CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

B003.OLO5480975_Ruimtelijke_onderbouwing_SDK.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 19 januari 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Ruimtelijke onderbouwing stadsdeelkantoorlocatie Osdorpplein (ZD2021-017601)13.983 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Er is dan ook geen koeling beschikbaar, een element dat voor het comfort van de bewoners – in het licht van de steeds warmer wordende zomers – erg belangrijk is. Daarnaast is koeling in de commerciële ruimten en openbare bibliotheek een vereiste, waardoor een opwekking middels warmte- en koudeopslag een basis uitgangpunt is. De laatste twee redenen zijn doorslaggevend geweest om niet te kiezen voor alleen stadsverwarming zonder koeling. Een centraal WKO systeem met bronnen in de bodem en aanvulling middels all electric opwekking is een technisch goede mogelijkheid. In de BENG berekening scoort deze optie ook gunstig voor de de score BENG3, minder voor de BENG2. Dit vraagt echter wel extra inpassing van 33

Ruimtelijke onderbouwing Project MIX (SDK-Locatie) te Amsterdam

luchtwarmtepompen en voldoet niet aan de eis in het kavelpaspoort om aan te sluiten op stadsverwarming. Wij adviseren derhalve te kiezen voor optie 3. Optie 3 betreft een combinatie van stadsverwarming met een WKO systeem. De basisbehoefte in koeling en laagtemperatuur verwarming wordt geleverd door het WKO systeem, het aanvullende deel voor hoogtemperatuur verwarming van warmtapwater wordt geleverd door stadsverwarming. Dit systeem scoort in de BENG2 en 3 waarden aanzienlijk beter dan stadsverwarming alleen en slechts iets minder dan een WKO bron. Door de individuele afleversets is er veel controle en dus comfort bij de bewoners. Deze overwegingen hebben de doorslag gegeven bij de keuze voor dit systeem. De keuze voor optie 3 is een duurzamer en beter alternatief voor stadsverwarming. Om aan de BENG 1 eisen te kunnen voldoen heeft de schil van het gebouw heeft de volgende specificaties: Rc vloer boven garage : 3,7 m2K/W Rc gevel : 4,70 m2K/W Rc dak: 6,3 m2K/W Uw-raam(glas+kozijn): 1,20 W/m2K ZTA (g): 0,6 qv10;spec: 0,250 dm3/s m2 Naast warmte moet ook voorzien worden in elektriciteit. Dit gebeurt met de plaatsing van pvpanelen in oost west opstelling op de hoge daken om aan de nog nader vast te stellen Amsterdamse BENG eisen te gaan voldoen. Vooralsnog wordt rekening gehouden met ca. 800 panelen van 360 Wp/st.

Duurzame mobiliteit De eisen uit het bouwbesluit met betrekking tot laadvoorzieningen worden gerespecteerd. In basis worden 100 parkeerplaatsen uitgerust met een oplaadpunt. De infrastructuurvoorzieningen voor uitbreiding van de laadpunten worden reeds voorzien. Daarnaast wordt er in het project voorzien in een additionele trafo ruimte om de capaciteit van de aansluiting van de garage in de toekomst uit te kunnen breiden. Tevens zal er in het project een programma met deelauto’s worden opgenomen. Voor fiets- en scooter parkeren geldt dat er wordt voldaan aan de “Nota Parkeernormen Fiets en Scooter, maart 2018 van de gemeente Amsterdam. Klimaatbestendigheid Om aan de eisen van klimaatbestendigheid te kunnen voldoen worden er in het project waterberging toegepast om de capaciteit van een regenbui van 60 l/m2 op eigen kavel op te kunnen vangen. Hiermee wordt tevens voldaan aan de eisen uit de in juli 2021 vast te stellen Hemelwaterverordening van de gemeente Amsterdam. De waterberging wordt verdeeld over 2 van de hoge daken en in de binnentuin en wordt gerealiseerd middels WaterRetentieBoxen. De waterberging wordt tevens ingezet voor irrigatie van de binnentuin, waardoor extra besproeiing in de droge tijden zoveel mogelijk wordt voorkomen. Als alternatief wordt een ondergrondse waterberging nog onderzocht.

Het overtollige hemelwater zal op openbaar water worden afgevoerd conform de eisen uit Amsterdam Rainproof (max. 1mm/m2 per uur). 34

Ruimtelijke onderbouwing Project MIX (SDK-Locatie) te Amsterdam

Natuurinclusief Bouwen Als inspiratie voor het natuurinclusief bouwen worden het “Handboek Natuurincluief bouwen en ontwerpen in 20 ideeën” van de Gemeente Amsterdam gehanteerd. Onder andere de navolgende voorzieningen zullen in het plan zullen worden opgenomen: • Nestkasten voor vogels en vleermuizen • Waterdaken op de hoge dakvlakken • Groene daken op de lage dakvlakken • Diversiteit in beplantingen en aanlegnivo’s waardoor ook een diversiteit aan vogels en insecten gewaarborgd wordt Hiertoe is buro Sant&Co gecontracteerd om met name de juiste balans te vinden tussen groen, water en de benodigde verhardingen in de binnentuinen. Circulair Bouwen A. Ons uitgangspunt voor het ontwerp van Mix Amsterdam is om woonblokken te creëren die niet 75 jaar, maar vele generaties meegaan. Dit uit zich niet alleen in een geliefd ontwerp maar ook in de flexibiliteit en de gebruikte materialen. Als het gaat om circulair bouwen, zijn er drie fasen te onderscheiden: Realisatiefase; hierin is met name het ontwerp en de gekozen materialisering van belang, dit onderdeel wordt gevangen in de MPG. Al het hout zal bestaan uit FSC goedgekeurd hout. Het plan zal voldoen aan de op het moment van indiening geldende eis. B.

