CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Beleidskader Sociale Basis 2025-2030.pdf

Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding 17 januari 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030 en subsidieverordening sociale basis Amsterdam 2025 (VN2023-027092)19.441 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Vanuit de doorontwikkeling van het jeugdstelsel is bijzondere aandacht voor de overgang naar volwassenheid (18-/18+). Niet alleen vanuit het stelsel voor jeugdhulp wordt gewerkt aan gelijke kansen voor de jeugd. Goed en passend onderwijs, inzet vanuit voorscholen en bijvoorbeeld vanuit sport zijn minstens zo belangrijk. Vanuit het onderwijs wordt bijvoorbeeld ingezet op het vergroten van de (effectieve) leertijd voor leerlingen met onderwijsachterstanden en is extra aandacht voor extra taalonderwijs bij taalachterstanden. Ook wordt er vanuit het onderwijs aandacht besteed aan bewustwording met betrekking tot een gezonde leefstijl, het belang van voldoende bewegen en risico’s van verslaving. Om kansen op school en kansen naschool aan elkaar te verbinden en ook de situatie van verzorgers daarbij te betrekken wordt inzet op deze verschillende thema’s steeds vaker gecombineerd. Wat draagt de sociale basis hieraan bij? Inzet op gelijke kansen voor de Amsterdamse jeugd is een belangrijk onderdeel binnen de sociale basis. Hiermee is bijna de helft van het totaalbudget dat jaarlijks wordt besteed aan de sociale basis gemoeid. Onderwijs maakt geen deel uit van de sociale basis, maar een groot deel van de activiteiten wordt wel uitgevoerd in samenhang met wat er op scholen gebeurt.

18 | Beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030

Vanuit het jeugdstelsel heeft de sociale basis met name een preventieve rol. Activiteiten in de sociale basis zijn gericht op het voorkomen van problemen bij alle Amsterdamse ouders en kinderen (universele preventie) en het ondersteunen van die groepen die een verhoogd risico hebben op problemen of waar al sprake is van beginnende problematiek (selectieve preventie). Inzet is gericht op het normaliseren van de hobbels die het leven soms kent. Deze hobbels horen erbij en betekenen niet meteen dat altijd jeugdhulp nodig is. Ook is er aandacht voor het ondersteunen en verstevigen van beschermende factoren rondom jeugdigen. Bij beschermende factoren gaat het onder andere om het sociale netwerk rondom een jeugdige maar ook om steun, waardering van positief gedrag, het kunnen leveren van een betekenisvolle bijdrage en een constructieve tijdsbesteding. Het is belangrijk om met preventie zo vroeg mogelijk te beginnen. De zwangerschap en de eerste twee jaar daarna zijn essentieel voor de ontwikkeling van kansengelijkheid op latere leeftijd. Daarnaast is de overgang van het basisonderwijs naar het voortgezet onderwijs een moment waarop jeugdigen soms uit beeld raken. Hiervoor hebben we de komende jaren extra aandacht. Om de preventieve rol goed te kunnen vervullen is goede samenwerking met het ouder- en kindteam essentieel. Deze samenwerking wordt daarom verstevigd.

We vragen van partners die zich met hun inzet op jeugdigen richten om jeugdigen actief te betrekken in het (door)ontwikkelen van aanbod. Wat geven jeugdigen zelf aan nodig te hebben, waar krijgen ze energie van en wat kunnen en willen zij zelf bijdragen of oppakken in de uitvoering van activiteiten. • Ontwikkelingsstimulering en opvoed- en opgroeiondersteuning Je kan niet vroeg genoeg beginnen met ervoor te zorgen dat alle kinderen zich optimaal ontwikkelingen. Vanuit de sociale basis wordt ingezet op gezinsgerichte ontwikkelingsstimulering, zoals de Spelinlopen. Dit zijn plekken waar laagdrempelige activiteiten gericht op samen spelen, ontmoeten en bewegen voor ouders en jonge kinderen worden gecombineerd met opvoed- en opgroeiondersteuning. De spelinloop is algemeen toegankelijk voor ouders met jonge kinderen en in het bijzonder voor ouders die kinderen hebben met het risico op achterstanden. In de uitvoering van deze activiteiten zijn ouder- en kindteams, buurtteams en voorscholen nauw betrokken. Ondersteuning bij opvoeding en ouderschap wordt niet alleen vanuit spelinlopen geboden. Dit soort activiteiten kunnen ook door getrainde vrijwilligers of steungezinnen worden uitgevoerd. Zij verbinden zich veelal voor langere tijd aan gezinnen waarbij dit soort ondersteuning nodig is.

• Brede talentontwikkeling en kinderwerk Vanuit de sociale basis worden buiten het curriculum van scholen activiteiten georganiseerd gericht op het stimuleren van talent en de ontwikkeling van andere dan cognitieve vaardigheden die op school worden geleerd, zoals creatieve, sportieve en communicatieve vaardigheden. Hiermee komen jeugdigen met nieuwe onderwerpen in aanraking, worden ze op een andere manier uitgedaagd en wordt hun horizon verbreed. In de signalering, preventie en laagdrempelige pedagogische ondersteuning bij het opgroeien in de samenleving die hier op aansluit is extra aandacht voor kinderen die opgroeien in een kwetsbare situatie. • Informatie & advies en laagdrempelige begeleiding In de sociale basis kunnen jeugdigen terecht voor informatie en advies over zaken die hen bezighouden. Vanuit deze informatiepunten worden zij gewezen op welke ondersteuning er voor hen beschikbaar is. Naast informatie en advies is laagdrempelige begeleiding beschikbaar, bijvoorbeeld in de vorm van mentoraten, huiswerkbegeleiding, studiebegeleiding en het aanleren van stage-vaardigheden zoals het maken van een cv en sollicitatietraining. Deze vormen van ondersteuning zijn vaak nodig in de overgang van school naar school, dagbesteding of werk, maar ook voor jeugdigen met problemen op het gebied van mentale gezondheid.

Ook jeugdigen die geen plek hebben om rustig huiswerk te kunnen maken en die voor benodigde ondersteuning niet bij opvoeders terecht kunnen verdienen hierin extra aandacht.

19 | Beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030

• Weerbaarheid vergroten Daar waar jeugdigen een extra steuntje in de rug nodig hebben als het gaat om zelfvertrouwen, het ontwikkelen van de eigen identiteit, emancipatie en weerbaarheid kunnen daartoe vanuit de sociale basis activiteiten worden georganiseerd. De inzet van rolmodellen uit de eigen doelgroep kan hierin een belangrijke meerwaarde vervullen. Vanuit bijvoorbeeld het jongerenwerk en mentoraten wordt ook op deze thema’s ingezet. • Jongerenwerk Het jongerenwerk is één van de belangrijke kernfuncties binnen de sociale basis voor jeugdigen. Jongerenwerk is laagdrempelig en gericht op jongeren die te maken hebben met omstandigheden die het lastig maken om zelfvertrouwen op te bouwen, zich te ontwikkelen en een positieve toekomst voor zich te zien. Jongerenwerkers bieden hen begeleiding bij het opgroeien in onze stad. • Veldwerk/ Straathoekwerk Het veldwerk/straathoekwerk wordt in aanvulling op het jongerenwerk uitgevoerd en richt zich op jongeren en jongvolwassenen. Anders dan het jongerenwerk richt het veldwerk/ straathoekwerk zich specifiek op jongeren die vanwege een veelvoud aan sociale en individuele problemen de relatie met de samenleving kwijt zijn geraakt of dreigen te verliezen. Het veldwerk/straathoekwerk legt actief contact met deze doelgroep en begeleidt en ondersteunt hen.

