CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1.1_240312_SP NelsonMandelabuurt.pdf

RAAD 29 mei 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het investeringsbesluit voor de ontwikkeling Nelson Mandela Buurt in stadsdeel Zuidoost inclusief de bijbehorende grondexploitatie en Stedenbouwkundig plan (VN2024-006095)14.287 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

26

3.2 Kenmerken van houtbouw Met hout kan meer dan ooit. Innovaties in de (hout) bouwsector maken volwaardige gebouwen uit hout mogelijk die voldoen aan de eisen en wensen van de 21e eeuwse stad. Hiervoor is alleen wel kennis nodig over de kenmerken van houtbouw. Het ontwerpproces van een houten gebouw vereist wellicht aan de voorkant meer aandacht en onderzoek en kan daarom langer duren. Maar het bouwproces is sneller waardoor die verloren tijd weer wordt ingehaald. De keuze voor een materiaal moet aan het begin worden gemaakt om uiteindelijk met de juiste uitgangspunten tot het beste resultaat te komen. Wat hier ook meespeelt is de fundamenteel andere inrichting van het proces met andere looptijden. De bulk van het werk zit aan de voorkant, juist omwille van een goede afstemming tussen installatietechniek, constructie, compartimentering, detaillering en bouwfysica. Dit heeft ermee te maken dat prefabricage van bouwelementen een belangrijk kenmerk van houtbouw waardoor integraal ontwerp essentieel is.

Hout: is hernieuwbaar. onttrekt koolstof uit de lucht en slaat het op is licht en sterk. is veelzijdig en flexibel. is eenvoudig te demonteren en te hergebruiken. ▪ wordt door veel mensen gewaardeerd om de esthetische en thermische kwaliteiten. ▪ zorgt voor een betere een stabielere lucht- en vochtcirculatie. ▪ is een belangrijk onderdeel van landschap en ecologie. ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Technisch kan de toepassing van hout nu concurreren met beton en staal. Het is mogelijk om grootschalige, complexe en vernieuwende opgaven in hout te realiseren. Maar houtbouw levert, afgezien van het materiaal, wel een gebouw op dat anders presteert dan een betonnen gebouw. Voor de architect is het belangrijk om hiermee rekening te houden bij het ontwerpen van houten woningen. Het gaat dan bijvoorbeeld om geluidsisolatie. Lees hierover meer in de volgende paragraaf. Tegelijkertijd zorgen de eigenschappen van hout voor een zelfregulerend binnenklimaat. Hout is een natuurlijk materiaal dat ademt. Als het hout onafgewerkt is of in het zicht blijft, reguleert het op een natuurlijke manier de vochtbalans in de woning.

► Afbeeldingen: constructie referenties Stedenbouwkundig Plan Nelson Mandelabuurt

27

3.3 Aandachtspunten houtbouw voor de Nelson Mandelabuurt Brandveiligheid Tegenwoordig is er veel kennis en inzicht in brandveiligheid en het gedrag van brand. Dit maakt het mogelijk dat ook in houten gebouwen de brandveiligheid hoog is. In het ontwerp wordt hier expliciet op geanticipeerd. Houten gebouwen voldoen aan dezelfde eisen als traditionele gebouwen (beton, steen en staal). Ook woningen met een houten hoofddraagconstructie zijn goed afgewerkt en voldoen aan alle nationale brandveiligheidseisen. Akoestiek Hout is licht, heeft minder massa en laat dus zonder maatregelen meer geluid door dan beton. Een houten gebouw akoestisch goed ontwerpen is een van de grootste uitdagingen voor de architect en de bouwer. Veel oplossingen zijn voorhanden. Verwachting is dat deze oplossingen de komende jaren verder gestandaardiseerd worden. In de volgende fase leggen we de eisen voor geluidsniveaus tussen woningen en het binnengeluidsniveau van de woningen aan de Gooise weg. De geluidsisolatie tussen woningen zal hoger zijn dan de wettelijke eis om voldoende comfort en kwaliteit te realiseren. In de volgende fase leggen we de eisen voor de temperatuur in de woning vast, zodat bij de woningen het binnenklimaat extra goed is met een aangename temperatuur in de woningen en beperking van hittestress.

Duurzaamheid en flexibiliteit van houtbouw Ieder afzonderlijk woongebouw in de Nelson Mandelabuurt heeft een draagconstructie waarvan minimaal 65 procent van het volume biobased (hout) is. Dit volgens het houtbouwconvenant van de Metropoolregio Amsterdam. In de volgende fase werken we deze eis verder uit in scores zoals de MilieuPrestatieGebouwen (MPG), de Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG) en de Levenscyclusanalyse (LCA). In het beeldkwaliteitsplan komen randvoorwaarden voor de esthetische aspecten die tot een samenhangend plan leiden. Een belangrijk aandachtspunt hierin is de afwerking van het gevelmateriaal, waarin met hout en/of ander biobased materialen een duurzaam en ook architectonisch bijzonder totaalplan wordt gerealiseerd. De ambitie is dat de gevels lang mee gaan en mooi verouderen. Stedenbouwkundig Plan Nelson Mandelabuurt

Het uitgangspunt is een hoge mate van flexibiliteit en vrije indeelbaarheid voor de eerste bewoners en volgende generaties. Dit draagt bij aan de levensloopbestendigheid van de woningen en de toekomstbestendigheid van het gebouw. Zo groeit het gebouw mee met de bewoners en voortschrijdende technieken en leefstijlen. Flexibiliteit is geborgd door 3 principes: ▪ Fontanellen (makkelijk weg te nemen, niet-dragende zones) in dragende wanden of vloeren tussen units. ▪ Installaties (mechanische ventilatie, elektra, riolering) zijn niet in de draagconstructie geïntegreerd, maar flexibel aanpasbaar door de slimme positie van schacht, meterkast, technische ruimte en natte cel. ▪ Inbouwwanden staan los van de draagconstructie en zijn makkelijk verplaatsbaar. Dit resulteert in toekomstbestendige woningen die kunnen worden heringedeeld, gekoppeld of ontkoppeld. Organisatie van kennis over houtbouw De gemeente vergroot vroegtijdig de interne expertise rond houtbouw door middel van het organiseren van informatie- en expertsessies en het delen van kennis en ervaringen tussen de relevante onderdelen binnen de gemeente en de MRA. We verzamelen kennis en delen deze binnen de gemeente en met marktpartijen. Onder andere door het aanstellen van een technisch adviseur houtbouw.

