CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Atelier Haven-Stad Schetsboek Integraal Raamwerk web

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 19 maart 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Bespreken van de opbrengst van het Samen Stadmaken proces Haven-Stad in de vorm van het ‘Schetsboek Samen Haven-Stadmaken Reisverslag van een ontdekkingstocht’ (VN2025-002327)34.589 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

II.3. De ‘harde’ infrastructuur: openbaar vervoer en fiets Dit is voor de Buren een cruciaal maar lastig, moeilijk toegankelijk onderwerp, dat vooral heel veel vragen

oproept. Zoals er door de gemeente lijkt te worden voorgesorteerd op bepaalde keuzes is niet zomaar te begrijpen. Maar hoe complex de dingen ook mogen zijn en hoeveel wij ook gewoon niet weten, ons gezond verstand is en blijft een goed kompas. Vandaar dat wij onze vragen durven en willen stellen, om ook over deze punten tot een uitwisseling van inzichten te komen. Onze schets over het openbaar vervoer is dan ook vooral een illustratie van onze vragen. Het autoverkeer is natuurlijk ook deel van de ‘harde’ infrastructuur. De gemeentelijke inzet om het autoverkeer zoveel als mogelijk is te minimaliseren delen wij. Maar we hebben wel wat bedenkingen. De suggestie van overstapplekken (van auto naar OV) blijft vooralsnog onuitgewerkt. Bovendien vormt de extreem lage parkeernorm een risico wanneer (ideëel) beleid geen praktijk blijkt. Daar zal mogelijk de openbare ruimte onder lijden. Optimaal OV is een eerste harde randvoorwaarde voor een dergelijk beleid. Verder hebben de Buren in de veldateliers hierover niet systematisch nagedacht. Het zorgpunt van de Buren betreft eerst en vooral, vanuit ons denken vanuit het langzaam verkeer, in het bijzonder de wandelaar, de oversteekbaarheid van autowegen, in casu de Transformatorlaan en de Nieuwe Hemweg. Wij zien dat als randvoorwaarde voor de doorgaande groen-blauwe structuur.

Alleen dan kan de stad aan de haven worden vastgewandeld! We hebben dit in het voorgaande (II.2) reeds besproken. We beperken ons hier dus tot het openbaar vervoer en de fiets, mede vanuit het perspectief van de voetganger.

3.1. Sluiting Ringlijn, maar welk tracé? Een belangrijk item vormt de wens van de gemeente

om de metro-Ringlijn te sluiten, tussen Isolatorweg en Amsterdam Centraal. De hypothese is dat dat van belang is voor het stedelijke OV-netwerk als geheel. Tegelijkertijd is het natuurlijk ook een kans voor de ontsluiting van het tussenliggende gebied. Maar welk gebied dat dan is hangt af van het tracé. Een overzichtskaartje laat verschillende opties zien. De lila-variant met haltes nabij Zonnehoek, Stenen Hoofd en Westerdok lijkt niet meer opportuun (maar als je de Van Diemenstraat ziet, waar in de spits ook de bus in de file vaststaat kun je je afvragen of het terecht is dat die optie is afgeserveerd; moet daar dan straks ook de Bus Rapid Transit of de Tramplus doorheen??? Zie punt 3.5 hieronder). De andere varianten buigen gezien vanaf Isolatorweg allemaal eerder zuidwaarts, naar een halte op het Nassauplein en gaan vandaar evenwijdig aan het spoor naar CS. Zij verschillen onderling op een belangrijk punt, namelijk of het tracé vanaf de Isolatorweg zuidelijk of noordelijk van de Schiphollijn komt te liggen. In het Raamwerk wordt (voorlopig) uitgegaan van een ligging aan de zuidzijde, omdat dat technisch het eenvoudigst te realiseren is. Immers, de metro ligt bij Isolatorweg al aan de zuidzijde en de verlenging hoeft de spoorlijn dan niet te kruisen.

Maar dat impliceert een aantal dingen: (1) dat er waarschijnlijk een rand van SDZ wordt afgesnoept, (2) dat in ieder geval de bomenlaan langs het spoor en mogelijk nog meer gebied van het Woeste Westen zal sneuvelen omdat daar werkruimte moet worden gemaakt om de metrolijn aldaar ondergronds te Buren Westerparkhaven

53

OV schets. Tevens is het omgelegde tracé van de Spaarndammerdijk gemarkeerd met streepjes.

54

Buren Westerparkhaven

brengen, (3) dat ook de noordrand van het Westerpark, met in het 19de eeuwse deel tal van oude bomen, wordt aangetast. En tenslotte is er nog de implicatie (4) dat de halte Hemknoop, die is voorzien op het bestaande spoorwegviaduct over de Transformatorweg, in een overwegend groen gebied ligt: Groot-Westerpark zoals hiervoor beschreven. Het argument dat Hemknoop van belang zou zijn voor Haven-Stad is daarom weinig overtuigend. Want ook in de toekomst is er relatief weinig kritische massa ‘stedelijkheid’ in de directe omgeving van de halte, en waarschijnlijk dus ook minder vervoerwaarde. In feite impliceert een metrohalte een hoogstedelijk knooppunt met een zo hoog mogelijke dichtheid, zodat ook de sociale veiligheid wordt gegarandeerd. Maar die is hier in de nabijheid niet te maken, tenzij…. Vanwege die geringe kritische massa ‘stedelijkheid’ zal er dus een dreiging uitgaan van een halte op deze plek om het groen hier op den duur op te gaan offeren. Het meest nabij is het Zaanstraatemplacement - en dat is niet een hoogbouwplek naar de mening van de Buren -, op grotere afstand ligt de Houtveembuurt, waar zo’n nieuw type stedelijkheid heel goed denkbaar is in relatie tot de grotere ruimte van de Mercuriushaven.

Dus waarom de halte niet daar in de buurt maken? Deze andere optie, om het tracé aan de noordzijde van de Schiphollijn aan te leggen heeft inderdaad als nadeel dat direct na halte Isolatorweg (of wellicht al eerder, dus meer westelijk van Isolatorweg, zo is ook in onze veldateliers aan de orde geweest) het metrotracé het spoor moet kruisen. Maar de voordelen zijn dat

Ringlijn varianten

Varianten verloop metro en ligging metrostation Buren Westerparkhaven

55

Groot-Westerpark niet wordt aangetast of bedreigd en dat een halte in of dichtbij te verstedelijken gebied (Houtveembuurt) gerealiseerd kan worden, met hoge vervoerwaarde. De ligging aan de noordzijde laat nog een aantal varianten zien, die verschillen hoe ‘diep’ ze in de Houtveembuurt buigen en vandaar hoe het verdere tracé door de Spaarndammerbuurt verloopt. De varianten 4 en 4a raken de Houtveemhal - vandaar ook onze associatie om hier een uitzonderlijk metrostation te maken - , variant 4b (hier in geel getekend; uit de koker van de Buren) gaat noordwaarts langs het Zaanstraatemplacement en impliceert ten tijde van de aanleg een minder grote aanslag op de Spaarndammerbuurt. Anders dan de gemeente en de Vervoersregio, die de zuidelijke variant als voorkeursvariant hanteren, menen de Buren dat deze noordelijke varianten te prefereren zijn vanwege de uitbouw van en een duurzame toekomst voor Groot-Westerpark en vanwege een haltering in het te verstedelijken gebied nabij de Houtveemhal (de gele cirkel op onze OV schets) naast de op te waarderen haltering op de Isolatorstraat. In de inmiddels gestarte MIRT studie en het daarmee verbonden participatietraject zou ruimte zijn om deze varianten alsnog in te brengen. De Buren willen met klem bepleiten om deze noordelijke varianten mee te nemen in het onderzoek.

Daarnaast is er nog een extra argument voor deze noordelijke varianten, namelijk de optie om de metro door te trekken naar Noord en de Ring via Noord te sluiten. Daarover straks meer in punt 3.

