CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

BestuursvoorstelAGVuitwerkingsbesluitJuli2025 vsdefCieAB.pdf

RAAD 10 juli 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Uiten van wensen en bedenkingen over het uitwerkingsbesluit aangaande de ontvlechting van de stichting Waternet. (VN2025-008423)10.584 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Onderwerp Case-nummer

Uitwerkingsbesluit ontvlechting stichting Waternet BBV25.0273

Portefeuillehouder

Simon Deurloo / Jennifer Bloemberg

Contactpersoon en contactgegevens

Norbert de Blaay

Afdelingshoofd of programmamanager

Erik Wagener

Ten geleide

Het Dagelijks bestuur heeft de afgelopen acht maanden gewerkt aan de uitwerking van het voorbereidingsbesluit ‘ontvlechting stichting Waternet’ van 11 juli 2024. Dit Uitwerkingsbesluit vat de bestuurlijke hoofdkeuzes en kaders samen die bepalend zijn voor de implementatie van de ontvlechting. Dit voorstel beschrijft de belangrijkste vraagstukken die bij de splitsing van Waternet op tafel komen en de keuzes die AGV en Amsterdam hierin samen gemaakt hebben. Het Dagelijks bestuur heeft zich daarbij gefocust op borging van de continuïteit van de taken van het waterschap, op betrouwbare en stabiele ondersteuning van deze taken, op een zorgvuldige omgang met personeel en op een logische verdeling van assets. De voorgestelde oplossingen zijn gekozen op basis van een inschatting van de risico’s en hoe deze het best beheerst kunnen worden. De besluiten zijn verdeeld in twee categorieën. In deel A staan de besluiten die door AGV en Amsterdam op gelijke wijze worden genomen. Deel B betreft de besluiten die specifiek voor waterschap AGV gelden. Naast de bestuurlijke hoofdonderwerpen die in dit bestuursvoorstel staan, bevatten de bijlagen de volledige uitgangspunten en afspraken die voor de transitie van belang zijn.

De implementatie van de splitsing staat in de steigers; met het nemen van dit Uitwerkingsbesluit kunnen veel zaken ambtelijk-technisch worden uitgewerkt op basis van deze bestuurlijke hoofdkeuzes. Het Dagelijks bestuur ziet toe op de voortvarende uitvoering van dit Uitwerkingsbesluit en bewaakt de daaruit voortkomende kaders. De continuïteit van de uitvoering van onze taken en ambities zijn daarbij leidend.

Inhoudelijk besluit

Het Dagelijks bestuur besluit: DEEL A Amsterdam en AGV gelijkluidend 1.

In te stemmen met het definitief ontvlechten van de stichting Waternet, waarbij het waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV) en de stichting Waternet in aangepaste vorm als twee zelfstandige organisaties verdergaan.

2.

In te stemmen met het uiterlijk op 1 januari 2026 opzeggen van de samenwerking binnen de stichting Waternet, voorwaardelijk aan het ingaan van de nieuwe statuten, waarbij: a. De volgende samenwerkingsovereenkomsten worden opgezegd: i. Samenwerkingsovereenkomst Stichting DWR (nu stichting Waternet) (d.d. 18 februari 1997); ii. Samenwerkingsovereenkomst Drinkwatertaken (d.d. 29 november 2005); iii. Samenwerkingsovereenkomst Nazorg Diemerzeedijk (d.d.20 september 2005); iv. Samenwerkingsovereenkomst Binnenwater beheertaken Amsterdam (d.d. 9 december 2010). b. Nieuwe samenwerkings- en dienstverleningsovereenkomsten worden opgesteld over hoe het waterschap AGV, de gemeente Amsterdam en de aangepaste stichting na 1 januari 2026 (tijdelijk) samenwerken; c. De statuten van de stichting Waternet worden gewijzigd; d. Alle huidige bestuurders van de stichting Waternet het bestuur verlaten.

3.

Vast te stellen dat de stichting Waternet vanaf 1 januari 2026 in een aangepaste vorm tijdelijk wordt voortgezet, waarbij: a. De gemeente Amsterdam de enige opdrachtgever is; b. De taken die de stichting Waternet nu voor gemeente Amsterdam uitvoert (voorlopig) worden ondergebracht binnen de aangepaste stichting. c. Deze stichting de langdurige samenwerking tussen het waterschap AGV en gemeente Amsterdam mede vormgeeft op de bestuurlijke samenwerking(sagenda), de meerjarenagenda onderzoek en innovatie, het afvalwater(eind)transport, het opdrachtgeverschap voor onderhoud van rioolgemalen, de opleiding van vaktechnici en het IJfront; d. De betrokken werkorganisaties (dienstverlenings)afspraken maken, waarbij één werkorganisatie tijdelijk activiteiten voor de ander(en) uitvoert. Drinkwater verzorgt de 1

e.

f. g.

meldkamer voor het waterschap AGV en de Amsterdamse Riool- en Watertaken; en het waterschap AGV, Drinkwater en de Amsterdamse Riool- en Watertaken ondersteunen elkaar tijdens het ontvlechten bij de opbouw van ieders eigen nieuwe crisisorganisatie. Het tijdelijk diensten uitvoert voor het waterschap AGV en de werkorganisaties binnen de stichting, die vanwege de complexiteit en de risico’s nog niet kunnen worden gesplitst. Dit betreft voor nu enkel IV/ICT en facilitaire taken voor het hoofdkantoor; Vanaf 1 januari 2026 de stichting Waternet wordt voortgezet onder een nog te bepalen andere juridische naam; De merknaam Waternet vanaf 1 januari 2026 pragmatisch wordt uitgefaseerd, gekoppeld aan de doorontwikkeling van de waterorganisaties Drinkwater en Amsterdamse Riool-en Watertaken.

4.

Vast te stellen dat met het voorliggende Uitwerkingsbesluit is ingegaan op: a. De aandachtspunten zoals beschreven in het voorbereidingsbesluit d.d. 11 juli 2024, te weten: i. Eindbeeld en tijdpad ii. Transitiepad iii. Niemand stuurloos iv. Enkelvoudige aansturing v. Huisvesting en werklocaties vi. Goede zorg voor personeel vii. Samenwerkingsovereenkomst viii. Zakelijk en praktisch binnen één keten ix. Duidelijke boedelscheiding x. Frictiekosten binnen kaders en met respect voor draagkracht xi. Verbonden partijen b. De ingediende moties van zowel het waterschap AGV als de gemeente Amsterdam. Waarmee deze zijn afgedaan.

5.

Kennis te nemen van het concept plan van scheiding van de huidige stichting Waternet.

6.

Vast te stellen dat met het voorliggende Uitwerkingsbesluit is voldaan aan de gestelde voorwaarden, zoals gesteld in het voorbereidingsbesluit d.d. 11 juli 2024, te weten: a. De randvoorwaarden van beide opdrachtgevers; b. De juridische, financiële, fiscale en beleidsmatige uitgangspunten, inclusief sociaal plan en splitsing activa en passiva; c. Een overzicht van de incidentele en structurele financiering; d. Een overzicht van de risico’s en beheersmaatregelen; e. De inrichting van de bestuurlijke en ambtelijke sturing op de implementatie en wijze van betrokkenheid van de medezeggenschap; f. Bijbehorende overeenkomsten die inhoud geven aan de gemaakte afspraken over zowel de beëindiging van de samenwerking, de tijdelijke gezamenlijk uit te voeren taken als de nieuwe vorm van samenwerking. Hierin staan een projectplan uitgewerkt, waarin de projectstructuur, aanpak, planning, doorlooptijd en financiële aspecten zijn gedetailleerd. g. De exitstrategie, bestaande uit de transitie van de huidige latende organisatie naar nieuwe ontvangende organisaties; h. Afspraken over de inhoud en inrichting van de samenwerking op nieuwe/additionele maatschappelijke opgaven in de vorm van een bestuurlijke samenwerkingsagenda.

7.

In te stemmen met de nieuwe bestuurlijke samenwerkingsagenda, zoals bedoeld onder punt 6, lid h, met samenwerking op de thema’s: waterrobuuste stad, waterkwaliteit en watergerelateerde maatschappelijke opgaven. Dit zijn de zogenaamde ‘groeithema’s’, waaronder circulair werken, energietransitie en dierenwelzijn.

8.

Vast te stellen dat de hoogte van de geraamde frictiekosten voor de ontvlechting van de stichting Waternet voor de periode 2025-2029 is gesteld op €26,3 miljoen.

