CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1.1 Stedenbouwkundig Plan Centrumplein.pdf

RAAD 12 december 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van de Investeringsnota Centrumplein (Buikslotermeerplein in Amsterdam Noord) inclusief Stedenbouwkundig Plan Centrumplein, herziening van de grondexploitatie en het beschikbaar stellen van een uitvoeringskrediet. (VN2024-016048)21.393 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Stedenbouwkundig Plan

Centrumplein Buikslotermeerplein concept september 2024

2

Samenvatting Voor u ligt het Stedenbouwkundig Plan (SP) voor het deelgebied Centrumplein van het Buikslotermeerplein. Hierin worden de belangrijkste randvoorwaarden en uitgangspunten beschreven met betrekking tot de ontwikkeling van het Centrumplein. Onder meer in het masterplan Centrumgebied Amsterdam Noord (CAN) en de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 (OVA 2050) is vastgelegd dat het Buikslotermeerplein transformeert van een monofunctioneel winkelcentrum in een bruisende stadswijk waar gewinkeld maar ook gewoond, gewerkt en gerecreëerd kan worden; het hart van Noord. Kernbegrippen om deze ambitie te verwezenlijken zijn een gemengd programma, een hoge dichtheid, het toevoegen van veel woningen en een hoge verblijfskwaliteit in de openbare ruimte. In de projectnota Buikslotermeerplein, vastgesteld door het College van B & W in oktober 2021, is de integrale visie op het gehele Buikslotermeerplein vastgelegd. Aan de hand van drie thema’s –verrijken, vergroenen en verbinden- is beschreven hoe de beoogde transformatie vorm moet krijgen. Essentie van de visie is het integreren van het Buikslotermeerplein in het omringende stedelijke weefsel, het verbeteren van de langzaam verkeerroutes tussen het winkelcentrum en de omgeving, en het vergroenen van het Buikslotermeerplein.

Het Centrumplein is de overgang tussen de Stationsomgeving die, na de aanleg van het metrostation Noord en het naastgelegen busstation een belangrijke entree tot Amsterdam is geworden, en het bestaande winkelcentrum Boven ‘t Y. De overgang is vormgegeven als een grote, groene openbare omgeving waar het prettig verblijven is, omlijst door een aantal forse stedelijke bouwblokken. De bouwblokken hebben een gemengd programma met een commerciële plint. In het kader van de ‘ongedeelde wijk’ zijn belangrijke maatschappelijke voorzieningen gepositioneerd op strategische plekken in de plint, nabij belangrijke verbindingen met de naastgelegen buurten. De bestaande bebouwing op het Centrumplein, de Bowling en ’t Warderschip, zijn geïntegreerd in het ontwerp, mede om het rauwe, authentieke karakter van Noord terug te brengen in de nieuwe omgeving. De Bowling is een controversieel gebouw, omstreden maar ook geliefd. De ambitie is dit gebouw een tweede kans te geven als laagdrempelig buurtcentrum voor oude en nieuwe noorderlingen. De plint van ’t Warderschip wordt getransformeerd, en heeft potentie als een aantrekkelijke locatie voor horeca met terrassen en gezelligheid, direct grenzend aan het bestaande marktplein.

Een belangrijke functie op het Centrumplein is het nieuwe Cultuurgebouw. De ambitie is om het Buikslotermeerplein ook als culturele bestemming op de kaart van Amsterdam te zetten. Hiervoor is ruimte gereserveerd in het voorliggende SP. De ambitie is dat op het Centrumplein een Cultuurgebouw gerealiseerd wordt dat enerzijds aantrekkingskracht heeft op alle Amsterdammers en tegelijkertijd stevig geworteld is in Noord, middels samenwerkingsverbanden met bestaande culturele organisaties in Noord. De identiteit van het getransformeerde Centrumplein wordt bepaald door de openbare ruimte; groen, duurzaam ingericht en aantrekkelijk om te verblijven. Een plek voor elke noorderling, nieuw of reeds lang een bestaande bewoner. De diverse pleinruimtes bieden ruimte voor sport, spel en recreatie in een hoogstedelijke omgeving. De functies in de plint van de gebouwen dragen bij aan de levendigheid en dynamiek van het Buikslotermeerplein, transformeren het Buikslotermeerplein tot een plek waar elke Amsterdammer zich thuis voelt. Het Centrumplein wordt de plek in Noord waar elke Noorderling trots op is, en elke Amsterdammer graag naar toe gaat.

3

Inhoud 1. Inleiding

7

1.1 Achtergrond

7

1.2 Opgave en Ambities

9

1.1.1 Plangeschiedenis Buikslotermeerplein 1.1.2 Aanjagers 1.1.3 Participatie

1.3 Ruimtelijke context

1.3.1 Ligging en ruimtelijke context 1.3.2 Historie: toen en nu 1.3.3 Omgeving 1.3.4 Plangrens 1.3.5 Omgevingsvisie Amsterdam 2050 1.3.6 Projectnota Buikslotermeerplein

2. Ontwerp

22

2.1 Hoofdopzet

22

2.2 Bebouwing

27

2.2.1 Programma 2.2.2 Maatschappelijke voorzieningen 2.2.3 Plintenstrategie 2.2.4 Stadsblokken, de kavels A1, A2 en A5 2.2.5 Aanjagers, de kavels A3, A4 en A6 2.2.6 Beeldkwaliteit

4

13

2.3 Openbare ruimte

65

2.4 Verkeer en parkeren

80

2.5 Duurzame gebiedsontwikkeling

84

3. Techniek

87

3.1 Ondergrond 3.2 Milieuaspecten 3.3 Fasering

87 90 90

2.3.1 Pleinen 2.3.2 Straten 2.3.3 Groen, ecologie en water 2.3.4 Sport- en speelplekken 2.3.5 Afval 2.3.6 Beheer 2.3.7 Puccinimethode

2.4.1 Openbaar vervoer 2.4.2 Auto 2.4.3 Fiets 2.4.5 Voetgangers 2.4.6 Parkeren 2.4.7 Laden en lossen

Centrumplein 2031 Het is zaterdagochtend 24 april 2031. De bomen op het Cultuurplein beginnen uit te lopen en de eerste terrassen worden uitgezet. Het is nog rustig op het plein. Arielle, Malika en Worthy zitten met een kop koffie bij de speelpek voor de voormalige bowling. Hun kinderen gaan straks optreden. Om 12 uur begint de maandelijkse dansvoorstelling op het buitenpodium. De dansschool heeft een vestiging aan het plein en gebruikt het podium voor haar voorstellingen. Dat is elke maand weer een klein feestje. Voorbijgangers blijven meestal kijken, maar er zijn ook bewoners uit de buurt die er speciaal voor naar het plein komen. Na afloop staat er vaak een ijscokar. Daar komt Nourayn aangefietst. Ze heeft haast want ze moet op tijd op Centraal Station zijn voor de trein naar Londen. Elke zes minuten vertrekt er een metro en het is vier minuten naar Centraal Station, dus ze realiseert zich dat ze haar trein makkelijk haalt. Ze besluit nog wat lekkers voor onderweg te halen op de markt. Daarna parkeert ze haar fiets onder het metrostation en pakt de eerstvolgende metro. Adam zit op het terras aan de markt. Hij barst nog van de energie ondanks dat hij nog niet

heeft geslapen. Hij komt rechtstreeks uit de nachtclub gerold en wil nog niet naar huis. Voor Adam is dit het beste moment van de dag: na afloop van een clubnacht nog een muntthee op het terras nuttigen. En dat allemaal op nog geen vijf minuten van huis. Adam huurt sinds vorig jaar een woning in een nieuw gebouw aan het plein. Het is niet groot, maar wel heel comfortabel. En het heeft een geweldig uitzicht, want hij woont op de 15e verdieping. Vanuit zijn woning kan hij Monnickendam zien liggen en de nieuwe skyline van de Sluisbuurt. Er huist zelfs een slechtvalk in de nestkast onder zijn balkon Daar loopt zijn buurvrouw Samira. Sam roept of ze ook wat wil drinken. Samira heeft oortjes in en hoort hem niet. Ze moet vanavond optreden in het theater aan het plein, maar gaat om te ontspannen eerst een lange wandeling maken terwijl ze muziek luistert. Via het Plan van Gool loopt ze de hele Buikslotermeerpolder rond. Het is een prachtige route van ongeveer 10 kilometer langs de rand van de oude polder. Nog niet veel mensen kennen deze route en dat is maar goed ook, want het heerlijk dat het daar niet zo druk is. De meeste mensen gaan toch naar het Baanakkerspark of Noorderpark. Ze verbaast zich er dikwijls over dat het zo dicht bij huis, toch zo groen en rustig is.

