CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bekendmaking Nadere regels

Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding 26 februari 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Nadere regels maatschappelijke ondersteuning Amsterdam 2025 en Financieel besluit maatschappelijke ondersteuning Amsterdam 2025 (VN2025-000975)23.212 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

13 alinea's met “deur”: 29 73 87 161 168 170 186 208 319 349 373 399 425

1 x per week

Toilet schoonmaken

1 x per week

55

Hal

Deuren/deurposten nat afdoen incl. deurlichten

1 x per 8 weken

Radiatoren reinigen

2 x per jaar

Tegelwand badkamer afnemen

4 x per jaar

Gordijnen wassen

1 x per jaar

Ramen binnenzijde wassen

4 x per jaar

Reinigen lamellen/luxaflex

3 x per jaar

Stof afnemen hoog incl. luchtfilters

1 x per week

Stof afnemen midden incl. tastvlakken

1 x per week

Stof afnemen laag

1 x per week

Stofzuigen

1 x per week

Dweilen

1 x per 2 weken

Trap stofzuigen (binnenshuis)

1 x per 4 weken

Radiatoren reinigen

2 x per jaar

Deuren/deurposten nat afdoen incl. deurlichten

2 x per jaar

Maatstaf 2: Beschikken over schone was a) Maatstaf: gemiddelde frequentie voor gegroepeerde activiteiten, uitgaande van volledige professionele overname Frequentie

Activiteiten

2x per week tot 3x per week

Wassen, drogen, opvouwen en opbergen.

1x per week

Was sorteren en strijken.

b) Beïnvloedende factoren

In de onderstaande tabel staan de factoren die de frequentie en/of de tijdbesteding van de benodigde activiteiten kunnen beïnvloeden. In de tabel is aangegeven of dit een verzwarend effect (‘+’) of een verlichtend effect (‘- ‘) heeft. Resultaat Schone Was

Invloed op de frequentie 

+ Fysieke beperkingen zoals incontinentie, nachtzweten en veel knoeien met eten en drinken. + Andere medische

Invloed op de tijdbesteding + Besmet wasgoed (bijvoorbeeld bij chemokuur of Norovirus). - De cliënt draagt strijkvrije

56

aandoeningen waardoor vaker moet worden gewassen.

bovenkleding.

+ Omvang en samenstelling van het huishouden.

c) Activiteiten en (gemiddelde) frequentie voor alle losse activiteiten: Resultaat

Benodigde activiteiten

Gemiddelde frequentie

Schone Was

Wasgoed sorteren

1 x per week

Behandelen van vlekken (indien nodig)

5 x per 2 weken

Was in de machine stoppen, wasmachine

5 x per 2 weken

aanzetten Wasmachine leeghalen

5 x per 2 weken

Sorteren naar droger of waslijn

5 x per 2 weken

Was in de droger stoppen

5 x per 2 weken

Droger leeghalen

5 x per 2 weken

Was ophangen

5 x per 2 weken

Was afhalen

5 x per 2 weken

Was opvouwen

5 x per 2 weken

Was strijken

1 x per week

Was opbergen/opruimen

5 x per 2 weken

Maatstaf 3: Beschikken over boodschappen a) Maatstaf: gemiddelde frequentie voor gegroepeerde activiteiten, uitgaande van volledige professionele overname Frequentie

Activiteiten

1x per

Boodschappenlijst opstellen, boodschappen doen en boodschappen

week

opruimen.

57

b) Beïnvloedende factoren

In de onderstaande tabel staan de factoren die de frequentie en/of de tijdbesteding van de benodigde activiteiten kunnen beïnvloeden. In de tabel is aangegeven of dit een verzwarend effect (‘+’) of een verlichtend effect (‘-‘) heeft. Resultaat

Invloed op de frequentie

Invloed op de tijdbesteding

Boodschappe

-

+ De omvang van het huishouden.

n

Er zijn verschillende alternatieven denkbaar die de inzet van professionele ondersteuning op dit resultaat overbodig maken. Dit betreft de inzet vanuit het sociale netwerk of het gebruik van voorliggende voorzieningen zoals een boodschappenservice. Indien professionele ondersteuning noodzakelijk wordt geacht, zijn er geen factoren die de frequentie en/of de tijdbesteding beïnvloeden.

58

Maatstaf 4: Beschikken over maaltijden a) Maatstaf: gemiddelde frequentie voor gegroepeerde activiteiten, uitgaande van volledige professionele overname Frequenti e 2x per dag 1x per dag

Activiteiten

Maaltijd klaarzetten, tafeldekken en afruimen, vaatwasser inruimen.

