuiveringsrendement geldt zowel voor de CZV verwijdering (chemisch zuurstofverbruik), de fosfaatverwijdering als de stikstofverwijdering. Een overzicht van deze meer gedetailleerde prestaties is opgenomen in bijlage 5.
zuiveringsprestatie 2015 - 2020
Zuiveringsprestatie
2020 2019 2018 2017 2016 2015 85%
86%
87%
88% Gem WS
89%
90%
91%
92%
AGV
Figuur 7.7
7.2.4 Watersysteem Het functioneren van het watersysteem kent vele facetten. Grofweg kan het worden ingedeeld in waterveiligheid, voldoende water en schoon water. Voor alle gehanteerde indicatoren geldt dat duiding bij de resultaten belangrijk is. Hierna volgen paar voorbeelden van de prestaties op het gebied van waterveiligheid en voldoende water. Voor schoon water geldt dat monitoring plaatsvindt via de Kaderrichtlijn Water (Informatiehuis Water, 2021). Door de complexiteit in de schoon water problematiek is deze niet in 1 indicator te vangen. Waterveiligheid Waterschappen beheren meer dan 10.000 kilometer regionale waterkeringen. De provincies bepalen welke waterkeringen als zogenoemde regionale keringen worden aangewezen en voorzien deze vervolgens van normen. Ook regionale waterkeringen worden – net als primaire waterkeringen – geregeld geïnspecteerd (op schade en naleving van vergunningen) en periodiek beoordeeld. Afspraken daarover worden met de provincie gemaakt. Wanneer uit de beoordeling blijkt dat een aantal kilometer regionale kering niet voldoet aan de geldende normen, maken waterschap en provincie afspraken over de termijn waarop versterking plaats moet vinden.
42 Eindrapport 8 juli 2021
AGV loopt tot aan 2020 op het gebied van ‘toetsing goed’ op met het gemiddelde. Dit gemiddelde van de waterschappen kent van 2019 naar 2020 een grote sprong (voor groot deel door aanpassing van aantal km regionale keringen in Friesland). AGV heeft afspraken met drie provincies over de regionale keringen om in 2024 de keringen op orde te hebben. Op basis van de huidige voortgang is met deze provincies afgesproken om in 2021 voor een aantal trajecten uitstel te vragen tot 2027. Tot slot moet het % dat in een jaar volgens toetsing goed is vooral in de tijd worden bezien. Het werk kan met zich meebrengen dat in een jaar trajecten in nader onderzoek zijn en scopebepaling moet worden gedaan. De periode daarna worden daarvan de resultaten in een ‘toetsing goed’ zichtbaar. Regionale kering volgens toetsing goed AGV
Gem. WS
2015
56%
57%
2016
60%
62%
2017
66%
66%
2018
67%
68%
2019
71%
74%
2020 Tabel 7.4
77%
85%
Voldoende water Het waterpeil is van groot belang voor alle activiteiten rondom de watergangen. Het gaat dan bijvoorbeeld om droge voeten in stedelijk gebied en gezonde landbouw en natuur. Maar ook voor scheepvaart, waterrecreatie, verschillende industriële activiteiten, stabiele waterkeringen en het tegengaan van bodemdaling of verzilting zijn bepaalde minimale of maximale waterpeilen nodig. Dat die eisen of wensen niet allemaal precies hetzelfde zijn, levert vaak een uitdagende puzzel op. De afspraken over de gewenste peilen komen tot stand na een bestuurlijke afweging van de belangen van de verschillende functies in een gebied.Voor de peilbesluiten die volgens de provinciale verordening worden verplicht, geldt dat deze actueel moeten zijn en technisch op orde. Zo’n peilbesluit is actueel wanneer de herziening heeft plaatsgevonden binnen de termijn die daarvoor is afgesproken. % peilen technisch op orde AGV
Gem. WS
2015
63%
77%
2017
93%
86%
2018
93%
88%
2019
94%
90%
2020 Tabel 7.58
94%
90%
8
In de database van de waterschapsspiegel onbreken de gegevens met betrekking tot peilen over 2016. 43 Eindrapport 8 juli 2021
Gebied met actueel peilbesluit AGV
Gem. WS
2015
81%
81%
2017
100%
92%
2018
100%
94%
2019
100%
94%
2020 Tabel 7.6
100%
95%
44 Eindrapport 8 juli 2021
8. Conclusie, reflectie en toekomstperspectief De laatste deelvraag is: Wat zijn de huidige (maatschappelijke) opgaven ten aanzien van de watertaken voor de bestuurlijk opdrachtgevers? In hoeverre hebben de maatschappelijke, beleidsmatige en politiek-bestuurlijke ontwikkelingen gevolgen voor de doelstellingen van samenwerking? Eerst worden de conclusies op alle deelvragen getrokken, dan volgt de reflectie en verdieping op de laatste deelvraag. Met welke doelen en hoe de gemeente Amsterdam en waterschap AGV in de toekomst gaan samenwerken is aan hen. Zij besluiten daarover in het governancetraject. In de laatste paragraaf wordt wel aangegeven wat de richting van de samenwerkingsdoelen kan zijn, gezien de opgaven en ontwikkelingen.