Net als het jongerenwerk wordt intensief samengewerkt met ouders, school, jeugdhulp (waaronder ouder- en kindteams) en jeugd en veiligheidsteams en –partners (zoals politie). Versterken Jongerenwerk en Veldwerk/Straathoekwerk: De inzet van het jongerenwerk en het veldwerk/straathoekwerk richt zich de komende jaren nadrukkelijk op: – het klein houden van kleine problemen en het inzetten op stabiliteit voor jongeren met zwaardere problemen; – het signaleren van problematiek waarbij andere hulpverlening moet worden ingeschakeld en zorgen voor het betrekken van de juiste expertise; – aansluiten bij de leefwereld van jongeren door actief en op laagdrempelige wijze contact met hen te hebben en in gesprek te gaan over wat hen bezighoudt; – inzet op groepsbenadering en alleen waar nodig individuele coaching; – borging en doorontwikkeling binnen de thema’s meidenwerk en onlineleefwereld; – faciliteren en doorontwikkelen van jongerenwerk op scholen.

– verbinding jongerenwerk en sport – doorontwikkeling van de expertise over jongeren met (straat- en online) veiligheidsproblematiek en de rol van het jongerenwerk in het netwerk rondom risicojongeren Om deze inzet te kunnen leveren is de ambitie om het jongerenwerk de komende jaren verder te verstevigen langs een aantal lijnen: – versterken van de effectiviteit van het jongerenwerk: investeren in vakmanschap, onder andere als het gaat om expertise rondom het werken met meiden en aansluiten bij de onlineleefwereld; – voorkomen dat jongeren in handen vallen van criminele netwerken vanuit de preventieve kracht van het jongerenwerk; – snellere passende ondersteuning voor jongeren door betere samenwerking met o.a. partners op het gebied van onderwijs en sport en bewegen; Dit is uitgewerkt in de Raadsbrief Vakkundig Jongerenwerk van juli 2023. In deze brief wordt ook de noodzaak van goede samenwerking tussen partijen benadrukt waarin de opgave leidend moet zijn. Dit is belangrijk voor vertrouwen tussen organisaties onderling, het imago van jongerenwerk, het vertrouwen van jongeren in het aanbod en het vertrouwen van jongeren en organisaties in de gemeente.

20 | Beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030

2.3.4

Gelijke kansen op veerkrachtige zorgzame buurten

Zorgzame en veerkrachtige buurten hebben een belangrijke functie. Zij zorgen ervoor dat mensen elkaar kennen, elkaar vertrouwen, en bij elkaar terecht kunnen als zij vragen of hulp nodig hebben. Voor een veerkrachtige zorgzame buurt is een stevige verbinding tussen het sociaal domeinen het fysieke domein nodig. De fysieke inrichting beïnvloedt in belangrijke mate de mogelijkheden die bewoners hebben om elkaar te ontmoeten en met elkaar samen te leven. In gebieden met de grootste uitdagingen op het sociale vlak, is meestal ook de grootste investering nodig om de fysieke leefomgeving op orde te krijgen. Wat willen we bereiken? We willen dat elke Amsterdammer gelijke kansen heeft om in een vitale, veerkrachtige en zorgzame buurt en wijk te wonen. Wat gebeurt er al? De sociale basis heeft een belangrijke rol in het versterken van zorgzame en veerkrachtige buurten. Hierbij gaat het om het versterken van sociale cohesie, om het bevorderen en stimuleren van samenredzaamheid en om het ondersteunen van bewoners die naar elkaar omzien. Het faciliteren van ontmoeting is hierin een belangrijke voorwaarde. Voldoende kwalitatief goede maatschappelijke voorzieningen maken hier onderdeel van uit. Hoe we deze voorzieningen organiseren in de stad is vastgelegd in de strategisch huisvestingsplannen.

Voor groeigebieden, die vaak aan de randen van de stad liggen gaat het veelal om nieuw op te leveren voorzieningen. Stadsgebied Weesp kent hierin een bijzondere positie vanwege de snelle grote groei die wordt verwacht en het feit dat er geen directe aansluiting is bij andere delen van de stad waar kan worden meegelift in ruimtegebruik. Voor de bestaande stad zitten uitdagingen vooral op kwaliteit en toegankelijkheid van voorzieningen en de spreiding daarvan. Uitbreiding van bestaande voorzieningen of het vinden van nieuwe is zeker niet vanzelfsprekend. Geschikte ruimte die voor langere tijd beschikbaar is, is schaars. Ruimte is bovendien kostbaar. Om beschikbare ruimte optimaal te benutten kiezen we voor het uitgangspunt van gedeeld ruimtegebruik. De fysieke leefomgeving moet bewoners uitnodigen om te bewegen, elkaar te ontmoeten en samen initiatief te nemen om een prettige en leefbare buurt te creëren waarin bewoners naar elkaar omzien. Een groene omgeving met voldoende ontmoetingsplekken en rustpunten voor ouderen tussen huis en voorzieningen in, draagt hieraan bij. Wat draagt de sociale basis hieraan bij? Vitale, veerkrachtige en zorgzame buurten ontstaan niet vanzelf. Hiervoor is inzet vanuit alle actoren in een gebied nodig.

De sociale basis is bij uitstek de plek waar Amsterdammers elkaar ontmoeten, waar zij elkaar ondersteunen en waar ze samen bouwen aan cohesie en verbinding. Dit wordt de komende tijd steeds belangrijker want we willen dat Amsterdam een solidaire stad blijft. Gelukkig zien we dat er in buurten en wijken naast de nodige problematiek, ook veel energie zit om met elkaar te zorgen voor een fijne en leefbare stad. Zo ontstaat een ondersteunende gemeenschap, waarin buren en buurtgenoten op elkaar kunnen bouwen, resulterend in een stevig sociaal vangnet. Dit vormt niet alleen de basis voor gezondheid, maar draagt ook bij aan algemene levenskwaliteit en welzijn. Bovendien is een positieve leefomgeving cruciaal voor de jeugd. Vanuit de gemeente versterken en ondersteunen we de energie en de goede ideeën van Amsterdammers om hieraan bij te dragen. Dit doen we deels zelf, en deels vragen we aan partners om hierin een rol te spelen. Hierbij is extra aandacht voor nieuwe Amsterdammers die in hun buurt de verbinding nog moeten vinden. We zorgen ervoor dat zij zich welkom voelen en zetten er op in om nieuwe bewoners en bestaande bewoners met elkaar te verbinden. Door ervoor te zorgen dat Amsterdammers zich prettig voelen in hun eigen buurt of wijk voorkomen we vereenzaming en vergroten we het welbevinden.

Dit helpt er ook aan mee dat Amsterdammers gemakkelijker de stap zetten om hulp te vragen als zij die nodig hebben.

21 | Beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030

Het buurt(opbouw)werk heeft hierin een belangrijke rol. Naast het toeleiden van bewoners naar passend aanbod speelt het een belangrijke rol in het versterken van cohesie. Ze richt zich op het opsporen, stimuleren en faciliteren van groepen bewoners, informele netwerken en partners die zich in willen zetten voor een betere buurt en voor elkaar. Het buurt(opbouw) werk staat voortdurend in verbinding met bewoners en andere partners in een gebied. De inzet wordt op deze manier steeds gevoed door wat er nodig is in het gebied. Het belang van ervaringsdeskundigheid, de rol van sleutelfiguren en praktijkkennis is evident. Voor het buurt(opbouw)werk geldt dat we daarom graag zien dat de geleerde lessen uit de buurtbanen worden meegenomen in reguliere werkwijzen. We zien dat er een robuuste relatie is tussen de buurt als plek waar bewoners kunnen bijdragen aan versterking van de buurt (buurtopbouw van binnenuit) en het bijdragen aan de kansen op de arbeidsmarkt richting (duurzaam) betaalde arbeid.

22 | Beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030

Hoofdstuk 3 Hoofdstuk

3

Naar een nieuwe inrichting

Op 5 april 2023 heeft de gemeenteraad de hoofdlijnen voor de sociale basis vastgesteld. Dit zijn de uitgangspunten voor de inrichting van de sociale basis vanaf 2025. In dit hoofdstuk vertalen we de vastgestelde uitgangspunten naar een nieuwe structuur voor de sociale basis.

