CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

BestuursvoorstelAGVuitwerkingsbesluitJuli2025 vsdefCieAB.pdf

RAAD 10 juli 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Uiten van wensen en bedenkingen over het uitwerkingsbesluit aangaande de ontvlechting van de stichting Waternet. (VN2025-008423)10.584 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

4.3 Ter inzagelegging

5.

n.v.t.

RISICO’S EN BEHEERMAATREGELEN

Risico 1 Continuïteit van de watertaken: door de afwezigheid van sleutelfiguren, personeelsverloop of interne

onrust kan de bedrijfscontinuïteit in het geding komen. Beheermaatregel 1

Het is voor, tijdens en na de ontvlechting steeds (voor alle partijen) een randvoorwaarde geweest dat de continuïteit geborgd is. Het gaat om tijdige vervanging bij uitval, kennisborging via samenwerking en overdrachtsdossiers, en het versterken van goed werkgeverschap om medewerkers betrokken te

14

houden. Aan de leidinggevenden is om alertheid en proactief handelen op dit punt gevraagd. Ook het informele circuit – signalen van onvrede of vermoeidheid – wordt gevolgd. In afstemming met de directie Waternet bewaakt het programmateam wekelijks de balans tussen de dagelijkse operatie, lopende verbeterprojecten en de transitieopgave. Eventuele knelpunten worden zo tijdig gesignaleerd en integraal besproken. Er zijn nog geen onomkeerbare besluiten genomen, maar de voorbereidingen voor de ontvlechting zijn vorig jaar – in goed overleg met de gemeente Amsterdam - gestart en zijn in volle gang. De ontvlechting wordt zorgvuldig voorbereid zodat na instemming met het Uitwerkingsbesluit een beheerste transitie per 1 januari kan plaatsvinden en de continuïteit geborgd blijft. Risico 2

Beheermaatregel 2

Risico 3

Beheermaatregel 3

Frictiekosten: doordat de splitsing aanzienlijke investeringen in tijd, mensen en middelen vergt, bestaat er een risico op kostenoverschrijding van de geraamde frictiekosten, bijvoorbeeld door onderschatting van benodigde capaciteit, langere duur van ontvlechting, uitstel van besluitvorming, of extra externe uitgaven zoals IT-aanpassingen of juridische ondersteuning. Om dit te beheersen heeft Waternet monitoring ingericht, waaronder maandelijkse rapportages en begrensde budgetten. Ook is een marge van +/- 20% in de frictiekosten opgenomen. De drie ambtelijke opdrachtgevers sturen hierop. Er wordt maandelijks gerapporteerd naar het Algemeen bestuur. Doordat IV/ICT (en een beperkt aantal andere diensten, zoals facilitair en meldkamer) nog enige jaren achterblijven onder aansturing van de nieuwe stichting, is er een kans dat AGV te weinig sturing heeft op kwaliteit, op snelheid van ontvlechting, en op prioritering en oplossing van problemen. In de besturing van de tijdelijke gemeenschappelijke diensten in de nieuwe stichting is voor sturing op o.a.

de IV/ICT van AGV het volgende te regelen per 1-1-2026: o Op niveau van de samenwerkingsovereenkomst (SOK): escalatieniveau, bewaking van prioritering; o Op niveau portfolioboard: sturing op planning en voortgang doorgaande ontvlechting IV/ICT en (problemen in) de reguliere bedrijfsvoering; o DVO: kwaliteitsborging van reguliere bedrijfsvoering IV/ICT. Verder wordt het automatiseringssysteem voor de belastingheffing en –inning indien technisch verantwoord opgenomen in een van de eerste werkpakketten die wordt ontvlochten. Aan de rest van de planning van de werkpakketten wordt hard gewerkt. Echter, een dergelijke planning is naar de aard van het ICT-ontvlechtingswerk direct gedetailleerd van aard en niet globaal te geven, omdat voor een betrouwbare planning de afhankelijkheden tussen diverse software onderling en met hardware sterk meewegen. Als kader wordt met dit Uitwerkingsbesluit een ontvlechtingsperiode van maximaal 3-4 jaar gegeven.