8.1 Conclusies De hoofdvraag was: in hoeverre en waar is er aantoonbare meerwaarde gerealiseerd door de samenwerking? Deze hoofdvraag is uitgewerkt aan de hand van de deelvragen. De conclusies die daaruit getrokken kunnen worden zijn, per deelvraag: 1. Met de oprichting van een gemeenschappelijke organisatie is een integraal waterbeheer en een samenhangend en doelmatig beleid en beheer beoogd met betrekking tot alle aspecten van de waterhuishouding. Dit kan beschouwd worden als het overkoepelende hoofddoel van de samenwerking en vormt de basis voor de vraag welke meerwaarde dit heeft opgeleverd. De oprichting van een gemeenschappelijke operationele organisatie bood een goede waarborg voor behartiging van de belangen van alle deelnemende partijen en vormde een uniek antwoord op een uniek probleem. 2. Trends en ontwikkelingen zorgden voor een aanvulling van de in de samenwerkingsovereenkomsten afgesproken doelen en opgaven (zoals klimaatadaptatie, energietransitie, circulair en biodiversiteit). Strategische nationale en internationale afspraken moe(s)ten door vertaald worden. De trends vragen om een actieve positie in te nemen in regionale en nationale netwerken. 3.
Doelmatigheid (het nastreven van efficiency) en daarmee het realiseren van besparingen is mogelijk geweest door het benutten van schaalvoordelen en synergie van geïntegreerd waterbeheer in de gemeenschappelijke organisatie. Overigens zijn ook andere organisaties doelmatiger gaan werken, door intensievere samenwerking tussen met name gemeenten, waterschappen en drinkwaterbedrijven, en verbeterd assetmanagement. Waternet heeft de bestuurlijk overeengekomen en vastgelegde besparingsdoelstellingen ruimschoots behaald. In de periode vanaf 1997 tot de oprichting van Waternet is geen sprake van bestuurlijke besparingsopdrachten. De fusie had onder andere doelmatigheid en efficiency tot doel, echter zonder financiële doelstelling. In totaal is over de periode 2007 tot en met 2021 structureel 45 miljoen euro per jaar bespaard. Primaire doelstellingen bedroegen bij elkaar 23 miljoen euro. Lopende de periode zijn de doelen aangevuld met taakstellingen door de opdrachtgevers tot een totaal van 37 miljoen euro. 4. Waternet heeft prestaties geleverd: a. Op het overeengekomen hoofddoel In concrete voorbeelden is te zien hoe integraliteit en samenhang van wateraspecten tot meerwaarde in prestaties leidt. Ook zit er meerwaarde in het integrale assetmanagement, dat het primaire proces van Waternet is. In de evaluatie van 2002 staat dat medewerkers 45 Eindrapport 8 juli 2021
zich zowel rekenschap geven van de verantwoordelijkheden van het waterschap als van de gemeente, en dat netwerken elkaar versterken. Wat betreft het geïntegreerd nautisch en vaarwegbeheer is de bedoeling maar in beperkte mate gerealiseerd. Wel voor de brugbediening maar niet voor het nautisch beheer, vergunningverlening en handhaving. b. Op aanvullende doelen Waternet heeft een groot innovatief vermogen en een internationale reputatie. Waternet heeft invulling gegeven aan de 1 loket benadering in dienstverlening, en is interessant voor talent op de arbeidsmarkt. Waternet kan in netwerken waardevolle strategische inbreng geven door de combinatie van perspectieven van waterschap, gemeente en drinkwaterbedrijf. Op nieuwe maatschappelijke opgaven (zoals klimaatadaptatie, energietransitie, circulair en biodiversiteit) zijn concrete producten en resultaten geleverd, waarbij geprofiteerd is van de integrale benadering. 5. De doelmatigheid vertaalt zich in de tarieven en is niet ten koste gegaan van kwaliteit. Amsterdam kent van de G4 de laagste waterrekening voor alle wateraspecten samen, op basis van berekening van het ‘watercyclustarief’, vergeleken in de periode 2011-2021. In de benchmarks op prijs en kwaliteit zijn de resultaten van AGV / Waternet vaak gemiddeld of beter dan gemiddeld. Ook blijft de schuldquote van AGV binnen de afspraak van maximaal 400%. 6.