5

6

1. Inleiding 1.1. Achtergrond 1.1.1.Plangeschiedenis Buikslotermeerplein Het Buikslotermeerplein is onderdeel van het CAN-project; ‘Centrum Amsterdam Noord’. Het doel van dit project is om een levendig en aantrekkelijk centrumgebied te maken voor Noord. In 2004 is het Stedenbouwkundig Plan Centrum Amsterdam Noord (kloppend hart van Noord) vastgesteld. Sindsdien zijn er meerdere plannen ontwikkeld voor het Buikslotermeerplein. Door omstandigheden zijn deze niet gerealiseerd. Dit was voor de gemeente in 2019 aanleiding om in overleg met eigenaren, ondernemers en bewoners een nieuwe visie en strategie voor het Buikslotermeerplein te ontwikkelen. In het ambitiedocument ‘Hart van Noord’ is het nieuwe vergezicht voor het Buikslotermeerplein opgenomen. De ambitie is om het gebied te verdichten, meer functies toe te voegen, de openbare ruimte aantrekkelijker te maken en het winkelcentrum beter te verbinden met de omgeving. De bijbehorende ontwikkelstrategie houdt in dat het winkelcentrum Boven ‘t Y stapsgewijs en over meerdere jaren op initiatief van de eigenaren wordt omgevormd. En dat de gemeente de andere twee deelgebieden, Centrumplein en Olof Palmeplein, tot ontwikkeling brengt. Dit onderscheid in drie deelgebieden

is gemaakt vanwege de bestaande eigendomsverhoudingen. Het winkelcentrum inclusief de openbare ruimte is uitgegeven aan de Coöperatieve Vereniging Winkelcentrum Amsterdam Noord (CV). Het Centrumplein en Olof Palmeplein worden door de gemeente ontwikkeld door middel van tenders.

aanjaagfunctie en zijn gelijktijdig met het maken van dit SP uitgewerkt. Voor ‘t Warderschip is een bestemmingsplan vastgesteld en is een tender in voorbereiding. Voor de projecten de Bowling en het cultuurgebouw heeft de gemeente een overeenkomst gesloten met de initiatiefnemers om de plannen verder te concretiseren en te realiseren.

Eind oktober 2021 is de projectnota Buikslotermeerplein vastgesteld door het college van B en W. Hierin zijn de ambities voor het Buikslotermeerplein overgenomen en de ruimtelijke en programmatische kaders vastgelegd voor de verdere planvorming. In de projectnota is ook besloten om de planvorming in de volgende fasen per deelgebied uit te werken. Dat heeft geleid tot het nu voorliggende Stedenbouwkundig Plan (SP) Centrumplein. Gelijktijdig zijn de plannen voor de transformatie van het winkelcentrum opgesteld. Vanwege de inhoudelijke raakvlakken zijn enkele onderdelen gezamenlijk uitgewerkt zoals parkeren, groen en sport. De besluitvorming vindt plaats in twee separate investeringsbesluiten die aan de gemeenteraad van Amsterdam worden voorgelegd.

Deze initiatiefnemers achter deze plannen zien we als belangrijke partners in de gebiedsontwikkeling van het Buikslotermeerplein en de aanjagers zijn bepalend voor de identiteit van het gebied. De bestaande gebouwen, zoals de Bowling en ‘t Warderschip, en het toekomstige cultuurgebouw zijn niet alleen ruimtelijk belangrijke dragers van het plan, maar ook functioneel van groot belang voor de identiteit omdat dit de nieuwe en levendige publieke plekken zullen zijn van het plein.

1.1.2 Aanjagers

1.1.3 Participatie In 2022 en 2023 is uitgebreid geparticipeerd met omwonenden, partijen in en om het winkelcentrum en geïnteresseerden. Het verslag van het participatieproces vindt u in de bijlage.

Na vaststelling van de projectnota is gewerkt aan meerdere deelprojecten binnen het gebied Centrumplein: de Bowling, ‘t Warderschip en het Cultuurgebouw. Deze ontwikkelingen hebben een 7

8

plangebied vanaf het parkeerdek

1.2. Opgave en Ambities Het Centrumplein is de plek in Noord waar verdichting en vergroening hand in hand gaan. Het plein moet hèt groene hart van Noord worden. Een fijne plek waar mensen naartoe komen om te ontspannen, ontmoeten en recreëren. Het is een plek die ontworpen wordt met hoge ambities op het gebied van groen, bijzondere functies die voor levendigheid zorgen, toegankelijkheid en buurtgevoel. Op het Centrumplein is het straks prettig verblijven. Bomen bieden schaduw op warme dagen, filteren de lucht en verminderen geluidsoverlast. Grasvelden nodigen uit tot ontspanning en recreatie. Naast groen is het plein voorzien van functies en voorzieningen die mensen trekken; zitgelegenheden, terrassen en mogelijkheden voor culturele evenementen. De openbare ruimte en de gebouwen rondom vormen samen een helder ruimtelijk ensemble. Naast de architectuur van de gebouwen zijn met name de voorzieningen op de begane grond van belang. Een zorgvuldige invulling hiervan, met een mix van publieke functies, draagt bij aan de gewenste levendigheid in het gebied.

Het plan voor het Centrumplein heeft de gemeente opgesteld in overleg met ondernemers en initiatiefnemers, vastgoedpartijen en ontwikkelaars. Uit de gesprekken bleek enerzijds de behoefte aan een duidelijke richting en ambities voor het gebied, maar óók de behoefte aan flexibiliteit om tot hele ambitieuze en creatieve oplossingen te komen die nog haalbaar zijn. De behoeften van mensen veranderen in de tijd maar ook inzichten en ontwikkelingen op het gebied van duurzaamheid, klimaat en mobiliteit zijn veranderlijk. Daarom is gekozen om dit plan te baseren op vier heldere ambities en waar mogelijk ruime kaders te bieden. Vier ambities vormen de kern van de opgave voor het Centrumplein: 1. vergroenen en verlevendigen 2. verdichten en mixen van functies 3. bereikbaar en veilig 4. flexibel en samen. Op de volgende pagina’s worden de vier ambities nader toegelicht.

Het gebied is goed bereikbaar met openbaar vervoer, auto en fiets. De pleinruimtes zijn verblijfsgebied en gericht op de voetgangers en fietsers. Een goede aansluiting op het bestaande voet- en fietsnetwerk is cruciaal om het gebied goed te verweven in haar omgeving.

9

AMBITIE 1 | Vergroenen en verlevendigen

AMBITIE 2 | Verdichten en mixen van functies

“Groen is de identiteit van Amsterdam Noord”

“Voldoende woon- en werkruimte, horeca en culturele plekken op het plein. Belangrijk is dat ze laagdrempelig zijn voor iedereen.”

Het Centrumplein is een plek om te ontmoeten en te ontspannen. Het programmeren van activiteiten in de openbare ruimte zoals kleinschalige evenementen, optredens en tentoonstellingen zorgt voor reuring. Er zijn al diverse evenementen geweest, zoals een kerstmarkt, theater- en dansvoorstellingen, kunst- en fototentoonstellingen, een filmfestival en sportevents. De openbare ruimte wordt zodanig ingericht dat er ruimte blijft voor dergelijke evenementen. De inrichting van de openbare ruimte speelt een cruciale rol bij het bevorderen van klimaatadaptatie en het verminderen van hittestress. Een groene openbare ruimte met bomen zal de omgeving doen afkoelen, verdamping te bevorderen en luchtkwaliteit verbeteren. Groene ruimtes helpen het hitte-eilandeffect te verminderen.

10

In een vitale stad is het mengen van gebruikers van belang. Gedurende de dag (en nacht) is diversiteit zichtbaar. Op plekken waar veel verschillende mensen om verschillende redenen en op verschillende momenten aanwezig zijn ontstaat dynamiek en levendigheid. Het toevoegen van nieuwe gebouwen met een mix aan functies draagt bij aan de levendigheid en sociale veiligheid in het gebied. Door niet alleen woningen toe te voegen, maar juist ook andere functies in de plinten (de overgangszone tussen straat en gebouw) te huisvesten, ontstaat er levendigheid gedurende de hele dag. De menging van functies past bij het stedelijke centrum dat we hier wil maken. Met de metro op loopafstand en bestaande winkelfuncties in de nabijheid leent dit gebied zich voor een stevige verdichting. In de transformatie naar een stedelijk centrum moet er ruimte blijven voor betaalbare woon- en werkruimtes en culturele plekken voor lokale bewoners.