3.1 Gebiedsgericht en opgavegericht De afgelopen jaren zijn flinke stappen gezet in het gebiedsgericht en opgavegericht werken in de sociale basis. Het totaal aan opgaven in de verschillende gebieden werd opgetekend in gebiedsplannen, in de masterplannen Zuidoost en Nieuw West en de aanpak Noord. Voor de sociale basis waren er de gebiedsgerichte uitwerkingen met een verdieping van de sociale opgave in gebieden. Zo versterkten de beschreven opgaven elkaar. De beschrijving van de opgave geeft houvast: voor partners en voor de gemeente. Het helpt partners bij hun subsidieaanvraag en bij het richten van inzet. Voor de gemeente zijn de beschreven opgaven uitgangspunt voor het beoordelen van subsidieaanvragen. Zodat we tot een zo optimaal mogelijke mix van activiteiten in gebieden komen, passend bij de opgave. In gesprekken met partners over de voortgang en focus van de uitvoering werd de opgave steeds belangrijker als uitgangspunt. Deze gebiedsgerichte focus houden we vast en versterken we de komende jaren. De meerjarige sociale opgaven die aan de hand van dit beleidskader worden opgesteld krijgen vorm met bewoners en partners samen. Beschikbare cijfers vanuit het Regiobeeld die worden vertaald naar gebiedsniveau zijn hierin ondersteunend. Het gaat om de opgaven in de breedte van het sociaal domein.

Met elkaar geven we duiding aan welke problematiek in welke gebieden prioriteit heeft. Daarmee is de opgave niet alleen leidend voor inzet vanuit de sociale basis, maar richtinggevend voor alle inzet vanuit het sociaal domein. Voor verlengd bestuurders is het vastleggen van meerjarige opgaven per gebied belangrijk als sturingsinstrument. Zij gaan periodiek in gesprek met partners in gebieden en kijken met die partners langs de opgave naar hoe het gaat in een gebied. In het voorjaar van 2021 gingen de buurtteams van start. Een belangrijk onderdeel van het ontwikkeltraject was het vormgeven van de gebiedsgericht samenwerking met de partners in de sociale basis. Dat maakt het makkelijker om met elkaar te bepalen hoe het gaat met de mensen in een gebied. Buurtteams en ouder- en kindteams, maar ook eerstelijns professionals zoals huisartsen hebben een belangrijke signalerende rol met betrekking tot wat er nodig is in gebieden. Zo kunnen partners, bijvoorbeeld de buurtteams en ouder- en kindteams aangeven waar zij hiaten in aanbod tegen komen, of waar zij een toenemende vraag signaleren. Door dichter tegen elkaar aan te werken is het makkelijker geworden om bewoners die met een hulpvraag bij een buurtteam komen naar laagdrempelige ondersteuning vanuit de sociale basis door te leiden. We zijn daarmee nog niet klaar.

Buurtteams en ouder- en kindteams hebben nog moeite om de weg te vinden in de sociale basis omdat deze enorm breed en divers is. Dit is een van de redenen waarom we de sociale basis de komende jaren anders gaan inrichten. Andersom is het belangrijk dat bijvoorbeeld de ouder- en kindteams zich nog meer gaan richten op de opgave in gebieden en gebiedsgerichte samenwerking. Dit zijn communicerende vaten.

3.2 De structuur: herinrichting op verschillende niveaus De sociale opgaven in gebieden en buurten zijn groot. Zonder gezamenlijk commitment op die opgave van alle betrokkenen, is het stelsel niet houdbaar. Wat Amsterdammers nodig hebben staat centraal. Bewoners kennen hun buurt en weten niet alleen welke problemen er spelen, maar ook welke kansen en krachten er zijn. Zij hebben vaak duidelijke ideeën over hoe het beter of anders moet. Juist deze ideeën, ervaringen en kennis zijn nodig om díe dingen te veranderen waar zij behoefte aan en profijt van hebben. Het definiëren van de opgaven in gebieden doen we daarom samen: met alle betrokken. De samenwerking wordt hieromheen georganiseerd. Samenwerking op die opgave vraagt om vertrouwen in elkaar en respect voor elkaars kennis, kunde en rol. Met een stelsel onder druk veranderen die rollen.

23 | Beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030

Niet alles kan professioneel worden georganiseerd: steeds meer zal worden gekeken naar de kracht van de samenleving zelf. We verwachten dat bewoners steeds meer hun publieke verantwoordelijkheid nemen. En die nemen we serieus. Door zelf actief in gebieden aanwezig te zijn, voortdurend alert op wat bewoners nodig hebben en of daar de juiste inspanningen op worden gepleegd. Maar ook door partners, zoals het buurt(opbouw)werk, een actieve rol te geven in het faciliteren van wat bewoners zelf kunnen doen. De sociale basis is heel breed: het gaat over persoonlijke sociale netwerken en inzet van bewoners, over verbindingen tussen bewoners, over informele netwerken en initiatieven, maar ook over professioneel georganiseerde ondersteuning. Niet al die onderdelen leveren een vergelijkbare bijdrage en toch zijn ze allemaal onmisbaar. Onder het vorige beleidskader moesten alle partners in de sociale basis volgens dezelfde systematiek subsidie aanvragen. Dat gaan we veranderen om recht te doen aan de verschillende rollen die binnen de sociale basis worden uitgevoerd. In de subsidieregeling bij dit beleidskader wordt deze differentiatie verder uitgewerkt. Ook gaan we als opdrachtgever differentiëren in hoe we met partners samenwerken. Hoe we dit gaan vormgeven staat in hoofdstuk 4 en 5 van dit kader.

Bij het vorige beleidskader is mogelijk gemaakt voor partners om één subsidieaanvraag te doen voor alle activiteiten die ze als boekjaarsubsidie wilden aanvragen. Hiermee werd een aanvraag over stadsdelen heen mogelijk. Deze manier van werken behouden we. Ook binnen de nieuw in te richten subsidiesystematiek blijft het mogelijk om voor meerdere onderdelen en meerdere stadsdelen tegelijk subsidie aan te vragen. Dit geldt alleen niet voor de subsidies in het sociaal weefsel. De nieuwe inrichting van de sociale basis wordt hieronder per onderdeel beschreven. Verdere uitwerking volgt in de subsidieverordening behorend bij dit beleidskader. De verschillende onderdelen staan niet los van elkaar, maar juist in verbinding. Voor elk onderdeel wordt een apart subsidieplafond vastgesteld. Hiermee is aan de voorkant duidelijk hoeveel financiële ruimte er is voor elk onderdeel. Onderzoek laat zien dat krachtige professionele inzet ook zorgt voor krachtige informele inzet.4 Het is daarmee niet het ene of het andere, maar een krachtige mix van beiden. Het beeld hieronder laat de totale structuur zien.

Sociale basis Alliantie kernfuncties stadsdeel

Cruciaal Gebiedsspecifiek Cruciaal Gebiedsspecifiek Cruciaal Gebiedsspecifiek

Sociaal weefsel: (kleine) initiatieven voor en door Amsterdammers: per stadsdeel gesubsidieerd

Cruciaal Gebiedsspecifiek

Cruciaal Gebiedsspecifiek

Cruciaal Gebiedsspecifiek

Cruciaal Gebiedsspecifiek

Cruciaal Gebiedsspecifiek

Cruciaal Gebiedsspecifiek

Cruciaal Gebiedsspecifiek

Cruciaal Gebiedsspecifiek

Cruciaal Gebiedsspecifiek

Cruciaal Gebiedsspecifiek

Cruciaal Gebiedsspecifiek

Cruciaal Gebiedsspecifiek

Cruciaal Gebiedsspecifiek

Cruciaal Gebiedsspecifiek

Alliantie kernfuncties stadsdeel Alliantie kernfuncties stadsdeel Alliantie kernfuncties stadsdeel Alliantie kernfuncties stadsdeel

Stadsbrede functies

Alliantie kernfuncties stadsdeel Alliantie kernfuncties stadsdeel Alliantie kernfuncties stadsgebied

4 Visser, M., Gesthuizen, M., & Scheepers, P. (2018). The crowding in hypothesis revisited: new insights into the impact of social protection expenditure on informal social capital. European Societies, 20(2), 257-280. https://www.hva.nl/binaries/content/assets/subsites/wmo/welschen-en-de-lange-2021---ondersteuning-van-informeelsociaal-werk-in-de-jan-maijenbuurt.pdf?1631795580427

24 | Beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030

3.2.1

Het sociaal weefsel: minder regeldruk voor klein initiatief.

