CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 03.05 - Quicscan ecologie.pdf

Raadscommissie Algemene Zaken 3 juli 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Conceptprojectnota Erotisch Centrum vrijgegeven voor inspraak (VN2025-008609)11.977 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

21

Omgevingsdienst Noord-Holland Noord, omdat er gebruik wordt gemaakt van de provinciale vrijstelling. Er dienen maatregelen te worden getroffen om het doden van algemene amfibieën en zoogdieren te voorkomen. -

De werkzaamheden dienen, richting te handhaven groen, in één richting te worden uitgevoerd waardoor aanwezige fauna voor de werkzaamheden uit kunnen vluchten.

-

Er word aanbevolen de aanwezige vleermuiskast en paal voor de ooievaar te verplaatsen voor aanvang van de werkzaamheden.

3.4.3

OMGEVINGSVERGUNNING FLORA- EN FAUNA-ACTIVITEITEN

De noodzaak voor een omgevingsvergunning voor flora- en fauna-activiteiten kan op voorhand niet worden uitgesloten. Uit vervolgonderzoek zal moeten blijken of er beschermde functies of soorten in het projectgebied voorkomen en welke negatieve effecten met de werkzaamheden mogelijk gepaard gaan. Indien aanvullende inventarisaties aantonen dat het projectgebied functies bevat voor beschermde soorten en overtreding van de bepalingen in de natuurwetgeving niet voorkomen kan worden, dient een omgevingsvergunning voor flora- en fauna-activiteiten te worden aangevraagd. Hier kunnen specifieke voorwaarden in de vorm van compenserende of mitigerende maatregelen aan verbonden zijn.

22

4

GEBIEDSBESCHERMING

4.1

NATURA 2000-GEBIEDEN EN NNN Het projectgebied is niet gelegen binnen beschermde natuurgebieden. De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden liggen op ruim 8 kilometer van het projectgebied en betreffen “Botshol” en het “Markermeer en IJmeer” (afbeelding 9). Op circa 760 meter van het projectgebied ligt een ingericht gedeelte van het NNN in de Groot Duivendrechtse Polder (afbeelding 10).

Afbeelding 9: Projectgebied ten opzichte van Natura 2000-gebieden (maps.amsterdam.nl)

Afbeelding 10: Projectgebied ten opzichte van NNN (maps.amsterdam.nl) 23

4.2

EFFECTEN NATURA 2000-GEBIEDEN EN NNN Het projectgebied bevindt zich niet binnen beschermde natuur. De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden en delen van het NNN bevinden zich op voldoende afstand van het projectgebied om directe effecten uit te sluiten. Voor de realisatie van de beoogde ontwikkeling worden mobiele machines ingezet en worden er meer verkeersbewegingen van en naar het projectgebied gemaakt. Deze onderdelen in de realisatiefase van de ontwikkeling kunnen een toename van stikstofemissie tot gevolg hebben. De gebruiksfase van het erotisch centrum zal naar verwachting eveneens een toename in stikstofemissie leveren. Er wordt namelijk nieuwbouw gerealiseerd op een locatie die in de huidige situatie geen bebouwing betreft en publiek en faciliterende diensten zullen voor een toename in verkeersbewegingen zorgen. Gezien de ruime afstand tussen het projectgebied en stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden worden er geen significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van deze Natura 2000-gebieden verwacht. Om absoluut uitsluitsel te krijgen over de mogelijke effecten met betrekking tot stikstofemissie is een berekening met behulp van de “AERIUS Calculator” benodigd. 4.3

HOOFDGROENSTRUCTUUR, ECOLOGISCHE STRUCTUUR EN HOOFDBOMENSTRUCTUUR Het projectgebied bevindt zich niet in de Hoofdgroenstructuur of de Ecologische structuur van de gemeente Amsterdam (afbeelding 11) De zone langs het spoor behoort tot de Ecologische structuur, maar maakt geen onderdeel uit van het projectgebied. De Hoofdgroenstructuur bevindt zich op circa 50 meter van het projectgebied en betreft het Amstelpark. De exemplaren van de gewone plataan aan de Europaboulevard maken onderdeel uit van de Hoofdbomenstructuur van de gemeente Amsterdam (afbeelding 12). In het projectgebied zijn geen ecologische knelpunten aanwezig.

