B01bc GEANONIMISEERD Zienswijzen Warmteplan.pdf
Tekst van het document
Ad ressant
Van: Verzonden: Aan: CC: Onderwerp:
donderdag 28 januari 2021 16:08
FW: laatste versie warmteplan 1 ..
1111111111•11111111111111111=1 Hierbij terwijl het plan niet officieel bekend is gemaakt voor de inspraak, de opmerkingen van op het warmteplan. Met het verzoelftlAn dE1praak aan te passen. Moet hij het officieel indienen of kan het op deze manier? Moeten weallen contact opnemen, of is ketZo voldoende neemje het mee in de inspraak 7
11411864,-, /TOR.6-",r4HT
Verzonden: donderdag 28 januari 2021 16:00 Aan: CC: Onderwerp: RE: laatste versie warmteplan 1
Hi De download link was al verlopen, maar als ik aanneem dat de versie 1.9 van 5-1-2021 de laatste is (die had eerder gekregen) dan Kier mijn opmerkingen: In par 3.6 en figuur 4 wordt -weliswaar als voorbeeld- een warmte trace van 28-20 aangegeven tussen DC en warmtepompen/WKO's. Meermalen zijn de specs van ons datacenter AM5 al gedeeld met o.a. Firan; de huidige interne bedriffsvoering is 18-26 en we willen deze gaan optimaliseren naar 20-28. Omdat er warrntewisselaars tussen ons (koel-)proces en het warmtenet komen kan die temperatuur nooit 1-op-1 in het net gedraaid worden. M.i. is bijv 25-15 reallstischer. Hoe meer vermogen benut moet worden uit het DC, hoe lager de retourtemperatuur naar DC moet zijn. Daar komt bij dat de koppeling met WKO's op andere temperaturen werkt; een WKO zal een koude.bron• —• temperatuur van ca 10 gr C hebben en een warme bron van 20-22 gr C. Eenllet dat (ook) voor regeneratie gebruikt _ wordt kan daar prima dicht bij in de buurt werken. Voordeel van bijv 25-15 is dat er met de 15 gr C ook basis koeling voor woningen kan worden geleverd uit het net. Als er een lagere temp of veel koelvermogen nodi is zal de ontwikkelaar eerder een WKO realiseren, waaruit 10 tot max 12 gr te halen is, mits deze koude geladen wokitmet een- warmtepiirn:p.
•
Een brontemperatuurnet zoals dit kan ook een varierende temperatuur en varierende dT draalen in.de seizoenen (zomer of winter). •
•
Omdat er in het warmteplan weinig specificaties staan maar verwezen wordt naar het rapport van Greenvis (13-112020) in de bijlage; in die bijlage wordt 26-18 aangehouden voor de EMG berekeningen; dat is dus wel afwijkend van hetgeen weergegeven is in figuur 4. Die temperaturen kunnen werken voor ons, maar voor het hele systeem lijkt het mq zaak een verstandige en flexibele keuze te maken. Met de overwegingen zoals net beschreven. Hoop dat dit heipt.
Kind regards / Met vriendelijke groet,
.1y-% t'elt"
111.111111111.1111111111111111111111111111111111111 Principal Engineer Mechanical Netherlands
From: Sent: To: Cc: Subject: [EXTERNAL] FW: laatste versie warmteplan 1 4Vit. MIA zie bijlage warmteplan. Bij zaken zoals warmte temperatuur die niet kloppen laat mij endite en0"dit weten. Dan kunnen we dit officieel je laten insturen of anders gewoon aanpassen.dia is aanspreekpersoon metaNaiihiervoor.
Gr Van Verzonden: maandag 25 januari 2021 16:50 Aan: CC: Onderwerp: Re: laatste versie warmteplan 1
tter,"_11
Hi
Bij deze de documenten zoals ze bij het college zijn behandeld: https://we.tlit-Xxb283MyEj . Als het goed is, zou dit ook gepubliceerd zijn, maar ik heb hier nog geen bevestiging van gehad. Daarna is er een 6 weken inspraakperiode, waarna het plan opnieuw door het college wordt behandeld. Daarna kan de Raad het vaststellen. 1k hou jullie op de hoogte als er nog wat veranderd. Met vriendelijke groet,
1 1111111111M11111 111111111111111111•111MMINININIMI 1111•111111111111111111111111111111111111MNIN From: To: Cc: Sent: 21/01/2021 1:00 PM Subject: laatste versie warmteplan 1 .1.111111.11 Kanje
de laatste versie sturen en het proces vertellen van de inspraak?
Thxs11111
2
•
De gemeente Amsterdam streeft naar optimale dienstverlening en zorgvuldige afhandeling van e-mailverkeer. Als deze e-mail niet voor 11 is bestemd, laat dit dan weten aan de afzender en verwijder de e-mail. Voor meer informatie: www.amsterdam.nl/proclaimer.
De gemeente Amsterdam streeft naar optimale dienstverlening en zorgvuldige afhandeling van e-mailverkeer. Als deze e-mall nlet voor u Is bestemd, laat dit dan weten aan de afzender en verwijder de e-mail. Voor meer informatie: www.amsterdam.nl/proclaimer.
This email is from Equinix (EMEA) B.V, or one of its associated companies in the territory from where this email has been sent. This email, and any files transmitted with it, contains information which is confidential, is solely for the use of the intended recipient and may be legally privileged. If you have received this email in error, please notify the sender and delete this email immediately. Equinix (EMEA) By.. Registered Office: Amstelplein 1, 1096 HA Amsterdam, The Netherlands. Registered in The Netherlands No. 57577889.
3
•• 9101111101ta. 416
• S....a .• • • 'ore
Adressant 2
4-OcEss4Ltir
taw
f
IF TrAlinciloyy Creating energy
Du' zwager legal & tax Postbus 111 6800 AC Arnhem Velperweg 1 6824 BZ Arnhem T +31 (0)88 2424 100 F +31 (0)88 2424 111 www.cUrkzwagerml
AANTEKENEN De raad en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam Afdeling IB-e (Ingenieursbureau Energietransitie) t.a.v Postbus 2758 1000 CT AMSTERDAM Tevens per e-mail: energietransititle@amsterdam.n1
Datum Referentle Betreft Auteurs
12 maart 2021 70245/LIB ZienswiJze ontwerp warmteplan Amstel III-Paasheuvelweggebled en omgeving advocaten bij Dirkzwager legal & tax alsmedel11111 111111111111111111111111111111. adviseurs bij IF Technology.
- ZIENSWUZE / INSPRAAKREACTIE— Geachte leden van de gemeenteraad, geacht college, Namens clienten: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14. 15. 16. 17. 18. 19. 20.
Certitudo Property XXXV B.V. gevestigd te Den Bosch; Certitudo Offices II C.V. gevestigd te Den Bosch; InProperty Development Group B.V. gevestigd te Amsterdam; Certitudo Property XXXII! B.V. gevestigd te Den Bosch; PHW40 B.V. gevestigd te Amstelveen; PHW33 B.V. gevestigd te Amstelveen; Merin Property B.V. gevestigd te Amsterdam; Motta Vogelstruys B.V. gevestigd te Amsterdam; HBW413 B.V. gevestlgd te Amstelveen; Vastint Netherlands B.V. gevestigd te Amsterdam; Certitudo Amsterdam City I B.V. gevestlgd te Den Bosch; Certitudo Property XVIII B.V. gevestigd te Den Bosch; Certitudo Property XXXII B.V. gevestigd te Den Bosch; Certitudo Property XXXVIII B.V. gevestigd te Den Bosch; Certitudo Property XXXVII B.V. gevestigd te Den Bosch; Hessenbergweg 109 B.V. gevestigd te Amstelveen; Atlas Arena Amsterdam C.V. gevestigd te Amsterdam; Synchroon B.V. gevestigd te Utrecht; Glendale Group B.V. gevestlgd te Amstelveen; en Rosebroom B.V. gevestigd te Amsterdam.
voor wle Dirkzwager als advocaat en gemachtigde optreedt en IF Technology als gemachtigde, wenden wij ons tot uw raad en uw college ter zake het navolgende.
f PAL • Pm1,4101 eirreAld I • i._•;1:11,:r,-.91.• Creating energy
legal& t tx Blad 2 van brief d.d. 12 maart 2:, 21
Inleiding Op 5 januari 2021 heeft uw college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam (hierna: uw College) het ontwerp warmteplan III Paasheuvelweggebied en omgeving & wijzigIng begrenzing interferentiegebied (hierna: warmteplan) van 1 februari 2021 tot 15 maart 2021 ter inzage gelegd. Gedurende voornoemde periode heeft uw college eenieder In de gelegenheid gesteld om op dit ontwerp een zlenswijze (dan wel een inspraakreactie) In te dienen. Kring van reclamanten In het betreffende gebied zijn vele (toekomstige) nleuwbouwontwikkelingen die geraakt worden door de vaststelling van een warmteplan zoals dat nu in ontwerp voorligt. IF Technology en Dirkzwager vertegenwoordigen een grote groep erfpachters In deze zienswijze. Dit betreffen de op pagina 1 van deze zienswijze genoemde clienten. In biilage 1 die aan deze zienswijze Is gehecht is een lijst opgenomen met de betreffende adressen van de verschillende entiteiten van de vastgoedontwikkelaars namens wie deze zienswijze wordt ingediend, waarblj Inzichtelijk is gemaakt ten aanzien van welke adressen/percelen binnen het beoogde plangebied zij gerechtlgde zlJn. In het vervolg van deze zienswijze zal gesproken worden van "de vastgoedontwikkelaars".