Gebruiksfase; hierin is het van belang om te kijken naar de circulariteit van de fysieke stromen (Elektra, warmte, water, afval etc), de flexibiliteit binnen het ontwerp, mogelijkheden onderhoud. Onder andere de keuze voor een geïntegreerde WKO installatie voor zowel commercieel als woningen waarbij warmte- en koude overschotten onderling gedeeld worden is hier een uitwerking van. Maar ook de gedeelde en uitwisselbare voorzieningen voor parkeren en expeditie horen hiertoe. C. Einde Levensduurfase; hierin wordt gekeken naar de herbruikbaarheid van materialen. Belangrijk aspect dat nu wordt meegenomen is de registratie van alle materialen in een materialenpaspoort dat bij oplevering wordt meegeleverd. 5.8.

Archeologie en Cultuurhistorie Algemeen Vanwege de Wet op Archeologische Monumentenzorg (WAMZ) is het verplicht om bij alle ruimtelijke besluiten het archeologisch belang een volwaardige plaats toe te kennen. Archeologie Door Bureau Monumenten en Archeologie is een archeologisch bureau onderzoek uitgevoerd (2012) in het kader van het geldende bestemmingsplan. Aan de hand van de archeologische verwachtingen is een beleidskaart opgesteld. Voor de projectlocatie geldt dat er geen archeologische verwachting is vanwege de al gerealiseerde bebouwing waardoor de bodem verstoord is. Het gebied is daarmee vrijgesteld van nader archeologisch onderzoek. Ondanks dat geldt een wettelijke meldingsplicht. Dit houdt in dat indien bij werkzaamheden toch bodemvondsten ouder dan vijftig jaar worden aangetroffen dit aan Bureau Monumenten en 35

Ruimtelijke onderbouwing Project MIX (SDK-Locatie) te Amsterdam

Archeologie wordt gemeld zodat in overleg met de opdrachtgever maatregelen getroffen worden tot documentatie en berging van de vondsten. Cultuurhistorie Er bevinden zich geen cultuurhistorische waarden in en om de projectlocatie, waarmee rekening moet worden gehouden. De bestaande bebouwing is inmiddels gesloopt. 5.9.

Luchthavenindelingsbesluit Het oorspronkelijke Luchthavenindelingbesluit Schiphol (LIB) stamt uit 2002, en is op 31 augustus 2004 gewijzigd in werking getreden. Het LIB is een Algemene Maatregel van Bestuur, die gebaseerd is op artikel 8.4 van de Wet luchtvaart. Met het LIB wordt in kaartmateriaal een zogenaamd beperkingengebied vastgesteld. Het LIB bevat voor dat beperkingengebied regels waarbij beperkingen zijn gesteld ten aanzien van de bebouwing en het gebruik van gronden, voor zover die beperkingen noodzakelijk zijn met het oog op de veiligheid en de geluidsbelasting in verband met de nabijheid van de luchthaven Schiphol. Per 4 november 2015 en 1 januari 2018 zijn wijzigingen van het Luchthavenindelingbesluit (LIB) in werking getreden. Doel van deze wijzigingen is om de vliegveiligheid rondom Schiphol in afdoende mate te borgen. Hiervoor zijn de zogenaamde toetshoogtes in de omgeving van Schiphol aanzienlijk verlaagd. Gebouwen hoger dan de toetshoogtes als bedoeld kunnen alleen toegestaan worden indien het Rijk hiervoor een verklaring van geen bezwaar (vvgb) heeft afgegeven of een positief radar advies heeft afgegeven.

De beperkingen in het LIB betreffen: • de bestemming en het gebruik van grond in verband met het externe-veiligheidsrisico vanwege het luchthavenluchtverkeer; • de bestemming en het gebruik van grond in verband met de geluidbelasting vanwege het luchthavenluchtverkeer; • de maximale hoogte van objecten in, op of boven de grond, in verband met de veiligheid van het luchthavenluchtverkeer; • een bestemming die, of van een gebruik dat, vogels aantrekt, in verband met de veiligheid van het luchthavenluchtverkeer. Bij de eerste twee van de bovengenoemde typen beperkingen zijn in ieder geval gronden aangewezen die niet gebruikt dan wel bebouwd mogen worden ten behoeve van woningen, of andere in het besluit aangewezen gebouwen. In dat gebied geldt er een beperking voor de bestemming en het gebruik van grond in verband met de geluidbelasting. De projectlocatie valt in het gebied dat is aangewezen als LIB-5. Wanneer ruimtelijke ontwikkelingen in dit gebied gepland worden, moet worden gemotiveerd op welke wijze rekening is gehouden met de mogelijke gevolgen van een vliegtuigongeval met meerdere slachtoffers op de grond als gevolg van de ruimtelijke ontwikkeling. In het ontwerp van het project zal hiermee rekening worden gehouden. Het gebied kent een goede ontsluiting. In geval van een ongeval is het mogelijk de gebouwen en het gebied snel te verlaten.

Het gebied is daarom ook goed bereikbaar voor hulpdiensten.

