CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1.1 Stedenbouwkundig Plan Centrumplein.pdf

RAAD 12 december 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van de Investeringsnota Centrumplein (Buikslotermeerplein in Amsterdam Noord) inclusief Stedenbouwkundig Plan Centrumplein, herziening van de grondexploitatie en het beschikbaar stellen van een uitvoeringskrediet. (VN2024-016048)21.393 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

autoparkeren 82

Algemene invalideparkeerplekken en prive invalideparkeerplekken komen in eerste instantie op eigen terrein, daarna in de bestaande openbare parkeergelegenheid op maaiveld en in garages. Voor de volledige parkeerbalans zie bijlage.

Fiets- en scooterparkeren Fietsen is een populaire manier van verplaatsen in Amsterdam. Om al deze fietsen te kunnen parkeren moet er goed nagedacht worden over de manier waarop dat gebeurt. Op het Centrumplein worden de normen gehanteerd uit de Nota Parkeernormen Fiets en Scooter d.d. 19 maart 2018. In de nota zijn de fietsnormen bindend, in tegenstelling tot de scooternormen. Op korte termijn wordt de Nota aangepast. De normen voor scooters worden dan eveneens bindend. Een tweede aanpassing betreft de norm voor bezoekersparkeren voor woningen. Deze wordt verlaagd van 0,5 naar 0,25 parkeerplaats per woning in de openbare ruimte. Vooruitlopend op de vaststelling van de aangepaste Nota zijn beide aanpassingen als uitgangspunt gehanteerd bij het SP Centrumplein. Voor het Centrumplein is een parkeerbalans opgesteld. Uitgangspunt is dat mensen die voor langere tijd parkeren (werknemers, scholieren, bewoners, bezoekers bioscoop, museum) dit doen in (gebouwde) parkeervoorzieningen op eigen terrein, terwijl kort parkeren in de openbare ruimte plaatsvindt. Wat betreft lang parkeren is het uitgangspunt dat elke kavel de eigen parkeerbehoefte oplost op eigen terrein in de vorm van inpandige, collectieve parkeerplaatsen, bij voorkeur op de begane grond, of anders op een heldere, comfortabele wijze te bereiken vanuit de openbare ruimte. De stallingen worden niet aan de gevel gesitueerd.

maar er moeten per woning altijd minimaal twee plekken in een laag rek beschikbaar zijn. Daarnaast is goede bereikbaarheid vanaf het maaiveld voorwaarde voor het toestaan van de gemeenschappelijke fietsenberging en stelt het Bouwbesluit eisen aan het beheer van de stalling. De opgestelde parkeerbalans wijst uit dat ca. 900 parkeerplekken gerealiseerd moeten worden in de openbare ruimte. Hierbij is nog geen rekening gehouden met de mogelijkheden van dubbelgebruik. Met name de zijde van het winkelcentrum is interessant, omdat zich hier reeds een groot aantal parkeerplekken ten behoeve van de supermarkten (Jumbo & Lidl) bevinden. Kort parkeren wordt geaccommodeerd in de openbare ruimte, in de vorm van omlijnde fietsparkeervakken met nietjes.

2.4.7 Laden en lossen Bij het indienen van bouwplannen voor voorzieningen wordt de aanvrager verzocht om een bevoorradingsplan op te stellen. Dit om te kunnen toetsen hoeveel laad- en losbewegingen een voorziening met zich meebrengt, of een voorziening bijvoorbeeld een laad- en losvoorziening op eigen terrein of een voorziening op straat nodig heeft, of dat er geen aparte voorzieningen nodig zijn. Voor het cultuurgebouw geldt dat een eventuele laad- en losvoorziening inpandig gerealiseerd moet worden, ontsloten vanaf de IJdoornlaan.

In de parkeerbalans is ervan uitgegaan dat de benodigde fietsparkeerplekken voor het cultuurgebouw op eigen terrein gerealiseerd worden. In de bioscoop bevindt zich een gebouwde fietsparkeervoorziening met een capaciteit van ca. 700 plekken. Deze wordt momenteel niet gebruikt. In de vervolgfase zal onderzocht worden onder welke voorwaarden deze voorziening ingezet kan worden om de parkeerdruk op het Centrumplein te verlichten. Voor de volledige balans; zie bijlage.

