Beke Fietsdiefstal in Nederland
Tekst van het document
De professionele dader De meeste fietsen worden volgens enkele experts gestolen door lokale, professionele daders en georganiseerde groepen (worden verderop besproken). Professionele daders zijn professioneler dan de eerder genoemde incidentele dader en verslaafde en zij ontwikkelen zich nog steeds in de mate van professionaliteit. Zo blijken professionele daders steeds beter te weten welke fietsmerken worden ingezet als lokfietsen. Een expert geeft aan: ‘Dieven zijn constant op zoek naar de gaten in het verhaal’. Deze professionele daders verdienen net zoals de gelegenheidsdaders geld door gestolen fietsen door te verkopen. Zij doen dit echter vaak vanuit huis. Een expert vertelt bijvoorbeeld dat ze fietsen terugvinden bij mensen thuis in rijtjeshuizen en flatgebouwen. Het gaat hier niet om een heel groot aantal: ‘Het is geen garagebox waar 30 fietsen staan’. Een respondent,
Daders van fietsdiefstal 65
werkzaam bij de gemeente, geeft aan dat er in haar gemeente geen georganiseerde groepen opereren, alleen lokale professionele daders. Zij vertelt: ‘Wanneer de cijfers van fietsdiefstal omhoog gaan, heeft dat te maken met het feit dat er een aantal personen uit de gevangenis zijn, zeg maar.’
De georganiseerde groepen De derde en laatste categorie betreft de georganiseerde en professionele bendes. Vele experts geven aan dat deze groeperingen steeds vaker voorkomen. Georganiseerde groepen worden gekenmerkt door de hoge mate van professionaliteit en door de schaal waarop ze fietsen stelen. In tegenstelling tot de gelegenheidsdader worden er door hen meerdere fietsen tegelijkertijd gestolen. Een van de experts vertelt dat de daders onderdeel zijn van criminele organisaties die bedrijfsmatig opereren. De groepen stelen meestal gericht, waarbij duurdere fietsen zoals e-bikes het doelwit zijn: ‘De georganiseerde fietsdiefstal heeft een impuls gehad met de e-bike. Die gaan met busjes tegelijk.’ Veelal worden de fietsen daarna in het buitenland doorverkocht. Het Oostblok wordt vaak genoemd als land van bestemming. Een respondent, werkzaam bij de politie, vertelt dat er nu vaker netwerkanalyses worden gedaan. Zo wordt er meer inzicht verkregen in welke clubjes samenwerken. Hij vertelt: ‘Als we ze pakken, zijn ze vaak met één of twee personen. Ze overnachten echter vaak op een camping een daar treffen we dan vaak nog wel drie of vier personen aan. Dan kun je dus wel spreken van een georganiseerde groep’.
Wanneer er wordt gevraagd naar de achtergrond van de daders in georganiseerde groepen, geven sommige respondenten aan dat het gaat om dieven uit het Oostblok, specifiek uit Polen. Deze experts plaatsen ook gelijk de kanttekening dat het een ‘hearsay verhaal’ is. Door de schaal waarop deze groepen fietsen stelen en vanwege de mate van professionaliteit, willen meerdere experts dat de politie hier een prioriteit van maakt. Een expert geeft aan dat hij fietsdiefstal wil categoriseren als mobiel banditisme, aangezien dat meer prioriteit heeft bij de politie. Hij zegt: ‘Maar wanneer ik voorbeelden geef van fietsdiefstallen zie je mensen alweer wegtrekken. Bij mobiel banditisme wordt vaker gedacht aan ram- en plofkraken. Fietsen bungelen onderaan, maar dat is dus niet terecht.’
Combinaties Experts vertellen ook over tussenvormen, waarbij verschillende typen daders met elkaar samenwerken. Zo kan er voor het stelen en doorverkopen van fietsen een samenwerking ontstaan tussen lokale dieven die fietsen stelen en bewust op zoek gaan naar een heler. Deze heler is lid van een georganiseerde groep die de gestolen fietsen opkoopt en doorverkoopt in het buitenland. In dit verband is er
66 Fietsdiefstal in Nederland
dus sprake van tussenschakels. Een expert geeft hier een voorbeeld van: ‘Een Pool ging niet meer op en neer en had residentie gezocht in X, waarna lokale fietsendieven hem bezochten. Het was een permanente lijn tussen hen; de junks hielpen de Pool met helen en hij verkocht het weer over de grens.’ Een andere samenwerking is er wanneer georganiseerde groepen samenwerking opzoeken met mensen uit het bedrijfsleven. Een verzekeraar licht dit toe: ‘Er zijn grote leveranciers waarin intern her en der een lek zit en die aangeven: daar en daar zijn fietsen te vinden’. Een andere respondent geeft hetzelfde aan en benoemt dat hij een fietsenzaak heeft waarvan één van de vijftien personeelsleden wel eens is benaderd om adressen van consumenten door te geven die net een dure fiets hebben gekocht. Zodoende weten de georganiseerde groepen waar zij dure fietsen kunnen stelen en kunnen zij gerichter te werk gaan. Volgens deze respondent is dit geen incident: ‘Je bent naïef wanneer je dat denkt. Het gebeurt immers ook bij cv-ketels, keukens et cetera’.
Heling De gewone consument kan onbewust indirect meewerken aan fietsdiefstal door gestolen fietsen te kopen, zoals de student die een fiets koopt van de verslaafde gelegenheidsdader. Indien hiervan sprake is, spreken we van heling. Indien de student geen weet had van het feit dat de fiets gestolen was, spreken we van schuldheling. Een medewerker van het depot vertelt hierover: ‘Het komt regelmatig voor dat een persoon een fiets op komt halen, die jaren geleden gestolen blijkt te zijn. Hierdoor zijn ze in feite in bezit van een gestolen fiets. Dat geven we ook door aan de politie, want we zijn verplicht dat te melden’. Mocht de voornoemde student op voorhand weet hebben gehad van het feit dat de fiets van diefstal afkomstig was, maakt de student zich schuldig aan opzetheling. De georganiseerde bendes maken zich veelal schuldig aan gewoonteheling, omdat zij er een gewoonte van maken om producten te verkopen die van diefstal afkomstig zijn. Bron: www.politie.nl
Daders van fietsdiefstal 67
4.3 Belangrijkste bevindingen uit dit hoofdstuk Hieronder staan in chronologische volgorde de belangrijkste bevindingen uit dit hoofdstuk vermeld: Uit openbare bronnen blijkt dat de gelegenheidsdief zich van oudsher schuldig maakte aan fietsdiefstal, maar dat er tegenwoordig een ontwikkeling gaande is waarin georganiseerde bendes doelgericht grotere aantallen fietsen stelen om deze vervolgens naar het buitenland te transporteren (het zogenaamde ‘mobiel banditisme’). Door de steeds duurder wordende fietsen wordt dit lucratiever en de pakkans en strafmaat zijn in vergelijking met andere vormen van criminaliteit laag. Een analyse op LexisNexis en Rechtspraak.nl toont aan dat fietsdiefstal met name een eenmansactiviteit is. Er zijn echter ook dadergroepen bekend van 2, 3 of 4 personen. Kijkend naar de leeftijden van de daders is er een verschil in de uitkomsten van de analysen. LexisNexis toont namelijk een gemiddelde leeftijd van 24,5 jaar waarbij de jongste dader 9 jaar is en de oudste 74, terwijl Rechtspraak.nl uitwijst dat de gemiddelde leeftijd van de daders tussen de 33 en 37 jaar ligt waarbij de jongste dader is geboren in 2003 en de oudste in 1982. De experts onderscheiden drie typen daders: - De gelegenheidsdader kan zowel een incidentele dader zijn als een verslaafde. De incidentele dader steelt een fiets vanuit een impuls.