Maaltijd opwarmen (of incidenteel: bereiden (Het beleid van Amsterdam gaat uit van algemene beschikbaarheid van maaltijden, zodat geen professionele ondersteuning bij het bereiden aan de orde is. Slechts in zeer incidentele gevallen, zoals ingewikkelde diëten, kan die hulp wel noodzakelijk zijn)), afwassen of vaatwasser uitruimen.

b) Beïnvloedende factoren

In de onderstaande tabel staan de factoren die de frequentie en/of de tijdbesteding van de benodigde activiteiten kunnen beïnvloeden. In de tabel is aangegeven of dit een verzwarend effect (‘+’) of een verlichtend effect (‘-‘) heeft. Resultaat

Invloed op de frequentie

Invloed op de tijdbesteding

Maaltijde

+ Aandoening waardoor de cliënt

- De aanwezigheid van een

n

gestimuleerd moet worden de

vaatwasser.

tweede reeds klaargezette

+ De afwezigheid van een

broodmaaltijd te eten dan wel

magnetron.

toezicht nodig is tijdens het eten.

+ Een meerpersoonshuishouden. + Aandoening waardoor de cliënt gestimuleerd moet worden om te eten dan wel toezicht nodig is tijdens het eten.

59

Bijlage 2. Toelichting puntensysteem persoonsgebonden budget hulp bij het huishouden Bij toekenning van een persoonsgebonden budget (Pgb) moet vooraf een omvang van de benodigde ondersteuning worden vastgesteld, op basis van de maatstaf hulp bij het huishouden, zodat een bedrag kan worden bepaald waarmee de cliënt ondersteuning kan inkopen. Doordat budgethouders een budget voor een langere periode ontvangen zijn zij flexibel om keuzes te maken over de inzet van het persoonsgebonden budget. Onderstaand wordt eerst in het algemeen en daarna per resultaat uitgelegd hoe het budget van een Pgb tot stand komt. Voor zorg in natura verwijzen wij u naar paragraaf 2.4 van de Nadere regels. Amsterdam hanteert voor het bepalen van de omvang van een Pgb hulp bij het huishouden een puntensysteem. Hoe hoger het aantal punten, hoe hoger het bedrag. Het aantal punten wordt berekend door de inzet per benodigde activiteit (zie tabellen) te vermenigvuldigen met een cijfer dat staat voor de mate waarin de hulpverlener de activiteit overneemt. Om van het aantal punten op jaarbasis tot een budget (bedrag) te komen, worden de punten vermenigvuldigd met het tarief per punt zoals opgenomen in de Verordening. Als het budget niet voor een heel kalenderjaar maar voor een deel ervan geldt, wordt het budget vastgesteld naar rato van de looptijd van de indicatie.

Hieronder wordt de berekening nader toegelicht voor de afzonderlijke resultaten. Puntenberekening van het resultaat schoon en leefbaar huis Vertrekpunt vormt de gemiddeld benodigde inzet op jaarbasis voor de uitvoering van de maatstaf bij gehele overname van het huishouden (zie onderstaande tabel). Om rekening te houden met wat de cliënt en/of zijn sociale netwerk zelf kan uitvoeren, wordt deze inzet per activiteit vermenigvuldigd met een van de onderstaande cijfers: 

4 bij gehele overname

3 bij grotendeels overname

2 bij halve overname

1 bij gedeeltelijke overname

0 bij geen overname

Er kan ook een hoger cijfer worden toegekend dan 4, dit is in alle gevallen een maatwerkafweging. Het gebeurt bijvoorbeeld wanneer de frequentie en/of duur van bepaalde activiteiten door persoonlijke omstandigheden van de cliënt hoger dient te zijn dan de gemiddeld benodigde inzet. De beïnvloedende factoren zijn opgenomen in de maatstaf. Indirecte tijd betreft de tijd die wordt besteed aan aankomst en vertrek, administratie en sociaal contact. De indirecte tijd wordt standaard vermenigvuldigd met cijfer 4.

60

Tabel Beschikken over een schoon en leefbaar huis Tijd in uren per

Woonkam

Slaapka

Keuk

Badka

H

Indirec

Tota

jaar/ Woonruimten

er

mer

en

mer en

al

te tijd

al

bij de

(ure

cliënt

n)

toilet Afnemen nat en

13,3

5,8

0,3

4,

9,2

4,4

5,4

3,

droog Stofzuigen en

9

dweilen Ramen en gordijnen

24,3 22,6

6 1,1

1,0

0,6

0,1

2,8

3,6

Bed verschonen Keuken

3,6 16,3

16,3

schoonmaken Sanitair

15,9

15,9

schoonmaken Opruimen

0,2

0,1

0,3 7,6

Afwassen

7,6

Indirecte tijd bij de

19,0

cliënt Totaal

23,8

15,0

30,2

16,0

8,

19,0

112,5

6

Bron: HHM-rapport, tabel 10: Jaarlijks benodigde inzet voor het resultaat ‘schoon en leefbaar huis’ per categorie per woonruimte (in uren) bij volledige professionele ondersteuning inclusief afwassen, afgerond op 1 decimaal.