AMBITIE 3 | Bereikbaar en veilig

AMBITIE 4 | Flexibel en samen

“Voorrang voor voetgangers, zoveel mogelijk auto- en fietsverkeer naar de randen”

“We vinden een podium op het plein een goed idee. Daar kunnen kinderen hun talenten laten zien.”

Het metro- en busstation ligt op het slechts enkele minuten van het Centrumplein. In 4 minuten brengt de metro je naar Centraal Station. De bussen verbinden het gebied met de rest van Noord en de regio. Belangrijk zijn goede loopverbindingen van het Centrumplein naar het station, en met de rest van het Buikslotermeerplein en omgeving. Op het Centrumplein kan je straks prettig verblijven. Dat betekent dat de openbare ruimte zo ontworpen is dat fietsers en voetgangers er veilig kunnen bewegen. Er zijn heldere fietsroutes en looplijnen. Het autoverkeer wordt aan de randen, via de IJdoornaan en Buikslotermeerplein zuidzijde afgewikkeld. Autoparkeren wordt opgelost in de bestaande parkeergebouwen en de nieuwe (woon)gebouwen, bij voorkeur ondergronds.

Om een levendig stuk stad te creëren is het belangrijk in te spelen op de behoeftes en interesses van de bewoners. Hergebruik van bestaande gebouwen zorgt voor behoud van historie en identiteit van een plek. Het gebied transformeren naar een centrumstedelijke omgeving is een lang proces. In een tijd waarin bouwkosten hoog zijn, de woning- en kantorenmarkt onder druk staat, de mobiliteits- en energietransities in volle gang zijn, is het precieze verloop van de ontwikkelingen niet uit te tekenen. Daarom is het plan zeer flexibel. Dat wil zeggen, op onderdelen zorgen we ervoor dat de invulling van gebouwen en inrichting van de openbare ruimte in de tijd aanpasbaar is, zonder af te moeten doen aan ruimtelijke kwaliteit en ambitie. Daarbij is altijd de ambitie om een mix aan functies te huisvesten waardoor activiteit gedurende de dag en avond ontstaat. 11

12

ligging Buikslotermeerplein in Amsterdam Noord

Het Buikslotermeerplein maakt deel uit van het project Centrum Amsterdam Noord (CAN). De ambitie van dit project is het creëren van een volwaardig stadshart in Amsterdam Noord dat een verbindende schakel vormt tussen de omringende woonwijken. Trefwoorden zijn verdichten, functiemenging, verbinden, diversiteit in woonmilieus en het vergroten van de verblijfskwaliteit in het gebied.

Het Buikslotermeerplein bestaat uit drie deelgebieden: Centrumplein, Winkelcentrum en Olof Palmeplein. Het Centrumplein ligt direct naast het Stationsplein. De aanwezigheid van het metro- en busstation, in combinatie met de P&R-faciliteiten, dragen ertoe bij dat het gebied meer en meer als een volwaardige entree tot Amsterdam functioneert. Belangrijke ontsluitingsroutes voor autoverkeer zijn de IJdoornlaan en de Nieuwe Leeuwarderweg. Keerzijde van de goede bereikbaarheid is dat beide wegen een ruimtelijke barrière vormen en het autogebruik stimuleren.

In 2004 is het Stedenbouwkundig Plan Centrum Amsterdam Noord vastgesteld. Hierin zijn de programmatische en ruimtelijke uitgangspunten vastgelegd voor de gefaseerde uitvoering van de volgende deelgebieden:

Het Centrumplein vormt de overgang van het Stationsplein naar het winkelcentrum Boven ’t Y. Ten noorden en zuiden van het winkelcentrum liggen een aantal woonwijken; de Kleine Wereld, het Plan Van Gool en Loenermark.

1.3 Ruimtelijke context 1.3.1 Ligging en ruimtelijke context

• • •

Het Stationsomgeving rondom de eindhalte van de Noord/Zuidlijn De woonbuurten Noorderkwartier en Elzenhagen Het Buikslotermeerplein en omgeving

De planvorming is grotendeels afgerond; de diverse deelgebieden zijn in aanbouw of opgeleverd. In totaal worden er ca. 5.000 woningen gerealiseerd en ca. 35.000 m2 voorzieningen waaronder twee hotels, een middelbare school en sociaal-maatschappelijke en culturele functies voornamelijk in de plinten van de gebouwen. De beoogde transformatie van het Buikslotermeerplein vormt het sluitstuk van de geschetste ontwikkelingen.

13

1.3.2 Historie: toen en nu Toen Geografisch is het Buikslotermeerplein het middelpunt van de Buikslotermeerpolder. Deze is drooggelegd tussen 1624 en 1628. De randen van de polder zijn nog goed herkenbaar en zorgen voor een aantrekkelijk landschappelijk kader. Een goed voorbeeld hiervan is de Noordhollandsche Kanaalzone. De polder is nooit opgehoogd, wat de relatief lage ligging verklaart, 3,50 meter –NAP, en ook de problematische waterhuishouding in het gebied. De Buikslotermeerpolder is eeuwenlang in gebruik geweest als veeteeltgebied. In 1934 stelde de gemeente het Algemeen Uitbreidingsplan (AUP) vast. Dit plan voorzag in grote uitbreidingen van de stad, bestaande uit woonwijken met strokenbouw en veel licht, lucht en groen. De opstellers van het plan, de afdeling Stadsontwikkeling van de Dienst der Publieke Werken, was van mening dat de specifieke kwaliteiten van Noord bestonden uit de kleinschalige tuin- en dijkdorpen en de uitgestrekte weidegebieden van Waterland. Het AUP voorzag dan ook alleen in de aanleg van het zogenaamde boogkanaal om de Noord (ten behoeve van scheepvaart) en niet in aanvullende woningbouwlocaties. Na de Tweede Wereldoorlog werd het boogkanaal verder naar het noorden op te schuiven zodat er ruimte ontstond voor een aantal nieuwe woonwijken voor circa 10.000 extra woningen.

Dit werd vervolgens uitgewerkt in het Structuurplan voor Amsterdam Noord, dat in 1959 werd vastgesteld. Hiermee werd de aanleg van de nieuwe woongebieden in Noord goedgekeurd. Intussen 14

Buikslotermeerplein anna 1978

waren de Amsterdamse en de Schellingwouderbrug voltooid en had het Rijk ingestemd met de aanleg van de Coen- en IJ-tunnel (geopend resp. in 1966 en 1968) zodat de bereikbaarheid van Noord sterk verbeterd zou worden. Van het boogkanaal werd afgezien. Op het gereserveerde tracé is uiteindelijk de ringweg A10-noord aangelegd. De Buikslotermeer was destijds de middelste van drie nieuwe wijken in Amsterdam-Noord, tussen de Banne Buiksloot en Nieuwendam Noord (nu Waterlandpleinbuurt). Centraal in de wijk werd een groot winkelcentrum gerealiseerd; het huidige centrum Boven ’t Y. Ten noorden en zuiden kwamen twee woongebieden –Plan Van Gool en De Kleine Wereld- en rondom werden brede parkstroken aangelegd, waaronder het Baanakkerpark waarin ook sportvelden en volkstuinen zijn opgenomen. De Buikslotermeer wordt ontsloten door de Leeuwarder- en Waddenweg (noord-zuid) en de IJdoornlaan en Purmerweg (oost-west). Het oude polderlandschap met boerderijen is bij de realisatie van de nieuwe wijk verdwenen.

Nu Het aantal inwoners in Amsterdam Noord is de afgelopen jaren enorm gegroeid door grootschalige gebiedsontwikkelingen aan de IJ-oevers. Ook rondom het metrostation Noord is de gebiedsontwikkeling in volle gang. Het huidige Centrumplein is een gebied in transitie. De parkeervelden in de openbare ruimte en het parkeerdek herinneren aan het verleden van het winkelcentrum, toen automobiliteit en ‘voor de deur parkeren’ nog vanzelfsprekend waren. Dit draagt echter niet bij aan een aantrekkelijke, sociaal veilig aanvoelende openbare ruimte. Ten noorden van het parkeerdek ligt het marktplein, begrensd door de gebouwen ’t Warderschip en de Bowling. De gebouwen & het marktplein ogen sleets, mede door achterstallig onderhoud. In de gebouwen zitten momenteel een aantal belangrijke buurtfuncties, zoals de Modestraat, de DAT-school, een kringloopwinkel. Deze organiseren verschillende activiteiten met als doel de sociale cohesie in de wijk te vergroten.

vervangen wordt door verblijven en recreëren in een groene omgeving. In de projectnota is ervoor gekozen de Bowling te handhaven. Het is een controversieel, maar karakteristiek gebouw waar vele (oude) Noorderlingen nostalgische herinneringen aan hebben. De intentie is dit gebouw te transformeren in een buurtcentrum. Onderdeel van de plannen is een architectonische upgrade die moet resulteren in een aantrekkelijke plint met een open, uitnodigende uitstraling.