Afbeelding 11: Projectgebied ten opzichte van Hoofdgroenstructuur en Ecologische structuur (maps.amsterdam.nl)

24

Afbeelding 12: Projectgebied ten opzichte van Hoofdbomenstructuur (maps.amsterdam.nl)

4.4

EFFECTEN HOOFDGROENSTRUCTUUR, ECOLOGISCHE STRUCTUUR EN HOOFDBOMENSTRUCTUUR

Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van de Hoofdgroenstructuur of de Ecologische Structuur van de gemeente Amsterdam. Een beoordeling van de plannen door de Technische Advies Commissie Hoofdgroenstructuur (TAC) is niet benodigd. De exemplaren van de gewone plataan aan de Europaboulevard maken onderdeel uit van de Hoofdbomenstructuur. Tijdens de werkzaamheden worden enkele exemplaren gekapt. Voor het kappen van deze exemplaren geldt een herplantingsplicht volgens het Beleidskader Puccinimethode.

25

5

HOUTOPSTANDEN

De te kappen houtopstand bevindt zich binnen de bebouwingscontour houtkap zoals vastgesteld in het omgevingsplan van de gemeente Amsterdam (afbeelding 13). De bepalingen in het Besluit activiteiten leefomgeving (art. 11.111 Bal) met betrekking tot het vellen van houtopstanden zijn daarmee niet van toepassing. Voor de exemplaren van de gewone plantaan die binnen de Hoofdbomenstructuur vallen geldt echter wel een herplantingsplicht. Voor de kap van bomen is de Bomenverordening 2014 van de gemeente Amsterdam van toepassing. Er is een kapvergunning nodig en in de Bomenverordening zijn regels opgenomen voor de herplant.

Afbeelding 13: Bebouwingscontour houtkap (geoapps.noord-holland.nl)

26

6

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

6.1

CONCLUSIES Er zijn mogelijk functies voor beschermde soorten in het projectgebied aanwezig. De beoogde werkzaamheden kunnen leiden tot aantasting van beschermde functies en daarmee tot overtreding van de natuurwetgeving. De dichtbegroeide bosschages en struweel bieden potentiële vaste rust- en verblijfplaatsen voor marterachtigen als de boommarter, bunzing, hermelijn, steenmarter en de wezel. De groenstructuren bieden potentiële groeiplaatsen voor onder de Amsterdamse Beleidssoorten flora & fauna beschermde vaatplanten als de bijenorchis, brede wespenorchis, gevlekte rietorchis en de rietorchis. Tevens bieden de bomen, bosschages, struweel en poelen potentiële vliegroutes en foerageergebieden voor vleermuizen. In de groenstructuren en oeverzones in het projectgebied kunnen algemene amfibieën en zoogdieren voorkomen en kunnen algemene broedvogels tot broeden overgaan. Door afwezigheid van geschikt habitat worden overige beschermde functies van flora- en faunasoorten niet verwacht in het projectgebied voor te komen. Voor de beoogde ontwikkeling worden verschillende werkzaamheden uitgevoerd in de groenstructuren in het projectgebied. Door het verwijderen van groenstructuren die deel uitmaken van de bosschages en struweel kunnen vaste rust- en verblijfplaatsen van marterachtigen worden aangetast of vernield.

Hierbij kunnen individuen van de boommarter, bunzing, hermelijn, steenmarter en de wezel worden gedood. Tevens kunnen door aanpassingen in de groenstructuren en het aanleggen van verharding, groeiplaatsen van onder de Amsterdamse Beleidssoorten flora & fauna beschermde vaatplanten als de bijenorchis, brede wespenorchis, gevlekte rietorchis en de rietorchis worden aangetast of vernield. Door kapwerkzaamheden, het verwijderen van groenstructuren en het realiseren van nieuwe bebouwing en met additionele verlichting kunnen essentiële vliegroutes en foerageergebieden van vleermuizen worden aangetast. Hierbij kunnen passerende en foeragerende individuen van vleermuizen worden verstoord. Tijdens het verwijderen van groenstructuren en grondverzet kunnen algemene amfibieën en zoogdieren worden gedood. Bij de uitvoering van werkzaamheden in het broedseizoen van vogels (globaal maart - augustus) kunnen broedgevallen van algemene broedvogels worden verstoord. De vermelde periode is niet leidend, elk broedgeval is beschermd. Het projectgebied bevindt zich niet binnen beschermde natuur. De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden en delen van het NNN bevinden zich op voldoende afstand van het projectgebied om directe effecten uit te sluiten.