Zonder inzet van bewoners zou er geen sociale basis zijn. Juist datgene wat zij veelal op vrijwillige basis voor en met elkaar organiseren, maakt dat er sterke netwerken ontstaan in buurten en wijken. Het overgrote deel van deze initiatieven van Amsterdammers bestaat zonder enige bemoeienis van de overheid. Gelukkig maar. Als gemeente hebben we vooral een faciliterende rol, niet een sturende. Bewoners die activiteiten organiseren die direct aansluiten op de doelstellingen en opgaven voor de sociale basis kunnen daarvoor jaarlijks subsidie aanvragen. Aanvragen voor het sociaal weefsel worden getoetst aan de doelstellingen voor de sociale basis. Daarmee wordt wel gekeken of ze passen bij wat we met de sociale basis voorstaan, maar hoeven voorgestelde activiteiten niet één op één aan te sluiten op de gebiedsopgaven sociaal. Hiermee is de voorwaarde voor subsidieverlening minder zwaar ingericht dan voor meerjarige subsidie in de andere onderdelen van de structuur. We gaan ervoor zorgen dat de administratieve last voor kleine subsidies zo laag mogelijk is. Hiermee sluiten we aan op de lijn die met de aanpassing van de Algemene Subsidieverordening wordt ingezet. In de opdracht aan de partners die de kernfuncties in stadsdelen uitvoeren, geven we uitdrukkelijk mee dat die kernfunctie erop gericht moet zijn om de kracht van de samenleving te vinden, te verbinden en te versterken.

Samenvattend: • jaarlijkse subsidieverlening • staat open voor alle aanvragers, maar vooral bedoeld voor kleinere initiatieven • beoordeling van aanvragen langs doelstellingen voor de sociale basis, in plaats van langs specifieke gebiedsopgaven • lichtere vereisten voor aanvragen en verantwoorden: conform lijn Algemeen Subsidieverordening Amsterdam

3.2.2

Partners met een cruciale rol op gebiedsspecifieke opgaven.

Tussen de vaak kleine initiatieven in het sociale weefsel en grote functies zoals het buurtwerk en jongerenwerk, zit nog veel meer. Partners die geworteld zijn in een specifieke buurt, gebied, of gebieden. Dit kan ook gaan om partners die in meerdere stadsdelen gebiedsgericht hun activiteiten uitvoeren. Deze partners leveren vaak een cruciale bijdrage aan de opgave vanuit de sociale basis. Het kan gaan om professioneel georganiseerde organisaties, maar net zo goed om (een collectief van) bewoners of een informeel initiatief. We willen dat deze partners zich meerjarig en met elkaar committeren aan de opgave in een gebied. Hiervoor leggen we als gemeente geen vorm vast. We verwachten wel van deze gebiedspartners dat zij met elkaar samenwerken zodat de korte lijnen die zo hard nodig zijn daadwerkelijk verder vormkrijgen. We verwachten van deze partners ook dat zij met elkaar afstemmen wie welke inzet pleegt, zodat er een samenhangend pallet van activiteiten ontstaat. Activiteiten die binnen dit onderdeel van de sociale basis worden uitgevoerd, worden meerjarig gesubsidieerd. We verwachten van partners die activiteiten binnen dit onderdeel van de sociale basis willen uitvoeren, dat zij goed weten hoe de opgave in het gebied eruit ziet en welke andere partners er al in een gebied actief zijn.

Hierbij gaat het vooral om activiteiten die in elkaars verlengde liggen en daarmee goed op elkaar moeten aansluiten. Dit vraagt vooral aan de voorkant een goede afstemming. We willen dat partners goed samenwerken, maar een alliantie is niet nodig. Iedere partner vraagt voor de eigen activiteiten subsidie aan. Er is een duidelijk onderscheid tussen activiteiten die binnen dit onderdeel subsidiabel zijn, en activiteiten die vanuit de kernfuncties worden gesubsidieerd. Hierin zit geen overlap. Een buurtkamer bijvoorbeeld is gebiedsgericht: deze bedient een specifieke buurt of een gebied en heeft geen stadsdeelbrede functie anders dan een huis van de wijk. Jongerenwerk is een kernfunctie, terwijl activiteiten voor jongeren gebiedsspecifiek worden georganiseerd. De opgave is leidend voor de te subsidiëren activiteiten. Deze zullen daarom niet allemaal (in gelijke mate) in elk gebied worden gesubsidieerd. De subsidiabele activiteiten worden in detail verder uitgewerkt in de subsidieverordening behorend bij dit beleidskader.

25 | Beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030

Op hoofdlijnen gaat het binnen dit onderdeel om: Het gebiedsgericht bieden van een (groepsgericht)aanbod gericht op • het bieden van praktische hulp en steun • het vergroten en onderhouden van (basis)vaardigheden die nodig zijn voor een goede gezondheid en bestaanszekerheid • laagdrempelige activiteiten gericht op ontmoeting, dialoog, activering en sporten & bewegen • exploitatie en beheer van accommodaties met een buurtfunctie Specifiek voor jeugdigen wordt hieraan toegevoegd: Het gebiedsgericht bieden van (groepsgerichte) activiteiten gericht op: • het vergroten van zelfvertrouwen, het ontwikkelen van de eigen identiteit, emancipatie en weerbaarheid en talentontwikkeling. • mentoraten en studie/huiswerkbegeleiding Samenvattend: • meerjarige subsidieverlening voor de duur van zes jaar. • beoordeling langs de doelstellingen voor de sociale basis en de gebiedsopgaven sociaal • staat open voor alle aanvragers • iedere aanvrager kan een eigen aanvraag doen: een gezamenlijk plan mag, maar hoeft niet. • aanvragers geven er blijk van te weten wat de opgaven in het gebied zijn en welke partners in het gebied actief zijn. • zie voor activiteiten op hoofdlijnen het rijtje hierboven.

3.2.3

Kernfuncties: alliantievorming met een overzichtelijk aantal partners

Kernfuncties zijn wijkoverstijgende functies die overal in het stadsdeel beschikbaar moeten zijn ongeacht de opgave. Het volume in verschillende gebieden kan wel verschillen afhankelijk van de opgave. Deels gaat het om fysieke plekken zoals huizen van de wijk en jongerencentra en deels gaat het om functies die vanuit dit soort fysieke plekken worden uitgevoerd. Voor de uitvoering van deze kernfuncties is continuïteit en stabiliteit nodig want ze vervullen een sleutelrol in het stadsdeel. Ze faciliteren de rest van de sociale basis door initiatief van bewoners te faciliteren onder andere door de fysieke ruimte die ze bieden. Ze verbinden bewoners en stimuleren ze om met elkaar activiteiten op te zetten en goede ideeën verder uit te werken. Zij kunnen kleine initiatieven ondersteunen in het doen van een subsidieaanvraag, maar hebben geen rol in de beoordeling daarvan. Daarnaast ontsluiten ze de toegang tot het diverse aanbod binnen de sociale basis voor onder andere de buurtteams en ouder- en kindteams. Voor de ondersteuning vanuit deze kernfuncties geldt dat uitvoering wordt gedaan door daarvoor gekwalificeerd personeel. Een beeldend voorbeeld om uit te leggen wat we hierbij bedoelen is dat werken met jongeren iets anders is dan jongerenwerk.