Na de sloop van het Waddenwegviaduct en de bouw van de bioscoop is het gebied tussen het Stadsloket en de Bowling heringericht. De bestaande parkeervelden zijn vervangen door een grasveld met diverse sportvoorzieningen. Het betreft een tijdelijke inrichting die de verblijfskwaliteiten van het gebied aanmerkelijk verbetert. In de plint van de bioscoop zitten een aantal horecavoorzieningen met terrassen op het zuiden. Ook dit draagt bij aan de verbeterde verblijfskwaliteit. De contouren van het nieuwe stadshart worden geleidelijk zichtbaar waarbij de impact van de auto gereduceerd wordt ten faveure van voetgangers en fietsers, en parkeren 15

De Kleine Wereld

Stationsgebied Centrumplein Winkelcentrum

Plan van Gool

16

Olof Palmeplein

1.3.3 Omgeving Plan Van Gool Het Plan Van Gool is een zeer karakteristieke en herkenbare buurt in Amsterdam Noord. Het ontwerp bestaat uit tien flats van vijf lagen hoog die kronkelend gepositioneerd zijn in een grote groene tuin. De woningen zijn ontsloten door galerijen op de begane grond en de derde verdieping. De gebouwen zijn niet ontworpen als galerijwoningen, maar als gestapelde portiekwoningen. De afzonderlijke bouwblokken zijn verbonden door luchtbruggen. De gevels zijn van glas in een aluminium constructie met slanke betonnen draagkolommen. De gebolde balkonbalustrades versieren het complex. Van Gool heeft bij het ontwerp herhaling en anonimiteit omarmt als kwaliteiten die horen bij het wonen in een stedelijke omgeving. Tussen de flats staan een aantal kleinere gebouwen met maatschappelijke voorzieningen voor de bewoners. Aan de noordzijde van het complex staan twee torenflats met 17 etages. Deze zijn gelegen aan de weg Buikslotermeerplein-Zuid.

Plan Van Gool

De Kleine Wereld De woonwijk stamt uit dezelfde tijd als het Plan van Gool maar is duidelijk anders van opzet. De wijk is minder in zichzelf gekeerd en kent ook meer variatie in bebouwingstypologieën en hoogte. In de wijk wordt voornamelijk gewoond. Langs de J. Drijverweg bevindt zich een klein cluster buurtwinkels. Verspreid door de wijk liggen een aantal maatschappelijke voorzieningen. De verhoogde IJdoornlaan vormt een ruimtelijke barrière tussen het Buikslotermeerplein en De Kleine Wereld. Op een aantal plekken zijn onderdoorgangen voor langzaam verkeer. De Wieden is de belangrijkste onderdoorgang. Deze is royaal vormgegeven met een waterpartij, en verbindt De Kleine Wereld met het winkelcentrum.

De Kleine Wereld

Stationsomgeving De Stationsomgeving transformeert geleidelijk aan in een centrumstedelijke omgeving met een gemengd programma. De bebouwing bestaat over het algemeen uit gesloten bouwblokken aangevuld met torens met een maximale hoogte van ongeveer zeventig meter. Naast wonen bestaat het programma onder meer uit een ROC, een middelbare school, twee hotels, studentenhuisvesting en kantoren. De plinten van de gebouwen bevatten publieksfuncties, vaak horeca met terrassen, die bijdragen aan het levendige karakter van het gebied. Er zijn twee doorgaande oost-westroutes voor langzaam verkeer in het plan opgenomen. Deze verankeren het stationsgebied in de wijdere omgeving.

Stationsgebied

17

Winkelcentrum Boven ’t Y is het grootste winkelcentrum in Amsterdam Noord. Ooit had het een regionale functie. Deze is in de loop der tijd steeds meer onder druk komen te staan door de ontwikkeling van concurrerende winkelcentra in de nabijgelegen steden. Het winkelcentrum is gebaseerd op het Amerikaanse mall-principe uit de jaren zestig. Bij de oplevering is het een volstrekt modern winkelcentrum; een toeristische attractie voor Amsterdam en de directe omgeving. Tegenwoordig maakt het een sleetse en gedateerde indruk. Kenmerkende eigenschappen zijn: • • • • •

Goede bereikbaarheid per auto inclusief bijbehorende parkeerplaatsen op maaiveld Interne winkelcorridors, deels overdekt Logistieke ontsluiting vanaf de buitenzijde Gebrekkige integratie in de omgeving Ontbreken van groen in het winkelcentrum en de directe omgeving

De gemiddelde bouwhoogte bedraagt circa acht meter, in één of twee bouwlagen. De interne corridors variëren in breedte van acht tot maximaal vijftien meter. Dit zijn op zich prettige maten, maar door het ontbreken van groen en achterstallig onderhoud zijn het weinig aantrekkelijke winkelstraten. De winkels variëren in grootte. Op een aantal strategische locaties zitten grote supermarkten en / of warenhuizen. Daartussen zitten kleine winkels met een gemiddelde breedte van ongeveer zes meter. Vooral die winkels hebben vaak een uitbouw in de vorm van een erker.

18

Marktplein: kijkende naar het winkelcentrum

1.3.4 Plangrens Het Centrumplein wordt begrensd door de IJdoornlaan, het winkelcentrum, de weg Buikslotermeerplein – Zuid en de watergang nabij het Stadsloket Noord. De IJdoornlaan maakt geen deel uit van de opgave, de weg Buikslotermeerplein – Zuid deels wel, tussen de supermarkt Jumbo en de Loenermark, inclusief het verlagen van de bestaande rotonde.

IJdoornlaan Bioscoop

Buikslotermeerplein-Noord

Stadsloket Kaartje plangrens en namen straten

‘t Warderschip

de Bowling

Buikslotermeerplein-Zuid

Plangrens

19

1.3.5 Omgevingsvisie Amsterdam 2050 In de vastgestelde Omgevingsvisie Amsterdam 2050 is het Buikslotermeerplein aangeduid als een ‘stedelijk centrum’. Stedelijke centra hebben een verzorgende rol voor omliggende buurten en op stadsdeelniveau; boodschappen, dienstverlening en ontmoeting. Door het toevoegen van stedelijke functies -werk, cultuur en vrije tijdkrijgen de centra betekenis voor de gehele stad en dragen zo bij aan de gewenste meerkernige ontwikkeling.

Omgevingsvisie 20

1.3.6 Projectnota Buikslotermeerplein De ambitie, in 2004 in het Stedenbouwkundig Plan Centrum Amsterdam Noord vastgelegd, is de transformatie van het Buikslotermeerplein in een volwaardig stadshart voor Amsterdam Noord. Om deze ambitie te verwezenlijken zijn begrippen gebruikt als verdichten, functiemenging, verbinden, diversiteit in woonmilieus en het vergroten van de verblijfskwaliteit. In 2019, bij het herijken van de uitgangspunten, zijn deze ambities nog een keer onderstreept.

De ambities zijn in de projectnota uitgewerkt tot een integrale visie op het Buikslotermeerplein aan de hand van drie thema’s: verrijken, verbinden en vergroenen. De projectnota is op 26 oktober 2021 vastgesteld door het College van B & W, en vormt de basis voor dit Stedenbouwkundig Plan.