Ook worden hier studenten onder gerekend, vooral wanneer hun eigen fiets is gestolen. De verslaafde steelt veelal de gewone stadsfiets om deze binnen twee à drie uur door te verkopen. - De professionele dader is lokaal actief maar gaat iets professioneler te werk als de gelegenheidsdader. Ook de professionele dader verdient geld door de gestolen fietsen door te verkopen, alleen doet hij of zij dit vanuit huis en niet op straat. - Georganiseerde bendes komen volgens experts steeds vaker voor. Zij gaan professioneel te werk en stelen meerdere dure fietsen tegelijk om deze naar het buitenland te kunnen transporteren. Het Oostblok wordt vaak als plek van bestemming genoemd. Experts benoemen ook dat er samenwerkingen mogelijk zijn tussen verschillende typen daders. Zo kan het voorkomen dat georganiseerde
68 Fietsdiefstal in Nederland
groepen lokale fietsendieven inzetten om fietsen aan te leveren. In dit verband is er sprake van tussenschakels. Ook is er sprake van ondermijning doordat georganiseerde groepen soms samenwerking zoeken met het bedrijfsleven, waarin wordt gepoogd dat werknemers adressen geven van consumenten die dure fietsen hebben gekocht.
Eindnoten 1. 2. 3. 4. 5.
Fietsnetwerk.nl, n.b. Accell Group, n.b. Accell Group, n.b. Fietssport, 2 maart 2017. Indien het een incident betreft met meerdere daders, is er uitgegaan van de gemiddelde leeftijd.
Daders van fietsdiefstal 69
5 Modus operandi Voor dit hoofdstuk is gebruik gemaakt van de volgende drie bronnen om een beeld te schetsen van de modus operandi van fietsdiefstal: informatie uit de literatuur en andere openbare bronnen, de survey en de meningen van experts.
5.1 Informatie uit literatuur en openbare bronnen Daders kennen meerdere technieken om een fiets te stelen. De manier waarop het slachtoffer zijn fiets heeft beveiligd, is daarin veelal leidend. Johnson, Sidebottom & Thorpe (2008) beschrijven in totaal een zestal verschillende diefstaltechnieken: De meest simpele techniek is het optillen van een fiets die door middel van een ketting of slot is vastgemaakt aan een paal. In sommige gevallen dienen de daders hiervoor eerst het bovenstuk van de paal te verwijderen, zoals het geval is bij een wegwijzer. Tevens komt het voor dat de paal niet goed is geankerd, waardoor deze opgetild kan worden en de fiets wordt meegenomen; Fietsbezitters maken soms gebruik van een slot die via een sleutelachtig mechanisme opengemaakt moet worden. Met behulp van bepaald gereedschap kunnen daders er echter voor zorgen dat het slot open gaat, zonder dat de benodigde sleutel wordt gebruikt; Daders kunnen een hamer of beitel gebruiken om de veiligheidsketting of het slot te splijten. Dit doen zij enkel indien de veiligheidsketting en/ of het slot de grond raakt;
Modus operandi 71
Fietsen worden soms door middel van kettingen vastgemaakt aan stilstaande objecten, zoals een paal. In die gevallen maken daders vaak gebruik van bijvoorbeeld ijzerzagen en haakse slijpmachines. Daarnaast knippen zij deze kettingen door met behulp van een betonschaar; Fietsen worden ook door middel van een slot vastgemaakt aan een stilstaand object, waarbij er vaak wat ruimte over is tussen het slot en dat object. Wanneer een dader hier bepaald gereedschap tussen plaatst – zoals een krik of een stang – en het fietsframe als hefboom gebruikt, kan het slot opengebroken worden. Het is daarentegen ook mogelijk dat het fietsframe afbreekt; Tot slot kunnen daders bouten losmaken, waardoor gedeelten van een fiets meegenomen kunnen worden. Indien een fiets enkel via het wiel is beveiligd, kunnen daders bijvoorbeeld het wiel laten zitten maar het zadel, het stuur en het andere wiel wel losmaken. Eventueel zou de dader in een later stadium de rest van de fiets kunnen stelen. Maar soms is het ook simpeler, volgens de onderzoekers, omdat de fiets in veel gevallen niet op slot staat of van zwakke sloten is voorzien. De techniek die benodigd is, geeft de aantrekkelijkheid van het doelwit weer. Indien een fiets enkel opgetild moet worden, is de benodigde tijd om de fiets mee te nemen kort. Het splijten van een slot door het gebruik van een hamer vergt daarentegen al meer tijd.
Conform de routine activiteitentheorie zou dit dan betekenen dat hoe meer moeite een dader moet doen om een fiets te stelen, des te kleiner de kans is dat dit gebeurt. Dit blijkt ook uit het onderzoek van Van Lierop, Grimsrud en El-Geneidy (2015). Zij hebben slachtoffers van fietsdiefstal gevraagd door welke techniek hun fiets is gestolen, waarbij meer dan de helft aangaf dat zij dat niet wisten. Daarentegen gaf ruim 20 procent aan dat hun fiets is opgetild en verplaatst. Debet hieraan is dat 8,5 procent van de slachtoffers hun fiets niet op slot hebben gezet. Andere gebruikte technieken die zijn opgetekend uit de gesprekken zijn het gebruik van een betonschaar (10,3 procent), ijzerzaag (4,5 procent) en koevoet (2,3 procent). Het onderzoek van Johnson, Sidebottom en Thorpe (2008) ondersteunt de routine activiteitentheorie ook. Hun conclusie is dat de meest gestolen fietsen, ongeacht de locatie waar zij zijn gestolen, niet beveiligd waren of enkel met een slot dat vrij eenvoudig te verwijderen was. Nadat een fiets is gestolen, katten daders systematisch fietsen om. Dit doen zij door de originele
72 Fietsdiefstal in Nederland
framenummers te vervangen door een vals nummer. Het framenummer is vaak niet meer dan een sticker met een laklaagje. Voor dieven is het dan ook heel eenvoudig om de stickers te verwijderen en te vervangen door een nieuwe valse sticker. Zonder framenummer zijn fietsen niet meer te traceren en zijn de aangiften ook waardeloos geworden.1 Johnson e.a. (2008) hebben de volgende zes factoren benoemd die invloed uitoefenen op fietsdiefstal: concealable, removable, available, valuable, enjoyable en disposable. Daarvan zijn er twee factoren die nog belangrijker worden vanwege de populariteit en de hogere prijs van elektrische fietsen: available (beschikbaarheid) en valuable (financieel waardevol). Net zoals andere criminaliteitsvormen wordt fietsdiefstal zelden willekeurig uitgevoerd, maar is het geconcentreerd op bepaalde plekken (Sidebottom, Thorpe & Johnson, 2009). In het onderzoek van Baljet, Onkenhout en Vlek (2018) is aan 170 ANWB-leden gevraagd om aan te geven waar hun fiets is gestolen. Hieruit komen een aantal fietsdiefstal-hotspots voort. De grootste hotspot bleek het winkelgebied te zijn, aangezien daar in 29 procent van de gevallen een fiets werd gestolen. Twee andere grote hotspots waren het treinstation en rondom een huis. In beide gevallen betrof het 21 procent van de fietsdiefstallen.
De overige locaties werden een stuk minder vaak genoemd: uitgaansgebied, bij de (sport)club, bij een bus/tram en bij het werk. Ook is een stijgende tendens zichtbaar in het aantal inbraken bij fietsenwinkels, waarvan het vermoeden bestaat dat Oost-Europese bendes achter de diefstallen zitten.2
29 dure fietsen gestolen bij fietsenzaak: schade 100.000 euro Bij een fietsenzaak in Udenhout zijn maandagnacht 29 dure racefietsen en mountainbikes gestolen. De schade bedraagt volgens de eigenaar van de zaak ongeveer 100.000 euro. De criminelen forceerden rond half vier ’s nachts de voordeur. Daarna zochten ze hun heil op de bovenverdieping waar de duurste fietsen stonden. Tot driemaal toe zijn ze naar boven gelopen en hebben ze fietsen van de merken Bianchi en Trek in een witte bestelbus geladen. Er ging een inbraakalarm af, maar de daders waren er al vandoor toen de agenten aankwamen. Er is nog tevergeefs met een politiehelikopter gezocht naar de inbrekers. Bron: www.omroepbrabant.nl
Ook Mburu en Helbich (2016) hebben onderzoek gedaan naar waar fietsen worden gestolen en welke risicofactoren hierbij horen. Het blijkt dat de aan-
Modus operandi 73
wezigheid van bepaalde publieke voorzieningen een grotere risicofactor is voor fietsdiefstal dan socio-economische factoren. Enkele voorbeelden van publieke voorzieningen die worden genoemd, zijn treinstations en leegstaande huizen. De aanwezigheid van een politiestation had daarentegen geen effect op de mate van fietsdiefstal in het daaromheen liggende gebied.