Het aantal te realiseren fietsparkeerplekken voor bewoners is volgens de Bouwbrief 2015-130 gerelateerd aan de woninggrootte, en moet inpandig gerealiseerd worden. De gemeente geeft de voorkeur aan een gezamenlijke fietsenstalling. Dubbellaags parkeren is toegestaan, 83

2.5 Duurzame gebiedsontwikkeling Gemeente Amsterdam hanteert thema’s voor duurzame gebiedsontwikkeling die elk bestaan uit een aantal regels waaraan alle ontwikkelingen moeten voldoen. De regels zijn hieronder per thema verder uitgewerkt en komen uit vastgesteld landelijk en gemeentelijk beleid, te vinden op de website, inclusief verwijzingen naar onderliggend beleid. Het Amsterdamse beleid komt overeen met de landelijke regelgeving, en stelt geen aanvullende of extra eisen. Zie ook: Duurzaamheid aspecten gemeente Amsterdam: https://www.amsterdam.nl/wonen-leefomgeving/duurzaam-amsterdam/duurzaam-ontwikkelen/. Duurzame energie en aardgasvrij Nieuwbouw voldoet aan de landelijke regelgeving op het gebied van BENG en is aardgasvrij Westpoort Warmte realiseert voor het Centrumplein een collectief hybride stadswarmte en koude net. Buikslotermeerplein ligt in het concessiegebied. Er geldt hier een publiekrechtelijke aansluitplicht op basis van de bouwverordening. Afwijken kan alleen met een duurzamer systeem en binnen de kaders van het bodemenergieplan. De daken van de hoogte-accenten kunnen worden gebruikt voor pv-panelen en het opwekken van windenergie. Indien pv panelen op de gevel geplaatst worden zijn deze integraal onderdeel van de architectuur. Uitstootvrije Mobiliteit en schone lucht Fiets- en scooterparkeren voor bewoners bevindt 84

zich op eigen terrein. Hiervoor dienen voldoende aansluitpunten voor het elektrisch laden van e-bikes en e-scooters aanwezig te zijn. Zie de website duurzame ontwikkeling, uitstootvrije mobiliteit en schone lucht.

aan de toekomstige eigenaar of VvE van de gebouwen. Verder gelden de volgende uitgangspunten:

Klimaatadaptatie Gebouwen zijn rainproof en voldoen aan de Hemelwaterverordening Amsterdam. Informatie is beschikbaar op de website duurzaam ontwikkelen, klimaatadaptatie.

•

Natuurinclusief bouwen De gemeente Amsterdam stimuleert ontwikkelende partijen om natuurinclusieve maatregelen een vroegtijdig stadium van de gebiedsontwikkeling te integreren in het ontwerp. Zie de website duurzaam ontwikkeling, natuurinclusief bouwen en ontwerpen. Er dienen natuurinclusieve maatregelen genomen te worden zodanig dat minimaal 30 punten gehaald worden in het Amsterdamse puntensysteem voor natuurinclusief bouwen. Het stadsdeelbestuur van Amsterdam Noord heeft een ecologische kaart vastgesteld met aanbevelingen en suggesties voor natuurinclusief bouwen. Geadviseerd wordt deze kaart te raadplegen. Https://www.amsterdam.nl/stadsdelen/ noord/ecologische-kaart-noord/ Circulair gebouwde omgeving Er wordt alleen hout toegepast met een FSC-keurmerk of een vergelijkbare kwaliteit. Daarnaast is een grondstoffenpaspoort verplicht. Dit zorgt ervoor dat de toegepaste materialen en componenten bekend zijn en faciliteert zodoende toekomstig hergebruik. Het materialenpaspoort dient bij oplevering overgedragen te worden

•

Er moet voldaan worden aan de geldende MPG-score; Er mogen geen uitlogende materialen, zoals lood, koper, ongecoat zink en verzinkte materialen en teerhoudende dakbedekking toegepast worden.

