CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Beke Fietsdiefstal in Nederland

Raadscommissie Algemene Zaken 1 juni 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Fietsendiefstalplaag (VN2023-011871)30.089 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

% 2017

n 2019

% 2019

Totaal aantal fietsen tot € 900

612.480

64%

513.570

51%

€ 900 t/m € 1.499

95.700

10%

120.840

12%

€ 1.500 t/m € 2.099

114.840

12%

151.050

15%

€ 2.100 t/m € 2.399

57.420

6%

80.560

8%

€ 2.400 t/m € 2.699

38.280

4%

60.420

6%

Vanaf € 2.700

38.280

4%

80.560

8%

Totaal aantal verkochte fietsen

957.000

100%

1.007.000

100%

De cijfers tonen aan dat voor alle duurdere prijsklassen geldt dat zowel het aantal als het relatieve aandeel nieuw gekochte fietsen in het dure segment is toegenomen. De grootste procentuele stijging heeft zelfs plaatsgevonden bij de fietsen vanaf 2.700 euro.

De omvang van fietsdiefstal De exacte omvang van fietsdiefstal is lastig te bepalen.10 In onderhavige rapportage maken we met betrekking tot de omvang gebruik van landelijke cijfers. Bovendien wijzen de lokale cijfers nagenoeg allemaal op dezelfde ontwikkeling, zo zal later in deze rapportage blijken.

38 Fietsdiefstal in Nederland

Het CBS (2019) houdt sinds 2010 de politiecijfers bij met betrekking tot het aantal geregistreerde fietsdiefstallen. Volgens deze registraties waren er in 2010 107.465 fietsdiefstallen tegenover 66.690 in 2019, wat neerkomt op een daling van bijna 38 procent. Deze cijfers zijn echter niet indicatief voor de juiste omvangbepaling van fietsdiefstal. In de meeste gevallen wordt er namelijk geen aangifte gedaan van een gestolen fiets.11 Zo blijkt ook uit de Veiligheidsmonitor 2019, aangezien slechts één op de vier slachtoffers van fietsdiefstal aangifte doet. Hiermee is fietsdiefstal het vermogensdelict met de laagste aangiftebereidheid (CBS, 2020) en zijn de cijfers van het CBS, zoals reeds vermeld, dus niet representatief. Een veelgenoemde reden dat burgers geen aangifte doen, is omdat zij het nut er niet van inzien12 vanwege het gegeven dat de politie toch geen actie onderneemt (ANWB, 2018; Baljet, Onkenhout & Vlek, 2018; Levy, Irvin-Erickson & La Vigne, 2018). De Veiligheidsmonitor 2019 toont aan dat 68,5 procent van de burgers vindt dat aangifte doen toch niet helpt, terwijl 25,6 procent van de burgers er geen zin of tijd voor heeft gehad. De resterende redenen om geen aangifte te doen, zijn ‘Het was niet zo belangrijk’, ‘Dit is geen zaak voor de politie’, ‘Het was al opgelost’ en ‘Financiële schade is al vergoed’.

Welke cijfers zijn dan wel indicatief voor het bepalen van de omvang van fietsdiefstal, want door de lage aangiftebereidheid is er sprake van een hoog dark number en is de omvang van fietsdiefstal met name gebaseerd op schattingen. Zo zouden er volgens de hoofdinspecteur van de politie die gedetacheerd was bij de Stichting Aanpak Voertuigcriminaliteit (StAVc) als landelijk coördinator Aanpak Fietsenendiefstal jaarlijks ongeveer een half miljoen fietsdiefstallen plaatsvinden.13 Dit komt redelijk overeen met hetgeen de Veiligheidsmonitor 2019 (CBS, 2020) laat zien, aangezien er in 2017 ruim 560.000 Nederlanders slachtoffer waren van fietsdiefstal tegenover ruim 466.000 in 2019 (zie tabel 2.6).14

Aard en omvang van fietsdiefstal 39

De dataverzameling van de Veiligheidsmonitor Sinds 2012 wordt de Veiligheidsmonitor met dezelfde methode van dataverzameling en grotendeels dezelfde vragenlijst uitgevoerd, waardoor het mogelijk is om jaarlijkse cijfers met elkaar te vergelijken. De dataverzameling van de Veiligheidsmonitor heeft plaatsgevonden via internetvragenlijsten en papieren vragenlijsten in de periode augustus-november 2019. In totaal is een steekproef van ruim 325.000 Nederlanders van 15 jaar of ouder gevraagd om aan het onderzoek deel te nemen. Ruim 135.000 Nederlanders hebben een ingevulde vragenlijst geretourneerd (CBS, 2020), waarbij er sprake is van een representatieve landelijke spreiding. Door de vergelijkbaarheid tussen de jaren en de representativiteit van de Nederlandse bevolking staan de cijfers uit de Veiligheidsmonitor in onderhavig onderzoek centraal.

Tabel 2.6 – Slachtoffers van fietsdiefstal in Nederland (2012-2019, in % en N)15 Jaar

Slachtofferschap (%)

Bevolkingsaantal Nederland (in miljoenen)

Berekend aantal slachtoffers van fietsdiefstal

2012

3,7%

16.7

617.900

2013

3,8%

16.78

637.640

2014

4,1%

16.83

690.030

2015

3,9%

16.9

659.100

2016

3,8%

16.98

645.240

2017

3,3%

17.08

563.640

2019

2,7%

17,28

466.560

Bron: Veiligheidsmonitor 2019 (CBS, 2020).

Deze cijfers laten over een periode van 7 jaar een berekende daling zien van bijna 100.000 slachtoffers van fietsdiefstal. Tot en met 2014 was er jaarlijks nog sprake van een toename in het percentage en aantal slachtoffers van fietsdiefstal, maar sinds 2015 is er sprake van een betrekkelijk sterke afname (CBS, 2020).16 Wanneer de jaren 2012 en 2019 met elkaar worden vergeleken, is er zelfs sprake van een procentuele afname van bijna 25 procent. Deze landelijke trend wordt op lokaal niveau bevestigd. Zo tonen cijfers van het Actieplan Fietsdiefstal Utrecht aan dat er in 2015 nog 4.477 fietsen waren gestolen, tegenover 3.196 fietsen in 2019. Dit komt neer op een procentuele daling van ruim 28 procent. Een stad die tegen

40 Fietsdiefstal in Nederland

deze landelijke trend ingaat, is Amsterdam. Gebaseerd op het aantal aangiften van fietsdiefstallen is de conclusie namelijk dat dit aantal sinds 2012 is toegenomen met 9 procent.17

Een calculatie van de schade van fietsdiefstal op grond van meerdere bronnen Wanneer het berekend aantal slachtoffers van fietsdiefstal op grond van de Veiligheidsmonitor gecombineerd wordt met het gemiddelde aankoopbedrag van een fiets, is een grofmazige, tentatieve calculatie van de omvang van fietsdiefstal op jaarbasis te geven. Het gaat om een calculatie die is bedoeld om de indicatie van de omvang van fietsdiefstal op jaarbasis te schetsen, niet om een exact bedrag na te streven. Het berekend aantal slachtoffers is namelijk een schatting en met de keuze voor het gemiddeld aankoopbedrag op jaarbasis wordt alleen gekeken naar de waarde van nieuw aangeschafte fietsen. Niettemin zien wij de calculatie als een aanvulling op de mening van de experts over de hoogte van de schade van fietsdiefstal op jaarbasis. Figuur 2.3 – Calculatie totale schade fietsdiefstal in Nederland op jaarbasis (in miljoenen euro’s) 700 600 500 400 300 200 100 0 2012

2013

2014

2015

2016

2017

2019

Ter vergelijking: een kostenpost van nagenoeg 600 miljoen euro in 2019 is te vergelijken met de jaarlijkse kosten van verkeersongelukken of de jaarlijkse medische behandelingkosten van sportblessures in Nederland.18 In orde van grootte is het – uitgaande van een gemiddelde prijs van 1 euro per kilo – eveneens te vergelijken met de appel- en perenopbrengst in Nederland.19

Aard en omvang van fietsdiefstal 41

Een andere indicator om de omvang van fietsdiefstal in Nederland te bepalen, zij het via een andere invalshoek, is de database Stopheling. Het ministerie van Veiligheid en Justitie heeft samen met partners deze database geïntroduceerd, om zodoende de verkoop van gestolen goederen te bemoeilijken. Dit gebeurt doordat burgers en opkopers aan de hand van een serienummer kunnen controleren of een goed als verloren of gestolen geregistreerd staat. Indien hiervan sprake is, kan via Stopheling melding worden gedaan bij de politie zodat actie kan worden ondernomen. Sinds 2010 vult de politie de database vanuit het BVI met de registraties van gestolen (verduisterd of verloren) goederen (Ferwerda, Van Ham, Scholten & Jager, 2016). In 2010 stonden er in totaal 40.899 gestolen fietsen geregistreerd. Sindsdien zijn er ieder jaar een bepaalde hoeveelheid gestolen fietsen toegevoegd aan het databestand, waarbij deze hoeveelheid tot en met het jaar 2016 ook jaarlijks sterker toenam. Op 1 mei 2016 stonden er ruim 925.000 goederen in de database van Stop heling, waarbij de fiets het goed was dat het meest geregistreerd stond: 296.539 fietsen (Ferwerda, Van Ham, Scholten & Jager, 2016). Vanaf 2017 is de jaarlijkse hoeveelheid geregistreerde gestolen fietsen waarvan aangifte is gedaan aan het afnemen.

