CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

B003.OLO5480975_Ruimtelijke_onderbouwing_SDK.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 19 januari 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Ruimtelijke onderbouwing stadsdeelkantoorlocatie Osdorpplein (ZD2021-017601)13.983 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ruimtelijke onderbouwing Project MIX (SDK-Locatie) te Amsterdam

Versie: Datum:

Na indiening 22 september 2021

Ruimtelijke onderbouwing Project MIX (SDK-Locatie) te Amsterdam

Ruimtelijke onderbouwing Project MIX (SDK-Locatie) te Amsterdam

Inhoudsopgave 1.

2.

3.

4.

5.

6.

Inleiding ........................................................................................................................................ 1 1.1.

Aanleiding ............................................................................................................................. 1

1.2.

Locatie ................................................................................................................................... 2

Het project .................................................................................................................................... 4 2.1.

Huidige situatie ..................................................................................................................... 4

2.2.

Nieuwe situatie ..................................................................................................................... 6

Planologisch kader ...................................................................................................................... 11 3.1.

Geldend bestemmingsplan “Osdorpplein e.o.” (2013) ...................................................... 11

3.2.

Afwijkingen van het bestemmingsplan............................................................................... 13

3.3.

Kavelpaspoort SDK-locatie – Centrum Nieuw-West ........................................................... 14

Beleidskader ............................................................................................................................... 15 4.1.

Rijksbeleid ........................................................................................................................... 15

4.2.

Provinciaal beleid ................................................................................................................ 17

4.3.

Gemeentelijk beleid ............................................................................................................ 19

Omgevingsaspecten .................................................................................................................... 23 5.1.

Verkeer en parkeren ........................................................................................................... 23

5.2.

Luchtkwaliteit ..................................................................................................................... 27

5.3.

Geluid .................................................................................................................................. 28

5.4.

Externe veiligheid ............................................................................................................... 30

5.5.

Bodem ................................................................................................................................. 30

5.6.

Water .................................................................................................................................. 31

5.7.

Energie en duurzaamheid ................................................................................................... 33

5.8.

Archeologie en Cultuurhistorie ........................................................................................... 35

5.9.

Luchthavenindelingsbesluit ................................................................................................ 36

5.10.

Milieuzonering ................................................................................................................ 42

5.11.

Ecologie en stikstofdepostitie ......................................................................................... 42

5.12.

Bezonning ....................................................................................................................... 43

5.13.

Windhinder ..................................................................................................................... 43

5.14.

Behoefte ......................................................................................................................... 46

5.15.

Besluit milieueffectrapportage ....................................................................................... 47

Uitvoerbaarheid .......................................................................................................................... 48 6.1.

Economische uitvoerbaarheid ............................................................................................ 48

Ruimtelijke onderbouwing Project MIX (SDK-Locatie) te Amsterdam

6.2. 7.

Maatschappelijke uitvoerbaarheid ..................................................................................... 48

Motivering en conclusie.............................................................................................................. 50 7.1.

Algemeen ............................................................................................................................ 50

7.2.

Onderbouwing noodzaak afwijkingen ................................................................................ 50

7.3.

Milieu en omgevingsaspecten ............................................................................................ 50

7.4.

Beleid .................................................................................................................................. 50

7.5.

Conclusie ............................................................................................................................. 51

BIJLAGEN 1. Mobiliteitsonderzoek (kenmerk: 005906.20200404.R1.04), Goudappel Coffeng d.d. 29 maart 2021 2. Historisch bodemonderzoek (kenmerk: 20200207/rap01), ATKB d.d. 28 juli 2020 3. Nader en aanvullend bodemonderzoek (projectnummer: 205168), BK ingenieurs d.d. 23 december 2020) 4. Onderzoek omgevingsgeluid (referentie: 06208-52371-03), Cauberg-Huygen d.d. 26 januari 2021 5. Bouwput en bemalingsadvies (opdrachtnr. 118023), Van Dijk Geo- en milieutechniek d.d. 19 oktober 2020 6. Notitie Waterberging (project 4710), Hiensch Engineering B.V. d.d. 11 december 2020 7. Quick scan ecologie (projectnummer 20.032), Els & Linde d.d. 9 april 2020 8. Onderzoek stikstofdepositie (rapport: B.2020.0798.01.R001), DGMR d.d. 2 februari 2021 9. CFD-studie windhinder en windgevaar (AFR – 7936), Actieflow d.d. 28 januari 2021 10. Aanmeldnotitie MER, Van Riezen & Partners d.d. 7 april 2021 11. Beslissing Aanmeldnotitie MER, Gemeente Amsterdam d.d. 14 september 2021

Ruimtelijke onderbouwing Project MIX (SDK-Locatie) te Amsterdam

1. Inleiding 1.1.

Aanleiding Al circa 15 jaar wordt stapsgewijs gewerkt aan de vernieuwing van het Osdorpplein en omgeving. In 2005 is het “Vernieuwingsplan Centrum Nieuw-West” vastgesteld, gevolgd in 2007 door het “Regieplan Centrum Nieuw-West”. In deze documenten zijn de uitgangspunten vastgelegd om het bestaande winkelgebied Osdorpplein, de daar omliggende woongebieden en de oever aan de Sloterplas te vernieuwen door zowel stedelijke voorzieningen (winkels, recreatieve voorzieningen, leisure en horeca) als ook woningen toe te voegen. Op 26 juni 2013 werd het bestemmingsplan “Osdorpplein e.o.” vastgesteld, waardoor de vernieuwing ook planologisch-juridisch mogelijk werd gemaakt. Deze plannen worden gerealiseerd door een deel van de bestaande bebouwing te slopen en nieuwbouw te realiseren in een andere stedenbouwkundige opzet en andere bebouwingsdichtheid. Door de bebouwingsdichtheid te vergroten kan de kwaliteit van de openbare ruimte sterk worden verbeterd, onder meer door het graven van een nieuwe gracht. Daarnaast wordt in het Regieplan uitgegaan van het versterken van de relatie tussen het winkelcentrum en de oever van de Sloterplas door op de oever horeca en recreatieve voorzieningen toe te voegen. Op deze wijze wordt het Osdorpplein het centrum van heel Nieuw-West.

Een onderdeel van de vernieuwing is ook de sloop van het voormalige stadsdeelkantoor en de nieuwbouw van woningen met voorzieningen in de plint en een ondergrondse parkeergarage. Het voorgenomen bouwplan wijkt echter op onderdelen af van het geldende bestemmingsplan, zodat de omgevingsvergunning alleen in afwijking van het bestemmingsplan verkregen kan worden. Op grond van artikel 2.12, eerste lid van de Wabo kan een omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan worden verleend indien de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Om de procedure succesvol te kunnen doorlopen dient de aanvraag te worden voorzien van een goede ruimtelijke onderbouwing. Voorliggend document betreft de ruimtelijke onderbouwing voor dit project.

1

Ruimtelijke onderbouwing Project MIX (SDK-Locatie) te Amsterdam

1.2.

Locatie De locatie van de ontwikkeling (projectlocatie) bevindt zich direct ten zuiden van het winkelcentrum Osdorpplein, op het perceel van het voormalige stadsdeelkantoor aan het Osdorpplein Zuid. In volgende afbeelding is de ligging en begrenzing indicatief weergegeven.

Afbeelding: ligging en indicatieve begrenzing projectlocatie (bron: Googlemaps)

De noordzijde van het perceel grenst aan het Osdorpplein (Zuid) en de zuidzijde grenst aan de bestaande bebouwing en de groenstrook aan de Wilhelmina Bladergroenstraat. De westzijde grenst aan het nieuwbouwproject Don Bosco en de oostzijde aan de Nicolaas Anslijnstraat. De navolgende afbeelding toont de projectlocatie in haar directe omgeving. Op de projectlocatie bevindt zich in de huidige situatie het voormalige stadsdeelkantoor, dat binnenkort gesloopt gaat worden ten behoeve van de beoogde nieuwbouw. In de omgeving van de projectlocatie zijn de afgelopen jaren reeds diverse omgevingsvergunningen verleend in afwijking van het bestemmingsplan voor de herontwikkelingen Don Bosco, Hero’s en De Os. Don Bosco is inmiddels opgeleverd en Hero’s is bijna gereed. Met de bouw van De Os is eind 2020 gestart. Dit project zal in 2022 worden opgeleverd.