56

Buren Westerparkhaven

3.2. Metrohalten Isolatorweg, Hemknoop of Houtveem? Ondanks de ligging in het groen, in Groot-Westerpark zou de metrohalte Hemknoop een hoogstedelijk voorzieningencentrum moeten worden, volgens het Raamwerk. In het verlengde van bovenstaande over de tracering opteren de Buren in plaats van een enkele ‘Hemknoop’ bovenop een viaduct en grotendeels in het groen liever voor een tweetal knooppunten van openbaar vervoer en voorzieningen middenin te verdichten stedelijk weefsel. Daar zijn voorzieningencentra middenin de woonwerkgebieden beter op hun plek, zoals bij /in de Houtveemhal alsook nabij de reeds bestaande metrohalte Isolatorweg. Op die plek zijn in de aanloopstraat, de Isolatorweg, nu al meerdere functies gevestigd die goed passen in zo’n profiel. Een centrumgebied Isolatorweg hoeft niet te wachten op de sluiting van de Ringlijn, maar kan onafhankelijk daarvan worden uitgebouwd. Ook in enkele alternatieven voor de Ringlijn, die in de MIRT studie aan bod komen, zal een centrumgebied Isolatorweg op zijn plek zijn, bijvoorbeeld in het geval van een City Sprinter West. 3.3. Ringlijn (plus fiets) via Noord aansluiten op Noord-Zuidlijn? We hebben echter nog meer zitten schetsen, omdat we het toch vreemd vinden om het vraagstuk van de verlenging van de metro niet te verbinden met de vraagstukken van een fietsverbinding over de Westbrug

en van de OV-ontsluiting van de Noordelijke IJ-oevers. Want waarom zou je de Ring niet sluiten via Noord? Het ideale model van een gesloten Ring kan dan inderdaad niet worden bereikt, maar de stad als geheel wordt waarschijnlijk wel beter bediend. Naar het bescheiden idee / volgens het gezond verstand van de Buren zou het denkbaar zijn om een metro aan te leggen via de Houtveembuurt – met een halte bij de Houtveemhal, zoals in de varianten 4 en 4a, die vervolgens rechtdoor gaat langs het worteleind van de Minervahaven en vandaar onder het IJ door of over een Westbrug, met in beide gevallen ‘meefietsende’ fietsers. In Noord kan de metro splitsen, enerzijds via HavenStad Noord naar Zaandam, en anderzijds langs de nu al hoogstedelijke gebieden NDSM en Buiksloterham naar een halte op de Noord-Zuidlijn, Noorderpark, of toch Sixhaven? Die halte moet dan worden omgevormd tot een overstapstation. (En even een gedachte terzijde: wanneer er een metroverbinding zou komen tussen Sneevlietweg in Slotervaart en Schiphol, dan zou ‘onze’ lijn (ook) aanzienlijk kunnen bijdragen aan de vermindering van het treinverkeer door de Schipholtunnel…). Met een dergelijke tracering worden meerdere hoogstedelijke gebieden ten noorden en ten zuiden van het IJ optimaal ontsloten.

En tegelijkertijd wordt de hoogst noodzakelijke Noord-Zuid fietsverbinding letterlijk opgehangen aan deze metrolijn, waardoor werk met werk wordt gemaakt en realisatie technisch en financieel meer kansrijk lijkt. Onze vraag zou zijn om deze optie serieus te willen onderzoeken.

3.4. Kabelbaan over het IJ?

3.6. Tram 5

Dat brengt ons op het particuliere initiatief om een kabelbaan over het IJ te willen maken als verbinding voor langzaam verkeer. We twijfelen ernstig aan dit plan, niet in de laatste plaats vanwege de enorme impact van zo’n ‘installatie’ op de stedelijke ruimte.

Het doortrekken van tram 5 - op onze studieschets is het tracé overigens onjuist ingetekend, zo bleek toen de plannen voor het COA gebouw bekend werden; de tram gaat niet onder de poort door, maar blijft aan de zuidzijde van Domus en het 4de gymnasium en gaat dan rechtsaf richting Student Experience - is van groot belang voor alle deelgebieden rondom het Archangelplantsoen: Minervahaven / Danzigerbocht, Moermansk-pier, Danzigerpier en Houtveembuurt, alsook voor de Houthaven en de Spaarndammerbuurt zelf. De inpassing van een tram in de Spaarndammerstraat moet natuurlijk zorgvuldig gebeuren, maar lijkt vergeleken met andere straten waar trams rijden, zeer goed mogelijk met behoud van de winkel- en horecafuncties in de straat. Het zou de straat misschien zelfs een impuls kunnen geven, mits in goed overleg met betrokken ondernemers.

De Houtveembuurt zal fysiek op meerdere fronten door de kabelbaan bepaald worden: de masten, het geluid, de schaduwwerking, de voortdurende beweging. Daarnaast is het een soort van risico, dat er voor het haalbaarheidsonderzoek uitgegaan wordt van een metrohalte Hemknoop, waar ook de kabelbaan zou moeten aanlanden, terwijl de discussie over de Hemknoop nog helemaal niet is beslecht. En tenslotte stellen we vragen bij de vervoerwaarde. Kan het echt meer worden dan een eenmalig uitje? Wat kunnen we leren van ervaringen elders, London, Grenoble bijvoorbeeld? Hoe windgevoelig is de kabelbaan? 3.5. Geen metro maar Tram plus of Bus Rapid Transit? In het MIRT wordt ook een Tram plus of Bus Rapid Transit als mogelijk alternatief voor de sluiting van de Ringlijn voorgesteld. Maar zo’n snelle verbinding tussen CS en Sloterdijk moet altijd door de Van Diemenstraat, toch? Maar hoe is dat mogelijk, gezien de huidige files op spitsuren, waar ook de huidige ‘snelbus’ vele minuten vertraging oploopt? Het lijkt de Buren geen passende ontsluiting van een gebied met deze omvang. Dan kom je toch vanzelf uit op een ondergrondse metro, ofwel de lila variant van de Ringlijn (zie punt 1 hiervoor)?

In bruine stippel fietsroutes vanuit Spaarndammerstraat naar Danzigerkade

3.7. Snelle fietsers en langzame fietsers scheiden De gemeente Amsterdam zet de laatste decennia zeer fors in om ruim baan te bieden aan de sterk toegenomen stromen fietsers, met de aanleg van een hoofdnet fiets en zelfs een plusnet fiets - delen van het hoofdnet waar fietsers voorrang hebben -. Ook in dit deel van de stad is het aandeel fietsverkeer nu al zeer aanzienlijk. Zo is bijvoorbeeld oversteken tussen Houthaven en Spaarndammerstraat op spitsuren bijna niet mogelijk. Dat zulke situaties bestaan heeft ook te maken met de sterke toename van het aantal elektrische fietsen de laatste jaren. Het wordt vanuit oogpunt van veiligheid

Is er ruimte voor een apart snelfietspad langs de trekvaart?

Fietsers en voetgangers gescheiden bij dorp Sloterdijk Buren Westerparkhaven

57

steeds meer relevant om onderscheid te maken tussen paden voor snelfietsers en voor langzame fietsers. Dat zal lastig zijn, want fietsers zijn net als water: ze gaan waar er ruimte is. Zo is bijvoorbeeld een fietsroute aangelegd van en naar de Danzigerkade, t.z.t. onder de poort bij het COA gebouw. Maar in de praktijk nemen de meeste fietsers vanaf de Danzigerkade de meest directe route - waarbij we toch mogen hopen dat nu het laatste bruggetje gereed is niet de (geel gemarkeerde) wandelroute ontaardt in een fietsroute -, en dat is nu over de Haparandaweg, dan linksaf onder de poort door en verder door de buurt, langs het schoolgebouw naar de Spaarndammerstraat of linksaf richting station. Het is met name ’s ochtends vroeg, als de kinderen naar school worden gebracht en mensen naar hun werk op de Danzigerkade fietsen gigantisch druk in de straat. De geplande fietsroute zal alleen maar gebruikt worden indien daar ook een logisch en direct vervolgtraject wordt aangelegd, richting Moermanskkade ligt zo’n fietsroute er al, maar richting Danzigerkade ontbreekt die. We hebben op een schetsje een tweetal routes getekend, langs het theater en langs de parkeergarage, om beide kanten van de Danzigerkade te bedienen. Dit is een voorbeeld, we denken dat er op meerdere plekken zulke ‘gedetailleerde’ planning nodig is om de stromen fietsers logisch te laten lopen. 3.8.