In 2019 zijn er bijvoorbeeld nog 41.464 geregistreerde gestolen fietsen aan het databestand toegevoegd. Al met al staan er, volgens de laatste cijfers uit het derde kwartaal van 2019, in totaal 475.277 gestolen fietsen geregistreerd waarvan aangifte is gedaan.20 Voor alle jaren geldt dat de meeste geregistreerde gestolen fietsen voortkomen uit de politie-eenheid Oost-Nederland, gevolgd door – fluctuerend over de verschillende jaren – de politie-eenheden Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Limburg. Het fietsmerk Gazelle blijkt in alle jaren het meest gestolen te worden, waarbij er wel een afnemende trend waarneembaar is van 14.152 geregistreerde gestolen Gazelle-fietsen in 2010 (35 procent van het totaal aantal gestolen fietsen in 2010) naar 11.720 geregistreerde gestolen Gazelle-fietsen in 2019 (28 procent van het totaal aantal gestolen fietsen in 2019). Het fietsmerk Batavus was met 9.537 geregistreerde gestolen fietsen in 2010 (23 procent) ook een gewillig object, maar dit fietsmerk is gaandeweg de jaren minder populair geworden voor het dievengilde. In 2019 stonden er namelijk nog maar 4.646 gestolen Batavusfietsen geregistreerd in Stopheling (11 procent). Deze procentuele afname is opgevuld door het fietsmerk Cortina.

In 2010 stonden er namelijk nog slechts 545 gestolen Cortinafietsen geregistreerd (1 procent) tegenover 4.912 geregistreerde gestolen Cortinafietsen (12 procent) in 2019. Tegenwoordig blijken met name elektrische fietsen een gewillig object te zijn voor dieven. Dit blijkt ook uit de cijfers van verzekeraar ANWB. In 2019 werden door verzekerden 3.800 gestolen e-bikes gerapporteerd bij de ANWB. Hiermee

42 Fietsdiefstal in Nederland

was er sprake van een toename van 38 procent ten opzichte van 2018. Als oorzaak wordt de doorbraak van de elektrische fiets naar het grote publiek genoemd. Waar de e-bike in het verleden enkel werd gebruikt als recreatief object voor ouderen, fietsen inmiddels ook scholieren met een e-bike naar school en gaan forensen met een e-bike naar het werk. Deze doelgroepen laten de e-bikes vaker op onbeheerde openbare plekken achter zoals winkelcentra, treinstations en uitgaansgebieden, waardoor deze fietsen gemakkelijker weggenomen kunnen worden. Een andere fietsverzekeraar sluit zich aan bij voornoemde conclusies. Uit de cijfers van deze verzekeraar blijkt dat hoe jonger de verzekerde is, hoe sneller een e-bike wordt ontvreemd. Zo wordt de e-bike van een scholier van 16 tot 20 jaar drie keer zo vaak gestolen als de e-bike van een 55-plusser.21 Door de populariteit van de elektrische fiets is ook het aantal gestolen accu’s van deze e-bikes toegenomen.22

2.3 Informatie uit gesprekken en werkbezoeken In deze paragraaf gaan we in op de aard en omvang van fietsdiefstal, op basis van inzichten uit de interviews, expertsessies en werkbezoeken. Als subthema’s komen de prevalentie, motivatie, hotspots en ernst van fietsdiefstal aan bod.

Prevalentie van fietsdiefstal De experts verschillen van mening over de omvang van fietsdiefstallen. Zo zijn er respondenten die – mede door de opkomst van de e-bike – aangeven een toename te zien. Het is immers alom bekend dat wanneer er nieuwe producten op de markt komen, deze in de eerste periode gevoelig zijn voor diefstal. De respondenten die niet enkel kijken naar het diefstalcijfer van e-bikes maar naar alle typen fietsen, spreken van een afname. Zo wordt er door een medewerker van het ministerie van Justitie en Veiligheid benoemd dat er halverwege de jaren ’80 van de vorige eeuw naar schatting 1,2 miljoen fietsen werden gestolen en dat op basis van deze cijfers geconcludeerd moet worden dat preventieve maatregelen hebben gewerkt in de afgelopen 30 jaar gezien de daling in diefstalcijfers. Naast de twee voornoemde trends geeft een medewerker van Swapfiets aan dat het percentage gestolen fietsen van hun redelijk constant is gebleven door de jaren heen. Dit toont aan dat de achtergrond, focus en scope van de respondenten voor een groot deel het idee over de prevalentie van fietsdiefstal bepaalt. Om een representatief beeld te krijgen van het werkelijke aantal fietsdiefstallen zou het aangiftecijfer van de politie uitkomst moeten bieden. De respondenten zijn het er echter over eens dat er sprake is van een hoog dark number door

Aard en omvang van fietsdiefstal 43

een lagere aangiftebereidheid waardoor de politie niet over de representatieve omvang beschikt. Er wordt door de meesten negatief gedacht over deze lage aangiftebereidheid, omdat deze indicatief is voor de politieke agenda en het daaraan verwante urgentiegevoel rondom fietsdiefstal. Om een accurater en representatiever beeld te krijgen van het daadwerkelijke aantal fietsdiefstallen, kan er daarom volgens enkele respondenten beter worden gekeken naar slachtofferenquêtes zoals de Veiligheidsmonitor. Concluderend zien de meeste respondenten op nationaal niveau een daling in het aantal fietsdiefstallen, maar tegelijkertijd ook een toename in het dark number. In paragraaf 5.4 zal hier verder op worden ingegaan.

Motivatie voor fietsdiefstal Van oudsher is fietsdiefstal een bekend fenomeen. Er zijn verschillende redenen voor het dievengilde om een fiets te stelen. Eén daarvan is de opkomst van steeds duurdere fietsen, zoals de e-bike. Dit zorgt ervoor dat fietsdiefstal lucratiever is geworden voor het dievengilde, waardoor er ook een ontwikkeling in dadergroepen heeft plaatsgevonden (zie paragraaf 4.4). Tegenwoordig zijn de prijzen van dit soort fietsen namelijk vergelijkbaar met de prijzen van goedkope auto’s. Dit maakt dat de handelsprijs van een fiets na diefstal voor het dievengilde ook hoger wordt. Buiten het feit dat volledige fietsen worden gestolen, is er in de afgelopen jaren ook een trend waarneembaar waarin enkel fietsonderdelen worden weggenomen. Zo geeft een respondent die bij de politie werkt aan dat accu’s van e-bikes gewild zijn onder het dievengilde. Volgens de respondenten zijn deze ongeveer 500 euro per stuk waard en zijn ze relatief makkelijk te stelen. Er wordt aangegeven dat de politie niet inzichtelijk heeft hoe vaak dit voorkomt, omdat er in de registratiesystemen geen afzonderlijke classificatie voor is. Naast e-bikes en de afzonderlijke onderdelen zijn er nog een aantal type fietsen die gewild zijn bij het dievengilde. Er bestaan immers ook veel dure nietelektrische fietsen. De bakfiets wordt hierin meerdere malen genoemd door de respondenten.