Zoektocht via LexisNexis Onze zoektocht naar berichtgeving over fietsdiefstal in LexisNexis levert ook inzichten in modus operandi op. De hoofdbevinding is dat deze sterk uiteen lopen. Dit blijkt uit de informatie die in 58 van de 198 artikelen staat. In 26 van de 58 artikelen (44 procent) stonden de fietsen op slot. Zo ging in Sas van Gent een moeder samen met haar dochter de bij een bushalte gestalde fiets ophalen, maar zij troffen het rijwiel niet aan. Daarop zijn zij in de omgeving op onderzoek uitgegaan en troffen zij in een park een 24-jarige man aan met de fiets. De moeder heeft de nog op slot staande fiets afgepakt en de politie gewaarschuwd. Zij arresteerden de man op verdenking van fietsdiefstal. Daarnaast stonden de fietsen in 8 van de 58 artikelen (13 procent) niet op slot. Zo heeft een 45-jarige mountainbiker jaren achtereen fietsen gestolen van collega-recreanten. Bij de inschrijving van fietstochten pakte hij de niet op slot staande fietsen weg van deelnemers die in de rij stonden. Deze mountainbikes zette hij vervolgens in zijn bus. Terwijl de slachtoffers op zoek waren naar hun fiets, reed hij de fietstocht uit. Een ander voorbeeld betreft een fietsdiefstal in een fietsenwinkel. Op bewakingsbeelden zag men hoe ten minste drie mannen het alarm van de winkel saboteerden om vervolgens 33 exclusieve racefietsen mee te nemen.
Er zijn ook daders die, zo is in 17 van de 58 artikelen (29 procent) het geval, hebben geprobeerd het (ring)slot te saboteren. Dit hebben zij op verschillende manieren gedaan. Allereerst heeft men het slot doorgezaagd met behulp van een slijptol of mes. Ook is het slot doorgeknipt door een ijzer- of betonschaar, is het slot opengebroken met een nagelvijl en is het slot geopend door middel van een loper. Een andere manier die in een artikel naar voren kwam, is het verwijderen van onderdelen van de fiets om zodoende een gedeelte van de fiets mee te kunnen nemen. Tot slot is er een aantal artikelen die qua modus operandi buiten de boot vallen bij het voorgaande. Zo komt het in vier incidenten voor dat een persoon is mishandeld om zodoende de fiets uit zijn of haar handen te trekken en mee te nemen. Dit gebeurde onder andere in Den Haag, waar een 31-jarige man met geweld probeerde een elektrische fiets te stelen van een 17-jarig meisje. Tot slot is het in twee artikelen voorgekomen dat de fietsen zijn weggesluisd. Allereerst
74 Fietsdiefstal in Nederland
had een 50-jarige man een fiets meegekregen voor een proefrit. Hij keerde echter niet terug met deze fiets. Toen de politie hem daarop aansprak, gaf hij aan dat hij de fiets al had doorgegeven aan een drugsdealer. Op deze manier had hij een oude schuld afgelost. Ten tweede huurden een drietal personen van 49, 51, en 54 jaar meerdere keren op goed vertrouwen elektrische fietsen bij een fietsenwinkel. Deze werden met een witte bus opgehaald, waarna ze enorm snel werden verkocht in het buitenland.
Analyse van rechtszaken Ook in de rechtszaken is informatie te vinden over de modus operandi van daders. Daders hebben verschillende werkwijzen om beschikking te krijgen over fietsen. In 135 van de 189 rechtszaken was te achterhalen wat de modus operandi is geweest van de daders. In veruit de meeste gevallen, namelijk in 52 van de 135 rechtszaken (39 procent), was er sprake van diefstal door middel van braak. Hierbij dient er wel een tweesplitsing gemaakt te worden. Enerzijds is er namelijk sprake van braak om zodoende toegang te krijgen tot een woning. Zo heeft een dader bijvoorbeeld een ruit van de toegangsdeur van een garage ingeslagen, om vervolgens de niet op slot zijnde fiets mee te nemen. Ook zijn de scharnieren van staldeuren losgetrokken om zodoende de fietsen mee te kunnen nemen. Anderzijds is er sprake van braak door de fietsen los te maken van de sloten. Zo steken daders bijvoorbeeld een voorwerp in een ringslot om zodoende het slot open te breken. Ook knippen zij met een knipvoorwerp (zoals een kniptang) het slot door, openen zij sloten met een lopersleutel en knippen zij met behulp van een tang het metaaldraad van het slot door. Andere veelvoorkomende handelingen zijn het wegnemen van fietsen die niet op slot staan (28 keer; 21 procent), waarvan er één vooraf werd gegaan door bedreiging met geweld) en diefstal door middel van verbreking (25 keer, 19 procent).
Met betrekking tot deze laatste handeling valt bijvoorbeeld te denken aan het doorzagen van een slot en het kapot trappen van een slot. Twee andere modus operandi zijn dat op slot staande fietsen worden opgetild en meegenomen (9 keer) zonder dat daar enige braak of verbreking aan vooraf gaat en diefstal door middel van inklimming (2 keer). Bij deze laatste werkwijze wordt bijvoorbeeld met een bezem een openstaand raam verder geopend om zodoende een woning binnen te komen. In twee gevallen heeft er een combinatie van braak en inklimming plaatsgevonden en er is gebruik gemaakt van een valse sleutel om zich zodoende toegang te verschaffen tot een woning en het slot los te maken. Er is ook een zestal modus operandi die minder vaak voorkomen, maar desalniettemin heftig van aard zijn. De gemene deler van deze zes modus operandi
Modus operandi 75
is dat geweld wordt gebruikt of daarmee wordt gedreigd om zodoende de diefstal te vergemakkelijken. Het betreft de volgende zes modus operandi: diefstallen voorafgegaan met geweld (2 keer), diefstallen voorafgegaan met geweld en het dreigen daarmee (2 keer), diefstallen voorafgegaan en vergezeld met geweld (4 keer), diefstallen voorafgegaan en vergezeld met geweld en het dreigen daarmee (3 keer), diefstallen voorafgegaan en vergezeld en gevolgd met geweld (2 keer), en diefstallen gevolgd met geweld en het dreigen daarmee (1 keer). Een voorbeeld is dat een dader het slachtoffer heeft geslagen en geschopt alvorens de fiets mee te nemen. Ook is het voorgekomen dat een dader met kracht de keel van het slachtoffer heeft dichtgeknepen en het slachtoffer meerdere keren tegen het hoofd, de nek en andere delen van het lichaam heeft geschopt om vervolgens de fiets mee te nemen. Mede gezien de waardestijging van fietsen valt niet uit te sluiten dat dit fenomeen, dat we gemakshalve aanduiden als bike jacking, in de toekomst zal toenemen. Tot slot is er nog een rechtszaak die te scharen valt onder de noemer ‘overig’. Zo heeft een dader een sleutel gestolen, om daar vervolgens een fiets mee weg te kunnen nemen.
5.2 Informatie uit de survey Locatie en wijze van fietsdiefstal bij eigenaren Aan respondenten is gevraagd op welke locatie hun fiets stond toen de diefstal plaatsvond. Als locatie van de fietsdiefstal worden ‘voor mijn huis of uit mijn tuin’ (27 procent) en ‘in het stadscentrum’ (26 procent) het meest genoemd. Ongeveer een vijfde van de respondenten geeft aan dat hun fiets nabij een treinof busstation is gestolen, terwijl 11 procent van de respondenten aangeeft dat een winkelgebied de locatie van de fietsdiefstal is geweest. In enkele gevallen (3 procent) wordt de fiets uit een schuur of garage gestolen. ‘Overige’ locaties van fietsdiefstal (14 procent) zijn onder andere uit een (bewaakte) fietsenstalling, nabij de sportvereniging en voor het ziekenhuis. De meerderheid van de respondenten (83 procent) denkt te weten hoe hun fiets is gestolen.3 In een derde van de gevallen (33 procent) zou de fiets waarschijnlijk zijn opgetild en meegenomen. Een vijfde van de respondenten denkt dat het hangslot is doorgeknipt, terwijl 17 procent aangeeft dat het fietsslot waarschijnlijk is geforceerd. Van ongeveer 7 procent van de respondenten is bekend dat zij hun fiets niet op slot hebben gedaan, en dat de fiets ‘gewoon’ is meegenomen. ‘Overige’ wijzen van fietsdiefstal (7 procent) zijn onder andere het gebruik van een loper en het stelen van de fietssleutel.