Fietsers en voetgangers scheiden: ‘rustgebieden’ voor wandelaars Een onderscheid maken tussen snelfietsers en langzame

58

Buren Westerparkhaven

fietsers is van belang, maar ook tussen fietsers en voetgangers! Want er zijn meerdere trajecten, waar op dit moment voetgangers dezelfde ruimte met (snelle én langzame) fietsers moeten delen, zoals bijvoorbeeld langs de Transformatorlaan, het tracé tussen het bedrijventerrein en Zonnehoek, het noordelijke pad in het 19de eeuwse Westerpark. Het zal duidelijk zijn dat het mengen van snelfietsers en voetgangers absoluut onwenselijk, want gevaarlijk is. In dat licht zou mogelijk voor het Westerpark een snelfietsroute direct langs de Haarlemmertrekvaart een optie zijn? Bij het dorp Sloterdijk gaan alle fietsers om het dorp heen en is er aan de andere zijde een voetgangersroute, die ook toegang geeft tot de volkstuinen. De Buren pleiten met klem voor een separaat exclusief voetgangersnetwerk. Het groen-blauwe netwerk, zoals we hiervoor uitgebreid (maar zeker niet volledig) hebben bewandeld, is daarvoor de basis. Wij willen met nadruk vasthouden aan een netwerk alleen voor voetgangers, ‘rustgebied voor voetgangers’.

De Buren vinden het dan ook onjuist wanneer de gemeente ons voorstel om over het voormalige spoortracé door Zonnehoek een low profile wandelpaadje voor liefhebbers te maken - bij wijze van spreken met een enkele plank over de sloot overneemt maar sterk uitvergroot met de opmerking dat hier ook fietsers moeten kunnen rijden, mocht de andere fietsroute (aan de noordzijde van Zonnehoek, de ruimte die nu gedeeld wordt met voetgangers) overbelast raken. Wij delen de zorgen van Zonnehoek over een dergelijk idee. Het is een pijnlijk voorbeeld hoe makkelijk de essentie van de voorstellen die de Buren hier doen voor dit hele gebied soms wordt misverstaan. De basis is het

groen-blauwe netwerk als ruimte-structurerend principe, goed voor mensen (wandelaars), fauna en flora! Er is nog te weinig openheid voor het hoognodige nieuwe verhaal over het soort stad dat Amsterdam wil zijn. We hebben zeker niet de waarheid in pacht, maar de Buren zouden graag juist hierover een constructief gesprek willen voeren en onze bijdrage vanuit de dagelijkse gebruikers willen leveren.

III. Concluderend: een visie op Westerparkhaven om mee verder te werken Aldus hebben De Buren een schets gemaakt van onze bevindingen van de veldateliers en de discussies aan tafel, waarin wij het perspectief van kwalitatieve verbindingen – dat wil zeggen groen-blauw, voetgangers en fietsers, en het openbaar vervoer – vooropstellen. Dat netwerk van verbindingen vormt het kader voor de (her-)ontwikkeling van ‘rood’ programma (wonen, werken en voorzieningen). De Buren stellen ook een andere naam voor voor dit deel van Haven-Stad, ten zuiden van het IJ: Westerparkhaven. Met deze naam willen we uitdrukking geven aan het fundament van ons verhaal over dit deel van de stad: om hier het Westerpark en het havenlandschap met elkaar te verbinden in een doorgaande groen-blauwe structuur. Inherent aan die benadering is de ambitie om over de grenzen van

INDUSTRIEEL MERCURIUSPARK

NEPTUNUSPARK HOUTVEEMKANAAL

NIE

UW

WE

G

HOUTVEEMHAL

CONTACTSTRAAT

OVERBRAKERBUITENPOLDER

SDZ TRANSFORMATORL

AAN MERDIJK

M SPAARNDA

T RA A

T ERS

M DAM

ZAANS TRAAT

OVERBRAKERBINNENPOLDER SLOTERDIJK DORP

AAT

ARN

HAARLEMLIJN

SPA

ZAANSTRAAT EMPLACEMENT

T RA A

CONTACTSTRAAT

WOESTE WESTEN

TASMANS TR

HE

T NIES

CONTACTPLEIN

AT

BEGRAAFPLAATS ST. BARBARA

AT

MME KRO

RELICT POLDER

TR A ANS

K

RDIJ AMME ARND

A STR

UG MBR

TZA OOS

TRAAT ZAANS

ISOLATORSTRAAT

DANZIGERBOCHT

TUINPARK ZONNEHOEK

SDZ 2.0

TRANSFORMATORLAAN

SPA

K

PAR

EM

E UTV

HO

SCHIPHOLLIJN

ISOLATORWEG STATION

HA

ARCHANGELPLANTSOEN

EM

AM EKD STR

EH

AM AD ND

A PAR

DE TUINEN VAN WESTERPARK

WESTERPARK

HAARLEMMERTREKVAAART

Westerparkhaven in de optiek van de Buren met plaatsnamen

59

buurten heen huidige en nieuwe Amsterdammers, jong en oud, met elkaar te verbinden en een gezond, veilig, klimaatbestendig, duurzaam en karakteristiek ‘gedeeld thuis’ te bieden. De Buren zijn ervan overtuigd dat ook de benaming van een project meewerkt aan het realiseren van deze ambitie. De naam Westerparkhaven draagt al een deel van het verhaal uit, en maakt nieuwsgierig het verhaal beter te leren kennen. Anders dan de naam Haven-Stad, die een separaat stuk stad suggereert, is Westerparkhaven onverbrekelijk onderdeel van Amsterdam. De schets is een illustratie van mogelijkheden, allesbehalve een plan, en is ook verre van volledig. De Buren hebben de schets gemaakt als uitdrukking van de manier hoe zij de fysieke stad, de stad van de stenen, het water en het groen beleven, ademen en voelen. We hebben geprobeerd om heel concreet aan te wijzen wat wij waarderen en waar wij mogelijkheden zien. De schets is bedoeld als uitnodiging, als uitnodiging om een gesprek te voeren, om met elkaar inzichten te delen. We sloten onze presentatie op 11 september 2023 af met het aanbieden van deze visie (work in progress) “aan de gemeente Amsterdam • • •

60

in vervolg op ons deel van de 399 reacties op het Integraal Raamwerk Haven-Stad een samenhangend geheel; van overtuigingen, wensen, mogelijkheden, suggesties en vragen opdat er een dialoog kan ontstaan, een Socratisch

• •

•

gesprek in woorden, maar voorbij algemene noties en ambities

over de concrete plekken en verbindingen, over het groen, blauw, zwart en rood, over de fysieke stad die we ademen en voelen, over Ons Amsterdam een uitwisseling van inzichten, argumenten, om tot gefundeerde en meer gedragen ruimtelijke oplossingsrichtingen te komen”.

We schreven ook: “dit is in concreto Samen Stad Maken”. Vandaar dat de Buren ook hebben voorgesteld om de Veldateliers op een of andere manier voort te zetten, om als Kerngroep, dus samen met de gemeentelijke ontwerpers op pad te gaan naar bepaalde plekken. Zo zou het interessant kunnen zijn om samen de fysieke (on-) mogelijkheden bij bijvoorbeeld het Zaanstraat-emplacement, het Renewi-terrein, omgeving Houtveemhal, het tracé van de Spaarndammerdijk in Sloterdijk Zuid, te ontdekken. Het zat er helaas deze periode nog niet in. Mogelijk dat zoiets in de verdere toekomst alsnog tot de mogelijkheden gaat behoren, wanneer de inhoudelijke medewerkers van de gemeente wél voldoende tijd en ruimte krijgen en nemen om aan de veelgehoorde en vaak beschreven gemeentelijke ambitie van Samen Stad Maken daadwerkelijk uitvoering te geven. Hopelijk kan bovenstaande alle betrokkenen, gemeente en (nieuwe) buren tot inspiratie dienen. ⏹

Reactie gemeentelijke Programmateam Op 11 september 2023 hebben De Buren hun visie in het Kernteam gepresenteerd. Tijdens de werksessie met de Kerngroep op 15 januari 2024 hebben de Stedenbouwkundige en de Programmamanager namens het gemeentelijk programmateam op de voorstellen en ideeën gereageerd. De voor Haven-Stad vastgestelde uitgangspunten, randvoorwaarden en praktische (on)mogelijkheden spelen een belangrijke rol in de reactie van het gemeentelijk programmateam. Over het belang de onderwerpen en het belang ervan zijn De Buren en het Programmateam het vaak eens. Over de invulling ervan niet altijd. Gezamenlijke ambitie, verschil van inzicht en onderwerpen om nader te onderzoeken in volgende fasen van de planontwikkeling hebben we samengevat. Lees meer op pagina 83.