Zo zorgen we voor een zorgvuldige en correcte doorwerking van de houtbouwambities in de planfases en maken we risico’s en consequenties van houtbouw inzichtelijk, onder meer op het gebied van kosten.

► Afbeeldingen: referentie prefabricage en duurzame verbindingstechnieken houtbouw 28

4 Programma In de Nelson Mandelabuurt komen 10 bouwblokken, waarvan 9 met woningen en 1 schoolgebouw. Het plangebied is circa 9 hectare groot. Het totale bouwvolume van de Nelson Mandelabuurt is circa 92.200 m² bruto vloeroppervlak (bvo). De invulling van deze ruimte noemen we het programma. Daar gaat dit hoofdstuk over.

De meeste ruimte is bestemd voor het woonprogramma. Voor fietsenstallingen en autoparkeren is circa 5.700 m² bvo beschikbaar. Daarnaast is er ruimte voor maatschappelijke voorzieningen (4.100 m² bvo), waaronder een Integraal Kind Centrum en een buurtkamer. En voor commerciële voorzieningen die een relatie hebben met het park of woon/werk-combinaties (1.300 m² bvo) en horeca (200 m² bvo). Zie de tabel hiernaast.

4.1 Woonprogramma In de Nelson Mandelabuurt komen circa 725 woningen in 9 bouwblokken. Om een passend woonprogramma te bepalen, hebben we ambtelijk advies gevraagd aan de directie Wonen en het W-team. We luisterden ook naar de uitkomsten van de participatie. En we bestudeerden de aanbevelingen uit het rapport Stadsdeel Zuidoost Monitoring woningbouw naar doelgroepen en advies van de directie Wonen uit 2021. Woningdifferentiatie In Bijlmer-Centrum ligt het aandeel sociale huurwoningen van corporaties met 78 procent een stuk hoger dan het stedelijk gemiddelde (42 procent). Ook het aandeel particuliere sociale huur ligt een kwart hoger dan in de rest van de stad (13 procent). Daarnaast ligt het aandeel middeldure huur in Bijlmer-Centrum onder het stedelijke gemiddelde en onder de bestuurlijke wens van 10 procent middeldure huur per gebied. Opvallend hierbij is dat een relatief groot aandeel van de woningvoorraad in Bijlme-Centrum uit kleine woningen (<40 m²) bestaat en dat de daar wonende gezinnen, zowel in de sociale sector als in de vrije sector, krap behuisd zijn. Er is behoefte aan woningen met een grotere omvang voor gezinnen die net wat meer te besteden hebben en sociale stijgers.

Daarom is het ambtelijk advies om in het dure segment woningen van circa 100-120 m² BVO te ontwikkelen en in het middensegment woningen van circa 85-90 m² BVO gericht op jonge Stedenbouwkundig Plan Nelson Mandelabuurt

Indicatef woonprogrmma (marge 700-745 en afgerond op vijtallen) Financieringscategorie

Aandeel

Soort

2 kamer woning 45 - 50 m² GBO (Small)

3 kamer woning 70 m² GBO (Medium)

4 kamer woning 80 - 90 m² GBO (Large)

Sociaal

40%

Huur

55

170

65

290

Midden

40%

Koop/huur

190

100

290

Duur

20%

Koop

75

60

25

145

Totaal

100%

-

435

225

25

725

55

5 + kamer woning 100m² + GBO (Extra Large)

Totaal

► Tabel: Indicatief woonprogramma

gezinnen. Deze locatie leent zich beter om grotere woningen te ontwikkelen dan zoveel als mogelijk – kleinere – woningen. Uit de participatie kwam echter naar voren dat de woningen betaalbaar moeten zijn en bereikbaar voor een brede doelgroep. Ondanks het ambtelijke advies om meer woningen in het middensegment en de vrije sector te bouwen (20-50-30), is het woonprogramma daarom zoveel mogelijk verdeeld volgens het huidige beleid van de gemeente (40-4020). Dat wil zeggen: 40 procent sociale huur, 40 procent middensegment en 20 procent vrije sector. Het wijkt iets af van het beleid om goede bouwblokken te maken. We mengen de verschillende segmenten op blokniveau om ervoor te zorgen dat er een diverse buurt ontstaat. Omdat er een tekort is aan betaalbare koopwoningen, verdelen we het middensegment gelijk over eeuwigdurende middeldure huur en middeldure koop. We willen mensen die net wat meer te besteden hebben zo de mogelijkheid geven tot koop. Dit biedt bewoners uit Zuidoost kans om een stap te zetten op de woningmarkt. Om koopwoningen in het middensegment mogelijk te maken, wijken we af van het beleid. Volgens het beleid zijn middeldure koopwoningen namelijk alleen mogelijk bij een plan met minstens 800 woningen. Voor de ontwikkeling van de huurwoningen sluiten we een samenwerkingsovereenkomst met woningcorporatie Eigen Haard.