76 Fietsdiefstal in Nederland
Locatie en wijze van fietsdiefstal bij huurders Als locatie van de fietsdiefstal geven de huurders in de meeste gevallen ‘het stadscentrum’ (42 procent) of ‘voor mijn huis of uit mijn tuin’ (39 procent) aan. In een achtste van de gevallen werd de huurfiets in een winkelgebied gestolen (12 procent). Drie respondenten (7 procent) geven aan dat de fietsdiefstal plaatsvond op een trein- of busstation. Ruim een derde van de huurders (36 procent) weet niet op welke wijze de fiets werd gestolen. In ruim een kwart van de gevallen is de fiets waarschijnlijk opgetild en meegenomen (27 procent). Vier respondenten (10 procent) geven aan dat ze hun gehuurde fiets niet op slot hadden staan, en dat deze is meegenomen. Alle overige respondenten denken dat hun hang- of fietsslot is doorgeknipt, geforceerd of doorgezaagd (29 procent).
Diefstal van fietsonderdelen Een ander onderdeel van de survey betreft de diefstal van fietsonderdelen. Mogelijk werd niet de hele fiets gestolen, maar wel een of meerdere onderdelen van de fiets, zoals de fietsverlichting of het zadel van de fiets. Hieronder bespreken we de resultaten met betrekking tot de bevindingen uit de survey. In totaal geven 288 respondenten (13 procent) aan dat er in 2019 onderdelen van hun (huur)fiets zijn gestolen. In bijna twee derde van de gevallen (62 procent) gaat het om fietsverlichting. Bij een vijfde van de respondenten (20 procent) gaat het om diefstal van het zadel van de fiets. Naast verlichting en het zadel worden ook de snelbinders, bel en accu (bij elektrische fietsen) genoemd (tabel 5.1). Andere onderdelen die worden gestolen zijn onder andere (een van) de wielen, de fietspomp en de zadelhoes. Tabel 5.1 – Diefstal van fietsonderdelen (n=288) n
%
Verlichting
179
62%
Zadel
58
20%
Snelbinders
12
4%
Bel
12
4%
Accu4
11
4%
Andere onderdelen
67
23%
Modus operandi 77
5.3 Informatie uit gesprekken en werkbezoeken In deze paragraaf wordt ingegaan op de modus operandi van fietsdiefstal, op basis van inzichten uit de interviews, expertsessies en werkbezoeken. De modus operandi wordt beschreven door opeenvolgende stappen van de dader(s) van fietsdiefstal te beschrijven.
Voorbereiding Verschillende experts geven aan dat sommige daders zich voorbereiden op de fietsdiefstal. Dit geldt niet voor elke dader. Waar het doelwit bij de incidentele dader of de verslaafde dader meer bepaald lijkt te worden door een impuls of de gelegenheid, bijvoorbeeld het zien van een fiets zonder (dubbel) slot, ligt dit anders voor lokale fietsdieven en georganiseerde bendes. Zij bereiden de diefstal meer voor. De experts geven diverse voorbeelden van hoe een voorbereiding eruit kan zien: ‘Zo zijn wel eens meldingen ontvangen op het Centrum Fietsdiefstal dat een slachtoffer zijn fiets altijd bij dezelfde paal zette. De dader heeft uiteindelijk een foto gemaakt van deze fiets en de foto op Marktplaats gezet om te kijken of er animo voor was. Toen bleek dat dat zo was, heeft de dader de fiets pas gestolen.’ Dit voorbeeld past bij het beeld dat fietsdiefstal steeds professioneler wordt uitgevoerd. Daarbij geldt ook dat georganiseerde bendes op voorhand zoeken naar een afzetmarkt, maar dan wel op grotere schaal. Een indicatie hiervan is dat er gestolen fietsen naar het buitenland verscheept worden. Er zijn ook daders, vooral georganiseerde bendes, die zich voorbereiden voor fietsdiefstal door in kaart te brengen wat locaties zijn waar fietsen gestolen kunnen worden. In paragraaf 4.4 is al geschreven over de link tussen de onder- en bovenwereld.
Hierbij geven leveranciers of fietshandelaren inside information over de locatie waar lucratieve fietsen staan. Een respondent die werkzaam is bij een organisatie die als doel heeft fietsdiefstal terug te dringen, vertelt hierover: ‘Wij hebben daders aangetroffen die connecties hebben met leveranciers of mensen met informatie over GPS-systemen. Bij het oprollen van een zaak sloegen agenten ook steil achterover: er was een link met de leverancier. Er was ook nog een link met een uitzendbureau. Daar lopen ook mensen rond met een AXA-loper. Dit gaat ook zo via fietshandelaren, die adressen van kopers doorsluizen.’ Met deze informatie kunnen dadergroepen een potentieel interessant doelwit kiezen. Een fietsverzekeraar geeft aan dat hij deze links niet herkent. Hij geeft een ander voorbeeld voor voorbereiding: voorverkenning. Georganiseerde bendes maken een inschatting van de inboedel van fietszaken door een voorverkenning uit te voeren. Zo wordt er een inschatting gemaakt van de mogelijke opbrengst. Niet alleen bij fietszaken vindt voorverkenning plaats. Zo geeft een expert aan dat daders ook observeren waar zich lucratieve doelwitten bevinden.
78 Fietsdiefstal in Nederland
Documentaire over diefstal uit meerdere fietsenzaken In België is in 2014 een documentaire verschenen over fietsdiefstal in fietswinkels. In de documentaire worden drie inbraken besproken. De zaken vertonen veel overeenkomsten. Zo wordt in alle drie de zaken aan voorverkenning gedaan. Een aantal dagen voor de inbraak bezoeken de waarschijnlijke dieven de winkel, kijken de winkel rond en vertrekken na ongeveer een kwartier zonder iets te zeggen of vragen. Tijdens de inbraak blijkt dat de dieven goed weten waar ze welke fietsen (altijd de dure exemplaren) moeten pakken. Ook verloopt de inbraak nagenoeg gelijk en betrekkelijk eenvoudig: er wordt een deur geforceerd dan wel enkele platen van een bedrijfspand verwijderd. In de regel zijn de dieven binnen één minuut weer buiten, vaak voorzien van vier lichte racefietsen, twee op elke schouder. De schade in dat jaar door dergelijke inbraken wordt geschat op een miljoen euro. Bron: www.youtube.com
Doelwit Zoals eerder genoemd, geven de respondenten aan dat de e-bike steeds vaker gestolen wordt. Ook onderdelen van e-bikes, zoals accu’s, worden vaker meegenomen. Het doelwit kan echter verschillen per dadergroep, zoals al is besproken in paragraaf 4.4. Experts geven aan dat lokale fietsdieven en georganiseerde daders zich vaker richten op de duurdere fietsen, zoals bakfietsen en e-bikes. Een expert geeft aan: ‘Als crimineel ga je je richten op de duurdere fietsen, bijvoorbeeld de bakfiets in Amsterdam. Echter, het stelen van een dergelijke fiets vereist specialisatie’. Bij gelegenheidsdieven ligt dit anders; deze stelen vaker ‘gewone’ fietsen (goedkope fietsen, geen e-bikes) die bijvoorbeeld niet zijn vastgemaakt aan een paal. Dit zijn namelijk makkelijkere doelwitten. Verschillende experts geven aan dat fietsdieven weten welke fietsen ze wel of niet moeten stelen. Een expert zegt hierover: ‘Ze weten bijvoorbeeld welke merken lokfietsen kunnen zijn. Ze weten dus ook welke niet...’ Ook verslaafden die fietsen stelen hebben mogelijk door dat er op sommige fietsen zenders zitten. Daarentegen lijken georganiseerde bendes vooralsnog minder door te hebben dat fietsen getagd zijn, zo geeft een ingewijde expert aan.