36

Ruimtelijke onderbouwing Project MIX (SDK-Locatie) te Amsterdam

Voor de voorliggende projectlocatie geldt een hoogtebeperkingen vanwege het LIB van 41 meter (+NAP). Het project voldoet met een maximale bouwhoogte van 41 meter (+NAP) aan het LIB. 20 Ke-contour LIB 5 De projectlocatie is gelegen buiten de zone waar ernstige hinder van geluid kan optreden (LIB-4) maar is wel volledig gelegen binnen de 20 Ke-contour (LIB-5). Het 20 Ke-gebied is een planologische afwegingsruimte die voortvloeit uit de inmiddels vervallen Nota Ruimte. De regels binnen deze zone zijn erop gericht om enerzijds voldoende ruimte te laten voor de ontwikkeling van de mainport Schiphol en anderzijds om (woningbouw)ontwikkelingen mogelijk te maken. Het uitgangspunt is dat er zo min mogelijk over dichtbebouwd stedelijk gebied wordt gevlogen. Gelet hierop moet terughoudendheid betracht worden wat betreft woningbouwmogelijkheden op plaatsen waar dat uit een oogpunt van geluid en externe veiligheidsrisico's minder wenselijk is. Woningen zijn op de projectlocatie toegestaan aangezien er sprake is van bestaand stedelijk gebied. Alhoewel er reeds woningen zijn toegestaan, worden er nieuwe woningen toegevoegd. Daarom wordt in deze paragraaf, conform de PRV, rekenschap gegeven van het feit dat op de betreffende locatie sprake is van geluid en externe veiligheidsrisico vanwege het luchtverkeer.

Ook dienen de redenen te worden vermeld die er toe hebben geleid om op de betreffende locatie nieuwe woningen te bestemmen, alsmede de uitkomsten van het onderzoek naar de maatschappelijke haalbaarheid hieromtrent. De gemeenteraad heeft naar aanleiding van de 20 Ke-contour op 29 juni 2017 de beleidsregel ‘Wonen en vliegen 20 Ke contour Schiphol’ bekrachtigd en bepaald dat de toelichting van een ruimtelijk plan de volgende onderdelen bevat: a. een weergave en beschrijving van de exacte ligging van de woningbouwlocatie in het beperkingengebied; b. een beschrijving van de huidige situatie op die woningbouwlocatie; c. een beschrijving van verwachte toekomstige ontwikkelingen die kunnen zorgen voor een verandering van de huidige situatie op de woningbouwlocatie; d. een beschrijving van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de belangen die met de beoogde woningbouw zijn gemoeid, waaronder de actuele behoefte waarin de woningbouw voorziet; e. een slotconclusie over de bevindingen naar aanleiding van de onderwerpen bedoeld in a., b., c. en d. In aanvulling op het voorgaande kan bij de te maken afweging de gecumuleerde geluidsbelasting van vliegtuiglawaai worden betrokken.

Verder wordt als uitgangspunt gehanteerd dat in het geval maatregelen worden getroffen om geluidsbelasting dan wel geluidhinder te verminderen, de toelichting een beschrijving van die maatregelen en de afweging die daaraan te grondslag ligt, bevat.

37

Ruimtelijke onderbouwing Project MIX (SDK-Locatie) te Amsterdam

Ligging en situatie De projectlocatie ligt in het invloedsgebied van diverse banen en bevindt zich binnen de vertrekroutes van de Buitenveldert-, Kaag- en Zwaneburgbaan en grenst aan de vertrekroute van de Polderbaan.

Afbeelding: vertrekroutes vanuit Schiphol (projectlocatie rood)

Voor de geluidproductie van Schiphol gelden normen die in het Luchthavenverkeersbesluit (LVB) zijn opgenomen. Deze geluidsnormen zijn gerelateerd aan de jaargemiddelde geluidbelasting per etmaal (Lden) en per nacht (Lnight). De theoretische geluidsbelasting ter plaatse van het plangebied bedraagt minimaal 48 dB(A) Lden. De projectlocatie ligt buiten de jaargemiddelde geluidbelasting per nacht doordat het gemiddelde geluidsniveau hier lager is dan de laagst berekende contour.

38

Ruimtelijke onderbouwing Project MIX (SDK-Locatie) te Amsterdam

Afbeelding: uitsnede jaargemiddelde geluidsbelasting per etmaal(bron:http://www.bezoekbas.nl/)

De feitelijk optredende geluidbelasting wordt ieder jaar berekend. De feitelijke jaargemiddelde geluidsbelasting ter plaatse van de projectlocatie bedroeg in 2017 volgens gegevens van het Bewoners Aanspreekpunt Schiphol (BAS) tussen de 48 en 49 dB(A) Lden. De feitelijke jaargemiddelde geluidsbelasting in de nacht bedroeg in 2017 volgens gegevens van het BAS ruim minder dan 40 dB(A) Lnight. Het is mogelijk dat de geluidbelasting ter plaatse van het plangebied in de toekomst verandert. Enerzijds kan het luchtverkeer toenemen, anderzijds kunnen vliegroutes worden gewijzigd. Bovendien wordt een nieuw stelsel, het Nieuwe Normen- en Handhavingsstelsel (NNHS) ingevoerd waarmee de afgelopen jaren al werd geëxperimenteerd. De gevolgen van mogelijke toekomstige ontwikkelingen zijn op dit moment niet bekend. Tenslotte geldt dat de projectlocatie vanwege de ligging binnen de 20 Ke-contour is gelegen in een gebied met een verhoogde kans op een vliegtuigongeval met dodelijke slachtoffers op de grond. De kans op een vliegtuigongeval op de projectlocatie is echter zeer klein te noemen. Vanwege de ligging buiten de LIB 3 zone is de kans kleiner dan 1 op de 1 miljoen per jaar. Overwegingen Geluid Er zijn geen wettelijke kaders voor de beoordeling van luchtvaartgeluid. De wettelijke mogelijkheden worden begrensd door de LIB 4 zone.