De huidige (maatschappelijke) opgaven ten aanzien van de watertaken en de maatschappelijke, beleidsmatige en politiek-bestuurlijke ontwikkelingen hebben gevolgen voor de doelstellingen van samenwerking: meer sector-overstijgend en maatschappelijk dan integraal waterbeheer, en meer gericht op bestuurlijke afstemming. In het licht van het oorspronkelijk hoofddoel van samenwerking tussen Amsterdam en AGV zijn positieve conclusies getrokken. Hoe geldt dat naar de toekomst toe? Wat is er dan nu aan de hand? Wat zijn de huidige (maatschappelijke) opgaven ten aanzien van de watertaken voor de bestuurlijk opdrachtgevers? In hoeverre hebben de maatschappelijke, beleidsmatige en politiek-bestuurlijke ontwikkelingen gevolgen voor de doelstellingen van samenwerking? Dit vraagt reflectie vanuit maatschappelijke opgaven waar de gemeente Amsterdam en AGV voor staan, trends en ontwikkelingen. 8.2 Maatschappelijke opgaven Opgaven In hoofdstuk 3 zijn maatschappelijke trends benoemd die zich vertalen in nieuwe inhoudelijke opgaven. Klimaatverandering, demografische ontwikkelingen in de regio, de toenemende druk op de openbare ruimte en ondergrond, de energietransitie en de transitie naar een circulaire economie maken het noodzakelijk fundamenteel anders te gaan kijken naar het watersysteem. Ook bodemdaling en biodiversiteit zijn maatschappelijke opgaven.
Strategische nationale en internationale afspraken moe(s)ten door vertaald worden naar het werkgebied van Amsterdam en AGV. De trends vragen ook om een actieve positie in te nemen in regionale en nationale netwerken, en om het vergroten van bestuurlijke sensitiviteit. Van integraal waterbeheer naar een sector-overstijgende benadering Klimaatverandering grijpt in op het watersysteem en werkt door in het maatschappelijk gebruik en de ruimtelijke inrichting. Om klimaatverandering zoveel mogelijk tegen te gaan (CO2 reductie) zijn er de opgaven van energietransitie en circulair. Om te anticiperen op de gevolgen van klimaatverandering, is (ruimtelijke) adaptatie nodig. In de concept Omgevingsvisie 2050 van Amsterdam wordt dit verwoord als “de noodzakelijke omschakeling vanwege de klimaatverandering en klimaatbestendigheid” en “Amsterdam neemt met een ambitieuze inzet op klimaatneutraliteit, duurzame energie en een circulaire stad zijn verantwoordelijkheid in het tegengaan van 46 Eindrapport 8 juli 2021
klimaatverandering. Tegelijk dwingt onze kwetsbare ligging ons tot een stevige inzet op klimaatadaptatie” (Gemeente Amsterdam, 2021, p.16 en p.168). Deze opgaven gaan verder dan ‘integraal waterbeheer’, waar de samenwerkingsovereenkomsten tussen Amsterdam en AGV van uit gingen. De opgaven vragen sector-overstijgende afwegingen, bijvoorbeeld met de ruimtelijke ordening, en vragen een gebiedsgerichte manier van bestuurlijk samenwerken. In de notitie ‘AGV in de maatschappij’, omschrijft het waterschap dit als volgt: “We bewegen van een sectorale naar een integrale benadering van water. En dat heeft consequenties voor de manier waarop we werken en besturen” (AGV, 2020, p.1). Ook vanuit de nieuwe Omgevingswet moeten alle aspecten van de fysieke leefomgeving in samenhang en interbestuurlijk worden bezien. Het uitgangspunt voor samenwerking vanuit de Omgevingswet is werken als één overheid. Dit betekent in de (bestuurlijke) samenwerking over de muren van eigen taken kijken. Bij de nieuwe opgaven is de knip tussen taken van overheden ook niet duidelijk te maken. In het stichtingsbestuur van Waternet is in 2020 meerdere malen stilgestaan bij de noodzaak tot evaluatie van de samenwerking redenerend vanuit de nieuwe maatschappelijke opgaven en het politieker worden van enkele bedrijfsvoering onderwerpen.