Een expert licht toe: ‘Dure bakfietsen zijn 4000 tot 5000 euro waard. Die worden best vaak gejat’. Naast de bakfiets geldt hetzelfde voor racefietsen. Tot slot worden nog twee specifieke doelwitten genoemd. Zo wordt in een van onze expertsessies Swapfiets als grootste slachtoffer van fietsdiefstal benoemd. De gestolen Swapfietsen komen echter niet terug in de aangiftecijfers, omdat Swap het aantal gestolen fietsen niet meldt aan de politie en Swap gebruikers ook geen aangifte doen. Het laatste doelwit betreft de Cortina U4, zo blijkt uit een kansberekening door verzekeraars waarin ze hebben gekeken naar de kans dat

44 Fietsdiefstal in Nederland

een bepaalde fiets wordt gestolen. De Cortina U4 scoorde het hoogst. Het betreft een zogenaamde family bike, die volgens experts vooral onder de jeugd populair is. Respondenten geven aan dat het stelen van dit type fiets op bestelling gebeurt. De diefstal van deze fiets heeft volgens experts dan ook een duidelijke link met de georganiseerde criminaliteit.

Hotspots van fietsdiefstal Tijdens de interviews, sessies en werkbezoeken zijn de experts gevraagd naar hotspots van fietsdiefstal. Uit deze gesprekken komen twee probleemgebieden in Nederland naar voren: de grotere steden en het grensgebied. Volgens experts zijn steden, en dan met name studentensteden, altijd een constante hotspot geweest voor fietsdiefstal. Een respondent geeft aan: ‘Waar een concentratie van studenten is, zijn relatief veel diefstallen.’ Binnen de steden zijn micro-hotspots te vinden zoals stations, winkelgebieden en pleinen. Dit zijn van oudsher bekende microhotspots. Doordat de duurdere fietsen zoals een e-bike ook steeds vaker wordt gebruikt voor een boodschap bij de supermarkt, blijven deze locaties interessant voor het boevengilde. Desalniettemin geeft een respondent aan dat er de laatste jaren wel meer diversiteit is ontstaan. Zo worden er tegenwoordig ook regelmatig fietsen weggenomen uit schuren en voortuinen.

Moeder (52) en zoon (16) aangehouden voor inbraak in Duiven DUIVEN - 16 maart 2020 Een vrouw van 52 en haar 16-jarige zoon zijn afgelopen weekend aangehouden voor een woninginbraak in Duiven. De politie kreeg zondagochtend een melding van de inbraak aan de Parallelweg, nabij het station. De bewoner miste onder meer twee elektrische fietsen. Die konden snel worden opgespoord. Op de locatie waar de tweewielers stonden, konden de moeder en zoon worden aangehouden. Bron: Omroepgelderland.nl

Het tweede probleemgebied is het grensgebied. Een respondent die bij de politie werkt, benoemt hierbij Oost-Nederland evenals Zuid-Nederland. De gestolen fietsen kunnen vanaf deze locaties makkelijk naar het buitenland getransporteerd worden, waarbij door een respondent het Oostblok wordt genoemd als veelvoorkomende bestemming. Een respondent die werkt bij een fietsverzekeraar geeft aan dat vooral Maastricht een hotspot is. Voor verzekeraars zijn deze

Aard en omvang van fietsdiefstal 45

hotspots van belang in hun beleid. Zo moeten ze beslissen of bepaalde gebieden worden buitengesloten of dat er hogere premies moeten worden gevraagd. De respondenten geven aan dat het belangrijk is om te herkennen dat hotspots verschillen per dader en modus operandi.23 Met de komst van mobiele bendes die zich bezighouden met fietsdiefstal, zijn er naast constante hotspots tevens flexibele hotspots ontstaan. Langs verschillende dorpen en/of steden wordt door deze bendes een diefstalronde gemaakt, waarna de fietsen worden getransporteerd naar het buitenland. Dit fenomeen wordt ook wel mobiel banditisme genoemd, waar overigens geen concrete cijfers over bekend zijn.

Mobiel banditisme Mobiele bandieten plegen stelselmatig en in georganiseerd verband vermogensdelicten, zoals auto-, lading-, metaal- en winkeldiefstal, diefstal uit auto’s en op bouwplaatsen, identiteitsfraude, heling, inbraak, skimming, straatroof en zakkenrollerij. De dadergroepen worden veelal gevormd door personen met dezelfde nationaliteit. In de wetenschappelijke literatuur wordt daarbij met name verwezen naar Albanië, Bulgarije, Litouwen, Polen, Roemenië en Servië als herkomstlanden van deze dadergroepen. Zij zijn vaak enkele weken tot een paar maanden in Nederland om hier goed voorbereid verschillende plaatsen aan te doen, om vervolgens in andere landen dezelfde strafbare feiten te plegen. Onder meer vanwege het ondermijnende karakter is de impact van mobiel banditisme groot. Bron: Van Ham & Ferwerda (2017).

Ernst Het feit dat er sprake is van een hoog dark number heeft volgens de meeste respondenten te maken met het feit dat burgers niet tevreden zijn over hun (eerdere) ervaringen met aangifte doen en de afhandeling ervan door de politie. Ook geven ze aan dat het thema bij de politie geen prioriteit heeft. De meeste respondenten vinden dan ook dat daarin verandering moet komen: ‘Het is heel raar dat we fietsdiefstal gewoon vinden’. Er zijn echter ook enkele respondenten die hier een kanttekening bij plaatsen: ‘Dat er geen prioriteit bij de politie is voor fietsdiefstal, wil nog niet zeggen dat ze er ook niets mee doen’. Zo geeft een andere respondent aan dat wanneer de politie een melding krijgt van diefstal met daarbij een duidelijke locatie, de meeste basisteams van de politie daar wel op acteren; deze teams willen namelijk bij voorkeur daders op heterdaad aanhouden.

46 Fietsdiefstal in Nederland

Naast het feit dat het dark number deels voortkomt uit de handelswijze van de politie, hebben de burgers hierin zelf ook een aanzienlijke rol. Fietsdiefstal wordt namelijk als een maatschappelijk geaccepteerd probleem beschouwd en het urgentiebesef is dus laag. Een respondent zegt hierover: ‘We hebben als samenleving liever dat een verkrachter wordt opgepakt en daarvoor nemen we fietsdiefstal op de koop toe. We doen dan ook enkel aangifte om aanspraak te maken op de verzekering. Daarom bestaan de aangiften uit de dure verzekerde fietsen, terwijl de fietsen die studenten gebruiken hier niet in zitten’. De experts wijten de lage prioriteit onder burgers aan een gebrek aan kennis. Een respondent vertelt hierover: ‘Fietsdiefstal is een groter financieel probleem dan woninginbraken. Per jaar wordt de schade van fietsdiefstal op 600 tot 700 miljoen geschat, wat neerkomt op een gemiddelde schade van 1200 tot 1400 euro per fiets. De burger is zich niet bewust van de magnitude of omvang van het bedrag’. De daling van het aantal fietsdiefstallen die sommige respondenten melden, wordt als positief ervaren, maar ze geven aan dat het voor de beeldvorming tegelijkertijd averechts kan werken; door deze daling kan het gevoel ontstaan alsof het probleem is opgelost. Er wordt dan helemaal geen prioriteit meer aan fietsdiefstal gegeven, waardoor er een ‘succesparadox’ ontstaat.

Alle respondenten zouden daarom toch graag meer aandacht uit zien gaan naar fietsdiefstallen.24

2.4 Belangrijkste bevindingen uit dit hoofdstuk Hieronder staan in chronologische volgorde de belangrijkste bevindingen uit dit hoofdstuk vermeld: ƒ Zowel de search op LexisNexis als op Rechtsspraak.nl laat zien dat in driekwart van de fietsdiefstallen één fiets wordt gestolen en dat dit met name gebeurt in de openbare ruimte. Wel is er een ontwikkeling gaande waarin het steeds vaker voorkomt dat er fietsen in/rondom woningen (garages en schuren) worden weggenomen. Een verschil in de searches is dat LexisNexis aantoont dat met name duurdere fietsen (e-bikes, racefietsen en mountainbikes) worden gestolen, terwijl Rechtspraak.nl laat zien dat het vooral gaat om de gewone fiets, toerfiets en stadsfiets. ƒ Het aantal nieuw gekochte fietsen is in de afgelopen jaren afgenomen, namelijk van 1.400.000 gekochte fietsen in 2007 naar 1.007.000 in

Aard en omvang van fietsdiefstal 47

2019. Echter, de waarde van deze fietsen is wel toegenomen: van ruim 844 miljoen euro in 2007 naar ruim 1.252 miljoen euro in 2019. Dit komt omdat er steeds meer dure e-bikes worden verkocht en steeds minder gewone toer- en stadsfietsen. Daardoor zijn e-bikes en accu’s van e-bikes gewillige objecten geworden voor dieven, aangezien de prijs van deze fietsen substantieel hoger ligt en accu’s per stuk vaak 500 euro waard zijn. ƒ Het aantal slachtoffers van fietsdiefstal neemt af volgens de Veiligheidsmonitor: ruim 560.000 in 2017 tegenover 466.000 in 2019. In relatieve zin is dit een daling van 3,3 procent naar 2,7 procent. Over een langere periode is de daling nog groter. Toch blijft fietsdiefstal, op grond van een tentatieve calculatie, een vermogendelict dat de samenleving in 2019 bijna 600 miljoen euro kost. Daarbij is fietsdiefstal het vermogensdelict met de laagste aangiftebereidheid; burgers zien er het nut niet van in omdat ze verwachten of hebben ervaren dat er toch niets mee wordt gedaan. ƒ Ondanks de daling in aantallen fietsdiefstallen is het fenomeen al jaren het meestvoorkomende vermogensdelict in Nederland. ƒ De database Stopheling bevat alle gestolen fietsen waarvan aangifte is gedaan.