GEDICHT

De groenzoeker de groene slang ritselt ongeduldig zie haar tot in de verte, meander mee verleiding niet weerstaan zo wijkt de straat de route verandert het oog filtert op de golflengte groen Andere ruimte ontstaat naast de sloot ligt ook een pad onder de rails ligt een dijklichaam boven het pad begint een vlindertalud Visser tuurt naar de dobber hoor mijn zucht er kiekt een blad langs mijn haar een oude dijk van eeuwen terug herschept tekent het landschap als de penseel van de zondagsschilder het is mijn stadsland, onze aarde met Middeleeuws gras weilanden naast de rustplaats van mijn voorouders waar hemelwater in de aarde vloeit hier staan de bomen, gebogen en soms geknakt door de zomerstorm die verrast de dijk opnieuw bestraat, de bocht omhoog, het zandpad

Pony’s staan rustig te wachten tot na schooltijd kinderen hen zadelen om te berijden verderop de duivenmelkers de hondentrainers, kavels groen in dienstbaar gebruik de hardlopers variëren kiezen afstanden van 5 of 10 kilometer de hardlopers betreden het leem, gravel, steen of teer Hoor de bomenrij die fluistert als je goed luistert precies de woorden in het hart bladeren zingen de zinnen uit een onderbuik vogels fluiten het nieuwe geluid in de stilte wormen frunniken in de modder onzin weg één ademtocht leeft op naar zin van zijn daar rijdt de trein, speelt een jongen op het landje woest met takken, vuur, zand en water wind speelt met zijn haren de toegangsweg eigenlijk een park het viaduct een ecologische toegangspoort die bekkens daar, de blauwe plekken vol watersportplezier in twee ademtochten ontstaat de andere route van groen en zand van land Voor Anna Vos © Anne Marie Hoogland / januari 2024

61

Hoofdstuk 3: Proces Reflecties 3.1 Reflectie van de Ateliermeester 3.2 Reflecties van de betrokken onderzoeker

GEDICHT

De geleedpotige De geleedpotige zet koers op een formule voor heldere opbrengst Gewervelden komen onder het vermolmde hout tevoorschijn in het licht en loven de stadsontwikkeling Beweging komt op gang op de oude vochtige havengrond De spinachtige strekt mee tot de rek eruit is, ontmoeting verstijft gebiedt -er moet iets gebeurenhaar extremiteiten draaien in andere webben in het veld vertoeven de groenzoekers bij de blauwe plekken, schimmels en draden kuieren tieners kundig in het havenbekken Haar web is fijnmazig dundradig kleeft aan mobiele nummers van stadse bazen, opgavegerichte receptoren lubberen hakkelend voort, alle geledingen langs de tijd regisseert, de bodem wacht Energiek doktert de spin verder meester in het atelier Samen Havenstad Maken Voor Martien Kuitenbrouwer en Amber Bosse, Ateliermeester en -leerling van 2022 tot en met heden; Public Mediator in het gesprek over Samen Stad leren Maken; Een oefenplaats en leerweg die is vastgelegd in dit werkboek over de toekomstige ontwikkeling van Westerparkhaven.

62

Anne Marie Hoogland 14 juli 2024

3.1 Reflectie van de Ateliermeester Deze uitgebreide reflectie is geschreven door de Ateliermeester, vanuit haar rol als voorzitter van het proces. Omdat partijen elk eigen ervaringen hebben, zijn met behulp van quotes de reflecties van de Buren en het Programmateam verweven. We sluiten af met een reflectie van Selina Abraham, die als actieonderzoeker heeft meegelopen en vanuit haar rol flink heeft bijgedragen aan Samen Haven-Stad maken. Zij deelt haar eigen observaties op het proces. De afgelopen anderhalf jaar Samen Haven-Stad maken is een hobbelig en tegelijkertijd leerzaam proces geweest. Het voelde aan alle kanten als pionieren. Daarbij komt dat we pas aan het begin staan: als we van het HavenStad een mooi, duurzaam, en leefbaar stuk stad willen maken vraagt het proces van Samen stadmaken om langdurige aandacht en inspanning van ambtenaren, bestuurders, bewoners en ondernemers. Dat is nu nog niet per se goed geregeld, maar dat is het wel waard. Omdat we veel kunnen leren van de ervaringen die wij de afgelopen tijd hebben opgedaan, hebben we aandacht besteed aan het opschrijven van onze hobbels, voorbeelden en geleerde lessen.

3.1.1 Hoe we zijn vertrokken Het proces Samen Haven-Stad maken startte vanuit de ingediende zienswijzen op het Integraal Raamwerk. De Buren, samen met andere organisaties en bewoners, hadden zorgen, wensen en ideeën ten aanzien van het

Raamwerk en wilden deze met de gemeente delen. De Nota van Beantwoording die zij vervolgens op hun zienswijzen ontvingen, kwam niet toe aan de behoefte om echt met elkaar in gesprek te gaan. Ze klopten aan bij de gemeenteraad om dat gesprek alsnog van de grond te krijgen. De programmanager heeft zich persoonlijk flink ingespannen om dat gesprek – uiteindelijk in de vorm van Samen Haven-Stad maken – op te starten. Toen na een aantal gesprekken werd besloten om dit in een Atelierproces te gieten onder leiding van een onafhankelijk Ateliermeester, begon iedereen met goede moed aan dit gezamenlijk traject. Toch werd al snel duidelijk dat de ‘valse start’ nog nagalande in de samenwerking. De Buren waren best geschrokken van wat er in het Integraal Raamwerk stond en niet tevreden met de Nota van Beantwoording. Aan de andere kant was er bij het Programmateam ook twijfel over de mogelijkheid tot samenwerking met de Buren die het protest hadden aangetekend. Er waren een aantal ‘reflexen’ die we vaak zagen terugkomen. Vanuit de Buren was een reflex om te denken: de gemeente is helemaal niet geïnteresseerd in een andere manier van stadmaken, ze willen alleen een vinkje zetten en hechten niet écht aan de inbreng van bewoners. Vanuit het Programmateam bestond anderzijds de reflex om te denken dat de Buren alleen hun eigen belang voorop stelden.

Het kostte veel tijd om hier doorheen te komen. De onderlinge verhouding zorgde er ook voor dat kleine misverstanden en communicatiestoornissen soms groot werden. We spendeerden veel tijd in de bijeenkomsten om deze beelden weg te nemen en weer samen te kunnen werken aan inhoudelijke vraagstukken.

3.1.2 Balans vinden in het speelveld Eén van de redenen voor de hobbels in de samenwerking is het ongelijke speelveld waarop bewoners en de gemeente zich bevinden. Hoewel in het begin van het proces spelregels zijn opgesteld om de verschillen een plek te geven (zoals de regel dat hoewel bewoners en gemeente wel verschillen in macht, zij niet verschillen in (denk)kracht en hun ideeen dus serieus genomen moeten worden), bleven de gevolgen van een ongelijk speelveld vaak terugkomen. Een vaak terugkomend voorbeeld was het niet delen van informatie door het Programmateam, meestal onbewust, wat voor de Buren lastig was, omdat zij dan geen goed overzicht hadden van wat er allemaal binnen de gemeente plaatsvond. In de woorden van de Buren:

Dat er geen gelijk speelveld bestaat - behalve in omgangsvormen - is natuurlijk ook niet verwonderlijk. Ambtenaren en burgers nemen per definitie een andere positie in, en zonder af te doen aan de brede kennis van burgers (vanuit 63

het soms langjarige verleden, hun eigen professies en hun dagelijkse ervaringen), ambtenaren hebben altijd een voorsprong in de informatievoorziening en het overzicht vanuit de ambtelijk-politieke wereld. Maar er is één niveau waarop ambtenaren en burgers wel elkaars gelijken zijn, namelijk als dagelijkse gebruikers van de stad. Daarom is het ook zo belangrijk om samen het gebied in te gaan.”