21

22

impressie Cultuurplein vanaf de Bowling richting Stadsloket

2. Ontwerp 2. 1 Hoofdopzet Het Buikslotermeerplein transformeert van een monofunctioneel winkelcentrum in een gemengd stedelijk gebied, het nieuwe centrum van Noord. Het wordt een bruisende wijk waar gewoond, gewinkeld, gewerkt en gerecreëerd kan worden. Om deze ambitie te verwezenlijken is een gemengd programma nodig, een hoge dichtheid en veel woningen. Even belangrijk is de kwaliteit van de openbare ruimte. Deze moet uitnodigen tot verblijven in uiteenlopende vormen, sport en spel, terrassen, bijwonen van (kleine) evenementen of gewoon op een bankje zitten in de zon in een prettige groene omgeving. Het Buikslotermeerplein ligt centraal in de Buikslotermeerpolder. Het is nu een stenen oase in een groene omgeving. De randen van de polder zijn als zodanig herkenbaar en kennen over het algemeen een groen, recreatief gebruik. Belangrijke recreatieve gebieden zijn het Baanakkerspark en de Noord-Hollandsche kanaalzone inclusief het nieuwe Dijkpark bij Elzenhagen. De vergroeningsstrategie van het Buikslotermeerplein is gericht op: • •

het transformeren van de stenen oase in een aantrekkelijk groen verblijfsgebied. het realiseren van kwalitatief goede langzaam verkeerroutes tussen het Buiklsotermeerplein en de recreatieve rand van de polder, met name het Baanakkerspark en het nieuwe Dijkpark.

orthogonale structuur

reeks van pleinen

hoogbouwcluster

23

plankaart Centrumplein 24

Het verbinden van de belangrijke hoofdgroenstructuren in de omgeving met het Buikslotermeerplein resulteert in een krachtig landschappelijk kader voor de herontwikkeling van het Buikslotermeerplein. De integrale visie voor het Buikslotermeerplein bestaat uit een reeks van groene pleinen die de Stationsomgeving verbindt met het Baanakkerspark. De reeks van pleinen en de onderlinge verbindingen vormen uiteindelijk de identiteit van het nieuwe Buikslotermeerplein en symboliseren de omslag in denken over het gebied. De pleinen zijn onderling verwant, door hun groene karakter en eenzelfde materiaalgebruik op hoofdlijnen. Tegelijkertijd is elk plein ook verschillend vanwege de programmering van de openbare ruimte en / of de programmering van de plinten van de aangrenzende bebouwing. De huidige orthogonale structuur van het winkelcentrum is uitgangspunt voor de beoogde transformatie van dit gebied. Nieuwe bebouwing op het Centrumplein en het Olof Palmeplein volgt deze structuur.

Cultuurgebouw op de kavel A6. Tezamen definiëren zij de nieuwe pleinruimtes. Per bouwblok zijn meerdere hoogte-accenten toegestaan vergelijkbaar met de bebouwing in de Stationsomgeving. Dit resulteert in een hoogbouwcluster dat de ligging van het centrum markeert. In verband met de gewenste levendigheid heeft elk bouwblok een plint met overwegend publieksfuncties (zoals horeca, cultuur & ontspanning en maatschappelijke functies).

De openbare ruimte van het Centrumplein bestaat uit vier samenhangende pleinruimtes. Samenhang ontstaat door de heldere vorm, materiaalgebruik en grid van bomen. De pleinen verschillen in functie en formaat. Er is ruimte voor terrassen, een markt, kleinschalige evenementen, sport en spel en mogelijk ook water. Alle pleinen hebben een groen karakter en worden ingericht met bomen en uiteenlopende vormen van groen; een combinatie van gebruiks- en ecologisch groen.

De belangrijkste noord-zuidverbindingen van het Buikslotermeerplein met de Kleine Wereld en het Plan van Gool liggen bij de Wieden (naar de Kleine Wereld toe) en het Breedveld in het Plan van Gool. De kracht van beide verbindingen is gelegen in de bestaande groenstructuren die doorlopen op het Buikslotermeerplein. Het Centrumplein vormt de overgang van het Stationsgebied naar het winkelcentrum. De overgang is vormgegeven met een groot, groen plein. De bebouwing op het Centrumplein bestaat uit een drietal bestaande gebouwen -de bioscoop, ’t Warderschip en de Bowling- en een viertal nieuwe stadsblokken; de kavels A1, A2, A5 en het referentie Cultuurplein: groot groen plein

25

26

2.2 Bebouwing 2.2.1 Programma Om een centrumstedelijke milieu en de bijbehorende levendigheid op straat te creëren is een gemengd programma nodig. In het kader van de Omgevingsvisie Amsterdam is een verkenning gedaan naar de functiemix in vitale buurten. Een hoge dichtheid is noodzakelijk, maar biedt geen garantie voor een vitale wijk. Conclusie van de verkenning luidde dat de verhouding wonen – niet-wonen bij voorkeur circa 50/50 is, en dat één dominante functie niet wenselijk is. Er zijn minimaal drie verschillende functies in een gebied aanwezig voor de benodigde evenwichtige verhouding tussen wonen, niet-woonfuncties voor de buurt en niet-woonfuncties voor bezoekers van buiten de buurt. De functies dienen gericht te zijn op activiteit en reuring, niet alleen gedurende de dag maar ook in de avonduren. Grote culturele functies als de bioscoop en het cultuurgebouw zijn trekkers voor het gebied. Ook is er ruimte voor buurtgerichte functies. Op de kavel A1 wordt een maatschappelijk-cultureel programma gerealiseerd, de kavel A2 krijgt een buurtkamer, in combinatie met een broedplaats. De Bowling wordt herontwikkeld met lokale partijen en krijgt een sociaal-maatschappelijke, culturele programmering. Het totale programma voor het Centrumplein is ca 160.000 m2 bruto vloeroppervlak (bvo).

Dit is inclusief de bestaande bebouwing van ’t Warderschip, de Bowling en de bioscoop, exclusief (ondergronds) parkeren. De bioscoop heeft een vloeroppervlak van ca. 13.500 m2 bvo. Naast de bioscoopfunctie zitten er drie horecazaken in combinate met leisure op de begane grond. De ambitie een gemengd stedelijk gebied te creëren is consequent doorgevoerd op blokniveau. Elk gebouw heeft een gemengd programma en een commerciële plint bestaande uit maximaal twee lagen. Per kavel is een minimaal en maximaal aantal m2 bvo bepaald, met een uitsplitsing naar minimaal of maximaal aantal m2 per functie. Hiermee streven we naar kwaliteit in zowel de gebouwen als de invulling ervan. Het plan schept vrijheid om een spannend en levendig stuk stad te maken. Dat betekent dat de functies en verhoudingen niet helemaal vast staan. Alleen op de plekken waar dat noodzakelijk wordt geacht voor het functioneren en kwaliteit van het gebied, zoals bij maatschappelijke functies, is dit vastgelegd. 27

Wonen Het woonprogramma varieert tussen de ca. 56.000 en 78.000 m2 bvo, respectievelijk 35 en 48 % van het maximale programma. Dit betekent circa 875 woningen. Uitgangspunt is het gemeentelijke beleid 40 % sociale huur, 40 % middeldure koop of huur en 20 % vrije sector op gebiedsniveau. In de projectnota is reeds vastgelegd dat in de geplande woontoren bij ’t Warderschip enkel middeldure huurwoningen worden gerealiseerd. Ambitie doelgroepen wonen Noord kent een grote instroom van ‘nieuwe noordelingen’: jonge gezinnen van elders, young professionals, expats etc. Deze instroom heeft een grote impact op de demografie van Noord. De snelle veranderingen brengen de nodige sociaal-economische spanningen met zich mee tussen de zittende en nieuwe bewoners. Op de Noordse woningmarkt nemen de kansen voor de (kinderen van de) zittende bevolking zienderogen af. De gemeente onderzoekt de mogelijkheden om een deel van de nieuwbouw primair beschikbaar te houden voor de zittende noordelingen middels de Huisvestingsverordening. Hierbij dient in acht genomen te worden dat in de meeste omliggende buurten de sociaaleconomische positie van veel huishoudens laag is. Voor deze groep is alleen een sociale huurwoning financieel haalbaar. Specifieke inzet op ouderenhuisvesting is ook goed denkbaar. In de omliggende buurten, o.a.

Blauwe Zand, Plan van Gool en Kleine Wereld, wonen relatief veel ouderen, vaak in niet geschikte (ontbreken van een lift), te grote woningen. Indien deze zouden kunnen doorschuiven naar op maat gemaakte seniorenwoningen zouden de 28

achtergebleven woning vrijkomen voor gezinnen. Het Buikslotermeerplein is een logische plek voor seniorenhuisvesting vanwege de nabijheid van voorzieningen en openbaar vervoer. In de vervolgfase zal in samenwerking met betrokken corporaties en ontwikkelaars onderzocht moeten worden in hoeverre dit wenselijk en haalbaar is. Cultuur Vergroten van het culturele aanbod in de brede betekenis van het woord is een belangrijke ambitie van Amsterdam. Culturele functies kunnen de aantrekkingskracht van het Buikslotermeerplein vergroten, een extra reden voor bezoek vormen en zo het gebied een economische impuls geven. In de projectnota werd uitgegaan van ca. 8.000 m2 bvo voor een culturele functie. Momenteel wordt onderzoek verricht, in samenwerking met initiatiefnemers, naar de haalbaarheid van een Cultuurgebouw op de kavel A6 met een bvo van ca. 24.000 m2. Het programma bestaat uit minimaal 60 % uit cultuur en leisure inclusief ondersteunende functies en 40 % commerciële functies. Aanvullend op deze beoogde culturele trekker van stadsdeeloverstijgend niveau is op de kavel A1 ca. 1.800 m2 bvo gereserveerd voor kleinschalige, buurtgerichte culturele voorzieningen. Deze voorzieningen worden mede geborgd door een investering van de gemeente. Ook in de Bowling is het de intentie onder meer een laagdrempelig, buurtgericht cultureel programma te realiseren.