2

Ruimtelijke onderbouwing Project MIX (SDK-Locatie) te Amsterdam

De Os Hero’s

SDK-Locatie Don DonBosco Bosco

Afbeelding: herontwikkelingen rond het Osdorpplein

3

Ruimtelijke onderbouwing Project MIX (SDK-Locatie) te Amsterdam

2. Het project 2.1.

Huidige situatie De projectlocatie heeft een omvang van rond 10.000 m2 en voor het grootste deel verhard. In de huidige situatie bevindt zich binnen het projectgebied het stadsloket van Amsterdam Nieuw-West. Dat gaat verhuizen naar een locatie aan de overkant (binnen project De Os). Na vertrek zal het gebouw ten behoeve van de nieuwbouw gesloopt worden.

Afbeelding: bestaande bebouwing projectlocatie

Rondom het gebouw bevinden zich parkeerplaatsen.

Afbeeldingen: parkeerplaatsen aan de voorkant van het stadsloket

4

Ruimtelijke onderbouwing Project MIX (SDK-Locatie) te Amsterdam

Afbeelding: bovenaanzicht projectlocatie, plangrens indicatief aangegeven

5

Ruimtelijke onderbouwing Project MIX (SDK-Locatie) te Amsterdam

2.2.

Nieuwe situatie Met het voorliggende project worden diverse woongebouwen met bouwhoogten tussen 16 meter en maximaal 41 meter (+NAP) voorzien. Het binnenterrein heeft een bouwhoogte van 6,5 en 10,3 meter.

Afbeelding: nieuwe situatie met bouwhoogten (ontwerp april)

De woningen komen boven op een gemengd programma met commerciële-, culturele- en maatschappelijke voorzieningen, kantoren en het Verhalenhuis. Het Verhalenhuis is een samenwerking tussen onder andere OBA, El HIzjra, Oxville en eventeel FUNX. Het Verhalenhuis wordt dé centrale ontmoetingsplek voor de inwoners van Osdorp. De mix aan mogelijkheden die het Verhalenhuis gaat bieden maakt dat het toegankelijk wordt voor alle generaties en daarmee alle bewoners. Door middel van boeken, digitale middelen, tentoonstellingen, film, voorstellingen, gesprekken en debatten kunnen de bezoekers hun verhalen gaan delen. Daarnaast voorziet het project ook in een meerlaagse en deels ondergrondse parkeergarage. Het binnenterrein wordt groen ingericht.

6

Ruimtelijke onderbouwing Project MIX (SDK-Locatie) te Amsterdam

Afbeelding: impressie gevels zuidzijde

Afbeelding: impressiegroen binnenterrein

7

Ruimtelijke onderbouwing Project MIX (SDK-Locatie) te Amsterdam

Afbeeldingen: doorsnedes met parkeergarage, commerciële ruimten, OBA en hoogteaccenten

In totaal worden 528 woningen gerealiseerd (zie ook volgende tabel).

In de plint ontstaat ruimte voor een gemengd programma. Op de begane grond is ruimte voor 2.400 m2 bvo aan commerciële voorzieningen en circa 1.440 m2 voor het Verhalenhuis. Op de eerste verdieping is er in ieder geval nogmaals 2.160 m2 bvo voor het Verhalenhuis en 1.950 m2 bvo voor een mix van kantoren, commerciële-, culturele- en maatschappelijke functies. Eventueel komt hier ook extra ruimte voor het Verhalenhuis. Het Verhalenhuis zal totaal 3.600 m2 bvo zijn (en mogelijk nog kunnen vergroten ten laste van de overige niet-woonfuncties). Het totale programma heeft een omvang van rond 54.467 m2 bvo (zonder parkeren bovengronds, tramtrafo en extra meters OBA >3.000 m2). Inclusief parkeren bovengronds, tramtrafo en extra meters OBA >3.000 m2 is het project 59.629 m2 (bvo). Inclusief de ondergrondse parkeergarage voor zowel auto's en fietsen bedraagt dit 69.214 m2 (bvo). 8

Ruimtelijke onderbouwing Project MIX (SDK-Locatie) te Amsterdam

In de parkeervoorziening zijn circa 360 parkeerplaatsen beschikbaar. De parkeergarage heeft drie lagen, waarvan een ondergronds. De ondergrondse laag is gekoppeld aan de parkeergarage van Don Bosco.

Afbeelding: plattegrond ondergrondse parkeerlaag

De garages zijn gekoppeld en samen functioneren deze als één parkeervoorziening. De in- en uitrit bevindt zich aan de Nicolaas Anslijnstraat.

Afbeelding: parkeerlaag op begane grond met expeditie in het centrale deel

9

Ruimtelijke onderbouwing Project MIX (SDK-Locatie) te Amsterdam

In het centrale deel van het ontwikkelblok bevindt zich de expeditiestraat. Ook deze heeft een link met Don Bosco en ligt in lijn met de expeditiestraat van Don Bosco.

Afbeelding: parkeerlaag op de 1e verdieping

10

Ruimtelijke onderbouwing Project MIX (SDK-Locatie) te Amsterdam

3. Planologisch kader 3.1.

Geldend bestemmingsplan “Osdorpplein e.o.” (2013) Ter plaatse vigeert het bestemmingsplan “Osdorpplein e.o.” dat op 26 juni 2013 door de voormalige stadsdeelraad van Nieuw-West is vastgesteld. Het projectgebied is daarin bestemd als “Centrum – 3” (C-3). Het zuidelijke deel is ook voorzien van de functieaanduiding ‘wonen’. Op de volgende afbeelding is een uitsnede van de planverbeelding weergegeven, waarop de projectlocatie met een rode lijn is aangeduid. De openbare ruimte aan de oostzijde van de projectlocatie is bestemd als “Verkeer – 1” (V-1), ten noordoosten “Verkeer – 2” (V-2) en ten noorden en zuiden “Verkeer – 3” (V-3).

V-2

V-3

28 m V-1 19 m

40 m

16 m

22 m wonen

16 m

33 m V-3

Afbeelding: uitsnede verbeelding met bestemming Centrum – 3, bouwhoogten en functieaanduiding wonen (geel)

11

Ruimtelijke onderbouwing Project MIX (SDK-Locatie) te Amsterdam

Gebruik Hier zijn de gronden bestemd voor detailhandel, dienstverlening, maatschappelijke voorzieningen (geen geluidsgevoelige bestemmingen), horeca van categorieën (A, B, C, D), cultuur en ontspanning, woningen en short stay op de verdiepingen, laad- en losvoorzieningen, nutsvoorzieningen, bergingen en andere nevenruimten, (on)gebouwde parkeervoorzieningen met bijbehorende in- en uitritten, bergingen, technische ruimten en andere nevenruimten in de kelder, souterrain, eerste, tweede en derde bouwlaag. Daarnaast zijn de gronden ook bestemd voor verkeersareaal, groenvoorzieningen en (dak) tuinen. Ter plaatse van de aanduiding ‘wonen’ zijn woningen en short stay ook op de begane grond toegestaan. Het gaat hierbij om de zuidelijke helft van het bouwvlak. Een aantal toegestane functies is gekoppeld aan maxima. Voor woningen geldt dat er maximaal 400 binnen de bestemming ‘Centrum 3 ‘ zijn toegestaan. Voor detailhandel geldt een maximum bruto vloeroppervlak (BVO) van 13.000 m2, voor maatschappelijke voorzieningen 3.500 m2 en voor horeca en cultuur en ontspanning samen 3.600 m2. Voor parkeervoorzieningen geldt een maximum van 25.000 m2. Verder geldt dat nieuwe woningen alleen gerealiseerd mogen worden indien zij voldoen aan de stille zijde eis.