Fiscaal-juridische aspect De opgaven van circulaire economie en energietransitie leiden tot nieuwe activiteiten waarbij het risico speelt op verlies van de koepelvrijstelling. Er is “regelmatige onzekerheid over de toepassing van de koepelvrijstelling in de omzetbelasting op de dienstverlening van Waternet aan het waterschap (en Amsterdam). Het verliezen van de koepelvrijstelling zou in financiële zin grote implicaties kunnen hebben” (AGV, 2021, p.5). Voor een deel van deze activiteiten is het om juridische, fiscale, organisatorische en administratieve redenen wenselijk en soms ook noodzakelijk dat deze worden ondergebracht in een aparte juridische entiteit. AGV (2020) heeft hiervoor een deelnemingenbeleid ontwikkeld, mede gebaseerd op dat van de gemeente Amsterdam. Grotere onzekerheden De klimaatverandering, transities en nieuwe opgaven brengen grotere onzekerheden met zich mee dan in het verleden het geval was. De veronderstelde stabiele relatie tussen natuurlijk systeem en gebruik staat onder druk. Burgers zijn gewend dat het watervraagstuk ‘beheerst’ wordt, terwijl de kosten relatief stabiel zijn (NSOB, 2020). De trends en ontwikkelingen begrenzen het vermogen van prestatiesturing, mede omdat er in mindere mate zekerheid en beheersing mogelijk is (zie ook Van der Vlist et al., 2020).
8.3 Spanning tussen bedrijfsmatige prestatiesturing en de samenwerkende overheid Ambivalente ontwikkelingen in de sturing De waterschappen zijn politieker geworden, zo is in hoofdstuk 3 toegelicht. Tegelijk blijft doelmatig presteren belangrijk. Voor de gemeente Amsterdam is een doelmatig presterende uitvoeringsorganisatie als Waternet van belang, en spelen ook de strategische uitdagen van nieuwe maatschappelijke opgaven van CO2-reductie en adaptatie, waarin water een rol speelt. Met de integratie van het drinkwaterbedrijf, kreeg het ‘bedrijfsmatige’ meer positie. Dat is nu bijvoorbeeld te zien in de uniformering van het assetmanagement. Tegelijk zijn het waterschap en de gemeente overheidsorganisaties met strategische opgaven, in het licht van onzekerheid. Ook is het inzicht ontstaan, dat er structureel een bestuurlijke bezinning dient te zijn georganiseerd om spanning tussen een bedrijfsmatige prestatiesturing en de bestuurlijke context, zoals de samenwerkende overheid, te voorkomen. Meerdere overheidsrollen naast elkaar Deze spanning kan geduid worden met verschillende rollen van de overheid, die naast elkaar kunnen bestaan. Het gaat daarbij vooral om de rol van de ‘presterende overheid’, linksboven in onderstaande figuur, en de ‘netwerkende overheid’, rechts in de figuur.
Vanuit de presterende overheid worden politieke ambities zoveel mogelijk vertaald in outputgerichte en meetbare doelen 47 Eindrapport 8 juli 2021
en in de uitvoering wordt de nadruk gelegd op de doelgerichtheid en doelmatigheid van interventies. De burger is in dit perspectief een ‘klant’ die zo goed mogelijk moet worden bediend. Bij de ‘netwerkende overheid’ vindt meer horizontale afstemming plaats tussen stakeholders en er worden gezamenlijke besluiten gemaakt en vastgelegd. Doelbepaling vindt dan ook niet alleen binnen de overheid plaats, maar in interactie met belangrijke partners. De rol van beleid is dan ook voor een belangrijk deel om maatschappelijke voorkeuren te vertalen naar onderling afgestemde handelingspraktijken (NSOB en PBL, 2014). Dit betekent dat bij de netwerkende overheid de te bereiken prestaties en output niet vooraf kunnen worden vastgelegd. Overheidssturing vindt - in de context van de netwerksamenleving - steeds meer plaats in de rechterkant van het schema (zie de pijl in onderstaande figuur). Sturingsvormen volgen elkaar echter niet op, maar komen als ‘sedimentaire lagen’ over elkaar te liggen (NSOB, 2013). Bij de rollen van de overheid is het dus niet dat het één dat het ander vervangt, maar dat meerdere rollen naast elkaar staan. Dat is spanningsvol.