Dat betekent niet dat partners die werken met jongeren maar geen jongerenwerk uitvoeren minder belangrijke dingen doen, maar wel dat jongerenwerk een kernfunctie is waarvoor kwalificatie nodig is en die beschikbaar is voor jongeren in alle delen van de stad. Het volume van het jongerenwerk moet aansluiten bij de opgaven in gebieden. Dat betekent dat in het ene gebied meer inzet nodig zal zijn dan in het andere. Voor de kernfuncties is het belangrijk dat deze meerjarig en in samenhang worden uitgevoerd. De vorm voor die samenhang laten we niet aan partners. De ervaring leert dat partners die samen verantwoordelijk zijn voor uitvoering elkaar beter kennen en makkelijker tot afspraken komen over wie welk onderdeel uitvoert. We willen over de stad een beeld krijgen van de uitvoering en uniforme afspraken kunnen maken als het gaat om sturing en monitoring. De kernfuncties in de sociale basis worden daarom uitgevoerd door een alliantie van partners. De functies die door deze partners worden uitgevoerd zijn in alle stadsdelen hetzelfde. De samenstelling van de alliantie kan per stadsdeel/stadsgebied verschillen. Het moet gaan om een overzichtelijk aantal partners zodat de uitvoering van deze functies efficiënt georganiseerd kan worden. We vragen deze partners om

26 | Beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030

een gezamenlijk plan te maken. In dit plan willen we ook uitgewerkt zien hoe zij gebruik maken van ervaringskennis en hoe zij aandacht besteden aan inclusie en anti-discriminatie. Deze partners maken een gezamenlijk plan voor de uitvoering van de kernfuncties in een stadsdeel. Hierin beschrijven ze wie welk deel van de uitvoering voor rekening neemt. De organisaties leveren ook een gezamenlijke begroting aan waarin ze aangeven welk bedrag door welke organisatie voor welke functies wordt aangevraagd. Functies die tot de kernfuncties behoren zijn: de exploitatie, beheer en coördinatie van programmering van de huizen van de wijk en jongerencentra, het buurtwerk (ook wel bekend als buurtopbouwwerk en welzijnswerk: inclusief welzijn op recept), kinderwerk (inclusief spelinlopen), het jongerenwerk, het veldwerk /straathoekwerk en coördinatie van (ondersteuning en stimuleren van) vrijwillige inzet, coördinatie, faciliteren en versterken beweegnetwerken, coördinatie en ondersteuning van collectieve maatschappelijke dienstverlening. Samenvattend: • meerjarige subsidieverlening voor de duur van zes jaar. • aanvraagbaar door een alliantie van partijen. • een gezamenlijk plan met beschrijving van een ieders aandeel en een gezamenlijke begroting met deelbegrotingen per organisatie.

• wordt uitgevoerd door gekwalificeerd personeel • omvat op alle kernfuncties dekking over het hele stadsdeel • kernfuncties zijn in elk stadsdeel hetzelfde, de samenstelling van een alliantie kan verschillen • kernfuncties zijn: – exploitatie, beheer en coördinatie van programmering van de huizen van de wijk en jongerencentra – buurtwerk (ook wel bekend als buurtopbouwwerk en welzijnswerk: inclusief welzijn op recept) – kinderwerk (inclusief spelinlopen) – jongerenwerk – veldwerk/straathoekwerk – coördinatie van (ondersteuning en stimuleren van) vrijwillige inzet, – coördinatie, faciliteren en versterken beweegnetwerken – coördinatie en ondersteuning van collectieve maatschappelijke dienstverlening

3.2.4

Stadsbrede functies: voor specifieke doelgroepen over de stad

Het uitgangspunt voor de sociale basis is om ondersteuning zo veel mogelijk gebiedsgericht te organiseren. Toch is dit niet voor alle functies efficiënt en wenselijk. Zeker niet als er specifieke kennis en kunde nodig is op problematiek die fluctueert over de stad. Ook zijn er stadsbrede functies die vanuit één fysieke locatie in de stad worden uitgevoerd, maar de hele stad bedienen. In sommige gevallen is het daarom zinvoller om functies stadsbreed te organiseren. Dit doen we voor ondersteuning van vrijwillige inzet en ondersteuning voor specifieke doelgroepen inclusief jongeren/jeugdigen. We organiseren deze inzet meerjarig. We vragen partners om ervoor te zorgen dat de doelgroepen zoals in dit beleidskader omschreven waarvoor geldt dat er stadsbrede expertise of aanbod nodig is, worden bediend. Hiervoor is het noodzakelijk dat partners die in dit onderdeel activiteiten uit willen voeren, in hun aanvraag blijk geven van afstemming met andere partners zodat activiteiten in samenhang dekking over de stad geven. Net als bij partners die allianties vormen op de kernfuncties, vragen we ook van deze partners om in dit voorstel op te nemen hoe zij vorm geven aan het inzetten van ervaringskennis. Stadsbrede uitvoering betekent niet dat de opgave in gebieden kan worden losgelaten.

Juist in de gebieden met de grootste problemen is de vraag van bewoners vaak niet meteen zichtbaar en moet deze actief worden opgehaald. We verwachten van partners die deze functies uitvoeren dan ook dat zij hun inzet zo richten dat het zwaartepunt landt in de gebieden en buurten met de grootste problematiek. Deze expertise is ook in de andere onderdelen van de sociale basis van essentieel belang. We zorgen er daarom voor dat onderdeel van de opdracht aan deze partners

27 | Beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030

is om ervoor te zorgen dat deze expertise in ieder geval in de allianties op kernfuncties wordt geborgd. In tweede instantie wordt bekeken wat er mogelijk is om ook expertise van partners die gebiedsspecifieke inzet leveren te versterken. Bij stadsbrede activiteiten gaat het om het faciliteren van de rest van de sociale basis met expertise op de specifieke doelgroepen zoals in dit beleidskader benoemd. Daarnaast gaat het om ondersteuning voor deze groepen die vanwege schaalgrootte en een fluctuerende doelgroep niet gebiedsspecifiek georganiseerd kan worden. Samenvattend: • meerjarige subsidie voor de duur van zes jaar. • iedere aanvrager kan een eigen aanvraag doen: een gezamenlijk plan mag, maar hoeft niet. • aanvragers beschikken over specifieke expertise die noodzakelijk is voor de hele stad in het bedienen van een specifieke doelgroep • aanvragers geven er in hun aanvraag blijk van dat zij weten welk ander aanbod er beschikbaar is om hier met hun activiteiten op aan te sluiten. • activiteiten zijn gericht op het faciliteren van de rest van de sociale basis met expertise op de in dit beleidskader benoemde doelgroepen • activiteiten in het kader van ondersteuning voor benoemde doelgroepen die vanwege schaalgrootte en een fluctuerende doelgroep niet gebiedsspecifiek georganiseerd kan worden.

28 | Beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030

Hoofdstuk 4 Hoofdstuk

Bestuurlijke en ambtelijke samenwerking 4

4.1 Bestuurlijke verhoudingen en samenwerking In de verordening op de stadsdelen en het stadsgebied Amsterdam 2022 is vastgelegd welke taken van het college of de burgemeester gemandateerd of gedelegeerd zijn aan de dagelijks besturen. Voor gemandateerde taken geldt dat degene die mandaat verleent verantwoordelijk blijft voor besluiten die het gemandateerde onderdeel neemt. Voor de sociale basis is de gemeenteraad kaderstellend. De gemeenteraad stelt het beleidskader vast, maar ook de begroting. Zij heeft daarmee ook budgetrecht. De uitvoering van de sociale basis is door het college gemandateerd aan de dagelijks besturen van stadsdelen en stadsgebied. Dagelijks besturen stellen de opgave in gebieden en subsidieplafonds vast en maken keuzes met betrekking tot de te subsidiëren activiteiten. Met andere woorden: een dagelijks bestuur beslist, maar het college is eindverantwoordelijk. Uitvoering van alle partners in het sociaal domein komt samen in gebieden; daar vindt daadwerkelijke uitvoering plaats. Dagelijks Besturen hebben een belangrijke rol in het samenbrengen van deze uitvoering. Hiertoe organiseren zij periodiek gebiedsdialogen. In deze dialogen wordt met verschillende partijen gekeken naar hoe het gaat met de uitvoering rondom de opgave in het desbetreffende gebied.