Daarnaast zijn er mogelijkheden voor bijzondere woonvormen of

woonconcepten en is er ruimte voor zelfbouw. Blok B1 kan bijvoorbeeld gebouwd worden door één of meerdere wooncoöperatie(s). In het plan zijn ook 3 kleine blokken voor collectief particulier opdrachtgeverschap (CPO) beschikbaar. Doelgroepen Door de locatie is de Nelson Mandelabuurt vooral geschikt om grotere woningen te bouwen in alle segmenten. Hierdoor kan ook meer doorstroming op gang komen. En dit biedt kansen om gezinnen duurzaam aan Zuidoost te binden. Want als deze doelgroep geen geschikte woning in de buurt kan vinden, vertrekken ze vaak naar de regio. Het gaat bijvoorbeeld om gezinnen die op dit moment te klein wonen, net wat meer te besteden hebben en een stap in hun wooncarrière willen maken of door willen stromen naar deze wijk. Maar het gaat ook om huurders die net wat meer te besteden hebben (sociale stijgers) en young professionals die steeds meer richting Zuidoost trekken. De woningen van 45 m² tot 60 m² BVO zijn juist geschikt voor jongeren en starters, omdat deze doelgroepen in Zuidoost vaak langer thuis blijven wonen.

zoals ouderen. ▪ zelfbouw trekt bewoners die zich langdurig willen vestigen op een locatie. Dit sluit aan bij de wensen van het stadsdeel. ▪ middeldure huurwoningen zijn geschikt voor woningzoekenden met een middeninkomen uit Zuidoost, maar ook voor overige woningzoekenden, omdat de vraag in dit segment groot is. ▪ koopwoningen zijn aantrekkelijk voor de sociale stijgers: deze groep woont al in Zuidoost en is bekend en betrokken bij de omgeving. In dit Stedenbouwkundig Plan sturen we op een aantal aanbevelingen uit de Woningbouwmonitor: ▪ toevoegen van 2-3 kamerwoningen in het sociale segment ▪ meer woningen voor de koopstarter – koopwoningen in het middensegment ▪ grotere woningen in de vrije sector ▪ woningen voor ouderen ▪ rolstoelwoningen ▪ woningen voor kleinere (één ouder) gezinnen

Het voorgestelde woonprogramma is zodoende interessant voor verschillende doelgroepen: ▪ sociale huurwoningen zijn geschikt voor woningzoekenden die aangewezen zijn op dit segment,

29

4.2 Maatschappelijke voorzieningen De Nelson Mandelabuurt vormt een kleinschalige woonwijk met een alles-in-1-school. Het ligt naast het centrale stadspark van Zuidoost waar veel sportfaciliteiten zijn, bijvoorbeeld in het Bijlmer Sportpark. Hiervoor maken we afzonderlijke plannen om de toekomstige bewoners in hun sportbehoefte te voorzien, onder andere door de toegankelijkheid vanuit de Nelson Mandelabuurt te verbeteren en het gebruik te intensiveren. In de omgeving zijn veel maatschappelijke voorzieningen, zoals het Bijlmer Sportcentrum, het Bijlmer Parktheater en voorzieningen rondom de metrostations Kraaiennest en Bullewijk. Ook in de Nelson Mandelabuurt zelf is op de begane grond van de bouwblokken (de plinten) ruimte voor voorzieningen. Dit draagt bij aan de levendigheid en de sociale veiligheid in de buurt. Er is bijvoorbeeld plek voor de volgende maatschappelijke voorzieningen: ▪ Een Integraal Kind Centrum (primair onderwijs). ▪ Een buurtkamer die geschikt is voor activiteiten van en voor de bewoners zelf. Deze kan ook een goede uitvalsbasis zijn voor activiteiten in het park. ▪ Niet-commerciële functies voor bijvoorbeeld stichtingen of verenigingen die bij voorkeur een relatie hebben met het park of zijn gericht op de parkbezoekers. Dit deel is nog niet ingevuld.

sociale veiligheid van het park. Andere voorzieningen die de relatie met het park versterken, of waar de parkbezoeker behoefte aan heeft, zijn bijvoorbeeld een parkuitleenbalie waar men skates, een basketbal of tafeltennisbadjes kan huren. Zo’n parkuitleenbalie kan ook samenwerken met cateraars die voor eten en drinken zorgen. Zo zijn er verschillende concepten denkbaar, die het gebruik van het park kunnen bevorderen. Zuidoost heeft veel bewoners en ondernemers met lage inkomens. Daarom is het belangrijk dat de commerciële ruimtes betaalbaar zijn voor lokale ondernemers en hun gebruikers. Dit bereiken we met kleinschalige ruimtes van maximaal 150 m² bvo per onderneming.

Afbeelding: Onderwijsgebouw MY college, Spijkenisse Niet - Woonprogramma (afgerond op vijftallen) vierkante meter (BVO) Integraal Kind Centrum

3.345

Maatschappelijke voorzieningen

1.800

Commerciële voorzieningen (niet zijnde detailhandel)

1.500

Horeca (restaurant, café, lunchroom of ijssalon)

200

Totaal

6.845

4.3 Commercieel programma

► Tabel: Niet - Woonprogramma

Op loopafstand van de Nelson Mandelabuurt bevindt zich de Amsterdamse Poort, het winkelhart van stadsdeel Zuidoost, en het Anton de Komplein met onder andere een markt. Het is niet de bedoeling dat dezelfde commerciële voorzieningen in de Nelson Mandelabuurt komen. Zo zijn winkels niet toegestaan. Op de begane grond (de plinten) is plek voor bedrijvigheid die de relatie met het park versterkt. Bijvoorbeeld om een ijsje te halen, of horeca met een terras. Het terras hoeft niet verhard te zijn, maar kan worden ingepast in de regentuinen via vlonders of in de Engelse landschapsstijl van het park. Horeca draagt bij aan de levendigheid. Vooral als de horecagelegenheid ook in de avond en in het weekend open is. Zo draagt de woonwijk bij aan de