Meer info op de website duurzaam ontwikkelen, circulair gebouwde omgeving Afvalvrije stad Nieuw te ontwikkelen woningen voldoen aan de daarvoor geldende eisen en dragen bij aan een afvalvrije stad in 2050. Huishoudelijk afval wordt door de gemeente ingezameld. Hiervoor dient voldoende ruimte te worden gereserveerd. Huisvuil wordt ingezameld middels ondergrondse containers. Bij de ontsluiting van het gebied dient hier rekening mee gehouden te worden. Dit heeft met name betrekking op het ‘interieur’ van het plangebied. In de vervolgfase moet voor het plangebied een integraal plan met betrekking tot huisvuilophaal opgesteld worden. De doelstellingen uit het Uitvoeringsplan Afval & Grondstoffen zijn hierbij leidend. Kansen en ambities Naast de bovenstaande eisen biedt de gebiedsontwikkeling op het Centrumplein kansen op vergroening via daarbij aansluitende thema’s klimaatadaptie en natuurinclusief. Voor het Buikslotermeerplein gaat het om een

integrale ontwikkeling van duurzaamheidsthema’s in de stedenbouwkundige en ecologische planvorming. Daarbij ligt de focus op 3 integrale opgaven: • • •

Adaptief en duurzaam Gezond Buikslotermeerplein Klimaatadaptief en natuurinclusief

en gevels. Dit voorkomt hoge kosten en uitval van beplanting en bespaart drinkwater. Gebouwen dragen niet bij aan hittestress van de omgeving. Opwarming van de binnenruimtes wordt voorkomen met passieve maatregelen, zoals zonwering, overstekken en vloerverkoeling. Groen op gevels en daken is ecologisch en esthetisch een belangrijk verbindend element tussen de openbare ruimte en het gebouw.

Adaptieve en duurzame gebouwen Adaptief bouwen houdt in dat gebouwen in hun levensduur aanpasbaar zijn. Dit kan door bijvoorbeeld flexibele plattegronden of demontabel bouwen. Daarnaast is het materiaalgebruik van belang. Waar mogelijk worden bestaande materialen hergebruikt.

Door gelaagdheid van de gebouwen en daar groen toe te voegen op verschillende niveaus levert dit significante verbetering op. In verband met adaptief vermogen wordt ingezet op inheemse beplanting.

Amsterdam stimuleert het bouwen met hout voor zowel casco als afbouw als ook het gebruik van biobased materialen voor isolatie en gevelmaterialen.

Ten noorden en zuiden vormen de oost-west routes groene boulevards die een belangrijke ecologische verbinding zijn in het gebied. Aangrenzende kavels zijn met hun groene gevels en daken onderdeel van deze verbindingen en houden hier rekening mee in hun ontwerp

Ten behoeve van toekomstbestendigheid worden woningen kleiner dan 40 m2 zo ontworpen dat ze in de toekomst zonder constructieve aanpassingen gekoppeld kunnen worden. Klimaatadaptieve én natuurinclusieve gebouwen Vergroening is de belangrijkste opgave in dit gebied. Om te komen tot een significante vergroening in een nu versteend gebied is een integrale aanpak nodig die het gebied er groener uit laat zien en ook als zodanig beleefd wordt en een bijdrage levert aan klimaatadaptatie en natuurinclusiviteit.

Groene daken worden gerealiseerd op de lager gelegen gebouwdelen, ter plaatse van de setbacks en op het basement. Een dakpakket van minimaal 60cm is het uitgangspunt voor alle groene daken. Voor de setbacks is het uitgangspunt een dakpakket van minimaal 30cm.

