Algemeen deel - 02 20211007 Notulen raadsvergadering middag
Tekst van het document
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad
R
Raadsnotulen
Jaar Vergaderdatum Publicatiedatum
2021 7 oktober 2021 3 november 2021 OPENBARE VERGADERING OP DONDERDAG 7 OKTOBER 2021 Aanwezig: de leden mevrouw A.L. Bakker (PvdD), de heer N.T. Bakker (SP), de heer Biemond (PvdA), mevrouw Bloemberg-Issa (PvdD), de heer Boomsma (CDA), mevrouw Bosman (D66), de heer Boutkan (PvdA), de heer Van Dantzig (D66), de heer Ernsting (GroenLinks), de heer Flentge (SP), mevrouw De Fockert (GroenLinks), mevrouw De Graaff (D66), mevrouw De Grave-Verkerk (VVD), de heer Groen (GroenLinks), mevrouw Grooten (GroenLinks), mevrouw Heinhuis (PvdA), mevrouw IJmker (GroenLinks), mevrouw Kiliç̧ (DENK), de heer Kreuger (JA21), mevrouw Kuiper (ChristenUnie), de heer Van Lammeren (Partij voor de Dieren), mevrouw Martens (VVD), mevrouw Marttin (VVD), de heer Mbarki (PvdA), de heer Miedema (PvdA), mevrouw Nadif (GroenLinks), mevrouw Nanninga (JA21), mevrouw Van Pijpen (GroenLinks), mevrouw Poot (VVD), mevrouw Van Renssen (GroenLinks), mevrouw Rooderkerk (D66), mevrouw Roosma (GroenLinks), mevrouw La Rose (PvdA), de heer Van Schijndel (Forum voor Democratie), de heer Schreuders (SP), mevrouw Van Soest (PvdO), de heer Taimounti (NIDA), de heer Torn (VVD), de heer Türkkol (D66), de heer Veldhuyzen (BIJ1), de heer Vink (D66), de heer Vroege (D66), de heer Warmerdam (D66) en de heer Yilmaz (DENK) Afwezig: de heer Blom (GroenLinks), mevrouw Naoum Néhmé (VVD) burgemeester mevrouw Halsema (Openbare Orde en
Veiligheid, Algemene Zaken, Integraal Veiligheidsbeleid, Juridische Zaken, Internationale Samenwerking, Bestuursdienst, Regelgeving en Handhaving, Juridische Zaken, Communicatie), de wethouders mevrouw Van Doorninck (Duurzaamheid en Circulaire Economie, Ruimtelijke Ordening, Grondzaken en Energietransitie), de heer Everhardt (Financiën, Economische Zaken, Lucht- en Zeevaart, Deelnemingen, Zuidas en Marineterrein), de heer Groot Wassink (Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid, Democratisering (inclusief Bestuurlijk Stelsel), Coördinatie Bedrijfsvoering, Inkoop, Sociale Zaken, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Bouwen en Wonen en Ontwikkelbuurten), mevrouw Kukenheim (Zorg, Jeugd(zorg), Mbo-agenda, Beroepsonderwijs en Toeleiding Arbeidsmarkt, Preventie Jeugdcriminaliteit, Sport en Recreatie, Ouderen), mevrouw Meliani (Kunst en Cultuur, Monumenten en Erfgoed, ICT en Digitale Stad, Dienstverlening, Personeel en Organisatie en Gemeentelijk Vastgoed), mevrouw Moorman (Onderwijs, Volwasseneneducatie, Laaggeletterdheid en Inburgering, Voorschool, Kinderopvang en Naschoolse voorzieningen, Armoede, Schuldhulpverlening en Reiniging), de heer De Vries (Verkeer, Vervoer, Luchtkwaliteit, Water, Openbare ruimte en Groen en Dierenwelzijn) en de heer Wedemeijer. Afwezig:
1
Jaar
2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Vergaderdatum 7 oktober 2021 Raadsnotulen
R
Middagzitting op donderdag 7 oktober 2021 Voorzitter: mevrouw F. Halsema, burgemeester Plaatsvervangend voorzitter: het raadslid de heer Torn Raadsgriffier: mevrouw Houtman Verslaglegging: mevrouw Smakman (Notuleerservice Nederland)
Voorzitter: de heer Torn De VOORZITTER heropent de vergadering om 13.00 uur. 21. Kennisnemen van de raadsbrief "Subsidie instrumentarium diversiteit en inclusie: uitslag procedure ‘Diversiteit en Inclusiviteit voor Allianties Amsterdam 2021-2023’ en Diversiteit in de Sociale Basis VN2021-025091 De VOORZITTER: Het is 13.00 uur precies en ik heropen de vergadering van de gemeenteraad. Aan de orde is agendapunt 21. Ik zie dat er nog niemand namens het college aanwezig is, terwijl het toch tijd is. We kunnen natuurlijk een motie indienen. Eens even kijken. We gaan eens even de griffier vragen. Even kijken waar de wethouders blijven. Dan is zo dadelijk wel aan de orde – als de griffier er misschien even een appje aan wil wijden – agendapunt 21. Dat betreft het kennisnemen van de raadsbrief "Subsidie instrumentarium diversiteit en inclusie. Daarvoor hebben het woord gevraagd: mevrouw Poot van de VVD, mevrouw La Rose van de Partij van de Arbeid – zij is ook aanwezig – en mevrouw Kiliç van DENK. Er zijn, als ik goed geïnformeerd ben, twee moties tot op heden ingediend. De heer Vroege wil ook het woord? Ja, hij heeft ook een motie ingediend, dus u wilt ook het woord. Dan, bij deze bent u genoteerd.
De VOORZITTER deelt mee dat de volgende motie is ingekomen: Motie van het lid Kiliç̧ inzake de raadsbrief Subsidie instrumentarium diversiteit en inclusie: uitslag procedure ‘Diversiteit en Inclusiviteit voor Allianties Amsterdam 2021-2023’ en Diversiteit in de Sociale Basis, nr. 671.21. Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: De alliantie over de doorwerking van het koloniale verleden naar het heden te wijzen op het belang om óók aandacht te hebben voor de Hindoestaanse contractarbeiders en hoe deze koloniale geschiedenis eveneens nog steeds doorwerkt naar het heden. De motie maakt deel uit van de beraadslaging. De VOORZITTER deelt mee dat de volgende motie is ingekomen: Motie van het lid Vroege inzake zorgvuldige evaluatie bijeenkomsten alliantie, nr. 693.21. Verzoekt het college van burgemeester en wethouders:
2
Jaar
2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Vergaderdatum 7 oktober 2021 Raadsnotulen
R
Bij de evaluatie van de nieuwe subsidiesystematiek o.a. mee te nemen de aspecten overlap tussen diverse allianties, het kunnen deelnemen in meerdere allianties en toegankelijkheid en inclusie van bijeenkomsten en evenement. De motie maakt deel uit van de beraadslaging. De VOORZITTER geeft het woord aan mevrouw Poot. Mevrouw POOT: Voorzitter, mijn idee was dat ik bij het volgende punt aangemeld was. Dus dit punt hoef ik niet per seDe VOORZITTER: Agendapunt 22 is dat dan. Mevrouw POOT: Ja, exact. De VOORZITTER: Daar staat u ook bij. U ziet af van uw bijdrage, begrijp ik. Ja, oké. Perfect. Dan is zo als eerste aan het woord mevrouw La Rose, maar ik stel voor dat we, als het niet al te lang duurt, voor enkele ogenblikken schorsen. Ik begrijp één minuut tot de wethouder aanwezig is. De VOORZITTER schorst de vergadering. De VOORZITTER heropent de vergadering. De VOORZITTER: Welkom aan wethouder Groot Wassink. De VOORZITTER geeft het woord aan mevrouw La Rose Mevrouw LA ROSE: Ook dank aan het college en aan de wethouder in het bijzonder voor deze informatieve raadsbrief over de uitslag van de subsidieprocedure. De Partij van de Arbeid vindt het een afgewogen uitslag met een mooie verdeling in zes diverse allianties tussen de grote en middelgrote instellingen. Dit is met name ook van belang, voorzitter, vanwege de aanjaagfunctie voor intensieve samenwerking tussen deze organisaties.