► Afbeelding: mogelijke verdeling niet - woonprogramma

Stedenbouwkundig Plan Nelson Mandelabuurt

Afbeelding: Buurtcentrum Edegem van Marc Koehler Architecten

Afbeelding: Bassischool Het Espos, Rotterdam

30

5 Openbare ruimte In de Nelson Mandelabuurt komt een reeks van 10 bouwblokken. Rondom deze gebouwen bevindt zich openbare ruimte. Deze richten we zo in dat het een aantrekkelijke plek wordt met veel groen. Waar je prettig kunt lopen, fietsen, spelen, ontspannen en ontmoeten. De aansluiting op het park is hier een belangrijk onderdeel van. We besteden ook veel aandacht aan klimaatbestendigheid. In dit hoofdstuk beschrijven we de inrichting van de openbare ruimte.

Stedenbouwkundig Plan Nelson Mandelabuurt

31

5.1 Uitgangspunten Voor de inrichting van de openbare ruimte hanteren we een aantal uitgangspunten. Deze lichten we hieronder toe: 1. Doorgaande parkstructuur Met de inrichting van de openbare ruimte versterken we de kwaliteit van het bestaande landschap. Dat doen we door een doorgaande parkstructuur te creëren. Dit betekent dat we de parkstructuur in Engelse landschapsstijl doortrekken in de woonwijk. Zo ontstaat samenhang tussen het park en de bebouwing. Ze worden een sterkere eenheid. Onderdeel hiervan is dat de bebouwing en de openbare ruimte de slingerende lijn van de parkrand volgt. Onze ambitie is om deze brug te maken in samenwerking met het programma Cities4forests. Ook komt een deel van de bebouwing op een glooiende grondwal, waardoor hoogteverschillen in de woonwijk ontstaan. Dit sluit aan bij de glooiingen in het park. ► Afbeelding: doorgaande parkstructuur

2. Groene verbinding De Nelson Mandelabuurt is van ecologisch belang. Het is een onderdeel van de groene verbinding langs de Gooiseweg. Het naastgelegen Nelson Mandelapark is onderdeel van de Amsterdamse Hoofdgroenstructuur. Via het Brasapark loopt dit helemaal door naar de Gaasperplas en de Diemerscheg.

► Afbeelding: groene verbinding

Stedenbouwkundig Plan Nelson Mandelabuurt

32

3. Groene buffer In het Nelson Mandelapark vindt jaarlijks gedurende 4 weekenden het Kwaku festival plaats. In het park is hiervoor een festivalterrein. Dit terrein ligt ter hoogte van de bouwblokken A en B. In het ontwerp voor de openbare ruimte hebben we extra ruimte opgenomen voor een groene buffer met nieuwe bomen en beplanting tussen het festivalterrein en de woningen. Deze buffer vangt het geluid op en verzacht het, daarnaast bied dit privacy voor de bewoners. Tegelijkertijd krijgen de bewoners zo uitzicht op het groen.

► Afbeelding: groene buffer

4. Relatie met het bestaande water Tussen de woonwijk en de sportvelden in het park ligt een vijver. Deze bestaande vijver blijft. We maken een brug over de vijver met een wandelpad. Dit wordt een beeldbepalende verbinding tussen het park en de Nelson Mandelabuurt. Tegelijkertijd ontstaat hierdoor een interessante wandelroute. Onze ambitie is om deze brug te maken in samenwerking met het programma Cities4forests. Ook in de oksel van de Gooiseweg en het Brasapark ligt een vijver. Aan dit water komt blok J te liggen. Hier houden we in het ontwerp rekening mee door vlonders te maken en watertuinen aan te leggen.

► Afbeelding: relatie met het bestaande water

5. Aansluiting op het Brasapark Aan de zuidkant grenst de Nelson Mandelabuurt aan het nieuwe park bovenop de Gaasperdammertunnel. Het ontwerp zorgt voor een goede voetgangersverbinding tussen de Nelson Mandelabuurt en Brasapark.

► Afbeelding: aansluiting op het Brasapark Stedenbouwkundig Plan Nelson Mandelabuurt

33

5.2 Concept Het concept voor de inrichting van de openbare ruimte is gebaseerd op de slingerende routes en paden in het Nelson Mandelapark. De ringstructuur van de paden hebben we, op de schaal van het plangebied, overgezet en gecontinueerd. Hierbij gaat het niet alleen om de lijnen in de bestrating. De beplantingsstrategie, het drainagesysteem (afwatering) en de regentuinen passen ook in deze ringstructuur. De afwisseling van open plekken en dicht beplante plekken gebruiken we om parkweides te begrenzen en extra zichtlijnen naar het park te maken. Denk hierbij aan: ▪ Het festivalterrein. ▪ De centrale plek bij de heuvel. ▪ De weide bij de atletiekbaan.

► Afbeelding: concept

Tegelijkertijd zorgt de afwisseling tussen open en dicht beplante plekken voor het verrijken en verbeteren van het leefgebied voor dieren en vogels. En hiermee voor het vergroten van de ecologische waarden.