Puntenberekening van de resultaten beschikken over schone was, beschikken over boodschappen en beschikken over maaltijden.

Vertrekpunt vormt de gemiddeld benodigde inzet per activiteit zoals beschreven in de maatstaf (zie onderstaande tabellen). Deze inzet wordt vermenigvuldigd met het aantal keer per week dat de activiteit moet worden overgenomen, vervolgens met 52/60 en wordt daarna standaard (Ten behoeve van de vertaling van de inzet per week in minuten naar de inzet op jaarbasis in uren) vermenigvuldigd met 4. Deze berekening leidt tot het aantal punten op jaarbasis. Tabel Beschikken over schone was Activiteit

Tijdbesteding (min)

Wasgoed sorteren

1,8

Behandelen van vlekken Was in de machine stoppen (incl. wasmachine

1,5

aanzetten) Wasmachine leeghalen

1,5

61

Sorteren naar droger of waslijn

2,7

Was in de droger stoppen

1,3

Droger leeghalen

0,9

Was ophangen

5,8

Was afhalen

0,9

Was opvouwen

5,5

Was strijken

19,8

Was opbergen/opruimen

2,0

Bron: HHM-rapport, tabel 18: Benodigde tijd per activiteit voor het resultaat ‘beschikken over schone was’.

Tabel Beschikken over boodschappen Activiteit

Tijdbesteding (min)

Het opstellen van boodschappenlijst

6,5

Het doen van de boodschappen

39,5

Het opruimen van de boodschappen

4,9

Bron: HHM-rapport, tabel 25: Benodigde tijd per activiteit voor het resultaat ‘beschikken over boodschappen’.

Tabel Beschikken over maaltijden Activiteit

Tijdbesteding (min)

Broodmaaltijden: tafeldekken, eten en

15 min

drinken klaarzetten (1 maaltijd op tafel, 1 maaltijd in de koelkast), afruimen, afwassen of vaatwasser inruimen/uitruimen Opwarmen maaltijd: maaltijd opwarmen,

15 min

tafeldekken, eten en drinken klaarzetten, afruimen, afwassen of vaatwasser in/uitruimen Indirecte tijd per bezoek

5 min

Bron: HHM-rapport, tabel 30: Benodigde tijd per activiteit van het resultaat ‘beschikken over maaltijden’.

Puntenberekening advies en instructie

Vertrekpunt vormt de gemiddeld benodigde inzet per week voor de uitvoering van de maatstaf voor deze resultaten. Deze inzet wordt vermenigvuldigd met het aantal weken dat advies en instructie moet worden gegeven en wordt vervolgens standaard vermenigvuldigd met 4. Deze vermenigvuldiging leidt tot het aantal punten. Tabel Advies en instructie Resultaat

Activiteit

Tijdbesteding (min)

62

Schoon en

Aanleren van activiteiten en

leefbaar huis,

samen uitvoeren van de

inclusief

activiteiten

60 minuten

beschikken over schone was Beschikken over

Aanleren van activiteiten en

boodschappen

samen uitvoeren van de

en beschikken

activiteiten

30 minuten

over maaltijden Bron: HHM-rapport, tabel 33: Benodigde tijd per activiteit voor ‘advies en instructie’.

Bijlage 3: Normering thuis zorgen voor kinderen Normering activiteiten ten behoeve van de verzorging van kinderen Onderstaande normen gelden voor kinderen tot en met 6 jaar. Deze normtijden worden gebruikt bij het berekenen van de totale benodigde tijd voor de activiteiten met betrekking tot kinderen. Hiervoor wordt de normtijd vermenigvuldigd met het aantal keer per dag en het aantal keer per week. Dit levert dan de totaaltijd op van de activiteiten met betrekking tot kinderen. Naar bed brengen

10 min per keer per kind

Uit bed halen

10 min per keer per kind

Wassen en kleden

30 min per dag per kind

Eten en/of drinken geven

20 min per maaltijd

Babyvoeding (flesje/potje)

10 min per keer per kind

Naar school/crèche brengen/halen

15 min per keer per gezin

Het is hierbij mogelijk om taken te combineren. Als kinderen op hetzelfde tijdstip naar bed gaan, telt dat voor 1 keer en niet per kind. De frequentie is gerelateerd aan de leeftijd en ontwikkelingsfase van het kind. Opvang en/of verzorging van kinderen en helpen bij het bereiden van maaltijden

De grondslag ligt bij de ouder. Deze is tijdelijk niet in staat om de ouderrol op zich te nemen. Aanvullend op eigen mogelijkheden kunnen tot maximaal 40 uur de volgende activiteiten overgenomen worden:  Wassen en aankleden 63