De gemeenteraad controleert het college en heeft daarmee uiteindelijk ook de controlerende rol op de sociale basis als geheel. De stadsdeelcommissies hebben een controlerende rol op de taken die aan hun dagelijks bestuur zijn gemandateerde. Zij kunnen richting geven aan de uitvoering van die taken door het indienen van moties en voorstellen. Daarnaast kunnen zij het dagelijks bestuur vragen stellen over de manier waarop taken en bevoegdheden worden uitgeoefend. Ze kunnen gevraagd en ongevraagd advies uitbrengen over zaken die het stadsdeel betreffen. Omdat de sociale basis per stadsdeel is ingericht, hebben de stadsdeelcommissies een gedetailleerd beeld van wat er in hun stadsdeel binnen de sociale basis gebeurt, gedetailleerder dan de raad. Daarmee hebben de stadsdeelcommissies een signalerende rol richting de gemeenteraad. In die rol kunnen stadsdeelcommissies adviezen aandragen op onderwerpen die in de raadscommissies worden besproken. Daarnaast kunnen zij ook adviezen ter agendering aandragen op het moment dat zij zaken signaleren die zij belangrijk vinden voor agendering in de commissie. De bestuurlijke context van de sociale basis is complex. Daarom is op 4 juli 2023 een bestuurlijke stadsconferentie georganiseerd over de bestuurlijke samenwerking. Er is afgesproken dat er elke twee jaar wordt gerapporteerd over de voortgang op de sociale basis.

Deze rapportage is een combinatie van cijfers en kwalitatieve informatie met een beeld over de stad en een beeld per stadsdeel/stadsgebied. Stadsdeelcommissies en Bestuurscommissie Weesp wordt vooraf door het college om advies gevraagd zodat dit advies kan worden betrokken in de bespreking in de raadscommissie. Zij worden ook bij de commissiebespreking uitgenodigd. Om de stadsdeelcommissies goed aangehaakt te houden op wat er in de sociale basis gebeurt, organiseren Dagelijks Besturen jaarlijks een gesprek met hun stadsdeelcommissie op hoofdlijnen.

29 | Beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030

4.2 Samenwerking stadsdelen en directies De sociale basis is de basis van het stelsel van meedoen, zorg en ondersteuning. Op een groot aantal beleidsdomeinen binnen het sociaal domein zit het laagdrempelige deel van het aanbod in de sociale basis, en wordt een meer specialistisch deel van het aanbod in andere onderdelen van het stelsel uitgevoerd. Om ervoor te zorgen dat ketens goed op elkaar aansluiten en er geen hiaten ontstaan in ondersteuning aan Amsterdammers, is nauw contact tussen directies en stadsdelen van essentieel belang. Om de grote bewegingen in de stad samen te volgen en te maken is het ook noodzakelijk dat stadsdelen en directies elkaar goed op de hoogte houden van nieuwe ontwikkelingen. Alle ondersteuning, of dit nu vanuit de sociale basis wordt georganiseerd, of vanuit een ander onderdeel in het stelsel, landt in gebieden. Hier moet aanbod samenkomen en moeten partners die het uitvoeren samenwerken. De opgave is leidend voor de inzet die wordt gepleegd, daarom worden de meerjarige gebiedsopgaven in gezamenlijkheid opgesteld. Dit geldt niet alleen voor partners, maar ook voor inzet vanuit de gemeente zelf. De directie Werk, Participatie en Inkomen (WPI) neemt hierin een bijzondere positie in aangezien deze directie zelf een uitvoeringsorganisatie is. De dienstverlening vanuit WPI wordt gebiedsgericht uitgevoerd.

Net als de buurtteams en ouder- en kindteams is WPI één van de kernpartners in gebieden waarmee vanuit de sociale basis wordt samengewerkt. In het opdrachtgeverschap richting partners in de stad trekken directies en stadsdelen samen op. Dit zorgt ervoor dat partners begrijpen hoe verschillende opdrachten zich tot elkaar verhouden en voorkomt verwarring bij afstemming tussen gemeentelijke onderdelen.

30 | Beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030

Hoofdstuk 5 Hoofdstuk

5

Sturing en monitoring

De afgelopen jaren is de vraag om zicht op de sociale basis, en vooral op het effect van inzet, flink toegenomen. De sociale basis is heel breed en heel divers. De sociale basis richt zich vooral op preventie en interventies zijn niet een-op-een gekoppeld aan een doel. Daardoor is het ingewikkeld om te laten zien wat de effecten van de sociale basis zijn. De sociale basis is eerder procesgericht dan resultaatgericht, een domein van een terughoudende overheid en van ‘vele interveniërende factoren’. Dit wordt ondersteund door recent onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut en van Movisie5. Dit betekent echter niet dat er niets mogelijk is om het inzicht te vergroten. Samen met partners werken we de komende jaren aan meer zicht, zonder dat dit extra regeldruk oplevert. Daarin betrekken we nadrukkelijker dan tot nu toe het geval was de input van bewoners.

5.1 Doen wat werkt. Juist omdat het ingewikkeld is om aan te tonen wat de effecten van de sociale basis zijn, komt er meer focus te liggen op doen wat werkt. Vanuit bijvoorbeeld Movisie, maar ook vanuit de GGD, is al veel bekend over methodieken die bewezen effectief zijn. Er is bekend hoe we stress-sensitief kunnen werken en kunnen aansluiten bij de gezondheidsvaardigheden van Amsterdammers. Daar waar dat mogelijk is, vragen we partners om dit soort methodieken te gebruiken. Bij gebruik van methodieken waarvan is bewezen dat ze werken (evidence based), gaan we ervan uit dat de inzet maximaal resultaat oplevert, ook als dat resultaat moeilijk meetbaar is. Hierbij moet wel rekening worden gehouden met toepasbaarheid in de context van verschillende gebieden. Niet alles is onderzocht en de focus op evidence based en evidence informed werken moet geen knel vormen in de uitvoering om te doen wat nodig is. In de praktijk wordt voortdurend geleerd (practice based). Deze lessen nemen we serieus. Met meer focus op doen wat werkt, dagen we partners uit om gebruik te maken van beschikbare kennis voor verrijking en verbetering van interventies.

5.2 Sturen in de sociale basis De manier waarop de gemeente invulling geeft aan de sturing in het sociaal domein is de afgelopen jaren veranderd. De gemeente is nog steeds opdrachtgever, maar partnerschap krijgt meer nadruk. Dat betekent een verschuiving van afrekenen naar aanspreken. En van opleggen hoe uitvoering eruit moet zien naar samen met partners leren en ontwikkelen. Op deze beweging gaan we verder. Samen leren en ontwikkelen betekent ook dat we transparantie verwachten van partners. Alleen als zij durven aangeven waar zij ruimte zien voor verbetering, kan daadwerkelijk worden geleerd en verbeterd. Als gemeente zijn we zelf vaker in gesprek met bewoners; in het evalueren van de opgaven en het aanbod in een gebied. We vragen hen om mee te denken over wat er goed gaat en wat beter of anders moet. Hetzelfde vragen we van onze partners. Zij zijn elke dag in de verschillende gebieden in de stad aan de slag. Contact met bewoners is de kern van hun werk. Daarom verwachten we van hen dat zij hun eigen inzet ook periodiek toetsen aan wat bewoners daar van vinden en hoe ze het nog beter kunnen doen.

5 Movisie, 2023: https://www.movisie.nl/publicatie/cijfers-sociale-basis, Verwey-Jonker Instituut 2022: https://www.verwey-jonker.nl/publicatie/leren-sturen-en-verantwoorden-in-de-sociale-basis/.

31 | Beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030

De nieuwe inrichting van de sociale basis zoals beschreven in het derde hoofdstuk van dit beleidskader, maakt het makkelijker om met partners relaties te onderhouden die recht doen aan hun inzet. We gaan verder differentiëren in de manier waarop we met verschillende partners omgaan en de mate waarin we sturen. Van een professionele organisatie met een grote opdracht mag je iets anders verwachten dan van een klein (bewoners)initiatief, ook als het gaat om het afleggen van verantwoording. Voor kleine initiatieven in het sociale weefsel (paragraaf 3.2.1.) vereenvoudigen we het aanvragen en verantwoorden van subsidies. Bij het beoordelen van subsidieaanvragen, wordt wel getoetst op de doelstellingen voor de sociale basis want er zijn onvoldoende middelen om alle initiatieven in het sociale weefsel te kunnen subsidiëren. Verder zorgen we ervoor dat initiatieven goed worden ondersteund: onder andere de partners in de alliantie van kernfuncties (paragraaf 3.2.3) hebben hierin een belangrijke rol. We benutten de kennis en ervaringen die deze kleine initiatieven hebben over buurten en gebieden om inzet vanuit andere lagen van het stelsel nog beter te richten. Dit geldt ook voor partners met een cruciale rol in de opgave (paragraaf 3.2.2) in gebieden. Met hen gaan we periodiek in gesprek over de opgave in het gebied en hoe de inzet van alle betrokkenen daaraan bijdraagt.