9.

Vast te stellen dat de onderstaande uitgangspunten voor de kostenverdeling tussen de gemeente Amsterdam en het waterschap AGV worden gehanteerd: a. De frictiekosten worden waar mogelijk toebedeeld aan een opdrachtgever; b. Waar dat niet mogelijk is, wordt het geraamde bedrag verdeeld over de twee opdrachtgevers conform de verdeling die wordt gehanteerd voor de Waternetbegroting 2025: 44,3% waterschap AGV en 55,7% gemeente Amsterdam; c. Deze methode om de frictiekosten te verdelen naar opdrachtgevers leidt tot een verdeling van €10,7 miljoen voor het waterschap AGV en €15,7 miljoen voor de gemeente Amsterdam.

10. A. Kennis te nemen van het feit dat door partijen niet eenduidig is vast te stellen of de gemeente Amsterdam of het waterschap AGV juridisch rechthebbende is ten aanzien van het hoofdkantoor en de grond. 2

B. In te stemmen met het voorstel dat een gezamenlijk proces wordt gevolgd om het hoofdkantoor en de grond en de daaruit voortvloeiende opbrengst en verplichtingen te verdelen. Daartoe ondernemen partijen zo spoedig mogelijk na de datum van dit besluit de volgende stappen: a. Per 1 juni 2025 een onafhankelijke procesbegeleider aanstellen. b. Verkennen welk scenario (bijvoorbeeld verkoop, uitkoop, samen eigenaar, huur) en welke voorwaarden voor beide partijen tot een acceptabele eindsituatie leiden. c. Samenwerken om in gezamenlijkheid met Waternet de informatie te verkrijgen die relevant is voor partijen om deze scenario’s uit te werken. Onderdeel hiervan is het gezamenlijk laten uitvoeren van een taxatie. d. Een of meer door beide partijen gedragen scenario(‘s) uiterlijk 15 oktober 2025 aan het BOGO voorleggen1. e. Indien hieruit overeenstemming volgt, uitvoering geven aan het gekozen scenario. Indien voornoemd overleg in het BOGO en eventuele herziening van scenario’s naar aanleiding daarvan niet uiterlijk 30 november 2025 heeft geleid tot overeenstemming over een bepaald scenario, zullen partijen de eindsituatie vaststellen aan de hand van het volgende proces: a.

Bij alle uitkomsten van het proces en voor zolang het proces duurt, is de onderlinge gerechtigd en de verplichting bij te dragen gelijk aan de verdeling: gemeente Amsterdam 55,7% en waterschap AGV 44,3%, welke percentages aansluiten bij de verdeling van de apparaatskosten in de begroting 2025. Partijen zullen tijdens het proces handelen alsof zij in die verhouding gerechtigd zijn. b. De opbrengst van het hoofdkantoor inclusief grond zal bij alle uitkomsten worden verdeeld: gemeente Amsterdam 55,7% en waterschap AGV 44,3%. c. Bij alle uitkomsten (inclusief verkoop aan derden) hebben partijen het recht om nog 5 jaar te huren op basis van de geldende afspraken zoals kenbaar uit de jaarschijven 2026 t/m 2028 in de begroting 2025 – 2028. d. Elke partij zal uiterlijk 1 december 2025 aan de onafhankelijke procesbegeleider aangeven of en zo ja welke van de onderstaande scenario’s haar voorkeur heeft: i. samen eigenaar; ii. verkopen aan een derde; iii. één van de partijen neemt over (uitkoop van de andere partij), het voorgaande zonder aanvullende voorwaarden. Indien een partij aangeeft dat zij wenst te kopen zal zij vermelden tegen welke prijs. e. De onafhankelijke procesbegeleider zal na 1 december aan de hand van de volgende combinaties aan partijen doorgeven welk scenario de eindsituatie wordt. 1.

Als beide partijen gezamenlijk eigenaar willen worden, zullen het hoofdkantoor en de grond in het kader van de ontvlechting fysiek en juridisch worden gescheiden met inachtneming van bovengenoemde verdeling. 2. Als beide partijen willen verkopen aan derden, dan is dat tegen de hoogste prijs die in de markt kan worden gerealiseerd. 3. Als een van de partijen het wil overnemen, wordt als prijs gehanteerd: de taxatiewaarde. 4. Als beide partijen het willen overnemen dan koopt de partij die bij het aangeven van het voorkeursscenario de hoogste prijs heeft vermeld, de andere partij uit. Partijen zullen de uitkomst van bovengenoemd proces respecteren en uitvoeren. Zij zullen zich gedurende dit proces niet beroepen op hun oorspronkelijke standpunt(en). Zij zullen daarbij alle handelingen verrichten dan wel nalaten die nodig zijn om de uitkomst juridisch en feitelijk te realiseren, zoals het beëindigen van het erfpachtrecht of het uitgeven van een nieuw erfpachtrecht of het creëren van appartementsrechten. Alleen de partij die uitvoering geeft aan de bereikte overeenstemming dan wel zich wel houdt aan de gemaakte procesafspraken, heeft de volgende rechten als de andere partij geen uitvoering hieraan geeft of niet nakomt: a. Nakoming vorderen van de bereikte overeenstemming of de procesafspraken; b.

Bereikte overeenstemming en de procesafspraken ontbinden waardoor de oorspronkelijke standpunten en rechten herleven, inclusief de daarmee gepaard gaande discussies. C. In te stemmen met de afspraak dat een partij geen rechten verliest door het verloop van tijd tijdens het proces. Met proces wordt bedoeld: (i) het proces zelf, (ii) het verkennen van de scenario’s en (iii) uitvoering gegeven aan de bereikte overeenstemming. Deze afspraak houdt geen erkenning of ontkenning in van enig recht van partijen en dient uitsluitend ter bewaring van de huidige rechtspositie van partijen (ongeacht wat die is). 1 Overleg van de bestuurlijke opdrachtgever van de gemeente Amsterdam (wethouder) en het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht

(portefeuillehouder) samen met de opdrachtnemer (Algemeen Directeur stichting Waternet)

3

D. In te stemmen met de afspraak dat het niet uitoefenen van enig recht onder de bestaande overeenkomsten en/of akten gedurende de periode tot en met het moment van ontbinding van de (proces)afspraken, niet kan worden tegengeworpen aan een partij. 11. Vast te stellen dat de ondernemingsraad betrokken is bij de uitwerking en komende vervolgstappen, waarbij de ondernemingsraad formeel advies zal worden gevraagd op het organisatieplan. 12. In te stemmen met het op 4 juni om 16:30 u gelijktijdig openbaar maken van de besluiten inclusief bijlagen door zowel het waterschap AGV als de gemeente Amsterdam. 13. Kennis te nemen dat de besluiten in deel A zowel op doel als op inhoud gelijk zijn tussen het waterschap AGV en de gemeente Amsterdam.

DEEL B AGV 14.

In te stemmen met de inrichting van de nieuwe waterschapsorganisatie op 1 januari 2026 aan de hand van de volgende uitgangspunten: a. AGV is ingericht als zelfstandige functionele overheid met een eigen identiteit; b. Wettelijke taken staan centraal bij de inrichting; c. Waar nodig werkt AGV in regie of samen met andere overheden; d. Als sturingsprincipe geldt: we werken integraal en opgavegericht.

15.

Instemmen met het voornemen de geraamde frictiekosten voor de ontvlechting ter hoogte €10,7 mln. voor het AGV-deel te dekken uit het budget governance, waarvoor in de jaren 2025, 2026 en 2027 per jaar € 5 mln. als stelpost is meegenomen in de Begroting 2025.

16.

De structurele kosten van de ontvlechting, de opbouw en de doorontwikkeling van de nieuwe organisatie van het waterschap ad € 8 mln. per jaar mee te nemen in de (meerjaren)begroting 2026-2030 en dan af te zetten tegen de mogelijkheden tot inverdienen/efficiëntie.