   

Hulp bij eten en/of drinken Maaltijd voorbereiden Sfeer scheppen, spelen Opvoedingsactiviteiten

Factoren meer/minder werk  Aantal kinderen -/+  Leeftijd kinderen -/+  Gezondheidssituatie/functioneren kinderen/huisgenoten  Aanwezigheid gedragsproblematiek +  Samenvallende activiteiten -

64

Bijlage 4: Gebruikelijke hulp voor kinderen per levensfase Kinderen van 0 tot 5 jaar  Kunnen niet zonder toezicht van volwassenen;  Hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotore ontwikkeling;  Zijn tot 4 jaar niet zindelijk;  Moeten volledig verzorgd worden: aan- en uitkleden, eten, wassen;  Hebben begeleiding nodig bij hun sport/spel/vrijetijdsbesteding;  Beoefenen sport- en hobbyactiviteiten niet in verenigingsverband;  Zijn niet in staat zich zonder begeleiding in het verkeer te begeven. Kinderen van 5 tot 12 jaar  Hebben vanaf 5 jaar een reguliere dagbesteding op school oplopend van 22 tot 25 uur/per week;  Kunnen niet zonder toezicht van volwassenen;  Hebben toezicht nodig en nog maar weinig hulp bij hun persoonlijke verzorging;  Hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotore ontwikkeling;  Zijn overdag zindelijk, en 's nachts merendeels ook;  Hebben bij hun vrijetijdsbesteding alleen begeleiding nodig in het verkeer wanneer zij van en naar hun activiteiten gaan;  Beoefenen sport- en hobbyactiviteiten in verenigingsverband, ongeveer 2 maal per week.

Kinderen van 12 tot 18 jaar  Hebben geen voortdurend toezicht nodig van volwassenen;  Kunnen vanaf 16 jaar dag en nacht alleen gelaten worden;  Kunnen vanaf 18 jaar zelfstandig wonen;  Hebben bij hun persoonlijke verzorging geen hulp en maar weinig toezicht nodig;  Hebben geen begeleiding nodig van en naar hun vrijetijdsactiviteiten;  Beoefenen sport- en hobbyactiviteiten in verenigingsverband;  Hebben tot 16 jaar een reguliere dagbesteding op school; hebben begeleiding en stimulans nodig bij ontplooiing en ontwikkeling (zoals huiswerk).

65

Bijlage 5: Kwaliteitskader persoonsgebonden budget De Wmo 2015 stelt (op grond van artikel 2.3.6 onder c) dat het college voor de toekenning van een persoonsgebonden budget borgt dat de diensten en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, veilig, doeltreffend en cliëntgericht worden verstrekt. De gemeente Amsterdam heeft deze bepaling uitgewerkt in kwaliteitseisen voor professionele hulpverleners en voor informele hulpverlener. Met het kwaliteitskader wordt duidelijkheid geboden aan cliënten en pgb aanbieders over de kwaliteitseisen die van toepassing zijn op pgb voorzieningen in Amsterdam. Het kwaliteitskader is van toepassing op de volgende voorzieningen: Aanvullende Individuele Ondersteuning, Hulp bij het Huishouden, Dagbesteding, Logeeropvang en Begeleid thuis)

Algemeen  De door de budgethouder ingehuurde pgb aanbieder voldoet aan alle eisen.  Indien de kwaliteitscriteria bij een pgb aanbieder zijn beoordeeld door het college en het college is van oordeel dat de zorgaanbieder niet voldoet aan de kwaliteitstoets, worden gedurende een passend termijn geen pgb’s toegekend aan de betreffende pgb aanbieder. Na afloop van de termijn kan de pgb aanbieder via een cliëntaanvraag weer worden voorgesteld en zal deze opnieuw aan de kwaliteitseisen getoetst worden.  Op basis van uitzondering kan de gemeente overwegen om vrijstelling te verlenen voor bepaalde eisen. Dit besluit wordt genomen op basis van een afweging waarbij in ieder geval wordt gekeken naar de relevantie van de eis ten opzichte van de situatie, de continuïteit van de ondersteuning en de risico’s voor de cliënt en kwaliteit van de dienstverlening.  De pgb aanbieder verleent medewerking aan toezicht, aangekondigd en onaangekondigd onderzoek door de gemeente (of daartoe aangewezen derden) op inhoudelijke kwaliteit en op presentie- en financiële administratie.

1.1 Kwaliteitseisen voor professionele pgb aanbieders Onder professionele aanbieders worden zorgverleners verstaan die beroepsmatig ondersteuning bieden. Er is dan altijd sprake van een KVK-registratie. Het kan zowel gaan om ZZP’ers als om een organisatie met personeel (in dienst of ingehuurd). In het kwaliteitskader wordt een onderscheid gemaakt tussen eisen die worden gesteld aan pgb aanbieders met personeel en eisen die worden gesteld aan ZZP’ers.