In 2010 stonden er 40.899 fietsen geregistreerd en in het derde kwartaal van 2019 zijn dat er 475.277, waarbij de meeste gestolen geregistreerde fietsen afkomstig zijn uit de politie-eenheid Oost-Nederland. Het fietsmerk Gazelle wordt in alle jaren het meest gestolen. ƒ Een genoemde reden voor fietsdiefstal is volgens experts de opkomst van steeds duurdere fietsen: (accu’s) van elektrische fietsen, bakfietsen en racefietsen. Tevens worden Swapfietsen en Cortina U4 als aantrekkelijke doelwitten aangemerkt. Qua hotspots worden de grotere (studenten)steden genoemd, waarbinnen stations, winkelgebieden en pleinen als micro-hotspots te boek staan. Ook wordt er steeds meer gestolen uit schuren en voortuinen. De tweede hotspot zijn de grensgebieden (Oost-Nederland en Zuid-Nederland) omdat fietsen vanuit hier makkelijk getransporteerd kunnen worden naar met name het Oostblok.

48 Fietsdiefstal in Nederland

ƒ Experts verschillen naar gelang hun achtergrond, focus en scope in hun idee over de prevalentie van fietsdiefstal, maar het overgrote deel spreekt van een afname. Dit is positief, maar tegelijkertijd kan hierdoor het idee ontstaan dat het probleem is opgelost: de zogenaamde ‘succesparadox’. Daarnaast is het urgentiebesef onder burgers laag en is fietsdiefstal een maatschappelijk te geaccepteerd probleem.

Eindnoten 1.

In hoeverre de mediaberichten een representatief beeld schetsen, is gezien de verschillen in aandacht per redactie voor het thema en mogelijk andere journalistieke overwegingen niet nader aan te geven. 2. De overige locaties zijn een bouwmarkt, fietsenstalling, bibliotheek, markt, fietsenwinkel, school, sporthal, KNRM-locatie, kerk, carpool-/parkeerplaats, recreatieplas, kapper, wielerverenging, camping, haven, stadhuis, zorgcentrum, hotel, ziekenhuis, cafetaria, asielzoekerscentrum, buitengebied, zwembad en tijdens een recreatieve fietstocht. 3. Van de lokfietsen is niet bekend om welk soort fiets het gaat, maar afgaande op ons werkbezoek aan de politie die de lokfietsen uitzet zullen dit voornamelijk gewone fietsen, toerfietsen en stadsfietsen zijn geweest. 4. Daarnaast heeft diefstal plaatsgevonden uit de (achter)tuin, een berging (in de tuin), een tuinhuis, een souterrain, een oprit, een carport en een stal. Daarnaast zijn er nog een aantal locaties vanwaar fietsen zijn gestolen.

Hierbij gaat het om diefstal vanuit een garagebox onder een flatgebouw, een berging in een flatgebouw en een kelderbox in een flatgebouw, bedrijfspanden (waaronder driemaal uit een fietsenwinkel), een boxengang in portiekwoningen, een schoolplein en een fietsenstalling op school, een kelderbox, een schuur die bij een chalet behoort, een parkeergarage van een appartementencomplex, een opslagruimte, een fietsenrek die te vinden was op een auto die op een afgesloten parkeerterrein van een hotel stond, een bungalow op een vakantiepark en een camping. 5. BOVAG, 28 februari 2020 6. BOVAG, 28 februari 2020 7. BOVAG, 28 februari 2020. 8. BOVAG, 28 februari 2020. 9. BOVAG, 28 februari 2020. 10. Accell Group, n.b. 11. Fietsersbond, n.b. b 12. Beveiligingsnieuws.nl, 16 mei 2018. 13. Accell Group, n.b. 14. Het is mogelijk dat deze slachtoffers zelf ook een aandeel hebben gehad in de omvangbepaling. Het is namelijk mogelijk dat één fietsdiefstal leidt tot een reeks gerelateerde misdaden. Dit wordt ook wel een crime multiplier genoemd. Een slachtoffer van fietsdiefstal zal in dat geval ook een fiets stelen om zodoende het verlies te compenseren. Daarnaast kunnen slachtoffers een fiets kopen waarvan zij weten dat deze is gestolen door anderen (Johnson, Sidebottom & Thorpe, 2008).

Aard en omvang van fietsdiefstal 49

15.

De Veiligheidsmonitor (VM) is met ingang van 2019 een tweejaarlijks (in oneven jaren) terugkerend bevolkingsonderzoek naar veiligheid, leefbaarheid en slachtofferschap. Tot en met 2017 was het een jaarlijks onderzoek. In 2018 heeft geen onderzoek plaats gevonden. 16. Deze cijfers zijn op basis van de Veiligheidsmonitor, die onder Nederlandse burgers wordt gehouden, en geven geen zicht op de cijfers van diefstallen uit fietswinkels. 17. AT5, 31 maart 2020. 18. FAQT, 18 oktober 2019; Alles over Sport, 21 november 2019. 19. NU.nl, 25 juli 2019. 20. Als een fiets wordt teruggevonden, wordt deze uit de registratie verwijderd. 21. Algemeen Dagblad, 11 maart 2020. 22. De Gelderlander, 2 maart 2020. 23. Op daders en modus operandi komen we terug in de hoofdstukken 4 en 5. 24. Tegelijkertijd kan deze daling ook leiden tot een stimulans als aannemelijk te maken is dat dit door de inspanningen van alle betrokken partijen, inclusief burgers, veroorzaakt wordt. Dit is op grond van het onderzoek alleen niet mogelijk.

50 Fietsdiefstal in Nederland

3 Slachtoffers van fietsdiefstal In dit hoofdstuk wordt vanuit drie bronnen een beeld geschetst van slachtoffers van fietsdiefstal. Naast informatie uit de literatuur en andere openbare bronnen en de meningen van experts gaat de nodige aandacht uit naar de survey.

3.1 Informatie uit literatuur en openbare bronnen Er is op landelijk niveau niet veel recent onderzoek verricht naar slachtoffers van fietsdiefstal. De Reus (2016) heeft binnen veertien gemeenten onderzoek verricht naar de aanpak van fietsdiefstal en besteedt ook aandacht aan slachtofferkenmerken, maar heeft het vooral over de redenen om de fiets te gebruiken, de invloed van het weer hierop en het moment van diefstal. Hij refereert wel naar een onderzoek van Johnson e.a. (2008), waaruit blijkt dat 30 procent van de slachtoffers meer dan een keer een fietsdiefstal heeft meegemaakt. Ook gaat De Reus (2016) dieper in op de impact van een fietsdiefstal. Daarbij wordt verwezen naar 20 tot 25 procent van de slachtoffers die de fiets vaker laten staan uit angst voor hernieuwd slachtofferschap. Ook kan het onveiligheidsgevoel toenemen. Wanneer er enkel wordt gekeken naar ANWB-leden kan er geconcludeerd worden dat in 2017 maar liefst 21 procent van de leden hun fiets ‘wel eens’ thuis hebben laten staan uit angst voor fietsdiefstal. Hiervoor geven zij verschillende redenen: het hebben van een dure fiets en specifieke locaties en tijdstippen zoals in de avond, op het station, in de stad, bij grote evenementen, in onveilige buurten, op plekken waar weinig mensen zijn en waar al eerder een fiets is gestolen.

Daarnaast laat men de fiets liever thuis als er geen plekken zijn om de fiets aan vast te maken en als er geen (bewaakte) fietsenstalling is (Baljet, Onkenhout & Vlek, 2018). Daarnaast blijkt uit onderzoek dat het risico op diefstal ook impact heeft op toekomstig koopgedrag van een fiets. Een nog groter aantal fietsers ziet vanwege

Slachtoffers van fietsdiefstal 51

het diefstalrisico af van het kopen van een goede fiets (Chen, Liu & Sun, 2018; Hendriks, Louwerse & Tetteroo, 2016).