Het Algemeen bestuur besluit: 1. Bovenstaande besluitpunten 1 t/m 16; 2. In te stemmen dat met de uitvoering van dit besluit door het Dagelijks bestuur nog zaken verder geconcretiseerd dienen te worden, waarbij het Algemeen bestuur als kader meegeeft dat dit niet mag leiden tot het vertragen of bijstellen van beleidsdoelstellingen, het niet voldoen aan wettelijke verplichtingen, het verlies van deskundigheid, innovatiekracht of functionaliteiten van het waterschap - en dat dit mogelijk aanvullende financiële middelen vraagt; 3. Het Dagelijks bestuur opdracht te geven om in navolging van dit Uitwerkingsbesluit: a. In samenspraak met Amsterdam de Samenwerkingsovereenkomst tussen AGV en Amsterdam op te stellen en in het najaar van 2025 aan het Algemeen bestuur ter vaststelling aan te bieden; waarin uitgewerkt zijn de in de bijlagen 1 en 2 genoemde kaders voor de: i. Inrichting (bijlage 1.3) ii. Aansturing (bijlage 1.5) iii. Samenwerking en hulpconstructies (bijlage 1.5) iv. Ontvlechting (bijlage 2.2) b. de aangepaste statuten van Waternet in het najaar van 2025 ter informatie te zenden aan het Algemeen bestuur; c. een mandaatregeling voor de nieuwe waterschapsorganisatie op te stellen en eind

2025 ter informatie te zenden aan het Algemeen bestuur; d.

4.

een business case voor het hoofdkantoor op te stellen en die in november 2025 aan het Algemeen bestuur ter vaststelling aan te bieden; e. het Algemeen bestuur op basis van maandrapportages te rapporteren over de voortgang van de ontvlechting; f. het definitieve Plan van Scheiding op te stellen en ter goedkeuring te voegen bij de Jaarrekening AGV 2025 en de Jaarrekening Waternet 2025. Kennis te nemen van de afdoening van de moties en amendementen bij het Voorbereidingsbesluit van juli 2024 en de wijze waarop het Voorbereidingsbesluit van juli 2024 invulling heeft gekregen (bijlage 10).

4

Proces besluit Het Dagelijks bestuur

☐geeft richting ter verdere uitwerking van dit voorstel of een alternatief. ☐stemt in met dit voorstel. ☒stelt dit voorstel vast. ☐besluit het plan met de bijbehorende stukken ter inzage te leggen voor inspraak. ☐verzendt dit voorstel naar het Algemeen bestuur ter kennisname. ☐verzendt dit voorstel naar de Commissie voor beeldvorming. ☐verzendt dit voorstel naar de Commissie voor oordeelsvorming. ☒verzendt dit voorstel naar het Algemeen bestuur voor besluitvorming. De Commissie ☒adviseert over dit voorstel. Het Dagelijks bestuur stelt de volgende adviesvragen: Het Algemeen bestuur ☒stelt dit voorstel vast Planning BOB

DB vergadering Beeldvorming  Oordeelsvorming  Besluitvorming

Datum vergadering

AB

<dd/mm/jj>

→

20/5/2025

→ 

03/6/2025

Datum

Beeldvorming <dd/mm/jj>  Oordeelsvorming Cie 18/6/2025 Besluitvorming AB

& 26/6/2025 10/7/2025

Kernboodschap

De gemeente Amsterdam en het waterschap Amstel, Gooi en Vecht gaan Waternet splitsen. Zo ontstaan er twee aparte waterorganisaties. Door de splitsing kunnen gemeente en waterschap beter voldoen aan de regels en verbeterpunten van de Inspectie Leefomgeving en Transport, de Belastingdienst en de Rekenkamer Metropool Amsterdam. Ook worden de nieuwe organisaties duidelijker en beter georganiseerd. De nieuwe organisaties zullen samenwerken, zodat we voor de inwoners net zo goed als nu het schone (drink)water, de riolering en de waterveiligheid blijven verzorgen. Bespreking <‘op basis van de commissiebespreking is het voorstel aangepast op het volgende:..’ of ‘ op in CIE basis van de commissiebespreking heeft geen aanpassing op het voorstel

plaatsgevonden’> Bijlagen

1. 1.1 Probleemanalyse

Bijlage 1: Inrichting en samenwerking Bijlage 2: Uitgangspunten ontvlechting Bijlage 3: Implementatieplan Bijlage 4: Kosten ontvlechting Bijlage 5: Risico-analyse Bijlage 6: Samenwerkingsovereenkomst (structuur) Bijlage 7: Concept plan van scheiding Bijlage 8: Formele ontvlechtingshandelingen Bijlage 9: Toelichting op de 11 voorwaarden van splitsing Bijlage 10: Afhandeling van moties en amendementen Bijlage 11: Bestuurlijke samenwerkingsagenda Bijlage 12: Collegevoordracht Amsterdam Bijlage 13: Raadsvoordracht Amsterdam

ARGUMENTEN EN ALTERNATIEVEN Verschillende onderzoeken van onder meer de Rekenkamer Metropoolregio Amsterdam en de Inspectie Leefomgeving & Transport, evenals diverse incidenten (o.a. problemen in de belastingheffing), hebben laten zien dat de voor het waterschap en de gemeente gewenste sturing binnen de constellatie van de huidige stichting Waternet niet goed mogelijk is. Verder is de koepelvrijstelling komen te vervallen.

5

In juli 2024 zijn de besturen van de gemeente Amsterdam en het waterschap Amstel, Gooi en Vecht tot de conclusie gekomen dat het niet mogelijk is om tot overeenstemming te komen over een organisatiemodel waarin de huidige gezamenlijke manier van werken in één organisatie in stand kan blijven. Beide besturen hebben op basis van deze conclusie besloten om uit te laten werken hoe we verder kunnen gaan als twee afzonderlijke organisaties, die vanuit eigenstandige sturing en organisatie hun taken in de waterketen gaan uitvoeren, maar wel, waar dat noodzakelijk of van toegevoegde waarde is, intensief blijven samenwerken. 1.2 Argumenten gekozen oplossing of antwoord

Doelstelling Het doel van de ontvlechting van stichting Waternet is dat zowel de gemeente Amsterdam als het waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV) als zelfstandige besturen beter op de eigen wettelijke taken kunnen sturen. Dat is voor het waterschap nodig vanwege de toenemende maatschappelijke opgaven en de daarmee samenhangende veranderende rol. De impact van de veranderende wateropgave is groot en zorgt ervoor dat de rol van waterschap de komende tijd politieker en maatschappelijk relevanter wordt, en daarmee ook steeds zichtbaarder. Na ontvlechting kan het bestuur van het waterschap directer op de uitvoering van de eigen wettelijke taken sturen in plaats van via de uitvoeringsorganisatie stichting Waternet. Er is ervoor gekozen om de ambtelijke organisatie langs de wettelijke taken in plaats van de processen in te richten. Naast dat er slechts voor één bestuur wettelijke taken worden uitgevoerd, vermindert daarmee ook de huidige complexiteit die we nu zien bij de stichting Waternet. Daarnaast kan het bestuur directer sturen op de kwaliteit en beheersing van de bedrijfsvoering. Het Dagelijks bestuur heeft zich daarbij gefocust op borging en behoud van de primaire taken van het waterschap, op betrouwbare en stabiele ondersteuning van deze taken, op een zorgvuldige omgang met personeel en op logische verdeling van assets.

Het heeft zich bovendien sterk gemaakt voor verbetering of verduidelijking van de samenwerking. Hieronder staan deze punten nader toegelicht. • Continuïteit geborgd: robuustheid van de uitvoering van de eigen watertaken, de continuïteit daarvan, en borging van de kernwaarden; • Heldere toekomstige governance: inrichting van een functionele overheid die overzicht en grip heeft op de eigen taakuitvoering om zodoende uitvoering te kunnen geven aan de wettelijke taken en de maatschappelijke opgaven; • Borging van samenwerking: met de gemeente Amsterdam afspraken maken over de toekomstige samenwerking: incidenteel en structureel, operationeel en strategisch. • Zorgvuldige ontvlechting: heldere uitgangspunten voor de verdeling van de boedel van Waternet (personeel, contracten en bezittingen) om een zorgvuldige ontvlechting mogelijk te maken en de belangen van het waterschap te borgen; • Zekerheid over huisvesting: de borging van de wens om nog minimaal 5 jaar gezamenlijk in het hoofdkantoor te verblijven; • Speciale aandacht voor IV/ICT: de zorg dat de ontvlechting van IV/ICT een complexe opgave is die een behoedzame aanpak vraagt en waarover heldere afspraken gemaakt moeten worden. • Verdwijnen naam Waternet: afspraken over de uitfasering van de naam Waternet vanaf 1 januari 2026 en het op termijn verdwijnen van de stichting Waternet.