In de realisatie- en de gebruiksfase van het projectgebied wordt door de realisatie van nieuwbouw en een toename in verkeersbewegingen een toename in stikstofemissie verwacht. Gezien de ruime afstand tussen het projectgebied en stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden worden er geen significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van deze Natura 2000-gebieden verwacht. Om absoluut uitsluitsel te krijgen over de mogelijke effecten met betrekking tot stikstofemissie is een berekening met behulp van de “AERIUS Calculator” benodigd. Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van de Hoofdgroenstructuur of de Ecologische Structuur van de gemeente Amsterdam. Een beoordeling van de plannen door de Technische Advies Commissie Hoofdgroenstructuur (TAC) is niet benodigd. Er vinden kapwerkzaamheden plaats. De te kappen bomen bevindt zich binnen de bebouwingscontour houtkap zoals vastgesteld in het omgevingsplan van de gemeente Amsterdam. De bepalingen in het Besluit activiteiten leefomgeving (art. 11.111 Bal) met betrekking tot het vellen van houtopstanden zijn daarmee niet van toepassing. Voor de exemplaren van de gewone plantaan die binnen de Hoofdbomenstructuur vallen geldt echter wel een herplantingsplicht. Voor de kap van bomen is de Bomenverordening 2014 van de gemeente Amsterdam van toepassing.

Er is een kapvergunning nodig en in de Bomenverordening zijn regels opgenomen voor de herplant.

27

6.2

AANBEVELINGEN Het is aan te bevelen vervolgonderzoek uit te laten voeren naar vaste rust- en verblijfplaatsen van marterachtigen, groeiplaatsen van ABS(+) vaatplanten, essentiële vliegroutes en foerageergebieden van vleermuizen. Het onderzoek naar marterachtigen dient afgestemd te zijn op de verwachte aanwezigheid van de boommarter, bunzing, hermelijn, steenmarter en de wezel. Het onderzoek naar vaatplanten dient afgestemd te zijn op de verwachte aanwezigheid van de ABS soorten bijenorchis, brede wespenorchis, gevlekte rietorchis en de rietorchis. Met betrekking tot algemene broedvogels wordt aanbevolen de werkzaamheden buiten het broedseizoen van vogels (globaal maart – augustus) uit te voeren. Indien de werkzaamheden in het broedseizoen van vogels plaatsvinden kunnen mogelijke nestlocaties van algemene broedvogels worden vernietigd en kunnen individuen van broedvogels worden verstoord. De vermelde periode is niet leidend, elk broedgeval is beschermd. Ook broedgevallen buiten deze periode mogen niet verstoord worden. Indien werkzaamheden tijdens het broedseizoen plaats moeten vinden dient een aanvullende inspectie op broedvogels door een ecoloog te worden uitgevoerd om overtredingen te voorkomen. Tijdens de werkzaamheden kunnen algemene amfibieën en zoogdieren worden gedood.

Voorafgaand aan de werkzaamheden dient een melding te worden gedaan bij de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord, omdat er gebruik wordt gemaakt van de provinciale vrijstelling. Er dienen maatregelen te worden getroffen om het doden van algemene amfibieën en zoogdieren te voorkomen. In tabel 3 zijn de uit te voeren aanvullende onderzoeken en onderzoeksperiodes weergegeven. Tabel 3: Te verwachten beschermde soorten en aanbevolen inventarisaties Soort / soortgroep

Aanvullend onderzoek

Algemene broedvogels

Nesten,

indien

niet

Onderzoeksperiode buiten

het

Binnen de periode maart t/m augustus

broedseizoen gewerkt wordt Boommarter,

Vaste rust- en verblijfplaatsen

Juni t/m november

Vaatplanten ABS (+)

Groeiplaatsen

Mei t/m juli

Vleermuizen

Vliegroutes en foerageergebied

15 april t/m 15 september

hermelijn,

bunzing,

steenmarter

en wezel

Het is aan te bevelen om voor ten minste de aanwezige beschermde soorten en Rode lijstsoorten mitigerende maatregelen op te nemen in een ecologisch werkprotocol om negatieve gevolgen voor de leefomgeving te voorkomen en te beperken.