We organiseren dit zoveel mogelijk collectief en in de vorm van een dialoog. Zo stimuleren we partners om zich gezamenlijk te verbinden aan de opgave. Voor de kernfuncties zetten we in op een beeld over de gehele stad. Samen met partners die deze functies uitvoeren, ontwikkelen we indicatoren om te laten zien wat er wordt bereikt. We willen indicatoren ontwikkelen die het gewenste inzicht geven en de administratielast die dit meebrengt toch zo laag mogelijk houden. Ditzelfde geldt voor partners die stadsbrede functies (paragraaf 3.2.4) uitvoeren. Als opdrachtgever geven we partners ruimte om te doen wat nodig is. Zij zijn immers de experts op de uitvoering. We zijn periodiek met elkaar in gesprek over de opgave in het gebied en of de inzet de gewenste bijdrage levert. Geleerde lessen delen we en we faciliteren partners zo goed mogelijk door het aanreiken van relevant onderzoek waarmee ze hun inzet kunnen verrijken. We organiseren dit eenduidiger zodat informatie op een overzichtelijke manier wordt ontsloten. Ook halen we bij partners op welke onderzoeksthema’s voor hen relevant zijn en wat zij hierin als aandachtspunten vanuit bewoners willen meegeven. Dit doen we zodat wat wordt onderzocht daadwerkelijk kan bijdragen aan het leren en ontwikkelen binnen de sociale basis.

Voor de beweging die we willen maken is zowel aan de kant van de gemeente als aan de kant van partners verandering nodig. Om de verandering echt samen aan te gaan ontwikkelen we samen een leerlijn. Dat betekent niet dat we al het leren samen doen, maar wel dat we met elkaar optrekken als het gaat om wat er geleerd zou moeten worden en hoe we dat vormgeven.

5.3 Monitoring langs 4 sporen Er zijn al grote stappen gezet bij het monitoren van de sociale basis. De financiële inrichting voor de sociale basis is in alle stadsdelen hetzelfde ingericht. Dit betekent dat op een groot aantal onderdelen vergelijking tussen stadsdelen mogelijk is. Dit is een goede basis voor de vervolgstappen die we willen maken voor het inrichten van monitoring. We doen dit stapsgewijs want ook dit is een kwestie van leren en ontwikkelen. We willen partners die hierin moeten meebewegen niet overvragen en geen onnodige regeldruk organiseren. We zullen tussentijds evalueren om de juiste balans te vinden in wat we aan zicht nodig hebben en wat dat vraagt van onszelf als gemeente en onze partners.

32 | Beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030

Het Verwey-Jonker Instituut zegt hierover: wees duidelijk in het doel: waarom wil je meten wat je gaat meten. Meet vooral geen onnodige dingen. Wees transparant en neem alle betrokken stakeholders goed mee 6. Met het monitoren van de sociale basis zetten we vooral in op signaleren wat er nodig is, evalueren hoe het gaat en wat we doen en samen leren en ontwikkelen. We combineren cijfers met verhalen, zodat cijfers tot leven komen en er voldoende ruimte is voor ervaringen van Amsterdammers. Uiteindelijk zijn zij het die bepalen hoe het met de sociale basis is gesteld. Hieronder zijn de vier sporen uitgewerkt waarlangs we dit vormgeven.

5.3.1

Meer onafhankelijk kwalitatief onderzoek

De sociale basis laat zich moeilijk uitdrukken in cijfers. Een goede manier om extra zicht te krijgen in wat de sociale basis bijdraagt, is kwalitatief onderzoek dat meer beschrijvend is van aard. Dit soort onderzoek vindt op kleine schaal al plaats en gaan we de komende jaren uitbreiden. We betrekken hierbij de kennisinstituten in de stad om te kijken welke bijdragen ze hieraan kunnen leveren. Een belangrijk onderdeel van dit onderzoek is gericht op de vraag hoe Amsterdammers de sociale basis ervaren. We kiezen voor onafhankelijk onderzoek, dus niet door partners die de uitvoering van de sociale basis doen. Daarbij onderzoeken we jaarlijks één of enkele (vergelijkbare) interventies in verschillende stadsdelen. Dat brengt in beeld hoe interventies eruit zien, welke methodieken worden gebruikt en hoe deelnemers de interventies ervaren. Daarnaast continueren we onderzoek gericht op een specifieke doelgroep of een specifieke problematiek binnen de sociale basis. Kwalitatief onderzoek levert een bijdrage aan het totale zicht op de sociale basis, maar heeft wel altijd een beperkte scope.

5.3.2

Output op de gebiedsopgaven

Tot nu is de opgave vooral gebruikt om aan de voorkant van de subsidiecyclus te beoordelen welke activiteiten worden gesubsidieerd. Zo werd ingezet op een optimale mix van activiteiten passend bij de opgave in gebieden. Op het niveau van subsidiebeschikkingen werd achteraf bekeken of de afgesproken inzet was geleverd en of met die inzet ook was bijgedragen aan het beoogde doel. We gaan aan de slag om de output beter in beeld te brengen en deze op gebiedsniveau te relateren aan de opgave. Om dit te doen zijn we periodiek in gesprek met partners die subsidie ontvangen. Ook bevragen we bewoners op hoe zij de sociale basis ervaren: deels via partners, en deels organiseren we dit vanuit de gemeente zelf. We brengen tweejaarlijks in beeld hoe de totale inzet zich verhoudt tot de opgave, of we nog steeds de juiste dingen doen, of dat bijsturing nodig is. Hierin betrekken we ook de stadsdeelcommissies en de gemeenteraad.

5.3.3

Uitbreiden stedelijke monitor sociale basis

Vanaf 2021 werken grote welzijnsinstellingen en gemeente samen aan de stedelijke monitor sociale basis. Deze monitor brengt een aantal interventies die deze partners uitvoeren over de stad in beeld. Met verschillende organisaties die eenzelfde interventie uitvoeren in verschillende delen van de stad zijn gezamenlijke indicatoren afgesproken. Dat maakt het mogelijk om een beeld te geven over de stad heen. De monitor brengt in beeld wat het bereik van interventies is: wie eraan deelnemen en hoe vaak en welke problematiek deelnemers ervaren. De afgelopen jaren is onder andere welzijn op recept en een deel van het jongerenwerk gemonitord. Deze monitor breiden we, in samenspraak met partners die zijn betrokken bij de te meten interventies de komende jaren stapsgewijs uit. We verbinden in ieder geval de indicatoren voor de kernfuncties aan deze monitor zodat we ook daarvoor tot een vergelijkbaar beeld over de stad kunnen komen.

6 Verwey- Jonker Instituut 2022, https://www.verwey-jonker.nl/publicatie/leren-sturen-en-verantwoorden-in-de-socialebasis/. pagina 42.

33 | Beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030

5.4 Indicatoren begrotingscyclus Omdat de financiële inrichting bij stadsdelen gelijk is getrokken, is het makkelijker om een vergelijkbaar beeld te geven waaraan middelen worden besteed. We onderzoeken hoe we een betere koppeling kunnen maken tussen de besteding van middelen en wat dat oplevert. Omdat begrotingsindicatoren op een hoog abstractieniveau worden ingericht, zal inhoudelijke toelicht deze cijfers altijd moeten ondersteunen. De Bestuursrapportage Wmo is een van de instrumenten die zich daar goed voor leent. Deze benutten we de komende jaren om kwalitatieve en kwantitatieve informatie beter te combineren.