3.1.3 Het garanderen van tijd, budget, en aandacht voor de inhoud Samen Haven-Stad maken gaat over samen onderzoeken. Dat betekent dat er zowel ruimte moet zijn vanuit ambtenaren om nieuwe ideeën op te doen en plannen te heroverwegen als vanuit bewoners en andere stakeholders om terughoudend te zijn om met concreet uitgewerkte voorstellen te komen. Dat betekent ook dat er genoeg budget, tijd, en mensen vrijgemaakt moeten worden om daadwerkelijk in zo’n proces te investeren. De Buren hebben vaak aangegeven dat juist het fysieke domein van de gemeente betrokken moet worden bij Samen stadmaken, en niet alleen het sociale domein:

Waar waren de inhoudelijke medewerkers (stedenbouw, cultuurhistorie, infrastructuur, groen en landschap, waterhuishouding, ....)? Stedelijke ontwerpers waren erbij, maar hadden niet genoeg tijd om vanuit hun kennis en kunde 64

volwaardig mee te doen (...) Wij zouden graag zien dat de medewerkers van de gemeente voldoende tijd en budget krijgen toebedeeld om het idee van Samen Stad Maken ook daadwerkelijk inhoud te geven, om aan de veelgehoorde en vaak beschreven gemeentelijke ambitie van Samen stad maken in concreto uitvoering te geven.

interne opdrachtgevers van het programma Haven-Stad. Binnen de ruimte die we hadden hebben we hard gewerkt om de participatie zoals die eerst was in dit traject naar een hoger niveau te brengen.” In het voorwoord, waar de geleerde lessen zijn opgenomen, is dan ook nadrukkelijk opgenomen dat bij het aangaan van een Samen stadmaken project het essentieel is dat inhoudelijk betrokken ambtenaren de tijd en ruimte krijgen om hier echt goed aan te kunnen deelnemen. Deze tijd en capaciteit is nu vaak niet genoeg ingecalculeerd.

Ook zou het passend zijn dat ook de gesprekspartners (i.c. de meewerkende bewonersgroep) van een budget worden voorzien om kosten te kunnen maken en bij geschillen ook zelf externe expertise te 3.1.4 Voorkom simultaan schaken kunnen inwinnen. En tenslotte moet er ruim budget (en een ruimere taakstelling) zijn voor voor burgers én ambtenaren een Ateliermeester.” Het Programmateam liep ook tegen uitdagingen aan wat betreft het organiseren van hun eigen tijd voor het vrij intensieve Samen stadmaken traject:

De collega’s van het fysiek en sociaal domein hebben zich ingespannen, ook achter de schermen. Net als de Buren aangeven, moesten wij dit traject ook naast onze andere taken doen.. Een proces van de omvang dat we nu hebben doorlopen was vooraf niet voorzien in mensen en middelen. Wel hebben we steeds de voortgang en ontwikkelingen intern gedeeld in het managementteam en met de

Een andere uitdaging die we tegenkwamen zijn de vele deelprojecten die lopen rondom de ontwikkeling van Haven-Stad, die niet integraal worden aangestuurd door de gemeente. Afgelopen anderhalf jaar werd bijvoorbeeld Sloterdijk II al ontwikkeld en werden projecten voor de HOV-buslijn en de metrohalte in gang gezet. En dat terwijl we in het Atelierproces nog bezig waren met het aanvullen van Integraal Raamwerk. Omdat het Samen stadmaken proces niet als een paraplu over projecten heen hangt, worden de opbrengsten niet vanzelfsprekend doorgevoerd in deelprojecten. Sterker nog: hoewel het Programmateam zich hiervoor inspande, bleek het heel lastig -en soms niet mogelijkom opbrengsten uit Samen Haven-Stad maken direct te integreren in andere projecten.

Dit legt een probleem van de gemeentelijke organisatie bloot: hoe goed zijn projecten intern afgestemd? En hoe organiseer je participatie over al die projecten afzonderlijk, zonder dat je kennis en aandacht verliest van mensen die je juist wil betrekken? Die vragen zijn bij uitstek relevant in een zeer tijdrovend proces als samen stadmaken. Nu vragen we namelijk van de omgeving dat zij meerdere procedures tegelijk in de gaten moeten houden en dus ‘simultaan moeten schaken’. In de woorden van de Buren:

Er wordt wel heel erg veel inzet van burgers verwacht... Wat de gemeente intern niet voor elkaar krijgt, namelijk afstemming en coördinatie, worden burgers wel verondersteld te doen. Naast onze deelname aan het Samen HavenStad maken traject moesten we separaat onze (wettelijk erkende) zienswijzen indienen op: • • • • •

Sloterdijk Zuid Transformatorweg Ontwikkelstrategie 2035 MIRT t.z.t.; en daar kunnen we al onze varianten proberen in te brengen.... en recent richting het stadsdeel de Aanpak Groot Westerpark.

En dat allemaal dus in de vrije tijd....”

3.1.5 Samen stadmaken in de vorm van brede Ateliers: wisselwerking tussen proces en inhoud Voor Samen Haven-Stad maken is gekozen om een reeks grote Ateliers te organiseren voorbereid en uitgevoerd door het Programmateam en de Buren samen. Op die manier kon het gesprek met de omgeving worden uitgebreid en kwamen de belangrijke onderwerpen op tafel. Tussendoor waren er voorbereidende overleggen en werden de opbrengsten van de Ateliers samen doorgespit. Uiteindelijk brachten we door deze vorm meer tijd door in de Kerngroep dan vooraf was voorzien. Het Programmateam zegt hierover:

Kijkend naar het proces van Samen Haven-Stad maken, is onze indruk dat deze rond de ateliers uitstekend heeft gewerkt, maar dat we er met elkaar nog niet in zijn geslaagd om in Kerngroepverband de juiste werkvorm en sfeer te creëren waarin onderlinge samenwerking optimaal gedijt. De Kernteamsessies hebben weliswaar structuur geboden, maar vaak niet de ruimte en informaliteit die nodig is om een open gesprek te voeren en elkaar beter te leren kennen, zien en horen. Mogelijk dat andere werkvormen en een andere rolverdeling hierbij kunnen helpen. Voor ons ligt hier een belangrijke uitdaging om dit in de volgende fase met elkaar verder te verkennen. Een uitdaging die we graag aangaan.”

De Buren misten naast het Atelierproces een vorm waarin ze in kleiner verband al schetsend en analyserend konden discussieren. De behoefte om verder het gebied in te duiken en met concrete dilemma’s aan de slag te gaan maakte dat de Buren eigen Veldateliers organiseerden in de zomer. In eerste instantie was de bedoeling dat zij deze vorm zouden uittesten, en we daarna met de hele Kerngroep -en anderen genodigdenhet gebied ingingen. Uiteindelijk presenteerden zij eerst hun eigen opbrengsten aan het Programmateam, als uitnodiging voor verdere inhoudelijke uitwisseling. Het werd een lastige bijeenkomst waarbij de verwachtingen over en weer ver uit elkaar liepen. Het zorgde uiteindelijk voor een overlegpauze waarbij het Programmateam een periode nam om interne gesprekken te voeren:

Voor ons als [het Programmateam] was het een periode van bezinning: was is er gebeurd, hoe is dat gekomen, hoe voelen we ons erbij en hoe komen we weer op het juiste spoor. De programmamanager en de deelnemers aan de Kerngroep hebben hier een aantal gesprekken over gehad. Vooral het verschil in verwachtingen over waar we het in dit traject wel of niet mee concreet aan de slag konden was lastig. Wij zitten vast aan het Plaberum en het Integraal Raamwerk is pas een eerste stap daarin. We hadden tijd nodig om te bedenken wat we konden met de schets van de Buren.” 65

Huisdichter Anne Marie Hoogland schreef een gedicht naar aanleiding van de overlegpauze:

GEDICHT

Tik Tik er klikt een klok er tikt een tijd langzaam af

ergernis groeit

er klinkt een stem er valt een scheur is het licht?

de gevoelige brengt de zachtheid van het afschudden de actievoerder werkt gestaag door op de inhoud van kansen en bedreigingen de denker neemt afstand naar Frankrijk de helper verzamelt wijsheden de groenman luistert naar de wind de dichter baant zich een weg naar de vluchtheuvel op de kruising van twee werelden

aan de tafel van de Walvis buiten op het terras maken Buren een rondje onwetend over de komende nacht waar ongemak en boosheid zich verzamelt Keet fragmenteert volleerd de bedoeling voorbij maakt zich los om zich vast te houden aan de kwestie grondpolitiek de buren vallen stil e-mailen, wachten, nog langere e mails volgen uiteindelijk schrijft eenieder er een wat doet tijd in zo’n geval?