Voor parkeervoorzieningen in de eerste bouwlaag geldt aanvullend dat deze uitsluitend zijn toegestaan indien deze minimaal 10 meter van de bestemming Verkeer-1 of Verkeer-3 gerealiseerd worden, één en ander met uitzondering van in- en uitritten. Bebouwing De projectlocatie mag volledig bebouwd worden. De bouwhoogte varieert hierbij van 16 tot maximaal 40 meter (zie vorige afbeelding). Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde geldt een maximum bouwhoogte van 3 meter. Voor daktuinen of dakterrassen zijn bouwwerken geen gebouwen zijnde van maximaal 1,20 meter toegestaan, waarbij moet worden gemeten vanaf het dak. Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de gebouwen ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat en van onevenredige verslechtering van de bezonning van aangrenzende gronden en bouwwerken enter waarborging van een acceptabel windklimaat. Algemene regels Naast de hiervoor beschreven bestemmingsregels voorziet het bestemmingsplan ook in een aantal algemene regels. Toegestane overschrijdingen Op grond van artikel 31 zijn een aantal algemene bouwregels van toepassing. Hierdoor kunnen voor een aantal gevallen de aangewezen bestemmingsgrenzen worden overschreden. Het gaat hierbij om volgende: 12

Ruimtelijke onderbouwing Project MIX (SDK-Locatie) te Amsterdam

a. tot ten hoogste 2 meter ten behoeve van hijsinrichtingen en andere ondergeschikte delen van gebouwen, voor zover deze de vrije doorgang van het verkeer niet belemmeren; b. ten behoeve van stoepen, stoeptreden, funderingen, plinten, pilasters, kozijnen, standleidingen voor hemelwater, gevelversieringen, wanden van ventilatiekanalen, schoorstenen en dergelijke delen van gebouwen, mits de overschrijding niet meer bedraagt dan 0,2 meter; c. ten behoeve van gevel- en kroonlijsten, overstekende daken en dergelijke delen van gebouwen, mits de overschrijding niet meer bedraagt dan maximaal 1 meter en deze werken niet lager zijn gelegen dan 4,2 meter boven een rijweg of boven een strook ter breedte van 1,5 meter langs een rijweg, 2,4 meter boven een rijwielpad en 2,4 meter boven een voetpad, voorzover dit rijwielpad of voetpad geen deel uitmaakt van bedoelde strook van 1,5 meter. Binnenplanse afwijkingen Artikel 34 voorziet in een aantal algemene afwijkingsregels.

Zo kan het bevoegde gezag in afwijking van het bestemmingsplan een vergunning verlenen voor gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen met een maximum bouwhoogte van 6 meter en een maximum bruto vloeroppervlak van 25 m², alsmede voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals gedenktekens, plastieken, vrijstaande muren, geluidwerende en windhinder beperkende voorzieningen, bruggen, steigers, duikers en andere waterbouwkundige constructies, mits hiertoe gezamenlijk niet meer dan 10% van de totale oppervlakte van het plangebied wordt aangewend. Daarnaast kunnen de maximale bouwhoogten met maximaal 1 meter wordt vergroot. Geringe afwijkingen welke in het belang zijn van een ruimtelijk of technisch beter verantwoorde plaatsing van bouwwerken of welke noodzakelijk zijn in verband met de werkelijke toestand van het terrein, kunnen worden toegestaan, mits de afwijking in situering niet meer dan 2 meter bedraagt. Bestemmingsgrenzen, bouwgrenzen of grenzen van maatvoeringsvlakken mogen met ten hoogste 2 meter worden overschreden ten behoeve van balkons, luifels, erkers, toegangsportalen, tochtportalen, brandtrappen, ventilatiekanalen, overstekende daken en vergelijkbare onderdelen van gebouwen.

Voor schoorstenen, ventilatie-inrichtingen, vlaggenmasten, bouwkundige maatregelen ten behoeve van een stille zijde, antennes en vergelijkbare bouwwerken voor de opwekking van duurzame energie zoals zonnepanelen mag de maximale bouwhoogte met 5 meter worden overschreden. Voor lift- en trappenhuizen en algemene technische ruimten is dat 3 meter en voor de aanleg van daktuinen 2 meter. 3.2.

Afwijkingen van het bestemmingsplan Voor het project zijn de volgende afwijkingen van het bestemmingsplan aan de orde: • Alle nieuw toe te voegen woningen, die vallen binnen deze bestemming zijn een overschrijding van het maximum aantal woningen van 400. Het maximum aantal woningen wordt al door de realisatie van de projecten Don Bosco en De Os overschreden. • Kantoren zijn niet toegestaan. • De bouwhoogte wordt op diverse plekken duidelijk overschreden tot een maximumhoogte van 41 meter (+NAP). • Balkons vallen grotendeels buiten het bouwvlak, op diverse locaties meer dan 2 meter, zodat hier de binnenplanse afwijkingsbevoegdheid (tot maximaal 2 meter) niet toepasbaar is (zie 13

Ruimtelijke onderbouwing Project MIX (SDK-Locatie) te Amsterdam

volgende afbeelding). In afwijking van het bestemmingsplan worden nu overschrijdingen tot 2,4 meter ten behoeve van balkons mogelijk gemaakt.

Afbeelding: balkons buiten bouwvlak (blauwe pijlen en maten)

3.3.

Kavelpaspoort SDK-locatie – Centrum Nieuw-West Op 19 december 2019 is voor de SDK-locatie een kavelpaspoort opgesteld, die ook de basis heeft gevormd voor contractvorming tussen gemeente en ontwikkelaar. In een kavelpaspoort worden zowel de privaatrechtelijke als bestuursrechtelijke regels opgenomen waaraan moet worden voldaan, maar het kavelpaspoort zelf heeft geen publiekrechtelijke status. In de kavelpaspoorten zijn naast de bouwregels ook het maximale programma voor de locaties vastgelegd. In het kader van dit project wordt een allonge met de gemeente vastgesteld, waarin het gewijzigde programma is opgenomen.

14

Ruimtelijke onderbouwing Project MIX (SDK-Locatie) te Amsterdam

4. Beleidskader 4.1.

Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Rijksoverheid werkt aan een nieuwe Omgevingswet. De Omgevingswet bundelt alle huidige wetten over de leefomgeving. Daarbij hoort ook een Rijksvisie op de leefomgeving, de NOVI. Op 11 september 2020 is de NOVI naar de Tweede Kamer gestuurd. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan grote opgaven waardoor Nederland de komende 30 jaar verandert. Het gaat hierbij om: • de bouw van ongeveer 1 miljoen nieuwe woningen; • meer duurzame energie gebruiken; • aanpassen aan klimaatverandering; • de ontwikkeling van een circulaire economie; • omschakeling naar kringlooplandbouw. Bij de opgaven wordt altijd rekening gehouden met een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. In de NOVI zijn 21 nationale belangen opgenomen. Het gaat hierbij om volgende: 1. Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving. 2. Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit. 3. Waarborgen en versterken van grensoverschrijdende en internationale relaties. 4. Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. 5. Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften. 6. Waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem. 7.

In stand houden en ontwikkelen van de hoofdinfrastructuur voor mobiliteit. 8. Waarborgen van een goede toegankelijkheid van de leefomgeving. 9. Zorgdragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire activiteiten. 10. Beperken van klimaatverandering. 11. Een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO2-arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur. 12. Waarborgen van de hoofdinfrastructuur voor transport van stoffen via (buis)leidingen. 13. Realiseren van een toekomstbestendige, circulaire economie. 14. Waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit). 15. Waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater. 16. Waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat. 17. Realiseren en behouden van een kwalitatief hoogwaardige digitale connectiviteit. 18. Ontwikkelen van een duurzame landbouw voor voedsel en agroproductie. 15

Ruimtelijke onderbouwing Project MIX (SDK-Locatie) te Amsterdam

19. 20. 21.

Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang. Verbeteren en beschermen van de biodiversiteit. Ontwikkelen van een duurzame visserij.

Samen met de NOVI is ook de Uitvoeringsagenda opgeleverd. De Uitvoeringsagenda beschrijft hoe er concreet uitwerking gegeven gaat worden aan de NOVI als één overheid, samen met de samenleving. Naast de instrumenten van de Omgevingswet worden een aantal nieuwe instrumenten en (nationale) programma’s ingezet. Instrumenten zoals de Omgevingsagenda’s, NOVI-gebieden en regionale verstedelijkingsstrategieën zorgen voor een doorvertaling van de NOVI naar een regionale aanpak. Voorbeelden van programma’s zijn het Programma Energiehoofdstructuur, Programma Gezonde Leefomgeving en Nationaal Programma Landelijk Gebied. Het onderhavige project is niet in strijd met de NOVI. Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is op 22 november 2011 onder aanvaarding van een aantal moties door de Tweede Kamer aangenomen en deze is op 13 maart 2012 in werking getreden. In de structuurvisie is aangegeven dat het Rijk drie hoofddoelen heeft: a. Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijkeconomische structuur van Nederland; b. Het verbeteren, instandhouden en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; c.

Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Uit deze drie hoofddoelen komen onderwerpen voort die van nationaal belang zijn. Structuurvisies hebben geen bindende werking voor andere overheden dan de overheid die de visie heeft vastgesteld. De nationale belangen uit de structuurvisie die juridische borging vragen, zijn daarom geborgd in de Amvb Ruimte. Deze Amvb wordt aangeduid als het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Deze Amvb is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen en zorgt voor sturing en helderheid van deze belangen vooraf. Op 30 december 2011 zijn het Barro en het bijbehorende Rarro in werking getreden. In het Barro zijn bepalingen opgenomen ten aanzien van o.a. Rijksvaarwegen, Defensie, Hoofdwegen en hoofdspoorwegen, Elektriciteitsvoorziening, Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, Ecologische hoofdstructuur, Primaire waterkeringen buiten het kustfundament en Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde. De in het Barro geregelde onderwerpen hebben geen betrekking op het onderhavige project.

16

Ruimtelijke onderbouwing Project MIX (SDK-Locatie) te Amsterdam

4.2.

Provinciaal beleid Omgevingsvisie NH2050 Op 19 november 2018 heeft Provinciale Staten de Omgevingsvisie NH2050 "Balans tussen economische groei en leefbaarheid" vastgesteld. De Omgevingsvisie NH2050 wil zorgen voor balans tussen economische groei en leefbaarheid. In de visie zijn 5 bewegingen met ontwikkelprincipes beschreven voor de ontwikkeling van de leefomgeving: 1. Dynamisch schiereiland. Hierin is het benutten van de unieke ligging van Noord-Holland, te midden van water, leidend. 2. Metropool in ontwikkeling. Hierin wordt beschreven hoe de Metropoolregio Amsterdam steeds meer als één stad functioneert. 3. Sterke kernen, sterke regio’s, gaat over de ontwikkeling van centrumgemeenten die de gehele regio waarin ze liggen vitaal houden. 4. Nieuwe energie, benut de economische kansen van de energietransitie. 5. Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving, staan het ontwikkelen van natuurwaarden en een economisch duurzame agrarische sector centraal. Ten aanzien van de metropool Amsterdam wordt geconstateerd dat deze zich snel ontwikkeld. De vraag naar woningen en ruimte voor bedrijven houdt aan, evenals de ruimtevraag voor recreatie en andere functies. Tegelijkertijd wil de provincie de landschappen in de metropool sparen. De bebouwingsopgave moet dan ook zoveel mogelijk binnen de bestaande kernen plaatsvinden, met een voorkeur voor knooppunten van openbaar vervoer.

Verdichting vraagt steeds meer inventiviteit en bestuurskracht. De bebouwde omgeving wordt steeds intensiever gebruikt, de plancapaciteit binnenstedelijk blijkt door een andere kijk op stad en stedelijkheid een stuk groter te zijn dan lang is gedacht. En zowel bij bestaande bouw als nieuwbouw moeten worden ingezet op besparing van energie, een klimaatadaptieve ruimtelijke inrichting en bij nieuwbouw ook op circulair bouwen. Dit alles moet samen gaan met de verdere verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving. Daarbij onderkent de provincie dat verdichting in de kernen leidt tot toenemende druk op het landschap. Wonen en werken worden binnenstedelijk geconcentreerd (transformeren, bundelen, verdichten). Hierbij dient oog te worden gehouden voor behoud en versterking van de leefbaarheid in bestaande en nieuwe gebieden. Ook dient er een vinger aan de pols te worden gehouden voor wat betreft de kwalitatieve en kwantitatieve ontwikkeling van de vraag door er voor te zorgen dat regionale afspraken over stedelijke ontwikkelingen bij de vraag blijven aansluiten. De bestaande voorraad woningen wordt daarbij betrokken. Het onderhavige project past binnen de hoofddoelstellingen van het provinciale beleid.

17

Ruimtelijke onderbouwing Project MIX (SDK-Locatie) te Amsterdam

Omgevingsverordening NH2020 De provincie heeft op 22 oktober 2020 een nieuwe verordening vastgesteld, zijnde de Omgevingsverordening NH2020. In de Omgevingsverordening NH2020 worden de eerste stappen gezet om de sturingsfilosofie uit de Omgevingsvisie NH2050 te vertalen in juridische regels. Deze sturingsfilosofie luidt als volgt: We gaan uit van het principe ‘Lokaal wat kan, regionaal wat moet’, gelet op de diversiteit aan regio’s, om ruimte te bieden aan maatwerk en om vorm te kunnen geven aan een wendbare samenleving. Hierbij staat de opgave centraal. Dat bepaalt de wijze van sturing en samenwerking. Voor de projectlocatie zijn vooral de regels ten aanzien van een nieuwe stedelijke ontwikkeling relevant. Een ruimtelijk besluit of plan kan uitsluitend voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als deze ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. Onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt een ontwikkeling verstaan als bedoeld in artikel 1.1.1 eerste lid onder i van het Besluit ruimtelijke ordening: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Ten aanzien van het project geldt dat het project vanwege de aard en omvang is aan te merken als een nieuwe stedelijke ontwikkeling.

De projectlocatie is gelegen binnen bestaand stedelijk gebied. Het project is een nieuwe stedelijke ontwikkeling waarover in beginsel regionale afstemming nodig is. In het vervolg en in paragraaf 5.13 is de behoefte voor dit project uitgebreid behandeld en aangetoond. Het project voldoet daarmee aan de Omgevingsverordening. 20 Ke-contour De projectlocatie ligt binnen de 20 Ke-contour vanwege het vliegverkeer Schiphol. Voor de gronden binnen de 20 Ke-contour kan een bestemmingsplan (of omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan) uitsluitend voorzien in nieuwe woningen als deze zijn gelegen binnen het bestaand stedelijk gebied. Voor zover nieuwe woningen worden toegestaan op de gronden binnen de 20 Ke-contour, wordt in de toelichting van dat plan rekenschap gegeven van het feit dat op de betreffende locatie sprake is van geluid en risico vanwege het luchtverkeer. Ook worden de redenen vermeld die er toe hebben geleid om op de betreffende locatie nieuwe woningen te bestemmen, alsmede de uitkomsten van het onderzoek naar de maatschappelijke haalbaarheid hieromtrent. Ten aanzien van het projectlocatie geldt dat deze is gelegen binnen het stedelijk gebied zodat woningen zijn toegestaan. Er bevinden zich reeds woningen op de projectlocatie. Door de realisatie van het project wordt wel het maximum aantal woningen verhoogd.