• Risico’s in beeld: ontvlechting is een complex proces waarvoor de bestuurlijke risico’s in beeld zijn gebracht en van beheersmaatregelen zijn voorzien; • Budgettair kader: de structurele en frictiekosten voor de ontvlechting zijn als budgettair kader onderbouwd in beeld gebracht. Continuïteit geborgd Belangrijkste uitgangspunt voor het bestuur in de gehele ontvlechting van stichting Waternet is het realiseren van de continuïteit van de taken van het waterschap. Om de continuïteit voor zowel de gemeente Amsterdam als het waterschap Amstel, Gooi en Vecht te borgen is een gefaseerde ontvlechting belangrijk. Als we per 1 januari de gehele organisatie ontvlechten zou de bedrijfscontinuïteit van watertaken - met mogelijk grote maatschappelijke consequenties - in het geding kunnen komen. Dat betekent dat gekozen is om de ontvlechting op te knippen in verschillende fases. In de eerste fase wordt de ambtelijke organisatie voor het waterschap ingericht en wordt de stichting Waternet aangepast op alleen de uitvoering van de Amsterdamse watertaken (Drinkwater en de Riolering). In de fases daarna worden de resterende taken ondergebracht in andere waterorganisaties buiten stichting Waternet. Bij aanvang zal ongeveer 930 fte worden geplaatst bij het waterschap. Er blijft geen formatie in de aangepaste stichting die structureel werkzaamheden voor het waterschap AGV verricht.

Tijdelijk zal dat wel plaatsvinden. Zo zullen bij aanvang tijdelijk ca.100 fte van AGV te werk gesteld worden bij de aangepaste stichting voor de nog in ontvlechting zijnde IV/ICT-dienstverlening en dit aantal zal in drie tot vier jaar worden afgebouwd, afhankelijk van de voortgang van de ontvlechting. 6

Heldere toekomstige governance Per 1 januari 2026 voert het waterschap haar wettelijke taken als functionele overheid weer zelfstandig uit. Hiervoor heeft het voor de uitvoering een eigen ambtelijke organisatie die op onderdelen samenwerkt met andere overheden (waaronder andere waterschappen en gemeenten in het beheergebied van AGV). De samenwerking met Amsterdam staat hieronder nader toegelicht. Toekomstige afspraken over samenwerking Het waterschap Amstel, Gooi en Vecht en de gemeente Amsterdam blijven in de toekomst samenwerken. Om dat te bevestigen is voor inhoudelijke onderwerpen een bestuurlijke samenwerkingsagenda opgesteld die ter besluitvorming voorligt. Deze samenwerkingsagenda wordt geconcretiseerd in gezamenlijke bestuursopdrachten voor tenminste de thema’s van de samenwerkingsagenda (waterrobuuste stad, waterkwaliteit, energietransitie (inclusief aquathermie), circulair, biodiversiteit en dierenwelzijn) en de programma’s: a. KRW-Waterkwaliteit b. Waterveiligheid, Zuidoost c. Centraal Holland d. Bruggen en Kades e. Onderzoek & Innovatie Watercyclus f. Aquathermie Ook op operationeel gebied wordt er vanaf 1 januari 2026 nog op onderdelen samenwerkt. De samenwerking in stichting Waternet kende, naast de schaal, diverse synergievoordelen, zoals de afvalwaterketen in één hand, kruisbestuiving in zuiveringstechnieken, specialisatie in pomprevisies, etc.

We blijven samenwerken, omdat dit op onderdelen nodig is om deze robuust te organiseren en/of waar synergiebehoud toegevoegde waarde heeft voor het waterschap. Bijvoorbeeld op het gebied van onderzoek en innovatie, afvalwatereindtransport, onderhoud van gemalen, opleiden onderhoudstechnici en sluiting IJ-front. Dit wordt gecombineerd met de voordelen van een zelfstandig waterschap: eigen directe sturing op de uitvoering, (nog) meer aansluiten bij samenwerkingen tussen waterschappen en een beter overzichtelijk takenpakket. Voor de borging van de continuïteit is het nodig dat het waterschap en de aangepaste stichting op verschillende taken tijdelijk met enkele hulpconstructies werken. Zo worden bijvoorbeeld samen medewerkers opgeleid om voldoende capaciteit voor de crisisorganisatie op te leiden en helpen we elkaar bij het neerzetten van opleidingsprogramma’s voor beide waterorganisaties. Hulpconstructies worden toegepast voor IV/ICT (max. 3 tot 4 jaar), maar ook voor de meldkamer (max. 3 jaar), persleidingen (max. 2 jaar), crisisorganisatie (max. 2 jaar) en Waternet-academie (max. 2 jaar). Zorgvuldige ontvlechting Uitgangspunt voor de ontvlechting is dat de gehele boedel (bezittingen, contracten, vergunningen, personeel etc.) van stichting Waternet op basis van de wettelijke taken wordt toebedeeld naar waterschapstaken, drinkwatertaken of Amsterdamse watertaken.

Veel bezittingen, zeker die rechtstreeks voor de wettelijke taken worden gebruikt, zijn reeds toebedeeld aan het waterschap of de gemeente Amsterdam. Dat is altijd al belangrijk geweest om de kosten daarvan ook correct te kunnen toerekenen: waterzuivering, watersystemen, riolering, drinkwater en overige watertaken. Voor zover zaken op de balans van Waternet staan, geschiedt een definitieve scheiding op basis van de balans van Waternet op 31 december 2025, zodat het definitieve Plan van Scheiding bij de jaarrekening van Waternet wordt opgemaakt. Het personeel dat op 31 december 2025 in dienst is wordt toebedeeld aan of de taken van het waterschap of drinkwater en overige Amsterdamse watertaken. Afspraak is dat er niemand achterblijft. Dat betekent dat conform begroting 930 fte naar het waterschap en binnen Waternet 1.248 fte naar drinkwater en Amsterdamse watertaken overgaat. Over het hoofdkantoor (zie vervolg) en IV/ICT-assets worden afzonderlijke afspraken gemaakt. Zekerheid over huisvesting Het hoofdkantoor staat op de balans van stichting Waternet en vormt in financiële omvang het belangrijkste bezit van Waternet. Het waterschap en Amsterdam zijn samen ‘economisch eigenaar’ van het hoofdkantoor (grond en pand). Het maakt daarmee deel uit van de boedel van Waternet die moet worden verdeeld.

In beslispunt 10 staat een uitwerking van de bestuurlijke afspraken die over het hoofdkantoor zijn gemaakt. Dat is – in vergelijking met de andere besluiten – een uitgebreide en juridische formulering. Dit vormt dan ook het juridische kader waarmee een transparant proces rond het hoofdkantoor doorlopen gaat worden en waarmee de rechtspositie van beide partijen geborgd is.

7

Als eerste zijn er afspraken gemaakt over het toekomstig gebruik van het hoofdkantoor. Afspraak is dat de gemeente Amsterdam en het waterschap voor een periode van minimaal 5 jaar samen gebruik blijven maken van het hoofdkantoor. Dat doen de partijen voor die periode onder gelijkblijvende kosten. Voor het verdelen van de boedel is het belangrijk dat het hoofdkantoor te gelde wordt gemaakt doordat één van de partijen, beide partijen of een derde het economische en juridische eigendom overneemt. Als tweede zijn over hoe dat proces wordt ingericht sluitende afspraken gemaakt. Dat was nodig omdat de juridische vastlegging daarover onvoldoende duidelijkheid geeft maar ook om als waterschap op basis van een business case in samenspraak met Algemeen bestuur zelf te bepalen of het waterschap het volledige eigendom wil overnemen. Het waterschap heeft daarbij al aangegeven dat het gebruik wil blijven maken van het hoofdkantoor. Er is dus nog geen besluit over het toekomstig eigendom en de waarde. Afspraak is dat de besluitvorming over het eigendom van het hoofdkantoor voor het einde van het jaar is afgerond. Speciale aandacht voor IV/ICT Voor de ontvlechting van stichting Waternet is IV/ICT één van de grootste opgaven. Er is uitgebreid onderzoek gedaan naar de wijze waarop de ontvlechting kan worden gerealiseerd welke ook door een externe partij is gevalideerd.