Locaties In paragraaf 2.4 zijn de door de experts benoemde hotspots al besproken. Experts geven verschillende locaties aan waar fietsen vaker worden gestolen: stations, winkelcentra, voortuinen en schuren. Dit laatste komt minder vaak voor; fietsdiefstal vindt vaker buiten plaats, menen verschillende respondenten. Tijdens
Modus operandi 79
een werkbezoek aan een fietsdepot wordt aangegeven dat de locaties voor fietsdiefstal erg verschillen: ‘De fietsen worden overal opgepikt’. Hierbij dient wel opgemerkt te worden dat wanneer er veel fietsen bij elkaar staan, zoals stallingen of fietszaken, de locatie aantrekkelijker wordt voor georganiseerde bendes. Er kan dan namelijk in één keer meer worden gestolen. De mate van georganiseerdheid van daders lijkt ook een indicatie te zijn voor de straal waarbinnen fietsdiefstallen plaatsvinden. Zo zijn georganiseerde bendes mobieler en hebben zij een bredere focus op hun ‘werkgebied’ dan bijvoorbeeld gelegenheidsdieven. Dit resulteert in georganiseerde bendes die hun diefstal uitspreiden over verschillende dorpen of steden. Bij het werkbezoek aan het depot wordt geredeneerd: ‘Het feit dat dit in georganiseerd verband gebeurde, blijkt uit de aangiften die die dagen zijn aangemaakt. Je kon namelijk een cirkel trekken vanuit [plaatsnaam] naar andere plaatsen waar fietsen waren gestolen uit voortuinen en schuurtjes.’
Uitvoering Op een enkeling na vinden de experts dat fietsdiefstal professioneler is geworden. Deze professionalisering is terug te zien in de uitvoering. De respondenten noemen verschillende manieren waarop fietsen worden gestolen: slot forceren, met een loper, door de fiets mee te nemen, door fietsen in te laden en door inbraak. De uitvoering verschilt meestal per dadergroep. Een expert geeft aan dat het klassiek forceren van sloten meestal wordt gedaan door amateurs. De meer professionelere daders hebben een loper, waarmee vrijwel alle sloten te openen zijn. Een expert die in fietsen handelt, geeft aan: ‘Een slot schrikt dieven dus niet af.’ Daarnaast nemen dieven ook fietsen mee die niet op slot staan, bijvoorbeeld tijdens een proefrit of door een babbeltruc. Deze uitvoering behoeft minder specialistische kennis en kan dus door alle typen daders worden uitgevoerd. Georganiseerde bendes stelen vaker meerdere fietsen in één keer, zo geven enkele experts aan. Zij wijzen dan op het ‘bedrijfsmatige’ karakter, bijvoorbeeld met behulp van een busje. Fietsen die niet aan een paal vaststaan worden dan ingeladen en meegenomen. Een expert meldt: ‘Ik heb meldingen gehad dat ze sloten staan open te slijpen om vervolgens de fietsen met tien tegelijk in busjes weg te voeren’. Ook een fietsenhandelaar benoemt deze methode: ‘geblindeerde busjes die losstaande fietsen oppakken en meenemen’.
Het doorknippen van fietssloten door daders die door middel van een geel hesje verkleed zijn als gemeentemedewerker komt ook voor. Naast het inladen van fietsen op straat door dadergroepen worden door hen ook inbraken in fietszaken of opslagruimtes gepleegd. Verschillende experts noemen dit ‘hit-and-run’ inbraken: ‘Criminelen breken in in winkels en dan
80 Fietsdiefstal in Nederland
heb je het over tienduizenden euro’s. Vaak zijn het racefietsen. Als je de beelden ziet, gaan ramen eruit, ze hollen erin. Het zijn echt Mission-Impossible-taferelen. Gerichte diefstal.’ Deze laatste genoemde methodes zijn professioneler, georganiseerder en leiden tot grotere schade.
Opslag De tijd tussen het stelen en van het verkopen van fietsen verschilt per dadergroep. Dit geldt niet voor elke dadergroep. Een medewerker van een fietsrecoverybedrijf geeft aan dat verslaafden die fietsen stelen deze meestal binnen 2 à 3 uur doorverkopen. Andere typen daders nemen de fiets mee naar hun huis of naar een opslaglocatie om ze daar door te verkopen of ze gaan naar een heler. Experts geven aan dat sommige georganiseerde groepen verschillende stappen ondernemen tussen het stelen en het verkopen. Deze worden hier opeenvolgend besproken. Verschillende experts gebruiken de term ‘koud zetten’. In feite wordt een gestolen fiets dan eerst verstopt, om later weer opgehaald te worden. Zodoende controleren de daders of de fiets over track and trace beschikt. Mocht de fiets hier namelijk over beschikken, zou de politie deze kunnen achterhalen indien er aangifte van diefstal is gedaan. Zo vertelt een fietshandelaar: ‘Het is bekend dat er in het Amsterdamse bos bakfietsen op verschillende locaties worden neergezet in de bosjes die in de avond worden opgehaald.’ Ook bij de grensstreek van Nederland met Duitsland worden fietsen in de bosjes gelegd om later opgehaald te worden en naar Duitsland te worden vervoerd. Het kan ook zijn dat gestolen fietsen eerst worden opgeslagen in Nederland om te worden omgekat voordat ze worden verkocht.
In zo’n opslaglocatie staan vaak veel fietsen bij elkaar. Een respondent heeft ooit zelfs 250 in folie ingepakte fietsen aangetroffen. Een expert5 licht het omkatproces nader toe: ‘Met een machine wordt de blanke lak dan verwijderd, waarna er nieuwe barcodes op worden gezet. De daders kijken in het diefstalregister om te controleren of de barcode als gestolen vermeld staat. Als dit niet het geval is, maken zij een printje om te kunnen aantonen dat het een nietgestolen fiets betreft. Wanneer de nieuwe barcode eenmaal is aangebracht, gaat er weer blanke lak overheen en wordt de fiets verkocht.’ Sommige van deze fietsen blijven in Nederland, maar veel worden volgens een expert doorverkocht in het buitenland.
Verkoop Het verschilt per dadergroep hoe de fietsen worden verkocht. Zoals hierboven genoemd, verkoopt een verslaafde het liefst zo snel mogelijk een gestolen fiets.
Modus operandi 81
Sommige daders verkopen de fietsen vanuit hun huizen, schuren of opslag. Tijdens het werkbezoek aan Swapfiets vertelt een medewerker dat de Swapfietsen worden aangeboden via Marktplaats of Facebookpagina’s. Er is bij de experts verder weinig zicht op de wijze waarop gestolen fietsen worden doorverkocht in Nederland. Wel benoemen nagenoeg alle experts de doorverkoop aan het buitenland. Door het gebruik van lokfietsen en track and trace wordt namelijk duidelijk dat gestolen fietsen worden verscheept naar andere landen. De fietsen worden gedemonteerd en vervoerd in een bus, hetgeen een indicatie is van de professionaliteit van bepaalde dadergroepen. Een expert zegt hierover: ‘Lokfietsen die door de politie zijn geplaatst, eindigen vervelend genoeg in 9 van de 10 gevallen in het Oostblok.’ Een andere expert, werkzaam bij de politie, vertelt over een succesvolle arrestatie in Duitsland. In de bus zat een fiets met zender waardoor ze de bus konden volgen. Volgens hem was deze bus waarschijnlijk onderweg naar Polen of Marokko. Er worden door de respondenten nog meer landen genoemd waar de fietsen worden verkocht: Frankrijk, Litouwen, Estland en Roemenië. Het Oostblok, specifiek Polen, wordt het vaakst genoemd.
Een expert geeft het volgende aan: ‘In Polen rijden Batavusfietsen rond terwijl daar helemaal geen Batavusfietsen worden verkocht.’ Een andere respondent vult hierop aan dat gestolen fietsen op een Poolse marktplaats: Rowery (het Poolse woord voor fiets) worden verkocht. Op deze website blijken regelmatig gestolen Gazelle- en Batavusfietsen te staan.
5.4 Belangrijkste bevindingen uit dit hoofdstuk Hieronder staan in chronologische volgorde de belangrijkste bevindingen uit dit hoofdstuk vermeld: De wetenschappelijke literatuur beschrijft een aantal technieken die gebruikt kunnen worden om een op slot staande fiets te stelen. Hierbij geeft de benodigde techniek ook de aantrekkelijkheid van het doelwit weer: hoe moeilijker het is om de fiets te stelen, des te kleiner is de kans dat het gebeurt. De technieken zijn: - De fiets kan opgetild en meegenomen worden; - Het slot kan worden geopend door gereedschap, zoals een loper, te gebruiken; - Het slot kan worden opengebroken met behulp van een hamer, beitel, krik of stang;
82 Fietsdiefstal in Nederland
-
-
Door gebruik te maken van ijzerzagen, haakse slijpmachines en betonscharen kan de ketting die aan de fiets is vastgemaakt worden verwijderd; Er kunnen bouten worden losgemaakt waardoor gedeelten van een fiets weggenomen kunnen worden.