28

7

LITERATUUR

Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. (2022) Inventarisatierapport Marterachtigen geluidschermen Zuidasdok IBVW2132 P2 33 Definitief. 12 januari 2022. Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. (2021) Inventarisatierapport Ringslang Zuidasdok IBVW2128 Definitief. 29 november 2021. BIJ12 (2024) Kennisdocument gewone dwergvleermuis, versie 2.0, BIJ12 april 2024. BIJ12 (2017) Kennisdocument buizerd, versie 1.0, BIJ12 juli 2017. BIJ12 (2023) Kennisdocument gierzwaluw, versie 2.0, BIJ12 juli 2023. BIJ12 (2023) Kennisdocument huismus, versie 2.1, BIJ12 februari 2023. BIJ12 (2017) Kennisdocument kerkuil, versie 1.0, BIJ12 juli 2017. BIJ12 (2024) Kennisdocument kleine marterachtigen, versie 1.0, BIJ12 januari 2024. BIJ12 (2017) Kennisdocument rugstreeppad, versie 1.0, BIJ12 juli 2017. BIJ12 (2017) Kennisdocument ruige dwergvleermuis, versie 1.0, BIJ12 juli 2017. BIJ12 (2017) Kennisdocument watervleermuis, versie 1.0, BIJ12 juli 2017. Dietz, C., O. von Helversen & D. Nill, (2011) Vleermuizen, Tirion Natuur uitgevers BV, Baarn. Gemeente Amsterdam (2022) Amsterdamse gedragscode flora & fauna. Versie 1, Definitief. Gemeente Amsterdam 6 april 2022. Gemeente Amsterdam (2012) Ecologische Visie Ecologie, biodiversiteit en groene verbindingen in Amsterdam. Gemeente Amsterdam 4 juli 2012. Gemeente Amsterdam (2011) Structuurvisie Amsterdam 2040 Economisch sterk en duurzaam. Gemeente Amsterdam 17 februari 2011.

Netwerk Groene Bureaus (2017) Soortinventarisatieprotocollen in het kader van de Wet natuurbescherming, juli 2017. Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging (2020). Vleermuisprotocol 2021, oktober 2020. Vlinderstichting (2020) Monitoring iepenpage in Amsterdam 2020. 18 november 2020 Internet NDFF www.gbif.org www.geoapps.noord-holland.nl www.maps.amsterdam.nl www.piscaria.nl www.provinciaalgeoregister.nl/georegister/ www.ravon.nl www.stowa.nl (limnodata neerlandica) www.synbiosys.alterra.nl/natura2000 www.telmee.nl www.verspreidingsatlas.nl

29

Bijlage 1: Beoordelingsregels Omgevingswet Beoordelingsregels Natura 2000-activiteit 1. Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een Natura 2000activiteit, wordt de omgevingsvergunning alleen verleend als door middel van een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het project de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten. 2. In afwijking van het eerste lid kan, ondanks het feit dat uit de passende beoordeling de vereiste zekerheid niet is verkregen, de omgevingsvergunning worden verleend, als is voldaan aan de volgende voorwaarden: a. er geen alternatieve oplossingen zijn; b. het project nodig is om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard; c. er nodige compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van Natura 2000 bewaard blijft. 3. Als het project significante gevolgen kan hebben voor een prioritair type natuurlijke habitat of een prioritaire soort in een Natura 2000-gebied, geldt, in afwijking van het tweede lid, onder b, de voorwaarde dat het project nodig is vanwege: a. argumenten die verband houden met de gezondheid, de openbare veiligheid of met voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; b.

andere dwingende redenen van groot openbaar belang, als de procedure van de aanvraag van een opvatting vanuit de Europese Commissie over dwingende redenen van groot openbaar belang bij Natura 2000-gebieden is toegepast. Gemeentelijke programmatische aanpak stikstof 1. Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een Natura 2000activiteit waarop een gemeentelijke programmatische aanpak stikstof van toepassing is, wordt de omgevingsvergunning alleen verleend als de Natura 2000-activiteit voldoet aan de in het programma opgenomen bepalingen. 2. Het eerste lid geldt niet voor een projectbesluit waarin is bepaald dat: a. het projectbesluit geldt als een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit; b. het eerste lid niet van toepassing is op dat projectbesluit. Beoordelingsregels flora- en fauna-activiteit: soorten Vogelrichtlijn 1. Er bestaat geen andere bevredigende oplossing. 2.