Hemelwater wordt bij voorkeur geborgen en hergebruikt voor de irrigatie van de groene daken 85

86

3. Techniek 3.1. Ondergrond Grondwater De grondwaterstand op het Buikslotermeerplein is problematisch, mede door de lage ligging van de polder, de in de loop der tijd aangepaste waterhuishouding en de slechte waterdoorlatendheid van de bodem. Het huidige maaiveld van het Centrumplein ligt op ca. NAP -3,50 m. De gemiddelde grondwaterstand varieert tussen de NAP -4,6 m nabij de bestaande waterloop aan de westzijde van het Centrumplein en NAP -3,70 m aan zuidoostelijke zijde bij de bestaande bebouwing en de weg BSMP-zuid. De gemeente Amsterdam streeft naar een ontwateringsdiepte van tenminste 90 cm ten opzichte van het bestaande maaiveldniveau. Een aanzienlijk deel van het Centrumplein voldoet dus niet aan de gemeentelijke eis. Het verbeteren van de ontwatering is essentieel voor de geplande vergroening van het Centrumplein. Er zijn meerdere mogelijkheden om de ontwateringsdiepte te verbeteren, te weten: • • • •

Ophogen van het maaiveld; Toevoegen van oppervlaktewater; Grondverbetering; Drainage toevoegen.

Laatstgenoemde optie is het minst wenselijk vanuit gemeentelijk beleid omdat dit de minst duurzame oplossing is. Vanwege de te handhaven bestaande bebouwing en het aansluiten op bestaande boven- en ondergrondse infrastructuur

maaiveldhoogtes (indicatief) 87

is structureel ophogen van het plangebied nietmogelijk. Structureel toevoegen van oppervlaktewater is niet wenselijk omdat dit ten koste gaat van de gebruiksmogelijkheden van de openbare ruimte en / of conflicteert met de bestaande en nieuwe vereiste ondergrondse infrastructuur. In het Schetsontwerp Openbare Ruimte (SO OR), onderdeel van het Stedenbouwkundig Plan, zijn de drie pleinen opgehoogd met maximaal ca. 60 cm. rekening houdend met de bestaande bebouwing en de randvoorwaarden vanuit Geboden Toegang. Ingenieursbureau Fugro heeft op basis van het schetsontwerp een aantal scenario’s geanalyseerd met als belangrijke conclusie dat zonder het toepassen van drainage de gewenste ontwateringsdiepte op het Centrumplein niet haalbaar is. Zij adviseren een scenario waarin de voorgestelde ophoging in het SO OR gecombineerd wordt met drainage op die plekken waar ophoging niet mogelijk is. Op deze wijze is de gewenste ontwateringsdiepte haalbaar. Zie bijlage Fugro, Modelstudie Buikslotermeerplein Amsterdam, Rapportage modelberekening scenario 1-5, 1901-2023. In het paraplubestemmingsplan ‘Grondwater-neutrale kelders’ is opgenomen dat kelders niet zijn toegestaan op het Buikslotermeerplein vanwege kans op opbarsten. Hiervan kan afgeweken worden middels een buitenplanse afwijking. De initiatiefnemer is verplicht een geohydrologisch en een geotechnisch rapport op te (laten) stellen.

Doel van het eerste rapport is aan te tonen dat en hoe de kelder grondwaterneutraal kan worden gerealiseerd. Het tweede rapport moet inzicht verschaffen in het opbarstrisico van 88

de kelder(s) na realisatie ervan. Zie bijlage Fugro, Waterhuishoudkundige notitie ontwikkeling Buikslotermeerplein Amsterdam, 08-05-2023. Bodem-energieplan Voor het Buikslotermeerplein is een bodemenergieplan (BEP) opgesteld door IF Technology (juni 2022). Doel optimaal gebruik te maken van de ondergrond voor bodemenergie. Het bodemenergieplan onderscheidt een aantal zones voor warmtebronnen, koudebronnen en monobronnen, met daartussen buffers om negatieve interferentie tussen de bronnen te voorkomen. Op het Centrumplein zijn zones voor warmteen koudebronnen aangewezen. Op basis van de huidige inzichten met betrekking tot het maximaal te realiseren programma op het Centrumplein wordt nu uitgegaan van twee warmte- en twee koudebronnen in de openbare ruimte. De exacte positie van de bronnen dient vastgelegd te worden in de vervolgfase, in het op te stellen Voorlopig Ontwerp van de Openbare Ruimte (VO OR). Voor een verdere toelichting en de (technische) randvoorwaarden wordt verwezen naar de bijlage van If technology ‘Buikslotermeerplein in Amsterdam, Bodemenergieplan’. Het BEP wordt seperaat voorgelegd aan de gemeenteraad van Amsterdam ter vaststelling. Masterplan kabels & leidingen Door de geplande ontwikkeling van het Centrumplein zullen vooruitlopend hierop een groot aantal bestaande kabels & leidingen omgelegd moeten worden door de gemeente.