Uitkomst is dat de IV/ICT tussen de verschillende wettelijke taken sterk vervlochten is. De gezamenlijke conclusie met Amsterdam is dat een snelle ontvlechting - voor 1 januari 2026 – te veel risico’s met zich meebrengt en zelfs de continuïteit van de taakuitoefening in gevaar kan brengen. Als eerste is de afspraak om meer tijd te nemen voor de ontvlechting van IV/ICT. De ontvlechting van IV/ICT vraagt om een zeer zorgvuldig proces om risico’s op bedrijfscontinuïteit, dataveiligheid en kosten te beheersen. Als tweede is de afspraak om de governance op de ontvlechting samen (als onderdeel van de samenwerkingsovereenkomst tussen Amsterdam en het waterschap) vorm en inhoud te geven. De verwachting is dat de ontvlechting 3 tot 4 jaar zal duren. In deze periode zullen op belangrijke momenten gateway reviews (toetsen bij faseovergangen) plaatsvinden. Over de uitkomsten wordt het Algemeen bestuur geïnformeerd. Belangrijk is om te constateren dat de ontvlechting van IV/ICT vooral een technisch-operationeel vraagstuk is. Het doel is om de huidige omgeving te ontvlechten en een nieuwe stabiele ICT/IVomgeving op te bouwen. De afweging welke onderdelen van de omgeving het best eerst en welke onderdelen beter later kunnen worden ontvlochten zal in belangrijke mate door technische randvoorwaarden met betrekking tot stabiliteit van de systemen worden bepaald.

Het plan wat daarvoor opgesteld wordt, is het strategische plan voor digitaliseren en ontvlechten IV/ICT. Ambities ten aanzien van de toekomstige omgeving maken hier vooralsnog geen onderdeel van uit. Hieronder staan op hoofdlijnen de afspraken rondom de ontvlechting van IV/ICT: 1. De huidige systemen van IV/ICT blijven ook na 1 januari 2026 (totdat de systemen zijn overgedragen) beschikbaar voor zowel de aangepaste stichting als het waterschap. Hierdoor blijft de huidige ondersteuning voor alle wettelijke taken en de ondersteunende processen geborgd. 2. Voor 1 januari 2026 wordt – als eerste stap van de ICT-ontvlechting - een omheining om de meest cruciale werkprocessen gezet (Ringfencing). Hierdoor kunnen medewerkers van het waterschap en de stichting alleen bij hun eigen gegevens. Het betreft de financiële systemen, het HR-systeem en de werkplekken van medewerkers. Verder wordt het internet en intranet zodanig ingericht zodat het waterschap herkenbaar is voor burgers, bedrijven en medewerkers. Deze aanpak is door een externe adviseur gevalideerd. 3. Voor de ontvlechting wordt door elk van de partijen een eindbeeld voor de ICT-infrastructuur van de ontvangende organisatie opgesteld. Dit is het referentiekader voor de ontvlechting en zorgt er ook voor dat het landschap kan worden gerationaliseerd. 4.

Op basis van het eindbeeld worden in samenspraak logische werkpakketten samengesteld die geleidelijk zullen worden overgedragen. Deze worden samen in een logische volgorde geplaatst. Deze bepalen ook de werkvolgorde in de ontvlechting. 5. Voor de gezamenlijke sturing op de ontvlechting worden specifieke juridische afspraken tussen AGV en de gemeente Amsterdam gemaakt. Deze worden in de samenwerkingsovereenkomst verder vormgegeven en uitgewerkt. De aansturing van de ontvlechting/samenwerking vindt in ieder geval plaats op directieniveau tussen waterschap en gemeente Amsterdam als opdrachtgever en Waternet als uitvoerder daarvan. De gezamenlijke aansturing vindt plaats op planning, prioritering en fasering, voortgang van de IV/ICT-ontvlechting en escalatie. 6. Voor de reguliere bedrijfsvoering en de dienstverlening aan de primaire processen vanuit IV/ICT worden afspraken in een dienstverleningsovereenkomst gemaakt. Het betreft afspraken tussen de stichting Waternet en het waterschap. 7. Per 1 januari 2026 gaat een deel van de huidige IV/ICT medewerkers van stichting Waternet over naar het waterschap. Dit personeel wordt vervolgens te werk gesteld bij de aangepaste stichting. Daar wordt - samen met de IV/ICT medewerkers uit de aangepaste stichting - aan de ontvlechting van IV/ICT gewerkt. Voordeel hiervan is dat medewerkers duidelijkheid hebben, 8

systemen tussentijds overgedragen kunnen worden, stap voor stap een eigen IV/ICT omgeving kan worden opgebouwd en de kosten voor het waterschap lager zijn (geen BTW-kosten over personeel). Verdwijnen van de naam Waternet De gemeente Amsterdam blijft op 1 januari 2026 vooralsnog haar watertaken binnen een aangepaste stichting uitvoeren. In een periode van maximaal 5 jaar zal deze aangepaste stichting worden afgebouwd. Dan zijn ook de Amsterdamse Riool- en Watertaken ondergebracht bij de gemeente Amsterdam en is de drinkwatertaak in een aparte drinkwaterorganisatie ondergebracht. De naam van de aangepaste stichting, de juridische entiteit, zal per 1 januari 2026 worden aangepast in de nieuwe statuten. Het Algemeen bestuur zal in het najaar worden geïnformeerd over de nieuwe statuten inclusief de nieuwe stichtingsnaam (zonder het woord ‘Waternet’ daarin). Vanaf 1 januari 2026 wordt de merknaam Waternet uitgefaseerd. Dat betekent dat de merknaam Waternet pragmatisch, geleidelijk buiten gebruik wordt gesteld, mede met het oog op de uitfasering van bedrijfskleding, auto’s en andere merkdragers en het feit dat doorontwikkeling van de Amsterdamse watertaken over enige jaren een overgang naar andere merknamen zal gaan behelzen. Als alle taken uit de aangepaste stichting zijn overgeheveld, wordt de stichting opgeheven.

Weging alternatieve scenario’s In het voorgenomen besluit tot splitsing staat dat de volledige ontvlechting van stichting Waternet op 1 januari 2026 zou plaatsvinden. Dat betekende dat zowel de drinkwatertaken, de Amsterdamse Watertaken en de taken van het waterschap gelijktijdig uit de stichting Waternet zouden worden gehaald. Elke overheid zou ervoor zorgen dat de taken op een andere wijze zouden worden georganiseerd. Dit zou kunnen worden gezien als het oorspronkelijke plan (“Plan A”). “Plan A” is echter niet haalbaar gebleken. Aan de ene kant omdat de doorlooptijd voor de positionering van drinkwatertaken en de Amsterdamse watertaken langer is gebleken. Aan de andere kant omdat de IV/ICT-systemen binnen de beschikbare tijd niet op een verantwoorde wijze ontvlochten kunnen worden. Op basis van deze ontwikkelingen is daarmee koers gezet om, binnen de gestelde termijn van 1 januari 2026, in ieder geval wel de waterschapstaken uit de stichting Waternet te halen, zodat op 1 januari een nieuwe waterschapsorganisatie van start kan. Dat kan ook wel “Plan B” worden genoemd: een gefaseerde meer pragmatisch ontvlechting van stichting Waternet. Dit Uitwerkingsbesluit is op dit scenario ontwikkeld. Er is ook gekeken naar de variant waarbij de datum van 1 januari 2026 zou worden losgelaten. In dat scenario (“Plan C”) wordt de ontvlechting van stichting Waternet met een jaar vertraagd.

Op 1 januari 2027 zou dan pas de juridische ontvlechting plaatsvinden. Tot die tijd zou de governance hetzelfde blijven, personeel nog in dienst blijven binnen de stichting Waternet en verder voorbereidingen worden getroffen voor de latere ontvlechting. Dat laatste betekent ook dat een lopende reorganisatie binnen de huidige stichting Waternet ten behoeve van de Amsterdamse taken (oa vanwege eisen van de toezichthouder ILT) moeten worden aangepast of getemporiseerd. Hieronder staat een overzicht en een beoordeling van de scenario’s voor de ontvlechting. Onderwerp Continuïteit bedrijfsvoering Helderheid in governance Opbouw organisatie Duidelijkheid personeel Snelheid ontvlechting Opgave ontvlechting Bestuurlijk momentum BTW kosten Frictiekosten

“Plan A”

“Plan B” -

n.v.t.

+ + + + < 5 jaar Groot + Beperkt € 10,7 mln.

“Plan C” + +/> 5 jaar Groot € 15 mln. voor 2026 > 10,7 mln. (ca. 15 mln.)