De overige kavels hebben een commerciële plint. Deze zijn flexibel bestemd zodat het niet uitgesloten is dat ook hier culturele functies kunnen komen.

Nachtcultuur Amsterdam heeft beleid op het gebied van nachtcultuur. In de Uitvoeringsagenda Nachtcultuur is vastgelegd dat er ruimte wordt gezocht voor tijdelijke en permanente plekken voor initiatieven. Het Buikslotermeerplein en in het bijzonder het Centrumplein is een potentiële locatie voor zo een ontwikkeling. Nachtcultuur past goed bij de karakteristieken van het Centrumplein, vanwege de gewenste dynamiek van het gebied door de dag, avond en nacht heen. Ook kan nachtcultuur het aanbod van publieksfuncties in het gebied versterken voor verschillende doelgroepen. Omdat de blokken overwegend gemengde bestemming krijgen, waarbij meerdere bestemmingen zoals wonen, werken en publieksfuncties in één gebouw worden gepast, is nader onderzoek naar de inpassing noodzakelijk. Werken Gezien de aanwezigheid van het metrostation lijkt het Centrumplein een geschikte kantorenlocatie, direct verbonden met Amsterdam CS en de Zuidas. Kantoren betekenen lokale werkgelegenheid, en kantoormedewerkers geven een impuls aan de bestaande en toekomstige horecaondernemingen. Onder ‘kantoren’ vallen eveneens (kleinschalige) bedrijfsruimtes. Ook deze kunnen een positieve bijdrage leveren aan de lokale werkgelegenheid en voor een economische impuls zorgen. In de omringende buurten zijn dit soort voorzieningen nauwelijks aanwezig.

In de projectnota werd uitgegaan van 34.000 – 56.000 m2 bvo kantoorruimte, met name gecon-

centreerd in de kavels A1 en A2. In het najaar van 2023 is een marktconsultatie verricht voor de ontwikkeling van kavels A1 en A5. De uitkomst was onder andere dat het kantoorprogramma uit de projectnota niet realistisch leek. Het kantorenprogramma is daarom aangepast naar 5.000 - 11.000 m2 bvo. Het Buikslotermeerplein moet nog ontdekt worden als kantorenlocatie. Conform de huidige planning is de kavel A1 één van de eerste kavels die ontwikkeld gaat worden. Dit kavel is, gezien de ligging nabij de metrohalte, zeer geschikt voor kantoren. In dit SP wordt uitgegaan van minimaal 5.000 m2 bvo kantoren op de kavel A1. Afhankelijk van het succes kan het kantoorprogramma van de andere kavels bijgesteld worden.

horeca. Dit is exclusief een eventuele horecavoorziening als onderdeel van het cultuurgebouw. Horeca zal vooralsnog gesitueerd worden bij de entrees tot het Centrumplein en rondom de pleinen. Het bestaande horecalint aan de noordzijde van het Stationsplein en de bioscoop loopt door in de plint van ’t Warderschip. Deze locatie ligt goed georiënteerd op de zon en biedt een uitgelezen kans voor grand cafés of restaurants met een fijn terras op het zuiden. De voorkeur gaat uit naar een mix van horecagelegenheden gericht op de bestaande en nieuwe bewoners, en de bezoekers en werknemers van het gebied. In Noord is het

toevoegen van hotels uitgesloten op basis van het Overnachtingsbeleid uit 2017. Vanwege de beoogde functiemenging in het gebied, geldt voor deze functie op het Buikslotermeerplein een ‘Nee, tenzij’ beleid Detailhandel uitgesloten Uitgangspunt is dat er op het Centrumplein geen detailhandel komt aanvullend op de bestaande winkels. Het bestaande winkelcentrum blijft op z’n plek en zal niet buiten het bestaande winkelgrid uitbreiden.

Commerciële voorzieningen Onder commerciële voorzieningen worden publieksvoorzieningen verstaan zoals horeca, dienstverlening, cultuur en leisure. Doorgaans hoort detailhandel ook bij deze groep, maar deze functie is voorbehouden aan het bestaande winkelareaal. Zoals gezegd hebben de bouwblokken op het Centrumplein een commerciële plint, die flexibel bestemd is. De invulling ervan is niet vastgelegd, en biedt ruimte voor een diverse invulling met publieksgerichte functies Horeca Toevoegen van horeca zorgt voor meer afwisseling van functies en levendigheid in het gebied. Dit is nu reeds zichtbaar in de stationsomgeving en bij de bioscoop. Gezien de sterke groei van stadsdeel Noord zal er een toenemende behoefte zijn aan horeca. Op het Centrumplein is ruimte gereserveerd voor 4.000 m2 bvo commerciële referentie gebouw met een mix aan functies

29

30

voorbeelduitwerking mogelijke invulling kavels

2.2.2 Maatschappelijke voorzieningen De normen voor deze voorzieningen zijn vastgelegd in het bestuurlijk vastgestelde document Amsterdamse referentienormen voor maatschappelijke voorzieningen, sport en spelen (januari 2018). In eerste instantie zijn de benodigde maatschappelijke voorzieningen in beeld gebracht gebaseerd voor het gehele Buikslotermeerplein, inclusief het winkelcentrum en het Olof Palmeplein. Hierbij is uitgegaan van een maximale herontwikkeling van het winkelcentrum oftewel een toename van het bvo met 176.000 m2, merendeels wonen. Op het Centrumplein komen de volgende maatschappelijke voorzieningen: • een buurtkamer, 200 m2 bvo, in combinatie met een broedplaats van ca. 600 m2 bvo • een gezondheidscentrum inclusief apotheek, 1.200 m2 bvo • een dagbestedingslocatie, 500 m2 bvo • kunst en cultuur, 1.800 m2 bvo In dit SP is ruimte opgenomen om belangrijke bestaande buurtfuncties, zoals de Modestraat en DAT!school in de toekomst te kunnen huisvesten. Dit SP ziet echter enkel op de ruimtelijke inpassing van de functie, in dit geval ‘wijkgerichte cultuur’ of ‘creatieve onderneming’. Financiële middelen om dergelijke functies te plaatsen in de nieuwbouw zijn niet opgenomen in dit investeringsbesluit. Hiervoor vindt op een later moment besluitvorming plaats.

In het kader van de ‘ongedeelde wijk’ is voorgesteld (het merendeel van) deze voorzieningen niet aan het plein maar aan de buitenranden van

het Centrumplein te situeren om de zichtbaarheid en toegankelijkheid te vergroten voor de bewoners van de omliggende buurten. Aanvullend zijn de maatschappelijke voorzieningen verspreid over het Centrumplein en daar waar zij elkaar kunnen versterken, zoals bij de buurtkamer en de broedplaats gecombineerd. Voor de locatiekeuze is toegankelijkheid en verbinding met de omliggende buurten het uitgangspunt. De buurtkamer moet een rol gaan vervullen bij de verbinding tussen ontwikkelgebied Buikslotermeerplein en omliggende buurten. Dit kan door de buurtkamer te situeren op het grens tussen bijvoorbeeld de Kleine Wereld en Buikslotermeerplein en aan fiets- en wandelverbindingen tussen de buurten. De wijkgerichte cultuur en het gezondheidscentrum en dagbesteding zijn eveneens zodanig ingepast aan de zuidzijde van het Centrumplein, zodat zij een verbindende rol spelen bij de omliggende buurt Plan van Gool, goed zichtbaar en goed toegankelijk zijn. Buurtkamer & Broedplaats Een buurtkamer is een multifunctionele ontmoetingsruimte voor de buurt met plek om te vergaderen, allerlei vormen van samenzijn te faciliteren, talent te ontwikkelen en mensen te ondersteunen. De buurtkamer is gesitueerd in de plint van de A2 kavel op de grens met de bestaande wijk De Kleine Wereld. De programmering van de broedplaats dient nader bepaald te worden.