66

Clientgericht

Aanbod dat aansluit 1. De pgb aanbieder draagt er aantoonbaar zorg voor dat de ondersteuning die geleverd wordt, aansluit en passend is bij de behoefte van de cliënt. 2. De zorgverleners beschikken over professionele vaardigheden rekening houdend met de aard van de problematiek van de cliënt. Betrokkenheid van cliënten en clienttevredenheid 3. De pgb aanbieder besteedt aandacht aan het monitoren van de tevredenheid van cliënten en werkt aan verbetering. 4. De pgb aanbieder toont aan dat er sprake is van cliëntconsultatie waarbij cliënten de mogelijkheid hebben om invloed uit te oefenen op de zorg. Dit is een vast onderdeel van de werkwijze. Bejegening 5. De pgb aanbieder bejegent de cliënt te allen tijde passend en op een respectvolle wijze. Klachtenregeling (geldt alleen voor pgb aanbieders met personeel) 6. De pgb aanbieder beschikt over een eigen, door de organisatie vastgelegde klachtenregeling, die standaard bij aanvang van de ondersteuning aan de cliënt (en indien van toepassing aan de pgb vertegenwoordiger) wordt verstrekt. Het klachtenprotocol is passend, toegankelijk, eenvoudig vindbaar en begrijpelijk voor de cliënt. 7. In de klachtenregeling wordt minimaal aandacht besteed aan de wijze waarop de klacht wordt behandeld, de termijnen van de afhandeling van de klacht, de toepassing van hoor en wederhoor en de bescherming van de betrokkenen. Privacy 8.

De pgb aanbieder treft maatregelen om te voldoen aan de verplichtingen van de privacy wet- en regelgeving (de AVG).

Doelmatigheid en Doeltreffendheid

Zorgplan en ondersteuningsplan 9. Dagbesteding, Aanvullende Individuele Ondersteuning, Logeeropvang en Begeleid Thuis, worden verleend op basis van een zorgplan1, opgesteld door de pgb aanbieder. 10. Voor elke cliënt is er sprake van een individueel zorgplan. 11. Het zorgplan is opgesteld in overleg met de cliënt. Het zorgplan is het eigen plan van de aanbieder om te werken aan de zorgdoelen die er voor de cliënt zijn gesteld. Dit plan stelt de aanbieder samen met de cliënt op. Van het zorgplan van de aanbieder verwacht de gemeente dat dit over het algemeen uitgebreider is dan wat de cliënt in het Pgb-plan heeft opgenomen, dat het concreter is over frequentie en aard van de te ondernemen activiteiten en dat het met verloop van tijd geactualiseerd wordt. 1

67

12. Het actuele zorgplan voldoet aan de volgende kwaliteitseisen: a. De doelen zijn SMART2 geformuleerd en de activiteiten, verwachte resultaten, en het tijdspad zijn zo concreet mogelijk beschreven. b. Het zorgplan geeft planmatig aan welke activiteiten worden ingezet om de ondersteuningsdoelen te realiseren3. Het zorgplan en het indicatieadvies sluiten inhoudelijk op elkaar aan. c. Het zorgplan bevat een concrete opgave van de aard en omvang van de beoogde ondersteuning en door welke professional(s) met welke kwalificaties de ondersteuning (of delen van de ondersteuning) wordt geleverd. d. Het zorgplan bevat een opgave van de termijn waarvoor het plan geldig is en termijnen waarin beoogd wordt om bepaalde doelen te behalen. e. Het zorgplan bevat een opgave van de momenten, (indien van toepassing de locatie) en de wijze waarop tussentijdse evaluaties gepland staan in relatie tot het zorgplan. f. Het plan gaat in op het eventueel op- en afschalen van ondersteuning en coördinatie van de ondersteuning. g. De aanbieder beschrijft of en op welke wijze er wordt gewerkt met interventies en methodieken. 13. Het is aannemelijk dat de activiteiten uitgevoerd zullen worden zoals in het zorgplan voorgenomen en dat deze activiteiten adequaat zijn om de ondersteuningsdoelen te realiseren. 14.