66

plotseling helpen de archetypes

wij laten los wat niet meer vast wil zitten de tijd doet de rest er tikt een klok langzaam komt er nieuwe tijd best lang hoor voor we weer beginnen gaan ik kom gewoon expres te laat hallo allemaal, zijn wij weer aan het werk gegaan? wij aarzelen

Anne Marie Hoogland 20 november 2023

Na drie maanden pakten we het gezamenlijk overleg weer op. In januari werd een Kerngroepsessie georganiseerd waarin het Programmateam inhoudelijk reageerde op de presentatie van de Buren. Het verder doorpraten over de (deel)onderwerpen is iets wat in volgende fasen moet gebeuren.

3.1.6 Grote ontwikkeling, kleine stapjes De ontwikkeling van Haven-Stad is een enorme operatie. Terwijl er frustratie is over het gevoel van ‘simultaan te moeten schaken’ en het feit dat grote ontwikkelingen en beslissingen het speelveld veranderen, begint proces Samen Haven-Stad Maken wel zijn vruchten af te werpen in kleine stappen die nu gezet worden. Er is een start gemaakt met denken van onderop, vanuit bestaande én nieuwe kwaliteiten. In de woorden van het Programmateam:

De samenwerking met de Buren rond de organisatie van de ateliers hebben we als waardevol ervaren. Hun kennis van het gebied en omliggende buurten, de historie en sociale netwerken was medebepalend voor de rijke inbreng en betrokkenheid van deelnemers aan de ateliers.

opgebouwd voor volgende planfasen en hoe daarin samen te werken. De uitdaging waar we met Haven-Stad voor staan, is om de nieuwe buurten te verbinden met de bestaande wijken, zodat het geen eiland wordt. Om dat te voorkomen, willen we inspelen op wat er in omliggende buurten al aanwezig is en gebeurt. Zo leerden we dat SDZ niet alleen een voetbalvereniging is, maar het is ook de spil in een sociaal netwerk in de buurt. Als je nieuwe maatschappelijke voorzieningen gaat maken, is het goed om daarin samen op te trekken.” Uiteindelijk is de grote waarde van het Samen HavenStad maken tot nu toe het samenbrengen van de verschillende perspectieven op het gebied waar Haven-Stad aan het verrijzen is en het vormen van nieuwe ideeën over hoe dit deel van de stad ontwikkeld kan worden in de bestaande omgeving. Uiteindelijk

moeten we toe naar een meer organische vorm van stadsontwikkeling waar het nieuwe met respect voor de bestaande omgeving stap voor stap ingepast wordt. We zien dit Reisverslag dan ook als toevoeging aan het al bestaande Integraal Raamwerk. Om te eindigen met de woorden van de buren:

Haven-Stad moet duurzame samenlevingsopbouw hoog in haar vaandel hebben staan, met als basiscriteria leefbaar, rechtvaardig, inclusief en verbonden. Het moet niet een reeks van losse projecten met doelgroepen zijn, maar als een project van een ongedeeld sociaal domein, dat niet volledig beheerst door professionals, maar vooral ook door betrokken bewoners. Van jong tot oud en met alle achtergronden. Op dat punt valt nog een wereld te winnen. Daar dient in de volgende fase meer tijd en aandacht aan gegeven te worden” ⏹

Bovendien hebben we elkaar in de samenwerking beter leren kennen en ervaring opgedaan voor het samen stad maken, waardoor we een basis hebben 67

3.2 Reflectie van de betrokken onderzoeker Dit deelhoofdstuk biedt ambtenaren en facilitators Een toekomst in kaart haar reflecties op het vormgeven van toekomstige brengen door middel van samenwerkingen binnen de SSM agenda, waarbij haar betekenisvolle samenwerking academische reflecties op proactieve samenwerking Selina Abraham Stedenbouwkundige en sociaal wetenschapper (UvA) Selina Abraham is promovenda aan de UvA en doet onderzoek naar manieren om “betekenisvolle samenwerking tussen planningsprofessionals en burgergroepen vorm te geven”. Haar project is een onderzoek naar verschillende methoden die gebruikt worden, maar ook naar de uitdagingen waar de verschillende actoren (en facilitators) voor staan om tot betekenisvolle samenwerking met elkaar te komen. Selina volgde het Atelierproces Samen Haven-Stad maken (SHSM) als onderdeel van de richtlijn Samen Stadmaken (SSM) van de Gemeente Amsterdam gedurende de hele looptijd van het proces. Ze nam deel aan de Kerngroep als actieonderzoeker en heeft deelgenomen aan de kerngroepoverleggen, de Ateliers, en de Veldateliers. Als actieonderzoeker is ze een neutrale wetenschappelijk partner die zich bij het project heeft aangesloten om samen te werken met belanghebbenden, met als doel om wetenschappelijke en maatschappelijke relevante kennis en transformatieve actie teweeg te brengen.

Ze heeft een achtergrond als architect en stedenbouwkundige.

68

worden gecombineerd met praktische aanbevelingen.

Highlights ⏹ Betekenisvolle samenwerking binnen

participatieprocessen bevordert positieve emotionele banden tussen burgers en hun omgeving. Dit is cruciaal voor het verbeteren van de burgerervaring binnen deze processen en het creëren van gedeelde waarde voor het ontwikkelen van duurzame, leefbare steden door middel van sociale innovatie. ⏹ Sociale innovatie is gericht op het creëren van

gedeelde waarde door wederzijds begrip en waardering, waarbij wordt erkend dat samenwerking de perspectieven van verschillende actoren, waaronder ambtenaren, kan verbeteren. ⏹ Acties binnen SHSM variëren van defensieve tot accommoderende strategieën, terwijl transformatieve sociale innovatie vraagt om een proactieve benadering van samenwerking in participatieve processen. ⏹ Een proactieve benadering van sociale innovatie

in stedelijke transities kan worden bereikt door vier categorieën van aanbevelingen:

I Ambiguïteit in experimenten verminderen: • Gestructureerde maar flexibele omgevingen te creëren die psychologische veiligheid garanderen voor samenwerkende actoren. • Te zorgen voor veelzijdige vaardigheden in het facilitatieteam: vaardigheid in bemiddeling en het sturen van maatschappelijke resultaten op de lange termijn. • Verschillen te waarderen en toe te staan om naast elkaar te bestaan in plaats van aan te dringen op consensus. II Het omarmen van onzekerheid: • Toekomstige steden ontwerpen voor onzekerheid door middel van meerdere scenario’s in plaats van enkelvoudige uitkomsten. • Kansen en onzekerheden visualiseren •

Creativiteit cultiveren om een positief momentum te genereren. III Empowerment van actoren binnen concurrerende planningsprocessen: • Verschillende trajecten in kaart brengen. • Empowerment van actoren binnen en tussen deze trajecten. IV Opbouw van samenwerkingscapaciteit: • Verschillende soorten macht erkennen en machtsdeling vergemakkelijken • De samenwerkingscapaciteit verbeteren door middel van reflectieve praktijken en training..

•

Oproep tot actie voor actoren om elkaar met empathie en mededogen te benaderen.

3.2.1 Wat is betekenisvolle samenwerking? Participatieve processen tussen ambtenaren en lokale belanghebbenden (zoals burgers en ondernemers) zijn van oudsher uitdagend. Mijn onderzoek gaat na hoe de voorwaarden kunnen worden gecreëerd voor betekenisvolle samenwerking tussen deze actoren in participatieve planningsprocessen. In mijn onderzoek interpreteer ik “ betekenisvolheid” als het vermogen van burgers om positieve emotionele banden te creëren en behouden met hun leefomgeving, medebewoners en de processen en actoren die betrokken zijn bij de fysieke en sociale ontwikkeling ervan. Dit is vergelijkbaar met de gevoelen in de zienswijzingen ingediend voor het Integraal Raamwek HavenStad (2020), die oproepen tot ‘echte participatie’ in de ontwikkeling van dit nieuw stadsdeel. In dit deelhoofdstuk bied ik een reflectie voor ambtenaren en andere belanghebbenden om toekomstige samenwerkingen onder de paraplu van Samen (Haven-) Stadmaken vorm te geven.