Voorzitter, uit deze raadsbrief begrijpen wij dat de wethouder ons volgend jaar zomer al zal informeren over de voortgang en de impact van de activiteiten van de allianties in de stad. Dat is een mooi streven. Wat vindt het college en de wethouder van het idee om de allianties zelf ook met een gezamenlijke evaluatie te laten komen over hoe zij de samenwerking hebben ervaren, kwantitatief en kwalitatief? Want, voorzitter, een gezamenlijke evaluatie over hoe zichzelf en elkaar waarderen en hoe zij denken over de bewaking en uitvoering van beleid dichtbij de organisatie zelf te doen, dat lijkt ons een bron van informatie ter lering en ten behoeve van de eindevaluatie. Tot slot, ook waardering, voorzitter, voor de blijvende aandacht en beschikbare middelen van het college en de wethouder voor de kleinschalige (zelf)organisaties. Deze grassroot-organisaties zijn wat mij betreft onmisbaar voor de emancipatie van bewoners en hun binding met de stad. Ik heb dit de afgelopen periode getracht consequent onder de aandacht van het college te brengen. Ik hoop dat dit aspect standaard onderdeel wordt bij alle relevante dossiers. Het bevordert burgerschap en betrokkenheid bij onze bestuurlijke
3
Jaar
2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Vergaderdatum 7 oktober 2021 Raadsnotulen
R
programma’s. Wat vindt de wethouder van de suggestie om aan het eind van het traject ook het rendement van deze grassroots te bekijken? Tot zover mijn inbreng, voorzitter. De VOORZITTER geeft het woord aan mevrouw Kiliç. Mevrouw KILIÇ: De prioriteiten waren al bekend en de allianties zijn al gevormd. Wij zijn reuzebenieuwd naar de uitwerking hiervan en wensen alle deelnemende partijen veel succes. Hoewel we al in een redelijk gevorderd stadium zijn, willen we toch nog een opdracht met wat sturing meegeven. Het betreft de prioriteit de koloniale doorwerking naar het heden. Er is zeer terecht veel aandacht voor hoe het tot slaaf maken van Afrikaanse mensen en de daarbij gepaard gaande demonisering doorwerkt in de dag van vandaag. Daar moeten we aandacht voor blijven houden. 1873 werd de slavernij afgeschaft. Minder bekend is waarom 1873 ook een belangrijke dag is voor Hindoestanen en andere minderheden van Suriname. Op deze dag werden de Afrikanen namelijk vervangen door zogeheten contractarbeiders, voornamelijk uit India, Indonesië en China. Van de Hindoestaanse contractarbeiders weten we inmiddels uit geschiedkundige studies van uitgeverij Amrit dat hun behandeling identiek was aan de Afrikaanse totslaafgemaakten. Dat geldt ook voor de demoniserende tactieken om hen minderwaardig te laten zijn en vooral: hen zich zo te laten voelen.
Sterker nog, de afschaffing van de slavernij werd direct opgevolgd door het Hindoestaanse contractarbeiderschap. Zoals Pravini Baboeram zegt: de ketenen werden niet zozeer verbroken, maar eerder overgedragen. Voorzitter, mijn collega Eduard Mangal en Sheher Khan hebben hier al eerder aandacht voor gevraagd, maar er is meer nodig. Amsterdam telt de tweede grootste populatie van Hindoestaanse Surinamers. Uit onze contacten merken we een groeiende behoefte om meer te weten te komen over deze specifieke geschiedenis en hoe deze doorwerkt in het heden, want net zoals negatieve stereotyperingen over zwarte mensen voortkomen uit onze koloniale geschiedenis, geldt dat net zo voor het Hindoestaanse volksdeel. Daarom, voorzitter, ons verzoek om meer aandacht te vragen voor de Hindoestaanse contractarbeiders en hoe hun behandeling van destijds doorwerkt naar het heden. We snappen dat we in een redelijk vergevorderd stadium zitten, maar we willen toch de deelnemende partijen van de alliantie verzoeken om dit onderbelichte deel van de geschiedenis nader te onderzoeken en aandacht te geven. Dank u wel. (Mevrouw NANNINGA: Ja, het is mooi dat de fractie van DENK bij monde van mevrouw Kiliç het opneemt voor de geschiedenis van de slaven van Hindoestaanse afkomst en het daarbij behorende jaartal.
Mijn vraag is eigenlijk: hoe denkt de fractie van DENK over het jaartal 1915 en de doorwerking daarvan – toch van veel recentere datum – op mensen in onze maatschappij?) U vraagt mij nu om een oordeel te vellen over iets wat in een ander land is gebeurd. We hebben het hier over de Nederlandse geschiedenis. Ik ben een volksvertegenwoordiger in een Nederlandse gemeenteraad. Dus daar hou ik het bij. (Mevrouw NANNINGA: Ja, dat mag zo zijn, maar ik heb mevrouw Kiliç in die hoedanigheid als Nederlands volksvertegenwoordiger horen zeggen dat er geen Armeense genocide- Wat er natuurlijk aan refereerde dat het een Armeense leugen was. Dus als we het dan toch over een compleet beeld van onze geschiedenis hebben, ben ik toch wel benieuwd of mevrouw Kiliç bereid is dat terug te nemen.) Ja, alles moet uitgezocht worden. Ook dit soort dingen allemaal. Ik zou voorstellen dat er ook geschiedkundig wordt uitgezocht door geschiedkundigen en niet door politici wordt uitgesproken. Dat is ook het verzoek hier om dit uit te laten zoeken.
4
Jaar
2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Vergaderdatum 7 oktober 2021 Raadsnotulen
R
(Mevrouw NANNINGA: Is mevrouw Kiliç het namens de fractie van DENK met mij eens dat in 1915 een door de Ottomanen gepleegde genocide op de Armenen heeft plaatsgevonden en dat dat een historisch feit is? En zo nee, is zij dan bereid om daar dan ook voortaan aandacht te besteden?) Laten we dat door historici uitzoeken. (De heer VROEGE: In een diverse en inclusieve stad is er natuurlijk ruimte voor iedereen en voor ieders verleden, ook de Armeense Amsterdammers. Maar mijn vraag gaat over de contractarbeiders, want collega Kiliç refereerde in haar betoog dat er contractarbeiders waren in Suriname, niet alleen uit India, maar ook uit Java en China, maar die neemt u niet mee in het dictum van uw motie. Mijn vraag is: waarom maakt u onderscheid tussen de Hindoestaanse contractarbeiders, een grote groep ook in Amsterdam. Ik ken ze persoonlijk vrij goed, enkelen ervan. De Javaanse en Chinese Surinamers zijn natuurlijk ruim vertegenwoordigd in onze stad. Dus waarom neemt u die ook niet gelijk mee in uw overwegingen en in uw motie?) Ik heb er aan gerefereerd in mijn betoog. Het is niet dat we dat niet specifiek benoemd- Ik ga het even nakijken. Ja, het staat tussen haakjes, dus het geldt ook voor de Chinese en Indonesische. De VOORZITTER: Volgens mij, verder geen interrupties meer. Dan bent u aan het einde van uw eerste termijn.
Mevrouw De Fockert, wilt u voor een bijdrage in de eerste termijn of niet? Want de heer Vroege was eigenlijk officieel eerder. Dus dan zou ik het woord willen geven aan de heer Vroege en daarna dus mevrouw De Fockert ook nog. Zij staat bij deze genoteerd. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Vroege. De heer VROEGE: De subsidie op de gebieden van diversiteit en inclusie. Ik heb de laatste jaren regelmatig bijeenkomsten bezocht, die werden georganiseerd met subsidiegelden van deze domeinen. Ik werd er soms wel een beetje treurig van. Het lag niet aan de goede bedoelingen waarmee deze bijeenkomsten werden georganiseerd, of het enthousiasme waarmee mensen hiermee aan de slag gingen en de betrokkenheid van de deelnemers, maar ik vroeg me wel vaak af: maar wat is nu de impact op de stad werkelijk; wat hebben wij hier nu als stad echt aan. Het is vaak te klein en te eenzijdig. Dat is de reden dat ik de poging van de wethouder om een nieuwe systematiek te gaan vormgeven van harte toejuich. Of dit nou het ei van Columbus is en alles gaat verbeteren, dat weten we pas bij de evaluatie, maar ik denk dat dit een dappere poging is om de impact op de stad van ons subsidiegeld te vergroten en meer mensen te bereiken en de stad weer vooruit te helpen. Dat is ook het doel van ons beleid. Dus complimenten voor het nieuwe beleid. Het zal best wel spannend gaan worden.