Hieronder staat een korte toelichting op “Plan C” om de consequenties van latere besluitvorming in beeld te brengen. Binnen het Algemeen bestuur is door leden de verwachting uitgesproken dat latere besluitvorming zou kunnen leiden tot meer inzicht in specifieke uitwerkingen (bijvoorbeeld concept-samenwerkingsovereenkomst, concept-planning IV/ICT-ontvlechting) voorafgaand aan het Uitwerkingsbesluit. Met “Plan C” blijft het personeel nog langer in onzekerheid. Het personeel wacht immers al meer dan drie jaar op duidelijkheid over de governance discussie. Dit betekent ook dat de diffuse aansturing zoals dat nu het geval is binnen stichting Waternet langer blijft voortduren. Dat heeft een verlammende werking op de organisatie. Het belemmert ook de verdere ontwikkeling van de bedrijfsvoering.

9

Het vervallen van de BTW-koepelvrijstelling betekent dat het waterschap in “Plan C” ook volgend jaar minstens € 15 mln. aan extra BTW kosten maakt vanwege de dienstverlening die de aangepaste stichting verleent. Ook de frictiekosten zullen doorlopen als de programma organisatie wel in stand wordt gehouden. De kosten daarvan worden op ongeveer € 4 mln. extra geschat. Het waterschap verliest met “Plan C” ook bestuurlijk momentum. De verwachting is namelijk dat Amsterdam doorgaat met de voorbereidingen om uit de stichting Waternet stappen. De huidige geplande reorganisatie zal Amsterdam willen doorzetten om te kunnen voldoen aan de eisen die de ILT daarvoor stelt. In dat geval zal AGV mee moeten gaan in de geplande reorganisatie van stichting Waternet. Het kan verder ook betekenen dat als gevolg van de gemeentelijke verkiezingen 2026 de uiteindelijk besluitvorming over de ontvlechting pas daarna zal plaatsvinden. Daarmee kan een bestuurlijk impasse ontstaan. De continuïteit van de bedrijfsvoering is overigens ook in “Plan C” geborgd. Als er meer tijd voor het opstellen van het IV/ICT plan is, maakt dat de feitelijke ontvlechtingsopgave van IV/ICT echter niet minder complex en tijdrovend. De implementatie van de IV/ICT ontvlechting kan alleen als er een bestuurlijk besluit over de ontvlechting ligt.

Het Dagelijks bestuur is van mening dat “Plan B” recht doet aan het eerdere voorgenomen besluit omdat “Plan A” vanwege de risico’s in de continuïteit is afgevallen. De voordelen, de risico’s en de kosten van “Plan C” niet opwegen tegen het pragmatische scenario “Plan B” (voor een andere toelichting zie 1.4). Risico’s in beeld en Budgettair kader Het Dagelijks bestuur ziet toe op een zorgvuldige verwerking van alle samenwerkings- en ontvlechtingsafspraken tot contracten, protocollen en andere juridische documenten. Het Algemeen bestuur zal hierover door middel van maandrapportages geïnformeerd worden hierover. Voor een nadere toelichting op de risico’s en het budgettair kader zie paragrafen 5 en 6 onderaan dit besluitvoorstel. Resumerend Bij de uitvoering van dit besluit zullen zaken nog verder geconcretiseerd moeten worden. Daarbij stellen we voor hierbij als kader aan te houden dat dit niet mag leiden tot het vertragen of bijstellen van beleidsdoelstellingen of het niet voldoen aan wettelijke verplichtingen, het verlies van deskundigheid, innovatiekracht of functionaliteiten van het waterschap. Dit kader is belangrijk bijvoorbeeld bij het vormgeven van het gezamenlijke programma Onderzoek en Innovatie en het ontvlechten van GEO-data.

Het Dagelijks bestuur realiseert zich terdege dat met dit besluit nog niet alle vragen die voor de splitsing relevant zijn uitputtend beantwoord zijn. Het Dagelijks bestuur heeft daarbij het vertrouwen dat de belangrijkste keuzes in dit uitwerkingsbesluit zijn geadresseerd en dat in het proces van de implementatie van de splitsing voldoende mogelijkheid tot bijsturing of nadere afweging is ingebouwd. Continuïteit van taken en ambities zijn daarbij leidend in de keuzes die het Dagelijks bestuur maakt. De mogelijkheid bestaat evenwel dat de nadere concretisering kan leiden tot nu nog onvoorziene kosten. Er is daarvoor een buffer in de geraamde structurele kosten van de ontvlechting. Mocht deze niet toereikend zijn dan zal het Dagelijks bestuur met u nieuwe afwegingen maken. 1.3 Alternatieve oplossingen of antwoorden

Niet ontvlechten Een besluitvoorstel om (definitief) niet te ontvlechten is geen begaanbare route meer. Beide besturen hebben geconstateerd dat er geen overeenstemming te vinden was over een besturingsmodel voor de voortzetting van een gezamenlijke organisatie die voldeed aan de eisen van beide organisaties. Geen vormen van samenwerking Indien geen nieuwe samenwerkingsovereenkomst tussen de gemeente en het waterschap wordt gesloten en indien niet met DVO’s werk voor elkaar wordt verricht, kunnen kwetsbaarheden ontstaan in de zin van verwezing van taken, onvoldoende vulling van wachtdienstroosters en andere kritische taken en verlies van vitale kennis of vaardigheden. Denk aan crisisbeheersing en incidentbestrijding, sluiting van IJ-front en noodreparaties aan gemalen. Daarnaast zouden we een belangrijk deel van de synergie op de watertaken kwijtraken die we juist willen behouden, waaronder het gezamenlijk werken aan innovatie, het samenwerken in de afvalwaterketen en het assetmanagement. Meer gezamenlijk blijven doen De optie om de ‘gemeenschappelijke diensten’ van de aangepaste stichting groter c.q. zo groot mogelijk te maken is niet voorgesteld, om de ontvlechting duidelijk te laten leiden tot het doel van twee zelfstandige organisaties.

Bij een te omvangrijke samenwerking zouden de bestaande moeilijkheden bij de aansturing door AGV op de stichting onvoldoende het hoofd worden geboden. 10

IV/ICT wel ineens ontvlechten Er is gekeken naar de optie om de IV/ICT per 1 januari 2026 te ontvlechten. Afgezien van het feit dat dit aanzienlijk duurder is, heeft met name zwaar gewogen dat hiermee de continuïteit van taken niet geborgd kan worden. Daarom is deze optie afgevallen en niet voorgesteld. 1.4 Gevolgen niet instemmen

Het Dagelijks bestuur ziet de volgende negatieve gevolgen bij het niet instemmen. 1.

2.

3.

4.

5.

6.

7.

8.

2.

De samenwerkingsovereenkomst blijft doorlopen en kan door het waterschap niet worden opgezegd. Als Amsterdam wel instemt met het Uitwerkingsbesluit ontstaat een bestuurlijke impasse dat in eerste instantie het imago van het waterschap schaadt. Als waterschap verliezen we het momentum. Met het huidige bestuur van de gemeente Amsterdam is het Uitwerkingsbesluit opgesteld en is er overeenstemming. Op 18 maart 2026 zijn er gemeenteraadsverkiezingen waardoor het de vraag is of de gemeenteraad nog in de tweede helft van 2025 of later dergelijke omvangrijke besluiten wil nemen. Dat kan betekenen dat de besluitvorming pas in de tweede helft van 2026 weer opportuun is (en daarmee een datum van 1 januari 2027 ook niet haalbaar). De beoogde ontvlechtingsdatum van 1 januari 2026 om te starten met de eigen ambtelijke organisatie is niet meer haalbaar. Het zal daarmee langer duren voordat het bestuur meer grip gaat krijgen op de uitvoering van de eigen wettelijke taken. De verwachting is dat daarmee het gehele ontvlechtingsproces een jaar opschuift omdat ‘gebroken boekjaren’ onwenselijk zijn. Mogelijk zou binnen Waternet al wel kunnen worden voorgesorteerd op ontvlechting. Dat vraagt alleen een geheel ander ontvlechtingsproces. Dat is niet meer opportuun. Het zal dan ook niet logisch zijn dat de statuten – en daarmee de governance van de stichting nog in 2025 worden aangepast.