Risico 4

Beheermaatregel 4

Door de ontvlechting en de andere vorm van samenwerking met Amsterdamse gemeentelijke taken, zijn er risico’s op verlies van synergie, slagkracht, innovatiekracht, deskundigheid en zelfs risico op verwezing van taken. Dit leidt mogelijk tot hogere structurele meerkosten. Deels wordt daarmee rekening gehouden. Als in hogere mate dan verwacht synergieverlies optreden, bijvoorbeeld doordat de bedachte samenwerkingsconstructies en DVO’s minder goed of minder efficiënt werken dan verwacht, zodat meer (al dan niet tijdelijke) capaciteitsuitbreiding nodig is dan de geraamde 60 fte / € 8 mln. In bijlage 1 is te zien dat bij de inrichting is gekozen voor: - Raming extra capaciteit: Serieus rekening te houden met de gevolgen van synergie-effecten. In de structurele raming van de kosten wordt rekening gehouden met 60 fte aan extra capaciteit. Dat is structureel opgenomen in de raming. - Werving van extra personeel: In het detailontwerp van de organisatie wordt per afdeling nagegaan waar negatieve synergie-effecten te verwachten zijn. Waar dat nodig is worden bij aanvang al extra formatie geraamd en zal vooruitlopend daarop worden gestart met de werving van de formatie. Dit om te voorkomen dat er vanaf 1 januari 2026 de benodigde formatie ontbreekt.

- Gezamenlijke programma’s bouwen: Behoud van een gezamenlijk onderzoeks- en innovatieprogramma om innovatiekracht te behouden en te ontwikkelen. - Langdurige samenwerking met Amsterdam: Samenwerking op het gebied van afvalwatertransport en onderhoud van polder- en afvalwatergemalen en gezamenlijke opleiding en werkplaats om de huidige deskundigheid te behouden. - Gezamenlijk inkopen: Een structurele samenwerking om voldoende slagkracht te hebben bij inkoop/aanbestedingen. - Tijdelijke hulpconstructies gebruiken: Met de aangepaste stichting hulpconstructies afspreken om verliesrisico’s te beperken. Op verschillende onderdelen is dat het geval: meldkamer, techniek, crisisbeheersing, persleidingen etc. Dit zorgt ervoor dat er meer tijd is om te komen tot een definitieve oplossing. 15

-

Risico 5

Beheermaatregel 5

Doorontwikkeling organisatie: Transformatie of doorontwikkeling van de ambtelijke organisatie om de structurele meerkosten op termijn te beperken door stimuleren van effectiviteit en efficiëntie, meer samen te werken met andere waterschappen en inliggende gemeenten en gebruik te maken van bestaande samenwerkingen zoals Waterproef en het Waterschapshuis of nieuwe samenwerkingen aan te gaan.

Risico voor imago en samenwerkingen met andere partners: door minder naamsbekendheid van het waterschap Amstel, Gooi en Vecht, of door negatieve berichtgeving over de ontvlechting van stichting Waternet, of door verminderde slagkracht, kan het waterschap minder inwoners en bedrijven bereiken en kunnen bestaande of potentiële partners minder geïnteresseerd zijn samenwerking met het waterschap. Ook kan het invloed hebben op het aantrekken van personeel. Waardoor waterschap minder effectief wordt. Voor vergroten van de naamsbekendheid van AGV zal per ontvlechtingsdatum publiciteit plaatsvinden met een nieuw beeldmerk en nieuwe positionering. Bovendien wordt samengewerkt met de gemeente Amsterdam en stichting Waternet om gepast te reageren op negatieve berichtgeving en pro-actief positieve berichtgeving te genereren. Daarnaast zoekt het waterschap gericht de samenwerking met andere waterschappen en met marktpartijen (raamcontracten ingenieursbureaus etc.).

Totaaloverzicht

6. 6.1 Kostenraming

Het totaal aan alle (ook praktisch-operationele) risico’s is opgenomen in een integraal risicoregister. In bijlage 5 bij dit besluitvoorstel staat hiervan een selectie genoemd. De voortgang van alle risico’s en de uitvoering van bijbehorende beheersmaatregelen wordt systematisch bijgehouden in het risicoregister ‘transitie’ door de programma-organisatie van de ontvlechting.

FINANCIELE KADERS Het besluit om Waternet te ontvlechten zorgt aan de ene kant vanaf 1 januari 2026 voor lagere BTW kosten. Er is dan immers geen sprake meer van BTW kosten omdat het grootste gedeelte van de taken door een eigen organisatie worden uitgevoerd. In de Voorjaarsnota 2026 staat dat dit voordeel aanzienlijk is: structureel oplopend tot € 15 mln. Aan de andere kant leidt de ontvlechting ook tot hogere kosten. De structurele financiële effecten bedragen € 8.000.000 als gevolg van negatieve synergie-effecten, een trendmatige ontwikkeling en doorontwikkeling van de organisatie. Als laatste leidt de ontvlechting ook tot incidentele frictiekosten: €10.700.000,- (plus 20%, voor de periode 2025-2029).