Uitgangspunt is laagdrempelige activiteiten, ook gericht op de omringende buurten. Gezondheidscentrum Een gezondheidscentrum voorziet in huisartsen, eerstelijnszorg, wijkzorg en een apotheek. Een gezondheidscentrum bestaat onder andere

uit behandelkamers, spreek- en wachtruimtes, oefenruimtes, kantoren en flexibele werkplekken. Het gezondheidscentrum krijgt een plek op de kavel A5. Dagbestedingslocatie Dagbesteding is een plek bij een zorgaanbieder waar omwonenden overdag naar toe kunnen. Er worden verschillende activiteiten aangeboden, in groepsverband, onder leiding van professionele begeleiders. Bij activiteiten moet gedacht worden aan creatief bezig zijn, sporten, bloemschikken, toneelspelen, enzovoort. Ook zijn er sociale activiteiten zoals koffie-ochtenden en uitstapjes onder lichte begeleiding. Vaak komen heel verschillende mensen naar een activiteitencentrum. Dagbesteding wordt ook wel ‘begeleiding in een groep’ genoemd. Op het Centrumplein is ruimte gereserveerd voor een dagbestedingslocatie op de kavel A5. Kunst en Cultuur Gezien de wijkfunctie van het Centrumplein is de wens om hier één of meerdere culturele voorzieningen te realiseren. Dit is reeds genoemd in de paragraaf Cultuur. Op de kavel A1 is 1.800 m2 gereserveerd voor deze functie School Op het Buikslotermeerplein moet ook een alles-in-één-school komen. Deze is gepland op het Olof Palmeplein. Gezien de beschikbare ruimte op scholen in de omliggende wijken is oplevering van de school tegelijk met oplevering van de eerste woningen niet noodzakelijk.

31

Groen, sport en spelen Conform Amsterdams beleid moet voldoende mogelijkheid zijn voor sporten en spelen in de openbare ruimte aanwezig zijn. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen georganiseerde buitensport, gebruiks- en ecologisch groen en sporten en spelen in de openbare ruimte. Uitgaande van de maximale herontwikkeling van het Buikslotermeerplein bedraagt de opgave ca. 6.000 m2 georganiseerde veldsport, 55.000 m2 gebruiks- en ecologisch groen, 3.000 m2 speelvelden en 1.500 m2 speelplekken. In de projectnota is vastgelegd dat minimaal 50% van de opgave binnenplans moet worden gerealiseerd. Reden hiervoor is dat het winkelcentrum transformatiegebied is, en in erfpacht uitgegeven. Het toevoegen van openbaar groen, sport en spelen kan wel gestimuleerd maar niet afgedwongen worden. Uit de groenstudie blijkt dat ca. 37.000 m2 groen binnen de plangrenzen van het Buikslotermeerplein gerealiseerd wordt waarvan ca. 23.000 m2 op het Centrumplein. Hiermee wordt ruim voldaan (67%) aan de eis uit de projectnota. Gebaseerd op het programma van het Centrumplein zou conform de groennormen ca. 19.000 m2 groen in dit plandeel gerealiseerd moeten worden. Op het Centrumplein is nu ruim 23.000 m2 groen in de plannen opgenomen. Met andere woorden, op het Centrumplein wordt meer groen gerealiseerd dan volgende de norm nodig is, ter compensatie voor het lastig te vergroenen winkelcentrum.

Voor de exacte berekeningen voor wat betreft de groennormen wordt verwezen naar de bijlage.

32

impressie Sportplein bij kavel A2

2.2.3 Plintenstrategie De levendigheid van de openbare ruimte wordt voor een groot deel bepaald door het functioneren van de plint. Dit geldt zowel voor de stadsblokken als de aanjagers. Daarom zijn er leidende principes opgesteld om de kwalitatief hoogwaardige en levendige plint te waarborgen. Deze principes worden in bouwenveloppen en kavelpaspoorten gespecificeerd.

Plintzones

Plintfuncties

De plint bestaat uit de begane grond en eerste verdieping van het gebouw en is 12 meter diep, gemeten vanaf de buitengevel van het bouwblok. Er wordt onderscheid gemaakt in twee types plint, met een verschillend ambitieniveau met betrekking tot de invulling en uitstraling op de openbare ruimte.

De plint wordt ingevuld met publiekgerichte functies zoals cultuur, leisure en café - restaurants. Op het Centrumplein dient minimaal 80% van 12m. zone van de plint op de begane grond ingevuld te worden met dergelijke functies. Uitzondering is de plint aan de IJdoornlaan. Hiervoor worden de randvoorwaarden geformuleerd in de op te stellen bouwenveloppen van de kavels A2 en A6.

Functiemenging en dagritmes Monofunctionele gebieden bieden niet continu levendigheid. Een maximum van 80% van één functie (wonen, werk of voorzieningen) aangevuld met 20% andere functies is minimaal vereist voor de levendigheid in een gebied.

Levendige plint: maximaal Levendige plint: zoveel mogelijk Visueel aantrekkelijke plint

33

Levendige gebouwhoeken

Clusteren van ondersteunend programma

Voldoende deuren aan de straat

De hoeken van gebouwen zijn strategische plekken die door hun ligging extra in het oog springen. De hoeken van de plint zijn gereserveerd voor levendige publieke functies zoals horeca, cultuur- en maatschappelijke voorzieningen.

De toegang tot ondersteunende programma’s zoals auto- en deelmobiliteit en pakketbezorging zijn geclusterd in de zone ‘levendige plint - zo veel mogelijk’. Ruimtes voor collectief fietsparkeren en afvalinzameling liggen naast de gemeenschappelijke woningentrees. Vanuit de (auto)parkeergarage kan de woning alleen bereikt worden via een gemeenschappelijke lobby of de straat.

De gevels van de plinten hebben veel entrees waar de gewenste interactie tussen binnen en buiten kan plaatsvinden. Uit onderzoek blijkt dat circa 10 entreedeuren per 100 meter gevel leiden tot aantrekkelijke straten. Binnen de zone van de ‘levendige plint: maximaal’ dienen er minstens 5 toegangsdeuren per 100 meter gevel aanwezig te zijn.

Kleine korrelgrootte aan de straat Een plint met veel variatie in functies, architectuur en uitstraling leidt tot meer interactie tussen gebruikers en gebouw en dus tot een levendigere straat. Plinten met een kleine korrelgrootte resulteren in een gevel met veel deuren en nodigen uit tot een combinatie van verschillende functies. Grootschalige functies mogen diep achter gevel geplaatst worden in combinatie van kleinere functies aan de gevel. Een korrelgrootte van 20 meter of breder aan de straat is niet wenselijk.

34

Plint IJdoornlaan Langs de IJdoornlaan zijn in de bestaande situatie geen langzaam verkeersroutes. Er is voor gekozen deze ook niet in het ontwerp op te nemen omdat een eventuele voet- of fietsroute zou doodlopen op de brug over De Wieden en de brug direct ten westen van de bioscoop. Een dergelijke route zou ook conflicteren met de laad- en losfunctie aan de noordzijde van de bioscoop en het Cultuurgebouw. Ook zou dit ongewenste oversteekbewegingen over de IJdoornlaan van voetgangers en fietsers bevorderen. Consequentie is dat hier geen ingangen van de kavels A6 en A2 kunnen worden gerealiseerd, met uitzondering van toegangen tot een eventuele parkeergarage of laad- en losruimte. De voorgestelde plintenstrategie heeft betrekking op de plinten die wel over een begane grondlaag beschikken, direct georiënteerd op de toegankelijke openbare ruimte, en dus niet op de plint langs de IJdoornlaan. Het is echter nadrukkelijk de bedoeling dat de plint en de gevel langs de laan niet een ‘achterkant’ of ‘dode gevel’ worden. In de bouwenvelop voor het Cultuurgebouw (kavel A6) is onder meer opgenomen dat het gebouw zich ook, op een positieve manier, moet presenteren aan de IJdoornlaan. Dit kan middels een visuele verbinding tussen de IJdoornlaan en het Buikslotermeerplein-Noord, en met het programmeren van verblijfsfuncties aan de laan die geen directe ontsluiting vereisen.

In de architectonische randvoorwaarden wordt gevraagd om een gebouw zonder ‘achterzijde’, met voldoende plasticiteit in de gevel en een open, transparante uitstraling ook aan de zijde van de IJdoornlaan. In het op te stellen bouwenvelop voor de naastgelegen kavel A2 worden vergelijkbare eisen opgenomen.