In paragraaf 5.8 wordt nader ingegaan op de 20 Ke-contour. Het project past binnen de beleidskaders van de provincie Noord-Holland.

18

Ruimtelijke onderbouwing Project MIX (SDK-Locatie) te Amsterdam

4.3.

Gemeentelijk beleid Structuurvisie Amsterdam 2040 De structuurvisie ‘Amsterdam 2040 Economisch sterk en duurzaam’ is op 17 februari 2011 vastgesteld door de Gemeenteraad. In de Structuurvisie zijn keuzes vastgelegd voor de ruimtelijke ontwikkeling van de stad. In de structuurvisie is als centrale ambitie verwoord dat Amsterdam zich als kernstad verder dient te ontwikkelen binnen een internationaal concurrerende duurzame Europese metropool. Deze ambitie wordt in het document verder uitgewerkt in onder meer de doelstelling om de bestaande stad intensiever te gebruiken. Cruciaal voor de verdere ontwikkeling als kernstad van de metropool is de kwantitatieve en kwalitatieve groei van het aantal woningen in Amsterdam. Die leidt tot het toevoegen van 70.000 woningen aan de voorraad met bijbehorende (maatschappelijke) voorzieningen (periode tot 2030). Woonkwaliteit en de wensen van de eindgebruiker staan daarbij voorop, de verdichting met netto 70.000 woningen is geen doel op zich. De stad moet er namelijk ook voor zorgen dat de juiste woningen op de juiste plek komen te staan. Om variatie en creativiteit in de stad te behouden en monotone woonwijken te vermijden, moet worden gezocht naar instrumenten voor een meer flexibele productie. Diversiteit en een gemengde bevolking zijn belangrijke aantrekkingsfactoren van Amsterdam.

Er is veel vraag naar kwalitatief goede en voldoende ruime woningen, maar deze moeten voor een belangrijk deel betaalbaar blijven. Voor het Osdorpplein en omgeving wordt conform de Structuurvisie uitgegaan van een “kwaliteitsimpuls” voor het stadsdeelcentrum. Het onderhavige project past in dit kader.

Afbeelding: uitsnede kaart “faseringsbeeld 2010-2020” uit Structuurvisie 2011

19

Ruimtelijke onderbouwing Project MIX (SDK-Locatie) te Amsterdam

Vernieuwingsplan Centrum Nieuw-West, 1e herziening (2014) Het Vernieuwingsplan Centrum Nieuw-West, 1e herziening is op 22 januari 2014 door de gemeenteraad van Amsterdam vastgesteld. In de herziening zijn enkele programmatische en ruimtelijke wijzigingen aangebracht in het Vernieuwingsplan dat dateert van 2005. De wijzigingen hebben betrekking op het bijstellen van de grondopbrengsten en programma, het schrappen van het beoogde nieuw te bouwen stadsdeelkantoor en het optimaliseren van onrendabele deelplannen.

Afbeelding: Impressie van het vernieuwede Centrum Nieuw West (projectlocatie met geel aangegeven)

De grote integrale ontwikkeling op Osdorpplein Zuid die in VNP 2005 en Regieplan 2007 was voorzien is in meerdere stedenbouwkundige massa’s opgedeeld. Hierdoor wordt een gefaseerde uitvoering mogelijk. De herontwikkeling van de SDK-locatie past in de wensen van het vernieuwingsplan. Koers 2025 Op 14 september 2016 is de ‘Koers 2025’ vastgesteld door de gemeenteraad van Amsterdam. De gemeente wil de druk op de woningmarkt verlichten en maakt daarom tot 2025 de bouw mogelijk van 50.000 woningen binnen de stadsgrenzen. De huidige voorraad aan woningbouwplannen is onvoldoende om hierin te voorzien. Nieuwe woningen worden gerealiseerd in nieuwbouwprojecten, maar ook door transformatie van leegstaand en leegkomend vastgoed. De plannen bieden ook ruimte aan voorzieningen en bedrijven. Op welke plekken dit kan gebeuren staat in Koers 2025, een integrale en stadsbrede inventarisatie van woningbouwlocaties.

20

Ruimtelijke onderbouwing Project MIX (SDK-Locatie) te Amsterdam

Het bestemmingsplan maakt de realisatie van de woningen binnen dit project reeds mogelijk. Het project voorziet in de behoefte aan extra woningen binnen de stadsgrenzen. Amsterdamse woonagenda 2025 De Amsterdamse Woonagenda is op 19 juli 2017 vastgesteld. De Woonagenda 2025 is een kaderstellend en richtinggevend document voor het woonbeleid tot 2025. Het heeft als uitgangspunten voldoende, betaalbare en goede woningen en bevat 24 acties tot 2025. Voor het uitgangspunt 'voldoende woningen' is de ambitie om de woningvoorraad en woningbehoefte in 2025 beter op elkaar te laten aansluiten. In 2025 zit het grootste tekort naar verwachting in de gereguleerde huurvoorraad. In dat jaar heeft 49% van de huishoudens behoefte aan een gereguleerde huurwoning, terwijl de verwachting is dat 39% van de woningvoorraad uit gereguleerde huurwoningen bestaat. Enkele acties uit de Woonagenda 2025 zijn: • Het stedelijke uitgangspunt voor de woningbouwprogrammering is een gemengde stad: 40% gereguleerde huur (inclusief studenten- en jongerenwoningen), 40% middelduur (huur en koop) en 20% dure huur en koop. • Grotere woningen voor gezinnen (groter dan 70 m²). • Nieuwe afspraken met corporaties en huurders over voldoende woningaanbod voor kwetsbare groepen. • Plan maken voor ouderenhuisvesting en jongeren- en studentenhuisvesting.

Het voorliggende project heeft betrekking op met name de realisatie van woningen. Het project levert een bijdrage aan het streven om de woningvoorraad en woningbehoefte beter op elkaar aan te laten sluiten. Het in uitvoering zijnde project De Os en de Mix voldoen niet aan de hiervoor beschreven 40-40-20 eis van de Woonagenda 2025. In 2016 zijn hierover afspraken gemaakt met de gemeente toen de bouwenveloppe overeenkomst door beide partijen werd ondertekend. Zo worden er maximaal 500 woningen (max 34.000 m2 gbo, 30% in sociale segment, waarvan 20% voor grote gezinnen), maximaal 30 % van 500 woningen kleiner dan 60 m2 (gbo). Plus ter compensatie van vrije sector woningen op De Os 12 sociale huurwoningen en 16 middendure huur woningen gerealiseerd. In totaal dus maximaal 528 woningen. Het compenseren van de 12 sociale huurwoningen en 16 middeldure woningen is vastgelegd in de afsprakenbrief voor de SDK-locatie en is opgenomen in de allonge van De Os. Beide dateren uit juli 2019. Nota Parkeernormen Auto De parkeernormen in Amsterdam zijn geactualiseerd in een nieuwe stedelijke Nota parkeernormen Auto. Deze nota is op 7 juni 2017 vastgesteld door de gemeenteraad en van kracht per 1 juli 2017. Op 29 november 2017 is het parkeerbeleid opnieuw vastgesteld, na verwerking van de in juni 2017 aangenomen amendementen en moties. 21

Ruimtelijke onderbouwing Project MIX (SDK-Locatie) te Amsterdam

In de nota zijn voor nieuwe ontwikkelingen parkeernormen opgenomen. Daarbij is Amsterdam opgedeeld in A-, B- en C- gebieden. Deze gebieden hebben goed openbaar vervoer, maar liggen verder van de intercitystations af. Het grootste deel van Amsterdam wordt als B-locatie geclassificeerd, zoals ook het Osdorpplein e.o.. Hier kiest de gemeente ervoor om naast een maximumparkeernorm ook een minimumparkeernorm te hanteren. Ontwikkelaars worden verplicht om bij nieuwbouw een minimum aantal parkeerplaatsen op eigen terrein te realiseren. Voor woningen geldt: - Sociale- en middeldure huur: geen minimum norm, maximum norm is 1 pp/woning. - Vrije sector: Afhankelijk van de oppervlakte, minimum 0,1 en maximum 1 pp/woning. - Voor alle woningen: bezoekersnorm van 0,1 pp/woning.