Zienswijze De vastgoedontwikkelaars in het gebied waarop het ontwerpwarmteplan betrekking heeft, hebben kennisgenomen van het ontwerp en zij kunnen zich daarmee niet verenigen, reden waarom bij deze — derhalve tijdig — een zienswijze / inspraakreactie wordt ingediend. Op voorhand ook bezwaar tegen warmteplan Bullewijk Daarbij wordt er volledigheidshalve op gewezen dat deze zienswijze wordt ondersteund door nog een grotere groep vastgoedeigenaren c.q. ontwikkelaars in het gebied. Dit wordt opgemerkt omdat uw gemeente te kennen heeft gegeven dat zij voornemens is binnen enkele maanden een tweede warmteplan voor een deel van Bullewijk dat nu niet is ondergebracht in het onderhavige warmteplan ter visie te leggen. Hoewel dit plan op dit moment nog niet voorligt wensen de vastgoedontwikkelaars alvast op te merken dat ook dit voornemen op verzet stuit, in ieder geval, als dat plan geschoeid is op dezelfde leest en uitgangspunten als het ontwerpwarmteplan Amstel III Paasheuvelweggebied en omgeving (hierna: het warmteplan). In deze zienswijze wordt een reactie gegeven op: ONTWERP warmteplan Amstel Ill-Paasheuvelweggebied en omgeving versie 1.9/ d.d. 5 januari • 2021 GV200049 — GAM — EMG collectief energiesysteem Amstel tll & Bullewijk d.d. 13-11-2020 • (Concept EMG-berekening)
c;:- -IIIIT-- . • f
IF ieclin ...ogy Creating energy
1.1
*A4
legal & tax Blad 3 van brief d.d. 12 maart 2021
De zienswijze bestaat ult de volgende onderwerpen: 1. Toepasbaarheid Warmteplan 2. Inhoud Warmteplan 3. Toetsing gelijkwaardigheld 4. Overgangsregeling
Blz 3-5 6-7 8-10 10-11
Alvorens in te gaan op deze onderdelen wordt aandacht gevraagd voor het volgende procedurele aspect. Procedureel De vastgoedontwikkelaars hebben kennisgenomen van het ontwerp Warmteplan via: https://bekendmakingen.amsterdam.nlibekendmakingen/publicatiefinspraak/2021/warmteplanamste13/ Van het ontwerp hebben de vastgoedontwikkelaars geen bekendmaking terug kunnen vinden in het Gemeenteblad. Het is dan ook onduidelijk welke procedure nu van toepassing is op het voorliggende ontwerp. In bovengenoemde bekendmaking op de website van uw gemeente wordt aangegeven dat het ontwerp ter inzage is gelegd. Voorts is aangegeven dat Belanghebbenden een inspraakreactie naar voren kunnen brengen. Direct daarna wordt opgemerkt dat zienswiizen per e-mail kunnen worden ingediend. De vastgoedontwikkelaars constateren dat de begrippen "inspraak" en "zienswijzen" door elkaar worden gebrulkt. In de bekendmaking is ook niet aangegeven of er in dit stadium al sprake is van het van toepassing verkiaren van de uniforme voorbereidingsprocedure van Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awl* De vastgoedontwikkelaars zijn van mening dat op de voorbereiding van een warmteplan expliclet de uniforme voorbereidingsprocedure van toepassing had moeten worden verklaard. Nu dit niet is gebeurd, is het plan in striJd met artikel 3:2 Awb reeds om die reden niet met de vereiste zorgvuidigheid voorbereid.
Dat betekent dat in dit stadium hoogstens sprake kan zijn van een informele inspraakreactie en dat eventueel daarna, mocht uw college en de raad besluiten om de in deze brief geulte bezwaren naast zich neer te leggen, alsnog besloten met worden om de uniforme voorbereidingsprocedure van toepassing te verkiaren en een formeel ontwerp ter inzage te leggen voor het indienen van zienswijzen. Met voor Belanghebbenden, zoals dat nu vermeld is in de bekendmaking, maar voor eenieder die hierop een zienswijze wenst te geven. 1. Toepasbaarheld Warmteplan 1.1 Inleiding Het warmteplan zou, zo staat verwoord in het warmteplan, het uitgangspunt moeten leveren voor een collectief distributienet voor het projectgebied, zodat ontwikkelaars hler biJ hun aanbieding op kunnen anticiperen en dat bij indiening die omgevingsvergunning als toetsingskader geldt. Wij gaan ervan uit dat met deze aanbieding wordt gedoeld op wat de ontwikkelaars aan hun afnerners (lees: toekomstige
c&-;:gsT r„ o WM. CI' Pall I ft' ieciu Joii.gy Creating energy
legal & tax Blad 4 van brief d.d. 12 maart 2021
bewoners en gebruikers van de te realiseren gebouwen) aanbieden voor wat betreft de levering van warmte, koude en warm tapwater. Het warmteplan zou daarbij een instrument moeten zijn waarmee de gemeente sturing kan geven aan de realisatie van een collectief distributienet in het projectgebied. Het warmteplan zou daarbij beogen de volgende doelen te bereiken: i. Het realiseren van een warmtevoorziening die voldoet aan een hoge mate van energiezuinigheid en milieuprestatie. ii. Het zorgen voor voldoende aansluitingen zodat het collectieve warmtesysteem financieel rendabel Is te exploiteren. iii. Het definieren/vastleggen van de criteria waaraan een gelijkwaardig alternatief moet voldoen. In het warmteplan is daarbij aangegeven dat voor het projectgebied is vastgelegd dat er warmte en koude geleverd wordt door een collectief distributienet en verder welke mate van elke energiezuinigheid (EOR) en welke milieuprestatie (uitstoot CO2, fijnstof, stikstof en geluid) hiermee gerealiseerd wordt. Als een duurzaam alternatief gelijkwaardig of beter scoort op de criteria die opgenomen zijn in het warmteplan, dan wordt blijkens het warmteplan door het bevoegd gezag ontheffing verleend van de aansluitplicht.
1.2 Ontwikkelaars kunnen niet anticiperen op het warmteplan In tegenstelling tot wat In het warmteplan wordt gesuggereerd, biedt het warmteplan geen uitgangspunt waarop ontwikkelaars bij hun aanbieding kunnen anticiperen. Het warmteplan is daarvoor onvoldoende concreet en de reallsatie van het distributienet is te onzeker. Ter onderbouwing daarvan wordt gewezen op de volgende punten: 1.
Er is nog geen investeringsbesluit genomen tot aanleg van een collectief distributienet in het projectgebied. 2. Er is nog geen warmtebedrijf die investeert in het collectief distributienet en die levering van warmte, koude en warmtapwater garandeert aan de gebruikers. 3. Er is geen bedrilfseconomische verantwoording waarult blljkt dat bij de In tabel 1 van het warmteplan genoemde aantal aansluitingen een langdurig exploitabel warmtesysteem ontstaat. 4. Het warmteplan Is onvoldoende concreet en niet eenduidig of de levering van tapwaterberelding en koude levering ook onderdeel ultmaken van het.warmteplan. Daarnaast ontbreekt de leveringsgrens en wordt in de bijlage uitgegaan van verschillende technische concepten. Verwezen wordt naar hetgeen hierover in hoofdstuk 2 van deze zienswijze verder nog wordt aangevoerd. 5. Het warmteplan is onvoldoende concreet welke mate van energiezuinigheid (EOR) en welke milieuprestatie (uitstoot CO2, fijnstof, stikstof en geluid) met het collectieve distributienet gerealiseerd worden. Verwezen wordt naar hetgeen hierover in hoofdstuk 3 van dit document wordt aangevoerd.
r Ski ti
iethrolcvy Creating energy
e.trW‘lottr_ legal & tax Blad 5 van brief d.d. 12 maart 2021
De gevolgen van de hiervoor genoemde punten zijn dat een ontwikkelaar Oen zekerheid heeft, dan wel kan verkrijgen, over de volgende vragen: i. ii. ill. v. vi.