Stedenbouwkundig Plan Nelson Mandelabuurt

34

Ecologische verbinding en groene buffer Door de Nelson Mandelabuurt ligt een ecologische verbindingszone. De groene buffer en het groene talud langs de Gooiseweg zijn hier onderdeel van. Deze verbinding ‘Gooiseweg-Driemond’ loopt via het Brasapark en het Nelson Mandelapark en bestaat uit water en groen. Om deze ecologische waarde te versterken, komen door de hele woonwijk regentuinen. Deze zorgen ook voor hemelwateropvang.

Gooiseweg

Aan de kant van het park komen 3 bouwblokken aan het water. Hier maken we uitbreidingen van rietzones met houtvlonders die zorgen voor een ruige, natuurlijke uitstraling en een rustige plek om te zitten. Het uitzicht op het water verhoogt de beleving. Door extra bomen te planten en voetpaden aan te leggen sluit de buurt aan op het Brasapark. Flora en fauna Voor de herontwikkeling van het terrein genaamd ‘Nelson Mandelabuurt’ in Amsterdam zuidoost is in 2022 een ecologische Quickscan uitgevoerd. Hieruit bleek dat nader onderzoek nodig was naar aanwezigheid van vliegroutes en foerageergebied van vleermuizen. Dit onderzoek is uitgevoerd en uit de resultaten komt o.a. naar voren dat het gebied langs de Gooiseweg, vooral (direct langs) het talud, wordt gebruikt als foerageergebied voor vleermuizen. Daarnaast zijn bij en boven de waterpartijen in het zuiden van het plangebied foeragerende vleermuizen aangetroffen. Er zijn mitigerende maatregelen en ontheffing op de Wet natuurbescherming nodig om de voorgenomen ontwikkelingen te kunnen uitvoeren.

foerageergebied van vleermuizen ► Afbeelding: ecologische verbinding en groene buffer

In de uitwerking van de plannen voor de buurt richten we het groen in het plangebied zo biodivers mogelijk in en tijdens de uitvoering moeten de mitigerende maatregelen worden toegelicht in een ecologisch werkprotocol.

► Afbeelding: ecologische verbinding em groene buffer referenties Stedenbouwkundig Plan Nelson Mandelabuurt

35

Masterplan

Stedenbouwkundig Plan Nelson Mandelabuurt

36

1

Verhoging en verbinding met reliëf van het park Een deel van de woningen komt op een glooiende grondwal, op ongeveer 2 meter boven maaiveldniveau van het park zelf. Deze grondwal sluit aan op het park, met een helling en een keermuurtje, voetgangerspaden, fietshellingen en landschappelijke trappen. De hellingen zorgen eveneens voor verbinding met de OV-haltes op de Karspeldreef.

niveau van het park Verhoging Trappen Helling (voet/ fiets) Muurtje/talud Richting van helling

-2,4

1

1’

-2,4

op het niveau van het park

aansluiting met dakpark

1’

► Afbeelding: illustratief doorsnede met de hoogteverschillen tussen de bestaande hoogtes van het park en de nieuwe van de buurt. De ondergrondse parkeergarage hier is volgens optie 2 (zie pag. 18)

► Afbeelding: oplossingen referenties voor hoogteverschil Stedenbouwkundig Plan Nelson Mandelabuurt

37

Overgang van openbare ruimte naar het park De nieuwe woonwijk ligt tussen de Gooiseweg en het Nelson Mandelapark. Het ontwerp voor de inrichting van de openbare ruimte zorgt ervoor dat het park met ‘groene vingers’ in de woonwijk doordringt. Zowel tussen de bouwblokken als in de binnentuinen. De paden volgen de slingerende rand van het park. De hoogteverschillen in de woonwijk sluiten aan op het reliëf van het park. En rond alle gebouwen komen regentuinen, waardoor we overlast van hevige regenbuien tot een minimum beperken. Zo ontstaat een aangename groene omgeving en een sterke samenhang tussen park en woonwijk. De combinatie van bomen, struiken en open weides bieden uitzichten naar het park.

2

2’

► Afbeelding: groene vingers

2

2’

► Afbeeldingen: groene vingers referenties Stedenbouwkundig Plan Nelson Mandelabuurt

38

5.3 Verkeer Auto De Nelson Mandelabuurt is voor autoverkeer bereikbaar via de Karspeldreef. Aan beide kanten van de Karspeldreef is er een op-/afrit die uitkomt op een ventweg. Deze ventweg loopt parallel aan de Gooiseweg. De maximale snelheid is 30 km/uur. De weg eindigt aan beide uiteinden met een U-bocht. Een deel van de woningen aan beide kanten van de Karspeldreef komt op de grondwal, op ongeveer 2,5 meter boven het maaiveldniveau van het park. Openbaar vervoer In de omgeving zijn meerdere aansluitingen op openbaar vervoer. Aan de Karspeldreef is bij het sportpark een halte van de bussen 41, 49 en 285. De bushalte is lopend bereikbaar via het park. Aan de Bijlmerdreef ter hoogte van het Anton de Komplein is een bushalte waar bus 66 stopt. Deze bushalte is ook lopend bereikbaar via het park. Treinstation Amsterdam Bijlmer ArenA, metrostation Kraaiennest en metrostation Bullewijk liggen ieder op ongeveer 6 minuten fietsafstand.

► Afbeelding: Auto aansluiting

Parkeren voor bezoekers De norm voor bezoekersparkeren is 0,1 parkeerplek per woning, los van het woningtype. Voor het programma van circa 725 woningen moeten er dus minimaal circa 72 parkeerplekken op straat komen. In de nieuwe woonwijk komen 164 parkeerplaatsen op straat. Deze zijn onder andere bestemd voor bezoekers. Deze parkeerplaatsen komen langs de ventweg onderaan het talud van de Gooiseweg.