Voor Hulp bij huishouden mag het ondersteuningsplan met afsprakenoverzicht gebruikt worden als zorgplan. Continuïteit van de ondersteuning 15. De pgb aanbieder draagt zorg voor de continuïteit van de ondersteuning. Er is sprake van een administratie met een registratie van de ondersteuning, en een agenda en planning van de betreffende zorgverlener. Fysieke standplaats 16. Bij Dagbesteding is er sprake van een fysieke standplaats die geen belemmering vormt voor een adequate ondersteuning aan de cliënt. Onafhankelijkheid 17. De pgb aanbieder mag niet tevens Pgb-vertegenwoordiger van de cliënt zijn, tenzij de gemeente hier vanwege bijzondere omstandigheden toestemming voor heeft verleend. 18. Om belangenverstrengeling te voorkomen mag de pgb aanbieder geen familie zijn van de cliënt of diens Pgb-vertegenwoordiger (als die er is). Onder familie wordt verstaan familie tot in de vierde graad.

2

Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Resultaatgericht en Tijdsgebonden. Het ondersteuningsplan is de basis van iedere toekenning van Wmo-dienstverlening voor aanvullende individuele ondersteuning, begeleid thuis, dagbesteding, hulp bij huishouden en logeeropvang, zowel voor zorg in natura als voor het Pgb. 3

68

19. Een uitzondering hierop vormt een familielid die als ZZP’er met de benodigde kwalificaties. Dit familielid voldoet dan wel aan alle andere eisen die aan professionele pgb aanbieders worden gesteld.

Veiligheid Protocollen 20. De pgb aanbieder draagt zorg voor de sociale-, mentale- en fysieke veiligheid van cliënten en (indien van toepassing) medewerkers. Bij een pgb aanbieder met personeel is er sprake van beleid waarin voor de situatie relevante veiligheidsprotocollen zijn verwerkt. 21. De pgb aanbieder is in het bezit van, en werkt volgens, een calamiteitenprotocol. In geval van een calamiteit meldt de pgb aanbieder dit aan de cliënt en aan de toezichthouder. De gemeente stelt dan een onderzoek in. 22. De pgb aanbieder werkt conform de Wet Verplichte Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling met een meldprotocol huiselijk geweld. Bij pgb aanbieders met personeel is het protocol geïmplementeerd in de organisatie en is de kennis van de meldcode geborgd bij de medewerkers. Veiligheid fysieke locaties (Dagbesteding, Logeeropvang en Begeleid Thuis) 23. De pgb aanbieder waarborgt dat de binnen- en buitenruimtes waar cliënten verblijven gedurende de verstrekking van de voorziening veilig, toegankelijk en in overeenstemming met de aangeboden activiteiten, zijn ingericht. VOG’s 24. De pgb aanbieder beschikt over een Verklaring Omtrent het Gedrag die bij aanvang van de ondersteuning niet ouder is dan 12 maanden: a. Voor rechtspersonen en vennootschappen onder firma geldt: VOG RP met screeningsprofiel 45. b. Voor natuurlijke personen geldt: VOG NP met screeningsprofiel 45.

c. Medewerkers en stagiaires die in contact kunnen komen met cliënten zijn ook in het bezit van een VOG (Natuurlijke Personen, screeningsprofiel 45). d. Het bestuur van de organisatie beschikt tevens over een VOG met algemeen screeningsprofiel en screeningsprofiel 45 als er sprake is van betrokkenheid bij de ondersteuning van cliënten. Bij wisseling van bestuurders kan worden volstaan met een VOG NP screeningsprofiel 45, voor de nieuwe bestuurder. 25. De pgb aanbieder verlangt van haar werknemers een nieuwe VOG op het moment dat redelijkerwijs het vermoeden bestaat dat daar aanleiding toe is.

Professionele standaarden Professionaliteit en kwalificaties van medewerkers 69

26. Er is sprake van professionele hulp als de werkzaamheden beroepsmatig worden uitgevoerd en de persoon ingeschreven staat bij de Kamer van Koophandel. a. De omschrijving van de bedrijfsactiviteiten van de onderneming sluit aan bij de te leveren diensten voor het Pgb. b. Indien verzocht (door de toezichthouder of het indicatieadviesorgaan), levert de aanbieder aanvullende informatie aan om aan te tonen dat er sprake is van een relevante beroepsachtergrond. Hierbij kan worden gedacht aan diploma’s. 27. Zorgverleners die Aanvullende Individuele Ondersteuning of Begeleid Thuis bieden, zijn aantoonbaar bekwaam en/of gekwalificeerd met het minimale opleidingsniveau van agogisch medewerker MBO niveau 3. 28. Voor Dagbesteding geldt dat er bij de dagelijkse begeleiding minimaal 1 medewerker aanwezig is met het minimale opleidingsniveau van agogisch medewerker MBO niveau 3. 29. De pgb aanbieder beheerst de Nederlandse taal in woord en geschrift in voldoende mate om te zorgen voor een goede bedrijfsvoering. Indien er sprake is van nietNederlandssprekend personeel, beheerst het bestuur de Nederlandse taal voldoende om te kunnen voldoen aan de kwaliteitscriteria en te kunnen communiceren met relevante instanties. Scholing ZZP’ers 30.