3.2 Informatie uit de survey Algemene gegevens van slachtoffers Van 31 januari 2020 tot en met 2 april 2020 heeft de vragenlijst met betrekking tot fietsdiefstal online gestaan. In ruim twee maanden tijd is via diverse kanalen1 getracht deze vragenlijst onder de aandacht te brengen van mensen die in 2019 slachtoffer zijn geworden van fietsdiefstal. In totaal is de vragenlijst 2.433 keer ingevuld. Van zeker 95 procent van deze 2.433 respondenten is de leeftijd, geslacht, postcode of dagelijkse bezigheid bekend. Gemiddeld zijn de respondenten 43 jaar oud, waarbij de jongste respondent 10 jaar oud is en de oudste respondent 99 jaar. De vragenlijst is door meer vrouwen dan mannen ingevuld: 55 procent van de respondenten is vrouw, ten opzichte van 45 procent mannelijke respondenten.2 Behalve geslacht en leeftijd is gevraagd naar postcodegebied. Op basis van een viercijferige postcode zijn twee indelingen gemaakt: naar provincie en naar mate van verstedelijking, opgedeeld naar G4, G25 en overige gemeenten.3 Hieruit blijkt dat ongeveer twee derde van de respondenten uit de provincies Utrecht (36 procent) en Groningen (33 procent) komen. 4 Een reden hiervoor is dat de vragenlijst in enkele provincies bovenmatige media-aandacht heeft gekregen, waardoor de respons in deze provincies hoger is uitgevallen.

Op grond van voorgaande statistieken is te concluderen dat de vragenlijst niet representatief is voor de Nederlandse bevolking en de uitkomsten van de survey als zodanig niet te extrapoleren zijn naar bijvoorbeeld de omvang van fietsdiefstal in Nederland. Veeleer is de survey te gebruiken als een bron voor slachtofferervaringen en suggesties voor de aanpak van fietsdiefstal, zoals ook de bedoeling was. Wel willen we voor bijvoorbeeld deze slachtofferervaringen nog nadere uitsplitsingen doen naar interessante aandachtsgebieden, zoals de mate van verstedelijking waarin slachtoffers woonachtig zijn en de dagelijkse bezigheden. Voor de mate van verstedelijking geldt dat ruim een derde (36 procent) in de G4 woont, ongeveer een kwart (26 procent) in de G25 en 38 procent van de respondenten in een overige gemeente woont. Ten slotte is respondenten gevraagd naar hun dagelijkse bezigheid. Ruim de helft (56 procent) van de respondenten geeft aan te werken, terwijl een vijfde (20 procent) studeert en zestien procent met pensioen is. Een klein deel van de respondenten (4 procent) geeft aan werkloos te

52 Fietsdiefstal in Nederland

zijn. Ongeveer vijf procent van de respondenten geeft aan zich dagelijks met iets anders bezig te houden. De meeste respondenten (46 procent) hebben één fiets in hun bezit, terwijl 34 procent aangeeft twee fietsen in bezit te hebben. Iets minder dan een vijfde van de respondenten (18 procent) bezit drie of meer fietsen. Slechts twee procent geeft aan helemaal geen fiets in bezit te hebben, maar alleen gebruik te maken van een huur- of leasefiets. Gemiddeld hebben de 2.433 respondenten 1.115 euro voor hun (beste) fiets5 betaald. Ruim een derde van de respondenten (36 procent) betaalde minder dan 500 euro voor hun (beste) fiets, bijna de helft (46 procent) betaalde tussen de 500 en 2.000 euro en bijna een vijfde (18 procent) meer dan 2.000 euro. Zoals eerder al werd vermeld zijn er 49 respondenten (2 procent) die geen fiets in bezit hebben, maar wel een fiets hebben gehuurd of geleased (zoals een OV- of Swapfiets). Het aantal respondenten dat zowel een fiets huurt of leaset, en een of meerdere fietsen in bezit heeft, is 601. In de analyses maken we een onderscheid tussen 1) bezitters van een of meerdere fietsen 2) respondenten die een fiets huren of leasen en 3) respondenten die zowel een of meerdere fietsen bezitten als een fiets huren dan wel leasen. In tabel 3.1 wordt het aantal respondenten per onderscheiden categorie vermeld.

Tabel 3.1 – Eigenaren en huurders fietsen (n=2.433) n

%

Eigenaren

1783

73%

Huurders

49

2%

Eigenaren en huurders

601

25%

Totaal

2433

100%

Ten behoeve van de analyse maken we een onderscheid tussen de eigenaren en huurders van fietsen. Eerst bespreken we in paragraaf 3.2.1 de resultaten van de analyse op de eigenaren, waarna in paragraaf 3.2.2 de resultaten van de analyse op de huurders aan de orde komt. In de analyses hebben we respondenten meegenomen die zowel eigenaar als huurder zijn.

3.2.1 Eigenaren Ruim twee derde van de respondenten (66 procent) geeft aan dat er een of meerdere fietsen van hen zijn gestolen.6 In de helft van de gevallen (51 procent) gaat

Slachtoffers van fietsdiefstal 53

het om één gestolen fiets, terwijl twaalf procent aangeeft dat het om twee gestolen fietsen gaat. Van een klein deel van respondenten (3 procent) werden er in 2019 drie of meer fietsen gestolen. Het type fiets dat wordt gestolen, is in de meeste gevallen een stads- of toerfiets (de ‘gewone’ fiets). Dit is ook logisch omdat alleen al de aantallen stads- of toerfietsen in Nederland veel hoger liggen dan de andere soorten fietsen. Het aandeel andere typen fietsen die in 2019 van de respondenten gestolen zijn, is beperkt (zie figuur 3.1). Figuur 3.1 – Type gestolen fiets(en) (n=1.551) Stads- of toerfiets Randonneur, tracking bike of hybride fiets Mountainbike Racefiets Andere typen fietsen Speed pedelec Kinderfiets

0

20

40

60

80

100

Uit de survey komt naar voren dat bijna een op de zes gestolen fietsen elektrisch zijn (17 procent). Aan respondenten is gevraagd het type elektrische fiets aan te geven. Hierbij worden dezelfde categorieën gehanteerd als in figuur 3.1. Wederom blijkt dat het type elektrische fiets dat het meest gestolen is, de stads- of toerfiets is. Ongeveer tien procent van de gestolen elektrische fietsen is als randonneur, tracking bike of hybride fiets te typeren.

Schade De schade die de fietsdiefstal opleverde, werd voor ruim een vijfde van de respondenten (22 procent) (deels) vergoed door hun verzekering, terwijl meer dan drie kwart (78 procent) aangeeft dat de geleden schade niet verzekerd was of door de verzekering werd gedekt. In twee derde van de gevallen (67 procent) is de geleden schade minder dan 500 euro, in bijna een kwart (23 procent) tussen 500 en 1000 euro en een op de negen (11 procent) van de respondenten geeft aan dat de geleden schade door de fietsdiefstal meer dan 1.000 euro is.

54 Fietsdiefstal in Nederland

Impact fietsdiefstal De impact die fietsdiefstal op slachtoffers heeft varieert tussen emotionele en financiële impact. Sommige respondenten (11 procent) geven aan dat de fietsdiefstal niet of nauwelijks impact heeft gehad, omdat een fiets volgens hen ‘maar een ding´ is. Een respondent licht zijn antwoord als volgt toe: ‘In eerste instantie boosheid omdat ze van andermans spullen af moeten blijven, maar uiteindelijk had ik alleen materiële schade die vergoed werd door de verzekering en heb ik er geen verdere schade van gehad.’ Voor ongeveer de helft van de slachtoffers (49 procent) had de fietsdiefstal een emotionele impact. Slachtoffers kunnen bijvoorbeeld gehecht zijn aan een fiets als ze deze al geruime tijd in hun bezit hebben, of wanneer ze deze van een (overleden) familielid hebben gekregen. De impact van een fietsdiefstal blijkt ook uit het volgende citaat: ‘Ik droom er van hoe ik beter had moeten opletten of beter om mij heen had moeten kijken. Want het is in vijf minuten gebeurd. En mensen hadden er twee mannen mee zien weglopen! Ik had binnen twee weken een nieuwe fiets. Geweldig! Maar vergeten kan ik het nog niet. En ik ben elke keer bang dat mijn fiets er niet meer staat.