Of de te realiseren gebouwen/woningen kunnen worden aangesloten op het collectieve distributienet? Op welke termijn dat zou kunnen? Tegen welke voorwaarden en tarieven dat gebeurt? Of opwaardering, tapwaterbereiding en koude levering onderdeel daarvan uitmaken? Met wie de ontwikkelaar over de voorwaarden omtrent een aansluiting en de levering In overleg kan treden? En Waaraan een gelijkwaardig alternatief moet voldoen?
Het voorgaande klemt te meer omdat een aantal van de vastgoedontwlkkelaars al In een ver gevorderd stadium van de ontwikkeling van hun project verkeert. Daarbij is gekozen voor een specifleke techniek voor warmtelevering, zowel voor de woonfunctie als voor de kantoorfunctie. Daarbij Is reeds geopteerd voor een integraal ontwerp voor warmtelevering en koudelevering. Zowel aan de opwekkingszijde, distributie als in functionele lay-out van het appartement, welke tevens aan de BENG-norm voldoet. Het kan niet zo zijn dat het Warmteplan reeds gemaakte keuzes voor warmtelevering, met gelijkwaardige ofwel betere energieprestaties dan In dit warmteplan omschreven, voor projecten in het plangebied "doorkruist". Het warmteplan leidt tot een onzorgvuldlge en onevenredige situatie als deze projecten, waarvan de aanvraag mogelijk pas wordt ingediend nadat het warmteplan is vastgesteld, in de eindefase van de planontwikkeling plotseling geconfronteerd worden met een aanslultplicht op het door uw gemeente voorgestane distributienet. Het behoeft geen nadere toelichting dat de invoering van het voorliggende Warmteplan dan voor de ontwikkeling van het Amstel III Paasheuvelweggebied zal leiden tot ernstige vertraging in de realisatie. Dat geldt temeer nu het ontwerpwarmteplan ten onrechte niet voorziet In een zorgvuldig overgangsrecht, waa rove r meer in hoofdstuk 4 van deze brief.
Op basis van het bovenstaande concluderen de vastgoedontwikkelaars dat het ontwerp warmteplan zoals dat nu voorllgt leidt tot strljd met het rechtszekerheldsbegInsel. Daarnaast leidt het ontwerp tot strijd met artikel 3:2 Awb. Op grond van dit artikel is uw raad en college verplicht om bij de voorberelding van een besluit de nodige kennis te vergaren omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen. Het ontwerp geeft er geen blijk van dat dlt Is gebeurd nu het ontwerp geen specifieke regeling bevat voor projecten in het plangebied die reeds in (een vergevorderde) ontwerpfase verkeren. Hierin ligt tevens besloten dat het ontwerp in strljd Is met artikel 3:3 Awb. Uw raad en college is verplicht de rechtstreeks bij het besluit betrokken belangen zorgvuldig af te wegen, waaronder de individuele belangen van de vastgoedontwikkelaars. De ontwikkelaars die zich met hun project reeds bevinden in het stadium van ontwerp ondervinden nadelige gevolgen van het voorgenomen warmteplan, welke gevolgen onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen. In dat verband vragen de vastgoedontwlkkelaars zlch ook overlgens af hoe dit ontwerpwarmteplan zich verhoudt met de Dienstenrlchtlijn (2006/123 EG). Dat geldt temeer nu uit de navolgende paragrafen van dit stuk zal worden toegelicht dat het doel van het warmteplan met de opzet die In het
4 - =.ztATP:-..tw—' ' •f liffIr11111. 1
cte.z_il I
Creating energy
legal & tax Blad 6 van brief d.d. 12 maart 2021
ontwerp is gekozen niet zal worden behaald en dat dit voor de vastgoedontwikkelaar leid tot onevenredige gevolgen. 2. Inhoud Warmteplan Het ontwerp warmteplan bevat een aantal "opvallende" elementen welke hierna worden benoemd. 2.1 Het aanbod In het warmteplan wordt onder 3.4 aangegeven dat in het collectief distributienet gebruik kan worden gemaakt van de volgende bronnen: 1. Benutten restwarmte datacenter AM5 2. Benutten bestaand distributle net stadswarmte, gevoed door Diemercentrale 3. Bodemenergiesystemen (WKO) In het warmteplan en de Concept EMG-berekening wordt uitgegaan van het benutten van restwarmte van het datacenter AM5. Er komt blijkens het warmteplan een hybride, geIntegreerd distributienet met varierende aanvoertemperaturen (35-45 °C in nieuwbouw, 65-70 °C in bestaande bouw). Via leidingen wordt de warmte aan de gebouwen geleverd. Op gebouw- dan wel woningniveau kan de warmte met behulp van installaties zoals (booster)warmtepompen In temperatuur worden verhoogd; voor warm tapwater tot ca. 65° C. Door seizoensopslag in de ondergrond kan ook koude geleverd worden aan de woningen. De restwarmte uit een datacenter kan onder meer gebrulkt worden om een WKO bron to regenereren. Blijkens de Concept EMG-berekening is het uitgangspunt van de gemeente dat elk gebouw aangesloten wordt op een collectief energiesysteem.
De bestaande bouw krijgt blj voorkeur een midden temperatuur (MT) aansluiting, de transformatiebouw/nieuwbouw bij voorkeur een LT-aansluiting. Eveneens wordt over een ZIT concept geschreven. IF Technology constateert dat in het warmteplan de hiervoor genoemde keuzes nog niet zijn gemaakt, zodat ontwikkelaars niet weten waar zlj aan toe zijn. Om die reden is het ontwerp in strijd met artikel 3:2 Awb niet met de vereiste zorgvuldigheid voorbereid. In paragraaf 3.6 van het warmteplan wordt gesteld dat: "In dit concept is geen sprake van direct geleverde warmte, maar worden Individuele of collectleve WKO systemen met restwarmte geregenereerd. Dit kan ook gebruikt worden als Input voor extern geleverde warmte voor LT-concept (als bran voor de warmtepomp)." Hieruit wordt opgemaakt dat de het warmteplan kiest voor het LT concept. TerwijI elders in het warmteplan en de EMG berekening wordt gesproken over een MT of ZLT concept. Deze concepten verschillen wezenlljk qua prestatie, ruimtebeslag, etc. Hiermee blijft onduidelijk welk concept straks beschikbaar is en welke prestaties zullen worden geleverd.
/• P-Tr_ yip ge4)-111 If
càiQI
Ii feclincougy Creating energy
;zwa legal & tax Blad 7 van brief d.d. 12 maart 2021
Het is niet mogelijk, aithans zeer onwenselljk, om meerdere systemen en concepten In een warmteplan vast te leggen. 2.2 MT-concept Het MT concept zoals in de kaart in het warmteplan is weergegeven betreft het bestaande stadswarmtenet van Vattenfall. In de gelijkwaardigheidstoets voor deze 'zones' zou de actuele EMG van Vattenfall leidend moeten zijn en niet de prestatie van het (Z)LT concept elders. 2.3 LT-concept Bij het LT-concept wordt restwarmte uit het datacenter geleverd aan individuele energiecentrales waar vervolgens een warmtepomp (WP) voorziet in LT-ruimteverwarming. Warm tapwater wordt bij het LT-concept voorzien van WP-bollers die energle uit ventilatie- of bultenlucht gebruiken om tapwater op te warmen. Blijkens het warmteplan maken de warmtepompen die benodigd zijn voor de temperatuurverhoging ook onderdeel uit van het collectieve systeem. Uit het warmteplan blijkt echter niet of ook de WP-boilers onderdeel uitmaken van het warmteplan. In het licht van het bovenstaande wordt er door IF Technology op gewezen dat ventilatiewarmtepompen leiden tot: a. Een hoogst ongebruikelijke demarcatie tussen partijen. b. Verlles van synergie welke bij een gentegreerd installatieontwerp voor koeling, tapwaterbereiding en ruimteverwarming de norm is. c. Hierdoor meer vierkante meters, kosten en energieverbruik nodig zijn voor de totale thermische opgave in het gebied.