Voor ZZP’ers geldt dat zij kunnen aantonen dat zij voldoende tijd besteden aan deskundigheidsbevordering, coaching en/of intervisie om hun deskundigheid op het benodigde professionele niveau te houden. Deskundigheidsbevordering behoeft meer inzet naarmate de geleverde zorg complexer is. Scholing en inzet personeel bij pgb aanbieders met personeel: 31. De pgb aanbieder draagt zorg voor scholingsbeleid passend bij de specifieke hulpvraag en kenmerken van de doelgroep. Daarnaast wordt gegarandeerd dat de zorgverleners die namens de pgb aanbieders werken op het benodigde professionele niveau kunnen blijven werken. 32. De pgb aanbieder zorgt dat de inzet van vrijwilligers of stagiairs altijd plaatsvindt onder verantwoordelijkheid van een zorgprofessional. De inzet van vrijwilligers of stagiairs is altijd in redelijke verhouding tot de professionele inzet. Om de continuïteit te borgen is er sprake van passend vrijwilligers- en stagebeleid en zijn er vrijwilligersen stageovereenkomsten. 33. Voor Hulp bij het huishouden geldt dat medewerkers minimaal vooraf interne instructies hebben gekregen. Bij gewijzigde instructies zorgt de pgb aanbieder eveneens voor de goede borging van de nieuwe informatie.

Er wordt minimaal aandacht besteed aan: · Milieuvriendelijk werken bij het uitvoeren van de huishoudelijke activiteiten; · Relevante ARBO-aspecten; · Gewenste bejegening van de cliënt; · Vertrouwelijkheid; · Omgaan met wangedrag van de cliënt, waaronder intimiteiten, intimidatie, 70

· · ·

·

mishandeling en verbale agressiviteit, in overeenstemming met het Protocol Zorgweigering bij Wangedrag; Integriteit, waaronder: diefstal, vernieling, post openen, intimidatie, intimiteiten, mishandeling; Signaleren van en omgaan met klachten; Signalering van verandering bij de cliënt, of in de omstandigheden, waardoor de ingezette hulp niet meer passend is (zowel wanneer meer hulp nodig is als minder); Het bevorderen van de zelfredzaamheid inclusief de afstemming met andere zorgaanbieders en verleners van mantelzorg.

Kwaliteitssysteem 34. De pgb aanbieder beschikt over een aantoonbaar werkzaam kwaliteitssysteem. Dit kan bijvoorbeeld blijken uit een certificaat van de volgende keurmerken: ISO 9001, EN 15224, HKZ, Prezo of Kiwa (voor ZZP’ers en kleine ondernemers). 35. Een pgb aanbieder die niet over een certificaat beschikt toont op een andere manier aan een werkend systeem te hebben voor het beheersen, bewaken, borgen en verbeteren van de kwaliteit van de ondersteuning. Dit uit zich minimaal in een kwaliteitshandboek, beschreven protocollen, werkbeschrijvingen waarin taken en rollen zijn verdeeld en beschrijvingen over de borging en bewaking van continuïteit en kwaliteit. Onderaannemerschap 36. Alle eisen vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en alle aanvullende eisen die vanuit de gemeente worden gesteld aan zorgaanbieders gelden evenzeer voor onderaannemers als voor hoofdaannemers. Hoofdaannemers zijn volledig aansprakelijk voor de zorgverlening die zij in onderaanneming laten uitvoeren.

1.2 Kwaliteitseisen voor informele pgb aanbieders

Onder een informele zorgverlener wordt een natuurlijk persoon verstaan die op persoonlijke titel, niet namens een organisatie, ondersteuning aanbied.

Clientgericht Aanbod dat aansluit 1. De informele hulpverlener houdt rekening met de aard van de problematiek van de cliënt. Bejegening 2. De informele hulpverlener bejegent de cliënt te allen tijde passend en op respectvolle wijze. 71

Privacy 3. De informele hulpverlener respecteert de privacy van de cliënt en gaat vertrouwelijk om met informatie van cliënt en diens persoonlijke situatie.