Alles wat geen kantoor of woning is valt onder de noemer ‘voorzieningen’. Voor voorzieningen vormen de actuele kencijfers van de CROW het uitgangspunt, gecombineerd met actuele Amsterdamse gegevens over de verkeersgeneratie van specifieke functies en specifieke afspraken met de gemeente Amsterdam. In paragraaf 5.1 wordt dit nader toegelicht. Nota Parkeernormen fiets en scooter De Nota Parkeernormen fiets en scooter is op 30 januari 2018 vastgesteld door het college van B&W en op 14 maart 2018 besproken door de gemeenteraad. In dit beleid worden voor woningen en diverse voorzieningen minimale normen gegeven voor fietsparkeerplaatsen en scooterparkeerplaatsen. In paragraaf 5.1 wordt dit nader toegelicht.

22

Ruimtelijke onderbouwing Project MIX (SDK-Locatie) te Amsterdam

5. Omgevingsaspecten 5.1.

Verkeer en parkeren Verkeersafwikkeling In maart 2021 is door onderzoeksbureau Goudappel Coffeng een mobiliteitsonderzoek uitgevoerd (zie bijlage). Het plan genereert 825 extra motorvoertuigen per etmaal. Het verkeer neemt voornamelijk toe op de route Osdorpplein (zuidtak) - Meer en Vaart – Cornelis Lelylaan. De gemiddelde parkeernorm van 0,4 van het plan zorgt dat men iets vaker loopt, fietst of het OV pakt, in plaats van de auto. Een aantal kruispunten met de Meer en Vaart hebben in de huidige situatie van 2020 één stroom met afwikkelingsproblematiek, maar een lage gemiddelde kruispuntbelasting. Door de omgevingsontwikkeling en de ontwikkeling van het plan worden de kruispuntbelastingen van de kruisingen in het gebied iets verhoogd. Echter blijven de waarden onder de normen. Volgens de richtlijnen vormen geen van de kruispunten in het gebied een knelpunt. Auto parkeren In het hiervoor genoemde mobiliteitsonderzoek is voor de onderhavige planontwikkeling ook een parkeerbalans opgesteld op basis van de gemeentelijke parkeernormering. De parkeernormen voor de onderhavige ontwikkeling komen overeen met die van de naastgelegen ontwikkeling Don Bosco.

Niet op alle momenten van de week is de parkeervraag van de verschillende gebruikers (bewoners, bezoekers en personeel) even hoog. Om die reden wordt gebruik gemaakt van de aanwezigheidspercentages welke zijn opgenomen in CROW publicatie 381 of (indien niet aanwezig binnen CROW) ervaringscijfers van Goudappel Coffeng. In volgende tabel zijn de aanwezigheidspercentages weergegeven.

23

Ruimtelijke onderbouwing Project MIX (SDK-Locatie) te Amsterdam

* Voor Don Bosco is gerekend met 40%, omdat hier veelal buitenlandse bewoners gehuisvest zijn, die relatief minder bezoek hebben

Bij de parkeerbalans zijn de projecten Don Bosco en MIX samengevoegd, omdat de parkeergarages van beide deelgebieden aan elkaar gekoppeld zijn. Het onderhavige project voorziet in 360 parkeerplaatsen en in totaal wordt voorzien in 589 parkeerplaatsen voor Don Bosco en het onderhavige project MIX. Er zijn 2 varianten doorberekend het gaat hierbij om volgende varianten: • •

Variant 1: detailhandel op de 1e verdieping; Variant 2: kantoor op de 1e verdieping.

Op dit moment is de invulling nog niet definitief. Op de eerste verdieping kan er dus meer detailhandel komen of ruimte ontstaan voor kantoren. Omdat het nog niet definitief vaststaat zijn er in overleg met de gemeente beide varianten beschouwd.

24

Ruimtelijke onderbouwing Project MIX (SDK-Locatie) te Amsterdam

Tabel: Parkeerbehoefte op basis van volledig dubbelgebruik (variant 1)

Het drukste moment in variant 1 is de koopavond. Dan zijn 458 parkeerplaatsen benodigd. In totaal moeten 204 parkeerplaatsen uit de openbare ruimte gecompenseerd worden (159 bij MIX en 45 bij Don Bosco). De totale parkeervraag is daarmee 662 parkeerplaatsen. Op eigen terrein zijn 589 parkeerplaatsen. Er is daarmee sprake van een tekort op de parkeerbalans. Met 20 deelauto’s kan er een sluitende parkeerbalans ontstaan. Voor de 20 deelauto’s geldt een reductie van 80 parkeerplaatsen conform de CROW publicatie 381 (‘Toekomstbestendig parkeren’): 1 deelauto vervangt 4 gewone parkeerplaatsen.

25

Ruimtelijke onderbouwing Project MIX (SDK-Locatie) te Amsterdam

Het drukste moment in variant 2 is de koopavond. Dan zijn 414 parkeerplaatsen benodigd. In totaal moeten 204 parkeerplaatsen uit de openbare ruimte gecompenseerd worden (159 bij MIX en 45 bij Don Bosco). De totale parkeervraag is daarmee 618 parkeerplaatsen. Op eigen terrein zijn 589 parkeerplaatsen. Er is daarmee sprake van een tekort op de parkeerbalans. Met 10 deelauto’s kan er een sluitende parkeerbalans ontstaan. Voor de 10 deelauto’s geldt een reductie van 40 parkeerplaatsen. Fiets- en scooterparkeren De parkeernormen van Amsterdam zijn opgenomen in de Nota Parkeernormen Fiets en Scooter (vastgesteld op 19 maart 2018). De Beleidsregels gaan uit van een gebiedsindeling. De projectlocatie bevindt zich in het gebied 2. Hier gelden de volgende normen:

26

Ruimtelijke onderbouwing Project MIX (SDK-Locatie) te Amsterdam

Tabel: parkeernormen fiets

Tabel: parkeernormen scooter

Voor de woningen resulteert dat in een parkeervraag van 1.604 fietsplekken en 68 scooterplekken. Voor de niet-woonfuncties is dat 248-262 fietsplekken en 20 scooterplekken. In totaal dus 1.8521.866 fietsplekken en 78 scooterplekken. Daarnaast zullen er in overleg met de gemeente nog extra openbare fietsplekken worden toegevoegd. 5.2.

Luchtkwaliteit Luchtkwaliteitseisen In Titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen van de Wet milieubeheer, worden normen gesteld aan de luchtkwaliteit, wat betreft een zestal stoffen. Voor de normen voor zwaveldioxide, koolmonoxide, benzeen en lood geldt dat overschrijding daarvan in Nederland nauwelijks valt te verwachten. De norm voor stikstofdioxide wordt in Nederland met name in de directe omgeving van drukke (snel)wegen overschreden. De norm voor zwevende deeltjes wordt eveneens op diverse locaties overschreden. In de Wet milieubeheer is indirect een koppeling gelegd met ruimtelijke plannen. Deze koppeling houdt in dat onder meer bij het verlenen van omgevingsvergunningen die in afwijking zijn van het geldende bestemmingsplan, moet worden getoetst aan de grenswaarden.