Verder wIjst IF Technology er op dat ventilatiewarmtepompen slecht passen in een stedelljke omgeving. Hierdoor moeten financieel, bouwtechnisch, energetisch en akoestisch concessies worden gedaan ten opzichte van alternatieve technieken. Bij het toepassen van deze techniek is het gebruikelijk dat uitbesteed wordt aan een partij die vanuit een centrale installatie !evert. Een ventllatlewarmtepomp staat doorgaans bij de gebrulker. De LT-warmte komt via een netbeheerder of ander warmtebedrijf binnen. 2.4 ZLT-concept "In dit concept is geen sprake van direct geleverde warmte, maar worden Individuele of collectieve WKO systemen met restwarmte geregenereerd. Dit kan ook gebrulkt worden als input voor extern geleverde warmte voor LT-concept (als bron voor de warmtepomp)" 3. Toetsing gelljkwaarcligheld Zoals in artikel 1.2 van het Bouwbesluit 2012 Is bepaald kan van aansluiting conform een warmteplan worden afgeweken indien met het alternatief "ten minste dezelfde mate van energlezulnigheld en bescherming van het milieu" wordt bereikt als met de in het warmteplan voorgestelde variant.
• f
1` Atom IL
lochnology Creating anergY
)11
,1
c_r
legal & tax Riad 8 van brief cl.d. 12 maart 2021
Het warmteplan bevat ten minste 3 systeemconcepten, MT, LT en ZLT. Het Is niet duidelijk welk systeem voor de gelijkwaardigheidstoets leidend zal zijn. Of dat er binnen het warmteplan verschillende toetsingskaders bestaan afhankelijk van de geografisch ligging van een ontwlkkeling. 3.1 Energiezuinigheld Voor de mate van energiezuinigheid beschrijft het warmteplan de energieprestatie van de voorziening voor de levering van warmte en koude; het collectief distributienet. Deze energieprestatie wordt volgens het warmteplan bepaald door: •
de energiezuinigheid van het distributienet van bron tot en met het leveringspunt voor ruimteverwarming, koude en warmtapwater in de gebouwen. Bepalend hiervoor is het rendement van de opwekking en afgifte uitgedrukt In het Equivalent OpwekkingsRendement (EOR) (tot 1 januari 2021) of in Fp del (vanaf 1 januari 2021), is gelijk aan 1/EOR.
Ten aanzien hiervan wordt in de eerste plaats opgemerkt dat blijkens de ultspraak van de rechtbank Amsterdam d.d. 24 april 2020 (ECLI:NL:RBAMS:2020:2413) de energiezulnigheid van een alternatief dient te worden vergeleken met de energiezuinigheid van een aansluiting op een warmtenet op basis van de warmtebron, de warmtevraag, de elektriciteitsvraag en de elektriciteltsproductie van het gebouw.2 Volgens de rechtbank is het niet toegestaan een andere afbakeningsmethode te kiezen. Bij die stand van zaken moet uw gemeente dit uitgangspunt ook respecteren bij het onderhavige ontwerp en is het niet toegestaan om daaraan in het warmteplan een eigen c.q. andere invulling te geven. Energiezuinigheld is geregeld in hoofdstuk 5 van het Bouwbesluit. In hoofdstuk 5 wordt daarmee bedoeld de mate van energiezuinigheid van een gebouw, uitgedrukt in een energieprestatiecoefficient (inmiddels BENG). Daarin zijn de energieprestatles van de warmtebron, de warmtevraag, de elektriciteltsvraag en de elektriciteltsproductie verdisconteerd. Voor de bepaling van de energiezuinigheid van de in dit warmteplan beoogde systemen wordt er In de tweede plaats op gewezen dat het beschreven distributienet voor warmte .de EOR (of Fpdel) de vigerende EMG verkiaring van Stichting Bureau Controle en Registratie Gelijkwaardigheid (hierna genoemd als Bureau CRG) bepalend is.
Uit het warmteplan bliJkt dat er nog geen vigerende EMG verkiaring is. Tot die tijd is de energieprestatie (EOR) van het te realiseren distributienet bepaald op minirnaal 220% (primaire energie) ofwel 0,45 Fpdel. Laatstgenoemde waarde is loevalligs exact de waarde van het primaire MT Vattenfall-net. IF Technology vermoedt dat de gedacht van uw gemeente is om deze waarde als ondergrens te stellen. Echter, aan die gedachte kleeft een gebrek, omdat doorgaans op het secundaire net wordt aangesloten met een lagere prestatie.
I Zie het rapport 'Verduurzamlng warmtevoorziening met warmtenetten' van 7 maart 2019 van de Rekenkamer Metropool Amsterdam. Zie ook het artikel 'Gelijkwaardigheid in warmteplannen' van H.M. Israels en W.P.C. Mans, Nederlands Tljdschrift voor Energierecht 2014, nummer 5/6.
IF 'ethnology Creating energy
legal & tax Blad 9 van brief d.d. 12 maart 2021
IF Technology constateert hierblj in de derde plaats de volgende onduidelijkhedenjgebreken: a) b)
De Flack! is een arbitrair gekozen waarde. Een onderbouwing ontbreekt. De leveringsgrens is Net duidelijk. Omdat met de warmtelevering slechts een deel van de vraag wordt geleverd, zullen aanvullende gebouwgebonden maatregelen meegenomen moeten worden om de gelijkwaardigheid te kunnen toetsten.
Wanneer het bovenliggende doel (verduurzaming van de stad) in ogenschouw wordt genomen dient uiteraard de totale prestatie van de klimaatinstallaties van koeling, verwarming en tapwaterievering moeten worden beschouwd. Zoals beschreven in de NEN 7125 en de NTA 8800, Pdetx FPren;x•
iof
Uit het warmteplan blijkt bovendien niet wanneer die vigerende EMG verklaring van Bureau CRG beschikbaar is. Ook dit Ieidt tot (rechts)onzekerheid. 3.2 Bescherming van het milieu Voor de bescherming van het milieu beschrijft het warmteplan In paragraaf 3.8 de volgende criteria: •
• • •
CO2-emissie. Het alternatief moet een CO2-emIssie realiseren die gelijk is aan of lager dan de CO2-emissies van de referentie. Hierbij dient te worden gekeken naar de energiestromen en de bijbehorende CO2-uitstoot daarvan Emissie van NOx/stikstof. Het alternatief mag de uitstoot van stikstof binnen het gebied niet verhogen Emissie van fijnstof. Het alternatief mag binnen de Metropool Regio Amsterdam en binnen het gebied van het warmteplan de achtergrondconcentraties van fijnstof niet verhogen. Geluidsbelasting. Aanvrager moet aantonen dat de geluidsproductie van het alternatief onder wettelijke langtijdgemIddelde geluiddrukniveau de richtwaarde van 35 dB(A) op dichtstbijzijnde gevel van derden niet overschrijdt.
Uit het warmteplan blijkt niet Wat de prestatie is bij deze criteria van de in het warmteplan voorgestelde systemen. Hierdoor Is deze toets onultvoerbaar. Bovendien kan hierdoor Wet worden uitgesloten dat het warmteplan met betrekking tot de emissie van NOx, fijnstof en geiuldsbelasting voor een alternatief zwaardere criteria formuleert, dan met het in het warmteplan voorgestelde systeem zal worden gereallseerd. Dat is in strijd met artikel 1.2 van het Bouwbesluit 2012, nu het voldoende is dat "ten minste dezelfde mate van energiezulnigheid en bescherming van het milieu" wordt bereikt. (,9 1 ,..
Ten aanzlen van de geluidsbelasting wordt opgemerkt dat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State duidelijk is dat het Bouwbesluit een elgen regeling omtrent energiezuinigheid als uitputtend meet worden beschouwd, zodat in een warmteplan — net als bij een bestemmingspian geen nadere en strengere regeling hiervoor mag2E)rden opgenomen (zie ABRvS d.d. 10 augustus 2008, ECLI:NURVS:2011:BR4628).
•f
27.4111P 1
1
,fP.04i
TeLlir.,Aogy Creating energy
legal & tax Blad 10 van brief d.d. 12 maart 2021
3.3 Inzet BCRG Hoewel het warmteplan hierover niets stelt, merken we ten overvloede op dat het niet wenselijk is indien de studies welke benodigd zijn voor het aantonen van gelijkwaardigheid getoetst zouden worden door Bureau CRG.
IF Technology wijst de gemeente daarbij op het volgende: 1. Er is geen wettelijke noodzaak voor het inschakelen van BCRG. De gemeente is zelf bevoegd tot het uitvoeren van een gelijkwaardigheldstoets in het kader van het warmteplan. 2. BCRG toetst pas nadat het betreffende systeem definitief is. D.w.z. volledig ontworpen en gecontracteerd. En dat dit zelden het geval is vocirafgaand aan het indienen van een aanvraag van de omgevingsvergunning. 3. Deze vorm Ieidt tot een groot risico in de vergunningverlening en ontwikkelaars en warmtebedrijven worden verzwakt in hun onderlinge positie. 4. BCRG is een kleine organisatie welke enkele keren per jaar in haar vergaderingen oordeelt over de toetsing van gelijkwaardigheid van producten systemen. Daarmee kan onmogelijk worden aangesloten bij het iteratieve karakter en het intensieve overleg welke noodzakelijk is in vastgoed- en gebiedsontwikkeling. Aanbeveling: Hoewel het geen wettelijke verplichting is dit op te nemen in een warmteplan acht men het zeer wenselijk dat een heldere procedure voor het uitvoeren van de gelijkwaardigheidstoets wordt vastgelegd. Dit geeft de initlatiefnemer, die niet wenst aan te sluiten, zekerheid in planning en proces. 4.