De LIB 4 zone heeft tot doel om ernstige hinder en ernstige slaapverstoring door luchtvaartgeluid te voorkomen, omdat dit kan leiden tot 39

Ruimtelijke onderbouwing Project MIX (SDK-Locatie) te Amsterdam

negatieve gezondheidseffecten van inwoners en gebruikers van dit gebied. De buitengrens van de LIB 4 zone is aangewezen op basis van de berekende 58 dB(A) Lden contour. Binnen de LIB 4 zone / boven de 58 dB(A) Lden wordt het geluidniveau zodanig hinderlijk geacht, dat woningbouw daar niet of slechts onder beperkte voorwaarden wenselijk wordt geacht. In het kader van het gelijkwaardigheidsbeginsel (op grond van de Wet luchtvaart en het Luchthavenverkeersbesluit) wordt tevens gekeken naar de 48 dB(A) Lden en 40 dB(A) Lnight contouren. Boven de 48(A) Lden is de kans dat hinder wordt ervaren groot. Boven het niveau van 40 dB(A) Lnight kan ernstige slaapverstoring optreden. De feitelijk optredende geluidsbelasting ter plaatse van het plangebied ligt tussen de 48 en 49 dB(A) Lden en ruim lager dan 40 dB(A) Lnight. Hoewel bij deze niveaus bewoners overdag enige geluidhinder kunnen ondervinden, zijn de geluidbelastingen niet zodanig hoog dat het schadelijk is voor de gezondheid, van ernstige slaapverstoring is geen sprake. Op grond van de GES-methodiek wordt, om de impact op gezondheidskwaliteit te beoordelen, geluidsbelasting vanwege vliegverkeer ingedeeld in scores van zeer goed tot zeer onvoldoende. Een geluidsbelasting tussen de 48 en 49 dB(A) Lden wordt geclassificeerd als redelijk. De geluidsbelasting van minder dan 40 dB(A) Lnight wordt geclassificeerd als goed.

De vanwege vliegverkeer optredende geluidbelastingen ter plaatse van de projectlocatie worden daarom aanvaardbaar geacht. Tenslotte wordt opgemerkt dat geluidhinder een subjectieve ervaring is. De één vindt een bepaald geluidsniveau hinderlijk, de ander niet. Verder is bij het ervaren van hinder ook maatgevend in hoeverre geluid geaccepteerd wordt. De acceptatie van geluid wordt vergroot indien aspirantbewoners van tevoren bewust zijn van de te verwachten geluidbelasting. Gelet hierop zal de gemeente aspirant-bewoners actief informeren over luchtvaartgeluid. Dit kan door hierover afspraken met ontwikkelaars en corporaties vast te leggen in de erfpachtovereenkomst. Daarbij worden afspraken gemaakt over het verplicht opnemen van informatie over luchtvaartgeluid in de koop- en huurovereenkomsten en worden makelaars verplicht gesteld om deze informatie te geven. Externe veiligheid De kans op een vliegtuigongeval op de projectlocatie is zeer klein te noemen. Het is in ieder geval kleiner dan 1 op de 1 miljoen per jaar, gelet op de ligging buiten de LIB 3 zone. Een kans van 1 op de 1 miljoen per jaar wordt in het algemeen (bij andere risicobronnen) al zo gering gezien dat het risico als aanvaardbaar wordt geacht. In de omgeving zijn verder geen gevaarlijke of ontplofbare objecten aanwezig waardoor een vervolgschade (kettingreactie of domino-effect) zou kunnen ontstaan.

Er wordt uiteraard alles aan gedaan om het vliegverkeer zo veilig mogelijk te laten lopen. De (rijks)overheid stelt strenge eisen aan luchthavens, de verkeersleiding en luchtvaartmaatschappijen. De eisen zijn zowel ten aanzien van vliegtuigen (technische veiligheid), maar ook voor persoonlijke veiligheid. Er zijn regels voor bemanningen, voor mensen die op of in de buurt van de luchthaven werken en voor reizigers. De overheid controleert of de organisaties aan de gestelde eisen voldoen.