Ik heb ook een aantal mensen gesproken in die allianties en zij vinden het zelf ook wel spannend, want je moet ineens zelf met vijftien, twintig organisaties op één lijn gaan komen. Dat is best lastig. Het is veel makkelijker als iemand anders – zeg, de overheid – iedereen een beetje geld toeschuift en daarmee moet je het doen. Zelf het herverdelen van het subsidiebedrag onderling ‘ik iets meer, jij iets minder’, dat is best een spannend proces, maar ik heb goede fiducie dat het goed gaat komen. Wel nog de drie zorgen, voorzitter. We zien bij twee allianties toch echt overlap in de doelstellingen. Dat was oorspronkelijk niet de bedoeling. Er was bedoeld een alliantie
5
Jaar
2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Vergaderdatum 7 oktober 2021 Raadsnotulen
R
voor de gemanageerde LHBT-gemeenschap en eentje voor de algemene. We zien in de uitwerking dat die twee heel erg op elkaar gaan lijken. Ik zie ook dat een aantal organisaties in beide allianties zijn opgenomen, waarbij dus de kans is dat mensen voor dezelfde activiteit uit twee allianties subsidie gaan krijgen, omdat die afstemming misschien niet geheel goed gaat. Als laatste heb ik ook een zorg of naast dat veel van deze bijeenkomsten natuurlijk ook een soort van safe space zouden moeten kunnen zijn, dat je je geborgen voelt als je zo’n bijeenkomst gaat bezoeken. Ook ligt er angst dat er soms ook een soort ballotage op ‘vind je wel de juiste dingen’ aan de voorkant gaat plaatsvinden, dat het niet inclusief genoeg is, dat de deur niet openstaat voor iedereen die eigenlijk wel naar binnen zou moeten kunnen. Vandaar een motie om het college te vragen bij de evaluatie deze drie punten mee te nemen. Nu ken ik genoeg mensen in deze gemeenschappen die graag bewijzen dat ik altijd ongelijk heb. Dus het is misschien ook een aansporing voor deze organisaties om dat nu te gaan doen. Dan blijkt over twee jaar bij de evaluatie dat mijn zorgen geheel overbodig waren. Dank, voorzitter. De VOORZITTER geeft het woord aan mevrouw De Fockert. Mevrouw DE FOCKERT: Zij doet het even namens collega Blom, die zich heeft ziekgemeld. Vandaar mijn vervanging.
Voorzitter, er is energie losgekomen bij het opzetten en ontwikkelen van dit beleid en ook bij degenen die nu niet behoren tot de alliantie. Deze energie moeten we goed benutten, juist ook voor de mensen die- Eigenlijk iedereen die in dit proces betrokken is, dat we die niet verliezen, want het is bruikbaar en nodig voor de stad en voor onze wijken. Er is veel over te doen geweest. Er is zo nu en dan ook wel wat wrijving geweest. We zijn daarom ontzettend benieuwd naar de evaluatie. In die zin kunnen we de motie van collega Vroege ook steunen. Het lijkt mij zeer zinnig dat we kritisch evalueren. En vooral ook kijken naar die overlap, want die was mij ook opgevallen. Wel wil ik er één ding over zeggen. Voor GroenLinks is het versterken van (zelf)organisaties en inzetten op gemeenschappen opbouwen, zoals nu met bijvoorbeeld het Regenbooghuis, een van onze prioriteiten. Het is voorwaardelijk aan de emancipatie van de groepen in de stad en dus ook aan de emancipatie van onze stad. Hoe meer (zelf-)organisaties in het maatschappelijk middenveld mee kunnen doen, hoe beter de integratie en des te kleiner de kloof tussen de burger en overheid en het vertrouwen in de overheid. We zijn er trots op dat we duurzaam in (zelf-)organisaties kunnen investeren en zullen dit beleid kritisch volgen. (De heer VROEGE: Inderdaad een verduidelijkende vraag.
Is voor GroenLinks de (zelf-)organisatie een doel of een middel om dingen te bereiken met een maatschappelijk effect?) Voorzitter, ik denk dat het ontzettend belangrijk is dat mensen die zich al zelf georganiseerd hebben ook in het vormgeven van de stad mee kunnen praten. (De heer VROEGE: Ja, maar nogmaals mijn vraag: is dat vanuit de raad, naar de politiek, vanuit subsidiegedachte, nog steeds een doel- (zelf)organisaties – of een middel om een maatschappelijk effect met elkaar te bereiken?) Ik denk dat het essentieel is om burgers, die zich al verenigd hebben bij de stad te behouden en dus in ieder geval een middel en misschien ook wel een doel. De VOORZITTER: Dank u wel voor uw bijdrage in de eerste termijn. En natuurlijk de beterschapswensen voor de heer Blom. Dan geef ik tot slot nog het woord aan de heer
6
Jaar
2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Vergaderdatum 7 oktober 2021 Raadsnotulen
R
Flentge van de fractie van de SP, die volgens mij nog maar om en nabij een halve minuut spreektijd heeft. Dus die kunt u dan mooi opmaken hier. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Flentge. De heer FLENTGE: Verrassend nieuws, voorzitter. Ik moet me even herpakken. De VOORZITTER: Ik liet u schrikken. Ga uw gang. De heer FLENTGE: Dat was even schrikken. Het interruptiedebatje tussen mevrouw Kiliç en mevrouw Nanninga gaf misschien ook wel aan waarom het zo belangrijk is om de emancipatie in deze stad vol aandacht te geven, want waar enerzijds natuurlijk mevrouw Kiliç terecht wordt aangesproken op het feit dat zij de Armeense genocide niet wil benoemen en daar heel terughoudend bij is en daar eigenlijk omheen praat, was natuurlijk een beetje van hetzelfde laken een pak toen het ging over het slavernijverleden en ik bij mevrouw Nanninga weer heel veel terughoudendheid proefde. Ik vind het juist belangrijk- Ik heb een halve minuut, hoor, maar ga lekker uw gang. Het is ook eigenlijk extra tijd. Dat is alleen maar goed. Maar ik denk dat het van het grootste belang is om dit soort zaken zonder enige gêne, zonder enige terughoudendheid, te laten gelden dus voor alle gemeenschappen in onze stad. Ik denk dat dat ook de essentie is voor wat wij hier moeten doen. De laatste opmerking voor mevrouw Nanninga mij interrumpeert en dan mag ik waarschijnlijk niks meer terug zeggen.
Richting de heer Groot Wassink zeg ik: kijk ook naar die groepen, zoals Femmes for Freedom, Shirin Musa, ook ontzettend bedoeld en hard werkt om ook haar plek in deze stad, haar toenadering te doen. Twee interrumpanten zelfs. Dat gaat lekker. Dus ik heb wat losgemaakt. De VOORZITTER: Ik zou zeggen, zet een punt. De heer FLENTGE: Maar dat ook die groepen niet alleen maar de mensen zijn, die schrijvers hebben, die mooi af kunnen vinken, zodat we keurig hier de subsidie- Ook goede aanvragen krijgen. Maar ook de kleine groepen, die zo belangrijk zijn voor de stad, ook een plekje in die sociale basis kunnen krijgen, zodat zij ook voldoende hier kunnen doen om deze stad zo mooi te kunnen maken en inclusief te maken. (Mevrouw NANNINGA: Ja, ik ga proberen een geruststellende interruptie in de vorm van een vraag te gieten, zoals dat hoort. Heeft de heer Flentge eerder kennisgenomen van uitingen van mijn fractie en mijzelf dat wij natuurlijk op geen enkele manier de slavernij ontkennen, bagatelliseren, niet erg vinden? Ik garandeer en verzeker u dat dat niet aan de orde is, dat wij die gruwelen echt totaal zien en erkennen. De vraag is dan of de heer Flentge dat ook heeft opgemerkt in eerdere debatten. En zo niet, dan bij deze.) Nou, ik had daar wat twijfel over, mevrouw Nanninga.
Fijn dat u dat uitweidt, want juist toen ik het u vroeg in dat debat, toen zei u ‘als het gaat’- Nee, niet tegen mevrouw Kiliç, maar tegen mij. Toen zei u ‘ja, maar als mensen niet meer leven die die tijd hebben meegemaakt, is het voor mij minder relevant geworden om die herdenking zo zwaar aan te zetten’. Volgens mij, was dat- Ik parafraseer uw woorden. Het kan zijn dat ik het niet helemaal scherp- Maar dat er zoiets is gezegd. Toen dacht ik, dat is interessant, want u interrumpeert mevrouw Kiliç over een ding, een jaartal 1915, waarbij het dus vrij aannemelijk is dat de mensen die die Armeense genocide hebben meegemaakt wellicht niet meer leven. Dan zou je op dezelfde manier natuurlijk ook kunnen praten over het
7
Jaar
2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Vergaderdatum 7 oktober 2021 Raadsnotulen
R
slavernijverleden. Dus in die zin ervoer ik een zekere dubbelheid, mevrouw Nanninga. Maar misschien kunt u daar iets meer over vertellen. (Mevrouw NANNINGA: Nou, nee, de heer Flentge parafraseert mij echt verkeerd. Bovendien heeft de heer Flentge ook gehoord, neem ik aan, dat ik geenszins om excuses heb gevraagd van wie van ook voor die Armeense genocide, alleen voor de erkenning van het feit daarvan.) En toch, toen dit debat plaatsvond, mevrouw Nanninga, was er een bagatel van uw zijde. Ik vroeg ernaar en toen zei u: ja, daar waar de mensen niet meer leven, ja, is het voor mij toch wel een andere categorie geworden. Dat was de beantwoording van uw vragen. En juist omdat u dat aansmeert bij mevrouw Kiliç – terecht vind ik overigens in mijn ogen – vind ik het ook weer redelijk dat ik u daar op bevraag als het gaat om de slavernij. (Mevrouw KILIÇ: Allereerst wel opvallend dat ik telkens dan ter verantwoording word geroepen voor iets wat niet in Nederland is gebeurd. Maar in die zin hebben we het hier over iets wat binnen de Nederlandse geschiedenis valt eigenlijk besproken. Dus dat is wel opvallend dat ik iedere keer vanwege mijn Turkse achtergrond daarop wordt aangesproken. Maar goed, dat even terzijde.