Zorgvuldige overgangsregeling Zoals al benoemd In paragraaf 1.2 van deze zienswijze leidt het huidige ontwerp van het warmteplan tot een onaanvaardbare doorkruising van projecten in het plangebied waarin reeds keuzes zijn gemaakt voor warmte- en koudelevering. Zonder een adequate overgangsrechtelijke regeling Ieidt het voorgenomen warmteplan tot een onwenselijke situatie en vertraging in de ontwikkeling van dit gebied. Om die reden verzoeken de vastgoedontwikkelaars uw gemeente, voor zover niet wordt afgezien van de vaststelling, met klem om aan het ontwerp een overgangsrechtelijke regeling toe te voegen die er in voorziet dat het plan niet van toepassing Is op projecten die reeds in ontwikkeling zijn. Dit zou kunnen door deze projectgebieden niet op te nemen in het gebied van het warmteplan. Indien en voor zover dat verzoek er toe leidt dat er in dat geval te weinig potentiele aansluitingen overblijven, is dat een aanwijzing dat uw gemeente voor dit gebied in redelijkheid in dit stadium Oen (financieel) warmteplan meer kan vaststellen. Voor een zorgvuldig tot stand gekomen warmteplan is het eigenlljk noodzakelijk dat dit parallel oploopt met de start van een ruimtelijke procedure. Op dat moment ligt de hele herontwikkeling van een gebied nog open inclusief de te maken keuzes voor warmtelevering.
Doordat dit blj het voorliggende ontwerp niet is gebeurd, Is er sprake van strijd met artikel 3:2 en 3:4 Awb.
ratfellit a_ t atv Tr2ci InoliAiy Creating energy
legal & tax Blad 11 van brief d.d. 12 maart 2021
5. Conclusie Indien en voor zover het warmteplan overeenkomstig het ontwerp zou worden vastgesteld dan leidt dit onvermljdelijk tot: 1. Onzekerheid voor ontwikkelaars omdat het warmteplan geen ultgangspunt biedt waarop ontwikkelaars bij hun aanbieding kunnen anticiperen. Het warmteplan is daarvoor onvoldoeride concreet en de realisatie van het distributienet is te onzeker. 2. Onduidelijkheld ten aanzien van de toetsing van gelijkwaardigheid. Het warmteplan is onvoldoende concreet welke mate van energlezuinigheid (EOR) en welke milieuprestatie (uitstoot CO2, fijnstof, stikstof) met het collectieve distributienet gerealiseerd worden en aan welk van de verschillende systemen daarbij getoetst moet warden. Daarbij is een bovenwettelijke els t.a.v. geluidsdruk niet toegestaan. 3. Wegens het ontbreken van een overgangsregeling het risk() op een onaanvaardbare _ doorkruising van projecten in het plangebied waarin reeds keuzes zijn gemaakt voor warmteen koudelevering. 4. Julst tot een afname van de duurzaamhela van warmte- en koude levering. 5. Toename van energie-infrastructuur. 6. Toename van publieke en private kosten voor warmte- en koudelevering. En daarmee toenemende druk op gebruikerslasten voor energie. 7. Benadeling van duurzamere en betaalbaardere decentrale alternatieven. 8. Toename van ontwlkkelrisico's, stichtingskosten en bureaucratie.
En daarmee afname van de bouwproductie en het creeren van woningbouwcontingent. 9.
Ons verzoek
Vastgoedontwikkelaars verzoeken de raad en het college met klem de procedure tot vaststelling van het warmteplan Paasheuvelweggebied (en het opvolgende warmteplan in Bullewijk) te staken en gestaakt te houden. In plaats van een formele procedure geven de vastgoedontwikkelaars en de betrokken warmtebedrijven in Amste) III er de voorkeur aan met uw gemeente in overleg te treden over hun visie op het reallseren van een warmtevoorziening die voldoet aan een hoge mate van energiezulnIgheid en milieuprestaties alsmede de behoeften omtrent duurzame en betaalbare warmte en koude. Aan de hand van de uitkomst van dat overleg kan vervolgens de gemeentelijke ambitie conform de transitievisle warmte worden vorrnge-e?(en De berichtgeving optrint betye dere verloop van deze procedure, en de afwikkeling van deze mepoe ristelling tegemoet. Uiteraard zijn wij te alien tijde bereid tot overleg en zienswijze, eerva e toeiichting. het geve
IF Technology
,W,4140filt, o Wrifil,
4
&AV
\A/
iti.c.hrioi...iy Creating eneivy
ot
legal & tax Blad 12 van brief d.d. 12 maart 2021
Bijlage 1 Lijst van indieners zienswijze Bijlage 1 Lijst van indieners zienswijze Straat Paasheuvelweg
6,8
Erfpachter
Rechtsgeldig vertegenwoordiger
Certitudo Property XXXV B.V.
Namens Tauron111111111
Contactpersoon zienswijze
MEM
Namens Sultan Management
Paasheuvelweg
10
Glendale Group BV
Paasheuvelweg
14
Certitudo Offices II C.V.
11111111111111•1 Namens Tauron B.1/111111
11111111111111.1111
Namens Sultan Management Paasheuvelweg
15
In Property Development Group BV
Paasheuvelweg
16
Glendale Group BV
Paasheuvelweg
29
Glendale Group BV
Paasheuvelweg
35
Rosebroom BV
1111111111111111111
Paasheuvelweg
39-50
Certitudo Property XXXIII B.V.
Namens Tauron B.V.=
111111111111111111•11111
Namens Sultan Mana ement Paasheuvelweg
PI-1W40 BV
1111111M11
PHW33 BV Merin Property BV
111111111111111111
Paasheuvelweg
40 33
Karspeldreef
8
Hullenbergweg
278308
Hullenbergweg
413439
Hullenbergweg
1-3
Vastint Netherlands BV
Hullenbergweg
81135
Vastint Netherlands BV
Motta Vogelstruys B.V. HBW413 BV
MI=
111111111111111111
•
fit: Ir..i(1,1;y Creating energ
D rz\A" ._
y
er
legal & tax Blad 13 van brief d.d. 12 maart 2021
Hettenheuvelweg 12-14
Certitudo Amsterdam City I B.V.
Namens Tauron B.V. 111111111 1111111
Hettenheuvelweg 16
Certitudo Property Namens Tauron XVIII B.V. Namens Sultan Management
Hettenheuvelweg 26
Certitudo Property Namens Tauron B.V. XXXII B.V. 1111111 Namens Sultan Management
Hettenheuvelweg 45/47
Vastint Netherlands BV
11111111111111111111111111111111 11111111111111
Synchroon BV
11111111•111•11
49/51 Hettenheuvelweg 50 Hessenbergweg
8-10
Certitudo Property Namens Tauron B.V. 11111111 XXXVIII B.V. 11111111 Namens Sultan Management
Hessenbergweg
95
Certltudo Property XXXVII B.V.
11111111111111M 111111111111111•1
111111111111111111111111 Namens Tauron B.V.
Namens Sultan Management 1111111111111111111111
Hessenbergweg
109
Hessenbergweg 109 By
Hoogoorddreef
1
Vastint Netherlands BV
Hoogoorddreef
3
Vastint Netherlands BV
Hoogoorddreef
5-15
Atlas Arena Amsterdam CV
111111111011
1111111111111111101
.1111111111111111 11111111111.1111
1
,
Adressant 3
I
AP/2eSsItir #,3
Gemeente Amsterdam College van Burgemeester en Wethouders Afdeling Ingenieursbureau Energietransitie t.a.v. MEM Per e-mail: energietransitie@amsterdam.nl
Geacht college,
adteffatil wa- X to
In aanvulling op de collectieve zienswijze van eigenaren en vastgoedontwikkelaars willen wij graag een extra toelichting geven op onze bezwaren tegen de invoering van het warmteplan Amstel III Paasheuvelgebied en omgeving zoals dat nu ter inzage ligt. Het ter inzage leggen van een plan Is helaas vooral een ultdagIng om tegenargumenten te geven, daar waar wij liever ook onze visie willen delen op het vraagstuk. Wij gaan het gesprek ook aan met uw duurzaamheidsadviseurs, echter vindt deze ontmoeting plaats na het einde van de termijn voor het warmteplan. Als ontwikkelaar zijn wij ons bewust van onze verantwoordelijkheden richting onze gebruikers en ook de wereld waar op wij leven. Ook hebben wij begrip voor energieleveranciers die op een andere wijze langdurig klanten aan zich wensen te committeren, maar een warmtenet is ons inziens niet de oplossing. Op dit moment ligt er een warmteplan ter inzage dat onvoldoende inzichtelijk is voor ondernemers en eindgebruikers. Zowel de kosten voor aanleg, aansluitingen en energiekosten zijn niet bekend, als de positieve effecten (en nadelige) op het milieu. Een snel besluit zou dezelfde gevolgen kunnen hebben als bijvoorbeeld de aanleg van gasleidingen door heel Nederland of warmtenetten op basis van biomassacentrales.