Uit de literatuur komt ook naar voren dat locaties met in de buurt veel publieke voorzieningen een hotspot zijn voor fietsdiefstal, zoals winkelgebieden en treinstations. Ook worden er tegenwoordig meer fietsen gestolen uit en rondom huizen, en is er een stijgende tendens in het aantal inbraken in fietsenwinkels. De berichtgevingen op LexisNexis en Rechtspraak.nl omtrent de modus operandi bij fietsdiefstal, vertonen overeenkomsten met de wetenschappelijke literatuur. Zo worden er in de meeste gevallen op slot staande fietsen opgetild en weggenomen. Daarnaast wordt het slot gesaboteerd door het slot door te zagen met een slijptol of mes, wordt het doorgeknipt met een ijzer- of betonschaar, wordt het opengebroken met een nagelvijl en wordt het geopend met een loper. Ook worden op slot staande fietsen meegenomen. Een verschil met de literatuur is dat er in de mediaberichten ook staat beschreven dat daders gebruik maken van (bedreigingen met) geweld alvorens zij de fiets stelen. Nu de fiets steeds duurder wordt, zou dit een eerste indicatie kunnen zijn voor bike jacking. In de survey is aan slachtoffers van fietsdiefstal gevraagd wat de locatie van diefstal is geweest en daarin kwamen het stadscentrum en de omgeving rondom het huis naar voren als meest voorkomende locaties. Ook werden trein- of busstations en winkelgebieden genoemd.
In de meeste gevallen was de fiets opgetild en meegenomen, maar ook het doorknippen, forceren en doorzagen van het slot is genoemd. In ongeveer 10 procent van de gevallen stond de fiets niet op slot. In de expertsessies is de modus operandi van de daders opgesplitst naar de verschillende fasen die bij fietsdiefstal horen: - Voorbereiding: waar de gelegenheidsdader zich laat leiden door impulsief gedrag, bereiden professionele daders en georganiseerde bendes
Modus operandi 83
-
-
-
-
-
zich voor op de diefstal. Dit doen zij door voorverkenning en het in kaart brengen van locaties waar fietsen gestolen kunnen worden, en het op voorhand op zoek gaan naar een afzetmarkt. Doelwit: Het type fiets dat wordt weggenomen, gaat samen met het type dader. Waar de gelegenheidsdader veelal de gewone goedkopere stadsfiets steelt, richten de professionele dader en georganiseerde bendes zich op duurdere en meerdere fietsen. Locaties: In feite worden overal fietsen gestolen, maar winkelcentra, stations, voortuinen en schuren zijn veelvoorkomende locaties. Voor de georganiseerde bendes zijn locaties waar meerdere fietsen staan aantrekkelijk. Bovendien zijn zij mobieler en is hun ‘werkgebied’ groter dan die van de gelegenheidsdader. Uitvoering: De wijze waarop fietsen worden gestolen, hangt samen met het type dader. Waar de gelegenheidsdader vaak op klassieke wijze het slot forceert, gebruiken de professionelere daders lopers en stelen zij vaker meerdere fietsen in één keer. Opslag: De gelegenheidsdader wil de gestolen stadsfiets zo snel mogelijk doorverkopen, terwijl de professionele dader en georganiseerde bendes duurdere fietsen stelen waar mogelijk een track and trace aan verbonden zit. Dit willen zij vaak eerst controleren waardoor zij de fietsen ‘koud zetten’. Wanneer blijkt dat er niets aan de hand is, worden de fietsen doorverkocht.
Er is ook nog een mogelijkheid dat fietsen na diefstal worden opgeslagen om te worden omgekat, waarna de herkomst van de fiets niet meer te achterhalen is. Verkoop: Waar de gelegenheidsdader lokaal op zoek gaat naar klanten, komt het onder professionele daders vaker voor dat de fietsen worden doorverkocht aan buitenlandse afnemers. Er worden een aantal landen genoemd waar de fietsen naartoe gaan: Frankrijk, Estland, Litouwen, Roemenië en Polen.
Eindnoten 1. 2 3 4 5
Fietsersbond, 11 december 2018. EenVandaag, 14 december 2017. 17 procent van de respondenten heeft de vraag (over de wijze van fietsdiefstal) beantwoord met ‘weet ik niet’. Bij elektrische fietsen. Ook een andere expert geeft aan dat de politie wel eens een fabriek heeft aangetroffen waar omkatactiviteiten plaatsvinden.
84 Fietsdiefstal in Nederland
6 Aanpak van fietsdiefstal In de vorige hoofdstukken is het fenomeen fietsdiefstal geduid naar aard en omvang, de slachtoffers, daders en modus operandi. In dit hoofdstuk is aandacht voor de aanpak van fietsdiefstal. Om enige structuur in dit hoofdstuk te brengen, delen we de aanpak op zoals in onderstaand figuur staat weergegeven. Figuur 6.1 – Aanpak fietsdiefstal naar thema
Registratie Technische hulpmiddelen
Preventie
Repressie
Compensatie
• Producenten • Consumenten
• Aangifte • Opsporing • Vervolging
• Verzekering • Eigen risico
De benoemde thema’s in de figuur vereisen nog enige toelichting. De centrale thema’s ‘preventie’, ‘repressie’ en ‘compensatie’ vormen in zekere zin de chronologische volgorde van het proces van fietsbezit via diefstal tot vervanging van de gestolen fiets. Daarnaast zijn er twee thema’s die ondersteunend zijn bij de drie
Aanpak van fietsdiefstal 85
centrale thema’s, namelijk ‘registratie’ en ‘technische hulpmiddelen’. Ten slotte kunnen de technische hulpmiddelen ook een rol spelen bij de registratie. Daar waar relevante informatie is verkregen op de thema’s zullen we deze beschrijven.
6.1 Informatie uit literatuur en openbare bronnen Preventie Uit het al eerder vermelde onderzoek van De Reus (2016) blijkt dat er onder fietseigenaren sprake is van ‘verminderd normbesef, waardoor het probleem van fietsdiefstal zichzelf in stand houdt’. Ook constateert hij dat slechts de helft van de slachtoffers zijn fiets met minimaal een slot heeft vastgezet. Uit ander onderzoek blijkt het beeld niet veel beter: negentig procent van de fietsen op de kleinere stations staat niet (goed) op slot.1 Toch leidt eerder slachtofferschap juist tot gedragsverandering: het gebruik van minimaal twee sloten neemt dan met een kwart toe. Ook het percentage slachtoffers dat een fiets met een slot verankert, neemt met 15 procent toe. Daarentegen investeren slachtoffers niet in betere kwaliteit van een nieuw slot en de plaats waar de fiets geparkeerd wordt (Onkenhout e.a. 2013).