► Afbeelding: Openbaar vervoer en toegankelijkheid voor rolstoelgebruikers

Parkeren voorzieningen In de toekomstige situatie kunnen bezoekers en medewerkers parkeren langs de ventweg. Hiervoor hebben we genoeg parkeerplekken gereserveerd. Bij het schoolgebouw komt langs de ventweg een K+R plaats waar ouders hun kinderen af kunnen zetten. Auto’s kunnen verderop in de wijk keren om hun weg te vervolgen. Bezoekers fietsparkeren wordt deels in de openbare ruimte en deels inpandig gerealiseerd.

► Afbeelding: Openbare parkeerplaatsen en fietsparkeren voor bezoekers Stedenbouwkundig Plan Nelson Mandelabuurt

39

Aansluiting op de Karspeldreef De Nelson Mandelabuurt is voor autoverkeer bereikbaar via de Karspeldreef. Aan beiden kanten van de Karspeldreef is er een op-/afrit die uitkomt op een ventweg. Voor het verkeer komend vanaf de ventweg naar de Karspeldreef zijn verschillende verkeersoplossingen mogelijk. Deze worden verder uitgewerkt en voorgelegd aan het Toetsteam Openbare Ruimte & Mobiliteit (OR&M) om tot een optimale oplossing te komen.

3

3’

► Afbeelding: aansluiting op de Karspeldreef optie

3

3’

Stedenbouwkundig Plan Nelson Mandelabuurt

40

Fietsers, voetgangers en hulpdiensten Er loopt al een plusnet-fietsroute door het plangebied. Deze route blijft. Het project heeft geen apart fietspad. Fietsers en voetgangers delen de openbare ruimte rond de gebouwen. Alle woningen zijn van alle kanten toegankelijk voor voetgangers, fietsers en voor hulpdiensten. Tegelijkertijd sluit het ontwerp aan op de padenstructuur van het park. Hierdoor maakt de nieuwe woonwijk gevoelsmatig deel uit van het park.

► Afbeelding: fietsroutes

► Afbeelding: voetgangers

► Afbeelding: hulpdiensten routes Stedenbouwkundig Plan Nelson Mandelabuurt

41

5.4 Groen Groene daken en regentuinen We richten de Nelson Mandelabuurt regenbestendig in. Dat doen we met regentuinen en groene daken. Dit lichten we hieronder toe. Regentuinen Rond alle gebouwen in de nieuwe woonwijk komen regentuinen van verschillende grootte. De daken van de gebouwen vangen het regenwater op, de regentuinen verwerken de overstort aan regenwater van de daken. Door een systeem van regentuinen in de hele wijk aan te leggen, maken we de hele wijk ‘rainpoof’. Daarnaast draagt dit bij aan de ecologische waarde van het gebied en aan het verminderen van hittestress in het gebied. Regentuinen maken onderdeel uit van het zogenaamde: “Sustainable Urban Drainage Systems” (SUDS) of Water-Sensitive Design. Regentuinen bestaan uit veel verschillende planten. Hierdoor kunnen fraaie tuinen en landschappen ontstaan. Water in een regentuin is functioneel en geeft sfeer. Een regentuin trekt veel dieren aan, zoals kikkers, amfibieën en vogels. Daarnaast vult een regentuin het grondwaterpeil aan en ontlast het de rioleringen en waterzuiveringsstations. Natuurinclusief bouwen Om een gezonde, aantrekkelijke en toekomstbestendige leefomgeving voor mens en dier te maken, moet de natuur een volwaardige plaats krijgen bij het ontwerpen van nieuwbouw en openbare ruimte.

De Groenvisie 2050 schetst een beeld van Amsterdam als groene stad en hoe die zich tussen nu en 2050 verder kan ontwikkelen.

► Afbeelding: regentuinen vangen neerslag van de daken op. Ze vormen waterbuffers voor de opvang van extreme neerslag

► Afbeelding: regentuinen en groendaken

Voor tenders geldt een drempelwaarde voor natuurinclusief bouwen waarbij minimaal voor 30 punten aan maatregelen in het bouwblok moet worden gerealiseerd middels het Puntensysteem Natuurinclusief bouwen. Ook voor de overige blokken worden er zoveel mogelijk punten gehaald middels dit puntensysteem. In een groenplan (inclusief beheersparagraaf) wordt per ontwikkeling toegelicht welke natuurinclusieve maatregelen worden toegepast, hoe en met welk doel. Voor de toepassing van deze maatregelen kan overlegd worden met een stadsecoloog. Verlichting in de openbare ruimte en aan gebouwen houdt rekening met fauna in de buurt. Stedenbouwkundig Plan Nelson Mandelabuurt

► Afbeeldingen: referenties van regentuinen en groene daken 42

Groene daken De gebouwen in de woonwijk krijgen zoveel mogelijk groene daken. Om de nieuwe woonwijk zo goed mogelijk regenbestendig te maken, vormen groene daken een slimme combinatie met de regentuinen. Dit zorgt ervoor dat het park geen last heeft van extra watertoevoer. Groene daken hebben nog meer voordelen: ze leveren een bijdrage aan een grotere biodiversiteit in de stad, ze bevorderen geluidsreductie en binden fijnstof. Water dat van groene daken afstroomt, is bovendien schoner. We kunnen gebruikmaken van 2 verschillende type groene daken: 1. Een extensief groen dak Dit type is opgebouwd uit een dunne grondlaag van ongeveer vier tot zeven centimeter en een mosof sedumbegroeiing, eventueel aangevuld met kruiden en grassen. Door te variëren met de gronddikte kunnen microklimaten ontstaan. Dit bevordert de biodiversiteit. Dit type kunnen we op de daken van blokken A,C,E, F, en I toepassen.