40

Ruimtelijke onderbouwing Project MIX (SDK-Locatie) te Amsterdam

Noodzaak woningbouw Zoals ook is beschreven in hoofdstuk 4 en paragraaf 5.12 is de druk op de Amsterdamse woningmarkt groot. Gezien deze woningbehoefte heeft de gemeente Amsterdam de ambitie uitgesproken vanaf 2018 minimaal 5.000 woningen per jaar te realiseren. De schaarste zorgt voor stijgende prijzen waardoor de betaalbaarheid voor lagere en middeninkomens verder onder druk komt te staan. De vraag naar woningen in Amsterdam (met name in het middensegment) is onverminderd groot, met name in de stedelijke woonmilieus binnen de A10 maar ook in gebieden daaromheen. Om tegemoet te komen aan de grote woningvraag moet de planvoorraad worden vergroot. Uitgangspunt van de Structuurvisie Amsterdam 2040 en Koers 2025 is dat de ruimte voor nieuwe woningbouw met name in de bestaande stad moet worden gevonden. Het voorliggende project heeft onder andere betrekking op de realisatie van nieuwe woningen. Op die manier kan er meer worden ingespeeld op de behoefte vanuit de markt en een bijdrage kan worden geleverd aan de woningbouwopgave. Maatregelen Geluid Het is niet aan gemeenten om bronmaatregelen te (laten) treffen om het luchtvaartgeluid te verminderen. Door innovatieve ontwikkelingen worden vliegtuigen steeds stiller. Ten aanzien van vliegroutes kan worden opgemerkt dat op luchthaven Schiphol een systeem van geluidpreferent baangebruik wordt toegepast.

Dat wil zeggen dat binnen de mogelijkheden van operationele uitvoerbaarheid het vliegverkeer zo veel mogelijk worden afgehandeld op de banen die de minste hinder veroorzaken (Polderbaan en Kaagbaan). Er is nog beperkt ervaring met maatregelen om luchtvaartgeluid te beperken. De vorm en materialisatie van gebouwen kunnen reflectie tussen wanden in een straat (en daarmee de geluidsbelasting op de gevel) verminderen. Naast maatregelen om geluidverspreiding te beïnvloeden kunnen ontwerpkeuzes worden gemaakt om de geluidsbeleving te beïnvloeden, zoals het zorgen voor maskerende geluiden of het aanbrengen van vegetatie. Externe veiligheid De gemeente kan geen maatregelen treffen om ongelukken met vliegverkeer te voorkomen (bronmaatregel). De mogelijkheden voor het treffen van effectmaatregelen om de gevolgen te beperken, zijn ook nihil. De enige maatregel is bouwen met minder intensief gebruik. Gezien de grote woningbehoefte en de schaarste aan de locaties waar binnenstedelijk in deze behoefte kan worden voorzien is dat voor de projectlocatie geen optie. De nood- en hulpdiensten treden in het geval van een vliegtuigongeval volgens het hiervoor geldende protocol op. De kwaliteit van de nood- en hulpdiensten wordt door intensieve monitoring steeds verbeterd. Sinds de Bijlmerramp zijn de lokale rampenplannen verbeterd.

Lokale bestuurders zijn en worden getraind in het leiding geven tijdens crisissituaties. Dit wordt periodiek herhaald en geëvalueerd. 41

Ruimtelijke onderbouwing Project MIX (SDK-Locatie) te Amsterdam

De luchtvaart en het LIB vormen geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit project. 5.10.

Milieuzonering Ten aanzien van de planontwikkeling dient rekening te worden gehouden met eventuele milieuhinder. Uitgangspunt hierbij is dat bedrijven niet in hun bedrijfsvoering worden beperkt en dat ter plaatse van een milieugevoelige functie, sprake is van een aanvaardbaar leef- en verblijfsklimaat. Voor de afstemming tussen milieugevoelige functies en bedrijven dient milieuzonering te worden toegepast. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ uit 2009. Het doel van de VNG-publicatie is het bieden van een handreiking voor maatwerk in de gemeentelijke ruimtelijke ordeningspraktijk en de publicatie biedt mogelijkheden voor maatwerk en flexibiliteit bij het inpassen van bedrijvigheid in de fysieke omgeving en bij het inpassen van woningen en andere gevoelige functies nabij bedrijven. In de omgeving van de planlocatie zijn geen bedrijven aanwezig die hinder ondervinden van de nieuw te bouwen woningen. In een gemengd stedelijk gebied is het voorkomen van woningen en lichte bedrijvigheid naast elkaar normaal en acceptabel.

5.11.

Ecologie en stikstofdepostitie Voor de bescherming van diersoorten is de Wet natuurbescherming van toepassing. Bij de beoordeling van de toelaatbaarheid van nieuwe bouwwerken en/of andere activiteiten moet rekening worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van te beschermen planten- en diersoorten op grond van de Wet natuurbescherming. Indien uit gegevens dan wel onderzoek blijkt dat er sprake is van (een) beschermde soort(en) en het bouwwerk en/of de activiteit beschadiging of vernieling van voortplantings- of rustplaatsen dan wel ontworteling of vernieling veroorzaakt, zal de betreffende bouwwerkzaamheid c.q. activiteit pas kunnen plaatsvinden na ontheffing c.q. vrijstelling op grond van de Wet natuurbescherming. In april 2020 is door onderzoeksbureau Els & Linde een quickscan ecologie uitgevoerd (zie bijlage). Hierbij is beoordeeld of er beschermde planten- en diersoorten aanwezig zijn binnen de planlocatie en of deze soorten schade ondervinden van de ontwikkelingen. Beschermde soorten Uit de resultaten van de quick scan is gebleken dat de aanwezigheid van vleermuizen, huismus en gierzwaluw is uit te sluiten op locatie. Een aanvullend onderzoek naar deze soorten is daarom niet noodzakelijk. Een ontheffing van de Wet natuurbescherming is niet nodig.