Als ontwikkelaar willen wij niet opleveren en wegwezen, maar dragen ook de zorg voor onze kopers van woningen naar de toekomst. In de basis is een warmtenet energetisch een vraagteken. Waar de BENG normen aansturen op lokaal geproduceerde duurzame bronnen, is het warmtenet gericht op een groter netwerk. Hiervoor zijn grote infrastructurele investeringen nodig, die ook niet eenvoudig aan te passen zijn. Dit grote warmtenet gaat ook gepaard met transportverliezen. Deze transportverliezen uiten zich in warmte in de bodem, waar geen onderzoek naar verricht is. Ook wordt uitgegaan van warmte-uitwisseling met de bodem als energiebron. Daar waar wij boven de grond juist hittestress proberen tegen te gaan. Het warmtenet voorziet alleen in verwarming, geen koeling. De totale energetische productie van de woning wordt in BENG uitgerekend op basis van de toegevoegde energie. De totale energievraag van de woning Inclusief warm water en koeling is dus niet hetgeen het warmtenet levert, maar de extra energie benodigd om de temperatuur te verhogen tot warm water en kamertemperatuur, alsmede te kunnen koelen op warme dagen. Met de koppeling aan het warmtenet komen ook de eisen aan de installaties die die laatste omzetting moeten realiseren.
Daar waar individuele installaties juist door consumenten aangeschaft worden in een vrije markt en bijbehorende innovatie en prijswerking, is de prijswerking en innovatie van collectieve installaties beperkt en monopolistisch. Uitbreiding van warmtenetten door Nederland beperkt juist de markt van individuele oplossingen voor de bestaande woningmarkt en daarmee innovatie en prijswerking.
De huldige basis van het warmtenet ligt bij de aansluiting van een privaat datacenter op een privaat netwerk met een private energieleverancier. Daar waar we in Nederland in het verleden juist gekozen hebben om de energiemarkt vrij te maken. Tevens verbruiken datacenters door innovatieve toepassingen steeds minder energie en produceren minder warmte. Deze "duurzame" bron is dus vergankelijk. Door niet toe te staan dat deze warmte geld oplevert, wordt deze innovatie verder doorontwikkeld. Zoals bij de campingkoelkast op gas, kan de warmte van het datacenter bijvoorbeeld gebrulkt worden voor de eigen koeling. Ook kan de warmte verbruikt worden voor de opwekking van energie voor het datacenter of levering aan het elektriciteitsnetwerk. Elektriciteit is een product wat eenvoudig getransporteerd kan worden en als basis voor energiedelen en omzetten naar warmte en koude een beproefde wijze is. Ook wordt deze energie steeds meer gebruikt voor mobiliteit. Het netwerk is vele malen goedkoper en flexibeler en de mogelijkheden en innovaties volgens elkaar snel op (SmartGrid, virtuele netwerken etc. etc.). Door het afschaffen van de salderingsregeling en voordelen op elektrisch vervoer worden deze innovaties versneld. Daarnaast is in de basis leder gebouw hier al standaard van voorzien. Wij richten ons als ontwikkelaar op innovatieve individuele installaties.
Door optimaal gebruik te maken van de interne warmte van de woning als bron voor de installaties hoeven wij Been uitwendige bron toe te passen (WKO/Warmtenet/buitenunit). Deze installatie kan door de bewoner zeif in de toekomst vervangen worden, want ook deze installatie heeft niet het eeuwige leven en zal door innovatie ingehaald worden. Uit betrouwbare bron weten wij dat er een volledig motorloze warmtepomp ontwikkeld wordt die nog vele malen efficienter zal zijn en ook voor hoge watertemperaturen (vervangingsmarkt). Dergelijke installaties worden ook gekoppeld aan domotica systemen, waardoor ook de interactie met andere systemen (zoals afzuiging en verlichting) gestuurd wordt op aanwezigheid en gebruik van de woning, zoals de bewoner dat wenst. Door bij te dragen aan de verdere ontwikkeling van deze systemen hopen wij ook bij te dragen aan de ontwikkeling van de vervangingsmarkt (bestaande bouw) en energiemarkt en zo sneller bij ons alter klimaatdoelstellingen te komen. Wij hopen dat de gemeente Amsterdam hier ook in wil volgen en kiest voor elektriciteit in plaats van uitbreiding van warmtenetten. Met vriendelijke groeten,
Adressant 4
1-Pee-Ski-eT
1
WIERINGA ADVOCATEN IJdok 17 11013 MM Amsterdam Postbus 10100 11001 EC Amsterdam +31 (o)20 624 68 11
Tevens per mail naar: energietransitie@amsterdam.n1
f +31 (0)20 627 22 78 KvK 34372239 ‘vww.wieringaml Stiehting Beheer Cl8tntengelden WierInga Advocaten ABN AMRO 40.26.83.560 IBAN: NL37 ABNA 0402 6835 6o
AANTEKENEN Aan de gemeenteraad van de gemeente Amsterdam T.a.v. IB-e (Ingenieursbureau Energietransitie), contactpersoon MEM Postbus 2758 i000CT Amsterdam
111111111111111111111111
Onze/Our ref:
Amsterdam,
Uw/Your ref:
4o612/sb
BIC: ABNANL2A
dvocaat +31 20 53130 24
12 maart 2021
Inzake: Wooden City Karspeldreef/ Advies WKO
Geachte raadsleden, Op verzoek van Wooden City Karspeldreef B.V. (gevestigd in Amsterdam) dien ik hierbij haar zienswijze in ten aanzien van het ontwerp warmteplan Amstel III zoals dat tot 15 maart a.s. ter inzage ligt. Wooden City Karspeldreef B.V. (hierna WCK) is erfpachter van de percelen Karspeldreef 14 en 16, die zijn gelegen binnen het gebied waarop het ontwerp warmteplan betrekking heeft. WCK kan zich niet (ye heel) vinden in het ontwerp warmteplan. WCK heeft vergevorderde plannen voor de herontwikkeling van Karspeldreef 14 en 16 en daarover afspraken gemaakt met de gemeente Amsterdam, onder meer in de `Alionge op de afsprakenbrieven' en de eerder overeengekomen afsprakenbrleven voor beide percelen. In deze afsprakenbrieven is het WCK expliciet toegestaan om In piaats van een aansluiting op het warmtenet voor een gelijkwaardig duurzaam alternatlef te kiezen. In het door de igte ger goedgekeurde VO en DO is dit ingevuld middels een WKO.
WCK vindt het dan ook merkwaardig dat de gemeente — in weerwil van bovenjenoemde expliciete toestemming om of te zien van aanslulting op het warmtenet— een warmtgplan In procedure heeft gebracht dat (in theorie) alsnog tot een aansluitplicht zou kunnen leiden:_ Aangezlen de WKO minimaal even duurzaam zal zijn als een aansluiting op het warmtenet, zal het warmtenet voor project overigens in de praktijk niet !Men tot een aansluitplicht omdat WCK een beroep op de gelijkwaardigheicisbepalIng toekomt. Wel is er risico op vertraging gelet op de onduidelijkheden die het ontwerp warmteplan op dit moment nog Kent. Ten aanzien van het warmteplan inhoudelijk heeft WCK Ingenieursburo Linssen verzocht dit te beoordelen. De bevindingen van Linssen zijn weergegeven in de notitie In de bijlage, en maken integraal deel uit van deze zienswijze. In de kern: Linssen concludeert dat het warmteplan nog teveel onduidelijkhedenl<ent onder meerten aanzien van de duurzaamheid van het warmtenet
Etke annspraketljkheld Is beperkl lot hal Wing dal onder onze boroepsaansprakellikholdsverzekerIng word) ullgekeerd. Any liability shall he Wiled to the amount which is paid out under ourproressional liability Insurance.