‘Experimentele’ preventie Onderzoek van de Universiteit van Newcastle wijst uit dat het aantal fietsdiefstallen met de helft daalt door posters met starende ogen. De onderzoekers experimenteerde een jaar lang met de posters die behalve de starende ogen een korte waarschuwingsboodschap toonden. Het aantal fietsdiefstallen liep terug met 62 procent. Maar waar geen posters hingen, nam het aantal fietsdiefstallen toe met 63 procent. Bron: www.ncl.ac.uk
Ook fietsfabrikanten en andere toeleveranciers zijn actief bezig met preventie. Zo worden er steeds betere sloten ontwikkeld, hoewel onderzoek uitwijst dat sloten met een keurmerk vooral in combinatie met duurdere fietsen gebruikt worden (Onkenhout e.a., 2013).2 Daarnaast worden in diverse steden (bewaakte) fietsstallingen geopend. Juist fietsstallingen kunnen, zo blijkt uit onderzoek, het aantal fietsdiefstallen reduceren (Ministerie van Infrastructuur en Milieu, 2013). Wel blijkt uit onderzoek van de Fietsersbond in 2017 dat stallingen bij stations vaak
86 Fietsdiefstal in Nederland
vol zijn. Daardoor lukt het een op de vijf fietsende treinreizigers niet altijd om de fiets veilig te stallen.3 Daarnaast zijn fietsfabrikanten, maar ook verzekeraars, bedrijven die zich bezig houden met internet of things en zijn beveiligingsbedrijven bezig hun fietsen – in vooral het duurdere segment – connected te maken. Dit laatste houdt in dat een in de fiets geplaatste chip mogelijkheden biedt om bijvoorbeeld aan te haken bij de online gezondheidscultuur, maar ook om de fiets na diefstal te traceren. Inmiddels gaan de ontwikkelingen met fietsen die connected zijn steeds verder. Het is al mogelijk om de fiets door middel van een gepersonaliseerde app live te volgen, te traceren, te verzekeren en te beveiligen tegen diefstal. Daarnaast is het ook mogelijk om dagelijks de gereden kilometers, de verbrande calorieën en de bespaarde CO2-uitstoot inzichtelijk te maken. 4
Bewustwordingscampagnes Communicatie is ook een veelgebruikt middel om consumenten en betrokken partijen te informeren over het tegengaan van fietsdiefstal. Zo biedt het Centrum Fietsdiefstal een zogenaamde Handreiking Stop Fietsdiefstal aan. Deze handreiking is samengesteld voor gemeenten, politie en alle andere betrokken organisaties die zich bezighouden met het terugdringen, voorkomen en aanpakken van fietsdiefstal. Daarnaast is ook een campagne gestart, getiteld ‘Stop Fietsdiefstal, gebruik een 2e slot’. Binnen deze campagne wordt allerlei voorlichtingsmateriaal aangeboden. Daarnaast is er een zogenaamd Protocol Handel, waarmee de vakhandelaar weet hoe hij heling kan voorkomen. Verder geven de ANWB en de Fietsersbond op hun websites informatie en tips tegen fietsdiefstal. En ook de politie geeft op haar website suggesties voor het veilig stallen van de fiets, het kopen van een ‘eerlijke’ fiets en het doen van aangifte. Daarnaast is een fietsregistratiekaart te downloaden waarop alle fietsgegevens genoteerd kunnen worden. Bronnen: www.centrumfietsdiefstal.nl, www.anwb.nl, www.fietsersbond.nl, www.politie.nl en www.stopfietsdiefstal.nu.
Repressie Uit twee onderzoeken blijkt dat het percentage slachtoffers dat aangifte doet op 20 tot nog geen 25 procent ligt (CCV, 2013; Onkenhout e.a., 2013). Daarnaast blijkt uit de Veiligheidsmonitor 2019 (CBS, 2020) dat de aangiftebereidheid daalt:
Aanpak van fietsdiefstal 87
Figuur 6.2 – Slachtoffers van fietsdiefstal die aangifte doen (in %) 18 16 14 12 10 8 6 4 2 0
2012
2013
2014
2015
2016
2017
2019
Bron: Veiligheidsmonitor 2019 (CBS, 2020).
De belangrijkste reden die door Onkenhout e.a. (2013) aangedragen wordt voor de kennelijk lage aangiftepercentages is dat mensen twijfelen over het nut van het doen van aangifte, omdat de politie hieraan geen vervolg geeft. Bovendien denken mensen dat ze er hun fiets toch niet mee terugkrijgen en dat het zonde van de inspanning is. Dit terwijl het ook mogelijk is om digitaal aangifte te doen. Recent is de politie op deze sentimenten ingesprongen door als pilot een tussenvorm van regulier en digitaal aangifte doen aan te bieden: aangifte doen via een robot.5 Er is regelmatig onderzoek gedaan naar bijvoorbeeld fietsgebruik en behoefteonderzoek onder fietsers, maar onderzoek naar de repressieve aanpak van fietsdiefstal, met name de effectiviteit van die aanpak, ontbreekt nagenoeg. Recent kwamen op grond van cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) cijfers over het oplossingspercentage naar buiten. Het blijkt dat in 2018 slechts 4 procent van de fietsdiefstallen waar aangifte van gedaan is wordt opgelost.6 Met ‘opgelost’ zal worden bedoeld dat de dader wordt achterhaald, want dit percentage ligt lager dan wat op de site www.stopdiefstal.nu wordt gemeld: ‘na aangifte krijgt ongeveer 7 procent van de aangevers zijn fiets terug. Heeft een fiets een chip of een framenummer dan stijgt dit aantal naar 15 procent’.
In deze laatste percentages zullen ook de fietsen zijn meegenomen die terugkeren via de registratie in www.stopheling.nl, het Digitaal Opkopersregister en www.verlorenengevonden. nl. Overigens is er recent een oproep gedaan om een fiets niet te voorzien van een sticker met registratienummer, omdat dit te diefstalgevoelig is.7
88 Fietsdiefstal in Nederland
De noodklok In januari 2020 luidt branchevertegenwoordiger RAI Vereniging de noodklok omdat de Nationale Politie heeft aangekondigd geen capaciteit meer beschikbaar te stellen voor een landelijke gezamenlijke aanpak van fietsdiefstal. De voorzitter van de RAI Vereniging benadrukt juist het belang om de publiek-private samenwerking met de Nationale Politie in stand te houden; hij vreest dat Nederland anders een ‘walhalla voor fietsdieven’ wordt’ ook vanwege de toenemende populariteit van e-bikes. Daardoor wordt het belang van een gezamenlijke aanpak juist alleen maar groter. Bron: RAI Vereniging (2020).
In 2017 is door de Universiteit van Tilburg onderzoek verricht naar de effectiviteit van lokfietsen in veertien gemeenten. Uit het onderzoek blijkt dat het aantal aangiften van fietsdiefstal door de inzet van lokfietsen met gemiddeld 40 procent daalt. Bovendien houdt de daling tenminste een jaar aan (Vollaard en Berhitu, 2017). De onderzoekers geven aan dat de inzet van lokfietsen een lang na-ijleffect kent, waarschijnlijk vanwege het afschrikken van notoire daders. Meer in algemene zin is de inzet van lokfietsen te beschouwen als hotspots policing. Voor een dergelijke politiestrategie hebben Braga e.a. (2019) onderzocht wat de effecten hiervan zijn. Uit 62 van de 78 acties waarin gebruik is gemaakt van hotspots policing blijkt dat deze strategie effectief is bij het bestrijden van criminaliteit op de hotspot zelf, maar ook voor de gebieden daaromheen.
Lokfiets leidt naar kelder vol gestolen fietsen DEN HAAG - 29 januari 2019 Een lokfiets heeft dinsdag geleid naar 250 fietsen in een pand in de Radarstraat in Den Haag. Meerdere fietsen daarvan waren gestolen. De lokfiets werd maandag vanaf de Rijnstraat gestolen. De zender in de fiets leidde de politie naar de kelder van het pand in de Radarstraat, die was volgestouwd met fietsen. Veel van die fietsen waren opgegeven als gestolen. De fietsen zijn uit de kelder gehaald. Er is nog niemand aangehouden. Bron: www.omroepwest.nl.
Aanpak van fietsdiefstal 89
Een betrekkelijk nieuwe ontwikkeling is dat een aantal private partijen de samenwerking is aangegaan met publieke partijen in de opsporing van vermiste fietsen. Bewust wordt de term ‘vermist’ gebruikt, omdat niet altijd met zekerheid gesteld kan worden dat een fiets gestolen is. Zo zijn er partijen die door middel van het aanbrengen van track and trace op een fiets samenwerken met buitengewone opsporingsambtenaren (boa’s) om een fiets te traceren. Ook is er het voorbeeld van een fietsverhuurder die teams met medewerkers de weg op stuurt om de barcodes van de huurfietsen te scannen en de als vermist opgegeven fietsen weer mee te nemen. In juridische zin verschillen beide methodieken omdat de huurfiets eigendom is van de verhuurder, maar de door de boa getraceerde fiets niet. Deze zal, als er sprake is van een daderindicatie, daarom de politie moeten informeren (Gemeente Barneveld, 2018).