Het is wel opvallend eigenlijk dat er wel bij het slavernijverleden dan wordt gevraagd om onderzoek te doen naar welke impact het heeft gehad, hoe het heeft plaatsgevonden, in welke vorm het heeft plaatsgevonden, maar op het moment dat het gaat over de vermeende Armeense genocide daar geen onderzoek- Dat dat dan niet als erkenning wordt gezien. Onderzoek is noodzakelijk. Erkenning van de pijn die geleden is, is sowieso- Dat erken ik. Ik bedoel, de pijn die de Armeense mensen hebben geleden in de oorlog, dat onderken ik. Alleen, waar het hierom gaat, is in welke vorm dat heeft plaatsgevonden. Daar moet onderzoek naar worden verricht. dat wilde ik even helder hebben. Ja, ik heb u, volgens mij, niet aangesproken. We hebben het over de Armeense Amsterdammers, hè, en de Armeense Nederlanders. Ik spreek u helemaal niet aan op uw Turkse afkomst. Ik spreek u aan dat wij hier allemaal, als gemeenteraad, elke Amsterdammer – dat was de kern van mijn verhaal net – met welke achtergrond dan ook, met welke religie, welke voorkeur, het interesseert me niet wat, dat elke Amsterdammer erbij hoort. En dat we op geen enkele manier, omdat het ons politiek uitkomt, omdat we het onwenselijk vinden, omdat we het misschien politiek incorrect vinden, dat we op de een of andere manier een groepje maar niet noemen of een beetje onder het tapijt moffelen of half noemen. Noem ze dan allemaal.
Dat was de portee van mijn stukje net. Ik val u helemaal niet aan. Er rijst alleen: raadsleden zijn Amsterdamse raadsleden. Dat betekent dat elke Amsterdammer die in deze stad woont hoort te worden vertegenwoordigd. De VOORZITTER: Een tweede interruptie op dit punt. Mevrouw Kiliç, een interruptie moet wel echt kort en krachtig en bondig zijn. (Mevrouw KILIÇ: Oké. Daar vindt de heer Flentge mij aan zijn zijde. Ik bedoel, we zijn een inclusieve stad voor elke Amsterdammer. Nu ben ik even mijn hele punt kwijt.) De VOORZITTER: Ja, als u het niet meer weet. Ik kan u niet helpen met wat u wilde zeggen. Dan, even kijken, ja, dan gaan we gewoon naar de heer Veldhuyzen. (De heer VELDHUYZEN: Ja, dit is een primeur, want normaal begint BIJ1 natuurlijk altijd over allerlei internationale zaken, maar dit keer vraag ik:
8
Jaar
2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Vergaderdatum 7 oktober 2021 Raadsnotulen
R
kunnen we het alsjeblieft over Amsterdam en de subsidies hebben? Wat dat betreft een vraag aan collega Flentge, want hij zegt ‘die kleine organisaties moeten aanspraak kunnen maken op die sociale basis’. Maar wat het probleem juist is, is dat als je aanspraak wil maken op die sociale basis, dat je dan actief moet zijn in de stadsdelen en veel van die kleine organisaties juist wel stadsbreed georiënteerd zijn. Dus ik vraag me af: wat is dan het antwoord van de SP daarop?) De heer FLENTGE: Dat we moeten zoeken naar een vorm om dit soort groepen juist wel aan bod te laten blijven komen. Ik noemde juist niet voor niets Femmes for Freedom – ik hoop dat u ze kent – waar Shirin Musa heel veel prachtig, inclusief, goed werk doet, maar ook de heikele thema’s durft te benoemen. Stadsbreed. Op scholen. In het hele land overigens. En juist dat soort groepjes hebben het lastig. Dat is zo. En ik weet dat er een optie is, want het is de sociale basis. Daar kan je je altijd toe vervoegen. Maar dat is natuurlijk in het stuk niet heel expliciet gemaakt: hoe dan precies; en maken zij wel voldoende kans? Ik noemde het, omdat ik weet dat bij allerlei subsidieverstrekkingen, zowel nationaal, internationaal, Europees, als lokaal, grote thema’s als theory of change genoemd moeten worden.
Dan zijn er consultants, waarschijnlijk van D66-huize – vermoed ik zomaar, hoor – die in maatpak allerlei mooie aanvraagjes doen, omdat ze daar lekker aan kunnen verdienen. Die jongens zijn daar gewoon in getraind. Daar komt een aanvraagje neer. Alle onderdeeltjes zitten er precies in. Maar die kleine, bottom-up grassroot organisatie, die het echte werk doet en echt de grote zaken durft te bespreken, heeft het daar moeilijker mee. Ik weet dat deze wethouder daar best oog en oor voor heeft. Maar ik vraag het even expliciet hoe dan precies dat soort groepen ook voldoende aan bod kunnen komen. De VOORZITTER: Dat ter interruptie van- Heeft u nog- U weet uw interruptie weer? Ja, dat was ook de tweede, dus graag kort en krachtig. (Mevrouw KILIÇ: Ja, nee, het is ook kort en krachtig. Het is meer een opmerking, een verzoek eigenlijk. Ik snap dat er bepaalde gevoelens leven, maar laten we niet van het onderwerp afwijken op het moment dat we het over het slavernijverleden hebben, want dan wordt de focus een beetje verlegd. Dat komt het onderwerp niet ten goede.) De heer FLENTGE: Mevrouw Kiliç, ik heb het gevoel dat mij iets werd aangesmeerd. Ik probeer hem te laten landen, maar ik snap oprecht niet wat het verwijt naar mij- Volgens mij, heb ik juist geprobeerd – maar corrigeer me als dat niet zo is – om juist te laten zien dat emancipatie, sociale emancipatie, alle groepen is.
Dus dat zijn sociaaleconomische groepen, ook in de oude wijken van Amsterdam, de LHBTIQ+gemeenschap, mensen met een migratieafkomst, nazaten van totslaafgemaakten, het maakt me allemaal niet uit. Iedereen. Iedereen hoort daarbij. Dus ik snap niet precies of daar nog een verwijt zit, maar dat hoor ik dan graag op een ander moment nog wel van u. De VOORZITTER: U bent nu wel echt ruimschoots door uw spreektijd heen. Daarmee zijn we ook aan het eind gekomen van de eerste termijn van de zijde van de gemeenteraad. De heer VELDHUYZEN: Voorzitter. De VOORZITTER: O, de heer Veldhuyzen. Heeft u nog een bijdrage? En mevrouw Nanninga zo dadelijk ook nog. Goed.
9
Jaar
2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Vergaderdatum 7 oktober 2021 Raadsnotulen
R
De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Veldhuyzen. De heer VELDHUYZEN: Ja, een aantal punten. Ja, ik heb gehoord van verschillende organisaties, die in de alliantie zitten, dat het behoorlijk wat tijd en energie kost om zo’n alliantie te vormen. En ook, als je die alliantie dan al hebt gevormd, om met zijn allen gewoon door één deur te blijven kunnen gaan. Ik zou de wethouder eigenlijk willen vragen of er expliciet in de evaluatie meegenomen kan worden wat voor effect deze specifieke subsidiesystematiek nou heeft op de hoeveelheid tijd en energie die die organisaties kunnen steken in hetgeen waar ze hun tijd in zouden willen en moeten steken. Dan heb je natuurlijk ook nog de organisaties die niet in de winnende allianties zitten en die ook geen aanspraak kunnen maken op de sociale basis, omdat ze niet zozeer aan een specifiek stadsdeel zijn gelinkt. En iedere keer eigenlijk als we deze subsidiesystematiek bespreken, dan begin ik daarover. Ik wil nu de wethouder ook weer vragen of het college nog wel wat kan betekenen voor veel van die organisaties, die toch een heleboel waarde toevoegen aan deze stad. Dan heb je natuurlijk ook nog de subsidie voor mannenemancipatie of de alliantie voor mannenemancipatie, die het niet heeft gehaald. Ja, dat is een van de zeven onderwerpen. Het is een hartstikke belangrijk onderwerp, maar die heeft het toch niet gehaald.