De doorgaande tracés van warmtenet en riolering aan de

westzijde van het plangebied worden in elk geval gehandhaafd. Het doorgaande tracé van Lander -hoge druk gas- onder de kavel A1 zal verlegd moeten worden, evenals de nabij gelegen lage drukgasleiding. Warmte Koudeopslag De toekomstige bebouwing wordt aangesloten op een hybride warmte koudeopslag-systeem (WKO). In overleg met Vattenfall zijn zowel de hoofdtracés van de ondergrondse infrastructuur vastgesteld als de indicatieve positie van de benodigde centrale voor de WKO. Deze wordt geïntegreerd in de kavel A1. Vooruitlopend op de bouw van de kavel A1 is naar alle waarschijnlijkheid een tijdelijke centrale nodig ten behoeve van de ontwikkeling van ’t Warderschip. Deze wordt in de openbare ruimte geplaatst, direct ten noorden van het gebouw. Voor het aansluiten op WKO heeft elke kavel een tweetal voorzieningen nodig, te weten een regelkamer en een grootzakelijke aansluiting. Deze worden inpandig gerealiseerd. Met Vattenfall is overeengekomen dat de maximale tracébreedte voor de transportleidingen 4,70 meter is, voor de distributieleidingen is dit 1,95 meter. Gebouwde voorzieningen Aanvullende nutsvoorzieningen voor de geplande ontwikkelingen zoals trafo’s en warmteoverdrachtstations (WOS) worden inpandig op de kavels gerealiseerd. Dit is mede afhankelijk van het programma per kavel.

Overige voor de bedrijfsvoering van de nutsbedrijven benodigde gebouwde voorzieningen worden inpandig gerealiseerd of in het ontwerp van de gevel geïntegreerd. Liander heeft aangegeven geen extra middenspanningsruimtes (MSR) op het Centrumplein nodig te hebben.

Ruimtereservering K&L in de openbare ruimte In het schetsontwerp openbare ruimte (SO OR) is rekening gehouden met een 6 m. brede zone rondom de te ontwikkelen kavels ten behoeve van de distributiepakketten van de nutsbedrijven. Bij de uitwerking van het schetsontwerp tot een Voorlopig Ontwerp openbare ruimte (VO) zullen de benodigde tracés en de geplande bomen verder op elkaar afgestemd worden. Uitgangspunt is een minimale afstand van 2 meter tussen boom en tracé. In het concept-masterplan k&l zijn een aantal zones opgenomen ter plekke van de geprojecteerde bomenrijen welke vrij moeten blijven van k&l. Het ontwerp en de aanleg van k&l in de openbare ruimte wordt gedaan conform de verordening Werken in de Openbare Ruimte (WIOR). Voor tracé bepaling zijn de daartoe landelijk geaccepteerde richtlijnen, zoals relevante NEN-normen, van toepassing. Hierbij geldt voor distributiekabels en -leidingen onderstaande volgorde (achtereenvolgens van gevel naar midden weg): telecommunicatie, gas, water, elektriciteit, riool, warmte / koude. Een standaardprofiel heeft in de maximale variant een breedte van 12,1 meter (zonder gasleidingen). Hierbij is rekening gehouden met een transport strook van 4.7 meter voor WKO en aan twee zijden gebouwen met aansluitingen. Als er aan 1 zijde gebouwen zijn, wordt dit 7.8 meter (zonder gasleidingen) en uitgaande van enkel een distributiestrook voor WKO).