Er is sprake van een in de wet genoemd belang en activiteiten voor de betreffende soort of soortgroep; In het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid; In het belang van de veiligheid van het luchtverkeer; Voor het voorkomen van belangrijke schade aan gewassen, vee, bomen, visserij of wateren; Ter bescherming van flora en fauna; voor onderzoek of onderwijs, het uitzetten of herinvoeren van soorten, of voor de daarmee samenhangende teelt; om het vangen, het onder zich hebben of elke andere wijze van verstandig gebruik van bepaalde vogels in kleine hoeveelheden selectief en onder strikt gecontroleerde omstandigheden toe te staan; 3. De activiteit niet leidt tot verslechtering van de staat van instandhouding van deze soort.

30

Beoordelingsregels flora- en fauna-activiteit: soorten Habitatrichtlijn 1. Er bestaat geen andere bevredigende oplossing. 2. Er is sprake van een in de wet genoemd belang en activiteiten voor de betreffende soort of soortgroep; in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats; voor het voorkomen van ernstige schade aan met name gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daarvoor benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten; om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de omgevingsvergunning vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, respectievelijk een beperkt bij de omgevingsvergunning vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben; 3.

De activiteit doet geen afbreuk aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan. Beoordelingsregels flora- en fauna-activiteit: andere soorten 1. Er bestaat geen andere bevredigende oplossing. 2. Er is sprake van een in de wet genoemd belang en activiteiten voor de betreffende soort of soortgroep; in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats; voor het voorkomen van ernstige schade aan met name gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daarvoor benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten; om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de omgevingsvergunning vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, respectievelijk een beperkt bij de omgevingsvergunning

vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben; in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daaropvolgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; voor het voorkomen van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes of begraafplaatsen; voor het beperken van de omvang van de populatie van in het wild levende dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; voor het voorkomen of bestrijden van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; in het kader van een bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; in het kader van het bestendig beheren of onderhouden van vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, luchthavens, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; in het kader van het bestendig beheren of onderhouden van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied; in het algemeen belang; 3. Er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan.

31

Bijlage 2:

Foto-impressie

32

Bijlage 3:

Tabel mogelijk aanwezige soorten

Tabel 1: Overzicht beschermde soorten in de omgeving van het projectgebied in kilometerhok 121/483 Soortgroep Naam Bescherming Afstand Amfibieën