Het is ook de tweede keer dat mijn elektrische fiets is gestolen, destijds was ik niet verzekerd, nu gelukkig wel.’ Twee derde van de respondenten (66 procent) geeft aan dat er sprake is van financiële impact. Veel slachtoffers zijn namelijk genoodzaakt om een nieuwe fiets te kopen. Niet iedere respondent heeft daar echter de middelen voor, zeker als het om de diefstal van een (relatief) dure fiets gaat.

3.2.2 Huurders In deze paragraaf komen alle bevindingen rondom de huurders van fietsen aan bod. In totaal geven 650 respondenten aan dat zij in 2019 een fiets hebben gehuurd. In de meeste gevallen gaat het om een OV- (85 procent) of Swapfiets (25 procent). Enkele respondenten geven daarnaast aan gebruik te hebben gemaakt van een lease-fiets (3 procent).7 Van de 650 huurders geven er 41 (6 procent) aan dat de gehuurde of geleasede fiets is gestolen. Op deze 41 slachtoffers zijn nadere analyses uitgevoerd.

Impact fietsdiefstal Bijna drie kwart van de huurders van fietsen (73 procent) geven aan dat de impact van de diefstal voornamelijk financieel was. Respondenten geven aan dat wanneer een huurfiets wordt gestolen, een eigen risico van toepassing is. Meerdere huurders geven in het vrije invulveld aan dat er 40 euro aan eigen risico moest worden betaald voor de diefstal van hun Swapfiets. Voor ruim een vijfde van de

Slachtoffers van fietsdiefstal 55

slachtoffers (22 procent) was de impact (ook) emotioneel. Voor zeven respondenten (17 procent) heeft de fietsdiefstal geen impact gehad: een fiets is volgens hen maar een ‘ding’.

3.3 Informatie uit gesprekken en werkbezoeken In deze paragraaf wordt ingegaan op slachtofferschap van fietsdiefstal, op basis van inzichten uit de interviews, expertsessies en werkbezoeken. Allereerst wordt een typologie gegeven van slachtoffers, om vervolgens in te gaan op de emotionele en/of financiële impact op slachtoffers. Als laatste komen de subthema’s maatregelen en het doen van aangifte aan bod.

Slachtoffertypologie Er worden door de experts drie slachtoffertypes omschreven: de consument, de fietshandelaar die fietsen verkoopt en organisaties zoals Swapfiets die fietsen verhuren. Alle groepen ervaren negatieve gevolgen van fietsdiefstal, maar de consument wordt benoemd als grootste slachtoffer. In het vervolg wordt eerst op de consument ingegaan, daarna worden de twee overige typen slachtoffers kort besproken. Volgens de respondenten loopt iedere fietseigenaar het risico dat zijn of haar fiets wordt gestolen. Een fietseigenaar kan hiertegen maatregelen nemen maar wanneer de nieuwigheid van het gebruiksvoorwerp af is, nemen hij of zij minder veiligheidsmaatregelen dan voorheen. Maar een consument is zich ook niet altijd bewust van de noodzaak om de fiets goed op slot te zetten. Daarom moet de kennis omtrent veiligheidsmaatregelen ook vergroot worden, zodat ze dubbel op slot gezet gaan worden of veilig gestald gaan worden. Er zijn dus verschillen in het risico op slachtofferschap naar gelang de wijze waarop een fietseigenaar zijn fiets gebruikt en beveiligd. Er worden twee factoren onderscheiden die interacteren met deze gebruikswijze (zorgvuldig versus onzorgvuldig): de fietssoort (duur versus goedkoop) en de leeftijd van de fietseigenaar (jongeren versus volwassenen en ouderen).

Ter illustratie: een volwassen man die over een in te klappen en mee te nemen vouwfiets beschikt omdat dat gunstig is voor het woon-werkverkeer waarin hij zich iedere dag begeeft, loopt minder risico om slachtoffer te worden van fietsdiefstal dan ouderen die eigenaar zijn van e-bikes gezien de waarde van deze fietsen. Echter, ouderen lopen dan weer minder risico dan jongeren met e-bikes omdat zij zorgvuldiger omgaan met de fiets: ‘Ouderen fietsen, zitten bij hun fiets op een terras en zetten hun fiets weer binnen als ze thuis zijn. Jongeren zetten de

56 Fietsdiefstal in Nederland

fiets overal neer: bij het sportveld, de bioscoop, et cetera’. Veel respondenten geven daarom aan dat de slachtoffers van fietsdiefstal steeds jonger worden. Naast de consument zijn ook de fietshandelaren wel eens slachtoffer van fietsdiefstal. Zo vertelt een fietshandelaar: ‘Ik ben zelf slachtoffer van fietsdiefstal geweest, vier maanden geleden nog. Op de oprit wilde iemand zijn band oppompen, maar hij pakte ineens een tweedehands fiets. Ik had het niet door, zo snel ging het.’ Volgens respondenten is deze vorm van diefstal kleinschalig, maar cijfers over deze vorm van diefstal zijn niet voorhanden. Een ander fenomeen waar fietshandelaren mee te maken hebben, zijn inbraken in het bedrijfspand, mede veroorzaakt door mobiel banditisme. Meerdere daders breken dan in en nemen meerdere (dure) fietsen mee. Hierbij ligt de schade logischerwijs hoger en de psychologische impact op de ondernemer is groot. Tot slot zijn er organisaties zoals Swapfiets die fietsen verhuren aan consumenten. Ook deze fietsen kunnen gestolen worden (Swapfiets spreekt zelf over vermiste fietsen), waardoor deze organisaties slachtoffer worden via de consument. Volgens een medewerker van Swapfiets is er weinig herhaald slachtofferschap, maar dat heeft er volgens hem waarschijnlijk mee te maken dat klanten geen volgende fiets meer huren na de fiets te zijn kwijtgeraakt.

Emotionele en/of financiële impact Slachtoffers van fietsdiefstal kunnen emotionele en/of financiële impact ondervinden na het kwijtraken van de fiets. De emotionele impact zit hem met name in het onthand zijn van een dagelijks product waaraan ze gehecht zijn: ‘Mensen vinden het vervelend, frustrerend en vooral een hoop gedoe’. Dat mensen gehecht kunnen raken aan een fiets blijkt uit het volgende: ‘Mensen zijn ook blijer als ze hem terug krijgen dan als ze een ander krijgen. Hierin zit een stuk rechtvaardigheidsgevoel’. Naast de emotionele impact is er mogelijk sprake van financiële waarde. Hiervan is sprake gezien het feit dat de aanschaf van fietsen steeds duurder wordt en er nog steeds mensen zijn die zich niet tegen diefstal verzekeren. Hieruit valt een bepaald continuüm af te leiden. Zo is er aan het ene uiterste van het continuüm sprake van slachtoffers die geen emotionele of financiële impact ondervinden, waarbij te denken valt aan een student die zijn voor tien euro gekochte fiets kwijt is en dit ziet als een normaal verschijnsel. Deze student toont berusting, ondanks het feit dat het ongewenst is. Een oudere vrouw van wie haar elektrische fiets is gestolen, kan daarentegen wel emotionele impact ondervinden. Doordat ze verzekerd is en ze een nieuwe elektrische fiets krijgt voor de nieuwwaarde heeft ze echter geen last van financiële gevolgen, behalve

Slachtoffers van fietsdiefstal 57

de eventuele verzekeringspremie voor de nieuwe fiets. Het andere uiterste van het continuüm betreft iemand die veelvuldig gebruik maakte van zijn of haar dure fiets maar hier niet tegen verzekerd was, waardoor er zowel sprake is van emotionele als financiële impact. Daarnaast heeft fietsdiefstal ook emotionele impact op mensen waarvan de eigen fiets niet is gestolen, maar die niet meer hun fiets durven mee te nemen uit angst voor fietsdiefstal: ‘Dit geldt voor één op de vijf mensen. Dan ben je eigenlijk al slachtoffer’. Ook zijn er door fietsdiefstal financiële gevolgen voor toekomstige fietseigenaren. Een fietsstallingmedewerker geeft namelijk aan dat hij verwacht dat verzekeraars en fietsverleners de verzekeringspremie zullen verhogen indien fietsdiefstal niet verder wordt ingeperkt. Hieruit blijkt dus dat fietsdiefstal impact heeft op de fietseigenaar als individu, maar dat het fenomeen fietsdiefstal ook uitstraling heeft naar de gehele samenleving.