Ik denk dat dat juist zo belangrijk is ook in het kader van het bestrijden van grensoverschrijdend gedrag, seksuele intimidatie, mishandeling, seksueel geweld en moord, want negen van de tien keer zijn dit soort vormen van geweld gepleegd door mannen. Nu is de bestrijding van deze problemen eigenlijk vooral georganiseerd op een repressieve manier. En mannenemancipatie, dat is erop gericht om dat te voorkomen. Dus preventie van dat soort vormen van geweld. Deze alliantie- Of de alliantie die zich had ingeschreven, probeert dat dan ook hoofdzakelijk te bereiken door traditionele opvattingen en rolpatronen ten aanzien van mannelijkheid te bevragen, te verruimen en veranderen en transformeren. Ik wil daar ook hier even aandacht voor vragen. Maar, volgens mij, heb ik een interruptie. (De heer VROEGE: Wat de collega van BIJ1 hier voorstelt, is toch heel oneerlijk. We hebben een bepaald budget. We hebben een systematiek waardoor sommige mensen subsidie krijgen en anderen niet. En nu zegt u: degenen die geen subsidie krijgen, moeten het alsnog wel krijgen. Dus degenen die hard hebben gewerkt om te voldoen aan de voorwaarden en een alliantie gevormd, alle administratie gedaan, alles gedaan, die worden beloond en degenen die daarin niet succesvol zijn worden, volgens u, ook beloond.
Dat is toch gewoon een heel raar voorstel en heel oneerlijk.) Ik heb helemaal niet gezegd dat iedereen die nu geen subsidie krijgt nu subsidie zou moeten krijgen. Ik vraag wat het college nog kan betekenen voor deze organisaties. En wat raadslid Vroege hier zegt: kijk, het is natuurlijk heel makkelijk voor grotere organisaties, zoals de heer Flentge al zei, om zo’n subsidieaanvraag te doen – heel moeilijke aanvragen – maar heel veel kleine organisaties hebben simpelweg niet de tijd en de capaciteit om zo’n aanvraag op een goede manier te doen. Ik denk dat de heer Vroege daar nu wel een beetje aan voorbij gaat. (De heer VROEGE: Nee, voorzitter, de heer Veldhuyzen gaat voorbij aan de nieuwe systematiek waar juist in die alliantie grote en kleine organisaties worden samengebracht. Die kleine organisaties kunnen profiteren van de kracht van de grotere. Bovendien is 50 procent van het budget voor de overhead en voor de penvoerder, die eigenlijk wordt betaald om de boel te organiseren. We maken het mensen juist makkelijker. Daar moet u blij om zijn.)
10
Jaar
2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Vergaderdatum 7 oktober 2021 Raadsnotulen
R
Nou, goed, ja, ik praat ook daadwerkelijk met die kleine organisaties en die zijn niet per se blij met deze systematiek. Niet iedereen denkt daar natuurlijk hetzelfde over. Maar er zitten ook allerlei nadelen aan. Namelijk, als je als zo’n kleine organisatie meedoet aan zo’n alliantie je je moet schikken in het programma en de agenda van zo’n grotere organisatie. Daar zijn veel grassrootorganisaties ook niet over te spreken. Maar even terug naar mannenemancipatie. Heel simpel gezegd: mannenemancipatie richt zich eigenlijk op gedragsverandering bij jongens en mannen die bijdraagt aan emancipatie van meisjes en vrouwen en LHBTQI+-personen. Ik denk dat dat een superbelangrijk onderwerp is. Nu is die subsidie dus niet toegekend. En ja, hoe gaan we er nou voor zorgen dat we toch mannenemancipatie op de kaart houden. Ik vraag me ook af: wat is de visie van het college eigenlijk op dit gebied, zowel als het gaat om de hele stad, maar bijvoorbeeld ook om de visie van het college als het gaat om de gemeentelijke organisatie en ook de deelnemingen van de gemeente. Die alliantie komt er nu niet, maar wat komt er dan wel? Komt er een opdracht bijvoorbeeld? Hoe gaat die opdracht er precies uit zien. Afsluitend, er zijn vanuit de partners van die alliantie mannenemancipatie al wel wat pilots geweest in Nieuw-West en ook in Zuidoost.
Ik vraag me af of daar nu wel een vervolg aan gegeven gaat worden. Dat was hem, voorzitter. Dank u wel. De VOORZITTER: Ik zag, volgens mij, ook nog als spijtoptant mevrouw Nanninga. De VOORZITTER geeft het woord aan mevrouw Nanninga. Mevrouw NANNINGA: Ja, extreemlinkse actiegroepjes en subsidie, dat is toch wel echt de hobby’s van deze raad en van dit college. Dus dat is een mooi onderwerp, denk ik. Ja, voorzitter, een paar jaar geleden produceerde deze wethouder al een raadsbrief Democratisering, die bol stond van allerlei, ja, ik noem het een beetje, nieuwspraakfrase ‘the Amsterdam approach’ en ‘co-creatie doe je niet alleen’, ‘fearless cities’ en andere mooie termen waarover de lijsttrekker van de ChristenUnie terecht opmerkte ‘wie niet de deur platloopt bij Pakhuis De Zwijger heeft echt geen idee waar dit over gaat’. Dat was een terechte opmerking mijns inziens en daar lijkt de wethouder weinig van te hebben meegenomen. De wethouder wil diversiteit en inclusie stimuleren. Dat is natuurlijk goed, maar ‘geen doel op zich’, zeg ik er altijd bij. Dat is een beetje ons standpunt. En daar zijn allianties voor aangewezen, die uiteraard subsidie krijgen. Een van die allianties gaat zich inzetten voor biculturele LHBTIQ+’ers, BIPOC. Dan moet ik het even vertalen voor de argeloze kijker thuis: dat zijn dus niet heteroseksuele, niet blanke mensen. Daar komt die even op neer.
Daar treffen we aan: ‘‘er is een dekoloniaal en intersectioneel perspectief op queer-identiteit en de bijbehorende geschiedenis van waaruit die tot stand heeft kunnen komen, waarbij er ruimte is om emancipatie en zelfacceptatie zelf in te richten’’. Einde citaat. Voorzitter, afgezien van dat er hier wordt gegoocheld met extreemlinks en rand-racistisch jargon, blijft het hier volkomen onduidelijk wat deze alliantie nou precies van plan is te doen, wat ze exact beogen te bereiken. Dat geldt eigenlijk voor meer van die allianties. In de beste traditie van dit college wordt er weer eens met geld gegooid, met ongetwijfeld echt de beste intenties, maar Joost mag weten of dat legitiem is en of dat effectief is. Nou, Joost Eerdmans heb ik het gevraagd. Die wist het ook niet. Maar misschien weet een andere Joost het. Als raad valt het voor ons ook niet te controleren. Wat zijn de doelen? Worden die gehaald? Hoe dan? Nou, het is vaag. Het zou nog tot daaraan toe zijn als een aantal van die organisaties waar we nu subsidie aan gaan geven niet toch echt een beetje akelige clubjes zijn. De heer Vroege stipte het terecht al aan in de commissiebehandeling van dit onderwerp: sommige van deze groepen zijn echt niet zo ruimdenkend. Een aantal van die organisaties, die in die allianties nu zitten, waren ook betrokken bij de kaping van de Gay
11
Jaar
2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Vergaderdatum 7 oktober 2021 Raadsnotulen
R
Pride dit jaar – of ik weet niet wat nu de politiek correcte term daarvoor is, maar de Pride – waarbij echt schrikbarende uitingen werden gedaan. Leuzen als ‘fuck the police’, ‘fuck men’, ‘fuck all white men’, ‘Hamas, Hamas’, ‘kill Israel’, ‘dood aan de Joden’, ‘inshallah’, ‘dood aan de binairen’ – whatever that may be. Nu begrijpen we dat- We hebben daar vragen over gesteld. Daar kwam vanuit de burgemeester – terecht, hoor – dat bericht van ‘vrijheid van meningsuiting’, ‘vrijheid van demonstratie’. Daar zijn we echt voor, maar dat wil toch niet zeggen dat we daar maar meteen subsidie naar moeten overmaken, voorzitter. (De heer VELDHUYZEN: Ja, ik vind het toch bijzonder hoe raadslid Nanninga hier praat over betrokken Amsterdammers, Amsterdammers die demonstreren en gebruik maken van hun grondrecht. Die kapen dan de Gay Pride. En mensen die bij willen dragen aan een betere stad voor iedereen, die worden dan weggezet als nare clubjes. Ik vraag me af: wat is de boodschap die collega of raadslid Nanninga hier eigenlijk mee wil afgeven aan al die Amsterdammers die zich willen inzetten voor een betere stad?) Nou, ik zal niet weer die citaten herhalen, maar het roept bij mij een beetje de wedervraag op hoe – en dan neem ik even een wat rustige uitspraak: dood aan de binairen – op enigerlei wijze bijdraagt aan een betere, tolerantere stad.