6.2 Voorjaarsnota en begroting

Frictiekosten De totale frictiekosten van de ontvlechting van stichting Waternet zijn ingeschat op € 26,3 mln.2 . Op basis van de verdeelsleutel van de begroting van 2025 worden deze met de verdeelsleutel 56/44 verdeeld over respectievelijk Amsterdam en het waterschap. Het AGV-deel van de frictiekosten bedraagt daarmee € 10,7 mln. Als met een risico-opslag van 20% rekening wordt gehouden, komen de geraamde kosten uit op € 12,84 mln. De komende jaren kan dat worden gedekt uit de bestemmingsreserve governance. Voor de jaren 2025, 2026 en 2027 is per jaar € 5 mln. voor de ontvlechting als stelpost aan het budget governance opgenomen. Dit wordt voor 50% ten laste gebracht van de zuiveringsheffing en voor 50% van de watersysteemheffing. Structurele kosten De structurele kosten van de ontvlechting en de opbouw van de nieuwe organisatie van het waterschap bedragen ad € 8 mln. per jaar. In de meerjarenbegroting 2026-2029 wordt dit bedrag meegenomen en nader onderbouwd. De extra kosten voor het waterschap zijn een gevolg van 1) verlies van synergie bij de ontvlechting, 2) hogere inschatting van de tijdsbesteding waterschap en 3) doorontwikkeling van de nieuwe organisatie. Hieronder wordt dat kort toegelicht.

2 De vraag is gesteld naar een onderdeel van de eenmalige frictiekosten: desintegratiekosten. In totaal is voor de desintegratie een bedrag van

€9,7 mln. geraamd. Deze is opgebouwd uit drie onderdelen. Voor de ontvlechting is voor het onderdeel IV/ICT € 7,5 mln. opgenomen. Voor aanpassingen in het hoofdkantoor is een bedrag van € 2 mln. opgenomen. Voor het splitsen van contracten is € 0,2 mln. opgenomen.

16

1) Bij het voorbereidingsbesluit is aangegeven dat de ontvlechting leidt tot negatieve synergieeffecten. Op onderdelen is het daardoor nodig dat het waterschap extra formatie opneemt om de synergie-effecten op te vangen. 2) Bij de analyse van de tijdsbesteding is de afgelopen jaren te zien dat de tijdsbesteding voor het waterschap stijgt. De verdeelsleutel is daarop de afgelopen jaren ook al van 60/40 naar 56/44 voor respectievelijk Amsterdam en het waterschap aangepast. Deze ontwikkeling zet ook in 2025 door; op onderdelen is meer capaciteit voor de uitvoering van de bestaande taken van het waterschap nodig dan waarmee in de begroting 2025 rekening is gehouden. Om straks dezelfde taken in de nieuwe organisatie uit te voeren is daarvoor de capaciteit aangepast. 3) Het waterschap wil na 1 januari 2026 ook een doorontwikkeling realiseren. Daarvoor is het nodig dat sommige functies worden toegevoegd en versterkt. Het betreft bijvoorbeeld organisatieadvies, bestuurlijke juridische expertise etc. Veel van de processen van Waternet gaan één op één over naar de nieuwe organisatie. De komende jaren gaat de ambtelijke organisatie een belangrijke doorontwikkeling doormaken. Het zal nodig zijn om de verschillende werkprocessen op de specifieke uitvoering van het waterschap opnieuw in te richten.

De verwachting is dat door de eenduidige focus op de waterschapstaken, de heldere inrichting van de structuur, sturing op de bestuurlijke prioriteiten de effecten van de ontvlechting op termijn kunnen worden beperkt. Dit leidt tot uiteindelijke ruimte in de capaciteit om nieuwe taken. De tijdelijk hogere kosten van de ontvlechting worden daarmee naar verwachting in ongeveer vier jaar stap voor stap geneutraliseerd. 6.3 Subsidieaanvraag

n.v.t.

6.4 Aanvullende financiering

n.v.t.

6.5 Fiscale aspecten

Na de verzelfstandiging van AGV vervalt de btw voor zover de taken en diensten door het eigen personeel worden uitgevoerd. Het btw-voordeel loopt op naar € 15 miljoen per jaar als deze taken zelfstandig door de eigen ambtelijke organisatie worden uitgevoerd. Naar alle waarschijnlijkheid is een vpb-heffing (vennootschapsbelasting) bij de aangepaste stichting niet aan de orde.

17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15784656/1