3.4 Belangrijkste bevindingen uit dit hoofdstuk Hieronder staan in chronologische volgorde de belangrijkste bevindingen uit dit hoofdstuk vermeld. ƒ Fietsdiefstal heeft impact op een deel van de fietsgebruikers; zij laten hun fiets thuis staan uit angst voor (hernieuwd) slachtofferschap. Daarnaast blijkt dat een groot aantal fietsers een minder goede fiets koopt vanwege het diefstalrisico. ƒ De survey met betrekking tot slachtofferschap van fietsdiefstal is ingevuld door 2.433 personen, waarvan 2 procent geen eigenaar is van een fiets maar gebruik heeft gemaakt van een huur- of leasefiets. Gemiddeld hebben de 2.433 personen 1.115 euro betaald voor hun (beste) fiets. ƒ Voor de eigenaren van fietsen geldt dat er in 2019 in het overgrote deel van de gevallen één fiets wordt gestolen, waarbij het met name de stads- of toerfiets bevat. Bij één van de zes eigenaren was er sprake van een elektrische fiets. De schade die de diefstal opleverde, werd voor ruim een vijfde van de respondenten (deels) vergoed door de verzekering. Waar enkele respondenten aangeven dat fietsdiefstal geen impact heeft gehad omdat het ‘maar een ding’ is, geeft de helft van de respondenten aan dat het wel emotionele impact heeft gehad vanwege het

58 Fietsdiefstal in Nederland

feit dat ze emotioneel gehecht waren aan de fiets. Twee derde van de respondenten geeft aan ook financiële impact te ondervinden, omdat ze een nieuwe fiets moesten aanschaffen. Degenen die een OV-fiets of Swapfiets huren en van wie deze gestolen is, geven ook aan voornamelijk financiële impact te ondervinden omdat zij 40 euro eigen risico moeten betalen. ƒ Experts onderscheiden drie typen slachtoffers: de consument, de fietshandelaar en de organisaties die fietsen verhuren. De consument kan maatregelen nemen tegen fietsdiefstal, maar doet dit (te) weinig en is zich ook niet altijd bewust van de noodzaak om de fiets goed op slot te zetten. Van invloed op de hoeveelheid genomen maatregelen is de fietssoort (duur versus goedkoop) en de leeftijd van de fietseigenaar. De fietshandelaar heeft te maken met daders die impulsief fietsen wegnemen of met georganiseerde inbraken, terwijl verhuurorganisaties te maken hebben met uitgeleende fietsen die vermist (waaronder deels gestolen) raken. ƒ Volgens experts kan fietsdiefstal emotionele impact hebben op slachtoffers, omdat ze iets kwijtraken waar ze aan gehecht waren. Daarnaast kan het ook een financiële impact hebben; met name voor de slachtoffers die hun fiets niet verzekerd hebben tegen diefstal. Naast dat fietsdiefstal impact heeft op het individu, stellen experts dat het ook impact heeft op de gehele samenleving.

Eindnoten 1.

2. 3.

Aan bijvoorbeeld studenten- en wielerverenigingen is verzocht om een mail met daarin een link naar de online survey in te vullen, Ook zijn de volgende instanties benaderd voor het uitzetten van de mail: regionale omroepen, verzekeraars, S.A.F.E., het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid, ANWB, Centrum Fietsdiefstal en Fietsersbond. Ook hebben we de survey via onze eigen communicatiekanalen (Facebook, Twitter en LinkedIn) uitgezet. Zeven respondenten vulden bij geslacht ‘anders’ in. Voor de mate van verstedelijking worden respondenten woonachtig in de G4 (gemeente Amsterdam, Rotterdam, Den Haag of Utrecht) onderscheiden van respondenten woonachtig in de G25 (gemeente Eindhoven, Groningen, Tilburg, Almere, Breda, Nijmegen, Apeldoorn, Haarlem, Arnhem, Enschede, Amersfoort, Zaanstad, Haarlemmermeer, Den Bosch, Zwolle, Zoetermeer, Leiden, Leeuwarden, Maastricht, Dordrecht of Ede) of respondenten woonachtig in overige gemeenten (buiten de G25).

Slachtoffers van fietsdiefstal 59

4.

5.

6. 7.

Behalve Utrecht en Groningen is de woonachtige provincie van respondenten (in aflopende volgorde): Drenthe (7 procent), Zuid-Holland (5 procent), Gelderland (5 procent), Noord-Holland (5 procent), Limburg (3 procent), Noord-Brabant (3 procent), Overijssel (2 procent), Friesland (1 procent), Flevoland (0 procent) en Zeeland (0 procent). Voor respondenten met meerdere fietsen in bezit is gevraagd de winkelprijs van hun beste fiets te schatten. Voor respondenten met één fiets is gevraagd deze schatting te maken voor betreffende fiets. De gemiddelde prijs kan hierdoor als bovengrens worden beschouwd. De survey is niet alleen gericht geweest op slachtoffers van fietsdiefstal. Aan de niet-slachtoffers is bijvoorbeeld gevraagd naar suggesties voor de aanpak van fietsdiefstal. Het cumulatieve percentage ligt boven 100 procent omdat er sprake kan zijn van huur van meerdere soorten fietsen (bijvoorbeeld OV-fiets en Swapfiets).

60 Fietsdiefstal in Nederland

4 Daders van fietsdiefstal De basis voor dit hoofdstuk ligt in twee bronnen: de informatie uit de literatuur en andere openbare bronnen en de meningen van experts. In de survey zijn namelijk geen vragen gesteld over mogelijke daders van de fietsdiefstal.

4.1 Informatie uit literatuur en openbare bronnen Op internetsites wordt gemeld dat met name gelegenheidsdieven zich in het verleden schuldig maakten aan fietsdiefstal, maar dat tegenwoordig ook steeds meer georganiseerde bendes zich bezig houden met dit delict.1 Dit wordt bevestigd door onderzoek van Hendriks e.a. (2016), waarin wordt gemeld dat georganiseerde bendes doelgericht grotere aantallen fietsen stelen die vervolgens naar het buitenland getransporteerd worden. Een bijkomende factor voor de globalisering van fietsdiefstal is de groeiende aandacht voor duurzaamheid en de veranderende rol van de fiets in de mobiliteitsketen.2

Bende Polen heeft het voorzien op Rotterdamse fietsen In Den Haag en Rotterdam zijn zes Poolse verdachten aangehouden. Volgens de politie zijn zij onderdeel van een geoliede machine van professionele fietsendieven. De politie spreekt van het oprollen van een ‘crimineel netwerk dat zich bezighoudt met georganiseerde misdaad’. De verdachten waren in Rotterdam en de regio Den Haag op zoek naar vooral dure fietsen. Die werden vervolgens in een busje gehesen en naar speciale loodsen overgebracht. Zo stuitte de politie in Rotterdam op een loods met 21 fietsen die klaar stonden om naar Polen te worden vervoerd. De vaak elektrische tweewielers zouden daar weer in elkaar worden gezet en voor zo’n

Daders van fietsdiefstal 61

450 euro per stuk worden doorverkocht. Aangezien het zeker om vijftig fietsen per week gaat, is er sprake van aanzienlijke handel. In 2016 vermoedde de politie ook al dat er bendes aan het werk waren in Rotterdam. In december werd toen een busje met negentien vrijwel nieuwe rijwielen gevonden en werden er vier verdachten gearresteerd. Deze fietsen waren onder meer ontvreemd in het centrum en in de buurt van het Zuidplein en metrostation Slinge. Fietsdiefstal is een groot probleem in Rotterdam. Bron: www.ad.nl

Daarnaast wordt fietsdiefstal voor de georganiseerde misdaad steeds lucratiever. Dit hangt ook samen met de introductie van steeds duurdere fietsen.3 De opbrengsten zijn vergeleken met bijvoorbeeld drugs- of wapenhandel een stuk kleiner, maar daar staat tegenover dat de pakkans klein is en, als daders worden gepakt, de strafmaat in vergelijking met andere vormen van criminaliteit laag is. 4

De straf voor fietsdiefstal De straffen die fietsendieven kunnen verwachten zijn vaak beperkt (Vollaard, 2017). Over het algemeen krijgt een dader een geldboete van 300 euro voor fietsdiefstal. Het gaat dan om een eenvoudige fietsdiefstal, zonder betrokkenheid van anderen. Wanneer een dader samen met een ander een fietsdiefstal pleegt, wordt de straf hoogstwaarschijnlijk hoger. Verder is de waarde van de gestolen goederen van belang voor de hoogte van de straf. Wanneer er geweld wordt gepleegd bij de fietsdiefstal gaat de straf fors omhoog. In dat geval gaat het namelijk niet meer om fietsdiefstal, maar om diefstal met geweld. De ernst en de aard van het geweld is dan mede bepalend voor de hoogte van de straf. Bron: www.strafrechtadvocatennetwerk.nl

Om een beeld te krijgen van de daders van fietsdiefstal in Nederland is eveneens met LexisNexis gezocht naar een aantal daderaspecten. Zo is ten eerste vastgelegd hoeveel daders schuldig worden bevonden aan fietsdiefstal en wat hun leeftijd is ten tijde van die diefstal. Daarnaast is geanalyseerd hoeveel, welke soorten, waar en hoe de fietsen zijn gestolen.