Registratie Bij fiets(diefstal)registratie zijn twee vormen te onderscheiden: negatieve en positieve registratie. In het geval van negatieve registratie is sprake van fietsregistratie nadat de fiets gestolen is. Het gaat hier dan om een aangifte van diefstal bij de politie en een doormelding van deze aangifte in Stopheling. Via de website www.stopheling.nl is te controleren of een fiets als gestolen geregistreerd staat. De database van Stopheling is vervolgens gekoppeld aan het Digitaal Opkopers Register (DOR). Het DOR biedt daarmee de mogelijkheid om automatisch, bijvoorbeeld aan de hand van een serienummer, te controleren of een goed als gestolen geregistreerd staat. Wanneer dit het geval is, is er sprake van een match en ontvangt de politie hiervan automatisch een melding. Daarnaast is er het zogenaamde Fietsdiefstalregister van de RDW, waarbij op chipnummer of merk en framenummer kan worden gecontroleerd of een fiets als gestolen geregistreerd staat. Een aandachtspunt is dat burgers vaak de kenmerken van hun eigen fiets niet kennen en de kans op een onvolledige aangifte toeneemt.8 Daarnaast bestaat in Nederland ook geen framenummerverplichting.9 In het geval van positieve registratie worden fietskenmerken (bijvoorbeeld merk, type, framenummer, kleur) geregistreerd, nog voor er sprake is van fietsdiefstal.
Dit kan al op kleine schaal, bijvoorbeeld via de burger die zelf zijn frame-, chip- en/of framenummer noteert. De Reus (2016) geeft overigens aan dat de mate waarin burgers dergelijke technieken toepassen, afhangen van de prijs van de fiets: hoe hoger de prijs, des te vaker er wordt geregistreerd.
90 Fietsdiefstal in Nederland
Geen framenummerverplichting In 2013 voerde Regioplan onderzoek uit naar de framenummerverplichting (Homburg, 2013). In dat onderzoek werd het volgende geconcludeerd: ‘In termen van effectiviteit is een framenummerverplichting uitwisselbaar met een (zeer sterke) verhoging van de kennis van fietsbezitters en een (zeer sterke) verhoging van de aangiftebereidheid. Alleen in combinatie zorgen een framenummerverplichting, een (zeer sterke) verhoging van de kennis bij fietsbezitters en een (zeer sterke) verhoging van de aangiftebereidheid voor een sterke verbetering van de herkenbaarheid van gestolen fietsen. Daardoor zal de opbrengst van controleacties sterk toenemen’. Door de toenmalige minister is in datzelfde jaar echter besloten om framenummerverplichting niet in te voeren. Hierop heeft de stuurgroep Aanpak Fietsdiefstal (Dessens, 2013) met teleurstelling gereageerd en werd de verwachting uitgesproken dat fietsdiefstal niet verder zal afnemen.
De laatste jaren gaan stemmen op om dit juist in een groter verband uit te voeren. In dat geval wordt positieve registratie vaak vergeleken met het kentekenbewijs van een auto of motorfiets. Dit betekent dat de gegevens van de fiets gekoppeld worden aan de personalia van de eigenaar. Bij een eventuele verkoop van de fiets worden deze gegevens vervolgens overgeschreven naar de koper. Een verregaande vorm van positieve registratie is de zogenaamde blockchain. Via een blockchain wordt alle relevante informatie aaneengeschakeld in een digitaal fietsregister dat gedeeld wordt met meerdere aangesloten partijen. Wat relevante informatie is, is dan rekkelijk, net zoals de bij de blockchain aangesloten organisaties. Een suggestie kan zijn om er in ieder geval informatie van de verkoper (fietskenmerken), de koper (personalia) en verzekeraar (bijvoorbeeld verzekeringsduur) aan te koppelen. Als dan ook instanties zoals de gemeente (bijvoorbeeld boa’s die weesfietsen controleren of gemeentelijke fietsdepots) en politie (voor de aangiften) aangesloten worden, zijn gestolen fietsen direct te koppelen aan de rechtmatige eigenaar.10 Daarnaast kunnen ook andere (private) partijen aansluiten. Bij blockchain wordt ervan uitgegaan dat het delen van de informatie tussen verschillende partijen een actie na de fietsdiefstal versnelt.
Een door een slachtoffer gemelde fietsdiefstal zou dan direct, en met een actuele locatie, kunnen worden verzonden naar de politie, terwijl een verzekeraar ook op de hoogte is van de diefstal en het eventuele terugvinden van de fiets.
Aanpak van fietsdiefstal 91
Onderzoek naar mengvorm (negatieve en positieve registratie) Zoals in hoofdstuk 2 al werd aangegeven, blijkt fietsdiefstal in Amsterdam, in tegenstelling tot de landelijke trend, toe te nemen. Recent werd door de Rekenkamer Metropool Amsterdam een onderzoek afgerond naar het Amsterdamse fietsdiefstalbeleid (De Ridder e.a., 2020). Het levert een tamelijk vernietigend beeld op van een stad die ooit voorloper was in de fietsdiefstalbestrijding, maar momenteel te maken heeft met de wet van de ‘remmende voorsprong’. De aanpak bestaat in essentie uit vier pijlers: het op diefstal controleren van binnengekomen verwijderde fietsen op basis van het framenummer in de systemen van het RDW/Stopheling, het graveren van fietsen door een graveerteam, toezicht door registercontroleurs via het DOR op de fietshandelaren en voorlichting aan fietsers en fietshandelaren. Deze aanpak wordt door de onderzoekers gekwalificeerd als ‘voortgezet uit oud beleid’. Bovendien merken de onderzoekers op dat de aanpak van fietsdiefstalbestrijding wegzakt en ‘in de periode 2002-2006 intensiever en uitgebreider was dan in 2020 het geval is’.
De onderzoekers zien op voorhand al drie alternatieve maatregelen die passen bij hotspotaanpak: 1) het schouwen van de hotspotlocaties met betrekking tot fysieke ingrepen, 2) voorlichting op de hotspots door middel van borden gericht op fietsers en fietsdieven/helers en 3) het informeren van wijkbewoners.
Technische hulpmiddelen Technische hulpmiddelen zijn zowel in preventieve als repressieve zin te gebruiken. Mede door de ontwikkeling van de duurdere e-bikes wordt, vaak nog op beperkte schaal, preventief gebruik gemaakt van bewegingsmelders en startonderbrekers. En wanneer een fiets gestolen is, kan een track and tracesysteem (dat op de fiets is geplaatst, (chip in het frame of op de batterij) ondersteunen bij het terugvinden van de fiets. Dergelijke systemen werken met gps (voor de grove positiebepaling) en/of radiofrequenties (voor de nauwkeurige positiebepaling). Er zijn meerdere aanbieders die dergelijke systemen aanbieden, zowel fietsfabrikanten als particuliere partijen. Daarbij wordt voor de opsporing regelmatig samenwerking gezocht met publieke partijen.11 Ook wat betreft registratie bieden technische hulpmiddelen steeds meer mogelijkheden. Eerder werd al het voorbeeld van de ondersteuning van een robot bij de aangifte en de optie van blockchain genoemd.
92 Fietsdiefstal in Nederland
Ten slotte: combi van maatregelen en ketendenken De Reus (2016) geeft in zijn onderzoek aan dat integraliteit van maatregelen belangrijk is. Hij bestempelt dit als het ‘afvuren van een schot hagel’. Uit de deskresearch komt, hoewel niet zeer frequent, naar voren dat een effectieve aanpak van fietsdiefstal bestaat uit het uitvoeren van meerdere maatregelen tegelijk. Zo blijkt uit een pilot in de Achterhoek dat het aantal aangiften van fietsdiefstal in die regio met de helft daalde. De politie schrijft deze daling toe aan de volgende combinatie van maatregelen: inzet van lokfietsen, het gebruiken van het Digitale Opkopersregister, de aanwezigheid van camera’s en onderzoek van aangiften. Het is evident dat voor het uitvoeren van meerdere maatregelen niet één partij ingeschakeld kan worden. Hiervoor is intensieve samenwerking tussen meerdere partijen nodig. Een dergelijk uitgangspunt wordt dan ook uitgedragen door S.A.F.E.12 Ook in het Stappenplan van het Centrum Fietsdiefstal is ‘samenwerking’ de eerste van zeven stappen die te zetten zijn.13
6.2 Informatie uit de survey Als het gaat om de aanpak van fietsdiefstal dan kijken we naar de preventieve acties die slachtoffers zelf ondernemen, naar de mate waarin aangifte is gedaan en naar hoe het doen van deze aangifte ervaren is.