Doorsnede IJdoornlaan ter hoogte van kavel A2 en het bestaande complex Dijkwater

35

36

impressie Cultuurplein richting Bowling

2.2.4 Stadsblokken, de kavels A1, A2 en A5 De stadsblokken hebben een gemengd programma, met een niet-woonfunctie in de plint over één of twee lagen. De ambitie is ‘levende gebouwen’ te creëren. Deze ontstaan door ruimte te bieden aan verschillende soorten gebruik, dat afhankelijk van de plek kan bestaan uit verschillende woningtypen, ruimtes voor werk, voorzieningen en collectieve buitenruimte als daktuinen en terrassen. Ook met dieren en planten wordt rekening gehouden in levende gebouwen door natuurinclusief te bouwen. Overeenkomstig het vergroenen van de openbare ruimte streven we eveneens naar groene gebouwen, met groene daken en gevels.

in hoogbouw (bijvoorbeeld een korte corridor met zicht naar buiten, ruime voorruimte voor de liften, royale hal). Bovendien kunnen collectieve voorzieningen als een lobby met portier en een collectieve buitenruimte de kwaliteit van het gebouw vergroten. Elk stadsblok heeft een vergelijkbare opbouw bestaande uit een plint, een basement en hoogteaccenten.

Een goede woning of werkruimte vraagt om een slimme woningplattegrond en buitenruimte zoals balkons of loggia’s die in verband met wind en veiligheid comfortabel te gebruiken zijn. Ook de oriëntatie van de woning is een belangrijk aandachtspunt. Bijvoorbeeld het zoveel mogelijk beperken van woningen met eenzijdige oriëntatie op het noorden of een geluidsbelaste gevel. Voor de woningen in de hoogteaccenten moeten de plattegronden, de raamindeling en de onderlinge afstand en positie van de torens die bij elkaar in de buurt staan op elkaar afgestemd worden zodat het uitzicht optimaal benut kan worden. Sociale interactie en thuisgevoel vraagt om een idee over de route van de stoep naar de woning en collectieve voorzieningen. Vormgeving en dimensionering van de gemeenschappelijke gangen en hal zijn cruciaal voor prettig wonen 37

Plint

Basement

De plint vormt de fysieke verbinding tussen het gebouw en de omliggende openbare ruimte. Een zorgvuldig ontwerp van plinten draagt bij aan een prettige leefomgeving. De levendigheid van de openbare ruimte wordt voor een groot deel bepaald door het functioneren van de gebouwplint. Dit is gerelateerd aan de vormgeving en uitstraling, en minstens zo belangrijk, de programmatische invulling ervan.

Het basement bestaat uit de plint en de daarboven gelegen verdiepingen tot een hoogte van maximaal 28 meter. Het doel van het basement is meerledig:

Uitgangspunt is een 8 meter hoge plint in één of twee lagen. De hoge plint geeft het gebouw en daardoor tevens de omringende openbare ruimte extra stedelijke allure. De begane grondlaag is minimaal 4 meter. Door de hoge verdiepingshoogte is het gebruik van de ruimte aanpasbaar in de tijd en kan deze meerdere functies herbergen. Di verhoogt ook de economische levensduur van de gebouwen.

• •

•

Er ontstaat de gewenste samenhang en herkenbaarheid van de stadsblokken. De vorm en geleding van het basement introduceert een kleinere, menselijke schaal in het blok, een overgang tussen de plint en de hoogbouw. Het basement versterkt de levendigheid op straat omdat er vanuit de openbare ruimte zicht is op activiteiten en bewoners die naar binnen en naar buiten gaan.

De ambitie is op het basement toegankelijke groene daktuinen met voldoende dakpakket te realiseren, zodat het dak gebruiks- en ecologi-

Plint

minimale hoogte begane grond

38

minimale hoogte plint van 2 lagen

tussen verdieping/ entresol in plint

sche waarde heeft. Wonen en werken op hoogte vraagt namelijk om extra aandacht voor collectieve (buiten)ruimtes om te ontspannen en elkaar te ontmoeten. Eventuele lagergelegen daktuinen en - terrassen zijn wenselijk om verbinding tussen de openbare ruimte en het gebouw te stimuleren. Het basement is maximaal 28 meter hoog. Vanaf 16 meter is er altijd een setback van minimaal 2,5 meter. In het basement liggen er achter een groot deel van de gevel, minimaal 60%, actieve ruimtes zoals woonkamers en werkruimtes.

Basement

Hoogteaccenten De hoogteaccenten zijn vanaf een grote afstand zichtbaar. Daarom is het van belang veel aandacht te besteden aan het gevelontwerp, de vorm van de gebouwen en aan het beeld dat ze in wisselwerking met elkaar opleveren. Hoogbouw vraagt om een zorgvuldige vormgeving van materialisatie, kleur, detaillering en gebouwvorm, die zorgt voor een aantrekkelijk beeld op het schaalniveau van de stad, de buurt en het gebouw. Per stadsblok zijn maximaal 2 torens mogelijk. Doel is een aantrekkelijke, dynamische skyline te creëren. Om dit te bereiken zijn de volgende spelregels opgesteld, met als doel voldoende licht en lucht in het stadssilhouet te waarborgen:

- De torens van een stadsblok verschillen minimaal 15 meter in hoogte, met een maximale hoogte van 70 meter, met uitzondering van kavel A1. - Op de kavel A1 mag de oostelijke toren maximaal 90 meter hoog worden, als een stedenbouwkundig accent dat de ligging van het centrum markeert.

- Maximale diagonalen dragen bij aan het voorkomen van te massieve volumes. De diagonaal van het hoogteaccent waarin gewoond wordt is maximaal 40 meter (de diagonaal wordt gemeten op de thermische schil). Tot een hoogte van in ieder geval 70 meter hebben alle woningen private buitenruimte, op zijn minst een Frans balkon, ten behoeve van prettig wonen.

- De torens staan niet in één lijn maar verspringen ten opzichte van elkaar. - Indien bij wijze van uitzondering torens toch in één lijn staan is de onderlinge afstand tussen een toren waar een éénzijdig georiënteerde woning recht tegenover een andere toren ligt, is vanaf een hoogte van 30 meter minimaal 25 meter. Hiermee wordt uitzicht en lucht in het stadsilhouet gewaarborgd.

Hoogteaccenten

39

Microklimaat Rondom hoogbouw is aandacht vereist voor de verblijfskwaliteit in de openbare ruimte. Hierbij moet gedacht worden aan het heersende windklimaat en de schaduwwerking van de hoogteaccenten op de openbare ruimte. Vooral op de plekken waar mensen verblijven of langzamer bewegen (bijvoorbeeld bij entrees, schoolpleinen en op publieke plekken als parkenen pleinen) is hier speciale aandacht aan besteedt. Voor het Centrumplein is een windhinderonderzoek en een bezonningsstudie verricht. Uit het windhinderonderzoek blijkt dat er in de bestaande situatie sprake is van een windluw klimaat, wat goed geschikt is voor alle voetgangersactiviteiten inclusief ‘verblijven’. Na ontwikkeling van het Centrumplein neemt de wind toe, in beperkte mate. Er is echter nog steeds sprake van een goed verblijfsklimaat voor voetgangers, zeker op de pleinen in het plangebied. Er is geen sprake van windgevaar in de openbare ruimte. Afhankelijk van de functie van de openbare ruimte kunnen aanvullende maatregelen getroffen worden om het windklimaat lokaal te verbeteren. Voor het volledige windhinderonderzoek wordt verwezen naar de bijlage. De bezonningsstudie is gericht op de volgende twee thema’s: • •

40

De impact van de nieuwe op de bestaande bebouwing De impact van de bebouwing op de openbare ruimte.

De beoogde ontwikkeling van het Centrumplein, met een hoge dichtheid passend bij een centrumgebied, leidt tot significant meer schaduw in de openbare ruimte in vergelijking met de bestaande situatie. Uit de bezonningsstudie is gebleken dat de grootste afname van het aantal zonuren plaatsvindt op het marktplein. De geplande nieuwbouw leidt eveneens tot een forse afname van het aantal directe zonuren op een aantal bestaande gebouwen. Om de schaduwwerking te verminderen zijn enkele regels ten aanzien van hoogbouw opgenomen, zoals een maximaal aantal hoogbouwaccenten per kavel, een minimale afstand tussen de torens van 25 meter en een maximale diagonaal van een toren. In dit SP is in eerste instantie uitgegaan van een ruim zoekgebied voor de hoogbouw per kavel. De uitkomsten van de bezonningsstudie gaven

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14938170/1