62 Fietsdiefstal in Nederland

De dadergroep en de omvang van fietsdiefstal In 137 van de 198 geanalyseerde mediaberichten over fietsdiefstallen is bekend om hoeveel daders het gaat. Daaruit blijkt dat fietsdiefstal met name een eenmans-activiteit is. In 103 van de 137 incidenten (75 procent) was hier namelijk sprake van. De overige fietsdiefstallen worden met name gepleegd door een samenwerking tussen twee (16 procent) of drie daders (8 procent). Het maximale aantal daders van een fietsdiefstal betreft vier personen (1 procent). Dit betreft een Poolse bende die 27 dames- en herenfietsen had gestolen en deze hadden opgeslagen in een opslagbox van Shurgard. De daders hadden de trappers van de fietsen verwijderd en daarnaast hadden zij bij een deel van de fietsen het framenummer weggehaald en deze vervangen door een nieuwe. Bovendien hadden zij nieuwe sloten aangebracht. De fietsen werden op deze manier klaargemaakt om te worden vervoerd naar Polen. In totaal heeft het geresulteerd in een dadergroep van 184 personen. Vervolgens is er gekeken naar de leeftijd van deze daders.

Van de 137 incidenten waarin informatie staat omtrent de hoeveelheid daders, is er in 82 incidenten – waarin 113 personen zich schuldig hebben gemaakt aan fietsdiefstal – bekend wat de leeftijd van de daders is.5 Het blijkt dat de gemiddelde leeftijd van deze 113 personen 24,5 jaar is, waarbij de jongste dader 9 jaar oud is en de oudste 74 jaar.

Rechtszaken De analyse van rechtszaken leverde 189 te analyseren zaken op. Eerst is het aantal personen dat zich schuldig heeft gemaakt aan fietsdiefstal in kaart gebracht. Daarna is gekeken hoeveel fietsen deze groep heeft gestolen. Het blijkt dat fietsdiefstal een delict is dat met name wordt gepleegd door individuen. Van de 189 rechtszaken was er namelijk in 141 rechtszaken sprake van één dader (bijna 75 procent). Een ander aanzienlijk deel van de rechtszaken, namelijk 40 (ruim 20 procent), had betrekking op twee daders. De overige acht rechtszaken bestonden uit drie daders (vier keer) en vier daders (twee keer), terwijl het aantal daders in een tweetal rechtszaken onbekend is gebleven. Dit heeft tezamen tot een dadergroep van 241 verdachten geleid. Van deze 241 verdachten is van 142 verdachten het geboortejaar bekend. Maar gezien het feit dat de delicten over een vijftal jaren zijn gepleegd, is het moeilijk om de daders een daadwerkelijke leeftijd toe te kennen. Desalniettemin zegt het geboortejaar wel iets over de dadergroep. De oudste dader is geboren in 1956 en de jongste in 2003. Het gemiddelde geboortejaar betreft 1982, waardoor geconcludeerd kan worden dat de gemiddelde leeftijdsrange 33 tot en met 37 jaar is. Dit is een andere uitkomst dan de gemiddelde leeftijd van de daders in de media-

Daders van fietsdiefstal 63

berichtgeving, aangezien deze ongeveer 10 jaar hoger ligt. De dadergroep heeft gedurende de reeds beschreven periode 340 fietsen gestolen.

Focus op heling In een onderzoek naar heling bijkt de buit regelmatig seizoensgebonden, maar is de fiets een constante factor: ‘de gekste dingen worden aangeboden; fietsen, telefoons, pannensetjes, van alles. Je kunt het zo gek niet bedenken. Zelfs boormachines en pakken kaas worden geheeld’. Rond de jaarwisseling wordt er veel vuurwerk aangeboden, dat kan ook van diefstal afkomstig zijn. Het betreft voornamelijk illegaal vuurwerk uit België of Polen. In de rest van het jaar gaat het voornamelijk om fietsen en scooters. Bij fietsen gaat het vooral om de nieuwe (duurdere) varianten, bijvoorbeeld Gazelles. De geinterviewde helers geven aan dat de accu’s van elektrische fietsen ook ‘mooi’ zijn om te verkopen; ‘je krijgt er zo 75 euro voor.’ Bron: Ferwerda e.a. (2016).

4.2 Informatie uit gesprekken en werkbezoeken In deze paragraaf wordt ingegaan op het type daders van fietsdiefstal, op basis van inzichten uit de interviews, expertsessies en werkbezoeken. Uit deze inzichten zijn grofweg drie typen daders naar voren gekomen. De eerste twee zijn de gelegenheidsdader en de professionele dader. Zij stelen fietsen wanneer de gelegenheid zich voordoet. Een gelegenheid kenmerkt zich door de afwezigheid van toezicht of beveiligingsmaatregelen (bijvoorbeeld een fiets zonder effectief slot) en een aantrekkelijk doelwit (de fiets). Zo wordt door verschillende respondenten die werkzaam zijn binnen fietsstallingen benoemd dat er in bewaakte inpandige stallingen zelden fietsen worden gestolen, omdat de vergrote pakkans de gelegenheid vermindert. Mocht er wel een fiets worden gestolen, gebeurt dat door één gemotiveerde dader die niet verbonden is aan een georganiseerde dadergroep. Een dergelijke dadergroep wordt door experts genoemd als het derde type daders. De komst van dit type dadergroep is een ontwikkeling ten opzichte van enkele decennia geleden. Hieronder worden de specifieke daderprofielen die bij deze drie categorieën passen verder besproken, waaruit blijkt dat de motivaties voor fietsdiefstal verschillen tussen de verschillende typen daders. Tevens blijkt dat er soms combinaties van verschillende typen daders voorkomen.

64 Fietsdiefstal in Nederland

De gelegenheidsdader Met betrekking tot de gelegenheidsdader worden er twee soorten daders onderscheiden: de incidentele dader en de verslaafde. Allereerst is de incidentele dader een dader die incidenteel vanuit een impuls een fiets steelt. Zo geeft een fietshandelaar een voorbeeld dat een dader een tweedehandsfiets meepakte toen hij niet keek, terwijl hij zijn eigen fiets liet staan. Een ander voorbeeld is het stelen van een fiets tijdens een proefrit. Onder incidentele daders vallen volgens enkele respondenten ook studenten die stelen wanneer hun eigen fiets is gestolen. Naast de incidentele dader wordt er ook door veel respondenten gesproken over de verslaafde als gelegenheidsdader. Een respondent kenmerkt de verslaafde als volgt: ‘De klassieke junks bij het station die een gestolen fiets om de hoek aanbieden voor een spotprijs.’ 30 tot 40 jaar geleden betrof het met name de heroïneverslaafden die fietsen stalen en deze doorverkochten. Toentertijd werd er ook wel eens gesproken van een ‘wittefietsenplan’, waarmee verwezen werd naar een roulatiesysteem van vrij te pakken fietsen. Meerdere respondenten geven aan dat het fenomeen dat verslaafden fietsen stelen wel aan het afnemen is door twee redenen.

Allereerst heeft de komst van de deelfietsen (zoals OV-fietsen) de vraag naar fietsen op het station ingeperkt en ten tweede is het aantal verslaafden in Nederland afgenomen waardoor ook de aanbodzijde is verminderd. Dit type dader lijkt nu vooral nog in grote studentensteden voor te komen. Een gemeentemedewerker geeft aan dat zij binnen twee à drie uur na diefstal de fiets – wat vaak de goedkope gewone stadsfiets betreft – doorverkopen voor ongeveer 25 euro. Een expert licht dit toe: ‘De junk heeft een specifieke doelgroep waaraan hij of zij verkoopt, meestal studenten. Hij zal dan ook normale oudere fietsen verkopen voor een lagere prijs. Wanneer zij e-bikes verkopen, weten studenten namelijk ook wel dat het niet goed zit.’

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12796560/1