Doelmatigheid en Doeltreffendheid Doelmatigheid van de ondersteuning Zorgplan en ondersteuningsplan: 4. Aanvullende Individuele Ondersteuning en Begeleid Thuis worden verleend op basis van een zorgplan, opgesteld door de informele hulpverlener. De zorgverlener kan hiervoor gebruik maken van het format van de gemeente Amsterdam. 5. Het zorgplan is opgesteld in overleg met de cliënt. 6. De kwaliteit van het zorgplan blijkt uit het volgende: a. De doelen zijn SMART geformuleerd. b. Alle activiteiten, verwachte resultaten, en het tijdspad zijn zo concreet mogelijk beschreven. c. Het zorgplan geeft planmatig aan welke activiteiten worden ingezet om de ondersteuningsdoelen te realiseren[6]. Het zorgplan en het indicatieadvies sluiten inhoudelijk op elkaar aan. d. Het zorgplan bevat een opgave van de termijn waarvoor het plan geldig is en termijnen waarin beoogd wordt om bepaalde doelen te behalen. e. Het zorgplan bevat een opgave van de momenten en de wijze waarop tussentijdse evaluaties gepland staan in relatie tot het zorgplan. 7. Het is aannemelijk dat deze activiteiten zullen worden uitgevoerd zoals in het zorgplan is voorgenomen en dat deze activiteiten adequaat zijn om de ondersteuningsdoelen te realiseren. 8. Voor hulp bij huishouden mag het ondersteuningsplan met afsprakenoverzicht gebruikt worden in plaats van het zorgplan. Continuïteit van de ondersteuning 9.

De informele hulpverlener houdt een administratie bij met een registratie van de ondersteuning. Dit is niet nodig als de ureninzet blijkt uit getekende urenbriefjes. 10. De informele hulpverlener biedt de zorg in de directe omgeving van de cliënt. 11. De woonplaats van de informele hulpverlener mag geen belemmering vormen voor een adequate hulpverlening aan de cliënt. Onafhankelijkheid 12. De informele hulpverlener mag niet tevens de rol van Pgb vertegenwoordiger invullen. 13. Om belangenverstrengeling te voorkomen mag de informele hulpverlener die hulp verleent aan de cliënt geen familie zijn van de Pgb-vertegenwoordiger van de cliënt (in het geval de cliënt een Pgb-vertegenwoordiger heeft). Onder familie verstaan wij hier familie tot in de vierde graad. 72

14. Bij bijzondere omstandigheden kan de gemeente op bovenstaande situaties een uitzondering toestaan. Veiligheid VOG 15. De informele hulpverlener overlegt op verzoek van de Wmo toezichthouder Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) die niet ouder is dan 12 maanden. 16. Uitgezonderd hiervan zijn familieleden van de Pgb-houder, tot in de vierde graad. Het moet gaan om een VOG Natuurlijke Personen met screeningsprofiel 45 Gezondheidszorg en Welzijn. Toepassing van veiligheidsprotocollen 17. In geval van een calamiteit meldt de informele zorgverlener dit aan de cliënt en aan de Wmo toezichthouder (GGD). De gemeente stelt dan een onderzoek in. 18. Bij vermoedens van huiselijk geweld in het huishouden van de Pgb-houder neemt de informele zorgverlener contact op met Veilig Thuis voor advies.

Artikel II Deze Nadere regels maatschappelijke ondersteuning Amsterdam 2025 treden in werking per 1 januari 2025. Artikel III Deze Nadere regels worden aangehaald als Nadere regels maatschappelijke ondersteuning Amsterdam 2025. Aldus vastgesteld in de vergadering van 17 december 2025. De voorzitter Femke Halsema De gemeentesecretaris Peter Teesink

Bijlage 1: Nvt

Toelichting Algemeen deel De Nadere regels maatschappelijke ondersteuning Amsterdam 2025 wordt opnieuw vastgesteld door het college. De nadere regels maatschappelijke ondersteuning Amsterdam juli 2024, wordt ingetrokken. 73

De structuur en indeling van de Nadere regels zijn ingrijpend gewijzigd. De Nadere regels hadden de vorm van een tekstbestand, dat was onderverdeeld in hoofdstukken en paragrafen. Na wijziging zijn de Nadere regels verdeeld in hoofdstukken en artikelen. Om de stukken beter op elkaar aan te laten sluiten zijn diverse teksten verplaatst naar de Verordening maatschappelijke ondersteuning Amsterdam 2025 en de bijbehorende toelichting. Het gaat om technische aanpassingen in de indeling en structuur. Daarnaast zijn een aantal artikelen geactualiseerd. De wijzingen berusten op eerder genomen besluiten die nu verwerkt zijn. Verder zijn onjuistheden en onduidelijkheden gecorrigeerd. Artikelsgewijze toelichting Artikel I, II en III De Nadere regels maatschappelijke ondersteuning Amsterdam juli 2024 wordt ingetrokken omdat de structuur en indeling van de bijbehorende Nadere regels ingrijpend zijn gewijzigd. De Nadere regels hadden de vorm van een tekstbestand, dat was onderverdeeld in hoofdstukken en paragrafen. Na wijziging zijn de Nadere regels verdeeld in hoofdstukken en artikelen. Daarnaast zijn een aantal artikelen geactualiseerd. De wijzingen berusten op eerder genomen besluiten die nu verwerkt zijn. Verder zijn onjuistheden en onduidelijkheden gecorrigeerd.

74

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15151845/2