► Afbeelding: Waterinfiltratie - extensieve groendaken

► Afbeeldingen: referenties van regentuinen en extensief daken Stedenbouwkundig Plan Nelson Mandelabuurt

43

2. Een intensief groen dak Dit type wordt ook wel een natuurdak genoemd. Het heeft een gevarieerde beplanting en kan daardoor in vergelijking met extensieve groene daken relatief veel regenwater vasthouden. Intensieve groene daken verhogen de sponswerking van de stad. Door directe en indirecte verdamping (via planten) en waterberging in de substraatlaag stroomt er minder regenwater van het dak af. Natuurdaken hebben afhankelijk van de plantkeuze wel onderhoud nodig, zoals water geven, snoeien, bemesten en onkruid wieden. Ook zijn natuurdaken hoger in gewicht en kostbaarder in aanleg dan sedumdaken. Tegelijkertijd bieden ze mogelijkheden voor gemeenschappelijke moestuinen. Dit type kunnen we op de daken van blokken B, D, G, H en J toepassen.

► Afbeelding: Waterinfiltratie - intensieve groendaken

► Afbeeldingen: referenties van regentuinen en intensief daken Stedenbouwkundig Plan Nelson Mandelabuurt

44

Bomen Bomen zijn belangrijk voor een aantrekkelijke openbare ruimte. In het ontwerp hebben bomen drie belangrijke functies: ▪ Bomen zorgen voor ruimtelijke eenheid tussen het park en de nieuwe woonwijk. ▪ Bomen zorgen op verblijfsplekken voor verkoeling op warme dagen vanwege hun schaduw. ▪ De bomen in de regentuinen zorgen voor extra waterinfiltratie. Door een bomenonderzoek (quick-scan) hebben we inzicht in de huidige staat van de bomen. Daar houden we rekening mee in het ontwerp. Op de zanddepots groeit op dit moment spontane bomen en struiken. Deze begroeiing is niet ingemeten. We houden ook rekening met de mogelijkheid om bomen te verplanten en gaan bekijken welke bomen hiervoor geschikt zijn. Voor het realiseren van de Nelson Mandelabuurt zullen ruim meer bomen geplant worden dan gekapt. Een derde van de nieuwe bomen is bloemdragend.

Stedenbouwkundig Plan Nelson Mandelabuurt

45

Struiken en (bloemrijke) gras In het plan willen we minder groenbeheer en meer ecologische waarde. De afwisseling van open en gesloten beplanting is er om: ▪ Parkweides te begrenzen. ▪ Uitzichten naar het park te maken. ▪ Meer vogels, insecten en kleine diertjes aan te trekken.

► Afbeelding: beplantingsreferentie Stedenbouwkundig Plan Nelson Mandelabuurt

46

5.5 Water Waternet beheert het oppervlaktewaterpeil van de watergangen in en rondom het park. Volgens Waternet is er in het park geen drainage. Een deel van de bouwstrook komt ongeveer 2,5 meter hoger dan het maaiveld van het park te liggen. In de nieuwe woonwijk vloeit al het water in de regentuinen en groene daken. Dit zorgt er voordat het park geen last krijgt van extra watertoevoer. Alle neerslag van de openbare ruimte komt in het groen terecht. De bestaande vijver bij de sportvelden blijft. Dit is een geïsoleerde vijver waarvan de waterkwaliteit een aandachtspunt is. Er wordt onderzocht hoe de waterkwaliteit van deze vijver kan worden verbeterd. Watercompensatie Naast waterrobuust inrichten van de openbare ruimte en bouwen van de nieuwe gebouwen, wordt bij de ontwikkeling van de Nelson Mandelabuurt rekening gehouden worden met watercompensatie. Door de nieuwbouw en de verharding van de openbare ruimte blijft minder grondoppervlak over voor het opnemen van regenwater. Het toevoegen van verhard oppervlak moet orden gecompenseerd met 10% water.

Voor de Nelson Mandelbuurt is tijdens de transformatie van het Bijlmerpark naar het Nelson Mandelapark hier al voor gezorgd met het graven van extra water in het park. Hiervoor is een Keurontheffing verleend door het Hoogheemraadschap.

► Afbeeldingen: The Yue-Yuan Courtyard van Z+T Studio Landscape Architecture Stedenbouwkundig Plan Nelson Mandelabuurt

47

5.6 Materialisatie De ventweg parallel aan de Gooiseweg krijgt een maximumsnelheid van 30 km/uur. Deze weg richten we in met rode klinkers. Dit is conform het beleidskader Puccinimethode. Deze methode is de standaard voor het Amsterdamse straatbeeld. We richten er al onze straten, pleinen en plantsoenen mee in. Deze standaard staat voor een kwalitatief goede, fysieke inrichting van de openbare ruimte. Een inrichting die gebruiksvriendelijk, toegankelijk, veilig, beheersbaar, duurzaam, betaalbaar, samenhangend én mooi is. De openbare ruimte rond de gebouwen richten we in met materialen die aansluiten op het park en die klimaatbestendig zijn. Waar mogelijk maken we gebruik van hergebruikte materialen die elders in de stad beschikbaar komen.