(De heer VELDHUYZEN: Ja, dit is gewoon heel nare framing, want raadslid Nanninga loopt hier nu dingen te zeggen die niet verifieerbaar zijn en die koppelt zij aan organisaties die een subsidieaanvraag doen bij de gemeente. En omdat misschien bepaalde mensen bepaalde dingen hebben geroepen, dan kan je toch niet hier als raadslid zomaar zeggen dat deze organisaties daarvoor verantwoordelijk zijn?) Dat kan ik ten eerste wel. Ten tweede, ik heb gesproken met organisatoren van de Pride en dat kapen daarvan en dat in de weg liggen en dat overnemen van de kop van die demonstratie met extreem radicale, bijna gewelddadige, leuzen, dat is gewoon gebeurd. Daar is beeld van, daar is tekst van. Dat hebben we allemaal kunnen zien, zeg ik tegen de heer Veldhuyzen. De VOORZITTER: Een laatste interruptie op dit punt? Of niet? Of u blijft gewoon even staan daar. Oké, voor de gezelligheid. Oké. Mevrouw Nanninga, ga uw gang. Mevrouw NANNINGA: Ik voel het zo boven mijn hoofd hangen: de heer Veldhuyzen daar bij die interruptiemicrofoon. Ja, dus kijk, om daar nou geld aan te gaan geven, voorzitter, ik weet niet of dat een goed idee is.
De wethouder kan toch niet volhouden dat mensen die bijvoorbeeld van mening zijn dat vrouwen mensen zijn die met een baarmoeder geboren zijn of dat een homo, die misschien een sterke anti-immigratiemening erop na houdt, die zullen toch nooit – en dat stipte de heer Vroege net ook al aan – welkom zijn bij deze zichzelf inclusief noemende organisaties? Dat is toch niet zo? En daar kun je toch ook geen subsidie aan geven? Ik vind het toch wel zorgelijk. En sowieso is dat hele intersectionele oppressieverhaal weinig wetenschappelijk onderbouwd. Ik had ook nog een vraag. Ik zie ook geen alliantie voor antisemitisme. Dat is ondanks het Joods Akkoord dat door bijna alle partijen, behalve BIJ1 en DENK, in deze raad werd ondertekend, waarin ze verklaarden deze bestuursperiode concreet zichtbaar in te gaan zetten voor de veiligheid en ontplooiingsmogelijkheden van de Joodse gemeenschap in Amsterdam. Ik weet dat de wethouder dat steunt. ‘Hebben zij zich niet aangemeld’ of ‘was dat geen speerpunt in dit verhaal’, is dan nog de vraag.
12
Jaar
2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Vergaderdatum 7 oktober 2021 Raadsnotulen
R
Dan hebben we nog de alliantie die aan de slag gaat met ons koloniaal verleden. Nou, ik stipte het net al even aan – ook tegenover de heer Flentge – dat die slavernij er is geweest, dat dat afschuwelijk was. Dat, ja, lijkt me een totaal vaststaand feit. Maar als we het hebben over meerstendige perspectieven, dat lijkt me eigenlijk wel een goed idee: dat de VOC de eerste multinational ter wereld was; dat wij en de Engelsen de slavernij hebben afgeschaft; dat wij een Gouden Eeuw te danken hebben aan die periode; dat we onze onafhankelijkheid tegenover Spanje, een totalitair regime, zeg ik, voorzitter, hebben veiliggesteld, dat we daartegen ten strijde zijn getrokken; dat we ook stabiliteit, instituties en infrastructuur naar die gebieden brachten. Dus ja, als we het hebben over meerstendig perspectief, dan hoop ik dat de wethouder kan bevestigen dat ook dit perspectief aan bod komt als je de hele geschiedenis wilt belichten. Dat hoort er ook bij. Daar hoef je helemaal niet ook de slechte dingen voor te ontkennen. Tot zover, voorzitter. De VOORZITTER: Dat was het einde van dit agendapunt. Althans, de eerste termijn. Of wil de heer Van Schijndel ook nog het woord. Dan zit ik heel even te kijken: heeft de heer Van Schijndel nog spreektijd? Ja? De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Van Schijndel.
De heer VAN SCHIJNDEL: Ik was erg geïnspireerd door het verhaal van de heer Veldhuyzen. Op het gevaar af dat ik zijn verhaal kaap, wil ik toch even zeggen dat- Kijk, als we het hebben over het bijbrengen van normale gedragspatronen bijvoorbeeld tussen meisjes en jongens – dus niet vreselijk macho-denken en zo, dat moet je niet hebben – hebben we dan eigenlijk niet over algemeen erkende, Nederlandse rechtsbeginselen, waarden en normen, die hier gewoon gelden? Dat je je in redelijkheid gedraagt. Dat je een beetje rekening houdt met gerechtvaardigde belangen van de ander. Dat je je afspraak bijvoorbeeld nakomt. Dat zijn culturele gegevenheden in de Nederlandse samenleving, die bijgebracht moeten worden. Dan kan je zeggen dat inderdaad die alliantie voor de mannen wel een redelijk idee lijkt. Dat is eigenlijk mijn kijk op dit kleine puntje in het brede pakket van de wethouder. De VOORZITTER: Dank u wel, meneer Van Schijndel, voor uw bijdrage in de eerste termijn. Dan zijn we aan het einde gekomen, nu wel echt, aan de eerste termijn van de zijde van de raad. Dan zou ik de wethouder graag het woord willen geven om in ieder geval de gestelde vragen en de twee ingediende moties ook van een preadvies te voorzien. Nou begreep ik, als we toch even- Dat mevrouw IJmker op een ander agendapunt nog een motie wilde intrekken.
Ik stel voor dat we dat nu even doen, want dan kunnen we daar rekening mee houden bij de stemlijst. Mevrouw IJmker? Mevrouw IJMKER: Ja, dan moet ik even kijken welk nummer het ook alweer was. Het gaat over motie 684.21. De VOORZITTER: Motie 684.21. En bij welk agendapunt was dat? Mevrouw IJMKER: Agendapunt 15. De VOORZITTER: Agendapunt 15. Dus motie 684.21 bij agendapunt 15 is bij deze ingetrokken door mevrouw IJmker. Goed.
13
Jaar
2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Vergaderdatum 7 oktober 2021 Raadsnotulen
R
De motie-IJmker, Vink, N.T. Bakker en A.L. Bakker (nr. 684.21) maakt geen deel meer uit van de beraadslaging. De VOORZITTER: Dan gaan we verder met agendapunt 21. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Groot Wassink. Wethouder GROOT WASSINK: Dank, leden van de raad, voor de opmerkingen die u gemaakt heeft. Ik ben blij dat dit voorstel op steun kan rekenen. Ik denk dat het heel belangrijk is dat we inderdaad een andere werkwijze zijn gestart waar het gaat over de subsidies in het domein van diversiteit, waar het eerder toch zo was ‘wie het eerst komt, wie het eerst maalt’. Waar we eigenlijk weinig gericht ondersteunden, denk ik, dat deze werkwijze inderdaad een grote verbetering is. En dat die in zekere zin ook onze inzet meer richt, zoals de heer Vroege zei, echt nadrukkelijk het doel om meer impact op de stad te hebben. Mevrouw La Rose, voorzitter, vroeg of die allianties dat ook zelf zouden kunnen evalueren. Ik vind dat helemaal geen gekke zaak. Ten aanzien van de grassrootorganisaties zei u: die vinden wij belangrijk. Dat begrijp ik. Dat deel ik met u. Maar u zei ook: ja, goh, zouden we daar het rendement van kunnen bekijken? Rendement van een grassrootorganisatie vind ik ook wel weer ingewikkeld, want hoe moeten we dat nou weer uitdrukken? Is dat dan een economische manier waarop je dat uit moet drukken? Dat vind ik best lastig.