3.2.2 Waarom is betekenisvolle samenwerking belangrijk in (participatieve) planningsprocessen voor een project met duurzame transitie doelen, zoals Haven-Stad? Ik beschouw twee brede redenen voor “ betekenisvolle” samenwerking in participatieve planningsprocessen. Ten eerste, om de ervaring van burgers met democratische

planningsprocessen te verbeteren en zo de ervaren legitimiteit ervan te waarborgen. Ten tweede, en dat is nog belangrijker, om nieuwe waarde te creëren terwijl leefbare duurzame steden worden ontwikkeld en onbedoelde negatieve kosten voor de samenleving worden vermeden. Betekenisvolle samenwerking op dit gebied is een complexe puzzel omdat concepten als ‘duurzaamheid’ omstreden betekenissen hebben en door diverse groepen verschillend worden geïnterpreteerd, wat leidt tot uiteenlopende verwachtingen.

Het initiatief SHSM begon als reactie op negatieve reacties op eerdere participatieprocessen, zoals inspraak zienswijzen en de Nota van Antwoord. Hoewel deze inspanningen gericht waren op het verbeteren van de participatie, ontbrak het aan een intrinsieke betrokkenheid om vanaf het begin van het project betekenisvol samen te werken aan nieuwe waarden.

Om deze complexiteit die ten grondslag ligt aan duurzame transities in stedelijke planning aan te pakken, is sociale innovatie nodig. Sociale innovatie richt zich op de verbeteringsperspectieven van meerdere groepen, waaronder burgers, bedrijven, consumenten, overheden en tussenpersonen, door gebruik te maken van een mix van grote en kleine veranderingen en nieuwe systemen en structuren. Sociale innovatie vereist betekenisvolle samenwerking tussen meerdere actoren.

3.2.3 Wat houdt betekenisvolle samenwerking voor sociale innovatie in? Uit bestaande publicaties kunnen we drie strategieën voor procesinnovatie afleiden: 1) een defensieve strategie die risico’s beperkt om “business as usual” te handhaven, 2) een reactieve (of accomoderende) strategie die winwinsituaties tussen belanghebbenden onderzoekt, en 3) een proactieve strategie, die de waardenlogica volledig herontwerpt om maatschappelijke, ecologische en economische voordelen te maximaliseren.

Strategieën voor het inbedden van duurzaamheid in burgerinclusieve participatieprocessen door de lens van innovatie.

69

Effectieve samenwerking vereist een gedeeld inzicht dat gezamenlijke inspanningen kunnen leiden tot betere perspectieven voor alle actoren, inclusief ambtenaren. Dit gedeelde inzicht was echter niet overal aanwezig. Daardoor waren de acties van SHSM defensief en reactief. Voor betekenisvolle samenwerking en verbeterde perspectieven is een proactieve strategie nodig. Om een proactieve strategie te ontwikkelen, bied ik reflecties en aanbevelingen voor i) het ontwerpen van experimentele processen die ambiguïteit verminderen en leren bevorderen, ii) het omarmen van onzekerheid, iii) het versterken van actoren binnen concurrerende planningstrajecten, en iv) het verbeteren van capaciteiten voor samenwerking en machtsverdeling.

3.2.4 Hoe kunnen we experimentele processen ontwerpen die ambiguïteit verminderen en leren bevorderen? 3.2.4.1 Creëren voor psychologische veiligheid Reflectie: SHSM vertegenwoordigde een nieuwe experimentele samenwerking tussen lokale belanghebbenden en gemeenteambtenaren, die zonder vooraf bepaalde structuur opereerde. Deze experimentele aanpak was cruciaal voor het bevorderen van sociale innovatie, omdat het alle actoren van de kerngroep in staat stelde om te leren door directe ervaring en gezamenlijke betrokkenheid. Het ontbreken van een “script” leidde echter tot ambiguïteit en onzekerheid, wat de psychologische veiligheid binnen de groep ondermijnde. Dit werd gekenmerkt door

70

momenten van angst en zelfverdediging, en de eerder genoemde aanvankelijke “valse start” had blijvende effecten op de groepsdynamiek. Ondanks deze uitdagingen probeerden de actoren op intuïtieve wijze structuur aan te brengen om deze negatieve effecten op verschillende manieren tegen te gaan, door het aanbieden van aanbevelingen, kaders (Grondbeginselen Haven-Stad) en collectief gedefinieerde ‘Spelregels’ en een gezamenlijk programma. Aanbeveling: Om deze problemen in toekomstige samenwerkingen aan te pakken, is het cruciaal om aan het begin een gezamenlijk geschreven werkplan te ontwikkelen. Dit plan moet structuur en duidelijkheid bieden en tegelijkertijd flexibel blijven om projectvoorwaarden en omstandigheden van actoren aan te passen. Belangrijke elementen zijn een gezamenlijke visie en strategie met bijbehorende resultaten, een jaarplanning met vaste periodieke bijeenkomsten, beschikbare middelen en gezamenlijke overeenstemming

over de toewijzing van het budget, duidelijk omschreven rollen en verwachtingen voor alle deelnemers en een aangewezen notulist voor de documentatie van de bijeenkomsten. Daarnaast is het belangrijk om duidelijke verwachtingen te hebben over de experimentele aard van het proces, zodat er ruimte is voor vallen en opstaan. Tijdens de hele samenwerking moet het opbouwen en behouden van psychologische veiligheid een belangrijk aandachtspunt zijn. Psychologische veiligheid, gedefinieerd als een gedeelde overtuiging binnen de groep die ervaringsleren, experimenteren, vragen stellen en het openlijk bespreken van fouten zonder angst voor negatieve consequenties bevordert, is essentieel voor het garanderen van effectief teamwerk en het stimuleren van innovatie in dergelijke samenwerkingsomgevingen. 3.2.4.2 Meerzijdige facilitatie Reflectie: De aanvankelijke “valse start” en de spanningen die voorafgingen aan de oprichting van het Atelier benadrukten de behoefte aan een faciliterend team

met expertise op het gebied van conflictbemiddeling. Een proactieve strategie zou echter ook teamleden moeten omvatten die in staat zijn om gezamenlijke resultaten te ontwerpen en overeenkomsten te sturen die privébelangen in evenwicht brengen met maatschappelijke doelen op de lange termijn. Aanbeveling: Het faciliterende team moet bestaan uit twee belangrijke expertisegebieden: bemiddeling en co-creatie. Bemiddelingsdeskundigen, zoals de onafhankelijke Openbare Bemiddeling die is aangesteld als Ateliermeester, zijn cruciaal voor het managen van samenwerkingsrelaties binnen het kernteam. Co-creatieexperts vullen dit aan door de ontwikkeling van gedeelde resultaten te sturen. Terwijl bemiddelingsexpertise onafhankelijkheid vereist, kunnen co-creatiespecialisten vanuit de gemeente worden aangetrokken. Deze interne expertise biedt het extra voordeel van bekendheid met gemeentelijke processen, waardoor participatieve activiteiten beter geïntegreerd kunnen worden in bestaande kaders. 3.2.4.3 De diversiteit van perspectieven omarmen Reflectie: Samenwerkende actoren in multistakeholderprocessen hebben inherent verschillende belangen, wat vaak eerder als een uitdaging dan als een kans wordt gezien.

Dit was duidelijk tijdens de ontwikkeling van deze publicatie, waar de bezorgdheid ontstond dat het vertegenwoordigen van verschillende perspectieven verdeeldheid zou kunnen zaaien of conflicten zou kunnen benadrukken. Een goed voorbeeld was het begrip “representativiteit”, dat een twistpunt werd. Het gemeentelijke PT benadrukte de diversiteit

Voorbij consensus naar samenhang van de hele stad, terwijl de Buren, die specifieke groepen belanghebbenden zoals de voetbalvereniging vertegenwoordigde, vonden dat deze focus soms hun unieke bijdragen aan de ontwikkeling van de stad overschaduwde. Beide standpunten zijn steekhoudend. Aanbeveling: In plaats van te streven naar consensus, maakt het erkennen van verschillen creatieve probleemoplossing mogelijk voor meer inclusieve oplossingen. Participatieve planningsprocessen moeten prioriteit geven aan representativiteit om gezamenlijke waardecreatie te bevorderen en systemen te ontwerpen waarin deze verschillende perspectieven naast elkaar kunnen bestaan en uiteindelijk samenhang kunnen vinden. Het is belangrijk om de waarde te erkennen van toegewijde groepen zoals de Buren, die de capaciteit hebben om actief te participeren. De waardering van verschillende standpunten kan worden geïnstrumentaliseerd door een bestuursstructuur op te zetten die de samenwerking tussen burgergroepen en ambtenaren vergemakkelijkt, met inbegrip van

gesubsidieerde gemeenschapsactiviteiten om vertegenwoordiging te garanderen. Deze structuur zou moeten inspelen op de behoeften van zowel ambtenaren als inwoners, door financiële steun te verlenen voor gemeenschapsinitiatieven en, optioneel, individuele uren te compenseren. Een dergelijk kader zou de verschillende perspectieven in evenwicht brengen en gebruik maken van de sterke punten van betrokken belanghebbenden, wat zou leiden tot inclusieve resultaten van stedelijke ontwikkeling.