Dat betekent dat het waterschap en de gemeente Amsterdam beiden nog blijven deelnemen in stichtingsbestuur. Hiermee blijft de huidige ‘bewerkelijke’ governance dus een jaar langer in stand. Bij een tijdelijke structuur zouden de statuten overigens voor een korte periode moeten worden aangepast (en dus twee keer moeten worden aangepast). Medewerkers (nog) langer moeten wachten op duidelijkheid; medewerkers willen weten waar ze terecht gaan komen en kijken uit naar de besluitvorming in het Algemeen bestuur en de gemeenteraad. Inmiddels wachten medewerkers namelijk al meer dan drie jaar op helder perspectief. De governance discussie heeft al een verlammende werking op de toch al kwetsbare en rommelige organisatie en heeft een negatieve impact op de medewerkers. Uitstel zal ongewenste gevolgen hebben voor de motivatie van medewerkers, de aantrekkelijkheid op de krappe arbeidsmarkt en uiteindelijk de resultaten. De taak en rolverdeling binnen de directie is al langer complex en als gevolg van de aanstaande ontvlechting minder effectief. Aan de ene kant dragen enkele directieleden de verantwoordelijkheid voor taakuitvoering van Waternet terwijl andere directieleden de verantwoordelijkheid voor de opbouw van de nieuwe organisatie dragen (die door het niet besluiten vertraagd).

Als een tijdelijke structuur voor het waterschap binnen Waternet ingericht wordt, ontstaat voor het waterschap nog een tussenjaar, zoals 2025 in wezen ook al is. Het verandert niet de complexe opgave van de ontvlechting van Waternet. Na jaren van samenwerking is een grote verwevenheid ontstaan. Het is niet te verwachten dat uitstel van het Uitwerkingsbesluit de risico’s van een ontvlechting van Waternet verkleint. De ontvlechting van de complexe ICT-infrastructuur van Waternet zal nog steeds gefaseerd moeten plaatsvinden en de geraamde frictiekosten zullen eerder stijgen dan dalen. Voor het waterschap er grote financieel nadelen aan zitten als het waterschap haar taken door Waternet laat uitvoeren. Elke maand dat het waterschap de taken door Waternet laat uitvoeren betekent dat de kosten van BTW op de exploitatie van het waterschap blijven drukken. Dat kost het waterschap dus € 1,25 mln. per maand en € 15 mln. per jaar. Het lijkt verder niet aannemelijk dat deze extra BTW-kosten als (gezamenlijke) frictiekosten geaccepteerd zullen worden wanneer AGV eenzijdig tot uitstel zou besluiten. De frictiekosten van de ontvlechting (nu geraamd op €10,3 mln. zullen naar verwachting met ongeveer € 5 mln. stijgen omdat de gehele programmaorganisatie langer blijft bestaan.

POLITIEK - BESTUURLIJKE CONTEXT

2.1 Eerder vastgestelde kaders Evaluatie en herijking governance 8 dec 2021 (BBV21.0433, AB 08-12-2021):

Besluit tot uitwerking van model van de Bedrijfsvoeringorganisatie (zoals beschreven in de WGR) en de varianten ‘Stichting A’ en ‘Stichting B’ Bestuursvoorstel herijking governance watertaken AGV (BBV22.0458, AB 12-01-2023) Besluit tot verdere uitwerking van de vernieuwde stichting Uitgangspunten en inbreng onderzoeksvragen waterschap AGV voor aanvullend gemeenschappelijk onderzoek samenwerking watertaken met Amsterdam (BBV23.0471, AB 23-11-2023) 11

Aanvullend onderzoek variant ontvlechting (naast andere varianten) en een aanvullend gemeenschappelijk onderzoek over de meerwaarde van samenwerking. De resultaten van deze aanvullend onderzoeken zijn als bijlagen bij dit bestuursvoorstel toegevoegd. Voorbereidingsbesluit Herijking governance stichting Waternet (BBV24.0258, AB 11-7-2024) Besluit tot uitwerking van de ontvlechting. 2.2 Bestuurlijke thema’s Democratie en moderne overheid. 2.3 Effectsturing Bestuur en maatschappij: Ons waterschap ontwikkelt zich tot een regionale waterautoriteit. We zetten ERAm in op ambtelijke en bestuurlijke contacten met de inliggende gemeenten en goede samenwerking op

de watertaken. We werken aan de identiteit, herkenbaarheid en zichtbaarheid van het waterschap Amstel, Gooi en Vecht. Het verzelfstandigen van de waterschapsorganisatie en het herinrichten van de samenwerking met Amsterdam raakt ook aan de primaire taken en de bedrijfsvoering. 2.4 Rol en verantwoordelijkheid Besluitvorming over de organisatie van de waterschapstaken is verantwoordelijkheid van het AGV waterschapsbestuur. Het Algemeen bestuur besluit daarover. De besluitvorming over beëindiging

samenwerking Waternet wordt gelijktijdig en samen met Amsterdam gedaan. Voor het einde van het jaar worden de statuten van de stichting Waternet aangepast. Hierover besluit het bestuur van de Stichting Waternet zelfstandig. Het Algemeen bestuur krijgt de aangepaste statuten ter informatie. De verantwoordelijkheidsverdeling tussen Algemeen bestuur en Dagelijks bestuur met betrekking tot de vervolguitwerkingen van de ontvlechting volgt de algemene taakverdeling zoals beschreven in de Waterschapswet en het Waterschapsbesluit. Daarom zal de Samenwerkingsovereenkomst tussen AGV en Amsterdam aan het Algemeen bestuur ter vaststelling worden aangeboden. Ook een business case voor het hoofdkantoor en het (al dan niet vertrouwelijk) komen tot een bod voor het hoofdkantoor zullen ter bespreking aan het Algemeen bestuur worden voorgelegd. Het sluiten van dienstverleningsovereenkomsten, een nieuwe mandaatmandaatregeling voor de nieuwe waterschap organisatie, uitwerking van opdrachten vanuit de samenwerkingsagenda, het plan voor de ontvlechting van ICT en de gehele bedrijfsvoeringsopzet vallen onder de taken van het Dagelijks bestuur. Het Dagelijks bestuur is voornemens het Algemeen bestuur op basis van maandrapportages te rapporteren over de voortgang van de ontvlechting. 2.5 Informeren bestuur In de periode na het Uitwerkingsbesluit en voor de splitsingsdatum (de implementatieperiode)

informeren we het Algemeen bestuur met maandrapportages. Deze periode wordt doorgetrokken tot 1 juli 2026 zodat ook de eerste maanden van de nieuwe organisatie en de start van de samenwerking kan worden gevolgd. Vanaf 1 juli 2026 zal het Algemeen bestuur periodieke rapportages ontvangen over de voortgang van de ontvlechting van de IV/ICT.

3.

OMGEVING

3.1 Stakeholderanalyse externe Dit besluit over ontvlechting van stichting Waternet vergt ook besluitvorming in Amsterdam, waar het belangen en participatieplan volgende besluitvormingsproces wordt voorzien:

• • •

Commissie Middelen op 18 en 26 juni 26 juni Raadscommissie Mobiliteit, Openbare Ruimte en Water. 10 juli Gemeenteraad

Overige externe stakeholders: • Een klein aantal externe, bestuurlijke stakeholders wordt direct geïnformeerd (afzender: waterschap en/of gemeente), zoals het bestuur van de Unie van Waterschappen, Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (Directoraat-generaal Water en Bodem) en onze contacten bij de provincies Noord-Holland, Utrecht en Zuid-Holland. Voor deze partijen is het van belang dat we ze niet verrassen met het voorstel dat aan de algemeen besturen wordt gedaan. Tot op heden is er met deze stakeholders ook informeel of formeel contact geweest, alsmede met de ILT.

12

• •

Een bredere groep externe stakeholders wordt geïnformeerd op het moment dat er een definitief besluit genomen is. Gezien de aard, complexiteit en omvang van dit besluit wordt hierop geen andere participatie voorzien.