27

Ruimtelijke onderbouwing Project MIX (SDK-Locatie) te Amsterdam

Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit Jaar van planrealisatie

2021

Extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde)

825

Aandeel vrachtverkeer

0,8%

3

NO2 in μg/m

0,65

3

0,13

Extra verkeer als gevolg van het plan

Maximale bijdrage extra verkeer

PM10 in μg/m 3

Grens voor "Niet In Betekenende Mate" in μg/m Conclusie

1,2

De bijdrage van het extra verkeer is niet in betekenende mate; geen nader onderzoek nodig Afbeelding: resultaat toepassing NIBM-rekentool

Uit paragraaf 5.1 blijkt dat het aantal verkeersbewegingen met 825 toeneemt. Uit de berekening met de NIBM-tool is gebleken dat het project kwalificeert als ‘Niet in betekende mate’. Er zal dan ook geen sprake zijn van een verslechtering van de luchtkwaliteit. Besluit gevoelige bestemmingen en Richtlijn luchtkwaliteit Amsterdam Sinds 15 januari 2009 is het Besluit gevoelige bestemmingen van kracht. Op grond van het Besluit is het niet toegestaan om gevoelige bestemmingen (zoals scholen en ziekenhuizen) te realiseren op minder dan 300 meter van de rand van een rijksweg en op minder dan 50 meter van de rand van een provinciale weg, als ter plaatse de grenswaarden voor stikstofdioxide en fijn stof (dreigen te) worden overschreden. De ‘Richtlijn voor gevoelige bestemmingen luchtkwaliteit Amsterdam’ hanteert dezelfde afstanden, maar in tegenstelling tot de landelijke regeling zonder de uitstootwaarden: dus ongeacht de uitstoot binnen die zones. De functies die worden gevestigd in het voorliggende project zijn geen gevoelige bestemmingen in de zin van het Besluit. Er is zodoende geen strijd met de bepalingen uit het Besluit gevoelige bestemmingen of het Amsterdamse beleid. 5.3.

Geluid Bij een nieuwe ontwikkeling dient op grond van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), in het kader van een goede ruimtelijke ordening, het akoestisch klimaat inzichtelijk te worden gemaakt. Beoordeeld dient te worden of er sprake is van geluidgevoelige bestemmingen ter plaatse van of nabij de ontwikkeling en of er geluidshinder kan ontstaan. In de Wet geluidhinder en de Wet milieubeheer zijn geluidsnormen opgenomen voor wegverkeerslawaai, railverkeerslawaai en industrielawaai. Deze normen geven de hoogst acceptabele geluidsbelasting bij geluidsgevoelige functies zoals woningen.

28

Ruimtelijke onderbouwing Project MIX (SDK-Locatie) te Amsterdam

In januari 2021 is door onderzoeksbureau Cauberg Huygen een akoestisch onderzoek van het omgevingsgeluid uitgevoerd (zie bijlage). Uit de berekeningen blijkt dat de geluidbelasting vanwege de Tussen Meer en Osdorpplein gezamenlijk ten hoogste 38 dB (na aftrek) bedraagt. Hier wordt overal wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. De geluidbelasting vanwege de Meer en Vaart bedraagt ten hoogste 55 dB. Er vinden deels overschrijdingen van de voorkeursgrenswaarde van 48 dB plaats. De maximale ontheffingswaarde van 63 dB na aftrek wordt nergens overschreden. De geluidbelasting vanwege de Cornelis Lelylaan bedraagt ten hoogste 44 dB na aftrek. Overal wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. De gecumuleerde geluidbelasting bedraagt ten hoogste 55 dB en voldoet overal aan de in het geluidbeleid gestelde grenswaarde van 66 dB. Verder is gebleken dat verschillende geluidreducerende maatregelen bezwaren met zich meebrengen. Om die reden wordt geadviseerd om voor de gevels, waar niet de maximale ontheffingswaarde wordt overschreden, hogere waarden aan te vragen voor de geluidbelasting ten gevolge van wegverkeerslawaai van ten hoogste 55 dB na aftrek vanwege de Meer en Vaart. 496 woningen beschikken direct over een geluidluwe gevel en 32 woningen na balkonschermmaatregelen (hoekschermen of zijschermen).

Afbeelding: balkonschermmaatregelen

Er dienen hogere waarden vastgesteld te worden en er zijn maatregelen aan de gebouwen nodig om aan de stille zijde eis te voldoen. Er is wél sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het project. 29

Ruimtelijke onderbouwing Project MIX (SDK-Locatie) te Amsterdam

5.4.

Externe veiligheid Inrichtingen In het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen (Bevi) zijn richtlijnen opgenomen voor het bouwen en handhaven van gevoelige bestemmingen zoals woningen in de buurt van inrichtingen waar gevaarlijke stoffen worden geproduceerd en/of opgeslagen. In of rondom het Osdorpplein zijn geen inrichtingen die onder het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen vallen en met dit bestemmingsplan worden deze ook niet mogelijk gemaakt. De grenswaarde voor het plaatsgebonden risico en de oriënterende waarde van het groepsrisico worden derhalve nergens overschreden. Vervoer Voor het vervoer van gevaarlijke stoffen is het Besluit externe veiligheid transportroutes kader. De hoofdroutes voor gevaarlijke stoffen over de weg (A10), spoor en water liggen ver buiten het plangebied. Overschrijding van het individuele (plaatsgebonden) risico is daarmee in het plangebied nergens aan de orde.

5.5.

Bodem In de ‘Wet bodembescherming’ zijn bepalingen opgenomen ter behoud en verbetering van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Wanneer (graaf-) werkzaamheden worden uitgevoerd is een (verkennend) bodemonderzoek aan de orde om te bepalen of het nodig is om eventuele vervuilde grond te saneren. In juli 2020 is door adviesbureau ATKB een historisch bodemonderzoek uitgevoerd (zie bijlage). Hierin wordt geconcludeerd dat op basis van de uitgevoerde bodemonderzoeken in 2017 en 2018 circa 1/3-deel van de onderzoekslocatie reeds milieukundig onderzocht is op de parameters uit het standaard NEN5740-pakket en asbest. Dit betreft het uitpandige terreindeel grenzend aan het stadsdeelkantoor. De bodemkwaliteit komt overeen met verwachte bodemkwaliteit op basis van de bodemkwaliteitskaart. De gehele onderzoekslocatie is nog niet onderzocht op de aanwezigheid van PFAS. Voor het nog niet onderzochte terreindeel wordt aanbevolen, in combinatie met het PFAS-onderzoek, ook de kwaliteit vast te stellen op basis van de parameters uit het standaard NEN5740-pakket en asbest. In december 2020 is door onderzoekbureau BK ingenieurs nader en aanvullend onderzoek uitgevoerd (zie bijlage). Uit het onderzoek is gebleken dat de grond maximaal licht verontreinigd is met zware metalen en PAK. Op basis van de toetsing aan het beleid van Gemeente Amsterdam is de grond niet verontreinigd met PFAS.

In het verkennend bodemonderzoek uit 2018 is naar voor gekomen dat de zandige ondergrond (1,2 – 1,4 m -mv) ter plaatse van een gedempte sloot (boring 01) sterk verontreinigd is met minerale olie en matig verontreinigd met koper. In 2018 is een nader onderzoek uitgevoerd naar deze verontreiniging en is de verontreiniging afgeperkt. De geschatte oppervlakte van de spot betreft 48 m². De omvang van de spot is derhalve circa 10 m³. Er is geen sprake van een geval van bodemverontreiniging zoals genoemd in de wet bodembescherming (wbb). 30

Ruimtelijke onderbouwing Project MIX (SDK-Locatie) te Amsterdam

Op de locatie is zowel op het maaiveld als in de contactzone (0,0 – 0,5 m -mv) visueel geen asbest aangetroffen of analytisch aangetoond. Het criterium voor nader onderzoek (50 mg/kg ds) wordt niet overschreden. Vanwege het aangetoonde gehalte aan asbest in de grond van 105 mg/kg ds ter plaatse van G06 in het voorgaand onderzoek uit 2018 is een nader asbestonderzoek uitgevoerd. In de onderzochte grond uit de proefgaten is analytisch geen asbest boven de detectielimiet aangetoond. De grond binnen de onderzoekslocatie kan derhalve als niet verontreinigd met asbest worden beschouwd. Het grondwater is niet verontreinigd met de ARVO parameters. Het grondwater is verontreinigd met PFAS maar er is geen bodemsanering noodzakelijk. Het onderzochte water voldoet gedeeltelijk aan de normen voor lozen op schoonwaterriool en gedeeltelijk aan de normen voor lozen op het vuilwaterriool. De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en het grondwater vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het project. 5.6.