WIERINGA ADVO CAT a -2-
zelf, als ten aanzien van de gelijkwaardigheidsbepaling als bedoeld In art. 1.3 lid 4 van het Bouwbesluit 2012. Deze onduidelijkheid kan WCK niet worden tegengeworpen bij haar aanvraag om een omgevingsvergunning en de toets aan art. 1.3 lid 4 van het Bouwbesluit. WCK gaat er vanuit dat deze onduidelijkheid tijdig wordt weggenomen zodat eventuele vertraging en als gevoig daarvan te lijden schade wordt voorkomen. Afgezlen daarvan gaat WCK er vanuit dat de gemeente bovengenoemde privaatrechtelijke afspraak zal respecteren zodat voor het project een WKO gerealiseerd kan worden. WCK wljst u er verder nog op dat de geplaatste kennisgeving voor het warmteplan niet voldoet aan afd. 3.4 Awb. Voor zover is beoogd het warmteplan voor te berelden met de uniforme voorbereidingsprocedure wordt daarmee niet aan de relevante vereisten voldaan. Gelet op het voorgaande verzoek ik u: - Af te zien van de vaststelling van het warmteplan - Dan wel het warmteplan aan te passen conform het voorgaande.
Met vrleticlelljke q.rbet, /111111111 . 1110
Bijtage notItie Ingenleursburo Linssen
1119C-mjeLlISI)L110
"IL
Iinssen
notitle amsterdam 11 maart 2021 project Karsp 14 + 16 Amsterdam kenmerk 1950/V78361/A H/MV onderwerp Zienswijze op Ontwerp Warmteplan Amstel III-Paasheuvelweggebied en omgeving
1.
Inlekling. Ingenieursburo Linssen heeft op verzoek van Woodencity Karspeldreef BV het Ontwerp Warmteplan Amstel III - Paasheuvelweggebied d.d. 1 december 2020 beoordeeld op technIsche en energetische aspecten. In deze notitie warden deze punten benoemd als zienswijze op het Warmteplan. Omdat het een oniwerp Warmteplan beireft, dient een voorbehoud to worden gemaakt op de compleetheid van deze zienswijze. Daarnaast is ook een zienswIlze mogellJk vanuit een juridisch perspectief. Dit wordt niet in deze notitie behandeld.
2.
Algemeen. Het huidige ontwerpvoorstel van het Warmteplan is nog onvoldoende onderbouwd en geeft te weinig handvatten aan de ontwikkelaars om er bij hun aanbieding hierop te kunnen anticiperen en dat bij indiening als toetsingskader geldt, waarvoor het Warmteplan is bedoeld. Dit vanwege de volgende punten: a. b. c. d. e. f.
Het is nog onduidelijk hoe de gelijkwaardigheid kan worden aangetoond en wanneer het plan in working treedt. Er Is nog geen warmtebedrijf dat leveringszekerheid biedt van warmte en koude aan de gebruikers. Er zljn nog geen leveringscontracten en -afspraken met de datawarmteleveranciers, terwijl de energiezuinigheid van het Warmteplan sterk afhankelijk is van de restwarmte van het datacenter. Er is geen financiele onderbouwing van het Warmteplan met bedrijfseconomische verantwoording. Het Warmteplan geeft onvoldoende weer welke mate van energiezuinigheid (EOR, CO2, fijnstof, stikstof, geluid) van het distributienet gerealiseerd kan worden. Onduidelijkheld over de volgende factoren: termijn van beschikbaarheid c.q. realisatie, voorwaarden en tarieven en met welk warmtebedrijf de ontwikkeiaars te maken hebben c.q. zullen krijgen.
www.ibl,n1 infoOibl.n1 +31(0)2055078 78
enfrepotdok 81 1018 ad amsterdam kvk 33140968
1(.-lertic-mrst -)t.no
Ilk 3.
linssen
Opmerkingen per paragraaf. -
Par 2.3 Werking Warmteplan. Er wordt een voorbehoud gemaakt op de bepaling dat de energiezuinigheid van het distributienet pas wordt bereikt op het moment dat het geplande aantal aansluitingen is gerealiseerd. De Gemeente kan het energetisch rendement van het Warmteplan niet garanderen. Het is Immers na de realisatie van de eerste aansluitingen niet zeker of alle aansluitingen worden gerealiseerd. Op de aansluitplicht zijn immers uitzonderingen mogelijk, en creeert daarmee grote onzekerheid over het behalen van de vooraf door de Gemeente voorgerekende energiezuinigheid. Par 2.3 Werking Warmteplan. "De aansluitplicht vervalt indien:" " 5. Er op basis van ge►ijkwaardigheid een ontheftlag van de oans►uitplicht wordt verleend." De definitieve gelijkwaardigheid ontbreekt. In par 2.4 goat men over tot het benoemen van criteria (energiezuinigheid en bescherming milieu). Wordt het hieraan voldoen als gelijkwaardig beschouwd? Par 2.4 Criteria: mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu. Er wordt een aantal criteria genoemd met onvoldoende toelichting over met welke methode ate criteria geloetst moeten worden en welke prestatie het distributienet heeft aan de hand van deze criteria. Hierdoor is het Warmteplan onbruikbaar, omdat het onmogelijk is om gelijkwaardigheid aan te tonen. Par 3.4 Lokale bronnen.
"In dit collectieve distributienet kan gebruik gemaakt worden van de volgende bronnen." en Par. 3.5 Bronnen verbinden- infrastructuur. "Vanuit het datacenterAM5 kan warmte geleverd worden van ca. 28 graden Celsius. De benodigde infrastructuur (leidingen en regelruimtes) dient aangelegd en gereserveerd te worden." Deze zinnen wijzen op onduidelijkheid over wie het distributienet gaat aanleggen en beheren. 'Kan' impliceert allerminst zekerheid. Wie is verantwoordelijk voor het aansluiten van deze bronnen?
- Par. 3.5 Brannen verbinden - infrastructuur. Vanuit het datacenterAM5 kan warmte geleverd worden van ca. 28 °C. De benodigde infrastructuur (leidingen en regetruimtes) dient aangelegd en gereserveerd te worden. .. De energieprestatie van het 28 °C ZLT-net kent een grotere variatie, omdat de onbalans tussen warmte- en koudevraag onbekend is en daarmee ae vraag near regeneratie van WKO-systemen. Je kunt daarmee ook stellen dat als een altematief systeem aantoonbaar in balans is, deze altijd beter zal scoren. Dit word! echter niet als beoordelin%criterium beschouwd.
[
1950/V78361 Karsp 14 + 16 Amsterdam
blad 2
it iget iieursburo iE
linssen
Par. 3.6 Distributienel. (Wat is het verschil met par 3.5?)
33
Er wordt gesproken over een distributienet, echter wordt niet beschreven bij wie de ontwikkelaars een aansluiting kunnen aanvragen. Ook wat betreft de voorwaarden van een aansluiting, tarieven, afspraken, etc. is er geen duidelijkheid. In de concept EMG-berekening (als bijiage bij het concept warmteplan) wordt gesproken over Vattenfall, maar verder blijkt nergens uit dal Vattenfall de gewezen leverancier is van duurzame warmte en koude vanuit het distributienet. - Par. 3.7 Energiezuinigheid. Er staat dat de EOR bepaald moet worden door BCRG. Hierdoor legt Gemeente de verplichtin• bij de oniwikkelaars neer voor het inschakelen van BORG bij het indienen van de omgevingsvergunning. ii is een ovenwe e j e eis vanui .e Gemeente door middel van het Warmteplan. Echter, BCRG toetst pas als het betreffende systeem definitlef is (na volledig ontwerp en contractering) en dal is procesmatig pas na het verkrijgen omgevingsvergunning. Er kan dus niei worden gerekend in de ontwerpfasen met de juiste waarden, waardoor haalbaarheld niet met zekerheid kan worden getoetst. Dit impliceert onwenselijk grote risico's voor de ontwikkelaars. Daarnaast is BCRG een organisatie dat een aantal keren per jaar vergadert over gelijkwaardigheld van producten en systemen. Dit kan een negatieve effect hebben op het tijdsbestek van ontwikkelingsprojecten. Par. 3.7 Energiezuinigheid.
Tofdat er een vigerende EMG-verklaring is, is de energleprestatie (EOR) van het to realiseren distributienet bepaald op minimaal 220 % (primaire energie) ofwel 0,45 Fpdel. Ten eerste stoat er primaire energie aangegeven, terwijI de meeste gebruikers aansluiten op het secundaire net. Het rendement is daarmee voor de meeste aansluitingen lager dan Kier wordt voorgewend. Ten tweede geeft de Gemeente aan dat totdat het rendement van het te realiseren distributienet is bepaald en goedgekeurd door BCRG, het rendement minimaal 220 % bedraagt. Daarmee mag echter tot dat moment niet worden gerekend. De BENG-regeling (NTA8800) steal alleen door BORG goedgekeurde kwaliteitsverklaringen toe. De Gemeente biedt geen garanties op het voorgestelde rendement. De duurzaamheid van het Warmteplan zal in grote mate afhangen van de koppeling van datawarmte vanuit dataceniers zoals AM5. Er zijn geen leveringscontracten met garanties gestoten. Daarnaast zal de levering van restwarmte een commercieel product worden van een datacenter als hiervoor een contract wordt afgesloten. Doel van de energietransitie is dot een datacenter steeds minder restwarmte produceert en dat het geen doel mag worden om warmte te produceren. De overweging en garanties hieromtrent ontbreken. Daarnaast is het van groot belong dat deze restwarmte wordt opgewekt vanuit een duurzame elektriciteitsbron.