Hierbij is geen rekening gehouden met de bovengrondse inrichting die invloed heeft op de ondergrondse ruimte. Denk hierbij aan bomen, opsluitbanden en lichtmasten. bodemenergie en kabels en leidingen zones 89

3.2. Milieuaspecten Wind Zie paragraaf’Microklimaat’en het windhinderonderzoek in de bijlage. Geluid Het akoestisch onderzoek loopt. Het onderzoek en de conclusies worden nog aan het definitieve concept SP toegevoegd. Ecologie Een quickscan is uitgevoerd en toegevoegd als bijlage bij dit plan Stikstof Het stikstofonderzoek loopt. Het onderzoek en de conclusies worden nog aan het definitieve concept SP toegevoegd. Luchtkwaliteit Het onderzoek naar de luchtkwaliteit loopt. Het onderzoek en de conclusies worden nog aan het definitieve concept SP toegevoegd. Bodemkwaliteit In het paraplubestemmingsplan Grondwaterneutrale kelders is vastgelegd dat op het Centrumplein geen kelders zijn toegestaan vanwege het risico van opbarsten. De ontwikkelende partij zal middels een geohydrologisch onderzoek moeten aantonen dat het initiatief niet strijdig is met het belang van grondwaterneutraal bouwen. Archeologie Het Bureau Monumenten en Archeologie (MenA) heeft in 2011 een archeologische signaleringskaart samengesteld. In het onderzoeksgebied zijn geen archeologische verwachtingen. 90

Cultuurhistorie Door Monementen en Archeologie is op 22 november 2016 een cultuurhistorische verkenning uitgevoerd. Hieruit volgt dat de heldere en eenduidige opzet van het oorspronkelijke winkelcentrum bij de restyling van de jaren 90 is aangetast. Het gebied bevat geen monumenten.

Externe veiligheid In de nabijheid van de projectlocatie bevinden zich geen risicovolle inrichtingen of andere bronnen die relevant zijn voor de externe veiligheid. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de externe veiligheid van de voorgenomen ontwikkelingen.

Milieuhinder bedrijven In het plangebied is sprake van een mix van wonen en voorzieningen. De voorzieningen die tot de mogelijkheden behoren laten zich door hun lage milieucategorieën combineren met woonfuncties.

3.3 Fasering

In de nabijheid van het plangebied zijn geen bedrijven met een relevante milieucontour aanwezig. Op enige afstand van het plangebied bevindt zich het winkelcentrum Boven ‘t Y. De winkels kunnen zijn voorzien van koel- en warmteinstallaties die geluid veroorzaken. Deze installaties moeten voldoen aan de normen uit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). De milieugebruiksruimte van de bestaande winkels wordt met de komst van de nieuwe woningen niet verder ingeperkt en, vanwege de afstand, is overlast vanwege eventuele installaties van de winkels ter plaatse van de nieuwe woningen niet te verwachten. Op het plein wordt een aantal dagen per week een markt gehouden. De markt is alleen in gebruik tussen 12.00 en 18.00 uur en is beperkt van omvang. Ter plaatse van de woningen is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

Volgens de huidige inzichten bestaat Fase 1 uit de ontwikkeling van ‘t Warderschip en de haalbaarheidsstudies voor het Cultuurgebouw en de Bowling. Fase 2 is de ontwikkeling van de kavel A1. Voorafgaand aan de start bouw van de kavel A1 dient de rotonde verlaagd te zijn en vervangen door een t-kruising. Fase 3 is het ontwikkelen van de kavel A5. Deze kavel moet opgeleverd zijn voor ontwikkeling van de kavel A2 gestart kan worden vanwege de parkeervoorziening voor de supermarkten op de kavel A5. Tijdens de bouw van de parkeervoorziening kan de kavel A2 gebruikt worden als tijdelijke parkeervoorziening voor de supermarkten. Slotstuk van de ontwikkeling van het Centrumplein, Fase 4, is de ontwikkeling van de kavel A2.

91

92

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14938170/1