Natura 2000 en Natuurnetwerk Nederland Het beschermde Natura 2000-gebied ‘polder-Westzaan’ ligt op een afstand van ongeveer 9 kilometer van de planlocatie. Het project voorziet in de sloop van de huidige panden en in nieuwbouw op locatie. Onderzoeksbureau DGMR heeft in februari 2021 het effect van het voornemen op stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden onderzocht (zie bijlage). Uit de berekening van zowel de gebruiksfase als de bouwfase volgt dat het plan geen relevante bijdrage 42

Ruimtelijke onderbouwing Project MIX (SDK-Locatie) te Amsterdam

heeft op de stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden in de omgeving. De berekende depositie voldoet zowel voor alle jaren voor beide bouwmethoden als voor de gebruiksfase aan de grenswaarde van afgerond 0,00 mol/ha/jaar. Het plan heeft daardoor geen relevant effect op een Natura 2000-gebied. Andere aantastingen van kwalificerende habitats of soorten in het Natura 2000-gebied door de werkzaamheden, kunnen worden uitgesloten. 5.12.

Bezonning Het project voorziet deels ook in hogere bouwhoogtes. Dit resulteert in meer schaduwwerking op gebouwen in de omgeving. Er bestaan in Nederland geen formele wettelijke normen en eisen ten aanzien van de bezonning voor bebouwing. Wel zijn er normen van TNO: de lichte norm en de strenge norm. De lichte norm Een gebouw voldoet aan de lichte norm wanneer er gedurende twee uren per etmaal bezonning mogelijk is in de periode van 19 februari tot en met 21 oktober. Daarbij is het geen vereiste dat de bezonning aansluitend plaatsvindt. De strenge norm Om te voldoen aan de strenge norm moet er in de periode van 21 januari tot en met 22 november bezonning mogelijk zijn gedurende drie uren per etmaal. Ook hierbij is het geen vereiste dat de bezonning aansluitend plaatsvindt. De meeste woningen voldoen aan de norm. Slechts een beperkt aantal woningen die aan de noordzijde en/of op de lagere verdiepingen van het gebouw zijn gelegen zullen hier mogelijk net niet aan voldoen.

5.13.

Windhinder In januari 2021 is door Actiflow een analyse uitgevoerd conform de Nederlandse norm “NEN 8100:2006: Windhinder en windgevaar in de gebouwde omgeving” (zie bijlage). Hierbij is middels Computational Fluid Dynamics (CFD)-simulaties het effect van de nieuwbouw op de windstroming in kaart gebracht.

43

Ruimtelijke onderbouwing Project MIX (SDK-Locatie) te Amsterdam

Een groot deel van het onderzoeksgebied kent een goed tot matig windklimaat (windhinderklassen A en B), maar er zijn ook zones met een slechter windklimaat (windhinderklasse C/D). Dit wordt veroorzaakt door de versnelling van de stroming rond de hoeken van het gebouw (hoekstroomeffect) en een ‘downwash’ effect, maar ook als gevolg van de positionering van de nabij gelegen gebouwen. Met name voor de zones met windhinderklasse C/D in de Nicolaas Anslijnstraat is de invloed van bestaande gebouwen op het lokale windklimaat aanwezig.

44

Ruimtelijke onderbouwing Project MIX (SDK-Locatie) te Amsterdam

In zowel de bestaande als toekomstige situatie is er nergens sprake van een (beperkt) risico op windgevaar. Om de gesignaleerde hoeken met windhinderklasse D te voorkomen worden passende maatregelen aanbevolen. Deze zijn afhankelijk van de functie van het gebied. Het windklimaat levert geen gevaarlijke situaties op en vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het project.

45

Ruimtelijke onderbouwing Project MIX (SDK-Locatie) te Amsterdam

5.14.

Behoefte Teneinde een zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren dient op grond van artikel 3.1.6 Bro bij het mogelijk maken van een nieuwe stedelijke ontwikkeling gemotiveerd te worden dat de voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte. Om deze vraag te beantwoorden is de gewenste ontwikkeling aan de “ladder voor duurzame verstedelijking” getoetst. In artikel 5.20 van het Besluit omgevingsrecht (Bor) is bepaald dat artikel 3.1.6 Bro en dus het motiveringsbeginsel ook van toepassing is voor de Wabo afwijking op grond van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3° van de Wabo. De voorliggende afwijking van het bestemmingsplan betreft een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ en dient de behoefte gemotiveerd te worden. Het doel van de ladder is een zorgvuldige ruimtelijke ordening, in termen van optimale benutting van de ruimte in het stedelijk gebied. Met de ladder wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd. Er dient aangetoond te worden dat er een behoefte bestaat aan de nieuwe invulling van de projectlocatie en dat hiervoor beschikbare gronden in bestaand stedelijk gebied kunnen worden benut. De niet-woonfuncties in de plint, zoals de commerciële-, culturele en maatschappelijke voorzieningen, zijn op grond van het bestemmingsplan reeds toegestaan.