Garanties daaromirent ontbreken eveneens.
1950/V78361 Karsp 14 + 16 Amsterdam
blad 3
ill get lieu! sbur
111 zL Iinssen Datacenter exploitanten hebben aangegeven dot hun datacenters vooral restwarmte in de zomerperiode kunnen leveren. In de tussenseizoenen en in de winter worden ze gekoeld met vrije keeling op basis van buitenlucht. Dan is er geen restwamte beschikbaar. In deze seizoenen moet dus warmte op een andere wijze duurzaam worden opgewekt. Is het dan wel duurzaam om voor een aantal maanden per jaar de benodigde infrastructuur aan te brengen, of zelfs als speerpunt te maken van het Warmteplan? -
Par 3.8 Bescherming Milieu. De focus ligt op bescherming van het milieu binnen de metropool regio Amsterdam en binnen het gebied van het Warmteplan. Het is bijzonder vreemd te noemen dat de uitstoot van de elektriciteitscentrales die de energie leveren aan deze metropool hierin niet wordt meegewogen, waarbij wel gerekend wordt met het rendement van deze centrales onder par. 3.7 Energiezuinigheid. Deze centrales hebben wel uitstoot, namelijk fijnstof en CO2. Een eigen lokale warmtepomp die wordt gevoed met op eigen locatie opgewekte duurzame elektriciteit is dan toch altijd beter? Wat mag worden meegenomen in berekening van de CO2-reductie? Het zelf opwekken van eleklrische energie met PV-panelen op locatie en het zoveel als mogelijk zelf gebruiken van deze energie ten behoeve van een eigen energieopwekkingsinstallatie leidt tot een significante reductie van CO2 emissie en presenteert beter dan het landelijke elektriciteitsnet (69 %). Hoe kan dit worden meegenomen in de energieprestatieberekening voor het aantonen van gelijkwaardigheid? 4. Geluidsbelasting. Aanvrager moet aantonen dat de geluidsproductie van hef atternatief onder wettelijke langtijdgemiddelde geluiddrukniveau de richtwaarde van 35 dB(A) op dichtstbijzijnde gevel van derden niet overschrijdt. De Gemeente noemt hier geluidsbelasting als criterium voor mate van energiezuinigheid.
Zij stelt ook een bovenwettelijke eis van 35 dB(A) op de dichtstbijzijnde gevel van derden. Er gelden wettelijke geluideisen voor installaties. Is het de Gemeente toegestaan om het Warmteplan te gebruiken voor bovenwettelijke geluidseisen? Algemeen. De stukken spreken over twee varianten: LT en ZLT. Onduidelijk is om welke variant het Warmteplan goat. Daarnaast wordt er niet gesproken over warmtapwater en koudelevering. Moet de gebruiker naast een kosibare aansluiting voor warmte vanuit het Warmteplan daarenboven zelt warmtapwater en koude organiseren? Dit leidt tot verlies van samenhang van een Installatieontwerp en daarmee tot hogere kosten.
- Bijlage 3. Hieruit blijkt dot er nog veel onduidelijkheid is als het gaat om levering van datawarmte. Paragraaf 2.3.1 geeft aan dat Greenvis geen volledige gegevens heeft onivangen van het warmtesysteem en dot forfaitaire waarden zljn gebruikt. Daarnaast Is een aansluiting tussen 44 % en 100 % erg breed voor interpretatie. Dit document en hiermee ook bijlage III is hierdoor zeer abstract en geeft geen concrete handvatten aan het Warmteplan.
1950/V78361 Karsp 14 + 16 Amsterdam
blad 4
Iget 1k-2:MIMI°
111 4.
Iinssen
Conclusle. Het voorstel Warmteplan is thans onvolledig. Het ontbreekt aan handvatten voor de ontwikkelaar om te overwegen om aan te sluiten cianwel een tenminste gelijkwaardigheid aan te tonen In geval van een alternatieve warmte/koude voorziening, wat betreft: Leveringszekerheid. De leverancier/Warmtebedriff. De Financiele verantwoording. Contracten. Energieprestalies - Milieuprestaties. - Realisatie. -
Wij vragen ons of of het distributienet niet leidt tot een toename van publieke en private kosten voor warmte- en koudelevering. Het Warmteplan zou de concurrerende opties een kans moet geven om te innoveren en vooruit te !open, maar het voorgestelde proces leidt nu volgens ons tot hogere ontwikkelrisico's, hogere initiele kosten en meer bureaucratie. Wij adviseren daarom Gemeente nogmaals het doel en nut van het Warmteplan to heroverwegen. We constateren dat het Warmteplan in de huidige vorm nog veel onzekerheid en onduidelijkheid bevat en adviseren daarom het Warmteplan in deze vorm niet vast te stellen.
INGENIEURSBURO LINSSEN B.V.
1950/V78361 Karsp 14 + 16 Amsterdam
bled 5
• 4--• ca L i rif.;
1411
1: rti
16 wira 21)21
WIERINGA ADVOCATEN IJdok 17 11013 MM Amsterdam Postbus 10100 11001 EC Amsterdam t +31 (020 624 68 11
Tevens per mail naar: energietraNitYdWnsterdam.n1
r +310020 627 22 78 KvK 34372239 www.ivieringa.n1 Stickling Selmer Clientengelden
2SRRDT9194728
Wieringa Advocaten
iJi
ABN AMRO 40.26.83.560
AANTEKENEN Aan de gemeenteraad van de gemeente Amsterdam T.a.v. IB-e (Ingenieursbureau Energietransitie), contactpersoon Postbus 2758 i000CT Amsterdam Onze/Our ref:
Uw/Your ref:
4o612/sb
IBAN: NL37 ABNA 0402 6835 Go BIC; AIINANL2A
advocaat +3120 53130 24 MEM. Amsterdam, 12 maart 2021
Inzake: Wooden City Karspeldreef / Advies WKO
Geachte raadsleden, Op verzoek van Wooden City Karspeldreef B.V. (gevestigd in Amsterdam) dien ik hierbij hear zienswijze in ten aanzien van het ontwerp warmteplan Amstel III zoals dat tot 15 maart a.s. ter inzage ligt. Wooden City Karspeldreef B.V. (hierna WCK) is erfpachter van de percelen Karspeldreef 14 en 16, die zijn gelegen binnen het gebied waarop het ontwerp warmteplan betrekking heeft. WCK kan zich niet (geheel) vinden in het ontwerp warmteplan. WCK heeft vergevorderde plannen voor de herontwikkeling van Karspeldreef 14 en 16 en daarover afspraken gemaakt met de gemeente Amsterdam, onder meer in de `Allonge op de afsprakenbrieven' en de eerder overeengekomen afsprakenbrieven voor beide percelen. In deze afsprakenbrieven is het WCK expliciet toegestaan om in plaats van een aansluiting op het warmtenet voor een gelijkwaardig duurzaam alternatief to kiezen. In het door de gemeente goedgekeurde VO en DO is dit ingevuld middels een WKO. WCK vindt het dan ook merkwaardig dat de gemeente — in weerwil van bovengenoemde expliciete toestemming om afte zien van aansluiting op het warnntenet een warmteplan in procedure heeft gebracht dat (in theorie) aisnog tot een aansluitplicht zou kunnen leiden.
Aangezien de WKO minlmaal even duurzaam zal zijn als een aansluiting op het warmtenet, zal het warmtenet voor project overigens in de praktijk niet leiden tot een aansluitplicht omdat WCK een beroep op de gelijkwaardigheidsbepaling toekomt. Wel is er risico op vertraging gelet op de onduidelijkheden die het ontwerp warmteplan op dit moment nog kent. Ten aanzien van het warmteplan inhoudelijk heeft WCK Ingenieursburo Linssen verzocht dit to beoordelen. De bevindingen van Linssen zijn weergegeven in de notitie in de bijlage, en maken integraal deel uit van deze zienswijze. In de kern: Linssen concludeert dat het warmteplan nog teveel onduidelijkheden kent onder meer ten aanzien van de duurzaamheid van het warmtenet