En ook om dat te evalueren, vind ik best lastig, omdat soms is misschien gemeenschapsvorming en gemeenschapsbinding wel een belangrijker element. Maar ik ga wel even kijken hoe we dat in de evaluatie mee kunnen nemen. Dan, de heer Vroege vond het wel spannend, dat samenwerken. En dat is ook spannend. Dat hebben we natuurlijk ook gezien, dat verschillende groepen dat best ingewikkeld en moeilijk vonden, maar tegelijkertijd kan ik niet anders dan concluderen dat er op de gewenste doelen wel allianties zijn gevormd. Ik kom zo dadelijk nog terug op mannenemancipatie. Ik denk ook dat dat heel goed is gelopen. U had zorgen onder andere over die overlap van die twee allianties. Ik denk dat inderdaad in de doelbeschrijvingen een zekere overlap zat, maar in de activiteiten zit die niet. Maar geen enkel bezwaar overigens om ook uw zorgen – want u had het onder andere ook over ballotage en dergelijke, toegankelijkheid – mee te nemen in de evaluatie. Ik kan dus in die zin ook, voorzitter, motie 693.21 positief preadviseren. Ik was het erg eens, voorzitter, met de opmerkingen van mevrouw De Fockert ook over het belang van (zelf-)organisaties en hoe we daarmee omgaan. Ik denk dat dat goed is. Ten aanzien van de heer Flentge zou ik willen zeggen- Kijk, het is zo dat sommige organisaties juist ook in de sociale basis landen. Andere organisaties zitten hierin.
Maar daarnaast zijn er ook best wel organisaties die op weer een andere manier ondersteund worden. Zo heb ik zelf met geloofsverlaters via het Humanistisch Verbond afspraken gemaakt, juist om hen te steunen. Dus ik denk dat binnen de beleidsfocus van dit collegeWe kijken hoe dat gaat. Maar, zeg ik er dan ook gelijk bij in de richting van de heer Veldhuyzen: het gaat natuurlijk ook altijd over het verdelen van schaarste. We hebben niet onbeperkt budget. Dus het gaat er wel om: hoe kun je nou het geld wat je hebt, dat het beste inzetten? Dat betekent dus per definitie dat er verliezers zijn. Dat is ook niet raar, want het is niet een onophoudelijke geldstroom die we kunnen faciliteren. U zegt ‘ja, maar je moet in die stadsdelen en dergelijke-’. Dat klopt gewoon niet. Er zijn organisaties zoals
14
Jaar
2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Vergaderdatum 7 oktober 2021 Raadsnotulen
R
HTIB, die ook vanuit de sociale basis wel die bijdrage hebben. Dus in die zin vind ik dat niet helemaal correct. En ook ten aanzien van de mannenemancipatie: ik vind toch – want u vroeg ook heel nadrukkelijk naar de visie van het college op mannenemancipatie – dat u daar een veel te smalle invulling aan geeft. U heeft het met name heel erg over hoe mannen zich begeven in de openbare ruimte, ten aanzien van geweld had u het heel nadrukkelijk over. Maar ik denk dat mannenemancipatie veel breder is. Het gaat net zo goed over arbeid en zorg. Dat is misschien nog wel een allerbelangrijkste. Dus hoe ga je nou als man om met de verdeling van zorgtaken in een gezin, dat we af moeten van het automatisme dat zorg per definitie een vrouwenaangelegenheid is. Dus wat ons betreft is mannenemancipatie een breder vraagstuk. Heeft u natuurlijk gelijk dat ook de bejegening van bijvoorbeeld vrouwen, het dominante man-beeld, ook best een onderdeel van. Maar mannenemancipatie is wel breder. Ik wil u erop wijzen dat deze allianties niet doorgaan simpelweg omdat het niet goed genoeg was. Wij vragen om een theory of change, wij vragen om een visie in lijn met onze doelstellingen. Dat schoot te kort. Nou ja, dat betekent dus dat je het niet toekent.
Dat wil niet zeggen dat er geen activiteiten worden gesubsidieerd, maar we gaan niet toekennen als we dit kwalitatief onvoldoende vinden, want dat is nou eenmaal de spelregel die we nu met elkaar hebben afgesproken. De VOORZITTER: Ik zie dat de heer Veldhuyzen een interruptie wil plaatsen. Daar heeft hij nog wel spreektijd voor, maar niet zo heel veel meer. (De heer VELDHUYZEN: Ja, ten eerste ben ik het eens met wat de wethouder zegt over zijn interpretatie van mannenemancipatie. Ik heb ook niet anders beweerd, denk ik. Maar ik had het specifiek ook over het belang van mannenemancipatie als preventie van al die vormen van geweld. Natuurlijk is het breder dan dat. Ja, en mijn vraag was ook niet om alsnog die subsidie toe te kennen. Natuurlijk niet. Als het niet goed is, dan is het niet goed. Mijn vraag was: wat gaan we dan doen; hoe gaan we ervoor zorgen dat er wel genoeg aandacht is voor mannenemancipatie?) Wethouder GROOT WASSINK: Wij menen dus door wel activiteiten mogelijk te maken, dat daar dus wel degelijk aandacht voor is. Ik hoop dat volgend jaar een nieuw conglomeraat zich meldt om deze prioriteit in te vullen. Dus er zullen activiteiten zijn, omdat mannenemancipatie evident van belang is. Er is nu dus geen alliantie, maar dat kan volgend jaar natuurlijk weer anders zijn. Dus ik denk dat we zo dat invullen, voorzitter. Dan, voorzitter, nog even naar ook mevrouw Kiliç.
Zij had het over de Hindoestaanse dimensie. Ik geef aan dat het in de motie in het dictum nadrukkelijk alleen gaat over Hindoestaans. Ik vond de opmerking van de heer Vroege terecht. Als ik het zo kan begrijpen, dat ik met de toevoegingen die eigenlijk hier staande het debat zijn gedaan, ik dat door kan geven aan de alliantie of zij daar aandacht voor willen, dan kan het. Want ik vind niet dat wij nu per motie moeten gaan bepalen wat een alliantie wel of niet moet doen. Ik wil dat als een suggestie meegeven, omdat ik dat perspectief in de breedte van belang vind. Ik hoop dat u met deze toezegging de motie dan ook in kunt trekken. Dan toch nog even over die Armeense genocide, want u zei ook ‘de vermeende Armeense genocide’. Nu kom ik elk jaar bij de herdenking van de Armeense genocide, die namelijk geen vermeende genocide meer is. Daar zijn historici het echt wel heel lang heel erg over eens. Dus wat mij betreft moet u echt het woord ‘vermeende genocide’ daarin weglaten. Maar dat is misschien omdat ik een historisch purist ben. Mevrouw Nanninga had het over extreemlinks jargon. Ik heb dat zelf niet kunnen ontdekken. Ik heb niets over staatsmonopolie kapitalisme, over cumulatietheorie of iets
15
Jaar
2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Vergaderdatum 7 oktober 2021 Raadsnotulen
R
dergelijks gelezen. ‘Er wordt met geld gegooid.’ Nee, ik zou juist willen beweren dat wij nu op een veel transparantere, betere manier geld besteden aan doelen die wij met elkaar hebben. Dat Joost Eerdmans iets niet weet, verbaast me niets. ‘Ruimdenkendheid’ vind ik in de context van sommige opmerkingen die u zelf maakt ook ingewikkeld. Maar over antisemitisme had u een terecht punt. In de grotere antiracisme-alliantie zit de organisatie Oy Vey. Dat is een Joodse organisatie. Onlangs was de lancering van de alliantie waar deze organisatie, op mij in ieder geval, ook grote indruk maakte. Ik had overigens zelf vanochtend een kennismaking met de nationaal coördinator antisemitisme. Een buitengewoon interessant gesprek. Ik ben ook met hem van plan te kijken hoe we vervolgstappen kunnen zetten ook op de eerdere acties die door verschillende partijen zijn ondersteund. Een laatste opmerking, voorzitter, in de richting van mevrouw Nanninga. Ik vind, hoewel ik ook niet veel met die Spanjaarden op heb, zijn classificaties als ‘een totalitair regime’, zelfs voor de Spaanse bezetting van Nederland echt onhistorisch. En ook wat andere opmerkingen die u daarna maakte, vind ik vrij dubieus. Maar, nou, ik geloof ook dat de voorzitter niet vind dat ik al te veel historische debatten moet voeren in deze raad.
Ik ga ook dan maar verder niet in op wat de heer Van Schijndel als precieze Nederlandse culturele waarden en normen vindt, want dan trek ik ook weer een discussie open die hier, volgens mij, niet thuishoort. De VOORZITTER: Graag. (Mevrouw NANNINGA: Nou ja, goed, de Spaanse bezetting van Nederland is inderdaad een beetje offtopic, maar wel een interessante discussie. Misschien voor een ander moment. Ik dank de wethouder voor- Inderdaad Oy Vey heb ik gezien. Die zit ertussen. Nou, goed, dat gesprek met die coördinator, landelijke coördinator, dat geeft de burger moed. Ik maakte natuurlijk een beetje een grapje over die woke taal, waar die stukken van doordrenkt zijn. Ik mag daar graag een beetje de draak mee steken. Ik gebruik die taal zelf ook weleens schertsend. Maar er zit natuurlijk wel een heel klein serieus puntje onder, namelijk dat dat jargon echt heel ontoegankelijk is. Dat bedoel ik niet grappig of om tof te doen, maar dat is echt voor heel veel mensen die niet daar heel erg in zitten of mee bezig zijn, die afkortingen, die Engelse termen, dat was wel degelijk een beetje een serieus punt. Dat maakt het echt- Het is heel exclusieve taal eigenlijk, hoe inclusief het ook bedoeld is. Dat wil ik toch even meegeven.) Wethouder GROOT WASSINK: Nou, misschien ben ik het er zelfs nog wel mee eens dat sommig jargon daarin zeker een beetje exclusief kan zijn.