De woonfunctie in principe ook, maar omdat de afgelopen jaren er meer kleinere woningen gerealiseerd worden, wordt het maximum aantal in het gebied overschreden. Kantoren zijn niet toegestaan, maar de omvang hiervan is gering en vormt een goede aanvulling van het programma voor een gemengd stedelijk gebied. In de Structuurvisie van de provincie is aangegeven dat de woningbehoefte voor de metropoolregio Amsterdam circa 150.000 woningen bedraagt voor de periode tot 2040. In de Structuurvisie van de gemeente Amsterdam is vanwege de trek naar de stad en op grond van demografische ontwikkelingen een opgave van 70.000 woningen voor de gemeente Amsterdam geformuleerd. In de “Koers 2025” (2016) is voor Amsterdam een woningbouwopgave van 50.000 woningen aangehouden. In Amsterdam en omgeving zijn diverse plannen in uitvoering en in voorbereiding om de grote vraag naar woningen op te lossen (de zogenaamde planvoorraad) en tevens te voorzien in een woningvoorraad die aansluit bij de vraag vanuit de markt. Het onderhavige project kan hier goed op inspelen en past binnen de grote regionale behoefte aan woningen, die in de eerste plaats binnen het bestaand stedelijk gebied moeten worden toegevoegd. Uit de ‘Monitor betaalbare woningvoorraad 2015’ komt naar voren dat vooral in het sociale en middeldure huursegment de vraagdruk groot is.

Ook de ‘Woonvisie tot 2020’ zet in op woningen voor de lage en middeninkomensgroepen. Het voorliggende project draagt hieraan bij. In de Monitor Woningbouw 2020 is de SDK-locatie aangewezen als locatie met 500 woningen.

46

Ruimtelijke onderbouwing Project MIX (SDK-Locatie) te Amsterdam

5.15.

Besluit milieueffectrapportage In het Besluit milieueffectrapportage wordt onderscheid gemaakt in MER-beoordelingsplichtige activiteiten en MER-plichtige activiteiten. Voor stedelijke ontwikkelingsprojecten waar op grond van het Besluit niet direct een MER-beoordelingsplicht of MER-plicht geldt, moet een toets worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Of sprake is van een stedelijke ontwikkeling, hangt af van de concrete omstandigheden van het geval. Daarbij spelen onder meer aspecten als de aard en de omvang van de voorziene wijziging van de stedelijke ontwikkeling een rol. Uit die rechtspraak volgt voorts dat of per saldo aanzienlijke gevolgen voor het milieu kunnen ontstaan, daarbij niet van belang is (vgl. de uitspraak van de Afdeling van 7 september 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BR6907). De wetgeving en jurisprudentie zijn voor interpretatie vatbaar en laten daarom beoordelingsruimte aan het bevoegd gezag. De voorliggende ontwikkeling betreft de realisatie van in totaal 528 woningen, ruimte voor commerciële-, culturele- en maatschappelijke voorzieningen en kantoren met een totale omvang van 54.467 m2 bvo. In de parkeervoorziening zijn 360 parkeerplaatsen beschikbaar. Gezien de aard en omvang van de toename van het bouwvolume is er sprake van een stedelijke ontwikkelingsproject.

Er is daarom ook een MER Aanmeldnotitie opgesteld (zie bijlage). Hieruit is gebleken dat het project geen significante effecten heeft op het milieu en de omgeving. Het project geeft geen aanleiding tot het uitvoeren van een MER. Hierover heeft de gemeente een op 14 september een positieve beslissing genomen (zie bijlage).

47

Ruimtelijke onderbouwing Project MIX (SDK-Locatie) te Amsterdam

6. Uitvoerbaarheid 6.1.

Economische uitvoerbaarheid Artikel 6.12 Wro schrijft voor dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt voor gronden waar een bouwplan is voorgenomen. De raad kan besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien het verhaal van de kosten anderszins is verzekerd. In onderhavig geval is het kostenverhaal anderszins verzekerd, namelijk via de erfpachtuitgifte. De kosten voor het bouwen van de woningen, commerciële ruimten en parkeervoorzieningen worden door de initiatiefnemer gedragen. Verder is er een overeenkomst met de gemeente gesloten, waarin ook eventuele planschade is geregeld.

6.2.

Maatschappelijke uitvoerbaarheid Op grond van artikel 6.18 van het Besluit omgevingsrecht is bij de voorbereiding van een omgevingsvergunning artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening van toepassing. Op 25 juni 2021 is de aanvraag omgevingsvergunning in dit kader voorgelegd aan de overlegpartners. De volgende partijen hebben als volgt gereageerd: • Reactie Provincie Noord-Holland: De provincie geeft aan dat het plan goed aansluit bij de provinciale omgevingsvisie NH2050 om woningbouw zoveel mogelijk te laten plaatsvinden in de bestaande stedelijke gebieden. Wel resteren wat onduidelijkheden: 1. In hoeverre is de MER Schiphol die onlangs ter inzage is gelegd als onderlegger van de Ontwerpwijziging Luchthavenverkeerbesluit betrokken bij de beschrijving van de situatie? 2. Is er gekeken naar vliegtuiggeluid in samenhang met andere geluidbronnen? 3. Wordt er gekeken naar de mogelijkheden om in het stedenbouwkundig ontwerp de belasting door luchtvaartgeluid terug te dringen? Voor de rest heeft de provincie Noord-Holland geen op- of aanmerkingen op dit plan. Antwoord gemeente: 1. De MER Schiphol maakt geen onderdeel uit van de motivering van de ruimtelijke onderbouwing bij deze aanvraag. Deze MER dient als afwegingskader voor de aanstaande wijziging van het Luchthavenverkeersbesluit (LVB). Recentelijk heeft het ontwerp-LVB voor zienswijzen ter inzage gelegen (maart 2021).