3.2 Stakeholderanalyse Naast de reguliere overlegvergaderingen met de (voltallige) ondernemingsraad vindt tweewekelijks belangen binnen de organisatie overleg plaats tussen de ondernemingsraad-werkgroep ontvlechting en de stuurgroep ontvlechting. In

de ondernemingsraad-werkgroep ontvlechting heeft een afvaardiging van de ondernemingsraad zitting en verzorgt op die manier de nauwe betrokkenheid van de ondernemingsraad bij het proces. Alle stukken zijn in de voorbereiding op de (bestuurlijke) besluitvorming gedeeld met de ondernemingsraad en op verzoek besproken met de ondernemingsraad-werkgroep ontvlechting. De ondernemingsraad is gevraagd mee te lezen op het Uitwerkingsbesluit en zijn opmerkingen daarop te maken. De ondernemingsraad heeft daar gebruik van gemaakt. De ondernemingsraad heeft op grond van de WOR geen overleg-, advies- en instemmingsrecht met betrekking tot besluiten ter vaststelling van publiekrechtelijke taken en besluiten over het beleid voor en de uitvoering van die publiekrechtelijke taken, zoals het eerder genomen hoofdlijnenbesluit en onderhavig uitwerkingsbesluit. De ondernemingsraad heeft formeel recht van advies op het voorgenomen besluit tot vaststelling van de op te stellen organisatieplannen en de implementatie daarvan. Het advies zal conform de WOR aan de ondernemingsraad worden gevraagd op een zodanig moment dat het van wezenlijke invloed kan zijn op het definitief vast te stellen organisatieplan. Interne communicatie naar heel Waternet vindt plaats vanaf het moment dat het collegebesluit openbaar wordt.

Daarnaast organiseren de leidinggevenden informatiesessies om met medewerkers in gesprek te gaan. 3.3 Publiciteit en communicatie Externe communicatie (afzender: waterschap en gemeente):

• • • 4.

Er wordt een nieuwsbericht geplaatst op de website van het waterschap en Waternet. Een gezamenlijk persbericht van waterschap en gemeente wordt verzonden naar de pers. Q&A’s worden opgesteld t.b.v. vragen van inwoners, bedrijven en andere organisaties.

JURIDISCHE KADERS

4.1 Wettelijke taken en/of Waterschapswet en diverse andere wetten zoals de Omgevingswet: De organisatie van de juridische verplichtingen waterschapstaken moet zo georganiseerd worden dat het waterschap volledig kan voldoen aan zijn

wettelijke taken. In de huidige samenwerkingsovereenkomsten tussen AGV, Amsterdam en Waternet staan verschillende bepalingen over beëindiging van de samenwerking en het daarbij te volgen traject. Zo wordt een beperkt aantal opzeggingsgronden voor de samenwerkingsovereenkomsten genoemd en wordt uitgegaan van een volledige splitsing en directe ontbinding van de stichting bij einde samenwerking. Partijen maken bij de onderhavige splitsing van Waternet echter andere keuzes. Dit is mogelijk gezien de contractsvrijheid die partijen hebben. Statutair is bepaald dat de stichting wordt ontbonden bij het einde van de samenwerkingsovereenkomst van 1997. Van deze bepaling kan niet worden afgeweken. Ter voorkoming dat de stichting hierdoor onbedoeld wordt ontbonden, is het belangrijk dat genoemde samenwerkingsovereenkomst pas wordt beëindigd als de statuten zijn aangepast. Dienstverlening door Waternet aan AGV en eventueel vice versa zijn opdrachten die in beginsel aanbestedingsplichtig zijn. Voor AGV is het, zoals voor de huidige diensten van Waternet voor AGV ook is gedaan, mogelijk om een alleenrecht aan Waternet te verlenen waardoor geen aanbestedingsplicht geldt. Daarnaast zouden, ingeval AGV en Waternet over en weer diensten aan elkaar verlenen, zij over en weer alleenrechten aan elkaar kunnen verlenen. Ook zou dan sprake kunnen zijn van zgn.

‘horizontale samenwerking’ waarbij tevens geen aanbestedingsplicht geldt. Voor het kunnen verlenen van een alleenrecht of een beroep op horizontale samenwerking is noodzakelijk dat exact duidelijk is welke diensten AGV en Waternet aan elkaar gaan verlenen. Over deze aanbestedingsrechtelijke aspecten van de splitsing is advies ingewonnen bij een aanbestedingsrecht advocaat. Om te zorgen dat de eigen AGV-organisatie over de benodigde bevoegdheden beschikt om de waterschapstaken te kunnen uitvoeren, zal het Dagelijks bestuur een nieuw mandaatbesluit moeten nemen en tevens verschillende specifieke aanwijzingsbesluiten moeten nemen voor de ambtenaar belast met de heffing en invordering en voor bepaalde toezichthouders. 13

Toelichting op besluitpunt 10 (Toekomst hoofdkantoor) Uitgebreide analyse heeft niet geleid tot een eenduidig antwoord op de vraag of de gemeente Amsterdam of het waterschap AGV gerechtigd is tot het hoofdkantoor of de grond. In alle gevallen dient afrekening plaats te vinden met de ander. Van belang is dat de opbrengst van het gebouw geen onderwerp van discussie is of was. Er is wel discussie over opbrengst betreft de opbrengst van de grond (resterende erfpachtrecht). Een oplossing is gevonden om door middel van het uitvoeren van een begeleid en gezamenlijk proces tot overeenstemming te komen, dat de zekerheid kent van een snelle en definitieve uitkomst die voor beide partijen acceptabel is. Als eerste stap zullen de gemeente Amsterdam en het waterschap AGV gezamenlijk onderzoeken of een scenario bestaat waar beiden zich in kunnen vinden. Mogelijk sluit de voorkeur over gebruik, eigendom, financiering, looptijd, voorwaarden, prijs en mogelijk andere voorwaarden van de ene partij aan bij die van de ander. Op voorhand wordt besloten dat als dat niet tot een gezamenlijk gedragen uitkomst leidt, een neutraal proces wordt gevolgd om op korte termijn tot een eindsituatie te komen. Neutraal wil dat zeggen dat voor het proces niet van belang is welk standpunt juridisch het (meest) juist(e) is.

Die standpunten spelen in het proces (gezamenlijk een scenario vinden) namelijk geen rol meer. Dat zorgt ervoor dat het proces niet wordt gehinderd door het terugvallen op de basispositie. Dat betekent dat dit besluit meebrengt dat elk van partijen hun standpunten tijdens het doorlopen van het proces opgeven. Daar krijgen beide partijen echter tijdswinst, proceskostenbesparing en zekerheid voor terug, waaronder het voorkomen van het verwezenlijken van het risico voor elk van de partijen dat hun standpunt niet juist is of niet juist wordt geacht. Het is namelijk op voorhand geen gegeven dat het waterschap AGV (of Amsterdam) gelijk heeft. Behoudt men de originele positie en komt men er niet uit, dan zal het een keer aan de rechter voorgelegd moeten worden. Dan loopt men altijd het risico dat de rechter de ander volgt. Zelfs als men meent volledig gelijk te hebben (analyse suggereert dat dat niet het geval is) loopt men nog altijd het risico dat de rechter iets anders beslist (procesrisico). Dan is het waterschap (of Amsterdam) slechter af dan met het nu voorgestelde neutrale proces als alternatief. Zelfs als het waterschap (of Amsterdam) gelijk zou krijgen, dan zal dat na een procedure zijn die, zeker met hoger beroep en wellicht cassatie, jaren kan duren. Als tot het eind wordt doorgeprocedeerd, kan dat makkelijk tien jaar duren. De kosten zullen ook oplopen.

Een uitzondering hierop is dat een partij zich niet aan de eventueel bereikte overeenstemming of de procesafspraken houdt. In dat geval kan de andere partij de overeenstemming of de procesafspraken ontbinden. Dan herleven voor beide partijen de oorspronkelijke standpunten weer. Deze oplossing past in de samenwerking die er na 1 januari zal zijn. In alle scenario’s is immers aandacht voor continuering van gebruik en het beheersen van de kosten. 4.2 Bevoegdheid besluit Omdat de vorming van een nieuwe organisatie direct de kaderstellende en controlerende rol van het

Algemeen bestuur raakt, ligt de bevoegdheid van besluitvorming bij het Algemeen bestuur. In de statuten is verder bepaald dat het Dagelijks bestuur goedkeuring moet geven op wijziging van de statuten van de stichting Waternet. De dijkgraaf van AGV en wethouder van Amsterdam (in de hoedanigheid van huidige bestuurders van de stichting) besluiten na deze goedkeuring tot statutenwijziging. De aangepaste statuten wordt ter informatie aan het Algemeen bestuur gestuurd. Op basis van het Uitwerkingsbesluit wordt ter uitvoering een samenwerkingsovereenkomst opgesteld. De bevoegdheid van besluitvorming daarover ligt bij het Algemeen bestuur. Ook wordt gebruik gemaakt van dienstverleningsovereenkomsten waarvoor de bevoegdheid van besluitvorming bij het Dagelijks bestuur ligt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15784656/1