Water In het kader van het bestemmingsplan Osdorpplein e.o. (2013) heeft een uitgebreide watertoets plaatsgevonden, aangezien het bestemmingsplan het juridisch planologisch kader vormde voor de integrale herontwikkeling van het centrum van Nieuw-West. Inleiding watertoets Het plangebied van het bestemmingsplan valt binnen het beheersgebied van het waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV). De uitvoerende dienst van AGV is Waternet. Waternet voert de zorg voor het oppervlaktewatersysteem uit in opdracht van AGV. In opdracht van Amsterdam voert Waternet overige watertaken uit, met name de grondwaterzorgtaak, de zorg voor afvoer en behandeling van afvalwater en de drinkwatervoorziening. Waterstructuur De herontwikkeling van het Osdorpplein en omgeving, waar de SDK-locatie onderdeel van is, leidt tot een toename van de hoeveelheid bebouwing en verharding. In het kader van het geldende bestemmingsplan heeft overleg plaatsgevonden met Waternet en is een compensatieopgave geformuleerd. Ten opzichte van hetgeen het geldende bestemmingsplan regelt, wordt ter plaatse van de onderhavige projectlocatie geen extra verharding/bebouwing gerealiseerd. Grondwater Er wordt een verdiepte parkeerkelder gerealiseerd, waardoor onderzoek naar het effect op grondwaterstromen nodig is. In oktober 2020 is door Van Dijk Geo en milieutechniek een bouwputen bemalingsadvies opgesteld (zie bijlage). 31

Ruimtelijke onderbouwing Project MIX (SDK-Locatie) te Amsterdam

Bouwput: Bij de huidige ontgravingsdiepte tot onderzijde poeren is onvoldoende stabiliteit aanwezig om opbarsten van de bouwputbodem te voorkomen. Een spanningsbemaling in het tussen zandpakket is dan ook noodzakelijk. De waterdruk moet met 0,5 meter worden teruggebracht. Zodra de poeren zijn gemaakt en het drainage zandbed is aangebracht kan de spanningsbemaling worden gestopt. Met gemaakte aannames, uitgangspunten en berekeningsresultaten kan in het kader van de aanvraag van een Watervergunning bij Waterschap van Amstel, gooi en vecht worden uitgegaan van een melding met zorgplicht. Ook inzake lozen dienen meldingen c.q. vergunningen bij de betreffende autoriteit worden aangevraagd. De lozingsparameters dienen nog wel te worden bepaald. Opgemerkt wordt dat de berekening van het waterbezwaar gebaseerd is op aannames en mogelijk door heterogeniteit van de ondergrond enigszins kan afwijken. In het geval de grondwaterstand hoger of lager staat dan de aangehouden zal het waterbezwaar navenant meer of minder zijn. Geadviseerd wordt om voor en tijdens de bemaling de grondwaterstanden goed te monitoren middels peilbuizen. De pomp dienen te worden uitgerust met een (geijkte) debietmeter ter controle van de hoeveelheid opgepompt en geloosd grondwater. Damwand: Voor de damwand zijn twee berekeningen uitgevoerd. Het betreft een gesteunde damwand in drie fasen.

Op basis van de berekeningsresultaten is het toepassen van een AZ 26-700, S320 plank alleszins verantwoord. Bij een planklengte van 15,5 m à 16,5 m met een inbeddingsdiepte van NAP16,0 m à NAP-17,0 m zal een maximale vervorming optreden van ca. 67,6 mm. Waterkwaliteit Op basis van de Keur is het niet toegestaan om initiatieven te ontplooien die leiden tot een verslechtering van de (grond)waterkwaliteit. Het gebruik van uitlogende materialen zoals lood, zink en koper beïnvloedt de kwaliteit van regen- en oppervlaktewater negatief. Bij de toepassingen van materialen zal hiermee rekening worden gehouden. Ook zal het vuile water gescheiden worden afgevoerd van het hemelwater. Waterberging In de nieuwe situatie is de gehele plot voorzien van bebouwing. Er is daardoor geen ruimte voor waterberging op de grond. Het water moet echter wel binnen de kavel worden opgevangen. Daarom wordt water gebufferd bij de bron: op het dak door middel van retentiedaken. Retentiedaken betreffen een dakopbouw waarbij een bepaalde hoeveelheid water in Water Retentie Boxen onder de daktuinen wordt opgevangen. Dit water kan vervolgens geleidelijk afstromen naar lager gelegen daken of gebufferd als waterbuffer voor de beplantingen. Het bruto dakoppervlak van de kavel is 9397m2. De minimale eis is om binnen het kavel een waterberging te realiseren van gemiddeld 60mm/m2 (Amsterdam Rainproof). 32

Ruimtelijke onderbouwing Project MIX (SDK-Locatie) te Amsterdam

Per dakvlak is bepaald welke retentie toegepast kan worden. De indeling van de dakvlakken is opgenomen in de door Hiensch Engineering B.V. opgestelde notitie waterberging (zie bijlage). Middels deze uitwerking is de gestelde eis binnen de kavel van gemiddeld 60 mm/m2 behaald. In deze notitie is ook een uitgebreide weergave opgenomen van de waterberekening en de wijze waarop per dakvlak de waterberging ingevuld wordt. Ook is daarin weergegeven welk dakvlak op welk dakvlak gekoppeld is (cascade‐model) en welk type gereguleerde afvoer wordt toegepast (Drössel of Smart‐Flow‐Control). Op daken met beplantingen wordt naast waterberging ook een deel water gebufferd t.b.v. de watervoorziening in droge perioden. Indien de ambities voor waterberging door MRP hoger gesteld worden dan de Amsterdamse eisen zullen hiervoor additionele berekeningen gemaakt moeten worden en extra water retentie voor moeten worden opgenomen. Aanvullend wordt hier verwezen naar de bijlage. 5.7.

Energie en duurzaamheid Om tot een zo optimaal mogelijk energieconcept te komen, waarin er een goede balans tussen minimale milieubelasting (MPG) en de beste BENG scores, zijn weloverwogen keuzes gemaakt. Daarbij zijn de eisen uit het kavelpaspoort in acht genomen. Voor de BENG waarden wordt uitgegaan van de landelijke eisen zoals deze gelden per 1 januari 2021: BENG1 ≤ 65kWh/m2.jr BENG2 ≤ 50kWh/m2.jr BENG3 ≥ 40% De SDK locatie ligt in het concessiegebied van stadswarmte. Aansluiting op stadsverwarming wordt aangeboden en is in principe verplicht, tenzij er betere alternatieven zijn. Initiatiefnemer vindt dat er betere alternatieven zijn. Er zijn meerdere opties voor Mix Amsterdam om te voorzien in warmte en koude: Optie 1: stadsverwarming zonder koeling met automatische buitenzonwering Optie 2: WKO systeem met bronnen in de bodem en aanvullende all electric opwekking Optie 3: WKO systeem in combinatie met warmtelevering door Vattenfall De volgende afwegingen hebben er toe geleid dat wij er voor gekozen hebben om optie 3 te kiezen en daarvoor de juiste voorzieningen hebben verwerkt in het ontwerp. De redenen daarvoor zijn als volgt: Voor de MPG berekening is stadsverwarming gunstig aangezien er geen aparte installaties hoeven worden aangebracht. Stadsverwarming heeft echter het meest ongunstige resultaat in de BENG berekening.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10975570/1