Volgens de Wet luchtvaart dient elk LVB, volgend op het eerste besluit, een beschermingsniveau te bieden ten aanzien van geluidbelasting, externe veiligheid en lokale luchtverontreiniging dat voor elk van deze aspecten, gemiddeld op jaarbasis vastgesteld, per saldo gelijkwaardig is aan of beter is dan het door het eerste LVB geboden niveau. In algemene zin volgt uit de MER Schiphol dat bij de voorgenomen activiteit van 500.000 vliegbewegingen per jaar er binnen de 48dBA-contour, waarbinnen dit project is gelegen, per saldo weinig verandert. Het totaal aantal ernstig gehinderden en geluidbelaste woningen neemt in totaal zelfs iets af. Ook voor de externe veiligheid geldt dat de voorgenomen activiteit binnen de grenswaarden blijft. Gelet op de uitkomsten van de MER Schiphol ziet de gemeente, in samenhang met het zwaarwegende belang van de gemeentelijke woningbouwopgave en het reeds sinds vele decennia verstedelijkte karakter van dit deel van de stad (Osdorpplein) geen 48

Ruimtelijke onderbouwing Project MIX (SDK-Locatie) te Amsterdam

aanleiding om anders te concluderen voor wat betreft de ruimtelijke inpasbaarheid van voorliggend plan. 2. Het luchtvaartlawaai is beschouwd door gebruikmaking van de website van BAS. De andere geluidbronnen betreffen alleen het wegverkeer van stedelijke wegen. Deze zijn afzonderlijk beschouwd, cumulatie daarvan met vliegtuiglawaai is op basis van de wet Geluidhinder niet vereist. Overigens is rekenschap krachtens LIB-5 inzake vliegtuiglawaai voor het grootste deel van dit bouwblok niet aan de orde omdat het blok grotendeels buiten het LIB-5 is gelegen. 3. Aangenomen wordt dat de Provincie in zijn reactie doelt op geluidadaptief bouwen. Gelet op de situering van dit solitaire bouwblok, dat reeds begrensd wordt door bestaande bebouwing en een toekomstige gracht, zijn er weinig mogelijkheden om de positionering specifiek af te stemmen op vliegtuiglawaai. Wel zijn de hoogteaccenten van het blok in verschillende niveau’s opgebouwd en is er tussen deze hoogteaccenten in sprake van een grote binnentuin met veel groen dat ook een geluiddempende werking kan hebben. Overigens kan in dit kader ook worden opgemerkt dat slechts een relatief klein deel van dit bouwblok valt binnen de LIB-5contour. Zienswijzen De ontwerp omgevingsvergunning(en) wordt samen met de ruimtelijke onderbouwing voor een periode van 6 weken ter visie gelegd.

Tijdens deze periode kan een ieder een zienswijze indienen.

49

Ruimtelijke onderbouwing Project MIX (SDK-Locatie) te Amsterdam

7. Motivering en conclusie 7.1.

Algemeen In het kader van de integrale herontwikkeling van het centrumgebied Osdorp wordt ook het onderhavige projectgebied herontwikkeld met woningen, voorzieningen en kantoren. Het plan wijkt op onderdelen af van het geldende bestemmingsplan, zodat een omgevingsvergunning alleen in afwijking van het bestemmingsplan verkregen kan worden. De afwijkingen kunnen worden vergund met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3° Wabo. Hiervoor geldt een uitgebreide procedure.

7.2.

Onderbouwing noodzaak afwijkingen Het bestemmingsplan uit 2013 en de hieraan voorafgaande planvorming dateert uit een andere marksituatie. De vraag naar woningen en dan met name ook naar kleinere woningen is de afgelopen jaren enorm gestegen. Hierdoor zijn de eerder vastgestelde maximum aantallen voor woningen niet meer actueel. Er wordt niet per sé veel meer bouwvolume gerealiseerd, maar vanwege de kleinere omvang per woning kunnen in hetzelfde volume meer woningen gerealiseerd worden. Zo is het gezamenlijke maximum voor de bestemming ‘Centrum – 3’ al door de realisatie van het project Don Bosco, direct ten westen van het projectgebied, overschreden. Het is niet realistisch en maatschappelijk ongewenst om woningbouw op de SDK-locatie te laten vervallen. Het is daarom noodzakelijk en wenselijk om op dit punt van het bestemmingsplan af te wijken. De kantoorruimte is gering van omvang vormt een goede aanvulling van het programma. De bouwhoogte wordt deels duidelijk overschreden, maar past qua omvang goed in de omgeving. Ook het bestemmingplan staat bouwhoogtes tot 40 meter toe. De afwijking hiervan is gering. Daarnaast overschrijden de balkons de bouw- en bestemmingsgrenzen deels met meer dan 2 meter. Tot 2 meter is dat via een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid mogelijk. Alle afwijkingen hebben geen relevant negatief effect op de omgeving en zijn aanvaardbaar.

7.3.

Milieu en omgevingsaspecten Het voornemen is getoetst aan alle relevante milieu- en omgevingsaspecten. Geconcludeerd wordt dat er geen negatieve effecten optreden.

7.4.

Beleid Het voornemen is getoetst aan het relevante beleid van alle overheden. Geconcludeerd wordt, dat het past binnen het beleid.

50

Ruimtelijke onderbouwing Project MIX (SDK-Locatie) te Amsterdam

7.5.

Conclusie Uit het voorafgaande is gebleken dat de nu voorziene afwijkingen nodig en wenselijk zijn. Verder is aangetoond dat het project geen negatieve effecten heeft en dat het past binnen het beleid. Er kan dus in het kader van goede ruimtelijk ordening een omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan verleend worden voor dit project.

51

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10975570/1