34 | Beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030

Slotwoord De sociale basis is er voor alle Amsterdammers. Op dit kader hebben heel veel van die Amsterdammers meegedacht. Vanuit hun rol als bewoner, als vrijwilliger, vanuit een organisatie of in de rol van ambtenaar. Zonder hun bijdrage was dit kader niet tot stand gekomen. We willen hen bedanken voor hun bijdrage.

35 | Beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030

Bijlage 1

Samenvatting Beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030 Samen maken wij de stad. Een stad waarin alle Amsterdammers de kans krijgen om te zijn en te worden wie ze willen zijn. Een solidaire stad waarin we naar elkaar omkijken en elkaar ondersteunen. De sociale basis is bij uitstek de plek waar die ambities handen en voeten krijgen. In het beleidskader sociale basis staat hoe we dat in Amsterdam gaan doen in de periode 2025-2030. Het beleidskader is een uitgebreid document met uitleg en onderbouwing over de ambities en de inrichting van de sociale basis. Deze samenvatting geeft snel een eerste indruk. Op basis van dit beleidskader worden de opgaven per gebied uitgewerkt. De voorwaarden voor subsidieverlening staan in de subsidieverordening behorend bij dit beleidskader. Wat is de sociale basis? De sociale basis is het fundament van ons stelsel voor zorg, ondersteuning en meedoen. Het is de plek waar Amsterdammers elkaar vinden, ontmoeten en waar sociale cohesie ontstaat. In de sociale basis werken bewoners, vrijwilligers en professionals samen aan een breed, laagdrempelig en vrij toegankelijk aanbod van activiteiten en voorzieningen in de buurt. Dit aanbod is gericht op preventie, het versterken van zelfredzaamheid en samenredzaamheid en het ontplooien van talent. De gemeente faciliteert de sociale basis rondom de sociale opgave in gebieden en buurten.

Belangrijke randvoorwaarden voor een stevige sociale basis: • Inclusie: Activiteiten in de sociale basis zijn zo veel mogelijk toegankelijk voor alle Amsterdammers (fysiek en sociaal). Soms is extra inspanning nodig om een bepaalde groep Amsterdammers in de veiligheid van de eigen groep een extra steuntje te geven. • Vrijwillige inzet: zonder vrijwillige inzet is er geen sociale basis. Het faciliteren, waarderen en ondersteunen van deze inzet vanuit de sociale basis is daarom van groot belang. Zie ook: paragraaf 1.1 en 2.1 in het beleidskader. Wat wordt anders? Het beleidskader sociale basis 2025-2030 bouwt voort op veranderingen die zijn ingezet met het vorige beleidskader Samen Vooruit 2020-2024. De samenleving is de afgelopen jaren snel veranderd waardoor ook de druk op zorg en ondersteuning in rap tempo verder is toegenomen. We willen zorgen dat het stelsel houdbaar blijft en dat Amsterdammers die dat nodig hebben, kunnen blijven rekenen op passende ondersteuning. Daarom gaan we verder met optimaliseren van het hele stelsel.

Vanuit de sociale basis wordt versterkt ingezet op: • het bieden van laagdrempelige ondersteuning in buurten, dichtbij de Amsterdammers die er wonen om zwaardere zorg en ondersteuning te voorkomen; • het versterken van vaardigheden en talenten van Amsterdammers om zich te ontplooien, volwaardig mee te kunnen doen en zelfredzaam te blijven en worden; • het faciliteren van ontmoeting en verbinding tussen bewoner om veerkrachtige zorgzame buurten en het welbevinden van Amsterdammers te vergroten, risico’s op eenzaamheid te beperken en cohesie te versterken; Hierbij investeren we het meest in Amsterdammers in de meeste kwetsbare situaties en in de meest kwetsbare gebieden en buurten in de stad. Voor de sociale basis kiezen we een andere structuur waarbij we het meer institutionele deel en het meer gemeenschappelijke deel op een verschillende manier organiseren. Een groot deel van de

36 | Beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030

subsidies zal niet meer jaarlijks, maar meerjarig worden verstrekt. Ook verlagen we regeldruk bij het aanvragen van subsidies, vooral als het gaat om kleine (bewoners)initiatieven. Met die nieuwe inrichting geven we steviger vorm aan de samenwerking met bewoners, partners, en tussen partners onderling. Zie ook: paragraaf 1.4 in het beleidskader. Focus vanuit de sociale basis: bouwen aan kansengelijkheid en preventieve gezondheid Opeenstapeling van achterstanden vormt een belemmering voor Amsterdammers en is van invloed op de kansen voor een volgende generatie. Die spiraal willen we doorbreken en de sociale basis kan daaraan een belangrijk bijdrage leveren. Gelijke kansen op een goede gezondheid We willen dat alle Amsterdammers gelijke kansen hebben om veerkrachtig en gezond op te groeien, te leven en in goede gezondheid ouder te worden. Vanuit de sociale basis leveren we hieraan een bijdrage door: • Verstevigen van de infrastructuur met herkenbare kernfuncties per stadsdeel/stadsgebied Een alliantie van een aantal partners krijgt meerjarig subsidie. Deze partners hebben een belangrijke rol in het faciliteren van de rest van de sociale basis in het stadsdeel en zijn het eerste aanspreekpunt bij vragen van partners zoals de buurtteams en de ouder- en kindteams.

• Focus op gezondheid in alles wat we doen De belangrijkste determinanten die bepalen zijn voor iemands gezondheid zijn te beïnvloeden met preventieve maatregelen, zoals een gezonde leefstijl: voldoende beweging, gezond eten en nicotinevrij leven. Daarnaast vraagt ook, zeker in Amsterdam, verslavingsproblematiek en middelen gebruik aandacht. Vanuit de sociale basis zetten we daarop in. • Investeren in Amsterdammers in de meeste kwetsbare situaties We richten ons vooral op die gebieden en buurten waar de opgave het grootst is. Ook investeren we het meest in doelgroepen waar de stapeling van risico’s het hoogst is, met extra focus op ouderen, chronisch zieken, Amsterdammers met klachten op het gebied van mentale gezondheid en gestapelde problematiek bij jeugdigen en de gezinnen waarin zij opgroeien. Gelijke kansen op bestaanszekerheid Bestaanszekerheid is een grondrecht, maar staat de afgelopen jaren voor een steeds grotere groep onder druk. Een toenemende groep Amsterdammers heeft moeite om rond te komen, ook mensen die (net) boven het sociaal minimum leven. Vanuit de sociale basis wordt in het kader van bestaanszekerheid ingezet op laagdrempelige ondersteuning bij armoede en schulden, participatie (naar werk) en het versterken van basisvaardigheden.

Gelijke kansen voor de Amsterdamse jeugd De verschillen in kansen op een optimale ontplooiing tussen jeugdigen in Amsterdam zijn groot. Zeker in huishoudens die te maken hebben met gestapelde problematiek, staan de kansen voor ontplooiing van opgroeiende jeugd onder druk. Inzet op gelijke kansen voor de Amsterdamse jeugd is een belangrijk onderdeel binnen de sociale basis. Hiermee is bijna de helft van het totaalbudget gemoeid dat jaarlijks wordt besteed aan de sociale basis. De sociale basis heeft met name een preventieve rol. Het zet in op gezinsgerichte ontwikkelingsstimulering, brede talentontwikkeling, verstevigen van jongerenwerk en laagdrempelig advies en begeleiding van jeugdigen en van hun ouders en verzorgers. Gelijke kansen op veerkrachtige zorgzame buurten We willen dat elke Amsterdammer gelijke kansen heeft om in een vitale, veerkrachtige en zorgzame buurt en wijk te wonen. Hierbij gaat het om het versterken van sociale cohesie, om het bevorderen en stimuleren van zelfredzaamheid en om het ondersteunen van bewoners die naar elkaar omzien. Hiervoor is een stevige verbinding tussen het sociale en fysieke domein nodig. Voldoende fysieke ruimte is hierbij een voorwaarde, en tegelijk ook een uitdaging. Vitale veerkrachtige en zorgzame buurten ontstaan niet vanzelf, hier is inzet van alle actoren in het gebied nodig.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13657211/1