3.2.5 Hoe kunnen we onzekerheid beter omarmen in het ontwerp van toekomstige steden? 3.2.5.1 Toekomstige steden ontwerpen voor onzekerheid door middel van meerdere scenario’s Reflectie: Vaak wordt erkend dat participatieprocessen te laat in het ontwikkelingsproces plaatsvinden, “nadat de beslissingen al zijn genomen”. In het geval van Haven-Stad heeft de vastgestelde Haven-Stad

71

creëren van kwalitatieve scenario’s door middel van groepsdiscussies over onzekerheden en hun mogelijke implicaties, in plaats van te vertrouwen op een eenvoudig basisscenario dat slechts huidige trends extrapoleert. Het betrekken van de expertise van lokale belanghebbenden kan de interne validiteit van deze scenario’s vergroten en waardevolle leermogelijkheden bieden voor alle actoren. Door meerdere gewenste en ongewenste toekomsten te onderzoeken, kan deze aanpak de besluitvorming beter onderbouwen en leiden tot robuustere, beter aanpasbare en flexibelere strategieën voor stedelijke ontwikkeling.

Een vergelijking van de bestaande normatieve planningsbenadering met een exploratieve scenariogebaseerde planningsbenadering. Ontwikkelstrategie 2017 het bredere programma van Haven-Stad al bepaald. Hoewel de gemeente

Amsterdam ambitieus is door de Omgevingvisie 2050 te gebruiken als leidraad voor haar ontwikkeling, gaan de vervolgbeleidsdocumenten zoals de Ontwikkelstrategie 2017 en het Integraal Raamwerk uit van enkelvoudige uitkomsten. In werkelijkheid blijkt uit gesprekken met ambtenaren en andere professionals dat deze enkelvoudige uitkomsten niet gegarandeerd zijn vanwege onzekerheid van politieke en klimaatgedreven aard.

72

Aanbeveling: Gezien dit perspectief zou het passender zijn voor de beleidsrichting zoals de Ontwikkelstrategie H-S en het Integraal Raamwerk H-S om een zichtbaar verkennende aanpak te hanteren, waarbij meerdere scenario’s worden onderzocht in plaats van een enkelvoudige uitkomst te presenteren. Ik raad aan om uitgebreide en inclusieve scenario’s te ontwikkelen waarin de waarden van belanghebbenden worden meegenomen. Actoren moeten een verkennende mentaliteit cultiveren door zich te richten op het

3.2.5.2 Kansen en onzekerheden in kaart brengen Reflectie: Stedelijke planningsprocessen in een vroeg stadium, zoals SHSM, kunnen psychologische veiligheid ontberen door inherente onzekerheden, waaronder mogelijke stopzetting van projecten en een beperkt vermogen tot transparantie van gemeentelijke processen tijdens verkennende fasen. Dit kan leiden tot misverstanden en gespannen samenwerkingsverbanden, vooral bij omstreden projecten. De paradox van het plannen in een vroeg stadium is dat, hoewel participatieve processen in deze fase het meest gewenst zijn, ze onbezoldigde betrokkenheid van burgers vereisen zonder gegarandeerde concrete resultaten, wat betrokkenheid kan ontmoedigen en werkrelaties kan schaden. Aanbeveling: Deze uitdagingen kunnen worden aangepakt door de eerdere aanbeveling voor het opzetten van een bestuursstructuur voor lokale belanghebbenden. Dit zou de uitwisseling van kennis

3.2.5.3 Creativiteit cultiveren Reflectie: Werken met voortdurende onzekerheid en aangetaste psychologische veiligheid kan de sfeer in een samenwerkingsomgeving temperen. Ondanks deze uitdagingen gebruikte de kerngroep verschillende methoden die creativiteit en leren stimuleerden. Sommige aanpakken, zoals de pitches in de Ateliers en de veldateliers van de Buren, bleken bijzonder effectief in het overbruggen van begrip tussen verschillende domeinen en het verbinden van IR-ambities met de realiteit in de praktijk. Andere methoden echter, zoals de sessies voor het maken van kaarten (gesprektafels), hadden baat kunnen hebben bij een meer ervaren begeleiding. Toekomstige en voorbije tijdlijnen instrumentaliseren vergemakkelijken en onzekerheid verminderen door continuïteit te garanderen. De effectieve begeleidingsmethoden binnen de kerngroep die de emotionele banden met de stad erkennen en tegelijkertijd de verwachtingen managen, kunnen ook onzekerheid verminderen, bijvoorbeeld door gebruik te maken van een visuele ‘Future-Fast-Forward’ tijdlijn die toekomstige kwesties documenteert, overeenkomsten in een vroeg stadium weergeeft en dient als hulpmiddel voor overleg. Zo’n tijdlijn moet het stedelijke ontwikkelingsproces visualiseren en ideeën of problemen plaatsen die op dit moment niet kunnen worden aangepakt.

Het is ook belangrijk om de institutionele transparantie over interne processen en beperkingen te vergroten om vertrouwen op te bouwen bij externe medewerkers.

Aanbeveling: Het is van cruciaal belang om succesvolle methoden vast te leggen en te instrumentaliseren om de ervaringen met activiteiten te verbeteren, een positief momentum te creëren en tegelijkertijd de onzekerheid te verminderen die inherent is aan grote planningsprojecten. Dit “schetsboek” is een stap om na te denken over effectieve methoden voor toekomstige iteraties van SHSM en deze te verbeteren. Activiteiten moeten echter niet alleen worden herhaald op basis van succes in het verleden, maar moeten een duidelijke link hebben met de gewenste resultaten die in het werkplan zijn beschreven. Daarnaast is het van vitaal belang om te leren van fouten en deze aan te pakken. Hoewel het proces ruimte moet bieden voor fouten van alle actoren in de kerngroep, is het belangrijk om te voorkomen dat dezelfde fouten worden herhaald.

3.2.6 Hoe kunnen we actoren

versterken terwijl we werken in een planningscontext met concurrerende en tegenstrijdige trajecten? Reflectie: De ontwikkeling van Haven-Stad is een voorbeeld van de complexiteit van een integrale gebiedsgerichte planning in de Nederlandse context, waar stedelijk herstructureringsbeleid marktgerichtheid combineert met overheidsregulering. Bovendien kan de verticale afstemming tussen centrale en lokale overheden tot spanningen leiden, omdat lokale overheden afgerekend kunnen worden op resultaten zonder daarbij rekening te houden met structurele kwesties. De wens van de Buren voor substantiële discussies en besluitvormingsmandaten in het participatieproces benadrukt deze spanningen, aangezien dergelijke mandaten moeilijk te implementeren zijn binnen de context van parallelle samenwerking met andere belanghebbenden en bestuursniveaus. Deze situatie wordt verder bemoeilijkt door afnemende budgetten en nationaal kortetermijnbeleid, die een effectief lokaal stedelijk bestuur in de weg staan. De tegenstelling tussen geïntegreerde multisectorale planning en participatieve idealen kan lokale actoren het gevoel geven dat hun gezamenlijke inspanningen zinloos zijn. Ondanks initiatieven zoals de “Veldateliers” van de Buren die het potentieel voor betekenisvolle bijdragen van belanghebbenden aantonen, bestaat het risico dat geconcludeerd wordt dat SSM alleen haalbaar is op kleinere schaal.

Deze conclusie zou de toepassing ervan in grotere, meer abstracte toekomstdenkende projecten zoals Haven-Stad kunnen beperken.

73

Dit uitgebreide Veldatelier-verhaal kan mogelijk inspireren tot creatieve oplossingen en richting geven aan ontwerp- en technische besluitvorming in verschillende deelprojecten en actoren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15248142/1