Alpenwatersalamander

Bal bijlage IX A

< 5km

Amfibieën

Bastaardkikker1

Bal bijlage IX A

< 3km*

Amfibieën

Bruine kikker

1

Bal bijlage IX A

< 5km*

Amfibieën

Gewone pad1

Bal bijlage IX A

< 1km*

1

Amfibieën

Kleine watersalamander

Bal bijlage IX A

< 2km*

Amfibieën

Meerkikker1

Bal bijlage IX A

< 3km*

Amfibieën

Rugstreeppad

HR IV & Bern II

< 4km*

Amfibieën

Vinpootsalamander

Bal bijlage IX A

< 5km

Ongewervelden

Iepenpage

Bal bijlage IX A

< 5km

Reptielen

Ringslang

Bal bijlage IX A

< 5km

Vaatplanten

Grote leeuwenklauw

Bal bijlage IX B

< 5km

Vaatplanten

Karthuizeranjer

Bal bijlage IX B

< 5km

Vaatplanten

Muurbloem

Bal bijlage IX B

< 2km*

Vaatplanten

Schubvaren

Bal bijlage IX B

< 5km*

Vaatplanten

Wolfskers

Bal bijlage IX B

< 5km

Vleermuizen

Gewone dwergvleermuis

HR IV

< 1km*

Vleermuizen

Gewone grootoorvleermuis

HR IV & Bern II

< 2km*

Vleermuizen

Laatvlieger

HR IV & Bern II

< 1km*

Vleermuizen

Meervleermuis

HR IV & Bern II

< 1km*

Vleermuizen

Rosse vleermuis

HR IV & Bern II

< 1km*

Vleermuizen

Ruige dwergvleermuis

HR IV & Bern II

< 1km*

Vleermuizen

Tweekleurige vleermuis

HR IV & Bern II

< 5km

Vleermuizen

Watervleermuis

HR IV & Bern II

< 1km*

Vogels

Blauwe reiger

Cat. 5

< 2km*

Vogels

Boerenzwaluw

Cat. 5

< 5km*

Vogels

Boomklever

Cat. 5

< 5km*

Vogels

Boomkruiper

Cat. 5

< 2km*

Vogels

Boomvalk

Cat. 4

< 2km*

Vogels

Bosuil

Cat. 5

< 1km*

Vogels

Buizerd

Cat. 4

< 1km*

Vogels

Ekster

Cat. 5

< 1km*

Vogels

Gekraagde roodstaart

Cat. 5

< 2km*

Vogels

Gierzwaluw

Cat. 2

< 2km*

Vogels

Groene specht

Cat. 5

< 2km*

Vogels

Grote bonte specht

Cat. 5

< 2km*

Vogels

Grote gele kwikstaart

Cat. 3

< 2km*

Vogels

Huismus

Cat. 2

< 1km*

Vogels

Huiszwaluw

Cat. 5

< 5km*

Vogels

Ijsvogel

Cat. 5

< 1km*

Vogels

Kerkuil

Cat. 3

< 4km*

Vogels

Koolmees

Cat. 5

< 1km*

Vogels

Oeverzwaluw

Cat. 5

< 3km*

Vogels

Ooievaar

Cat. 3

< 2km*

Vogels

Pimpelmees

Cat. 5

< 1km*

Vogels

Ransuil

Cat. 4

< 2km*

Vogels

Slechtvalk

Cat. 3

< 1km*

Vogels

Sperwer

Cat. 4

< 1km*

Vogels

Spreeuw

Cat. 5

< 5km*

Vogels

Torenvalk

Cat. 5

< 5km

33

Soortgroep

Naam

Bescherming

Afstand

Vogels

Zwarte kraai

Cat. 5

< 1km*

Vogels

Zwarte roodstaart

Cat. 5

< 2km*

1

Zoogdieren

Aardmuis

Bal bijlage IX A

< 5km

Zoogdieren

Boommarter

Bal bijlage IX A

< 1km*

Zoogdieren

Bosmuis1

Bal bijlage IX A

< 5km*

Zoogdieren

Bunzing

Bal bijlage IX A

< 1km*

Zoogdieren

Dwergmuis1

Bal bijlage IX A

< 5km*

1

Zoogdieren

Dwergspitsmuis

Bal bijlage IX A

< 5km

Zoogdieren

Eekhoorn

Bal bijlage IX A

< 2km*

Zoogdieren

Egel1

Bal bijlage IX A

< 1km*

1

Zoogdieren

Gewone bosspitsmuis

Bal bijlage IX A

< 5km

Zoogdieren

Haas1

Bal bijlage IX A

< 2km*

Zoogdieren

Hermelijn

Bal bijlage IX A

< 5km

Zoogdieren

Huisspitsmuis1

Bal bijlage IX A

< 3km*

Zoogdieren

1

Konijn

Bal bijlage IX A

< 1km*

Zoogdieren

Rosse woelmuis1

Bal bijlage IX A

< 5km*

Zoogdieren

Steenmarter

Bal bijlage IX A

< 5km*

Zoogdieren

Veldmuis1

Bal bijlage IX A

< 5km*

Zoogdieren

Vos

1

Bal bijlage IX A

< 5km*

Zoogdieren

Wezel

Bal bijlage IX A

< 1km*

Bal bijlage IX A < 5km Woelrat1 * = op basis van eerdere waarnemingen van Adviesbureau E.C.O.Logisch B.V. 1 = Vrijstelling in de provincie Noord-Holland van artikel 11.54 Besluit activiteiten leefomgeving, de specifieke zorgplicht (Bal, artikel 11.27) blijft van toepassing. Zoogdieren

34

Bijlage 4:

Tabel mogelijk aanwezige Rode lijstsoorten

Tabel 2: Overzicht Rode Lijst-soorten in directe omgeving van het projectgebied Wetenschappelijke naam