► Afbeeldingen: referenties van bestrating Stedenbouwkundig Plan Nelson Mandelabuurt

48

5.7 Afval en energievoorziening Inzamelen van huishoudelijk afval gaat met ondergrondse afvalcontainers. In het ontwerp staat enkele inzamellocaties voor restafval, glas en papier. De grofvuillocaties komen tegenover de ondergrondse afvalcontainers te liggen. De inzamellocaties staan op centrale plekken in het gebied. Ze zijn goed bereikbaar vanuit de hoofdingangen van de woningen. Hierbij houden we rekening met de loopafstanden. Vuilniswagens kunnen aan het einde van de ventweg keren om zo via de op- en afrit weer de Karspeldreef op te rijden. In de nieuwe woonwijk komt ook een textielcontainer. De plek en uitvoering weten we nog niet. Dit werken we in de volgende fase (voorlopig ontwerp openbare ruimte) uit. Nieuwbouw in de Nelson Mandelabuurt is aardgasvrij en voldoet minimaal aan de landelijke eisen (BENG). De ambitie is om de Nelson Mandelabuurt volledig energieneutraal te realiseren. De bebouwing moet geschikt zijn voor verwarming met laagtemperatuur warmte. Eventuele warmtenetten in het gebied zijn laagtemperatuur warmtenetten en warmtebronnen. Deze zijn duurzaam en bij voorkeur lokaal. Zuidoost zet in op een sociale energietransitie. Hiertoe behoort de doelstelling dat er in het stadsdeel meer energie wordt opgewekt door bijvoorbeeld zoveel mogelijk gebouwen energieleverend te maken in plaats van energieneutraal. Bewoners met een kleine beurs profiteren met lagere

► Afbeelding: inzamellocaties afval en mogelijke locaties WKO

energierekeningen van de extra opgewekte energie of vanwege de extra bespaarde energie, waardoor ze er financieel op vooruit gaan. Voor het energiesysteem wordt ingezet op het gebruik maken van de bodem. De bodem in Zuidoost is zeer geschikt om bijvoorbeeld WKO toe te passen. Collectieve systemen, waarbij meerdere bouwblokken het energiesysteem delen, zijn over het algemeen het meest duurzaam. We stimuleren ontwikkelende partijen om gezamenlijk op te trekken. In de openbare ruimte werken we mee om collectieve energiesystemen mogelijk te maken.

Om ongewenste interferentie in de bodem te voorkomen wordt een bodemenergieplan opgesteld. Installaties aan of op de bebouwing zijn geluidsarm en een integraal onderdeel van de architectuur. Uitgangspunt is dat de hoogste daken benut worden voor installaties, en de lagere daken waarop uitgekeken wordt zoveel mogelijk groen of als dakterras ingericht worden.

► Afbeeldingen: referenties afval en `wormenhotel´ Stedenbouwkundig Plan Nelson Mandelabuurt

49

5.8 Kwaliteit bestaande bomen We onderzochten de kwaliteit van de bomen binnen het plangebied. Ook is onderzocht wat de gevolgen zijn van de voorgenomen plannen. We voorzien geen problemen voor het project. Het doel is om zoveel mogelijk van de bestaande bomen te behouden. Uit het onderzoek blijkt dat de bomen een bovenmatige levensverwachting hebben gezien deze recent zijn geplant. Er zijn geen monumentale bomen. Voor de nieuwbouw is het nodig om bomen te kappen of te verplaatsen. Daarnaast moeten we bomen kappen of verplanten voor de inrichting van de openbare ruimte. Als voor de bouwactiviteiten voor langere tijd grondwater wordt afgemalen, zal in een groot gebied de grondwaterstand dalen. Dat geeft dan droogtestress voor de bomen. Dat moeten we in de gaten houden en zo nodig bewateren. Het kan dat we voor de planontwikkeling het maaiveldniveau moeten ophogen om te voldoen aan de grondwaternorm. Bestaande bomen kunnen niet goed tegen ophogen; daar moeten we op letten. De bomen die we moeten verplanten, bereiden we daar op tijd op voor worden om de kans op overleven te vergroten. De te kappen bomen compenseren we met nieuwe bomen.

In de ‘Regeling niet in betekenende mate bijdragen’ staan voor een aantal specifieke projecten een berekening bij welk bouwprogramma er nog een ‘niet in betekenende mate’ is. Dit is als het project gaat om maximaal 1.500 woningen of 100.000 m² kantoren bij 1 ontsluitingsweg of een combinatie van beide. Het project heeft met circa 725 woningen minder woningen dan hiervoor genoemd. Daardoor is het ‘niet in betekenden mate’. Daarom is verder onderzoek naar de luchtkwaliteit niet nodig. Wel is er bij de vergunningverlening vanuit de Wet natuurbescherming een Aerius-berekening nodig. Dat berekent de stikstofneerslag door het behalen programma op Natura-2000-gebieden.

5.9 Luchtkwaliteit In de Wet milieubeheer staan in titel 5.2 luchtkwaliteitseisen. Ruimtelijke plannen moeten voldoen aan grenswaarden voor onder meer stikstofdioxide en fijnstof. Als we een plan of project kunnen beschouwen als ‘niet in betekenende mate’ is er geen toetsing aan de grenswaarden nodig. Dat bepaalt het ‘Besluit niet in betekenende mate bijdragen’. In het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit uit 2009 is deze grens in het Besluit gesteld op 3 procent. Dat betekent dat de concentratie stikstofdioxide of fijnstof met maximaal 3 procent mag toenemen door de nieuwe ontwikkelingen die een plan toestaat. Als het meer is dan 3 procent, dan moeten we het toetsen aan de grenswaarden.

Stedenbouwkundig Plan Nelson Mandelabuurt

50

Colofon Opdrachtgever Grond en Ontwikkeling, Gemeente Amsterdam Auteur Ruimte en Duurzaamheid en het Projectmanagementbureau, Gemeente Amsterdam

Versie Definitieve versie

12 maart 2024

Stedenbouwkundig Plan Nelson Mandelabuurt

51

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14174730/1