Tegelijkertijd denk ik dat zowel in de richting, als in de activiteiten, die wij hierop zetten dat toch echt in lijn is met ook een groot gedeelte van wat uw raad wenst. Ik vind dat we er altijd voor op moeten passen dat we niet te veel van dat jargon gebruiken, omdat ik dat zelf ook nog wel ingewikkeld vind. Ik denk dat het belangrijk is dat we vooral kijken welke activiteiten er zijn en welke doelen daarmee beoogd worden. In die zin is dit ook echt een zoektocht en is wat mij betreft die evaluatie een heel belangrijk punt, omdat we dan kunnen zien of het gewerkt heeft, of het het effect heeft gehad wat we beoogd hebben. En dus, ja, denk ik dat we vooral door moeten en kijk ik uit naar een evaluatie. (Mevrouw NANNINGA: Ja, dat is trouwens ook nog een vraag, die ook enigszins in mijn betoog zat: wanneer beschouwt u het als geslaagd? Wat
16
Jaar
2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Vergaderdatum 7 oktober 2021 Raadsnotulen
R
is nou het doel? Moeten er meer meldingen binnenkomen van klachten over uitsluiting? Of minder? Of- Wat zijn de criteria? Want ik heb echt een probleem met de meetbaarheid van de effectiviteit van deze subsidies aan allianties. Dat bleek ook niet heel duidelijk uit de stukken, vind ik, eerlijk gezegd.) Nou, voorzitter, dat ben ik ook echt helemaal niet eens met mevrouw Nanninga, want ik denk dat waar wij eerder een systematiek hadden waar we op basis van eerste aanvraag eigenlijk activiteiten in de stad steunden, waar soms niet heel duidelijke beleidsdoelen onder lagen, hebben we dat denk ik nu gestroomlijnd in allianties. Moeten ze met name ook activiteiten organiseren die bijvoorbeeld gaan om het- Neem in het geval van de LHBTIQ+-alliantie, gaat het ook om het versterken van zelfemancipatie, maar ook uitwisseling van ervaringen. Dus het gaat niet zozeer sec om het verhogen van meldingen. Daar gaat het niet per se om. We zijn natuurlijk met het MDRA bezig om te kijken of we de meldingen kunnen verhogen. Maar ik vind dat in de allianties vrij expliciet en ook in de activiteiten staat wat we daarmee beogen. Maar sommige van deze activiteiten, waar het gaat om het versterken van emanciperende krachten in de stad, is dat niet altijd heel erg direct meetbaar.
Overigens, voorzitter, zou ik als laatste opmerking ook mee willen geven dat- Want ik zat nog even na te denken over de taal en hoe inclusief dat nou is. Misschien is dat gewoon wel een aandachtspunt voor ons allen. Ik vind bijvoorbeeld een uitdrukking als ‘cultuur-marxistisch’ een buitengewoon niet-inclusief woord, waar ik ook nooit zo goed van begrijp wat het betekent. Dus misschien moeten we elkaar een beetje scherp houden op jargon. (Mevrouw NANNINGA: Dank voor het lange- Nou ja, de term ‘cultuurmarxisme’ heb ik, geloof ik, in dit debat of überhaupt nauwelijks in de mond genomen, want dat vind ik ook een beetje een merkwaardige term. Dus dat ben ik met de wethouder eens.) (De heer VELDHUYZEN: Ik vroeg me af of de wethouder ook nog wat ging zeggen over de beschuldigingen die zijn geuit aan de organisaties uit de BIPOC-alliantie door raadslid Nanninga.) Daar had ik in alle eerlijkheid nou volstrekt geen behoefte aan. (De heer VELDHUYZEN: Oké, nou, dan is dat genoteerd.) Nou, voorzitter, nee, want dat is een beetje te slap, want dan krijg ik zo dadelijk weer zeker op mijn dak, dat er een tweetje gestuurd wordt ‘nou, de wethouder wil daar weer niks over zeggen’. We hebben hier in de commissie over gesproken. Dus ik zie helemaal niet nu een aanleiding, omdat er één raadslid dingen zegt waar ik het misschien niet mee eens ben, om dat dan altijd maar te weerleggen.
(De heer VELDHUYZEN: Er worden hier leugens verspreid over organisaties die subsidie krijgen van de gemeente, die vanuit oprechte intenties willen bijdragen aan een meer inclusieve stad en die worden hier in dit debat weggezet alsof het een stelletje radicale extremisten zijn. Dan zou ik het niet vreemd vinden als de wethouder daar dan toch wat over zou willen zeggen.) Mevrouw NANNINGA: Ja, voorzitter, sorry, een punt van orde. Dit is raar, want het gaat natuurlijk een beetje over beschuldigingen aan mijn adres, terwijl ik niet kan reageren en niet aan het woord ben. De VOORZITTER: Mevrouw Nanninga, u heeft zo dadelijk recht op een tweede termijn. De wethouder mag gewoon nog kort reageren en dan ronden we deze eerste
17
Jaar
2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Vergaderdatum 7 oktober 2021 Raadsnotulen
R
termijn af. En dan heeft u gewoon recht op een tweede termijn, mevrouw Nanninga, als u daar behoefte aan heeft. De wethouder. Wethouder GROOT WASSINK: Kijk, voorzitter, het staat elk raadslid vrij om te zeggen wat hij wil. Ik snap heel goed dat de heer Veldhuyzen de woorden van het lid Nanninga op een bepaalde manier kwalificeert. Ik wil graag worden afgerekend op hetgeen wij doen en dat wij een relatie aangaan met bepaalde partijen in een alliantie betekent, volgens mij, dat wij daar geen twijfel over hebben. De VOORZITTER: Goed, dan zijn we nu aan het einde gekomen van de eerste termijn van de zijde van de raad. Ik zie dat mevrouw Kiliç misschien nog iets wil zeggen over haar motie. Gaat uw gang, mevrouw Kiliç. Mevrouw KILIÇ: Naar aanleiding van de toezegging van de wethouder om het mee te geven om aandacht te vragen voor de Hindoestaanse contractarbeiders en ook de Chinese en Indonesische, trekken wij bij deze onze motie in. De VOORZITTER: Dus motie 671.21 is bij deze ingetrokken. De motie-Kiliç (nr. 671.21) maakt geen deel meer uit van de beraadslaging. De VOORZITTER: Dan kijk ik: is er nog behoefte aan een tweede termijn. Dat is niet het geval. Dan ronden we dit agendapunt af en gaan we zo dadelijk stemmen over motie 693.21. De discussie wordt gesloten.
22. Kennisnemen van de Raadsbrief antidiscriminatie VN2021-025107 De VOORZITTER: Het agendapunt is gepiept door mevrouw Poot, die ook als eerste het woord krijgt. En mevrouw La Rose heeft ook nog het woord gevraagd. De heer Flentge had het ook, maar zijn spreektijd is helaas op. De heer Vroege wil graag het woord. Zijn er nog anderen die het woord wensen te voeren? Mevrouw Nanninga ook. U heeft het samen gepiept. Oké. Kijk, mevrouw Nanninga. Dan geef ik als eerste mevrouw Poot het woord en daarna dan de heer Vroege, omdat zij het samen gepiept hebben. De VOORZITTER geeft het woord aan mevrouw Poot. Mevrouw POOT: Ja, inderdaad, voorzitter, ere wie ere toekomt. De heer Vroege heeft dit mede namens mij gepiept in de commissie AZ, alhoewel het een punt is wat ook in de commissie KDD is besproken. Maar hier zou mijn partij graag een discussie met de burgemeester ook willen hebben. Het is eigenlijk een punt wat, ik noem het maar, een vervolg is op het punt wat we net met elkaar hebben besproken: de actieplannen of het plan van aanpak op basis van de onderzoeken antidiscriminatie. Die onderzoeken richten zich op antidiscriminatie van de LHBTI-gemeenschap, anti-zwartdiscriminatie en antisemitisme. Op basis daarvan heeft de wethouder een heel mooi plan van aanpak gemaakt. Dat moet zeker gezegd worden.