Rode Lijststatus

Geschikt habitat

Geleedpotigen - Insecten Leptocerus

Leptocerus tineiformis

Kwetsbaar

Nee

Geleedpotigen - Insecten Limnephilus

Limnephilus marmoratus

Kwetsbaar

Nee

Insecten - Dagvlinders

Bruin blauwtje

Aricia agestis

Gevoelig

Nee

Insecten - Dagvlinders

Grote vos

Nymphalis polychloros

Kwetsbaar

Nee

Insecten - Wespen, Bijen Gewone tubebij en Mieren

Stelis breviuscula

Kwetsbaar

Korstmossen

Gewoon schorsmos

Hypogymnia physodes

Gevoelig

Nee

Korstmossen

Groot leermos

Peltigera canina

Kwetsbaar

Nee

Schimmels

Boomgaardvuurzwam

Phellinus tuberculosus

Kwetsbaar

Nee

Schimmels

Dennenharszwam

Phlebiopsis gigantea

Kwetsbaar

Nee

Schimmels

Donsvoetbundelzwam

Meottomyces dissimulans

Kwetsbaar

Nee

Schimmels

Kapjesmorielje

Mitrophora semilibera

Kwetsbaar

Nee

Schimmels

Muurtrechtertje

Omphalina rickenii

Ernstig Bedreigd Nee

Schimmels

Netstelige heksenboleet

Suillellus luridus

Kwetsbaar

Nee

Schimmels

Ongesteelde krulzoom

Tapinella panuoides

Kwetsbaar

Nee

Schimmels

Oranjerode hertenzwam

Pluteus aurantiorugosus

Kwetsbaar

Nee

Schimmels

Paarssteelschijnridderzwam

Lepista saeva

Kwetsbaar

Nee

Schimmels

Papegaaizwammetje

Hygrocybe psittacina

Gevoelig

Nee

Schimmels

Populierleemhoed

Agrocybe cylindracea

Kwetsbaar

Nee

Schimmels

Schubbige oesterzwam

Pleurotus dryinus

Gevoelig

Nee

Schimmels

Sneeuwzwammetje

Hygrocybe virginea

Gevoelig

Nee

Schimmels

Verkleurzwammetje

Melanophyllum haematospermum Kwetsbaar

Nee

Schimmels

Vingerhoedje

Verpa conica

Bedreigd

Nee

Vaatplanten

Absintalsem

Artemisia absinthium

Kwetsbaar

Nee

Vaatplanten

Amandelwolfsmelk

Euphorbia amygdaloides

Gevoelig

Nee

Vaatplanten

Beemdkroon

Knautia arvensis

Kwetsbaar

Nee

Vaatplanten

Betonie

Betonica officinalis

Bedreigd

Nee

Vaatplanten

Bevertjes

Briza media

Kwetsbaar

Nee

Vaatplanten

Bolderik

Agrostemma githago

Kwetsbaar

Nee

Vaatplanten

Bosaardbei

Fragaria vesca

Gevoelig

Nee

Vaatplanten

Dodemansvingers

Oenanthe crocata

Gevoelig

Nee

Vaatplanten

Donkergroene basterdwederik

Epilobium obscurum

Kwetsbaar

Nee

Vaatplanten

Dubbelloof

Struthiopteris spicant

Gevoelig

Nee

Vaatplanten

Gele kornoelje

Cornus mas

Gevoelig

Nee

Vaatplanten

Gele monnikskap

Aconitum vulparia

Gevoelig

Nee

Vaatplanten

Gewone agrimonie

Agrimonia eupatoria

Gevoelig

Nee

Vaatplanten

Gulden boterbloem

Ranunculus auricomus

Kwetsbaar

Nee

Vaatplanten

Gulden sleutelbloem

Primula veris

Kwetsbaar

Nee

Vaatplanten

Heemst

Althaea officinalis

Kwetsbaar

Nee

Vaatplanten

Kattendoorn

Ononis spinosa subsp. spinosa

Gevoelig

Nee

Vaatplanten

Knolsteenbreek

Saxifraga granulata

Bedreigd

Nee

Vaatplanten

Korenbloem

Centaurea cyanus

Gevoelig

Nee

Vaatplanten

Kranssalie

Salvia verticillata

Ernstig Bedreigd Nee

Vaatplanten

Kruidvlier

Sambucus ebulus

Kwetsbaar

Nee

Vaatplanten

Kruisbladwalstro

Cruciata laevipes

Kwetsbaar

Nee

Vaatplanten

Moeraswolfsmelk

Euphorbia palustris

Kwetsbaar

Nee

Vaatplanten

Muurhavikskruid

Hieracium Hieracium

Kwetsbaar

Nee

Vaatplanten

Polei

Mentha pulegium

Kwetsbaar

Nee

Soortgroep

Nederlandse naam

Nee

35

Soortgroep

Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

Rode Lijststatus

Geschikt habitat

Vaatplanten

Rapunzelklokje

Campanula rapunculus

Kwetsbaar

Nee

Vaatplanten

Ruige anjer

Dianthus armeria

Kwetsbaar

Nee

Vaatplanten

Selderij

Apium graveolens

Kwetsbaar

Nee

Vaatplanten

Steenanjer

Dianthus deltoides

Kwetsbaar

Nee

Vaatplanten

Stengelloze sleutelbloem

Primula vulgaris

Kwetsbaar

Nee

Vaatplanten

Veldsalie

Salvia pratensis

Kwetsbaar

Nee

Vaatplanten

Waterdrieblad

Menyanthes trifoliata

Gevoelig

Nee

Vaatplanten

Welriekende agrimonie

Agrimonia procera

Kwetsbaar

Nee

Vaatplanten

Wilde kievitsbloem

Fritillaria meleagris

Bedreigd

Nee

Vaatplanten

Witte engbloem

Vincetoxicum hirundinaria

Kwetsbaar

Nee

Vaatplanten

Wolfskers

Atropa bella-donna

Bedreigd

Nee

Vaatplanten

Zacht vetkruid

Sedum sexangulare

Kwetsbaar

Nee

Vaatplanten

Zomerklokje

Leucojum aestivum

Kwetsbaar

Nee

Vaatplanten

Zwartmoeskervel

Smyrnium olusatrum

Gevoelig

Nee

Vissen

Rivierdonderpad

Cottus perifretum

Kwetsbaar

Nee

Vogels

Boerenzwaluw

Hirundo rustica

Gevoelig

Ja

Vogels

Boomvalk

Falco subbuteo

Kwetsbaar

Nee

Vogels

Grauwe vliegenvanger

Muscicapa striata

Gevoelig

Nee

Vogels

Grote lijster

Turdus viscivorus

Kwetsbaar

Nee

Vogels

Grote mantelmeeuw

Larus marinus

Gevoelig

Nee

Vogels

Grutto

Limosa limosa

Gevoelig

Nee

Vogels

Huismus

Passer domesticus

Gevoelig

Nee

Vogels

Keep

Fringilla montifringilla

Gevoelig

Nee

Vogels

Koekoek

Cuculus canorus

Kwetsbaar

Nee

Vogels

Kramsvogel

Turdus pilaris

Gevoelig

Nee

Vogels

Nachtegaal

Luscinia megarhynchos

Kwetsbaar

Nee

Vogels

Oeverloper

Actitis hypoleucos

Gevoelig

Ja

Vogels

Pijlstaart

Anas acuta

Bedreigd

Nee

Vogels

Ransuil

Asio otus

Kwetsbaar

Nee

Vogels

Roerdomp

Botaurus stellaris

Kwetsbaar

Ja

Vogels

Slobeend

Anas clypeata

Kwetsbaar

Ja

Vogels

Smient

Anas penelope

Gevoelig

Ja

Vogels

Spotvogel

Hippolais icterina

Gevoelig

Nee

Vogels

Torenvalk

Falco tinnunculus

Kwetsbaar

Nee

Vogels

Tureluur

Tringa totanus

Gevoelig

Nee

Vogels

Visdief

Sterna hirundo

Gevoelig

Nee

Vogels

Watersnip

Gallinago gallinago

Bedreigd

Nee

Vogels

Wielewaal

Oriolus oriolus

Kwetsbaar

Nee

Vogels

Wintertaling

Anas crecca

Kwetsbaar

Nee

Vogels

Zwarte mees

Periparus ater

Gevoelig

Nee

Weekdieren, Land- en zoetwatermollusken

Wijngaardslak

Helix pomatia

Kwetsbaar

Zoogdieren, Overige zoogdieren

Bunzing

Mustela putorius

Kwetsbaar

Zoogdieren, Overige zoogdieren

Haas

Lepus europaeus

Gevoelig

Zoogdieren, Overige zoogdieren

Hermelijn

Mustela erminea

Kwetsbaar

Zoogdieren, Overige zoogdieren

Konijn

Oryctolagus cuniculus

Gevoelig

Eptesicus serotinus

Kwetsbaar

Nyctalus/Eptesicus/Vespertilio noctula/leisleri/serotinus/murinus

Kwetsbaar

Zoogdieren, Vleermuizen Laatvlieger Zoogdieren, Vleermuizen

Rosse / Bos- / Tweekleurige vleermuis / Laatvlieger

Nee Ja Ja Ja Ja Ja Ja

36

Bijlage 5:

Kaart potentiële functies marterachtigen

37

Bijlage 6:

Kaart potentiële functies vaatplanten

38

Bijlage 7:

Kaart potentiële functies vleermuizen

39

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15701588/1